CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324266 Notulen van de raad van 13 november 2025

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 12, 13 en 24 november 202559.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

49

Wethouder Vavier (GroenLinks). Mevrouw Verdonk heeft gelijk dat mensen die geen verblijfsstatus hebben, ook niet Wmo-gerechtigd zijn. In schrijnende gevallen, in mensonterende gevallen geeft ook de wet er ruimte toe om mensen wel degelijk te helpen. Mevrouw Faïd diende een motie in over veilige opvang voor vrouwen en gezinnen, niet in hotelkamers. Dat is motie C.8. Die motie kan het college aan de raad laten. De Partij van de Arbeid heeft een motie ingediend met de titel Doorbraak op dakloosheidsbestrijding. Dat was ook wel een interessant debatje met de heer De Ridder. Ik ben heel blij dat de beide partijen eruit zijn gekomen dat het zeker geen obligate paragraaf zou moeten zijn. Het college ziet evenwel wel kans om te onderzoeken op welke manier we hier invulling aan kunnen geven en dan een voorstel te doen aan uw raad. Uw raad gaat dan over de opleggers. Ik zie dat juist even gedwongen worden om erover na te denken vanuit andere beleidsterreinen dan maatschappelijke opvang en beschermd wonen, en even gedwongen worden om erover na te denken op welke manier mijn voorstel bijdraagt aan bijvoorbeeld het veroorzaken van dakloosheid - dat kan ook - goed is om de urgentie van dit probleem vast te stellen. Het college kan deze motie dus aan de raad laten.

Maar we zullen dan wel echt nadrukkelijk even kijken wat zinvolle mogelijkheden zijn die ook echt een bijdrage leveren aan de gedachtevorming in dit huis of in uw raad over wat de consequenties kunnen zijn van beleid. Rutger de Ridder (VVD). Hoe sympathiek het ook klinkt, ik ben een beetje bang dat we dan extra werk gaan organiseren, terwijl dat werk eigenlijk al belegd is. Want volgens mij is deze wethouder toch gewoon verantwoordelijk voor het oplossen van dakloosheid? We hebben ook wethouders die bijvoorbeeld coördinerend wethouder zijn op een bepaald beleidsterrein. Ik ga er toch van uit dat dan het college daar ook over nadenkt, ook al is het niet specifiek opgenomen ergens. Dus het is toch extra werk dat gewoon moet gebeuren? Dit hoeft toch niet nodig te zijn? Wethouder Vavier (GroenLinks). Het is zeker extra werk, want mensen worden ook echt even gedwongen om na te denken over wat de consequenties zijn van dit beleid. Het is dus zeker extra werk dat, als uw raad deze motie aanneemt, dan gevraagd gaat worden. Maar zoals ik aangaf, is het college bereid om een voorstel te doen aan uw raad op welke manier wij denken dat dit zinvol zou kunnen. Dan kan uw raad altijd nog zeggen: daar zijn we het niet mee eens en bij nader inzien wordt het misschien, waarschijnlijk toch een obligate paragraaf.

Dan kan uw raad altijd nog besluiten om het alsnog niet te doen of er een andere vorm aan te geven. Zo zit het college erin. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Kan de wethouder zeggen wat de impact is op het bestrijden en voorkomen van dakloosheid als het gaat om werk? Wethouder Vavier (GroenLinks). Ik begrijp geloof ik even niet de vraag van mevrouw Verdonk. Kan zij die even toelichten? Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Kijkt u even bij de tweede bullet onder 'van mening dat' in deze motie. Daar staat een tig aantal onderwerpen waar u dan voor aan het werk gaat. Een van die onderwerpen is werk. Dus mijn vraag is: wat is de impact op het bestrijden en voorkomen van dakloosheid als het gaat om werk? Wethouder Vavier (GroenLinks). Het is goed dat we echt even goed nadenken over wat de consequentie kan zijn van bepaalde ingrepen op deze beleidsterreinen voor bijvoorbeeld de preventie van dakloosheid of voor het werken aan herstel. Ik denk dat het hebben van werk ook een heel belangrijke manier is om in je levensonderhoud te voorzien, absoluut. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Maar dat is toch gewoon bekend? Dat wordt toch gewoon extra werk om niks? Als je werk hebt, dan is de kans dat je dakloos wordt minder groot. Daar hoef ik niet een onderzoek voor te doen. Wethouder Vavier (GroenLinks).

De PVV heeft net terecht aangekaart dat er ontzettend veel mensen zijn die werk hebben en toch dakloos zijn. Dan zou je als het gaat om ontwikkeling van 50

arbeidsmarktbeleid ook kunnen bedenken dat het feit dat mensen dakloos zijn of dakloos worden, of dakloos dreigen te worden, ook een bedreiging wordt om een baan te behouden. Je zou bijvoorbeeld afspraken kunnen maken met werkgevers als het gaat om preventie. Dat doen wij vaak ook al. Je zou werkgevers er heel goed alert op kunnen maken dat zij ook een vorm van hulp kunnen bieden als iemand in de financiële problemen komt of gaat scheiden en er geen huis te vinden blijkt. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Dus werkgevers gaan hulp bieden aan daklozen? Ik begrijp het allemaal niet meer. U zegt net zelf tegen de heer Kaptheijns dat mensen die werken, zelfredzaam zijn en dus geen opvang krijgen. Dus ja, kunt u het nog een keer uitleggen? Wethouder Vavier (GroenLinks). Mensen die werk hebben en die dakloos zijn, worden conform de Wmo gezien als zelfredzaam, in principe. Deze motie van de Partij van de Arbeid vraagt er alleen maar om, bij verschillende beleidsterreinen te kijken welke bijdrage een bepaalde beleidsbeslissing levert aan ofwel het bestrijden van dakloosheid ofwel de preventie van dakloosheid. Of misschien leidt een bepaalde beleidsbeslissing juist tot meer dakloosheid. Het enige wat ik zeg is dat we bereid zijn om hiermee aan de slag te gaan als uw raad deze motie aanneemt.

Dan zullen we een voorstel neerleggen en dan kan uw raad daar zelf ook over van gedachten wisselen nog. Mevrouw Verdonk heeft de motie ingediend Aanpak daklozenoverlast, o.a. op Scheveningen en het Zuiderpark. Ook deze motie kan het college aan uw raad laten. Het is heel erg belangrijk dat we samen met veiligheid, handhaving, zorg en maatschappelijke opvang goed de groepen in kaart brengen en daar een aanpak op ontwikkelen. Het college zal daar dus mee aan de slag gaan. Dan ligt er nog een vraag van mevrouw De Groot over het betrekken van maatschappelijke organisaties bij de aanpak van dakloosheid en de preventie van dakloosheid. Zoals hopelijk ook in het beleidskader heel duidelijk is - mevrouw De Groot refereerde er ook al aan - werken wij samen met alle maatschappelijke organisaties, zeker ook met de vele vrijwilligersorganisaties in de stad die zich bezighouden met dak- en thuisloze mensen en de zorg daarvoor. Deze samenwerking waardeert de gemeente ook enorm, want zonder deze maatschappelijke organisatie kunnen wij dat niet. Het is niet compleet zonder de inzet van al deze organisaties. Wij zullen dat ook zeker met ontzettend veel liefde voort gaan zetten. Dus veel dank aan het CDA voor deze vraag, want dan heb ik de gelegenheid gehad om dat nog eens even goed te benadrukken. Dat waren alle aan mij gestelde vragen, voorzitter. Wethouder Engberts (PvdA). Voorzitter.

