RIS324369 Notulen van de raad van 4 december 2025
Tekst van het document
Ik geef u nogmaals aan dat wij kijken in de afweging, en die afweging mag je altijd nog maken: gaan we handhavend optreden, ja of nee? Je hebt altijd een belangenafweging te maken, en in dezen laten wij het belang van de kinderen en de ouders prevaleren. Jan Willem van den Bos (PvdD). Het wordt helaas een moeilijk navolgbaar verhaal. In de brief die het college heeft gestuurd, wordt aangegeven: de reden dat het buiten de vergunning is, is dat op last van de gemeente die kast is verplaatst. Ik vraag me af: als we dan gaan handhaven, handhaven we dan tegen de gemeente, tegen het eerdere besluit? Wethouder Verschuure (D66). Ik heb de brief hier niet voor me liggen, dus in die zin kan ik daar niet aan terug refereren. Het enige wat ik hier kan … Ja, ik kan 'm even gaan lezen. Dan moet ik even gaan schorsen, als dat de vraag is. Ik denk dat het de overweging niet gaat veranderen. De kast is te groot voor de vergunning. Dat hebben we eerder al toegegeven, ook in de commissie. We maken de belangenafweging dat we nu niet willen gaan handhaven, omdat de impact daarvan te groot is. Het argument blijft hetzelfde. Jan Willem van den Bos (PvdD). Ik denk dat het een relevante vraag is. Ik kan me het punt van de heer De Ridder heel goed voorstellen: als het buiten de regels is, zou je toch moeten handhaven? Eerder werd gecommuniceerd dat het is aangelegd conform de vergunning.
De gemeente heeft toen 71
gevraagd of vervolgens de vergunning niet verandert. Om te weten hoe ik over zo'n motie moet stemmen, moet ik natuurlijk wel kunnen snappen of er inderdaad gehandhaafd kan worden en hoe het allemaal is gelopen met die kast. Wethouder Verschuure (D66). Volgens de mij bekende informatie op dit moment is de kast te groot. De heer Dubbelaar heeft dus een punt dat die niet voldoet aan de vergunning. Dat is de informatie die ik heb. Wij hebben als college vervolgens een afweging gemaakt: het belang van de handhaving ten opzichte van de inbreuk en het gevolg van die handhaving. Die belangenafweging maak je ook als college in dezen. Daaruit trekken wij de conclusie dat het belang van handhaving niet opweegt tegen de impact die dit gaat hebben en de gevolgen daarvan. Daarom kiezen wij ervoor om daar op dit moment geen prioriteit aan te geven. Dat was de tweede motie. Joren Noorlander (D66). Ik wil toch nog een vraag stellen aan het college. Die kast staat nu in het zicht. Dat is gewoon niet zo mooi. Het is een monument, een belangrijke plek voor de Binckhorst. Eigenlijk zou je willen dat die kast aan het zicht wordt onttrokken.
Kan het gesprek niet worden aangegaan met de eigenaar van het pand: hoe kunnen we er nou voor zorgen dat die kast ergens komt te staan waar je die niet te zien krijgt vanaf de Binckhorstlaan of vanaf de achterkant, zodat je een mooi monument te zien krijgt, een belangrijke plek op de Binckhorst? Kan de wethouder dat toezeggen? Wethouder Verschuure (D66). Ik vrees dat ik in herhaling ga vallen. Het hele probleem gaat er eigenlijk over dat die kast op het dak staat, dat die te groot is, dat die daarmee inbreuk maakt op het monument en dat daarmee die kast niet voldoet aan de vergunning. Op zich zou je eigenlijk moeten handhaven; daar geef ik de heer Dubbelaar en de heer Noorlander gelijk in. Vervolgens hebben wij de volgende afweging gemaakt. Als je gaat handhaven, dan vinden we de impact op de kinderopvang en daarmee de huurders, de ouders en de kinderen te groot, en daarom zien we nu van handhaving af. U vraagt of die kast er niet af kan. Dan zou het gebrek opgeheven zijn. We hebben dat gesprek gevoerd. Maar de luchtbehandeling, die voorwaardelijk is voor het kunnen functioneren van de kinderopvang ter plaatse, voldoet dan niet meer. Dat is tot nu toe geen mogelijkheid gebleken. De vraag is dan: waar blijven we? Joren Noorlander (D66).
Volgens mij bestaat er ook een mogelijkheid om zo'n kast in te passen, misschien te camoufleren of in ieder geval te zorgen dat die goed bij het monument past. Zou het college daarnaar willen kijken? Wethouder Verschuure (D66). Ik wil daar natuurlijk naar kijken. Ik wil natuurlijk ook nog een keer die vraag stellen. Ik vrees alleen dat het antwoord daarop nog steeds zal zijn dat als je de kast bij wijze van spreken in een andere kleur verft, hij nog steeds een impact heeft en nog steeds niet voldoet aan de vergunningsvoorwaarden. We kunnen deze vraag nog een keer stellen, maar dat laat onverlet dat zoals de kast nu is, hij daar eigenlijk niet mag staan. U heeft dus een punt, maar wij maken een andere afweging en laten het belang van de kinderen en de ouders prevaleren. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik begrijp niet waarom de wethouder de wet niet gewoon wil handhaven. Creëren we hier niet een precedentswerking naar andere ontwikkelaars die dan activiteiten gaan ontplooien in rijksmonumenten die niet conform onze regels zijn? Wethouder Verschuure (D66). Wij moeten altijd een belangenafweging doen bij handhavingsvraagstukken. Dat gebeurt op meerdere plekken. Ik heb u al meerdere keren gelijk gegeven dat je eigenlijk zou moeten handhaven.
Maar in de belangenafweging die wij maken, kiest het college op dit moment ervoor om het belang van de kinderen, de ouders en de kinderopvang, dus de huurder, te laten prevaleren ten opzichte van het belang van handhaving ten opzichte van de eigenaar van het pand, die in overtreding is. Dat is een belangenafweging die wij als college ook kunnen maken in dezen. Als u als raad mij ertoe dwingt om dit te gaan doen, dan gaan we dit doen. Maar dan is dit de consequentie en dat weet u dan.
72
Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). In de brief die de voorganger van de wethouder naar de raad stuurde, worden de hoge kosten aangehaald. De wethouder brengt nu een ander argument in. Dat vind ik een beetje vaag. Wethouder Verschuure (D66). Die kosten zijn wellicht eerder ook een overweging geweest, maar dit is de overweging die ik in ieder geval nu aan u meegeef. De voorzitter. Laatste keer, meneer Dubbelaar. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik heb ook contact gehad met installateurs en het kost inderdaad gewoon geld. Sinds wanneer is de portemonnee van de overtreder leidend in het handhaven van een overtreding in Den Haag? Wethouder Verschuure (D66). In mijn overwegingen heb ik dat niet als belangrijkste argument aangegeven. U heeft hier natuurlijk meerdere keren het debat over gevoerd met mijn voorganger Van Asten; ik heb de data ook genoemd. Toen zijn dit wellicht de overwegingen geweest. Ik geef in de appreciatie van de motie die nu voorligt aan dat wij de belangen van de kinderopvang, de ouders en de kinderen laten prevaleren boven de andere argumenten. Ik kom bij motie Q.14 van de heer De Ridder, Oplossingen voor het oprapen, over Maison Kelder. Ik ben daar gisteren geweest. Ik heb ook al vier keer in de afgelopen drie weken gebak mogen eten van Maison Kelder. Ik kan u zeggen: dat smaakte goed en naar meer.
Het staat wat ons betreft dan ook als een paal boven water dat dit prachtige bedrijf voor Den Haag behouden zou moeten blijven, het liefst op de Binckhorst. Ik wil hierbij opmerken dat er al meerdere gesprekken met Maison Kelder zijn verplaatst door de ambtelijke organisatie, maar ik was er in ieder geval gisteren. Ik had dan ook het genoegen om kennis te maken met de heer Kaptein. Het was een goed gesprek. We gaan verder met elkaar in gesprek over de toekomst. In januari wordt hier verder over gesproken, dus eigenlijk doe ik al wat de heer De Ridder mij heeft gevraagd in deze motie. Ik kan de motie dan ook aan de raad laten. Ik kan u ook op voorhand toezeggen dat ik u eind Q1, begin Q2 een voortgangsbericht zal sturen over hoe we hiermee verdergaan. De motie is aan de raad wat mij betreft. Rutger de Ridder (VVD). Dat is prachtig, maar de laatste inkleding is wel wat ingewikkeld. In mijn motie staat 'de raad hierover uiterlijk eind januari te informeren'. Waarom zou het zo lang moeten duren voordat er een voortgang is? Ik ben blij dat de wethouder in gesprek gaat, maar waarom de vertraging? Wethouder Verschuure (D66). Ik zou willen zeggen dat er geen vertraging is, maar dat ik eigenlijk al heb gedaan waar de motie toe oproept, namelijk het gesprek aangaan.
