RIS324160 Ontwikkelstrategie Laakhavens
Tekst van het document
Programmering
In de plint langs het carrièrepad van Laakhaven Centraal naar de Haagse Hogeschool komt ruimte voor enkele kleinschalige units voor ambachtelijke bedrijven Ruimte voor een bedrijfsverzamelgebouw met in de plint ook plek voor milieucategorie 3.1 (1.000 -1.500 m2 BVO)
Het uitgangspunt voor bedrijfsruimte (BOG) is het terugbrengen van minimaal 21.000 tot
Ruimte voor bedrijvigheid in de plint
30.000 m2 BVO in Laakhavens Hollands Spoor. Hierbij gelden o.a. de volgende kaders:
Ruimte voor bedrijfsruimte in de plint en stedelijke laag
• Het huisvesten van ca 2.750 tot 6.000 m2 BVO bedrijfsruimte langs het spoor (plot 20 en 21), waarvan 1.000 tot 1.500 m2 BVO bedrijfsruimte met categorie 3.1. • Bedrijfsruimte bevindt zich bij voorkeur in de plint. Omdat beperkte ruimte is om alle opgaves in het gebied te huisvesten, wordt ingezet op minimaal 1 gestapeld werkgebouw. Door middel van de juiste randvoorwaarden zoals het realiseren van goederenliften, zijn de verdiepingen ook goed bruikbaar voor bedrijvigheid. • We sturen op een deel betaalbaarheid van de bedrijfsruimte in het gebied voor startende ondernemers, innovatie en creatieve bedrijvigheid. Dit is onderdeel van de plintenstrategie en voor het te realiseren werkgebouw in het gebied. 25
Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor
Raamwerkkaart met plotnummers
Ontwikkelplots 1 16, 17, 18 2, 3,4 20, 21 13 14 en 15
Sturing werkprogramma
De schaarste aan kwaliteitskantoren in het CID is de afgelopen periode verder toegenomen
De beschikbaarheid van (voldoende) aanbod bedrijfsruimte is een punt van aandacht. In de
en vraagt om nieuwe (gemengde) ontwikkelingen.
fasering is richting gegeven aan de volgorde van ontwikkeling van plots en het daar voorziene programma. Bedrijvigheid kan niet op alle plots worden gerealiseerd uit het oogpunt van (auto-)bereikbaarheid, dus de aangewezen plots zijn de plaatsen waar deze functie aan de orde is. Op de plot tussen Taalplein en van der Kunstraat is een gestapeld ‘werkgebouw’ voorzien, waarmee een grotere concentratie van bedrijfsruimte kan worden gerealiseerd, dan bij beperking tot aanbod op ‘straatniveau’. De bedrijvigheid die zich hier kan vestigen zal dan ook minder afhankelijk (moeten) zijn van ontsluiting vanaf straatniveau c.q. direct vanuit het openbaar gebied. De financiële bereikbaarheid zal worden gegarandeerd door sturing op het maximaal (betaalbaar) en marktconforme huurprijsniveau. Het bereikbaar maken en houden van
Werken, leren en innoveren in Laakhavens Hollands Spoor.
bedrijfsruimte voor startende en jonge ondernemingen is een belangrijk doel van de gebiedsontwikkeling. Door middel van de plintenstrategie borgen we de betaalbaarheid op
Doelgroepen
lange termijn in een deel van de plinten. Hiervoor wordt een plintenconvenant gesloten.
HS onderscheidt zich van andere locaties in het CID en bedient een meer creatief segment voor startende, kleine als (middel)grote gebruikers. Hier heerst een no non-sense mentali-
3.3.5 Kantoren
teit en is binnen het zakelijk segment het meest Haags. Hier wordt gewerkt aan digitale en
Laakhavens Hollands Spoor is een van de plekken in de stad waar we inzetten op ruimte
technologische oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen, naast consumentgerichte
voor werken, leren en innoveren (RIS320715). Laakhavens Hollands Spoor biedt kansen
en verzorgende bedrijven. De omgeving van HS kent de hoogste concentratie van IT-banen
voor praktische beroepen, innovatieve bedrijven en studenten die ondernemerschap willen
(2.300) binnen het CID. Met de aanwezige kennisinstellingen en IT-techbedrijven zijn er
ontwikkelen of praktijkervaring willen opdoen. Laakhavens Hollands Spoor onderscheidt
kansen om samen te werken aan digitale oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen
zich binnen het CID als dé plek waar stadsverzorgende & maakindustrie en kennisinten-
in Den Haag, zoals duurzaamheid, gezondheid en kansengelijkheid (RIS320715).
sieve sectoren samenkomen, met ruimte voor zowel grote bedrijven als kleinschalige initiatieven. Dit kan tot waardevolle combinaties kan leiden. De combinatie van internationale
Voor wat betreft doelgroepen liggen met name kansen rondom zakelijke dienstverlening,
aantrekkingskracht en lokale kansen maakt het gebied uniek binnen CID en Den Haag.
consumentgerichte bedrijven, creatieve industrie en Tech en IT. Het gaat om de banen van de toekomst in de ICT & creatieve sector gekoppeld aan digitalisering gedreven sectoren,
Rond station Hollands Spoor ontstaat een toplocatie voor kantoren en ontmoetings-
zoals logistiek en belangenorganisaties. Gezamenlijk ontstaat zo een derde krachtig
plekken, in lijn met de Structuurvisie CID en de Haagse Kantorenstrategie (RIS300807).
internationaal concurrerend business district binnen het CID. Door de vestigingen van de
Dit gezien de samenkomst van de strategische ligging en uitstekende bereikbaarheid,
Haagse Hogeschool en ROC Mondriaan College heeft het gebied ook een lokaal en maat-
de toenemende stedelijke dynamiek met ook het aanwezige onderwijs en talent en het
schappelijk karakter.
vergroten van de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte en het vestigingsklimaat.
26
Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor
Programmering
Uitwerking Programma Kantoren
De opgave voor kantoren is het zoveel mogelijk terugbrengen van bestaande kantorenme-
De toplocaties direct bij het station kunnen meer huur generen en grotere partijen
ters in Laakhaven Centraal en een netto groei direct rondom het station van ca. 55.000 m2
aantrekken (regio/hoofdkantoren). Verder weg van het station (heel Laakhavens Hollands
BVO.
Spoor is nog steeds op 15 minuten loopafstand) gaat het om kleinere gebruikers in verza-
• Een aantal courante kantoorpanden blijven behouden en er worden door de heront-
melgebouwen of partijen waarbij betaalbaarheid een grotere rol speelt. Ook is hier ruimte
wikkeling een aantal kantoren uit de markt gehaald. Er ligt een compensatieplicht
voor meer hybride vormen tussen bedrijfsruimte en kantoorruimte.
op een aantal locaties om de kantorenmeters terug te brengen, waarmee de voorraad vernieuwd wordt. Daarnaast komt ruimte in plinten en in combinatie met
Functie
Totaal
bedrijfsruimte. worden gereserveerd voor kantoorontwikkeling met verschillende fasering.
Kantoor (min)
16 t/m 18
20, 21
(m2 BVO)
1
2, 3
6, 7
8
11, 13
68.250
0
750
0
0
7.500 4.000 4.000
• Rondom het station zijn een aantal locaties waar kansen liggen voor verdichting, deze • Naast extra kantoorruimte wordt de plintinvulling aantrekkelijk om de verblijfskwaliteit
Plot
Kantoor (max) 122.000 5.000 1.000 1.000 5.000 10.000 6.000 6.000
22 4.000
23
25, 26
2.000 16.000
30.000
8.000 10.000 20.000
50.000
van dit gebied te vergroten. De te realiseren kantoren dienen toekomstbestendig te zijn, wat betekent dat ze over grote vloeren beschikken en de hoogste duurzaamheidsstandaard kennen. Kantoorverzamelgebouwen zijn daarnaast belangrijk, enerzijds voor bedrijven met een beperkte ruimtevraag maar die wel in een modern en marktconform kantoor gehuisvest willen zijn, anderzijds als betaalbare onderkomens voor kleine, veelal startende ondernemers.
