CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324173 Bijlage Groenbeheerplan Mariahoeve en Marlot

Commissie Leefomgeving 8 januari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken22.015 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

7.2 Herinrichting en vervanging in relatie tot prioritering Als de bevolking groeit of verandert, kunnen de behoeften aan groene ruimtes ook veranderen. Zo kan er in een buurt met veel jonge gezinnen meer behoefte ontstaan aan speelplaatsen. Ook klimaatverandering, milieuproblematiek of ambities ten aanzien van biodiversiteit kunnen tot wensen leiden om het wijk- en buurtgroen anders in te richten. Vanuit gemeentelijk perspectief is er soms ook aanleiding om het wijk- en buurtgroen anders in te richten en te beheren. Zo kan het efficiënter en kosteneffectiever zijn om bepaalde gebieden opnieuw in te richten om het onderhoud te verminderen. Of wanneer bepaalde gebieden onveiliger zijn geworden, bijvoorbeeld door overwoekering of slechte verlichting, kan herinrichting helpen om deze problemen aan te pakken Grootschalige Initiatieven zoals stadslandbouw of gemeenschappelijke tuinen kunnen aanleiding geven tot herinrichting om ruimte te bieden voor deze projecten. Kortom er zijn verschillende reden om het wijk en buurtgroen anders in te richten of anders te beheren. Een deel van deze redenen vloeit voort uit de technische staat van het wijk- en buurtgroen. Hiervoor worden sinds 2025 jaarlijks inspecties uitgevoerd waarna eventuele vervanging projecten worden geprioriteerd en in de jaarplanning opgenomen. Bewonersinitiatieven worden jaarrond verzameld.

Daar waar bewoners met minimale ondersteuning zelf aan de slag kunnen wordt deze ruimte geboden. (zie voor voorwaarden hoofdstuk 3). Wanneer meer ondersteuning en gemeenschappelijke middelen noodzakelijk zijn, worden deze initiatieven eerst besproken (zie 9.3). Wanneer voor dergelijke initiatieven zowel het draagvlak als het uitvoeringsbudget geborgd is, kan dit project in de jaarplanning worden opgenomen.

75/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

Voor groot onderhoud of kleinschalige omvorming van het wijk- en buurtgroen is jaarlijks een stedelijk budget beschikbaar. Ook hierbij geldt dat niet alle werkzaamheden die moeten gebeuren daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd. Het beschikbare budget wordt volgens onderstaande prioriteitsvolgorde verdeeld: 1.

Projecten met bestuurlijke wensen, initiatiefvoorstellen, moties en onontkoombare inzet (bijvoorbeeld omdat de veiligheid in het geding is) 2. Kwaliteitsverbetering / opheffen achterstallig onderhoud (bijvoorbeeld verwijderen van zaailingen of achterstallige snoeiwerkzaamheden) 3. Omvormen naar goedkoper onderhoud (bijvoorbeeld vaste planten naar kruiden) 4. Integraal werken en omvormen (werk met werk, bijvoorbeeld het vervangen van beplantingen in en rondom een plangebied waar de riolering wordt vervangen) Het is dus noodzakelijk om werkzaamheden slim in te plannen en waar mogelijk aan te sluiten bij integrale projecten in de openbare ruimte. De bestaande budgetten zijn leidend bij herinrichtingen en renovaties van wijk- en buurtgroen. Uitgangspunt is dat een nieuwe inrichting nooit duurder in beheer kan zijn dan de bestaande inrichting en bij voorkeur goedkoper.

