CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324498 Bijlage Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk

Commissie Ruimte 11 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken35.268 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Uitsnede AWVK

blad 26 van 81

Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk projectnummer 477813.100 19 november 2025 revisie 04

4.4

Groen

4.4.1

Agenda Groen voor de stad In de Agenda Groen voor de Stad 2016 (vastgesteld 15 december 2016, RIS294705) wordt geconstateerd, dat door de toenemende bevolking en het bijbehorende ruimtebeslag de leefkwaliteit in het algemeen en het groen in het bijzonder soms onder druk komt te staan. Omdat Den Haag een aantrekkelijke stad wil blijven voor bewoners, bezoekers en bedrijven, moeten er strategische keuzes worden gemaakt op het gebied van verdichting, vergroening en verduurzaming. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven: groen kapitaal als basis voor een goede leefkwaliteit. Het doel is het Haagse groen kwalitatief te ontwikkelen. De stedelijke leefkwaliteit is afhankelijk van gebiedskenmerken als bebouwingsgraad, aanwezigheid van infrastructuur en het gebruik van de ruimte (wonen, werken, recreatie, natuur). Het Haagse Groen moet gezien worden als een vorm van kapitaal met de ecologische, de maatschappelijke en de economische waarde. Mede op basis van de stadsgesprekken en het online platform zijn deze waarden uitgewerkt in zes thema's: klimaat, biodiversiteit, gezondheid, ontspanning imago en ontwikkeling. Voor Hagenaars voelt het vaak of groen voor nieuwe ontwikkeling moet wijken.

Het is de uitdaging om intensivering te combineren met een waardevolle, betekenisvolle, gezonde en goed functionerende groenstructuur. Intensivering van de stad vraagt om intensivering van groen en groenkwaliteit. Naarmate de stad verdicht, neemt de waarde van het groen toe. Omgekeerd zorgt groen ook voor toename van vastgoedwaarde. Deze twee waarden zouden elkaar moeten vinden en versterken. Elke (vastgoed)ontwikkeling draagt bij aan de groene kwaliteit van Den Haag. Dit gebeurt op verschillende wijze: op de klassieke wijze door ontwikkeling van parken en straatgroen, door het ontwikkelen en openstellen van groene binnengebieden en daktuinen, als ook het realiseren van geveltuintjes of groene gevels. Ook kunnen investeringen in kwaliteit of gebruikswaarde uitkomst bieden.

4.4.2

Stedelijke Groene Hoofdstructuur De Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de stad. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt (RIS300506). Het groen heeft vele functies, één daarvan is de functie als stedelijk natuurnetwerk, dat wil zeggen de drager van de stedelijke natuur en verbindingsstructuur voor de omliggende natuur. Deze structuur sluit aan op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Stedelijke Groene Hoofdstructuur bestaat uit kerngebieden (de groengebieden) met daartussen de ecologische verbindingszones.

4.4.3

Nota Stadsnatuur In Den Haag zien we de natuur als belangrijk onderdeel van onze stad. Een stad met een vitale stadsnatuur is een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (vastgesteld 16 december 2020, RIS305824) zijn handvatten opgenomen waarmee we werken aan een gezond stadsecosysteem met meer biodiversiteit. De Nota stadsnatuur is de opvolger van de Nota Ecologische Verbindingszones 2008-2018 (RIS 159450) en vormt een uitwerking van de Agenda Groen voor de Stad (RIS 294705). Een groene stad heeft veel te bieden aan inwoners. Bomen en planten zorgen immers voor verkoeling tijdens warme zomers en bieden een aangename plek voor bewoners om te verblijven. Een groene stad is ook beter toegerust om mee te bewegen op veranderingen in het klimaat, zoals uitschieters in temperaturen en neerslag. Een stad waar veel verschillende planten- en diersoorten zoals vlinders en vogels voorkomen, blijkt positief te zijn voor het welzijn van mensen. Een hoge biodiversiteit zorgt ervoor dat lastige soorten minder kans krijgen en er genoeg natuurlijke vijanden zijn om plaagsoorten in toom te houden. Een belangrijke voorwaarde voor een gezond stadsecosysteem is de aanwezigheid van een uitgebreid netwerk van groengebieden die onderling met elkaar verbonden zijn. De groengebieden zijn de belangrijke kerngebieden blad 27 van 81

Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk projectnummer 477813.100 19 november 2025 revisie 04

voor allerlei planten- en diersoorten. De ecologische verbindingszones zorgen als robuuste brede groenblauwe structuren voor de verbinding van deze gebieden. Zo kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen en functioneren deze daarnaast ook als belangrijke leefgebieden. In deze nota wordt de nadruk gelegd op een optimale ecologische inrichting door middel van vuistregels voor biotopen en -beheer, behoud en de mogelijke uitbreiding van de ecologische verbindingszones. Is extra ruimtebeslag van een niet-ecologische functie onvermijdelijk dan moet de inpasbaarheid hiervan worden onderzocht. Naast het behoud en de ontwikkeling van bovengenoemd netwerk, wordt aandacht besteed aan het rekening houden met leefomstandigheden van planten en dieren bij beheer en inrichting van groen in brede zin. We werken aan een natuurinclusieve stad met een ecologisch gezond stadswatersysteem, het beheersbaar houden van overlastgevende planten en dieren en zetten we in op monitoring van onze stadsnatuur. Het plangebied maakt geen deel uit van het netwerk van ecologische verbindingszones. Buiten het plangebied (aan de westkant) ligt een hoofdboomstructuur langs de Houtwijklaan.

Uitsnede kaart Nota Stadsnatuur met paarse pijl naar paarse omcirkeld plangebied

4.4.4

Bomen Op 15 april 2021 is de Nota Stadsbomen “Leefkwaliteit voor de stad” (RIS 307827) is het beleid met betrekking tot bomen in Den Haag verwoord. Het verbeteren van de leefkwaliteit in de stad is een hoofdambitie, die genoemd is in de "Agenda Groen voor de Stad" (RIS 294705). Met het nieuwe beleid voor de stadsbomen wordt deze ambitie concreet ingevuld door twee doelen te stellen:  we werken aan de toekomstbestendigheid van ons stadsbomennetwerk;  we willen meer kroonoppervlak in onze stad. Op 22 september 2011 is het gewijzigde initiatiefvoorstel behoudens waardige Bomen aangenomen (RIS 166340). De uitwerking van het voorstel heet: “Planbeoordeling Haagse Bomen”. Doel is om gemeentelijke bomen beter te beschermen bij gebiedsontwikkeling door tijdig de waarden van de bestaande bomen op het betreffende object in te schatten en te betrekken bij de bestuurlijke besluitvorming van (beginsel- en) bouwplannen. Op 1 oktober 2013 is de lijst met behoudens waardige Bomen uitgebreid door het Vaststellen totaallijst vijfde tranche Monumentale Bomen in Den Haag (RIS 265314). blad 28 van 81

Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk projectnummer 477813.100 19 november 2025 revisie 04

In de Algemene Plaatselijke Verordening is de bescherming van bomen vastgelegd. Volgens de Algemene plaatselijke verordening (APV) van Den Haag, artikel 2.80 e.v., is voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig (RIS 174540). Door deze bescherming kunnen belangen zorgvuldig worden afgewogen voordat een omgevingsvergunning wordt afgegeven dan wel geweigerd. Daarnaast is een mogelijkheid opgenomen om monumentale bomen aan te wijzen. Monumentale bomen hebben een hogere beschermingsstatus. Voor een volledig overzicht van de monumentale bomen in Den Haag is op de website van de gemeente Den Haag de meest actuele lijst en kaart terug te vinden. In het plangebied zijn geen monumentale bomen aanwezig.

