CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324240 Bijlage 2 Regioanalyse Haaglanden

Commissie Samenleving 8 januari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken23.930 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Regio Haaglanden

Regio-analyse Van School naar Duurzaam werk

November 2025

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ............................................................................................................ 4 1.1.

2.

Kaders en aanpak van de regioanalyse ............................................................ 4

1.1.1.

Doel en reikwijdte van de analyse ............................................................ 4

1.1.2.

Uitgangspunten van de analyse ............................................................... 5

1.1.3.

Dataverzameling en -weergave ................................................................ 6

De regio Haaglanden in beeld ............................................................................... 7 2.1

Demografische gegevens regio Haaglanden ..................................................... 7

2.1.1 Lee ijdsopbouw ......................................................................................... 7 2.1.2 Sociaal economische situa e ........................................................................ 8 2.1.3 Opleidingsniveau ........................................................................................ 9 2.2

Welbevinden van jongeren en jongvolwassenen ............................................. 10

2.2.1 Financiële situa e ..................................................................................... 10 2.2.2 Jongeren tot 18 jaar met jeugdzorg .............................................................. 12 2.2.3 Psychische gezondheid jongvolwassenen (16 - 25 jaar) ................................... 13 2.3 3.

Schoolloopbaan van 4 tot 27 jaar ................................................................. 17

Voor jdig schoolverlaten ................................................................................... 24 3.1

Regionale cijfers voor jdig schoolverlaten ..................................................... 25

3.1.1

Geslacht en lee ijd van voor jdig schoolverlaters regio Haaglanden .............. 25

3.1.2

VSV in de regio ten opzichte van landelijk ................................................... 25

3.1.3

Regio Haaglanden t.o.v. de benchmarkregio ............................................... 26

3.1.4

VSV’ers in de regio Haaglanden een jaar later (2017-2022) ........................... 27

3.2

VSV in de regio Haaglanden – per gemeente .................................................. 29

3.2.1

Verschillen tussen gemeenten in doorstroomregio Haaglanden ..................... 29

3.2.2 Percentage vsv per gemeente t.o.v. verwach ng op basis van minimahuishoudens ............................................................................................. 30 3.2.3

VSV-ers een jaar later (2017-2022) - uitgesplitst naar gemeente .................... 31

3.3

Voor jdig schoolverlaten vanuit onderwijsperspec ef ..................................... 32

3.3.1 Aandeel voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs in voor jdig schoolverlaten ..................................................................................................... 32 3.3.2

Onderwijsinstellingen met de meeste voor jdig schoolverlaters .................... 34 1

3.4

Voor jdig schoolverlaten in het voortgezet onderwijs ..................................... 35

3.4.1

Vsv in het voortgezet onderwijs naar onderwijsniveau ................................. 35

3.5

VSV in het mbo .......................................................................................... 36

3.5.1

Vsv naar mbo-niveau ............................................................................... 36

3.5.2

Mbo-opleidingen met rela ef veel en rela ef weinig vsv-ers ......................... 38

3.6 Schoolverlaters vanuit prak jkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (arbeid, dagbesteding en vervolgonderwijs) ......................................................................... 41

4.

3.6.1

Uitstroom pro naar mbo .......................................................................... 41

3.6.2

Uitstroom uit vso naar vervolgonderwijs .................................................... 42

Arbeidsmarktposi e van jongeren 15-27 jaar in doorstroomregio Haaglanden ........... 44 4.1

Wel en niet naar schoolgaande of werkende jongeren ..................................... 44

4.2

Arbeidsmarktsitua e naar geslacht en lee ijd ................................................ 44

4.3

Werkende jongeren (zonder schoolinschrijving) .............................................. 45

4.4

Jongeren zonder werk en zonder inschrijving in onderwijs ............................... 47

4.4.1

Percentage NEET-jongeren ten opzichte van de benchmark .......................... 47

4.4.2

Aantallen NEET (scha ng regionaal) ......................................................... 49

4.4.2.1

NEET-jongeren met en zonder uitkering naar lee ijd .................................... 50

4.4.3

Percentage NEET-jongeren binnen de regio ................................................ 50

4.4.3.1

Percentage NEET (gem. 3 jaar) t.o.v. verwach ng – per gemeente ................. 51

4.4.4

Ontwikkeling aandeel NEET-jongeren – per gemeente .................................. 52

4.4.5

Uitkeringssitua e NEET-jongeren – per gemeente ....................................... 54

5.

Regionale arbeidsmarktsitua e: waar zi en kansen en knelpunten? ........................ 56

6.

Analyse ........................................................................................................... 58 Doelgroepen en vindplekken .............................................................................. 58 Jongeren die (nog) naar school gaan .................................................................... 58 Aandachtsloca es voortgezet onderwijs ............................................................... 59 Scholen voor voortgezet speciaal onderwijs .......................................................... 60 Scholen voor prak jkonderwijs ........................................................................... 60 MBO-instellingen .............................................................................................. 60 Kwetsbare fases en situa es ............................................................................... 61 Jongeren die niet naar school gaan ...................................................................... 62 Jongeren die werken ......................................................................................... 62 2

Jongeren die niet naar school gaan of werken (NEET) ............................................. 63 Wat valt op binnen de regio Haaglanden? ............................................................ 63 Belangrijkste elementen om op moeten bouwen/focussen in de regio ...................... 64 Beantwoording onderzoeksvragen .......................................................................... 65 7.

Managementsamenva ng ................................................................................. 69

Bijlage 1: Begrippenlijst........................................................................................... 72 Bijlage 2: Reis van de leerling vergelijking benchmark en landelijk .............................. 74 Bijlage 3: arbeidsmarktpositie jongeren Haaglanden ................................................. 75 Bijlage 4: Bevolking naar leeftijd in de regio Haaglanden (2024) .................................. 76 Bijlage 5: Aantal nieuwe vsv Haaglanden per gemeente (2022-2023) .......................... 77 Bijlage 6: Grensverkeer mbo-studenten Haaglanden................................................. 78 Bijlage 7. Gedrag van jongeren in een kwetsbare positie ........................................... 84 Bijlage 8 Aantal nieuwe vsv'ers Haaglanden naar onderwijsinstelling 2022-2023 .............. 86

3

1. Inleiding In doorstroompuntregio Haaglanden werken negen gemeenten en onderwijsinstellingen voor voortgezet (speciaal) onderwijs, prak jkonderwijs en middelbaar beroepsonderwijs samen om voor jdig schoolverlaten terug te dringen. Dit gebeurt binnen het regionaal programma voor jdig schoolverlaten (vsv). Het doel van dit programma is om meer jongeren een startkwalifica e te laten behalen zodat zij meer kans hebben om duurzaam aan het werk te komen en om jongeren die voor jdig zijn uitgevallen terug te laten keren naar onderwijs of werk. Ook wordt ingezet op betere ondersteuning voor jongeren in het prak jkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en de entreeopleidingen bij hun overstap naar vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt. Daarnaast ze en de gemeenten zich samen met scholen, werkgevers, UWV en sociale partners in via de arbeidsmarktregio’s Haaglanden en Zuid-Holland Centraal voor het bestrijden van jeugdwerkloosheid en het aanpakken van bredere arbeidsmarktvraagstukken, ook voor doelgroepen boven de 27 jaar. Omdat er overlap is in doelgroepen en vraagstukken tussen de vsv-aanpak en de arbeidsmark nspanningen, is nauwere samenwerking en afstemming wenselijk. Daarom werken de regio’s vanaf 2026 vanuit één gezamenlijk regionaal programma. Dit programma wordt ingebed in de nieuwe wet Van School naar Duurzaam Werk.

Deze wet richt zich op een soepele overgang van jongeren tot 27 jaar – zowel met als zonder startkwalifica e – van school naar duurzaam werk. Daarbij is er speciale aandacht voor jongeren met een verhoogd risico op maatschappelijke uitval. De wet hee als doel gelijke kansen te bevorderen en uitval te voorkomen. Dit vraagt om een structureel goed georganiseerde ondersteuning voor deze jongeren.

1.1.

Kaders en aanpak van de regioanalyse

Om een gezamenlijke en effec eve regionale aanpak te kunnen vormgeven, is er behoe e aan een actuele en domein overs jgende regioanalyse van onderwijs en arbeidsmarkt. Deze analyse gee inzicht in de posi e van jongeren in Haaglanden en vormt de basis voor het stellen van prioriteiten en het nemen van onderbouwde beleidskeuzes. Het gaat om een actualisering én verbreding van de eerdere evalua e uit 2022, uitgevoerd door onderzoeksbureau LPBL, naar de aanpak van voor jdig schoolverlaten in de periode 2021– 2024.

1.1.1.

