RIS324240 Bijlage 2 Regioanalyse Haaglanden
Tekst van het document
18,8% (88) 18,1% (62) 11,2% (41) 12% (41) 15,8% (62)
Bron: DUO/Dashboard VSV
35
vo onderbouw 18,6% (87) 23,3% (80) 20,7% (76) 17,9% (61) 20,9% (82)
vmbo bovenbouw 44,1% (207) 36,7% (126) 37,3% (137) 39% (133) 34,9% (137)
Havo/vwo bovenbouw 18,6% (87) 21,9% (75) 30,8% (113) 31,1% (106) 28,3% (111)
Instellingen voortgezet onderwijs Op instellingsniveau bestaan duidelijke verschillen in de herkomst van vsv binnen het vo. Een beperkt aantal scholen levert een groot deel van de totale vsv in de regio. De meeste vsv’ers zijn a oms g van ROC Mondriaan, de Johan de Wi Scholengroep en SG Esloo, waar uitval plaatsvindt in meerdere onderwijssegmenten, vooral in de bovenbouw van het vmbo en havo/vwo. Ook bij het Segbroek College, het Christelijk Lyceum Del en de Atlas Onderwijsgroep is de uitval rela ef hoog, met name in de bovenbouw van havo en vwo. Figuur 23. Aantal VSV vo (incl. VAVO) Haaglanden naar niveau en onderwijsinstelling (2022/2023)
Bron: Bewerking Duo/ Dashboard VSV
3.5 VSV in het mbo 3.5.1 Vsv naar mbo-niveau Het percentage vsv binnen het mbo varieert sterk per opleidingsniveau. Volgens analyses van Spirit4You neemt het aandeel vsv af op mbo-niveaus 1, 2 en 3, terwijl op niveau 4 juist een s jging zichtbaar is.
36
Figuur 24. Regio-indicator voor VSV naar mbo-niveau
Bron: DUO mbo kwaliteitsafspraken levering 2024
Vergelijking vsv BM-regio’s en BM-gemeenten Binnen de regio Haaglanden is het vsv-percentage het hoogst op mbo-niveau 1 (23%). Op niveau 2 bedraagt het percentage 14%, terwijl de niveaus 3 en 4 gezamenlijk een vsvpercentage van 5% kennen. Deze cijfers komen overeen met de landelijke trend, waarin niveau 1 structureel het hoogste uitvalspercentage laat zien (landelijk 26%). In vergelijking met de benchmarkregio’s (32% op niveau 1) en benchmarkgemeenten (33%) presteert Haaglanden guns ger op dit instroomniveau. Ook op niveau 2 (14% in de regio tegenover 15% in de benchmarkgebieden) en op niveau 3/4 (5% in de regio tegenover 6%) liggen de regionale percentages iets lager dan die van vergelijkbare regio’s en gemeenten. Hoewel de vsv-percentages op mbo-niveau 1 en 2 het hoogst zijn, en daar gezien de omvang en kwetsbaarheid van de popula e vermoedelijk de meeste winst te behalen valt, vormen deze niveaus in absolute aantallen niet de grootste groep vsv’ers binnen het mbo. Het grootste aandeel betre studenten a oms g van mbo-niveau 4.
37
Figuur 25. Aandeel VSV MBO 2022/20233 35% 30% 25%
33%
32% 27% 23%
26%
20%
14% 13% 15% 15%
15%
12%
10%
5% 6% 6% 6% 5%
5% 0% MBO 1
MBO 2
Haaglanden/Westland
BM-Regio's
BM-gemeenten
Landelijk gemiddelde
MBO 3/4 's-Gravenhage (gemeente)
Bron: LPBL-tool
Tabel 13. Aantal nieuwe vsv’ers regio Haaglanden naar mbo-niveau 2018/2019 2019/2020 2020/2021 Mbo 1 219 155 174 Mbo 2 454 398 414 Mbo 3 228 167 147 Mbo 4 528 474 482
2021/2022 157 522 234 604
2022/2023 167 530 175 623
Bron: DUO Dashboard VSV
3.5.2 Mbo-opleidingen met rela ef veel en rela ef weinig vsv-ers De verdeling van vsv’ers vertoont aanzienlijke verschillen tussen mbo-instellingen en opleidingsniveaus. Bij ROC Mondriaan is het grootste aandeel vsv’ers a oms g uit niveau 2 (52,2%), gevolgd door niveau 4 (35,3%). Bij mboRijnland daarentegen concentreert de uitval zich voornamelijk op niveau 4 (68,5%).
3
Voor jongeren op mbo niveau 1 geldt dat zij wel in de startpopulatie zitten (als ze nog geen startkwalificatie hebben). Ze worden alleen vsv-er als zij of: zonder diploma uitstromen (en niet in elders in onderwijs zitten), of: met diploma uitstromen, maar niet meer dan 12 uur per week werk hebben.
38
Figuur 26. Percentage VSV naar niveau uitgesplitst naar instelling 100% 90% 35,3%
80% 70%
68,5%
60%
12,5%
50% 40% 30%
52,2%
20%
13,6%
10%
17,9%
0% ROC Mondriaan
mboRijnland niveau 2
niveau 3
Niveau 4
Bron: DUO dashboard VSV
VSV per opleidingsrich ng Bij ROC Mondriaan zijn 753 vsv’ers geregistreerd, vooral binnen de sectoren Zorg en Welzijn (184), Economie en Administra e (106) en Handel en Ondernemerschap (95). Bij mboRijnland gaat het om 279 vsv’ers, met de meeste uitval in Zorg en Welzijn (76), gevolgd door Economie en Administra e (47) en Informa e- en Communica etechnologie (30). Sectoren als Toerisme en Recrea e, Mobiliteit en Voertuigen en Transport, Scheepvaart en Logis ek kennen bij beide instellingen rela ef weinig vsv’ers, mogelijk door verschillen in opleidingsstructuur, arbeidsmarktperspec ef of instroomprofiel. Tabel 14. Mbo vsv'ers Haaglanden ROC Mondriaan naar niveau en opleidingsrich ng (exclusief niveau 1) mbo mbo mbo Totaal niveau 2 niveau 3 niveau 4 Toerisme en recrea e 0 2 7 9 A ouw, hout en onderhoud
15
0
0
15
Transport, scheepvaart en logis ek Informa e en communica etechnologie
16 3
5 4
0 22
21 29
Horeca en bakkerij
11
5
16
32
Uiterlijke verzorging Bouw en infra
21 37
8 0
6 4
35 41
Mobiliteit en voertuigen Veiligheid en sport
38 29
10 11
5 16
53 56
Techniek en procesindustrie Handel en ondernemerschap
45 58
17 13
14 24
76 95
Economie en administra e
55
5
46
106
39
Zorg en welzijn
65
Cross-over totaal
13
106
184
0
1
0
1
393
94
266
753
Bron: DUO-dashboard VSV
Tabel 15. Mbo vsv'ers Haaglanden mboRijnland naar niveau en opleidingsrich ng (exclusief niveau 1) mbo mbo mbo totaal niveau 2 niveau 3 niveau 4 Zorg en welzijn 0 11 65 76 Economie en administra e 0 1 46 47 Informa e en communica etechnologie 0 7 23 30 Cross-over 19 0 8 27 Handel en ondernemerschap 4 2 14 20 Veiligheid en sport 4 6 9 19 Techniek en procesindustrie 7 3 1 11 Uiterlijke verzorging 5 3 2 10 Bouw en infra 2 0 7 9 Ambacht, laboratorium en gezondheidstechniek 0 0 8 8 Media en vormgeving 0 0 7 7 Horeca en bakkerij 3 2 0 5 Mobiliteit en voertuigen 4 1 0 5 Transport, scheepvaart en logis ek 2 2 0 4 Toerisme en recrea e 0 0 1 1 Entree 0 0 0 0 totaal 50 38 191 279 Bron: DUO-dashboard VSV
Ter verdieping van het inzicht in hoe mbo-instellingen kunnen bijdragen aan het terugdringen van het aantal jongeren dat het onderwijs verlaat zonder startkwalifica e, zijn in 2024 en begin 2025 zogenoemde star oto’s opgesteld binnen het programma ‘mbo als werkplaats voor professionals uit het sociaal domein’. Deze analyses van mboloca es in de regio bieden een verdiepend beeld van de onderwijs- en ondersteuningsbehoe en van studenten, zowel binnen als buiten de schoolsitua e, en brengen verschillen tussen opleidingen, niveaus en campussen in kaart.
40
3.6 Schoolverlaters vanuit prak jkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (arbeid, dagbesteding en vervolgonderwijs) De eerder weergegeven percentages en aantallen voor jdig schoolverlaters in regio Haaglanden en per gemeente hebben uitsluitend betrekking op jongeren die behoren tot de zogenoemde startpopula e vsv. Jongeren uit het prak jkonderwijs (pro) en het voortgezet speciaal onderwijs (vso) vallen buiten deze defini e en zijn daardoor niet zichtbaar in de officiële vsv-cijfers. Hoewel deze groep rela ef klein is, ongeveer 6% van de leerlingen stroomt na de basisschool door naar pro of vso, is het van belang deze leerlingen wel mee te nemen in de bredere beschouwing van onderwijsuitval en de overgang naar vervolgonderwijs of arbeidsmarkt. Op basis van we elijke kaders worden leerlingen uit het prak jkonderwijs (pro) en het voortgezet speciaal onderwijs (vso) veelal als één categorie beschouwd, vaak in combina e met jongeren die het entreeonderwijs volgen. In de prak jk betre het echter een heterogene groep met uiteenlopende onderwijsniveaus, arbeidsmarktkansen en ondersteuningsbehoe en. Gemeenschappelijk is dat het merendeel van deze jongeren (met uitzondering van vso-leerlingen met het uitstroomprofiel vervolgonderwijs) niet kwalifica eplich g is.
