RIS324173 Bijlage Groenbeheerplan Mariahoeve en Marlot
Tekst van het document
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Inhoudsopgave
1 Inleiding
4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding en opgave Grenzen beheergebied Uitgangspunten en doelen
4 4 5
1.3.1
Ecosysteemdiensten
5
1.3.2
Residentiekwaliteit
9
1.3.3
Hoeveelheden (Mariahoeve en Marlot)
9
1.3.4
Kwaliteitswaarborg
10
1.3.5
Beleidskaders en randvoorwaarden
10
2 Beheervisie
12
2.1
Biodiversiteit
12
2.1.1
Gidssoorten
13
2.1.2
Lastige natuur
13
2.1.3
Visie voor inrichting en beheer
15
2.2 2.3
Gezondheid en ontspanning Cultuurhistorie
16 17
2.3.1
Mariahoeve
17
2.3.2
Marlot
20
2.4
Sociale cohesie/Gebruik gemeentegroen en initiatieven
23
2.4.1
Mogelijkheden voor eigen initiatieven
23
2.4.2
Beheerparticipatie
23
2.4.3
Individuele initiatieven
24
2.4.4
Gezamenlijke initiatieven
25
2.4.5
Zelfbeheer
25
2.4.6
Voorbeelden
26
3 Huidige situatie areaal
28
3.1 3.2
Staat areaal Ontwikkelingen beheer wijk- en buurtgroen
4 Wensen uit de wijk 4.1
Wijkagenda
5 Jaarlijks onderhoud (onderverdeeld in beheerelementen)
28 28
29 29
30
5.1 5.2
Stadsbomen Natuurlijke verhoute beplanting
30 40
5.2.1
Houtsingel
41
5.2.2
Struweel
43
5.3
Cultuurlijke verhoute beplanting
44
5.3.1
Grove sierheesters
44
5.3.2
Fijne sierheesters
47
5.3.3
Sierhagen
49
5.3.4
Rozen
51
5.4
Cultuurlijke kruidachtige beplanting
53
2/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5.4.1
Vaste planten
54
5.4.2
Grasveld
55
5.4.3
Grasveld met bollen
57
5.4.4
Ruiggrasveld parkeerterrein
59
5.4.5
Ruiggrasveld
60
5.5
Natuurlijke kruidachtige vegetatie
61
5.5.1
Kruidenrijkgrasland 2x (Berm)
62
5.5.2
Kruidenrijkgrasland 3x (Berm)
64
5.5.3
Weide riet
66
5.5.4
Natuurvriendelijke oevers
68
5.5.5
Ruigte ecologisch 1x per 2 jaar
70
6 Achterstalligheid 6.1 6.2
Herstellen cultuurhistorische waarden Versterken ecologische waarden
72 72 74
7 Budget
75
7.1 7.2
75 75
Beschikbaar budget i.r.t. werkpakketten Herinrichting en vervanging in relatie tot prioritering
8 Planmatig onderhoud
77
8.1.1
Planning boomveiligheidsinspectie(s) en onderhoudswerkzaamheden bomen.
77
8.1.2
Planning planmatig dunnen houtsingel
78
8.1.3
Planning planmatig dunnen struweel
79
8.1.4
Planning planmatig dunnen grove heesters
80
8.2
Jaarplanning
81
8.2.1
Onderhoudsjaarplan in kaart
82
8.3
Communicatie
83
9 Afronding en evaluatie
85
Bijlagen: A B C
Begrenzing plangebied Beheerverantwoordelijkheden Gidssoorten Mariahoeve en Marlot
3/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
1 Inleiding 1.1 Aanleiding en opgave Op 21 april 2022 is het initiatiefvoorstel Mariahoeve blijf(t) groen; “groenbeheer op maat de pilot”. door de gemeenteraad aangenomen. Om te komen tot een plan van aanpak zijn gesprekken gevoerd met initiatiefnemers, vertegenwoordigers van het wijkberaad en collega’s van gemeente Den Haag. Samen zijn de behoeften en verwachtingen verkend. Deze behoeften en verwachtingen zijn verwerkt in dit beheerplan. Omdat Mariahoeve en Marlot hetzelfde beheergebied behoren is ervoor gekozen dit beheerplan voor beide wijken uit te werken. Bij het opstellen van dit beheerplan staan drie opgaven / doelstellingen centraal: 1. In samenspraak met de groene vertegenwoordigers en passend binnen de bestaande kaders en als stedelijke pilot in Mariahoeve en Marlot voor het wijk- en buurtgroen een beheerplan op maat te maken. Knelpunten die gaan over het huidige en gewenste beheer inzichtelijk te maken en daar voorstellen met keuzes bij opnemen. De Visie wijkgroen Stadsdeel Haagse Hout hiervoor als basis te gebruiken. 2. Ondersteunend cultuurhistorisch onderzoek uit te voeren naar het wijk- en buurtgroen dat aanvullend is ten aanzien van de bestaande visie(s). 3. Punten 1 en 2 te evalueren en hierin het mogelijke nut voor andere wijken mee te nemen
1.2 Grenzen beheergebied Het beheergebied betreft al het wijk- en buurtgroen behorende bij de wijken Mariahoeve en Marlot. Voor de landgoederen Marlot-Reigersbergen worden momenteel losse beheerplannen opgesteld.
4/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
De gemeente heeft veel openbaar groen in eigendom en beheer, maar niet alles. Onder het openbaar groen wat door de gemeente wordt beheerd valt ook de beplanting en bomen op sportcomplexen en drie volkstuincomplexen. Ander openbaar toegankelijk groen of semi-openbaar groen is eigendom van VVE’s en woningbouwverenigingen. Zij zijn daar zelf beheerder van. Dit beheerplan gaat niet over deze groene ruimte. Grofweg komt de verdeling van de beheerverantwoordelijkheden op het volgende neer. - Openbare ruimte – DPZ stadsdeel Haagse Hout - Bomen en groen op volkstuincomplexen (Zonneweelde, Mariahoeve, Eigen arbeid) – DPZ stadsdeel Haagse Hout - Sportcomplexen – OCW gemeente Den Haag - Openbaar toegankelijke ruimte van derden – VVE’s en of woningbouwcorporaties
1.3 Uitgangspunten en doelen De uitgangspunten van dit groenbeheerplan zijn gericht op het verbeteren van de leefkwaliteit voor mens en natuur. Hierbij is een aantal richtinggevende kaders bepaald waarbinnen het groenbeheer wordt vormgegeven. Denk bijvoorbeeld aan: kwaliteitsambities, de huidige kwaliteit en kwantiteit en waarden die met beheer gecreëerd dan wel in stand gehouden moeten worden. Er is gebruik gemaakt van informatie over wensen uit de wijk en bestaande bronnen en beleid zoals de Agenda Groen voor de stad, Kadernota Openbare Ruimte en Visie wijk- en buurtgroen Haagse Hout (zie 1.3.4.).
1.3.1 Ecosysteemdiensten Met de Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) zet de gemeente Den Haag in op de functie van groen voor de leefkwaliteit in Den Haag. De ambitie is te streven naar een zo hoog mogelijke leefkwaliteit. Dat doen we voor mens en natuur. Het gaat in de Agenda Groen dan ook over de waarde van groen. Alle waarden die groen toevoegt aan de stad worden ook wel ecosysteemdiensten genoemd. Deze ecosysteemdiensten worden in drie categorieën beschreven: maatschappelijke waarden (gezondheid en ontspanning), economische waarden (imago en ontwikkeling) en ecologische waarden (klimaat en biodiversiteit). Er zijn bijna 30 ecosysteemdiensten voor groen. We hebben de waarden die groen toevoegt aan de wijken, ofwel de ecosysteemdiensten van groen, in beeld gebracht. Hierna is bepaald welke ambitie we voor de toekomst hebben. Er is hiervoor gebruik gemaakt van het ecosysteemdienstenmodel. De geelgearceerde velden komen naar voren als belangrijkste ecosysteemdiensten voor de wijken.