Er is een aantal vragen aan mij gesteld en er zijn ook een paar moties ingediend. Ik wil eerst even ingaan op de vragen. Zowel door de ChristenUnie als door de SP is stilgestaan bij de flexwoningen. Ik haal de vragen even bij elkaar. De financiële haalbaarheid, hadden we het er niet eerder over moeten hebben, waarom is er eigenlijk niks van terechtgekomen en hadden we niet eerder moeten horen hoe het met de subsidies zit? Eerst over de haalbaarheid en de financiële haalbaarheid: dat was vooral een vraag van de ChristenUnie. Het is een van de knelpunten, maar ook de termijn waarop een locatie beschikbaar is. Het is eigenlijk een beetje een samenloop en een samenstel van afwegingen. Er is feitelijk altijd sprake van een mismatch, want de investeringen zijn heel hoog, niet alleen voor de woning, maar ook voor het bouwrijp maken, nutsvoorzieningen, funderingen. Je moet ook weer rekening houden met het afbreken en eventueel weer opslaan. Die totale investering moet je vervolgens in een heel korte tijd terugverdienen. Hoe langer ze er staan, hoe beter het is. Maar ook: als ze er langer staan, zouden ze juist weer de permanente bouw in de weg kunnen zitten. Dat was ook een punt van de heer De Ridder. Het is dus een voortdurend wegen en, in alle eerlijkheid, heel vaak komt het dus niet uit.

Dat is een heel teleurstellende fact of life waar we tegen aanlopen bij het realiseren van veel flexwoningen. Hadden we dat eerder aan u moeten melden? Ja. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). In het debat hierover heb ik expliciet gevraagd naar de financiële haalbaarheid. Dat zou ook in de brief terugkomen. Ik begrijp het verhaal dat de wethouder hier houdt. Er zijn heel veel componenten waar je rekening mee moet houden. Dat heeft allemaal zijn weerslag op de financiële haalbaarheid. Alleen, ik had zo graag in die brief willen zien welke plannen er zijn onderzocht de afgelopen jaren en hoe zo'n businesscase er dan uit zag. Hadden we op een locatie bijvoorbeeld voor drie jaar huisjes kunnen neerzetten, maar was er dan een tekort van € 4 mln. 51

daar, dan vind ik eigenlijk dat we hier als raad zouden moeten kunnen zeggen 'we regelen die € 4 mln.' of 'we zijn het ermee eens dat we het niet moeten doen'. Nu wordt alles in een keer weggezet als niet haalbaar. Ik ben dus eigenlijk wel benieuwd naar die berekening. Die had ik in de brief verwacht. Daarom heb ik er vandaag alsnog naar gevraagd. Wethouder Engberts (PvdA). Dat snap ik. Ik wou dat graag meenemen in de beantwoording van de vragen van de SP. Die hadden gezegd dat ze hier graag een beter debat over hadden willen voeren en vroeg of we dat niet eerder hadden moeten doen. We zijn, in alle eerlijkheid, wel een beetje overvallen en verrast door het goede speurwerk van het Algemeen Dagblad, dat boven tafel haalde dat wij een aantal subsidies hadden teruggegeven. Dat hadden we gewoon aan u eerder moeten melden. Over de vragen die u ons heeft gesteld in de commissie, terechte vragen overigens, hebben wij gedacht dat we dat zo snel mogelijk zo volledig mogelijk in beeld moesten brengen, voorafgaand aan deze raadsbehandeling. Daar zijn we niet aan toegekomen. Ik vond de brief, laat ik zeggen, goed genoeg. Maar ik had natuurlijk veel liever daar ook veel meer een inhoudelijk verhaal bij gehad, zodat we ook hier het debat over kunnen voeren. Daarover heb ik ook overigens eerder gezegd, voor de zomer, dat wij dat inderdaad een keertje goed onder elkaar moeten zetten.

Volgens mij was dat een vraag van de PvdA-fractie toen. De planning is nog steeds om dat in het eerste kwartaal van 2026 aan u te sturen. Ik kan me voorstellen, gehoord de nieuwe informatie die er deze week naar u toe gekomen is, dat u het eerder wil hebben. Ik kan proberen om alles op alles te zetten en voor het kerstreces bij u een brief te hebben waarin we meer ingaan op de achtergronden van de flexwoningen, wat daar wel en niet goed in gaat en wat daar de precieze afwegingen in zijn. Dan kan ik ook proberen om de informatie te geven waar mevrouw Klokkenburg om vraagt. Om dat voor elk project te doen, is volgens mij niet wat u wil, maar wel meer grip op waar het dan over gaat, omdat we nu nog op een heel algemeen niveau zitten. Als u dat wenst en dat ook in te plannen is in een debat in een commissie - dat hoeft niet nu, hoor - dan kan ik een versnelling laten aanbrengen, zodat we voor de kerst met een brief komen die daar dieper op ingaat. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Dank aan de wethouder dat dat mogelijk is. Mijn fractie zou daar zeer prijs op stellen. We hoeven natuurlijk niet alle onderzochte casussen te hebben, maar nu is het zo platgeslagen dat we er eigenlijk ook niks aan hebben. Dus als er een of twee, misschien drie uitgelicht zouden kunnen worden, waardoor we wat meer grip krijgen, dan zou mijn fractie dat graag willen. Rutger de Ridder (VVD).

Hartstikke goed als het sneller kan. Dan is natuurlijk wel de vraag: waarom kon het dan niet eerder? Maar ik wil wel dat het goede informatie is. Dus niet dat we gaan versnellen om dan sneller een briefje te hebben en dat we dan nog steeds vragen hebben. Het moet wel een beetje body hebben, zodat we echt het gesprek kunnen hebben ergens over. Wethouder Engberts (PvdA). Waarom hebben we het niet eerder gedaan? We hadden gewoon een planning dat we dat in het eerste kwartaal van 2026 zouden doen. Wij zijn daarin overvallen door, nogmaals, het goede speurwerk en journalistieke werk van het Algemeen Dagblad. Dan moeten we heel snel een brief maken. Ik ben het met mevrouw Klokkenburg eens dat het is platgeslagen. Zij wil liever een nog een uitgebreidere toelichting. Ik denk dat het ons lukt om dat voor de kerst op kwalitatief goed niveau te hebben, want we waren er al mee aan het werk. Rutger de Ridder (VVD). Mochten de moties van mevrouw Klokkenburg en mevrouw Arp worden aangenomen, dan lijkt het me goed dat die in dezelfde brief worden meegenomen. Dat moet toch wel haalbaar zijn, denk ik. Anders krijgen we weer een brief na een brief na een brief. Dat haat ik. Wethouder Engberts (PvdA). Dat kan ik me voorstellen. U loopt nu vooruit op mijn appreciatie van de moties. U gaat er kennelijk van uit dat ik ze oordeel raad geeft.

Dat ligt wel in de lijn der verwachting van de manier waarop ik om wil gaan met de raad. Maar om nou te zeggen dat we binnen vier weken die hele scan hebben gedaan van alle mogelijke locaties, inclusief de onbenutte sportvelden en ik weet niet wat, lijkt me wat hoog gegrepen. Als het er is, dan doe ik het, maar ik manage even de verwachtingen, ik denk niet dat dat lukt. 52

Lesley Arp (SP). Ik vond dat de wethouder iets heel interessants zei. Hij zei: dit is door het speurwerk van het AD aan het licht gekomen. Wat ik me eigenlijk afvraag naar aanleiding van het speurwerk en het feit dat de wethouder deze brief moest opstellen, is het volgende. Heeft dat intern binnen de organisatie een nieuwe kijk gegeven op het Doorbraakplan? Want deze bedragen zaten in het Doorbraakplan. Ik mag eigenlijk hopen dat je dan ook meer gaat nadenken over hoe het staat met alle verschillende instrumenten in het plan, of het werkbaar is en of het past bij de realiteit. Kunnen wij daar nog een soort reflectie op verwachten? Misschien nu, in eerste instantie, mondeling, maar misschien later ook schriftelijk. Wethouder Engberts (PvdA). We hebben natuurlijk intern erover gesproken. Hadden we dit aan de raad moeten melden? De conclusie intern was: ja, dit hadden we aan de raad moeten melden. We hadden het actief aan u moeten brengen, hetzij in een voortgangsrapportage, hetzij in een aparte brief. Het zijn overigens relatief recente annuleringen. Niet alles is al daadwerkelijk teruggestort, maar er is wel gemeld dat we terug gaan storten. Dat laat onverlet dat in het hele rijtje er ook subsidies zijn die al een aantal maanden geleden zijn teruggestort. Dat had gewoon gemeld moeten worden. Dat is de interne conclusie.