*) Voor plots 24, 27, 28 is een AOK gesloten voor 60.000-90.000 m2 kantoor. Opgenomen m2 is excl. Stationspostgebouw dat reeds is opgeleverd Nadere toelichting Grote single use gebruiker(s) en/of verzamelgebouwen. De te realiseren kantoren dienen zoveel mogelijk ‘state of the art’ te zijn, wat betekent dat ze over grote vloeren beschikken en hoge duurzaamheidsstandaard kennen. Daarnaast is de nabijheid van het station essentieel. Multitenant verzamelgebouwen en/of single users in de stedelijke laag en hoger, mogelijk in combinatie met bedrijfsruimten, onderwijs of andere voorzieningen Kleinschalige kantoorruimte in de plint (deels ook overlap met dienstverlening)
Raamwerkkaart met plotnummers
27
Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor
24, 27, 28*
Ontwikkelplots 24, 25, 26, 27, 28 1, 8, 11, 13, 16, 17, 20, 21, 22, 23 2, 3, 6
Sturing kantoren
kelijk voor een brede doelgroep. Met dit aanbod ontstaat een aantrekkelijk klimaat, waar
Compensatieplicht voor het onttrekken van kantoren
jong talent zich kan ontwikkelen.
In verband met het tekort aan ruimte voor kantoren (RIS300807 en RIS308400) wordt terughoudend omgegaan met het onttrekken van kantoorruimten en geldt een compen-
Dagelijkse en niet-dagelijkse voorzieningen
satieplicht wanneer hier sprake van is. In Laakhavens Hollands Spoor is een aantal trans-
Zoals vastgesteld in de kadernota Detailhandel (RIS300626) behoren Station Holland Spoor
formatieplannen eerder al goedgekeurd. Bij de overige transformaties van kantoren dient
en de Megastores tot de hoofdwinkelstructuur, die behouden en versterkt moet worden.
in het programma minimaal hetzelfde volume kantoorruimte terug te worden gebracht.
Het stationsgebied Hollands Spoor is een belangrijke entree in de stad. Voorzieningen als
Hiermee wordt gestuurd op het handhaven van de voorraad.
horeca, cultuur, sport en ontmoeting zijn belangrijk om deze stadsentree te verlevendigen.
Sturen op minimale ondergrens
De gefaseerde herontwikkeling van de Megastores biedt ruimte voor woningbouw, terwijl
Er wordt gestuurd op een minimaal programma voor wat betreft bedrijfsruimte en
een vernieuwd wijkwinkelcentrum terugkeert, met een mix van supermarkten, dagelijkse
kantoren per ontwikkelaar. Voor sommige ontwikkelaars is sprake van een compensatie-
winkeliers en niet-dagelijkse voorzieningen. Het wijkwinkelcentrum ontwikkelt zich
plicht voor kantorenmeters. Verschuiving van kantorenmetrages tussen plots, bijvoorbeeld
richting een verblijf- en vermaakcentrum in combinatie met andere voorzieningen zoals
naar een plot gunstiger ten opzichte van het station, is mogelijk zolang de minimale
horeca, zorg en welzijn en leisure. In winkelgebieden wordt meer lichte horeca toegestaan
metrage geborgd blijft.
tot maximaal 30% van de panden zonder woonfunctie.
Mogelijkheden bij aantrekkende vraag
Woonwinkels
In het programma voor Laakhavens Hollands Spoor is voor diverse plots een bandbreedte
De Waldorpstraat wordt dé woonwinkelstraat waar bewoners interieur voor hun woning
opgenomen. Hierdoor is het mogelijk om in te spelen op veranderende marktomstan-
kunnen kopen. Door de ligging midden in de stad is dit een belangrijke voorziening voor
digheden en kan, indien de kantorenmarkt aantrekt, extra kantoorruimte in het gebied
de Haagse inwoners (RIS300626). De woonwinkels richten zich meer op binnenstedelijke
worden gerealiseerd.
concepten die gericht zijn op dienstverlening en beleven. Er is geen ruimte meer voor grootschalige cash-and-carry-formules, XL-winkels waar de consument direct voor de deur
3.3.6 Commerciële voorzieningen
kan inladen.
In Laakhavens Hollands Spoor ontstaat een nieuwe concentratie van woningen, waarmee de behoefte aan voorzieningen toeneemt. In de omliggende wijken zijn enkel kleinschalige
Horeca
voorzieningenclusters. Laakhavens Hollands Spoor speelt in op deze behoefte vanuit het
Gezien de nabijheid van de Haagse binnenstad, is het, in lijn met de Horecavisie
gebied en de omliggende wijken door onder andere een wijkwinkelcentrum te realiseren.
(RIS288645) en Uitwerkingsplan Horeca (RIS308628), niet wenselijk om in Laakhavens Hollands Spoor een nieuw horecaconcentratiegebied voor de stad te ontwikkelen.
Laakhavens Hollands Spoor krijgt een diverse mix van voorzieningen die talentontwikke-
De (nieuwe) horeca zal dan ook vooral een functie vervullen voor (toekomstige) bewoners
ling, ontmoeting en beleving centraal stellen en inspelen op de behoefte van inwoners
van en bezoekers aan Laakhavens Hollands Spoor. Bij initiatieven voor vernieuwende/avon-
en de omgeving. (Innovatieve) vormen van sport, cultuur, ondernemerschap en winkelen
tuurlijke horecaconcepten die zich in deze gebieden willen vestigen, wordt met de initi-
zorgen voor een dynamische omgeving. Laakhavens Hollands Spoor krijgt een 16-uurs
atiefnemer meegedacht of realisatie mogelijk is. Het doel is daarnaast om geen fastfood
economie, waarin op bepaalde plekken ruimte is voor avond- en nachtleven. Horeca en
meer toe te laten in winkelgebieden. Daarnaast zal vanwege het relatief jonge karakter van
actieve sport- en spelconcepten versterken de levendigheid en maken het gebied aantrek-
de bewoners ook verkend worden welke mogelijkheden er zijn voor nachtcultuur. Dit is in lijn met de Nachtvisie (RIS319421), waarin het gebied is aangemerkt als beperkt kansrijk
28
Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor
voor nachthoreca. Bij de verdere uitwerking van de plannen wordt hiervoor locaties
Dit is voor een deel onder te brengen in een gemeenschappelijk cluster in combinatie met
aangewezen.
cultuur en maatschappelijke voorzieningen, daarbij denken we aan een foodcourt, leisure functies (bowlen, Jeu de boules, karaoke, VR), sportscholen en filmhuis dependance. Voor
Voor de terrassen die gekoppeld zijn aan de horeca geldt, dat door het hoogstedelijke
een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat is tot slot een compleet pakket aan dienstver-
karakter van het gebied en het intensieve gebruik, aanvullende terrasregels wenselijk zijn.
lening en (kleinschalig) wellness aanbod van belang. Het gaat om kleinschalige diensten
Het gaat hierbij met name om het voorkomen van een wildgroei aan terrasschotten, recla-
die betrekking hebben op gezondheid en ontspanning.
me-uitingen en het na sluitingstijd buitenlaten staan van terrasmeubilair. Een verdere uitwerking hiervan komt in het Buitenruimteplan. Hotel In het Haags Hotelbeleid (RIS310666) zijn de randvoorwaarden geschetst voor hotelontwikkeling. Het gebied in de directe nabijheid van het station is in principe geschikt voor een hotelconcept dat van toegevoegde waarde is op het bestaande hotelaanbod in Den Haag. Bij een initiatief is een toetsing ten aanzien van het hotelbeleid noodzakelijk. Een hotelconcept in combinatie met congresfaciliteiten heeft de voorkeur gezien de ligging nabij station Holland Spoor. Leisure en dienstverlening Om in Laakhavens Hollands Spoor een centrummilieu te realiseren en het gebied verder op de kaart te zetten zijn aantrekkelijke leisure voorzieningen van groot belang. Zoals blijkt uit de Strategie Toerisme (RIS302975) is een aantal publiektrekkers nodig om reuring te krijgen. Bij leisure gaat het om aan (indoor) actieve sport en spel, activiteiten met combinatie van educatie en vermaak (edu-tainment) en andere bijzondere concepten. Er worden ook combinaties gemaakt met kunst en cultuur. De focus ligt op leisure voorzieningen met een lokaal of regionaal verzorgingsgebied, maar bijzondere concepten die (inter)nationaal bezoek naar het gebied trekken zijn denkbaar, al dan niet in combinatie met horeca bij het park.
Daarnaast kan een bijzonder concept op hoogte, in de kronen van de hoogbouw, het gebied op de kaart zetten als aantrekkelijke bestemming en onderdeel van het CID.
29
Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor
Uitwerking commercieel programma In de tabel is het programma naar concept, omvang en locatie gespecificeerd in het gebied Fww Functie
Concept
Omvang (m2)
Woonwinkels (retail I)
Binnenstedelijke woonwinkels, zowel compactere als grotere woonwinkels in de plint met verdieping langs de Waldorpstraat. Metrage naar wens aan te passen door dichtleggen vloeren, koppelen of splitsen van units. Het gaat om de volgende branches: babywoonwinkel, slaapkamer of bed, keukens, meubelen, woonwarenhuis, tapijten, keukens, badkamers, verlichting, parket/laminaat, tegels, wooninrichting, -textiel en decoratie, zonwering en doe-het-zelf.
