CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324247 Bijlage Handhavingsplan jaarwisseling

Commissie Bestuur 7 januari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken20.427 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Handhavingsplan jaarwisseling Ministerie van Justitie en Veiligheid November 2025

Inhoudsopgave 1.

Inleiding 1.1 Wet veilige jaarwisseling 1.2 Doelgroep en samenwerking 1.3 Reikwijdte van het handhavingsplan 1.4 Leeswijzer 2. Geprioriteerde acties 3. Juridisch kader 3.1 Wet- en regelgeving 4. Doelgroep(en) 4.1 Doelgroepanalyse 4.2 InterventieKompas 4.3 Verwachte nalevingsgedrag onder traditionele vuurwerkafstekers ouder dan 25 4.4 Onderscheid typen nalevers en overtreders 5. Samenwerkingen, aanpakken en overige initiatieven 5.1 WODC onderzoek dadertypen 5.2. Offensief tegen Explosies (OTE) 5.3 Taskforce Onze hulpverleners veilig 6. Preventie 6.1 Uitgangspunten en doelstellingen 6.2 Huidige aanpak: overzicht van preventieve maatregelen 6.2.1 Daderpreventie 6.2.2 Slachtofferpreventie 6.2.3 Situationele preventie 6.3 Acties ter versterking van de preventieve aanpak jaarwisseling 2026/2027 en verder 7. Handhaving 7.1 Uitgangspunten en doelstellingen 7.2 Huidige aanpak 7.3 Veranderingen vanaf jaarwisseling 2026/2027 en nieuwe ontheffingsmogelijkheid 7.4 Acties ter versterking van de handhaving vanaf 2026 en verder 8. Opsporing 8.1 Uitgangspunten en doelstellingen 8.2 Huidige aanpak en opsporingspraktijk 8.3 Acties ter versterking van de opsporing 2026 en verder 9. Grensregio’s 9.1 Huidige aanpak, samenwerking en praktijkvoorbeelden 9.2 Aandachtspunten voor samenwerking in grensregio’s 9.3 Acties ter versterking van de aanpak 2026 en verder 10.

Internationaal 10.1 Huidige aanpak 11. Communicatie 11.1 Uitgangspunten en doelstelling 11.2 Huidige aanpak 11.3 Ervaringen en best practices aanpak vuurwerkvrije jaarwisseling 11.4 Acties ter versterking van de communicatieaanpak 2026 en verder 11.5 Kernboodschap Bijlagen

p. 3

p. 4 p. 5 p. 7 p. 8

p. 9 p. 10 p. 12

p. 13 p. 14

p. 16 p. 17 p. 18 p. 20

p. 23 p. 24 p. 26

p. 29 p. 32 p. 33 p. 34 p. 35 p. 37

p. 39 p. 41 p. 42

2

1 Inleiding De jaarwisseling is een feestelijk moment waarop veel inwoners samen het nieuwe jaar inluiden. Tegelijkertijd brengt deze periode jaarlijks extra risico’s met zich mee op het gebied van openbare orde, veiligheid en leefbaarheid. De Wet veilige jaarwisseling beoogt deze risico’s te beperken en ordeverstoringen te voorkomen door het instellen van een vuurwerkverbod voor consumenten (met uitzondering van F1-vuurwerk). De wet voorziet ook in een ontheffingsmogelijkheid. Een burgemeester kan een ontheffing verlenen voor het afsteken van aangewezen F2-vuurwerk tijdens de jaarwisseling. Aan een dergelijke ontheffing zijn voorwaarden verbonden. Op nationaal niveau worden deze vastgelegd in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Het handhavingsplan verenigt zowel (inter)nationale als lokale instrumenten, initiatieven en best practices, zodat alle betrokken partijen zich optimaal op de jaarwisseling kunnen voorbereiden, zowel komende jaarwisseling als de jaarwisselingen daarna, wanneer er een algeheel vuurwerkverbod geldt. Er zijn bepaalde acties geprioriteerd die minimaal nodig zijn voor een goede voorbereiding op de jaarwisseling, met nadruk op de jaarwisseling met het algehele vuurwerkverbod.

Het handhavingsplan beschrijft dus de maatregelen die worden ingezet voor de voorbereiding en uitvoering van een veilige jaarwisseling 2025/2026, gebaseerd op de huidige weten regelgeving waarin bepaalde soorten vuurwerk zijn toegestaan. Daarnaast wordt ingegaan op de aanvullende acties die nodig zijn voor de jaarwisseling 2026/2027, wanneer een landelijk vuurwerkverbod voor consumenten geldt (met uitzondering van F1-vuurwerk). Tot slot wordt in dit plan ook aandacht besteed aan de bredere internationale inzet tegen illegale handel en misbruik van vuurwerk. Het handhavingsplan dient als handreiking voor het lokale gezag, zodat gemeenten, politie en andere betrokken partijen het kunnen gebruiken bij het opstellen en uitvoeren van hun eigen lokale veiligheidsplan. Het uiteindelijke doel is om de jaarwisseling zo veilig mogelijk te laten verlopen, incidenten tot een minimum te beperken en overtredingen van de Wet veilige jaarwisseling effectief en proportioneel aan te pakken. 1.1. Wet veilige jaarwisseling Op 1 juli 2025 is de Wet veilige jaarwisseling, een initiatiefwetsvoorstel van de leden Klaver en Ouwehand (GroenLinks-PvdD), in de Eerste Kamer aangenomen. Dit wetsvoorstel regelt een landelijk vuurwerkverbod voor consumenten. Aan de inwerkingtreding van deze wet is een aantal voorwaarden verbonden. Dit handhavingsplan vormt onderdeel van dit bredere pakket aan voorwaarden.

De andere voorwaarden betreffen een uitwerking van de AMvB en een compensatieregeling voor de vuurwerkbranche. De uitwerking van het handhavingsplan is voor zover op dit moment reeds mogelijk afgestemd op de AMvB en de compensatieregeling, die onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) vallen. 1.2. Doelgroep en samenwerking Het handhavingsplan is bedoeld voor alle partners die betrokken zijn bij het toezicht op en de handhaving van de regels tijdens de jaarwisseling, waaronder gemeenten, politie, Openbaar Ministerie (OM), Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de Omgevingsdiensten en andere relevante partners. Voor het opstellen van dit plan is een expert- en regiegroep ingericht met partijen als het OM, politie, ILT, IenW en gemeenten. Alle partijen waren gezamenlijk aan zet voor de totstandkoming van het plan. De expertgroep heeft in verschillende werkgroepen gewerkt aan de nadere uitwerking van de thema’s binnen het plan.

3

1.3. Reikwijdte van het handhavingsplan Dit plan richt zich zowel op de komende jaarwisseling (2025/2026), waarin het gebruik van bepaalde soorten vuurwerk door consumenten nog is toegestaan, als op de voorbereiding op de jaarwisseling 2026/2027 en daarna, waarin een verbod geldt op het afsteken van vuurwerk door consumenten (met uitzondering van F1-vuurwerk). Het plan wordt uitgewerkt langs verschillende lijnen: Preventie, Opsporing, Handhaving, Grensregio’s, Internationaal en Communicatie. 1.4. Leeswijzer Voorafgaand aan de inhoudelijke uitwerking van dit handhavingsplan wordt in hoofdstuk 2 een aantal acties benoemd die met voorrang worden opgepakt, naast de overig benoemde acties in dit plan. Voor een volledig overzicht van alle acties zie bijlage 6. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens het juridisch kader geschetst, waarin de relevante wet- en regelgeving wordt toegelicht. In hoofdstuk 4 worden de doelgroepen beschreven waarop de focus van dit plan ligt. Dit handhavingsplan staat niet op zichzelf. Er zijn diverse samenwerkingen, aanvullende aanpakken en lopende initiatieven waarmee het plan in samenhang wordt uitgevoerd. Deze worden eveneens toegelicht in hoofdstuk 5. Daarna volgen de inhoudelijke hoofdstukken, waarin de verschillende thema’s worden besproken in de volgorde van: • • • • • •

Preventie (hoofdstuk 6) Opsporing (hoofdstuk 7) Handhaving (hoofdstuk 8) Grensregio’s (hoofdstuk 9) Internationaal (hoofdstuk 10) Communicatie (hoofdstuk 11)

Per thema wordt beschreven wat de huidige aanpak en inzet is en welke aanvullende acties worden ondernomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de maatregelen voor de aankomende jaarwisseling en de (aanvullende) inzet vanaf 2026/2027. Voor de komende jaarwisseling zijn reeds een groot aantal acties gestart en zijn er lokaal vaak al plannen gemaakt. Het handhavingsplan geeft een aantal voorbeelden en best practices waar het lokaal gezag zich door kan laten inspireren. Voor de jaarwisseling 2026/2027 wordt een eerste doorkijk gegeven naar een aantal acties waarmee gestart kan worden. De ontheffingsmogelijkheid die wordt uitgewerkt in de AMvB is hierin nog niet uitgebreid meegenomen, maar wordt minimaal benoemd aangezien de AMvB momenteel nog niet definitief is. De consequenties van de ontheffingsmogelijkheid met betrekking tot het handhavingsplan worden verder uitgewerkt en geactualiseerd naar aanleiding van de definitieve AMvB, waarin ook de uitkomsten van de uitvoeringstoetsen zijn meegenomen.