5/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Maatschappelijke waarden (Gezondheid & Ontspanning)
0
1
2
3
4 nu
Veraangenamen fiets- en voetgangersroutes gewenst
nu Verhogen kwaliteit van leven (mensen vinden groen aantrekkelijk en prettig) gewenst
nu Verminderen wind gewenst
nu Minder geluidsoverlast gewenst
nu Sociale cohesie (bijvoorbeeld door buurt(moes)tuinen of bankjes in het park) gewenst
nu Recreatie en toerisme (mensen flaneren langs een laan, picknicken in het park) gewenst
nu Educatie en bewustwording gewenst
nu Lagere zorgkosten (groen nodigt uit tot bewegen en vermindert stress) gewenst
6/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Ecologische waarden (Klimaat & Biodiversiteit) Verminderen van hitte en hittestress
0
1
2
3
4 nu
gewenst
Voedselvoorziening voor dieren en planten
nu
gewenst
Vormen van een netwerk voor dieren en planten
nu
gewenst
Waterafvang door regenwater vast te houden, grondwater te stabiliseren en water te verdampen en directe uitdroging van de bodem door schaduw tegengaan
nu
Meer leefruimte voor dieren en planten
nu
gewenst
gewenst
Bodemvruchtbaarheid verbeteren
nu
gewenst
CO2 vastleggen
nu
gewenst
nu Aangenaam microklimaat creëren (verkoeling, schaduw, beschutting tegen wind) gewenst
7/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Economische waarden (Imago & Ontwikkeling)
0
1
2
3
4 nu
Aankleding/belevingswaarde/esthetiek gewenst
nu Binding bewoners, bedrijven en werknemers aan omgeving gewenst
nu Cultuurhistorische rijkdom gewenst
nu Energiebesparing voor gebouwen gewenst
nu Hogere vastgoedprijzen (huizen en bedrijven in het groen zijn meer waard) gewenst
Investeringen (investeerders hebben een voorkeur voor groene aantrekkelijke locaties, waar de gebruikers prettiger wonen, werken en winkelen)
nu
gewenst
nu Productie van voedsel voor gebruikers van de stad (fruit, noten) gewenst
nu Visuele afscherming gewenst
nu Representatie van de stad/internationale beeldvorming als groene stad gewenst
nu Hogere verblijfskwaliteit in winkelgebieden waardoor winkelend publiek langer blijft gewenst
Beschikbaarheid materialen met economische waarde (denk aan snoeihout voor spaanplaat, hout voor planken)
nu
gewenst
8/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Met het bepalen van de belangrijkste ecosysteemdiensten zijn vier hoofdthema’s met bijbehorende uitgangspunten en doelen onderscheiden:
1. Verbeteren biodiversiteit: Het groenbeheer moet bijdragen aan de biodiversiteit en de ecologische waarde van het stedelijk gebied. Dit omvat het behoud en de verbetering van ecologische verbindingszones en het gebruik van ecologisch passende beplanting en bomen (inheems) in die zones. Buiten de ecologische verbindingszones heeft ook het gebruik van ecologisch passende beplanting en bomen een voorkeur zoals beschreven in de Nota Stadsnatuur. 2. Gezondheid en ontspanning: Goed groenbeheer draagt sterk bij aan de leefkwaliteit van de bewoners. In de gesprekken met de omgeving komt naar voren dat het bieden van goede en veilige recreatiemogelijkheden zoals een goede gezonde wandelomgeving van belang is. 3. Aandacht voor cultuurhistorische waarden: Het groenbeheer wordt gebaseerd op een gedegen plan dat rekening houdt met de specifieke kenmerken en behoeften van het gebied. Dit omvat het uitvoeren van cultuurhistorisch onderzoek en het evalueren van de huidige en gewenste situatie. 4. Stimuleren van sociale cohesie/initiatieven: De wijken hebben een betrokken omgeving als het over groen gaat. Zo zijn er veel initiatieven voor zelfbeheer. Het betrekken van bewoners en andere belanghebbenden bij het opstellen en uitvoeren van het groenbeheerplan is essentieel. Dit zorgt voor draagvlak en betrokkenheid bij het beheer van het groen.
Het zorgt ook voor een beter wederzijds begrip tussen de gemeente en de gebruikers van het groen. Het beheerplan zorgt voor transparantie over de momenten van ingrijpen en de mate van invloed die bewoners hebben. Dit omvat duidelijke overlegstructuren en afspraken over wat bewoners zelf kunnen en mogen doen.
1.3.2 Residentiekwaliteit Voor het beheergebied geldt volgens de Kadernota Openbare Ruimte Den Haag ten aanzien van inrichting en onderhoud van de openbare ruimte: “Residentiekwaliteit”. Dit is het standaard kwaliteitsniveau wat hoort bij woonwijken en bedrijventerreinen. Residentiekwaliteit is een kwaliteit, passend bij het gebruik en karakter van de groene woonstad aan zee, een herkenbare en duurzame kwaliteit die op peil wordt gehouden met passend onderhoud. Het is het basisniveau voor de stad. Het beheer moet voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen. Het beeldkwaliteitsniveau dat hoort bij Residentiekwaliteit is op dit moment beeldkwaliteit B volgens de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte, publicatie 425 van de CROW.
1.3.3 Hoeveelheden (Mariahoeve en Marlot) Hoofbeheergroep
Eenheid
Bomen
Bomen in verharding
954
Bomen
Bomen in gras
3617
Bomen
Bomen in beplanting
1565
st st st
Cultuurlijke verhoute beplanting
Fijne heesters
18559
M2
9/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Cultuurlijke verhoute beplanting
Grove heesters
54981
M2
Cultuurlijke verhoute beplanting
Hagen
10392
M2
Natuurlijke verhoute beplanting
Houtsingel
37029
M2
Natuurlijke verhoute beplanting
Struweel
10544
M2
Cultuurlijke verhoute vegetatie Cultuurlijke kruidachtige vegetatie
Rozen Vaste planten
55 2780
M2 M2
Natuurlijke kruidachtige vegetatie Cultuurlijke kruidachtige vegetatie Cultuurlijke kruidachtige vegetatie Natuurlijke kruidachtige vegetatie Natuurlijke kruidachtige vegetatie Natuurlijke kruidachtige vegetatie
Berm 64005 Grasveld bollen 8340 Grasveld 208003 Kruidenrijk grasland 67712 Natuurvriendelijke oever 18791 Weide 4320
M2 M2 M2 M2 M2 M2
Natuurlijke kruidachtige vegetatie Natuurlijke kruidachtige vegetatie
Ruiggrasveld Ruigte 1 keer
M2 M2
3684 978
1.3.4 Kwaliteitswaarborg Om de kwaliteit van de openbare ruimte voor de lange termijn te waarborgen wordt bij inboet (vervanging), herstel en nieuwe aanleg gebruik gemaakt van de uitgangspunten van het dan geldende/bestaande beleid. Voor bomen betekent dit nu dat gebruik wordt gemaakt van de uitgangspunten uit de Nota Stadsbomen. Dit betekent bijvoorbeeld dat nagedacht wordt over de functie van de boom op de plek, aanplant van een divers bomenbestand, cultuurhistorische en ruimtelijke waarden en ook over het thema ecologische passende bomen. Daarin zit verschil in ‘vrijheid’ voor de beheerder. Op lange lijnen wordt de expertise ingeschakeld van een landschapsarchitect om de ruimtelijke gevolgen van keuzes samen te bespreken. In woonstraten heeft de beheerder een eigen keuzevrijheid.
1.3.5 Beleidskaders en randvoorwaarden In dit groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve en Marlot worden de volgende beleidskaders en randvoorwaarden als uitgangspunt genomen. Dat wil zeggen, deze beleidskaders geven richting aan de inhoud van dit groenbeheerplan of in het groenbeheerplan worden onderdelen van deze beleidskaders verder uitgewerkt.
10/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Beleidskader / randvoorwaarde Agenda groen voor de stad
Kadernota openbare ruimte
Visie wijkgroen Stadsdeel Haagse Hout
Wegwijzer Den Haag klimaatbestendig Nota Stadsnatuur
Nota Stadsbomen
Wijkagenda Mariahoeve en Marlot 2021-2025
Assetmanagementplan groen
Beheerdershandleiding groen
Handboek Openbare ruimte
Ambitiedocument Mariahoeve
Wat houdt het in? Beleidsdocument dat zich richt op het verbeteren van de leefkwaliteit. In de nota staat beschreven hoe Den Haag met haar openbare ruimte om gaat.