Hierdoor lopen zij een verhoogd risico het onderwijs zonder startkwalifica e te verlaten, wat hun kwetsbaarheid vergroot in zowel de onderwijsloopbaan als bij de overgang naar de arbeidsmarkt.
3.6.1 Uitstroom pro naar mbo Van de jongeren die uitstromen uit het prak jkonderwijs (pro) in de regio Haaglanden stroomt 25% door naar mbo-niveau 1 en 40% naar mbo-niveau 2. Deze verdeling wijkt af van die in de benchmarkregio’s, waar respec evelijk 31% naar mbo-niveau 1 en 29% naar mboniveau 2 doorstroomt. In Haaglanden stroomt dus een kleiner aandeel pro-leerlingen door naar niveau 1 en een groter aandeel naar niveau 2. Het aandeel jongeren dat niet doorstroomt naar vervolgonderwijs bedraagt 35%, wat lager is dan in de benchmarkregio’s (40%).
41
Figuur 27. Uitstroom pro-jongeren, de regio Haaglanden t.o.v. de benchmarkregio’s (2022/2023). 100%
80%
35%
40%
40%
29%
60%
40%
20%
31%
25% 0% Haaglanden/Westland Pro -> mbo 1
BM-Regio's Pro->mbo2
Pro->niet ow
Bron: Dashboard JiKP
Hoewel doorstroomcijfers inzicht bieden in de directe onderwijsroutes van jongeren, zeggen zij weinig over het uiteindelijke rendement in termen van kwalifica e, diplomering of duurzame arbeidspar cipa e. Uit de vsv-cijfers blijkt dat het risico op voor jdige uitval juist op mbo-niveau 1 en 2 rela ef hoog blij (zie vsv-cijfers mbo).
3.6.2 Uitstroom uit vso naar vervolgonderwijs Van de kwalifica eplich ge jongeren die uitstromen uit het vso in de regio Haaglanden stroomt 17% door naar mbo-niveau 1 en eveneens 17% naar mbo-niveau 2. In vergelijking met de benchmarkregio’s valt op dat het aandeel doorstroom naar mbo-niveau 1 in Haaglanden hoger ligt (17% versus 15%), terwijl het aandeel dat doorstroomt naar mboniveau 2 juist iets lager is (17% versus 20%).
42
Figuur 28. Uitstroom vso-jongeren, de regio Haaglanden t.o.v. de benchmarkregio’s (2022/2023). 100%
80% 66%
66%
17%
20%
17%
15%
Haaglanden/Westland
BM-Regio's
60%
40%
20%
0% Vso -> mbo 1
Vso ->mbo2
Vso ->niet ow
Bron: Dashboard JiKP
Het meest opvallende cijfer betre het aandeel jongeren dat niet uitstroomt naar onderwijs: 66% van de kwalifica eplich ge vso-leerlingen vervolgt hun schoolloopbaan niet binnen het onderwijs, terwijl dit formeel wél het beoogde uitstroomprofiel is. Deze uitkomst roept vragen op over de betrouwbaarheid van de registra e. Indien de cijfers correct zijn, is nader onderzoek nodig naar de situa e van deze jongeren op de middellange termijn: in welke mate zijn zij ac ef in dagbesteding, werk, zorg, of juist buiten beeld geraakt? Een nadere verkenning van de posi e van jongeren na het verlaten van het onderwijs volgt in hoofdstuk 4, waarin de arbeidsmarktposi e van jongeren in Haaglanden centraal staat.
43
4. Arbeidsmarktposi e van jongeren 15-27 jaar in doorstroomregio Haaglanden 4.1 Wel en niet naar schoolgaande of werkende jongeren In Haaglanden/Westland bevindt 61% van de jongeren van 15 tot 27 jaar zich in het onderwijs, werkt 28% zonder onderwijsdeelname en valt 10,5% onder de NEET-categorie (jongeren tussen de 15 en 27 jaar die geen onderwijs of opleiding volgen en niet deelnemen aan de arbeidsmarkt). De onderwijsdeelname ligt daarmee boven het landelijke en benchmarkgemiddelde (beide 59%). Het aandeel werkende jongeren (28%) ligt lager dan landelijk (33%) en in de benchmarkregio’s (31%). Het aandeel NEET-jongeren (10,5%) is iets hoger dan in vergelijkbare regio’s (10,1%). Binnen de regio valt Den Haag op met 12,9%, het hoogste aandeel NEET-jongeren en boven het gemiddelde van de benchmarkgemeenten (12,5%). Figuur 29. Percentage jongeren 15 - 27 jaar niet aan het werk en in onderwijs (2022) 100% 90% 80% 70%
10,5%
10,1%
12,9%
12,5%
9,0%
28%
31%
28%
30%
33%
61%
59%
59%
57%
59%
60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
In onderwijs
Aan het werk (geen onderwijs)
NEET: geen OW-geen Werk
Bron: LPBL-tool
4.2 Arbeidsmarktsitua e naar geslacht en lee ijd De jongerenpopula e in Haaglanden bestaat uit drie groepen: onderwijsdeelnemers, werkenden zonder onderwijsdeelname en jongeren zonder werk of onderwijs (NEET). Onder de 109.550 onderwijsdeelnemers is de verdeling naar geslacht nagenoeg gelijk (51% mannen, 49% vrouwen). Jongeren van 18 tot 23 jaar vormen met 47% de grootste lee ijdscategorie. 44
Van de 50.210 jongeren die werken zonder onderwijsdeelname is 67% tussen de 23 en 27 jaar; jongeren onder de 18 jaar vormen slechts 1%. De NEET-groep telt naar scha ng 18.770 jongeren, van wie de hel 23 tot 27 jaar oud is. Jongeren van 15 tot 18 jaar vormen met 4% een kleine minderheid. Een overzicht van de arbeidsmarktposi e van jongeren in de regio is toegevoegd als Bijlage 3. Tabel 16. Arbeidsmarktsitua e jongeren inde regio Haaglanden naar geslacht en lee ijd (2022) Totaal Mannen Vrouwen 15 tot 18 18 tot 23 jaar jaar In onderwijs 109.550 55.900 53.650 36.390 52.000 (51%) (49%) (33%) (47%) Werkt 50.210 26.520 23.690 510 16.270 (53%) (47%) (1%) (32%) Geen werk en geen 18.770 9.860 8.910 740 8.650 onderwijs (NEET) (53%) (47%) (4%) (46%)
23 tot 27 jaar 21.170 (19%) 33.430 (67%) 9.380 (50%)
Bron: CBS
4.3 Werkende jongeren (zonder schoolinschrijving) Het onderzoek “Aanpak Jeugdwerkloosheid”, uitgevoerd door SEO in 2022, biedt waardevolle inzichten in de arbeidsmarktposi e van jongeren in Nederland. Het rapport laat onder meer zien dat er nog steeds aanzienlijke verschillen bestaan in de arbeidspar cipa e en werkloosheid tussen jongeren met verschillende opleidingsniveaus. Ook wordt duidelijk dat kwetsbare groepen jongeren vaker te maken hebben met jdelijke contracten, lagere lonen en minder perspec ef op duurzame arbeid. Hoewel dit landelijke onderzoek een goed overzicht gee van de algemene trends, is het helaas beperkt bruikbaar voor het opstellen van effec ef regionaal beleid. De gegevens en analyses zijn niet uitgesplitst naar de verschillende arbeidsmarktregio’s, waardoor het las g is om inzicht te krijgen in de specifieke regionale dynamiek en problema ek. Dat is een gemiste kans, want jeugdwerkloosheid manifesteert zich niet overal op dezelfde manier. Elke regio kent zijn eigen economische structuur, opleidingsaanbod en demografische kenmerken.
45
Figuur 30. Ontwikkeling Arbeidsmarktposi e specifieke groepen jongeren
Bron: SEO
Binnen het nieuwe regionale programma is het streven om de inzichten uit landelijke analyses, zoals de ontwikkeling van arbeidsmarktpar cipa e per doelgroep (zoals hieronder weergegeven), ook beschikbaar te maken op het niveau van de arbeidsmarktregio’s Zuid-Holland Centraal (ZHC) en Haaglanden. Daarbij is het doel om deze informa e uit te splitsen en te clusteren naar de gemeenten binnen de doorstroomregio. Door gegevens op een uniforme wijze regionaal te ontsluiten en te analyseren, kunnen we gerichter inspelen op de regionale situa e. Meer integraal inzicht in de posi e van jongeren binnen de arbeidsmarktregio’s stelt ons in staat om:
Interven es beter af te stemmen op de specifieke kenmerken en ondersteuningsbehoe en van kwetsbare jongeren;
De effec viteit van bestaande en nieuwe aanpakken te vergroten;
Bij te dragen aan een inclusieve arbeidsmarkt, waarin alle jongeren gelijke kansen hebben op duurzaam en passend werk.