We zullen dat voortaan, even los van de vraag die ook aan mevrouw Bruines is gesteld tijdens de begrotingscommissie, actiever opnemen in de voortgangsrapportages. Wat het voor effect heeft op ons hele doorbraakinstrumentarium nemen we inderdaad ook mee in de brief die u in december krijgt. Lesley Arp (SP). Ik was benieuwd. We krijgen af en toe een voortgangsrapportage over het Doorbraakplan. Daar staan vaak staatjes in van hoe het staat met een bepaald project, wat we kunnen verwachten op welke datum et cetera. Betekent dit dan ook dat we in de volgende voortgangsrapportage meer een kwalitatieve analyse krijgen van wat wel en niet werkt? Want ik denk wel dat het eigenlijk in de voortgangsrapportages eerder aan de orde had moeten komen. Wethouder Engberts (PvdA). Dat ben ik met u eens. Ik ga ook proberen dat zo goed mogelijk in de voortgangsrapportages op een goede manier aan u te presenteren. Er was ook nog een vraag van de SP over de convenantwoningen. Ze wilden graag weten hoe het er nou mee staat in de onderhandelingen met de corporaties. Die onderhandelingen lopen nog. Het is nog steeds een heel belangrijk gespreksonderwerp. We zijn nog niet in de afrondende fase. Het is moeizaam. Dat heb ik ook in de commissie gezegd.

Het is moeizaam, omdat zowel de corporaties als de huurdersverenigingen er aarzelingen bij hebben om het te verdubbelen, met het oog op de zorg over de leefbaarheid. Wat ik wel heel positief vind, is dat ook andere corporaties, nieuwe corporaties zich aan het aansluiten zijn. Die kunnen en willen hier een bijdrage aan leveren. Ik denk aan Woonzorg Nederland en aan DUWO, waardoor we sowieso al het aantal convenantwoningen kunnen verhogen. Ook buiten het convenant om worden nu al doelgroepwoningen gerealiseerd, bijvoorbeeld heel recent Woonzorgpark Rosenburg. Dat is van Arcade en Parnassia. Daar zijn 145 zelfstandige huurwoningen voor de ggz, de doelgroep gerealiseerd, zodat mensen ook uit kunnen stromen en zelfstandig kunnen wonen. Het is hetzelfde principe als de convenantwoningen, maar ik wou het niet onvermeld laten. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik wou nog heel even terug naar de brief en naar de actieve informatieplicht van het college. U heeft natuurlijk ook ervaring in een andere stad, in Rotterdam. Gebeurde het daar ook weleens dat het college niet aan de actieve informatieplicht voldeed? Wethouder Engberts (PvdA). Dat is een mooie vraag! Ik kan u zelfs zeggen dat ik daar buitengewoon kritisch het college ook weleens op bevraagd heb. Ja, en nu sta ik aan de andere kant. Dat is toch ongemakkelijk! (Hilariteit) Wethouder Engberts (PvdA).

Mag ik verder, voorzitter? De voorzitter. Gaat u gauw door. 53

Wethouder Engberts (PvdA). Ik ga gewoon lekker naar het onderwerp van de Partij van de Arbeid! Die vroeg naar het actieplan jongerenhuisvesting. We moeten inderdaad een beetje speed it up. We werken daar nu hard aan. In het eerste kwartaal van 2026 komen we met een actieplan. We halen daar ook de jongeren zelf bij, jongerenplatform, jongerenorganisaties. Naast een plan - want wat heb je nou alleen aan een plan? - wil ik ook de vierde tranche van het urgentieprogramma, waarmee we ook met doorbraakacties werken, meteen ernaast proberen te leggen, zodat we concrete stappen kunnen gaan zetten. Want er is een heel grote nood om hier verder in te komen in deze mooie stad. U vroeg ook naar het verkorten van de procedures en de spoedroutes. Sociale Verhuurders Haaglanden is bezig met een gezamenlijk concept dat met andere gemeenten samen verder wordt uitgewerkt. We moeten in de eerste helft van 2026 een veel concreter beeld hebben bij op welke manier we voor - ik kijk met een schuin oog ook even naar de PVV - woningzoekenden die buiten de urgentie- en aandachtsgroepen vallen, maar wel onze zorg en aandacht in andere zin nodig hebben, een oplossing kunnen vinden. De Leegstandsaward: ik was bij de uitreiking. Er waren vijf panden genomineerd. We kunnen voor u in kaart brengen wat daar de stand van zaken is en inzicht geven in hoe we daarmee verder kunnen gaan. Nick Kaptheijns (PVV).

Ik zou toch wel iets concreter willen horen van de wethouder wat er mogelijk is. We doen urgentieverklaringen voor allerlei groepen, voor allerlei mensen die nog helemaal niets hebben bijgedragen, niet aan ons land en niet aan onze stad. Dat vinden we allemaal maar normaal. Mensen die letterlijk belastingplichtig staan, die dus mee hebben betaald aan het systeem dat bestaat bij de gratie van solidariteit, die laten we maar gewoon in de kou staan. 'Ja, dan moeten we even kijken wat wel kan, wat niet kan.' Zou dat wat concreter kunnen? Wethouder Engberts (PvdA). Ja hoor, daar kan ik concreter in worden. In de Wet versterking regie volkshuisvesting worden nieuwe categorieën urgente groepen gedefinieerd. Dat zijn gewoon de wettelijke categorieën. Die moeten wij in de regionale huisvestingsverordening opnemen. Wij hebben de verplichting om het regionaal in onze huisvestingsverordening af te spreken. Wij zouden het - dan loop ik even vooruit op de motie die u heeft ingediend - dan toch echt regionaal moeten regelen. Ik zie daar op dit moment niet de mogelijkheden toe. Dan moeten we dat allemaal gaan veranderen. Tot de Wet versterking regie volkshuisvesting met de nieuwe urgente groepen hebben we de huidige regionale huisvestingsverordening en hebben we de afspraken die we met de corporaties hebben gemaakt.

Voor de toekomst zullen dat de afspraken zijn die we in de raamovereenkomst hebben. Waarbij ik ook zeg dat we al bezig zijn met een pilot op basis van een motie van mevrouw Klokkenburg die u voor de zomer heeft aangenomen. We zijn bezig met een pilot over een redelijk vergelijkbare groep, maar waarbij we ons wel richten op de jongeren, omdat we met elkaar hebben gezegd dat we daar de prioriteit bij willen leggen. Nog een pilot eroverheen leggen lijkt mij een beetje too much. Nick Kaptheijns (PVV). Ik wil helemaal geen pilot. Ik heb ook helemaal niet om een pilot gevraagd. Dus ik snap sowieso niet waar die hele pilot vandaan komt. Kijk, wat ik een beetje opzienbarend is dit; ik zal een mooi voorbeeld geven. Toen de Spreidingswet dreigde van tafel te gaan, stond dit college vooraan om te roepen: moreel appel, nee, nee, nee. Dan doet in een keer wet- en regelgeving er toch minder toe. Als we kunnen voorkomen dat deze groep niet verder in de problemen komt, dan is dat toch juist win-win? Anders komt deze groep toch ook weer bij de groep andere daklozen terecht, misschien zelfs met verslavingsproblematiek? Wethouder Engberts (PvdA). Ik heb dan wel een vraag aan de heer Kaptheijns. In zijn motie staat het verzoek om een proef uit te werken. Ik heb dat opgevat als een pilot. Kan een korte toelichting worden gegeven wat het dan is? De voorzitter. Dit gaat wel de verkeerde kant op.