Voor het stadsdeel zijn in deze visie de uitgangpunten voor de inrichting en het beheer vastlegt. Verdere uitwerking van het groen tenzij principe Beschrijft hoe de natuur in de stad beschermd en versterkt wordt. Onder andere met het inrichten en beheren van ecologische zones, openbaar groen, en het bevorderen van biodiversiteit door natuurinclusief bouwen. In de Nota Stadsbomen staat beschreven hoe Den Haag met haar bomen om gaat. Plan van en door bewoners, ondernemers, wijkorganisaties en de gemeente Den Haag met als doel om de wijk prettiger te maken om in te wonen, werken en verblijven. Plan waarin beschreven staat hoe groene doelstellingen van de stad gerealiseerd worden. Beschrijving van producten en processen die een beheerder nodig heeft om het groen op een juiste wijze te beheren. Richtlijn voor het ontwerp, uitvoering en het beheer van de openbare ruimte. Het Ambitiedocument dient als leidraad voor toekomstige ontwikkelingen en investeringen in Mariahoeve.
Wat is de relatie met het groenbeheerplan? Zo hoog mogelijke leefkwaliteit, werken aan ecosysteemdiensten. Ambities t.a.v. inrichting en beheer van openbare ruimte. Ambitie om in 2030 5% extra wijken buurtgroen te hebben. Herinrichting vergroening tenzij. Beschrijving van de gewenste inrichtingskwaliteit vormt de basis voor het beheer van het wijk- en buurtgroen. Handreikingen voor klimaatbestendige openbare ruimte. Kaders voor natuurwaarden en richtinggevend ten aanzien van beheermaatregelen en andere ingrepen in het groen. De beheermaatregelen in de ecologische verbindingszones zelf vallen buiten de scope van het wijken buurtgroen. 5% Meer kroonoppervlak Groen meer verbinden Toekomstbestendige stadsbomen. Meer variatie in het groen, gezamenlijke inspanningen om de wijk schoon te houden, en onderhoud van groene ruimtes.
Beschrijving van groene ambities. Inzicht in omvang en kwaliteit van het areaal. Beschrijft beheerorganisatie . Beschrijving van beheermaatregelen per beheergroep. Residentiekwaliteit: Standaardkwaliteit voor woon- en kantoorgebieden. Mariahoeve als groene en duurzame, gezonde en sociale wijk, een fijne wijk voor iedereen. Goede, veilige en verbonden wijk.
11/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
2 Beheervisie Om tot een beheervisie te komen is o.a. gekeken naar de thema’s uit de Agenda Groen voor de stad en de Visie Wijk- en Buurtgroen Haagse Hout. Vervolgens zijn de meest relevante thema’s bepaald naar aanleiding van gesprekken met gebiedspartners en professionals. De Agenda Groen voor de stad richt zich op het bevorderen van een zo hoog mogelijke leefkwaliteit door middel van groenbeleid en -beheer. De Agenda Groen benadrukt de waarde van groen in de stad, wat wordt omschreven aan de hand van zes inhoudelijke thema’s: klimaat, biodiversiteit, gezondheid, ontspanning, imago en ontwikkeling. De voor dit beheerplan meest relevante thema’s voor Mariahoeve en Marlot zijn: - Biodiversiteit - Gezondheid en ontspanning - Cultuurhistorie - Sociale cohesie/mogelijkheden voor eigen initiatieven
2.1 Biodiversiteit Mariahoeve en Marlot zijn wijken met gevarieerd (grootschalig/kleinschalig, open, dicht, hoog, laag) en soortenrijk (planten en dieren) groen. Daarnaast kent met name Mariahoeve zeer veel watergangen met op plekken vrij hoge natuurwaarden. Van oudsher liggen de wijken in een veengebied, veel van de natuurlijke bodem is bij de bouw van de wijk opgehoogd, maar in groengebieden en brede bermen is deze natuurlijke venige bodem nog aanwezig. De grondwaterstand staat over het algemeen vrij hoog. De bodem is op veel plekken vochtig en voedselrijk. Mariahoeve en Marlot worden omsloten door gebieden met hoge natuurwaarden die zeer veel bijzondere soorten herbergen. Biodiversiteit moet een vertrekpunt zijn bij alle onderhoudsactiviteiten die in het groen worden uitgevoerd. Als dit niet voldoende aandacht heeft kan dit aanzienlijke gevolgen hebben voor de natuur. Bijvoorbeeld, vogels verliezen hun nesten door snoeiwerkzaamheden of egels raken dakloos door het rooien van bosschages. Het behoud en onderhoud van het karakteristieke groen in de wijk zou een prominentere rol kunnen krijgen door bijvoorbeeld het terugbrengen van delen van het oorspronkelijke ontwerp van de wijk in combinatie met het doordacht toepassen van specifieke plantensoorten om de biodiversiteit te bevorderen.
Rondom Mariahoeve en Marlot ligt waardevolle natuur die met elkaar verbonden moet worden en verbonden moet blijven. In de wijk zijn verbindingen aangewezen tussen de natte graslanden van de Schenkzone en het Haagse Bos. Deze verbindingen zoals de Carel Reinierszkade en de Robijnhorst bestaan uit lanen en watergangen. De bomenrijen zijn van belang voor bijvoorbeeld vogels, vleermuizen en insecten. De watergangen, natte oevers en bermen en zijn voornamelijk van belang voor insecten, kleine zoogdieren (bv. de rosse woelmuis) en amfibieën (bv. de kleine watersalamander). In Mariahoeve grenzen de watergangen deels aan de achterkant van privétuinen, waardoor het water niet overal goed zichtbaar is. In de zone langs de Schenk zijn natuurvriendelijke oevers aangelegd, zijn weilanden omgevormd tot bloeiende hooilanden en liggen vochtige graslanden en een tweetal poelen. Deze zone vormt een verbinding met het oude slagenlandschap van het veenweidegebied buiten de stad. In het beheer kan rekening gehouden worden met de verbindende kwaliteiten van het netwerk door te letten op de
12/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
volledigheid van bomenrijen en het behoud van schuilplaatsen. Het grootste deel van het wijken buurtgroen behoort niet tot de Stedelijke Groene Hoofdstructuur, maar is van belang voor de ecologie op lokaal niveau. Hier bevinden zich nest- en schuilplaatsen van verschillende vogelsoorten en leefgebieden van kleine zoogdieren, amfibieën en insecten. Belangrijke kerngebieden met hoge ecologische waarden vinden we aan de randen van de wijk. (Uitloper Haagse Bos via paleis Huis ten Bosch) en de landgoederen Marlot en Reigersbergen ten noorden van Mariahoeve en ten westen van Marlot. Ten zuiden van Mariahoeve vinden we de ecologische waardevolle Schenkzone. De noord-zuid verbindingen in Mariahoeve bevatten hoge potenties om deze ecologisch waardevolle gebieden met elkaar te verbinden. Langs deze noordzuidverbindingen (Carel Reinierszkade, Reigersbergenweg, de centrale ecologische verbindindingszone (Saffierhorst/wijkpark De Horst/Ivoorhorst/Norenburg) en de Hofzichtlaan dienen ecologische principes leidend te zijn bij inrichting en beheer.
2.1.1 Gidssoorten Op de 'Natuurwaardenkaart van Den Haag (RIS299279)' scoren de wijken Mariahoeve en Marlot hoog. Dat wil zeggen dat er relatief veel verschillende soorten planten en dieren zijn aangetroffen in het verleden. Bij het inrichten van het groen is het vanuit het oogpunt van de biodiversiteit gewenst om de inrichting aan te laten sluiten op de eisen die deze diersoorten aan hun omgeving stellen. Daarnaast dient de inrichting zich te richten op soorten die redelijkerwijs mogen worden verwacht als het gebied geschikt gemaakt wordt voor deze soorten. Op basis van door de provincie vastgestelde zogenaamde icoonsoorten, de huidige binnen het gebied aanwezige en te verwachten soorten zijn gidssoorten benoemd. Om binnen de ruimte die we voor groen hebben zo veel mogelijk soorten voor te laten komen sturen we op gidssoorten. Door voor deze soorten een geschikt leefgebied in te richten profiteren tal van andere soorten volop mee. Als ambassadeurs hebben we een vijftal soorten gekozen. We sturen voor deze soorten op inrichting beheer en onderhoud. Op deze manier wordt op eenvoudige wijze gestreefd naar een zo groot mogelijke diversiteit van soorten. Op basis van bovenstaande zijn voor Mariahoeve en Marlot de volgende gidssoorten gedefinieerd.
• Egel • Merel • Huismus • Ooievaar • Glassnijder De egel wijst de weg voor andere grondgebonden zoogdieren, de huismus voor vogelsoorten die goed de ruimte kunnen delen met mensen en de merel voor vogelsoorten die graag hun nest maken in dichte struiken. Ooievaar en glassnijder staan voor een goede waterkwaliteit met een gezonde visstand, voldoende amfibieën en een gevarieerde structuurrijke oever.