Dat heb ik gedaan, dus ik kan u al mondeling een terugkoppeling geven dat we in januari verdergaan met de uitwerking et cetera. Ik kan dat ook in januari nog een keer opschrijven, maar geeft u mij meer tijd en dan kan ik u begin Q2 een voortgangsbericht sturen over wat dat gesprek vervolgens heeft opgeleverd. Als ik u in Q1 eerst nog een berichtje moet schrijven dat we dat gesprek zijn aangegaan, dan denk ik dat ik u niet veel verder help, want dat gesprek gaan we nu aan. Als u mij toestaat om u begin Q2 een bericht te sturen over wat dat gesprek verder heeft opgeleverd, dan hoeven we in Q1 niet te zeggen dat we dat gesprek zijn aangegaan. Rutger de Ridder (VVD). Dat zijn dan nog vier maanden om aan ons te rapporteren wat het resultaat is van een gesprek. Dat lijkt me echt heel gek. Als dat de manier is waarop het college functioneert, dan gebeurt er dus niets in deze stad. Dat is misschien een beetje hard, maar het is nu begin december. Begin Q2 wordt er iets gecommuniceerd; dan zitten we in april. Dat kan toch niet? Wethouder Verschuure (D66). Volgens mij gaat het heel snel, want dat gesprek heeft gisteren al plaatsgevonden. Met alle respect, het is bijna kerstreces. We hebben met elkaar afgesproken om begin januari een vervolggesprek te voeren. Dat is een ambtelijk gesprek. Vervolgens leidt zoiets, hoop je, tot een resultaat.
Als het tot een resultaat leidt, dan zou ik daar eind Q1, begin Q2 over terug willen koppelen. Dat is in deze termen best wel snel. 73
De voorzitter. Laatste keer, meneer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Dat is misschien in de termen van deze wethouder heel snel, omdat hij hier net zit. Maar deze kwestie sleept natuurlijk al jaren. Ik vind het prachtig dat de wethouder in gesprek is gegaan. Ik vind het prachtig dat er begin januari ambtelijk een tweede gesprek is. Ik wil best iets meer ruimte geven in de motie, maar ik hamer er echt op dat de raad niet begin Q2 maar uiterlijk Q1 geïnformeerd wordt. Wethouder Verschuure (D66). Het is bijna Sinterklaas. Laten we daar dan gewoon mee instemmen. Einde Q1 krijgt u van ons een bericht. Ik heb hier motie Q.9 van de heer Ahraui, Help makers op de Binckhorst. Ook daarvan kan ik zeggen dat we eigenlijk best voortvarend aan de gang zijn gegaan, want we gaan doen waar hij toe oproept. Per 1 januari start een bedrijfscontactfunctionaris voor de Binckhorst en Laak en wordt de inzet geïntensiveerd. Die functionaris had namelijk tot nu toe een veel groter gebied, maar specifiek de Binckhorst krijgt nu meer aandacht. We starten ook met een inloopspreekuur, een pilot per 1 januari. Dat zal waarschijnlijk 2 januari zijn, want 1 januari wordt er denk ik nog niet gewerkt. Die wordt ook structureel ingezet als eerste aanspreekpunt.
Misschien kan ik die twee dingen wel combineren in één brief: de brief die ik de heer De Ridder heb toegezegd met de brief die ik u toezeg om u in Q1 2026 te informeren over de eerste ervaringen. Wellicht mag ik u vragen om de motie dan aan te houden tot dat moment. En anders is ze aan de raad. Samir Ahraui (PvdA). We wilden deze motie in juni al indienen, maar toen werd er verwezen naar het Binckhorstdebat. Het is goed dat het college in de tussentijd al voortvarend aan de slag gegaan. Ik zou dan wel graag in de brief die net is toegezegd - dat is heel erg fijn - ook nader kunnen teruglezen wat die bedrijfscontactfunctionaris echt heeft afgesproken met de stakeholders op de Binckhorst. Met de vaart die wethouder Verschuure net aangeeft, kunnen we dan ook een beetje grip krijgen op wat er gaat gebeuren. Met die toezegging zou ik de motie kunnen aanhouden tot die brief, maar dan wil ik meer duidelijkheid hebben over wat we daar dan in teruglezen. Wethouder Verschuure (D66). Dat lijkt me een goed idee. Hij gaat starten, dus ik ben heel benieuwd. Ik denk dat we dan in die brief ook kunnen zeggen hoeveel gesprekken er inmiddels zijn geweest en of dat tot resultaten heeft geleid. Samir Ahraui (PvdA). Dan houd ik deze motie aan in afwachting van de brief die is toegezegd. De voorzitter. Aangezien motie Q.9 PvdA is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging.
Wethouder Verschuure (D66). Dan kom ik op motie Q.6 van mevrouw Klokkenburg, ingediend samen met GroenLinks en de SP, Snelle borging deelmobiliteit. Ook die zie ik toch een beetje als ondersteuning van beleid. In het verlengde van het debat dat mijn voorganger hierover heeft gevoerd, is gezegd dat het op dit moment voor de eerste fase van de 5.000 woningen nog niet mogelijk was om dit juridisch af te dwingen. We zijn met allerlei ontwikkelaars in gesprek over de plannen die wij nu aan het maken zijn om deelmobiliteit daadwerkelijk aan te bieden en vast te leggen in de plan- en beleidsregels. Uitgangspunt eerder was om de parkeerplaatsen aan te bieden, maar wij trekken wel lering uit de eerste fase. Het gaat weliswaar om parkeerplaatsen, maar ze worden nog niet aangeboden. Dat moet in de tweede fase wel gebeuren. De tweede fase komt in Q1 '26 uw kant op. We gaan het IGP, het ruimtelijk kader, ook vertalen naar het omgevingsplan. We willen daarbinnen de juridische borging van de deelmobiliteit steviger vastleggen, bijvoorbeeld voordat we goedkeuring gaan geven aan de gebiedspaspoorten. Wat mij betreft is de motie ondersteuning van beleid. Ten slotte heb ik nog motie Q.7 van de heer Noorlander van D66, Focus op impacteconomie. Deze willen we ook aan de raad laten. Het is hartstikke goed om mee te betrekken dat de impacteconomie hier belangrijk is, sowieso in Binckhaven.
Wat ons betreft gaan we daarmee verder aan de slag. 74
Lesley Arp (SP). Wat betekent het als deze motie zou worden aangenomen? We hebben best wel veel uitvoerige debatten gehad over bedrijven uit de Binckhorst die door de herontwikkeling moeten verhuizen en dan weer op zoek zijn naar een plek in de Binckhorst. Ik was wel benieuwd: als deze motie wordt aangenomen, wat prevaleert dan? De impacteconomie aantrekken of die bedrijven ook een plek geven? Wethouder Verschuure (D66). Voor zover ik heb begrepen, is het bedrijf dat de heer Noorlander noemde een van de bedrijven die ook in het gebied zit. Het is natuurlijk belangrijk om je te realiseren dat sommige bedrijven meer impact hebben op de economie, innovatiever zijn et cetera. Die wil je misschien net iets meer koesteren dan bedrijven waar er al heel veel van zijn, om het maar zo te zeggen. Daar zul je je dan misschien meer op moeten en willen richten. Lesley Arp (SP). Gegeven de ideologie en de uitgangspunten van mijn partij was dit eigenlijk reden voor de SP om de motie dan waarschijnlijk niet te gaan steunen, maar goed. We hadden het in het debat over de Binckhorst de afgelopen jaren best wel veel over de maakindustrie, bedrijven met een relatie tot de Binckhorst, familiebedrijven. Die zoeken ook een plek op de Binckhorst. Mijn fractie zou dus niet willen dat impacteconomie ineens toch belangrijker wordt gevonden na al die jaren discussie daarover.
