RIS324240 Bijlage 1 Regionaal programma van school naar duurzaam werk 2026-2029
Tekst van het document
32
6.1 Actielijn 1: Aanvullende ondersteuning voor jongeren die behoefte hebben aan meer gespecialiseerde kennis, aanpak of begeleiding op het snijvlak van zorg, welzijn en multiproblematiek Gewenste beweging Van
Naar
Initiatieven om preventiever samen te werken dicht bij jongeren;
Gezamenlijke proactieve aanpak (jongeren tot 27 jaar in beeld): samenhang tussen interventies van scholen, doorstroompunten, arbeidsmarkt en zorg (in samenhang met hoofdlijn ‘aanbieden onderwijs en werk op maat’);
Voorbereidingen om een omslag te kunnen maken van individuele/kortdurende hulp aan leerlingen/studenten naar het structureel inregelen van collectieve hulp op school/stage/werkplek (proeftuinen, pilots, startfoto’s ‘mbo als werkplaats’, maatschappelijke kosten baten analyses, berekeningen grensverkeer);
Ingewikkelde ondersteuningsstructuren met veel professionals met ieder een aparte focus, aparte methoden en aparte werkwijzen per domein (gericht op diplomering/vsv, werkloosheid of zorg);
Regionale coachvoorziening (‘schoolcoaching’) als plek voor aanvraag van preventieve individuele coaching en tegelijkertijd plek voor onderwijsprofessionals voor onafhankelijk advies, consultatie;
→
→
→
→
Dit voorwerk benutten voor het structureel inregelen van doorlopende en passende - waar mogelijk collectieve/groepsgerichte - integrale ondersteuning op pro, v(s)o, mbo, stage, werkplek, los van woonplaats: regionaal dichten van gaten in ondersteuning school en sociaal domein, 18-/18+, grensverkeer;
Eenvoudiger ondersteuningsstructuren van professionals met verschillende expertises die multidisciplinair samenwerken met jongeren, ouders en werkgevers; Vanuit een gedeelde generalistische (aangetoonde/onderzochte) (basis)methodiek en breed kijkend (vanuit perspectief jongere, ouders, school, werk, zorg, leerplicht, wmo, jeugdbescherming) naar het best passende aanbod voor jongeren, doelgericht en op basis van werkzame factoren (en niet doen wat anderen/specialisten elders- beter kunnen).
Behouden van individuele coaching als regionaal vangnet waar collectieve inzet van hulp op school niet afdoende is. Tegelijkertijd: verder versterken van de mogelijkheid voor onafhankelijk advies en consultatie met vertegenwoordigers van (vo passend) onderwijs en gemeentelijk professionals sociaal domein (multidisciplinair);
Gewenst maatschappelijk effect Organiseren van extra ondersteuning voor jongeren (en onderwijsprofessionals) met behoefte aan meer gespecialiseerde kennis, aanpak of begeleiding moet zorgen dat alle jongeren op een passend niveau gediplomeerd en/of aan het werk komen. Ook als zij gemakkelijk een startkwalificatie halen, maar als gevolg van meerdere problematieken toch dreigen maatschappelijk uit te vallen. Door gerichte interventies op maatschappelijke problematiek wordt het maatschappelijk perspectief van jongeren vergroot. De extra ondersteuning richt zich op meerdere leef- en ontwikkelgebieden, waardoor jongeren belemmeringen in onderwijs en persoonlijke ontwikkeling beter kunnen hanteren of belemmeringen kunnen worden verminderd. Het integraal ondersteunen van jongeren en het vergroten van veerkracht betekent voor een deel van de jongeren dat ongekwalificeerde schooluitval of werkloosheid wordt voorkomen. Voor andere jongeren is het beoogd effect het behalen van een bij hun capaciteiten passend diploma. Bijvoorbeeld voor vroegtijdig doorstromers havo/vwo of vavo-studenten. Goed om voor ogen te houden dat de meeste jongeren met meervoudige problematiek wel een startkwalificatie halen maar toch maatschappelijk kunnen uitvallen. Voor hen is het doel het realiseren van veiligheid (tegengaan thuisloosheid of detentie), zorg of welzijn.
Dit past bij de ambitie om (scholen te helpen om) maatschappelijke uitval (breder dan ongekwalificeerde uitval en jeugdwerkloosheid) te voorkomen.
33
Connectie regioanalyse Deze actielijn past bij de voor regio Haaglanden kenmerkende lage sociaal economische status en grootstedelijke problematiek waardoor jongeren (naast de tienerproblematiek en prestatiedruk) relatief vaak te maken hebben met, armoede- en gezinsproblematiek, financiële stress fysieke of mentale beperkingen. Hierdoor is het extra belangrijk dat aandacht en begeleiding in onderwijs en op/naar de werkplek ook oog heeft voor de complexe omstandigheden waar sommige jongeren zich in bevinden.
6.1.1 Aanpak voor jongeren met schoolinschrijving: hulp op of rondom school/BPV De omstandigheden waarin jongeren met multiproblematiek verkeren maken het lastiger om een startkwalificatie te halen en/of te diplomeren en duurzaam aan het werk te komen op een passend niveau. Onderwijsprofessionals maken zich zorgen over de omstandigheden waarin studenten opgroeien en proberen hen te ondersteunen waar mogelijk, maar kunnen niet dat bieden wat studenten naast onderwijs aan ondersteuning nodig hebben. Ook schoolmaatschappelijk werkers kunnen maar tot op zekere hoogte het verschil maken. Wat we al doen vanuit het huidige regionaal programma voortijdig schoolverlaten In het huidige regionaal programma voortijdig schoolverlaten (2021-20025) wordt gewerkt met schoolcoaches (voormalige pluscoaches en moa-coaches). Dit zijn hulpverleners, welzijnsprofessionals en/of mbo-docenten met specifieke expertises die (op basis van regionale afspraken) op en rondom school (outreachend) kunnen worden ingezet. Schoolcoaches worden door scholen (zowel vo als mbo) aangevraagd bij de regionale coachvoorziening. Van hieruit wordt gekeken of alle voorliggende voorzieningen, zoals schoolmaatschappelijk werk, of JES-overleggen, al zijn benut en wordt eventueel de samenwerking met leerplicht/VSV-casemanagement opgezocht (uitgangspunt is geen dubbel werk/werk overnemen van elkaar).
Een jongere die gebaat is bij de inzet van een schoolcoach, krijgt een schoolcoach aangeboden. Als de inzet van een schoolcoach niet het best passend is, wordt meegedacht en een passend advies voor de jongere gegeven aan de betrokken zorgprofessional. Als jongeren tussen wal en schip dreigen te raken wordt in overleg met de regionaal programmaregisseur onderbouwd een uitzondering gemaakt. Als voor meerdere studenten of jongeren van een school(locatie) hulpvragen binnenkomen, wordt (in het vo samen met swvvo eo andere betrokkenen) meegedacht, geadviseerd en wanneer helpend expertise/uren (aanvullend op/ism swvvo) gebundeld op schoollocaties. Deze werkwijze sluit aan bij de ambitie die tevens in het huidige programma is gesteld om de aansluiting onderwijs-zorg te verbeteren:
Bron: Regionaal programma voortijdig schoolverlaten 2020-2024 (in 2024 verlengd t/m 2025)
34
Deze opgave is gedurende de programmaperiode 2020-2024 verder uitwerkt. Dit heeft geresulteerd in het voorstel ‘mbo als werkplaats voor professionals in het sociaal domein’ (bestuurlijk geaccordeerd oktober 2023): Door extra expertise de scholen in te brengen, meer aandacht te organiseren voor studenten, sneller passende ondersteuning in te zetten, wordt gewerkt aan het voorkomen van maatschappelijke uitval. In dit voorstel was ‘met gesloten knip’ inzetten wat mogelijk is vanuit de vestigingsgemeente van mbo-locaties en ‘starten met laaghangend fruit’ het uitgangspunt voor financiering. Vanuit dat kader is afgelopen jaren gefaseerd toegewerkt naar (onderbouwing voor) regionale afspraken over bekostiging van ondersteuning voor mbo-studenten met multiproblematiek, ongeacht waar zij wonen en hoe oud zij zijn. Op mbolocaties is gestart met professionals uit het sociaal domein (uit vestigingsgemeenten van de mbo-locaties) naar scholen te bewegen (met behulp van de plus/ moa/ schoolcoachvoorziening, schoolformaat/smw/eropaf, gemeentelijke vsvcasemanagers/leerwerkmakelaars en verschillende vormen van inkoop bij zorg- en welzijnsinstellingen).