54

Nick Kaptheijns (PVV). Dat staat toch helemaal niet in het dictum? Ja, sorry hoor, 'een aparte regeling te ontwikkelen'; er staat nergens 'proef'. Ik lees ook alleen het dictum voor in mijn spreektekst. Wethouder Engberts (PvdA). U heeft groot gelijk. Ik heb het verkeerd gelezen. Maar dan lijkt het me juist nog vervelender. Een pilot, zoals we op basis van een motie van mevrouw Klokkenburg aan het doen zijn, vind ik nog haalbaar, vooruitlopend op een nieuwe regionale huisvestingsverordening, waarbij we ook nog in overleg moeten met alle andere gemeenten hoe we dat dan precies doen. We maken gebruik van de ervaringen in andere steden, prima. Maar ik denk dat het niet haalbaar is om bovenop wat we in de regionale huisvestingsverordening moeten regelen even een soort van Alleingang van de gemeente Den Haag te doen met een aparte regeling om werkende daklozen een vorm van urgentie te geven. Dat neemt niet weg dat ik het met de PVV wel eens ben dat dit een belangrijke groep is. Daarom maakte ik de koppeling met de spoedprocedures, omdat die spoedroute daarop focust, de groep die niet urgent is, die niet tot de aandachtsgroepen behoort, maar waarvan we wel met zijn allen zeggen: dit is wel een maatschappelijk probleem, dit is niet zoals we dat willen.

We proberen een spoedroute te ontwikkelen waardoor we deze groepen wel een plek kunnen geven en wel ervoor kunnen zorgen dat ze niet tussen wal en schip vallen. Dat is ook de afspraak die in de regio is gemaakt, waar de sociale verhuurders van Haaglanden van zeggen: wij willen ons daar hard voor maken. Daar sluit ik liever bij aan dan dat we als gemeente Den Haag zeggen: u kunt ons wat, wij weten het beter en we gaan het op een andere manier doen. Dat lijkt me niet de meest constructieve en de meest effectieve manier van werken. De voorzitter. De laatste keer, meneer Kaptheijns. Nick Kaptheijns (PVV). Maar ook dat zegt mijn motie niet. Mijn motie sluit dat helemaal niet uit. Mijn motie sluit helemaal niet uit om met corporaties op te trekken of met andere maatschappelijke organisaties. Het lijkt mij juist heel erg logisch en zinnig om dat te doen. Wethouder Engberts (PvdA). We hebben tot nu toe gewoon andere afspraken met ze gemaakt. Ik zie het gewoon niet zitten om daar nu weer een heel andere afspraak bovenop te gooien. De voorzitter. U zet uw betoog voort. Wethouder Engberts (PvdA). Waarbij ik meteen maar even, om deze motie af te maken, meteen reageer op de vraag om binnen drie maanden te informeren over de omvang van deze groepen. Dat zou leiden - want op dit moment registeren we dat niet - tot een nieuw onderzoek.

We hebben nu, godzijdank, eindelijk een goed beeld door de ETHOS-telling. Om daar nu nog een nieuw onderzoek aan toe te voegen, lijkt me geen goede besteding van onze ambtelijke tijd. Volgens mij ben ik door de vragen die gesteld zijn heen en was ik bij de moties beland. Ik heb een motie van de ChristenUnie en van de SP die beide gaan over de Henri Faashuisjes. Ik zie de moties als complementair. Ik kan ze allebei oordeel raad laten. Waarbij ik wel opmerk dat bij de motie van de ChristenUnie gevraagd wordt om afspraken te maken, maar we kunnen natuurlijk alleen afspraken maken als de andere partij dat ook wil. Dus dat is altijd wederzijds. De motie van de HSP - daarin stond de proef; dat had ik dus verkeerd gelezen - vraagt om in een bepaalde periode voorrang te geven aan iedereen die uit de maatschappelijke opvang komt. Daar geldt eigenlijk dezelfde redenering zoals ik net bij de motie van de PVV gaf. Dus ook die zouden we willen ontraden. Wethouder Bruines (D66). Voorzitter. Ik wil graag even ingaan op de motie die is ingediend door mevrouw Butt van GroenLinks, getiteld Leegstand is stilstand, transformeer tegen dakloosheid. Laat ik beginnen op te merken dat we het volgens mij erover eens zijn dat langdurige leegstand, of het nou woningen zijn of kantoren of bedrijfsgebouwen, uitermate onwenselijk is.

En ook steeds onwenselijker wordt, want we zien dat er een enorme druk op de stad ligt voor woningen. Dan zeg ik er gelijk bij: ook voor bedrijven. Want we zijn een stad die groeit en een stad die niet alleen heel veel woningen nodig heeft, maar ook plekken om te werken en economische activiteiten te beoefenen. Dus vanuit dat 55

perspectief kijken we ook naar bedrijfsonroerendgoed, om dat niet leeg te laten staan, maar om te zorgen dat er weer bedrijvigheid komt. U stelt in de motie voor om als doel te formuleren de transformatie naar wonen. U reikt daar een aantal instrumenten voor aan. Wij denken dat die instrumenten niet geschikt zijn hiervoor. Ten eerste is het onmogelijk en ook, denk ik, ongewenst om bedrijfsonroerendgoed om te katten naar woningen. Op bedrijfsterreinen mag dat niet eens, niet van ons eigen beleid, maar ook niet van provinciaal beleid. Er is ook nog een motie aangenomen in het verleden over 'niet wonen, tenzij' op bedrijventerreinen. Dus ook met inachtneming van wat ik net zei, moeten we ervoor zorgen dat er zo snel mogelijk goede instrumenten komen om wel die panden weer in gebruik te nemen, maar wel waar ze voor bedoeld zijn, door ze te transformeren of op wat voor manier dan ook. Tegelijkertijd moeten we kijken of er plekken in de stad zijn waar het misschien wel mogelijk is. In navolging van de discussie die hier gevoerd is over de Leegstandsverordening kijken we op dit moment welk instrumentarium we kunnen ontwikkelen om leegstand in bedrijfsonroerendgoed tegen te gaan. Daar heeft u ook een brief over gekregen van collega Engberts. Dat raakt gelijk aan de discussie over de afdoening van de motie die erover is aangenomen.

Het is best ingewikkeld, omdat de wet wel ziet op leegstandsverordeningen voor woningen, maar niet direct ziet op een leegstandsverordening voor bedrijven. Maar we kijken dus op dit moment welk instrumentarium we kunnen ontwikkelen om daar wel aan tegemoet te komen. Wat nu gevraagd wordt in deze motie, is eigenlijk of het misschien helpt als we mensen het mogelijk maken om in die panden te gaan wonen. Dat is even een ander aspect dat ik naar voren wil brengen. Wat nu leegstaat, laat men graag leegstaan omdat men graag wil dat het woningen worden, omdat woningen vaak meer opbrengen dan kantoren of bedrijven, of daar een ander type verbouwing voor nodig is. Soms zeggen we dus ook: nee, we willen of we moeten dit juist echt als bedrijfsonroerendgoed behouden. Als we zeggen dat we het nog twee jaar de tijd willen geven of wel daarin meegaan, dan betekent dat dus dat degenen die die panden leeg laten staan uit speculatieoverwegingen, ook precies krijgen waar ze op zitten te wachten. Ik denk niet dat dat een wijze route is die wij als gemeente willen. Kortom, het college ontraadt deze motie. Hera Butt (GroenLinks). Het college noemt de signalen die mijn fractie ook krijgt, dat er inderdaad eigenaren zijn van bedrijfspanden die hun panden een andere bestemming, een woonbestemming willen geven en dat het college dat afwijst. Niet in alle gevallen, maar het wijst het wel af.