76/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

8 Planmatig onderhoud Onderhoud aan het wijk- en buurtgroen bestaat uit jaarlijks c.q. dagelijks onderhoud en planmatig c.q. groot onderhoud. Dagelijks onderhoud bevat de werkzaamheden die dagelijks of zeer regelmatig worden uitgevoerd en gericht zijn op het oplossen van kleine onmiddellijke problemen en het behouden van de functionaliteit van de openbare ruimte. Voorbeelden van dagelijks onderhoud aan het wijk en buurtgroen zijn, het maaien van gazons, snoeien van hagen en onkruidbeheersing. Daarnaast wordt ook planmatig onderhoud gepleegd aan het wijk en buurtgroen en de stadsbomen. Planmatig onderhoud betreft werkzaamheden die op basis van een vooraf opgesteld schema worden uitgevoerd. Dit zijn werkzaamheden die minder dan eenmaal per jaar worden uitgevoerd. Planmatig onderhoud is gericht op preventie en het behoud van de lange termijn functionaliteit en waarde van het wijk en buurtgroen. Het omvat zowel preventief als correctief onderhoud. Voorbeelden van planmatig onderhoud zijn boomveiligheidsinspecties en daaruit voortkomende werkzaamheden, snoeien van stadsbomen, planmatige dunningen in houtsingels, struweel en grove heesters. Planmatig onderhoud is belangrijk om verschillende redenen: 1. Waardebehoud: Goed onderhoud van wijk en buurtgroen zorgt ervoor dat de waarden (ecosysteemdiensten) beter en aantrekkelijker zijn voor gebruikers en bewoners. 2.

Efficiëntie: Met een goed onderhoudsplan weet je precies welke middelen en mankracht nodig zijn en wanneer. Hierdoor kun je tijdig voorzien in voldoende capaciteit en beschikbaarheid van mens en materieel. 3. Levensduur verlengen: Regelmatig onderhoud kan de levensduur van het wijk en buurtgroen verlengen, waardoor dit langer meegaat. 4. Veiligheid: Planmatig onderhoud helpt bij het identificeren en verhelpen van potentiële veiligheidsrisico's voordat ze problemen veroorzaken . 5. Kostenbesparing: Regelmatig en gepland onderhoud kan dure ingrepen voorkomen en voorkomt achterstallig onderhoud. Het is vaak goedkoper om regelmatig kleine werkzaamheden uit te voeren dan achterstallig onderhoud aan te pakken.

8.1.1 Planning boomveiligheidsinspectie(s) en onderhoudswerkzaamheden bomen. De stadsbomen in Mariahoeve en Marlot zijn in 2024 gesnoeid waardoor hier geen achterstallig onderhoud is. In 2026 worden de bomen opnieuw geïnspecteerd en indien nodig direct gesnoeid. De boomveiligheidscontrole vindt iedere 14 maanden plaats. Bewust is gekozen voor een cyclus die net iets langer is dan een jaar waardoor de bomen bijna jaarlijks, maar in een andere groeiperiode van het jaar, worden gecontroleerd. Indien veiligheidsmaatregelen worden voorgesteld die binnen een jaar moeten worden uitgevoerd, dan worden die z.s.m. aansluitend gerealiseerd. In de overige gevallen worden die verwijderd tijdens de reguliere driejaarlijkse snoeicyclus.

77/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

8.1.2 Planning planmatig dunnen houtsingel Locatie

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

Vlaskamp vijver Zonneweelde Isabellaland woonwagenlocatie Overbosch / Haverkamp Isabellaland VUC Elviraland Tarwekamp / dijk Maiskamp Aegonplein

78/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

8.1.3 Planning planmatig dunnen struweel Locatie

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

Elviraland A Elviraland B Maiskamp Vlaskamp Randweg Eilandje Barnsteenhorst

79/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

8.1.4 Planning planmatig dunnen grove heesters

Locatie

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

Vlaskamp Zijdelaan Hofzichtlaan / Elviraland / Zijdelaan Denenburg Bezuidenhoutseweg Walenburg Horsten Hendrinaland / Margarethaland / Vlamenburg Ivoorhorst / Isabellaland Isabellaland

80/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

8.2 Jaarplanning Planmatig onderhoud capaciteitsvraag (uren) 1600 1400 1200 1000 800 600 400 200 0

Houtsingel

Grove heesters

Struweel

Bij de beheergroepen; houtsingel, grove heesters en struweel is er sprake van planmatig onderhoud. Dat wil zeggen werkzaamheden die jaarlijks voor een deel van het areaal ingepland worden. Het betreft de volgende werkzaamheden.