4.4.5

Natuurinclusief bouwen De gemeente wil natuurinclusief bouwen in de stad bevorderen (2019, RIS 301953). Bij de evaluatie van juni 2021 (RIS 309253) wordt dit nogmaals bevestigd. Enerzijds gaat het om het verbeteren van de leefomstandigheden van huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Dit zijn soorten die onder druk staan doordat gebouwen tegenwoordig zo gebouwd worden dat deze soorten geen nestelgelegenheden meer hebben. Anderzijds gaat het om een veel bredere opgave om meer natuurlijk groen in de directe woonomgeving toe te passen. Door de verdere stedelijke verdichting die door de verwachte bevolkingsgroei zal plaatsvinden is deze opgave extra actueel. Daarom wil de gemeente Den Haag aandacht voor het toevoegen van groen (met natuurwaarden) op en aan gebouwen, op binnenterreinen en in de openbare ruimte. Het bouwplan omvat een ontwikkeling waarbij het puntensysteem voor groen- en natuurinclusief bouwen van toepassing is. Het gaat met een footprint van circa 3.925 m2 om een grootschalig project A (2000-4000 m2 en/of 30 meter hoog) gelegen in de stadszone-woonwijken. Hierdoor dient het te behalen aantal punten voor daken en gevels, verblijf-/nestkasten en directe omgeving van het gebouw minimaal resp. 6, 4 en 6 punten te zijn.

Deze punten kunnen behaald worden met het toepassen van maatregelen uit de tabel in bijlage B van de notitie Puntensysteem voor groen- en natuurinclusief bouwen (Gemeente Den Haag, 2018). De resultaten van de score met de Rekentool Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen in Den Haag zijn als bijlage bij de aanvraag gevoegd. In het plan worden de volgende maatregelen getroffen. Gevel en dak voorzieningen In het plangebied worden gevels voorzien van gevelbeplanting. Door het toepassen van gevelgroen wordt de natuurwaarde vergroot. De gevelbeplanting bestaat uit een mix van soorten, waaronder wilde hop. Deze hop is een waardplant voor de doelsoorten de dagpauwoog en de gehakkelde aurelia. In het “Beeldregieplan Nieuw Houtwijk” is een beplantingsplan toegevoegd die verder ingaat op de gevelbeplanting. De ruimte voor groene daken binnen het plangebied is beperkt. De dakoppervlakken zijn nodig voor de installaties en zonnepanelen om te voldoen aan de BENG normen. Verblijfplaatsen Voor de doelsoorten gierzwaluw, huismus en gewone dwergvleermuis worden in de gebouwen verblijfplaatsen gecreëerd. In onderstaande figuur zijn de locaties van de nestkasten weergegeven. Voor gierzwaluwen, huismussen en zomerkasten voor vleermuizen geldt dat er meerdere kasten bij elkaar gehangen dienen te worden. Het aantal nestkasten is met geel gemarkeerde cijfers aangegeven.

Daarnaast is een grote vleermuiskast (kraamkast) ter beschikking gesteld.

blad 29 van 81

Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk projectnummer 477813.100 19 november 2025 revisie 04

Locatie nestkasten (in geel het aantal kasten)

Omgeving In de buitenruimte worden diverse maatregelen genomen om de natuur te versterken. Er worden diverse inheemse bomen toegepast, zoals: zomereik, zoete kers, winterlinde en de gewone lijsterbes. Deze worden aangevuld met bloemrijke soorten, zoals: Chinese peer en Japanse kornoelje. Daarnaast worden er verschillende groenzones ingericht met inheemse struiken en worden er hagen toegepast met soorten zoals beuk en liguster. In het “Beeldregieplan Nieuw Houtwijk” zijn de beplantingen verder uitgewerkt is ook te zien dat er ecologische wadi’s, bloemrijkgrasland en aantrekkelijke struiken voor vlinders worden toegepast. Tevens wordt er een insectenhotel geplaatst als extra voorziening voor insecten. Deze maatregelen zijn opgenomen in de puntentabel behorende bij Groen- en Natuurinclusief bouwen, die hieronder is weergegeven. In de categorie dak en gevel wordt het aantal punten van 6 niet gehaald ondanks het toepassen van gevelgroen. Om die reden worden extra maatregelen getroffen in de categorieën verblijf en omgeving. Dit leidt tot de volgende score: daken en gevels 3 punten, verblijf-/nestkasten 5 punten en directe omgeving van het gebouw 11 punten. Hiermee is het totaal aantal punten 19 terwijl de het totaal aantal vereiste punten 16 bedraagt.

blad 30 van 81

Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk projectnummer 477813.100 19 november 2025 revisie 04

Puntentabel Groen- en Natuurinclusief bouwen gemeente Den Haag

4.5

Openbare ruimte

4.5.1

Kadernota openbare ruimte De kadernota openbare ruimte ‘Kwaliteit door samenhang’ gaat voor de periode tot 2030 verder op het vastgelegde beleid van de gemeente Den Haag dat geldt voor de inrichting, het beheer en het gebruik van de openbare ruimte van de stad. Een goed ingerichte en beheerde (schoon, heel en veilig) buitenruimte is een randvoorwaarde voor tal van (gebieds)ontwikkelingen en sociale investeringen. Voor de gehele stad zijn de primaire doelen in de openbare ruimte: • Een inclusieve openbare ruimte om ontmoeting en verblijf te faciliteren. Een inclusieve openbare ruimte is toegankelijk, sociaal veilig en aantrekkelijk voor iedereen. blad 31 van 81

Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk projectnummer 477813.100 19 november 2025 revisie 04

• • •

Een openbare ruimte die uitnodigt om te wandelen en uitdaagt tot bewegen en spelen Het klimaatadaptief maken van de openbare ruimte Een veilige en comfortabele ruimte voor voetgangers en fietsers

Per gebied liggen hier accentverschillen. Het plangebied ligt in het gebied ‘leefmilieu 7, Groenstedelijk’. De kaders voor ontwikkeling zijn hier: • Bewegen stimuleren voor jong en oud is belangrijk in deze wijken. • Inzetten op verblijf en ontmoeten. • De gezondheid bevorderen is in deze wijken van belang. • Er is aandacht nodig voor inclusiviteit. Leeftijdsbestendige openbare ruimte ontbreekt; vlakke wandelroutes naar winkelcentra.

In het plan worden in de openbare ruimte tuinpaden aangelegd. Dit zijn autovrije paden die uitnodigen om de publieke ruimte te gebruiken. Het ontwerp van de buitenruimte is erop gericht op de juiste plekken in het plan goed te kunnen verpozen en zijn routes van A naar B aangenaam en comfortabel, waarbij de openbare ruimte zowel doelmatig als inspirerend wordt ervaren. Beplanting, verharding en straatmeubilair dragen gezamenlijk bij aan de beoogde sfeer. Hiermee wordt bewegen gestimuleerd. Daarbij wordt de openbare ruimte ontworpen als een ‘interieur’ hetgeen bijdraagt aan het gevoel van thuis in de buurt. Centraal in het plan wordt een groen plein aangelegd met ten zuiden daarvan een speelvoorziening. Daarmee wordt de openbare ruimte uitermate geschikt voor verblijven en elkaar ontmoeten. Het aanzetten tot bewegen en ontmoeten leidt tevens tot bevordering van de gezondheid.

4.6

Water

4.6.1

Europees en Rijksbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is december 2000 in werking getreden. De richtlijn heeft tot doel de chemische en ecologische kwaliteit van al het oppervlakte- en grondwater in Europa te verbeteren. De richtlijn stelt daartoe eisen aan het waterbeheer in alle lidstaten. Streefdatum voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit is 2015, met eventueel uitstel tot 2027. De doelstellingen worden uitgewerkt in (deel)stroomgebiedsbeheerplannen. In deze plannen staan de ambities en maatregelen beschreven. De Europese Kaderrichtlijn heeft, waar het de gemeente betreft, consequenties voor riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid (inrichting van watergangen en oevers). Het nationaal waterbeleid is vastgelegd in het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2). Dit plan vervangt het Nationaal Waterplan 2009-2015 inclusief alle tussentijdse wijzigingen. Het NWP2 geeft het integrale kader voor het waterbeleid van het Rijk voor de komende zes jaar en geeft uitvoering aan de Europese richtlijnen voor waterkwaliteit, de mariene strategie en de overstromingsrisico's. De Stroomgebiedbeheerplannen, het Programma van maatregelen mariene strategie, de Beleidsnota Noordzee en de Overstromingsrisicobeheerplannen maken onderdeel uit van het NWP2.