Deze werkwijze versterkt de regionale uitvoeringskracht en draagt bij aan een data gestuurde benadering van het voorkomen van maatschappelijke uitval.
46
4.4 Jongeren zonder werk en zonder inschrijving in onderwijs De figuren in deze paragraaf geven een eerste beeld van jongeren tussen de 15 en 27 jaar die geen onderwijs of opleiding volgen en niet deelnemen aan de arbeidsmarkt – de zogenoemde NEET-jongeren. Een deel van deze groep, met name vanaf 18 jaar, ontvangt een uitkering en is daarmee zichtbaar voor de gemeentelijke afdeling Werk & Inkomen (W&I) of – in mindere mate – via het UWV. Jongeren die geen werk, opleiding of uitkering hebben, worden aangeduid als ‘buiten beeld’. Een deel van deze groep is echter wél bekend bij het doorstroompunt of via nietuitkeringsgerelateerde begeleidingstrajecten van Werk & Inkomen (W&I). Het is van belang te benadrukken dat de NEET-groep geen homogene of uitsluitend kwetsbare popula e vormt. Binnen deze categorie bevinden zich ook jongeren die bewust kiezen voor een tussenjaar, jongeren die zich in een korte werkloosheidsfase bevinden jdens de overgang van school naar werk, jonge ouders die jdelijk afstand nemen van de arbeidsmarkt, en startende ondernemers zonder formele inschrijving of stabiel inkomen. Deze diversiteit vraagt om een genuanceerde benadering, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen jdelijk en structureel risico op uitval. Een nadere toelich ng hierop is opgenomen in de bijlage ‘Gedrag van jongeren in kwetsbare posi e’ (Bijlage 7).
4.4.1 Percentage NEET-jongeren ten opzichte van de benchmark De regio Haaglanden/Westland kent een NEET-percentage van ongeveer 10% onder jongeren van 15 tot 27 jaar. Daarmee ligt het NEET- jongeren hoger dan het landelijk gemiddelde en dat van de benchmarkregio’s, die beide uitkomen op 8%. Binnen de regio valt met name de gemeente Den Haag op. Met een NEET-percentage van 12% ligt Den Haag niet alleen boven het regionale gemiddelde maar ook boven het landelijke en benchmarkniveau.
47
Figuur 31. Percentage NEET-jongeren gemiddelde van drie jaar (2020 – 2022). 13%
12% 11%
12% 11% 10%
10%
9% 8%
8%
8%
7% 6% 5% 4%
Bron: LPBL-tool
NEET-jongeren naar lee ijdscategorie Binnen de NEET-groep in de regio Haaglanden behoort het merendeel van de jongeren tot de oudste lee ijdscategorie. Slechts 3,9% is tussen de 15 en 18 jaar, 46,1% valt in de groep van 18 tot 23 jaar en 50% is tussen de 23 en 27 jaar. Deze verdeling komt grotendeels overeen met het landelijke patroon, waar respec evelijk 2,9%, 47,6% en 49,5% van de NEET-jongeren tot dezelfde lee ijdsgroepen behoren. Ook binnen de gemeente Den Haag is dit beeld zichtbaar: 3,5% van de NEET-jongeren behoort tot de jongste groep (15–18 jaar), 46,5% tot de middengroep (18–23 jaar) en 50% tot de oudste categorie (23–27 jaar). Zowel regionaal als stedelijk ligt het zwaartepunt van de NEET-popula e dus bij jongeren van 23 tot 27 jaar, wat wijst op een groeiende kwetsbaarheid aan de bovenkant van de lee ijdsrange. Tabel 17. NEET-jongeren naar lee ijdscategorie (2022) 15-18 jaar Regio Haaglanden Nederland Den Haag
18-23 jaar
740 (3.9%) 6.550 (2.9%) 400 (3.5%)
Bron: CBS
48
8.650 (46.1%) 108.220 (47.6%) 5.350 (46.5%)
23-27 jaar 9.380 (50%) 112.560 (49.5%) 5.760 (50%)
Totaal 18.770 227.330 11.510
4.4.2 Aantallen NEET (scha ng regionaal)4 Het merendeel van de NEET-jongeren in de regio Haaglanden ontvangt geen uitkering. Ongeveer de hel beschikt niet over een startkwalifica e. Van de totale NEET-popula e is circa een kwart (4.830 jongeren) geregistreerd bij de gemeente of het UWV, bijvoorbeeld vanwege een uitkering of inschrijving als werkzoekende. De overige 13.940 jongeren, circa 75% van het totaal, staan niet geregistreerd bij formele instan es. Deze groep blij daarmee grotendeels buiten beeld, wat wijst op een beperkte zichtbaarheid van hun leefsitua e, arbeidsposi e en mogelijke ondersteuningsbehoe e.
Figuur 32. Verdeling NEET-jongeren in de regio Haaglanden zonder en met uitkering
14.000 12.000 6.970 (50%)
10.000 8.000 6.000
2.995 (21%)
4.000
2.415 (50%)
2.000
3.568 (26%)
-
407 (3%)
610 (13%)
Zonder uitkering
Met uitkering of uwv-inschr.
Pro/vso
Zonder startkwalificatie
1.805 (37%)
VSV
VSV-nieuwe doelgroep
Met startkwalificatie
Bron: LPBL-tool
De cijfers laten zien dat het behoren tot de NEET-groep niet uitsluitend samenhangt met het ontbreken van een startkwalifica e of het ontvangen van een uitkering. Dit vraagt om een bredere benadering waarin ook jongeren zonder vaste onderwijs- of werkposi e worden meegenomen, zodat jdig kan worden vastgesteld of en waar ondersteuning nodig is.
4
Schatting op basis van kengetallen.
49
4.4.2.1
NEET-jongeren met en zonder uitkering naar lee ijd
De meeste NEET-jongeren met een uitkering bevinden zich in de lee ijdscategorie 23 tot 27 jaar. Binnen deze groep beschikt het merendeel (1.510 jongeren) over een startkwalifica e. Ook onder NEET-jongeren van 15 tot 23 jaar hee een groot deel een startkwalifica e behaald. In rela eve zin is het aandeel jongeren zonder startkwalifica e echter het grootst binnen de oudste lee ijdsgroep. Tabel 18. NEET-jongeren met een uitkering naar lee ijd
NEET-jongeren met uitkering 15-23 jaar
Uit pro/vso 333
NEET-jongeren met uitkering 23-27 jaar
277
Vsv 191
Zonder startkwalifica e 380
Met startkwalifica e 905
1.233
1.510
Jongeren van 23 tot 27 jaar zonder uitkering en zonder startkwalifica e worden aangemerkt als de nieuwe doelgroep. Deze groep omvat in totaal 2.995 NEET-jongeren. Het merendeel van de NEET-jongeren zonder uitkering beschikt echter wél over een startkwalifica e, wat erop wijst dat niet alle jongeren zonder werk of opleiding automa sch tot de kwetsbaarste groep behoren.
Tabel 19. NEET-jongeren zonder uitkering naar lee ijd Uit Pro/vso NEET-jongeren zonder uitkering 15-18 jaar NEET-jongeren zonder uitkering 18-23 jaar
222
NEET-jongeren zonder uitkering 23-27 jaar
185
Nieuwe vsv 370 1.353
vsv
1.845
Met startkwalifica e 370
Nieuwe doelgroep
3.420 3.180
2.995
4.4.3 Percentage NEET-jongeren binnen de regio Binnen de regio Haaglanden bestaan duidelijke verschillen in de posi e van jongeren ten aanzien van onderwijsdeelname, werk en NEET-status. Den Haag laat met 59% een gemiddelde onderwijsdeelname zien, terwijl Del (72%) en Pijnacker-Nootdorp (68%) een beduidend hoger aandeel onderwijsdeelnemers hebben. De gemeente Westland blij met 55% achter. Westland hee daarentegen met 39% het hoogste aandeel werkende jongeren zonder onderwijsdeelname, gevolgd door Zoetermeer (32%) en Rijswijk (31%). Den Haag bevindt 50
zich met 28% rond het regionale gemiddelde, terwijl Del en Wassenaar met elk 19% een duidelijk lager aandeel werkende jongeren laten zien. Op basis van deze cijfers kan niet worden vastgesteld in hoeverre deze werkenden beschikken over duurzaam werk. Wat betre de NEET-status valt Wassenaar op met een rela ef hoog aandeel van 16% jongeren die noch onderwijs volgen noch werken. Ook Den Haag hee met 13% een hoger aandeel dan de meeste regiogemeenten. In Midden-Delfland (5%), Pijnacker-Nootdorp (6%) en Westland (6%) ligt dit percentage lager. Figuur 33. Arbeidsmarktsitua e jongeren 15-27 jaar gemeenten in regio Haaglanden (2022)
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
13%
9% 19%
28%
59%
72%
9%
5%
6%
28%
30%
25%
63%
65%
68%
In onderwijs
Werkt
10%
16%
31%
19%
58%
64%
6%
8%
39%
32%
55%
60%
Geen werk en geen onderwijs (NEET)
Bron: CBS
4.4.3.1
Percentage NEET (gem. 3 jaar) t.o.v. verwach ng – per gemeente
De NEET-percentages binnen de regio Haaglanden liggen in de meeste gemeenten op of boven het verwachte niveau. Den Haag hee het hoogste aandeel NEET-jongeren, met een gemiddeld percentage van 12,3% tegenover een verwachte waarde van 11,4%. Ook in Wassenaar ligt het feitelijke percentage met 12,7% duidelijk hoger dan het verwachte percentage van 7,1%. Daartegenover staan gemeenten als Midden-Delfland en Westland, waar het NEETpercentage 4,2% en 5,7% betre . Beide gemeenten blijven daarmee op of onder het verwachte niveau (respec evelijk 5,1% en 5,7%).
