RIS324266 Notulen van de raad van 13 november 2025
Tekst van het document
De Stokroosstraat ligt achter het Stokroosveld. Kan iemand komen kijken?' Yousef Assad (D66). Een punt van orde. Dit is een interruptiedebatje. Het is geen inbreng om een brief voor te lezen, voorzitter. Ik wil u vragen om daarop in te grijpen. Dit is een interruptiedebatje. De voorzitter. Ja, maar meneer De Mos mag gewoon een brief voorlezen. Hij koppelt daar, neem ik aan, een vraag aan. Het is de laatste keer en dat mag meneer De Mos gewoon doen. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Wat is dit nou voor oncollegiale gekkigheid? Dan de vraag die ik stel namens meneer en de vele omwonenden die naar de rechter zijn. Moet een participatiecollege willen dat bewoners naar een rechter gaan? We vragen hier om uitstel om het goed te onderzoeken. Nee, er moet een rechtsgang gedaan worden. Kan deze onzin stoppen? Nogmaals het verzoek: kan deze onzin stoppen? Wethouder Barker (PvdD). De persoon die die mail stuurde, was natuurlijk de inspreker die niet tevreden was. Ik heb al eerder met de inspreker gesproken. Die is en blijft natuurlijk ontevreden. Ik ben bereid om nog een keer in gesprek te gaan, maar bij een besluit dat het college of de raad neemt zullen er altijd mensen zijn die niet geheel tevreden zijn. Ik heb alles geprobeerd wat ik kan doen om in gesprek te gaan, maar een aantal mensen zullen niet tevreden blijven. Dat is volgens mij het eerlijke antwoord.
17
Wethouder Bredemeijer (CDA). Voorzitter. Dank aan de raad. Er ligt een aangepast amendement VVD.A met een dekking waar het college zich niet in kan vinden, dus we ontraden dit amendement. Het college staat voor een stad waar topsport beleefd kan worden, waar mooie topsportevenementen georganiseerd kunnen worden. Met dit amendement van de VVD wordt dat moeilijker gemaakt, dus het wordt ontraden. Wethouder Engberts (PvdA). Voorzitter. Ik heb een nieuwe motie, een aangepaste motie en een verzoek om te reflecteren op de appreciatie van een aantal moties en het veronderstelde verschil. Ik probeer altijd zo ruimhartig mogelijk te zijn naar de raad, want ik vind het belangrijk dat de raad zo veel mogelijk ruimte heeft om zich uit te kunnen spreken. Mijn defaultsetting, mijn standaardsetting is dus het liefst oordeel raad. Dat heb ik ook gisteren geprobeerd. Ik heb ook zelf nog even zitten turven. Volgens mij heb ik net zo vaak 'oordeel raad' bij moties van de oppositie als van de coalitie gezegd. Dat probeer ik. Ik hoorde natuurlijk ook de vraag: was het niet wat ruimhartiger als het gaat om een financieel aspect? Ik wijs erop dat ik 'oordeel raad' heb gezegd bij de motie van Hart voor Den Haag over de Leyweg, want die kost ook geld. Dat heb ik ook erbij gezegd.
We moeten goed met elkaar kijken wat dan precies de omvang is van wat we willen, zodat we daar een relatief goede inzet op kunnen plegen. Ook daar zal ik moeten zoeken naar budget. Dat was precies dezelfde reden waarom ik bij de motie die inmiddels is aangehouden iets dergelijks heb gezegd. Ik dacht: er is hier zo'n brede steun om de schimmelaanpak te versterken dat ik de ruimte wil geven aan de raad en dat ik de opdracht gaarne aanvaard om te kijken wat er wel en niet kan. Ik denk dat het goed is dat de motie wordt aangehouden en dat die ook betrokken kan worden bij de betere discussie over de evaluatie van de schimmelaanpak. Als ik een verkeerde indruk heb gewekt richting de VVD, dan maak ik daarvoor mijn excuses. Dan de motie Red de biljarters van Samonda in Morgenstond van Hart voor Den Haag. Ik vind het lastig. Aan de ene kant is Samonda ons lief. Wij willen heel graag dat Samonda kan blijven op de plek waar ze nu zitten. We spannen ons daar dan ook tot het uiterste voor in. We erkennen ook de waardevolle sociale voorziening die ze hebben en de maatschappelijke waarde die Samonda vervult. Ik ben het ook eens met de heer De Mos dat er wel wat meer aandacht voor het gebouw kan zijn. We komen in het eerste kwartaal van 2026 naar de raad met een brief waarin we willen aangeven hoe we tot verduurzaming kunnen komen.
In elk scenario waar we nu mee bezig zijn, is er voor Samonda een plek. Daar ga ik dus helemaal in mee met Hart voor Den Haag. Alleen, als het gaat over het heroverwegen van de flexwoningen: daar wil ik niet aan. We willen daar 36 flexwoningen neerzetten, waarvan 18 voor starters en 18 voor uitstromers uit de maatschappelijke opvang en jeugdzorg. Dat is net iets anders dan wat in de constateringen staat, want daarin staat 'statushouders'. Wij komen met achttien woningen voor starters en achttien voor uitstroom uit de maatschappelijke opvang en jeugdzorg. Daar is zo'n ongelofelijke behoefte aan in deze stad. Dat mag vervolgens niet betekenen dat we het zo neerzetten dat de parkeernormen geschaad worden. Dat is voor ons wel de ondergrens. We moeten ervoor zorgen dat we binnen de parkeernormen blijven. Ik wil daar best nog een keer naar kijken. Ik zie ook wel dat de bezoekers van Samonda voor een groot deel uit andere delen van de stad komen. Die komen niet op de fiets en ook niet lopend in overwegende mate. Ik zie dat ook. Ik wil mij daar ook voor inspannen; dat heb ik gisteren ook gezegd. Ik span me ervoor in om te kijken of we nog betere oplossingen kunnen vinden buiten de parkeernormen. Ik kan dat niet garanderen; we spannen ons daarvoor in.
Ik heb gisteren ook gezegd dat we in gesprek zijn met de kerk die daarachter zit, die gebruikmaakt van onze parkeerplaatsen, om te kijken of we niet gelijk kunnen oversteken. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Het kan toch niet zo zijn dat mensen die ons land hebben opgebouwd, die in hun laatste deel van het leven zitten, die 70-plus zijn, daar gewoon het vermaak hebben in de winter van hun leven, dat wordt ontnomen omdat er parkeerplaatsen weggaan? U zegt het zelf. Die mensen komen per auto, die gaan niet lopen. Die zijn al eerder uit het Zuiderpark verjaagd, omdat daar een sportcampus moest komen. Die mensen hebben hier een plekje gevonden. We hebben de mond vol van het bestrijden van eenzaamheid. Dit is voor deze mensen belangrijk. Ik roep met de motie op: zoek een alternatief voor die parkeerplekkendicht bij huis zodat ze kunnen komen en blijven biljarten. Dat is wat ik vraag. Ik hoop echt dat u de motie wil omarmen, want het is echt belangrijk voor die mensen om een dagbesteding te hebben, elkaar te ontmoeten, een biertje met elkaar te drinken en een biljartje te leggen. 18
Wethouder Engberts (PvdA). Ik ben daar ook geweest, wel op een tijdstip dat we niet aan het biertje gingen maar gewoon aan de koffie. Ik zie inderdaad de waarde van die plek. Wat mij betreft gaan we ons er volop voor inzetten om ervoor te zorgen dat mensen die inderdaad jarenlang zich hebben ingezet voor onze samenleving en hard gewerkt hebben daar kunnen blijven functioneren. Tegelijkertijd - dat is die lastige afweging - wil ik ook jonge mensen, starters, een perspectief geven op een woning. Dat is precies de weging waar het hier volgens mij over gaat. Onze grote inspanning is om ervoor te zorgen dat dat bij elkaar kan komen. Dat kan nu met de huidige parkeernormen. We kunnen kijken of we daar nog meer kunnen bewegen en ervoor kunnen zorgen dat er voldoende ruimte is om daar dichtbij te kunnen komen. We zijn in gesprek met de kerk om te kijken of we daar ook nog een oplossing voor kunnen vinden. Maar in die hele afweging zou ik niet willen zeggen dat onze jonge mensen van nu dan achteraan in de rij staan. Daar hebben we ook een ontzettende behoefte. Ik vind dat gewoon lastig; dat zal ik eerlijk toegeven. Ik vind het ontzettend lastig. Ik probeer het bij elkaar te krijgen.