Tegelijk met het NWP2 is het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren 2016-2021(Bprw) vastgesteld met daarin de operationele uitwerking van het NWP2 voor de rijkswateren: de rollen en taken van Rijkswaterstaat en de hoofdlijnen van het beheer en onderhoud. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 20162021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 wordt een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van het landelijke watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Hierbij wordt gestreefd naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland.

blad 32 van 81

Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk projectnummer 477813.100 19 november 2025 revisie 04

4.6.2

Provincie Het beleid van de Provincie Zuid Holland is gebaseerd op het besluit van 29 juni 2016 waarin is aangegeven dat het Regionaal waterplan Zuid-Holland 2016 – 2021 bestaat uit:  de onderdelen van de Visie Ruimte en Mobiliteit voor wat betreft de onderdelen die behoren tot het regionale waterbeleid, waaronder specifiek paragraaf 4.2: 'Water: versterking van de samenhang in identiteit, kwaliteit, en veiligheid', inclusief de kaarten 11 (Waterveiligheid) en 12 (Zoetwater-voorziening en oppervlaktewater); inclusief bijbehorende bijlagen.;  de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2015 inclusief bijlagen, vastgesteld door PS van ZuidHolland d.d. 14 oktober 2015 en  het provinciaal Waterplan Zuid-Holland 2010-2015, op de onderdelen: Waarborgen waterveiligheid, Regionale keringen (Normen compartimenteringdijken en voorlandkeringen(paragraaf 4.4.3 doelstelling 4) en Realiseren mooi en schoon water: het thema 'Water en natuur': opstelling beheerplannen voor Natura2000 gebieden, inclusief aanpak van verdroging (paragraaf 5.4.3, doelstelling 1) en het thema 'Vismigratie': opheffen vismigratieknelpunten (paragraaf 5.6.3).

4.6.3

Hoogheemraadschap van Delfland Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is het document waarin het hoogheemraadschap de ambities voor de komende jaren heeft vastgelegd. Het waterbeheerprogramma bestaat uit drie niveaus. Het ‘WBP6 op hoofdlijnen’, een internetpagina met thema’s en maatregelen en het derde niveau betreft de optie ‘meer weten’ voor extra achterliggende informatie. Voor het hoogheemraadschap staat de missie ‘droge voeten, voldoende water, schoon water en gezuiverd afvalwater’ centraal. Daarnaast oriënteert het hoogheemraadschap zich op de trends en ontwikkelingen van vandaag, morgen en overmorgen. Hierin is de grootste impact de klimaatverandering. Naast klimaatverandering focust het hoogheemraadschap zich ook op minder zichtbare thema’s, zoals bijvoorbeeld de kwaliteit van het water of de bodemdaling. Ook dient het hoogheemraadschap een invulling te geven aan de uitgangspunten van de Nationale Omgevingsvisie (waterpeil bepaalt welke functies op welke plekken mogelijk zijn). Het tweede niveau thema’s is onderverdeeld in 32 verschillende thema’s waaronder, biodiversiteit, grondwater, overstromingsrisico’s, etc. Ten aanzien van de thema’s is daar ook onderscheid gemaakt in onder andere waterveiligheid, Natura 2000, zeespiegelstijging, etc. Eén van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is de watertoets 2.

Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Delfland heeft de Handreiking watertoets voor gemeenten opgesteld. De meest actuele versie van de handreiking is te vinden op de website van Delfland: hhdelfland.nl/regelen/watertoets-ruimtelijke-plannen/. In de handreiking worden de randvoorwaarden en uitgangspunten voor een plan per thema toegelicht. Uitgangspunten Beleidsnota Beperken en voorkomen wateroverlast De basis van het beleid wordt gevormd door de volgende zes algemene beginselen: 1. Norm als ijkpunt: Delfland hanteert de waterkwantiteitsnormen uit de provinciale omgevingsverordening als maatstaf om te voldoen aan haar wettelijke taak als waterkwantiteitsbeheerder. Deze normen zijn geformuleerd als overstromingskans vanuit het oppervlaktewater. 2. Standstill-beginsel: Het minimale uitgangspunt voor planontwikkelingen is dat plannen hydrologisch worden getoetst op klimaatbestendigheid en hydrologisch neutraal moet worden ontwikkeld met als doel geen gevolgen voor de waterveiligheid, het grond- en oppervlaktewater en de waterkwaliteit en ecologie. Daarmee wordt geborgd dat de ontwikkeling van het gebied met betrekking tot wateraspecten duurzaam is.

Wanneer andere waterbelangen zwaarder wegen dan het voorkomen van wateroverlast, kan hiervan worden afgeweken. 2

Per 1-1-24 is de Omgevingswet in werking getreden. Het begrip ‘watertoets’ is daarbij vervangen door ‘weging van het waterbelang’. Omdat de aanvraag is ingediend voor 1-1-24 spreken is de ‘oude ’wet- en regelgeving van toepassing en speken we in deze onderbouwing nog over de watertoets.

blad 33 van 81

Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk projectnummer 477813.100 19 november 2025 revisie 04

3.

4.

5.

6.

Effectgericht: Functioneren van het gehele watersysteem staat centraal. Bij de uitwerking en afweging van maatregelen om het watersysteem op orde te brengen en te houden, staat het functioneren van het gehele watersysteem centraal. Dit betekent dat niet alleen moet worden gekeken naar de effecten voor de waterloop waar de maatregel of ingreep plaatsvindt, maar ook naar de effecten op andere plaatsen in het systeem. Gebiedsgericht: Door verwevenheid van functies en de ruimtedruk zijn een gebiedsbrede aanpak en samenwerking met gebiedspartners nodig om het watersysteem op orde te brengen en te houden. Delfland wil in een vroegtijdig stadium van planvormingsprocessen meedenken met gemeenten over oplossingen, dit ook op het gebied van wateroverlast. Marktgericht: Hoogst maatschappelijke rendement tegen de laagste kosten. Delfland zet in op maatregelen, die leiden tot het hoogst maatschappelijke rendement (conform uitgangspunten 1 t/m 4) tegen de laagst maatschappelijke kosten. Alle oplossingen meewegend: Op voorhand worden geen oplossingen uitgesloten om het watersysteem op orde te brengen of te houden. Bij de keuze van geschikte maatregelen worden factoren waaronder effectiviteit, betrouwbaarheid en integraliteit meegewogen.

Delfland wil op deze manier integrale en innovatieve oplossingen mogelijk maken, waarbij meerdere functies of belangen gecombineerd kunnen worden en een oplossing kunnen bieden in gebieden waar ruimte schaars is.

Convenant Klimaatadaptief Bouwen In de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie heeft het Deltaprogramma voorstellen opgenomen om de ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Vanuit het convenant klimaatadaptief bouwen, dat zowel door hoogheemraadschap van Delfland als gemeente Den Haag is ondertekend, geldt dat lokaal vasthouden (50 mm) in het plangebied moet worden nagestreefd. Van belang is dat deze neerslag van een korte hevige bui op privaat terrein wordt opgevangen waarna het vertraagd wordt afgevoerd. Randvoorwaarde is dat de berging niet eerder dan in 24 uur geloosd wordt, waarna de berging binnen maximaal 48 uur weer beschikbaar is3. Richtlijn compensatie verharding Delfland streeft naar het hebben en houden van een duurzaam, goed functionerend watersysteem in zowel natte als droge tijden. Initiatieven en aanpassingen van de fysieke leefomgeving mogen het watersysteem niet negatief beïnvloeden, is dit wel het geval dan vraagt Delfland om compenserende maatregelen. Om te zorgen dat het watersysteem ook in de toekomst blijft voldoen, vraagt Delfland om bij plannen in de fysieke leefomgeving tevens te compenseren voor de verwachte effecten van klimaatverandering tijdens de levensduur van de ontwikkeling. Er zijn meerdere manieren om die compenserende maatregelen in te vullen.