Daar lopen volgens mij ook allerlei juridische procedures voor. Wat vindt het college ervan als eigenaren de bestemming willen aanpassen, als ze al een leegstand pand hebben waar ze toch iets mee willen, iets anders, en het college wijst het toch af? Hoe kijkt het college daarnaar? De voorzitter. Wethouder Bruines, kort graag. Wethouder Bruines (D66). Het college zoekt nu naar instrumenten om het pand te laten gebruiken waar het voor bedoeld is en om te kijken of we eventueel nog moeten ondersteunen of wat we kunnen doen als er een transformatie of verduurzaming nodig is. We kunnen altijd kijken of we daarbij kunnen helpen. Ik heb ook gezegd dat ook de provincie het ons niet toestaat om die functie op een bedrijventerrein in ieder geval, te wijzigen. Dat willen we ook niet. Ons eigen beleid, ook hier vastgesteld in de raad, stelt dat we die vierkante meters voor bedrijvigheid moeten behouden. Nu zijn er natuurlijk ook weleens panden waarmee het misschien prima zou kunnen. Daarom is het belangrijk om maatwerk te leveren. Met zoals het nu in de motie staat, gaat het niet werken. We zijn nu heel goed aan het inventariseren over welke panden het gaat. We kijken waar we welk instrumentarium kunnen inzetten en dat ook kunnen vast gaan leggen om te zorgen dat de leestand zo min mogelijk is.

Waar we kunnen meewerken aan een transformatie, ook in functie, zullen we dat zeker niet laten. Maar dat is de conclusie na de inventarisatie en niet zomaar omdat dat voor deze of gene eigenaar dan toevallig goed uitkomt. Hera Butt (GroenLinks). Begrijp ik goed dat het college dus sowieso een inventarisatie doet van - ik noem het even - alle bedrijfspanden die leeg staan en kijkt welke mogelijkheden daar eventueel zijn, maar dat dit nog onderzocht moet worden? Als dat zo is, zou het college dan bereid zijn om de raad daarover uitgebreid te informeren? 56

Wethouder Bruines (D66). We willen zeker de raad informeren. Volgens mij is ook in de brief gezegd dat we begin volgend jaar erop terugkomen hoe we dit precies willen gaan aanpakken. We hebben het over een aantal grote panden die onder andere in die award zitten, waarvan er in ieder geval twee grote onlangs verkocht zijn met de functie waar ze voor bedoeld waren. Maar dat komt vanzelf wel in dat verhaal terug. We willen goed inzichtelijk krijgen wat er aan de hand is en welk instrumentarium we kunnen inzetten. Dat is echt het belangrijkste: wat kunnen we nou doen om daar te komen waar we willen? Want we zijn het er allemaal over eens, langdurige leegstand is ongewenst. Aan frictieleegstand ontkom je soms niet. Je wil ook ruimte hebben. Als een bedrijf dat zoekt zich meldt, is het ook fijn om iets te hebben wat leeg staat, want anders kunnen mensen zich hier ook niet vestigen. Daar zullen we dus gewoon even wat genuanceerder en wat uitgebreider op terugkomen. Kortom, we zijn nu bezig met een stimulerende leegstandsverordening voor economische gebouwen met als doel om chronische leegstand tegen te gaan, het bevorderen van vernieuwbouw, sloop-nieuwbouw, economische vitaliteit en groei in bepaalde delen van de stad, maar ook in Den Haag in brede zin, en waar dat aan de orde mocht zijn bij incourant bedrijfsvastgoed kijken we ook welke andere bestemmingen daarin mogelijk zijn.

Daar komen wij dan op terug. Dus deze motie wordt ontraden. De voorzitter. De laatste keer, mevrouw Butt. Hera Butt (GroenLinks). Dank aan de wethouder. GroenLinks houdt de motie aan. De voorzitter. Aangezien motie C.10 GL is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Wethouder Barker (PvdD). Voorzitter. Dit thema is heel vaak besproken. Wethouder Vavier heeft er uitgebreid bij stilgestaan. Maar de kern is natuurlijk dat we als college het niet wenselijk vinden dat er buitengeslapen wordt. Maar tegelijkertijd is het moeilijk om daar wat aan te doen, gegeven het woningtekort, maar ook gegeven het feit dat mensen niet ergens anders heen kunnen en eerst naar zorg begeleid moeten worden. Dus primair is de keuze om niet te beboeten, maar om mensen te helpen, omdat ze in een heel moeilijke situatie zitten. Het klopt dat het overlast veroorzaakt voor omwonenden. Het kan ook overlast voor dieren veroorzaken. Maar primair is het ook heel vervelend voor de mensen zelf, die geen dak boven hun hoofd hebben. De twee moties die ik moet appreciëren, gingen daar eigenlijk over. Ik apprecieer ze voor zover ze over de handhavingsorganisatie gaat. De burgemeester gaat specifiek over de politie wat zeggen. De gemeente zet zich in, zoals wethouder Vavier al zei, om dakloosheid tegen te gaan, maar we moeten constateren dat er nog niet voldoende mogelijkheden zijn.

Daarom zeggen we: we gaan niet dakloosheid beboeten. Eigenlijk zijn de twee moties tegenovergesteld aan elkaar. De motie van de VVD, Stop het gedogen van buitenslapen, heeft de VVD ook voor de zomer ingediend. Het college ontraadt die. De motie van de Partij voor de Dieren, Stop beboeten dakloze mensen, geeft het college oordeel raad. Dat is, denk ik, niet geheel onverwacht, gegeven de debatten die vaker hebben plaatsgevonden. Eigenlijk is de kern gewoon dat we het vanuit menselijkheid en mededogen onwenselijk vinden om dakloze mensen te beboeten. We helpen ze naar hulp. Het college steunt wel het uitgangspunt dat het onwenselijk is dat het gebeurt, maar de oplossing is niet om mensen aan te pakken, te beboeten of dat soort zaken. Rutger de Ridder (VVD). Ik vind het toch wel een vreemd figuur dat de motie van de Partij voor de Dieren oordeel raad krijgt, terwijl volgens mij de lijn altijd is geweest van dit college, ook van de burgemeester, om alleen te beboeten bij overlast. Dus zo erg beboeten doen we ook niet. Maar zegt dan het college daadwerkelijk: bij overlast laten we het gaan, omdat het dakloze mensen zijn? Want dat is feitelijk wat het college zegt als de motie van de Partij voor de Dieren wordt aangenomen. Wethouder Barker (PvdD). Hoe ik het lees, gaat het over overlast direct gerelateerd aan hun dakloosheid. Het is dus niet breder dan dat.

Want als je het heel breed trekt, klinkt het alsof je zegt dat strafbare feiten sowieso nooit beboet worden. Maar wat hier staat is 'direct gerelateerd aan'. Volgens mij heeft de indiener ook gezegd waar je dan aan moet denken. We begeleiden mensen naar hulp. En 57

als je heel veel beboet, dan is het ook niet zo dat die boetes worden betaald. Je helpt daarmee vaak dakloze mensen juist verder de penarie in. Rutger de Ridder (VVD). Maar met deze redenatie zouden we de motie van de VVD, van mijn hand dus ook aan het oordeel van de raad kunnen laten. Want er staat stop met gedogen van buitenslapen, en dus mensen begeleiden naar opvang, zorgen dat ze naar hulp gaan, zorgen dat ze niet meer buiten zijn. Dat zijn ook maatregelen die het college kan noemen. Maar dat doet het college niet, want het college zegt: dit is meer het straatje dat we interessant vinden van de Partij voor de Dieren en de VVD vinden we maar oninteressant, dus die gaan we ontraden. Dat is wat ik hoor van het college. Ik vind dat jammer, want volgens mij moeten we hier samen aan dezelfde kant van het touw trekken. De VVD is daartoe bereid, maar dit college klaarblijkelijk niet. Wethouder Barker (PvdD). Wat de VVD aangeeft is, denk ik, wel de kern. We hebben uiteindelijk allebei, zowel het college als de VVD, hetzelfde doel, namelijk dakloosheid tegengaan. Het punt is alleen dat je het niet kan oplossen door te stoppen met gedogen van buitenslapen, omdat je niet de faciliteiten hebt om die mensen op een menswaardige manier op te vangen. Als je mensen gaat beboeten of weg gaat halen, hebben ze een groot probleem. De voorzitter. De laatste keer, meneer De Ridder.

