RIS324173 Bijlage Groenbeheerplan Mariahoeve en Marlot
Tekst van het document
5.1 Stadsbomen De hoofdgroep stadsbomen bestaat uit individueel aangeplante stadsbomen, exclusief de bosbomen en bosplantsoenbomen. Bij het planten van een boom wordt een bepaalde kwaliteit en functie nagestreefd. De beschrijving van de gewenste ruimtelijke en esthetische functies wordt een streefbeeld genoemd. Streefbeeld Het algemene streefbeeld van een boom is dat hij vitaal en optimaal van vorm is. De optimale vorm van een boom is een voldoende rechte takloze stam met een voor de soort goed ontwikkelde kroon, stam en kroon die vrij van schade zijn. Gemiddeld de eerste 15 jaar na aanplant heeft de boom een overgangsbeeld. Tijdens deze periode wordt de jonge boom gevormd naar het streefbeeld van de volwassen boom. Leeftijdsklassen bomen In de praktijk worden er twee verschillende leeftijdsklassen gehanteerd. De eerste indeling wordt gebruikt voor de Boomveiligheidscontrole (BVC). Omdat 3e en 2e grootte bomen vaak minder oud worden dan bomen van de 1e grootte, wordt de boomgrootteklasse van de boom gebruikt voor de leeftijdsklasse-indeling:
30/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
• • •
1e grootte: 0 t/m 15, jong; 16 t/m 30, halfwas; >30 volwassen 2e grootte: 0 t/m 15, jong: 16 t/m 25, halfwas; >25 volwassen; 3e grootte: 0 t/m 10, jong: 11 t/m 20, halfwas; >20 volwassen;
Naast de indeling van leeftijdsklassen naar boomgrootteklassen wordt er voor de kostencalculaties van de werkpakketten in het beheersysteem gebruik gemaakt van een indeling waarbij enkel de leeftijd van de boom de klassen bepaald: • 0 t/m 15, jong; • 16 t/m 30, halfwas; • >30, volwassen. Onderhoudspakket In Den Haag streven we ernaar dat bomen een zo groot mogelijk kroonvolume kunnen bereiken. De kroon van een boom, die niet wordt onderhouden, ontwikkelt zich dusdanig dat deze de grond raakt. In de stad is dit meestal niet wenselijk omdat mensen en auto’s onder de kronen door moeten kunnen. De kronen worden daarom middels gerichte snoei omhoog gebracht waardoor een takloze stam ontstaat. Het ontwikkelen van een voldoende takloze stam en van een optimale kroonvorm wordt bereikt door begeleiding snoei uit te voeren. Dit gebeurt bij bomen jonger dan 15 jaar. Door de boom in deze fase vaker te snoeien zijn er kleine ingrepen nodig. Als er bij volwassen bomen nog vorm aan de kroon moet worden gegeven zijn hiervoor grote ingrepen nodig die schadelijk zijn voor de boom. Het snoeien van volwassen bomen moet tot een minimum worden beperkt. Het onderhoud dat aan bomen moet worden uitgevoerd is te verdelen in werk aan alle bomen, werk aan bomen in verschillende leeftijdscategorieën en werk aan specifieke soorten bomen.
Naast het onderhoud dat aan alle bomen wordt uitgevoerd zijn er nog werkpakket–specifieke handelingen die de kosten aan bomen bepalen. Hiermee worden de extra snoeibeurten in de kroon bedoeld bij opgekroonde of naast gevels staande bomen of kosten voor extra veiligheidsvoorzieningen voor bomen naast trambanen. De leeftijd van bomen wordt in het beheersysteem bepaald vanaf het moment dat de boom wordt geplant. Algemeen onderhoud aan alle bomen: - Bij jonge bomen worden de boompalen en banden gecontroleerd. Bij halfwas en volwassen bomen wordt Een regelmatig een boomveiligheidscontrole (BVC) uitgevoerd. Deze controle wordt door Groenbedrijf Den Haag (GbDH). Het benodigde budget hiervoor wordt centraal gereserveerd in de budgetverdeling. Daarom is de controle van halfwas en volwassen bomen niet in het onderhoudspakket van bomen opgenomen. Onderhoud dat afhankelijk is van de leeftijd van de boom: - De eerste 15 jaar na aanplant (jonge boom); - De tijd tussen 15 jaar en 30 jaar na aanplant (halfwas boom); - Langer dan 30 jaar na aanplant (volwassen boom). Eerste 15 jaar na aanplant: - De eerste 15 jaar na aanplant moet aan de boom begeleidingssnoei worden toegepast. Dit gebeurt elk jaar bij 50 % van de bomen. - Schades, aan boompalen en banden moeten worden hersteld. Er wordt aangenomen dat er per jaar 20 % van de boompalen en banden moeten worden vervangen.
- Bij bomen van vijf jaar oud moeten de boompalen en banden worden verwijderd. - Elk jaar gaat er een aangenomen percentage bomen dood. Deze moeten worden verwijderd. Bij bomen jonger dan 15 jaar 0,5%, bij bomen van 16 t/m 30 jaar 1% en bij bomen ouder dan 30 jaar 2 %. Het verwijderen van de bovengrondse delen van de
31/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
bomen zit in de werkpakketten. Het verwijderen van ondergrondse delen, grondverbetering en inboeten van bomen is niet opgenomen in de werkpakketten. Deze reguliere herplant wordt centraal door BAS begeleid en het benodigd budget hiervoor wordt centraal gereserveerd in de budgetverdeling. Bij begeleidingssnoei zijn twee begrippen belangrijk. De tijdelijke kroon en de blijvende kroon. De tijdelijke kroon bestaat uit alle takken die hun aanzet hebben op dat deel van de stam dat bij de volwassen boom takvrij moet zijn. Deze takken worden in de loop van de tijd verwijderd. Pas als de hoogte van de boom de grens tussen tijdelijke en blijvende kroon overstijgt, begint zich boven die grens de blijvende kroon te ontwikkelen. De blijvende kroon bestaat uit alle takken die hun aanzet hebben boven dat deel van de stam, dat bij een volwassen boom takvrij moet zijn. Deze takken mogen volledig uitgroeien. Zodra de gewenste takvrije stamlengte is bereikt, heeft een boom alleen nog een blijvende kroon. De begeleidingssnoei stopt dan. Aangenomen wordt dat een boom gemiddeld 15 jaar na aanplant het gewenste streefbeeld heeft bereikt. Onderhoud aan specifieke soorten bomen: - Bij acacia’s, iepen, linden, (sier)peren, vleugelnoten, knotwilgen, esdoorns en populieren moet afhankelijk van de leeftijd van de boom stamschot en wortelopschot worden verwijderd.
De soorten waar stamschot voorkomt beslaan circa 45 % van het totale bomenbestand. Bij jonge bomen (t/m 15 jr.) wordt er 1 keer per jaar stamschot verwijderd en bij de overige bomen (> 15 jr.) wordt 2 keer per jaar stamschot verwijderd.