2.1.2 Lastige natuur Een stad als Den Haag heeft een aantal eigenschappen die ervoor zorgen dat sommige diersoorten enorm kunnen toenemen en daardoor voor overlast zorgen. Ook een aantal plantensoorten kan voor veel overlast zorgen. Lastige natuur hoort onlosmakelijk bij een grote stad en zal nooit helemaal verdwijnen. Voor een deel is het dus leren samenleven met deze
13/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
mede-stadsbewoners. Als gemeente werken we aan het beheersbaar houden van lastige dieren en planten. Dat doen we door de populatieontwikkeling van diverse overlastsoorten goed in de gaten te houden. Binnen Mariahoeve en Marlot zijn we bekend met een aantal soorten die je als lastige natuur kan bestempelen. Denk bijvoorbeeld aan; meeuwen, ganzen, parkieten, Aziatische duizendknoop of reuzenberenklauw. We grijpen alleen in wanneer daar aanleiding voor is vanuit de volksgezondheid of wanneer er economische of ecologische redenen zijn. Voor Mariahoeve en Marlot hebben we het dan alleen over de bruine rat. 2.1.2.1
Rattenoverlast
Hoewel ratten horen bij de stadsnatuur kunnen te veel ratten overlast veroorzaken. Ratten kunnen ziektes verspreiden (zoals bijvoorbeeld ziekte van Weil) en schade aanrichten aan/bij gebouwen door graafactiviteiten. Met name in Mariahoeve wordt aanzienlijke rattenproblematiek ervaren. Bewoners melden dat ze regelmatig ratten zien, zowel binnen als buiten hun woningen. Naar aanleiding van deze problematiek zijn de laatste jaren maatregelen genomen, zoals voorlichting en het plaatsen van bordjes bij afvalbakken om bewoners te informeren over het correct weggooien van afval. Om tot een daadkrachtige aanpak van deze problematiek te komen is het van belang goed te snappen hoe de rat leeft en welke eisen de soort aan de leefomgeving stelt. De rat is een typische stadsoort die zich thuis voelt in vochtige en niet al te warme omgevingen, vaak in de buurt van mensen omdat ze hier vaak voldoende voedsel, water en dekking vinden. Zonder dat mensen het zelf in de gaten hebben creëren mensen zelf vaak de perfecte habitat voor ratten. Composthopen, snoeiafval in gemeenteperken en afvalbakken zonder deksel zijn vaak een oneindige voedselbron voor de rat. Ratten zijn voornamelijk ’s nachts actief, vooral direct na de avondschemering en voor de ochtendschemering.
Omdat ratten intelligente en alerte dieren zijn, hebben ze veranderingen in de omgeving vaak direct door, het is daarom ook zeer moeilijk ratten met vallen te vangen. De rat is een alleseter, die voornamelijk leeft van eiwit- en zetmeelrijk voedsel. De rat eet graan, zaden, slakken, larven, kikkers, jonge zoogdieren, vogeleieren en aas. Maar hij knaagt ook aan botten en producten zoals zeep en kaarsen. De rat neemt zijn voedsel vaak mee naar schuilplaatsen om het daar op te eten. Ratten hebben geen territorium dat verdedigd wordt tegen andere ratten. Ze hebben wel een vast activiteitengebied, waarbij de dieren meestal niet meer dan 100 meter afleggen. Bij voldoende voedsel verplaatsen ze zich zelfs nog minder. De rat heeft als rustplaats een nest in een holenstelsel. Dit stelsel ligt tot een diepte van 50 cm onder de grond en heeft gangen van ongeveer 9 cm in doorsnede. In Mariahoeve zien we langs gevels vaak op korte afstand (10-20m) van plekken waar regelmatig voedsel wordt aangeboden in de vorm van afval en etensresten, graafsporen en holen van ratten. De strategie vanuit dit beheerplan ten aanzien van ratten is gebaseerd op de volgende punten.
• Acceptatie dat de rat een soort is die nu eenmaal horen bij de stadsnatuur • Communicatie om voedselaanbod voor ratten te beperken • Inzetten op natuurlijke vijanden • Bij herinrichting en renovatie van groen dit op een ratonvriendelijke wijze inrichten en beheren.
14/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
2.1.3 Visie voor inrichting en beheer Bij omvormings-, renovatie- en inrichtingsvraagstukken wordt het groen ingericht voor de hierboven genoemde soorten. In praktische zin komt dit neer op gevarieerd en dicht struweel op plekken waar hier ruimte voor is. Direct grenzend aan watergangen is het groen ecologisch waardevol en wordt dit extensief beheerd (waarbij wel aandacht gevraagd wordt voor het beheren van opschot en zaailingen). Aaneengesloten grasvelden tussen hoogbouw mogen plaatselijk iets verruigen maar moeten in principe open blijven met een laagblijvende grasvegetatie. Met name langs gevels is het van belang om opgaande begroeiing te voorkomen om ratten schuilgelegenheid te ontnemen. Onderstaande afbeeldingen zijn hiervoor schematische weergaven. Indien bijvoorbeeld de ruimte tussen een gevel en voetpad groot genoeg is, kan ook in dergelijke situaties tussen de gevel en het voetpad pleksgewijs begroeiing of bloemrijk gras worden aangebracht. Het verder vervatten of vasthouden van regenwater in ondiepe wadi’s of brede greppels kan ecologische waarden toevoegen of versterken. Droge ecologische zone
Droge ecologische zone
Natte ecologische zone
Langs woningen: Gazon (evt. met bollen), solitaire bomen en/of heesters. 1e meter uit pad als gazon. Daarna kruidenrijk grasland. Maximale bezonning vegetatie. Sporadisch bomen en/of struweel.
Langs woningen: Gazon (eventueel met bollen), solitaire bomen en/of heesters. 1e meter uit pad als gazon. Daarna dicht struweel met inheemse stuik- en boomsoorten
Langs woningen: Gazon (eventueel met bollen), solitaire bomen en/of heesters. 1e meter uit pad als gazon. Daarna kruidenrijk grasland (NVO) hier en daar solitair vrij uitgroeiende boom en groepjes struweel
15/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
2.2 Gezondheid en ontspanning De visie op gezondheid en ontspanning in Mariahoeve en Marlot is nauw verbonden met de bredere doelen van de Agenda Groen voor de stad. Deze agenda benadrukt het belang van groen als een vorm van kapitaal met ecologische, maatschappelijke en economische waarde. Binnen deze visie worden zes thema's onderscheiden, waaronder gezondheid en ontspanning. Het groen in Mariahoeve en Marlot speelt een cruciale rol in het bevorderen van de gezondheid en het welzijn van de bewoners. Groene ruimtes bieden mogelijkheden voor recreatie en ontspanning, wat bijdraagt aan de fysieke en mentale gezondheid van de inwoners. Daarnaast dragen deze groene ruimtes bij aan een aangenamer leefklimaat. Het groen is in eerste instantie ontworpen voor de mens vanuit een landschappelijke gedachte. Door het groen heen lopen tal van wandelpaden die langs recreatieve en speelvoorzieningen leiden. Binnen Mariahoeve is een aantal gebieden waar een hondenverbod (omgeving speelplekken) van toepassing is en een aantal gebieden waar honden los mogen lopen. Langs wandelpaden en wandelroutes ligt de nadruk op recreatieve waarden en het beleven van het groen en water.
16/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Recreatieve routes door het groen
Veiligheid wandelpaden
(Sociale) Veiligheid Naast het beleven van de ruimtelijke kwaliteit van het groen is sociale veiligheid ook een belangrijk uitgangspunt. Dit betekent dat wandelpaden goed begaanbaar en veilig moeten zijn en dat wandelaars geen hinder mogen ondervinden van groen. Hieronder verstaan we; • Bomen en struiken hebben geen overhangende takken binnen de beloopbare ruimte, beloopbare ruimte is tenminste 120 cm breed. • Bomen zijn veilig (tak en stambreuk ongevoelig, weinig dood hout) • Aandacht voor sociale veiligheid. Er is voldoende zicht op de paden. • Graslanden direct grenzend aan paden en losloopgebieden worden regelmatig gemaaid waardoor het risico op grasaren wordt verminderd. Wandelroutes zijn aantrekkelijk en uitnodigend. Dit betekent dat routes plekken en gebieden met elkaar verbinden en dat de routes gevarieerde en aantrekkelijke zichten bieden (openheid, besloten, kleur en fleur, zicht op water en doorkijkjes door het groen).