Houtsingel dunnen onder beplanting 10% verwijderen dode/slechte bomen (wijker/blijver max 30%, esdoorn, ) verwijderen ongewenste soorten (iep, esdoorn opschot, sorbaria, sneeuwbes, braam) Struweel dunnen onderbeplanting 10% verwijderen ongewenste soorten (iep, braam, Grove heesters Terugzetten beplanting 10% verwijderen ongewenste soorten (iep, braam haagwinde) Gestreefd is naar een zo regelmatig verdeelde capaciteitsvraag. In verband met logische geografische eenheden en werkgebieden is het niet altijd mogelijk om ieder jaar een vergelijkbare capaciteitsvraag bij het groenbedrijf uit te vragen. Gemiddeld genomen wordt er jaarlijks tussen de 800 en 900 uur aan

81/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

planmatig onderhoud gevraagd. Dit onderhoud staat gepland in de periode november tot en met februari en bedraagt 14 weken wat gemiddeld neer komt op circa 60 uur per week.

8.2.1 Onderhoudsjaarplan in kaart Op basis van de planmatige werkzaamheden kan er per jaar een uitvoeringskaart gemaakt worden. Voor 2026 betreft het de volgende uitvoeringskaart.

82/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

8.3 Communicatie Op basis van dit beheerplan wordt een overlegstructuur vastgelegd waarin van verschillende betrokken partijen ook de rollen en taken vastliggen. Overleg

Wanneer

Wie

Hoe

Inventarisatie bewonerswensen

Jaarrond

WB

Mail

Ophalen plannen corporaties

December – januari

GBDPZ / corporaties

UVO

Evaluatie werkzaamheden

November – december

GBDPZ / WB / GbDH / corporaties

Vergadering / schouw

Vaststellen jaarplan + bewonerswensen

December

GBDPZ / WB / GbDH

Vergadering

Voortgang uitvoering groenbeheer

Maandelijks

GBDPZ / GbDH

Vergadering Mail Termijnstaten

Rapportage voortgang

Ieder kwartaal

GBDPZ / GbDH

Vergadering Mail

Calamiteiten en meldingen

Afkorting GBDPZ

Jaarrond

Iedereen

Tel: 14070 Meldingen Den Haag

Wie

Contactgegevens

Groenbeheerder

Tel: 14070 haagsehout@denhaag.nl Meldingen Den Haag Stadsdeelkantoor Haagse Hout Loudonstraat 95 2593 RV Den Haag

