RIS324247 Bijlage Handhavingsplan jaarwisseling
Tekst van het document
22
Als dezelfde jongeren in de toekomst opnieuw overlast veroorzaken, zouden er bestuursrechtelijke en waar mogelijk, strafrechtelijke maatregelen volgen. Dit werd in begrijpelijke taal uitgelegd, zodat zowel de jongeren als de ouders zich bewust waren van de mogelijke gevolgen. 7.3
Veranderingen vanaf jaarwisseling 2026/2027 en nieuwe ontheffingsmogelijkheid
Vanaf de jaarwisseling 2026/2027 geldt het algehele vuurwerkverbod voor consumenten. De handhaving richt zich vanaf dat moment in ieder geval op het volgende: • Handhaving afsteken vuurwerk zonder vergunning; • Toezicht en handhaving vergunningsvoorwaarden en voorschriften ontheffing vuurwerkverbod; • Inbeslagname van verboden vuurwerk; • Toezicht op transport en opslag; • Aanpak van ordeverstoringen in de openbare ruimte; • Monitoring en bestrijding van online openbare orde verstoringen, zoals oproepen tot rellen of massaal afsteken, inclusief samenwerking met online platforms voor verwijdering van content en identificatie van verantwoordelijken. • Online handhaving door het controleren van naleving van regels en wetten via digitale middelen of op diverse (social media) platforms en kanalen. In de eerste jaren na invoering van het algehele vuurwerkverbod vanaf de jaarwisseling 2026/2027 is de verwachting dat bij de politie maximale inzet noodzakelijk zal blijven, aangezien gewenning en naleving tijd kosten. Op langere termijn wordt verwacht dat de jaarwisseling door het totaalverbod rustiger zal verlopen, waardoor er meer ruimte ontstaat voor gerichtere opsporing en handhaving. De politie en de verschillende partners maken hiervoor gebruik van landelijke uitgangspunten.
Om een preciezer beeld te krijgen van de inzet vanuit de politie na invoering van het algehele verbod, wordt momenteel een uitvoeringstoets gedaan. De uitvoeringstoets zal voor het eind van 2025 worden opgeleverd. Wanneer de wet in werking treedt, ontstaat er een nieuwe bevoegdheid voor de burgemeester, namelijk t.a.v. ontheffingen. Onder voorwaarden kunnen zij een ontheffing verlenen aan bijvoorbeeld verenigingen voor het afsteken van aangewezen F2-vuurwerk tijdens de jaarwisseling. In een algemene maatregel van bestuur (AMvB) worden door het ministerie van IenW, in gezamenlijkheid met alle partners, de voorwaarden waaronder de ontheffing kan worden verleend, de voorschriften die aan die ontheffing kunnen worden verbonden en de regels voor de verkoop nader uitgewerkt. Deze AMvB wijzigt het Vuurwerkbesluit. De ontheffingsmogelijkheid vraagt om een duidelijke taakverdeling tussen Rijk en gemeenten. Het Ministerie van IenW legt in de AMvB de landelijke basisvoorwaarden en voorschriften vast. Binnen deze kaders kan een burgemeester bepalen of hij een ontheffing wil verlenen, aan wie en op welke locatie. Ook is het aan het lokaal gezag om te bepalen hoe vaak zij gebruik willen maken van de mogelijkheid om een ontheffing te verlenen.
Andere voorwaarden en voorschriften die op lokaal niveau worden ingevuld, zijn het al dan niet vereisen van een evenementenvergunning, en bijvoorbeeld eventuele aanvullende veiligheidsmaatregelen zoals afzettingen, toezicht en nood- en hulpdiensten ter plaatse, beperkingen in tijdstippen of duur van de ontheffing en communicatie- en meldingsplichten voor organisatoren. De gemeente zal primair verantwoordelijk zijn voor het toezicht op en de handhaving van de voorwaarden en voorschriften die bij de ontheffing horen. Om burgemeesters hierbij te ondersteunen, zal de VNG ondersteuning bieden aan gemeenten in de lokale uitvoering van de Wet veilige jaarwisseling (zie ook actie 4 hieronder).
23
7.4
Acties ter versterking van de handhaving vanaf 2026 en verder
De volgende acties worden in 2026 uitgevoerd om de handhaving in aanloop naar en na de invoering van de wet verder te versterken: 1. Controles op de invoer en transport van vuurwerk Met betrekking tot legaal vuurwerk zien op dit moment zowel de ILT als de Douane geen grote risicoverschuivingen ontstaan naar aanleiding van de Wet veilige jaarwisseling. Vuurwerk als zodanig is een relatief klein domein binnen de taken en werkzaamheden van de Douane (ongeveer 100-150 controles op jaarbasis). De Wet veilige jaarwisseling schrijft een verbod voor op het bezit, koop en verkoop van vuurwerk door consumenten, waarbij er onder specifieke criteria een ontheffing bij de burgemeester kan worden aangevraagd ten behoeve van het afsteken van aangewezen F2-vuurwerk tijdens de jaarwisseling. Consumentenvuurwerk kan nog wel gebruikt worden tijdens professionele vuurwerkontbrandingen. Dat wil zeggen dat er dus geen sprake is van een verbod op het binnenbrengen van consumentenvuurwerk. De verwachting is dus dat de invoer zal blijven plaatsvinden, maar dat deze goederen zullen worden vervoerd naar omringende landen om daar de vrije markt op te brengen. De enige taak die daar voor de Douane bij komt kijken is de check of de vervoersdocumenten in orde zijn.
Dit overwegende zien de Douane en de ILT momenteel geen aanleiding om de aantallen controles bij binnenbrengen en invoer te verhogen met betrekking tot de invoer van legaal vuurwerk. De controles zullen blijven plaatsvinden conform de afgesproken aantallen in het handhavingsplan van de Douane. Wel zullen beide organisaties de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten blijven houden (zowel voor als na het ingaan van het wettelijk verbod) en hun handhavingsstrategie daarop waar nodig aanpassen. Met betrekking tot de aanloop naar de jaarwisseling 2026/2027 en verder zal in de expert- en regriegroep nader worden gekeken wat er eventueel nodig is met betrekking tot de in- uit- en doorvoer van illegaal vuurwerk. Naast de douane en ILT hebben ook de postbedrijven een verantwoordelijkheid bij het actief tegengaan en onderscheppen van illegaal vuurwerk. De ILT controleert hen daarop in steekproeven. Ook worden postbedrijven benaderd over hun inzet ten aanzien van de nieuwe wetgeving. 2. Uitgangspunten lokale inzet Politie, OM en gemeenten (via de VNG) stellen gezamenlijk uitgangspunten op die richting geven aan de wijze en intensiteit van handhaven op het vuurwerkverbod en stellen beleids- en tolerantiegrenzen op, om te streven naar eenduidige handhaving in het land. Lokale driehoeken kunnen dit richtinggevend kader gebruiken bij het opstellen van lokale handhavingsplannen. 3.