10.000-22.000
1, 2 t/m 5, 14, 15
Dagelijkse detailhandel (retail II)
In het wijkwinkelcentrum is ruimte voor full-service supermarkten en ketens, maar ook voor lokale ambachtelijke winkeliers Rondom het station en de campus van de Haagse Hogeschool zijn enkele dagelijkse voorzieningen gevestigd. Voor Holland Spoor geldt dat de winkels vooral gericht zijn op forensen, reizigers en werkenden/studerenden in het gebied.
3.000-4.500
7
Niet- dagelijkse detailhandel (retail III)
In het wijkwinkelcentrum is ruimte voor niet-dagelijkse detailhandel
3.000-7.000*
4 t/m 7, 17, 18, 24, 27
Dienstverlening
Dienstverlening en (kleinschalig) wellness. Het gaat om diensten die betrekking hebben op gezondheid en ontspanning en inpasbaar zijn in de plint, gemiddeld 200 m² per unit.
500-5.750*
1, 2 t/m 7, 11, 13, 17 t/m 19, 22, 24, 27, 29,
Leisure
Combinatie met sporthal en cultuur cluster in multifunctioneel gebouw. Bij het park en verspreid in heel het gebied. In de plinten en op verdieping (o.a. rond winkelcentrum)
7.000-16.700*
2 t/m 8, 10, 11, 13, 17 t/m 19, 22, 24, 27
Horeca
Bij het toekomstig wijkwinkelcentrum (dag)horeca een belangrijke ondersteunende functie (koffietenten, lunchzaken en terrassen). Daarnaast (middelzware) horeca langs het park en de kades (terrassen, restaurants, cafés). En in combinatie met het sport- en cultuurcluster.
2.850-11.700*
2 t/m 8, 11, 13, 15, 17 t/m 19, 22 t/m 24, 27, 29
Hotel
Een hotelconcept dat van toegevoegde waarde is op het bestaande hotelaanbod in Den Haag, bij voorkeur in combinatie met congresfaciliteiten
5.000-15.000
27, 28**
*) Voor plots 24, 27, 28 is een AOK gesloten voor 8.000-15.000 commercieel (waaronder detailhandel, horeca en dienstverlening), 5.000- 15.000 leisure, cultuur en sport en 5.000 m2-15.000 hotel. Daarnaast is 500 m2 extra voor detailhandel opgenomen. Voor plot 29 is een AOK voor 2.700 m2 voorzieningen en detailhandel gesloten. **) Indien binnen de bandbreedte sprake is van een concept met toegevoegde waarde voor het gebied dat beter passend is op een andere locatie in Laakhavens Hollands Spoor kan hierover nader overleg plaatsvinden.
Raamwerkkaart met plotnummers 30
Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor
plot
3.3.7 Maatschappelijke voorzieningen
Hoger onderwijs/ Mondriaancollege
In deze paragraaf is een nadere uitwerking gegeven van het maatschappelijk programma
In Laakhavens Hollands Spoor zal het Mondriaancollege met ca. 10.000 m2 worden uitge-
dat is opgenomen in Laakhavens Hollands Spoor voor onderwijs, zorg- en welzijn, sport en
breid. Hierbij wordt de Rode Kruiskavel als mogelijke locatie verkend.
overige functies. Het programma is gebaseerd op richtinggevende normen die zijn opgenomen in de nota Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen
Zorg en Welzijn
en groen 2024 (RIS317835). Hierbij is uitgegaan van maximaal 11.400 woningen.
Voor realisatie van een gezondheidscentrum wordt naar een locatie bij het winkelcentrum gezocht. Een apotheek en aanlandruimte voor dienstverlening en ontmoeting zal zich
In de bijlage is een uitgebreide onderbouwing van het maatschappelijk programma
sowieso in de plint bevinden. Andere eerste en tweedelijnszorg voor de wijk kan ook op
in relatie tot de Structuurvisie CID en het uitgevoerde voorzieningenonderzoek CID
eerste verdieping landen. Hiermee is er zorg & welzijn dichtbij. Dagelijkse boodschappen,
(RIS316628) opgenomen. Voor maatschappelijke voorzieningen in de openbare ruimte en
plek voor ontmoeting, gemeentelijke dienstverlening zitten bij elkaar.
groen wordt verwezen naar het buitenruimteplan. Niet alle eerstelijnszorg zal in een cluster bij elkaar bij het winkelcentrum zitten. Fysio zal Naast ervoor zorgen dat de maatschappelijk voorzieningen ruimtelijk geborgd zijn, zullen
mogelijk in de plint elders bijvoorbeeld bij een fitnesscentrum terecht kunnen komen en
de investeringen in deze voorzieningen voor de realisatie ook tijdig gereserveerd moeten
hetzelfde geldt voor een tandartspraktijk, die ook terecht kan komen in een dienstverle-
worden.
ningsplint op een andere plek. Dit aangezien deze functies ook qua uitstraling (afgeplakte raampartijen) niet erg aantrekkelijk zijn in de plint.
Onderwijs Basisonderwijs en ondersteunende functies
Daarnaast wordt een wijk- en buurtcentrum gerealiseerd nabij de school al dan niet met
Voor onderwijs wordt met een ruimtereservering ingezet op een 1,5-lijns kindcentrum
dienstverlening. Naast deze plek zijn andere locaties ook mogelijk. Afhankelijk van orga-
in 4 lagen waarbij de buitenruimte van de school en crèche/ BSO zich in het stadspark
nisatiekracht kunnen combinaties gemaakt worden met buurtkamers of bijvoorbeeld een
bevindt. Of de school (in zijn volledige omvang) nodig is zal bij volgende Integraal
studentensociëteit. Voor een Centrum Jeugd en Gezondheid wordt op de huidige locatie
Huisvestingplannen Onderwijs duidelijk worden. Gelet op de wettelijke verplichting kan
op het stadsdeelkantoor Laak verkend of daar op termijn (indien nodig) uitbreiding op
er geen tekort gepland worden. Daarbij geldt dat met de toekomstige fietstunnel naar de
verdieping nodig is.
Schilderwijk binnen 350 meter al een school aanwezig is met nog capaciteit. De school wordt tevens benut als brede buurtschool gelegen aan het stadspark. Omdat volwaardige sportvelden voor georganiseerde buitensport zich niet om de hoek bevinden, zal de school ook worden ingezet met sportveldjes in het park voor sport-/spelcompetitie buiten schooltijd. Qua fasering wordt ingezet op een reservering verder weg in de tijd. Voor de eerstkomende periode wordt de overcapaciteit van de omliggende wijken benut. Ook wordt de bereikbaarheid met de realisatie van de fietstunnel onder spoor uitstekend. Voor middelbare scholen geldt dat er voldoende in de buurt zijn en dat er voor de middelbare school op de Binckhorst (John Dewey College) ook uitbreiding wordt voorzien.
31
Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor
Uitwerking maatschappelijk programma Fww Maatschappelijke voorzieningen
Functie
Omvang (m2)
Club- en buurthuis, Wijk- en buurtcentrum, Servicepunt XL
1.750
9 en 10
Studentensociëteit, combinatie met buurtkamer
n.t.b.