WB

Wijkberaad Mariahoeve

wijkberaad@mariahoeve.nl 070-3838442 Ivoorhorst 155 2592 TH Den Haag

WB

Vereniging Marlot

https://marlot.nl/contact/

83/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

GbDH

Groenbedrijf Den Haag

Tel: 14070 haagsehout@denhaag.nl Bezuidenhoutseweg 452 2592 BE Den Haag

Corporaties

Gemeente Den Haag

Meldingen Den Haag

Staedion

088-2423000 info@staedion.nl Koningin Julianaplein 2 2595 AA Den Haag

Haag Wonen

070-2507070 info@haagwonen.nl Waldorpstraat 80 2521 CD Den Haag

Hofwonen

070-4128282 Loevesteinlaan 627 2533 BG Den Haag

84/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

9 Afronding en evaluatie Bij het opstellen van dit beheerplan stonden drie opgaven / doelstellingen centraal: 1. In samenspraak met de groene vertegenwoordigers en passend binnen de bestaande kaders en als stedelijke pilot in Mariahoeve en Marlot voor het wijk- en buurtgroen een beheerplan op maat te maken. Knelpunten die gaan over het huidige en gewenste beheer inzichtelijk te maken en daar voorstellen met keuzes bij opnemen. De Visie wijkgroen Stadsdeel Haagse Hout hiervoor als basis te gebruiken. 2. Ondersteunend cultuurhistorisch onderzoek uit te voeren naar het wijk- en buurtgroen dat aanvullend is ten aanzien van de bestaande visie(s). 3. Punten 1 en 2 te evalueren en hierin het mogelijke nut voor andere wijken mee te nemen. Hier is als volgt mee omgegaan: 1. Het beheerplan is in samenspraak met groene vertegenwoordigers opgesteld. Er is voor het plan van aanpak vooraf contact gezocht met wijkberaad Mariahoeve. Samen met hen is gekeken wie uit te nodigen voor een informatieavond. Op 19 mei 2025 is een informatieavond over het beheerplan gehouden. Hierbij waren zo’n 1520 personen aanwezig. Zij waren persoonlijk uitgenodigd. O.a. vertegenwoordigers van wijkberaad Mariahoeve, beheerders van corporaties, personen die een convenant hebben, Tuinvereniging Zonneweelde, Mariahoeve en Eigen Arbeid.

Er waren ook andere geïnteresseerden die een algemeen uitnodigingsbericht hadden gezien op www.hethaagsegroen.nl . Vertegenwoordiging van wijkvereniging Marlot was niet aanwezig. De groenbeheerder heeft hen later apart gesproken waardoor hun wensen ook zijn meegenomen. Aanwezigen gaven aan de volgende zaken belangrijk te vinden in het beheerplan. Aandacht voor biodiversiteit / ecologie Aandacht voor veiligheid / netheid Aandacht voor initiatieven van bewoners Ook werden enkele locaties benoemd waar de komende jaren extra aandacht voor werd gevraagd. O.a. omgeving rondom vijver Vlaskamp (onderhoud aan beplantingen, herstellen zichtlijnen op fontein en over het water), zone achter Margarethaland (maak een keuze, is het groen hier voor de mens of voor de natuur?). Tijdens de inloopavond beschermd stadsgezicht Mariahoeve hebben we veel mensen gesproken over het groen en groenbeheer in de wijk. Mensen waren over het algemeen best wel te spreken over de hoeveelheid, kwaliteit en onderhoud van het groen. 2. Voor dit onderdeel is bureau SB4 ingehuurd. Hun studie gaf inzicht in; zichtlijnen door groen en over water gebruik van bepaalde groentypen in relatie tot bebouwingen oorspronkelijke beplantingen (vooral in Marlot) 3.

Evaluatiepunten: a. Het betrekken van groene vertegenwoordigers uit een wijk zorgt voor een goed beeld van wensen en ideeën. Gedurende het project bleken twee georganiseerde bewonersorganisaties in Mariahoeve helaas niet meer te functioneren. b. De explosie aan de Tarwekamp en de nasleep hiervan zorgde er voor dat we terughoudend waren met activiteiten organiseren in het kader van het beheerplan.

85/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

c. d.

e.

f.

g.

h.

i.

j.

k.

Een specifiek beheerplan voor wijk- en buurtgroen kan voor andere wijken ook van meerwaarde zijn. Het kan mogelijk minder uitgebreid met als basis de tekeningen. Een beheerplan is een effectief communicatiemiddel gebleken om met betrokken en geïnteresseerde buurtbewoners over groenbeheer te praten. Voor een gemiddelde persoon die niet echt iets met groenbeheer heeft of vooral dit op tak- en stoeptegelniveau beleefd is een beheerplan niet nuttig. Beheerplannen kunnen waardevol zijn om met betrokken bewoners en partijen (zoals corporaties) te werken aan gebiedsgericht groot onderhoud en vervangingsplannen waarbij het beheerplan kan dienen als gemeenschappelijk ambitiedocument waarin is beschreven hoe bepaalde zaken aangepakt worden. In Mariahoeve toonde Haag Wonen zich geïnteresseerd in een gezamenlijke aanpak van wijk- en buurtgroen waarbij vooral op inrichtingsniveau samenwerkingen kunnen ontstaan. Beheerders kunnen hun voordeel doen met een beheerplan omdat werkzaamheden voor een komend jaar al bepaald en berekend kunnen zijn en het Groenbedrijf ruim van te voren weet wat ze wanneer moeten gaan doen. Hierdoor wordt beheer voorspelbaarder en kunnen bepaalde werkzaamheden verspreid over het jaar worden uitgevoerd wat zorgt voor minder piekbelasting. Planmatig beheer kan tot minder meldingen leiden en minder ad hoc ingrepen.