Indeling bomen In het beheersysteem worden de verschillende streefbeelden aan de hand van werkpakketten ingedeeld. Per werkpakket is de kwaliteit van de gewenste ruimtelijke en esthetische kwaliteiten verschillend. De indeling van de groepen bomen is gebaseerd op de ondergrond waar de boom in staat (grasveld/vegetatie, verharding en beplanting). De verdeling van de groepen in werkpakketten is gebaseerd op de vorm waarin de kroon van volwassen bomen wordt gesnoeid. Naast de stadsbomen met werkpakketten zijn er twee bijzondere groepen met bomen. Dit zijn de bomen in natuur- en parkbos (bosbomen N42) en bomen in de houtsingels/struweel/ruigte (bosplantsoenbomen N41). Bosplantsoenbomen hebben geen eigen werkpakket. In het groenwerkpakket houtsingel/struweel/ruigte zijn kosten opgenomen voor algemeen boomonderhoud aan deze bomen. In houtsingel/struweel/ruigte worden bosplantsoenbomen individueel geregistreerd als zij een stamdoorsnede hebben die groter is dan 25 cm. en binnen 10 meter van een rand staan. Deze bomen worden alleen geregistreerd vanwege de jaarlijkse BVC. Bomen in bos worden alleen geïnventariseerd op verzoek van de groenbeheerder als ze van invloed zijn op de veiligheid. Na registratie wordt bij die bomen jaarlijks de BVC uitgevoerd. Het onderhoud van bomen in bos is opgenomen in het werkpakket (natuur- of parkbos). 5.1.1.1
Bomen in verharding algemeen Met bomen in verharding worden ook bomen in halfverharding bedoeld. Als er een boom in asfaltverharding of elementverharding wordt geplant, is er een standaard boomkrans aangebracht. Bomen in verharding staan in een onnatuurlijke omgeving. De bodem is zo verbeterd dat de boom hierin kan groeien. Dit is uitgevoerd met bomenzand. Een boom in verharding kan dicht bij een weg staan waardoor bescherming tegen aanrijschade noodzakelijk is deze boombescherming wordt door de groenbeheerder onderhouden. Het percentage bomen die boombescherming nodig heeft is zo laag dat dit niet apart is opgenomen in het werkpakket
32/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Het streefbeeld van bomen in verharding is een goed groeiende boom in een schone boomkrans met daaromheen een vlakliggende bestrating. Werkzaamheden Onkruidbeheersing boomspiegel (maaien) Herstellen bestrating rondom boom (ophalen bestrating/ wortelopdruk) Groeiplaatsverbetering (bomen ouder dan 15 jaar)
Frequentie 3 1
Bewerkingspercentage 100% 5%
1
2%
Werkpakketten bomen Na aanplant van een boom wordt deze de eerste 15 jaar zo gesnoeid dat deze aan het, door de beheerder gewenste, werkpakket voldoet. Dit gebeurt door middel van begeleidingssnoei. De verdeling van de drie groepen bomen in werkpakketten is gelijk. De indeling naar werkpakketten is gebaseerd op de werkzaamheden die aan de kroon moeten worden uitgevoerd. De werkpakketten die hierdoor ontstaan zijn: - werkpakket bomen met losse kroon; - werkpakket opgekroonde bomen; - werkpakket bomen met snoeivorm; - werkpakket bomen met trambaansnoei; - werkpakket bomen met gevelsnoei; - werkpakket bomen met monumentaalsnoei. 5.1.1.2
Boom met losse kroon Onder het werkpakket “boom met losse kroon” worden bomen verstaan waar nauwelijks aan gesnoeid hoeft te worden. Dit komt omdat er in de buurt van de boom weinig beperkende factoren aanwezig zijn. De kroon ontwikkelt zich daardoor tot een min of meer natuurlijke vorm. Er wordt van uitgegaan dat de doorrijhoogte langs de boom minder is dan 4 meter. Dit zijn bijvoorbeeld kleine bomen in woonstraten of bomen in parken.
Streefbeeld
Het streefbeeld van een boom met een losse kroon is een boom met voldoende takvrije stam en een kroon die een voor de soort natuurlijke vorm heeft. Een voldoende takvrije stam wil zeggen dat de stam maximaal tot niet meer dan 4 meter wordt opgekroond. De doorrijhoogte, langs de boom is hierdoor minder dan 4 meter. Een kroon met een voor de soort natuurlijke vorm wil zeggen dat er niet in de kroon wordt gesnoeid.
Werkzaamheden Snoeien (jonge bomen) Snoeien (halfwas bomen) Snoeien (volwas bomen)
Frequentie 1 1 1
Bewerkingspercentage % 50% 20% 12,5%
33/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.1.1.3
Opgekroonde boom
Onder het werkpakket “opgekroonde boom” worden bomen verstaan die regelmatig moeten worden gesnoeid. Dit komt omdat ze op een plaats staan waar beperkende factoren aanwezig zijn of omdat de kroon van de boom zich niet onbelemmerd kan ontwikkelen. Er wordt van uitgegaan dat de doorrijhoogte langs de boom meer moet zijn dan 4 meter. Dit zijn bijvoorbeeld bomen die dicht bij doorgaande wegen staan. Streefbeeld
Het streefbeeld van een opgekroonde boom is een boom met voldoende takvrije stam en een kroon die is aangepast aan de beperkingen van de omgeving. Een voldoende takvrije stam wil zeggen dat de stam minimaal 4 meter wordt opgekroond en de vrije doorrijhoogte, op de weg langs de boom, meer dan 4 meter is. Een kroon die is aangepast aan de beperkingen van de omgeving is een kroon die regelmatig moet worden aangepast om de vorm te handhaven.
Werkzaamheden Snoeien (jonge bomen) Snoeien (halfwas bomen) Snoeien (volwas bomen)
Frequentie 1 1 1
Bewerkingspercentage % 50% 25% 15%
34/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.1.1.4
Boom met snoeivorm
Onder het werkpakket “bomen met snoeivorm” worden bomen verstaan waarvan de kroon regelmatig, tot de gesteltakken, moet worden teruggesnoeid. De kroon van de boom is, in het verleden, in een onnatuurlijke vorm gesnoeid. Onder dit werkpakket vallen leibomen, knotbomen of gekandelaberde bomen. Streefbeeld
Er wordt, voor het onderhoudspakket, vanuit gegaan dat een boom met een snoeivorm wordt gekandelaberd. Het snoeiwerk aan een boom met snoeivorm moet met een hoogwerker worden uitgevoerd. Een boom met snoeivorm wordt t/m het 15e jaar na aanplant 1 keer in de 2 jaar gesnoeid. Daarna is de snoeifrequentie eens in de 3 jaar.
Werkzaamheden Snoeien (jonge bomen) Snoeien (halfwas en volwasbomen)
Frequentie 1 1
Bewerkingspercentage % 50% 33,33%
35/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.1.1.5
Boom met trambaansnoei Onder het werkpakket “boom met trambaansnoei” worden bomen verstaan die binnen 5 meter van de trambaan staan.
Streefbeeld
Werkzaamheden Snoeien (jonge bomen) Snoeien (halfwas en volwasbomen)
Het streefbeeld van een boom met trambaansnoei is een boom met voldoende takvrije stam en een kroon die is aangepast aan de ernaast liggende trambaan. Een voldoende takvrije stam wil zeggen dat de stam minimaal 6 meter wordt opgekroond. Een kroon die is aangepast aan de er naast liggende trambaan wil zeggen dat de kroon van de boom moet worden aangepast. Het werk aan een boom met trambaansnoei moet ‘s-nachts op een door HTM bepaald tijdsstip en met een hoogwerker worden uitgevoerd. De boom wordt t/m het 15e jaar na aanplant 1 keer in de 2 jaar gesnoeid. Daarna wordt aangenomen dat de snoeifrequentie 1 keer per 3 jaar is, waarbij er in de kroon moet worden gesnoeid. Frequentie Bewerkingspercentage % 1 50% 1 33,33%
36/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
37/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.1.1.6
Boom met gevelsnoei Onder het werkpakket “boom met gevelsnoei” worden bomen verstaan van een 1 e of 2 e grootte die binnen 5 meter afstand van een gevel staan.
Streefbeeld
Het streefbeeld van een boom met gevelsnoei is een boom met een voldoende takvrije stam en een kroon die is aangepast aan de er naast staande gevel. Een voldoende takvrije stam wil zeggen dat de stam minimaal 4 meter wordt opgekroond. Een kroon die is aangepast aan de ernaast staande gevel wil zeggen dat de kroon aan de gevel moet worden aangepast.
Werkzaamheden Snoeien (jonge bomen) Snoeien (halfwas en volwasbomen)
Frequentie 1 1
Bewerkingspercentage % 50% 33,33%
38/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.1.1.7
Monumentale bomen In Mariahoeve staan zijn geen monumentale bomen bekend binnen de openbare ruimte. Wel is op particulier terrein een monumentale boom bekend op het voorplein van het Diamantcollege aan Diamanthorst. In Marlot zijn op verschillende plekken monumentale bomen aanwezig in de openbare ruimte. Op het plein aan de van Hoeylaan staat een monumentale lindenboom. Op de hoek Hofzichtlaan/Hoogwerflaan staan enkele monumentale bomen. Dit betreffen 2 lindenbomen en een wintereik. In Mariahoeve en Marlot staan ook nog enkelen monumentale bomen in particulier beheer en eigendom. Particulieren eigenaren van monumentale bomen krijgen geen beheervergoeding. Wel worden deze bomen eens per 5 jaar gecontroleerd. Voor monumentale bomen die in de openbare ruimte staan geldt dat gemeente Den Haag deze beheert. Het betreft uitsluitend bomen die op de lijst met monumentale bomen staan.