Dat geldt ook voor enkele vo-scholen, maar omdat vo-scholen meer subregionaal georiënteerd en georganiseerd zijn (minder regionaal grensverkeer, vanzelfsprekender verbindingen met jeugdhulp), lag de focus bij het inregelen van ‘hulp op school’ afgelopen jaren op het mbo. In het nieuwe programma zal ook ingezet worden op pro/v(s)o-locaties met veel jongeren met verhoogd risico op uitval. Op die locaties wordt door de school, het swvvo, gemeente (leerplicht, vsv, participatie, jgz) en (waar relevant) de schoolcoachvoorziening gekeken hoe, door betere samenwerking regionaal, de jongeren gemakkelijker uitstromen met diploma en/of werk.
6.1.1.1 Aanvullende acties en maatregelen De specifieke opgave per 2026 om ondersteuning voor jongeren met specialistische en meervoudige problematiek via het regionaal programma te organiseren, geeft de kans om de ondersteuningsstructuur op scholen duurzaam te versterken door het grensverkeervraagstuk rondom de bekostiging van ondersteuning van kwetsbare jongeren in het mbo te slechten. Uitgangspunten bij de keuzes voor inzet van professionals en expertise vanuit sociaal domein op mbo-locaties: ◦ Informele ondersteuning waar mogelijk, bijvoorbeeld inzet van stagiairs of duo-studenten; ◦ Niet ad hoc (tenzij afgebakende opdracht of kunnen borgen continuïteit), maar duurzaam versterken ondersteuningsstructuren; ◦ Op basis van (startfoto) analyse van studentpopulatie, -kracht en –behoeftes (analyseren data op niveau locatie, school, opleiding, leerjaar, klas (ontdekken van patronen); ◦ In samenhang met (i.p.v.
allemaal elkaar opvolgende interventies) aanpak sociale veiligheid/sfeer, aanwezigheidsaanpak en ondersteunings- en begeleidingsstructuur op locatie (smw, lp-/vsv), ook als dat de BPV (begeleiding) is; ◦ Externe professionals sluiten aan bij de interne zorg-overleggen/zorgstructuur.Individuele coaching waar nodig (integraal en outreachend – ‘Erop af’, huisbezoeken, leefomgeving); ◦ Collectieve inzet waar mogelijk: dat kan zijn in de vorm van ‘klas als werkplaats’, ‘team als werkplaats’ (professionaliseringafhankelijk van wat past bij de lokale behoefte; ◦ Methodisch werken en evalueren; ◦ Multidisciplinair overleggen (intervisie/casuïstiek); ◦ Professionalisering sociaal domein breed.
6.1.2 Maatregel 1.1. Borging regionale coachvoorziening en aanpak hulp op/rondom school voor jongeren met schoolinschrijving Binnen actielijn 1, zorgen we dat: -
-
Het aanbod van individuele coaching via de regionale coachvoorziening beschikbaar blijft als vangnet en als plek voor professionele consultatie en advies. In het kader van normaliseren zal ook weer ingezet worden op het organiseren van informele coaching (bijv. studentmentoren, stagiairs, LOVE YourMINDers). Ook voor het inregelen van hulp op/rondom schoollocaties (of zo nodig BPV) voor jongeren met behoefte aan meer specialistische kennis/ aanpak/ ondersteuning (snijvlak zorg/welzijn/multiproblematiek) maken we gebruik van de opgedane kennis en ervaring bij de regionale coachvoorziening. Omdat de basismethodiek ‘schoolcoaching’ (outreachend werken - school, leefomgevingen) en de daaraan gekoppelde monitoringsapplicatie (Tuula) zich ervoor lenen om breder ingezet te worden dan voor schoolcoaching alleen, gebruiken we deze ook in bij inzet van expertises/aanpakken op school.
35
De wens is om met een aanpak ‘hulp op/rondom school’ (beperkte) overlap te organiseren tussen de wettelijke taken van scholen en de wettelijke taken van doorstroompunten, gemeenten en breder sociaal domein (zorg en welzijn), zonder wettelijke taken over te nemen: •
•
Niet wachten totdat een jongere voldoet aan de wettelijke afwezigheids- en uitschrijf-criteria om als DSP’s in actie te komen of een beroep moeten doen op een uitkering, maar eerder in contact zijn met scholen als jongeren dreigen uit te vallen of in financiële problemen zitten, aansluiten bij zorgstructuren van scholen. En andersom, wanneer jongeren zich elders bevinden dan op school: er als DSP’s en gemeenten er actief op uitgaan om op te trekken met scholen (outreachend werken) ook als jongeren wel een schoolinschrijving hebben.
Hetzelfde geldt voor kennis en expertise vanuit zorg- en welzijnsorganisaties: -
-
Niet wachten tot jongeren uitvallen van school en problematieken verergeren, maar kennis en expertise vanuit zorgen hulpverlening inzetten op scholen om gezamenlijk de omstandigheden en veerkracht van leerlingen en studenten te versterken (collectief en preventief waar mogelijk, individueel en curatief waar nodig). En wanneer jongeren (buiten school) bij zorg- en hulpverleningstrajecten bekend zijn: gezamenlijk met jongere en scholen afspraken maken hoe deze jongeren samen te ondersteunen en versterken.
Daarom zorgen we op mbo- en vo-(aandachts)locaties voor beschikbaarheid van professionals vanuit het sociaal domein 17: • • • • • •
Jongerenwerk/jongerencoach (incl LVB) JGZ 18+ (M@ZL) GGZ (18+) DSP 18+ eerder (dan vanaf wettelijke taak – ongeoorloofd verzuim 16 uur in 4 weken) en zo nodig buiten school inzetten Stage-/BBL/duurzaam werkbegeleiding (buiten wettelijke taak scholen en gemeenten, bij school overstijgende problematiek), bijv. Leerwerkmakelaar18 Experts op het gebied van nieuwkomers en statushouders.
De keuze voor het type expertise/professionals wordt bepaald op basis van analyse van student- en schoolbehoeftes op de betreffende locaties (‘startfoto’s mbo als werkplaats’). Dat geldt ook voor de keuze over de aanpak/vorm waarin expertise wordt ingezet. Bijvoorbeeld in de klas, in het team of evt. op een stageplek wanneer er expertise nodig is die de wettelijke taak van scholen ten aanzien van stagebegeleiding overstijgt. In de implementatiefase wordt een stappenplan opgenomen voor inzet van hulp op/rondom school. Expliciet wordt in het kader van ‘hulp op school’ samenwerking en expertisedeling gezocht tussen mbo-instellingen, ISK’s, COA, VluchtelingenWerk en gemeentelijke inburgeringsteams, om de begeleiding van nieuwkomers en statushouders te versterken. Door kennis en ervaringen te bundelen, kunnen deze jongeren beter worden ondersteund in hun onderwijsloopbaan en aansluiting op vervolgonderwijs of werk.
Triage Het voordeel van zorg- en welzijnsprofessionals op locatie is dat jongeren snel in hun eigen leefomgeving (en eventueel samen met anderen) ondersteuning kunnen krijgen en scholen en sociaal domein onderling kennis kunnen delen. Echter, de beweging van individuele coaching naar ‘hulp op/rondom werk- en vindplekken’ brengt ook nieuwe dilemma’s met zich mee. Juist afgelopen jaren werd regionaal een kwaliteitsslag gemaakt om de individuele hulpvragen enerzijds en de matching 17
Daarnaast wordt ingezet op een aanpak hulp op werk/vindplekken voor jongeren zonder schoolinschrijving (zie maatregel 1.2). Wanneer een aanpak (vanuit dsp, werk, zorg, welzijn, nieuwkomers) past bij de behoeftes/analyse van schoollocaties en/of andere werk- en vindplaatsen (en geen wettelijke taak betreft), dan kunnen professionals vanuit gemeentekant dus onder verschillende budgetten worden ingezet. 18
Leerwerkmakelaars vervullen een centrale rol in de arbeidsmarktgerichte begeleiding van jongeren door hen te helpen aan erkende leerwerk- en stageplekken en nazorg te bieden voor duurzame plaatsing op de arbeidsmarkt. Voor jongeren voor wie regulier onderwijs niet passend is, organiseren zij maatwerktrajecten, verbinden met werkgevers en bieden ondersteuning op verschillende leefgebieden. Daarnaast dragen zij bij aan bewustwording en voorlichting bij jongeren en werkgevers en nemen zij deel aan regionale samenwerkingsverbanden.