4

2. Geprioriteerde acties Hieronder wordt een overzicht gegeven van acties die met voorrang worden uitgevoerd richting aankomende jaarwisseling en, met name, die vanaf 2026/2027 wanneer het algehele vuurverbod in werking is getreden. Deze acties zijn door de expertgroep geselecteerd en worden beschouwd als effectieve maatregelen ter ondersteuning van de handhaving tijdens de jaarwisseling. Naast deze prioritaire acties worden uiteraard ook de overige maatregelen en acties uit dit plan uitgevoerd, zodat een volledig en samenhangend pakket aan activiteiten wordt gewaarborgd (zie bijlage 6 voor een volledig overzicht). Op deze manier wordt zowel op korte termijn als structureel gewerkt aan een veilige en goed georganiseerde jaarwisseling. Inzicht in nalevingsgedrag 1.

In opdracht van het ministerie van JenV, brengt het CCV in 2025, met behulp van het InterventieKompas en in samenwerking met partners, het verwachte nalevingsgedrag van verschillende doelgroepen in kaart. De uitkomsten hiervan worden gedeeld op onder meer het VNG-forum.

Kennisdeling en best practices 2.

3.

De VNG faciliteert kennisdeling door webinars te organiseren en een VNG forum op te zetten, waar gemeenten ervaringen en best practices kunnen uitwisselen. Begin 2026 zet de VNG een landelijke enquête uit bij gemeenten om best practices te inventariseren. De resultaten en inzichten uit de enquête worden gepubliceerd op het VNG forum. Specifiek voor grensgemeenten wordt een netwerkbijeenkomst georganiseerd voor het uitwisselen van best practices.

Voorbereiding jaarwisseling 2026/2027 4.

Ter voorbereiding op de jaarwisseling wordt door gemeenten nu al voorbereid op een nieuwe situatie tijdens de jaarwisseling vanaf 2026/2027. Op lokaal niveau wordt elk jaar een draaiboek opgesteld waarin taken, bijzonderheden en scenario’s (zoals risicolocaties en -groepen) worden vastgelegd. Hierbij worden alle relevante partners betrokken, waaronder politie, boa’s, jongerenwerk, stewards, bondgenoten en andere mogelijke betrokkenen. Ook worden er landelijke uitgangspunten opgesteld die lokale driehoeken als leidraad kunnen gebruiken bij het opstellen van lokale handhavingsplannen.

Communicatie en regionale afstemming 5.

JenV en IenW ontwikkelen samen een landelijke communicatiestrategie. In de komende periode wordt meer duidelijk over de exacte invulling van het algehele vuurwerkverbod en de bijbehorende AMvB. De communicatiestrategie voor 2026/2027 zal hierop worden afgestemd. Ook de ervaringen met en signalen over de jaarwisseling van 2025/2026 worden meegenomen in de verdere uitwerking hiervan.

De illegale internationale handel in vuurwerk. 6.

Samen met partnerlanden worden grootschalige opsporingsonderzoeken uitgevoerd. De informatie-uitwisseling via Europol wordt versterkt en er worden operationele taskforces ingericht om de samenwerking te verbeteren. Daarnaast vindt uitwisseling van deskundigheden plaats via gemeenschappelijke seminars en opleidingen. Tot slot worden controles op vuurwerk in de grensregio’s geïntensiveerd om overtredingen sneller te signaleren en aan te pakken.

5

Aanpakken van de onlinehandel in vuurwerk 7.

Illegale onlinehandel in vuurwerk wordt actief aangepakt. Opsporingsdiensten voeren pseudokopen uit om illegale aanbieders van vuurwerk te identificeren. Daarnaast worden counterboodschappen ontwikkeld en verspreid om potentiële onlinekopers te ontmoedigen. Tot slot worden social mediaplatforms en -groepen waarin zwaar vuurwerk wordt aangeboden gemonitord om handel en verspreiding vroegtijdig te signaleren.

Integraal samenwerken 8.

De integrale samenwerking tussen betrokken partijen wordt verder versterkt. Politie, ILT, Douane en omgevingsdiensten wisselen actief informatie uit en werken nauw samen. De acties van opsporingsdiensten worden afgestemd op het Operationeel Toezichts- en Handhavingsplan (OTE) om samenhang en effectiviteit te vergroten. Daarnaast vindt intensieve samenwerking plaats met opsporingsdiensten uit omringende landen en met Nederlandse partnerorganisaties in de grensregio’s. Er wordt opgespoord op basis van de lokale context en specifieke behoeften, waarbij bestuurlijke interventies en opsporingsonderzoeken goed op elkaar worden afgestemd.

6

3. Juridisch kader Het gebruik, de handel en het misbruik van vuurwerk in Nederland is gereguleerd via verschillende wetten, algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) en lokale verordeningen. Deze vormen gezamenlijk het juridische kader waarbinnen toezicht en handhaving plaatsvinden. 3.1. Wet- en regelgeving • Wet milieubeheer, zoals die eruit ziet na inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling De wet vormt de basis voor een landelijk vuurwerkverbod voor consumenten ten aanzien van F2-vuurwerk en biedt daarnaast de mogelijkheid voor burgemeesters om ontheffingen op dit verbod te verlenen.

•

Vuurwerkbesluit (uitwerking van de Wet milieubeheer ten aanzien van vuurwerk) Het vuurwerkbesluit regelt het in de handel brengen, voorhanden hebben, vervoeren, opslaan en tot ontbranden brengen “afsteken” van vuurwerk. In het Vuurwerkbesluit zal de ontheffingsbevoegdheid van de burgemeester nader worden uitgewerkt.

•

Wet op de economische delicten (WED) Overtreding van bepalingen in het Vuurwerkbesluit wordt aangemerkt als een economisch delict op grond van de WED. Er is sprake van uitgebreide opsporingsbevoegdheden en een lage drempel voor het inzetten daarvan. Doorgaans geldt voor geconstateerde misdrijven een strafdreiging van maximaal zes jaren gevangenisstraf.

•

Wet wapens en munitie (WWM) De WWM bepaalt welke voorwerpen als wapen kunnen worden aangemerkt. De WWM kent vangnetbepalingen in art. 2 categorie II onder 7 en categorie IV onder 7, op grond waarvan vuurwerk in specifieke gevallen en onder bepaalde omstandigheden als een wapen kan worden aangemerkt. Schending van de WWM kan leiden tot vervolging; de strafdreigingen zijn hoog.

•

Gemeentewet & Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Gemeenten kunnen via de APV aanvullende regels stellen, bijvoorbeeld vuurwerkvrije zones aanwijzen, evenementenvergunningen weigeren of beperken, en overlastgevende gedragingen verbieden.

• •

Wet politiegegevens & Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens De Wet politiegegevens & Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens regelen de gegevensuitwisseling vanuit en aan de politie en het OM. In vuurwerkzaken verstrekken politie en OM veelvuldig bestuurlijke rapportages aan gemeenten, zodat deze bestuurlijke maatregelen zoals het opleggen van een last onder dwangsom of het sluiten van een pand kunnen opleggen.

•

Besluit aanwijzing Halt-feiten 2024 Dit besluit regelt de Halt-afdoening van verschillende strafbare feiten waaronder overtredingen van het Vuurwerkbesluit.