Streefbeeld
Werkzaamheden Snoeien (monumentale boomsnoei) Nader onderzoek Plaatsen boomankers Controleren boomankers
Het streefbeeld van een boom met monumentaalsnoei is een oude vitale boom met een bijzondere uitstraling of een boom die door zijn standplaats onderdeel is van een boomobject dat monumentaal is, zoals bijvoorbeeld de lindenboom op het plein aan de van Hoeylaan. Een monumentale boom heeft een bijzondere uitstraling door de omvang en leeftijd van de boom vaak gecombineerd met de standplaats van de boom. Bij bomen met monumentaalsnoei wordt ervan uit gegaan dat ze meer dan 30 jaar geleden zijn aangeplant. Er wordt aangenomen dat de snoeifrequentie 1 keer per 5 jaar is. Naast het snoeien zijn er extra onderhoudsmaatregelen noodzakelijk. Frequentie 1 1 1 1
Bewerkingspercentage % 20% 10% 1% 100%
39/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.1.1.8
Bomen in gras/vegetatie De groep bomen in gras / vegetatie zijn de bomen die in kruidachtige vegetatie staan. Het streefbeeld van bomen in vegetatie is niet anders dan het algemene streefbeeld van bomen. Het onderhoud van bomen in vegetatie is ook gelijk aan het algemene onderhoud aan bomen. Bij het uitvoeren van het onderhoud moet wel rekening worden gehouden met een zachtere ondergrond. Het gebruik van zwaar materieel wordt hierdoor bemoeilijkt. Bomen in vegetatie hebben bij normaal onderhoud geen boomspiegels. Het onderhoud van het gras om de stam wordt tot het onderhoud aan het grasveld gerekend en niet tot het onderhoud aan bomen
De werkpakketten van de groep bomen in gras / vegetatie zijn gelijk aan die van bomen in verharding. De verdeling van de groepen bomen in werkpakketten is gelijk. De indeling naar werkpakketten is gebaseerd op de werkzaamheden die aan de kroon moeten worden uitgevoerd. 5.1.1.9
Bomen in beplanting
De groep bomen in beplanting zijn de bomen die in houtachtige beplantingen staan. Het streefbeeld van bomen in beplanting is niet anders dan het algemene streefbeeld van bomen. Het onderhoud van bomen in beplanting is niet anders dan het algemene onderhoud aan bomen. Met uitzondering van bomen in hoge beplanting (>2 m). Bij deze bomen wordt er aangenomen dat er geen stamschot voorkomt. Het aantal bomen in beplanting hoger dan 4 meter is een aangenomen percentage. Bij het uitvoeren van het onderhoud moet wel rekening worden gehouden met de bereikbaarheid van de boom. Bij bomen in hogere beplanting wordt het gebruik van materieel bemoeilijkt. De werkpakketten van de groep bomen in beplanting zijn gelijk aan die van bomen in verharding. De verdeling van de drie groepen bomen in werkpakketten is gelijk. De indeling naar werkpakketten is gebaseerd op de werkzaamheden die aan de kroon moeten worden uitgevoerd.
5.2 Natuurlijke verhoute beplanting Verhoute beplanting bestaat uit planten die met bovengrondse delen overwinteren en die elk jaar in omvang toenemen, ook wel struiken vaak genoemd. De verdeling van verhoute beplanting in hoofdgroepen is gebaseerd op het verschil in functie. De functie van een beplanting is in grote mate afhankelijk van de grootte van het beplantingsvak. Hoe groter de oppervlakte aaneengesloten verhoute beplanting, hoe groter de natuurlijke en extensieve recreatiefunctie, de vakken met deze functies worden ingedeeld bij de hoofdgroep natuurlijke verhoute beplanting.
Het algemene streefbeeld van een natuurlijke verhoute beplanting is een gevarieerde, ongeordende, schadevrije, natuurlijke beplanting met een verticale structuur en een kruidachtige onderbeplanting. Met gevarieerd wordt bedoeld dat er naar gestreefd wordt zoveel mogelijk verschillende soorten planten in het vak te krijgen. Met ongeordend wordt bedoeld dat de beplanting er niet geordend of net uitziet. Met natuurlijk wordt bedoeld dat er in een vak niet één soort maar naar een vegetatietype (een groep soorten) wordt gestreefd waarbij de vorm van de beplanting in het vak als geheel wordt beschouwd. Een beplanting met een verticale structuur is een hoge beplanting die uit bomen en struiken bestaat.
40/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Het onderhoudspakket van een verhoute beplanting bestaat hoofdzakelijk uit twee onderdelen, het beheer van (on)kruiden en de manier waarop de beplanting wordt gesnoeid of gedund. Hierbij wordt met name extensief onderhoud gepleegd. Dit kan met kleine ingrepen van het areaal snoeien of dunnen. Bij werkpakketten van natuurlijk verhoute beplanting wordt minder dan 5 keer per jaar werkzaamheden uitgevoerd. De kruiden worden niet verwijderd maar beheerd. De beplanting wordt gedund waarbij het uitgangspunt is dat de levensduur van het gesnoeide vak wordt verlengd. De beheermaatregelen zijn vaak in beheerplannen omschreven.
5.2.1 Houtsingel Houtsingel is een verhoute beplanting die bestaat uit een kruidenlaag (70% van de oppervlak) met groepen bomen en struiken (30 % van de oppervlakte). Houtsingels hebben een ecologische en ruimtelijk esthetische (besloten indruk) functie. Houtsingels komen in meerderheid aan de randen van de ecozones voor, waar doorgaans wandel- en fietspaden of wegen lopen. Aan de wegzijde is een actief beheer van de bomen belangrijk om hinderlijk overhangende takken te voorkomen. Aan de zijde zonder paden en/of wegen is het beheer extensiever en kan er gespeeld worden met het maaibeheer. Het uitgangspunt bij het onderhoud van houtsingel is het in stand houden van de open structuur. Dit wil zeggen dat het vak zo wordt beheerd dat het niet helemaal dichtgroeit. De werkzaamheden aan de bomen is onderdeel van het onderhoudspakket voor houtsingel.
41/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Streefbeeld
Het streefbeeld is een deels ruige kruidlaag met groepen opgaande beplanting. Deze groepen staan 3 tot 10 meter uit elkaar en bestaan uit inheemse soorten. Een deel van de opgaande beplanting betreft bomen. Door aan de ‘groene’ zijde van de houtsingel gefaseerd (telkens 35%) te maaien ontstaan er her en der relatief smalle mantelzoomvegetaties die regelmatig van locatie kunnen wisselen. De niet te maaien 35% wel zodanig positioneren dat in de winter nog een lijnvormige verbinding van ruigte tussen de groepen bomen /struweel van de singel behouden blijft. Door dit beheer groeit het gebied niet dicht en zijn er regelmatig ‘doorkijkjes’. Het werkpakket houtsingel bestaat uit de oppervlakte van het hele vak. De bomen die in houtsingel staan, zijn niet als apart werkpakket benoemd. In plaats daarvan wordt er aangenomen dat er op elke 25 m2 houtsingel één boom staat. Om het onderhoud aan bomen per vierkante meter uit te kunnen drukken is het noodzakelijk om een omrekenfactor te bepalen. Deze wordt gesteld op 1/25 of 4 % van de oppervlakte. De bomen die in houtsingels staan zijn bomen met het werkpakket “bomen met losse kroon in beplanting” die ouder zijn dan 15 jaar. Frequentie Bewerkingspercentage % 1 70%
Werkzaamheden Verwijderen stenen en takken (voorafgaand aan maaien) Maaien, wiersen en verwijderen maaisel Snoeien bomen (werkpakket bomen losse kroon in beplanting) Dunnen / terugzetten beplanting Verwijderen ongewenste soorten (braam, haagwinde)
2 1
35% 4%
1 1
10% 20%
42/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.2.2 Struweel Struweel is een verhoute beplanting die uit inheemse struiken bestaat met bomen.