36
met coaches anderzijds te verbeteren: goed doorvragen wanneer een jongere /school hulp vraagt, zorgt voor betere inschattingen van hetgeen jongeren met een hulpvraag op lange termijn helpt, zorgt dat coaching geen onnodige tussenoplossing is en de best passende expertise wordt ingezet om jongeren voor de lange termijn te versterken. In de situatie dat professionals (uit onderwijs en sociaal domein) op locatie rondlopen, is de uitdaging om balans te houden tussen de voordelen hiervan (snel kunnen schakelen binnen de zorgstructuur) en tegelijkertijd de expertise van externe professionals optimaal in te blijven zetten op het terrein waar zij (aanvullend) het verschil kunnen maken. Als externe professionals aansluiten bij de interne zorgstructuur, is het risico dat deze professionals snel taken overnemen van scholen, worden ingezet voor lichte problematiek en/of voor hulpvragen waarvoor hun expertise onvoldoende helpend is. Het inzetten van professionals voor de juiste doeleinden, vraagt kennis van problematieken, van de sociale kaart en een kritische en brede blik hierop. Deze expertise is niet standaard op alle scholen aanwezig. In de implementatiefase wordt met scholen - passend bij hun interne ondersteuningsstructuur - afspraken gemaakt over hetgeen nodig is om te zorgen dat snelle inzet en (regionaal zicht op) doelmatigheid hand in hand blijven gaan.
Uitvoerder: Onderwijsinstellingen, in samenwerking met het sociaal domein
•
MBO als werkplaats: versterking van de verbinding tussen onderwijs en professionals uit het sociaal domein. Doel is om vroegtijdige signalering en begeleiding van jongeren met ondersteuningsbehoefte te verbeteren.
•
Schoolcoaching: inzet van coaches op school om leerlingen te ondersteunen bij persoonlijke ontwikkeling, motivatie en het omgaan met schooldruk. Schoolmaatschappelijk werk of hulp in de klas: aanwezigheid binnen de school of klas ter ondersteuning bij psychosociale en thuissituatie-gerelateerde problematiek.
• •
Aandachtlocaties VO als werkplaats: versterking van de verbinding tussen onderwijs en professionals uit het sociaal domein Op MBO locaties wordt gezorgd voor de inzet van professionals vanuit het sociaal domein, waaronder JGZ 18+, GGZ 18+ en experts op het gebied van nieuwkomers en statushouders. Doelgroep Jongeren met een verhoogd risico op het niet volgen van onderwijs, het niet hebben van duurzaam werk of verhoogd risico op maatschappelijke uitval (op andere gebieden). Zowel jongeren op het vo als het mbo. Deze maatregel biedt laagdrempelig ondersteuning op verschillende leefgebieden via outreachende coaching en hulp op school en werkplekken, ook voor jongeren die eerder een interventie nodig hebben, dan de wettelijke kaders bieden. Hierdoor worden jongeren actief begeleid om te voorkomen dat zij uitvallen en/of problematieken verergeren die hun loopbaan in de weg blijven zitten. Relatie regioanalyse Deze maatregel anticipeert op de uitkomsten van de regio-analyse, dat de meeste schooluitval vanuit mbo komt: bijna de helft van de uitval is afkomstig van ROC Mondriaan en 17% van mbo Rijnland. Deze maatregel richt zich op mbo-locaties en biedt structurele, integrale ondersteuning voor jongeren met een hoog risico op uitval.
Door de nadruk op vroegsignalering, schoolcoaching, schoolmaatschappelijk werk en samenwerking tussen onderwijs en het sociaal domein, worden juist de grote mbo-instellingen zoals ROC Mondriaan en mbo Rijnland bereikt. Hierdoor kan een aanzienlijk deel van de regionale uitval direct worden aangepakt. De maatregel is daarmee afgestemd op de specifieke mbo-instellingen waar de uitval het hoogst is en zorgt voor ondersteuning op maat om schooluitval te voorkomen en duurzame aansluiting bij onderwijs of werk te bevorderen. Door de nadruk op samenwerking tussen onderwijs en het sociaal domein, zorgt deze maatregel er ook voor dat er meer aandacht is voor de omstandigheden waarin jongeren in Haaglanden opgroeien en die maken dat het een extra uitdaging is om hen te begeleiden en te behouden behouden binnen het onderwijs. Tegelijkertijd toont de regio analyse dat er sprake is van toenemende uitval op vo (specifiek havo en vwo niveau), wat maakt dat er meer samenhang nodig is tussen de (lokale en sub-regionale) thuiszittersaanpakken vo en de regionale aanpak van school naar duurzaam werk. Dit doen we door de regionale schoolcoachvoorziening nauwer samen te laten werken met swvvo en gemeentelijke dienstverlening. Zowel door een integrale aanpak op individueel niveau als op locatie-niveau (vo-aandachtslocaties).
De regionale analyse toont ook aan dat Den Haag, gevolgd door Delft en Zoetermeer, de grootste opgave kent. Dit zijn tevens de gemeenten waar de grote mbo’s en de aandachtslocaties vo staan en veel jongeren uit betreffende gemeenten naar school gaan. Door coaches en professionals op scholen en mbo-locaties in te zetten, worden jongeren in deze gemeenten begeleid voordat zij uitvallen, waardoor de maatregel aansluit bij de regionale spreiding van de problematiek.
37
Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect van deze maatregel is dat kwetsbare jongeren eerder en effectiever ondersteuning krijgen, waardoor schooluitval en maatschappelijke uitval worden verminderd. Door integrale inzet van expertise vanuit onderwijs, zorg, welzijn en gemeenten vergroten jongeren hun veerkracht – het vermogen om bij tegenslag of verandering het functioneren en welzijn te behouden of snel te herstellen – evenals hun motivatie en toekomstperspectief, zowel individueel als collectief. De maatregel versterkt de samenwerking tussen domeinen en zorgt ervoor dat problemen vroegtijdig worden gesignaleerd en aangepakt. Hierdoor behouden jongeren een betere aansluiting bij onderwijs, werk en sociale structuren, en nemen hun kansen op duurzame maatschappelijke participatie toe. Indicator19 Het aantal beschikbare professionals op de MBO locaties, het aantal jongeren die contact hebben met deze professionals, doorlooptijd van de begeleiding, het aantal contacten. Aanvulling op reguliere taken Deze maatregel versterkt de ondersteuning voor jongeren met complexe problematiek door de regionale coachvoorziening te behouden als vangnet én als plek voor professionele consultatie en advies. Naast formele coaching wordt ingezet op informele vormen, zoals studentmentoren en stagiairs, om normalisering te bevorderen.
De aanpak ‘hulp op en rondom school’ zorgt ervoor dat expertise vanuit zorg, welzijn en gemeenten eerder en laagdrempeliger wordt ingezet — nog vóórdat jongeren uitvallen of aan wettelijke criteria voldoen. Samenwerking tussen bestaande taken en verantwoordelijkheden van scholen en gemeenten is op zichzelf geen uitbreiding, maar de ontwikkeling van deze nieuwe werkwijze voegt wél iets toe: door professionals uit het sociaal domein (zoals jongerenwerk, JGZ, GGZ, DSP en leerwerkmakelaars) structureel aanwezig te laten zijn op mbo-locaties, ontstaat een vernieuwende en versterkende vorm van ondersteuning die verder reikt dan de reguliere wettelijke kaders.
6.1.3
Aanpak voor jongeren zonder schoolinschrijving: hulp rondom werk- en vindplekken
De wet verplicht ondersteuning aan jongeren die niet naar school of werk gaan. Jongeren met een uitkering of die vallen onder het doelgroepenregister en de banenafspraak worden ondersteund naar werk of opleiding via de Participatiewet. Jongeren zonder uitkering en zonder startkwalificatie20 vallen onder verantwoordelijkheid van de doorstroompunten (SPUK regulier). Waar ondersteuning nodig en gewenst is, kan onderscheid worden gemaakt tussen:
•
Zorgmijders: jongeren die bewust hulp vermijden door wantrouwen, schaamte, negatieve ervaringen of gebrek aan perspectief. Afspraken richten zich op het herstellen van vertrouwen en het herkennen van verborgen hulpvragen.