Doel en reikwijdte van de analyse

De regioanalyse richt zich op jongeren van 12 tot 27 jaar die wonen en/of onderwijs volgen in de doorstroomregio Haaglanden. Daarbij is er speciale aandacht voor jongeren met een 4

verhoogde kans op maatschappelijke uitval. De analyse gaat niet alleen over onderwijsdeelname en schooluitval, maar kijkt ook naar arbeidsmarktposi e, sociaaleconomische omstandigheden en – waar mogelijk – naar zorg en welzijn. Dit brede, domeinovers jgende perspec ef is belangrijk, omdat de behoe e van jongeren aan passende ondersteuning, onderwijs of duurzaam werk vaak samenhangt met andere aspecten in hun leefwereld, zoals de sociaaleconomische posi e van hun gezin. Voor zowel scholen als gemeenten geldt dat zij bij het maken van keuzes in hun aanbod rekening willen houden met de uiteenlopende lokale en regionale omstandigheden van hun doelgroepen: jongeren, leerlingen, studenten en werkzoekenden. De analyse hee twee centrale onderzoeksvragen: 1. Hoe ziet de situa e van jongeren van 12 tot 27 jaar in Haaglanden eruit? o

Wat is hun posi e in het onderwijs?

o

Wat is hun posi e op de arbeidsmarkt en hun toegang tot duurzaam werk?

o

Welke risico’s op maatschappelijke uitval zijn zichtbaar, ook in rela e tot andere leefgebieden?

2. Welke focuspunten kunnen uit de data worden afgeleid? o

Welke subdoelgroepen, vindplekken en vraagstukken verdienen specifieke aandacht?

o

Hoe sluiten deze aan bij de doelstellingen uit het wetsvoorstel Van School naar Duurzaam Werk?

De regioanalyse beperkt zich nadrukkelijk tot deze hoofdlijnen, zodat de focus behouden blij en de uitkomsten beter bruikbaar zijn voor beleidsvorming. Specifieke onderzoeken en evalua es die verder inzoomen op lokaal, wijk-, instellings-, loca e- of interven eniveau vallen buiten deze analyse, maar worden wel betrokken bij de verdere uitwerking van de ac elijnen in het regionaal programma.

1.1.2.

Uitgangspunten van de analyse

Bij het opstellen van deze analyse zijn drie uitgangspunten gehanteerd: 1. Focus op jongeren in Haaglanden met aandacht voor verhoogde uitvalrisico’s De analyse omvat alle jongeren van 12 tot 27 jaar in de regio Haaglanden. Binnen deze groep wordt specifiek gekeken naar jongeren met een verhoogde kans op maatschappelijke uitval, die vaak ondersteuning nodig hebben vanuit meerdere domeinen. Omdat veel verschillende par jen betrokken zijn, is de analyse bewust overzichtelijk gehouden en is detailniveau beperkt. 5

2. Inzicht door benchmarking met vergelijkbare regio’s Om regionale cijfers goed te kunnen duiden, worden deze vergeleken met cijfers uit andere, vergelijkbare regio’s. In plaats van een vergelijking met alleen het landelijke gemiddelde, is gekozen voor benchmarkregio’s die lijken op Haaglanden in bevolkingssamenstelling en stedelijk karakter. Hiervoor is gebruikgemaakt van de LPBL-tool regio-analyse, die landelijke databestanden ontsluit en vergelijkingen mogelijk maakt op basis van drie criteria: o

percentage minimahuishoudens (maat voor sociaaleconomische kwetsbaarheid)

o

bevolkingsdichtheid (maat voor stedelijkheid)

o de verdeling van huishoudens over gemeenten. Voor Haaglanden zijn op basis hiervan de volgende benchmarkregio’s geselecteerd: Amsterdam, Arnhem, Zuid-Limburg, Nijmegen en Rijnmond. Daarnaast wordt voor voor jdig schoolverlaten ook Utrecht meegenomen, zodat trends uit de vorige analyse gevolgd kunnen blijven worden. 3. Inzoomen op regionale én lokale verschillen We vergelijken de regio niet alleen met landelijke trends en met trends in benchmarkregio’s maar onderzoeken ook ac ef de verschillen binnen de regio Haaglanden. Zo laten we zien hoe bevolkingssamenstelling en economische structuur per gemeente uiteenlopen. Deze inzichten maken duidelijk waar samenwerking nodig is en waar kansen liggen. De data helpen onderwijs, het gemeentelijk doorstroompunt, de afdelingen Par cipa e, Werk & Inkomen, zorg en welzijn en werkgevers om het gesprek te voeren en samen gerichte keuzes te maken.

1.1.3.

Dataverzameling en -weergave

Voor deze analyse zijn gegevens en inzichten verzameld uit verschillende regionale samenwerkingsstructuren waarin gemeenten en scholen par ciperen. De cijfers over voor jdig schoolverlaten zijn geactualiseerd naar het schooljaar 2022–2023, met gebruik van de LPBL-tool en aanvullende bronnen zoals de DUO-dashboards Voor jdig schoolverlaten en Jongeren in kwetsbare posi e, en cijfers van het CBS. Daarnaast zijn (waar relevant) data van andere par jen zoals SBB, UWV en Spirit4You toegevoegd. In de analyse wordt gestreefd naar een weergave in zowel aantallen als percentages. Percentages maken vergelijking mogelijk, terwijl absolute aantallen inzicht geven in de omvang van de benodigde inzet. Hoewel geprobeerd is de data te laten aansluiten op de brede doelgroepdefini es uit het wetsvoorstel Van School naar Duurzaam Werk, blijkt dit in de prak jk nog las g. Jongerendata worden momenteel verzameld op basis van uiteenlopende wet- en 6

regelgeving, elk met eigen defini es en kaders. Waar nodig zijn daarom oude indelingscriteria gebruikt, mits dit herkenning of trendanalyse ondersteunt. Een overzicht van de gehanteerde begrippen is opgenomen in Bijlage 1. Voor de toekoms ge monitoring en evalua e van het nieuwe programma blij het streven gericht op een samenhangende en consistente wijze van dataverzameling, zodat ontwikkelingen beter vergelijkbaar en inzichtelijk worden.

2. De regio Haaglanden in beeld Het voorkomen van voor jdig schoolverlaten (vsv) en het bevorderen van duurzame arbeidsdeelname zijn complexe maatschappelijke opgaven die in sterke mate worden beïnvloed door contextuele factoren. Het vergelijken van onderwijs- en arbeidsmarktgegevens tussen regio’s of gemeenten, zonder rekening te houden met verschillen in bijvoorbeeld bevolkingssamenstelling of werkgelegenheidsstructuur, kan leiden tot een beperkt of vertekend beeld. Om de cijfers over onderwijs en arbeidsmarkt in de juiste context te plaatsen, wordt in dit hoofdstuk aanvullende informa e gepresenteerd over de regio Haaglanden. De regio wordt beschreven aan de hand van relevante demografische en sociaal-economische kenmerken. Paragraaf 2.1 behandelt de sociaal-maatschappelijke context op basis van de SES-WOA-score, het opleidingsniveau en de lee ijdsopbouw. Paragraaf 2.2 richt zich op jongeren en jongvolwassenen in Haaglanden, met aandacht voor hun leefomstandigheden en welzijn. Tot slot wordt de onderwijsloopbaan geanalyseerd om inzicht te bieden in de belangrijkste kansen en knelpunten gedurende de schoolperiode en de overgang naar vervolgonderwijs of arbeidsmarktdeelname.

2.1 Demografische gegevens regio Haaglanden 2.1.1 Lee ijdsopbouw De lee ijdsgroep 12 tot 27 jaar is een belangrijke doelgroep voor het voorkomen van voor jdige schooluitval en de begeleiding naar duurzaam werk. De omvang van deze groep verschilt per gemeente in de regio Haaglanden. Den Haag telt met ruim 117.000 jongeren in deze lee ijdscategorie het hoogste aantal, gevolgd door Zoetermeer (23.468), Westland (21.184) en Del (33.386). In Del is de groep 18–27 jarigen (28.195) duidelijk groter dan de groep 12–17 jarigen (5.191), wat aansluit bij het karakter van Del als studentenstad. 7

Tabel 1. Aantal personen van 0 tot en 27 jaar in gemeente in regio Haaglanden (2024) Aantal Aantal 12-17 jarigen 18-27 jarigen

Totaal aantal 1227 jarigen

Del Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland

5.191 37.386 5.271 1.439 5.067 3.572 2.392 8.164

28.195 80.585 7.250 2.055 6.569 6.207 2.481 13.020

33.386 117.971 12.521 3.494 11.636 9.779 4.873 21.184

Zoetermeer

9.204

14.264

23.468

Bron: CBS – Bevolking naar lee ijd en geslacht

2.1.2 Sociaal economische situa e Onderzoek laat zien dat onderwijsresultaten en maatschappelijke uitval sterk samenhangen met de sociaaleconomische status (SES) van inwoners. In gebieden met een lagere SES komen lagere doorstroomresultaten en een hoger risico op voor jdige schooluitval vaker voor, vooral bij geconcentreerde achterstanden. Lee ijd, opleidingsniveau en welzijn spelen eveneens een rol: jongeren in oudere lee ijdsgroepen en op lagere mbo-niveaus (1 en 2) verlaten vaker het onderwijs zonder startkwalifica e en hebben een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Welzijnsaspecten zoals mentale gezondheid en een s mulerende leefomgeving beïnvloeden hun ontwikkelkansen. De sociaaleconomische posi e in de regio Haaglanden, gemeten via de SES-WOA-score, bleef tussen 2020 en 2022 in de meeste gemeenten stabiel of verbeterde licht. De regionale verschillen zijn echter groot, zowel tussen gemeenten als tussen wijken. Pijnacker-Nootdorp en Midden-Delfland scoren structureel het hoogst; Pijnacker-Nootdorp laat een lichte s jging zien, Midden-Delfland blij rela ef stabiel. Ook Leidschendam-Voorburg, Westland, Wassenaar, Zoetermeer en Rijswijk laten posi eve, zij het beperkte, verbeteringen zien. Den Haag en Del liggen structureel onder het regionale gemiddelde, al is in 2022 een lichte s jging zichtbaar.