Dat hoor ik toch een beetje in het antwoord van de wethouder. Wethouder Verschuure (D66). Dat wil ik me dan toch niet helemaal laten zeggen, want ook familiebedrijven en ook de maakindustrie dragen wij echt een warm hart toe. Bij sommige bedrijven denk je wel: die zijn minder makkelijk verplaatsbaar en die hebben meer impact in de impacteconomie. Die wil je soms nog iets meer behouden, maar ik snap wat u zegt. We gaan ermee aan de slag. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Voorzitter. De Binckhorst is een belangrijk gebied in onze stad, een belangrijke ontwikkeling. Het is goed dat we daar veel moties over hebben. Ik behandel ze ook in de volgorde van indiening. Ik begin bij de motie Q.3 van Hart voor Den Haag, Herziening Nota Parkeernormen. Het college heeft toegezegd om de Nota Parkeernormen te gaan herzien, dus in dat opzicht is de motie overbodig. Vervolgens vult de motie eigenlijk in wat we nu al aan het onderzoeken zijn en loopt die vooruit op hoe je dat precies zou moeten doen. Daar lopen nu allerlei onderzoeken naar. Ik zou op voorhand niet willen zeggen dat de suggesties die hierin staan de beste oplossingen zijn. Met begrip voor de motie wordt die toch ontraden, want ze geeft nu al te veel invulling aan wat de mogelijke uitkomst gaat zijn. Dan ben ik bij motie Q.1 van Hart voor Den Haag, Binckhorst aanhaken bij Gemeentelijk Parkeerbedrijf.
Het voornemen van het college is nog steeds om u nog dit jaar te rapporteren over de motie Parkeerbedrijf Den Haag Zuidwest. Alvast een kleine sneak preview. Het college is voornemens om niet per stadsdeel een parkeerorganisatie op te richten, maar om dat gemeentelijk te gaan doen. Daarmee is wat in deze motie staat eigenlijk ondersteunend aan de richting die we op dit moment al aan het uitwerken zijn. In dat licht kan het college deze motie aan de raad laten. Dan ben ik bij motie Q.12 van de VVD, Binckhorst verdient tijdelijke parkeeroplossing. Deze motie wil ik graag ontraden. We werken hard aan tijdelijke parkeeroplossingen. Wat het college betreft is de afspraak die we op dit moment met Q-Park zouden kunnen maken daar een heel belangrijk onderdeel van. Zoals ook collega Verschuure heeft aangegeven: hele dure voorzieningen gaan bouwen op tijdelijke terreinen voor hele korte tijd, dat zijn desinvesteringen. En vanwege de Wet markt en overheid ga je niet onder de prijs uitkomen waar we nu met Q-Park een beetje op uitkomen. We zullen de kosten moeten doorberekenen aan de bewoners, dus die gaan daar geen voordeel aan ontlenen. Vanwege die redenen zou ik deze motie graag willen ontraden. Rutger de Ridder (VVD). De wethouder zegt dat de Wet markt en overheid hier een rol in speelt. Ja, natuurlijk speelt die altijd een rol, want het is een wet.
Maar dat wil niet zeggen dat de parkeertarieven die Q-Park rekent, ook de omslag die zij nodig hebben, de percentages zijn die wij zouden moeten
75
kunnen halen met de investering. Dat zal vele malen lager liggen. En we hebben dit in het verleden ook al gedaan. Een verre voorganger van u van rechtse signatuur. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). De vergelijking met wethouder Smit, die dat destijds in Leyenburg heeft gedaan, schijnt toch niet helemaal op te gaan. Wij zijn gebonden aan de Wet markt en overheid. Neem bijvoorbeeld zo'n parkeerdek, waar we in de commissie uitgebreid over hebben gesproken met uw fractievertegenwoordiger, op het parkeerterrein bij de Fokker Terminal. Dat parkeerterrein zal ook maar voor een aantal jaren beschikbaar zijn voor parkeren, want daar gaan in de volgende fase van de Binckhorstontwikkeling ook bouwontwikkelingen plaatsvinden. Dan moet je dus hele hoge investeringen doen. Als je dat doorrekent, dan kom je niet onder de tarieven uit die we nu met Q-Park kunnen afspreken. Nogmaals, daar zou het college niet voor zijn. Rutger de Ridder (VVD). Heeft het college hier een lichte toets gedaan of heeft het dit echt onderzocht? Het is voor mij niet duidelijk of wat de wethouder zegt juridisch hout snijdt en financieel klopt. Ik moet de wethouder geloven, maar ik denk dat het gewoon een lichte toets is. Kunnen we dat niet gaan uitzoeken? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). We hebben de businesscase inderdaad niet doorgerekend, maar zo'n parkeerdek komt uit op zo'n € 10.000 per parkeerplaats.
Als je dat in drie, vier jaar moet terugverdienen inclusief beheerkosten - het zijn natuurlijk niet alleen de investeringskosten, maar er moet ook beheer plaatsvinden - dan kan ik u garanderen dat je niet onder de € 150 uitkomt die we nu kunnen afspreken voor de mensen die nu op zoek zijn naar een beter betaalbare parkeerplaats, plus dat het nog een halfjaar tot een jaar duurt. We kunnen nu de mensen tegemoetkomen met afspraken met Q-Park. Anders schuift het door in de tijd en zijn de mensen in de tussentijd sowieso aan een hoger parkeertarief gebonden. Dit is ook maar weer voor de tijdelijkheid en het gaat in tegen het hele beleid, tegen de uitgangspunten die we met elkaar hebben afgesproken over de Binckhorstontwikkeling. Dat zijn vier argumenten om dit niet te willen. De voorzitter. Laatste keer, meneer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Precies dat laatste wat de wethouder zegt is dus waar het echt om draait: het college wil het niet, want het past niet in de visie van het college voor dit gebied. Zeg dat dan aan het begin. Waar een wil is, is een weg. Als je gaat uitzoeken wat het kost en wat het kan opleveren, ook op de langere termijn, misschien niet voor tientallen jaren maar wel voor een aantal jaar in die tijdelijkheid, kan dit bewoners helpen. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Nee, dat is een onjuiste voorstelling van zaken. Dit gaat de bewoners niet helpen.
Lesley Arp (SP). Ik ben eigenlijk wel verbaasd dat de wethouder steeds verwijst naar die Q-Parkdeal. Volgens mij is die Q-Parkdeal juist een instrument waarmee Q-Park wil zeggen: er kunnen geen tijdelijke parkeerplekken in de buurt van onze garage bij komen. Hoe kan dat dan een oplossing zijn voor het probleem wat de VVD hier probeert te adresseren met de motie? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Het is niet zo dat Q-Park deze eisen aan ons stelt. Als dat beeld dreigt te ontstaan, dan wil ik dat met klem tegenspreken. Het is nooit beleid geweest om tijdelijke parkeerplaatsen te bouwen. Als je naar de businesscase gaat kijken, wetende dat als we dit als overheid gaan doen, we verplicht zijn om ten minste de kostprijs door te rekenen aan de toekomstige gebruikers, dan komen we op tarieven uit die, met nog drie andere redenen erbij waarom dit onverstandig is, geen aantrekkelijk alternatief zullen zijn voor de bewoners. Lesley Arp (SP). Zoals ik het zie, vraagt de VVD met deze motie om een plan te maken. Waar ik bang voor ben, is dat het college eigenlijk kiest voor stilstand. Ik wil ook memoreren wat de wethouder zei, namelijk dat er geen tekort aan parkeerplekken is. Dat is volgens mij feitelijk onjuist. Er is niet voldaan aan de bestaande Nota Parkeernormen, wat je verder ook van die nota mag vinden, 76
zeg ik tegen de heer Dubbelaar. Maar er is een tekort ten opzichte van de Nota Parkeernormen. Volgens mij is er dan feitelijk een tekort en moeten we dat oplossen, ook met tijdelijke parkeerplekken. Of ziet de wethouder niet dat er een tekort is? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Nee, er is op dit moment geen tekort aan parkeerplaatsen. We gaan alsnog kijken, ondanks dat het juridisch heel ingewikkeld is, op welke manier we deelmobiliteit toch van de grond kunnen krijgen in de complexen waar we het nu over hebben. Daar gaan we dus ook aan werken. Het probleem dat de bewoners nu ervaren, is dat ze op die ene locatie bijna € 300 moeten betalen voor een parkeerplaats. Dat vindt dit college inderdaad exorbitant veel. We zijn geen partij in dezen, want dit zijn afspraken tussen de verhuurder en de bewoners. Maar we hebben geprobeerd te bemiddelen en we zijn met Q-Park op een halvering van dat tarief uitgekomen. Dat is waar we op dit moment staan. De voorzitter. Laatste keer, mevrouw Arp. Lesley Arp (SP). Ik zou de wethouder echt met klem willen aanraden om de reactie van de bewoners op het recente debat terug te lezen, want het probleem is niet beperkt tot één parkeergarage. De wethouder kan zeggen dat er geen parkeerprobleem is omdat een aantal plekken leegstaan.