Rutger de Ridder (VVD). Ik vind het jammer, want ik had gehoopt dat het college zou zien dat de VVD hier opschrijft dat we moeten zorgen dat we het oplossen, maar dat we niet alleen maar denken dat het vanzelf wel wordt opgelost. Je kan het ook oplossen met maatregelen, ook aan de andere kant, dus ook aan de hardere kant. Je pakt dan dus niet alleen maar de zachtere kant, maar ook de harde kant. Ik vind het jammer. Wij hebben die uitgestoken hand gedaan. Dat blijven we doen. Wethouder Barker (PvdD). Volgens mij heeft het college die uitgestoken hand ook gedaan, want ik hoorde wethouder Vavier juist heel uitgebreid aangeven dat ze met een plan gaat komen om ervoor te zorgen dat we op termijn dakloosheid aanpakken. Het punt van deze motie is juist meer dat je echt een probleem hebt als je stopt met het gedogen van buitenslapen. Op termijn wil je natuurlijk dat je niemand meer buiten hebt slapen. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). De buitenslapers bedreigen natuurlijk ook de sociale veiligheid, van kinderen, van omwonenden. Dat kan dan maar gewoon doorgaan? Wethouder Barker (PvdD). Ik zeg niet per se dat het gewoon door kan gaan. Volgens mij zien we het allemaal als onwenselijk dat mensen buiten slapen, voor de mensen zelf, maar ook voor de omgeving.

Maar het is niet zo dat er niet ingegrepen wordt door de handhavingsorganisatie of de politie als er echt een veiligheidssituatie is. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Volgens mij staat de Partij voor de Dieren ook altijd voor de natuur en het behoud van de natuur. Dat gebeurt in dit geval niet. Kijk naar die tentjes. Kijk wat er allemaal omheen ligt. Dat heeft niets meer te maken met natuur. Dat is gewoon vies en vuil. Maar dan hoeft er niet ingegrepen te worden van de Partij van de Dieren? De voorzitter. De wethouder spreekt namens het college. Wethouder Barker (PvdD). Goed dat u dat zegt, voorzitter. De kern is niet het feit dat er niet ingegrepen wordt, want volgens mij wordt er heel veel gedaan. Het is juist hulp bieden, naar zorg begeleiden, in gesprek gaan en begeleiden ook naar een normale situatie. Wat het college zegt is dat direct beboeten of het direct hard ingrijpen niet de oplossing is. Die mensen hebben primair zorg en begeleiding nodig. De voorzitter. Mevrouw Verdonk, de laatste keer.

58

Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Ik hoor het college alleen maar de helpende hand uitsteken naar daklozen, maar wat is nou de helpende hand van dit college naar al die mensen die willen genieten van de natuur, van onze parken? Wethouder Barker (PvdD). Dat is juist ook wat de handhavingsorganisatie continu doet, in gesprek gaan, begeleiden naar zorg. Op die manier zorgen ze ervoor dat mensen uiteindelijk niet daar slapen. Aan de andere kant moeten we zorgen dat er woningen zijn voor die mensen om ook daadwerkelijk in te kunnen slapen. Voorzitter: de heer Sluijs. De heer Van Zanen. Voorzitter. In aansluiting van wat de portefeuillehouder Handhaving heeft gezegd, zeg ik iets over motie C.13 van de Partij voor de Dieren, want daar staat het woord 'politie' in. Daar ga ik over en niemand anders, ook het college niet. Ik lees het verzoek aan het college zo - want ik heb deze discussie niet één keer, niet tien keer, maar 25 keer gevoerd - dat dak- en thuisloze mensen wél worden beboet voor zaken die niet direct gerelateerd zijn aan hun dakloosheid. Ik heb het honderdduizend keer gezegd. Het is niet in het belang van de politie, het is niet in het belang van de mensen en het is ook niet in het belang van de mensen die er last van hebben als wij mensen die dakloos zijn en zitten op een bankje, zinloos gaan beboeten. Dat heeft helemaal geen zin.

Dat heb ik niet een keer gezegd, maar honderdduizend keer. Twee. De politie - maar ook de handhavingsorganisatie, maar laat ik het hebben over de politie - is geïnstrueerd en kennen de mensen uit de wijk. Ze weten hoe onze pappenheimers zijn. Die worden doorgeleid naar. Dat is vanmiddag ook meerdere keren gezegd. Maar er zijn situaties, en die hebben wat mij betreft niks met die dakloosheid te maken, dat er ongewenst gedrag is. Ik noem het altijd structureel overlast. Dat woord heb ik altijd gebruikt. Dat wordt hier niet ontkend. Maar ik las het woord 'politie' en ik zie de titel van de motie, en die mooie zin van 'voor zaken die direct gerelateerd zijn aan hun dakloosheid'. Daar kan ik dan mee leven, want ik lees het dus andersom. Maar omdat ik de titel zag en het woord 'politie', dacht ik: ik ga als verantwoordelijke voor de politie dit toch nog wel even zeggen. Want ik ken ook die pappenheimers hier. De voorzitter. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. We hebben afgesproken om te gaan stemmen over de begroting en de ingediende moties en amendementen. We hebben ongeveer vijf minuten nodig om dat even in orde te maken met de techniek. Laten we vijf minuten schorsen tot vijf voor zes en dan direct beginnen met de stemmingen. De vergadering wordt van 17.49 uur tot 17.55 uur geschorst.

Voorzitter: de heer Van Zanen. De voorzitter. Aan de orde zijn de stemmingen over alles wat samenhangt met de begroting. - Voorstel van het college inzake Programmabegroting 2026-2029 (RIS323103). In stemming komt amendement HvDH.A. De voorzitter. Het amendement wordt aangenomen met algemene stemmen. Janneke Holman (PvdA). Voorzitter, ik wil een motie aanhouden. De voorzitter. Wil je ook even het nummer noemen? Ga je gang.

59

Janneke Holman (PvdA). Dat is PvdA.6. De voorzitter. Aangezien motie PvdA.6 is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de behandeling. In stemming komt amendement D66.A. De voorzitter. Het amendement wordt aangenomen met 23 tegen 22 stemmen. In stemming komt het gewijzigd amendement VVD.A. De voorzitter. Het gewijzigd amendement wordt aangenomen met 23 tegen 22 stemmen. In stemming komt amendement VVD.B. De voorzitter. Het amendement wordt verworpen met 20 tegen 25 stemmen. In stemming komt amendement VVD.C. De voorzitter. Het amendement wordt aangenomen met 35 tegen 10 stemmen. In stemming komt amendement HSP.A. De voorzitter. Het amendement wordt aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt amendement SP.A. De voorzitter. Het amendement wordt aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt amendement PvdA.A. De voorzitter. Het amendement wordt aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt amendement PVV.A. De voorzitter. Het amendement wordt aangenomen met 31 tegen 14 stemmen. In stemming komt het gewijzigd amendement CU/SGP.A. De voorzitter. Het gewijzigd amendement wordt aangenomen met 25 tegen 20 stemmen. In stemming komt amendement CU/SGP.B. De voorzitter. Het amendement wordt aangenomen met 41 tegen 4 stemmen. In stemming komt amendement CU/SGP.C. De voorzitter. Het amendement wordt aangenomen met algemene stemmen.

In stemming komt amendement FVD.A. De voorzitter. Het amendement wordt aangenomen met 34 tegen 11 stemmen. In stemming komt motie HvDH.1.