Del vormt een bijzonder geval: ondanks de lage SES-score kent de stad een rela ef grote studentenpopula e met overwegend een startkwalifica e. Dit roept de vraag op in hoeverre de lage SES-score daadwerkelijk wijst op een verhoogd risico op uitval, en bij welke groepen jongeren dat vooral geldt. Nadere analyse is nodig om risicogroepen beter te duiden.

8

Figuur 1. SES-WOA-score regio Haaglandeni

BRON: CBS, 2022

2.1.3 Opleidingsniveau Het opleidingsniveau in de regio Haaglanden varieert per gemeente en wijkt op meerdere punten af van het landelijke gemiddelde. Binnen gemeenten bestaan bovendien aanzienlijke verschillen tussen wijken en gebieden. In de bijbehorende grafiek wordt onderscheid gemaakt tussen drie opleidingsniveaus: laag, middelbaar en hoog. Aan deze indeling is geen waardeoordeel gekoppeld; de termen worden uitsluitend gebruikt om verschillen in opleidingsniveaus tussen gemeenten inzichtelijk te maken. Wassenaar hee het hoogste aandeel hoogopgeleiden, ruim boven het landelijk gemiddelde van 33%, gevolgd door Del en Leidschendam-Voorburg. In Westland en Zoetermeer ligt dit aandeel duidelijk lager. Den Haag kent het hoogste percentage laagopgeleiden, gevolgd door Westland en Zoetermeer; in alle drie de gemeenten ligt dit boven het landelijke gemiddelde. Del en Wassenaar hebben juist het laagste aandeel laagopgeleiden. Het aandeel middelbaar opgeleiden varieert minder sterk, maar is rela ef hoog in Zoetermeer (44%) en Westland (46%), wat wijst op een groot aantal mbo-gediplomeerden en een kleiner aandeel hoogopgeleiden.

9

Figuur 2. Opleidingsniveau 15-75 jarigen (2023)

Bron: CBS, 2023 laag (donkerblauw), middelbaar (blauw) en hoog (lichtblauw)1.

2.2 Welbevinden van jongeren en jongvolwassenen 2.2.1 Financiële situa e Moeite met rondkomen Jongvolwassenen (16 tot 26 jaar) in de regio Haaglanden ervaren verschillen in de mate waarin zij kunnen rondkomen, mede a ankelijk van hun opleidingsniveau. Gemiddeld hee 30% van de ondervraagden moeite om financieel rond te komen. De problema ek is het grootst onder jongvolwassenen met een achtergrond in het (voortgezet) speciaal onderwijs, prak jkonderwijs, vmbo of mbo 1: 34,7% ervaart financiële stress. Ook onder hbo- en wo-geschoolden komt financiële druk rela ef vaak voor (31,1%), wat duidt op bredere economische knelpunten die ook hoger opgeleiden raken. Ondervraagde jongvolwassenen met een havo-, vwo- of mbo 2/3/4-opleiding rapporteren dit minder vaak (27,8%), al blij financiële krapte ook voor deze groep een aandachtspunt. De resultaten benadrukken het belang van maatwerk in financiële ondersteuning en begeleiding, mogelijk afgestemd op opleidingsniveau en sociaaleconomische achtergrond.

Hoewel de terminologie van hoog, middelbaar en laag in het werkveld steeds vaker verschuift naar onderscheid in mate van praktisch of theoretische opgeleiden, is het op basis van de huidige stand van dataverzameling niet haalbaar om die lijn door te trekken in deze analyse (18 april 2025| CBS). 1

10

Figuur 3. Moeite te hebben met rondkomen naar opleidingsniveau, jongvolwassenen* (2024)

gemiddelde regio Haaglanden Jongvolwassenen

30%

hbo/wo

31,1%

havo/vwo/mbo2/3/4

27,8%

geen/vso/pro/vmbo/mbo1

34,7%

0,0% 5,0% 10,0% 15,0% 20,0% 25,0% 30,0% 35,0% 40,0% Bron: Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen, 2024 (GGD-Haaglanden) *hoogst behaalde of nu nog aan het volgen opleidingsniveau

Studieschulden In de regio Haaglanden maakt 21,6% van de ondervraagde jongvolwassenen zich zorgen over een (toekoms ge) studieschuld, terwijl 35,2% aangee daadwerkelijk een schuld te hebben. Tussen gemeenten bestaan duidelijke verschillen. De percentages liggen het hoogst in Del , gevolgd door Den Haag, wat vermoedelijk samenhangt met de omvangrijke studentenpopula e in Del en de lagere sociaaleconomische posi e van jongeren in Den Haag. In Westland, Midden-Delfland, Wassenaar en Pijnacker-Nootdorp liggen de percentages aanzienlijk lager. Westland kent de laagste waarden, met 6,1% die zich zorgen maakt en 14,1% die een studieschuld hee . Tabel 2. Studieschuld, jongvolwassenen 16-26 jaar (2024) Jongvolwassenen die zich zorgen maken over studieschuld (%) Gemiddelde regio Haaglanden 21,6%

Jongvolwassenen die aangeven studieschuld te hebben (%)* 35,2%

Del

35,2%

55,7%

Den Haag

26,3%

40,7%

Leidschendam-Voorburg

16%

26,6%

Midden-Delfland

10,3%

18,6%

Pijnacker-Nootdorp

11,7%

20,4%

Rijswijk

19,7%

34,0%

Wassenaar

10,4%

23,3%

Westland

6,1%

14,1%

Zoetermeer

14,2%

24,9%

Bron: Gezondheidsmonitor, 2024 (GGD-Haaglanden)

11

Controle op geldzaken In 2024 gaf 24,4% van de jongvolwassenen in Haaglanden aan weinig controle te ervaren over hun geldzaken, een lichte daling ten opzichte van 2022 (25,5%). De hoogste percentages zijn te vinden in Den Haag (30,3%) en Del (27,1%), ondanks een kleine verbetering sinds 2022. Deze uitkomsten kunnen wijzen op financiële kwetsbaarheid onder jongeren in stedelijke en sociaaleconomisch zwakkere contexten. In Westland (12,7%), Midden-Delfland (13,5%) en Pijnacker-Nootdorp (14,4%) ligt dit aandeel aanzienlijk lager. Opvallend zijn de s jgingen in Rijswijk (22,8% naar 26,3%) en Wassenaar (15,4% naar 18,9%). Deze toename vraagt om nadere analyse. Lokale verschillen in trends benadrukken het belang van gerichte preven e en educa e in financiële vaardigheden. Tabel 3. Hee het gevoel weinig controle te hebben over geldzaken, jongvolwassenen 2022 Gemiddelde regio Haaglanden

25,5%

2024 24,4%

Del

31,6%

27,1%

Den Haag

31,9%

30,3%

Leidschendam-Voorburg

23,6%

20,9%

Midden-Delfland

16,2%

13,5%

Pijnacker-Nootdorp

19,9%

14,4%

Rijswijk

22,8%

26,3%

Wassenaar

15,4%

18,9%

Westland

18,2%

12,7%

Zoetermeer

22,8%

24,2%

Bron: Gezondheidsmonitor, 2024 (GGD-Haaglanden)

2.2.2 Jongeren tot 18 jaar met jeugdzorg Het aandeel jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt verschilt duidelijk tussen de gemeenten in Haaglanden. In 2023 lag het regionale gemiddelde op 13,5%, met enkele uitschieters. Zoetermeer kent het hoogste aandeel jeugdhulpgebruikers (17,8%), gevolgd door Del (16%) en Leidschendam-Voorburg (14,3%). Ook Den Haag hee een rela ef hoog en stabiel aandeel (14,2%). In Midden-Delfland (10,2%) en Wassenaar (11%) liggen de percentages lager, al s jgt het gebruik in Midden-Delfland sinds 2021. Ook in Pijnacker-Nootdorp en Westland is sprake van een geleidelijke toename. Deze groei kan wijzen op verbeterde signalering of een toenemende hulpvraag, onder meer door mentale problema ek of complexe thuissitua es. Landelijk blijkt dat jongens in de lee ijd 0–18 jaar vaker jeugdhulp krijgen dan meiden. In 2023 is echter de sterkste s jging van jeugdhulp zonder verblijf zichtbaar bij meiden van 12–18 jaar (18 april 2025 | Nederlands Jeugdins tuut).