2.3 Cultuurhistorie Het groen in en om de wijken Mariahoeve en Marlot is onlosmakelijk verbonden met het ontstaan en de inrichting van deze wijken. Daarom is onderzoek gedaan naar de cultuurhistorie van de wijken. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ontstaansgeschiedenis, welke cultuurhistorische elementen nog herkenbaar zijn en beschrijven we op visieniveau aanbevelingen hoe om te gaan met deze cultuurhistorische waardevolle elementen.
2.3.1 Mariahoeve De groenaanleg in de wijk is niet los te zien van de stedenbouwkundige opzet van de wijk. In die samenhang schuilen in belangrijke mate de algemene historische waarde, ensemblewaarde, tuinhistorische waarde, gebruikshistorische waarde en belevingswaarde.
17/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Plantekening Mariahoeve 1954 Algemene historische waarde Het groen in Mariahoeve is een voorbeeld van stedelijke ontwikkeling na de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast heeft de wijk een duidelijke opdeling in buurten en in aanwezigheid van voorzieningen zoals buurtwinkelcentra, scholen en speeltoestellen. Groene inrichtingsprincipes • Zware wegbeplanting en brede wegprofielen van de hoofdwegen: Het Kleine Loo, Reigersbergenweg, Hofzichtlaan en Vlaskamp. Buurtwegen met sporadisch wegbeplanting, waarbij de trottoirs in de meeste gevallen direct aansluiten op grasvelden. Plaatselijk is juist wel wegbeplanting aangebracht, bij entrees tot een buurt, bij scholen en bij winkelcentra. • Vijf buurtparken rondom torenflats, elk met een eigen opzet en naadloos aansluitend op het omliggende buurtgroen. Hagen rondom privétuinen of parkeerplaatsen en hekken rondom speelplaatsen doen afbreuk aan de ruimtelijke eenheid. • Een groen karakter van de wijkrand, met verschillende zones: een parkgebied rondom de Bezuidenhoutseweg; sportcomplexen aan de zijde van de wijk Bezuidenhout; kinderboerderij en volkstuinen aan de Schenk; en wandelplantsoen langs de hoge flats aan Isabellaland. • Een doorgaande waterstructuur door de wijk, die ruimtelijk niet altijd prominent aanwezig is, maar in ieder geval bij kruising van wegen wel een onderbreking vormt (en daarmee voor ruimtelijke oriëntatie zorgt).
• Herhaling van elementen, thema’s en boomsoorten, zoals bomen aan weerszijden van toegangspaden en bomen in een plantverband. • Vormgeving in ‘modernistische ontwerpstijl’, waarbij onder meer is gewerkt met heldere lijnen en logische samenhang. Ruimtelijkheid volgt uit afwezigheid van beplantingen en wandelpaden, en ‘los’ gepositioneerde bebouwing in grasvelden. Plantvakken zijn
18/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
gerelateerd aan functionele structuren als toegangspaden en architectuur van de gebouwen (o.a. inspringen, knik, kopse kant). Paden staan veelal haaks op of parallel aan gevels, duidelijk gerelateerd aan entrees van de gebouwen. Rechte geometrieën zijn vermeden, met knikken in lange rechtstanden (wegen, oeverlijnen), gerende in plaats van parallelle lijnen of afgeronde hoeken van vijvers. Water- en groenstructuren De waterstructuur is een essentieel onderdeel van de oorspronkelijke opzet van de wijk Mariahoeve, zowel functioneel (ontwatering) als esthetisch (in vormgeving). Hier zijn delen van de openbare groenstructuur aan gekoppeld, zodat zij een ruimtelijk-visuele verbinding vormen en (wegbeplanting en buitenruimte) beeldbepalend zijn voor het groene aanzien van de wijk. Zo zijn de watergangen nadrukkelijk aanwezig bij kruising van wegen en is er zicht op het water vanaf parallelle wandelpaden en vanuit parkzones. Later is aan de watergangen een ecologische functie gekoppeld. Aan de zuidoostzijde is de zone rondom de Schenk later op eigentijdse vorm ingericht. Opslag een zaailingen rondom de watergangen en privatisering van openbaar groen vormen een bedreiging van de zichtbaarheid van de waterstructuur, eenheid in uitstraling en visuele connectie van de watergangen aan elkaar.
Wijk- en buurtparken De wijk- en buurtparken vormen één geheel met de groenstructuur in de buurten en met de pleinen bij de wijk- en buurt(winkel)centra, waardoor deze slecht ruimtelijk te begrenzen zijn. Alle parken behoren tot de oorspronkelijke opzet van de wijk Mariahoeve en zijn daarvan een essentieel onderdeel. Elk park kent een verschillende inrichting en zijn in de loop van de tijd in detail of in opzet meer of minder gewijzigd. Verbindingspaden Openbare voetpaden zijn bedacht en aangelegd om delen van de wijk met elkaar te verbinden of parkgebieden te ontsluiten. Elk buurtpark kende een eigen ontsluitingsstructuur, waarbij wijkpark De Horst, en buurtparken in De Burgen en De Landen-Noord nog relatief ongewijzigd zijn. Later zijn nieuwe paden (o.a. achter flats) toegevoegd, vanuit een recreatieve betekenis. Het pad langs de Schenk, tussen Margarethaland en Aegonplein is een karakteristieke aanvulling uit de jaren 80. Parkrand De parkrand is bewust als groene ‘bufferzone’ bedacht: voor het ruimtelijke aanzien en om diverse sport- en speelfuncties, school- en volkstuinen in onder te brengen. In deze zone vinden we dan ook een zekere dynamiek, aangezien de gebruiksbehoeften in de loop van de tijd veranderen. De parkzone langs de Bezuidenhoutseweg is vrijwel ongewijzigd ten opzichte van het oorspronkelijke ontwerp.
Van de sportcomplexen is het noordelijke deel verdicht met bebouwing, terwijl het zuidelijke deel vrij weinig wijzigingen heeft ondergaan. Het middengebied van de Schenkzone is het meest oorspronkelijk met kinderboerderij en volkstuinen, terwijl het open veld beeldbepalend is en herinnert aan de oorspronkelijk aanwezige en bedoelde openheid; de boomstructuur langs Finnenburg is daarentegen niet conform de oorspronkelijke opzet en mede door de relatief jonge leeftijd nog weinig beeldbepalend. De overige inrichting van de Schenkzone is relatief recent en weinig historisch, maar wel beeldbepalend voor het groene aanzien. De parkrand langs de Landscheidingsweg is deels te relateren aan de oorspronkelijke opzet, en later uitgebreid en omgevormd.
19/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Ruimtelijke groenstructuur van Mariahoeve
Anatomie van een buurt
2.3.2 Marlot De wijk Marlot aan de oostkant van Den Haag werd na 1920 gerealiseerd naar een stedenbouwkundig plan van H.E. Suyver en W. Schürmann van de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting van de gemeente Den Haag. De groenaanleg vormde een integraal onderdeel van de opzet van de wijk, als ‘pleintjes’ met openbaar groen tussen de bebouwing en als randzone, in aansluiting op de parkaanleg van de historische buitenplaats Marlot.
20/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Algemene historische waarde De wijk Marlot is onderdeel van het Beschermd Stadsgezicht Marlot/Reigersbergen. De tuin en parkaanleg en andere onderdelen van de voormalige buitenplaats Marlot zijn aangewezen als Rijksbeschermd Complex Historische Buitenplaats. De Parkflat Marlot, de oude boerderij Hoogwerf en de vier woningen op de kruising Van Hoeylaan en Zuidwerflaan zijn aangewezen als (afzonderlijk) Rijksmonument. Verdere aanwezige monumenten binnen en rondom de wijken kennen geen of geen relevante invloed op het wijkgroen. Groene inrichtingsprincipes • De wijk Marlot kent geen grote robuuste groenstructuur. • De groene aanblik van de wijk wordt hoofdzakelijk verzorgd door groene voortuinen van woningen. • Openbaar groen in de wijk vinden we enkel langs de randen waarbij in de noordelijke en westelijke zone het randgroen qua inrichting en sfeer aansluit op de landgoederen Marlot en Reigersbergen. • Rand oostzijde vormt een dichte groene afscheiding richting de randweg. • Kenmerkende groenstructuren o Bloklandenplein o Zuidwerfplein Water en groenstructuren In de wijken is alleen rondom water aanwezig. Dit water staat in verbinding en sluit ruimtelijk aan bij de sfeer en beleving van de landgoederen Marlot en Reigersbergen.