Uitbreiding bevoegdheden boa’s Veel gemeenten beschikken vooral over Domein I boa’s en in mindere mate over Domein II boa’s, terwijl deze laatstgenoemde categorie aanvullende bevoegdheden heeft ten aanzien van het voorhanden hebben of afsteken van professioneel en/of illegaal vuurwerk. De bevoegdheden van domein I en domein II boa’s ten aanzien van vuurwerk gerelateerde strafbare feiten zullen om deze reden in aanloop naar de jaarwisseling 2026/2027 gelijk worden getrokken. Hiermee wordt aangesloten bij de uitkomsten van de diepgaande beschouwing van het boa-bestel, die in oktober 2025 zijn gedeeld in een kamerbrief. Afgelopen jaar heeft het ministerie van JenV een diepgaande beschouwing van het boa-bestel uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er wijzigingen in het boabestel nodig zijn, zodat boa’s hun taken effectiever, uniformer en professioneler kunnen uitvoeren.10 Een van de wijzigingen is de inrichting van een nieuw hoofddomein ‘Handhaving in de publieke ruimte’, waarin de boa in de openbare ruimte (domein I), de groene en blauwe boa uit milieu, welzijn en infrastructuur (domein II) en de ov boa’s in het openbaar vervoer (domein IV) worden 10 Kamerbrief over de rol van de boa | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl
24
samengebracht. De huidige afzonderlijke domeinlijsten I, II en IV, waarin de verschillende strafbare feiten zijn opgesomd, worden samengevoegd tot één geïntegreerde domeinlijst. Afhankelijk van de planning rond de herziening van het boa-bestel zal deze aanpassing via dat traject worden gerealiseerd. Indien dat niet tijdig mogelijk is, kan de bevoegdheidsuitbreiding tijdelijk worden geregeld via een aanwijzing van het Openbaar Ministerie en zal hiervoor tijdig met het Openbaar Ministerie afstemming volgen via de hiervoor geldende kanalen. De bevoegdheid om jongeren door te verwijzen naar Halt bij vuurwerkdelicten wordt waar juridisch mogelijk ook gelijkgetrokken, zodat zowel domein I als domein II boa’s en politieagenten hierin een gelijke rol kunnen vervullen. In dit kader wordt er momenteel gewerkt aan een uitvoeringsplan om de reprimande en de Halt-verwijzing voor boa’s mogelijk te maken. Naar verwachting is dit in de loop van 2026 geregeld. 4. Gemeenten worden ondersteund in de lokale uitvoering van de Wet veilige jaarwisseling Momenteel ondersteunt de VNG de gemeenten al als het gaat om een veilige jaarwisseling. Vanaf volgend jaar zal de VNG gemeenten extra ondersteunen bij de uitvoering van de Wet veilige jaarwisseling, onder meer via handreikingen, modelregels en/of kennisdeling, zodat de lokale aanpak wordt versterkt en landelijk meer uniformiteit ontstaat.
Ook zal vanuit gemeenten en IenW duidelijk gecommuniceerd worden over de ontheffingsmogelijkheid. Onder de ondersteuning van de VNG aan gemeenten valt: • Advies geven over uitdagingen rond het verstrekken van ontheffingen, zoals hoeveel ontheffingen te verlenen en lokale criteria om ontheffingen toe te kennen of te weigeren (afwegingskader); en advies geven over de timing en het proces rond ontheffingen naar burgers; • Opstellen formats en handreikingen; • Opstellen van een webdossier of forum voor de Wet veilige jaarwisseling die in de loop van 2025-2026 wordt aangevuld met het handhavingsplan, de AMvB en andere documenten; • Gemeenten wijzen op het mogelijk intrekken van vergunningen voor vuurwerkverkooppunten. 5. Verkenning naar inleveracties Een verkenning naar inleveracties is opgestart. Voor deze verkenning is bewust gekozen om een zorgvuldige afweging te maken of het resultaat van inleveracties opweegt tegen de capaciteit die dergelijke inleveracties vraagt.
25
8 Opsporing Dit hoofdstuk gaat in op de opsporing: het geheel van maatregelen, samenwerkingsverbanden en benodigde inzet om het illegale handelen en het misbruik van vuurwerk tegen te gaan. Hierbij definiëren we opsporen als het proces van onderzoekshandelingen dat politie of andere opsporingsdiensten verrichten onder gezag van het OM met als doel waarheidsvinding, het doen stoppen van strafbare feiten en uiteindelijk het aanhouden en vervolgen van verdachten. Ook voor opsporen geldt in dit handhavingsplan dat deze primair ondersteunend aan de lokale aanpak is. Zoals ook in eerdere Kamerstukken is vermeld, wordt bij de opsporing en vervolging rekening gehouden met de activiteiten die al zijn gestart onder het OTE. 8.1
Uitgangspunten en doelstellingen
In dit hoofdstuk ligt de focus op drie prioriteiten. Deze zijn: 1. De illegale internationale handel in vuurwerk. Denk hierbij aan: • Samen met partnerlanden draaien van grootschalige opsporingsonderzoeken; • Informatie-uitwisseling via Europol en inrichten van operationele taskforces; • Uitwisseling van niet-operationele deskundigheden via gemeenschappelijke seminars en opleidingen; • Intensievere controles op vuurwerk in de grensregio’s. 2. Aanpakken van de onlinehandel in vuurwerk. Denk hierbij aan: • Pseudokopen teneinde illegale aanbieders van vuurwerk te identificeren; • Het bieden van counter-boodschappen aan potentiële online-kopers van vuurwerk; • Monitoren en gestructureerd monitoren van sociale media-groepen waarbinnen zwaar vuurwerk wordt aangeboden. 3. Integraal samenwerken. Denk hierbij aan: • Actieve informatie-uitwisseling en samenwerking tussen politie, ILT, Douane en de omgevingsdiensten; • Acties van opsporingsdiensten in lijn brengen met het OTE; • Samenwerken met opsporingsdiensten uit omringende landen in de grensregio’s; • Samenwerken met Nederlandse partnerorganisaties in de grensregio’s; • Opsporen op basis van de lokale context en behoeftes; • Bestuurlijke interventies en opsporingsonderzoeken goed op elkaar afstemmen.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen de activiteiten die zich richten op de komende jaarwisseling en de acties gericht op de jaarwisseling 2026/2027 en daarna, wanneer de nieuwe wet van kracht zal zijn. 8.2
Huidige aanpak en opsporingspraktijk
In de huidige situatie richt de opsporing zich op verdachten en organisaties die zich bezighouden met de illegale handel in, opslag en transport van: 1. Zwaar, explosief professioneel vuurwerk in de categorie F3 en F4 (denk aan Cobra’s) 2. Consumentenvuurwerk in de categorie F2 (meestal rond de jaarwisseling) De ILT voert op basis van de Europese Pyrorichtlijn en het Vuurwerkbesluit het hele jaar door controles uit bij importeurs, aan de grens, in havens, langs de weg en bij verkooppunten. Deze controles zijn gericht op de productveiligheid van vuurwerk, de naleving van de meldingsplicht en 26
op het rechtmatig opslaan, vervoeren en aanbieden van vuurwerk. Iedere persoon of onderneming die geen melding doet van de invoer van vuurwerk, handelt daarmee illegaal wat een belangrijk aanknopingspunt vormt voor de handhavingsaanpak. De douane ziet toe op grensoverschrijdend goederenverkeer van buiten de Europese Unie. De douane kan tijdens de reguliere uitvoer van haar taken illegale zendingen van vuurwerk onderscheppen die via de havens, luchthaven en de grens het land binnenkomen. Ook gemeenten zijn betrokken bij de aanpak van illegale opslag en handel. Opslag van zwaar vuurwerk in Nederland is strafbaar en in strijd met het Vuurwerkbesluit, het Besluit bouwwerken leefomgeving, de Woningwet en de Omgevingswet (indien er sprake is van strijdig gebruik met het bestemmingsplan). Bij het aantreffen van grote hoeveelheden (professioneel) vuurwerk in een woning of kelderbox verstrekken het OM en de politie een bestuurlijke rapportage aan het bevoegde gezag (burgemeester of college B&W of ILT) zodat daartegen bestuurlijk kan worden opgetreden. Het bevoegde gezag kan bijvoorbeeld een last onder dwangsom opleggen, overgaan tot sluiting van het pand of een gebiedsverbod instellen. Bestuurlijke maatregelen en het strafrecht vullen elkaar in die zin aan.
Gemeenten kunnen ook ondersteuning bieden in de aanpak van het illegale bezit van en de illegale handel in professioneel vuurwerk, door handhavingsacties te coördineren in samenwerking met bijvoorbeeld de politie en de douane. Bij de politie en het OM is sinds 2023 de opsporing van vuurwerkgerelateerde delicten overgedragen vanuit het milieudomein naar het werkveld van de generieke (algemene) opsporing. De politie en het OM onderscheiden daarbij vijf zogenoemde zaakstromen, waarbinnen de huidige handhaving, opsporing en vervolging plaatsvindt. 1. 2.
3.
4. 5.