12

Tabel 4. Percentage van de jeugdigen (0 – 18 jaar) dat jeugdhulp ontvangt per gemeente 2021 2022 Del

2023

16%

16,3%

16%

Den Haag

13,8%

14,2%

14,2%

Leidschendam-Voorburg

13,1%

14,3%

14,3%

Midden-Delfland

8,3%

9,6%

10,2%

Pijnacker-Nootdorp

11,1%

11,8%

12,6%

Rijswijk

12,8%

13,3%

13,6%

Wassenaar

10,9%

10,7%

11%

Westland

11,6%

11,8%

12,3%

Zoetermeer

15,5%

17,7%

17,8%

Bron: CBS – Indicatoren jeugdzorg

2.2.3 Psychische gezondheid jongvolwassenen (16 - 25 jaar) Stress, jongvolwassenen en jongeren In 2024 gaf 44,9% van de ondervraagde jongvolwassenen in Haaglanden aan (heel) vaak stress te ervaren. Het aandeel is het hoogst onder hbo- en wo-geschoolden (47,6%), wat duidt op een brede ervaren presta edruk, ook onder hoger opgeleiden. Ook onder scholieren in het voortgezet onderwijs neemt de stressbeleving toe. Tussen 2021 en 2023 steeg het aandeel dat (heel) vaak stress ervaart van 46% naar 51%. Onder havo- en vwo-leerlingen ligt dit aandeel in 2023 op 53,6%, terwijl het binnen het vmbo toenam van 40,0% naar 48,9%. Deze ontwikkeling wijst op toenemende mentale druk onder jongeren, ongeacht opleidingsniveau, en vraagt om blijvende aandacht voor veerkracht en welzijn. Tabel 5. % jongvolwassenen dat (heel) vaak stress ervaart naar opleidingsniveau (2024) Ervaart (heel) vaak stress gemiddelde regio Haaglanden

44,9%

geen/vso/pro/vmbo/mbo1

43,4%

havo/vwo/mbo2/3/4

42%

hbo/wo

47,6%

Bron: Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen, 2024 (GGD-Haaglanden)

13

Figuur 4. % jongeren in het voortgezet onderwijs dat (heel) vaak stress ervaart naar opleidingsniveau 53,6% 50,9%

havo/vwo

48,9%

vmbo

40%

51%

Gemiddeld regio Haaglanden

46% 0%

10%

20%

2023

30%

40%

50%

60%

2021

Bron: Gezondheidsmonitor Jeugd, 2024 (GGD-Haaglanden)

Stressbronnen onder jongeren en jongvolwassenen In 2024 vormen studie of school met 33% de belangrijkste bron van stress onder jongvolwassenen, gevolgd door hoge eigen verwach ngen (25,4%). Beide factoren laten een lichte daling zien ten opzichte van 2022, maar blijven dominant. Ook werk (22,4%), rela es (22,3%) en verwach ngen van anderen (21,1%) worden vaak genoemd, met stabiele aandelen. Zorgen over gezondheid (13,7%) en iden teit (4,0%) worden minder vaak genoemd. Bijna de hel van de jongeren ervaart stress op meerdere gebieden tegelijk. Ook onder jongeren in het vo blij schoolgerelateerde druk de belangrijkste stressbron. In 2023 noemt 38,2% school of huiswerk als voornaamste oorzaak van stress, een lichte s jging ten opzichte van 2021 (37,1%). Daarnaast neemt stress door verplich ngen buiten school (29,4%) en zorgen over beoordeling door anderen (19,8%) verder toe.

Tabel 6. % jongvolwassenen dat (zeer)vaak stress ervaart per gebied 2022 35,2% 28,5% 28,3% 22,3% 22,2% 20,9% 18,5% 17,5% 16,1% 10,6% 7,4% 5,3% 44,5%

studie of school eigen eisen alles wat hij/zij moet doen familie, vrienden of rela e werk of bijbaan verwach ngen wat anderen van hem/haar vinden geldzaken/schulden eigen gezondheid eigen woonsitua e sociale media eigen iden teit Stress op twee of meer gebieden Bron: Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen, 2024 (GGD-Haaglanden)

14

2024 33% 25,4% 23,9% 22,3% 22,4% 21,1% 18,2% 17,5% 13,7% 10,8% 7,9% 4% 42,3%

Tabel 7. % jongeren in het voortgezet onderwijs dat (zeer)vaak stress ervaart per gebied 2021

2023

gestrest door school of huiswerk

37,1%

38,2%

gestrest door alles wat hij/zij moet doen

26,2%

29,4%

gestrest over mening van anderen

14,5%

19,8%

gestrest door eigen problemen

13,3%

16,3%

gestrest door situa e thuis

7,4%

10,1%

Bron: Gezondheidsmonitor Jeugd, 2024 (GGD-Haaglanden)

Omgaan met stressvolle situa es, jongvolwassenen In 2024 gaf 25,7% van de ondervraagde jongvolwassenen in Haaglanden aan moeite te hebben met stressvolle situa es. De percentages liggen het hoogst in Den Haag (28,8%), Midden-Delfland (28,2%) en Zoetermeer (27,8%). Tegelijker jd gaf 34% van de jongvolwassenen aan géén moeite te ervaren in stressvolle situa es. In Westland (37,3%) en Del (39,3%) ligt dit aandeel het hoogst. Figuur 5. % jongvolwassenen dat aangee moeilijk om te kunnen gaan met stressvolle situa es

Regio Haaglanden

25,7%

Zoetermeer

27,8%

29,3%

34%

31,2%

28,7%

Westland

23,5%

Wassenaar

24,8%

30%

34,1%

Rijswijk

25,3%

31,1%

31,1%

Pijnacker-Nootdorp

27%

20,3%

Midden-Delfland

30,4%

28,2%

Leidschendam-Voorburg

22,8%

Den Haag

36,7%

31%

37,3% 29%

22,3% 0%

10%

34,3%

25,7%

28,8%

Delft

37,3%

32%

28,4% 20%

(helemaal) eens

30%

40%

niet eens/oneens

39,3% 50%

60%

70%

80%

90%

100%

(helemaal) oneens

Bron: Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen, 2024 (GGD-Haaglanden)

Weerbaarheid, jongvolwassenen In 2024 gaf 83,2% van de ondervraagde jongvolwassenen in Haaglanden aan zich weerbaar te voelen. Dit aandeel is het hoogst onder jongeren met een afgeronde hbo- of wo-opleiding of een diploma op havo-, vwo- of mbo-niveau 2, 3 of 4 (83,8%). Jongeren zonder startkwalifica e of met een achtergrond in het speciaal, prak jk- of vmbo-onderwijs voelen zich minder weerbaar (75,7%). 15

Ook in ervaren sociale steun bestaan duidelijke verschillen. Gemiddeld gee 87,8% van de jongvolwassenen aan iemand in de directe omgeving te hebben bij wie zij terechtkunnen met (persoonlijke) problemen. Jongeren met een hbo- of wo-opleiding noemen dit het vaakst (91%), terwijl jongeren zonder startkwalifica e of met een opleiding op of onder mboniveau 1 lager scoren (79,4%). Figuur 6. % jongvolwassenen dat aangee zich voldoende weerbaar te voelen, naar opleidingsniveau

Gemiddeld regio Haaglanden

83,20%

hbo/wo

83,8%

havo/vwo/mbo2/3/4

83,8%

geen/vso/pro/vmbo/mbo1

75,7% 70%

72%

74%

76%

78%

80%

82%

84%

86%

Bron: Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen, 2024 (GGD-Haaglanden)

Figuur 7. % jongvolwassenen dat aangee bij iemand terecht te kunnen bij problemen/zorgen naar opleiding

Hbo/wo

91%

Havo/vwo/mbo2/3/4

85,8%

Geen/vso/pro/vmbo/mbo1

79,4%

Gemiddelde regio Haaglanden

87,8% 72%

74%

76%

78%

80%

Bron: Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen, 2024 (GGD-Haaglanden)

16

82%

84%

86%

88%

90%

92%

2.3 Schoolloopbaan van 4 tot 27 jaar Ongeveer 6% van de leerlingen stroomt na de basisschool door naar het prak jkonderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs2. De overgrote meerderheid (94%) vervolgt het onderwijs binnen het reguliere voortgezet onderwijs. Binnen het voortgezet onderwijs vindt na de onderbouw een differen a e plaats naar opleidingsniveaus. In 2023/2024 stroomt circa 55% van de leerlingen door naar havo of vwo, terwijl 38% naar het vmbo gaat. Ten opzichte van 2018/2019 is sprake van een duidelijke verschuiving: des jds ging 48% naar havo of vwo en 46% naar vmbo. Niet alle leerlingen die starten op havo of vwo behalen een startkwalifica e. Zo verlaat 1,7% het onderwijs voor jdig. Onder vmbo-leerlingen ligt dit percentage op 1,1%. De meeste jongeren die zonder startkwalifica e uitvallen, doen dat echter in het mbo. In Haaglanden verlaat circa 9% van de studenten op mbo-niveau 2, 3 of 4 de opleiding zonder diploma. Bij mbo niveau 1 ligt dit aandeel op 1,1%. Binnen het mbo is ook een ontwikkeling zichtbaar in de doorstroom naar het hoger onderwijs. Het totale percentage studenten (niveau 2 t/m 4) dat doorstroomt naar het hbo is gestegen van 15% in 2018/2019 naar 17% in 2023/2024. Daar staat tegenover dat de doorstroom vanuit mbo niveau 4 is gedaald: van 30% in 2019 naar 25% in 2024 (bron: S4Y).