•
Zorgmissers: jongeren die hulp willen maar niet bereikt worden door systeemfouten, woonproblemen, administratieve barrières of leeftijdsovergangen. Afspraken gaan over betere samenwerking tussen instanties, het verkorten van wachtlijsten en het bieden van passend aanbod.
Wat we al doen In de regio Haaglanden is sprake van een breed en gedifferentieerd aanbod aan voorzieningen en interventies voor jongeren die niet naar school of werk gaan. De aanpak is gericht op maatwerk, preventie en samenwerking:
Preventieve en outreachende aanpak
• •
Jongerenwerkers en professionals zoals bij Jongerenpunt070 benaderen jongeren actief in hun leefomgeving. Doel: jongeren vroegtijdig in beeld krijgen en problemen tijdig signaleren.
19
De indicatoren zoals opgesteld per maatregel worden voor de subsidieaanvraag bij het ministerie nog verder uitgewerkt (SMART) en in lijn gebracht met het hoofdstuk monitoring (‘tellen en vertellen’). Denk aan mate van problematiek, ervaren steun).
38
Mensgerichte begeleiding
•
Contextgedreven werkmethoden en maatwerkbudgetten zorgen voor individuele ondersteuning die aansluit bij de situatie van de jongere.
Samenwerking tussen partijen
• •
Gemeenten, onderwijsinstellingen en-voorzieningen en zorgaanbieders werken samen via casuïstiek-overleggen en netwerkbijeenkomsten. Gemeenten zijn wettelijk verplicht jongeren in beeld te brengen en te begeleiden naar duurzame uitstroom via onderwijs, werk of een combinatie daarvan.
Specifieke interventies voor kwetsbare jongeren
• • • • •
IPS: voor jongeren met ernstige psychische aandoeningen. IPTA: voorkomt criminaliteit bij jongeren zonder dagbesteding. RIO: voorkomt recidive bij (ex-)gedetineerde jongeren. Preventie met Gezag: voorkomt doorgroei in criminaliteit door kansen te bieden en grenzen te stellen. Financiële hulpverlening: laagdrempelige ondersteuning via podcasts, checklists en schuldhulp (zoals de Jongeren Perspectief Aanpak).
Ketenaanpak bij multiproblematiek
•
Gemeenten maken afspraken over regievoering tussen zorg, inkomen en veiligheid.
Ondersteuning voor werkende jongeren
• • •
Uniform aanbod voor alle jongeren, ongeacht uitkeringsstatus. Onderwijs heeft prioriteit boven werk, werk boven inkomensondersteuning. Re-integratieaanbod via onder meer regionale werkcentra, met het principe “geld volgt jongere”.
Instrumenten voor duurzame arbeidsparticipatie
• • • • • •
Loonkostensubsidie (LKS): voor jongeren met arbeidsbeperking. Beschut werk: voor jongeren die alleen in aangepaste omgeving kunnen werken. Leerwerkmakelaar: biedt nazorg voor duurzame arbeidsdeelname. Jobcarving en functiecreatie: creëren van passende functies op basis van individuele kwaliteiten. Proefplaatsing: jongeren werken tijdelijk met behoud van uitkering, met uitzicht op dienstverband. Jobcoaching: begeleiding op de werkplek door een interne of externe coach, gefinancierd door UWV of gemeente.
6.1.3.1 Aanvullende acties en maatregelen In de regionale aanpak voor jongeren die niet naar school gaan en/of werken, zit een aantal aandachtspunten en verbeterkansen: →
Beter integraal casemanagement: werken met integraal casusregie, waar één jongerenregisseur de regie voert over de gehele aanpak: o Koppeling tussen onderwijs, werk, inkomen en jeugdhulp, integraal monitoren. o Jongeren met complexe problematiek moeten nu te vaak schakelen tussen instanties.
→
Meer outreachend samenwerken in de wijken o Verder versterken van de samenwerking tussen leerwerkmakelaars, jobcoaches en casemanagers vanuit gemeenten met wijkpartners, jongerenwerk en informele netwerken die in contact staan met jongeren die niet meer ingeschreven staan bij onderwijs of uitkering: meer outreachend kunnen begeleiden naar werk en/of terugkeer naar school/maatwerk.
→
Continuïteit in begeleiding/langere nazorg na plaatsing door leerwerkmakelaar, jobcoach of jongerenregisseur in werk of opleiding: o Zo nodig als doorlopende lijn in plaats van tijdelijke interventie.
Beschut werk is bedoeld voor mensen met een arbeidsbeperking die alleen in een aangepaste werkomgeving, onder
39
begeleiding, kunnen werken. Voor jongeren met een LVB (lichte verstandelijke beperking), psychische aandoeningen of ernstige gedragsproblematiek biedt beschut werk een veilige, stabiele omgeving om arbeidsvaardigheden te ontwikkelen. In de regio is sprake van een grotere vraag naar beschut werk dan het beschikbare aanbod. Jongeren die hierop zijn aangewezen, komen vaak op wachtlijsten terecht of verdwijnen uit beeld. Het gevolg is een verhoogd risico op langdurige uitval, inactiviteit of schuldenproblematiek. Gemeenten bieden in ieder geval het wettelijk minimum aantal beschutte werkplekken en zorgen voor passende beschutte werkplekken voor jongeren. Sommige jongeren verlaten het onderwijs om aan het werk te gaan. Hierbij kunnen praktische, financiële of persoonlijke overwegingen een rol spelen. Om de kans op duurzaam werk te verhogen, is het zinvol om specifiek in te zetten op:
•
Inzet van de Leerwerkmakelaar: helpt jongeren aan erkende leerwerkplekken (BBL), zodat alsnog een diploma behaald kan worden en biedt nazorg zodat jongeren duurzaam op de arbeidsmarkt terecht komen.
•
Voorlichting aan jongeren: over de risico’s van werken zonder diploma en het belang van kwalificaties voor duurzame arbeidsdeelname.
• •
Bewustwording bij jongeren: nadruk op empowerment en het verhogen van hun marktwaarde met een diploma.
•
Motiveren van werkgevers: om erkend leerbedrijf te worden (via SBB), ondersteund met instrumenten zoals loonkostensubsidie (LKS) en stagebegeleiding. Bewustwording bij werkgevers: voorkomen dat groenpluk leidt tot stagnatie in ontwikkeling van jongeren en personeel.
6.1.4 Maatregel 1.2. Aanpak hulp op/rondom werk- en vindplekken voor jongeren zonder schoolinschrijving Als zich bij gemeenten (werk en inkomen), scholen (en hun voorzieningen) of doorstroompunten jongeren melden die (niet ingeschreven staan op school, geen uitkering hebben en onder het doelgroepenregister/banenafspraak vallen) wel werken of een startkwalificatie hebben, maar toch een verhoogd risico om maatschappelijk uit te vallen, dan vallen zij niet onder hun wettelijke taken (of die van scholen, tenzij minder dan een jaar geleden gediplomeerd zijn op niveau 2). Deze jongeren kunnen wel degelijk ook baat hebben bij kennis/ondersteuning (snijvlak onderwijs/werk/zorg/welzijn/ multiproblematiek) om een passende onderwijsplek of duurzame werkplek te vinden. Voor deze jongeren maken we het mogelijk om gebruik te maken van ondersteuning of interventies die door scholen, gemeenten en doorstroompunten worden ingezet voor jongeren die wel onder hun wettelijke verantwoordelijkheid vallen. Denk aan begeleiding naar passende (leer)baan, hulp op een werkplek of maatwerk - zie actielijn 4 maatwerk).
Uitvoerder: Gemeenten, in samenwerking met scholen en sociaal domein
• • •
Verzuim 18+: vroegsignalering en aanpak van schoolverzuim bij jongvolwassenen. Deelname aan zorgstructuren: versterken van de verbinding tussen gemeenten, zorgstructuren en mbo’s binnen de zorgstructuren. Outreachende aanpak richting leefomgeving/wijk: directe ondersteuning aan jongeren in hun leefomgeving om uitval te voorkomen.