Bij zaakstroom 1 gaat het om feit-gecodeerde vuurwerkzaken die door het Parket CVOM worden afgedaan. Bij zaakstroom 2 gaat het om zaken met een vuurwerkcomponent uit het Vuurwerkbesluit al dan niet gecombineerd met een commuun delict, economische delicten met vuurwerk gepleegd door minderjarigen en schending van APV-verboden. Bij zaakstroom 3 gaat het om brengzaken ten aanzien van meerderjarige verdachten van economische vuurwerkcriminaliteit, bijvoorbeeld bij het aantreffen van een hoeveelheid vuurwerk n.a.v. een melding bij Misdaad Anoniem. Zaakstroom 4 zijn maatwerkzaken waarbij Bijzondere Opsporingsbevoegdheden (BOB)middelen worden ingezet, zoals pseudokoop. Zaakstroom 5 zijn onderzoeken naar de ondermijnende, georganiseerde en vaak internationale criminele structuren achter vuurwerkcriminaliteit. De aanpak in deze zaakstroom is projectmatig en vraagt bij de politie om regie en coördinatie vanuit de landelijke eenheden, samenwerking tussen politiediensten en er zijn in het algemeen internationale partners bij betrokken.
Zaakstroom 1 blijft bij het parket CVOM; zaakstromen 2, 3 en 4 worden tegenwoordig door de arrondissementsparketten afgedaan. Zaakstroom 5 valt onder het gezag van het Functioneel Parket. Binnen de strafrechtketen is de aanpak van vuurwerkcriminaliteit de afgelopen jaren verbreed en versterkt. Het misbruik van professioneel vuurwerk in de categorieën F3 en F4 wordt binnen het huidige juridische kader gehandhaafd via de Wet op de economische delicten (WED) en de Wet
27
wapens en munitie (WWM). 11 In aanvulling hierop zijn de afgelopen jaren diverse initiatieven gestart om de effectiviteit van de opsporing te vergroten en beter in te spelen op de veranderende praktijk, waaronder de verschuiving van fysieke naar digitale handel. Enkele voorbeelden en resultaten: •
•
•
•
•
In Nederland wordt de illegale handel in vuurwerk al geruime tijd actief bestreden, zowel op straat als online. In diverse regio’s zijn huisbezoeken uitgevoerd bij mensen die via het internet vuurwerk bestelden. Tijdens deze acties werden woningen doorzocht en zwaar illegaal vuurwerk, zoals mortieren, nitraatbommen en lawinepijlen, in beslag genomen. Er is een samenwerking opgezet tussen de politie en onder andere Hogeschool Windesheim.12 Hierbij werden sociale mediakanalen, zoals Instagram en Telegram, systematisch onderzocht op accounts die illegaal vuurwerk aanbieden. Dankzij deze samenwerking konden meer dan 900 Instagram-accounts worden geïdentificeerd en gesloten. Dit heeft geleid tot het opsporen van veel betrokken personen en het aanpakken van hun activiteiten. Naast de reguliere opsporing zijn er de afgelopen jaren ook bijzondere projecten gestart om de aanpak te versterken. Het project ‘Oorworm’ is hier een goed voorbeeld van. Door inzet van zogenaamde pseudokopers werd er in een aantal politieregio’s online contact gezocht met verkopers van (met name) F4-vuurwerk en vervolgens vonden er tijdens de feitelijke transacties aanhoudingen plaats. De bevindingen vanuit Oorworm hebben in de afgelopen jaren geleid tot succesvolle vervolgonderzoeken met grote in beslagnames.
De politie heeft de afgelopen jaren meer dan 1200 kopers en verkopers van illegaal vuurwerk met grote explosieve kracht weten te identificeren.13 Honderden van hen kregen bezoek van de politie of werden via e-mail aangesproken. Ook werden tientallen social media-accounts verwijderd en werden processen-verbaal opgemaakt tegen personen die in bezit waren van vuurwerk. In 2022 ontdekte de Duitse en Nederlandse politie gezamenlijk 250.000 kilo illegaal vuurwerk. Deze vangst was het resultaat van intensieve samenwerking tussen beide landen.14 Sinds 2023 heeft de politie het zogenaamde ‘Breed offensief tegen explosief vuurwerk’ ingesteld. Dit offensief is erop gericht om op gecoördineerde wijze de toevoer van illegaal verhandeld vuurwerk tegen te gaan. Denk hierbij aan het bevorderen van internationale samenwerking, versterken van de communicatie, bestuurlijke samenwerking verbeteren en samen met het OM onderzoek verrichten naar gepaste straffen voor vuurwerkdelicten. Ten behoeve van de invoering van de Wet Veilige Jaarwisseling is er door de politie een Nationaal coördinator vuurwerkaanpak ingesteld.
De illegale handel in vuurwerk heeft vaak een grensoverschrijdend karakter. Daarom investeert de politie nadrukkelijk in internationale samenwerking, onder meer met Europol en andere Europese lidstaten. Door middel van twee door de nationale politie georganiseerde vuurwerkconferenties met meerdere EU-landen in 2024 en 2025 worden er programma’s en onderzoeken gestart met als doel de keten van productie tot aan feitelijke levering van flashbangers en F4-vuurwerk te verstoren en verdachten in binnen- en buitenland aan te houden. Momenteel zijn de eerste resultaten positief en is de verwachting dat er in de komende jaren meer aanhoudingen en in beslagnames zullen volgen. 11 Kamerstukken II 2024/25, 28684, nr. 770. 12 https://www.rtvfocuszwolle.nl/hogeschool-windesheim-helpt-politie-bij-bestrijding-illegale-
vuurwerkhandel 13 https://www.blikopnieuws.nl/nieuws/259187/politie-heeft-1200-kopers-en-verkopers-illegaalvuurwerk-op-de-korrel.html 14 Explosieve samenwerking Duitse en Nederlandse politie: 250.000 kilo illegaal vuurwerk ontdekt 28
Daarnaast is binnen de politie nauwgezet onderzoek verricht naar de keten van productie tot en met gebruik van illegaal verhandeld vuurwerk. Dit heeft geleid tot een zogenaamd ‘crime script’ waarin deze keten nauwkeurig uitgewerkt is en er per onderdeel kansen voor een succesvolle aanpak zijn beschreven. Denk hierbij aan de identificatie van ronselaars, de rol van brokers, het profiel van uitvoerders. Dit crime script wordt door het OTE ingezet om de toevoer van explosief materiaal tegen te gaan en wordt in de opsporing van illegaal verhandeld vuurwerk nu toegepast om effectief in te grijpen in de keten van internationale en illegale handel. 8.3
Acties ter versterking van de opsporing 2026 en verder
Na in werking treden van de Wet veilige jaarwisseling wordt het bezit en het afsteken van alle vuurwerk voor consumenten (met uitzondering van F1 vuurwerk) gedurende het gehele jaar strafbaar. Ook de verkoop van vuurwerk aan personen en/of verenigingen die op dat moment geen ontheffing van de burgemeester hebben, zal dan strafbaar zijn. De verkoop van professioneel vuurwerk aan consumenten en particulieren blijft onverminderd illegaal, uitgezonderd aan gecertificeerde pyrotechnici die bevoegd zijn om vuurwerkshows te houden. In de nieuwe situatie is het aannemelijk dat consumenten het verbod gaan omzeilen door vuurwerk (nog meer) online in te kopen of aan te schaffen in andere Europese landen waar het verbod niet geldt. Denk aan België en Duitsland. De opdracht voor de opsporing is om na inwerkingtreding van de wet meer zicht en controle te krijgen op de illegale aanvoer van vuurwerk. Deze ontwikkelingen vragen om een intensivering van de bestaande samenwerking, versterking van de informatiepositie en een nadrukkelijke focus op de keten van productie tot gebruik. In dit kader worden de volgende acties voorbereid en uitgevoerd ter versterking van de opsporing na de inwerkingtreding van de wet. 1.
Versterken van lokale regionale aanpak Naar aanleiding van de nieuwe wetgeving zullen er meer acties worden ingezet op de handel, het gebruik en het voorhanden hebben van F2-, F3- en F4-vuurwerk. In de nieuwe situatie zal preventie en lokale handhaving zeker in de eerste jaren van groot belang zijn. Het accent van de opsporing zal bij de politie bij de lokale, regionale aanpak komen te liggen terwijl de grootschalige opsporing naar internationale illegale handel ook zal doorgaan. De lokale districtsrecherches en de Basisteams worden voorzien van factsheets en handreikingen waarmee ze effectiever en sneller op alle soorten vuurwerk kunnen acteren. Ook worden er in de lokale driehoek tussen politie, het OM en de burgemeester afspraken gemaakt over de prioritering van vuurwerkzaken Aan de regionale politieeenheden is gevraagd om, waar mogelijk, extra capaciteit vrij te maken voor onderzoeken naar illegaal verhandeld F2-, F3- en F4-vuurwerk. 2. Verkennen capaciteitsuitbreiding van Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk (COV) Anders en meer opsporen betekent ook dat er meer vuurwerk in beslag genomen zal worden. Het veilig en zorgvuldig afvoeren van dit vuurwerk en het determinatieonderzoek kosten tijd en geld.