Dat komt omdat die plekken heel duur zijn, maar ook omdat mensen in Voorburg en bepaalde delen van de Binckhorst nog gratis kunnen parkeren. Op een gegeven moment gaat dat ophouden. Dan krijg je het probleem dat mensen gedwongen worden om in die dure garages te gaan parkeren. Dat past niet allemaal in die ene garage van Q-Park. Hoe ziet de wethouder dat voor zich? Volgens mij laten we de mensen bungelen als we geen tijdelijke parkeerplekken ontwikkelen. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Nee, het college ziet dat echt anders. Er gaan een aantal ontwikkelingen plaatsvinden. Er is nu in een heel klein deel van de Binckhorst betaald parkeren. Wat het college betreft gaan we per 1 juli in de hele Binckhorst betaald parkeren invoeren. Daar vragen heel veel mensen ook om. We gaan het openbaar vervoer verder ontwikkelen. Eind volgend jaar ligt de busbaan er hopelijk - collega Verschuure is daar druk mee bezig - waardoor de bus weer gaat rijden. We gaan deelmobiliteit verder ontwikkelen. De wereld staat tot die tijd niet stil. Hinke de Groot (CDA). De wereld staat misschien niet stil, maar we zien wel dat er nu een probleem is op de Binckhorst. Het ov is nu nog niet op orde. Dat willen we in de toekomst natuurlijk wel. We willen ook naar hubs gaan om te parkeren, maar op dit moment hebben bewoners een probleem. Ik denk dat bereikbaarheid een hele belangrijke basisvoorziening is.
En we zien dat er een tekort aan parkeerplekken is. Ik vind het een sympathieke motie om te kijken wat er verder mogelijk is. We hebben langjarige ontwikkelingen op de Binckhorst. We hebben ook in andere delen van de stad gezien dat tijdelijke oplossingen een mogelijkheid zijn. Wat is de consequentie als we deze motie aannemen om in ieder geval te kijken wat daar kan? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). De consequentie zal zijn dat we de afspraak met Q-Park niet gestand kunnen doen zolang we dit aan het onderzoeken zijn. Als boven de markt hangt dat wij tijdelijke parkeerplaatsen zouden gaan ontwikkelen, dan zal Q-Park het aanbod dat ze doen niet gestand doen. Hinke de Groot (CDA). Het kwam zonet ook al even voorbij in een interruptiedebat met de heer De Vuyst. Bijvoorbeeld bij de venstertijden heeft de gemeente ook gezegd dat niet te kunnen waarmaken. Waarom heeft u hier ook niet gezegd: we kunnen dit niet, we willen wel het recht behouden om nog steeds te kijken naar zo veel mogelijk oplossingen zodat er een parkeeroplossing is voor de bewoners? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Vanwege een aantal argumenten. Voor de bewoners is het belangrijkste argument dat als we zelf tijdelijke parkeeroplossingen gaan ontwikkelen, je niet onder een bewonerstarief van € 150 per maand uit gaat komen. Dit is dus het meest aantrekkelijke tarief wat er mogelijk is.
Daar zijn geen extra parkeerplaatsen voor nodig. Nee, daar is voor nodig dat die prijs zo snel mogelijk naar € 150 gaat. Dat kunnen we nu met Q-Park overeenkomen. 77
De voorzitter. Laatste keer, mevrouw De Groot. Hinke de Groot (CDA). Het is natuurlijk mooi als een tarief lager wordt, met € 100 euro minder. Maar dat ontslaat ons niet van de verantwoordelijkheid om te kijken hoe we daar echt een oplossing kunnen vinden voor het parkeren. Deze motie zegt niet, zoals andere moties: ga het nu regelen. Ze zegt volgens mij vooral: kijk goed naar wat er qua tijdelijke gebouwen mogelijk is. Dan kunnen we ook goed naar de onderbouwing kijken. Ik snap niet zo goed waarom dat onderzoeken die deal in de weg zou staan. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dat heb ik net geprobeerd uit te leggen. Zolang dit onderzoek loopt, zal Q-Park de tarieven niet naar beneden brengen. Dan betalen bewoners € 300 in plaats van € 150 als ze daar hun auto willen parkeren. En onderzoek? We kennen dit gebied op ons duimpje. De percelen die daarvoor in aanmerking zouden komen, zijn perceel 3A - daar heeft collega Verschuure zojuist wat over gezegd - en de parkeergarage naast de Fokker Terminal. Daar zal je dan een meerlaags parkeerdek moeten bouwen, en dan schiet je al heel snel over die € 150 per maand heen. Ik kan de uitkomst van het onderzoek ook al bijna uittekenen. Dit onderzoek heeft geen meerwaarde wat het college betreft. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag).
Ik ben benieuwd: wat is de impact van het aanbod van QPark op de realisatie van een gemeentelijk parkeerbedrijf? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik weet niet of ik de vraag goed begrijp. Voor de bestaande complexen in Binckhorst fase 1 heeft uw raad ervoor gekozen om aan de ontwikkelaars de opdracht te geven om volgens marktconform tarief parkeerplaatsen te ontwikkelen. Het is aan de ontwikkelaar om daar een exploitant bij te zoeken. Dat is Q-Park geworden. Q-Park voert de opdracht van de ontwikkelaar uit. We kunnen nu een afspraak maken over deze tarieven. De hubs die we gaan ontwikkelen vanuit ons eigen parkeerbedrijf, zijn ook onderdeel van de ontwikkelingen van de Binckhorst. Dat staat in de gebiedsvisies, dus daar zit verder geen relatie tussen. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik krijg de indruk dat het aanbod van Q-Park de doodsteek is voor de realisatie van een gemeentelijk parkeerbedrijf op de Binckhorst. Daar zit namelijk een soort concurrentieverbod in. Is de wethouder dat met mij eens? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik ben heel blij dat deze vraag gesteld wordt, want dat is echt niet het geval. Het is geen kwestie van of ik het ermee eens ben of niet. Nee, de ontwikkeling van de parkeerhubs betreft niet de tijdelijke parkeerplaatsen. In die context hebben we met Q-Park erover gesproken dat die ontwikkelingen niet door zouden mogen gaan.