7

4. Doelgroep(en) In dit hoofdstuk worden de doelgroepen beschreven waarop de handhaving zich richt. Een uitgebreide doelgroepanalyse vormt de basis voor de inzet van gerichte maatregelen en interventies uit dit handhavingsplan. 4.1. Doelgroepanalyse Vooruitlopend op de invoering van de Wet veilige jaarwisseling is het belangrijk inzicht te krijgen in het verwachte nalevingsgedrag van burgers en de verschillende soorten consumentengroepen (ook wel: doelgroepen), zodat interventies gericht kunnen worden ingezet. Uit recente onderzoeken blijkt dat 52 tot 57 procent van de Nederlanders voorstander is van een vuurwerkverbod en zich hier waarschijnlijk aan zal houden.1 Tegelijkertijd is er een aanzienlijke groep tegen een vuurwerkverbod. In totaal geeft 10 tot 28 procent aan, ondanks een verbod, toch vuurwerk af te willen blijven steken.2 Uit onderzoek van VeiligheidNL blijkt bovendien dat 9 procent van de ondervraagden zegt bij een verbod illegaal vuurwerk te kopen.3 De consumentengroepen kunnen worden ingedeeld in een groep die nu nog legaal vuurwerk afsteekt, maar door het verbod in overtreding dreigt te raken; en een groep die nu al de vuurwerk wet- en regelgeving niet naleeft. De doelgroep die nu nog legaal vuurwerk afsteekt betreft een grote groep, waarvan een gedragsverandering wordt gevraagd: ze doen nu iets wat legaal is, wat straks illegaal wordt.

Er moet worden voorkomen dat mensen straks in overtreding raken als het vuurwerkverbod van kracht is. Hier wordt met dit handhavingsplan de focus op gelegd, waarbij uitgesplitst wordt op doelgroepen, zoals jongeren, (jong)volwassenen (vanaf 25+), ouders/verzorgers, ondernemers en specifieke kwetsbare groepen. De doelgroep die in de huidige situatie de vuurwerkregels overtreedt, vraagt om een wezenlijk andere aanpak. Om meer inzicht in de doelgroep te krijgen die nu al de wet- en regelgeving niet naleven is eerder dit jaar het onderzoek “Explosieve handel. Dadertypen en aanpak van economische vuurwerkcriminaliteit” door Atlas Research in opdracht van het WODC uitgevoerd. Daarbij is in het bijzonder aandacht besteed aan jeugdige daders in de leeftijd tot 23 jaar. Vanuit het Offensief tegen Explosies worden acties ondernomen die (deels) zijn gericht op deze doelgroep. Zie voor een meer informatie paragraaf 5.1. 4.2. InterventieKompas Het ministerie van JenV heeft, samen met veldpartners, het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) gevraagd enkele expertsessies te organiseren. Doel is meer inzicht te krijgen in de verschillende doelgroepen en motieven om vuurwerk af te steken, zodat interventies het gedrag positief kunnen beïnvloeden.

Het InterventieKompas, een analysetool van het CCV, biedt een gestructureerde vragenlijst om het gedrag van de doelgroep te analyseren en het verwachte nalevingsgedrag te bespreken. Deze inzichten leveren concrete aangrijpingspunten om gewenst gedrag te stimuleren. Hieronder worden de opbrengsten weergegeven over het verwachte nalevingsgedrag van de traditionele vuurwerkafsteker van 25 jaar en ouder, die momenteel vuurwerk legaal koopt en afsteekt. Binnen de groep Nederlanders die vuurwerk afsteken tijdens de jaarwisseling wordt deze groep naar verwachting het grootst.

1 Ipsos I&O. (2024, december). Hoe denkt Nederland over vuurwerk in 2024? 2 Ipsos I&O. (2024, december). Hoe denkt Nederland over vuurwerk in 2024? 3 VeiligheidNL. (2024, juni). Vuurwerkaankoop en -gebruik 2023-2024: Onderzoek naar gedrag en

opinie Nederlandse huishoudens (Rapport 1010). 8

Een aanvullende sessie over het verwachte nalevingsgedrag onder specifiek jongeren vindt later dit jaar plaats. De uitkomsten hiervan worden gedeeld op onder meer het VNG-forum. 4.3. Verwachte nalevingsgedrag onder traditionele vuurwerkafstekers ouder dan 25 Op basis van de inzichten uit het InterventieKompas lijken de volgende (zwakke) factoren belangrijk om het nalevingsgedrag van de genoemde doelgroep te beïnvloeden: (1) kennis, (2) risicobewustzijn, (3) motivatie, (4) pakkans, (5) regelsteller en (6) straf/beloning. Zie voor een uitgebreid overzicht bijlage 1. De verwachting is dat het grootste deel van de Nederlanders door gedegen communicatie voorafgaand aan de jaarwisseling op de hoogte is van het vuurwerkverbod, maar dat mogelijk wel verwarring kan ontstaan over de regels rondom ontheffingen en het verschil tussen F1- en F2-vuurwerk. De doelgroep kent de risico’s van het afsteken van F2-vuurwerk, maar acht de kans klein dat deze zich voordoen in hun omgeving (bv. als het gaat om letsel). Daarbij zijn veel risico’s bekend bij deze doelgroep, maar lijkt men zich niet altijd bewust van risico’s zoals bijvoorbeeld dierenleed. Specifieke communicatie over de regels rondom ontheffingen en het verschil tussen F1- en F2-vuurwerk en de verschillende risico’s zijn nodig.

Daarnaast kan de doelgroep de overwegingen om vuurwerk toch af te steken zwaarder laten wegen dan de argumenten om zich aan de regels te houden, waardoor de bereidheid tot naleving afneemt. Naleving leidt tot verlies van traditie en gebrek aan plezier (zeker zonder alternatief), terwijl overtreding leidt tot plezier. Een remmende factor voor het overtreden van het aankomende vuurwerkverbod is dat vuurwerk voor gewone consumenten niet meer gemakkelijk toegankelijk is, tenzij het in het buitenland of via illegale kanalen wordt verkregen. De doelgroep moet dus voortaan meer moeite doen om F2-vuurwerk te kopen.. Belangrijke kanttekening hierbij is dat dit in de grensregio’s mogelijk anders ervaren wordt, aangezien F2-vuurwerk in België en Duitsland nog gekocht kan worden en veel vuurwerkafstekers hier voorheen ook hun vuurwerk kochten. Ook de sociale omgeving kan een belangrijke rol spelen in het stimuleren van naleving. Het is op basis van de huidige analyse nog onvoldoende duidelijk of deze factor naleving bevordert of verhindert. Het behoeft verder onderzoek om te verkennen of vuurwerkafstekers in principe geneigd zijn zich aan het vuurwerkverbod te houden en wat de invloed van de (sociale) omgeving daarop is. Hierbij spelen ook het sentiment en de houding mee van de doelgroep tegenover de regelsteller (de Rijksoverheid).

Het landelijk vuurwerkverbod zou door de doelgroep gezien kunnen worden als ‘weer een traditie die van ons afgenomen wordt’. Op basis van de analyse lijkt het vergroten van de (ervaren) pakkans in ieder geval een belangrijke factor om naleving te stimuleren. De doelgroep ervaart de pakkans bij overtreding van het vuurwerkverbod als laag, vanwege de beperkte capaciteit van de toezichthouder (politie). De doelgroep verwacht in principe ook dat de politie zich niet op hen richt, aangezien zij vinden dat zij niet tot de groep behoren die de daadwerkelijk problemen veroorzaakt. De sanctie voor overtreding is daarbij een belangrijk element. In het geval van een boete moet deze in de perceptie van de vuurwerkafsteker substantieel zijn en in verhouding staan tot de kosten voor het kopen van (illegaal) vuurwerk, anders kan deze ‘ingecalculeerd’ worden in de financiële keuze. 4.4. Onderscheid typen nalevers en overtreders Op basis van de gedragsanalyse kan onderscheid gemaakt worden tussen verschillende typen nalevers en overtreders. Afhankelijk van de situatie en het specifieke gedrag kan iemand tot verschillende typen behoren; sommige typen komen vaker voor dan andere. Hieronder volgt een korte toelichting per type. Ook wordt een eerste voorzichtige schatting gegeven van het aandeel van de doelgroep dat tot elk type behoort.

Deze schatting is gebaseerd op de ervaring van professionals en dient uitsluitend als richtlijn er is geen kwantitatieve onderbouwing vanuit onderzoek beschikbaar.

9

Nalevers •

Onbewuste nalevers: Dit zijn nalevers die de regels niet goed kennen en ze naleven zonder het te beseffen, bijvoorbeeld omdat ze iemand anders nadoen. o De verwachting is dat van 100 willekeurige leden van de doelgroep 4 leden de regel onbewust naleven.