Doelgroep Jongeren met een groot risico op het niet volgen van onderwijs of het niet hebben van werk. Omdat deze maatregel ondersteuning biedt aan jongeren die buiten de reguliere wettelijke kaders vallen maar toch risico lopen op maatschappelijke uitval. Zo krijgen zij toegang tot begeleiding, maatwerk en professionele expertise om een passende onderwijs- of werkplek te vinden. Relatie regionale analyse De regionale analyse toont ook aan dat Den Haag, gevolgd door Delft en Zoetermeer, de grootste opgave kent. Dit zijn tevens de gemeenten waar de grote mbo’s en de aandachtslocaties vo staan en veel jongeren uit betreffende gemeenten naar school gaan. In deze gemeenten wordt tevens extra inzet gepleegd op vind- en werkplekken waar veel jongeren zijn die extra ondersteuning op weg naar duurzaam werk of een startkwalificatie kunnen gebruiken ingezet op extra Door coaches en professionals op scholen en mbo-locaties in te zetten, worden jongeren in deze gemeenten begeleid voordat zij uitvallen, waardoor de maatregel aansluit bij de regionale spreiding van de
40
problematiek. De lacune uit de regionale analyse — het ontbreken van inzicht in jongeren van 23–27 jaar die nergens geregistreerd zijn — wordt aangepakt binnen Maatregel 1.2, omdat deze expliciet inzet op outreachend werken, vroegsignalering en hercontact met jongeren buiten bestaande structuren. Belangrijke kenmerken van de maatregel die aansluiten op de regio analyse • Gerichte doelgroep: jongeren met verhoogd risico op schooluitval of geen werk, met name mbo-studenten 18+, zoals geïdentificeerd in de regio-analyse.
•
Vroegsignalering en verzuimaanpak: sluit aan bij de regionale behoefte om schooluitval tijdig te signaleren en preventief te begeleiden.
•
Versterking samenwerking onderwijs–gemeenten: via MBO als werkplaats en deelname aan zorgstructuren wordt de verbinding tussen onderwijs en sociaal domein verbeterd.
•
Outreachend werken: richt zich op jongeren in hun eigen leefomgeving, waardoor ook buiten de school ondersteuning geboden wordt.
•
Doel: voorkomen dat kwetsbare jongeren uit beeld raken en duurzame aansluiting bij onderwijs of werk realiseren.
Deze maatregel vertaalt de regionale analyse naar praktijk door integrale ondersteuning te bieden aan jongeren met een hoog uitvalrisico. Het geografisch geconcentreerde NEET-probleem zoals in de regio analyse beschreven, wordt in de praktijk aangepakt via maatregel 1.2. Deze werkt preventief en laagdrempelig met jongeren die buiten de reguliere kaders van onderwijs en werk vallen. Deze maatregel richt zich op jongvolwassenen die risico lopen op langdurige uitval, met speciale aandacht voor de gemeenten waar de grootste aantallen jongeren zonder onderwijs of werk zijn, zoals Den Haag, Delft, Zoetermeer en Westland. Door een combinatie van outreachende begeleiding in de leefomgeving, maatwerk en samenwerking tussen gemeenten, mbo-instellingen en het sociaal domein, krijgen deze jongeren toegang tot passende onderwijs- of werktrajecten die anders niet beschikbaar zouden zijn. Zo wordt voorkomen dat zij langdurig buiten het systeem blijven en wordt hun duurzame aansluiting bij onderwijs of werk bevorderd. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect van deze maatregel is dat ook jongeren die buiten de wettelijke kaders vallen, maar een hoog risico hebben op uitval, tijdig en effectief worden ondersteund. Hierdoor wordt voorkomen dat zij tussen wal en schip raken, neemt hun kans op duurzame deelname aan onderwijs of werk toe en wordt maatschappelijke uitval beperkt.
Door maatwerkbegeleiding en inzet van professionals vanuit onderwijs, werk, zorg en welzijn krijgen deze jongeren een betere aansluiting bij passende leer- of werkplekken, wat hun toekomstperspectief en maatschappelijke participatie vergroot. Indicator Het aantal beschikbare professionals, het aantal jongeren die contact hebben met deze professionals, doorlooptijd van de begeleiding, het aantal contacten. Indicator overige maatregelen • Inzet van de Leerwerkmakelaar: Het aantal plaatsingen bij erkende leerwerkplekken afgezet tegen het aantal aanvragen. • Voorlichting : Het aantal malen per jaar dat voorlichting wordt gegeven aan de kwetsbare doelgroep. • Bewustwording bij jongeren: Het aantal jongeren uit de kwetsbare doelgroep dat via verschillende bewustwordingscampagnes bereikt is. • Motiveren van werkgevers: Het aantal werkgevers dat als gevolg van de inspanningen van het programma een erkend leerbedrijf is geworden. • Bewustwording bij werkgevers: Het aantal werkgevers dat via verschillende bewustwordingscampagnes bereikt is. Aanvulling op reguliere taken Deze maatregel richt zich op jongeren die buiten de reguliere wettelijke kaders van onderwijs en gemeentelijke verantwoordelijkheid vallen – bijvoorbeeld omdat zij werken, een startkwalificatie hebben of geen uitkering ontvangen – maar wel risico lopen op maatschappelijke uitval.
Voor deze groep wordt het mogelijk gemaakt om gebruik te maken van bestaande vormen van ondersteuning en begeleiding op het snijvlak van onderwijs, werk, zorg en welzijn. Daarmee wordt voorkomen dat zij tussen wal en schip raken. Deze aanpak gaat verder dan de reguliere taken van scholen en gemeenten, doordat zij ook niet-ingeschreven jongeren structureel toegang biedt tot passende begeleiding en maatwerk.
41
6.2
Actielijn 2: Borgen en versterken kwetsbare overstapmomenten
Gewenste beweging Van
Naar
De overstap tussen vo en mbo is in de basis goed georganiseerd, maar kent nog te vaak hiaten (o.a. oriëntatie-mogelijkheden) en/of ad hoc oplossingen voor kwetsbare jongeren
Verbeteren oriëntatie-mogelijkheden en versterken warme overdrachten en preventief handelen voor leerlingen met verhoogd risico op uitval. En daarnaast borgen van afspraken over rollen en activiteiten/interventies van mbo’s, vo’s, vso’s en pro’s t.a.v. loopbaanbegeleiding in samenhang en samenwerking met rol en activiteiten/interventies van gemeenten en werkgevers
→
De afspraken zoals die gemaakt zijn over ieders rol en interventies bij kwetsbare overstapmomenten (paragraaf 3.2.4) behoeven op een aantal punten aanpassing/versterking. Gewenst maatschappelijk effect Door via Spirit4You de basisvoorzieningen voor soepele overstappen (ook naar werk en dagbesteding vanuit pro en vso) op orde te brengen, kunnen we in het regionaal programma aandacht besteden aan jongeren waarvan we weten dat het overstappen binnen onderwijs en van onderwijs naar werk (of een combinatie hiervan) kan leiden tot problematische uitval. Door jongeren met verhoogd risico op uitval (ook binnen regulier vo en isk bijvoorbeeld) stapsgewijs voor te bereiden op het vervolgonderwijs en de eerste (en tweede) stappen op de arbeidsmarkt, wordt de kans op diplomering en duurzaam werk vergroot. Door deze integrale aanpak neemt de kans op succesvolle doorstroom naar mbo of arbeidsmarkt significant toe. Connectie regioanalyse Deze actielijn sluit aan bij de regioanalyse waaruit blijkt dat op het snijvlak van (onderwijs naar) onderwijs, arbeidsmarkt, dagbesteding, zorg en werkloosheid, aandacht nodig is voor zowel het monitoren als begeleiden van jongeren.