Dank voor de mogelijkheid om dat te verduidelijken. Joren Noorlander (D66). Nu parkeert er bijna niemand in de garage Binck City Park, want dat is gewoon duur. Als het straks € 150 wordt, dan willen mensen waarschijnlijk wel in de garage staan. Het zou kunnen dat er niet meer mensen een auto hebben dan het aantal plekken. Dan voorzien we gewoon in de behoefte. Maar wat nou als er dan een tekort is? Wat gaat het college dan doen? Want we hebben geen plekken die vervangen zijn door deelvervoer en we hebben ook niet het deelvervoer waardoor er minder plekken gerealiseerd zouden zijn. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Een acceptabel tarief zou al een hele mooie eerste stap zijn. Want € 150 per maand is natuurlijk nog steeds een fors tarief, maar het is in ieder geval fors minder dan de € 300 die nu gevraagd wordt. Ik denk dat het ook past bij het type ontwikkeling van de Binckhorst. Het zou dus heel mooi zijn als mensen van de mogelijkheid gebruik gaan maken om een contract af te sluiten met Q-park om daar hun auto neer te zetten. We gaan pas per de zomer volgend jaar betaald parkeren invoeren. De bus gaat dan ook beter rijden. We gaan deelmobiliteit ontwikkelen. Deze ontwikkeling gaat gewoon door. Het college verwacht niet op voorhand dat er daar een enorm tekort aan parkeerplaatsen zal zijn. 78
Joren Noorlander (D66). Als ik het goed begrijp, verwacht het college dat er plekken blijven bestaan in de parkeergarage omdat er minder vraag is naar parkeerplaatsen. Dat zou natuurlijk een ideale uitkomst zijn, want dan hebben we helemaal geen probleem op de Binckhorst en zijn er genoeg plekken. Maar heeft het college nagedacht over vervolgstappen op het moment dat het wél vol blijkt te staan en we geen deelvervoer aanbieden of de parkeerplaatsen die daarvoor zijn geschrapt? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ook op basis van het type woningen heeft het college niet op voorhand het gevoel dat er hier een enorm tekort aan parkeerplaatsen zal zijn. Het betreft deels studentenwoningen, waarvan je mag aannemen dat het autobezit daar relatief is. Ik denk dat stap één nu vooral is om ervoor te zorgen dat de bewoners naar een acceptabel tarief kunnen. Die mogelijkheid hebben we nu, omdat we met Q-Park stevige gesprekken hebben gevoerd. De voorzitter. Laatste keer, meneer Noorlander. Joren Noorlander (D66). Ik ben het helemaal eens met de wethouder dat we moeten gaan voor dat lagere tarief. Dat is hartstikke goed voor de bewoners van de Binckhorst, dus dat is helemaal goed. Ik vraag me alleen nog af hoe we dan de parkeerdruk daar in de parkeergarage monitoren en of wat wij hebben gedaan voldoende is.
Kan het college aangeven dat het ons zal meenemen of ons zal informeren op het moment dat de parkeergarage vol blijkt te staan en er bijvoorbeeld nog geen deelauto's zijn? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dat lijkt me een hele terechte vraag. Ik zeg dat graag toe. We moeten natuurlijk de vinger aan de pols houden. Ik zeg ook toe dat we, ook samen met collega Verschuure, met de bewoners in gesprek blijven. Er is weer een nieuwe afspraak in de maak. We blijven dit volgen en we zullen ook de bewoners beter betrekken - ik wilde zeggen 'blijven betrekken' bij de stappen die we gaan zetten. Daar heb ik in de commissie ook wat over gezegd. We zullen zeker ook na het invoeren van betaald parkeren daar scherp de vinger aan de pols houden en uw raad daarover blijven informeren. Adeel Mahmood (DENK). We moeten natuurlijk ook kijken naar de toekomst. In de brief staat dat er afspraken worden gemaakt of gemaakt kunnen worden over het niet aanleggen van een openbaar parkeerterrein. Zit daar nog een tijd aan gekoppeld tot wanneer dat bijvoorbeeld niet mag? Of is dat gewoon forever? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Deze afspraken lopen tot 2030. Ik denk dat we na 2030 weer nieuwe afspraken kunnen maken. Maar nogmaals, we gaan in de tussentijd natuurlijk wel de parkeerhubs ontwikkelen en alle andere ontwikkelingen doen die we daar voornemens waren. Adeel Mahmood (DENK).
Om het even helder te krijgen. Stel je voor dat het college die afspraken maakt. Dan heb je tot 2030 een bepaald parkeertarief, die ongeveer € 150, voor een aantal jaar. En na 2030 staat alles weer open. Kan de gemeente dan eventueel, als dat nodig is, wel een openbaar parkeerterrein aanleggen? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ja, het is dan aan een nieuwe raad en een nieuw college om daar naar bevind van zaken te handelen. Dan ben ik bij motie Q.13 van de VVD, Geen betaald parkeren totdat er een oplossing is. Die wil het college ook ontraden in lijn met wat daarover gezegd is. De vraag is natuurlijk wanneer er een oplossing is. Daar zouden we over kunnen discussiëren. Wat het college betreft ligt er een mooie oplossing. We gaan met Q-Park goede afspraken maken. We gaan ervoor zorgen dat het openbaar vervoer snel op orde komt. Wat het college betreft ligt het in de planning om vanaf de zomer volgend jaar in de Binckhorst betaald parkeren in te voeren. Nogmaals, er zijn ook heel veel bewoners en ondernemers die daar echt om vragen. Er worden nu heel veel busjes en voertuigen met grijze kentekens geparkeerd in de Binckhorst. Het invoeren van betaald parkeren in dit deel van de stad gaat enorm helpen, ook voor de leefbaarheid. 79
Rutger de Ridder (VVD). Ik begrijp niet zo goed waarom de wethouder dit nou ook weer ontraadt. De wethouder zegt: 'Het is in de planning voor de zomer. Wij zijn bezig met een oplossing - dit is niet mijn oplossing - die het college voor ogen heeft.' Waarom kan je dat niet aan elkaar koppelen? Dat wil zeggen dat de beleidslijn is: we gaan het nog niet invoeren tot die oplossing er is. En als die oplossing er is, dan kunnen we het invoeren. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Omdat uw motie een afhankelijkheid suggereert die er wat het college betreft niet is. We zijn voornemens om 1 juli 2026 daar betaald parkeren in te voeren. We gaan nu een goede afspraak maken met Q-Park. En ondertussen blijven we ook inzet plegen op al die andere mobiliteitsgebieden. Er is geen reden om een extra voorwaardelijkheid in te bouwen. Daarom wil ik de motie graag ontraden. Ik ben bij motie Q.5 van het CDA, Niet doorslaan in autoluw wensdenken. Wat het college betreft is het nooit verstandig om door te slaan in wat voor denken dan ook. Deze motie vraagt om bij een volgend moment nog eens op een rij te zetten hoe het zit met de woningontwikkeling en de parkeerbehoefte.
Past dat nou op elkaar? En als we daaraan zouden gaan sleutelen - ik zeg het een beetje in mijn eigen woorden - wat heeft dat dan voor consequenties? Even los van of het exact in de woorden staat beschreven zoals het college die zou kiezen, kan het de gedachte erachter zoals ik die zojuist verwoordde heel goed volgen. Ik denk dat het heel goed is om zo'n vinger-aan-de-polsmoment in de loop van volgend jaar te hebben aan de hand van een voortgangsrapportage. Als uw raad deze motie aanneemt, dan kan het college daar uitvoering aan geven. Dan ben ik bij motie Q.10 van de SP, Bezoekersvergunning zoals beloofd. Het college kan deze motie aan de raad laten. Het college heeft inderdaad beloofd dat er een bezoekersvergunning gaat komen voor de inwoners van de Binckhorst. Daarmee lossen we ook een deel van het vraagstuk op dat veel mensen daar hebben. Zeker als betaald parkeren daar verder ingevoerd wordt, biedt een bezoekersvergunning een hele goede mogelijkheid voor iedereen daar om familie en vrienden te ontvangen als die ervoor zouden kiezen om met de auto te komen. Bij het stukje waar nu betaald parkeren is, kende dat proces wat hiccups. Ik snap dus waar de motie vandaan komt. Dat moeten we snel rechttrekken. Bij de invoering van betaald parkeren in de rest van de Binckhorst moeten we heel goed communiceren dat een bezoekersvergunning aangevraagd kan worden.
Ik zie deze motie als ondersteuning van beleid en kan haar aan de raad laten. Dan motie Q.11 van de SP, Ga niet akkoord met Q-Park bod. Daar hebben we wat over gezegd. Deze motie moet we toch met enige klem ontraden; dat zal u niet verbazen. Ik denk dat het tarief waar we het nu over hebben er echt uit springt. Als ik kijk naar de andere complexen - ik heb dat op een rijtje laten zetten; we hebben er ook in de commissie over gesproken - dan zijn het allemaal tarieven die rond die € 150 zitten. Ook op de Maanweg, zeg ik er maar alvast bij om interrupties tegen te gaan. Want de tarieven die zojuist door de zaal gingen, zijn niet de bewonerstarieven. Dat zijn gewoon de commerciële tarieven voor als je daar als buitenstaander een parkeerplaats wil huren. Voor bewoners gelden andere tarieven. Als we niet akkoord gaan met het bod van Q-Park, dan zullen de bewoners € 300 blijven betalen in plaats van de € 150 die we nu met Q-Park kunnen afspreken. Daar zou het college dus niet voor zijn. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik geloof niet dat ik de wethouder ga overtuigen. Hij zal in zijn recht staan om een privaatrechtelijke deal te sluiten met Q-Park. Is hij wel bereid om die deal met de raad te delen? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik zou niet eens zo hard durven zeggen dat het echt een privaatrechtelijke deal is.