51
Figuur 34. NEET-jongeren in de regio t.o.v. verwach ng 14% 12% 10%
12,3% 9,2% 8,5%
8% 6% 4%
8,7%
9,6%
7,8% 5,1% 4,2%
6,2%
12,7% 11,4%
8,4%
7,1%
5,7%
8,1% 7,5%
5,7%
4,9%
2% 0%
gem NEET-% 3 jr
%NEET verwachting
Bron: LPBL-tool
4.4.4 Ontwikkeling aandeel NEET-jongeren – per gemeente De ontwikkeling van het aandeel NEET-jongeren vertoont aanzienlijke varia e tussen gemeenten. Met name Wassenaar laat sterke schommelingen zien: na een piek van 17,1% in 2020 daalde het percentage in 2021 tot 4,8%, om vervolgens in 2022 weer te s jgen tot 16,3%. Voor een beter begrip van deze fluctua es is een verdiepende analyse noodzakelijk. Den Haag kent structureel een hoog aandeel NEET-jongeren. Met percentages tussen 12,2% en 12,9% blij de stad een blijvend aandachtspunt binnen de regio. In gemeenten als Zoetermeer, Del en Leidschendam-Voorburg liggen de percentages op een rela ef stabiel niveau tussen 7,8% en 9,1%, terwijl Pijnacker-Nootdorp daar iets onder blij met waarden van 6,0% tot 6,4%.
Figuur 35. Ontwikkeling NEET-jongeren regio Haaglanden (2020 – 2022)
52
7,9% 8,3% 8,1%
Zoetermeer Westland
5,8% 6,1% 5,1%
Wassenaar
4,8%
16,3% 17,1% 12,9% 11,8% 12,2%
's-Gravenhage (gemeente) 9,9% 9,4% 9,5%
Rijswijk (ZH.) 6,4% 6,0% 6,1%
Pijnacker-Nootdorp Midden-Delfland
3,7% 3,6%
5,2%
Leidschendam-Voorburg
8,0%
9,0%
8,6% 9,2%
Delft 0,0%
9,1%
7,8% 2,0%
4,0%
6,0% 2022
2021
8,0%
10,0%
12,0%
14,0%
16,0%
18,0%
2020
Bron: LPBL-tool
NEET-jongeren naar lee ijdscategorie per gemeente In vrijwel alle gemeenten vormt de lee ijdsgroep van 23 tot 27 jaar de grootste categorie binnen deze popula e. In Den Haag, Del , Westland, Zoetermeer, Rijswijk en MiddenDelfland behoort meer dan de hel van de NEET-groep uit jongeren tot deze lee ijdscategorie. In Wassenaar is het aandeel jongere NEET-jongeren rela ef groot: 21,1% is jonger dan 18 jaar en 54,4% valt binnen de categorie 18 tot 23 jaar. Ook in Leidschendam-Voorburg en Pijnacker-Nootdorp is het aandeel jongeren onder de 23 jaar binnen de NEET-groep hoger dan in de overige gemeenten van de regio. Tabel 20. Verdeling NEET-jongeren naar lee ijd per gemeente binnen regio Haaglanden 15-18 jaar 18-23 jaar 23-27 jaar (aantal/%) (aantal/%) (aantal/%) Den Haag 400 5.350 5.760 (3,5%) (46,5%) (50,0%) Del 30 890 1.350 (1,3%) (39,2%) (59,5%) Leidschendam-Voorburg 60 390 370 (7,3%) (47,6%) (45,1%) Midden-Delfland 10 60 70 (7,1%) (42,9%) (50,0%)
53
Totaal 11.510 2.270 820 140
Pijnacker-Nootdorp
30 (5,5%) 30 (4,5%) 120 (21,1%) 30 (3,3%) 40 (3,0%)
Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer
270 (49,1%) 300 (44,8%) 310 (54,4%) 410 (45,1%) 660 (49,3%)
250 (45,5%) 330 (49,3%) 140 (24,6%) 470 (51,6%) 640 (47,8%)
550 670 570 910 1.340
Bron: CBS
4.4.5 Uitkeringssitua e NEET-jongeren – per gemeente In alle gemeenten binnen Haaglanden bestaat de grootste groep NEET-jongeren uit jongeren die inac ef zijn of niet in beeld zijn bij instan es. De omvang van deze groep verschilt echter per gemeente. In Wassenaar (93%) en Del (84%) ligt het aandeel inac eve of nietgeregistreerde jongeren het hoogst, wat wijst op een rela ef grote groep zonder werk, onderwijs of registra e als werkzoekend. In Westland (36%), Zoetermeer (38%) en Pijnacker-Nootdorp (29%) is juist een groter deel van de NEET-jongeren bekend bij instan es vanwege een uitkering. Jongeren die werkzoekend zijn zonder uitkering vormen overal een klein aandeel van de totale NEETpopula e. Figuur 36. NEET-jongeren regio Haaglanden met en zonder uitkering uitgesplitst naar gemeente 18% 16%
7%
14% 12%
23%
10% 8%
15%
24%
26%
6% 4%
84%
29%
36%
71%
75% 73%
72%
2%
93%
60%
38% 36% 60%
57%
0%
Inactief/ niet in beeld
Met uitkering
Werkzoekend (UWV, zonder uitk)
Bron: LPBL-tool
54
Gemiddelde
Tabel 21. Uitkeringssitua e NEET-jongeren Uitkering, geen inschrijving UWV Den Haag 1140 (9,9%) Del 140 (6,2%) Leidschendam-Voorburg 110 (13,3%) Midden-Delfland 20 (15,4%) Pijnacker-Nootdorp 120 (21,8%) Rijswijk 80 (11,9%) Wassenaar 30 (5,1%) Westland 210 (23,1%) Zoetermeer 250 (18,7%)
Uitkering met inschrijving UWV 1450 (12,6%) 210 (9,3%) 110 (13,3%) 20 (15,4%) 80 (14,5%) 70 (10,4%) 20 (3,4%) 120 (13,2%) 260 (19,4%)
Bron: LPBL-tool
55
Geen uitkering, geen inschrijving UWV 8690 (75,5%) 1900 (83,7%) 590 (71,1%) 90 (69,2%) 340 (61,8%) 490 (73,1%) 530 (89,8%) 550 (60,4%) 760 (56,7%)
Geen uitkering, wel inschrijving UWV 230 (2,0%) 20 (0,9%) 20 (2,4%) 0 (0,0%) 10 (1,8%) 30 (4,5%) 10 (1,7%) 30 (3,3%) 70 (5,2%)
5. Regionale arbeidsmarktsitua e: waar zi en kansen en knelpunten? Uit verschillende analyses blijkt dat landelijk ongeveer zeven sectoren als kraptesectoren worden aangemerkt: Bouw & Techniek, Zorg & Welzijn, Kinderopvang, IT/ICT, Openbaar Bestuur & Overheidsdiensten, Onderwijs en Handhaving & Veiligheid. Voor de regio Haaglanden zijn hiervan voorlopig vier sectoren geselecteerd als speerpunt binnen het arbeidsmarktprogramma (vijf indien de landelijke indeling wordt gevolgd). De selec e is gebaseerd op criteria zoals economische omvang, maatschappelijke relevan e, demografische ontwikkelingen, mul pliereffecten en poten ële he oomwerking. De volgende sectoren worden in het programma verder uitgewerkt: Vitale sectoren in Haaglanden:
Bouw & Techniek, met bijzondere aandacht voor de energietransi e; Gezondheidszorg & Welzijn; Specialis sche zakelijke dienstverlening, in het bijzonder de ICT-sector; Openbaar Bestuur & Overheidsdiensten, waaronder ook Veiligheid en Handhaving vallen.