Maar om nou te zeggen dat we dat parkeren zo ontzettend belangrijk vinden dat daar niets aan mag gebeuren en dan tegen jonge mensen te zeggen 'zoek het maar lekker uit, want wij kunnen voor jou geen woning vinden'? Dat krijg ik ook niet uit mijn mond, en u net wel. Richard de Mos (Hart voor Den Haag). Ik moet snel praten. Dit is natuurlijk een tegenstelling die nergens over gaat. Dit zijn 36 flexwoningen. Het is niet zo dat jongeren op straat komen. De ouderen zijn al een keer uit het Zuiderpark verjaagd. Die worden nu weer verjaagd. Er moet gewoon een oplossing komen, zodat die mensen op een goede manier kunnen parkeren en gewoon dat biljartje kunnen blijven leggen in de winter van hun leven. Ik vraag geen hogeren wiskunde, maar gewoon een oplossing. Dat is wat de motie beoogt. Wethouder Engberts (PvdA). Ik hoor dit en ik geloof dat we niet veel verder komen dan deze uitwisseling. Een groot deel van wat u vraagt in de motie gaan we doen: de erkenning van Samonda als een belangrijke maatschappelijke en sociale instelling, het proberen te verduurzamen van het gebouw. We spannen ons in om zo veel mogelijk tegemoet te komen, ook buiten de parkeernormen, aan de wensen van de bezoekers, want we begrijpen die heel goed. Wij proberen de flexwoningen daar wel te plaatsen, ook omdat de raad dat vraagt. We krijgen straks nog een ander agendapunt bij de volgende raadsbehandeling.
Dan zal ons ongetwijfeld gevraagd worden waarom wij de flexwoningen van de Henri Faas niet een goede plek weten te geven en hoe wij gaan voorkomen dat we die in de opslag zetten. Ik heb nog een aangepaste motie van de SP. Het tweede dictum is aangepast. Ik kijk naar de heer Smit, want hij had daar gisteren vragen over. Ik moet natuurlijk oppassen dat ik de motie, die ik eigenlijk ontraad, niet nu ga zitten verkopen, want dat blijf ik wel doen. Het tweede dictum is, mocht de motie worden aangenomen, voor ons uitvoerbaar. Maar ik pleit er wel nog steeds voor om deze motie niet aan te nemen, omdat het voor ons heel belangrijk is om een actiegebiedaanwijzing wel te kunnen blijven geven. Een actiegebiedaanwijzing is gewoon in het belang van heel veel bewoners, want dan kunnen we ze urgentie geven en dan kunnen bewoners die dat graag willen makkelijk naar een betere, andere woning gaan. Ik zou dat toch graag nog een keer onder uw aandacht brengen. Lesley Arp (SP). Als ik dankzij de VVD extra spreektijd wil, dan zal ik deze discussie natuurlijk tot het uiterste blijven voeren. Ik vind nog steeds dat de wethouder niet ingaat op de casuïstiek, op de peiling van de bewoners, op het gebrek aan draagvlak voor sloop, wat ook door de bewoners is geconstateerd, op meerdere momenten door externe pijlers en door de bewoners zelf en alle misstanden rond de participatie.
De wethouder en ik gaan het niet eens worden, maar ik zal deze discussie blijven voeren zolang ik in deze raad zit. Wethouder Engberts (PvdA). Ik kijk ernaar uit om de komende maanden dat gesprek te kunnen blijven voeren. Ik heb het net niet gezegd, omdat ik dat gisteren al gezegd had. Ik neem de casus serieus. Ik praat met Hof Wonen. Dat heb ik gedaan en ga ik nog een keer doen. Ik heb er tussen de middag nog met de bestuursvoorzitter over gesproken en we gaan dat volgende week ook doen. We nemen deze hele casuïstiek verschrikkelijk serieus, maar ik heb daar niet een blokkade op een actiegebiedaanwijzing voor nodig. 19
Lesley Arp (SP). De wethouder verwees natuurlijk ook naar het advies van de huurdersraad, waarvan ik aangaf - dat is niet om de huurdersraad af te vallen - dat dat top-down is genomen. Ik weet dat gewoon. Ik heb de huurdersraad gebeld. Zij hebben niet met bewoners gesproken. Als ik de wethouder één advies zou kunnen geven: ga niet alleen met Hof Wonen en een huurdersraad praten die top-down daarover oordeelt op basis van de papieren die zij hebben gekregen. Ga ook een keer met de mensen van de klankbordgroep praten. Ga een keer met de bewoners praten. Wethouder Engberts (PvdA). Dat zal ik doen. Wethouder Icar (DENK). Voorzitter. Het gaat om de motie HSP.1, Richt netwerk voor BIPOCvrouwen op. Mevrouw Faïd heeft het dictum aangepast en geeft me de ruimte om aan te sluiten bij bestaande initiatieven. In deze vorm kan ik 'm aan de raad laten. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Voorzitter. Op verzoek van de VVD-fractie geef ik een korte reflectie op de motie van D66 over de energiecoaches. Ook voor deze wethouder - het geldt namelijk voor het hele college - geldt dat wij de moties op hun merites beoordelen. Het college herkent zich dus niet in iedere suggestie die ergens anders op wijst. Het betreft een onderzoeksmotie. Het is een goed gebruik dat we voor onderzoeksmoties geen dekking vragen, ondanks dat onderzoeken soms ook geld kosten. Het gaat hier om energiecoaches.
Dat zijn vrijwilligers, dus hier zijn geen grote bedragen mee gemoeid. Mocht er uit het onderzoek wat komen, dan heb ik er vertrouwen in dat dit uit het bestaande programma gefinancierd kan worden. Tot slot de aangepaste motie PvdD.3 over het station Hollands Spoor. Met de aanpassing kan het college die aan de raad laten. Voorzitter: de heer Sluijs. De heer Van Zanen. Voorzitter. Ik zal iets zeggen over motie HvDH.7, Stop langdurige sluiting van zaken na explosiegeweld. Ik heb de vier verzoeken goed gelezen. We kunnen aan de verzoeken voldoen. Ik zie het ook een beetje als ondersteuning en precies gericht maken van wat mij te doen staat. Ik maak wel een opmerking bij 3 over financieel compenseren. 'Waar nodig' staat er, dus dat geeft me ook nog wat ruimte. Ik ga ervan uit dat ik daarin dan wel wordt gesteund door het Rijk, want ik ga het niet alleen oplossen. Maar daar bent u het mee eens, dus oordeel raad. De beraadslaging wordt gesloten. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. Aan de orde is: C. Commissiebrief inzake Voortgangsrapportage Aanpak dakloosheid 2024 beleidskader Den Haag geeft Thuis (RIS322995). De beraadslaging wordt geopend. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. De afgelopen weken hebben we naar aanleiding van de resultaten van de ETHOS-telling hier uitvoerig gesproken over de aanpak van dakloosheid.