Het graven van extra oppervlaktewater wordt traditioneel veel toegepast. De toenemende verstedelijking van het gebied, klimaatverandering en daaruit voortvloeiende opgaven vragen echter om een bredere kijk op de compensatie dan alleen een invulling via extra oppervlaktewater. Goed ingepaste maatregelen op het land kunnen niet alleen de nodige compenserende waterberging bieden, maar bieden daarnaast mogelijk voordelen rondom voorkomen hittestress, bevorderen biodiversiteit, en beperken van de zoetwatervraag. Dat type maatregelen noemen we vasthoudmaatregelen. Omdat er vele vormen van vasthoudmaatregelen zijn en elk type eigen vooren nadelen heeft, heeft Delfland een voorkeursvolgorde bepaald. Er is niet één type maatregel die altijd de beste is. Bij plannen in de fysieke leefomgeving moet goed gekeken welke maatregel het beste past binnen het plan en zijn omgeving en hoe het functioneren en de betrouwbaarheid van de maatregel op de lange termijn kan worden geborgd.

3

Bron: leidraad klimaat adaptief bouwen; Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid Holland https://bouwadaptief.nl/uploads/LeidraadKlimaatadaptief-Bouwen_leidraad.pdf

blad 34 van 81

Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk projectnummer 477813.100 19 november 2025 revisie 04

Figuur 4-1: Voorkeursschema maatregelen Delfland Als vasthoudmaatregelen worden toegepast, is het belangrijk dat de voorziening goed functioneert en ook op de lange termijn betrouwbaar is. De eigenaar van het perceel is zelf volledig verantwoordelijk voor de aanleg, het functioneren en passend onderhoud van de voorziening. Vanwege het belang voor de waterhuishouding hanteert Delfland bij de weging van het waterbelang een aantal algemene criteria, deze gaan over de effectiviteit, betrouwbaarheid en de integraliteit van de maatregel. Daarnaast zijn er specifieke criteria opgesteld afhankelijk van grootte plangebied of toename verharding. De richtlijn compensatie verharding met daarin de algemene en specifieke criteria kan gevonden worden op https://www.hhdelfland.nl/overons/beleid/beleid/. Keur / Waterschapsverordening Voor waterhuishoudkundige ingrepen was ten tijde van de aanvraag de ‘Keur’ van toepassing. De Keur is een Waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Zo is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. De wateren en waterkeringen waarop de keur van toepassing is, zijn vastgelegd in de legger wateren.

Voor meer informatie over de gebods- en verbodsbepalingen wordt verwezen naar de Keur van Hoogheemraadschap van Delfland. Per 1 januari 2024 is de Keur vervangen door de Waterschapsverordening van het Hoogheemraadschap van Delfland. Als de initiatiefnemer maatregelen dient te nemen voor watercompensatie en/of een omgevingsvergunning wateractiviteit moet aanvragen, zal dat getoetst worden op het nu geldende beleid van Delfland, i.c. de waterschapverordening. Deze wijziging van Keur naar Waterschapverordening is op beleidsneutrale wijze doorgevoerd. In het kader van het bouwplan is een waterparagraaf opgesteld, zie paragraaf 5.10.

blad 35 van 81

Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk projectnummer 477813.100 19 november 2025 revisie 04

4.6.4

Toekomstbestendig Haags water! In de visie 'Toekomstbestendig Haags water!' is aangeven hoe het watersysteem in Den Haag anno 2014 functioneert, welke knelpunten er zijn en hoe het systeem robuust te houden. Het Haagse watersysteem is op dit moment grotendeels op orde. Door kansen te benutten die zorgen voor een robuuster watersysteem en die ook bijdragen aan de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de stad, wordt het stedelijke gebied bestand tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte. In het stedelijke gebied is beperkte ruimte voor de traditionele opvang van water. Daarom is inzetten op onderzoek naar meer creatieve en innovatieve maatregelen belangrijk. Samenwerking tussen gemeente Den Haag en Delfland is daarvoor essentieel. De ambitie is: "Den Haag heeft een goed functionerend en toekomstbestendig watersysteem dat de gevolgen van klimaatverandering en verstedelijking kan opvangen en dat bijdraagt aan een aantrekkelijke stad." Samengevat zijn de drie belangrijkste strategische pijlers om te komen tot een toekomstbestendig Haags watersysteem: 1. De basis op orde: zorgen dat het systeem goed blijft functioneren. Eventuele negatieve effecten op de waterhuishouding moeten worden voorkomen of dienen te worden gecompenseerd. 2.

Pak kansen door samen te werken en door slimme combinatie te zoeken: Als overheden het goede voorbeeld geven, tijdig kansrijke initiatieven en projecten herkennen en optrekken met partijen in de stad. 3. Kennis, onderzoek en innovatie: Kennisontwikkeling, onderzoek en innovatie is van belang om creatieve oplossingen te vinden in het voorkomen van wateroverlast en het leefbaar en aantrekkelijk houden van de stad.

4.6.5

Stedelijke Ecologische Verbindingszones Den Haag 2008-2018 Den Haag zet zich al jaren in om de ecologie in en om de stad te verbeteren en te behouden. In 2006 en 2007 heeft Den Haag daarom een inventarisatie uitgevoerd, waarin voor alle ecologische verbindingszones is bekeken of deze voldoen aan de gewenste natuurvriendelijke inrichting. Dit bleek niet het geval te zijn; de inventarisatie resulteerde in een opsomming van 300 knelpunten. In de nota Stedelijke Ecologische Verbindingszones worden op hoofdlijnen alle gewenste maatregelen op het vlak van ecologie (inrichting en beheer) voor de komende tien jaar benoemd. Het uitvoeren van deze maatregelen wordt waar mogelijk gecombineerd met maatregelen vanuit het waterbeheer zoals verbreding van watergangen en aanleg van natuurvriendelijke oevers.

4.6.6

Wateragenda Den Haag 2022-2025 Den Haag en Delfland zien het opstellen van een wateragenda als middel om afspraken te maken over het omgaan met water in en om de stad. Met de Wateragenda pakken Den Haag en Delfland de wateropgaven integraal op: mede met het oog op de verdergaande verdichting, komst van de omgevingswet en het veranderende klimaat. De lange-termijn-doelstelling voor het Haagse waterbeleid luidt: Het realiseren van een duurzaam, schoon, veilig, klimaatbestendig en gezond watersysteem, dat nu en in de toekomst bijdraagt aan een aantrekkelijke (leef)omgeving, waar bewoners, bedrijven en bezoekers van Den Haag op een bewuste manier mee omgaan. Er zijn vier beleidsdoelen: 1. Klimaatbestendig en veerkrachtig watersysteem Een klimaatbestendig en veerkrachtig watersysteem gaat in de ogen van Den Haag en Delfland over het realiseren van betrouwbare waterkeringen langs de kust, om het creëren van veilig zwemwater en voldoende bergingscapaciteit in bodem, oppervlaktewater en riolering en zelfs op en onder bebouwing, zodat wateroverlast in de stad zoveel mogelijk wordt voorkomen en nadelige effecten van droogte worden beperkt. ‘Klimaatbestendig water’ kan bereikt worden als de kustbescherming op orde is. Delfland heeft met de aanleg van de nieuwe boulevard, grote zandsuppleties en de Zandmoter geborgd voor voldoende bescherming tegen de zee komende jaren.