Met het werken met gebied specifieke gidssoorten kan maatwerk geleverd worden voor de lokale biodiversiteit in een wijk. Gidssoorten zijn teven effectieve en positieve communicatiemiddelen gebleken waarmee je aan de omgeving goed kan uitleggen waarom je bepaalde zaken wel of niet doet. Het beheerplan is opgesteld in een periode van circa 2 jaar. Binnen de ambtelijke organisatie hebben gedurende het traject verschillende personele wijzigingen of veranderingen plaatsgevonden waardoor het uitwerken van het plan langer heeft geduurd dan aanvankelijk voorzien. Aan het opstellen van dit beheerplan zijn circa 350 ambtelijke interne uren besteed. Daarnaast is een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd en is een informatiebijeenkomst georganiseerd. De tijd en kosten voor het opstellen van een beheerplan voor een andere wijk is afhankelijk van het type wijk (groot/klein/compact) naar verwachting met minder budget en uren op te stellen. Het advies is cultuurhistorie (tenzij hier een directe aanleiding voor is) geen onderdeel uit te laten maken van een beheerplan. Het uitwerken van beheerpakketten en themakaarten kan bij volgende beheerplannen aanzienlijk sneller omdat in dit beheerplan al het nodige voorwerk is gedaan. Desalniettemin is de inschatting dat een volgend beheerplan voor een gelijkwaardige wijk opnieuw een aanzienlijke inspanning vergt en kosten met zich meebrengt.

De doorlooptijd van een nieuw beheerplan voor een andere wijk wordt geschat op 1-1,5 jaar. Indien besloten wordt tot een vervolg dan wordt aangeraden om een herbruikbaar beheerplanformat te ontwikkelen waarvoor dit beheerplan een goede basis vormt.

86/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

Bijlagen

87/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

A.

Begrenzing beheerplan

B.

Beheerverantwoordelijkheden

88/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

C. Gidssoorten Mariahoeve en Marlot Egel Egels zijn bekende kleine zoogdieren die zeer vaak worden gezien in Mariahoeve. Typisch voor de egel zijn de stekels op de rug en bovenzijde van de kop. Bij gevaar rollen egels zich tot een bal en zetten ze hun stekels recht overeind. Egels kunnen zeer luidruchtig zijn en maken veel verschillende geluiden waaronder, snurken, snuiven, snuffelen en smakken.

Foeragerende egel (bron: zoogdiervereniging) Egel met jongen (bron: zoogdiervereniging) Egels leven tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei. Plekken met een dichte ondergroei zijn voor egels van levensbelang. Hier vinden ze rust en dekking. Egels zijn echte nachtdieren. Overdag slapen ze in een nest van bladeren, mos en kleine takjes en kruipen ze weg onder (braam) struiken of takkenbossen. Egels houden een winterslaap (november/december-april/mei) van waaruit ze af en toe wakker kunnen worden. Op het menu van egels staan kevers, rupsen, regenwormen, oorwurmen en slakken. In de nazomer en herfst eten egels ook wel bessen. Egels leven grotendeels alleen en vormen geen vaste paartjes. Iedere egel heeft een min of meer vast leefgebied waarin ze iedere nacht wel een paar kilometer in afleggen. In de zomermaanden slapen egels vaak op de kale grond onder dicht struikgewas, in holtes onder boomwortels, in composthopen of konijnenholen. Soms worden slaapnesten gebouwd van losse bladeren. Winternesten worden meestal in de grond gemaakt, tegen een schutting aan of in een takken- of composthoop.