8, 9 en 10
3.250- 6.750
2, 3, 4, 5, 6, 7, 11, 13, 16 t/m 19, 24, 29
1.750
9 en 10
550
8
Cultuuranker /Laaktheater
2.000
8
Haags Hiphopcentrum/Stichting Aight
2.00 0
8
Overig cultuur
1.000
8
Dubbel sportzaal
3.000
8
440
8,9 en 10
3.200-4.700
9 en 10
Zorg & Welzijn Zorg en welzijn, eerstelijnszorg
Kunst en cultuur en bibliotheken
Maatschappelijke opvang/beschermd wonen (50 eenheden). Valt onder woonprogramma
Op de entreekavel (plot 8) zal een multifunctioneel kunst en cultuurgebouw met een
Bibliotheek
dubbele sportzaal worden gerealiseerd. Het cultuurgebouw moet ruimte bieden aan maatschappelijke en culturele functies zoals een theater, bibliotheek, overige cultuur en horeca
Cultuur & Bibliotheken
en leisure-activiteiten. De locatie ligt direct bij het winkelcentrum en bij de tramhalte, zodat de voorziening zowel voor het gebied als de omliggende wijken goed bereikbaar is. Voor de dubbele sportzaal zijn hierbij nog twee opties: of realisatie gezamenlijk met rest van multifunctionele gebouw of fasering later in de tijd. Met de laatste optie wordt beter aangesloten op de fasering van de sporthal op de Binckhorst. Sport Naast de dubbele sportzaal wordt ook een buitensportcluster aan de ‘achterkant’ van de Haagse Hogeschool gerealiseerd. Aan het water worden semi-openbare sportvelden gerealiseerd en de mogelijkheden voor een nieuwe watersportvereniging verkend. Daarnaast
Sport
Dansschool/vechtsport/urbansport
Basisonderwijs
Basisschool, BSO, Crèche
Beroepsonderwijs*
Onderwijs MBO
10.000
23
Overig maatschappelijk
Restpost voor gebedsruimte, ambulancepost en overige voorzieningen
0-1.500 1.200
2 t/m 7 9 en 10
* Voor plots 24, 27 en 28 is een AOK gesloten voor 15.000-25.000 m2 onderwijs.
wordt gekeken naar een nieuw zwembad in de Binckhorst. Voor de sportvelden wordt ingezet op benutting van velden in Rijswijk en Vlietzone. De sportvelden zullen hierbij afgestemd worden op de behoefte van Laakhavens Hollands Spoor met ruimte voor studentensport. Overige functies In de plint en vooral in de eerste laag dient er ruimte gereserveerd te zijn voor functies, die nu nog niet zijn te voorzien. Hiervoor is de inzet een gemengde bestemming. Denk hierbij aan een gebedsruimte of een ambulancepost. Raamwerkkaart met plotnummers 32
Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor
Plots
Sturing op maatschappelijke voorzieningen
Functie
Om te zorgen dat maatschappelijke voorzieningen gerealiseerd worden, worden ruimtes
Wonen
gereserveerd conform bovenstaande tabel. Deze reserveringen zijn voor voorzieningen
Retail I (woonwinkels)
10.000-22.000
10.000-22.000
Retail II (supermarkten)
3.000-4.500
3.000-4.500
Retail III (niet dagelijkse)
3.000-5.500
0-1.500
3.000-7.000
16.250-34.000
52.000-88.000
68.250-122.000
500-2.700
0-3.250
500-5.750
waar de gemeente investeert in de ontwikkeling op eigen grond of te verwerven gronden. Voor de eerstelijns en tweedelijns zorgvoorzieningen is dit niet het geval. Hierbij kan publiekrechtelijk gestuurd worden op maatwerk functies en activiteiten, zodat er geen
Totaal LHC
Totaal HSK
6.550-8.000
Totaal LHHS
2.800 -3.400
9.350-11.400
andere functies kunnen komen die wellicht meer opbrengen. Deels zal wel ingezet
Kantoren
worden op flexibiliteit om ook ruimte te kunnen bieden aan behoeften die zich gedu-
Dienstverlening
rende gebiedsontwikkeling aandient. De reserveringen zullen op basis van Integrale
Leisure
6.000-10.700
1.000-6.000
7.000-16.700
Horeca
2.600-8.200
250-3.500
2.850-11.700
5.000-15.000
5.000-15.000
Huisvestingsplannen (IHP) en uitvoeringsplannen hiervan, omgezet worden in concrete plannen gebaseerd op de meest actuele bevolkingsdata. Wel zal vanuit deze ontwikkelstrategie -vooruitlopend op de uitvoeringsplannen- voor IHP, commitment worden afgegeven op realisatie van een sport- en cultuurcluster.
Hotel Bedrijf BOG Basisonderwijs
3.3.8 Totaalprogramma In de bijlage is een schuifruimtetabel opgenomen waarin het totale programma voor
21.000-30.000
21.000-30.000
3.200-4.700
3.200-4.700
Beroepsonderwijs
0-10.000
0-10.000
250-1750
3250-6.750
Laakhavens Hollands Spoor in bandbreedtes per plot, is weergegeven. Hierbij is een verde-
Zorg en Welzijn I (o.a. 1e lijns zorg
3.000-5.000
ling is gemaakt per functie en per plot. De plotnummers corresponderen met de ontwik-
Zorg en Welzijn II
1.750
1.750
Cultuur & Bibliotheek
5.500-5.800
5.500-5.800
Sport
3.000-3.600
Overig Maatsch.
1.200-2.700
kelplots op de raamwerkkaart. Voor enkele plots is een bandbreedte van het programma opgenomen om enige flexibiliteit bij de uitwerking van de verschillende ontwikkelingen mogelijk te maken. Dit is nodig om in te kunnen spelen op gewijzigde inzichten en veranderende marktomstandigheden binnen de planhorizon van 20 jaar, waarin Laakhavens Hollands Spoor fasegewijs tot ontwikkeling komt. Aanvullende voorwaarde is dat het programma moet passen binnen het massamodel en de daarin opgenomen metrages, raamwerkkaart, het plintenprogramma en de plintenkaart. In de onderstaande tabel zijn de minimale en maximale bandbreedtes voor de diverse functies weergegeven in Laakhavens Hollands Spoor (LHHS). Hierbij is ook een onderverdeling gemaakt tussen de deelgebieden Laakhaven Centraal (LHC) en Hollands Spoor/ Campuskwartier (HSK).
Raamwerkkaart met plotnummers
33
Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor
0-1.500
3.000-5.100 1.200-2.700
3.3.9 Verantwoording en monitoring
Groennorm en kwaliteit
Monitoring
Conform de nota Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen
Bij de gebiedsontwikkeling van Laakhavens Hollands Spoor is het van belang grip te
en groen 2024 (RIS317835) geldt op gebiedsniveau voor het gehele CID de groennorm van
houden op de programmatische kaders en beleidsmatige doelstellingen. Dit geldt niet
8 m2 groen/woning voor hoogstedelijk gebied. Verschillen per deelgebied zijn mogelijk
alleen in het totale gebied Laakhavens Hollands Spoor en de diverse ontwikkelplots, maar
volgens de Structuurvisie CID en Onderzoek voorzieningenprogramma CID (RIS307135).
ook tussen de verschillende deelgebieden binnen het CID. Dit doen we via monitoring op
Monitoring en eventuele (bij)sturing van deze groennorm vindt plaats op CID niveau.
CID niveau. Hierbij wordt voor de deelgebieden binnen het CID bijgehouden welk deel van een programma gerealiseerd is en of bijsturing nodig is. Hierover wordt jaarlijks gerappor-
Voor Laakhavens Hollands Spoor is vanwege het hoogstedelijk karakter daarom de inzet om
teerd in de voortgangsrapportages van het CID.
zoveel mogelijk kwalitatief groen in het gebied te realiseren, o.a. door het aanleggen van een centraal park. Kwaliteitsaspecten om te betrekken zijn: bomenstructuur, klimaatadap-
In de monitoring worden de woningaantallen, het werkprogramma en voorzieningen
tatie, biodiversiteit (met inzet op verscheidenheid aan bomen en bomen, die oud kunnen
(inclusief groen) afgezet tegen de ambities uit de structuurvisie en vastgestelde toekomst-
worden), sportieve en recreatieve routes om hard te lopen en te fietsen en ecologische
plannen. Hierdoor blijft een evenwichtige ontwikkeling van de diverse deelgebieden
netwerken in aansluiting op de stedelijke groene hoofdstructuur. Voor deze kwaliteitsthe-
binnen het CID mogelijk. Zo nodig kan bijgestuurd worden door een uitwisseling qua
ma’s zijn normen en ambities opgesteld binnen de gemeente, zie de bijlage. Overkoepelend
programma tussen de deelgebieden mogelijk te maken, bijvoorbeeld wanneer in een deel-
uitgangspunt hierbij is groen, tenzij, zoals beschreven in de Nota Haagse richtinggevende
gebied minder woningen worden gebouwd, deze opgave deels gerealiseerd kan worden in
normen (RIS317835), de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS308744) en in de
een ander deelgebied.
Kadernota Openbare Ruimte (RIS310884).
Verantwoording
Daarnaast wordt rekening gehouden met de afstand tot groen. De 3-30-300 regel is hier-
Bij een ruimtelijke procedure voor een ontwikkeling moet nader worden gemotiveerd op
voor maatgevend (RIS317835). Vanaf elke woning zijn zoveel mogelijk 3 bomen zichtbaar.
welke wijze het plan past binnen de vastgestelde programmatische kaders en beleidsdoel-
In elke buurt is minimaal 30% van het grondoppervlak bedekt met boomkronen en binnen
stellingen van het Toekomstplan.