Het streefbeeld van struweel is een gesloten struiklaag van opgaande beplanting van gemiddeld 3 meter hoog. In de ontwikkelingsfase van struweel heeft het dunnen tot doel individuele struiken tot wasdom te laten komen. Daarvoor worden zaailingen van boomvormers die dit verhinderen verwijderd, zodat er een gesloten vak ontstaat. Randen langs verharding worden gemaaid om te voorkomen dat paden dichtgroeien. Het werkpakket struweel bestaat uit de oppervlakte van het hele vak. De in het struweel voorkomende bomen zijn niet benoemd als een apart werkpakket. In plaats daarvan wordt er aangenomen dat er op elke 50 m2 struweel één boom staat. Om het onderhoud aan bomen per vierkantemeter uit te kunnen drukken is het noodzakelijk om een omrekenfactor te bepalen. Deze wordt gesteld op 1/50 of 2 % van de oppervlakte. De bomen die in struweel staan zijn bomen met het werkpakket “bomen met losse kroon in beplanting” die ouder zijn dan 15 jaar. Werkzaamheden Frequentie Bewerkingspercentage % Verwijderen ongewenste houtige opslag en zaailingen 1 5% Uitdunnen beplanting 1 10% Inboeten (vervangen dode stuiken) 1 0,5% Snoeien bomen ouder dan 15 jaar in struweel (losse kroon) 1 2% Uitmaaien en afvoeren rand (1 meter) vanaf verharding 2 100% Langs wandelpaden en water snoeien overhangende takken 1 50%
43/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.3 Cultuurlijke verhoute beplanting Verhoute beplanting bestaat uit planten die met bovengrondse delen overwinteren en die elk jaar in omvang toenemen. De verdeling van verhoute beplantingen in hoofdgroepen is gebaseerd op het verschil in functie. De functie van een beplanting is in grote mate afhankelijk van de grootte van het beplantingsvak. Hoe kleiner het vak verhoute beplanting hoe groter de esthetische functie. Vakken met een esthetische functie worden ingedeeld bij de hoofdgroep cultuurlijke verhoute beplanting.
Het algemene streefbeeld van een cultuurlijke verhoute beplanting is een eenvormige, geordende, schadevrije, cultuurlijke beplanting met een horizontale structuur zonder kruidachtige onderbeplanting. Met eenvormig wordt bedoeld dat ernaar gestreefd wordt zoveel mogelijk dezelfde soort planten in het vak te krijgen. Met geordend wordt bedoeld dat de vegetatie een hoog netheidniveau heeft. Met cultuurlijk wordt bedoeld dat de individuele planten in het vak in stand worden gehouden. Een beplanting met een horizontale structuur is een lage beplanting die voornamelijk uit heesters bestaat. Het onderhoudspakket van een verhoute beplanting bestaat hoofdzakelijk uit twee onderdelen, het beheer van onkruiden en de manier waarop de beplanting wordt gesnoeid of gedund. Bij werkpakketten van cultuurlijke verhoute beplanting wordt meer dan 5 keer per jaar werkzaamheden uitgevoerd. Het onderhoud bestaat uit het onkruidvrij houden van de beplanting. Bij het onkruidvrijhouden van de beplanting wordt ervan uitgegaan dat dit mechanisch wordt uitgevoerd, zonder dat daarbij chemische middelen gebruikt worden. Het uitgangspunt bij het snoeien van cultuurlijke verhoute beplanting is dat de levensduur van de gesnoeide heesters wordt verlengd.
5.3.1 Grove sierheesters Vakken grove sierheesters hebben voornamelijk een ruimtelijke functie. De hoogte van een vak grove sierheesters is minimaal 1,5 meter. Soorten die tot grove heesters worden gerekend zijn o.a., Ribes, Cornus, Weigelia en Symphoricarpos. In vakken grove sierheesters kunnen bomen voorkomen. Deze zijn als apart werkpakket benoemd.
Isabellaland
Elviraland
44/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Bezuidenhoutseweg / Smaragdhorst
Zijdelaan
45/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Streefbeeld
Het streefbeeld van grove sierheesters is een gesloten gelijkvormige beplanting. Een gesloten beplanting wil zeggen dat de hele oppervlakte van het vak wordt bedekt door heesters.
Bij de groep grove sierheesters ligt de nadruk van het onderhoud op het gesloten houden van het beplantingsvak. In de rand van het vak waar onvermijdelijk onkruiden groeien. Standaard worden de harde en zachte randen langs grove sierheesters extensief onderhouden waarbij de kruidenlaag wordt afgemaaid. Zaailingen moeten in het hele vak worden verwijderd. Het snoeien van grove heesters gebeurt zodanig dat het vak gesloten blijft. Takken die over paden hangen moeten worden teruggezet. In de eerste drie jaar nadat een vak grove heesters is aangeplant of de eerste drie jaar nadat het is gesnoeid, wordt het hele vak onkruidvrij gehouden. Daarvoor wordt het vak als werkpakket fijne heesters onderhouden. Werkzaamheden Frequentie Bewerkingspercentage % Snoeien/ planmatig dunnen 1 10% Onkruidbeheersing 5 50% Afvoeren vrijkomend materiaal 5 50% Ongewenste zaailingen en opschot verwijderen 1 1% Plaagbestrijding (o.a. braam en haagwinde) 1 1% Inboet inclusief grondverbetering 0,2 5%
46/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.3.2 Fijne sierheesters Onder fijne sierheesters wordt verstaan een beplantingsvak met een open beplanting zonder kruidenlaag. Fijne sierheesters hebben een decoratieve functie. Soorten die tot fijne heesters worden gerekend zijn o.a. Potentilla, Lonicera, Hedera, Buddleja, Spiraea en bodembedekkende parkheesterrozen. Bodembedekkende lage heesters, al of niet met solitairen, behoren ook tot deze groep. Hoogte van de beplantingsvakken is maximaal 1,5 meter. In de vakken fijne sierheesters kunnen bomen voorkomen, deze zijn dan als apart werkpakket benoemd.
Vlamenburg
Margartehaland
Wijkpark de Horst
Roggekamp
47/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Streefbeeld
Het streefbeeld van fijne sierheesters is een open gelijksoortige jonge beplanting zonder kruidenlaag en met een strakke rand. Een open beplanting wil zeggen dat de oppervlakte van het vak niet helemaal wordt bedekt door de heesters. Onderhoudspakket Bij de groep fijne sierheesters ligt de nadruk van het onderhoud op het onkruidvrij houden van het beplantingsvak en het in stand houden van de aangeplante soorten. Door frequent te snoeien blijft de beplanting jong
Werkzaamheden Snoeien fijne sierheesters Onkruidbeheersing Verwijderen vrijkomend materiaal Bestrijden plagen (o.a. braam, haagwinde) Inboeten (vervangen dode struiken) Bemesten (organische korrelbemesting) Randensnoei
Frequentie 1 7 4 1 1 1 1
Bewerkingspercentage % 25% 80% 80% 1% 3,5% 100% 50%
48/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.3.3 Sierhagen Onder sierhagen wordt verstaan een één soortige beplanting die door jaarlijks knippen in een blokvorm wordt gehouden. Een standaard haag bestaat uit een bovenkant en vier zijkanten. Sierhagen zijn beplantingen met decoratieve waarden.
Gerstkamp
Haverkamp
49/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Streefbeeld
Het streefbeeld van sierhagen is een gesloten gelijksoortige beplanting zonder kruidenlaag en met een strak geknipte blokvorm. Bij de groep sierhagen ligt de nadruk van het onderhoud op het onkruidvrij houden van het vak en het twee keer per jaar knippen van de zij- en bovenkant van de haag. Standaard worden de zachte randen langs sierhagen extensief onderhouden waarbij de kruidenlaag wordt afgemaaid. Langs de harde randen van sierhagen wordt de onkruidbestrijding altijd intensief uitgevoerd d.m.v. schoffelen. Het knippen van een haag moet tot het oude hout gebeuren anders wordt de haag elk jaar een stukje hoger en breder.
Werkzaamheden Frequentie Hagen knippen 2 Onkruidbeheersing haagvoet 5 Verwijderen vrijkomend materiaal (onkruidbeheersing) 5 Bestrijden plagen (o.a. braam, haagwinde) 1 Inboet 1
Bewerkingspercentage % 100% 80% 80% 1% 2,5%
50/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.3.4 Rozen Onder sierrozen wordt verstaan een vak met traditionele rozen. Botanische of bodembedekkende rozen vallen niet onder deze groep. Deze zijn bij de fijne heesters ingedeeld.