89/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

Egelwaarnemingen Mariahoeve en Marlot (bron: NDFF) Soort: Egel Waar komt de soort voor; In de hele wijk Mariahoeve en Marlot zijn egels bekend voor te komen. Verblijfsplaatsen: • • • • • • • •

Per hectare zijn minimaal 5 goed verborgen en beschutte verblijfplaatsen nodig, zoals dicht struikgewas en brede hagen (alleen geschikt als dagrustplaats). Minimaal 50 m2 per hectare struikgewas, met daarin voor winteren kraamnest: Hopen blad of mos (onder struiken). Oude konijnenholen. Holtes onder boomwortels. Composthopen. Takkenhopen. Egelhuis (onder struiken). Zorg ervoor dat het egelhuis voldoende ruim is en gemaakt is van geschikte materialen.

Voedsel: De egel eet dierlijk voedsel, zoals regenwormen, kevers, rupsen en eieren van op de grond broedende vogels. Verder vruchten, bessen en paddenstoelen. • • • • •

Om voldoende voedsel te kunnen vinden is minimaal 2000 m2 gevarieerd groen per hectare nodig, bestaande uit een variatie in: Grasvelden (gazon en bloemrijk gras). Minimaal 100 m2 per hectare. Aan minimaal één zijde met dicht struikgewas. Lage dichte begroeiing Parkbos met ondergroei. Groene tuinen.

Verbinding:

90/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

Voor de verbinding binnen het leefgebied en met aansluitend leefgebied zijn de groengebieden met elkaar verbonden door groenstroken. Deze groenstroken zijn: • • •

Minimaal 2 m breed. Voor minimaal 50% beplant met dicht struikgewas van minimaal 75 cm hoog. Voor maximaal 20 m onderbroken.

Hekken en schuttingen voorzien van een egelpoort van Ø 15 cm of 15 x 15 cm, direct op maaiveld. Variatie: Zoveel mogelijk variatie in voedselplekken en soorten verblijfplaatsen. Veiligheid: •

•

Kruisingen met (spoor)wegen voorzien van faunapassages zoals: o Faunabuizen en -tunnels. o Ecoduikers. Beschoeide watergangen voorzien van uitklimvoorzieningen.

91/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

Schematische weergave egellandschap (bron: Maatregelen voor het leefgebied van 15 ZuidHollandse icoonsoorten)

92/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

Merel Merels zijn veelzijdige vogels die zich goed aanpassen aan verschillende omgevingen. Mannetjes merels staan bekend om hun melodieuze zang. Het mannetje zingt om een partner aan te trekken en zijn territorium te markeren. Merels kunnen geluiden van andere vogels en zelfs van auto’s nabootsen. Dit gedrag, bekend als ‘vogelzangimitatie’, is vooral opvallend bij mannelijke merels. De merel is een middelgrote zangvogel die behoort tot de familie van de lijsters. Mannelijke vogels hebben een zwart verenkleed met een felgele oogring en snavel. Vrouwelijke vogels zijn donkerbruin tot zwart met een iets lichtere keel en jonge merels hebben een gespikkelde bruine kleur en krijgen pas na hun eerste winter het volwassen verenkleed. Merels komen voor in verschillende habitats, zoals tuinen, parken, bossen en open terreinen. Ze zijn vooral talrijk in stedelijke gebieden, waar ze profiteren van de beschikbaarheid van voedsel en schuilplaatsen. Merels zijn standvogels, wat betekent dat ze het hele jaar door in hun leefgebied blijven en niet migreren. Het broedseizoen begint in het vroege voorjaar. Het vrouwtje bouwt een nest in dichte struiken of bomen en legt 3 tot 5 eieren. Na ongeveer twee weken komen de eieren uit en na nog eens twee weken verlaten de jongen het nest. Merels zijn omnivoren en hebben een gevarieerd dieet.