Figuur 8. Reis van de leerling door het onderwijs (regio Haaglanden): 2022-2023

Bron: Evalua e regionaal programma vsv (LPBL 2022) en Tool LPBL 2025

2

Waarbij het vso verschillende uitstroomprofielen kent (dagbesteding, arbeid, vervolgonderwijs).

17

Schoolloopbaan leerlingen regio Haaglanden t.o.v. de benchmark en Nederland De verdeling van leerlingen over onderwijssoorten in Haaglanden wijkt op enkele punten af van landelijke en benchmarkcijfers. Het aandeel leerlingen in het prak jkonderwijs (pro) en voortgezet speciaal onderwijs (vso) bedraagt in Haaglanden samen circa 7%, gelijk aan het landelijke gemiddelde en aan het niveau van de benchmarkregio (7%). Ook in Den Haag is dit aandeel 7%. Opvallend is dat het gemiddelde in de benchmarkgemeenten (BM-gemeenten) hoger ligt, met 9%. Figuur 9: Percentage pro-leerlingen vso-leerlingen

Landelijk gemiddelde

7%

BM-gemeenten

9%

's-Gravenhage (gemeente)

7%

BM-Regio's

7%

Regio Haaglanden/Westland

7% 0%

1%

2%

3%

4%

5%

6%

7%

8%

9%

10%

Bron: Tool LPBL 2025

Pro- en vso-leerlingen In Haaglanden is het aandeel leerlingen in het prak jkonderwijs hoog. Waar dit aandeel in de benchmarkregio’s 45% bedraagt, ligt het in Haaglanden op 62%. Dit hangt vermoedelijk samen met het rela ef grote aantal jongeren dat een Entree-opleiding volgt op een proloca e; zij staan formeel ingeschreven bij een mbo-instelling, maar volgen hun opleiding binnen het prak jkonderwijs. De uitstroom vanuit het voortgezet speciaal onderwijs naar vso-dagbesteding ligt op een vergelijkbaar niveau met de benchmarkregio’s. Het aandeel jongeren dat uitstroomt naar de arbeidsmarkt (12% tegenover 19%) en vervolgonderwijs (16% tegenover 25%) is echter duidelijk lager.

18

Figuur 10. Verdeling leerlingen pro en vso regio Haaglanden en benchmarkregio’s

100% 16% 80%

25%

12% 10%

19%

60%

11% 40% 62% 45%

20%

0% Haaglanden/Westland PRO

vso-dagbesteding

BM-Regio's vso-arbeidsmarkt

vso-vervolgonderwijs

Bron: Tool LPBL 2025

Doorstroom leerlingen regulier onderwijs Binnen het reguliere voortgezet onderwijs valt op dat het aandeel havo/vwo-leerlingen in Haaglanden (55%) hoger is dan zowel het landelijke gemiddelde (47%) als dat van de benchmarkregio (53%). Daartegenover staat dat het aandeel vmbo-leerlingen lager is: 38% tegenover 46% landelijk. Ook in de doorstroom naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) zijn verschillen zichtbaar. In Haaglanden stroomt 46% van de leerlingen door naar mbo-niveau 2, 3 of 4, lager dan het landelijke percentage van 53%. De instroom in mbo-niveau 1 is beperkt en bedraagt in alle gebieden 3%. Uit de regionale doorstroomcijfers van Spirit4You (zie Figuur 11 en 12) blijkt dat vmboleerlingen met een diploma rela ef vaak doorstromen naar de hogere mbo-niveaus of – bij de GTL – naar de havo. Tegelijker jd nemen de slagingspercentages in het vo af en s jgt het aantal ongediplomeerde doorstromers naar het mbo. In 2023 betrof dit in Haaglanden circa 440 vmbo-leerlingen (7%). Deze trend is ook landelijk zichtbaar, maar minder sterk dan in Haaglanden. Bij havisten is sprake van een duidelijke toename van het aantal ongediplomeerde leerlingen dat doorstroomt naar het mbo, vermoedelijk op basis van een overgangsbewijs naar havo 4.

Landelijk onderzoek laat zien dat dit vooral doorstromers betre van vmbo g/t (mavo) naar havo en leerlingen die zijn blijven zi en in havo 4; slechts een kleine groep stroomt rechtstreeks door vanuit het primair onderwijs. Monitoringsgegevens van Spirit4You laten bovendien zien dat binnen het mbo het aandeel studenten op niveau 4 al jaren langzaam 19

groeit. Ook neemt het aandeel vrouwelijke studenten toe naarmate het opleidingsniveau s jgt, terwijl op niveau 3 rela ef veel studenten ouder dan 23 jaar zijn. Figuur 11. Percentage instroom ongediplomeerde studenten in het mbo

Bron: Monitoringsrapportage 2024, Spirit4You

Figuur 12. Aantal instromers vanuit havo in het mbo, regio Haaglanden

Bron: Monitoringsrapportage 2024, Spirit4You

20

Gekwalificeerde uitstroom Van de leerlingen die hun schoolloopbaan starten in het basisonderwijs binnen de regio Haaglanden behaalt uiteindelijk 83,5% een startkwalifica e (zie Figuur 8). Dit betekent dat 16,5% het onderwijs verlaat zonder een diploma op ten minste havo-, vwo- of mbo-niveau 2. Deze norm geldt als minimale vereiste voor duurzame deelname aan de arbeidsmarkt en volwaardige maatschappelijke par cipa e. Leerlingen die het onderwijs verlaten met uitsluitend een vmbo-diploma voldoen nog niet aan deze norm; voor hen is het noodzakelijk om minimaal twee jaar een beroepsopleiding te volgen en met succes af te ronden. Jongeren die na het behalen van een vmbo-diploma geen vervolgopleiding volgen en niet deelnemen aan de arbeidsmarkt worden aangemerkt als vsv’ers. Dit geldt eveneens voor jongeren die het onderwijs verlaten met een mbo-1-diploma zonder doorstroom naar vervolgonderwijs of werk. Daarnaast vallen jongeren tot 23 jaar onder de vsvdefini e wanneer zij gedurende een periode van meer dan één maand ongeoorloofd afwezig zijn uit het onderwijs. Deze criteria onderstrepen het belang van jdige signalering en begeleiding jdens overgangsmomenten, evenals een sluitende aanpak ten aanzien van verzuim en herinschrijving.

Bij de interpreta e van vsv-cijfers dient in aanmerking te worden genomen dat vsv een belangrijke indicator vormt voor poten ële maatschappelijke uitval, maar geen absolute voorspeller is. Ongeveer een kwart van de vsv’ers behaalt alsnog een diploma en vermindert daarmee het risico op uitval. Niet iedere jongere zonder diploma raakt maatschappelijk uitgesloten, en een startkwalifica e biedt evenmin garan e op sociaaleconomische zelfstandigheid. Vsv-cijfers moeten daarom al jd in samenhang met andere relevante indicatoren worden beschouwd.

Vergelijking startkwalifica es 2022/2023 t.o.v. 2018/2019 Het aandeel jongeren dat het onderwijs verlaat met een startkwalifica e is in de regio Haaglanden gestegen van 82,3% in 2018/2019 naar 83,5% (bron: LPBL). Tegelijker jd is het aandeel ongediplomeerde uitstroom vanuit havo/vwo toegenomen van 1,5% naar 1,7%, terwijl dit in het vmbo juist daalde van 1,4% naar 1,1%. Daarmee hee havo/vwo inmiddels een groter aandeel in de totale ongekwalificeerde uitstroom dan het vmbo. Binnen het mbo (niveau 2 t/m 4) is het aandeel ongekwalificeerde uitstroom gedaald van 10,3% naar 9%, terwijl ook het aandeel gekwalificeerde uitstroom op deze niveaus afnam van 22,2% naar 15,7%. De toename van doorstroom naar havo/vwo en van mbo naar hbo resulteert in een rela ef groot aandeel jongeren dat het hoger onderwijs verlaat met een startkwalifica e, al behaalt niet iedereen een bachelordiploma. Zowel de toename van het percentage jongeren dat doorstroomt naar havo/vwo als de s jging van het aantal doorstromers vanuit het mbo naar het hbo resulteert in een rela ef hoog aandeel jongeren dat vanuit het hoger onderwijs uitstroomt met een startkwalifica e. 21

