RIS323714 Bijlage 2 Woonzorgvisie 2040
Tekst van het document
15
•
•
zin zal er daarnaast ook een opgave liggen: het transformeren van traditioneel geclusterd aanbod naar meer moderne concepten. Op basis van de inventarisatie via CBS-Microdata sluit het huidige aanbod van geclusterde woningen in de vrije huursector in Den Haag, bestaande uit 1.728 woningen, niet aan op de huidige behoefte van 2.110 woningen. In zowel de basis- als trendprognose groeit de behoefte naar geclusterde woningen in de vrije sector. Hierdoor zal in 2040 het tekort oplopen. In de sector van geclusterde koopwoningen is er een aanzienlijk tekort in Den Haag. Met een geschat totaal aanbod (via CBS- Microdata) van 755 woningen blijft het ver achter bij de behoefte, die op 4.410 woningen ligt. In zowel de basis- als trendprognose blijft de behoefte naar geclusterde woningen in de koopsector stijgen.
Wanneer we het aanbod woonzorgcentrum / zorggeschikte woningen vergelijken met de behoefte, lijkt er een “theoretisch overschot” te zijn. Deze plekken staan niet leeg, maar worden gevuld door mensen elders uit de regio. In het basisscenario ontstaat een tekort van zo’n 900 plekken in 2040; in het trendscenario ontstaat er een kleiner tekort van 215 plekken. Aandachtspunt hierbij is dat niet bekend is hoe toekomstbestendig het huidige aanbod is, of dat zorgaanbieders plannen hebben voor bijvoorbeeld sloop.
extern toegankelijk zijn. Dit betekent geen opstapjes en drempels naar de voordeur en bij appartementen moeten de deuren van het complex elektrisch bediend kunnen worden. Eengezinswoningen wijzen wij als ‘potentieel geschikt’ aan als zij voldoen aan één van deze kenmerken: • eengezinswoning, gebouwd na 1998; • inhoud bij koopwoning is groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965; • inhoud bij huurwoning is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980; • geschakelde woning. Een verdere toelichting op de werkwijze is terug te vinden in bijlage 2. We hebben de geschiktheid geanalyseerd van in totaal 264.127 woningen die opgenomen zijn als zelfstandige woningen in de WOZ-registratie van de gemeente. De beoordeling van de geschiktheid van de woningvoorraad op basis van WOZ-gegevens is een inschatting. In de bijlage geven we aan wat de beperkingen hiervan zijn (bijvoorbeeld geschiktheid omgeving is niet meegenomen). Figuur 2.5: Gemeente Den Haag. Aanbod ‘geschikte’ woningen volgens ‘doorzonscan’
Geschikt woningaanbod
In de analyse van de geschiktheid van de woningvoorraad zijn wij uitgegaan van de volgende meetgraad voor ‘geschiktheid’: alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die eventueel een wandelstok of kruk(ken) gebruiken. Alle appartementen of (galerij)flats gelden als ‘geschikt’, zolang deze over een lift beschikken. In de analyse wordt geen rekening gehouden met de ‘buitenkant’ van de woningen. Als woningen geschikt zijn, moeten die ook
518.111 | Woonzorganalyse
27% 60%
13%
Bron: Gemeentelijke Belastingdienst 2023, bewerking Gemeente Den Haag/DSO/SEPO (2024).
16
Volgens deze analyse is ruim een kwart van de woningen (27%, 71.164 woningen) geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Ongeveer een achtste (13%, 34.889 woningen) is geschikt te maken. Ruim zes op de tien woningen (60%, 158.074 woningen) is niet geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Uitsplitsing naar eigendomssituatie De geschiktheidsopgave binnen de gemeente Den Haag is onevenredig verdeeld naar de eigendomssituatie: Corporatiewoningen zijn relatief vaak geschikt. Een derde (32%) corporatiewoningen (ongeveer 26.409 woningen) is geschikt. Dit aandeel ligt iets hoger dan de particuliere huursector. Een groot gedeelte van de corporatiewoningen zijn verder niet-geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking (59% van de voorraad; 48.393 woningen). Het aandeel geschikt te maken woningen is met 9% laag (6.971 woningen). Een derde van de particuliere huurwoningen zijn geschikt (31%, 22.572 woningen). Ook in de particuliere huurvoorraad is een groot gedeelte niet geschikt. Dit hangt veelal samen met de afwezigheid van een lift of een nauwe trapopgang, waardoor er geen ruimte is voor een traplift. Het aandeel nietgeschikte woningen is met 64% (46.254 woningen) hoger dan in de corporatiesector. Het aandeel geschikt te maken woningen is lager dan de corporatiesector met 4% (2.901 woningen). De grootste kansen liggen in de koopsector.
Het aandeel geschikte woningen is hier het laagst (20%, 22.183 woningen), terwijl 23% (25.017 woningen) met een kleine ingreep geschikt te maken is. Dit komt doordat koopwoningen vaak een rijwoning of een grote eengezinswoning zijn. Iets minder dan zes op de tien van het aantal woningen in de koop is niet geschikt voor ouderen (57%, 63.427 woningen).