Ter voorbereiding op de invoering van de Wet veilige jaarwisseling onderzoekt de politie de optie om meer BOA’s en Externe Specifieke Instroom (ESI’s) binnen de politie op te nemen in de capaciteit van het Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk (COV). Dit team is verantwoordelijk voor het verrichten van forensisch onderzoek naar vuurwerk dat op en rond plaatsen delict is aangetroffen, dan wel uit illegale opslagen is onttrokken. Met de processen-verbaal van het COV is het OM in staat om verdachten te vervolgen voor de strafbare feiten die hen ten laste worden gelegd. De verwachting
29
is dat met de invoering van de Wet ook de – toch al groeiende – hoeveelheid in beslaggenomen vuurwerk zal groeien en er dus meer personele inzet voor het onderzoek benodigd is. 3. Veilig afvoeren van vuurwerk De politie zal samen met partnerorganisaties nieuwe middelen onderzoeken die kunnen worden ingezet om vuurwerk snel en veilig af te kunnen voeren zonder dat er bewijs verloren gaat. Dit zal tot extra investeringen leiden. In overleg met het OM zal de politie er na invoering van de wet zoveel mogelijk naar streven om de gemaakte kosten van afvoer en vernietiging van vuurwerk binnen de bestaande juridische kaders te verhalen op de verdachten. 4. Versterken van informatiepositie Op zowel nationaal als lokaal niveau dient er zoveel mogelijk gebruik te worden gemaakt van de vuurwerkexpertise die in de afgelopen jaren binnen de milieu-opsporing is opgedaan en aanwezig is. Binnen de Landelijke Eenheid Expertise en Operaties (LX) van de politie is centrale regie georganiseerd op intelligence die wordt verkregen uit de lokale, nationale en internationale onderzoeken. Hiermee kunnen intelligenceproducten opgeleverd worden waarmee nieuwe, effectieve onderzoeken gestart worden. 5. Grenscontroles en samenwerking met grensgemeenten Opsporen richt zich in beginsel op het aanhouden en vervolgen van verdachten, maar heeft ook een rol in de bredere aanpak van de vuurwerkproblematiek.
Om de effectiviteit te vergroten, worden er ter voorbereiding op de invoering van de Wet veilige jaarwisseling op nationaal en regionaal niveau gesprekken gevoerd tussen gemeenten aan weerszijden van de Belgische, Duitse en Nederlandse grens. Er wordt toegewerkt naar afspraken over gemeenschappelijke acties en controles in 2026 gericht op Nederlandse burgers die de grens over gaan om consumentenvuurwerk aan te schaffen. Hiermee willen we een duidelijk signaal afgeven dat ook deze vorm van toelevering van consumentenvuurwerk niet (meer) toegestaan is in Nederland. Zie hiertoe ook het hoofdstuk over de grensregio’s. 6. Extra acties om de aankoop van vuurwerk online te verstoren Een groot deel van de illegale handel in vuurwerk vindt online plaats. De politie en haar partners zullen de online platformen die hiermee gemoeid zijn zo veel mogelijk blijven monitoren. Om versnippering tegen te gaan, zal er binnen de politie één vast aanspreekpunt komen dat signalen verzamelt, onderzoeken bijhoudt, regio-overstijgend adviseert en waar mogelijk proactief in gesprek is met de sociale media-platformen. Door de aankoop van vuurwerk via sociale media zoveel mogelijk te verstoren, is de hoop dat de online aankoop afneemt.
Hierbij zal de politie in 2026 een internet-ontmoedigingscampagne voeren waarbij (potentiële) kopers van vuurwerk online bericht krijgen dat ze in beeld zijn bij de opsporingsdiensten en dat aanschaffen van vuurwerk niet is toegestaan. Politie en Openbaar Ministerie zullen, het eerder genoemde project Oorworm ook in de nieuwe situatie in blijven zetten, waarbij de afwegingen over de inzet van het bijzondere opsporingsmiddel pseudokoop door de lokale parketten gemaakt moeten worden. 7. Actualiseren van strafvorderingsrichtlijn(en) met extra aandacht voor jongeren Bij alle opsporingsactiviteiten zal extra aandacht worden geschonken aan de rol van minderjarigen. Bij strafbaar gedrag van een jongere zal eerst zoveel mogelijk ingezet wordt op buitengerechtelijke interventies zoals het geven van een reprimande, het inzetten van HALT of te komen tot een bemiddelingstraject. Het OM zal de strafvorderingsrichtlijn(en) actualiseren tegelijk met de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling, met bijzondere aandacht voor jeugdige
30
verdachten en voor zaken waarin vuurwerk is gebruikt voor geweldsdelicten tegen personen met een publieke taak. 8. Versterken internationale samenwerking met productielanden Dankzij de eerdergenoemde conferenties en internationale inspanningen heeft de politie een beter beeld gekregen van de productielocaties van het F4-vuurwerk dat illegaal in Nederland terecht komt. Deze bevinden zich onder meer in Albanië, Polen, Spanje en Italië. Afgelopen jaren bleek dat samenwerking met deze landen lonend is voor de aanpak van de illegale internationale handel van vuurwerk. Na invoering van de Wet Veilige Jaarwisseling zal de bestaande samenwerking met deze landen daarom verder geïntensiveerd worden. Het is van belang dat er samen met deze bronlanden meer informatie wordt uitgewisseld en onderzoek wordt verricht naar de toevoer van dit F4vuurwerk. Het opzetten van Joint Investigation Teams (JIT) en Operational Taskforces (OTF’s) onder regie van Europol zal hiertoe gaan bijdragen. Het accent zal liggen op het samen met ILT tegengaan van illegale en/of niet vergunde transporten. Ook zullen bestaande bilaterale samenwerkingen ingezet worden om op kleinere schaal afspraken te maken om de toevoer van illegaal verhandeld vuurwerk tegen te gaan. Denk hierbij aan het benutten van een samenwerkingsovereenkomst, zoals deze tussen de burgemeesters van Antwerpen en Rotterdam is opgesteld.
31
9 Grensregio’s Dit hoofdstuk beschrijft huidige samenwerkingsvormen en praktijkvoorbeelden, aandachtspunten voor de samenwerking en acties die bijdragen aan een effectieve aanpak van grensoverschrijdende vuurwerkproblematiek richting de jaarwisseling van 2026/2027 en verder. De regelgeving rondom de verkoop en het gebruik van consumentenvuurwerk is niet in alle landen gelijk. In België is bijvoorbeeld de verkoop van vuurwerk het gehele jaar toegestaan, terwijl dit in Nederland beperkt is tot de laatste drie dagen van december. Daarnaast bestaan er verschillen in de soorten vuurwerk die in de handel mogen worden gebracht. Deze verschillen leiden ertoe dat Nederlanders vuurwerk in België en Duitsland aanschaffen dat in Nederland niet is toegestaan en niet te koop is. Dit verschijnsel van zogenoemd vuurwerktoerisme heeft gevolgen voor zowel de leefbaarheid als de openbare orde in de grensgemeenten. Grensgemeenten hebben hierdoor bij de voorbereiding op de jaarwisseling te maken met specifieke uitdagingen. Het gaat onder meer om de aanvoer van vuurwerk uit buurlanden, grensoverschrijdende overlast en de extra drukte die vuurwerktoerisme met zich meebrengt. Daarom richt deze lijn van het handhavingsplan zich specifiek op Nederlandse grensgemeenten en partners die te maken hebben met grensproblematiek rondom vuurwerk in het kader van de jaarwisseling. 9.1
Huidige aanpak, samenwerking en praktijkvoorbeelden
In de huidige situatie, zonder algeheel vuurwerkverbod, verschilt de aanpak per grensgemeente: waar sommige gemeenten al intensief samenwerken met hun buurgemeenten over de grens, ontbreekt die samenwerking elders nog. Tot nu toe maken gemeenten hun eigen afwegingen in de voorbereiding op de jaarwisseling. Met het aankomende vuurwerkverbod wordt het vanaf 2026 steeds belangrijker dat grensgemeenten duidelijke afspraken maken met hun buurgemeenten over de grens, zodat de voorbereiding en handhaving rond de jaarwisseling beter op elkaar worden afgestemd en goede informatie-uitwisseling en gezamenlijke controles plaatsvinden. Voorbeeld samenwerking Oost-Nederland Een goed voorbeeld van effectieve samenwerking is de internationale driehoek tussen de burgemeesters van Enschede, Losser en Gronau (Duitsland). In 2017 hebben de burgemeesters van Enschede en Gronau (DE) een internationale driehoek opgericht, naar aanleiding van grensoverschrijdende problematiek in het grensgebied. Deze samenwerking leidde in 2018 tot de eerste editie van het Internationaal Informatieplein. Later sloot ook de gemeente Losser zich bij dit samenwerkingsverband aan. Op basis van een fenomeenanalyse zijn gezamenlijke prioriteiten vastgesteld. Deze zijn door de burgemeesters van Enschede, Losser en Gronau gepresenteerd tijdens een gezamenlijke internationale bijeenkomst.