Rozen aan het Bloklandenplein Marlot
Rozen aan het Bloklandenplein Marlot
51/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Streefbeeld
Sierrozen zijn beplantingen met een grote decoratieve waarden. Het streefbeeld van sierrozen is een zwart beplantingsvak met veel individuele rozenstruiken met veel (geurende) rozen. Onderhoudspakket Bij sierrozen ligt de nadruk van het onderhoud op het onkruidvrij en netjes houden van het beplantingsvak en het stimuleren van de bloei.
Werkzaamheden Frequentie Voorjaarssnoei 1 Zomersnoei 1 Onkruidbeheersing 8 Verwijderen vrijkomend materiaal 8 Bemesting (organische korrelbemesting) en onderwerken 1 Inboeten (vervangen dode rozenstruiken) 1
Bewerkingspercentage % 100% 100% 100% 100% 100% 10%
52/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.4 Cultuurlijke kruidachtige beplanting De verdeling van de cultuurlijke kruidachtige vegetaties in hoofdgroepen is gebaseerd op het verschil in functie. Bij kruidachtige vegetatie staat de esthetische (sierwaarde) en/of recreatieve functie centraal. De recreatieve functie kan worden verdeeld in intensieve recreatie (sport en spel) en extensieve recreatie (rust en ruimte). De groepen die we rekenen tot de cultuurlijke kruidachtige vegetatie zijn: • Siervegetatie • Grasveld • Ruiggrasveld
Het streefbeeld van een cultuurlijke kruidachtige vegetatie is een vakvullende, schadevrije, functionele, geordende, cultuurlijke vegetatie. Functioneel wil zeggen dat er op de grasvegetatie activiteiten plaats kunnen vinden zonder dat hierdoor schade aan de vegetatie ontstaat. Met geordend wordt bedoeld dat de vegetatie een hoog netheidsniveau heeft. Met cultuurlijk wordt bedoeld dat de soorten planten in het vak zijn aangebracht en in stand worden gehouden.
Denenburg
Reigersbergenweg / Vlaskamp
Zuidwerfplein
Hendrinaland
53/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.4.1 Vaste planten Siervegetatie zijn vakken met een decoratieve functie. Ze worden aangeplant om naar te kijken en hebben veel mooie bloemen Streefbeeld
Het streefbeeld van siervegetatie is een opvallende bloeiende vegetatie waar geen onkruid in voor komt. Hiermee wordt bedoeld dat er in het vak veel bloemen voor komen en dat er naast de aangeplante planten geen spontane begroeiing voorkomt. Het werkpakket vaste planten bodembedekkend bestaat uit de oppervlakte van het hele vak en bestaat uit soorten die ondergronds overwinteren en in het voorjaar weer nieuwe bovengrondse delen vormen. Vaste planten bodembedekkend hebben, in vergelijking met vaste planten, een bodembedekkende verschijningsvorm.
Werkzaamheden Frequentie Maaien/mulchen 1 Onkruidbeheersing (handmatig/wieden) 8 Vrijgekomen materiaal (inclusief zwerfafval) verwijderen 8 Organisch bemesten 1 Inboeten 1
Bewerkingspercentage % 100% 16% 16% 100% 2%
54/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.4.2 Grasveld Grasveld wordt aangelegd om openheid en ruimte te creëren en nodigt uit om op te recreëren. De recreatieve functie bestaat voornamelijk uit het over lopen of het doen van een balspel.
Park Vlaskamp
Bloklandenplein
55/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Streefbeeld
Werkzaamheden Verwijderen takken en stenen Maaien Bijmaaien rondom obstakels Grasveld herstellen
Het streefbeeld van grasveld is een frisse groene, kort egaal geknipte, gesloten grasmat met een strakke scheiding bij obstakels, harde randen en zachte randen langs siergroen (vaste planten, wisselperken, rozen, fijne en grove sierheesters en hagen). Met een fris groen, kort egaal geknipt wordt bedoeld dat het gras goed groeit, vlak is en kort wordt gemaaid. Een gesloten grasmat is een grasmat zonder kale plekken. De kwaliteit van een grasveld wordt in hoge mate bepaald door het beeld van de randen en obstakels. Met een strakke scheiding wordt bedoeld dat het gras om obstakels en randen niet meer dan twee keer de hoogte van het grasveld heeft. Bij de groep grasveld ligt de nadruk van het onderhoud op het kort (2-4 cm) houden van het gras. Hiervoor wordt het gras circa 20 keer per jaar gemaaid waarbij het maaisel niet wordt verwijderd. Het gras langs de randen en obstakels is iets langer (4-8 cm) dan dat van het grasveld en wordt circa 10 keer per jaar bijgemaaid. Schade aan het grasveld wordt hersteld. Frequentie 1 22 11 1
Bewerkingspercentage % 100% 100% 100% 2%
56/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.4.3 Grasveld met bollen Grasveld wordt aangelegd om openheid en ruimte te creëren en nodigt uit om op te recreëren. Voor de sierwaarde of om de biodiversiteit te verhogen worden in grasvelden soms gedeelten ingeplant met bloembollen.
Gerstkamp
Hofzichtlaan / Margarethaland
57/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Streefbeeld
De bolgewassen kunnen per vak variëren (Narcissen en Krokussen) waardoor het tijdstip van de eerste maaibeurt verschilt. Hierdoor kan het aantal maaibeurten dat per jaar wordt uitgevoerd variabel zijn
Werkzaamheden Verwijderen takken en stenen Loof van bollen maaien en afvoeren Maaien Bijmaaien rondom obstakels Blad verwijderen Herstellen grasveld inclusief aanvullen grond
Frequentie 1 1 19 10 1 1
Bewerkingspercentage % 100% 100% 100% 100% 5% 2%
58/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.4.4 Ruiggrasveld parkeerterrein Ruiggrasveld parkeerterrein bestaat uit grasbetontegels waardoorheen ruiggras groeit en heeft de functie van parkeerterrein
Streefbeeld
Werkzaamheden Maaien
Het werkpakket ruiggrasveld, parkeerplaats bestaat uit de oppervlakte van het hele vak en is een vak, met een helling van minder dan 1 : 2 dat als parkeerplaats in gebruik is. Er komen geen obstakels in voor. De ondergrond van het vak is verstevigd door middel van grasbetontegels, ritterplaten of een gelijkwaardige constructie Onderhoudspakket Bij de groep ruiggrasveld ligt de nadruk van het onderhoud op het niet te lang laten worden van het gras. Hiervoor wordt er 6 tot 11 keer per jaar gemaaid. De randen en obstakels worden bij elke maaibeurt bijgemaaid. Doordat het beeld van ruiggrasveld grover is dan bij grasveld zijn de omstandigheden waaronder wordt gemaaid minder van belang. Hierdoor zijn er bij de groep ruiggrasveld minder werkpakketten. Frequentie Bewerkingspercentage % 4 100%
59/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.4.5 Ruiggrasveld Ruiggrasveld heeft een recreatieve functie. Ze wordt onder andere gebruikt als hondenuitlaatplaats
Streefbeeld
Werkzaamheden Verwijderen takken en stenen Maaien Bijmaaien rondom obstakels Herstellen en aanvullen grond
Het streefbeeld van ruiggrasveld is een groene niet regelmatige grasmat. Met een groene niet regelmatige grasmat wordt bedoeld dat het gras verschilt in hoogte en dichtheid pollen en open plekken kunnen voorkomen. Het beeld van de groep ruiggrasveld is onregelmatiger dan van de groep grasveld. Onderhoudspakket Bij de groep ruiggrasveld ligt de nadruk van het onderhoud op het niet te lang laten worden van het gras. Hiervoor wordt er 6 tot 11 keer per jaar gemaaid. De randen en obstakels worden bij elke maaibeurt bijgemaaid. Doordat het beeld van ruiggrasveld grover is dan bij grasveld zijn de omstandigheden waaronder wordt gemaaid minder van belang. Hierdoor zijn er bij de groep ruiggrasveld minder werkpakketten. Frequentie Bewerkingspercentage % 1 100% 6 100% 6 100% 1 2%
60/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.5 Natuurlijke kruidachtige vegetatie Kruidachtige vegetatie bestaat uit planten die in de winter tot op het maaiveld afsterven, in de bodem overwinteren en in het voorjaar weer nieuwe bovengrondse delen vormen. De verdeling van kruidachtige vegetatie in hoofdgroepen is gebaseerd op het verschil in functie. Bij kruidachtige vegetatie staat de recreatieve functie centraal. De recreatieve functie kan in intensieve recreatie (sport en spel) en extensieve recreatie (rust en ruimte) worden verdeeld. Kruidachtige vegetatie met een extensieve recreatieve of natuur functie worden ingedeeld bij de hoofdgroep natuurlijke kruidachtige vegetatie, hieronder vallen ook de ecologische vegetaties .