Klimaatbestendig water’ gaat ook om het ophogen en versterken van de dijken en kades langs de boezemwateren. Deze grotere watergangen zijn dé afvoerkanalen van overtollig water naar zee en heel belangrijk voor een droog en bewoonbaar achterland.

blad 36 van 81

Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk projectnummer 477813.100 19 november 2025 revisie 04

‘Veerkrachtig water’ wordt bereikt als er voldoende vasthoud- en bergingscapaciteit is in de aanwezige watergangen, riolering en daarop afwaterend gebied. Om wateroverlast te voorkomen en calamiteiten te minimaliseren, is voldoende bergingscapaciteit in watergangen en riolering essentieel. Den Haag en Delfland werken samen om deze capaciteit op verantwoorde en innovatieve wijze uit te breiden, rekening houdend met klimaatveranderingen en onzekerheden. Regenwater wordt waar mogelijk vastgehouden en geïnfiltreerd om droogte-effecten te beperken. 2. Duurzaam schoon en gezond water De afgelopen jaren is de waterkwaliteit in Den Haag aanzienlijk verbeterd, maar er is nog werk aan de winkel. Het water bevat nog steeds te veel fosfaat, stikstof, koper en zink. Den Haag en Delfland zetten zich daarom gezamenlijk in om de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) te behalen. Dit betekent dat zowel het oppervlakte- als het grondwater schoon moet worden gehouden. Delfland zorgt voor een goede fysischchemische waterkwaliteit door vergunningen te verlenen, handhaving en voorlichting. Den Haag draagt bij door rioleringsmaatregelen en gericht afkoppelen. Daarnaast richten Den Haag en Delfland een deel van de watergangen en oevers ecologisch in, door bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers en vispaaiplaatsen aan te leggen. Dit versterkt de ecologische hoofdstructuur.

Ook grootschalig onderhoudswerk wordt, waar mogelijk, benut om de ecologische waterkwaliteit te verbeteren. Daarnaast wordt er extra aandacht besteed aan de aanpak van plastic zwerfvuil in het water, de zogenaamde 'plastic soup', waarbij de aanpak en afvangen van plastic zwerfvuil in het water centraal staat. In de afgelopen jaren zijn diverse knelpunten in de waterkwaliteit geïdentificeerd, zoals in Loosduinen, Wateringseveld en Mariahoeve. Met beheermaatregelen, zoals doorspoelen en opschonen van watergangen, wordt geprobeerd de overlast te beperken en de vuillast door overstorten terug te dringen. Bovendien worden maatregelen zoals afkoppelen, aanleg van grotere duikers en doorspoelvoorzieningen uitgevoerd om de waterkwaliteit duurzaam te verbeteren. 3. Aantrekkelijk water Schoon en mooi water in Den Haag heeft voor iedereen belevingswaarde. Voor de een is water rustgevend, voor de ander is het een ideale plek om actief bezig te zijn door erin te varen, zwemmen, vissen of erlangs te fietsen en wandelen. Duurzaam waterbeheer hangt nauw samen met het gebruik van water en het land eromheen. Meer verharding kan bijvoorbeeld leiden tot wateroverlast, maar maatregelen voor een duurzaam schoon en gezond watersysteem kunnen juist bijdragen aan het aantrekkelijk maken en houden van de stad.

Den Haag en Delfland willen belanghebbenden actief betrekken bij het realiseren van aantrekkelijk water in de stad. Daarom wordt de dialoog met bewoners gestart om samen met hen een mening te vormen over wat ‘aantrekkelijk water’ is. De aanleg van natuurvriendelijke oevers vergroot de aantrekkelijkheid van het Haagse watersysteem voor bewoners en bezoekers. Daarnaast wordt gewerkt aan recreatieve voorzieningen op en langs het water, zoals zwemlocaties en vaargebieden. Den Haag wil bovendien de cultuurhistorische waarde van het grachtenstelsel benadrukken door rondvaartorganisaties meer ruimte te geven om bezoekers door de stad te leiden. De gemeentelijke Nota Binnenwater omvat een actieprogramma om recreatieve mogelijkheden voor het gebruik van binnenwater te vergroten, ruimte te bieden aan economische activiteiten en de zichtbaarheid van water te verbeteren. Deze gezamenlijke inspanningen dragen bij aan een positieve beleving van water in de stad en versterken de band tussen bewoners en hun leefomgeving. 4. Bewust van Haags water Om de waterdoelen te bereiken, is de betrokkenheid van inwoners, bezoekers en bedrijven nodig. Den Haag en Delfland willen luisteren naar hun ideeën en hen voorlichten over het watersysteem.

Voor de ‘bewustwording van Haags water’ wordt gericht aandacht gegeven aan de betekenis van water (oppervlakte-, grond- en afvalwater) in de directe leefomgeving. Daarnaast worden bewoners en bedrijven actief betrokken bij waterbeheerprojecten, zoals het beplanten en beheren van 'watertuinen'. Ook bij de aanpak van droogte en het terugdringen van het gebruik van drinkwater voor bewatering van planten wordt de stad betrokken.

blad 37 van 81

Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk projectnummer 477813.100 19 november 2025 revisie 04

Handhaving is ook belangrijk om het bewustzijn te vergroten. Proactieve voorlichting wordt gegeven om overtredingen te voorkomen, en standaard handhaving blijft noodzakelijk voor bijvoorbeeld afval uit boten en olielozingen. Deze gezamenlijke inspanningen zijn cruciaal om een duurzaam schoon, aantrekkelijk en veilig watersysteem te realiseren in Den Haag.

4.6.7

Rioleringsplan Uitgangspunt voor het rioleringsbeleid is het "Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 (RIS 306620, vastgesteld 17-11-2020). Het plan beschrijft voor het eerst integraal de hoofdtaken van de gemeente voor de vier watercompartimenten: afvalwater, hemelwater, grond- en oppervlaktewater waarbij de onderlinge relaties, beleid en opgaven beschreven zijn. De raakvlakken met de uitwerking van de stadsbrede klimaatadaptatiestrategie zijn opgezocht en geïntegreerd. Deze strategie wordt in een apart traject behandeld en vastgesteld. De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid voor de zorgplichten zoals omschreven in de Wet milieubeheer en de Waterwet. De zorg voor het rioolstelsel en het grond- en oppervlaktewater vindt gebiedsgericht plaats en op basis van maatschappelijk aanvaardbare kosten. De klimaatverandering zal effect hebben op de grondwaterstanden. Naast monitoring op mogelijke verhoogde grondwaterstanden zullen ook te lage grondwaterstanden nauwlettender worden gevolgd.

De bodemgesteldheid in polders, en in het bijzonder in Wateringseveld, Ypenburg en Leidschenveen (diepe polders) is ongunstiger dan in andere stadsdelen, de verwachte levensduur van de riolering is hier dan ook korter dan gemiddeld. Deze wijken liggen op veengrond en hebben een gemiddeld hoge grondwaterstand die met behulp van sloten en soms ook lokale drainage wordt beheerst. Risico van bodemdaling met invloed op riool en op gebouwen is hier het grootst. In de nieuwe planperiode wordt extra nadruk gelegd op de samenhang tussen diverse gebruiksvormen van en werkzaamheden op maaiveld en ondergronds. Fasering van wegwerkzaamheden en rioolvervanging wordt op elkaar afgestemd. Een primaire notie bij het klimaatbestendiger maken van de stad door het afkoppelen van verharde oppervlakken is het ontstenen en bij voorkeur vergroenen. Verder vormt de aanwezigheid van bomen een uitdaging voor het vervangen van de riolering. Omgekeerd stelt de aanwezigheid van riolering randvoorwaarden aan te planten bomen. Er zal een goede afstemming nodig blijven met programma's van andere partijen, zoals met name het vervangen van waterleidingen door Dunea en gasleidingen door Stedin. Dubbel ruimtegebruik is wenselijk maar stelt wel de nodige voorwaarden. Een goede en tijdige afweging van de belangen is nodig om de verschillende ondergrondse ruimtegebruikers een plek te geven.