518.111 | Woonzorganalyse
Figuur 2.6: Geschiktheid woningvoorraad naar eigendom volgens ‘doorzonscan’ (2024)* Huur corporatie
32%
Huur particulier
31%
Koop
9% 4%
20%
Totaal
27% 0% Geschikt
59%
20%
64%
23%
57%
13%
60%
40%
Geschikt te maken
60%
80%
100%
Niet geschikt
Bron: Gemeentelijke Belastingdienst 2023, bewerking Gemeente Den Haag/DSO/SEPO (2024). * Den Haag heeft voor deze analyse een inschatting gemaakt van het eigendom.
Uitsplitsing naar zorgregio De geschiktheidsopgave binnen de gemeente Den Haag verschilt per kern, waarbij de zorgregio Binckhorst, Mariahoeve en Marlot het grootste aandeel geschikte woningen heeft voor ouderen en Vruchtenbuurt het kleinste aandeel geschikte woningen heeft voor ouderen. Uitsplitsing naar leeftijdsklasse Niet iedere geschikte woning wordt bewoond door een oudere met een mobiliteitsbeperking en van alle geschikte woningen wordt 39% (25.865 woningen) bewoond door een inwoner van 65+. Van de woningen is 41% geschikt waar de hoofdbewoner 65 jaar of ouder is en is 10% van de woningen geschikt te maken (6.477 woningen).
17
Figuur 2.7: Geschiktheid woningvoorraad naar voor de totale woningvoorraad per kern volgens ‘doorzonscan’ (2024) 1. Leidschenveen 2. Ypenburg 3. Wateringseveld 4. Bouwlust en Vrederust 5. Morgenstond Zuiderpark 6. Moerwijk 7. Leyenburg 8. Loosduinen 9. Bomen-Bloemenbuurt en Vogelwijk 10. Vruchtenbuurt 11. Scheveningen 12. Laak 13. Benoordenhout en Haagse Bos 14. Mariahoeve en Marlot 15. Bezuidenhout 16. Archipelbuurt 17. Centrum 18. Stations- en schildersbuurt 19. Transvaal A Den Haag Zuidwest B Binckhorst C CID
21% 74% 5% 22% 74% 3% 29% 67% 4% 35% 11% 54% 38% 11% 51% 16% 6% 78% 19% 2% 79% 37% 17% 46% 19% 6% 75% 9% 88% 4% 30% 65% 5% 27% 68% 2% 37% 60% 7% 53% 40% 24% 1% 74% 3% 29% 68% 40% 3% 57% 21% 11% 68% 18% 16% 65% 30% 9% 60% 77% 7% 16% 46% 4% 50%
Gemeente Den Haag
27% 0%
Geschikt voor ouderen
13%
20%
Geschikt te maken
60%
40%
60%
1. Leidschenveen 2. Ypenburg 3. Wateringseveld 4. Bouwlust en Vrederust 5. Morgenstond Zuiderpark 6. Moerwijk 7. Leyenburg 8. Loosduinen 9. Bomen-Bloemenbuurt en Vogelwijk 10. Vruchtenbuurt 11. Scheveningen 12. Laak 13. Benoordenhout en Haagse Bos 14. Mariahoeve en Marlot 15. Bezuidenhout 16. Archipelbuurt 17. Centrum 18. Stations- en schildersbuurt 19. Transvaal A Den Haag Zuidwest B Binckhorst C CID
46% 6% 47% 34% 3% 63% 47% 6% 47% 64% 32% 5% 59% 34% 7% 35% 63% 2% 33% 64% 3% 37% 51% 12% 62% 31% 6% 81% 16% 3% 41% 3% 56% 33% 6% 61% 48% 1% 51% 67% 5% 28% 22% 1% 77% 40% 3% 57% 51% 5% 44% 23% 15% 63% 31% 15% 54% 55% 5% 40% 45% 9% 45% 45% 5% 50%
Gemeente Den Haag 80%
100%
Niet geschikt voor ouderen
Bron: Gemeentelijke Belastingdienst 2023, bewerking Gemeente Den Haag/DSO/SEPO (2024).
518.111 | Woonzorganalyse
Figuur 2.8: Geschiktheid woningvoorraad naar voor de totale woningvoorraad per kern volgens ‘doorzonscan’ (2024)
43% 0%
Geschikt voor ouderen
20%
Geschikt te maken
9% 40%
49% 60%
80%
100%
Niet geschikt voor ouderen
Bron: Gemeentelijke Belastingdienst 2023, bewerking Gemeente Den Haag/DSO/SEPO (2024).
18
3 Mensen met een lichamelijke of zintuiglijke beperking In dit hoofdstuk brengen we de langdurige zorgvragers met een lichamelijke beperking of een zintuiglijke beperking met een Wlz-indicatie in beeld.