Het streefbeeld van een natuurlijke kruidachtige vegetatie is een vakvullende, schadevrije, gevarieerde, ongeordende, natuurlijke vegetatie. Het streefbeeld voor alle groepen is een gevarieerde kruidenrijke vegetatie met inheems en zoveel mogelijk van nature in Den Haag voorkomende soorten en die een leef-, voortplantings- en voedselgebied vormt voor een breed scala aan insecten (o.a. bijen, vlinders, zweefvliegen en sprinkhanen). Met gevarieerd wordt bedoeld dat er naar gestreefd wordt zoveel mogelijk verschillende soorten planten in het vak te krijgen. Met ongeordend wordt bedoeld dat de vegetatie er niet geordend of net uitziet. Met natuurlijk wordt bedoeld dat er in het vak niet naar één soort maar naar een vegetatietype (een groep planten) wordt gestreefd waarbij de vorm van de beplanting in het vak als geheel wordt beschouwd. Het onderhoud dat aan alle kruidachtige vegetatie wordt uitgevoerd, is het regelmatig afknippen van de bovengrondse delen. Hierdoor blijven de gewenste soorten in het vak gehandhaafd en wordt de ontwikkeling van houtige opslag voorkomen. Naast het moment van maaien dient het maaisel te worden verzameld en afgevoerd. Als het maaisel blijft liggen, dan verteert dat snel en komen de voedingsstoffen (stikstof al binnen enkele dagen) weer vrij. De verrijking met nutriënten leidt tot soortenarme vegetaties met stikstofminnende soorten.
Om deze reden dient het maaisel kort na het maaien te worden verzameld en te worden afgevoerd. Om het uitvallen van zaden en het uitreden van fauna nog een kans te bieden dient het maaisel een korte periode te blijven liggen, voordat men gaat verzamelen en vervoeren, de doorlooptijd is: Het maaisel dat moet worden verzameld en vervoerd, minimaal 2 dagen en ten hoogste 4 dagen na het maaien, gereedmaken voor vervoer en ten hoogste 5 dagen na het maaien vervoeren.
61/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.5.1 Kruidenrijkgrasland 2x (Berm) Kruidenrijkgrasland heeft hoofdzakelijk een ecologische en extensieve recreatieve functie. Deze
is aangelegd als een natuurlijk uitziende bloemenbermgrasperk met vegetatie die van nature is ontwikkeld. Bermen worden bij de aanleg vaak ingezaaid. Na verloop van jaren worden de ingezaaide soorten vervangen door soorten die van nature bij de aanwezige grondsoort horen.
Reigersbergenweg
Denenburg
Maiskamp
Hofzichtlaan
62/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Streefbeeld
Het streefbeeld van berm, is een gesloten kruidachtige vegetatie die van nature aansluit bij de bodemgesteldheid. Een gesloten kruidachtige vegetatie wil zeggen dat er geen gaten in de vegetatie voorkomen. Een vegetatie die van nature aansluit bij de bodemgesteldheid zijn kruidachtige planten die zich in de loop van de tijd in het vak hebben gevestigd en zich door een regelmatig maairegime handhaven (bestendig beheer). Bij de groep berm wordt de vegetatie 2 keer per jaar gemaaid en het vrijkomende maaisel afgevoerd maar eerst blijft het een paar dagen liggen zodat het zaad achterblijft De eerste maaironde wordt uitgevoerd als 60 % van de planten is uitgebloeid. Door het afhalen van het maaisel wordt de bodem verschraald waardoor de bloei van de vegetatie wordt bevorderd. Het tijdstip en frequentie van maaien is bepalend voor de diversiteit van de vegetatie. Werkzaamheden Frequentie Bewerkingspercentage % Verwijderen takken en stenen 1 100% Maaien 2 100% Bijmaaien rondom obstakels 2 100% Herstellen berm (incl. frezen, grond aanvullen) 1 2%
63/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.5.2 Kruidenrijkgrasland 3x (Berm) Het werkpakket kruidenrijk grasland, harde rand bestaat uit de grens tussen een grasland en een verhard oppervlak. De breedte van kruidenrijk grasland, harde rand staat niet vast. Handeling, gefaseerd maaien Naast het moment van maaien kan in grotere gebiedsdelen ook gespeeld worden met het maaibeheer. Bij gefaseerd maaien wordt bij elke maaibeurt een deel van de vegetatie niet gemaaid. De ongemaaide delen wisselen per maaibeurt van locatie. De afstand tussen de ongemaaide delen mag niet verder uit elkaar komen te liggen dan 75 meter. Ook bij de laatste maaibeurt blijft een deel van de vegetatie staan, zodat ook in de winterperiode een deel van de vegetatie ongemaaid aanwezig is. Dit beheer is er op gericht om insecten meer voortplantingsmogelijkheden te geven, doordat na het laatste maaimoment een deel van de nog bloeiende kruiden en beschutting (overwinteringshabitat) over blijft. In het bestek dient een percentage van 20% te worden opgenomen van delen die per maaibeurt blijven staan. Tijdens het maaien zelf worden de locaties en vormen van de ongemaaide delen bepaald. In specifieke gevallen kunnen delen worden aangewezen die over moeten staan, of die juist niet mogen overstaan. Aan de vormen zijn voorwaarden verbonden. Handeling, maaisel afruimen Naast het moment van maaien dient het maaisel te worden verzameld en afgevoerd.
Als het maaisel blijft liggen, dan verteert dat snel en komen de voedingsstoffen (stikstof al binnen enkele dagen) weer vrij. De verrijking met nutriënten leidt tot soortenarme vegetaties met stikstof-minnende soorten. Om deze reden dient het maaisel kort na het maaien te worden verzameld en te worden afgevoerd. Om het uitvallen van zaden en het uitreden van fauna nog een kans te bieden dient het maaisel een korte periode te blijven liggen, voordat men gaat verzamelen en vervoeren. Het maaisel dat moet worden verzameld en vervoerd, minimaal 2 dagen en ten hoogste 4 dagen na het maaien, gereedmaken voor vervoer en ten hoogste 5 dagen na het maaien vervoeren.
Finnenburg
Isabellaland
64/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Streefbeeld
Werkzaamheden Verwijderen takken en stenen Maaien (gefaseerd) Wiersen en afvoeren maaisel Bijmaaien rondom obstakels
In dit werkpakket wordt de handeling gefaseerd maaien toegepast en de handeling maaisel afruimen. Vanwege de neiging tot verruiging en vergrassing van de vegetatie zijn drie maaibeurten per jaar noodzakelijk. Een extensiever maaibeheer zal leiden tot verarming van de vegetatie en de afname van kritische soorten als rietorchis en kamgras. Dit pakket kan ook toegepast worden op recent ingezaaide gebiedsdelen, voor het tegengaan van vestiging van ongewenste soorten als grassen en pioniers (ridderzuring en meldes). De maaibeurten vinden plaats in de perioden april-begin mei, juli en november. De maaihoogte is minimaal 10 cm. Bij de eerste maaibeurt is het zaak dat er over de rozetten van de orchideeën heen wordt gemaaid Frequentie 1 3 3 3
Bewerkingspercentage % 100% 80% 80% 100%
65/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.5.3 Weide riet Weide heeft een ecologische functie en extensieve recreatieve functie. Deze is aangelegd als een natuurlijk uitziende bloemenberm- c.q. kruidenweide met vegetatie die van nature is ontwikkeld. Weide wordt bij de aanleg vaak ingezaaid. Na verloop van jaren zijn de ingezaaide soorten vervangen door soorten die van nature bij de aanwezige grondsoort horen. Onder weiderietkraag wordt de rand tussen een weide en een watergang verstaan waar een rietkraag voorkomt. De weide-rietkraag bestaat uit een rietvegetatie die elk jaar gemaaid wordt. Handeling, maaisel afruimen Naast het moment van maaien dient het maaisel te worden verzameld en afgevoerd. Als het maaisel blijft liggen, dan verteert dat snel en komen de voedingsstoffen (stikstof al binnen enkele dagen) weer vrij. De verrijking met nutriënten leidt tot soortenarme vegetaties met stikstof-minnende soorten. Om deze reden dient het maaisel kort na het maaien te worden verzameld en te worden afgevoerd. Om het uitvallen van zaden en het uitreden van fauna nog een kans te bieden dient het maaisel een korte periode te blijven liggen, voordat men gaat verzamelen en vervoeren, de doorlooptijd is: Het maaisel dat moet worden verzameld en vervoerd, minimaal 2 dagen en ten hoogste 4 dagen na het maaien, gereedmaken voor vervoer en ten hoogste 5 dagen na het maaien vervoeren.