Dit betekent echter niet dat alle jongeren die het hbo gekwalificeerd verlaten dit doen met een bachelor-diploma. Uit monitoringsgegevens van Spirit4You blijkt dat van de havisten (inclusief circa 5% vavo) die in 2022/2023 begonnen aan een vol jdse hbo-bachelor in Haaglanden, het jaar daarop 40% niet meer stond ingeschreven. Van hen was 14,2% uitgevallen en 27,4% overgestapt naar een andere opleiding. Een deel keert later terug naar het onderwijs. Vijf jaar na de start van een hbo-opleiding hee landelijk bijna 50% van de havisten een diploma behaald, een dalende trend. In Haaglanden ligt dit percentage lager (43,5%), maar na acht jaar is het verschil klein: 72% van de studenten hee dan een diploma, slechts 2 procentpunt onder het landelijke gemiddelde (74%). Voor mbo-doorstromers zijn de uitvalcijfers in het eerste hbo-jaar vergelijkbaar met die van havisten, al stoppen zij vaker volledig met hun studie, terwijl havisten eerder switchen. Onder mbo-doorstromers is de uitval iets lager bij vrouwen dan bij mannen. Al is dit verschil minder groot dan bij havisten. Lee ijd vormt eveneens een relevante factor: studenten van 20 tot 24 jaar vallen vaker uit dan jongere studenten, zowel wat betre studiestaking als volledige uitval. De uitval concentreert zich vooral in opleidingen binnen het onderwijs en de sociale studies.

Deze bevindingen benadrukken het belang van goede voorbereiding, loopbaanbegeleiding en nazorg bij de overgang van mbo naar hbo, met extra aandacht voor sectoren en groepen met een verhoogd risico op uitval. Startkwalifica es - vergelijking met benchmark Met betrekking tot voor jdig schoolverlaten vanuit het mbo laat de regio Haaglanden op meerdere punten een guns ger beeld zien dan het landelijke en benchmarkgemiddelde. Het aandeel studenten dat het mbo verlaat vanaf niveau 1 zonder startkwalifica e bedraagt in Haaglanden 1,1%. Dit ligt onder zowel het landelijke gemiddelde als dat van de benchmarkregio’s (beide 1,4%). Het grootste aandeel uitval vindt plaats op mbo-niveau 2 tot en met 4. In Haaglanden verlaat 9% van deze studenten het onderwijs voor jdig, tegenover 9,9% landelijk en 10,1% in de benchmarkregio’s. Ook het totale aandeel mbo-studenten dat zonder startkwalifica e het onderwijs verlaat ligt in Haaglanden lager dan elders: 16,5% tegenover 17,3% landelijk en 18,8% in de benchmarkregio. Deze cijfers wijzen op een rela ef sterke posi e van de regio Haaglanden binnen de vergelijking met andere stedelijke regio’s. Tegelijker jd blij het aandeel uitval op mbo-niveau 2 tot en met 4 fors en vraagt dit om blijvende inzet op begeleiding, doorstroom en het bieden van perspec ef na uitval.

22

Figuur 13. Reis van de leerling door het onderwijs, benchmark en landelijk gemiddelde

Bron: LPBL-tool Cijfers zijn in tabelvorm toegevoegd als Bijlage 2.

23

3. Voor jdig schoolverlaten In dit hoofdstuk staat voor jdig schoolverlaten (vsv) centraal. Zoals eerder toegelicht, dienen vsv-cijfers breder te worden geïnterpreteerd dan enkel op basis van het al dan niet behalen van een startkwalifica e. Al geruime jd vormen deze cijfers een belangrijke indicator voor het volgen van onderwijsloopbanen van jongeren. Door de aantoonbare samenhang tussen het bezit van een startkwalifica e en duurzame arbeidsmarktdeelname bieden vsv-cijfers tevens inzicht in het risico op maatschappelijke uitval. De vsv-cijfers voor het vo in de regio Haaglanden bieden geen volledig beeld van alle jongeren die het onderwijs verlaten. Thuiszi ers ,jongeren van twaalf jaar en ouder die vastlopen in het onderwijs en jdelijk of langdurig geen school bezoeken, worden niet meegenomen in de vsv-registra e. Pas wanneer zij de lee ijd bereiken waarop zij niet langer onder de leerplicht vallen en binnen de vsv-defini e worden opgenomen, worden zij zichtbaar in de sta s eken. De toename van vsv binnen het vo en de verschuiving rich ng havo/vwo benadrukken de noodzaak van een betere afstemming tussen lokale en subregionale interven es voor thuiszi ers en de bestaande aanpakken rond vsv.

Een meer precieze inscha ng van het aantal thuiszi ers, hun onderwijs- en ondersteuningsbehoe en en de mogelijke overlap met scholen of doelgroepen waar het aandeel vsv rela ef hoog is, kan bijdragen aan het bepalen in hoeverre samenwerkingsverbanden in het vo intensiever zouden moeten samenwerken met partners binnen de doorstroomregio. Dit vraagt om een structurele verbinding tussen leerlingenzorg, leerplicht, onderwijs en de regionale vsv-aanpak. Ook jongeren met een formele vrijstelling van de leerplicht zijn niet opgenomen in de vsvcijfers. Hoewel zij formeel geen thuiszi ers zijn, hebben zij vaak wel behoe e aan vormen van onderwijs of ondersteuning die zijn afgestemd op hun individuele situa e. Daarnaast worden jongeren die uitvallen jdens hun eerste jaar in een interna onale schakelklas (ISK) niet afzonderlijk geregistreerd binnen de vsv-cijfers. Hierdoor ontbreekt zicht op een mogelijk extra kwetsbare groep jongeren, mede vanwege taalachterstanden en een beperkte aanslui ng op het reguliere onderwijstraject. De beperkingen van de bestaande datakaders maken duidelijk dat het noodzakelijk is om, naast de monitoring van vsv, aanvullende signaleringssystemen te ontwikkelen waarmee alle risicojongeren jdig in beeld kunnen worden gebracht en passend kunnen worden ondersteund.

24

3.1 Regionale cijfers voor jdig schoolverlaten 3.1.1 Geslacht en lee ijd van voor jdig schoolverlaters regio Haaglanden Het aantal voor jdig schoolverlaters (vsv’ers, t+1) is het hoogst onder 18-jarigen — de lee ijd waarop jongeren niet langer leerplich g zijn. Deze overgang markeert een kri sch moment in de onderwijsloopbaan en vormt daarmee een belangrijk aandachtspunt in het vsv-beleid. In de cijfers over 2022 is tevens een duidelijk patroon zichtbaar in de verdeling naar geslacht. Met uitzondering van de lee ijdsgroepen 14 en 15 jaar, is het aandeel jongens onder de vsv’ers in vrijwel alle lee ijdscategorieën hoger dan dat van meisjes. Op 16-jarige lee ijd zijn de verschillen nog beperkt, maar vanaf 18 jaar tekent zich een duidelijke omslag af: jongens vormen dan een significant groter deel van de voor jdige uitval. Figuur 14. Aantal vsv’ers (t+1) Haaglanden 2022-2023 naar geslacht en lee ijd 100% 90% 80%

3

42

229

162

102

85

432

303

185

17

18

19

20

man

vrouw

43 42

24

70%

13

60%

9

50% 40% 30%

6

108 63

25

20%

8

10%

2

0% 13

14

15

16

21

22

Bron: Duo/dashboard vsv

3.1.2 VSV in de regio ten opzichte van landelijk In de periode 2017/2018 tot en met 2022/2023 is het percentage vsv toegenomen, zowel landelijk als regionaal en gemeentelijk. Landelijk steeg het vsv-percentage van 1,9% naar 2,4%. Ook in de regio Haaglanden is sprake van een lichte s jging, van 2,3% naar 2,5%. Verdere analyse is nodig om te bepalen welke groepen, onderwijsniveaus en overstapmomenten hierbij een rol spelen. 25

Binnen de regio Haaglanden laat de gemeente Den Haag structureel de hoogste vsvpercentages zien. In 2017/2018 bedroeg dit 2,8%, oplopend tot 3% in 2022/2023. Gedurende de gehele periode ligt Den Haag boven zowel het regionale als het landelijke gemiddelde. Wanneer Den Haag buiten beschouwing wordt gelaten, blij het regionale percentage onder het landelijke niveau.

Figuur 15. Ontwikkeling percentage vsv (t+1) regio Haaglanden, landelijk en contactgemeente (mbo en vo) 3,5% 3,0%

2,8%

2,5%

2,3%

2,9%

2,9%

2,4%

2,4% 2,0%

2,0% 1,9%

2,0%

2,3%

2,4%

2,0%

2,3%

3,0% 2,5% 2,4%

1,9% 1,7%

1,5% 1,0% 2017/2018

2018/2019

regio Haaglanden/Westland

2019/2020

2020/2021

gemeente Den Haag

2021/2022

2022/2023

landelijk gemiddelde

Bron: LPBL-Tool

3.1.3 Regio Haaglanden t.o.v. de benchmarkregio Een vergelijking van de vsv-percentages tussen de regio Haaglanden/Westland en de benchmarkregio’s over de periode 2017/2018 tot en met 2022/2023 laat een overwegend guns g beeld voor Haaglanden zien. In de eerste vier jaren van deze periode lagen de percentages in Haaglanden iets boven het benchmarkgemiddelde, wat overeenkomt met de grootstedelijke en sociaaleconomische kenmerken van de regio. Vanaf het schooljaar 2020/2021 verandert dit patroon: sindsdien scoort Haaglanden/Westland structureel lager dan de benchmark. De aanhoudend lagere cijfers ten opzichte van vergelijkbare regio’s onderstrepen dat Haaglanden/Westland zich, ondanks bekende risicofactoren, veerkrach g toont in het terugdringen van vsv.