Vitale sectoren in Zuid-Holland Centraal zijn:
Bouw en Techniek Zorg & Welzijn, inclusief kinderopvang Groen en Grijs ICT Logis ek
Arbeidsmarktdynamiek en mismatches Binnen verschillende sectoren is sprake van structurele mismatches tussen vraag en aanbod. In sectoren als openbaar bestuur, veiligheid, juridische dienstverlening en techniek is er een overschot aan werkzoekenden met een lager beroepsniveau, terwijl tegelijker jd een tekort bestaat aan kandidaten met een hoger beroepsniveau. Dit belemmert een efficiënte invulling van vacatures. De ICT-sector kampt met een absolute krapte: de vraag naar hoogopgeleide, ervaren krachten overs jgt ruimschoots het beschikbare aanbod. De sector wordt bovendien gedomineerd door jongere mannen, wat wijst op een eenzijdige samenstelling van het arbeidsaanbod. In de zorgsector is de situa e anders: hier werken overwegend vrouwen, en ook het aantal vrouwelijke werkzoekenden is hoog. Echter, er is een tekort aan zorgprofessionals op hoger 56
beroepsniveau (niveau 4 en hoger). De voorkeur voor deel jdwerk blijkt sterk sectora ankelijk, wat eveneens bijdraagt aan de mismatch. Hoewel de werkloosheid rela ef hoog is in Haaglanden, blij de arbeidsmarktkrapte eveneens aanzienlijk. Deze combina e wijst op een gebrekkige aanslui ng tussen de vraag van werkgevers en het beschikbare aanbod aan werkzoekenden. Verwacht wordt dat de krapte in veel sectoren de komende jaren verder zal toenemen. De maatschappelijke gevolgen zijn zichtbaar en toenemend: langere wach jden voor publieke diensten, vertraging in de energietransi e (zoals de installa e van warmtepompen), en moeilijkheden bij het invullen van lesroosters in het onderwijs. Vergrijzing en uitbreidingsvragen – onder andere in zorg, kinderopvang en defensie – versterken deze problema ek. In de loop van 2025 komen aanvullende en meer specifieke gegevens beschikbaar, zowel over de NEET-doelgroep (via DUO) als vanuit de arbeidsmarktregio Haaglanden in het kader van de arbeidsmarktanalyse voor de nieuwe meerjarenagenda. De inzichten die uit deze dataverzameling voortkomen, zullen worden benut voor de verdere onderbouwing en aanscherping van de defini eve versie van het regionaal programma.
57
6. Analyse Het regionaal programma richt zich op het realiseren van een sluitend vangnet voor jongeren van 12 tot 27 jaar die risico lopen op maatschappelijke uitval. De aanpak is erop gericht om juist daar aanwezig te zijn waar de problemen zich concentreren: op scholen en loca es waar veel kwetsbare jongeren samenkomen. Daarbij gaat bijzondere aandacht uit naar jongeren in het prak jkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en mbo-niveaus 1 en 2. Tegelijker jd is er oog voor jongeren in een kwetsbare posi e die zich buiten deze concentra eloca es bevinden. Door gebiedsgerichte inzet te combineren met maatgerichte ondersteuning ontstaat een evenwich ge aanpak waarin elke jongere de kans krijgt om in beeld te blijven en perspec ef te behouden.
Doelgroepen en vindplekken Binnen Haaglanden bestaan grote verschillen tussen gemeenten, zowel in het aantal jongeren als in de mate van kwetsbaarheid. Den Haag hee door de omvang, stedelijke diversiteit en geconcentreerde sociaaleconomische problema ek veruit de grootste opgave bij het voorkomen van schooluitval en het bevorderen van duurzame arbeidspar cipa e onder jongeren. De stad kent rela ef veel jongeren zonder startkwalifica e, een hoog aandeel NEET-jongeren en veel leerlingen in het prak jkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. Daarnaast zijn schoolverzuim, mentale problema ek, schulden en veiligheidsvragen er rela ef hoog. Deze combina e vraagt om een integrale, gebiedsgerichte aanpak met nauwe samenwerking tussen onderwijs, zorg en werk, en een sterke regierol van de gemeente. Ook de andere (middel)grote gemeenten in de regio kennen hun eigen uitdagingen. De studentenpopula e in Del vraagt bijvoorbeeld om een andere benadering dan de sociaaleconomische opgaven in Zoetermeer of het Westland. In kleinere gemeenten zijn de aantallen kwetsbare jongeren beperkter, maar is de a ankelijkheid van regionale kennis, voorzieningen en interven es juist groter. Het voorkomen van uitval en het bevorderen van duurzaam werk vraagt daarom om maatwerk: aansluiten bij de lokale context en voortbouwen op wat er al is aan ondersteuning voor jongeren.
Jongeren die (nog) naar school gaan Hoewel het merendeel van de voor jdig schoolverlaters – circa 80% – uit het mbo komt en de percentages in het vo rela ef laag zijn, verlieten in 2022/2023 toch bijna 300 leerlingen in het vo voor jdig het onderwijs. Het aandeel vo-uitvallers groeit bovendien ten opzichte van het mbo. 58
Een posi eve ontwikkeling is dat meer leerlingen vanuit het primair onderwijs doorstromen naar havo en vwo. Tegelijker jd vraagt dit om alertheid: het risico bestaat dat het zwaartepunt van de uitval verschui van de vmbo-bovenbouw, waar in 2018/2019 de meeste uitval plaatsvond, naar havo- en vwo-leerlingen. In vrijwel alle lee ijdsgroepen vormen jongens de meerderheid van de voor jdig schoolverlaters, met uitzondering van de 14- en 15-jarigen. In hoeverre deze verschillen samenhangen met de weerbaarheid van jongens en meisjes in deze levensfase, of met het grotere beroep dat meisjes doen op jeugdhulp, verdient nader onderzoek. Het voorkomen van blijvende uitval begint bij inzicht in de scholen waar de problema ek zich concentreert. Deze zogenoemde aandachtsloca es vragen om nader onderzoek: hebben zij ook het hoogste aantal thuiszi ers, en op welke lee ijden en onderwijsniveaus neemt uitval toe? Een deel van deze scholen, zoals Gro us Del , ONC Zoetermeer en Edith Stein, hee een Interna onale Schakelklas (ISK). Het is belangrijk te volgen hoe deze leerlingen de overgang naar het reguliere onderwijs ervaren en welke ondersteuning zij nodig hebben. Belangrijke onderzoeksvragen zijn of de groep vooral uit jongens of meisjes bestaat en of er een verband is met de toename van mentale problema ek, met name onder meisjes.
Daarnaast is het essen eel om in kaart te brengen welke vormen van ondersteuning scholen, koepels, samenwerkingsverbanden en gemeenten al bieden, en waar regionale versterking gewenst is.
Aandachtsloca es voortgezet onderwijs Scholen in regio Haaglanden met het grootste aandeel en/of aantal voor jdig voschoolverlaters in het VO5 o o o o o o o o o o o 5
Vavo van ROC Mondriaan Vavo van mbo Rijnland Johan de Wi Scholengroep SG Esloo Segbroekcollege Christelijk Lyceum Del Atlas onderwijsgroep Oranje Nassau college Stanislascollege Hofstadcollege Gro uscollege
Zie eerder voorbehoud: ook kleinere scholen met zelfde ondersteuningsbehoe es (bijv. isk’s in kleinere gemeenten) >
aanbod regionaal ontsluiten. En met vo-scholen buiten onze regio maar wel een rela ef groot aandeel in onze aantallen en percentages vsv bovenregionale afspraken maken over effec eve interven es.
59
o Mariscollege Naast de eerder genoemde scholen die extra aandacht vragen, zijn er ook onderwijsloca es die minder zichtbaar zijn in de data. Dat komt doordat zij een regio-overs jgende func e hebben of kleinere aantallen jongeren bedienen, maar wel werken met een kwetsbare doelgroep. Voorbeelden hiervan zijn het onderwijs in jeugdinstellingen en School2Care Laakhaven. Met deze loca es, evenals met het samenwerkingsverband vo (SWVVO), is nauw overleg nodig om te waarborgen dat deze jongeren passend onderwijs krijgen. Dat geldt ook voor de schooltypen die in de volgende paragrafen nader worden beschreven.
Scholen voor voortgezet speciaal onderwijs Hoewel jongeren in het voortgezet speciaal onderwijs (vso) regionaal een kleine groep vormen, is het gezien hun kwetsbare posi e belangrijk om deze doelgroep en de betrokken vso-loca es nader te onderzoeken. Dezelfde vragen die eerder zijn gesteld voor vo-scholen met rela ef hoge uitvalcijfers, zijn hier eveneens relevant. De groep vso-leerlingen met het uitstroomprofiel dagbesteding is in de huidige databronnen nog onvoldoende zichtbaar. Van de kwalifica eplich ge vso-leerlingen lijkt ongeveer tweederde niet uit te stromen naar onderwijs. Dat vraagt niet alleen om nadere analyse om deze cijfers te valideren, maar ook om betere monitoring en gerichte aandacht voor deze jongeren.
Scholen voor prak jkonderwijs In Haaglanden is het aandeel jongeren in het prak jkonderwijs rela ef hoog. Een deel van deze leerlingen stroomt door naar het Entree-onderwijs, waardoor de overgang van prak jkonderwijs naar mbo-niveau 2 regelma g voorkomt. Gezien de kwetsbare posi e van deze groep is het belangrijk om structureel te volgen hoe pro-leerlingen zich op de langere termijn ontwikkelen, zowel in onderwijs en werk als in hun behoe e aan aanvullende ondersteuning om uitval te voorkomen.