De grensoverschrijdende samenwerking krijgt vorm via twee overlegstructuren: de internationale driehoek en het Internationaal Informatieplein. De internationale driehoek heeft in de basis dezelfde opzet als een lokale driehoek. Hierin nemen de burgemeesters van Gronau, Enschede en Losser deel, evenals het Openbaar Ministerie en de Duitse en Nederlandse politie. Kenmerkend voor dit overleg is de deelname van het RIEC OostNederland. De internationale driehoek komt twee keer per jaar bijeen. Tijdens deze overleggen worden de prioriteiten en actuele fenomenen besproken, wordt stilgestaan bij de samenwerking tussen de grensgemeenten en worden mogelijke knelpunten gesignaleerd. Ook juridische en beleidsmatige ontwikkelingen en trends komen hier aan bod. Het Internationaal Informatieplein is een ambtelijk en operationeel overleg. Hieraan nemen het RIEC, de betrokken gemeenten, de politie en de Douane deel. Vanuit de politie sluiten de 32
Landelijke Eenheid en het Grensoverschrijdend Politieteam aan. Het overleg staat onder voorzitterschap van het RIEC en vindt elke vijf à zes weken plaats. Tijdens deze bijeenkomsten worden concrete acties uitgezet, casuïstiek en operationele zaken besproken en ontwikkelingen, fenomenen en trends gedeeld. Rol van het EURIEC Een relevante partij die ondersteuning kan bieden aan grensgemeenten is onder meer het Euregionaal Informatie- en Expertisecentrum (EURIEC). Het EURIEC ondersteunt gemeenten en andere administratieve autoriteiten in Nederland, België en Nordrijn-Westfalen (Duitsland) bij het internationale bestuurlijke samenwerken ter bestrijding van ondermijning. Concreet kan het EURIEC advies geven over en contact leggen met de juiste tegenhanger of partner in een buurland voor een gemeente. EURIEC organiseert desgewenst bijeenkomsten tussen de overheidsinstanties, waarbij over fenomenen of casuïstiek uitgewisseld kan worden. Het uitwisselen over fenomenen is altijd mogelijk, maar voor bedrijfs- of persoonsgegevens gelden wel voorwaarden en er moet per casussen gekeken worden wat de opties zijn. Hierover adviseert het EURIEC, zodat aan bestaande wetgeving (als de AVG bijvoorbeeld) wordt voldaan.
Met de invoering van de Wet Veilige Jaarwisseling kunnen zich in aanloop naar de jaarwisseling 2026/2027 en verder in de grensregio’s nieuwe vormen van vuurwerkproblematiek voordoen, bijvoorbeeld bij de aanvoer en doorverkoop van vuurwerk dat in Nederland verboden is. Het is daarom van belang om te bepalen in welke gevallen het EURIEC hierbij een rol kan spelen. In principe richt het EURIEC zich op casussen van georganiseerde criminaliteit, niet op overlast. Dat betekent dat het EURIEC niet optreedt in situaties van overlast of individueel vuurwerktoerisme, zoals bij consumenten die vuurwerk in Duitsland of België aanschaffen voor eigen gebruik. Het EURIEC kan wel ondersteuning geven bij casussen waarin sprake is van structurele of georganiseerde vuurwerkhandel, bijvoorbeeld wanneer individuen of ondernemers vuurwerk vanuit het buitenland systematisch doorverkopen in Nederland of deel uitmaken van een crimineel netwerk. De vraag of een specifieke situatie onder de reikwijdte van het EURIEC valt, zal per casus moeten worden beoordeeld. Een praktische richtlijn daarbij is: gaat het om georganiseerde criminaliteit of slechts om het benutten van verschillen in wetgeving tussen landen? Bij twijfel wordt geadviseerd om het EURIEC te raadplegen, zodat het centrum zelf een inschatting kan maken en kan adviseren over de mogelijkheden voor bestuurlijke samenwerking. 9.2
Aandachtspunten voor samenwerking in grensregio’s
Effectieve samenwerking in de grensregio vraagt om een integrale en goed afgestemde aanpak. Belangrijke aandachtspunten zijn hierbij de volgende: Afstemming en overleg • Regelmatig zowel ambtelijk als bestuurlijk contact met buurgemeenten over risico’s, acties en mogelijke effecten van vuurwerktoerisme. • Delen van relevante informatie met politie, OM, ILT, veiligheidsregio’s en mogelijk EURIEC. • Gezamenlijke strategieën en prioriteiten afspreken om grensoverschrijdende problemen effectief aan te pakken. Risico-inventarisatie • In kaart brengen van risicogebieden en knelpunten aan de grens, inclusief locaties met veel vuurwerktoerisme. • Analyseren van mogelijke neveneffecten van het vuurwerkverbod op lokale handhaving en overlast. De verwachting is dat de handhaving met de invoering van het vuurwerkverbod voor consumenten onder druk komt te staan. Handhaving en controles (zie ook hoofdstuk 8)
33
• • •
Plannen en uitvoeren van gezamenlijke controles en handhavingsacties met zowel lokale als landelijke partners. Duidelijke rolverdeling en verantwoordelijkheden tussen gemeenten, politie, OM en andere betrokken diensten. Monitoren van grensoverschrijdende activiteiten en bijstellen van strategieën indien nodig.
Communicatie • Afstemmen
van
communicatie
naar
bewoners
en
ondernemers
met
buurgemeenten.
Evaluatie en bijstelling • Jaarlijks evalueren van samenwerking en acties aanpassen op basis van ervaringen, incidenten en veranderingen in vuurwerktoerisme. 9.3
Acties ter versterking van de aanpak 2026 en verder
Omdat het voor de aankomende jaarwisseling nog is toegestaan om aangewezen F2-vuurwerk af te steken, is de ruimte voor aanvullende acties beperkt. Daarom richt dit onderdeel zich primair op de jaarwisseling vanaf 2026/2027, wanneer het vuurwerkverbod voor consumenten van kracht wordt. Voor de jaarwisseling 2026/2027 worden specifieke acties ondernomen om een veilige en goed gecoördineerde aanpak van grensproblematiek rondom vuurwerk te waarborgen: 1.
Landelijke afstemming met buurlanden: België en Duitsland worden op landelijk niveau geïnformeerd over het vuurwerkverbod en de mogelijke neveneffecten hiervan voor de grensregio’s.
2.
Lokale afstemming tussen grensgemeenten: Grensgemeenten brengen hun buurgemeenten op de hoogte van het vuurwerkverbod en stemmen gezamenlijk af over preventie, handhaving en informatievoorziening. Er wordt onderzocht in hoeverre op landelijk niveau ondersteuning kan worden geboden om de informatiepositie te versterken. Ook wordt gekeken in hoeverre gezamenlijke grenscontroles georganiseerd kunnen worden.
3.