Vraag naar woonplekken voor mensen met een lichamelijke beperking (LG Wlz-indicatie)
Om een inschatting te maken van de omvang van de groep met een Wlzindicatie vanwege een lichamelijke beperking is gebruik gemaakt van de CIZdatabank. In januari 2023 hadden in Den Haag 570 mensen een LG-indicatie. Dit zijn met name mensen tussen de 18 en 65 jaar. Op basis van de demografische ontwikkeling verwachten we dat de vraag naar woonplekken voor deze groep de komende jaren stijgt (zie factsheets).
Aanbod aan woonplekken voor mensen met een lichamelijke beperking (LG Wlz-indicatie)
De vraag vanuit de groep mensen met een lichamelijke beperking kan worden opgevangen door middel van woonvormen die speciaal bedoeld zijn voor deze groep. Wanneer we naar het aanbod aan plekken voor mensen met een lichamelijke beperking kijken, hebben we zo’n 222 woonplekken in beeld. Dit zijn allemaal woonplekken in geclusterde woonvormen. Volgens het aanbod dat wij in beeld hebben zou er dus een tekort aan aanbod zijn. Echter weten we dat mensen met een Wlz-indicatie vanwege een lichamelijke beperking ook vaak wonen in een reguliere, aangepaste woning. De mate waarin een woning aangepast moet zijn is afhankelijk van de aard en zwaarte van de beperking. Als het gaat om woningaanpassingen, dan is het niet belangrijk of een woning grondgebonden is, mits een lift en elektrische toegangsdeuren aanwezig zijn.
518.111 | Woonzorganalyse
Wel moet de woning het liefst gelijkvloers zijn en genoeg ruimte bieden in de badkamer voor diverse hulpmiddelen. De woonomgeving moet toegankelijk zijn en de woning moet gelegen zijn in de buurt van voorzieningen zoals een huisarts, winkels en ontmoetingsplekken. Ook voldoende parkeergelegenheid in de directe omgeving is belangrijk, bij voorkeur voor de deur. Mensen met een lichamelijke beperking doen naast beroep op woningaanpassingen ook beroep op (ambulante) zorg. De intensiteit van deze zorg is ook afhankelijk van de aard en zwaarte van de beperking.
Mensen met een zintuiglijke beperking
Mensen met een (al dan niet aangeboren) zintuiglijke beperking kunnen ook behoefte hebben aan een toegankelijke woning. De mate waarin een woning aangepast moet zijn is afhankelijk van de aard en zwaarte van de beperking. Vooral mensen met een visuele beperking zullen een beroep doen op woningaanpassingen, dit geldt in mindere mate voor personen met een auditieve beperking. Voor mensen met een visuele beperking is een grondgebonden woning of een woning in een gebouw met lift wenselijk. Ook een toegankelijke woonomgeving in de nabijheid van voorzieningen is van belang. Om een inschatting te maken van de omvang van de groep met een Wlzindicatie vanwege een zintuiglijke beperking is gebruik gemaakt van de CIZdatabank. In januari 2023 hadden in Den Haag 60 mensen een ZG-indicatie. Het grootste deel van deze personen is tussen de 18 en 65 jaar oud. Op basis van de demografische ontwikkeling verwachten we dat de omvang van deze groep zal stijgen, deze stijging is verder in de factsheets verwerkt.
19
4 Mensen met een verstandelijke beperking De groep mensen met een (licht) verstandelijke beperking kent een diverse samenstelling. Zij kunnen onder andere behoefte hebben aan verpleging of verzorging, huishoudelijke hulp of begeleiding bij gedragsproblematiek. Een groot deel van de mensen woont in een instelling; dit kan ook kleinschalig in de wijk zijn. Een klein aandeel woont zelfstandig(er) in de wijk met ambulante begeleiding.
Vraag naar woonplekken voor mensen met een verstandelijke beperking (VG Wlz-indicatie)
Om een inschatting te maken van de omvang van de groep met een Wlzindicatie vanwege een verstandelijke beperking, is gebruik gemaakt van de CIZdatabank. In januari 2023 hadden in Den Haag 2.465 mensen een VG-indicatie. In combinatie met de bevolkingsprognose is een basisprognose opgesteld van de verwachte omvang van de groep mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking voor de periode tot en met 2040. Hierbij hebben wij rekening gehouden met een stijging van het zorggebruik van 13% tot 2040, rekening houdend met het ouder worden van de doelgroep – een landelijke trend die sinds 2017 zichtbaar is. De woonvraag is uitgesplitst naar twee woonvormen: geclusterd wonen en gespikkeld wonen. De mate waarin cliënten geclusterd of gespikkeld wonen stellen wij afhankelijk van het type VGindicatie. De aannames (tabel 4.1) zijn gebaseerd op wat zorgaanbieders tijdens de stakeholdersbijeenkomst en in andere gemeenten ons hebben verteld.
518.111 | Woonzorganalyse
Woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking • Geclusterd wonen is een woonvorm waarbij de bewoner een eigen appartement of studio heeft met voorzieningen, maar ook met een ontmoetingsruimte in of bij het pand. Betreft zowel groepswonen als het wonen in geclusterde appartementen, waarbij begeleid 24-uur aanwezig kan zijn of 24-uur oproepbaar is. • Gespikkeld wonen is het wonen in een reguliere, niet-geclusterde woning in de nabijheid van een woonvorm waarvandaan zorg en begeleiding geboden kan worden.