Wijkpark de Horst
Wijkpark de Horst
66/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Streefbeeld
Het streefbeeld van weide is een gesloten kruidachtige vegetatie die van nature aansluit bij de bodemgesteldheid. Een gesloten kruidachtige vegetatie wil zeggen dat er geen gaten in de vegetatie voorkomen. Een vegetatie die van nature aansluit bij de bodemgesteldheid zijn kruidachtige planten die zich in de loop van de tijd in het vak hebben gevestigd en zich door een regelmatig maairegime handhaven (bestendig beheer). Onderhoudspakket Bij de groep weide wordt de vegetatie 1 keer per jaar gemaaid en het vrijkomende maaisel afgevoerd. Door het afhalen van het maaisel wordt de bodem verschraald waardoor de bloei van de vegetatie wordt bevorderd. Het tijdstip en frequentie van maaien is bepalend voor de diversiteit van de vegetatie. Om de ontwikkeling van specifieke vegetatietype te stimuleren worden verschillende weiden op diverse tijdstippen gemaaid. Het voorkomen van een vegetatietype is afhankelijk van het tijdstip van maaien. Een eenmaal gehanteerd maairegime moet zoveel mogelijk worden gecontinueerd om de gevestigde soorten te handhaven. De maaitijdstippen van de verschillende weiden, zijn gerelateerd aan vegetatietypen. Werkzaamheden Frequentie Bewerkingspercentage % Verwijderen takken en stenen 1 100% Maaien 1 50%
67/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.5.4 Natuurvriendelijke oevers Natuurvriendelijke oevers vormen een soms smalle kruidenrijke gordel tussen land en water. Door de overgang (samenstelling van verschillende ondergrond) van droog, drassig tot nat (onder water) talud vormen ze een aparte groep. Ze hebben een talud flauwer of gelijk aan 1:10. Handeling, gefaseerd maaien Bij gefaseerd maaien van rietvegetaties wordt bij elke maaibeurt een deel van de vegetatie niet gemaaid. De ongemaaide delen wisselen jaarlijks van locatie (bloksgewijs) zodat er ieder jaar riet blijft overstaan waarin rietvogels als kleine karekiet tot broeden kunnen komen. Deze handeling kan toegepast worden bij het werkpakket Natuurvriendelijke oever rietkraag nat talud (streefbeeld A). Handeling, maaisel afruimen Het laten liggen van het maaisel leidt tot verrijking van de bodem. De verrijking met nutriënten leidt tot soortenarme vegetaties met stikstof-minnende soorten en dat is niet gewenst. Om deze reden dient het maaisel kort na het maaien te worden verzameld en vervoerd. Om het uittreden van fauna mogelijk te maken, dient het maaisel een korte periode te blijven liggen, voordat men gaat verzamelen en vervoeren. De doorlooptijd hier is: Het maaisel dat moet worden verzameld en vervoerd, minimaal 1 dag en ten hoogste 3 dagen na het maaien, gereedmaken voor vervoer en ten hoogste 5 dagen na het maaien vervoeren
Isabellaland
Maiskamp
68/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Streefbeeld A
B
C
D
Het streefbeeld voor alle groepen, m.u.v. natuurvriendelijke oever met riet (A), is een gevarieerde kruidenrijke vegetatie met inheems en van nature in Den Haag voorkomende soorten die een leef-, voortplantings- en voedselgebied vormt voor insecten (o.a. bijen, vlinders en zweefvliegen). Natuurvriendelijke oevers met riet zijn soortenarmer. Deze worden lokaal toegestaan en als rietvegetaties beheerd. Het riet vormt broedgelegenheid voor vogelsoorten als kleine karekiet en waterhoen. Het beheer van oeverzones heeft drie doelstellingen: behoud van het riet, het ontwikkelen van kruidenrijke oevers door het tegengaan van riet (omvormen rietoevers) en het bestendigen van kruidenrijke oevers. De doelstellingen zijn onderverdeeld in streefbeeld A, B, C en D. De streefbeelden A en D zijn gericht op instandhouding van een situatie. Streefbeelden B en C zijn gericht op omvorming van een situatie.
Onderhoudspakket Het reguliere beheer van natuurvriendelijke oevers bestaat uit maaien. Daarnaast worden oevers ook incidenteel uitgekrabt en afgeplagd. Dit onderhoud vindt 1 keer per 6-8 jaar (oktober, medio november) plaats. Dit onderhoud maakt geen onderdeel uit van de hieronder beschreven werkpakketten. Werkzaamheden Frequentie Bewerkingspercentage % Verwijderen takken en stenen 1 100% Maaien en afvoeren talud (A,B,C) 3 100% Maaien en afvoeren droog talud (D) 2 100% Maaien nat talud (A) 1 50%
69/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.5.5 Ruigte ecologisch 1x per 2 jaar Ruigte heeft een ecologische en extensieve recreatieve functie. Deze is aangelegd als een natuurlijk uitziende bloemenveld met vegetatie die van nature ontwikkeld is. Ruigten worden bij de aanleg vaak ingezaaid. Na verloop van jaren worden de ingezaaide soorten vervangen door soorten die van nature bij de aanwezige grondsoort horen. Handeling, maaisel afruimen Naast het moment van maaien dient het maaisel te worden verzameld en afgevoerd. Als het maaisel blijft liggen, dan verteert dat snel en komen de voedingsstoffen (stikstof al binnen enkele dagen) weer vrij. De verrijking met nutriënten leidt tot soortenarme vegetaties met stikstof-minnende soorten. Om deze reden dient het maaisel kort na het maaien te worden verzameld en en te worden afgevoerd. Om het uitvallen van zaden en het uitreden van fauna nog een kans te bieden dient het maaisel een korte periode te blijven liggen, voordat men gaat verzamelen en vervoeren, de doorlooptijd is: Het maaisel dat moet worden verzameld en vervoerd, minimaal 2 dagen en ten hoogste 4 dagen na het maaien, gereedmaken voor vervoer en ten hoogste 5 dagen na het maaien vervoeren.
Ruigte Maiskamp
70/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Streefbeeld
Het streefbeeld van ruigte is een gesloten kruidachtige vegetatie die van nature aansluit bij de bodemgesteldheid. Een gesloten kruidachtige vegetatie wil zeggen dat er geen gaten in de vegetatie voorkomen. Een vegetatie die van nature aansluit bij de bodemgesteldheid zijn kruidachtige planten die zich in de loop van de tijd in het vak hebben gevestigd en zich door een regelmatig maairegime handhaven (bestendig beheer). Bij de groep ruigte wordt de vegetatie gemaaid en het vrijkomende maaisel afgevoerd. Het tijdstip en frequentie van maaien is bepalend voor de diversiteit van de vegetatie. Het voorkomen van een vegetatietype is afhankelijk van het tijdstip en de frequentie van maaien. Een eenmaal gehanteerd maairegime moet worden gecontinueerd.