Ook gister en ook vanmiddag is het er uitgebreid over gegaan, want er moet echt iets losgetrokken worden om dakloosheid aan te pakken. Alle hens aan dek om mooie woorden om te zetten in daden. De ETHOS-telling maakt duidelijk dat adequate durf en lef nodig is om dakloosheid in 2030 te beëindigen. Als je nu in dakloosheid belandt, kom er dan maar eens uit. Iedere dag opnieuw strijden voor een slaapplek, bij vrienden of familie, in een hotel of hostel, of als het echt niet anders kan op straat. Slaap je dan op straat, riskeer je een boete, met het verhaal dat je kunt slapen in de opvang. Maar de wachtlijsten bij de opvang zijn gigantisch en het daklozenloket hanteert een strenge toets om 20
überhaupt toegang te krijgen. Beeldt u zich maar eens in hoeveel stressvoller de situatie is als er kinderen in het spel zijn en wat de veiligheids- en gezondheidsrisico's zijn van het verkeren in deze uitzichtloze omstandigheden. Er zijn meer dan 6.000 daklozen in onze stad, waaronder bijna 1.000 kinderen. Het college moet nu echt de handen ineenslaan om werk te maken van een efficiënte aanpak. Het broodnodige bouwen van veel meer sociale huurwoningen heeft tijd nodig. Daarom moet er ook gewerkt worden aan tijdelijke oplossingen om mensen nu perspectief te bieden en snel een dak boven het hoofd te geven. Het realiseren van de beoogde 540 flexwoningen zou hierin behoorlijk geholpen hebben, maar geld van het Rijk ten spijt is er niks van de plannen terechtgekomen. We hebben er de afgelopen week een brief over gekregen van het college, maar daarin miste ik nog de informatie waarom die businesscases niet rond te krijgen zijn. Er staat wel dat het financieel onhaalbaar is, maar hoeveel of wat, dat staat er niet in. Als het alleen financieel zou knellen, dan kan er met politieke wil wat geregeld worden. Kan het college toezeggen om alsnog met de gevraagde informatie te komen rond de financiële haalbaarheid? De flexwoningen die wel zijn gerealiseerd, staan nu leeg aan de Henri Faasdrees: 70 verplaatsbare wooneenheden.
Van tien huisjes belooft de wethouder ze op een nader te noemen locatie te plaatsen als de lang beloofde Vliethuisjes. 60 huisjes dreigen in de opslag te verdwijnen. Dat is beschamend: huizen in een opslag terwijl er mensen op straat slapen. Daarom moet er zo snel mogelijk een nieuwe bestemming gevonden worden voor die huisjes. Daartoe dien ik een motie in, met als dictum: verzoekt het college voor deze 60 woningen afspraken te maken met woningcorporaties (voor bijvoorbeeld binnentuinen), maatschappelijke organisaties en relevante partners als stichting Devjo waar deze woningen geplaatst kunnen worden, om deze zo snel mogelijk een nieuwe bestemming te geven. Ik noemde zojuist al de toets bij het daklozenloket voor de toegang tot de opvang. Een dergelijke aanvraag gaat via de Wmo, en de wet hanteert het zelfredzaamheidscriterium. Eigenlijk is de conclusie dat dit criterium niet geschikt is voor de situatie van dakloze mensen. Het heeft immers niet alleen betrekking op maatschappelijke opvang, maar ook op andere voorzieningen, die naar aard en omstandigheden niet te vergelijken zijn met die van dakloze mensen. Maar dat is iets voor het andere Den Haag. Voor ons is van belang dat ambtenaren niet opgaan in een droge bureaucratische toets van de zelfredzaamheid van dakloze mensen.
Die toets hangt immers af van afstemming met de persoonlijke behoeften en mogelijkheden van de aanvrager en kan niet simpel gevat worden in een zelfredzaamheidmatrix waarin de boxjes moeten worden aangetikt en punten worden gegeven. Het voelt dan wel heel cru om bijvoorbeeld te horen van een dakloze moeder die na het verlaten van haar gewelddadige partner met haar kinderen op straat is komen te staan en afgewezen wordt tot de opvang, omdat ze de mogelijkheid heeft om bij vrienden en bekenden op de bank te slapen terwijl die situatie logischerwijs onhoudbaar is. Het levert stress op. Maar de ambtenaren achten haar zelfredzaam genoeg, omdat kan worden afgetikt dat ze geen psychische stoornis of verslaving heeft en omdat ze zich altijd staande heeft weten te houden in de maatschappij, tot nog toe. Dit verhaal is een van de vele verhalen van mensen die ondanks een duidelijke hulpvraag bij het daklozenloket worden afgewezen en weggestuurd, omdat ze zelfredzaam zouden zijn. Pijnlijk en met risico. Het zorgt ervoor dat mensen buiten beeld blijven bij instanties en verdere verslechtering van de persoonlijke situatie niet voorkomen kan worden.
Om dat te veranderen, dien ik samen met collega Holman van de PvdA een motie in, waarvan het dictum luidt: verzoekt het college voor ambtenaren in de werkwijze helder en eenduidig te definiëren - bijvoorbeeld vanuit relevante jurisprudentie - wat zelfredzaamheid betekent, daarbij expliciet te vermelden dat de menselijke maat behouden moet blijven zodat er daadwerkelijke afstemming plaatsvindt met de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de aanvrager, en dit ook te communiceren naar relevante partners zoals zorgorganisaties, belangenbehartigers en de raad, en in de werkwijze op te nemen dat iemand die klaarblijkelijk zelfredzaam genoeg is, maar wel een duidelijke hulpvraag heeft, doorverwezen moet worden naar preventieve hulp en daarmee in beeld blijft bij instanties. Rutger de Ridder (VVD). Is mevrouw Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP het met de VVD eens dat zelfredzaamheid an sich wel iets is waar we op moeten blijven willen sturen? We willen toch dat mensen niet altijd maar bij het handje genomen hoeven te worden, als dat niet nodig is?
21
Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). De ChristenUnie/SGP is van mening dat als mensen een hulpvraag hebben, er gekeken moet worden: wat is je hulpvraag in deze specifieke situatie? Welke oplossingen zijn er, maar vooral ook: waar ben je zelf toe in staat? Op het moment dat heel duidelijk is dat dat laatste niet meer aan de orde is, moeten mensen geholpen worden. We zien nu dat mensen weggestuurd worden onder het mom van zelfredzaamheid, terwijl er dan weinig netwerk is of een netwerk dat niet in staat is om iemand op te vangen, waardoor mensen alsnog op straat belanden. Dat is volgens mij niet de bedoeling. Rutger de Ridder (VVD). Ik denk dat we het op zich eens zijn met die laatste zin, dat het niet de bedoeling is dat mensen op straat komen. Maar de VVD wil wel waken dat mensen hun eigen omgeving eerst aanspreken voordat ze de overheid aanspreken. Is mevrouw Klokkenburg dat met de VVD eens? Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). De ChristenUnie/SGP is dat in beperkte mate met de heer De Ridder eens. Mensen moeten natuurlijk niet te snel bij het handje worden genomen, maar er moet ook niet te snel naar het netwerk terugverwezen worden. Misschien is dat netwerk al uitgeput. Voor veel mensen die hun huis kwijtraken, is het daklozenloket niet het eerste loket waar ze aankloppen. Vaak gaan mensen al langer rond in netwerken bij familie en is dat netwerk uitgeput.
Op het moment dat ze eindelijk die drempel overgaan om die hulpvraag te stellen en weer teruggestuurd worden naar dat netwerk, is die hulp vaak toch niet voorradig en belanden mensen alsnog op straat. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Wij vinden dat besturen ook het maken van keuzes is. Geldt dit voor alle mensen die dakloos zijn of alleen voor mensen die een geldige verblijfstitel hebben bijvoorbeeld? Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). De Wmo is volgens mij vooral toegankelijk voor mensen met een geldige verblijfstitel, om in de woorden van mevrouw Verdonk te spreken. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). En mevrouw Klokkenburg wil ook dat dat gehandhaafd blijft? Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Mevrouw Verduin komt straks nog met een motie om het überhaupt over het daklozenloket te hebben en de hulp die daar geboden wordt. Ik denk dat het daklozenloket prima vanuit de wettelijke regels aan te vliegen is. En voor overige hulp kan natuurlijk mooi doorverwezen worden. Nick Kaptheijns (PVV). Even een verduidelijkende vraag. Wat moeten we dan doen met de arbeidsmigranten die in de stad zijn die niet aan het werk zijn en die dus dakloos zijn? Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP).