In de basisprognose maken we een doorrekening van de vraag naar geclusterd en gespikkeld wonen waarbij we de huidige situatie (tabel 4.1) demografisch doorrekenen. Dit is een beleidsvrije prognose. Tabel 4.1: Vertaling van zorgvraag naar woonvraag VG (situatie 2024) Zorgzwaartepakketten Aandeel geclusterd Aandeel gespikkeld SG(LVG) 100% 0% VG3 85% 15% VG4 95% 5% VG5 100% 0% VG6 95% 5% VG7 100% 0% VG8 100% 0%
20
Naast de basisprognose is er een trendprognose opgesteld. Tijdens de stakeholdersbijeenkomst zijn een aantal ontwikkelingen besproken die zijn meegenomen in de trendprognose: • Ontwikkeling van geclusterd wonen naar gespikkeld wonen De deelnemers herkennen het beeld dat er een landelijke toename van complexe zorgbehoeften is. Er is een sterke wens om cliënten die buiten een instelling kunnen wonen hierin te ondersteunen. Het huidige aanbod sluit op dit moment echter nog niet aan bij de vraag naar complexere zorg. Er wordt verwacht dat de toekomstige zorg meer gespikkeld en verspreid zal zijn. Daarom wordt voor de indicaties VG3, VG4 en VG6 een stijgend aandeel gespikkeld wonen verwacht in 2040. Zorgaanbieder Middin is bezig met een pilotproject, geïnspireerd op het concept van Het Houvast, waarbij extramurale zorg en begeleiding wordt bevorderd voor de hele doelgroep. De verwachting is dat hierdoor ook een klein aandeel van de VG7-cliënten gespikkeld kan wonen. • Ontwikkeling naar ‘lokaal wonen’ Er wordt verwacht dat meer VG-cliënten naar Den Haag zullen verhuizen voor extramurale zorg. De gedachte achter deze ontwikkeling is dat jongeren en jongvolwassenen met een beperking steeds vaker dicht bij de woonplaats van hun ouders willen blijven wonen (dit geldt niet voor cliënten die in een prikkelarme omgeving moeten wonen).
Als gevolg daarvan zal de vraag naar VG-zorg meer evenwichtig verdeeld worden. Het organiseren van vervoer voor deze groeiende groep in Den Haag vormt een significante uitdaging. De landelijke trend naar meer ‘lokaal wonen’ betekent dus een grote opgave voor Den Haag. De hele regio heeft echter te maken met een grote opgave om richting het landelijk gemiddelde van VG-indicaties per 1.000 inwoners te komen. De landelijke VG-index ligt rond de 6,7. In de zorgkantoorregio Haaglanden is dit 3,9. Den Haag en Zoetermeer dragen met 4,4 en 4,3 VG-
518.111 | Woonzorganalyse
indicaties per 1.000 inwoners relatief de meeste lasten in de regio. Om als regio meer richting het landelijk gemiddelde te bewegen, zou Den Haag dan ook graag zien dat er meer over de regio gespreid gaat worden wanneer extramurale zorg toeneemt. Tabel 4.2: VG-indicaties in Zorgkantoorregio Haaglanden Leidschendam-voorburg 3,9
Rijswijk 4
Wassenaar 3
Zoetermeer 4,3
Den Haag 4,3
In de trendprognose schetsen we een situatie waarin maximaal wordt ingezet op toewerken naar het landelijk gemiddelde in de gemeente Den Haag. Dit scenario is niet geheel realistisch, omdat Den Haag veel aandachtsgroepen huisvest. De basis- en trendprognose geven vooral een bandbreedte waarbinnen de daadwerkelijke behoefte zich zal ontwikkelen. De daadwerkelijke behoefte is daarbij afhankelijk van hoe sterk je als gemeente of regio gaat inzetten op ambities die in de aannames van de trendprognose zijn verwerkt. Dit rapport biedt inzicht in voorstelbare toekomstscenario’s en daarmee samenhangende keuzemogelijkheden. Het dient daarmee als input om het gesprek te voeren binnen de regio. Tabel 4.3: Vertaling van zorgvraag naar woonvraag VG (situatie 2040 trendprognose) Zorgzwaartepakketten Aandeel geclusterd Aandeel gespikkeld SG(LVG) 85% 15% VG3 60% 40% VG4 85% 15% VG5 100% 0% VG6 85% 15% VG7 95% 5% VG8 100% 0%
21
De huisvestingsopgave: match vraag en aanbod
Met behulp van een aanbodinventarisatie onder zorgaanbieders door Companen (2024), is het aanbod aan woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking in beeld gebracht. Het geïnventariseerde aanbod komt uit op zo’n 1.220 plekken. Het aantal mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking in Den Haag ligt hoger dan het geïnventariseerde aanbod aan woonplekken. Dit kan betekenen dat het geïnventariseerde aanbod niet helemaal compleet is. Daarnaast maken wij uit gesprekken met aanbieders op dat er mensen zijn met een Wlz-indicatie die thuis bij hun ouders wonen, of zelfstandig wonen. Zij ontvangen vaak ambulante begeleiding, en maken vaak ook gebruik van dagbesteding. Welk deel van de Wlz-cliënten zelfstandig dan wel bij de ouders woont, is niet bekend. Mensen met een Wlz-indicatie die nu thuis bij hun ouders wonen, kunnen nu of in de toekomst mogelijk wel behoefte hebben aan een woonplek bij een zorgaanbieder, bijvoorbeeld omdat de ouders te oud zijn om de zorg op zich te nemen.