6.2.1
Maatregel 2.1: Actualisering/herziening overstapmodule Voroc, zie ook ‘monitoring’
In schooljaar 2025/2026 vindt onderzoek plaats naar de actualisatie van het digitale overstapsysteem Voroc, zodat het beter aansluit op de nieuwe eisen rondom overdracht en monitoring richting onderwijs, werk en dagbesteding. Daarbij wordt breder gekeken dan alleen naar Voroc: we houden de mogelijkheid open om over te stappen naar een veiliger, actueler of andersoortig volgsysteem wanneer dit bijdraagt aan het beter inzetten van gerichte interventies en/of het waarborgen van een warme overdracht. Zo voorkomen we dat jongeren tussen wal en schip belanden of uit beeld raken. Uit de regioanalyse blijkt vooral dat de uitval onder havo- en vwo-leerlingen toeneemt; de overgangsfase rond de leeftijd van 17 tot 18 jaar vormt een risicovolle periode waarin veel uitval plaatsvindt. De module maakt het mogelijk dat kwetsbare VO-leerlingen niet tussen wal en schip vallen, en dat scholen, gemeenten en ondersteunende partners gerichte interventies kunnen inzetten om hun onderwijsloopbaan te ondersteunen. Daarnaast draagt een eenduidige manier van monitoring bij aan het regionaal betrouwbaarder en integraler genereren van data. Op basis hiervan kunnen programmaonderdelen tijdig worden aangepast of aangescherpt.
In het hoofdstuk Monitoring wordt verder ingegaan op de mogelijkheid om de data van s4y te verrijken, ten behoeve van een meer integrale monitoring van de onderwijs- en arbeidsmarktloopbaan van jongeren. Doelgroep Alle jongeren die de overstap maken van het vo (inclusief pro en vso) naar vervolgonderwijs, werk of dagbesteding . Het vernieuwen van het digitale overstapsysteem zorgt ervoor dat jongeren worden gevolgd en warme overdrachten kunnen worden georganiseerd,, zodat zij niet uit beeld raken of tussen wal en schip vallen. Hierdoor kunnen gerichte interventies worden ingezet om hun onderwijs- en arbeidsmarktloopbaan te ondersteunen. Relatie regioanalyse Uit de regioanalyse blijkt vooral dat de uitval onder havo- en vwo-leerlingen toeneemt; de overgangsfase rond de leeftijd van 17 tot 18 jaar vormt een risicovolle periode waarin veel uitval plaatsvindt. Ook blijkt uit de regio-analyse dat de loopbaan van jongeren vanuit pro, vso, entree en mbo 2 onvoldoende in beeld is. Dit zijn juist jongeren met een verhoogd risico op uitval. Door de digitale overstapmodule VOROC te actualiseren, vernieuwen, onderhouden en zo nodig te herzien,
42
kunnen we onze dienstverlening beter inzetten voor het groeiend groeiende aandeel voortijdige schoolverlaters uit het voortgezet onderwijs en de kwetsbare doelgroepen. De module maakt het mogelijk dat kwetsbare VO-leerlingen die tussen wal en schip dreigen vallen in beeld zijn en dat scholen, gemeenten en ondersteunende partners gericht interventies kunnen inzetten om hun onderwijsloopbaan te ondersteunen. Door verbeterde monitoring en regionale afstemming via Spirit4U wordt de zichtbaarheid van deze leerlingen verhoogd, zodat vroegtijdige begeleiding op maat geboden kan worden. Belangrijke kenmerken van de maatregel die aansluiten op de regio analyse:
•
Gerichte doelgroep: jongeren met verhoogd risico bij overgangen tussen schooltypen (PRO, VSO, ISK, MBO), zoals benoemd in de regio-analyse.
•
Begeleiding bij cruciale overstappen: ondersteunt jongeren in kwetsbare overgangsfases waar uitval vaak voorkomt, bijvoorbeeld bij de stap van praktijk- of voortgezet speciaal onderwijs naar mbo.
•
Voorkomen van uitval en waterbedeffect: door de overstapmodule te actualiseren en regionaal af te stemmen, wordt voorkomen dat jongeren ongediplomeerd uitvallen of uit beeld raken. De structurele borging van vroegsignalering, warme overdracht en monitoring zorgt dat de bestaande aandacht voor het voorkomen van voortijdig schoolverlaten behouden blijft en niet verslapt.
•
Samenwerking onderwijs–gemeenten: sluit aan bij de regionale opgave om sluitende ketens tussen onderwijs, gemeenten en werk te realiseren.
•
Regionale afstemming via Spirit4U: versterkt de monitoring, kennisdeling en zichtbaarheid van de overstapaanpak binnen de regio.
•
Doel: het creëren van een soepele, goed begeleide overgang naar vervolgonderwijs of werk, zodat jongeren duurzaam blijven deelnemen aan onderwijs of arbeidsmarkt.
Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect van deze maatregel is dat jongeren bij kwetsbare overstapmomenten beter gevolgd en begeleid kunnen worden, waardoor uitval en het verdwijnen uit beeld wordt voorkomen. Door een actueel en eventueel veiliger volgsysteem ontstaat een betrouwbaardere en integrale monitoring van de onderwijs- en arbeidsmarktloopbaan van jongeren. Dit maakt het mogelijk om tijdig gerichte interventies in te zetten en het regionale aanbod van ondersteuning en begeleiding continu te verbeteren, wat bijdraagt aan een grotere kans op succesvolle doorstroom naar onderwijs, werk of dagbesteding en daarmee aan een sterker maatschappelijk perspectief voor deze jongeren. Indicator De mate van actualisering en herziening van doelgroepen in VOROC ten opzichte van 2025 (nul-meting). Aanvulling op reguliere taken Deze maatregel gaat verder dan de reguliere taken van onderwijsinstellingen en gemeenten omdat zij niet alleen inzet op overdracht en verzuimregistratie, maar op een integrale en toekomstbestendige aanpak van monitoring en samenwerking tussen onderwijs, zorg, werk en dagbesteding. Door het huidige systeem (Voroc) te vernieuwen of te vervangen, wordt het mogelijk om veiliger en effectiever gegevens uit te wisselen, jongeren warm over te dragen en gerichte interventies te plegen.
Bovendien levert een eenduidige regionale monitoring betrouwbaardere data op, waarmee beleid en programma’s beter kunnen worden afgestemd. Daarmee versterkt deze maatregel de gehele keten, voorbij de reguliere verantwoordelijkheden van afzonderlijke partijen.
43
6.2.2 Maatregel 2.2: Regionaal uitrollen ‘overstapcoaching’ naar mbo voor jongeren met verhoogd risico op maatschappelijke uitval Voor jongeren met een verhoogde kans op maatschappelijke uitval wordt overstapcoaching ingezet. De afgelopen jaren bleek dat er een gat bestond tussen de meer laagdrempelige ondersteuning bij de overstap via S4Y en de meer gespecialiseerde begeleiding vanuit de regionale coachvoorzieningen (MOA en Pluscoaching, inmiddels de schoolcoachvoorziening). Om dit hiaat te overbruggen, is vanuit het mbo de aanpak overstapcoaching ontwikkeld. Overstapcoaches worden ingezet op en rondom aanleverende scholen en werken nauw samen met de tweede lijn binnen het mbo (adviseurs passend onderwijs) en met de regionale schoolcoachvoorziening, wanneer langdurigere ondersteuning nodig is. Vanuit de arbeidsmarktregio’s wordt daarnaast gewerkt met leerwerkmakelaars die jongeren ondersteunen bij het vinden van leerwerkbanen en de overstap van vo en bol naar bbl. Binnen de maatregel overstapcoaching streven we naar een gezamenlijke doorontwikkeling van de kennis en methodieken die aan beide kanten zijn opgedaan. Het doel is een dekkend en samenhangend aanbod van ondersteuning bij oriëntatie en overstap naar het mbo, voor leerlingen vanuit het vso, pro en vo, inclusief jongeren met multiproblematiek (zoals via het opdc of de isk’s).
Daarbij is specifieke aandacht voor jongeren die doorstromen vanuit ISK naar het mbo, omdat deze groep vaak extra begeleiding nodig heeft bij taal, sociaal-emotionele ontwikkeling en studievaardigheden. De nieuwkomersexpertise die binnen ISK’s aanwezig is, wordt daarom breder gedeeld met mbo-scholen, zodat in alle mboniveaus beter kan worden aangesloten bij de ondersteuningsbehoeften van deze jongeren en de doorstroom soepeler verloopt. Ook voor jongeren die vanuit entreeopleidingen of praktijkonderwijs doorstromen naar het mbo blijft maatwerkondersteuning een belangrijk uitgangspunt. Voor jongeren die vallen onder bovenstaande doelgroepen, maar waarvoor overstapcoaching alleen niet de oplossing is, zetten we tevens in op hybride leerlijnen. Zie actielijn 4.