300 meter van elke woning is een verblijfsplek. Waar die afstand te groot is, is het streven om voor het gebied een plek aan te wijzen voor nieuw groen.
3.4 Stedelijke netwerken en systemen Tot slot is het noodzakelijk om het beheer en de financiële gevolgen van het toevoegen van 3.4.1 Groenstructuur en voorzieningen
kwalitatief hoogwaardig groen mee te nemen in het ontwerp. Hiervoor dienen in een vroeg
Voor Laakhavens Hollands Spoor is de groenstructuur uitgewerkt in het buitenruimteplan.
stadium de consequenties en oplossingen te worden onderzocht. De beheerparagraaf
Deze bestaat uit twee parken (in Laakhaven Centraal en Campuskwartier) en groenstroken
inclusief kosten wordt met elk Voorlopig Ontwerp van de openbare ruimte vastgesteld.
langs de verschillende routes door het gebied. Het centraal gelegen park in Laakhaven Centraal is een belangrijk oriëntatiepunt in het hele gebied en vormt de samenkomst van
Door de gemeente en de marktpartijen die voornemens zijn in Laakhaven Centraal te
veel collectieve voorzieningen, ontmoeting en recreatie. Naast openbaar groen wordt in
ontwikkelen is al gewerkt aan een uitwerking van de duurzaamheidsambitie aan de
Laakhavens Hollands Spoor ook ingezet op het vergroenen van daken en binnengebieden
hand van een ambitieweb. Hierin zijn de groenambities voor de vastgoedontwikkeling
en in kleine straatjes.
uitgewerkt.
34
Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor
3.4.2 Watersysteem
3.4.4 Warmtesysteem
Voor Laakhavens Hollands Spoor is de waterstructuur uitgewerkt in het buitenruimteplan.
In 2021 heeft de gemeente via een aanbesteding een concessieopdracht verleend aan Eteck
Hierbij wordt aangesloten bij de vereisten vanuit het Hoogheemraadschap van Delfland
Energiebedrijven BV voor het ontwerp, de realisatie, financiering, onderhoud en exploitatie
en De Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS308745). Daarnaast dient rekening te
van een collectief warmtesysteem in Laakhavens. Op basis van deze concessie is Eteck 30
worden gehouden met de ‘Weging van het waterbelang’. Dit is hieronder nader toegelicht.
jaar lang verantwoordelijk voor de levering van warmte aan de nieuwbouw in het gebied, waarbij Eteck gebruik maakt van WKO-bronnen, aangevuld met thermische energie uit de
Weging Waterbelang
Laakhavens (TEO) en luchtwarmtepompen. Daarmee kunnen in ieder geval de eerste (voor
Water in de juiste hoeveelheid en van goede kwaliteit, is een belangrijke toegevoegde
de komende 10 jaar) in Laakhavens Hollands Spoor geprogrammeerde nieuwe woningen
waarde voor een gebied. Te veel of te weinig water leidt tot problemen als wateroverlast,
(of Woningequivalenten) voorzien worden van warmte, koude en warm tapwater. Zo nodig
natte kelders en tuinen, paalrot en verzilting. Om te zorgen dat de inrichting van de
zal het systeem met andere warmtebronnen worden uitgebreid waardoor alle beoogde
fysieke leefomgeving en het watersysteem met elkaar samenhangen, bestaat de Weging
nieuwbouw van warmte kan worden voorzien.
Waterbelang van het Hoogheemraadschap van Delfland. Aan deze weging moet voldaan worden indien de ontwikkeling een buitenplanse omgevingsactiviteit betreft. Deze weging
Om de bodemcapaciteit optimaal te benutten is in het Bodemenergieplan Laakhavens
borgt dat ontwikkelingen geen negatieve impact hebben op het watersysteem (compen-
met warme en koude stroken vastgelegd waar WKO-bronnen mogen komen. In de collec-
satie voor toename verharding) en dat de stad klimaatrobuust wordt ingericht. Daarnaast
tiviteitseis is geregeld dat WKO-posities in Laakhavens uitsluitend vergund worden ten
geldt onze eigen Haagse Wegwijzer Klimaatbestendig den Haag: bij nieuwbouw hanteren
behoeve van het collectieve systeem. Op grond van het warmteplan Laakhavens is alle
we de eis dat 50 mm van een korte hevige bui van 70 mm in 1 uur op privaat terrein tijde-
nieuwbouw in het gebied in principe verplicht om aan te sluiten op dit collectieve systeem,
lijk kan worden opgevangen en dat na minimaal 24 en maximaal 48 uur de bergingscapa-
tenzij een minimaal even duurzaam alternatief wordt gerealiseerd.
citeit weer beschikbaar is. Om het warmtesysteem te realiseren is ruimte nodig voor bronnen en leidingen in de 3.4.3 Ondergrondse infrastructuur en voorzieningen van openbaar nut
ondergrond. In het buitenruimteplan is een verdere uitwerking van de inpassing van het
In de huidige situatie ligt de ondergrond van Laakhavens Hollands Spoor al behoorlijk vol
warmtesysteem opgenomen. In gebouwen en op daken moet ruimte gereserveerd worden
met kabels en leidingen. Met de toekomstige ontwikkelingen zal dit kabel- en leidingen-
voor installaties, leidingen en pompen. Hierover worden afspraken met ontwikkelaars
netwerk verder uitgebreid moeten worden. Onderdeel hiervan is ook de aanleg van een
vastgelegd.
middenspanningsring die nodig is voor de stroomvoorziening van het gebied. Naast het hiervoor beschreven collectieve warmtesysteem zijn reeds andere warmteDoor de hoge dichtheid aan bewoners en hoogte van bouwmassa is er behoefte aan UTM
netten/systemen aanwezig. Bestaande bouw heeft deels een eigen warmtevoorziening
masten op of aan nieuwe bebouwing. Vrijstaande masten in het gebied zijn onwenselijk.
(op basis van gas) of is aangesloten op het stadswarmtenet van Eneco. Daarnaast zijn
Afhankelijk van de dekkingsbehoefte door het nieuwe programma en dekkingsverliezen
recent enkele gebouwen gerealiseerd met een eigen warmtesysteem bestaande uit
door de nieuwe gebouwen worden er plekken voor deze voorzieningen gealloceerd.
WKO-bronnen. In de eerste plaats blijven deze systemen los van elkaar functioneren, maar
Een nader te bepalen Programma van Eisen bij plotontwikkeling geeft inzicht in de te
het is niet ondenkbaar dat in de toekomst koppelingen tussen deze verschillende systemen
nemen bouwkundige voorzieningen. Het delen van aangewezen locaties (site sharing)
worden gerealiseerd.
door meerdere telecomaanbieders is daarbij het uitgangspunt.
35
Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor
3.4.5 Afval en logistiek
3.5.1 Voetganger als uitgangspunt
Conform de Nota Haagse hoogbouw wordt het afval in hoogbouw inpandig verzameld en
De voetganger is het uitgangspunt voor de ontwikkeling van Laakhavens Hollands Spoor.
vervolgens door de eigenaar of beheerder aan de openbare ruimte aangeboden. Daarnaast
De voetganger kan door een netwerk van wandelpaden veilig door het gebied lopen. Door
is het landelijk beleid dat tenminste restafval, papier en GFE op een kavel worden ingeza-
een uitgebreid netwerk van wandelpaden is Laakhavens Hollands Spoor verbonden met de
meld. Vanwege de hoge dichtheid in Laakhavens Hollands Spoor heeft het inzamelen met
stad. Bij de wandel- en fietsroutes wordt rekening gehouden met hitte en schaduw, om de
mini-perscontainers de voorkeur boven rolcontainers vanwege ongewenste drukte op de
routes naast veilig ook aantrekkelijk te maken.
openbare ruimte. Er wordt nader onderzocht hoe tot optimalisatie kan worden gekomen met de volgende uitgangspunten:
3.5.2 Fietsen en fietsparkeren
1. Zo min mogelijk belasting/ ruimtebeslag op de openbare ruimte.
Met de realisatie van de Velostrada over de Waldorpstraat wordt Laakhavens Hollands
2. Zo min mogelijk impact op de uitstraling van de plinten; creatieve inpassing in de buik
Spoor met een snelle directere verbinding verbonden met de Binckhorst, met Voorburg en
van de gebouwen (of op -1) heeft de voorkeur.
Rijswijk en met de regio Leiden.