Er is ook sterke samenhang met energietransitie: aan de ene kant kan er warmte uit de riolering en het water worden gewonnen. Aan de andere kant kan de toenemende vraag naar ruimte in de ondergrond door warmtenetwerken leiden tot een nog grotere druk op de toch al schaarse ruimte in de ondergrond.

blad 38 van 81

Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk projectnummer 477813.100 19 november 2025 revisie 04

Bij herstructureringen en nieuwbouwprojecten wordt in samenwerking met het hoogheemraadschap van Delfland een watertoets uitgevoerd. Via een waterparagraaf wordt de visie op de verwerking van afvalwater, hemelwater en grondwater en de samenhang met oppervlaktewater beschreven en worden eisen voor de verdere uitwerking verwoord. Het hoogheemraadschap hanteert hierbij de watersleutel. Deze is in 2020 vernieuwd en via de website van het hoogheemraadschap te gebruiken. Indien de ontwikkeling kan leiden tot overlast in het project of de nieuwe wijk, kunnen in een vroeg stadium passende maatregelen worden genomen om overlast te voorkomen. Meer dan de helft van het oppervlak van Den Haag is niet in bezit van de gemeente zelf. Bewoners en bedrijven zullen hun steentje moeten bijdragen om de stad water robuuster te maken. Voorbeelden van maatregelen op eigen terrein zijn het aanleggen van groene daken en het verminderen van verharding (tegels) in tuinen en op binnenterreinen. Het plan voorziet in een vermindering van verharding.

4.6.8

Betekenis van het beleid voor het plangebied Delfland streeft naar een duurzame, robuuste waterstructuur. Dat wil zeggen: er moet voldoende ruimte zijn voor waterberging, goede waterkwaliteit, waterkeringen en waterzuivering. Belangrijk uitgangspunt voor Delfland is dat de waterhuishouding door ruimtelijke veranderingen niet mag verslechteren (standstillbeginsel). Indien bij het realiseren van een ontwikkeling de waterhuishouding verslechtert, dient gezamenlijk te worden gezocht naar een oplossing. Dit kan door compensatie, bijvoorbeeld in de vorm van nieuw oppervlaktewater toevoegen in het plan, of nabij de locatie. Kansen om de waterhuishouding te verbeteren worden beschreven en overlegd en zo mogelijk benut. Veiligheid en waterkeringen Bij het onderwerp veiligheid/waterkering is de vraag of de locatie ligt in de kernzone of beschermingszone van een waterkering: een zeewering, boezemkade, polderkade of de landscheiding. In het gebied zijn geen waterkeringen aanwezig Waterkwantiteit In het plangebied is geen oppervlakte aanwezig. Watersysteemkwaliteit en ecologie In het plangebied bevinden zich geen KRW-waterlichamen. Voor een nadere beoordeling van het aspect water verwijzen we naar paragraaf 5.10 en het rapport Watertoets, Woningbouw Nieuw Houtwijk, Den Haag (Antea Group, 2025).

4.6.9

Vergunningverlening De watervergunning dekt alle activiteiten in het watersysteem. Een vergunning is nodig als activiteiten worden ondernomen in, op, boven, over of onder een oppervlaktewaterlichaam (watergang, vijver, rivier, kanaal, meer of zee) of waterkering, of als grondwater wordt onttrokken of water geïnfiltreerd wordt in de bodem. De watertoets en de vergunningverlening blijven wel twee afzonderlijk procedures. Dit betekent dat het Hoogheemraadschap bij het verlenen van een vergunning altijd aanvullende voorwaarden kunnen stellen. Als losse bijlagen is de opgestelde watertoets bijgevoegd. Initiatiefnemer zal indien nodig een watervergunning aanvragen. Dit doorloopt een separate procedure.

4.7

Verkeer en infrastructuur

4.7.1

Regionaal beleid De gemeente Den Haag maakt onderdeel uit van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). De MRDH is sinds 2015 de samenwerking van 23 gemeenten die hun krachten hebben gebundeld om het gebied beter bereikbaar te maken en het economisch vestigingsklimaat te versterken. De MRDH bestaat uit twee pijlers, de Vervoersautoriteit (Va) en Economisch Vestigingsklimaat (EV). Ter voorbereiding op de Vervoersautoriteit is in 2013 de Strategische Bereikbaarheidsagenda (SBA) voor de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) blad 39 van 81

Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk projectnummer 477813.100 19 november 2025 revisie 04

opgesteld. De SBA is nader uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid 2016-2025 die invulling geeft aan de gezamenlijke regionale mobiliteitsopgaven in de metropoolregio. In de Uitvoeringsagenda wordt een samenhangend pakket aan maatregelen voorgesteld voor de periode 2016-2025. De Uitvoeringsagenda is vastgesteld op 1 juli 2016. De Uitvoeringsagenda gaat er van uit dat het belang van het openbaar vervoer en de fiets toeneemt, mede vanwege leefbaarheid van de steden. Met het openbaar vervoer wordt voortgebouwd op het succes van RandstadRail en is de inzet om een schaalsprong te maken voor het openbaar vervoer naar de economische centra. Ook wordt ingezet op meer vraaggestuurd vervoer in combinatie met gemeentelijk vervoer voor doelgroepen op tijden en plaatsen waar het gewone openbaar vervoer geen oplossing is. Voor de fiets gaat de Uitvoeringsagenda uit van de realisatie van meer snelle routes en een uitbreiding van de fietsparkeerplaatsen. Voor het wegverkeer ligt de nadruk op een betere betrouwbaarheid door gecoördineerd verkeersmanagement en door het stimuleren van alternatieven voor spitsverkeer en het afbouwen van de noodzakelijke weginfrastructuur voor een goede bereikbaarheid van de economische centra. De Uitvoeringsagenda zet voor wat betreft de verbetering van de verkeersveiligheid in op o.a. gedragsbeïnvloeding en doelgroepenbenadering.

Op het punt van de innovatie biedt de Uitvoeringsagenda ruimte voor de toepassing van nieuwe technieken en mobiliteitsdiensten samen met het bedrijfsleven en kennisinstellingen.

4.7.2

Gemeentelijk beleid Verkeer algemeen Den Haag groeit, er komen meer inwoners, meer banen en ook meer bezoekers. Dit zorgt voor een toename van het verkeer van, naar en in de stad. Bovendien reizen mensen steeds meer en over langere afstanden. Het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Den Haag voor de periode 2010 tot 2020 met een doorkijk tot 2030, is vervat in de “Haagse Nota Mobiliteit” (Rv 115 - 2011; RIS 180762). De visie in de nota is er op gericht van Den Haag een duurzaam bereikbare en een leefbare stad te maken door er voor te zorgen dat reizigers een bewuste keuze kunnen maken voor de vervoerwijze en de route die het beste bij hen past. Gerichte investeringen in het openbaar vervoer en de fiets, goede voorzieningen voor voetgangers, en bundeling en ordening van het autoverkeer moeten er voor zorgen dat reizigers de juiste keuzes kunnen maken. Openbaar vervoer Het openbaar vervoer speelt een belangrijke rol als drager van ruimtelijke ontwikkelingen. Het dient te zorgen voor aantrekkelijke en snelle vervoerstromen tussen woon- en werklocaties, naar het centrum en andere belangrijke attractiepunten. De komende jaren staan binnen de gemeente Den Haag ingrijpende verbeteringen van het openbaar vervoer op stapel. Dat gebeurt aan de hand van de toekomstplannen van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voor het openbaar vervoer.