60

De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 26 tegen 19 stemmen. In stemming komt motie HvDH.2. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 21 tegen 24 stemmen. In stemming komt motie HvDH.3. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt motie HvDH.4. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt motie HvDH.5. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 42 tegen 3 stemmen. In stemming komt motie HvDH.6. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 14 tegen 31 stemmen. In stemming komt motie HvDH.7. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 44 stemmen tegen 1 stem. In stemming komt motie HvDH.8. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 20 tegen 25 stemmen. In stemming komt motie D66.1. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt motie D66.3. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 19 tegen 26 stemmen. In stemming komt motie VVD.1. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 21 tegen 24 stemmen. In stemming komt motie VVD.2. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 37 tegen 8 stemmen. In stemming komt motie VVD.4. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 20 tegen 25 stemmen. In stemming komt motie VVD.5. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 40 tegen 5 stemmen. In stemming komt motie VVD.6. 61

De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 34 tegen 11 stemmen. In stemming komt motie VVD.7. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 42 tegen 3 stemmen. In stemming komt motie VVD.8. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 23 tegen 22 stemmen. In stemming komt motie VVD.9. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 24 tegen 21 stemmen. In stemming komt motie GL.1. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 14 tegen 31 stemmen. In stemming komt motie GL.2. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt motie GL.3. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 34 tegen 11 stemmen. In stemming komt motie GL.5. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt motie GL.6. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 37 tegen 8 stemmen. In stemming komt motie GL.7. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt de gewijzigde motie HSP.1. De voorzitter. De gewijzigde motie wordt aangenomen met 23 tegen 22 stemmen. In stemming komt motie HSP.2. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 14 tegen 31 stemmen. In stemming komt motie HSP.3. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 2 tegen 43 stemmen. In stemming komt motie HSP.4. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 13 tegen 32 stemmen.

62

In stemming komt motie HSP.5. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 4 tegen 41 stemmen. In stemming komt motie HSP.6. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 21 tegen 24 stemmen. In stemming komt motie HSP.7. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 22 tegen 23 stemmen. In stemming komt motie PvdD.1. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 44 stemmen tegen 1 stem. In stemming komt motie PvdD.2. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 35 tegen 10 stemmen. In stemming komt de gewijzigde motie PvdD.3. De voorzitter. De gewijzigde motie wordt aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt motie PvdD.4. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 44 stemmen tegen 1 stem. In stemming komt motie PvdD.5. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 13 tegen 32 stemmen. In stemming komt motie SP.1. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 31 tegen 14 stemmen. In stemming komt de gewijzigde motie SP.2. De voorzitter. De gewijzigde motie wordt aangenomen met 28 tegen 17 stemmen. In stemming komt de gewijzigde motie SP.3. De voorzitter. De gewijzigde motie wordt aangenomen met 36 tegen 9 stemmen. In stemming komt motie SP.4. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 19 tegen 26 stemmen. In stemming komt motie SP.5. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 29 tegen 16 stemmen. In stemming komt motie SP.7. De voorzitter.

De motie wordt aangenomen met algemene stemmen. 63

In stemming komt motie PvdA.1. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 36 tegen 8 stemmen. In stemming komt motie PvdA.2. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 37 tegen 8 stemmen. In stemming komt motie PvdA.7. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 37 tegen 8 stemmen. In stemming komt motie PvdA.8. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 30 tegen 15 stemmen. In stemming komt motie PvdA.9. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 25 tegen 20 stemmen. In stemming komt motie PVV.1. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 14 tegen 31 stemmen. In stemming komt motie PVV.2. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 14 tegen 31 stemmen. In stemming komt motie CU/SGP.1. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 14 tegen 31 stemmen. In stemming komt motie CU/SGP.3. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 44 stemmen tegen 1 stem. In stemming komt motie CU/SGP.4. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 43 tegen 2 stemmen. In stemming komt motie CU/SGP.5. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 24 tegen 20 stemmen. In stemming komt motie DENK.1. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 34 tegen 10 stemmen. In stemming komt motie DENK.2. De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 37 tegen 8 stemmen. In stemming komt motie DENK.3.

64

De voorzitter. De motie wordt aangenomen met 36 tegen 9 stemmen. In stemming komt motie DENK.4. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 22 tegen 23 stemmen. In stemming komt FVD.1. De voorzitter. De motie wordt verworpen met 20 tegen 25 stemmen. Dan gaan we naar de voorstellen zelve. In stemming komt het aldus gewijzigde voorstel van het college inzake de Programmabegroting 20262029. De voorzitter. Het aldus gewijzigde voorstel wordt aangenomen met 31 tegen 14 stemmen. - Voorstel van het college tot vaststelling van de Verordening tot zesde wijziging van de Verordening binnenhavenbelasting Den Haag 2021 (RIS323426). In stemming komt het voorstel. De voorzitter. Het voorstel wordt aangenomen met 31 tegen 14 stemmen. Voorstel van het college tot vaststelling van de Verordening tot vijfde wijziging van de Verordening rioolheffing Den Haag 2021 (RIS323428). In stemming komt het voorstel. De voorzitter. Het voorstel wordt aangenomen met 31 tegen 14 stemmen. Voorstel van het college tot vaststelling van de Verordening tot zesde wijziging van de Verordening onroerende-zaakbelastingen Den Haag 2021 (RIS323430). In stemming komt het voorstel. De voorzitter. Het voorstel wordt aangenomen met 25 tegen 20 stemmen. Voorstel van het college tot vaststelling van de Verordening tot vijfde wijziging van de Verordening liggeld voor woonschepen en bedrijfsschepen Den Haag 2021 (RIS323431).

In stemming komt het voorstel. De voorzitter. Het voorstel wordt aangenomen met 31 tegen 14 stemmen. Voorstel van het college tot vaststelling van de Verordening tot tweede wijziging van de Verordening leges Omgevingswet Den Haag 2024 (RIS323433). In stemming komt het voorstel. De voorzitter. Het voorstel wordt aangenomen met 25 tegen 20 stemmen. Voorstel van het college tot vaststelling van de Verordening tot zesde wijziging van de Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022 (RIS323434). In stemming komt het voorstel. 65

De voorzitter. Het voorstel wordt aangenomen met 24 tegen 21 stemmen. Voorstel van het college tot vaststelling van de Verordening tot vijfde wijziging van de Verordening begraafrechten Den Haag 2021 (RIS323435). In stemming komt het voorstel. De voorzitter. Het voorstel wordt aangenomen met 31 tegen 14 stemmen. Voorstel van het college tot vaststelling van de Verordening tot vijfde wijziging van de Verordening afvalstoffenheffing Den Haag 2021 (RIS323437). In stemming komt het voorstel. De voorzitter. Het voorstel wordt aangenomen met 25 tegen 20 stemmen. Voorstel van het college tot vaststelling van de Verordening tot dertiende wijziging van de Algemene legesverordening Den Haag 2021 (323438). In stemming komt het voorstel. De voorzitter. Het voorstel wordt aangenomen met 25 tegen 20 stemmen. Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Voorzitter. Wij hebben tegen motie GL.6 gestemd, omdat de wethouder zei dat dit al mogelijk is. Wij hebben als VVD voor de programmabegroting gestemd, want wij zijn lid van een meerderheidsoppositie. Dat betekent dat er een grotere verantwoordelijkheid dan gemiddeld wellicht op onze schouders rust.

Gezien de goede samenwerking met de oppositie, waardoor het gelukt is om geld te verschuiven dit jaar, en ook gezien de grote stappen die zijn gezet de afgelopen jaren in financieel-technische zin, vinden wij het als VVD gepast om voor deze begroting te stemmen. Daarmee zijn we niet voor elk element in deze begroting, maar willen we wel de medeverantwoordelijkheid voor de stad samen dragen. Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. Wij hebben tegen motie SP.2 over de Zeezwaluwstraat gestemd. Niet omdat we het oneens zijn met het eerste dictum en de strekking van de motie, maar omdat het tegengaan van de mogelijkheid tot een actiegebiedaanwijzing dermate verstrekkend is, dat we bang zijn dat ook eventuele huurders niet met urgentie kunnen worden uitgeplaatst als zij willen. Dus vandaar dat wij, vanwege het tweede dictum, tegen hebben gestemd. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Voorzitter. Ik sluit me aan de laatste stemverklaring. Ik heb ook nog een persoonlijke. Ik heb tegen het amendement D66.A gestemd. Dat ging als volgt. Ik had voorgestemd, maar ik bleef met mijn hand wat te lang bij de knoppen. Toen heb ik tegengestemd zonder het door te hebben. Noem het AI, noem het wat u wilt, ik noem het onhandigheid. De voorzitter. Daar ga ik mee akkoord. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter.