•

Spontane nalevers: Deze groep gedraagt zich in lijn met de regel, omdat ze het achterliggende doel en de regel belangrijk vindt en gelooft in de (uit)werking ervan. Het is belangrijk dat deze groep blijft naleven. Eventueel kan deze groep als ambassadeur ingezet worden. o De verwachting is dat van 100 willekeurige leden van de doelgroep 77 leden de regel bewust naleven. Zij leven de regel ook na als er geen toezicht plaatsvindt.

•

Handhavingsafgeschrikten: Deze groep nalevers gedraagt zich in lijn met de regel, omdat de sociale of fysieke omgeving, de keten of het toezicht daartoe aanzet en niet omdat men de regel zo zinvol vindt. o De verwachting is dat van 100 willekeurige leden van de doelgroep 13 leden worden afgeschrikt door handhaving. Zij leven de regel na doordat er toezicht plaatsvindt.

Overtreders •

Onbewuste overtreders: Deze groep is in principe geneigd tot naleving, maar is niet op de hoogte van de regel, kan deze niet toepassen en weet niet hoe deze moet worden toegepast. Dit type overtreder kan beïnvloed worden door de kennis over de regels te vergroten, de regel te vereenvoudigen, het gewenste gedrag makkelijker te maken en/of voorbeeldgedrag te tonen. o De verwachting is dat van 100 willekeurige leden van de doelgroep 1 lid de regel onbewust overtreedt. Deze groep overtreedt de regel per ongeluk.

•

Principiële overtreders: Deze groep overtreedt uit weerstand. De groep is het fundamenteel oneens met de regel, de beleidsaannames of het achterliggende beleidsdoel. Of de groep gelooft niet in (een rechtvaardige) uitwerking van het beleid en/of is in het geheel niet gezagsgetrouw. Er is sprake van reactance, een vorm van weerstand die ontstaat als mensen zich in hun vrijheid beperkt voelen. Het is voor de doelgroep raadzaam om de onderliggende weerstanden te achterhalen, het beleid aan te passen of een andere handhavingsstijl te hanteren. Bovendien kunnen weerstanden weggehaald worden door te luisteren, begrijpen, keuzealternatieven zoeken en duidelijkheid te geven. o De verwachting is dat van 100 willekeurige leden van de doelgroep 5 leden de regel onbewust overtreden. Deze groep overtreedt de regel uit principe.

•

Gelegenheidsovertreders: Deze groep staat onverschillig ten opzichte van de regel. Deze overtreders laten zich leiden door de makkelijkste weg en de mogelijkheden die zich voordoen. Hun gedrag wordt gestuurd door irrationele motieven, zoals luiheid of gemak, en gelegenheden, zoals het simpelweg voorhanden hebben van vuurwerk. Als ze nog vuurwerk hebben van voorgaande jaarwisseling, dan steken ze dat af. Om deze overtreders tot naleven te beïnvloeden kunnen cues in de fysieke omgeving gezet worden of inzameldagen voor vuurwerk worden georganiseerd o De verwachting is dat van 100 willekeurige leden van de doelgroep 0 leden de regel onbedoeld overtreden. Deze groep lijkt klein binnen deze doelgroep, maar kan groter zijn in de bredere analyse van andere doelgroepen.

10

•

Calculerende overtreders: Tot slot bestaat een groep die eerder tijdens jaarwisselingen, en gedurende het jaar, de (lokale) wet- en regelgeving overtreedt met betrekking tot het illegaal verwerven, verhandelen en het misbruik van professioneel vuurwerk. Ook in de criminele context wordt professioneel vuurwerk ingezet met aanzienlijke risico’s voor de openbare orde en veiligheid. De reeks aan explosies waarmee Nederland de afgelopen jaren te maken heeft, is hier een voorbeeld van. Het is aannemelijk dat wanneer het vuurwerkverbod intreedt, deze dadergroep dit gedrag zal blijven vertonen. Bij deze doelgroep is mogelijk sprake van andere risicofactoren en vraagt een duurzame gedragsverandering om een andere aanpak van zowel preventieve als repressieve maatregelen. o De verwachting is dat van 100 willekeurige leden van de doelgroep 0 leden de regel onbedoeld overtreden. Deze groep lijkt klein binnen deze doelgroep, maar kan groter zijn in de bredere analyse van andere doelgroepen.

11

5. Samenwerkingen, aanpakken en overige initiatieven Dit handhavingsplan biedt gemeenten en ketenpartners praktische handvatten voor een veilige jaarwisseling, onder meer door instrumenten en best practices te delen. Tegelijkertijd staat dit handhavingsplan niet op zichzelf en wordt de vuurwerkproblematiek breder aangepakt. Zo is er onderzoek gedaan naar dadertypen van economische vuurwerkcriminaliteit, is het Offensief tegen Explosies opgericht en zet de Taskforce Onze Hulpverleners Veilig zich in voor de bescherming van hulpverleners. Deze sporen vullen elkaar aan. 5.1. WODC onderzoek dadertypen Om beter zicht te krijgen op de daderprofielen van economische vuurwerkcriminaliteit en welke interventies, toegespitst op de specifieke daderprofielen, effectief (kunnen) zijn, is in opdracht van het WODC onderzoek verricht door Atlas.4 Daarbij is in het bijzonder aandacht besteed aan jeugdige daders in de leeftijd tot 23 jaar, met het doel om inzicht te krijgen in wat de instroom en doorgroei van jongeren in deze vorm van criminaliteit kan voorkomen. Het onderzoek geeft inzicht in de motieven van de diverse dadergroepen die betrokken zijn bij het illegaal verwerven en verhandelen van professioneel vuurwerk.

Hieruit volgt dat vuurwerkcriminaliteit wordt gedragen door een breed spectrum aan dadertypen, van internationale naar nationale groothandelaren tot kleinschalige handelaren en eindgebruikers. Jongeren spelen vooral een rol in de distributie van vuurwerk en bevinden zich veelal in de lagere dadertypen. Het onderzoek levert handelingsperspectieven op voor: (1) het ketenbreed ontsluiten en benutten van informatie over verdachten van vuurwerkcriminaliteit, (2) gerichte maatregelen ter versterking van opsporing en handhaving, en (2) empirisch onderzoek naar de effectiviteit van opsporingsmethoden, interventies en sancties binnen de economische vuurwerkcriminaliteit. Tot slot wordt aanbevolen meer in te zetten op bewustwording van de gevaren van zwaar professioneel vuurwerk. 5.2. Offensief tegen Explosies (OTE) Naar aanleiding van de toename van aanslagen met explosieven is het Offensief tegen Explosies (OTE) ingesteld. Hierin werken onder meer politie, gemeenten, het Verbond van Verzekeraars, reclasseringsorganisaties, VNO-NCW, Aedes (namens de woningcorporaties) en MKB-Nederland (namens het bedrijfsleven) samen. Het OTE heeft als doel de stijgende trend van explosiegeweld te keren.

De partijen hebben een gezamenlijk actieplan opgesteld met maatregelen op het gebied van preventie, opsporing en vervolging, nazorg en lokale aanpak.5 De werkwijze is dynamisch: acties worden aangepast op basis van nieuwe kennis, inzichten en resultaten. De analyse die aan het actieplan ten grondslag ligt, laat zien dat de gemiddelde leeftijd van de plegers 23 jaar is, met een piek op 16 jaar. Veel verdachten hebben eerdere criminele antecedenten, vaak op het gebied van vermogensdelicten. De groep wordt gekenmerkt door sociaaleconomische kwetsbaarheid — lage opleiding, armoede en instabiele gezinssituaties — waardoor jongeren gevoelig zijn voor ronseling. De meeste daders worden gemotiveerd door financiële beloning. Het voorkomen van (herhaald) daderschap vraagt om een langdurige, brede aanpak. Gedragsverandering bij deze doelgroep is complex en vereist aandacht voor meerdere risicofactoren tegelijk. De preventieve inzet is daarom gericht op het vergroten van weerbaarheid en het bieden van alternatieven voor criminele activiteiten. Daarbij wordt erkend dat dader- en slachtofferschap vaak samengaan: sommige verdachten zijn tevens slachtoffer van criminele uitbuiting. Preventieve maatregelen richten zich daarom ook op het voorkomen van slachtofferschap.