In het stedenbouwkundig plan uit 1920 zouden enkele hoofdwegen aan weerszijden van wegbeplanting worden voorzien: Hofzichtlaan, Hoogwerflaan, Zijdelaan en Bavoylaan en de aan de rand van de wijk gelegen Leidsestraatweg en Bezuidenhoutseweg. De plannen zijn grotendeels gerealiseerd met enkele kleine afwijkingen. Zo kreeg het deel tussen Hofzichtlaan en Bloklandenplein aan weerszijden een rij bomen, werd de Hofzichtlaan alleen aan de buitenzijde (aan de zijde van het water) met bomen beplant, en kregen Hoogwerflaan, Marlotlaan en Offenberglaan (vooralsnog) geen wegbeplanting. Aan het noordelijke deel van de Zijdelaan staan vijf oude lindes op een rij. De aanwezige beplanting aan de oostzijde van de Zijdelaan stamt ook uit het oorspronkelijke plan. Langs de Leidsestraatweg (Benoordenhoutseweg) was ter hoogte van Marlot nog een doorgaande wegbeplanting aanwezig. Tijdens de tweede wereldoorlog zijn veel beplantingen in de wijk verdwenen. Verder bestond de groenstructuur van de wijk uit de noordelijke en westelijke rand langs de vijverstructuur en de plantsoenen in de wijk (het plein voor de Parkflat, Bloklandenplein, Zuidwerfplein en een rond perk op de hoek in de Van Hoeylaan). Wijk- en buurtparken De wijk kent geen grootschalige wijk en buurtparken.
Binnen de wijk zijn het Bloklandenplein en Zuidwerfplein herkenbaar als kleinschalige openbare groenvoorzieningen en zijn kleine markante plantsoenen aanwezig. Bloklandenplein Volgens de tekeningen bestond het Bloklandenplein uit grasveld met in de rand bomen. Het oorspronkelijke ontwerp van het Bloklandenplein bestond uit een vijftal Italiaanse populieren aan weerszijden, op het rechthoekige plantsoen langgerekte blokjes met sneeuwbal, dwergmispel, hulst en zuurbes op de vier hoeken met daaromheen een rand met ‘bloemen’. Vermoedelijk betreft dit een ontwerp dat niet gerealiseerd is. Op het Bloklandenplein waren na de Tweede Wereldoorlog nog drie taxussen aanwezig. De taxussen zijn vandaag de dag nog aanwezig. Van het plein is een ontwerp uit
21/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
maart 1959 bekend waarop een nieuwe inrichting met behoud van de taxussen is ontworpen en gerealiseerd. Zuidwerfplein Het Zuidwerfplein bestond uit een groot en een klein vak tussen rijwegen, waarin een dubbele rij bomen stond. Daarnaast bestond de inrichting van Zuidwerfplein uit grasperken met lage haagjes en rij een sierkersen. Het oorspronkelijke ontwerp van het Zuidwerfplein bestond uit een rechthoekige vak met rozen. Later is dit perk verdwenen en zijn twee rijen bomen geplant. Overige plantsoenen In het kleine ronde perk op de hoek van de Van Hoeylaan staan oudere lindenbomen. Uit luchtfoto’s ten tijden van de Tweede Wereldoorlog is op te maken dat de oorspronkelijke in een cirkel geplante bomen in 1944 nog aanwezig waren en 1945 waren verdwenen. De aanwezige centrale lindeboom is na de oorlog aangeplant. Langs de Hofzichtlaan waren oorspronkelijk op de rechte delen bomen geplaatst met aan het begin en halverwege een beplantingsgroep, terwijl aan het geknikte tracé rondom de vijver alle hoeken waren voorzien van een boom en beplantingsgroep. Aan de Hofzichtlaan staan van zuid naar noord enkele oudere bomen die tot vroege beplanting kunnen behoren. De bomen die oorspronkelijk in de stoep stonden, zoals aan de noordzijde nog het geval, zijn rondom de vijver en aan de zuidzijde verdwenen.
Het werd vormgegeven als schakel naar het tot parkbos van Marlot, waarbij alleen dit plantsoen een vrij liggend wandelpad, eiland en pleintje met parkbankje kreeg. Aan de Hoogwerflaan staan van west naar oost enkele oudere bomen die tot de oorspronkelijke vroege beplanting kunnen behoren. Tot vrij recent was de indeling met heestergroepen aan de uiteinden en in het midden nog herkenbaar in aanwezige bosschages. Aan de Offenberglaan was aan de kopse kant van de vijverloop een pleintje gecreëerd dat uitkeek op het eiland, en in de hoeken was voorzien van beplantingsgroepen. Het rechthoekige perk tussen Parkflat en Bavoylaan bestond uit gras met op de uiteinden een boom. Op de hoek van de toegang naar de Parkflat staat een oudere Amerikaanse eik. Ruimtelijke groenstructuur van Marlot
22/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
2.4 Sociale cohesie/Gebruik gemeentegroen en initiatieven Er bestaan situaties waarbij bewoners de wens hebben om stukken openbare ruimte in gebruik te nemen. Wanneer deze openbare ruimte voldoet aan een aantal criteria kunnen hier afspraken over gemaakt worden. Voor initiatieven waarbij de openbare ruimte in gebruik wordt genomen maar de gemeente nog steeds eigenaar en beheerder van de grond blijft worden afspraken vastgelegd in een zogenaamd convenant. Voorbeelden en randvoorwaarden hiervoor staan uitgewerkt in paragraaf 3.4.1 en verder. Wanneer bewoners de wens hebben gemeentegroen in gebruik te nemen waarbij de openbaarheid van de betreffende stukjes groen komt te vervallen zijn regels opgesteld ten aanzien van verhuring. Openbare ruimte komt in aanmerking voor verhuring wanneer dit als zogenaamd snippergroen is aangemerkt en de vorige eigenaar van een woning ook een contract had met de gemeente voor het gebruik van dat groen of als de wens van een bewonerscollectief tot adoptie van openbaar groen kan worden ingevuld. Snippergroen moet voldoen aan de volgende criteria; • Er mogen geen kabels en leidingen, rioolbuizen in de grond zitten en/of lantaarnpalen op de grond staan. Ook rusten er geen rechten van derden op de grond. Bijvoorbeeld dat buren een pad nodig hebben om hun woning of tuin te bereiken.
• De grond heeft geen openbare functie, bijvoorbeeld als speelplek, voetpad, weg, in- of uitrit en dient ook niet als groenstrook tussen deze functies. • Onderhoud van de buitenruimte moet mogelijk blijven. • De buitenruimte wordt niet rommelig of versnipperd. Als uit deze toetsing blijkt dat aan de gestelde criteria voldaan kan worden kan besloten worden tot verhuur.
2.4.1 Mogelijkheden voor eigen initiatieven De visie op initiatieven binnen het groenbeheerplan voor Mariahoeve en Marlot richt zich op het bevorderen van participatie en betrokkenheid van bewoners bij het onderhoud en beheer van het groen in hun wijk. Dit wordt bereikt door middel van regelmatige communicatie en samenwerking tussen bewoners, gemeentelijke instanties, lokale organisaties en andere belanghebbenden. Een belangrijk aspect van deze visie is het creëren van een gevoel van eigenaarschap en betrokkenheid. Dit wordt gedaan door bewoners actief te betrekken bij het ontwikkelen, plannen en uitvoeren van vergroeningsinitiatieven. Door samen te werken aan gedeelde doelen, zoals het creëren van gemeenschappelijke groene ruimtes of het organiseren van opruimacties, leren bewoners elkaar kennen en worden sociale banden versterkt. Daarnaast wordt er gestreefd naar transparantie over de momenten van ingrijpen en de mate van invloed die bewoners hebben op hun eigen leefomgeving. Dit omvat duidelijke overlegstructuren en afspraken over wat bewoners zelf kunnen en mogen doen.