Ik denk dat er heel veel goede dingen gebeuren in de opvang van Perspektywa, dat er nu heel goed hulp geboden wordt aan mensen die ertoe in staat zijn om terug te keren naar werk of terug te keren naar het land van herkomst. Ik denk dat dat doorgezet moet worden. Volgens mij is de heer Kaptheijns dat met mij eens. Dat is mooi. Mensen krijgen na een melding bij het daklozenloket niet altijd een beschikking mee, maar een advies. Of ze worden niet gewezen op de mogelijkheid van een echte aanvraag en worden ontmoedigd met het gegeven advies. Ook dit is problematisch, want bezwaar maken tegen een besluit is enkel mogelijk via een beschikking. Het lijkt erop alsof er beschikkingsarm gewerkt wordt, waarvan met betrekking tot de jeugdzorg al is gebleken dat dit in strijd is met de Awb. Daarom dien ik samen met collega Holman van de PvdA een motie in, waarvan het dictum luidt: verzoekt het college aan te geven wanneer er sprake is van een hulpvraag onder de Wmo en wanneer er sprake is van een vraag om advies, en in de werkwijze op te nemen dat mensen bij een verzoek tot of een hulpvraag behorend bij Wmo, hoe laagdrempelig ook, altijd een beschikking krijgen, en over deze werkwijze jaarlijks bij de voortgangsrapportage te rapporteren. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg wordt de volgende motie (C.1 CU/SGP) ingediend:
22
Motie C.1 CU/SGP Red de Henri Faas huisjes De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 november 2025, ter bespreking van de Commissiebrief inzake Voortgangsrapportage Aanpak dakloosheid 2024 beleidskader Den Haag geeft Thuis (RIS322995), constaterende, dat: ▪ 70 verplaatsbare wooneenheden momenteel leegstaan aan de Henri Faasdreef; ▪ het veel geld kost om deze te verplaatsen naar een opslag, terwijl de woningnood zo hoog is; overwegende, dat: ▪ er al jarenlang gesproken wordt over zogenaamde Skaeve Huse, nu Vliethuisjes genoemd; ▪ de wethouder in de commissievergadering van 16 oktober jl. heeft gezegd dat er dit jaar nog een locatie wordt aangewezen voor de plaatsing van 10 huisjes; ▪ er daarnaast nog 60 beschikbare woningen zijn; verzoekt het college: ▪ voor deze 60 woningen afspraken te maken met woningcorporaties (voor bijvoorbeeld binnentuinen), maatschappelijke organisaties en relevante partners als stichting Devjo waar deze woningen geplaatst kunnen worden, om deze zo snel mogelijk een nieuwe bestemming te geven, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter.
Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Holman, worden de volgende moties (C.2 CU/SGP en C.3 CU/SGP) ingediend: Motie C.2 CU/SGP Stop beschikkingsarm werken bij het Daklozenloket De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 november 2025, ter bespreking van de Commissiebrief inzake Voortgangsrapportage Aanpak dakloosheid 2024 beleidskader Den Haag geeft Thuis (RIS322995), constaterende, dat: ▪ uit de ETHOS-telling is gebleken dat er meer dan 6.000 dakloze mensen in Den Haag zijn; ▪ veel dak- en thuisloze mensen die aankloppen bij het Daklozenloket om toegang te krijgen tot de maatschappelijke opvang - via een Wmo-aanvraag - weggestuurd worden, omdat zij voldoende 'zelfredzaam' zouden zijn; ▪ het wegsturen vaak alleen gebeurt met een advies in plaats van een beschikking; overwegende, dat: ▪ bezwaar maken tegen een besluit enkel mogelijk is via een beschikking; ▪ indien de hulp onder de Wmo geweigerd wordt, er een schriftelijke beschikking moet volgen; ▪ dak- en thuisloze mensen niet komen voor een advies, maar voor hulp; ▪ dit systeem lijkt op beschikkingsarm werken; ▪ reeds is vastgesteld dat beschikkingsarm werken in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zoals ook gebleken is met betrekking tot jeugdzorg; ▪ door dit systeem van beschikkingsarm werken veel dakloze mensen buiten beeld blijven bij de gemeente;
23
verzoekt het college: ▪ aan te geven wanneer er sprake is van een hulpvraag onder de Wmo en wanneer er sprake is van een vraag om advies; ▪ in de werkwijze op te nemen dat mensen bij een verzoek tot of een hulpvraag behorend bij Wmo, hoe laagdrempelig ook, altijd een beschikking krijgen, en over deze werkwijze jaarlijks bij de voortgangsrapportage te rapporteren, en gaat over tot de orde van de dag. Motie C.3 CU/SGP Zelfredzaamheid van dakloze mensen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 november 2025, ter bespreking van de Commissiebrief inzake Voortgangsrapportage Aanpak dakloosheid 2024 beleidskader Den Haag geeft Thuis (RIS322995), constaterende, dat: ▪ uit de ETHOS-telling is gebleken dat er meer dan 6.000 dakloze mensen in Den Haag zijn; ▪ er veel dak- en thuisloze mensen met een hulpvraag zijn die aankloppen bij het Daklozenloket om – via een Wmo-aanvraag – toegang te krijgen tot de maatschappelijke opvang, maar worden weggestuurd omdat ze voldoende 'zelfredzaam' zouden zijn; ▪ deze 'zelfredzaamheid' niet helder en eenduidig gedefinieerd is; overwegende, dat: • het bij een maatwerkvoorziening aankomt op een afstemming met de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon (artikel 1.1.1 Wmo); ▪ het al dan niet zelfredzaam zijn bij het Daklozenloket wordt getoetst door een kort gesprek te voeren met de aanvrager en het doorlopen van
de zogenaamde 'zelfredzaamheidsmatrix'; ▪ hierbij geen daadwerkelijke afstemming plaatsvindt met de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de aanvrager; ▪ de gemeente in een recente uitspraak door de rechter op de vingers is getikt met betrekking tot het verrichten van zorgvuldig onderzoek naar zelfredzaamheid en behoefte aan maatschappelijke opvang (Uitspraak ECLI:NL:RBDHA:2023:3132 - Semantius); ▪ een deel van de dakloze mensen geen zelfredzame elementen heeft, maar desondanks toch wordt weggestuurd terwijl de hulpvraag in stand blijft, ook nog eens zonder beschikking; ▪ het hanteren van dit strenge beleid met betrekking tot het criterium zelfredzaamheid ervoor zorgt dat mensen buiten beeld blijven en verdere escalatie niet voorkomen kan worden; verzoekt het college: ▪ voor ambtenaren in de werkwijze helder en eenduidig te definiëren - bijvoorbeeld vanuit relevante jurisprudentie - wat zelfredzaamheid betekent, daarbij expliciet te vermelden dat de menselijke maat behouden moet blijven zodat er daadwerkelijke afstemming plaatsvindt met de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de aanvrager, en dit ook te communiceren naar relevante partners zoals zorgorganisaties, belangenbehartigers en de raad, ▪ in de werkwijze op te nemen dat iemand die klaarblijkelijk zelfredzaam genoeg is, maar wel een duidelijke hulpvraag heeft, doorverwezen moet worden naar
preventieve hulp en daarmee in beeld blijft bij instanties, en gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Caroline Verduin (D66). Voorzitter. Dit is mijn laatste inbreng in de raadzaal, zo net voor mijn verlof, over een heel belangrijk onderwerp: dakloosheid. Dat is iets wat mij in de afgelopen jaren echt persoonlijk heeft geraakt. In de afgelopen jaren ben ik veel op pad geweest met meerdere organisaties 24
die de doelgroep helpen. Ik was op bezoek bij het Leger des Heils. Daar ontmoette ik fantastische medewerkers zoals Yara, Bea en Mo. Met bos- en duinwachters ben ik op pad geweest zoals Mark, Hans en Jasmin. Ik mocht soep uitdelen met de vrijwilligers van de Haagse Soepbus. Ik ben ook op pad geweest met Stichting Barka, waar Magda, Natalia en Larisa elke dag zich inzetten voor deze groep. En dan heb je ook nog geweldige ambtenaren op dit onderwerp, maar daar zal ik de namen maar niet van noemen. Ik wil jullie meenemen naar een bezoek dat mij altijd enorm is bijgebleven. Het was de ontmoeting met Pawel - ik noem hem hier Pawel. Ik was op pad met Tomek en Gosia van Stichting Barka. We waren op een vrijdagmiddag bij het Straatpastoraat op het Westeinde, want daar kan je 's avonds met elkaar een maaltijd eten als je zelf niet die maaltijd hebt. Ik zat met Pawel aan tafel. Hij kwam uit Polen, werkte jarenlang in Nederland en sprak de Nederlandse taal vloeiend. Zijn baan was gestopt en hij sliep op straat, want hij was ook zijn woning kwijt. We aten soep en we spraken over van alles. Hij vroeg mij: waar werk je dan eigenlijk? Ik zei: naast de gemeenteraad werk ik ook op de Haagse Hogeschool. 'O, interessant, ik woon daar'. Elke avond, of laat op de avond, in de nacht, ging hij in de buurt van de Haagse Hogeschool op zoek naar een plek om te slapen.