Wij hebben gestemd tegen motie D66.3, Laat Den Haag niet in de kou staan, omdat we denken dat we energiearmoede niet oplossen met nog meer coaches, maar met geld. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Mijn fractie heeft tegen het amendement van de VVD over de parkeergarages gestemd. We vinden het doel voor een groot deel heel sympathiek, maar voor ons wat onvoldoende duidelijk wat het voor impact zou hebben op de mobiliteitsoplossingen voor de Lozerlaan. Want het is niet alleen een ecoduct, het is ook een mobiliteitsplan. Wij konden de consequenties onvoldoende overzien om voor te stemmen. 66

De voorzitter. Het is nu vijf voor half zeven. Half acht zijn we hier weer terug. De vergadering wordt van 18.26 uur tot 19.34 uur geschorst. De voorzitter. Ik heet iedereen van harte welkom, ook de mensen op de publieke tribune en de mensen thuis. We gaan vanavond spreken over een aantal voorstellen. We gaan daar straks ook over stemmen aan het eind van de avond, na elven. Dan zijn we twaalf uur klaar. Aan de orde is: D. Voorstel van het college inzake Europastrategie Den Haag 2025-2030: Meer doen met Europa (RIS320814). De beraadslaging wordt geopend. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Voorzitter. Ik zal geen tijd verdoen en wil alleen een amendement indienen. Dat is het amendement Geen strategie zonder samenwerking, met het besluit toe te voegen op pagina 3, onder de inhoudelijke prioriteiten: 'Strategische partners en samenwerking: Voor effectieve lobby bij de EU is samenwerking onontbeerlijk. Dit kan gaan om samenwerking met mensen en organisaties binnen de EU, maar ook om de G4, regionale samenwerking of om samenwerking met bedrijfsleven en organisaties binnen Den Haag. Daarom wordt als onderdeel van de strategie in kaart gebracht wat onze natuurlijke partners zijn bij onze strategische doelen, zowel doorlopend als thematisch. In de uitvoeringsagenda zal een plan worden uitgewerkt hoe er met de verschillende partners contact wordt onderhouden.

In ieder geval zal er een periodiek overleg komen met Haagse Europarlementariërs, zal er een plan komen voor thematisch overleg met relevante Nederlandse Europarlementariërs, wordt ingegaan op samenwerking met G4, buurgemeenten en bedrijfsleven.' Het tweede dictumpunt stelt voor toe te voegen aan het dictum: 'III. binnen zes maanden een uitwerking dient te volgen voor de doorlopende en thematische samenwerking met strategische partners voor de EU-strategie.' Dat is natuurlijk allemaal om te zorgen dat voor wat we willen bereiken in Europa, we ook wat meer mensen hebben die aan dezelfde kant van het touw trekken, onder anderen al die waardevolle Europarlementariërs, zeker die van de VVD, die uit Den Haag komen. De voorzitter. Door mevrouw Van Basten Batenburg wordt het volgende amendement (D.A VVD) voorgesteld: Amendement D.A VVD geen strategie zonder samenwerking De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 november 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake de vaststelling van de Europastrategie Den Haag 2025-2030 (RIS320814). Besluit: •

Toe te voegen op pagina 3, onder de inhoudelijke prioriteiten: Strategische partners en samenwerking Voor effectieve lobby bij de EU is samenwerking onontbeerlijk. Dit kan gaan om samenwerking met mensen en organisaties binnen de EU, maar ook om de G4, regionale samenwerking of om samenwerking met bedrijfsleven en organisaties binnen Den Haag. Daarom wordt als onderdeel van de strategie in kaart gebracht wat onze natuurlijke partners zijn bij onze strategische doelen, zowel doorlopend als thematisch. In de uitvoeringsagenda zal 67

een plan worden uitgewerkt hoe er met de verschillende partners contact wordt onderhouden. In ieder geval zal er een periodiek overleg komen met Haagse Europarlementariërs, zal er een plan komen voor thematisch overleg met relevante Nederlandse Europarlementariërs, wordt ingegaan op samenwerking met G4, buurgemeenten en bedrijfsleven. •

Toe te voegen aan het dictum: III. binnen zes maanden een uitwerking dient te volgen voor de doorlopende en thematische samenwerking met strategische partners voor de EU-strategie.

Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. Mooi voorstel van de VVD, dat we alleen maar kunnen steunen straks, maar we horen graag nog de appreciatie. Deze week maakte het Europees Hof bekend de Europese minimumloonrichtlijn te bekrachtigen. Dat laat wat ons betreft zien dat Europa een heel belangrijke partner is die we ook hier in Nederland en zeker ook in Den Haag hard nodig gaan hebben om onze doelen te bewerkstelligen. We hebben daar een goed debat over gehad in de commissie. Mijn fractie steunt ook de strategie zoals die nu voorligt. Een van de belangrijke onderdelen van de strategie is het binnen harken van Europese fondsen en subsidies. Dat betekent dus ook dat we met zijn allen voldoende grip moeten krijgen of zicht moeten hebben op hoe we dat als gemeente doen. Je zou dat ook in alle beleidsvelden terug moeten zien. De enige vraag of suggestie vanuit mijn fractie aan het college is om te kijken of we wellicht in de oplegger die we bij raadsvoorstellen krijgen, ook nadrukkelijk te benadrukken welke nationale en internationale fondsen en subsidies er bij raadsvoorstellen zijn aangevraagd. Dan kunnen we daar met elkaar meer feeling mee krijgen en kunnen we ook op een betere manier toetsen en controleren. Ik hoor graag van het college of dat mogelijk is. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag).

Ik heb een vraag aan mijn PvdA-college, ik bedoel collega. Hoe kijkt u ertegen aan - dat staat in het stuk - dat sinds 2021 € 5.4 mln. aan EU-bijdrages zijn ontvangen? Samir Ahraui (PvdA). Het zou heel mooi zijn om een heel PvdA-college te hebben, maar zo ver zijn we helaas nog niet. De voorzitter. Dat gaat ook nooit meer gebeuren, toch? (Hilariteit) Samir Ahraui (PvdA). Zeg nooit nooit, voorzitter! Zet u schrap. Er staan heel veel sociaaldemocraten te trappelen. Goede vraag van de heer Guernaoui. Volgens mij hebben we het hier in de commissie over gehad. Het moet veel meer zijn. We willen ook dat het veel meer wordt. We hebben ook wel gezien dat we de afgelopen jaren heel grote stappen hebben gezet om überhaupt een lobbyafdeling op te richten en daar een scherpere inzet op te doen. Ik verwacht, zeker met deze strategie, dat het de komende jaren alleen maar meer en meer wordt. Maar dat we het in het verleden te weinig hebben gedaan, daar vinden de heer Guernaoui en ik elkaar. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Dank voor dat antwoord. Maar zou dan in deze strategie daarover niet een ambitie moeten worden opgenomen? Samir Ahraui (PvdA). Ik vind het al heel goed dat we in deze strategie wel nadrukkelijk die inzet en die ambitie bepalen. Volgens mij wil de heer Guernaoui naar een soort ambitie dat we in getallen moeten uitdrukken.

Maar je weet natuurlijk niet welke projecten er allemaal lopen en gaan komen. Dus ik vind het ook wel weer raar en heftig om ons te pinpointen op hoeveel miljoenen we willen binnenhalen. Ik wil het liefst - dat was ook de vraag die ik net heb gesteld - dat we bij elk raadsvoorstel dat hier voorbijkomt dat gesprek kunnen voeren, zodat het een aanjager is voor wellicht 68

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16396643/1