3. een zo efficiënt mogelijk logistiek systeem voor het ophalen van afval. Om het gebied leefbaar te houden met zo min mogelijk gestalde fietsen in de openbare
3.5 Mobiliteit en parkeren
ruimte wordt het parkeren van fietsen en scooters inpandig opgelost. Voor bewoners van het gebied geldt parkeren van fietsen zo dicht mogelijk bij de woning om het gebruik
De ambitie om van Laakhavens Hollands Spoor een kwalitatief hoogstaand gebied te
van de fiets zo makkelijk mogelijk te maken. Ook wordt de fietsenstalling toegankelijk en
maken krijgt gestalte door aan te haken bij het gemeentelijk beleid zoals vastgesteld
beter bereikbaar gemaakt dan de auto, onder andere door de fietsenstalling inpandig te
in Strategie mobiliteitstransitie Den Haag 2022 – 2040 (RIS310664), en het gebied in
situeren. Hierbij gaat de voorkeur uit om deze onder maaiveld of op de verdieping te reali-
te richten volgens het STOMP principe. STOMP staat voor Stappen, Trappen, Openbaar
seren, om voldoende ruimte over te houden voor een levendige plint. Voor de bezoekers
Vervoer, Mobility as a Service en de Privé auto en geeft aan in welke volgorde bij de
van de woningen en functies zoeken we naar geclusterde fietsenstallingen die logisch
inrichting van Laakhavens Hollands Spoor naar de inpassing van de verschillende soorten
aansluiten op de fietsroutes en de functies waarvoor ze bedoeld zijn. Alleen bij functies
mobiliteit wordt gekeken. Alle modaliteiten krijgen hiermee een plek in de ontwikkeling
waar bezoekers maar kort verblijven worden kleinschalige voorzieningen in de openbare
van Laakhavens Hollands Spoor.
ruimte getroffen.
Door het implementeren van het STOMP principe wordt Laakhavens Hollands Spoor een
3.5.3 Autoverkeer en parkeren
voetgangersvriendelijke wijk. Dit heeft implicaties op het gedrag van de bewoners en
Doorgaand verkeer wordt zoveel mogelijk geweerd. In lijn met de Structuurvisie CID wordt
gebruikers van de voorzieningen in het gebied waarbij de autobereikbaarheid minder
in Laakhavens Hollands Spoor het verkeer niet door het gebied, maar er omheen geleid.
vanzelfsprekend wordt dan de bereikbaarheid voor langzaam verkeer. En komt tot uiting
De Waldorpstraat wordt gedeeltelijk eenrichtingsverkeersweg, alleen de bus kan in twee
in de voorzieningen die voor de verschillende modaliteiten beschikbaar zijn zoals minder
richtingen rijden. In de binnengebieden van Laakhavens Holland Spoor Centraal is geen
autoparkeerplaatsen en meer ruimte voor de fiets. Een voorbeeld hiervan is het reali-
plek voor doorgaand autoverkeer. Alleen bestemmingsverkeer (en logistiek verkeer) wordt
seren van goede fietsparkeervoorzieningen bij de nieuwe basisschool in plaats van het
zeer beperkt toegelaten.
aanleggen van autoparkeerplaatsen en een kiss and ride. Parkeren vindt uitsluitend inpandig plaats en niet in de openbare ruimte. De bereikbaarheid van Laakhavens Hollands Spoor wordt gewaarborgd met een beperkt aantal centrale collectieve parkeervoorziening(en). Hierdoor wordt het aantal entrees tot parkeerkeerge36
Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor
legenheid beperkt wat het binnengebied vrij houdt van auto’s die op zoek zijn naar een parkeerplek. Door de lage parkeernorm worden andere vormen vervoer (waaronder OV) gestimuleerd. Hiermee wordt de openbare ruimte het domein van de voetganger en kan hier de bij het centrummilieu passende hoogwaardige verblijfskwaliteit worden gerealiseerd. Parkeren voor doelgroepen zoals minder validen wordt zo dicht als mogelijk in de ontwikkelingen opgelost en zoveel mogelijk in de mobiliteitshub. 3.5.4 Mobiliteitshub Om de verschuiving van de auto naar andere vormen van mobiliteit te stimuleren (mobili-
Mogelijke invulling mobiliteitshub Laakhaven Centraal en bestaande parkeervoorziening.
teitstransitie) zal een centrale mobiliteitshub worden gerealiseerd In Laakhaven Centraal. De hub biedt optimaal dubbelgebruik voor de verschillende functies en ruimte voor deel-
3.5.5 Verkeerscirculatie
mobiliteit en andere modaliteiten, zoals bijv. fietsen. Er is niet voor elke nieuwe bewoner
Op basis van de principes uit de voorgaande paragrafen is voor het gebied een
van het gebied een parkeerplek en dus toegang tot een eigen auto beschikbaar. Door de
Verkeerscirculatieplan op hoofdlijnen opgesteld, dat in bijgaande figuur is weergeven.
inzet van deelmobiliteit is het toch mogelijk voor elke bewoners om toegang te hebben tot
Hierin is te zien dat door het consequent toepassen van de principes een leefbaar en
automobiliteit wanneer nodig.
aantrekkelijk binnen het gebied ontstaat vrij van doorgaand verkeer en gericht op de voetganger en fietser. Door het toepassen van een beperkt aantal lusjes voor bestemmings-
Het (ondergronds) parkeren is onderdeel van het ruimtelijk model Laakhaven Centraal.
verkeer zijn de gebouwen bereikbaar.
De kern van deze oplossing is een grote centrale mobiliteitshub die deels onder de Megastores en deels onder het park terecht zal komen. Kleinere parkeervoorzieningen in het gebied zijn functioneel met de centrale mobiliteitshub verbonden. Mogelijk dat in de toekomst ook de bestaande parkeergarage van het Campuskwartier aan het functionele systeem kan worden toegevoegd. De ontsluiting van de centrale mobiliteitshub vindt plaats vanaf de Waldorpstraat, zodat het middengebied rond het centrale park autoluw blijft. Ook de kleinere voorzieningen worden zodanig ontsloten dat het middenterrein autoluw kan blijven. Gezien het feit dat de gebruikers van de centrale mobiliteitshub ook bewoners en bezoekers van de omliggende bebouwing zijn zal de governance en exploitatie van de mobiliteitshub nog nader (moeten) worden bepaald, om verder concreet invulling te geven aan de benoemde mobiliteitstransitie.
37
Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor
Verkeerscirculatieplan Laakhavens Hollands Spoor (nadere uitwerking Buitenruimteplan)
3.6 Duurzaamheid op kavelniveau Voor Laakhavens zijn de verschillende duurzaamheidsambities en randvoorwaarden uitgewerkt op kavelniveau. Deze algemene gemeentelijke ambities en eisen zijn terug te vinden in de bijlage. Deze zijn gebaseerd op het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Den Haag, waaronder onder meer de Nota duurzaamheid (RIS301829), de Energievisie Den Haag 2040 (RIS180175), Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS308744), het beleid Toekomstbestendig bouwen, incl. het Puntensysteem natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen (RIS321843) en het Beleidsplan Zorg, Jeugd en Volksgezondheid ‘’Gezond en Veerkrachtig’’ Den Haag 2019-2022 (RIS303812). Hierbij zijn de ambities en randvoorwaarden verdeeld in 6 onderwerpen: energie, mobiliteit, circulariteit, groen, klimaatadaptatie en gezondheid. De hierin benoemde ambities en randvoorwaarden zijn kaderstellend voor de bouwontwikkelingen. Per ontwikkeling worden op kavelniveau de ambities op duurzaamheid concreet vormgegeven. Bijvoorbeeld met behulp van de ambitiewebmethode worden afwegingen gemaakt en principe afspraken opgesteld voor het plot. In de nader uit te werken planproducten worden deze ambities en eisen geactualiseerd, uitgewerkt en opgenomen.
Door de gemeente en de marktpartijen die voornemens zijn in Laakhaven Centraal te ontwikkelen is al gewerkt aan een uitwerking van de duurzaamheidsambitie aan de hand van een ambitieweb. Hierin zijn de duurzaamheidsambities uitgewerkt op het gebied van klimaatadaptatie (zorgen voor hittebestendigheid), gezondheid (het creëren van een groene leefomgeving) en duurzame mobiliteit (focus op actieve mobiliteit).