2.4.2 Beheerparticipatie Bewonersparticipatie in relatie tot groenbeheer kent vele vormen. Er zijn initiatieven waarbij bewoners zelf een stuk onderhoud en beheer op zich hebben genomen van een bestaand stuk groen. Of initiatieven waarbij groen eerst een andere inrichting heeft gekregen waarna bewoners
23/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
beheertaken op zich hebben genomen. Maar er zijn ook kleine initiatieven waarbij bewoners op kleine schaal in hun omgeving aan de slag gaan met een boomspiegel of geveltuin. Alle initiatieven, groot of klein ze dragen allemaal bij aan een betere en groenere wijk en een veerkrachtige en bloeiende gemeenschap. Door bewoners actief te betrekken bij het proces van vergroening, ontstaat er een gevoel van eigenaarschap en betrokkenheid bij de buurt, wat de sociale cohesie en het gemeenschapsgevoel versterkt. Gemeente Den Haag ondersteund deze initiatieven maximaal binnen de mogelijkheden. Deze worden hieronder verder toegelicht.
2.4.3 Individuele initiatieven 2.4.3.1
Geveltuintjes en boomspiegels Een geveltuin is een minituin langs de gevel van woningen op gemeentegrond. Een boomspiegel is het stukje grond rondom een boom. In sommige straten is weinig plaats voor groen, maar liggen vaak wel kansen om aan de slag te gaan met geveltuintjes en boomspiegels. Een kleine geveltuin of een beplante boomspiegel kan niet de impact van een tuin of park evenaren. Toch hebben geveltuinen en beplante boomspiegels veel positieve effecten op een wijk. • Met een geveltuin maken mensen een kleine buffer tussen hun woning en de publieke ruimte. Daardoor nemen ze verantwoordelijkheid en laten ze met een mooi verzorgd tuintje iets van zichzelf zien. • Bij het beplanten van boomspiegels of geveltuintjes kunnen bewoners zelf de planten en bloemen kiezen. Afspraken over het beheer en onderhoud worden vastgelegd en bewoners kunnen een prikker ophalen waarmee duidelijk wordt dat de boomspiegel of geveltuin beheerd wordt door een bewoner. Randvoorwaarden geveltuin: • Een geveltuintje mag alleen worden aangelegd grenzend aan de gevel van de initiatiefnemer (niet als uitbreiding op uw eigen tuin) • Een geveltuintje is maximaal 45 cm breed • Als een geveltuintje aan een gemeenschappelijke gevel wordt gerealiseerd moet het voornemen overlegd worden met de eigenaar van de woning, VvE of woningbouwvereniging. • De grond onder de geveltuin blijft van de gemeente.
De gemeente moet altijd bij de kabels en leidingen kunnen. Dit kan ook betekenen dat het geveltuintje (tijdelijk) weg moet in verband met werkzaamheden of herinrichting. De schade wordt niet vergoed door de gemeente. • Initiatiefnemer van het geveltuintje is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud. • Gemeente stelt prikkers beschikbaar. Met deze prikker wordt aangegeven dat de geveltuin wordt beheerd en onderhoud door een bewoner. • Als de bewoner geen prijs meer stelt op het geveltuintje dan dient hij de oorspronkelijke situatie te herstellen. Bewaar daarom de tegels goed!. • Wanneer blijkt dat een geveltuin niet goed onderhouden wordt (n.a.v. klachten/ meldingen/ inspecties) zal het stadsdeel de beheerder van de betreffende geveltuin hiervan mondeling en of schriftelijk in kennis stellen. De beheerder van de geveltuin heeft dan een redelijke termijn (max 6 weken) om de situatie te herstellen. Verbetert de situatie niet, dan zal het beheer van de boomspiegel weer op oorspronkelijke wijze door het stadsdeel worden overgenomen.
24/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
2.4.4 Gezamenlijke initiatieven Naast individuele initiatieven kunnen bewoners ook samen initiatieven ontplooien voor hun straat of leefomgeving. Denk hierbij bijvoorbeeld aan initiatieven voor vergroening van de omgeving, of een herinrichting van bestaand groen zodat ander gebruik mogelijk wordt. 2.4.4.1
Herinrichting openbare ruimte
Wanneer meerdere bewoners samen een groen initiatief in hun straat of leefomgeving hebben, bijvoorbeeld het vergroenen van een stenig plein of het starten van een buurtmoestuin zijn hier ook mogelijkheden voor die door de gemeente ondersteund worden. Bij dergelijke initiatieven worden op straatniveau afspraken vastgelegd in een convenant. In dit convenant ligt onder andere vast wie van de initiatiefnemers het aanspreekpunt is voor de gemeente en dat er een aantal keer per jaar een gesprek plaatsvindt over het reilen en zeilen met betrekking tot het initiatief (gaat alles goed? Is er nog behoefte aan advies of ondersteuning op onderdelen). Op deze wijze is geborgd dat een goed groen initiatief ook goed blijft en dat dit ook kan groeien in de buurt. Randvoorwaarden groene herinrichting/vergroening/buurttuin etc. • Een initiatief voor herinrichting van de openbare ruimte is mogelijk wanneer er onder omwonenden ruim draagvlak is, er geen belemmeringen zijn (bijv. grondverontreiniging, kabels en leidingen) of ruimtelijke plannen die het initiatief niet mogelijk maken. • Initiatief draagt bij een gemeenschappelijke waarden. Grond blijft eigendom van gemeente en blijft openbaar toegankelijk. • Initiatief is in principe voor onbepaalde tijd echter minimaal voor 5 jaar. Afspraken worden vastgelegd in een convenant wat jaarlijks met betrokken partijen wordt geëvalueerd.
Ieder jaar word nav deze evaluatie bepaald of er aanleiding is om de voorwaarden te herzien waaronder het initiatief wordt voorgezet en of initiatiefnemers nog ondersteuning nodig hebben vanuit de gemeente. • Initiatiefnemers zijn na realisatie verantwoordelijk voor onderhoud. Initiatiefnemers zijn verantwoordelijk dat het onderhoud voldoende is geborgd zodat dit ook continuïteit heeft. • Initiatief mag niet leiden tot structureel hogere beheerlasten er worden geen objecten toegevoegd met een zorgplicht (bomen, speeltoestellen etc)
2.4.5 Zelfbeheer Samen kom je verder dan alleen. Gemeente Den Haag kan voor de openbare ruimte een basis onderhoudsniveau (residentiekwaliteit) garanderen. Soms willen bewoners een netter beeld in de straat dan het beeld wat de gemeente kan aanbieden. Ook hier zijn afspraken over te maken, maar dan verwachten we van bewoners dat zij hierin ook activiteiten oppakken. Bewoners kunnen extra activiteiten oppakken bovenop de gemeentelijke onderhoudsinspanningen maar kunnen ook het beheer over nemen. Voorbeelden van zelfbeheer op straatniveau zijn bijvoorbeeld het inrichten en bijhouden van alle boomspiegels in de straat of het gezamenlijk beheren van een buurtplantsoen of wijkparkje.
25/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
Randvoorwaarden zelfbeheer • Initiatief draagt bij een gemeenschappelijke waarden. Grond blijft eigendom van gemeente en blijft openbaar toegankelijk. • Initiatief is in principe voor onbepaalde tijd echter minimaal voor 5 jaar. Afspraken worden vastgelegd in een convenant wat jaarlijks met betrokken partijen wordt geëvalueerd. Ieder jaar word nav deze evaluatie bepaald of er aanleiding is om de voorwaarden te herzien waaronder het initiatief wordt voorgezet en of initiatiefnemers nog ondersteuning nodig hebben vanuit de gemeente. • Initiatiefnemers zijn na realisatie verantwoordelijk voor onderhoud. Initiatiefnemers zijn verantwoordelijk dat het onderhoud voldoende is geborgd zodat dit ook continuïteit heeft.
2.4.6 Voorbeelden In Mariahoeve zijn al veel initiatieven actief. Sommige initiatieven zijn tot stand gekomen door georganiseerde overkoepelende organisaties zoals Stichting de tuinen van Mariahoeve (TVM) die tot doel heeft om het groen in de wijk actiever te gebruiken. TVM heeft initiatieven aan de Haverkamp, Denenburg/ kleine Loo, wijkpark de Horst en bij het buurtcentrum Catharinaland/Dignaland en het vlinderpad in de omgeving van Biancaland gerealiseerd. Naast deze grotere initiatieven zijn er ook tal van kleinere initiatieven waar afspraken voor zijn vastgelegd in convenanten. Bekende initiatieven zijn; De VVE’s aan de Vlaskamp die een groot deel van het openbare groen in eigen beheer hebben. VVE’s aan het Isabellaland die afspraken over het snoeien van het groen hebben vastgelegd in een convenant. En een VVE aan de Denenburg waar een bewoner een gemeentelijke haag in eigen beheer heeft genomen.