We maken een afspraak met Q-Park, en Q-Park gaat met de toekomstige huurders van parkeerplaatsen conform dit tarief parkeercontracten afsluiten. De voorwaarden waaronder dat gebeurt, zijn u bekend. Maar ik wil best de briefwisseling of wat het ook gaat zijn met uw raad delen. Er is geen principiële blokkade. We treden als gemeente niet per se op als rechtspersoon, maar vooral in de rol van bemiddelaar.
80
Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). In de brief die u naar de raad stuurde, wordt gesteld dat daar voorwaarden en condities aan verbonden zijn. Ik neem dus aan dat u ergens een handtekening zet om die afspraak te bekrachtigen. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik sluit dat niet uit. We maken een afspraak met Q-Park. Ik wil u best informeren over in welke vorm we dat precies doen. De voorzitter. Laatste keer, meneer Dubbelaar. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik neem aan dat het verder gaat dan het geven van een hand aan elkaar, dus dat het ergens op papier staat. Ik zou graag willen dat die contractuele afspraken die de wethouder maakt naar de raad komen. Die toezegging zou ik graag willen hebben. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Die toezegging heb ik zojuist al gedaan. Ik ben van harte bereid om u daar überhaupt over te informeren. Lesley Arp (SP). Ik merk even op dat er nog over de motie zal worden gestemd. Ik ken deze raad als behoorlijk dualistisch, dus je weet maar nooit wat er gaat gebeuren. Maar stel dat de motie inderdaad wordt weggestemd. In dat scenario ben ik ook heel benieuwd naar die afspraken op schrift. Maar wat ik belangrijker vind, is het volgende. Ik denk dat ik de wethouder niet ga overtuigen, het debat gehoord hebbende.
Maar kan hij op z'n minst echt een keer met de bewoners van Binckhorst Bewoners praten over de brief die zij hebben geschreven naar aanleiding van de behandeling in de commissie? Ze maken allemaal hele interessante punten, bijvoorbeeld over wat er aan de hand is bij de Maanweggarage. Het lijkt me echt goed als het college en de bewoners daarover in gesprek gaan. Daar is ook echt heel veel kritiek op de deal. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dat had ik al toegezegd. Ik heb samen met de voorganger van collega Verschuure al twee keer met een ruime delegatie van deze bewoners gesproken. We zijn bezig om een nieuwe afspraak te maken, dus dat gesprek gaat snel plaatsvinden. Er ligt een eerdere motie van de SP. Ik heb ook in de commissie gezegd dat we daar beter uitvoering aan hadden moeten geven en dat we de bewoners beter hadden moeten betrekken. Dat wil ik hier nogmaals voor uw volledige raad herhalen. Dat hadden we beter moeten doen en dat gaan we nu ook beter doen. Maar bijvoorbeeld de tarieven die in die brief staan, herkent het college niet. Het lijkt me inderdaad heel goed om daar met elkaar het gesprek over te hebben. Lesley Arp (SP). Voor mijn helderheid.
Stel dat deze motie tot mijn teleurstelling alsnog zou worden weggestemd, betekent dat dan wel dat de wethouder eerst die gesprekken met de bewoners voert voordat er iets op papier wordt ondertekend? Zoals de wethouder terecht zelf constateert, is er niet recht gedaan aan een eerder aangenomen motie van de SP. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). We moeten even kijken waar we de bewoners het meest mee helpen. Wat mij betreft maken we deze afspraak met Q-Park zo snel mogelijk, want dan gaat het tarief namelijk naar beneden. Ik zit er agendatechnisch heel pragmatisch in, zal ik maar even zeggen. Het is geen principieel punt, maar wat het college betreft maken we deze afspraken zo snel mogelijk. De voorzitter. Laatste keer, mevrouw Arp. Lesley Arp (SP). Tegelijkertijd heeft de wethouder in de commissie gezegd - dat waardeerde mijn fractie juist - dat we nu wel de bewoners gaan betrekken. Wordt wel eerst die stap gezet? Het lijkt me goed om eerst te praten over die hele inhoudelijke punten die de Binckhorst Bewoners hebben gemaakt in plaats van nu al bij wijze van spreken naar Q-Park te rennen en die deal te voltrekken. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Mijn wedervraag zou bijna zijn: als ik dat toezeg, bent u dan bereid om de motie aan te houden? Maar ik mag geen wedervraag stellen; daar ben ik me van bewust, dus dat zal ik ook niet doen.
Het is natuurlijk wel een beetje van tweeën een, zeg maar. Ik ga zo snel 81
mogelijk met de bewoners in gesprek. Ik wil ook zo snel mogelijk met Q-Park deze afspraak maken. Dan kan Q-Park namelijk voor die bewoners het parkeertarief gaan halveren. Ik denk dat dat ook in het belang is van de bewoners. Ik deel de intentie. Nogmaals, het hoeft niet bij één overleg met de bewoners te blijven. Wij zullen in gesprek blijven met deze bewoners, ook in lijn met de toezegging die ik aan D66 heb gedaan dat we de vinger aan de pols moeten houden en deze ontwikkelingen moeten blijven volgen. Dan ben ik bij motie Q.8 van GroenLinks, Hoe houden we de parkeerplaatsen betaalbaar. Ik kan deze motie aan de raad laten. Ze is in lijn met een van de acties uit de voortgangsbrief Uitvoering Parkeerstrategie 2024. Daarin hebben we al gezegd dat we op zoek gaan welke mogelijkheden, welke knoppen we hebben om aan te draaien om de mobiliteitskosten zo laag mogelijk te maken voor mensen met een kleine portemonnee. Daar horen parkeerkosten natuurlijk bij. Als deze motie wordt aangenomen, dan kan het college daarmee uit de voeten. De beraadslaging wordt gesloten. De vergadering wordt van 17.50 uur tot 18.54 uur geschorst. Voorzitter: de heer De Ridder.
Aan de orde is: R.
Winkelstratendebat.
De beraadslaging wordt geopend. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Voorzitter. Ik heb twee moties op dit onderwerp. De eerste is de motie Horeca in winkelstraten, met als dictum: verzoekt het college in kaart te brengen in welke winkelstraten een hoger percentage horeca zit dan volgens het horecabeleid is toegestaan, de raad hierover te informeren en een voorstel te doen voor een vervolg. De tweede is de motie Levendige bovenverdiepingen maken winkelstraten levendiger, met als dictum: verzoekt het college een doel te stellen om het aantal onbenutte ruimtes boven winkels in de binnenstad in 2026 met minimaal 25% te doen afnemen, hiervoor een concrete aanpak op te stellen en de raad daarover in januari 2026 te informeren. Deze motie is medeondertekend door de heer De Ridder en de heer Guernaoui. De voorzitter. Door mevrouw Van Basten Batenburg wordt de volgende motie (R.1 VVD) ingediend:
Motie R.1 VVD Horeca in winkelstraten De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 december 2025, ter bespreking van winkelstraten: Constaterende dat: • volgens het horecabeleid sinds 2010 (RIS168865, RIS288643) vastgelegd dat in winkelgebieden de verhouding winkels (en dienstverlening)/horeca niet hoger mag worden dan 70/30% in aantal vestigingen; • in een aantal aangewezen gebieden, te weten de Herengracht, in de Haagsche Bluf en op de Kalhuisplaats, 60% horeca is toegestaan (RIS308634); • de Toetsingscommissie Horeca behoort te toetsen of een nieuwe horeca-exploitatie binnen de geldende bestemming is toegestaan of dat er op basis van het horecabeleid een omgevingsvergunning kan worden aangevraagd.