4 Blaker, N., Bruinsma, M., Halbersma, R. & Postema, D. (2025, mei). Explosieve handel:

Dadertypen en aanpak van economische vuurwerkcriminaliteit (WODC-rapport). 5 Offensief tegen Explosies - Actieplan aanslagen met explosieven | Brief | Rijksoverheid.nl 12

Binnen het OTE wordt gebruikgemaakt van bewezen effectieve interventies uit de High Impact Crimes-aanpak, zoals Alleen Jij Bepaalt wie je bent (AJB), de Integrale Persoonsgerichte Toeleiding naar Arbeid en de inzet van re-integratieofficieren. Ook wordt aangesloten bij het programma Preventie met Gezag (PmG), waarvan de doelgroep grotendeels overlapt met die van het OTE. Waar mogelijk worden interventies uit PmG versterkt of opgeschaald. Om jongeren beter te beschermen tegen (online) ronseling, start het Offensief in het najaar van 2025 diverse preventieve acties. Zo volgen alle AJB-deelnemers een workshop over online weerbaarheid, ontwikkeld door Jongeren Op Zuid (JOZ). Deze workshops, gebaseerd op wetenschappelijk onderbouwde methoden zoals mentorschap en socratisch gesprek, worden ook op vijftig scholen (praktijkonderwijs en mbo) uitgevoerd. Daarnaast worden in gemeenten met de grootste problematiek bijeenkomsten georganiseerd voor professionals om kennis te delen en best practices uit te wisselen. De werkgroep Preventie van het OTE blijft continu nieuwe mogelijkheden voor aanvullende acties verkennen. 5.3. Taskforce Onze hulpverleners veilig In 2021 is de Taskforce Onze hulpverleners veilig ingesteld.

Hierin werken politie, boa’s, de brandweer, wetenschappers, het OM en het ministerie van JenV samen om bij te dragen aan een zinvolle aanvullende aanpak van agressie en geweld tegen hulpverleners. Een van de knelpunten die de Taskforce signaleert, is de versplinterde aandacht in het onderzoek naar agressie en geweld tegen hulpverleners. Daarom heeft de Taskforce een kenniskring opgezet met wetenschappers en onderzoekers die zich met dit thema bezighouden. Daarnaast organiseert de Taskforce jaarlijks een conferentie, waar beleid, wetenschap en uitvoering elkaar kunnen treffen om kennis en ervaring uit te wisselen, en zet de Taskforce onderzoek uit. Verder zijn door de Taskforce in het verleden publiekscampagnes gefinancierd die zijn gericht op het stellen van een norm. Het is niet normaal hulpverleners te hinderen in het uitvoeren van hun werkzaamheden. Jaarlijks wordt daar in de richting van de jaarwisseling via verschillende kanalen aandacht voor gevraagd. Zoals vermeld in de Verzamelbrief brandweer, crisisbeheersing en meldkamers van 3 oktober jl.,6 loopt de taskforce op zijn einde. De borging van de opgedane kennis, ervaringen en netwerken staat daarom komende tijd centraal.

6 Kamerstukken II, 2025-2026, 29517 nr. 273.

13

6. Preventie De Wet veilige jaarwisseling beoogt veiligheidsrisico’s tijdens de jaarwisseling te beperken en ordeverstoringen te voorkomen door het instellen van een vuurwerkverbod voor consumenten (met uitzondering van F1-vuurwerk). Het realiseren van het gewenste gedrag van alle consumenten vereist niet alleen handhaving, maar ook preventiemaatregelen. 6.1. Uitgangspunten en doelstellingen Preventieve maatregelen dienen bij te dragen aan een duurzame gedragsverandering. Deze maatregelen helpen bij een ordelijke en veilige jaarwisseling door zowel ongewenst gedrag te ontmoedigen als factoren te versterken die zorgen voor gewenst gedrag. Om ongewenst gedrag op een duurzame manier te ontmoedigen, is een integrale lokale aanpak cruciaal. Doelstellingen van preventieve maatregelen in dit handhavingsplan omvatten:

• • •

Het verminderen van overtredingen en onveilige situaties; Het bevorderen van naleving van de Wet veilige jaarwisseling; Het versterken van de lokale aanpak waaronder een vermindering van de druk op toezicht en handhaving.

Vanuit gemeenten, in samenwerking met lokale partners, worden reeds veel preventieve maatregelen en interventies ingezet ter voorbereiding op de jaarwisseling om misbruik van en overlast met vuurwerk te voorkomen. Gemeenten zetten onder meer in op gerichte communicatie, voorlichting, jongerenwerk, straatcoaches, bewonersinitiatieven en toezicht op straat. In dit hoofdstuk wordt een (niet-uitputtend) overzicht gegeven van kansrijke preventieve maatregelen, gecategoriseerd naar dadergerichte-, slachtoffergerichte en situationele maatregelen en interventies. Hierbij wordt benadrukt dat er geen uniforme aanpak bestaat: lokaal maatwerk en samenwerking tussen partners zijn essentieel. Tot slot bevat het hoofdstuk aanvullende acties en aanbevelingen ter ondersteuning van gemeenten bij de invoering en handhaving van het landelijke vuurwerkverbod (met uitzondering van F1-vuurwerk). 6.2. Huidige aanpak: overzicht van preventieve maatregelen Onderstaand wordt ingegaan op kansrijke preventie maatregelen van afgelopen jaren, waar de focus lag op het voorkomen van vuurwerkoverlast en -ongelukken. Deze initiatieven kunnen, soms in aangepaste vorm, ook gebruikt worden in de nieuwe situatie, waarbij preventie maatregelen zich zullen richten op het voorkomen van algeheel vuurwerkgebruik (met uitzondering van F1-vuurwerk).

6.2.1 Daderpreventie Daderpreventie richt zich erop te voorkomen dat mensen vuurwerk (ver)kopen of afsteken. Voor de voorbereiding en handhaving van het landelijk vuurwerkverbod is dit essentieel, omdat het verbod vanaf 2026/2027 veel huidige F2-gebruikers tot potentiële daders maakt. Daderpreventie stimuleert gedragsverandering bij onbewuste, principiële, gelegenheid- en calculerende overtreders, nog voordat een overtreding plaatsvindt. Voorlichting en bewustwording Het geven van voorlichting en het vergroten van bewustwording bij kinderen en jongeren op de basis- en middelbare school én bij hun ouders is belangrijk om vuurwerkmisbruik te voorkomen. Jongeren leren veilig met vuurwerk om te gaan en risico’s beter inschatten, terwijl ouders worden ondersteund in het stellen van grenzen en toezicht houden. Om de effectiviteit te vergroten, moeten interventies gebaseerd zijn op bestaande (wetenschappelijke) inzichten en beleidsmatige evaluaties.

14

Voor dadergerichte preventie biedt het in juni 2024 aan de Tweede Kamer aangeboden Landelijk Kwaliteitskader Effectieve Jeugdinterventies (KEI) een belangrijke basis.7 Hierin wordt een overzicht gegeven van verschillende gedragsinterventies en aangegeven - op basis van wetenschappelijke overzichtsstudies - welke het meest effectief zijn. Hieronder staan verschillende voorbeelden van interventies die specifiek zijn gericht op het voorkomen van vuurwerkmisbruik:

• •

•

•

Stichting Halt biedt lessen ‘Veilig Oud en Nieuw’ aan die focussen op kennis, bewustwording en handelingsperspectief rondom vuurwerkveiligheid. Deze lessen zijn bedoeld voor groep 7/8 van het PO en klas 1/2 van het VO. VeiligheidNL bereikt met het lespakket 4vuurwerkveilig basisscholen (groep 7/8) met als doel kinderen bewust te maken van de gevaren van vuurwerk en geeft concrete handvatten voor het veilig kijken naar en veilig laten afsteken van vuurwerk. Hierin wordt nauw samengewerkt en afgestemd met politie, brandweer en artsen. In een deel van de brandweerregio’s is een brandweerman/-vrouw aanwezig om de les als gastdocent te geven. Ook jongerenwerkers kunnen bij het lespakket 4Vuurwerkveilig worden ingezet. Binnen het lesprogramma 4vuurwerkveilig wordt, naast de les voor jongeren, ook aandacht besteed aan het bereiken van de ouders van 10-12 jarigen. Via de deelnemende scholen wordt middels huiswerkopdrachten gewerkt aan kennis en bewustwording van ouders. Daarnaast worden de ouders door VeiligheidNL ook bereikt via sociale media en de website kinderveiligheid.nl. Jongerenwerkers organiseren voorlichtingen voor jongeren én ouders. Ouders worden actief betrokken, bijvoorbeeld via schoolnieuwsbrieven of bijeenkomsten.