26

Figuur 16. Percentage VSV regio Haaglanden en benchmarkregio 2,7%

2,8% 2,6% 2,2%

2,4% 2,2%

2,3%

2,0%

2,7%

2,3%

2,4%

1,8%

2,1%

1,9%

2,4%

2,5%

2,0%

2,0%

1,6% 1,4% 1,2% 1,0% 2017/2018

2018/2019

2019/2020 Haaglanden/Westland

2020/2021

2021/2022

2022/2023

Benchmark

Bron: LPBL-Tool

3.1.4 VSV’ers in de regio Haaglanden een jaar later (2017-2022) Om de cijfers over vsv goed te kunnen duiden, is het van belang te kijken welk deel van de jongeren binnen één jaar na uitval terugkeert naar het onderwijs. In Haaglanden blij in de afgelopen drie jaar 44% tot 49% van de vsv’ers één jaar na uitstroom geregistreerd als vsv’er, wat boven het landelijk gemiddelde ligt (40%–42%). Den Haag neemt binnen de regio een opvallende posi e in. Het aandeel terugkeerders naar onderwijs (25%) is vergelijkbaar met het regionale gemiddelde, maar het aandeel werkenden ligt met eveneens 25% duidelijk lager dan elders in de regio en in de benchmarkgebieden. Bovendien hee Den Haag structureel hogere percentages jongeren die één jaar na uitval nog als vsv’er geregistreerd staan, al was dit aandeel in 2021/2022 voor het eerst gelijk aan het gemiddelde van de benchmarkgemeenten.

27

Figuur 17. Een jaar later nog steeds VSV-er 60% 50%

47%

49% 43%

49%

46%

40%

40%

53% 45%

44%

49% 42%

44%

48%

48%

41%

30% 20% 10% 0% 2019/20

2020/21

Haaglanden/Westland

BM-Regio's

BM-gemeenten

Landelijk gemiddelde

2021/22 's-Gravenhage (gemeente)

Bron: LPBL-tool

In Haaglanden keert gemiddeld 25% van de vsv’ers binnen één jaar terug naar het onderwijs, terwijl 29% in die periode werk hee gevonden. De onderwijsinstroom ligt daarmee boven het landelijk gemiddelde (21%), maar het aandeel werkenden blij achter bij het landelijke niveau (35%). In vergelijking met de benchmarkregio’s en -gemeenten vertoont Haaglanden een vergelijkbaar patroon: ook daar keert circa 25% van de vsv’ers terug naar school en werkt 28% tot 32% binnen een jaar. Figuur 18. VSV-er na 1 jaar* 60% 50%

50%

46%

41%

40% 30%

47%

44%

25%

29%

35%

32% 25%

28%

25% 25%

25%

Naar school

Aan het werk

20% 10% 0%

Nog steeds VSV Bron: LPBL-tool *Grafiek toont het gemiddelde van 5 jaar.

28

24%

3.2 VSV in de regio Haaglanden – per gemeente 3.2.1 Verschillen tussen gemeenten in doorstroomregio Haaglanden Binnen Haaglanden bestaan duidelijke gemeentelijke verschillen in het vsv-percentage. Den Haag hee met 3% het hoogste aandeel, gevolgd door Del (2,8%) en Zoetermeer (2,6%). Deze bovengemiddelde waarden hangen mogelijk samen met complexere stedelijke en sociaaleconomische omstandigheden. Westland (1,3%), Midden-Delfland (1,5%), Wassenaar (1,6%) en Pijnacker-Nootdorp (1,7%) kennen juist structureel lagere percentages. Figuur 19. Percentage VSVt+1 binnen de regio Haaglanden (2022-2023)* 3,5% 3,0%

3,0%

2,8%

2,0% 1,5%

2,6%

2,3%

2,5% 1,7%

1,5%

1,7%

1,6%

1,3%

1,0% 0,5% 0,0%

Bron: LPBL-Tool

In absolute aantallen hebben Den Haag (1.069), Zoetermeer (249) en Del (146) in 2022– 2023 de meeste vsv’ers binnen Haaglanden. Deze aantallen weerspiegelen de omvang van de jongerenpopula e en onderstrepen de centrale rol van deze gemeenten binnen de regionale vsv-opgave. Hoewel Westland een laag vsv-percentage kent (1,3%), telt de gemeente door haar grote jongerenpopula e toch een aanzienlijk aantal vsv’ers. Dit toont dat niet alleen percentages, maar ook absolute aantallen bepalend zijn voor de benodigde inzet per gemeente.

Een deel van deze jongeren keert op termijn terug naar het onderwijs of de arbeidsmarkt. De absolute vsv-cijfers dienen daarom al jd in samenhang te worden bekeken met herinstroompercentages en de duur van de uitval.

29

Tabel 8. Aantal vsv-er t+1 Haaglanden 2022-2023 per gemeente Aantal nieuwe vsv Den Haag

1069

Delft Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Regio Haaglanden

146 87 22 89 81 29 115 249 1887

Regio Haaglanden ex DH Nederland

818 29702

Bron: Duo/Dashboard vsv

3.2.2 Percentage vsv per gemeente t.o.v. verwach ng op basis van minimahuishoudens Wanneer de vsv-percentages worden afgezet tegen het sociaaleconomisch profiel van de gemeenten, blijken Midden-Delfland en Rijswijk te presteren conform verwach ng: de uitvalcijfers sluiten aan bij de mate van sociaaleconomische kwetsbaarheid. In Zoetermeer, Del en Pijnacker-Nootdorp ligt het aandeel vsv juist hoger dan op basis van dit profiel zou worden verwacht. Opvallend zijn Den Haag, Westland en Wassenaar, waar het aandeel nieuwe vsv’ers lager ligt dan verwacht op basis van het aandeel minimahuishoudens. De presta es in deze gemeenten zijn daarmee guns ger dan het demografisch profiel doet vermoeden. Verdere analyse is nodig om de onderliggende factoren te verklaren.

30

Figuur 20. % vsv werkelijk t.o.v. verwach ng op basis van % minimahuishoudens 2,3%

Zoetermeer Westland

1,9%

1,3%

Wassenaar

1,6%

2,6%

1,9%

's-Gravenhage (gemeente) Rijswijk (ZH.) 1,5% 1,7% 1,5% 1,5%

Pijnacker-Nootdorp Midden-Delfland Leidschendam-Voorburg

1,7%

2,3% 2,3%

2,2% 2,5%

Delft 0,0%

0,5%

1,0%

1,5%

VSV-verwachting

3,6%

3,0%

2,0%

2,8% 2,5%

3,0%

3,5%

4,0%

% nieuwe VSV-ers

Bron: LPBL-tool

3.2.3 VSV-ers een jaar later (2017-2022) - uitgesplitst naar gemeente Het aandeel jongeren dat binnen een jaar na voor jdig schoolverlaten terugkeert naar het onderwijs varieert in Haaglanden beperkt en ligt in de meeste gemeenten tussen 24% en 26%. Alleen Midden-Delfland wijkt af van dit patroon, vermoedelijk door de kleine aantallen; dit vraagt om nadere duiding. Grotere verschillen bestaan in het aandeel vsv’ers dat binnen een jaar aan het werk is. Westland kent met 42% het hoogste aandeel werkende jongeren na schooluitval, gevolgd door Zoetermeer (35%) en Pijnacker-Nootdorp (34%). Figuur 21. VSV-er na één jaar per gemeente regio Haaglanden 100% 80% 60%

32%

30%

32%

34%

7% 26%

25%

42%

24%

26%

44%

42%

43%

Nog steeds VSV

Naar school

40% 20%

25%

68%

25% 25%

20% 24%

42% 21%

50%

57%

37%

0%

Bron: LPBL-tool Grafiek toont het gemiddelde van 5 jaar.