Ik heb er heel vaak nog aan gedacht als ik op de fiets terugkwam van een lange dag colleges geven wat een enorm privilege het is dat je dan weet dat je terug kan naar je eigen huis. Als ik op de fiets naar huis zit, dan zie ik ook ontelbaar vele uitzendbureaubusjes vol arbeidsmigranten die terugkomen van hun werk naar huis. Helaas weten we dat dat huis vaak te wensen overlaat. Er was laatst weer een integrale handhavingsactie bij het Zuiderpark. Daar zijn weer mensen gevonden die in een schuurtje sliepen. Dat maakte mij wel boos. Het heeft mij wel gepassioneerd in de afgelopen jaren als raadslid, zeker ook omdat we nu zien dat de regelgeving landelijk wordt ingetrokken en de realiteit voor arbeidsmigranten nog steeds is dat jouw woning, jouw huur wordt ingetrokken op jouw salaris. Maar ik heb ook wel hoop. Die kreeg ik toen ik Pawel een halfjaar later weer ontmoette in Polen, in Poddębice onder Poznań, want hij had met hulp van Stichting Barka zijn leven weer opgebouwd en hij had een vast dak boven zijn hoofd. Ik kan de foto's niet laten zien, maar je zou eens moeten zien hoe enorm hij was opgeknapt, alleen maar wetende dat hij een vaste plek had waar hij kon leven. Dit laat ook wel weer zien dat het probleem van thuis- en dakloosheid niet enkel een zorgprobleem is, maar vooral een huisvestingsprobleem.
Zo heb ik een mooi bruggetje gemaakt naar de motie die ik wil indienen: roept het college op van het huidige Daklozenloket een bredere voorziening te maken waar (dreigend) dakloze mensen en economische dak- en thuisloze mensen informatie en ondersteuning kunnen krijgen op alle leefgebieden om dakloosheid te voorkomen of er zo snel mogelijk uit te komen, een nieuwe naam te bedenken voor het Daklozenloket die beter aansluit op de ETHOS-doelgroep en de geboden ondersteuning, bij dit traject, om tot een brede voorziening te komen, aan te sluiten bij de Wonen Eerst-principes, en met een voorstel te komen (inclusief tijdpad) hoe hier praktisch invulling aan kan worden gegeven en de raad over voorgaande uiterlijk in Q1 2026 te rapporteren. De motie wordt mede ingediend door mevrouw Holman van de PvdA en mevrouw Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP. Ik wil vanaf deze plek u ook nog even bedanken voor de samenwerking, voorzitter en collega's. Het werk dat wij doen in de raad, zo'n motie indienen, en waar wij over beslissen, dat doet er ook echt toe. Maar overschat niet het werk in het stadhuis en in de raadzaal, zeker niet om middernacht, na twaalf uur. Als volksvertegenwoordigers is het ook vooral aan ons om te luisteren en gesprekken te voeren in de raad. Ik denk dat alleen als we hier regelmatig zijn, dus vaker in de stad dan in het stadhuis, wij ons werk goed kunnen doen.
Dank u wel. (Geroffel op de tafels) De voorzitter. Door mevrouw Verduin, daartoe gesteund door mevrouw Holman en mevrouw Klokkenburg, wordt de volgende motie (C.4 D66) ingediend:
25
Motie C.4 D66 Maak van Daklozenloket een voorziening die recht doet aan alle dak- en thuisloze inwoners De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 november 2025, ter bespreking van de voortgangsrapportage Aanpak dakloosheid 2024 beleidskader Den Haag geeft Thuis (RIS322995). Constaterende dat: • de gemeente Den Haag in het beleidskader Den Haag geeft Thuis het voorkomen van dakloosheid als een van de uitgangspunten hanteert en het Wonen Eerst principe als pijler heeft gemaakt van het dakloosheidbeleid; ▪ de huidige werkwijze van het Daklozenloket, werkend vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, niet toestaat hulp te bieden in het voorkomen van dakloosheid, daar mensen uitsluitend worden geholpen met (maatschappelijke) opvang en zorg als ze niet meer zelfredzaam worden geacht; ▪ de naam van en de hulp door het Daklozenloket de uitgangspunten van Wonen Eerst en preventie onvoldoende dekken.
Van mening dat: • het Daklozenloket een plek moet zijn waar alle (dreigend) dakloze mensen terecht kunnen voor ondersteuning, ook wanneer de oplossing enkel op het gebied van huisvesting ligt; • het Daklozenloket zelf kan ondersteunen, danwel het uniforme voorportaal kan zijn voor alle andere plekken waar steun kan worden gevonden op leefgebieden van (dreigend) dakloze mensen; • de naam Daklozenloket niet aansluit op de ETHOS-doelgroep en de hiervoor noodzakelijke ondersteuning. Roept het college op: • van het huidige Daklozenloket een bredere voorziening te maken waar (dreigend) dakloze mensen en economische dak- en thuisloze mensen informatie en ondersteuning kunnen krijgen op alle leefgebieden om dakloosheid te voorkomen of er zo snel mogelijk uit te komen; • een nieuwe naam te bedenken voor het Daklozenloket die beter aansluit op de ETHOSdoelgroep en de geboden ondersteuning; • bij dit traject, om tot een brede voorziening te komen, aan te sluiten bij de Wonen Eerstprincipes; • met een voorstel te komen (inclusief tijdpad) hoe hier praktisch invulling aan kan worden gegeven en de raad over voorgaande uiterlijk in Q1 2026 te rapporteren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Dank u wel, mevrouw Verduin.
Ik denk dat ik namens alle collega's spreek, als ik zeg dat we u een heel fijn en goed verlof toewensen en u daarna als moeder graag weer terug verwelkomen in ons midden. Lesley Arp (SP). Voorzitter. De resultaten van de ETHOS-telling moeten een alarmsignaal zijn voor ons allemaal. Ze laten zien dat mooie woorden op papier niet automatisch een thuis bieden. Maar dat alarmsignaal moet niet alleen gelden voor het college, maar ook voor de raad. Door grondig graafwerk van het AD over de dakloosheidsproblematiek kwam er recent een spreekwoordelijk lijk uit de kast van het college rollen. De aanpak van het college om mensen sneller uit de opvang te laten stromen, is gestoeld op meerdere pijlers. Denk aan het beschikbaar stellen van bestaande en nieuwe sociale huurwoningen, ontzettend belangrijk, het bewoonbaar maken van leegstaande panden en ook 26
flexwonen. Op meerdere aspecten loopt deze aanpak stroef. Daarom wil ik allereerst aan de wethouder Wonen vragen of hij meer kan vertellen over de onderhandelingen met de woningcorporaties over de verdubbeling van de zogenaamde convenantwoningen. Hoe staat het hiermee? Terug naar het spreekwoordelijke lijk uit de kast. Het AD zette uiteen dat de flexwoonaanpak vrijwel volledig is mislukt en dat er zelfs miljoenen aan subsidiegeld stilzwijgend door het college zijn teruggestort. Mijn fractie heeft het college gevraagd om in een brief uit te leggen hoe het zit met die teruggestorte miljoenen. In de brief wordt geconcludeerd dat flexwonen in de praktijk slecht werkt om allerlei redenen. Maar de conclusie had natuurlijk ook veel eerder met de raad gedeeld moeten worden, zodat we het erover hadden kunnen hebben, nog ruim voordat de ruim € 4 mln. aan subsidiegeld ten behoeve van flexwonen was teruggestort. Het college en de raad vormen samen een stadsbestuur. Om plannen te maken die mensen daadwerkelijk onder dak helpen is volledige transparantie nodig. Erkent het college dit en kan het hier een reflectie op geven? De les die de raad hieruit moet trekken, is dat hij het college nog scherper moet controleren. Dat brengt mij bij de flexunits die ooit werden bewoond aan de Henri Faasdreef. Van meet af aan was duidelijk dat die slechts tijdelijk op die locatie konden staan.