Uitvoerder: Onderwijsinstellingen (PRO, VSO, ISK, MBO) samen met gemeenten en leerwerkbedrijven
•
Coaching van kwetsbare jongeren bij overstap PRO/VSO/ISK → MBO: individuele begeleiding om de overgang tussen schooltypen soepel te laten verlopen.
•
Spirit4U regionaal: versterking van samenwerking via Sprit4U door gezamenlijke analyse, afstemming binnen VOROC en verbetering van zichtbaarheid (o.a. via website).
Doelgroep Jongeren met een groot risico op het niet volgen van onderwijs of het niet hebben van werk. Omdat overstapcoaching jongeren begeleidt die anders tussen reguliere ondersteuning en gespecialiseerde voorzieningen in vallen, en hen ondersteunt bij de overgang van vso, pro of vo naar mbo en passende leer- of werktrajecten. Relatie regionale analyse Overstapcoaching versterkt de ondersteuning van VO-leerlingen met een hoog uitvalrisico bij de overgang naar het mbo. De maatregel richt zich op jongeren uit PRO, VSO, ISK en VO die anders tussen reguliere ondersteuning en gespecialiseerde voorzieningen vallen. Door individuele coaching, afstemming tussen scholen en regionaal overleg via Spirit4U, krijgen deze jongeren gerichte begeleiding bij motivatie, studievaardigheden en oriëntatie op vervolgonderwijs. Zo wordt het groeiende aandeel vsv uit het voortgezet onderwijs actief bereikt, begeleid en behouden binnen het onderwijs, waardoor hun kans op succesvolle doorstroom naar het mbo en duurzame participatie in onderwijs en arbeidsmarkt wordt vergroot. Belangrijke kenmerken van de maatregel die aansluiten op de regio analyse:
• •
Gerichte doelgroep: jongeren met verhoogd risico bij overgangen tussen schooltypen (PRO, VSO, ISK, MBO), zoals benoemd in de regio-analyse. Begeleiding bij cruciale overstappen: ondersteunt jongeren in kwetsbare overgangsfases waar uitval vaak voorkomt, zoals de stap van praktijk- of voortgezet speciaal onderwijs naar mbo.
•
Samenwerking onderwijs–gemeenten: sluit aan bij de regionale opgave om sluitende ketens tussen onderwijs en werk te realiseren.
•
Regionale afstemming via Spirit4U: versterkt de monitoring, kennisdeling en zichtbaarheid van de overstapaanpak binnen de regio.
•
Doel: voorkomen dat jongeren uit beeld raken en zorgen voor een soepele overgang naar vervolgonderwijs of werk.
44
Deze maatregel versterkt de regionale keten van onderwijs naar werk door persoonlijke begeleiding en samenwerking tussen onderwijs en gemeenten, gericht op jongeren die risico lopen vast te lopen bij de overstap naar mbo of arbeidsmarkt. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect van deze maatregel is dat jongeren met een verhoogd risico op uitval een continuüm van ondersteuning krijgen bij cruciale overstapmomenten van vo, pro, vso of entree naar mbo. Door overstapcoaching en samenwerking met schoolcoachvoorzieningen en leerwerkmakelaars worden jongeren beter begeleid bij onderwijs- en werkkeuzes, wordt uitval voorkomen en wordt de kans op succesvolle doorstroom naar onderwijs, dagbesteding of een duurzame werkplek vergroot. Dit versterkt het maatschappelijk perspectief van kwetsbare jongeren en bevordert hun duurzame participatie in onderwijs en arbeidsmarkt. Indicator Het aantal malen dat overstapcoaching wordt ingezet voor jongeren met een verhoogd risico op uitval. Aanvulling op reguliere taken Met overstapcoaching wordt een structurele voorziening geboden voor jongeren met een verhoogde kans op maatschappelijke uitval, juist in het gat tussen de reguliere ondersteuning van S4Y en de gespecialiseerde begeleiding binnen de schoolcoachvoorziening.
De overstapcoach werkt schooloverstijgend, in nauwe samenwerking met mboadviseurs en regionale voorzieningen, en biedt maatwerk bij de overgang van vo, pro, vso en entree naar het mbo. Deze aanpak gaat verder dan de reguliere taken van onderwijsinstellingen, doordat zij domein- en sectoroverstijgend werkt, kennis bundelt met arbeidsmarktpartijen (zoals leerwerkmakelaars) en zich richt op duurzame ondersteuning bij oriëntatie, instroom en doorstroom voor kwetsbare jongeren.
6.2.3 Maatregel 2.3: Regionaal ontwikkelen begeleidingslijn van vso en pro naar werk of dagbesteding Voor de relatief kleine (zie regio-analyse), maar wel kwetsbare groepen jongeren met uitstroomprofiel arbeid of dagbesteding vanuit pro en vso, wordt in samenwerking met werkgeversdienstverlening een doorlopende begeleidingslijn naar werk en dagbesteding gerealiseerd voor jongeren. Aanvullend op de nazorg van pro/vso (wanneer deze niet toereikend is): begeleiding van naar dagbesteding of werk. Vroegtijdige begeleiding van jongeren op pro en vso (evt. op stageplek bij school overstijgende problematiek) richting dagbesteding en werk door professionals met specialistische kennis van beperkingen en mogelijkheden van deze jongeren op de arbeidsmarkt (zoals in Den Haag bijvoorbeeld geboden wordt door het pro/vso team van Den Haag Werkt). Naast het versterken van doorlopende begeleidingslijnen om de overstap voor specifieke doelgroepen te vergemakkelijken, is er (vanuit (swv)vo-scholen, vavo, mbo, leerplicht, dsp, werk en zorg) behoefte om gezamenlijk passender onderwijsaanbod te ontwikkelen. Zie maatregel 4.1. Het gaat om: -
-
Onderwijs voor jongeren die ondanks alle overstapinterventies en voldoende leercapaciteit toch ongediplomeerd dreigen uit te vallen vanuit het VO. Ze zijn nog te jong of kunnen om andere redenen nog niet of moeizaam doorstromen naar het reguliere mbo. ▪ Afgelopen jaren is geëxperimenteerd met alternatieve routes (opdc, pro, mbo). De wens is om die (werkzame factoren) regionaal dekkend in te kunnen zetten (zie afspraken art. 3b). Uitstroomtrainingscentrum naar voorbeeld van Rotterdam (samenwerking scholen vo, mbo, gemeenten, zorgpartners, werkgevers). Leerwerktrajecten voor nieuwkomers, met specifieke taalcomponent en/of opleidingsmogelijkheden bij AZC’s. Stimuleren van hybride leer- en werktrajecten voor jongeren in pro, vso en entree waarbij jongeren intensieve begeleiding krijgen op stage of werkplek, en WSP en SBB kunnen fungeren als schakel tussen scholen en bedrijven.
45
Voor niet problematische uitvallers bij Leerplicht/Doorstroompunt (switchers) is de wens om het aanbod voor heroriëntatie binnen de mbo’s te ontsluiten (oriëntatieklas, BOSS/S|TIP voor loopbaanoriëntatie en mogelijkheden voor meelopen in studie- en werkpraktijk, flexibele instroom).21
Uitvoerder: Onderwijsinstellingen (PRO, VSO, ISK, VO Samenwerkingsverbanden, MBO) samen met gemeenten (onderwijs, zorg, welzijn, werk en inkomen) en leerwerkbedrijven
•
Doorlopende begeleidingslijn naar werk en dagbesteding voor kwetsbare jongeren vanuit pro en vso, aanvullend op reguliere nazorg.
•
Vroegtijdige en intensieve begeleiding door professionals met specialistische kennis van beperkingen en mogelijkheden op de arbeidsmarkt, ook op stageplekken.
•
Regionale samenwerking tussen scholen, gemeenten, zorgpartners en werkgevers om overstappen en doorstroom naar onderwijs of werk te vergemakkelijken. Ontwikkeling van passend onderwijsaanbod en alternatieve routes (uitstroomtrainingscentra, hybride leerwerktrajecten) om uitval te voorkomen. Ook leerwerktrajecten voor nieuwkomers, met specifieke taalcomponent en/of opleidingsmogelijkheden bij AZC’s (actielijn 4.1.).