MBO-instellingen Het grootste deel van de voor jdige schooluitval in Haaglanden vindt plaats binnen het mbo. Mbo-instellingen zijn daarmee cruciale vind- en werkplaatsen om te voorkomen dat jongeren zonder diploma uitstromen en om hen te begeleiden naar duurzaam werk. Ongeveer de hel van de vsv’ers komt van ROC Mondriaan en 17% van mboRijnland; de overige 35% is a oms g van andere mbo-instellingen en vo-scholen buiten de regio. 60
De wetgeving vraagt expliciet aandacht voor mbo-studenten op niveau 1 en 2, waar de uitval het hoogst is. Ook jongeren die deze niveaus afronden hebben rela ef vaak moeite om duurzaam werk te vinden. Bij Mondriaan komt 52% van de vsv’ers uit niveau 2; bij Rijnland ligt het zwaartepunt met 68% op niveau 4. Hoewel de hoge vsv-percentages op niveau 1 en 2 wijzen op een kwetsbare doelgroep, vraagt dit beeld om nuance. In Haaglanden is 40% van de vsv’ers a oms g uit deze niveaus (9% uit niveau 1 en 31% uit niveau 2), maar ook op niveau 3 en 4 vindt nog eens 40% van de uitval plaats. Door de omvang van de studentenpopula e op deze hogere niveaus gaat het in absolute aantallen om een substan ële groep. Ook voor jongeren op niveau 3 en 4 is daarom gerichte aandacht nodig, ondersteund door passende afspraken en interven es. De binnen het programma Mbo als werkplaats opgestelde star oto’s per mbo-loca e bieden hiervoor een waardevolle basis. Op basis van deze analyses kunnen maatregelen worden gericht op loca es en niveaus waar jongeren daadwerkelijk een verhoogd risico lopen op uitval en waar het bestaande ondersteuningsaanbod mogelijk tekortschiet. Voor studenten die meer zelfredzaam zijn, kunnen lichtere vormen van begeleiding volstaan.
Kwetsbare fases en situa es Een aanzienlijk deel van de jongeren valt uit rond de lee ijd van ach en jaar. Op dat moment bevindt de meerderheid van de ongekwalificeerde jongeren zich in het mbo, terwijl een kleinere groep nog ac ef is in het vo of op de vavo. Om de risico’s in deze kwetsbare overgangsfase te verkleinen, is het belangrijk om al bij 16- en 17-jarigen gericht aandacht te besteden aan het voorkomen van uitval en het versterken van begeleiding bij doorstroom en oriënta e op vervolgtrajecten. Daarnaast vormt een andere groep een risico: jongeren die nog wel staan ingeschreven, maar frequent verzuimen. In het vo betre dit vaak thuiszi ers, terwijl in het mbo rela ef hoge verzuimpercentages worden geregistreerd. Hoewel verzuim en voor jdig schoolverlaten niet volledig samenvallen, sommige verzuimers behalen alsnog een diploma en sommige uitvallers waren juist structureel aanwezig, vergroot frequent verzuim het risico op uitval aanzienlijk. Het is daarom van belang om de oorzaken van afwezigheid systema sch te onderzoeken: gaat het om persoonlijke omstandigheden, of om structurele factoren binnen de schoolcontext? Binnen het mbo gee slechts 56% van de studenten aan posi ef te zijn over de sfeer en veiligheid op school, en 45% over de kwaliteit van het onderwijs en de geboden begeleiding (landelijke cijfers).
Deze signalen geven inzicht in de achterliggende oorzaken van uitval en onderstrepen het belang van een sterke binding tussen studenten en hun opleiding.
61
Ook kwetsbare overstapmomenten vragen gerichte aandacht. Vso-leerlingen lopen een verhoogd risico op a ankelijkheid van gemeentelijke ondersteuning en ervaren vaak belemmeringen bij de overgang naar vervolgonderwijs, werk of dagbesteding. Voor leerlingen uit het prak jkonderwijs geldt een vergelijkbaar risico bij de stap naar het mbo (entree-opleiding of niveau 2) en de arbeidsmarkt. Ook zij hebben baat bij passende ondersteuning om succesvol te kunnen doorstromen. Tot slot vraagt de overgang van mbo naar hbo om extra aandacht. Van de mbo-studenten die doorstromen naar het hbo valt 40% uit in het eerste jaar, al behaalt een deel later alsnog een diploma. Goede loopbaanbegeleiding, realis sche verwach ngen en een zorgvuldige voorbereiding op de overstap zijn daarom essen eel.
Jongeren die niet naar school gaan De arbeidsmarktsitua e van jongeren in Haaglanden laat duidelijke gemeentelijke verschillen zien. In Del en Pijnacker-Nootdorp volgen naar verhouding de meeste jongeren onderwijs, terwijl in Westland en Zoetermeer juist veel jongeren werken. Den Haag en Wassenaar hebben een hoger aandeel NEET-jongeren, terwijl Midden-Delfland het laagste percentage kent. Ook de posi e van voor jdig schoolverlaters op de arbeidsmarkt verschilt aanzienlijk. In Den Haag blij 49% van de vsv’ers zonder onderwijs of werk, tegenover 35% in Westland. Westland (40%) en Zoetermeer (39%) kennen het hoogste aandeel jongeren dat een jaar na uitval werkzaam is. In Rijswijk keert het grootste deel terug naar het onderwijs (30%), gevolgd door Pijnacker-Nootdorp (28%). Deze verschillen hangen mogelijk samen met het lokale aanbod van werk en opleidingen, de mate van begeleiding en nazorg, en de sociaaleconomische achtergrond van jongeren.
Jongeren die werken Binnen de arbeidsmarktregio’s groeit het inzicht in de posi e van jongeren die de stap maken van onderwijs naar werk. Belangrijke vragen zijn of zij over een passende kwalifica e beschikken, of zij duurzaam werk hebben en in hoeverre er sprake is van inkomenszekerheid. Daarnaast is het van belang te kijken naar de aard van de arbeidsrela e: werken jongeren in een reguliere baan, in beschut werk via het doelgroepenregister, met een vast of jdelijk contract, of als zelfstandige? Deze differen a e gee waardevolle informa e over de duurzaamheid en bestendigheid van hun deelname aan de arbeidsmarkt.
62
Jongeren die niet naar school gaan of werken (NEET)6 De meeste jongeren die niet werken en niet naar school gaan (NEET) wonen in de grotere gemeenten van Haaglanden, met Den Haag als koploper, gevolgd door Del , Zoetermeer en Westland. Naar scha ng hee ongeveer 5% van deze jongeren een achtergrond in het prak jkonderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs, en beschikt de hel niet over een startkwalifica e. Dat betekent echter niet dat al deze jongeren zich in een kwetsbare posi e bevinden. Uit de zogeheten buiten-beeld-aanpakken van de afgelopen jaren blijkt dat slechts een beperkt deel daadwerkelijk ondersteuning nodig hee . Voor de NEET-doelgroep is het belangrijk dat gemeenten aansluiten bij en investeren in bestaande lokale wijkaanpakken en voorzieningen, zoals jongerenpunten, werkgeversnetwerken, sportloca es, het COA, hulpverlening en veiligheidsnetwerken. Binnen deze infrastructuren bevindt zich veel kennis over passende ondersteuning. Wanneer scholen in deze wijken als aandachtsloca e zijn aangemerkt, kan samenwerking met deze onderwijsinstellingen de effec viteit van interven es vergroten. Hoewel slechts een klein deel van de NEET-jongeren a oms g is uit het prak jkonderwijs of vso, is deze groep rela ef vaak niet werkzaam en niet ingeschreven in het onderwijs.
Dit benadrukt het belang van gezamenlijke interven es van scholen en gemeenten rond de overgang naar vervolgonderwijs of werk, gericht op het voorkomen van langdurige uitval. Voor de groep 23- tot 27-jarigen zonder uitkering en zonder startkwalifica e (circa 300 jongeren) is het waardevol voort te bouwen op de kennis en ervaring die gemeenten al hebben opgedaan in par cipa e-, werk-, hulpverlenings- en onderwijsprogramma’s. Deze exper se kan helpen om werkzame interven es te iden ficeren en breder toe te passen.
Wat valt op binnen de regio Haaglanden? Binnen de regio Haaglanden vallen vooral Den Haag en ROC Mondriaan op door hun schaalgroo e en centrale rol als sleutelpartners in het bevorderen van een gekwalificeerde uitstroom naar duurzaam werk. Del neemt eveneens een bijzondere posi e in als studentenstad, met een combina e van lage sociaaleconomische status, hoge studieschulden en een rela ef groot aandeel NEET-jongeren, maar ook veel jongeren met een startkwalifica e. Dit vraagt om een gerichte focus op de daadwerkelijk kwetsbare subgroep binnen deze popula e. Zoetermeer kent een rela ef grote jeugdhulpvraag, maar ook een hoge doorstroom naar werk. Westland onderscheidt zich door een omvangrijke jongerenpopula e en hoge arbeidspar cipa e. Het is waardevol te onderzoeken welke werkzame elementen uit deze
6
Schatting op basis van kengetallen.