31

Aan het werk

Gemiddelde

35% 23% 42%

Wanneer de vij aarsgemiddelden van het percentage jongeren dat één jaar na uitval nog als vsv’er geregistreerd staat worden vergeleken met de absolute aantallen in het schooljaar 2022/2023, ontstaat het onderstaande beeld van de verdeling binnen de regio Haaglanden. Tabel 9. Na één jaar nog vsv Gemeente Del Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Den Haag

Aantal vsv t+1 146 87 22 89 81 29 115 249 1069

Percentage 42% 44% 68% 42% 43% 57% 37% 42% 50%

Aantal vsv t+2 61 38 15 37 35 17 43 105 535

Bron: Duo/Dashboard vsv

3.3 Voor jdig schoolverlaten vanuit onderwijsperspec ef In dit hoofdstuk wordt vsv benaderd vanuit het perspec ef van het onderwijs. Daarbij wordt ingezoomd op de verschillende onderwijssectoren, met specifieke aandacht voor het vo en het mbo. Binnen deze analyse wordt niet alleen gekeken naar algemene trends en ontwikkelingen, maar ook naar verschillen tussen instellingen. Door de vsv-cijfers te analyseren op zowel sectoraal als instellingsniveau ontstaat een gedetailleerder beeld van waar de risico’s op uitval zich concentreren, welke groepen studenten het meest kwetsbaar zijn en waar preven eve of herstelgerichte maatregelen het grootste effect kunnen hebben.

3.3.1 Aandeel voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs in voor jdig schoolverlaten Van alle jongeren die in 2022/2023 in de regio Haaglanden als vsv’er geregistreerd staan, is 79% a oms g uit het mbo en 21% uit het vo. Dit aandeel mbo-studenten ligt iets lager dan in de benchmarkregio’s (81%) en het landelijk gemiddelde (82%), maar iets hoger dan in de benchmarkgemeenten (78%). In Den Haag is het aandeel vergelijkbaar: 80% van de vsv’ers komt uit het mbo. De verschillen tussen regio’s en gemeenten zijn beperkt, maar beves gen twee structurele patronen: het mbo vormt het zwaartepunt binnen de vsv-problema ek, terwijl het rela ef hoge aandeel vsv binnen het vo blijvende aandacht vraagt voor preven e, doorlopende begeleiding en soepele overgangen naar vervolgonderwijs.

32

Figuur 22. Aandeel vsv vanuit vo en mbo 4,0% 3,5% 22%

3,0% 2,5% 2,0%

20%

19%

21%

18%

1,5% 1,0%

79%

78%

80%

81%

82%

0,5% 0,0%

MBO

VO

Bron: LPBL-tool

Ook in absolute aantallen vormt het mbo het zwaartepunt binnen de vsv-problema ek in Haaglanden. In het schooljaar 2022/2023 werden 1.887 jongeren geregistreerd als vsv’er (t+1), van wie 1.495 a oms g waren uit het mbo. Deze verdeling beves gt het beeld dat de meeste uitval binnen het mbo plaatsvindt. Tabel 10. Aantal vsv-ers t+1 Haaglanden 2022-2023 naar onderwijstype totaal Startpopulatie

VO % nieuw vsv* 2,9%

Startpopulatie

MBO

Den Haag

36.771

Aantal nieuw vsv 1.069

% nieuw vsv* 0,8%

Startpopulatie

26.610

Aantal nieuw vsv 216

10.161

Aantal nieuw vsv 853

% nieuwe vsv* 8,4%

Delft

5.275

146

2,8%

3.812

36

0,9%

1.463

110

7,5%

LeidschendamVoorburg Midden-Delfland

5.103

87

1,8%

3.974

20

0,5%

1.129

67

5,9%

1.518

22

1,5%

1.138

4

0,3%

380

18

4,7%

Pijnacker-Nootdorp

5.331

89

1,7%

4.020

27

0,7%

1.311

62

4,7%

Rijswijk

3.423

81

2,4%

2.564

21

0,8%

859

60

6,9%

Wassenaar

1.792

29

1,6%

1.503

9

0,6%

289

20

6,9%

Westland

8.662

115

1,3%

6.152

15

0,2%

2.510

100

3,9%

Zoetermeer

9.788

249

2,5%

6.998

44

0,6%

2.790

205

7,3%

Haaglanden/ Westland Haaglanden ex DH

77.663

1.887

2,4%

56.771

392

0,7%

20.892

1.495

7,2%

40.892

818

2,0%

30.161

176

0,6%

10.731

642

5,9%

1.269.107

29.702

2,3%

890.635

5.415

0,6%

378.472

24.287

6,4%

Nederland

Bron: Duo/Dashboard VSV *afgerond

33

3.3.2 Onderwijsinstellingen met de meeste voor jdig schoolverlaters In de regio Haaglanden is vsv geconcentreerd bij een aantal mbo-instellingen. ROC Mondriaan levert met 917 vsv’ers in 2022/2023 veruit de grootste bijdrage aan het regionale totaal (48,6%). Het vsv-percentage van ROC Mondriaan bedraagt 7,3%, vergelijkbaar met andere grote ROC’s binnen de G4, zoals ROC van Amsterdam (8,2%), Albeda (8,0%) en ROC Midden Nederland (6,1%). De omvang van de instelling verklaart grotendeels de hoge absolute bijdrage. Ook mboRijnland, met ves gingen in Zoetermeer en Leidschendam-Voorburg, levert een substan ële bijdrage met 327 vsv’ers (17,3%). Gezamenlijk zijn ROC Mondriaan en mboRijnland verantwoordelijk voor 65,9% van alle vsv’ers in Haaglanden. Meer dan 70% van de vsv’ers komt van de vier grootste mbo-instellingen in de regio. Deze concentra e benadrukt het belang van bovenregionale afstemming, aangezien mboinstellingen en hun studenten zich vaak over regiogrenzen heen bewegen. Zo is Albeda toonaangevend in Ro erdam-Rijnmond, mboRijnland in Zuid-Holland Noord en Midden, en hee Yuverta (ondanks beperkte omvang in Haaglanden) een landelijke spreiding en verzorgt het onderwijs voor een kwetsbare groep jongeren uit omliggende gemeenten. Dit betekent dat mbo-instellingen in de regio Haaglanden onderwijs verzorgen voor jongeren van binnen én buiten de regio, en omgekeerd.

Zie Bijlage 6 voor meer gegevens over grensverkeer. Tabel 11. Aantal en percentage VSV’ers regio Haaglanden per onderwijsinstelling (2022/2023)* Aantal % vsv vsv (t.o.v. het totaal aantal vsv-ers) ROC Mondriaan 917 48,6% mboRijnland 327 17,3% Zadkine 73 3,9% S ch ng Albeda 68 3,6% Johan de Wi Scholengroep 42 2,2%

Cumula ef 48,6% 65,9% 69,8% 73,4% 75,6%

SG Esloo Grafisch Lyceum Ro erdam Yuverta

35 33 29

1,9% 1,7% 1,5%

77,5% 79,2% 80,8%

ROC van Amsterdam Christelijk Lyceum Del Segbroek college Atlas Onderwijsgroep

21 19 19 18

1,1% 1,0% 1,0% 1,0%

81,9% 82,9% 83,9% 84,8%

Bron: Bewerking Duo/ Dashboard VSV *De tabel laat 85% van de totale VSV zien. Voor het complete overzicht zie Bijlage 8

34

3.4 Voor jdig schoolverlaten in het voortgezet onderwijs Hoewel het mbo structureel het grootste aandeel vormt in het totaal aantal vsv’ers, is het relevant om tevens de ontwikkelingen binnen het voortgezet onderwijs (vo) systema sch te analyseren. Het aandeel nieuwe vsv’ers binnen het vo in de regio Haaglanden ligt, evenals in het schooljaar 2018/2019, iets boven het landelijk gemiddelde. Wanneer de gemeente Den Haag buiten de regionale analyse wordt gelaten, blijkt het percentage nieuwe vsv’ers juist iets lager dan het landelijke niveau. In het schooljaar 2022/2023 bleef het aandeel nieuwe vsv’ers in het vo binnen Haaglanden (exclusief Den Haag) stabiel op 0,51%, overeenkomend met 154 leerlingen. Dit percentage is vergelijkbaar met dat in 2018/2019 (0,53%; 157 leerlingen). Landelijk is in dezelfde periode sprake van een lichte s jging: het percentage nieuwe vsv’ers in het vo nam toe van 0,49% naar 0,54%. Hoewel de gemeente Den Haag in substan ële mate bijdraagt aan het rela ef hoge regionale vsv-percentage binnen het vo, vertoont de Haagse ontwikkeling een neerwaartse trend. Het aantal nieuwe vsv’ers in het vo in Den Haag is afgenomen van 224 leerlingen (0,86%) in 2018/2019 naar 184 leerlingen (0,7%) in 2022/2023.

3.4.1 Vsv in het voortgezet onderwijs naar onderwijsniveau Ten opzichte van 2018/2019 is een duidelijke verschuiving zichtbaar in de herkomst van vsv binnen het vo. Het aandeel vsv’ers uit de bovenbouw van het vmbo daalde van 44,1% naar 35%, terwijl het aandeel uit de bovenbouw van havo en vwo toenam van 18,6% naar 28,3%. Het aandeel a oms g van de vavo nam af van 18,8% naar 15,8%, terwijl de onderbouw juist een lichte s jging laat zien van 18,6% naar 20,9%. Tabel 12. Percentage en aantal vsv per onderwijsrich ng schooljaar VAVO 2018/2019 2019/2020 2020/2021 2021/2022 2022/2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16414924/1