Het college heeft in 2021 zwart op wit gezegd dat gelijktijdig met de plaatsing meteen gezocht zou worden naar een nieuwe locatie. Dat is een uitspraak uit 2021. Op 3 juli 2024 heb ik de voormalige wethouder Volkshuisvesting nog in de commissie gevraagd of de raad tijdig voor de komst van de woonwagenlocatie geïnformeerd kon worden over de oplossing voor de flexwoningen. De reactie was dat dat inderdaad tijdig zou gebeuren, maar helaas is er nog geen oplossing en worden de verplaatsbare huisjes nu niet benut. In de hoop dit snel recht te zetten dien ik daarom de volgende motie in. De voorzitter. Mag ik even voordat u die motie gaat indienen? Ik zocht even een punt, want ik zie een interruptie van meneer De Ridder. Lesley Arp (SP). Natuurlijk, ja. De voorzitter. Dan kunt u eventjes op adem komen en dan gaan we daarna de motie doen. Rutger de Ridder (VVD). Nog even over het spreekwoordelijke lijk uit de kast. Is mevrouw Arp het met mij eens dat als een college iets doet en denkt 'nou, het is onze bevoegdheid om dit te doen en we melden het maar niet, want ja, wat maakt het uit', dat niet bijdraagt aan het vertrouwen dat de raad heeft in het college? Lesley Arp (SP). Ja, dat klopt. Maar het punt dat ik wil maken is eigenlijk veel breder dan dat. In de brief die de wethouder heeft gestuurd, worden ook een aantal redenen genoemd waarom flexwonen in de praktijk heel moeilijk is.
Dan gaat het onder andere ook over juridische dingen, over bezwaren. In die rapporten over dakloosheid en het doorbraakplan hadden wij veel eerder die conclusies moeten zien en niet op het moment dat het AD gaat graven en allerlei dingen ontdekt die wij dan in de krant moeten lezen. Het inhoudelijke debat of flexwonen werkt, ja of nee, had ik veel eerder gevoerd willen hebben met het college. Dat is ons nu eigenlijk ontzegd. Rutger de Ridder (VVD). Het gaat mij ook om precies het punt dat aan de actieve informatieplicht daaromtrent niet is voldaan. Alle discussies die wij hier hebben gehad, of het nou gaat over hele grootse zaken zoals Amare, kleinere zaken of iets wat ertussenin zit zoals dit, dat helpt toch allemaal niet? Heeft u nou een idee waarom het college dat niet zou doen? Lesley Arp (SP). Dat vind ik moeilijk om te zeggen.
Wat ik wel kan zeggen, is dat ik natuurlijk bij het onderdeel financiën van de begroting aan de wethouder Financiën heb gevraagd of we een afspraak kunnen maken dat er in ieder geval over het terugstorten van miljoenenbedragen binnenkort een voorstel van het college krijgen en dat de raad daar ruim van tevoren over wordt geïnformeerd, zodat wij als raad mee kunnen denken: wat kunnen wij met die bedragen doen? Ik denk dat het superbelangrijk is dat het college echt gehoor geeft aan die toezegging, die volgens mij binnenkort zou moeten worden uitgewerkt. Maar hoe het nou zit met die informatievoorziening? Als raadslid probeer ik ook allang iets aan die cultuur te doen, maar ik weet het nog steeds niet. 27
De voorzitter. Dan gaat u verder met het indienen van uw motie. Lesley Arp (SP). Ja, sommige dingen zullen altijd een mysterie blijven, ook al loop je al heel lang in dit stadhuis rond. Wist ik het maar. Verzoekt het college de raad in het eerste kwartaal van 2026 een overzicht toe te sturen van (braakliggende) terreinen (particulier en gemeentelijk) waar minimaal drie jaar geen permanente invulling voor is, inclusief indicatie van de kansen en belemmeringen voor plaatsing van de tijdelijke wooneenheden op deze locaties, hierbij niet alleen te kijken naar onbenutte bouwgrond, maar bijvoorbeeld ook naar onbenutte sportvelden, hierbij ook de mogelijkheden te onderzoeken om (een deel van) de huisjes in omliggende gemeenten te plaatsen, en de raad gelijktijdig te informeren over de mogelijkheden om procedures te versnellen of gelijktijdig te doorlopen, zodat alle 70 huisjes zo snel mogelijk weer worden benut. De motie wordt mede ingediend door collega Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP, de heer Smit van de Partij voor de Dieren en mevrouw Holman van de Partij van de Arbeid. Rutger de Ridder (VVD). Mijn fractie twijfelt over deze motie. Ik vind 'm erg sympathiek. Alleen hebben we een paar problemen ermee. Wij willen namelijk niet dat tijdelijke woningen ervoor gaan zorgen dat we geen permanente invulling of sportinvulling meer kunnen doen.
Hoe ziet mevrouw Arp dat? Lesley Arp (SP). Het eerste dictumpunt is heel belangrijk, want er zullen mogelijk locaties zijn waar een permanente oplossing nog niet in zicht is. Er lopen ook weleens bouwprojecten in de soep; ik denk dat de heer De Ridder daar ook wel van weet. Misschien kunnen we de locaties van projecten die nu in de soep lopen, bijvoorbeeld vanwege juridische procedures, benutten voor die huisjes. Rutger de Ridder (VVD). Dus u denkt dan bijvoorbeeld aan een locatie als The Grace of zo, waar we dan een paar van die huisjes neerzetten? Lesley Arp (SP). Ik wou geen grappen maken over de Bellevuelocatie, maar daar kunnen misschien ook nog wel een paar flexwoningen staan. Dat soort plekken waar echt geen bouw in het vooruitzicht is, zouden natuurlijk allereerst bekeken moeten worden. Want permanente woningen zijn natuurlijk altijd echt de grote oplossing. Rutger de Ridder (VVD). Hoe zorgen we er dan voor dat tijdelijkheid niet een soort van semipermanent wordt? Als iets ergens heel lang tijdelijk staat en je denkt 'laat het daar maar staan, want we hebben geen andere plek', dan heb je alsnog die permanente invulling niet goed. Hoe borgen we dat dat niet gebeurt? Lesley Arp (SP). Dat is een hele goede vraag van de VVD. Deze motie vraagt een locatieinventarisatie. Ik denk dat dat sowieso moet gebeuren om een deel van die huisjes zo snel mogelijk benut wordt.
Want het is pure kapitaalvernietiging en niet uit te leggen aan mensen die op straat verblijven dat wij nu huisjes hebben die naar een opslag gaan. Dat moet dus opgelost worden. Ik vind ook dat we eigenlijk een breder debat moeten hebben, misschien wel in de commissie, over de brief van de wethouder: wat zijn nou de haken en ogen van flexwonen? Dan kunnen we misschien de vraag van de heer De Ridder meer uitdiepen. Dat lijkt me heel goed. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Wij hebben ook een probleem met die onbenutte sportvelden. Onbenutte sportvelden moeten weer gauw benut gaan worden als sportvelden, want daar hebben we een tekort aan. Dat is één. Het tweede is uw laatste dictum. U bent zelf niet onder de indruk van de redenering van het college dat het geen flexibele woningen meer moeten zijn, lees ik hieruit. Lesley Arp (SP). Ik kan de laatste opmerking niet helemaal volgen. Misschien ligt dat aan mij en het slaaptekort, dus misschien kan mevrouw Verdonk dat nog nader toelichten. Wat als een sportveld tijdelijk onbenut is? Er zijn volgens mij ook projecten geweest met één flexunit; ik weet niet meer 28
exact waar het was. Maar ook dat soort projecten, al is het er maar één, wil ik niet dichtgooien. Misschien kan mevrouw Verdonk dat laatste punt nog even toelichten Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). U had het net over de brief waarin het college zegt: flexibele woningen, dat loont de moeite niet; het moet vooral allemaal permanent worden. Maar in het laatste deel van het dictum zegt u dat die 70 huisjes zo snel mogelijk weer moeten worden benut. Als flexibele woning, bedoelt u dan? Lesley Arp (SP). Ja, de 70 huisjes zijn gewoon flexibele verplaatsbare woningen. Die zijn niet vergelijkbaar met volwaardige woningen. Maar wat ik belangrijk vind, is het volgende. Al die miljoenen zijn teruggestort naar het Rijk en het enige wat wij nog hebben, zijn die huisjes. Die gaan nu naar de opslag. Als wij van al die subsidies dit nog hebben, dan vind ik dat dat niet onbenut kan blijven. Dat is gewoon ons eigendom. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). En kunnen die onbenutte sportvelden er niet uit? Lesley Arp (SP). Ik voel ook vanuit de raad een verantwoordelijkheid om heel breed en heel creatief na te denken. Ik vind dat wij als raad ook die verantwoordelijkheid hebben. Er staat heel expliciet 'onbenut'. Als er een perspectief is dat die sportvelden op enig moment weer benut worden op korte termijn, dan zie ik dat niet als onbenutte sportvelden. Zo interpreteer ik het.