Deze ambitieuze plannen onder de naam 'Netwerk RandstadRail' gaan onder meer over het geschikt maken van bestaande tramlijnen voor breder trammaterieel en de aanleg van Parkeer+Reis-terreinen bij diverse stations. In de paragraaf Verkeer en infrastructuur (2.3.2 Verkeer en infrastructuur) zijn de tram-en busroutes voor het openbaar vervoer binnen het plangebied aangegeven. Dienstregeling en lijnvoering van tram en bus worden jaarlijks vastgesteld door de Vervoersautoriteit van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Onderstaande kaart over het openbaar vervoer laat het streefbeeld zien van het openbaarvervoer netwerk volgens de Haagse Nota Mobiliteit.

blad 40 van 81

Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk projectnummer 477813.100 19 november 2025 revisie 04

Streefbeeld openbaarvervoer netwerk Autoverkeer Het gemotoriseerde verkeer wil de gemeente zoveel mogelijk ordenen en concentreren op een stelsel van goed ingepaste stedelijke en regionale hoofdwegen (zie kaart “Hoofdstructuur wegverkeer” uit de Haagse Nota Mobiliteit) met voldoende capaciteit om een optimale doorstroming te waarborgen. Een vlotte doorstroming op de hoofdwegen zorgt ervoor dat het verkeer als vanzelf deze hoofdwegen kiest, waardoor de verkeersdruk op de woonwijken minder kan zijn. De hoofdwegen zorgen voor een goede bereikbaarheid van de grote concentraties van werkgelegenheid en voorzieningen in de stad vanuit de regio en verder. Tevens verbinden de hoofdwegen de stadsdelen en wijken onderling met elkaar. De hoofdwegen hebben een zodanige vormgeving en inpassing dat voldaan wordt aan de leefbaarheidseisen en milieunormen. In de woonwijken is doorgaand autoverkeer niet welkom. De wijkontsluitingswegen krijgen daarom op den duur een inrichting als “stadslaan”: wegen met een minder dominante positie voor autoverkeer en prioriteit voor langzaam verkeer en openbaar vervoer. De erftoegangswegen krijgen een inrichting als 30 km/u zone, voor zover dat nog niet gebeurd is. De “Nota Straten, Wegen en Lanen” (rv 10-2017, RIS 280303_150224) bevat een uitwerking van het beleid uit de Haagse Nota Mobiliteit voor de wegen in de gemeente.

De Nota SWL bevat de functionele eisen die gesteld worden aan de wegenstructuur, zoals een duidelijke hiërarchie in het wegennet en een voldoende afwikkeling van de verschillende verkeerssoorten. De Nota SWL beschrijft ook de wegbeelden voor de inrichting van de verschillende wegcategorieën. Die wegbeelden betreffen niet alleen het verkeer, maar hebben ook te maken met de ruimtelijke inpassing van wegen. Daarbij gaat het ook om groen, water, openbare ruimte en stedenbouwkundige structuur van de stad.

blad 41 van 81

Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk projectnummer 477813.100 19 november 2025 revisie 04

Hoofdstructuur wegverkeer Fietsverkeer Het fietsverkeer krijgt vanwege het milieuvriendelijke karakter en de fysiek zwakkere positie ten opzichte van het gemotoriseerde verkeer, bijzondere aandacht. Door het aanbieden van een aantrekkelijk hoogwaardig netwerk van veilige fietsroutes wordt het gebruik van deze vervoerswijze gestimuleerd. in 2019 is de Fietsstrategie 2040 – Ruime baan voor de fiets is vastgesteld (RIS 302960). Ambitie van de strategie is dat Den Haag een echte fietsstad wordt, voor álle Hagenaars. In 2040 is de fiets het belangrijkste vervoermiddel voor verplaatsingen in de stad. Dat betekent wel dat de infrastructuur moet meegroeien met het fietsgebruik. Dat betekent letterlijk meer ruimte maken voor de groei van het fietsgebruik. Met investeringen in voldoende capaciteit voor de rijdende en de parkerende fiets die ook bijdragen aan een aantrekkelijke inrichting van de openbare ruimte. Mede dankzij nieuwe typen fietsen, zoals de E-fiets, de bakfiets en deelfietsen is de fiets voor meer mensen en voor meer verplaatsingen een aantrekkelijke keuze. In 2040 is de (elektrische) fiets het dominante vervoermiddel voor verplaatsingen in de stad. De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in het stedelijke fietsroutenetwerk. Zowel in de realisatie van sterfietsroutes als in het opheffen van ontbrekende schakels op het hoofdroutenet.

Het fietsgebruik op de Haagse en regionale routes groeit stevig en moet in goede banen worden geleid; door de conflicten met andere verkeersdeelnemers te verminderen en door in de ruimtelijke inrichting meer prioriteit aan de fiets te geven. Binnen het stelsel van hoofdfietsroutes is een net van 'sterroutes' aangegeven. De sterroutes vormen de belangrijkste doorgaande routes die de woongebieden met het stadscentrum, de knooppunten van openbaar vervoer en het buitengebied verbinden. Onderstaande kaart toont het fietsroutenetwerk uit de Fietsstrategie Ruim Baan voor de Fiets. Daarnaast is er de nodige aandacht voor het stallen van fietsen, zowel bij woningen als bij werklocaties, maar ook bij de grotere attractiepunten zoals scholen, winkelgebieden, stations en recreatiebestemmingen. De publieke voorzieningen voor de fiets maken integraal onderdeel uit van de inrichting van de openbare ruimte.

blad 42 van 81

Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk projectnummer 477813.100 19 november 2025 revisie 04

Parkeren Het parkeren en stallen van auto's neemt een belangrijke plaats in binnen het verkeer- en vervoerbeleid van de gemeente Den Haag. Het algemene parkeerbeleid is vastgelegd in parkeerstrategie Den Haag 2021-2030 (RIS 308711) Dit beleid gaat vooral over het faciliteren van de parkeerbehoefte en het benutten van schaarse ruimte maar moet ook automobilisten prikkelen om meer met het openbaar vervoer te reizen of de fiets te pakken. Hoge stedelijke bebouwingsdichtheden zonder adequate parkeervoorzieningen leiden vaak tot een te zware belasting van de openbare ruimte. Dat geldt zowel voor woon- als werkfuncties maar ook voor locaties die veel bezoekers trekken. Behalve de noodzaak tot de verdeling van schaarse (openbare) parkeergelegenheid in een aantal gebieden in de stad, zijn mobiliteitsoverwegingen gericht op het streven naar een bereikbare en leefbare (woon)omgeving voor de gemeente aanleiding tot het stellen van parkeereisen bij nieuwe ontwikkelingen. Parkeernormen De parkeernormen en het toepassingskader ervan zijn uitgewerkt in de Nota parkeernormen Den Haag 2021 (RIS309940) en is in oktober 2021 vastgesteld. Nieuwbouw- en verbouwplannen worden aan dit beleid getoetst. Aan de hand van de parkeernormen wordt de parkeerbehoefte berekend en vergeleken met de voorzieningen die in het plan zijn opgenomen.

Het kan zijn dat in de visie van de initiatiefnemer de genormeerde parkeerbehoefte van de in het plan opgenomen functies afwijkt van de werkelijke parkeerbehoefte. Het is dan aan de initiatiefnemer om dit aan te tonen en goed te onderbouwen.

blad 43 van 81

Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk projectnummer 477813.100 19 november 2025 revisie 04

Uitgangspunt is dat de parkeerbehoefte van een bouwontwikkeling op het eigen terrein wordt opgelost. Soms is dat niet mogelijk en het is ook niet altijd strikt noodzakelijk. De gemeente kan onder andere de parkeerdruk en eventuele beschikbare parkeerruimte binnen loopafstand in de omgeving, meewegen. Dat geldt ook voor functies waarvan de parkeerplaatsen onderling uitwisselbaar zijn. Daarnaast kan de gemeente in afwijkende situaties maatwerk toepassen. Aan de hand van de informatie wordt vastgesteld hoeveel parkeerplekken de initiatiefnemer op eigen terrein moet realiseren. Bij woningbouw is het gemiddelde autobezit uitgangspunt voor de hoogte van de parkeernorm. Het gemiddelde autobezit hangt af van de oppervlakte van de woning, de plek in de stad en het type woning. Voor werken, winkels en andere voorzieningen is de functie van het gebouw en de mate van bereikbaarheid met het openbaar vervoer, bepalend voor de parkeernorm. Bij knooppunten van het openbaar vervoer geldt een lagere norm dan op plekken die minder goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. De parkeernormen worden uitgedrukt in het aantal parkeerplaatsen per woning, en bij de -meeste- overige de functies in het aantal parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak. Voor een toets aan de parkeernormen verwijzen we naar paragraaf 5.7.1.