Om deze overgang naar meer zelfstandig wonen te faciliteren, worden er diverse initiatieven opgezet. Een voorbeeld hiervan is de pilot van Middin, die gebaseerd is op de aanpak van ‘het Houvast’ en is gericht op het ondersteunen van mensen met een licht verstandelijke beperking (met Wlz-zorgprofiel VG6 en VG7) die los in de wijk wonen en gebruik maken van ambulante begeleiding vanuit een VPT. Voor deze specifieke doelgroep zullen vooral (op korte en lange termijn) reguliere woningen nodig zijn.
Mensen met een licht verstandelijke beperking (Wmo)
Naast mensen met een Wlz-indicatie voor een verstandelijke beperking, zijn er ook mensen met een licht verstandelijke beperking die een Wmo-indicatie hebben voor onder andere begeleiding of huishoudelijke ondersteuning. Deze mensen wonen meestal zelfstandig in een reguliere woning of bij de ouders, maar een deel woont ook in een woonvorm bij een zorgaanbieder. Een deel van deze mensen heeft de behoefte om zo zelfstandig mogelijk te wonen. Op termijn zullen zij mogelijk uitstromen naar meer zelfstandig wonen (met ambulante begeleiding) en een beroep doen op gespikkelde woonvormen of de reguliere woningmarkt.
518.111 | Woonzorganalyse
22
5 Mensen met psychische problematiek We brengen de huisvestingsopgave in beeld voor mensen met een (ernstige) psychische kwetsbaarheid. Wij richten ons hierbij op de groep die verblijft in Beschermd Wonen (GGZ) en uitstromers uit de langdurige klinische GGZ (GGZB). Per definitie is Beschermd Wonen (BW) bedoeld voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen vanwege psychische en/of psychosociale problematiek. Beschermd Wonen wordt grotendeels gefinancierd en georganiseerd vanuit de Wmo, maar sinds 2021 ook vanuit de Wlz.
Beschermd Wonen Wmo
Binnen de Wmo is Beschermd Wonen bedoeld voor volwassenen die vanwege psychische en psychiatrische problematiek tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen zonder de directe nabijheid van toezicht en ondersteuning. De begeleiding van de zorginstelling is gericht op verschillende primaire leefgebieden zoals huisvesting, financiën, geestelijke en lichamelijke gezondheid en verzorging, dagbesteding, sociaal netwerk, huiselijke relaties en maatschappelijke participatie. Cijfers over de omvang van de groep met een BW Wmo-indicatie hebben wij ontvangen van de gemeente, met peildatum 1 januari 2024. Deze keuze is gemaakt om de volledigheid van de gegevens te garanderen, omdat de gemeentelijke registraties van 2024 vollediger zijn dan die van 2023.
Beschermd Wonen Wlz (GGZ-W)
Vanaf 1 januari 2021 maken sommige mensen met psychische problematiek aanspraak op financiering van zorg en verblijf vanuit de Wlz, omdat zij blijvend permanent toezicht nodig hebben of 24 uur zorg in de nabijheid nodig hebben.
518.111 | Woonzorganalyse
Om een inschatting te maken van de omvang van de groep met een Wlz GGZWonen indicatie, is gebruik gemaakt van de CIZ-databank (peildatum: 1 januari 2023).
Woonwensen Woning De meeste mensen in Beschermd Wonen geven de voorkeur aan een eigen appartement met een aparte slaapkamer en eigen sanitaire voorzieningen, vanwege privacy en autonomie. Een klein gedeelte van de mensen met een BW-indicatie heeft juist behoefte aan een woonvorm waarin ze voorzieningen met anderen delen, vanwege de sociale interactie die dat met zich meebrengt. Zorg en ondersteuning De verschillen in zorg onder de Wlz en Wmo zijn fundamenteel: de Wlz valt onder het zorgkantoor en de Wmo onder de gemeente. Het is belangrijk om deze doelgroepen duidelijk te onderscheiden vanwege de uiteenlopende verantwoordelijkheden. Belangrijk voor deze cliënten is: • Een stabiele omgeving, dagelijkse regelmaat en het vinden/behouden van (on)betaald werk of dagactiviteiten zijn belangrijk. Afhankelijk van de behoefte kan er ook begeleiding zijn bij het huishouden en het maken van sociale contacten; soms is ook sprake van verzorging en verpleging. • De doelgroep is zeer divers. Een deel kan na een verblijf van een aantal jaar weer zelfstandig wonen (Wmo). Voor een ander deel is de verwachting dat zij ook op langere termijn niet in staat zullen zijn om zelfstandig te gaan wonen (Wlz). • Continuïteit in de persoonlijke begeleiding (ook na uitstroom) wordt als zeer prettig en noodzakelijk ervaren. De mensen zijn gebaat bij het creëren van een vertrouwensband.