Ik wil echt het college helpen om hier breed over na te denken. Voorzitter: de heer Van Zanen. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg, de heer Smit en mevrouw Holman, wordt de volgende motie (C.6 SP) ingediend: Motie C.6 SP Verhuis de huisjes De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 13 november 2025 ter bespreking van Commissiebrief inzake Voortgangsrapportage Aanpak dakloosheid 2024 beleidskader Den Haag geeft Thuis (RIS322995). Constaterende, dat: • 70 verplaatsbare wooneenheden die eerder werden bewoond aan de Henri Faasdreef momenteel niet benut worden; • het college in 2021 heeft aangegeven dat zij de inzet had om de wooneenheden direct na gebruik op de Henri Faasdreef elders in Den Haag te plaatsen en dat de zoektocht naar een volgende locatie direct na de plaatsing van de wooneenheden op de Henri Faasdreef zou starten (zie RIS308756); • hierbij in de eerste instantie werd gedacht aan verplaatsing naar tijdelijke terreinen die in afwachting zijn van een permanente invulling, maar ook het alternatief van verplaatsing naar regiogemeenten werd genoemd; • de wethouder Volkshuisvesting, Wijken, Welzijn en Zuidwest in de commissie Samenleving van 16 oktober 2025 sprak over onderzoek naar herplaatsing op meerdere locaties, waarvoor BOPA-procedures moeten worden doorlopen.
Overwegende, dat: • de zoektocht naar een tweede locatie voor de tijdelijke wooneenheden op basis van bovenstaande informatie al jaren gaande is, maar om onbekende redenen nog niets heeft opgeleverd; • het onverantwoord is om deze wooneenheden niet te benutten als er mensen op straat slapen;
29
•
de gemeente zelf geld heeft geïnvesteerd in de aanschaf van de verplaatsbare wooneenheden, waardoor het ook kapitaalvernietiging is als deze niet snel opnieuw worden benut.
Verzoekt het college: • de raad in het eerste kwartaal van 2026 een overzicht toe te sturen van (braakliggende) terreinen (particulier en gemeentelijk) waar minimaal 3 jaar geen permanente invulling voor is, inclusief indicatie van de kansen en belemmeringen voor plaatsing van de tijdelijke wooneenheden op deze locaties; • hierbij niet alleen te kijken naar onbenutte bouwgrond, maar bijvoorbeeld ook naar onbenutte sportvelden; • hierbij ook de mogelijkheden te onderzoeken om (een deel van) de huisjes in omliggende gemeenten te plaatsen; • de raad gelijktijdig te informeren over de mogelijkheden om procedures te versnellen of gelijktijdig te doorlopen, zodat alle 70 huisjes zo snel mogelijk weer worden benut. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. De ETHOS-telling geeft duidelijk aan dat er veel meer vrouwen en kinderen dakloos zijn dan eerder werd aangenomen. Dat betekent dat de nu al overvolle vrouwenopvang volstrekt ontoereikend is.
Daarom hebben wij de volgende motie met de titel Veilige opvang voor vrouwen en kinderen: verzoekt het college om binnen twee jaar 15% meer vrouwen- en gezinsopvangplekken te realiseren, met aandacht voor veiligheid, privacy en kindvriendelijkheid, hotels niet langer standaard te gebruiken als noodoplossing voor opvang van vrouwen en gezinnen, en de raad jaarlijks te informeren over de voortgang en bezetting van de vrouwenopvang. Tot slot kunnen we behalve een burgemeester en een wethouder ook nog een andere succesvolle proef uit Utrecht overnemen. Want uiteindelijk moeten mensen vanuit de opvang doorstromen naar een huis. Die doorstroming stopt. Daarom de motie Geef huis, met als dictum: verzoekt het college een proef uit te werken waarin, binnen een bepaalde periode, alle sociale woningen die vrijkomen nadat de voorrangsregels zijn toegepast, worden toegewezen aan mensen uit de maatschappelijke opvang, en de raad hierover te informeren. De voorzitter. Door mevrouw Faïd worden de volgende moties (C.7 HSP en C.8 HSP) ingediend: Motie C.7 HSP Geef huis De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 november, ter bespreking van het afrondend debat over de aanpak Dakloosheid.
Constaterende, dat: • uit de ETHOS telling blijkt het aantal dakloze mensen veel groter is dan eerder gedacht; • de verschillende vormen van opvang onverminderd vol zitten; • er uitgeweken wordt naar hotels en andere vormen van opvang; • het voornaamste probleem het ontbreken van beschikbare woonruimte is; Overwegende, dat: • de gemeente Utrecht in 2022 als proef drie maanden lang alle vrijkomende woningen aan statushouders zou toewijzen om de achterstand in de taakstelling weg te werken; • al na één maand de achterstand was weggewerkt; • de proef dus succesvol was; • het voor de hand ligt om de druk op de Haagse opvang te verlichten door mensen in die opvang tijdelijk voorrang te geven op een woning; 30
•
het uitbannen van dakloosheid in 2030 niet lukt met de huidige aanpak.
Verzoekt het college: • een proef uit te werken waarin, binnen een bepaalde periode, alle sociale woningen die vrijkomen nadat de voorrangsregels zijn toegepast, worden toegewezen aan mensen uit de maatschappelijke opvang; • de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. Motie C.8 HSP Veilige opvang voor vrouwen en gezinnen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 november, ter bespreking van het afrondend debat over de aanpak Dakloosheid. Constaterende dat: • de vrouwenopvang in Den Haag overvol is; • vrouwen en kinderen soms tijdelijk in hotels worden geplaatst vanwege gebrek aan plekken; • hotels geen veilige of geschikte omgeving zijn voor mensen die vluchten voor geweld; • de uitstroom naar zelfstandige woningen te langzaam verloopt, waardoor opvangplekken vastlopen. Van mening dat: • iedereen recht heeft op een veilige, rustige plek om te wonen; • vrouwen en kinderen in nood structurele opvangplekken verdienen, geen tijdelijke hotelkamers; • Den Haag meer moet doen om deze opvang structureel te versterken.
Verzoekt het college om: • binnen twee jaar 15% meer vrouwen- en gezinsopvangplekken te realiseren, met aandacht voor veiligheid, privacy en kindvriendelijkheid; • hotels niet langer standaard te gebruiken als noodoplossing voor opvang van vrouwen en gezinnen; • en de raad jaarlijks te informeren over de voortgang en bezetting van de vrouwenopvang. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Nick Kaptheijns (PVV). Voorzitter. We bespreken vandaag de Voortgangsrapportage 2024. Het is de Haagse vertaling van het Nationaal actieplan aanpak Dakloosheid. Dit nationaal actieplan komt weer voort uit het Verdrag van Lissabon, waarin Europese lidstaten met elkaar hebben afgesproken dat er in 2030 niemand meer onvrijwillig op straat mag slapen door een gebrek aan huisvesting en opvang. Dit gelezen hebbende krijg je toch sterk het idee dat het een typisch voorbeeld van Brussels magisch denken is. En het past ook nog eens naadloos bij de zogenaamde SDG's van de VN, waar dit college maar ook de VNG en eigenlijk ieder kabinet zich bij aangesloten hebben. Het zijn eigenlijk nietszeggende doelstellingen of speerpunten waar uiteraard geen fatsoenlijk mens tegen kan zijn. Niemand wil dat mensen honger lijden en ook niemand wil dat mensen noodgedwongen op straat moeten slapen. Dakloos zijn is vreselijk.