82
Overwegende dat: • op de website "Den Haag op Kaart" (https://arcg.is/1OiuvK1) in de kaartlaag "Hoofdwinkelstructuur" het aantal aanwezigen horecazaken per winkelgebied staan met het daadwerkelijke percentage; • een steekproef op “Den Haag op de kaart” uitwijst dat het aandeel horeca: o in winkelgebied Zeeheldenkwartier 31,1% is; o op de Aert van der Goesstraat 34,6 % is; o op de Denneweg/Frederikstraat 32,3% is; o op de Keizerstraat 36,5% is; o op de Weissenbruchstraat 42,9% is; o op de Hobbemastraat 35,8% is; o in winkelcentrum De Stede 33,3% is; • deze informatie wijst op gebrekkige toepassing van de normen uit het horecabeleid. Van mening dat: • horecazaken een belangrijke kwaliteit kunnen toevoegen aan winkelgebieden, maar er een goede balans moet blijven, die alleen in een wijziging van het horecabeleid kan worden aangepast; • ondernemers en buurtbewoners erop moeten kunnen rekenen dat regels die worden gesteld ook worden toegepast bij vergunningverlening. Verzoekt het college: • in kaart te brengen in welke winkelstraten een hoger percentage horeca zit dan volgens het horecabeleid is toegestaan; • de raad hierover te informeren en een voorstel te doen voor een vervolg. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Van Basten Batenburg, daartoe gesteund door de heer De Ridder, wordt de volgende motie (R.2 VVD) ingediend:
Motie R.2 VVD Levendige bovenverdiepingen maken winkelstraten levendiger De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 december 2025, ter bespreking van winkelstraten: Constaterende dat: • in het Binnenstadsplan 2033 het doel is opgenomen om verdiepingen boven winkels te vullen met nuttige functies, zoals werken, studeren en recreëren, om de levendigheid en sociale veiligheid te verbeteren. Overwegende dat: • het college zich welwillend toont om te werken aan het benutten van leegstaande ruimtes boven winkels, maar geen doelstellingen opneemt. Verzoekt het college: • een doel te stellen om het aantal onbenutte ruimtes boven winkels in de Binnenstad in 2026 met minimaal 25% te doen afnemen; • hiervoor een concrete aanpak op te stellen en de raad daarover in januari 2026 te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. 83
Hera Butt (GroenLinks). Voorzitter. Ik heb één motie, getiteld Toegankelijk shoppen in Den Haag, met als dictum: verzoekt het college de (fysieke) toegankelijkheid van winkelstraten te monitoren en een vast onderdeel te maken van de Retailmonitor. De motie is medeondertekend door mijn fractiegenoot Isabel Bos van GroenLinks, Janneke Holman van de Partij van de Arbeid, Rachid Guernaoui van Hart voor Den Haag en Kavish Partiman van het CDA. De voorzitter. Door mevrouw Butt, daartoe gesteund door mevrouw Bos, mevrouw Holman, de heer Guernaoui en de heer Partiman, wordt de volgende motie (R.5 GL) ingediend:
Motie R.5 GL Toegankelijk shoppen in Den Haag De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 december 2025, ter bespreking ‘Winkelstratendebat’. Overwegende, dat: ▪ toegankelijkheid een belangrijke factor is in de algehele aantrekkelisjkheid van winkelgebieden voor consumenten en daarmee van belang voor ondernemers; ▪ ondernemers de ‘Subsidie Toegankelijke stad’ kunnen aanvragen voor aanpassingen die nodig zijn voor mensen met een beperking. Constaterende, dat: ▪ de Retailmonitor nog niet monitort op toegankelijkheid van winkelstraten. Verzoekt het college: ▪ de (fysieke) toegankelijkheid van winkelstraten te monitoren en een vast onderdeel van de Retailmonitor te laten zijn. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Ik heb een tweetal moties. De eerste is de motie Houd winkelstraten vitaal, met als dictum: verzoekt het college voor Q3 een concreet transitieplan te maken voor het Heeswijkplein, de Bouwlustlaan, Kraayenstein en het Tesselseplein, met duidelijke doelen en acties, daarin vast te leggen dat de gemeente ondernemers tijdelijk blijft ondersteunen totdat het transitieplan werkt, zodat zij niet zonder hulp komen te staan, en ook uit te werken welke maatregelen nodig zijn om de veiligheid, leefbaarheid en voorzieningen in deze gebieden te verbeteren.
Ze is mede ingediend door collega Guernaoui van Hart voor Den Haag. De tweede is de motie Kansen benutten voor Transvaal en de Schilderswijk, met als dictum: verzoekt het college te onderzoeken hoe samen met The Hague & Partners actief ingezet kan worden op het aantrekken van ondernemers die het karakter en de economische stabiliteit van Transvaal en de Schilderswijk kunnen versterken. Ook deze is mede ingediend door collega Guernaoui van Hart voor Den Haag. De voorzitter. Door de heer Partiman, daartoe gesteund door de heer Guernaoui, worden de volgende moties (R.3 CDA en R.4 CDA) ingediend:
Motie R.3 CDA Houd winkelstraten vitaal De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 december 2025, ter bespreking van het winkelstratendebat. 84
Constaterende dat: • het Heeswijkplein, Bouwlustlaan, Kraayenstein en Tesselseplein uit de hoofdwinkelstructuur zijn gehaald; • deze winkelstraten jaren kampten met overlast, onveiligheid en een zwak ondernemersklimaat; • door deze gebieden uit de hoofdstructuur te schrappen, de kans groter is dat deze gebieden verder achteruitgaan en herstel moeilijker wordt. Overwegende dat: • goede voorzieningen en een duidelijk toekomstperspectief bijdragen aan sociale controle, leefbaarheid en een vitaal ondernemersklimaat; • het schrappen uit de hoofdstructuur betekent minder prioriteit en minder ontwikkelkansen, terwijl het gebied die juist hard nodig heeft. Verzoekt het college: • voor Q3 een concreet transitieplan te maken voor het Heeswijkplein, de Bouwlustlaan, Kraayenstein en het Tesselseplein, met duidelijke doelen en acties; • daarin vast te leggen dat de gemeente, ondernemers tijdelijk blijft ondersteunen totdat het transitieplan werkt, zodat zij niet zonder hulp komen te staan. • ook uit te werken welke maatregelen nodig zijn om de veiligheid, leefbaarheid en voorzieningen in deze gebieden te verbeteren. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie R.4 CDA Kansen benutten voor Transvaal en de Schilderswijk De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 december 2025 ter bespreking van het winkelstratendebat. Constaterende, dat: • er al veel goed gaat In Transvaal en de Schilderswijk en leegstand hier niet het probleem is maar een hoge mutatiegraad, eenzijdig aanbod en beperkte economische stabiliteit; • deze winkelgebieden een sterk cultureel profiel hebben dat onvoldoende wordt benut. Overwegende dat: • gerichte acquisitie van passende en toonaangevende ondernemers kan bijdragen aan een stabielere, toekomstbestendige winkelstructuur; • internationale voorbeelden (zoals “Little India” in Londen) laten zien dat samenwerking tussen vastgoed, ondernemers en citymarketing succesvol kan zijn; • The Hague & Partners expertise heeft in acquisitie en het aantrekken van passende ketens en ondernemers. Verzoekt het college: ▪ te onderzoeken hoe samen met The Hague & Partners actief ingezet kan worden op het aantrekken van ondernemers die het karakter en de economische stabiliteit van Transvaal en de Schilderswijk kunnen versterken. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Er is ook leegstand in de Haagse winkelstraten.
Daarom hebben wij de motie met de titel Pak leegstaande winkelpanden aan, met als dictum: verzoekt het college
85
winkelpanden mee te nemen in de leegstandsaanpak en daarbij de koppeling te maken met de inzet van transformatiemanagers en de raad hierover te informeren. De voorzitter. Door mevrouw Faïd wordt de volgende motie (R.6 HSP) ingediend:
Motie R.6 HSP Pak leegstaande winkelpanden aan De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 december 2025, ter bespreking van het afrondend debat over de winkelstratendebat. Constaterende, dat: • er in Den Haag veel winkelpanden leeg staan; • dit vaak ook langdurige leegstand is; • er tegelijk grote behoefte is aan goedkope ruimte voor beginnende ondernemers en maatschappelijke initiatieven. Overwegende, dat: • het college een uitgebreide leegstandsaanpak in voorbereiding heeft; • deze aanpak (en verordening) nu alleen gericht is op leegstaande woningen; • dit een gemiste kans is ook nieuwe invullingen voor winkelpanden te vinden; • juist maatschappelijke organisaties in winkelstraten een toevoeging kunnen zijn; • bij leegstaande winkelpanden transformatiemanagers een grote rol kunnen spelen in het contact tussen maatschappelijke initiatieven en de eigenaren. Verzoekt het college: • winkelpanden mee te nemen in de leegstandsaanpak en daarbij de koppeling te maken met de inzet van transformatiemanagers; • de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Icar (DENK). Voorzitter. Ik begin met de moties in de volgorde waarin ik ze hier heb staan, ten eerste motie R.4 van het CDA, Kansen benutten voor Transvaal en Schilderswijk. Dank voor het winkelstratendebat.