Ruigtes worden met name toegepast in de ecozones. Door het overwegend voedselrijke milieu in de ecozones wordt de vegetatie al snel gedomineerd door één of twee soorten, vaak brandnetel, distels of grassen. Jaarlijks maaien is daarom vereist om enige variatie in de soortsamenstelling te behouden. Dit gebeurt in april-begin mei, op een maaihoogte van minimaal 15 cm. Werkzaamheden Frequentie Bewerkingspercentage % Verwijderen takken en stenen (april/begin mei) 0,5 100% Maaien (april/begin mei) 0,5 100% Bijmaaien rondom obstakels (april/begin mei) 0,5 100% Wiersen en afvoeren maaisel (april/begin mei) 0,5 100%
71/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
6 Achterstalligheid Jaarlijks vindt een kwaliteitsmeting plaats van het wijk en buurtgroen waarbij in kaart wordt gebracht of aan het aanwezige groen het juiste beheermaatregelenpakket is gekoppeld, of het groen nog op een juiste wijze functioneert en de mate van uitval (inboetbehoefte). Vervolgens wordt per locatie een maatregel gekoppeld (bijvoorbeeld, inboeten, snoeien, renoveren, omvormen, etc.) Voor Mariahoeve en Marlot gaf deze inventarisatie de volgende resultaten: • Grote achterstalligheden zijn niet aangetroffen. • De meest aangetroffen gebreken zijn; o Overgroeide randen van beplantingsvakken o Kale plekken in beplanting / inboet o Gaten in hagen /inboet Om deze gebreken op te lossen worden onderstaande maatregelen voorgesteld. Gebreken
Maatregel
Randen grove heesters en houtsingel
rooien 1e meter afvoeren materiaal
Kale plekken beplanting
aanschaf struikgoed Aanplanten struikgoed
Gaten in hagen
aanschaf struikgoed Aanplanten struikgoed
Omdat de jaarlijkse kwaliteitsmeting een momentopname is en sterk afhankelijk is van leeftijd van de beplanting, gebruik openbare ruimte en seizoen aspecten kan deze achterstalligheid jaarlijks fluctueren. Na iedere kwaliteitsmeting worden de voorgestelde maatregelen afgeprijsd en bij voldoende beschikbaar budget in het eerstvolgende plantseizoen uitgevoerd. Ervan uitgaande dat deze gebreken voortkomen uit een regulier gebruik en beheer van de openbare ruimte kunnen we aan deze gebreken generieke herstelmaatregelen koppelen waar jaarlijks een bedrag voor gereserveerd dient te worden om deze gebreken te herstellen. Gemiddeld zal hier jaarlijks een bedrag van € 5.000,- tot € 15.000,- benodigd zijn om deze gebreken te herstellen.
6.1 Herstellen cultuurhistorische waarden In bermen/oevers en taluds langs watergangen wordt de laatste meter vanaf de beschoeiing extensiever beheerd. Deze zone zal in de regel 1 keer per jaar gemaaid moeten worden. Dit zorgt er voor dat zich hier oeverplanten kunnen vestigen. In de praktijk zien we situaties waarbij de frequentie van minimaal 1 keer per jaar maaien niet wordt gehaald. In deze situaties zien we dat er in de oevervegetatie ook zaailingen van bomen (veelal wilg en els) zicht weten te vestigen. Bij het niet tijdig verwijderen of beheren van deze zaailingen kunnen deze uitgroeien tot volwassen bomen. Volwassen bomen zorgen ervoor dat er meer schaduw op het water en de oever komt en meer blad in het water terecht komt in de herfst. Dit heeft als gevolg dat de waterkwaliteit verslechterd en de ecologische kwaliteit van de oever af neemt. Per situatie zal beoordeeld moeten worden of het wenselijk is de zaailingen te verwijderen of als hakhout te beheren. Daarnaast zijn er locaties waar het wenselijk is oorspronkelijke zichtlijnen te herstellen. Bijvoorbeeld waar wegen watergangen kruisen en de kopse kanten van deze watergangen in de loop van de tijd zijn dichtgegroeid. Tenslotte zijn er bijzondere plekken waar van oudsher zichtlijnen aanwezig waren maar die nu zijn dichtgegroeid.
Een voorbeeld hiervan vinden we aan de Vlaskamp waar van oudsher zicht over de vijverpartij was vanuit de omgeving met als centraal focuspunt de fontein in de vijver. Het herstellen van zichtlijnen kan heel goed met behoud van de ecologische kwaliteiten. Het gaat
72/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
hierbij vaak maar om het verwijderen van enkele struiken of bomen die een bijzondere doorkijk belemmeren. Zichtlijnen herstellen door grootschalige kaalkap is zeker niet de bedoeling en wordt bij iedere hieronder getoonde te herstellen zichtlijn individueel afgewogen.
Zaailingen Hofzichtlaan/Catharinaland Zaailingen park Vlaskamp Voor het verwijderen van opschot en zaailingen langs oevers en het herstellen van zichtlijnen is voor de komende 3 jaren een bedrag van € 20.000,- per jaar nodig. Dit bedrag is gebaseerd op inzet van een snoeiploeg van 4 personen die 2 weken per jaar circa 3 dagen fulltime opschot en zaailingen zullen rooien en het afvoeren van het vrijgekomen materiaal. Voorafgaand aan deze werkzaamheden zullen locaties met opschot een zaailingen worden geïnventariseerd. Tijdens deze inventarisatie wordt per houtopstand bepaald of dit tot een toekomstbestendige boom uit kan groeien of dat deze vangwege beheer, boomveiligheid of ecologische overwegingen gerooid moet worden. Te rooien houtopstanden worden voorafgaand aan een vergunningsaanvraag gemarkeerd zodat duidelijk is welke houtsopstanden gerooid moeten worden dan wel gehandhaafd dienen te blijven. Voor houtopstanden waarvoor een vergunning vereist is om deze te rooien zal deze tijdig aangevraagd worden. In de regel zal er na kap van opschot of zaailingen geen herplant plaatsvinden. Rooien van opschot en zaailingen zoals hierboven beschreven vindt plaats in de periode november - februari.
73/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
6.2 Versterken ecologische waarden Ecologische waarden kunnen versterkt worden door aanpassingen in inrichting en beheer door te voeren. Langs de Reigersbergenweg zouden op strategische plekken kleine struweelbosjes toegevoegd kunnen worden zodat de gidssoorten egel en merel hiervan kunnen profiteren. In de landenbuurt kunnen eveneens op strategische plekken kleine struweelbosjes worden toegevoegd waar naast egel, en merel ook gidssoort huismus profijt van kan hebben. In bermen en graslanden die onderdeel uitmaken van de droge of natte ecologische structuur kan onderzocht worden hoe deze graslanden kruidenrijker gemaakt kunnen worden middels een aangepast beheer. In sommige gevallen zou het aanpassen van het maairegime al het gewenste resultaat kunnen hebben. In andere gevallen zou een passend biodivers mengsel ingezaaid moeten worden om de gewenste ontwikkeling tot stand te brengen. De parkzone achter het Margarethaland is een zone waar een grote aandeel kruidenrijk grasland gewenst is. Ook langs de Bezuidenhoutseweg ter hoogte van de horstenbuurt is een groter aandeel kruidenrijk grasland gewenst. Op een aantal plekken in de wijk maken exoten een groot deel uit van de beplanting. We willen de komende jaren in beeld brengen welke locaties dit betreft en welke maatregelen we hierop willen treffen.
74/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
7 Budget De kosten voor het groenonderhoud vallen in hoofdlijnen uiteen in dagelijks onderhoud en vervanging c.q. groot onderhoud. Dat neemt niet weg dat onder dagelijks onderhoud bijvoorbeeld ook het snoeien van bomen wordt gerekend, ondanks dat dit maar eenmaal per drie jaar wordt uitgevoerd. Voor een meerjarenprogramma zijn dus alleen de kosten voor vervanging relevant.
7.1 Beschikbaar budget i.r.t. werkpakketten De jaarlijkse lasten voor onderhoud worden berekend aan de hand van werkpakketten. Voor elk beheerelement is een specifiek werkpakket beschikbaar met eenheidsprijs die jaarlijks wordt geactualiseerd. Het beschikbaar budget voor onderhoud aan groen is ontoereikend om alle noodzakelijke werkzaamheden uit te kunnen voeren. Het beschikbaar toedelingspercentage voor het dagelijks onderhoud is per 2025 ca. 90%. Hierdoor moeten keuzes gemaakt worden in het onderhoud. Deze keuzes worden op hoofdlijnen stedelijk bepaald.