63
gemeenten (en uit Pijnacker-Nootdorp) kunnen worden benut om de regionale samenwerking rond duurzame jeugdpar cipa e te versterken. De grote hoeveelheid beschikbare data maakt het verleidelijk om vooral te focussen op concentra es van hoge aantallen en percentages maatschappelijk kwetsbare jongeren. Toch kunnen ook kleinere aantallen belangrijke signalen beva en. Zo valt in Midden-Delfland het lage percentage vsv’ers dat terugkeert naar onderwijs op, en is in Wassenaar waar naar verhouding veel jongeren niet werken en niet naar school gaan, nader onderzoek nodig om de oorzaken beter te begrijpen. De kern van een regionale aanpak is dat ook kleinere gemeenten en scholen kunnen profiteren van interven es die elders effec ef blijken. De uitdaging is om een sluitend vangnet te realiseren voor álle jongeren, zonder willekeurige of versnipperde inzet van maatregelen.
Belangrijkste elementen om op moeten bouwen/focussen in de regio In vergelijking met regio’s met een vergelijkbaar profiel vallen in Haaglanden enkele belangrijke aandachtspunten op. De eerste uitdaging is het blijven voorkomen dat jongeren zonder passend diploma uitvallen. Hoewel dit over het algemeen goed verloopt, blij blijvende alertheid nodig om een zogenoemd waterbedeffect te voorkomen. Daarnaast ligt de grootste winst in het sneller begeleiden van voor jdig schoolverlaters naar werk, al dan niet in combina e met een opleiding. In Haaglanden blij nog een rela ef groot deel van de vsv’ers een jaar na uitval zonder onderwijs- of werkplek. Gegeven de sociaaleconomische problema ek onder jongeren – zoals geldzorgen en een toenemende vraag naar jeugdhulp, is het wenselijk dat preven eve strategieën beter aansluiten op hun leefwereld en de verschillen tussen lee ijdsgroepen. Een peer-group approach, waarbij jongeren elkaar vanuit gedeelde ervaringen mo veren en ondersteunen, kan hierbij een effec eve aanvulling zijn. De geconstateerde tweedeling in stressbestendigheid onder jongeren kan bovendien dienen als uitgangspunt voor meer gedifferen eerde interven es. De groep jongeren van 23 tot 27 jaar zonder werk, uitkering, onderwijs of startkwalifica e vormt voor de doorstroompunten een rela ef nieuwe doelgroep.
Jongeren in dezelfde lee ijdsgroep die wél een uitkering ontvangen, vallen doorgaans onder begeleiding vanuit de gemeentelijke domeinen par cipa e, werk en inkomen. Die begeleiding is gericht op terugkeer naar onderwijs of het realiseren van duurzame arbeidspar cipa e, dagbesteding of beschut werk. A ankelijk van de lokale aanpak kunnen ook jongeren zonder uitkering al in beeld zijn bij gemeenten of ketenpartners, maar daarover is nog beperkt inzicht. Binnen zowel de groep met als zonder uitkering bevindt zich een rela ef groot aandeel jongeren met een achtergrond in het prak jkonderwijs of vso. Dat pleit voor een meer sluitende, afgestemde 64
aanpak voor deze specifieke doelgroep. Tegelijker jd hee slechts een klein deel van de jongeren zonder werk, uitkering of onderwijs daadwerkelijk ondersteuning nodig rich ng opleiding of werk; regionaal gaat het om circa 300 jongeren. Voor jongeren die nog niet in beeld zijn bij scholen of gemeenten, maar die wél zouden profiteren van een combina e van werk, scholing en begeleiding, is het wenselijk om bestaande ini a even (zoals prak jkleren en sectorale ontwikkelpaden) breder toegankelijk te maken en verder te ontwikkelen tot een gezamenlijk regionaal aanbod. Deze benadering sluit aan bij de aanbevelingen uit de Evalua e VSV 2022, waarin wordt gepleit voor het beter verbinden van voorzieningen en het systema sch monitoren over de verschillende we elijke domeinen heen.
Beantwoording onderzoeksvragen 1. Hoe ziet de situa e van jongeren van 12 tot 27 jaar in Haaglanden eruit? a. Wat is hun posi e in het onderwijs? De meeste jongeren in Haaglanden starten in het basisonderwijs en stromen door naar het reguliere voortgezet onderwijs. Het aandeel havo/vwo-leerlingen ligt rela ef hoog, het aandeel vmbo-leerlingen lager dan landelijk. De meeste voor jdige schoolverlaters (vsv) komen uit het mbo; vooral niveau 1 en 2 zijn risicovol, maar door de omvang van de popula e is ook het aandeel op niveau 3 en 4 aanzienlijk. Binnen het vo is het aantal vsv’ers (nog) rela ef laag, maar wel s jgend, vooral binnen de havo en vwo. Er zijn meerdere vo-aandachtsloca es met rela ef veel uitval. Jongeren in het prak jkonderwijs (pro) en voortgezet speciaal onderwijs (vso) vormen een kleine maar kwetsbare groep. Hun doorstroom naar vervolgonderwijs, werk of dagbesteding is vaak precair en slecht zichtbaar in monitoring. Jongeren ervaren toenemende mentale druk. Vooral in het vo (havo/vwo) en mbo is sprake van stress en schooldruk. b. Wat is hun posi e op de arbeidsmarkt en hun toegang tot duurzaam werk? Arbeidsmarktkansen verschillen sterk per gemeente. Jongeren in het Westland en Zoetermeer keren vaker terug naar werk na uitval; in Den Haag blij bijna de hel van de vsv’ers na een jaar zonder werk of onderwijs.
Jongeren met een mbo-diploma op niveau 1 of 2 vinden vaak geen duurzaam werk of hebben moeite met inkomenszekerheid. Voor jongeren die wel werken is onvoldoende zicht op de kwaliteit van het werk: sector, contractvorm, inkomenszekerheid en doorgroeimogelijkheden zijn veelal onbekend. Jongeren van 23–27 jaar zonder werk, opleiding of uitkering zijn grotendeels buiten beeld. Dit wil niet zeggen dat zij ook allemaal een ondersteuningsbehoe e hebben. Naar scha ng gaat het om 10% van deze groep (300 jongeren in onze regio) die 65
kwetsbaar is voor langdurige uitval, maar niet al jd wordt bereikt via bestaande voorzieningen. NEET-jongeren zijn een gemengde groep. De hel van de NEET-jongeren hee naar scha ng geen startkwalifica e, de andere hel wel, jongeren zonder startkwalifica e zijn niet per defini e kwetsbaar, ook gediplomeerden kunnen kampen met onzekere arbeidssitua es. Juist de kwetsbare jongeren zijn moeilijk te vinden en bereiken.
c. Welke risico’s op maatschappelijke uitval zijn zichtbaar, ook in rela e tot andere leefgebieden? Psychische druk en hulpvragen, vooral onder meisjes van 12–18 jaar, nemen toe en zijn zichtbaar in jeugdhulpgebruik. Jongeren in grootstedelijke gemeenten – met name Den Haag en Del – hebben vaker te maken met schulden, stress, instabiele thuissitua es en lage sociaaleconomische status. Schoolverzuim (vooral in het mbo), thuiszi en (in het vo) kan een voorbode zijn van uitval. Aandacht is nodig voor achterliggende oorzaken: gaat het om gebrekkige schoolbinding, sfeer, begeleiding, onvoldoende ondersteuning bij problema eken op andere leefgebieden? Schooluitval en werkloosheid kunnen samengaan met problemen op andere leefdomeinen zoals mentale gezondheid, financiële stress en gemis aan ondersteuning, maar dit hoe niet. Er is een tweedeling zichtbaar in veerkracht: sommige jongeren redden zich goed, anderen vallen s l of vragen te laat om hulp. 2. Welke focuspunten kunnen uit de data worden afgeleid? a.
Welke subdoelgroepen, vindplekken en vraagstukken verdienen specifieke aandacht? Subdoelgroepen: o Jongeren in het mbo: Qua kwetsbaarheid: niveau 1 en 2 Qua omvang: niveau 3, 4: Die jongeren die een verhoogd risico hebben – bijvoorbeeld vanwege omstandigheden in hun leefomgeving - op (problema sche) uitval; o Leerlingen uit het pro en vso (vanwege hun kwetsbaarheid en vanwege gebrekkige data over hun uitstroom); o Jongeren uit voortgezet onderwijs (qua omvang) kleine maar s jgende groep vo-leerlingen die uitvalt: zowel op vmbo als op havo/vwo; o Meisjes met psychische hulpvragen (jeugdhulp, stress); o Jongens, die structureel oververtegenwoordigd zijn onder vsv-ers; o Jongeren zonder duurzaam werk (al dan niet met uitkering), zonder startkwalifica e;
66
o
Jongeren met werk en/of startkwalifica e, met kwetsbaarheden op andere leefdomeinen.
Belangrijkste vindplekken: o Prak jkscholen; o VSO-scholen; o Mbo-loca es met hoge vsv-aantallen en/of problema eken; o Vo-aandachtsloca es, inclusief vavo’s, isk’s en jeugdhulpplusloca es; o Plekken/voorzieningen binnen stadsdelen/wijken met grote aantallen jongeren met risico op uitval in gemeente Den Haag, Del , Zoetermeer, Westland (lokale wijkaanpakken).