Het was heel constructief. Ik kan deze motie van het CDA aan de raad laten. Het CDA had ook motie R.3, Houd winkelstraten vitaal. Hierin vraagt u om een transitieplan voor het Heeswijkplein, de Bouwlustlaan, Kraayenstein en het Loosduinse Hoofdplein. Dat heeft te maken … Kavish Partiman (CDA). Nee, niet het Loosduinse Hoofdplein. Dat was een foutje in de vorige versie. Intussen is de juiste versie bij de griffie, maar waarschijnlijk heeft de wethouder die niet. 'Loosduinse Hoofdplein' moet zijn 'Tesselseplein'. Wethouder Icar (DENK). Ook deze kan ik aan de raad laten. Ik neem aan dat het gaat om de gebieden die uit de hoofdwinkelstructuur gaan. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik vroeg me af of de wethouder dit niet al had toegezegd in het commissiedebat. Wethouder Icar (DENK). Ik herinner me niet dat ik het zo concreet heb toegezegd.
86
Dan is het tijd om over te gaan op de moties van de VVD. Ik doe er eerst eentje voor mijn collega Bruines. Dat is motie R.2, Levendige bovenverdiepingen maken winkelstraten levendiger. Ik moet deze motie helaas ontraden. Ik begrijp de strekking van de motie. Er is ook breed draagvlak voor het benutten van leegstaande ruimten boven winkels. Dit is ook opgenomen in het binnenstadsplan. We zien dat daar de afgelopen tijd gelukkig veel meer aandacht voor is en dat er stappen zijn gezet. Op een aantal plekken in de binnenstad zijn woningen gerealiseerd, deels in de Passage en Spuistraat, andere functies zoals de boulderhal in de Grote Marktstraat en als grote klapper de universiteit in het pand van de voormalige V&D en Hudson Bay. Het zit 'm erin dat die doelstelling van 25% best wel hard in de motie staat, maar dat we niet eigenaar zijn van die panden en ook niet bevoegd zijn om die investeringsbeslissingen te nemen. Dat is echt aan de markt zelf, dus moet ik 'm ontraden. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik vraag me af waarom de wethouder denkt dat in deze motie zou staan dat het niet aan de markt zelf is. Wethouder Icar (DENK). Nee, dat is niet wat ik denk dat er staat, maar het harde doel om het met 25% te laten afnemen kunnen we dan niet meer waarmaken. Lotte van Basten Batenburg (VVD).
Als we in de begroting kijken, heb ik het idee dat er best wel wat doelen gesteld worden in deze gemeente waar we niet altijd zelf over gaan. Ik noem maar de doelstelling om een aantal woningen in Den Haag per jaar te bouwen. Dat soort doelen stellen we toch ook gewoon? Dus waarom kunnen we dit nou niet doen als net dat zetje om een stapje harder te lopen het komende jaar? Wethouder Icar (DENK). U kent mij als een realistische wethouder. Ik begrijp dat u wil dat we een stapje harder gaan lopen. Dat is ook iets wat ik u heel graag wil toezeggen en ook dat we erop toezien dat de gesprekken voortvarend gevoerd gaan worden, om ervoor te zorgen dat dit wel gedaan wordt. De voorzitter. Mevrouw Van Basten Batenburg, laatste maal. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik wil de motie toch wel graag in stemming brengen, want ik hoop dat wij als raad kunnen zeggen: wij hebben een ambitie, wij willen dat het college daar hard voor gaat lopen het komende jaar. Ik beloof dan dat ik niemand het hoofd af zal bijten als het dan 22% wordt in plaats van 25%. Wethouder Icar (DENK). Goed. Dat is dan aan de raad. Op motie R.1 VVD, Horeca in winkelstraten, kan ik wat positiever reageren door te zeggen dat ik deze motie aan de raad kan laten. Over dit onderwerp hebben we overigens ook al uitgebreid gesproken in de commissie.
Dan motie R.5 GL, Toegankelijk shoppen in Den Haag, die vraagt om de toegankelijkheid op te nemen in de retailmonitor. Dit is ook iets wat ik aan de raad kan laten. Motie R.6 HSP vraagt om winkelpanden mee te nemen in de leegstandsaanpak en daarbij de koppeling te maken met de inzet van transformatiemanagers. Ook deze motie kan ik aan de raad laten. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Later vanavond stemmen we over de ingediende moties.
Aan de orde is: S. Commissiebrief inzake Resultaten evaluatieonderzoek Haagse Aanpak Vocht en Schimmel (RIS323637). De voorzitter. Dit debat is aangevraagd door GroenLinks.
87
De beraadslaging wordt geopend. Vincent Thepass (GroenLinks). Voorzitter. Schimmel is een heel groot probleem in Den Haag. Alleen al in onze sociale huur gaat het over meer dan 24.000 woningen en dat kan letterlijk verstikkend zijn, zeker als je bijvoorbeeld astma hebt. Daarom een paar moties om de schimmel aan te pakken. Allereerst de motie Niet afschuiven maar aanpakken. We zien in de praktijk vaak dat als bewoners schimmel in hun woning aankaarten, de corporaties dit afschuiven op bewonersgedrag terwijl het ook heel vaak ligt aan de fysieke staat van de woning. De motie verzoekt het college bij de toegezegde opvolging van de aanbevelingen in Q1 2026 ook een vergrote focus op de aanpak van fysieke problemen in de woning op te nemen, bij de focus op 'bewonersgedrag' meer aandacht en begrip te hebben voor onderliggende omgevingsfactoren zoals kou, luchtvervuiling en hoge stookkosten, afspraken met corporaties na te streven over een gezamenlijke norm voor hulp en dienstverlening waar bewoners op moeten kunnen rekenen, waaronder een tijdige fysieke check van de woning en het schriftelijk vastleggen van opgedane bevindingen. Deze motie is meeondertekend door de collega's Ahraui, Mekers, Arp en Martinez van Andel. De volgende motie heeft als titel 'Verlaag drempel onafhankelijk onderzoek'.
We zien in de evaluatie van het huidige beleid dat er eigenlijk heel weinig schimmelmeldingen bij de onafhankelijke check van de schimmelexpert terechtkomen, terwijl we weten dat dit vaak een oplossing kan bieden. Het is bovendien ook best wel gek dat de corporaties nu zelf de poortwachter zijn van dat onafhankelijke onderzoek. De motie verzoekt het college dan ook bij de aangekondigde opvolging van de aanbevelingen in Q1 uit te werken hoe de vocht- en schimmelexpert laagdrempeliger gemaakt gaat worden, hierbij in ieder geval (1) maatregelen op te nemen voor het vergroten van de bekendheid van de schimmelexpert en (2) het voor bewoners mogelijk te maken om gelijk een onafhankelijk onderzoek aan te vragen wanneer de corporatie niet binnen een vastgestelde periode een schimmelonderzoek heeft gedaan, en het aantal onderzoeken per jaar te verruimen, zodat bewoners ook daadwerkelijk van het onafhankelijk onderzoek gebruik kunnen maken. Deze motie is meeondertekend door de collega's Ahraui, Arp en Martinez van Andel. Tot slot de motie Gerichte aanpak schimmelcomplexen. We zijn ervan overtuigd dat je niet alleen individueel schimmel moet aanpakken op basis van individuele meldingen maar dat je ook complexen gericht moet aanpakken. We zien namelijk dat er complexen zijn waar die problemen breder spelen dan alleen in huis.