23
Vraag naar woonplekken
Op 1 januari 2023 hadden voor Beschermd Wonen in Den Haag 830 mensen een Wmo-indicatie en 1.175 mensen een Wlz (GGZ-W) indicatie. De gemeente kent drie producten binnen het Beschermd Wonen Wmo: • Wonen intensief: Mensen met een Wmo-indicatie wonen intensief verblijven in een 24-uurs voorziening. Zij kunnen (nog) niet zelfstandig wonen. Beschermd wonen is voor cliënten die zeer beperkt zelfredzaam zijn en waarbij sprake is van (meervoudige) complexe problematiek op het gebied van psychiatrie en/of psychosociaal en/of verslaving eventueel in combinatie met een (licht) verstandelijke beperking. De begeleiding is intensief. Cliënten kunnen hun zorgvraag niet uitstellen en hebben (hardnekkige) regieverlies. • Wonen plus: Mensen in een wonen plus-voorziening staan dichter bij het zelfstandig wonen, dan mensen met een wonen intensief indicatie. Ook hier is sprake van scheiden van wonen en zorg. Anders dan bij wonen basis worden hier groepsgerichte activiteiten aangeboden. • Wonen basis: Met een wonen basis-indicatie kan hulp ingezet worden in een zelfstandige woning of in een andere meer ambulant gerichte setting. Er is sprake van scheiden van wonen en zorg. De uitgebreide toelichting en criteria voor deze woonvormen staan beschreven in Bijlage 3. Tabel 5.1: BW-indicaties gemeente Den Haag Wmo-indicatie
Wlz-indicatie (GGZ-W)
Wonen Wonen Wonen intensief plus basis Den Haag 431 176 225 1.175 Bron: Gemeentelijke registraties (1 januari 2024); CIZ databank (1 januari 2023)
518.111 | Woonzorganalyse
Bij het opstellen van een prognose van de vraag naar Beschermd Wonen zijn wij uitgegaan van het aantal actieve BW-indicaties (Wmo en Wlz) op dit moment. In het ‘basisscenario’ rekenen we de huidige BW-vraagontwikkeling in de gemeente demografisch door. Naast het basisscenario werken we een ‘trendscenario’ uit, waarin we rekening houden met een verschuiving die wordt ingegeven door veranderingen in beleid en die is besproken tijdens het werkatelier. • Regionale spreiding De meeste BW-plekken bevinden zich in de centrumgemeente Den Haag (88%). We zetten in op maximale regionale spreiding, wat betekent dat de BW-plekken evenredig zijn verdeeld (naar inwonertal) over alle gemeenten in de regio’s. Op basis van bovenstaande trends, ramen we een trendscenario waarin enerzijds meer wordt ingezet op wonen basis en anderzijds op regionale spreiding. In de factsheets is de totale BW-vraagontwikkeling te zien voor de Den Haag in de basis- en trendprognose. De basis- en trendprognose geven een bandbreedte waarbinnen de daadwerkelijke behoefte zich zal ontwikkelen. De daadwerkelijke behoefte is daarbij afhankelijk van hoe sterk je als gemeente of regio gaat inzetten op ambities die in de aannames van de trendprognose zijn verwerkt.
Een belangrijke kanttekening bij deze trend is dat in de regionale spreiding, met name voor intramurale zorg, een minimale schaalgrootte nodig is om de voorzieningen draaiende te houden. Intramurale locaties vereisen minimaal 25 tot 30 cliënten om economisch en operationeel levensvatbaar te zijn. Zorgaanbieders hebben een bepaald volume aan cliënten nodig, en binnen de spreiding moet dit haalbaar zijn om aan de behoeften te voldoen en de continuïteit van zorg te waarborgen.
24
Tabel 5.2: BW-indicaties gemeente Den Haag (2023) Inwoners Aantal Aantal Aandeel Aandeel % Wmo Wlz Wmo (%) Wlz (%) Den Haag 66% 832 1.175 89% 86% Leidschendam9% 18 40 2% 3% Voorburg Rijswijk 7% 30 65 3% 5% Wassenaar 3% 4 5 0% 0% Zoetermeer 15% 50 85 5% 6% Totaal regio 100% 935 1.370 100% 100% Bron: Gemeentelijke registraties (1 januari 2024); CIZ databank (1 januari 2023)
Aanbodinventarisatie
Companen heeft onder zorgaanbieders een inventarisatie gedaan naar het aanbod aan plekken Beschermd Wonen3. Het was een aanzienlijke inspanning om de aanbodgegevens te verkrijgen, en het percentage van deze gegevens dat is binnengehaald is hoger dan in de andere grote gemeenten binnen Nederland waar een aanbodinventarisatie is uitgevoerd. De meeste aanbieders hebben de aanbodinventarisatie ingevuld, maar niet alle zorgaanbieders hebben dit gedaan. Hierdoor is er geen compleet beeld van het aantal plekken Beschermd Wonen in Den Haag. Tevens koopt de gemeente geen plekken in. Deze plekken kunnen inwisselbaar zijn voor andere indicaties zoals IFZO naar gelang de behoefte verschuift. Zorgaanbieders die de inventarisatie hebben ingevuld, hebben aangegeven waar hun locaties zitten. Deze locaties staan weergegeven op de interactieve kaart. Het geïnventariseerde aanbod is ook terug te vinden op de factsheet..