26/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
In Marlot zijn nog geen groene bewonersinitiatieven bekend.
Haverkamp permacultuur Denenburg beheer (TVM) Mariahof (TVM) Catharinahof (TVM) Vlinderpad (TVM) Vlaskamp beheer VVE Isabellaland beheer Denenburg beheer
Locaties bekende bewonersinitiatieven
27/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
3 Huidige situatie areaal Met behulp van beeldkwaliteit meetlatten van het CROW is het mogelijk om het groot onderhoudsniveau te bepalen. Onder groot onderhoud wordt verstaan het vervangen van beplanting of gras, snoeien van beplanting en open stukken opnieuw aanplanten of inzaaien. Met ingang van 2025 wordt deze methode stadsbreed en jaarlijks uitgevoerd in het wijk- en buurtgroen voor de vaste planten, rozen, fijne en grove sierheesters, hagen en gras.
3.1 Staat areaal Op basis van de CROW‐ beeldkwaliteitsmeetlatten wordt bepaald wat de vervangingsopgave is van het groen. Dit heeft verschillende doelen: 1. Vooruit kunnen plannen en integraal programmeren 2. Planmatig kunnen werken door groenbeheerder 3. Duidelijke en transparante communicatie naar de gebruikers Het wijk- en buurtgroen van Mariahoeve en Marlot is middels bovenstaande methodiek in kaart gebracht. Met name in de Landenbuurt werden situaties aangetroffen waarbij het groen niet voldeed aan de kwaliteitseisen. In een aantal gevallen werd geconstateerd dat grove heesters te veel over beloopbare paden hingen en werden er locaties aangetroffen waar een inboetbehoefte (vervangen dode struiken) is opgenomen voor fijne sierheesters en hagen. In Marlot voldeed al het wijk- en buurtgroen aan de gestelde kwaliteitseisen en zijn geen maatregelen voorgesteld om tot kwaliteitsverbeteringen te komen.
3.2 Ontwikkelingen beheer wijk- en buurtgroen Boomspiegels De beheer- en onderhoudskosten van het openbaar groen en de stadsbomen stijgen sneller dan het budget wat hiervoor beschikbaar is. In het groenbeheer moeten daarom keuzes worden gemaakt. Constant wordt er gezocht naar mogelijkheden om het beheer van de openbare ruimte efficiënter en tegen lagere kosten uit te voeren. Daarnaast wordt bij het groenbeheer ook gezocht naar nieuwe concepten en onderhoudsmethoden waarbij een hogere biodiversiteitswaarde gerealiseerd kan worden. Een van de onderwerpen die hierbij al enige tijd werd onderzocht is het beheer van boomspiegels. Traditioneel werden boomspiegels geschoffeld. Het gevoerde reguliere beheer betrof het 5 keer per jaar door middel van schoffelen, verwijderen van ‘onkruid’ uit de boomspiegel, uitharken en afvoeren van vrijkomend materiaal. Dit is een zeer arbeidsintensief proces. Daarbij komt dat ook ‘onkruid’ een bijdrage levert aan de biodiversiteit. Bloeiende kruiden in boomspiegels zijn een extra voedingsbron voor insecten. Om die redenen worden de ruim 40.000 boomspiegels in Den Haag met ingang van 2025 niet meer traditioneel onderhouden maar wordt de kruidenvegetatie driemaal per jaar afgemaaid en afgevoerd.
28/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
4 Wensen uit de wijk Door open met wijkbewoners en andere belanghebbenden in gesprek te gaan, is inzicht ontstaan wat leeft in de wijk, waar behoeften voor zijn en welke zaken tot ergernissen of gemopper leiden. Op verschillende momenten zijn er mogelijkheden geweest om met elkaar van gedachten te wisselen over het wijk en buurtgroen in Mariahoeve en Marlot. Het participatieproces rondom het ambitiedocument Mariahoeve en Mariahoeve beschermd stadsgezicht gaf veel inzicht in hoe men dacht over het groen in de wijk. Daarnaast heeft er in mei 2025 een informatieavond plaatsgevonden waar een conceptversie de beheervisie werd gepresenteerd en waar geïnteresseerde wijkbewoners aan konden geven welke plekken of thema’s belangrijk of gewaardeerd werden in het groen in Mariahoeve en Marlot en welke plekken aandacht vroegen. De algemene indruk uit de verschillende overlegmomenten is dat het groen in zowel Mariahoeve als Marlot door bewoners erg gewaardeerd wordt. Vooral plekken met kleur en fleur kunnen op veel waardering rekenen. Deze plekken moeten zoveel als mogelijk behouden blijven. Bij vervanging of herinrichtingsopgaven kunnen plekken voorzien worden van meer kleur en fleur. Waar mogelijk ook vooral met inheemse bloemen en bloesem dragende struiken.
Tijdens bijeenkomsten is de Reigersbergenweg een aantal keren genoemd als locatie waar mogelijkheden zijn om variatie aan te brengen met mooie struiken die waardevol kunnen zijn voor vogels en egels. Soms werden ook knelpunten gesignaleerd. Plekken waar de inrichting niet goed aansloot op het gebruik of onderhoud van deze plekken waardoor deze plekken veelal een armoedige indruk achterlieten. Voorbeelden van dit soort plekken waren een vaste plantenborder in een ecologische zone (Margarethaland) of het ontbreken van hagen of struiken rondom parkeerterreinen zodat auto’s het straatbeeld (Overbosch) te veel domineerde. Veiligheid als thema werd ook belangrijk gevonden. Bijvoorbeeld om dicht langs wandelpaden niet te veel dichte beplanting te hebben. Water wordt als grote ruimtelijke kwaliteit van de wijken ervaren. Daar waar water niet zichtbaar is omdat er bijvoorbeeld hoge dichte begroeiing langs watergangen aanwezig is wordt dit ruimtelijke als knelpunt ervaren. Over het algemeen is het beheer van het groen op orde en wordt nauwelijks achterstallig onderhoud benoemd. Een negatieve uitzondering hierop vormt de vlindertuin in wijkpark de Horst. Deze plek vraagt bijzondere aandacht om deze weer op de kwaliteit te krijgen.
4.1 Wijkagenda Met het opstellen van de wijkagenda voor Mariahoeve en Marlot 2021-2025 zijn ook wensen uit de omgeving opgehaald. In 2025 wordt een nieuwe wijkagenda opgesteld. Indien de nieuwe wijkagenda aanleiding geeft dit beheerplan te herzien zal dit tijdens de eerstvolgende evaluatie van het beheerplan worden meegenomen (eind 2026).
29/109
Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot
5 Jaarlijks onderhoud (onderverdeeld in beheerelementen) Al het groen in Mariahoeve en Marlot is onderverdeeld in verschillende beheerelementen. Aan ieder beheerelement is een maatregelpakket gekoppeld. Een maatregelpakket bestaat uit alle werkzaamheden die nodig zijn om het betreffende beheerelement op de juiste manier te onderhouden. Een maatregelpakket kan zowel werkzaamheden bevatten die regelmatig moeten worden uitgevoerd (dagelijks onderhoud) als werkzaamheden die sporadisch of eens per meerdere jaren (grootschalig/planmatig onderhoud) moeten worden uitgevoerd. Maatregelpakketten maken het mogelijk om te berekenen hoeveel budget er gemiddeld nodig is om het groen te kunnen onderhouden op de juiste manier. Aan ieder groenvakje en aan iedere stadsboom is een maatregelpakket gekoppeld; dit is actueel terug te zien op de website Bomen en groenvoorzieningen in Den Haag. Algemene uitgangspunten beheer • • •
• •
Rekening houden met de aanwezige flora en fauna. Rust-, schuil- en foerageerplekken zoveel mogelijk in stand houden. Snoeien en maaien van riet zoveel mogelijk in fasen. Alleen snoeien van beplanting in het broedseizoen als het noodzakelijk is. Eerst schouwen op broedvogels. Als deze aanwezig zijn mogen geen snoeiwerkzaamheden plaatsvinden. Alleen als de situatie gevaar vormt mag er gesnoeid worden. Schades worden jaarrond binnen gestelde normen verholpen n.a.v. meldingen, schouw, storm of planmatig onderhoud Vervuilingsbeeld t.a.v. zwerfvuil moet altijd minimaal voldoen aan Residentiekwaliteit.