Ze voeden zich met insecten, regenwormen, slakken, bessen, vruchten en zaden. In de zomermaanden eten ze voornamelijk insecten, terwijl ze in de winter afhankelijk zijn van bessen en fruit

Manlijke merel (bron: vogelberscherming)

Vrouwelijke merel eet een meidoornbes (bron: nature today.com)

93/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

Merel waarnemingen Mariahoeve en Marlot (bron: NDFF) Soort: Merel Waar komt de soort voor: Merels komen in heel Mariahoeve en Marlot voor maar zijn talrijker in struweelrijke gebieden zoals landgoed Marlot Reigersbergen, volkstuincomplexen en gebieden met dichte struiken in tuinen of in het wijk en buurtgroen (zoals bijvoorbeeld delen van de landenbuurt en de omgeving van de Vlaskamp). Verblijfsplaatsen: Een paartje merels heeft een territorium van 0,5 - 1 ha geschikt leefgebied nodig. Merels maken hun nest in struiken, lage bomen, hagen en dikke muurbegroeiingen. Vooral dichte bomen en struiken zijn geschikt, zoals geschoren hagen en struikklimop. Inrichtingsmaatregelen voor de merel: • • •

Aanleg van grasveldjes in combinatie met besdragende struiken, fruitbomen. Dichte struiken, hagen, lage bomen of klimplanten als nest- en schuilgelegenheid. Oppervlaktewater in het leefgebied om te drinken en een bad te nemen. (Bijvoorbeeld watergang met natuurvriendelijke oever, tuinvijver of een waterpartij met ondiepe rand.)

Beheermaatregelen voor de merel: • • •

Afgevallen blad laten liggen Hagen zo knippen dat ze goed dicht worden. Klimop met bessen pas na de winter snoeien. In de winter eten merels hier graag van.

Voedsel: Merels eten wormen, insecten, slakken en andere ongewervelden, en daarnaast bessen en fruit. Ze vinden hun voedsel in grasveldjes, tussen afgevallen blad, in vaste-plantenborders, lang gras en ruigte, en in diverse vruchtdragende bomen en struiken, zoals meidoorn,

94/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

vuurdoorn, klimop (vooral ‘s winters van belang), sierappels, zuurbes, aalbes, taxus, enzovoort. Verbinding: Merels zijn mobiele vogels, die zich gemakkelijk verspreiden. Het is niet nodig om speciale verbindingszones voor de merel aan te leggen. Variatie: De merel is gebaat bij een gevarieerd groen leefgebied met gras, struweel, stukjes bos, water en andere begroeiingen als borders, bloemrijk gras en ruigte. Veiligheid: • • • •

Gebruik geen gif. Merels zoeken hun voedsel op de grond en zijn daardoor kwetsbaar Snoei niet vanaf maart tot begin augustus ivm verstoring en het zichtbaarheid nesten. Beperk bodemberoering: een geroerde bodem is minder rijk aan bodemleven. Katten, eksters, ratten en kauwtjes kunnen merels verjagen of pakken de eieren of jongen. Zorg voor dicht struikgewas, hagen, lage bomen en/of klimplanten als dekking.

95/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

Schematische weergave merellandschap (bron: Maatregelen voor het leefgebied van 15 ZuidHollandse icoonsoorten)

96/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

Huismus De huismus is een typische cultuurvolger die gebruik maakt van de mogelijkheden die de mens de soort biedt. Huismussen nesten in bebouwing, onder dakpannen daken of in dakgootbetimmeringen. Omdat de huismus geen trekvogel is en jaarrond op dezelfde plek woont moet hier ook jaarrond voldoende voedsel aanwezig zijn. Huismussen moeten binnen niet meer dan enkele honderden meters hun voedsel vinden. Het zijn sociale dieren waarbij het broeden, foerageren, baltsen, nemen van stofbaden, slapen en uitzwermen activiteiten zijn die in groepsverband plaatsvinden. Wat later op de ochtend zijn huismussen het meest actief. Ze broeden meestal van begin april (soms ook al maart) tot en met augustus waarin soms een aantal legsels worden grootgebracht.

Huismus vrouw bij nest (bron: vogelbescherming)

Huismus man op kwetterplek (foto: M.W.H. Bekkers)

De huismus heeft voornamelijk zaden op het menu staan (grassen, melganzevoet en muur, bijv vogelmuur) jonge mussen hebben vooral insecten en larven op het menu staan (o.a. bladluis). In de wintermaanden eten ze ook bessen.