Gemiddelde verblijfsduur (in maanden van het totaal aantal indicaties en na overgang AWBZ) naar product: Product Totaal excl. indicaties AWBZ • Wmo Beschermd Wonen intensief: • Wmo Beschermd Wonen plus: • Wmo Beschermd Wonen basis:
39 24 34
33 20 30
Voor zorgaanbieders van Beschermd Wonen (BW) waarbij onbekend is hoe de verdeling tussen intramurale zorg en scheiden van wonen en zorg precies is, hebben we een aanname gedaan om toch een betrouwbare prognose te kunnen maken. Deze inschatting is gebaseerd op de bekende verhoudingen bij vergelijkbare organisaties. Concreet betreft dit een verhouding van 72% intramuraal en 28% scheiden van wonen en zorg, gebaseerd op de volgende gegevens: • Anton Constandse: 88% intramuraal en 12% scheiden van wonen en zorg. • Leger des Heils (exclusief Housing First): 29% intramuraal en 71% scheiden van wonen en zorg. • Parnassia: 100% intramuraal en 0% scheiden van wonen en zorg. Van het meerendeel van de aanbieders is het aandeel scheiden wonen/zorg bekend (64%) en van 36% onbekend. Door de verhouding te analyseren van de drie grootste aanbieders en te middelen, hebben we een schatting gemaakt
3 Plekken Beschermd Wonen basis zijn niet geïnventariseerd. Voor zorgaanbieders die veel met Beschermd Wonen basis en verschillende financieringsstromen werken is het lastig om vaste locaties te noemen.
518.111 | Woonzorganalyse
25
voor zorgaanbieders waarvan de specifieke gegevens over de verdeling ontbreken. Tabel 5.3: BW-aanbod gemeente Den Haag BW aanbieder Aamtal intramurale plekken Anton Constandse 559 Fonteynenburg 58 Haagse Wijk en Woonzorg Henriëlla Zorg Humanitas DMH JIT Wonen (Stichting JESS)* KesslerPerspektief* Limor* Parnassia Pherenike Pret in herstel* St. Leger des Heils W&G Noordwest Stichting 488 Stichting De Stam* Gemeente Den Haag
Scheiden Wonen en zorg 77 10
Totaal
31 7 64 20 42 32
32 168
24 13 43
31 7 64 73 149 115 340 24 45 211
22 1.449
7 8 351
7 30 1.800
53 107 83 340
636 68
* Dit betreft een inschatting op basis van de verhouding 72% - 28% intramuraal – scheiden wonen/zorg binnen Anton Constandse (88% - 12%), Leger des Heils (29% - 71% excl. Housing First) en Parnassia (100% - 0%). Bij het toewijzen van individuele woningen is maatwerk essentieel. Om voldoende geschikte plekken te bieden, is ook voldoende personeel noodzakelijk. De huidige huisvesting, die vaak uit groepswoningen bestaat, is niet altijd toereikend voor de behoeften van kwetsbare ouderen met dementie.