•
Doelgroep Jongeren met een verhoogd risico op het niet volgen van onderwijs of het ontbreken van werk of dagbesteding. Omdat deze maatregel kwetsbare jongeren vanuit pro en vso vroegtijdig begeleidt naar passende dagbesteding, werk of onderwijs, inclusief intensieve ondersteuning bij overstap en hybride leer-werktrajecten. Hierdoor wordt voorkomen dat zij ongediplomeerd uitvallen of uit beeld raken. Relatie regionale analyse Belangrijke kenmerken van de maatregel die aansluiten op de regio analyse:
• •
Gerichte doelgroep: jongeren met verhoogd risico bij overgangen tussen schooltypen (PRO, VSO, ISK, MBO), zoals benoemd in de regio-analyse. Begeleiding bij cruciale overstappen: ondersteunt jongeren in kwetsbare overgangsfases waar uitval vaak voorkomt, zoals de stap van praktijk- of voortgezet speciaal onderwijs naar mbo.
•
Samenwerking onderwijs–gemeenten: sluit aan bij de regionale opgave om sluitende ketens tussen onderwijs en werk te realiseren.
•
Regionale afstemming via Spirit4U: versterkt de monitoring, kennisdeling en zichtbaarheid van de overstapaanpak binnen de regio.
•
Doel: voorkomen dat jongeren uit beeld raken en zorgen voor een soepele overgang naar vervolgonderwijs of werk. Deze maatregel versterkt de regionale keten van onderwijs naar werk door persoonlijke begeleiding en samenwerking tussen onderwijs en gemeenten, gericht op jongeren die risico lopen vast te lopen bij de overstap naar mbo of arbeidsmarkt. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect van deze maatregel is dat kwetsbare jongeren vanuit pro en vso een doorlopende begeleiding krijgen richting werk of dagbesteding, waardoor uitval en sociaal isolement worden voorkomen. Door vroege en specialistische ondersteuning op school, stage of werkplek vergroten zij hun kansen op een succesvolle overgang naar passende leer- en werktrajecten. Tegelijkertijd bevordert het gezamenlijke ontwikkeling van passend onderwijsaanbod en hybride leer-werktrajecten de maatschappelijke participatie van deze jongeren en versterkt het hun toekomstperspectief op onderwijs, werk en zelfstandigheid.
21 Zie Actielijn 4: ‘Maatwerk(onderwijs) op het snijvlak school, arbeidsparticipatie, praktijkleren en eventueel zorg’.
46
Indicator Het aantal begeleidingslijnen en aantal jongeren die gebruik maken van deze begeleidingslijnen.
Aanvulling op reguliere taken Voor de relatief kleine maar kwetsbare groep jongeren uit het praktijkonderwijs (pro) en voortgezet speciaal onderwijs (vso) met uitstroomprofiel arbeid of dagbesteding wordt een doorlopende begeleidingslijn naar werk en dagbesteding ontwikkeld, in samenwerking met de werkgeversdienstverlening. Deze maatregel gaat verder dan de reguliere nazorg van scholen, doordat zij voorziet in gespecialiseerde begeleiding door professionals met kennis van beperkingen en mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Het doel is om duurzame plaatsing op de arbeidsmarkt te realiseren — werk dat minimaal twaalf maanden wordt behouden, met passende nazorg en vroegtijdige signalering van mogelijke uitval. Door structureel contact te onderhouden met zowel jongeren als werkgevers, kan tijdig worden ingegrepen wanneer de continuïteit van werk of dagbesteding in het gedrang komt. Daarnaast wordt gewerkt aan regionaal passend onderwijsaanbod voor jongeren die anders ongediplomeerd zouden uitvallen, onder meer via uitstroomtrainingscentra, hybride leer-werktrajecten en leerwerkroutes voor nieuwkomers. Zo wordt de overgang van onderwijs naar werk of dagbesteding structureel versterkt — een opgave die de reguliere taken van onderwijsinstellingen en gemeenten overstijgt en vraagt om nauwe samenwerking binnen de regio.
6.3
Actielijn 3: Professionalisering en kennisdeling op integraal werken
Gewenste beweging Van Aparte professionalisering per interventie (case management, coachvoorzieningen, begeleiding naar werk)
Naar
→
Gezamenlijke multidisciplinaire professionalisering op basis van evaluaties en monitoringsgegevens (zie ‘integrale begeleiding’ en ‘uitgangspunten monitoring’) en met inbreng van ervaringsdeskundige jongeren.
In lijn met het principe ‘niets over jongeren, zonder jongeren’ worden jongeren betrokken bij het professionaliseringsplan. Gewenst maatschappelijk effect Door de expertise en professionaliteit van zowel onderwijsprofessionals als professionals vanuit het sociaal domein te versterken, kennis uit te wisselen en te leren met elkaar en jongeren samen, kunnen jongeren beter worden begrepen, ondersteund en versterkt. Connectie regioanalyse Bij het uitvoeren van de regio-analyse bleek hoe moeilijk het was om informatie over jongeren te bundelen om een integraal beeld te krijgen van de ontwikkeling van jongeren. Data over jongeren worden opgesneden langs wetgevingen en domeinen. Het bij elkaar brengen van de verschillende perspectieven en die perspectieven duiden is eveneens lastig voor de professionals vanuit die verschillende domeinen. De regio-analyse onderstreept het belang om integraal samen te werken rondom en met jongeren. Om jongeren effectief te begeleiden richting onderwijs, werk en maatschappelijke participatie, zetten gemeenten en onderwijsinstellingen de komende vier jaar stevig in op gezamenlijke, multidisciplinaire professionalisering van betrokken medewerkers. De focus ligt op integraal werken, leren van elkaar en verbeteren op basis van monitoring en evaluatie.
We ontwikkelen een regionaal professionaliseringsplan ‘integraal werken’, dat we als gemeenten en scholen samen met jongeren inhoudelijk voorbereiden en organiseren. Doel: met (ervaringsdeskundige) jongeren samen leren van elkaars expertises, op elkaars expertises leren vertrouwen en effectiever samenwerken (elkaars taal leren verstaan). Zowel als uitvoerders onderling, als uitvoering en beleid.
47
6.3.1
Van versnipperd naar gezamenlijk leren
De regionale professionaliseringsaanpak verschuift van aparte professionalisering per interventie (zoals casemanagement, coaching, begeleiding naar werk) naar gezamenlijke professionalisering op basis van: o Evaluaties en monitoringsgegevens. o Inbreng van ervaringsdeskundige jongeren. o Praktijkervaringen en casuïstiek. Door als gemeenten, onderwijs, zorg en welzijn gezamenlijk te investeren in deskundigheid en onderling kennis te delen, moet de begeleiding van jongeren versterkt en beter afgestemd gaan worden op hun behoeften.
6.3.2
Maatregel 3.1 regionale professionaliseringsaanpak
Met de regionale professionaliseringsaanpak versterken we de verschillende vormen van professionalisering zoals die op dit moment bestaan: Decanennetwerk van Spirit4You Vsv-casemanagers-bijeenkomsten Bijscholing en intervisie van schoolcoaches Netwerkbijeenkomsten pro vso entree Uitstroomtafels/netwerkbijeenkomsten werkgevers We sluiten aan, maken combinaties of organiseren nieuwe/andere vormen van kennisdeling ter bevordering van integraal werken. Denk aan thematische bijeenkomsten (praktijkleren, methodiekuitwisseling, beroepspraktijkvorming), multidisciplinaire casuïstiekbesprekingen, gezamenlijke bespreking beleidsevaluaties. Wanneer helpend en wenselijk, wordt aangesloten bij lokale en interne professionalisering (bijv. bij scholenkoepels, samenwerkingsverbanden, gemeenten). We borgen de verantwoordelijkheid voor de professionaliseringsaanpak zowel per actielijn/maatregel, als door, net als bij de andere actielijnen, een aanjaag/coördinatierol te beleggen voor: Faciliteren en organiseren professionaliseringsaanpak Aansluiting bij casuïstiekbesprekingen Verbinding met Expertiseteam Jeugd Naast deze aanpak, borgen we (zowel onder actielijn 1. als in de besluitvormingsstructuur), de functie voor professionele consultatie en advies en multidisciplinaire samenwerking hierbinnen.