Ouderavonden, bewustwordingscampagnes en inzet van Triple P-geschoolde professionals zorgen dat opvoeders ondersteund worden in het begrenzen van jongeren en het bespreekbaar maken van risicogedrag.

Inzet jongerenwerkers en straatcoaches Jongerenwerkers en straatcoaches zijn in aanloop richting de jaarwisseling zichtbaar aanwezig in wijken en online. Zij signaleren risicogedrag vroegtijdig en voeren gesprekken met jongeren en ouders om bewustwording te vergroten. Dit gebeurt vaak in samenwerking met politie, scholen en stichting Halt. In het voortgezet onderwijs zijn jongerenwerkers zichtbaar tijdens pauzes en betrokken bij activiteitenweken en stages. Positieve rolmodellen Rolmodellen uit het jongerenwerk spelen een sleutelrol. Deze jongeren laten in hun gedrag zien dat zij vuurwerkgeweld afkeuren en versterken daarmee de positieve groepsdruk. Zij dragen bij aan bewustwording en corrigeren leeftijdsgenoten op straat. Om de kans op een effectieve aanpak zo groot mogelijk te maken, is het van belang van tevoren goed in kaart te brengen waarom en hoe rolmodellen in te zetten. De infosheet “Inzetten van rolmodellen: waarom en hoe” van het CCV en het ‘Landelijk Kwaliteitskader effectieve jeugdinterventies voor Preventie van Jeugdcriminaliteit’ (KEI) bieden hiervoor de juiste handvatten.89

7 Kamerstukken II, 2023/2024, 28 741, nr. 116. 8 Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), De Jong, J. D., & Ministerie van Justitie en Veiligheid. (2021, september). Inzetten van rolmodellen: waarom en hoe? 9 Landelijk kwaliteitskader effectieve jeugdinterventies voor preventie van jeugdcriminaliteit | Rapport | Rijksoverheid.nl 15

Waarschuwingsbrieven en bewustwordingsgesprekken Gemeenten werken samen met politie en jongerenwerk om eerdere overlastveroorzakers vooraf in kaart te brengen. Zo nodig bezoeken zij deze jongeren thuis en geven preventieve waarschuwingen of maatregelen, waarbij ook ouders worden betrokken. Alternatieve activiteiten Gemeenten kunnen alternatieve activiteiten stimuleren tijdens de jaarwisseling, afgestemd op lokale behoeften, door in gesprek te gaan met jongeren en bewoners. Dit kan variëren van sportieve of culturele programma’s tot buurtinitiatieven en feestelijke ontmoetingen. Jongerenwerk en straatcoaches spelen hierin een verbindende rol door het stimuleren van initiatieven uit de buurt en samenwerking te zoeken met scholen en andere lokale partners. Hierdoor kan de sociale cohesie worden versterkt. Gemeenten nemen een faciliterende rol door ruimte en ondersteuning te bieden, terwijl de bewoners en partners de verantwoordelijkheid en uitvoering dragen. Voorbeelden uit de praktijk: •

•

• • •

•

•

In Dijk en Waard bereikte een jongerenwerkcampagne via Instagram ruim 300.000 accounts, met winacties en filmpjes die authentiek aansloten bij jongeren. Jongeren vertellen hierin zelf de boodschap wat de gevaren zijn van vuurwerk, op een manier die aansluit bij hun leefwereld. De campagne werd lokaal veelvuldig gedeeld, ook werd samengewerkt met winkelcentra. Via QR codes konden jongeren meedoen aan de campagne en winacties op sociale media. In Staphorst wordt iedere jaarwisseling een tentfeest georganiseerd als alternatieve activiteit. Toegang is alleen mogelijk tot een bepaald tijdstip, zodat jongeren zich tijdig naar het feestterrein begeven. Dit voorkomt samenscholing op straat en draagt bij aan een veilige sfeer. De beveiligers kennen de jongeren en dat versterkt de sociale controle. In Utrecht Zuidwest deelden jongeren warme chocomel uit in de wijk en hielpen rolmodellen bij activiteiten, waarmee een positieve sfeer in de buurt werd versterkt. In Utrecht hielpen 36 jonge rolmodellen mee tijdens de jaarwisseling, met aantoonbaar positief effect op gedrag van leeftijdsgenoten. In Utrecht Noordwest werden jongerenwerkers samen met vrijwilligers getraind voor hun rol tijdens de jaarwisseling. Door de inzet van vrijwilligers in combinatie met jongerenwerk kan worden voorkomen dat overlast situaties tijdens de jaarwisseling verder escaleren.

In Utrecht is op basis van een hotspotanalyse vanuit de politie ingezet op het vroegtijdig onderkennen van (dreigende) ordeverstoringen en daarop (pro)actief interveniëren. In samenwerking met jongerenwerk en de medewerkers van THOR zijn in een aantal wijken ongeregeldheden voorkomen en is laagdrempelig bemiddeld in situaties die dreigden te escaleren. In Utrecht ontstond deze samenwerking via de gebiedsmanager van de gemeenten in de wijken waar sprake is van hotspots. In diverse buurthuizen en wijkcentra worden op oudejaarsdag alternatieve activiteiten georganiseerd, zoals sport, muziek, oliebollen bakken en spelactiviteiten. Hierdoor wordt een veilige omgeving gecreëerd en zijn jongeren minder op straat.

6.2.2 Slachtofferpreventie Naast daderpreventie is slachtofferpreventie van belang om letsel tijdens de jaarwisseling te beperken. Het handhavingsplan richt zich primair op gedragsverandering bij vuurwerkgebruikers, maar door het aantal daders te verminderen, neemt ook automatisch het risico op slachtoffers af.

16

Voorlichting en bewustwording Tijdens de jaarwisseling neemt de kans op incidenten zoals vuurwerkongevallen, alcohol- en drugsgerelateerde situaties en ordeverstoringen toe. Om dit te voorkomen, spelen voorlichting en bewustwording een cruciale rol: door mensen tijdig te informeren over risico’s en hen bewust te maken van veilig gedrag, kunnen ongevallen en letsel worden voorkomen. Bovendien draagt dit bij aan een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een feestelijke én veilige jaarwisseling. Met het eerdergenoemde lespakket 4vuurwerkveilig van VeiligheidNL en de voorlichting Veilig Oud en Nieuw (VON) van Stichting Halt wordt voorlichting gegeven over veilig gedrag tijdens de jaarwisseling, het stimuleren van het gebruik van vuurwerkbrillen via campagnes, voorlichting over veilig gebruik van F1-vuurwerk en het beperken van risico’s bij carbidschieten. 6.2.3 Situationele preventie Een belangrijk onderdeel van het voorkomen van overlast is situationele preventie, waarbij de fysieke en sociale omgeving zo wordt aangepast dat overtredingen moeilijker worden. Dit omvat onder andere het beperken van het (illegale) vuurwerkaanbod, intensiveren van toezicht en handhaving, aanpassingen in de openbare ruimte, en het betrekken van ouders, lokale netwerken en organisaties om gewenst gedrag te stimuleren.

Toezicht en aanwezigheid op straat Het inzetten van stewards, buurtvaders en -moeders is een belangrijke vorm van situationele preventie tijdens de jaarwisseling. Door gemeenten wordt in voorbereiding op de jaarwisseling tijdig gestart met een structureel overleg met stewards, buurtvaders en -moeders, om actuele ontwikkelingen en uitdagingen in kaart te brengen en passende plannen voor inzet te maken. Burgerparticipatie Burgerparticipatie is een belangrijk middel om overlast tijdens de jaarwisseling te voorkomen. Door bewoners actief te betrekken bij toezicht en veiligheidsinitiatieven, ontstaat een gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid. Hun aanwezigheid en alertheid vergroten de sociale controle, maken risicogedrag eerder zichtbaar en ontmoedigen potentieel overlastgevend gedrag. Fysieke maatregelen in de omgeving Door de inrichting van de openbare ruimte tijdelijk aan te passen, wordt de gelegenheid voor onveilig gedrag beperkt en kunnen risico’s beter worden beheerst. Afhankelijk van de lokale situatie kan de gemeente verschillende (fysieke) maatregelen inzetten, zoals het plaatsen van hekken of inzetten van extra verlichting. Een uitgebreid overzicht van maatregelen is in bijlage 2 te vinden.