Vraagstukken: o Mentale druk, presta edruk. o Financiële stress en armoedeproblema ek. o School aan-/afwezigheid, onderwijs, begeleiding en ondersteuning; o Passend aanbod bij kwetsbare overstapmomenten (binnen scholen en tussen scholen en werk): begeleiding jdens overgangen combina es van leren, werken, evt zorg en ondersteuning (overgang vo-mbowerk): Lokale verschillen in terugkeer naar werk of onderwijs. Binnen regio verschillen in ondersteuning en voorzieningen. o Behoe e aan betere monitoring van/en samenwerking tussen onderwijs, gemeenten en zorg, inclusief sluitende monitoring voor kwetsbare groepen (zoals vsodagbesteding).
Elementen waarop we verder op moeten bouwen/ moeten focussen in de regio om winst te behalen: o Het blijven voorkomen dat jongeren zonder passend diploma uitvallen van school, dat doen we immers goed en dat moet zo blijven (geen waterbedeffect, doordat de aandacht hiervoor verslapt); o De grootste winst die we kunnen boeken, zit in het zorgen dat meer voor jdig schoolverlaters na een jaar aan het werk komen, al dan niet in combina e met een opleiding(scomponent). In onze regio zijn nu rela ef veel voor jdig schoolverlaters na een na een jaar nog steeds schoolverlater.
b. Hoe sluiten deze aan bij de doelstellingen uit het wetsvoorstel Van School naar Duurzaam Werk? De analyse sluit goed aan bij de doelstellingen van het wetsvoorstel:
67
o Voorkomen van uitval: door vroeg jdige signalering en ondersteuning op kwetsbare momenten; o Begeleiding naar werk en (terug naar) school: via prak jkleren, sectorale ontwikkelpaden en doorstroompunten; o Regionale samenwerking: benu en van bestaande ini a even en kennisdeling tussen gemeenten; o Doelgroepbenadering: inzet op jongeren met verhoogd risico, ook buiten het reguliere onderwijs. Wetsvoorstel richt zich op het tegengaan van voor jdige schooluitval en het duurzaam verbinden van jongeren aan onderwijs of werk. De regio Haaglanden laat zien dat: o o
o
o o o
De meeste jongeren de schoolloopbaan goed doorlopen, maar dat er nog te veel jongeren uitvallen zonder duurzame aanslui ng op werk of vervolgonderwijs. Vooral mbo-studenten op niveau 1 en 2, en jongeren uit pro/vso, kwetsbaar zijn voor maatschappelijke uitval en moeite hebben met duurzame arbeidspar cipa e. Jongeren die uitvallen niet vanzelfsprekend zelf terugkeren naar onderwijs of werk; structurele begeleiding, een preven eve aanpak (mogelijk al in het vo) en monitoring zijn nodig. Lokale netwerken en vindplekken, zoals jongerenpunten en mbo-instellingen, cruciaal zijn om de doelen van de wet te realiseren. De groep 23 –27-jarigen die tussen wal en schip valt, past binnen de doelstelling om ook oudere jongeren te ondersteunen rich ng par cipa e. Domein overs jgende samenwerking – tussen onderwijs, jeugdhulp, gemeenten en werkgevers – essen eel is om te zorgen dat jongeren duurzaam verbonden blijven aan leren en werken.
68
7. Managementsamenva ng De regio Haaglanden kent een diverse jongerenpopula e van 12 tot 27 jaar die woont en/of onderwijs volgt binnen de regio. De meeste jongeren doorlopen een reguliere onderwijsroute, maar er zijn aanzienlijke verschillen in onderwijsdeelname en uitstroom tussen gemeenten en onderwijsniveaus. Het rela ef hoge aandeel havo/vwo-leerlingen en de lagere instroom in het vmbo en mbo-niveaus 2, 3 en 4 vragen om gerichte aandacht voor de aanslui ng en doorstroom naar het beroepsonderwijs, zodat jongeren op alle niveaus de kans behouden een startkwalifica e te behalen. Voor jdig schoolverlaten (vsv) en kwetsbare overgangen Het percentage voor jdig schoolverlaters (vsv) is de afgelopen jaren licht gedaald, maar vertoont recent weer een s jgende lijn. De regio presteert nog al jd beter dan vergelijkbare stedelijke gebieden, maar kent substan ële interne verschillen. Den Haag, Del en Zoetermeer hebben structureel een grotere opgave dan de overige gemeenten. Het grootste deel van de vsv’ers komt uit het mbo, voornamelijk van niveau 1 en 2, maar ook 40% vanuit de hogere niveaus 3 en 4. Dit percentage is gerelateerd aan de grote studentenaantallen binnen deze niveaus. Daarmee is een gerichte aanpak nodig waarin zowel intensieve ondersteuning voor kwetsbare studenten op lagere niveaus als lichtere begeleiding voor zelfredzamere studenten op hogere niveaus wordt geborgd.
ROC Mondriaan en mboRijnland, samen goed voor circa twee derde van alle vsv’ers, zijn hierbij onmisbare partners. Ook binnen het voortgezet onderwijs is sprake van groeiende uitval, vooral op havo- en vwoniveau. Scholen als Johan de Wi , Segbroekcollege, Maris College en vavo-loca es van Mondriaan en Rijnland worden als aandachtsloca es genoemd. De overgang rond de lee ijd van 17–18 jaar is een kwetsbare fase waarin rela ef veel jongeren uitvallen. Dit vraagt om nadere duiding, mede in rela e tot thuiszi ersproblema ek en de bredere zorgbehoe e in deze lee ijdsgroep. Jongens zijn oververtegenwoordigd onder de uitvallers, terwijl bij meisjes van 14–16 jaar sprake is van een toename in zorgvragen. Kwetsbare groepen en vindplekken Jongeren uit het prak jkonderwijs (pro), voortgezet speciaal onderwijs (vso) en entreeopleidingen vormen een extra kwetsbare doelgroep. Zij zijn vaak niet volledig zichtbaar in de beschikbare data (bijvoorbeeld vso-leerlingen met uitstroomprofiel dagbesteding) en vragen daarom om gerichte en structurele monitoring. Overgangen van pro en vso naar vervolgonderwijs of werk zijn risicomomenten en vereisen een gezamenlijke aanpak van scholen, samenwerkingsverbanden en gemeenten.
Belangrijke vindplaatsen voor signalering en begeleiding zijn mbo-instellingen (waaronder ROC Mondriaan en mboRijnland), vavo’s en vo-scholen met een verhoogde aantal voor jdig schoolverlaters of thuiszi ers. Ook buiten het onderwijs bevinden zich belangrijke 69
vindplaatsen, zoals gemeentelijke jongerenpunten, sportloca es en andere wijkvoorzieningen in stadsdelen waar rela ef veel jongeren met risico op uitval wonen. NEET-jongeren en sociaal-maatschappelijke uitval De grootste aantallen jongeren zonder onderwijs of werk wonen in Den Haag, gevolgd door Del , Zoetermeer en Westland. In Den Haag blij 49% van de vsv’ers een jaar na uitval zonder onderwijs of werk, tegenover 35% in Westland. Westland en Zoetermeer laten zien dat snelle terugkeer naar werk haalbaar is, terwijl in Rijswijk en Pijnacker-Nootdorp rela ef veel jongeren laten terugkeren naar onderwijs. Het is belangrijk om van deze voorbeelden te leren en hun aanpak waar mogelijk regionaal te benu en. Bijzondere aandacht is nodig voor de groep 23–27-jarigen zonder startkwalifica e, werk of uitkering. Zij waren voorheen geen doelgroep van de regionale aanpak(ken) Deze groep valt buiten bestaande voorzieningen en trajecten maar kent wel ondersteuningsbehoe en. Naar scha ng betre dit circa 300 jongeren in de regio. Pro- en vso-jongeren zijn rela ef vaak vertegenwoordigd binnen deze groep. Mentale druk en begeleiding Steeds meer jongeren ervaren presta edruk en mentale belas ng (stress). Dit geldt voor alle onderwijsniveaus, maar in het bijzonder voor studenten in het havo, vwo en mbo.
Belangrijke bronnen van stress zijn schoolwerk, hoge verwach ngen, sociale druk en onzekerheid over de toekomst. Mbo-studenten voelen zich regelma g onvoldoende ondersteund: slechts 56% is posi ef over de sfeer en veiligheid op school. Mbo-instellingen benadrukken dat het omgaan met de uiteenlopende problema eken van studenten veel vraagt van instellingen Tegelijker jd is er een groep jongeren die aangee goed met stress om te kunnen gaan en over sterke veerkracht te beschikken. Deze veerkracht biedt aanknopingspunten voor beleid, bijvoorbeeld via peer-to-peer interven es en preven eve inzet op mentale gezondheid. Een structurele benadering die zowel binnen het onderwijs als via lokale netwerken wordt vormgegeven, is essen eel om het mentaal welzijn van jongeren te versterken. Financiële stress en sociaaleconomische verschillen Financiële stress komt voor bij jongeren op alle onderwijsniveaus, maar concentreert zich bij pro-, vso-, vmbo- en mbo niveau 1-leerlingen. Ook hoger opgeleiden ervaren druk door studieschuld en onzekerheid over financiële zelfstandigheid. De sociaaleconomische verschillen tussen gemeenten zijn aanzienlijk; in Den Haag en Del is de kwetsbaarheid groter dan bijvoorbeeld in Wassenaar of Pijnacker-Nootdorp. Dit vraagt om lokaal maatwerk, preven eve schuldaanpak en financiële educa e gericht op zelfredzaamheid.