Huismuswaarnemingen Mariahoeve en Marlot (bron: NDFF)

97/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

Soort: Huismus Waar komt de soort voor: In de omgeving van de Hofzichtlaan/Robertaland zijn een paar broedgevallen van huismus bekend. De soort wordt op andere plekken in de wijk wel foeragerend waargenomen. Verblijfsplaatsen: • • • •

Minimaal 30 duurzame nestgelegenheden. Geclusterd (minimaal per 10 bij elkaar). Huismussen- of gierzwaluwkasten (liefst inbouw). Mussendakpannen. Bij pannendak vogelschroot niet onderaan, maar 2 panlatten hoger plaatsen of helemaal weglaten.

Overige eisen: • • •

Nestingangen kasten minimaal 50 cm uit elkaar (of niet zichtbaar vanuit ander nest). Plaatsing oost tot noord, of beschermd tegen middagzon (bijv. onder dakoverstek of zonnepanelen). Op 3-10 m hoogte boven maaiveld (of boven geschikte daktuin).

Voedsel: Zaden voor volwassen dieren, ongewervelden (rupsen!) voor jongen. 500 m2 geschikt foerageergebied met onder meer: • • • • • • • •

Bloem- en kruidenrijk gras. Ruige overhoekjes met kruiden (zoals weegbree, klavers, grassen en brandnetel). Natuurvriendelijke oevers met ruige oevervegetatie. Struweel en hagen van inheemse struiken. Dood hout, takkenrillen of -hopen. Open elementenverharding of grasbetontegels, waar onkruiden op mogen groeien (zoals herderstasje, straatgras en paardenbloem). Groene daken/daktuinen met inheemse kruiden en grassen of bruine daken (dit zijn daken met een laag substraat waarop vanzelf planten komen). 5-10 inheemse loofbomen, solitair of in groepjes van 2 of 3. Kroondiameter minimaal 3 m (of kroonprojectie 7 m2). Maximaal 40% van de onbebouwde ruimte bedekt met boomkronen.

Verbinding: • • • • •

Ander geschikt leefgebied bij voorkeur aangrenzend, maar op maximaal 1000 m afstand. Bij verblijfplaatsen (nest) binnen 50 m voedsel- en baadplekken (water en zand/stof). Bij verblijfplaatsen, voedselplekken én baadplekken schuilgelegenheid binnen 5 m. Verblijfplaatsen (clusters nestkasten) maximaal 50 m uit elkaar. Voedselplekken maximaal 25 m uit elkaar.

Variatie: Zoveel mogelijk variatie in voedselplekken (zie bij voedsel).

98/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

Veiligheid: Schuilgelegenheid bij nesten, foerageerplekken, baad- en drinkplekken, zoals groenblijvende of doornige struiken/dichte begroeiing, minimaal 3-8 m hoog: • • • • •

Hagen (zoals liguster, meidoorn, beuk, haagbeuk), minimaal 50 cm breed. Coniferen. Struiken (groenblijvend en of stekelig). Kleine bomen (2e en 3e grootte). Klimplanten (zoals klimop, vuurdoorn).

Verzorging: Voor baden en drinken: oppervlaktewater met dekking binnen 5 m en ondiepe gedeelten (2-5 cm diep). In totaal minimaal 5 m2 per ha. • • • • •

Vijvers met ondiepe delen. Natuurvriendelijke oevers. Ondiepe waterschalen. Tijdelijk water op platte daken of in dakgoten (alleen voor baden). Tijdelijke plassen op verharding (alleen voor baden).

Mogelijkheden om een stofbad te nemen met dekking binnen 5 m. In totaal minimaal 5 m2 per hectare. • • • • •

Zandige (speel)plekken. Plantsoen met open bodem (heestervakken en borders). Olifantenpaadjes. Zandige plekken op (open) elementenverharding. Zandige plekken op daken

99/109

Groenbeheerplan wijk- en buurtgroen Mariahoeve & Marlot

Schematische weergave huismuslandschap (bron: Maatregelen voor het leefgebied van 15 ZuidHollandse icoonsoorten)

100/109

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16413182/1