Integrale samenwerking Ter voorbereiding op de jaarwisseling wordt door gemeenten op lokaal niveau elk jaar een draaiboek opgesteld waarin taken, bijzonderheden en scenario’s (zoals risicolocaties en -groepen) worden vastgelegd. Hierbij worden alle relevante partners betrokken, waaronder politie, boa’s, jongerenwerk, stewards, bondgenoten en andere mogelijke betrokkenen. 1.

2.

Maatwerk per gemeente Elke gemeente heeft eigen risicolocaties, doelgroepen en dynamiek. Een lokaal draaiboek maakt het mogelijk om maatregelen af te stemmen op de specifieke situatie ter plaatse Heldere taakverdeling

17

3.

4.

5.

Door vooraf taken en verantwoordelijkheden vast te leggen, weten alle betrokken partijen – van politie tot jongerenwerk – wat er van hen wordt verwacht. Dit voorkomt miscommunicatie en versnelt de reactie bij incidenten. Snelle opschaling bij scenario's Door verschillende scenario's (zoals groepsvorming, brandstichting of vuurwerkoverlast) uit te werken kunnen partners snel en adequaat handelen als zich een situatie voordoet. Versterking van samenwerking Het betrekken van alle relevantie partners bij het opstellen van het draaiboek bevordert onderlinge afstemming, vertrouwen en samenwerking. Dit is cruciaal voor een gecoördineerde aanpak. Een goed gedocumenteerd draaiboek biedt een basis voor evaluatie na afloop van de jaarwisseling.

Voorbeelden uit de praktijk: •

• •

In Staphorst heeft de inzet van stewards rondom de jaarwisseling aantoonbaar geleid tot een afname van agressie en vandalisme. Doordat zij vaak vaders, broers of buurmannen van de lokale jeugd zijn, ontstaat er een natuurlijk gezag en wederzijds respect. Deze aanpak bleek in Staphorst effectiever dan uitsluitend handhaving door boa’s of politie. In Utrecht waren in 2025 vijf buurthuizen in de nacht open waar honderden jongeren zijn bereikt. In Nijmegen wordt per wijk bepaald welke maatregelen er zinvol zijn om overlast tegen te gaan. In 2024 heeft dat geresulteerd in de inzet van gebiedsverboden voor een overlastlocatie en extra inzet op het samenscholingsverbod (APV) in een andere wijk.

6.3. Acties ter versterking van de preventieve aanpak jaarwisseling 2026/2027 en verder In de voorgaande paragrafen zijn diverse interventiemogelijkheden beschreven die gemeenten nu al (kunnen) inzetten om vuurwerkovertredingen en -overlast te voorkomen. Wanneer de invoering van het algehele vuurwerkverbod nadert, worden aanvullende acties uitgevoerd om de voorbereiding op de jaarwisseling te versterken, het nalevingsgedrag te bevorderen en burgers actief te informeren over de nieuwe regels (zie ook het hoofdstuk communicatie). 1.

Voorlichting in scholen: In het kader van de gezamenlijke communicatiestrategie die het ministerie van JenV en IenW in samenwerking met partners opstelt, wordt bezien hoe voorlichtingsactiviteiten gericht op de nieuwe regelgeving en handelingsperspectieven effectief in te zetten op scholen.

2.

Landelijke dekking: Stichting Halt en VeiligheidNL brengen het huidige aanbod en bereik van voorlichtingsactiviteiten in kaart (op basis van 2025/2026) en onderzoeken mogelijkheden voor brede dekking, afhankelijk van beschikbare middelen.

3.

Docenten ondersteunen: Extra aandacht voor de signaleringsfunctie van docenten. Samen met organisaties zoals VeiligheidNL, Sociaal Werk Nederland, Stichting Aanpak Straat- en Schoolveiligheid en politie stelt Stichting Halt een docentenhandleiding op, zodat docenten vuurwerkbezit, -handel en -misbruik beter kunnen herkennen en opvolgen.

4.

Communityonderzoek alternatieven: Het ministerie van Justitie en Veiligheid initieert onderzoek naar alternatieve gedragingen tijdens de jaarwisseling. De resultaten worden gebruikt voor communicatie en het faciliteren van lokale alternatieve activiteiten. VeiligheidNL toetst deze

18

resultaten ook breder als onderdeel van het onderzoek naar ‘vuurwerkaankoop en -gebruik’, die zij rondom de jaarwisseling uitvoeren. 5.

Nalevingsgedrag doelgroepen: Het CCV brengt in 2025, met behulp van het InterventieKompas en in samenwerking met partners, het verwachte nalevingsgedrag van verschillende doelgroepen in kaart. De uitkomsten worden gedeeld via onder meer het VNGforum. In hoofdstuk 4 zijn al wel de opbrengsten weergegeven ten aanzien van het verwachte nalevingsgedrag van de traditionele vuurwerkafsteker van 25 jaar en ouder, die momenteel vuurwerk legaal koopt en afsteekt. Een aanvullende sessie over het verwachte nalevingsgedrag onder specifiek jongeren vindt in het najaar 2025 plaats. De uitkomsten hiervan worden gedeeld op onder meer het VNG-forum.

6.

Lerende aanpak en kennisdeling voor gemeenten: De VNG faciliteert kennisdeling door webinars te organiseren en een VNG forum op te zetten, waar gemeenten ervaringen en best practices kunnen uitwisselen. Begin 2026 zet de VNG een landelijke enquête uit bij gemeenten om best practices te inventariseren op de volgende onderwerpen: a. b. c. d. e. f.

Creatieve en veilige alternatieven tijdens de jaarwisseling; Betrekken van inwoners bij het ontwikkelen van alternatieven; Faciliterende rol van gemeenten bij buurtinitiatieven; Effectmeting van maatregelen rondom de jaarwisseling; Effectieve lokale samenwerkingen; Communicatiemiddelen om inwoners te informeren en te betrekken

De resultaten en inzichten uit de enquête worden gepubliceerd op het VNG forum.

19

7. Handhaving Dit hoofdstuk beschrijft hoe de handhaving onder de huidige wet- en regelgeving in 2025 plaatsvindt en beschrijft de aanvullende maatregelen die in 2026 worden getroffen om de handhaving in aanloop naar en na invoering van het algehele vuurwerkverbod verder te versterken. Hierbij wordt ook ingegaan op de organisatie, verantwoordelijkheden en samenwerking tussen partners, en op de instrumenten en interventies die beschikbaar zijn om handhaving te bevorderen. 7.1

Uitgangspunten en doelstellingen

De handhaving is gebaseerd op een aantal uitgangspunten: 7.2

Evenwichtige aanpak: landelijke kaders en afspraken, met ruimte voor lokale uitvoering. Proportionaliteit en prioritering: inzet op de grootste veiligheidsrisico’s en efficiënt gebruik van capaciteit. Effectiviteit interventies: wat zijn de meest effectieve interventies in gegeven situaties en vullen maatregelen elkaar aan. Samenwerking: nauwe afstemming tussen gemeenten, politie, OM, boa’s, ILT, Douane, en andere partners. Kennisdeling en best practices: leren van bestaande ervaringen en deze breder toepassen. Huidige aanpak

Tot aan de inwerkingtreding van het algehele vuurwerkverbod is de handhaving gebaseerd op de bestaande wet- en regelgeving. De uitvoering vindt plaats binnen de landelijke handhavingskaders, met regionale prioritering via de driehoek (burgemeester, OM, politie). De belangrijkste aandachtsgebieden voor de handhaving waarop de inzet zich richt zijn: • Toezicht op en handhaving van de verkoop- en afsteektijden voor consumentenvuurwerk; • Toezicht op en handhaving van het afsteekverbod in gemeenten met een algeheel afsteekverbod of vuurwerkvrije zones; • Inbeslagname van illegaal vuurwerk; • Toezicht op transport en opslag van vuurwerk; • Aanpak van ordeverstoringen in de openbare ruimte; • Monitoring en bestrijding van online openbare orde verstoringen, zoals oproepen tot rellen of massaal afsteken, inclusief samenwerking met online platforms voor verwijdering van content en identificatie van verantwoordelijken; • Online handhaving door het controleren van naleving van regels en wetten via digitale middelen of op diverse (social media) platforms en kanalen. De uitvoering van deze taken vindt plaats in nauwe samenwerking tussen het OM, politie, boa’s, gemeenten, Halt, ILT, Douane en andere relevante ketenpartners. Hieronder wordt toegelicht hoe de verschillende partners hierbij zijn betrokken.