Fietsparkeren De aantrekkelijkheid van een reis per fiets wordt mede bepaald door de beschikbaarheid en kwaliteit van de fietsparkeervoorziening bij herkomst en bestemming. Daarnaast wil de gemeente voorkomen dat de kwaliteit van de buitenruimte onder druk komt te staan doordat fietsen teveel geparkeerd worden op plaatsen met een intensief gebruik van de openbare ruimte. Om die reden gaat de gemeente uit van het faciliteren en sturen op het stallen van fietsen bij belangrijke bestemmingen of bestemmingsgebieden, zoals NS-stations en de binnenstad. Daarnaast hanteert de gemeente fietsparkeernormen bij nieuwbouw en verbouw van kantoren, bedrijven en voorzieningen. Het gemeentelijke beleid ten aanzien van het stallen van fietsen is vastgelegd in de “Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016” (RIS294386). Fietsparkeernormen De gemeente Den Haag heeft in de “Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016” normen vastgesteld voor de aanwezigheid van fietsparkeerplaatsen bij kantoren, bedrijven en voorzieningen. Deze fietsparkeernormen worden toegepast bij nieuwbouw en verbouw waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. Het hanteren van fietsparkeernormen is nodig om het fietsen in Den Haag te stimuleren en het beslag van het fietsparkeren op de schaarse openbare ruimte te kunnen reguleren.

Bij de bepaling van de fietsparkeernormen is het faciliteren van het groeiende fietsgebruik het uitgangspunt geweest. Voor het fietsparkeren bij woningen is de eis uit het Bouwbesluit van toepassing, waarin is aangegeven dat bij woningen een berging aanwezig is. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor een woongebouw kan in de aanvraag verzoeken om afwijking van de prestatie-eisen die het Bouwbesluit stelt aan buitenbergingen, anders genoemd verzoeken om toepassing van gelijkwaardigheid. In de “Beleidsregels Bergingen nieuwe woongebouwen Den Haag 2017” (RIS297288) staat aangegeven onder welke voorwaarden collectieve fietsstallingen kunnen worden gebouwd in plaats van afzonderlijke fietsbergingen per woning. De fietsparkeerbehoefte van een ontwikkeling met een niet-woonfunctie wordt berekend aan de hand van het bouwplan en de daarbij behorende parkeernorm. Voor het vaststellen van de fietsparkeereis wordt vervolgens de berekende parkeerbehoefte afgezet tegen de specifieke kenmerken en grootte van het bouwplan en tegen de omgeving van het bouwplan. Indien er concrete aanleiding bestaat om de berekende fietsparkeerbehoefte bij te stellen, is het aan de ontwikkelaar om aan te tonen op grond waarvan dat nodig is. Dubbelgebruik kan daar bijvoorbeeld een aanleiding voor zijn.

Aan de parkeereis kan op eigen terrein worden voldaan of door middel van een storting in het fietsparkeerfonds (of een combinatie). Fietsparkeerplaatsen die op eigen terrein worden gerealiseerd dienen goed bereikbaar en comfortabel te zijn. Bij afkoop van de fietsparkeereis door middel van een storting in het parkeerfonds, dient de gemeente te voorzien in de behoefte van fietsparkeerplaatsen door realisatie en exploitatie van (openbaar toegankelijke) fietsparkeervoorzieningen. Tenslotte worden de afspraken tussen ontwikkelaar en gemeente vastgelegd voor de nieuw- en verbouwplannen waarmee het beoogde gebruik van de fietsparkeeroplossingen kan worden bewaakt. Voor de woningen gelden de eisen uit het Bouwbesluit 2012. Voor een toets aan de fietsparkeernormen verwijzen we naar paragraaf 5.7.1.

blad 44 van 81

Ruimtelijke onderbouwing Nieuw Houtwijk projectnummer 477813.100 19 november 2025 revisie 04

4.8

Wonen

4.8.1

Regionale woonvisie De negen gemeenten in de regio Haaglanden vormen al jaren een gezamenlijke woningmarktregio. Na het opheffen van het Stadsgewest Haaglanden in 2014 is de samenwerking voortgezet middels een bestuurlijke tafel Wonen. Om de woningmarktregio verder te versterken is in 2017 een nieuwe een regionale woonvisie opgesteld voor de periode 2017 – 2021 (Ris-nummer 296460). De regionale woonvisie kiest er voor om te streven naar een ongedeelde regionale woningmarkt. Dit wil zeggen een woningmarkt waar er voor alle inwoners voldoende betaalbare en gewenste woningen verspreid over de gemeenten in de regio beschikbaar zijn. De regionale woonvisie benoemt daarnaast meerdere gezamenlijke opgaven op het gebied van sociale woningbouw, woningbouwprogrammering, duurzaamheid, wonen en zorg en verbetering van het bestaande vastgoed. Dit is vertaald naar de volgende doelstellingen:  Een regionaal afgestemd woningbouwprogramma, waarmee tot 2020 jaarlijks 5.000 woningen worden toegevoegd aan de woningmarktregio.  Hierbij aandacht te hebben voor de opgave om meer stedelijke woonmilieus toe te voegen.  Gezamenlijk de opgave voor nieuwe sociale woningen in de regio (circa 12.000 tot 2025) op te pakken, en gelijk ook oog te hebben voor de kwaliteit en betaalbaarheid van de huidige voorraad.  Het aandeel middeldure huurwoningen verhogen binnen het totale nieuwbouwprogramma.

 Om in 2050 tot een CO2- neutrale of energie-neutrale regio te kunnen zijn, zetten de gemeenten in op een volledige energietransitie van de gebouwde omgeving.  Regionaal is de intentie om vanaf 2018 geen woningen meer te bouwen met een aardgasaansluiting.  Intensievere samenwerking op het gebied van wonen en zorg. Dit middels een uniform registratiesysteem voor aangepaste woningen, en het gezamenlijk afspreken van het uitgangspunt dat wanneer een bewoner uit de regio wil verhuizen naar een andere gemeente in de regio, hun zorg- en/of begeleidingstoekenning moet kunnen meeverhuizen.

4.8.2

Woonvisie Den Haag 2017-2030 Het woonbeleid is vastgelegd in de Woonvisie Den Haag 2017-2030 (RIS296833, 29 juni 2017). Den Haag is een groeiende stad in een tijd waarin veranderingen steeds sneller gaan en die de maatschappelijke en economische verhoudingen blijvend veranderen. Het is een uitdaging om mensen, bedrijven en banen aan de stad te blijven binden. Om een fijne, leefbare en groene woonstad te blijven moeten we zorgen dat de sociaaleconomische verschillen niet te groot worden en moeten we overstappen op een nieuwe vorm van energievoorziening. Den Haag heeft een gunstige uitgangspositie als aantrekkelijke woonstad. De unieke ligging aan zee, het levendige centrumgebied, prettige woonwijken en een sterk internationaal profiel. Om deze positie nog verder te versterken zet de woonvisie in op een 'stedelijke, attractieve en inclusieve stad in 2030'. Dit betekent dat Den Haag meer onderscheidende en aantrekkelijke stedelijke woonmilieus biedt, dat wonen in de stad betaalbaar is voor iedereen én wijken op de toekomst zijn voorbereid en meer gemengd zijn. Het (sloop-)nieuwbouw, transformatie- en verbeterprogramma geeft ruim baan aan deze ambitie en volgt de groei van de stad. De gemeente Den Haag gaat voor de langere termijn uit van een jaarlijks netto bouwprogramma van 2000-2500 woningen. De ruimte om te groeien is beperkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16560157/1