Bestuurlijke netwerkdag: De VNG organiseert een netwerkdag voor Nederlandse grensgemeenten om ervaringen, best practices en relevante informatie uit te wisselen, zodat alle betrokken partijen goed voorbereid zijn op de nieuwe situatie.
34
10 Internationaal Ook op internationaal niveau wordt aandacht besteed om vuurwerkoverlast te voorkomen. Nederland zet zich hier actief voor in, onder meer door samen te werken met Europese partners en buurlanden. Doel is om illegale handel bij de bron tegen te gaan, misbruik te beperken en ervoor te zorgen dat maatregelen elkaar over de grenzen heen versterken. 10.1
De huidige aanpak
Op internationaal niveau zet Nederland zich actief in om de productconformiteit van vuurwerk te verbeteren en de illegale handel en het misbruik van professioneel (F4) vuurwerk bij de bron aan te pakken. Op 1 april jl. hebben de toenmalig minister van JenV en de toenmalig staatssecretaris van IenW, samen met de Franse minister van Binnenlandse Zaken, een brief gestuurd aan de Europese Commissie. Hierin is de noodzaak van een gezamenlijke Europese aanpak benadrukt en om concrete actie gevraagd. Deze brief verwijst naar het Frans-Nederlandse non-paper, waarin onder meer wordt gepleit voor een verbod op flash bangers, een maximering van de hoeveelheid kruit of flashpoeder in pyrotechnische artikelen, een betere registratie van handelsstromen en de invoering van een EUbrede pyro-pass als extra waarborg tegen doorverkoop aan niet-professionals. De Tweede Kamer heeft de regering daarnaast in verschillende moties verzocht om in Europees verband nog verdergaande stappen te zetten. Zo verzoekt de motie van Kamerlid Buijsse de regering om in de Milieuraad met gelijkgezinde landen het voortouw te nemen richting een Europees verbod op de productie en handel van zwaar F4-vuurwerk, en hierover tweemaal per jaar te rapporteren.
In januari 2025 zijn bovendien moties van de Kamerleden Bikker en Van Nispen aangenomen, die de regering oproepen om een Europese kopgroep te vormen en om met België en Duitsland afspraken te maken over het terugdringen van de verkrijgbaarheid van zwaar vuurwerk en explosieven in de grensregio’s. In het bestuurlijk grensoverleg Vlaanderen-Nederland van 16 juni jl. is deze noodzaak gezamenlijk onderstreept. Naast deze inzet speelt ook het Offensief Tegen Explosies (OTE) een belangrijke rol in de internationale agendering. In nauwe samenwerking en afstemming hebben verschillende gemeenten een brief gestuurd aan vertegenwoordigers van de lidstaten die zijn aangesloten bij de JBZ-Raad. Bovendien wordt in 2025 een internationale bijeenkomst georganiseerd, waarin partners met elkaar in gesprek gaan, best practices worden uitgewisseld en de urgentie van dit onderwerp verder onder de aandacht wordt gebracht. Nederland neemt, samen met Frankrijk, nadrukkelijk een koplopersrol op dit dossier. Onze inzet heeft ertoe geleid dat vuurwerk inmiddels hoog op de Europese agenda staat en dat meerdere lidstaten zich achter onze voorstellen scharen. Concreet lopen er momenteel de volgende actielijnen:
•
Evaluatie van de Pyrorichtlijn: De Europese Commissie heeft de richtlijn geëvalueerd. Uit de evaluatie komt naar voren dat de huidige Europese vuurwerkregels onvoldoende voorkomen dat professioneel vuurwerk gebruikt wordt tegen hulpverleners of andere criminele doeleinde. De vervolgstappen worden nog bekend gemaakt.
•
Feasibility study: Op basis van het Frans-Nederlandse non-paper voert de Europese Commissie een haalbaarheidsstudie uit naar de veiligheidsdreigingen van pyrotechnische artikelen. De eerste uitkomsten worden dit najaar verwacht.
•
Raadsconclusies JBZ-Raad: Tijdens de JBZ-Raad van juni 2025 zijn Raadsconclusies aangenomen over de bestrijding van de illegale handel in zwaar vuurwerk. Deze bieden een belangrijke steun in de rug, omdat alle lidstaten zich hierachter hebben geschaard.
35
•
Operationele samenwerking: Europol heeft vuurwerk inmiddels aangemerkt als prioriteit. De JBZ-Raadsconclusies vragen daarnaast om intensievere operationele samenwerking tussen lidstaten, onder meer via informatie-uitwisseling en gezamenlijke acties.
Met deze inzet draagt Nederland actief bij aan een gecoördineerde Europese aanpak van de illegale handel en het misbruik van (professioneel) vuurwerk. Dit versterkt niet alleen de effectiviteit van de handhaving in Nederland, maar helpt ook om de bredere veiligheids- en openbare ordeproblemen die met de illegale handel en misbruik van vuurwerk samenhangen, te beperken.
36
11 Communicatie In aanloop naar de jaarwisseling 2025/2026 speelt, net als eerdere jaren, communicatie een rol in het informeren over het veilig afsteken van vuurwerk en de risico's die gepaard gaan met vuurwerkgebruik. Vanaf medio 2026 speelt communicatie een belangrijke rol bij het invoeren en handhaven van het vuurwerkverbod voor consumenten. Het vuurwerkverbod is een diepgewortelde traditie beïnvloedt en diverse belangen raakt. Heldere, consistente en normstellende communicatie informeert burgers over de nieuwe situatie en helpt draagvlak en legitimiteit te creëren. Als burgers en ondernemers begrijpen dat het verbod vanuit veiligheid, gezondheid, milieu of ordehandhaving wordt ingevoerd, zullen ze eerder geneigd zijn hun gedrag aan te passen. Aanvullend hierop is handhavingscommunicatie van groot belang: communicatie die naleving bevordert door duidelijk te maken wat er wel en niet is toegestaan, en wat de gevolgen zijn van overtreding. Er is een doelgroep die niet of minder gevoelig zal zijn voor de argumenten zoals veiligheid, gezondheid, milieu of ordehandhaving, maar waar het eerder aan zal komen op adequate handhaving en communicatie hierover. Hoewel een kleine meerderheid van de mensen voor een vuurwerkverbod is (zie hoofdstuk preventie), kan een jaarwisseling zonder vuurwerk ook worden ervaren als verlies van traditie.