Politie De politie speelt een centrale rol in de handhaving, met name in het optreden tegen ordeverstoringen in de openbare ruimte, het tegengaan en inbeslagname van illegaal vuurwerk en het monitoren en bestrijden van online openbare orde verstoringen. Zie voor de inzet van politie op de handhaving het hoofdstuk Opsporing. Boa’s De inzet van boa’s is vooral gericht op preventie, toezicht en het beperken van overlast in de openbare ruimte. Boa’s in domein I richten zich voornamelijk op het afsteken van vuurwerk buiten de toegestane tijden op basis van het Vuurwerkbesluit en treden op bij overlast door vuurwerk in de 20

openbare ruimte, zoals vastgelegd in de APV. Ze zijn niet bevoegd voor het handhaven op het bezit of vervoer van vuurwerk. Boa’s in domein II hebben aanvullende bevoegdheden en kunnen ook optreden tegen het bezit, vervoer en afsteken van illegaal of professioneel vuurwerk zonder vergunning. Deze verschillen zijn vastgelegd in de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar. Bij ernstigere overtredingen of signalen van illegale handel werken boa’s samen met de politie, die verantwoordelijk blijft voor de opsporing van zwaar of crimineel vuurwerk.

Bevoegdheid

Domein I (Openbare ruimte)

Domein II (Milieu, welzijn en infrastructuur)

Afsteken van vuurwerk buiten toegestane tijden

Bevoegd om op te treden bij het afsteken van vuurwerk buiten de toegestane tijden (31 december 18:00 uur tot 1 januari 02:00 uur) op basis van artikel 2.3.6 Vuurwerkbesluit.

Bevoegd op basis van WED en APV.

Overlast door vuurwerk

Bevoegd om op te treden bij overlast door vuurwerk op basis van de Algemene plaatselijke verordening (APV), mits deze overlast de openbare orde of veiligheid aantast.

Bevoegd op basis van WED en APV.

Voorhanden hebben of afsteken van professioneel vuurwerk zonder vergunning (lijst II)

Niet bevoegd.

Bevoegd op basis van WED.

Illegaal vuurwerk (categorie 2 en 3)

Niet bevoegd.

Bevoegd op basis van WED.

Gemeenten Burgemeesters beschikken over een breed scala aan bestaande bevoegdheden om de openbare orde te handhaven en risico’s rond de jaarwisseling te beperken. Zij kunnen onder meer gebruikmaken van noodverordeningen, gebiedsverboden, cameratoezicht, het aanwijzen van veiligheidsrisicogebieden en preventief fouilleren. Deze instrumenten worden, afhankelijk van de lokale omstandigheden, ingezet ter voorkoming van ordeverstoringen en ter bescherming van de veiligheid van bewoners en hulpverleners. Het handhavingsplan bevat in bijlage 3 ‘Overzicht bestuurlijk instrumentarium burgemeester – jaarwisseling’ een overzicht van deze bevoegdheden, inclusief de relevante wettelijke grondslagen en toepassingsmogelijkheden. Dit overzicht dient als handvat voor gemeenten bij het kiezen van passende maatregelen binnen hun lokale context. Douane en ILT Douane en ILT - handhaving vuurwerk algemeen De Douane heeft een taak met betrekking tot vuurwerk daar waar er getracht wordt deze producten binnen te brengen op Nederlands (en daarmee Europees) grondgebied of daadwerkelijk in te voeren in het Europese vrije verkeer. De Douane heeft geen taak voor vuurwerk dat zich reeds in het vrije verkeer bevindt.

Bij het binnenbrengen van vuurwerk worden er fysieke controles uitgevoerd waarbij er wordt gekeken of de juiste bescheiden zijn bijgevoegd, of het papierwerk overeenkomt met de daadwerkelijke producten en of het vuurwerk is voorzien van de juiste aanduidingen zoals wettelijk

21

verplicht. Daarnaast levert de Douane aangiftedata aan de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT). De ILT heeft een bredere taak en controleert zelf op een aantal aspecten van de wet- en regelgeving voor vuurwerk, waaronder wettelijke producteisen, de classificatie van de producten en op productveiligheid. Dit doet zij ook aan de grens, in havens en bepaalde opslagplaatsen, langs de weg en bij verkooppunten. Bij overtredingen kan de ILT ook handhavend optreden. Op basis van aangiftedata volgt de ILT samen met de Douane trends en ontwikkelingen. De ILT heeft daarbij aandacht voor zowel het professionele vuurwerk als het consumentenvuurwerk. De handhaving van de Douane is risicogericht en indien ontwikkelingen daar aanleiding toe geven worden er ook extra controles uitgevoerd in samenwerking met de ILT. Vuurwerk in postzendingen Het thuis laten bezorgen van vuurwerk via de post is niet toegestaan in Nederland. Webshops in het buitenland spelen wel een grote rol bij het binnenbrengen van vuurwerk. Volgens de ILT wordt veel vuurwerk illegaal besteld en vervoerd via reguliere post(pakket) distributiekanalen (zie ook: Vuurwerk | Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)). Postpakketbedrijven hebben een eigen verantwoordelijkheid bij het actief tegengaan en onderscheppen van dit vuurwerk. De ILT controleert hen daarop in steekproeven.

De Douane controleert post door bij koeriers- en postbedrijven langs te gaan en vanuit het kantoor op het International Mail & E-commerce Centre (IMEC) in Den Haag. Bij de controles kijkt de Douane naar de mogelijke risico’s van een zending. Dit wordt bepaald door medewerkers van het tactisch centrum van de Douane. Ook kunnen douaniers steekproefsgewijs en op eigen initiatief controleren. In deze controles wordt alle internationale post meegenomen, zowel binnen de Europese Unie (EU) als daarbuiten. Tijdens hun controles kunnen Douaniers verboden producten tegenkomen zoals bijvoorbeeld vuurwerk. Afhankelijk van het type vondst, kan de Douane een ketenpartner inschakelen (in het geval van vuurwerk dus de ILT). De ILT bekijkt dan wat er verder met de zending moet gebeuren na inbeslagname. De wijze van registratie van dit soort gevallen hangt af van de afhandeling van een zaak. Halt als pedagogische interventie bij minderjarigen De Halt-interventie biedt een pedagogisch kader voor de afdoening van lichte vuurwerkdelicten door minderjarigen tot 18 jaar. In deze interventie staat de ontwikkeling van de jongere centraal. Halt richt zich op het vergroten van het inzicht in de gevolgen van het handelen, het bevorderen van reflectie en het stimuleren van verantwoordelijkheid nemen.

Dit gebeurt door middel van gesprekken, leeropdrachten en herstelgerichte activiteiten, waarbij ook de ouders actief worden betrokken. De aanpak sluit aan bij de ontwikkelingsfase van jongeren en draagt bij aan bewustwording en gedragsbeïnvloeding, zonder dat een justitiële aantekening volgt. Daarmee biedt Halt een pedagogisch en proportioneel alternatief binnen het handhavingskader rondom lichte vuurwerkdelicten. Voor meer informatie over Halt-verwijzingen en vuurwerk zie de Factsheet ‘Halt en vuurwerk’ in de bijlage 4. Best practice ‘Stop gesprek’ In een wijk waar veel (vuurwerk)overlast was, zijn acties uitgevoerd door Boa’s en de politie, zowel in uniform als in burger. Tijdens deze acties werd bepaald gedrag van jongeren geconstateerd. Een paar dagen later zijn de betreffende jongeren, samen met hun ouders, uitgenodigd op het gemeentehuis om in gesprek te gaan met de wijkagent, de ambtenaar OOV en een ambtenaar van het sociaal domein. Het doel van deze gesprekken was onder andere om ouders bewust te maken van het gedrag van hun kinderen, omdat ze vaak niet weten wat hun kinderen op straat doen. De jongeren kregen de gelegenheid om hun gedrag te heroverwegen. Ze werden aangespoord om te stoppen met overlast gevend gedrag en niet langer deel te nemen aan groepen die overlast veroorzaken. Tevens werd hen duidelijk gemaakt dat de acties in de wijk voortgezet zouden worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16406886/1