38
Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor
DEEL B 4 Ontwikkelstrategie
4.1 Van ontwikkelvisie (wat) naar ontwikkelstrategie (hoe)
Kostenverhaal en actieve verwerving zijn in de gebiedsontwikkeling Laakhavens Hollands
In de voorgaande hoofdstukken is behandeld welke ruimtelijke, programmatische en
Spoor aan de orde. Daarnaast zal het onteigeningsinstrument worden ingezet om
beleidsmatige kaders mee worden gegeven aan initiatiefnemers bij de gebiedsontwikke-
zekerheid te verkrijgen dat alle percelen die nodig zijn om het plan tijdig uit te voeren, in
ling Laakhavens Hollands Spoor. In dit hoofdstuk worden de gemeentelijke sturingsinstru-
eigendom bij de gemeente komen.
menten toegelicht om tot daadwerkelijke ontwikkeling te komen (het HOE). Hierbij wordt ingegaan op het grondbeleid, de planologische sturing, de verwerving en uitplaatsing, de
4.2 Samenwerking gemeente en marktpartijen
gebiedsexploitatie en de kosten en opbrengsten. 4.2.1 Rolverdeling gemeente en marktpartijen 4.1.1 Grondbeleid
De gemeente heeft in de uitvoering van de gebiedsontwikkeling verschillende rollen
In de “Nota Grondbeleid 2024 en verder” (RIS319970) beschrijft de gemeente de ambities
waaronder:
voor het verder ontwikkelen van de stad. Vanwege de schaarse ruimte wil de gemeente de
• Publiekrechtelijk orgaan voor het opstellen van kaderstellende documenten
stadsontwikkeling meer bepalen en sturen; integraal en gebiedsgericht. Bovengenoemde
(Toekomstplan) voor Laakhavens Hollands Spoor, de procesondersteuner in de gebieds-
nota zet de kaders en richtlijnen uit voor de gemeenteraad en het college van burge-
en planontwikkeling voor alle planinitiatieven, de planologische toetsing van de beoogde
meester & wethouders, externe partijen en de ambtelijke organisatie. Waarbij de
kwaliteit tijdens het proces en het borgen van het kostenverhaal. Daarnaast heeft de
gemeente zelf dus een actieve(re) houding dan voorheen aanneemt in het grondbeleid.
gemeente als publiekrechtelijk orgaan een rol bij het borgen van en sturen op de kwali-
De gemeente kiest haar rol afhankelijk van de urgentie en de gewenste invloed op de
teitskaders (ook tijdens de realisatie!) bij de besluitvorming door het college en de raad.
ontwikkeling. Bij die houding komt vanzelfsprekend ook het bepalen van welke instrumenten en samenwerkingsvormen daarbij kunnen passen.
Hierbij speelt ook de Adviescommissie Omgevingskwaliteit een belangrijke rol. • Erf-verpachter c.q. bloot grondeigenaar en kan e.e.a. borgen in de erfpachtvoorwaarden en de suppletie.
4.1.2 Inzet instrumenten Het grondbeleid heeft meerdere instrumenten die toepasbaar kunnen zijn: • Kostenverhaal en financiële bijdragen: Via kostenverhaal betalen initiatiefnemers kosten voor plannen en voorzieningen. Met de regeling financiële bijdragen kan de overheid bepaalde andere kosten verhalen. • Voorkeursrecht: Met het vestigen van een voorkeursrecht krijgt de overheid het eerste
• Verwerver en realisator van de openbare ruimte opgave, het groen in de openbare ruimte en de daarbij behorende voorzieningen, e.e.a. te borgen in het kostenverhaal en aanvullende afspraken. • Grondeigenaar en verwerver van percelen welke in ontwikkeling genomen of getenderd kunnen worden. Naar gelang de juridische mogelijkheden kunnen de locaties een rol spelen in een publiek-private samenwerking of in de markt gezet worden.
recht van koop op een onroerende zaak. • Verwerving: Aankopen van gronden en/of opstallen. En het beëindigen van huur-/
In de samenwerking voor een omvangrijke gebiedsontwikkeling als Laakhavens Hollands
gebruiksovereenkomsten. In eerste instantie zal getracht worden op minnelijke wijze te
Spoor, zijn diverse manieren om als gemeente een rol te nemen in de samenwerking,
verwerven, mocht dit niet succesvol zijn dat kan de gemeente het instrument onteige-
waarbij de mate van regie meer bij de gemeente of meer bij een marktpartij kan liggen,
ning inzetten.
dan wel gelijk verdeeld is. De keuze voor een samenwerkingsvorm heeft gevolgen voor
• Onteigening: naast een minnelijke verwerving zal ook een onteigeningsprocedure gevoerd moeten worden om alle percelen vrij van rechten te kunnen verkrijgen. Voor het
sturing, risicoverdeling, rendement, capaciteit etc. Per deelgebied en/of project kan de gemeente een afweging maken tussen de verschillende samenwerkingsvormen.
kunnen inzetten van het onteigeningsinstrument is een planologische grondslag nodig. De rol van de ontwikkelaars is primair om voor eigen rekening en risico de door hen voorgenomen projecten te realiseren. Meerdere ontwikkelaars hebben eigen grondposities in het 40
Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor
gebied Laakhavens Hollands Spoor. De gemeente is in beginsel eigenaar van de openbare
4.2.2 Samenwerking Spoorzone HS en Campuskwartier
ruimte en enkele (ontwikkel)locaties. In het kader van een effectieve en haalbare gebieds-
In dit deelgebied is sprake van ontwikkellocaties die (1) eigendom zijn van derden
ontwikkeling is samenwerking tussen ontwikkelaars onderling en met de gemeente
danwel erfpacht en (2) locaties die eigendom zijn van de gemeente, zoals de locaties
essentieel. Waarbij in het gebied de afspraken zich in verschillende stadia bevinden. Voor
Stamkartstraat en de Rode Kruis locatie.
bijvoorbeeld het deelgebied Spoorzone HS is al langere tijd sprake van een samenwerking omdat al afspraken zijn gemaakt met marktpartijen. Voor het deelgebied Laakhaven
Ontwikkeling kavels derden
Centraal is deze ontwikkelstrategie kaderstellend voor de te maken afspraken.
Voor de ontwikkeling van het gebied rondom station Hollands Spoor en de realisatie van The Grace, onderdeel van Haagvlietpoort, zijn reeds anterieure overeenkomsten gesloten
Ook zijn er locaties waar de ontwikkelvisie ontwikkelpotentie voor een nieuw programma
met marktpartijen. Hierin zijn afspraken gemaakt over onder andere programmering,
voorziet, op basis waarvan deze locaties op termijn in ontwikkeling genomen kunnen
kostenverhaal en realisatie. Deze overeenkomsten zijn leidend voor de verdere samenwer-
worden. Op de ontwikkeling van deze locaties wordt geanticipeerd door bijvoorbeeld een
king met deze marktpartijen.
ruimtereservering voor economisch programma en/of ondergronds parkeren. Op termijn zal blijken of de private partij daadwerkelijk tot ontwikkeling wenst over te gaan en dan
De ambities die geprojecteerd zijn op kavels van derden waar nog geen afspraken over
afspraken met de gemeente wenst te maken.
zijn, zijn vertrekpunt om met deze partijen nadere verkennende gesprekken te voeren om deze ambities te vertalen naar concrete plannen. Zodat nadere afspraken voor de realisatie
Een enkele locatie kent gemengd grondeigendom, deels van gemeente en deels van een
vastgelegd kunnen worden in anterieure overeenkomsten. Het Toekomstplan biedt voor de
marktpartij. Ook hier geldt dat op termijn en op basis van het vastgestelde Toekomstplan
uitwerking van deze plannen de kaders.
met de daarin opgenomen ontwikkelkaders zal worden bepaald of partijen tot ontwikkeling wensen over te gaan en concretere planvorming wordt ingezet. In geval van gemengd
Gemeentelijke kavels
eigendom dient de vraag van grondverwerving en transactie uitgewerkt te worden in
Voor de gemeentelijke kavels in dit gebied geldt dat de gemeente de volledige regie heeft
relatie tot bijv. het Didam- arrest.
over de planning en verdere ontwikkeling van deze kavels. De ambities voor de programmering zijn in samenhang bepaald. Omdat de gemeente deze zelf ontwikkelt, wordt ervan uitgegaan dat de gemeente voor deze kavels een eigen grondexploitatie zal voeren. De opbrengsten van de exploitatie kunnen ten goede komen aan deze gebiedsontwikkeling, mits daar door bevoegd gezag (de gemeenteraad) een besluit over genomen is. Indien de gemeente ervoor kiest om haar kavels in ontwikkeling te brengen dan zal dat via een openbare selectieprocedure op de markt worden gezet. Uitzondering op deze regel kan aan de orde zijn mits vanuit Didam-richtlijnen de juiste argumenten kunnen worden aangedragen. De wijze waarop de gemeente de kavels op de markt gaat brengen vraagt nog verdere uitwerking en zal in een latere fase worden bepaald.