Volgens de Prospect Theory van Kahneman en Tversky ervaren mensen verlies psychologisch sterker dan winst (loss aversion). Dat maakt het extra belangrijk om met consequente communicatie en zichtbaar handhavend optreden weerstand te beperken. Tot slot vraagt de invoering van het verbod ook om heldere communicatie over de ontheffingsregeling. Aan de ontheffing zijn strikte voorwaarden verbonden, die deels worden vastgelegd in de AMvB, maar waar burgemeesters zelf ook een bepalende rol in hebben. Dit vraagt om zorgvuldige communicatie op zowel landelijk als lokaal niveau, zodat voor iedereen duidelijk is onder welke omstandigheden van het vuurwerkverbod kan worden afgeweken. Dit voorkomt onbewuste overtredingen en draagt bij aan vertrouwen en naleving. In dit hoofdstuk wordt de huidige communicatie-inzet voor de jaarwisseling van 2025/2026 uiteengezet. Daarnaast worden er best practices gedeeld met betrekking tot een vuurwerkvrije jaarwisseling en wordt stil gestaan bij de acties ter voorbereiding op de communicatie. 11.1
Uitgangspunten en doelstelling
Het doel van dit hoofdstuk is het delen van inzicht en kennis over effectieve (handhavings)communicatie omtrent de jaarwisseling en het vuurwerkverbod. Dit hoofdstuk is relevant voor de diverse partijen die communiceren over de jaarwisseling en het vuurwerk(verbod), zoals gemeenten, in het bijzonder gemeenteambtenaren met OOV in portefeuille, JenV, IenW, VNG, politie en OM, maar ook partijen zoals VeiligheidNL en Halt. 11.2
Huidige aanpak
Onderstaand wordt de huidige inzet van verschillende partijen voor de jaarwisseling van 2025/2026 samengevat. Ministerie van IenW Jaarlijks vindt er een landelijke vuurwerkcampagne plaats, met als doel het veilig afsteken van consumentenvuurwerk (vuurwerkbril, aansteeklont, afstand) te bevorderen. Onderdeel van die campagne is een toolkit voor gemeenten, met bijvoorbeeld video's en uitingen voor sociale media. De communicatie-aanpak is expliciet ontwikkeld om een gestructureerde en doordachte strategie te bieden die toepasbaar is op een langere termijn (ook na de jaarwisseling van 2025/2026, als de Wet Veilige Jaarwisseling van kracht is). IenW heeft in de communicatie drie rollen die elkaar aanvullen 37
en versterken. Iedere rol heeft een andere doelgroep, deelboodschap en instrumenten maar zijn wel allen gericht op het stimuleren van veilig omgaan met vuurwerk: Als voorlichter informeert IenW de brede Nederlandse samenleving over de vuurwerkregels en veiligheidsmaatregelen (bril, lont, afstand). Door heldere informatie te bieden, wordt de kennis en het bewustzijn over de geldende vuurwerkregels vergroot, het veilig vuurwerkgebruik bevorderd en helderheid over eventuele beleidswijzigingen gecreëerd. Deze is gericht op de doelgroep jongeren (10-19 jaar) en ouders met kinderen (0-19 jaar); Als gedragsaanjager richt IenW zich dit jaar op het gebruik van de vuurwerkbril primair op jongeren van 15-20 jaar (zowel afstekers als omstanders); Als verbinder richt IenW zich op stakeholders voor wederzijde kennisdeling, betrokkenheid en samenwerking. Ook zorgt IenW voor heldere informatie voor en begeleiding van stakeholders, zeker als de regel- en wetgeving verandert. Ieder jaar vanaf medio augustus start IenW met de ontwikkeling van de campagne zodat deze medio december gereed is om live te gaan. In het jaar dat het vuurwerkverbod ingaat, start dit proces eerder, zodat genoeg tijd is om de communicatie over het verbod een goede plek te geven. Ministerie van JenV Ook JenV heeft een belangrijke rol in de communicatie over vuurwerk.
JenV stelt jaarlijks een beknopt communicatieplan op dat is gericht op het voorbereiden en coördineren van de communicatie in aanloop naar de jaarwisseling, met speciale aandacht voor veiligheid van hulpverleners, en na afloop van de jaarwisseling. Onderdeel van dit communicatieplan is dat de Rijksoverheid een landingspagina heeft over vuurwerk, die jaarlijks door JenV en IenW wordt geactualiseerd. Hierop is informatie te vinden over de regels, veiligheidsaspecten, overlast, handhaving en verantwoord gebruik van vuurwerk in Nederland. Aanvullend hierop wordt de laatste weken van het jaar herhaaldelijk over de jaarwisseling gecommuniceerd via zowel de corporate kanalen als de kanalen van de minister van JenV. Dit omvat onder andere het onder de aandacht brengen van de geldende regels en het versterken van de berichtgeving van politie, brandweer, de landelijke meldkamersamenwerking en de publiekscampagne van IenW. Ook legt de minister van Justitie en Veiligheid op oudejaarsdag een werkbezoek af. Dit werkbezoek is bedoeld om hulpverleners te bedanken voor hun inspanningen tijdens de jaarwisseling. Tijdens het werkbezoek wordt een persmoment georganiseerd om aandacht te vragen voor veiligheidsmaatregelen en goede initiatieven met betrekking tot een veilige jaarwisseling.
Na afloop van de jaarwisseling stuurt de minister van JenV een brief aan de Tweede Kamer met daarin het landelijk beeld van de afgelopen jaarwisseling, met bijbehorend persbericht. VNG Op de site van de VNG is een openbare landingspagina omtrent jaarwisseling en vuurwerk te vinden, waarop nieuws, adviezen en praktijkvoorbeelden worden gedeeld. Ook is er een Q&A voor de pers ontwikkeld, waarin de standpunten van de VNG wat betreft vuurwerk worden belicht. Daarnaast is er een besloten VNG-forum jaarwisseling binnen het thema Openbare Orde en Veiligheid. Hier kunnen professionals binnen gemeenten actief kennis en ervaring met elkaar delen, bijvoorbeeld door het delen van beleidsdocumenten. Gemeenten Gemeenten hebben ieder een eigen communicatiestrategie en spelen hierbij in op de lokale context. Gemeenten zetten bijvoorbeeld in op bewustwording van de gevaren van vuurwerk of de veiligheid van hulpverleners. Hiervoor kunnen op lokaal niveau campagnes worden ingericht of speciale acties met partners worden georganiseerd. Zo zoeken veel gemeenten de samenwerking met bijvoorbeeld de politie of jongerenwerk. Politie De politie besteedt zowel landelijk als regionaal aandacht aan de gevaren van vuurwerk, de overlast die het veroorzaakt en de veiligheid van hulpverleners. Op de website van de politie is een speciale
38
landingspagina ingericht met het thema vuurwerk, waar wordt uitgelegd wat de politie doet tegen vuurwerkoverlast en hoe inwoners signalen over het bezit of de handel in illegaal vuurwerk kunnen melden. In aanloop naar de jaarwisseling ondersteunt de politie de landelijke vuurwerkcampagne IenW in haar eigen communicatie-uitingen. Daarnaast besteedt zij jaarlijks intern aandacht aan het thema geweld tegen hulpverleners en aan het bijbehorende meldings- en aangifteproces, zodat hier de juiste prioriteit aan wordt gegeven. Ook via (sociale) media geeft de politie ieder jaar aandacht aan de voorbereiding op de jaarwisseling en aan de maatregelen die worden getroffen om de veiligheid te waarborgen, met bijzondere nadruk op de bescherming van hulpverleners. Dit gebeurt vaak aan de hand van persoonlijke verhalen van politiemedewerkers. Op 1 januari communiceert de politie richting de media met een landelijk persbericht en door middel van interviews over het operationele beeld van de voorgaande nacht. OM Het OM heeft een landingspagina voor de thema’s jaarwisseling en vuurwerk. Hier wordt onder andere gecommuniceerd over de vuurwerkbarometer en de hogere strafmaat bij jaarwisselinggerelateerde strafzaken. 11.3
Ervaringen en best practices aanpak vuurwerkvrije jaarwisseling
Diverse gemeenten hebben de afgelopen jaren al een lokaal vuurwerkverbod ingevoerd. In deze paragraaf wordt ingegaan op de communicatie-ervaringen van de gemeenten Rotterdam en Haarlem. Op basis daarvan, aangevuld met inzichten van andere gemeenten, zijn algemene best practices opgesteld die kunnen worden benut in de aanloop naar de jaarwisseling van 2026/2027. In de op te stellen communicatiestrategie van JenV en IenW zal hiermee rekening worden gehouden. Ervaring gemeente Rotterdam In de gemeente Rotterdam is er sinds mei 2020 een afsteekverbod voor vuurwerk in de APV opgenomen. Dat is niet alleen vanwege de jaarlijkse schade aan de stad tijdens de jaarwisseling, maar ook vanwege de sterke lobby vanuit het Rotterdamse oogziekenhuis. Door de coronapandemie was er tijdens de eerste twee jaarwisselingen met het lokale verbod ook een landelijk verbod. Rotterdam hoefde daarom in de eerste jaren geen andere boodschap te communiceren dan de rest van Nederland. Wel waren er ook deze jaren lokale campagnes, met uitingen als ‘Rotterdam vuurwerkvríj’ en ‘Vuurwerk is zo 2019’. Deze informerende insteek heeft Rotterdam in de jaren hierna doorgezet. De campagnes waren gericht op alle Rotterdammers, met speciale aandacht voor jongeren, met veel inzet online. De communicatie-uitingen waren enkel gericht op het verbod op afsteken.