Het aanbieden van opvang zodat mensen in ieder geval met een dak boven het hoofd en in een bed de nacht kunnen doorbrengen, is wel het minste wat we kunnen doen als stad. Maar het blijft water naar de zee dragen zolang onze stad blijft groeien qua inwoneraantal, de arbeidsmigranten blijven instromen en de massa-immigratie onverminderd door blijft gaan. En dan 31
hebben we ook nog een wooncrisis. Ik weiger te geloven dat, ondanks het echec met betrekking tot de flexwoningen, het college niet alles op alles wil zetten om dit gigantische probleem aan te pakken. Maar ondanks alle inspanningen van het college is het aantal dakloze mensen toch toegenomen in de stad. Ik vind het dan vrij cynisch dat in de voortgangsrapportage staat dat er in 2024 en 2025 mooie resultaten zijn geboekt. Voor ons is een mooi resultaat dat er minder dakloze mensen zijn in de stad, dat we zien dat arbeidsmigranten die hier geen baan kunnen vinden en dus ook geen woning hebben weer terug naar huis gaan en dat onze eigen daklozen eindelijk structureel geholpen kunnen worden met permanente huisvesting. Ik heb al vaker gesproken over het grote onrecht richting werkende daklozen. Er is niets oneerlijker dan meebetalen aan een systeem dat bij de gratie van solidariteit bestaat, maar daar helemaal niet of amper gebruik van kunnen maken. Zeker hier hebben verschillende partijen de mond vol van solidariteit. Ik hoop dan ook dat zij de mening delen dat we deze groep onmogelijk langer aan hun lot kunnen overlaten. Werkende belastingplichtige mensen moeten gewoon een dak boven hun hoofd hebben. Als dat om allerlei redenen niet kan, moet er een aparte regeling komen voor deze groep.
We moeten deze groep zo gedetailleerd mogelijk in kaart brengen en voorkomen dat deze mensen verder in de problemen komen, terwijl ze daar helemaal niets aan kunnen doen. Vandaar de volgende motie, met het dictum: verzoekt het college een aparte regeling te ontwikkelen voor werkende daklozen, waarin zij tijdelijk onderdak kunnen krijgen zonder verlies van werk en/of inkomen, en de raad binnen drie maanden te informeren over de omvang van deze groep en de concrete stappen die het college zet om dit onrecht te beëindigen. De motie is medeondertekend door mevrouw Verdonk. De voorzitter. Door de heer Kaptheijns wordt de volgende motie (C.9 PVV) ingediend: Motie C.9 PVV Stop het onrecht tegen werkende daklozen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 november 2025, ter bespreking van Commissiebrief inzake Voortgangsrapportage Aanpak dakloosheid 2024 beleidskader Den Haag geeft Thuis (RIS322995) Constaterende, dat: ▪ er in Den Haag mensen zijn die werken of een inkomen hebben maar toch op straat moeten slapen of in nachtopvang verblijven; ▪ deze zogenaamde werkende daklozen vaak buiten de reguliere hulp vallen, omdat zij te veel verdienen voor opvang of toeslagen, maar te weinig om een woning of kamer te kunnen huren; ▪ de gemeente daarmee feitelijk mensen straft die juist hun best doe om zelfredzaam te zijn; ▪ dit een diep onrechtvaardige situatie is, zeker in
een stad waar de woonlasten torenhoog zijn en het college zegt “iedereen mee te willen laten doen”. Overwegende, dat: ▪ werken moet lonen, ook voor mensen in een kwetsbare positie; ▪ de gemeente een morele én bestuurlijke plicht heeft om te zorgen dat wie werkt, niet op straat hoeft te slapen. Verzoekt het college: ▪ een aparte regeling te ontwikkelen voor werkende daklozen, waarin zij tijdelijk onderdak kunnen krijgen zonder verlies van werk en/of inkomen; ▪ de raad binnen drie maanden te informeren over de omvang van deze groep en de concrete stappen die t college zet om dit onrecht te beëindigen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. 32
Janneke Holman (PvdA). Voorzitter. De ETHOS-telling van meer dan 7.000 dak- en thuisloze mensen in en om onze stad is helaas niet verrassend, maar drukt ons als politiek en als stad wel met de neus op de feiten: dat dakloosheid in onze stad geen marginaal probleem is, maar een crisis die vraagt om een doorbraak, elke dag opnieuw. Op het stadhuis worden iedere dag beslissingen genomen die gevolgen hebben voor dakloze mensen of de bestrijding van dakloosheid, of het nu gaat om het aantal sociale huurwoningen in een nieuwbouwproject of over nota's over armoede, schulden, onderwijs en welzijn. Wat dat betreft zal de uitkomst van dit debat per definitie nooit als voldoende voelen. We moeten aan de bak en de belangrijkste besluiten liggen nog voor ons, elke raadsvergadering opnieuw. Om dat te borgen heb ik een motie, waar ik straks op terugkom, maar eerst heb ik nog een aantal vragen en opmerkingen naar aanleiding van de commissievergadering. Allereerst ben ik blij dat de wethouder heeft toegezegd dat de achterbanjongeren betrokken gaan worden bij het actieplan jongerenhuisvesting, dat er nog gaat komen, en om als onderdeel van het urgentieprogramma vol in te zetten op dakloze jongeren. Daar ben ik blij mee. Maar er is ook nog veel winst te behalen - dit is een iets ander onderwerp - in het samenvoegen en verkorten van procedures die dak- en thuisloze mensen moeten doorlopen.
Dan kom ik toch weer bij Den Bosch, want daar hebben ze hier werk van gemaakt. Het is een succes, waardoor dakloze mensen niet meer maanden hoeven te wachten op zaken als een briefadres, uitkeringen, een ID-kaart en een inschrijving voor een woning, dus al die hoepeltjes na elkaar waar je doorheen moet. In de commissie noemde de wethouder de spoedroutes waarmee we in Den Haag dat voor elkaar zouden krijgen. Daarom vraag ik aan het college of we nu met die spoedroutes echt gaan doorpakken om wat te doen aan die procedures en of we de werkwijze van Den Bosch hierin als voorbeeld nemen. Graag hoor ik vooral wanneer we hier als raad meer over kunnen lezen, want ik ben heel benieuwd hoe dit wordt uitgewerkt. Wanneer er zoveel mensen op straat slapen, van bank naar bank gaan of in een auto, caravan of bootje overnachten, kunnen we niet anders dan leegstand keihard aanpakken. Het college is aan de slag met de leegstandsverordening. Er ligt nog een motie van GroenLinks, die wij natuurlijk van harte ondersteunen, maar ik heb ook nog een vraag. Onlangs werd de Leegstandsaward van Straat Consulaat uitgereikt. Daar was de wethouder Wonen ook bij aanwezig, geloof ik. Maar er waren ook meerdere panden genomineerd. Ik ben wel benieuwd.
Kan het college nagaan wat de stand van zaken is met die genomineerde panden, of er inzicht is in de invulling en of we hier als gemeente bovenop kunnen zitten, ook qua eventueel herbestemmen? Graag een reactie. Er liggen een aantal goede moties van collega's die ik mede heb ondertekend. Die wil ik toch even noemen. Het gaat onder andere over de motie Verhuis de huisjes van de SP, de moties van de ChristenUnie/SGP over de menselijke maat bij zelfredzaamheid en om te stoppen met het beschikkingsarm werken bij het daklozenloket. Ik noem natuurlijk de motie van mevrouw Verduin over het daklozenloket. We gaan u missen in deze raadzaal. De motie van de Partij voor de Dieren over het stoppen met het beboeten van dakloze mensen vind ik ook zelf echt een hele belangrijke. Natuurlijk ook dank aan de ChristenUnie/SGP en de SP voor het amendement bij de begroting, waar we straks nog over gaan stemmen. Dan kom ik bij mijn eigen motie met de titel Doorbraak op dakloosheidsbestrijding om bij alle relevante nota's en plannen van het college een paragraaf over dakloosheid op te nemen. Dat lijkt misschien een papieren oplossing, maar ik denk echt dat dit kan bijdragen om de urgentie die wij nu, op dit moment voelen vast te houden en hoog op de agenda te houden, zowel in de raad als binnen de ambtelijke organisatie. Rutger de Ridder (VVD).