Grondeigendom bestaande situatie
In het geval van een selectieprocedure zijn daarbij drie onderdelen van belang: 1) de ontwikkelstrategie, 2) de samenwerkingsstrategie en 3) de selectiestrategie. De ontwikkelstrategie wordt duidelijk met dit Toekomstplan en met een biedboek voor de betreffende locatie. Dit biedboek is een projectvoorstel met de stedenbouwkundige kaders en een 41
Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor
stappenplan hoe te komen tot realisatie. Ambitie, programma van eisen en opgave worden
investerende partij, met name door de benodigde verwerving in het middengebied.
beschreven. Hierin zal ook duidelijk zijn hoe het grondbeleid wordt ingezet: blijft de
De gemeente is verder eigenaar van de bestaande openbare ruimte en enkele percelen,
erfpacht, wat is de positie van de erfpachter en welke stappen horen daarbij.
zoals de locaties Taalplein en Leeghwaterplein, die daarmee ingebracht kunnen worden in de gebiedsontwikkeling.
In de samenwerkingsstrategie moet duidelijk worden met wie of wat voor type partij en in welke verhouding de samenwerking vormgegeven kan worden. Om te komen tot een
Dit is de belangrijkste reden voor de keuze voor het opstellen van een
goede partnerselectie en uiteindelijk een gewenst plan kan de gemeente verschillende
Samenwerkingsovereenkomst voor het deelgebied LHC (SOK). Hiermee worden de onder-
manieren van samenwerkingen kiezen:
linge relaties tussen de beoogde investeringen en plannen van alle betrokken partijen over-
• Een selectie op prijs: de gemeente weet precies wat ze wil, heeft een uitgewerkt plan en
eengekomen. Dit schept verplichtingen, maar met name duidelijkheid voor alle betrokken
vraagt enkel de bouw van het plan. De partij met de beste prijs wint.
partijen om tot daadwerkelijke uitvoering van projecten over te kunnen gaan.
• Een selectie op plan: de gemeente vraagt op basis van een programma van eisen een planuitwerking (vaak schetsontwerp) met plan van aanpak, ontwikkelvoorwaarden en
Voor een (groot) deel van deze gronden wensen de erfpachters tot ontwikkelingen over te
een planning. De partij met de beste prijs-kwaliteit verhouding wint. Het plan wordt
gaan. Dit biedt de uitzonderlijke situatie dat met een beperkt aantal partijen een aanzien-
vervolgens samen met de gemeente uitgewerkt.
lijk deel van het gehele gebied in (her-)ontwikkeling kan worden genomen. Gezien de
• Een selectie op partner: de gemeente selecteert op de competenties van een partij.
(beperkte) draagkracht van de gemeente om de gehele gebiedsontwikkeling naar zich toe
Dit zijn vaak zowel inhoudelijke competenties én samenwerkingscompetenties. Met de
te trekken, er al ontwikkelende partijen zijn die omgevingsvergunningaanvragen hebben
partner wordt vervolgens samen bekeken wat de beste oplossing is voor de betreffende
ingediend en het feit dat de gemeente nog wel regie wil behouden op de (toekomstige)
opgave.
openbare ruimte is een nauwe samenwerking nodig. Binnen Laakhaven Centraal is daarom het uitgangspunt van de samenwerking ‘Development Apart Together’ (‘Samen ontwik-
Met de geselecteerde partij wordt, eventueel in samenhang met een overeenkomst, een
kelen en los van elkaar’). Daarmee kan de gemeente met de ontwikkelende marktpartijen
haalbaarheidsonderzoek gestart of conform het schetsontwerp de vervolgstappen kunnen
en de ontwikkelende partijen onderling zowel gezamenlijke als individuele afspraken
worden genomen. Bij een positief besluit kan de vervolgprocedure opgestart worden, zoals
maken. In november 2024 is door de gemeente en drie ontwikkelende partijen c.q.
een grondreserveringsovereenkomst waarna de ontwikkelaar aan de planologische proce-
erfpachthouders in het gebied Laakhaven Centraal een samenwerkingsbrief ondertekend
dure kan starten. Dit past het meest bij de rol van ‘verleidend facilitator’, zoals opgenomen
om met elkaar te komen tot een samenwerking gericht op de realisatie van de gebiedsont-
in de Nota grondbeleid 2024 Den Haag.
wikkeling van dit plangebied.
4.2.3 Samenwerking Laakhaven Centraal
Samenwerkingsovereenkomst Laakhaven Centraal
Laakhaven Centraal (LHC) is een gebied waar we werken aan een grote en langdurige
Het juridisch kader voor deze samenwerking wordt na vaststelling van het Toekomstplan
ontwikkeling met een grote financieringsopgave. In het deelgebied hebben drie grote
vastgelegd in een Samenwerkingsovereenkomst (SOK); een private overeenkomst tussen
marktpartijen een grondpositie als erfpachters van een groot deel van de gronden. In de
de ontwikkelende partijen en de gemeente. De SOK heeft tot doel om kaders te geven aan
Ontwikkelvisie is een sterke afhankelijkheid tussen de mogelijke realisatie van bouw-
de sterke onderlinge afhankelijkheden die bestaan tussen de publieke- en private opgaven
plannen en bijvoorbeeld de gewenste collectieve voorzieningen, het groen in het centrale
enerzijds en de omvangrijke publieke en private investeringen anderzijds. Onderdeel van
park en een oplossing voor het parkeren, dat grotendeels moet worden gerealiseerd op
de afspraken is daarom het vastleggen van de te realiseren projecten met het bijbehorend
kavels die bovendien nog verworven moeten worden. Daarmee is de ‘wederkerigheid’
programma, zowel door de gemeente als de marktpartijen.
en afhankelijkheid tussen alle partijen groot. De gemeente is hier nadrukkelijk een actief 42
Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor
Daar waar de marktpartijen kaders en zekerheden wensen ten aanzien van het door de
de aansluiting met de openbare ruimte. De bouwenvelop toont de randvoorwaarden per
gemeente te (laten) realiseren openbare gebied en de mobiliteitshub, wenst de gemeente
bouwblok inclusief toegangen bebouwing, overgangszones binnen-buiten, positie techni-
kaders vast te leggen voor de projecten ten behoeve waarvan zij investeringen doet en
sche ruimten, hoogte peilmaten, afmetingen en profielen daktuinen, enz. Het beargumen-
de wijze waarop deze gerealiseerd kunnen worden. Denk hierbij aan de programmering
teert tevens vanuit de geest van het BKP als de regels niet gevolgd worden. Hiermee borgt
van het vastgoed, de fasering, de wijze waarop de buitenruimte wordt gerealiseerd, de
de gemeente de sturing op kwaliteit en vergemakkelijkt de vergunningsprocedure.
uitgangspunten voor kostenverhaal en de voorwaarden waaronder de gemeente bereid is mee te werken aan de nieuw te vestigen erfpachtrechten binnen Laakhaven Centraal.
4.4 Planologische sturing
Na het sluiten van de SOK zullen, indien het kostenverhaal niet al verzekerd is in de SOK, vervolgens met de betreffende marktpartijen separate anterieure overeenkomsten
Om ontwikkelingen in Laakhavens Hollands Spoor planologisch-juridisch mogelijk te
gesloten worden over het kostenverhaal op basis van dan verder uitgewerkte, specifieke
maken zijn op basis van de Omgevingswet drie instrumenten die de gemeente kan
planontwikkeling en eventueel andere uit te werken afspraken.
inzetten: • Wijzigingsplan Omgevingsplan
Marktpartijen die vooralsnog geen onderdeel vormen van deze samenwerkingsovereenkomst maar wel een grondpositie hebben binnen het plangebied, kunnen initiatief nemen tot planontwikkeling, die door de gemeente in eerste instantie zal worden getoetst aan
• Tijdelijke Alternatieve Maatregel-IMRO plan (hierna: TAM-Omgevingsplan), inzet is beperkt tot 1 januari 2026. • Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA)
het Toekomstplan. Met deze partijen dient altijd het kostenverhaal verzekerd te worden en - omdat het gebied vooral erfpacht betreft - de voorwaarden waaronder de gemeente
Hieronder is een beknopte toelichting opgenomen van deze instrumenten. Elk instrument
meewerkt aan de nieuwe bestemming van het erfpachtrecht.
heeft voor- en nadelen waardoor per ontwikkeling tot een andere keuze kan worden gekomen. Ook is een aantal randvoorwaarden waardoor een bepaald instrument logisch