Dit had wisselend succes en stuitte op veel weerstand, mede doordat de communicatie niet eenduidig was. Zo kon er wel vuurwerk worden gekocht, maar mocht het niet worden afgestoken. In 2024/2025 is de campagne aangepast. Deze legt nu de focus op de redenen achter een afsteekverbod. Met uitingen als ‘minder honden in paniek’ en ‘alle vingers mee naar 2025’ was er een veel groter bereik en positiever sentiment. Rotterdam zet deze lijn daarom door. Ervaring gemeente Haarlem Ook in de gemeente Haarlem geldt er sinds 2021 een afsteekverbod voor vuurwerk. De communicatie-aanpak in de gemeente richt zich op diverse doelgroepen en informeert inwoners via verschillende sociale mediakanalen. Zo worden er bijvoorbeeld filmpjes geplaatst waarin gemeenteraadsleden vertellen wat wel en niet mag tijdens de jaarwisseling. Daarnaast wordt er in de gemeente Haarlem fysieke bebording geplaatst bij bijvoorbeeld ziekenhuizen, zorginstellingen of kinderboerderijen, om inwoners op een ludieke manier te
39
herinneren aan de gevolgen van het afsteken van vuurwerk op kwetsbare plekken. Dit is al enkele jaren effectief. Ondanks dat de handhaafbaarheid van het verbod complex is, wordt er nauwelijks vuurwerk afgestoken op de kwetsbare plekken waar de bebording staat. De gemeente kiest er daarnaast bewust voor om geen alternatieve vuurwerkshow aan te bieden, omdat zij volledig achter het lokale vuurwerkverbod en de bijbehorende redenen, zoals duurzaamheid, wil staan. Best practices vuurwerkvrije jaarwisseling De volgende best practices, gebaseerd op ervaringen van gemeenten in voorgaande jaren, bieden handvatten voor de communicatie in aanloop naar de jaarwisseling van 2026/2027: Tijdige afstemming Het is belangrijk om tijdig, bij voorkeur al in de zomermaanden, af te stemmen met lokale (veiligheids)partners, zoals handhaving en politie, die betrokken zijn bij de voorbereiding op de jaarwisseling. Afstemming kost tijd, zeker wanneer er nieuwe communicatie-inzet opgezet moet worden. Bovendien is de boodschap des te krachtiger wanneer deze door verschillende partners onderschreven wordt. Later in het jaar, vanaf september, werkt het goed om ook af te stemmen met jongerenwerk en collega’s in de wijk, om te horen wat er speelt in relatie tot de jaarwisseling.
Rond de jaarwisseling zelf is het belangrijk om ook vanuit communicatie korte lijntjes te hebben met de veiligheidsregio, omgevingsdienst, politie, gemeente en vervoersbedrijven. Moment van communicatie in najaar In september en oktober worden bij de gemeenten meestal de eerste vragen over de vuurwerkregels gesteld. Wat mag wel, en wat mag niet? Dit is tevens het moment dat het eerste (illegale) vuurwerk wordt ingeslagen. De gemiddelde burger is dan nog niet met de jaarwisseling bezig, maar onder bepaalde doelgroepen (jongeren, liefhebbers) begint het dan al wel te leven. Dit is een goed moment om de communicatie over het vuurwerkverbod te starten. Weerstand Vuurwerk is voor veel mensen onlosmakelijk verbonden met de traditie rondom de jaarwisseling. De invoering van het vuurwerkverbod roept dan ook veel emotie op. Mensen kunnen het gevoel hebben dat hen 'iets wordt afgepakt', dat de traditie verloren gaat en er steeds minder mag. Dit sentiment zien veel gemeenten terug als reactie op uitingen over het vuurwerkverbod, vooral online. Het is belangrijk om in de communicatie rekening te houden met de emotionele lading en weerstand die het thema vuurwerk met zich meebrengt. Eenduidige boodschap De afgelopen jaren hebben laten zien dat een consistente, eenduidige boodschap essentieel is als het gaat om het vuurwerkverbod.
Er waren in de gemeenten vaak te veel tegenstrijdige verhalen: je kon vuurwerk kopen maar niet afsteken, er was een meldpunt voor overlast terwijl handhaving door gebrek aan capaciteit alleen bij extreme gevallen plaatsvond, en de hoogte van een boete was niet duidelijk. Dit leidde tot verwarring en weerstand onder burgers. Daarom is een eenduidige boodschap van belang. Alternatieven De ervaring is dat verwijzen naar een goed alternatief de boodschap sterker maakt. In Rotterdam kon verwezen worden naar het Nationale Vuurwerk bij de Erasmusbrug als alternatief, maar andere vergelijkbare alternatieven zijn vaak lastig. Gemeente Haarlem en Schiedam kiezen er bewust voor geen vuurwerkshow te houden, maar doen wel een beroep op andere al bestaande initiatieven, zoals activiteiten door jongerenwerk. Het is belangrijk om hier als gemeente over na te denken, en geschikte alternatieven voor verschillende doelgroepen, voor zover deze er zijn, te promoten en eventueel te subsidiëren.
40
11.4
Acties ter versterking van de communicatieaanpak 2026 en verder
Richting de jaarwisseling van 2026/2027 worden de volgende aanvullende acties genomen met betrekking tot de communicatie. 1. Uitgebreide communicatiestrategie Samen met IenW stelt JenV voor de jaarwisseling 2026/2027 een uitgebreide communicatiestrategie op. In de komende periode wordt meer duidelijk over de exacte invulling van het algehele vuurwerkverbod en de bijbehorende AMvB. De communicatiestrategie voor 2026/2027 zal hierop worden afgestemd. Ook de ervaringen met en signalen over de jaarwisseling van 2025/2026 worden meegenomen in de verdere uitwerking hiervan. De communicatiestrategie kent drie fases: • 1 juli 2026, streefdatum waarop de Wet veilige jaarwisseling wordt gepubliceerd; • (Aanloop naar de) jaarwisseling 2026/2027, de eerste vuurwerkvrije jaarwisseling; • (Aanloop naar de) de jaarwisselingen daarna. Onderdeel van de communicatiestrategie zal in ieder geval een brede communicatie-aanpak zijn. Hierbij zal onder andere specifieke aandacht zijn voor de doelgroep jongeren en de doelgroep ouders. Momenteel worden wel al de eerste stappen gezet, zoals het doorlopen van het Interventiekompas en het uitvoeren van een omgevingsanalyse (zie hieronder). 2.
Omgevingsanalyse Om een beter beeld te krijgen van de betrokken partijen rondom de jaarwisseling en het algehele vuurwerkverbod voor consumenten, wordt in januari 2026 een omgevingsanalyse uitgevoerd door JenV en IenW. Eerder heeft IenW reeds een dergelijke analyse opgesteld. Deze analyse zal dienen als uitgangspunt en wordt, in het licht van de huidige context, geactualiseerd. Het doel is om inzicht te verkrijgen in de onderlinge verhoudingen van de betrokken partijen en hun verhouding tot de jaarwisseling en het algehele vuurwerkverbod voor consumenten: de mate van invloed die zij uitoefenen, hun mate van activiteit, en in hoeverre zij ondersteunend zijn dan wel tegenwerken. 3. Communicatie vanuit Halt Halt zet jongeren uit het Halt jongerenpanel in om op hun eigen sociale mediakanalen (TikTok, Instagram, Snapchat) iets te delen over de nieuwe wet- en regelgeving, om op deze manier de boodschap onder leeftijdsgenoten te verspreiden. Daarnaast kan het panel adviseren over hoe de informatie jongeren op andere manieren en op grotere schaal kan bereiken, bijvoorbeeld via influencers met veel jonge volgers. 11.5
Kernboodschap
In bijlage 5 is een kernboodschap opgesteld die gebruikt kan worden in de communicatie over het handhavingsplan.
41
Bijlagen Bijlage 1 Gedragsbeïnvloeding Op basis van gedragsinzichten is bekend dat een effectieve gedragsverandering vraagt om een gelijktijdige inzet op meerdere risicofactoren. Gedrag wordt bepaald door meerdere factoren die er in samenhang voor zorgen dat iemand het gedrag wel of niet vertoont. Om te voorkomen dat mensen wet- en regelgeving overtreden, is het van belang dat een preventieve aanpak zich richt op al deze factoren. Hieronder staat een overzicht van negen factoren die van invloed zijn op gedrag, op basis van het Interventiekompas van het CCV. Kennis
Bekendheid en duidelijkheid van de regelgeving. In dit geval gaan we uit van de hypothetische situatie dat de doelgroep in december 2026 weet van het landelijk vuurwerkverbod en de regels die daarmee gepaard gaan. Kent de doelgroep deze regels? En zijn de regels duidelijk voor hen?