518.111 | Woonzorganalyse
Een samenwerking tussen zorgaanbieders is belangrijk om effectieve ondersteuning te bieden. Bij het ontwerpen van huisvesting moet rekening gehouden worden met de diversiteit van de doelgroep. Gezien de vergrijzing van de doelgroep is het belangrijk om na te denken over hoe zorg en ondersteuning geïntegreerd kunnen worden. Tegelijkertijd zien we dat de somatische doelgroep steeds vaker in wijken terechtkomt, wat de noodzaak benadrukt om VPT (Volledig Pakket Thuis), huisvesting en clustering grondig te onderzoeken. • Uitstroom vanuit Wmo Wonen intensief en plus naar gewenste woonvorm: Intensief plus – Zelfstandig wonen: 40% 55% – Geclusterd/begeleid wonen (tussenvorm) 30% 40% – Beschermd Wonen GGZ-W (Wlz) 20% 5% – Uitstroom onbekend 10% • Uitstroom vanuit Wmo Wonen basis naar gewenste woonvorm: – Zelfstandig wonen 100%
Uitstroom vanuit Beschermd Wonen (Wmo)
Beschermd Wonen Wmo is in principe bedoeld als tijdelijke voorziening. Het doel is dat mensen op een bepaald moment uitstromen naar een woonplek waar ze zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen, al dan niet met ambulante begeleiding. Een klein percentage van de cliënten in Beschermd Wonen Wmo (wonen plus en basis 5% en wonen intensief 8%) staat nog ingeschreven vanaf v��r de overgang van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Wmo op 1 januari 2015. Voor deze groep is de exacte verblijfsduur niet bekend, omdat hun inschrijving al van voor de overgang naar de Wmo dateerde. Daarom heeft de gemeente Den Haag de gemiddelde verblijfsduur
26
verstrekt om een inschatting te kunnen maken van de totale verblijfsduur. De gemiddelde verblijfsduur is niet gebruikt om de uitstroom te berekenen omdat de gemeente de uitstroom voor BW Wmo heeft geleverd per product. Beschermd Wonen voor de Wlz-groep is in principe niet bedoeld als tijdelijke voorziening, en daarom niet gericht op uitstroom. Het komt slechts een enkele keer voor dat iemand uitstroomt vanuit BW-Wlz richting zelfstandig wonen met ambulante begeleiding. Er is een wachtlijst voor BW – Wmo in Den Haag. Specifiek geeft steunpunt mentale gezondheid (Kompassie) aan dat er een wachtlijst is van 280 personen aan het einde van 2023 voor BW Wmo intensief, met een prominente wachtlijst voor intensief wonen, waarbij de wachttijd kan oplopen tot meer dan twee jaar (bij 31% van de personen). De grootste groep (43%) wacht 1 tot 2 jaar voor een BW – Wmo intensief plek (Bron: Verslag achtenzeventigste bijeenkomst cliëntenklankbordgroep beschermd wonen Den Haag en regiogemeenten, maandag 4 september 2023). Dit wordt verder gecompliceerd door stagnatie in de doorstroming, wat ruimte maakt voor nieuwe bewoners. Daarnaast is er een significante vraag naar geschikte woonruimtes voor personen met autisme, waarbij het huidige aanbod vaak niet volledig aansluit op de vraag.
Uitstroomrichting
Om een inschatting te maken van het aantal mensen dat op jaarbasis een beroep zal doen op een zelfstandige woning na een verblijf in Wmo Beschermd Wonen intensief en Wonen plus, zijn aannames geformuleerd die zijn besproken tijdens de stakeholdersbijeenkomst.
De aannames over de uitstroom naar BW GGZ-W (Wlz) zijn gebaseerd op feitelijke cijfers die de gemeente in kaart heeft gebracht over de woonplek en uitstroomrichting van personen na een verblijf in Wmo Beschermd Wonen. Wat betreft de uitstroom naar zelfstandig wonen, is onze verwachting voor Wonen plus (55%) hoger dan voor Wonen intensief (40%). Dit komt doordat cliënten in wonen plus over het algemeen een lichtere problematiek hebben. Personen die uitstromen kunnen ook behoefte hebben aan een tussenvorm: dit kan een innovatieve vorm zijn waarbij de zorg is afgeschaald – bijvoorbeeld in een wooncomplex waar geclusterd of begeleid wonen mogelijk is. Hierbij ontvangen cliënten begeleiding bij het zelfstandig wonen. Deze innovatieve vorm is er momenteel nog niet in Den Haag. Mensen met een indicatie Wmo Wonen basis wonen al in een zelfstandige woning. Na afloop van de indicatie kunnen zij soms in deze woning blijven wonen. Vanuit Wmo Wonen basis wordt er dus niet altijd een extra beroep gedaan op een zelfstandige woonruimte. De totale uitstroom na een verblijf in Beschermd Wonen en de uitstroom naar zelfstandige woonruimte en tussenvormen is weergegeven op de factsheets.
Uitstromers uit de klinische GGZ
Naast Beschermd Wonen zijn er ook mensen met psychische of psychiatrische problematiek waar de behandeling, in plaats van de wooncomponent, centraal staat. Deze mensen vallen onder de GGZ-B (Geestelijke Gezondheidszorg met voortgezet verblijf) doelgroep. Zij kunnen niet zelfstandig wonen en hebben 24-uurszorg nodig of blijvend toezicht. Enkele voorbeelden zijn:4
4 Zorginstituut Nederland. Geestelijke gezondheidszorg vanuit de Wlz (GGZ-B). Geraadpleegd op 19 april 2024, van https://www.zorginstituutnederland.nl/Verzekerde%2Bzorg/ggz-behandelingvanuit-de-wlz
518.111 | Woonzorganalyse
27
Ernstige psychotische stoornissen zoals schizofrenie of een psychotische stoornis als gevolg van een bipolaire stoornis. Deze patiënten hebben vaak last van wanen, hallucinaties en verwardheid. • Ernstige persoonlijkheidsstoornissen zoals de borderline persoonlijkheidsstoornis, waarbij er sprake is van emotionele instabiliteit, impulsiviteit en verstoorde interpersoonlijke relaties. • Zware depressies of bipolaire stoornissen die moeilijk behandelbaar zijn en gepaard gaan met ernstige gedragsproblemen of suïcidaliteit. • Ernstige angststoornissen zoals een obsessieve-compulsieve stoornis of een posttraumatische stressstoornis, waarbij de klachten zo invaliderend zijn dat permanent toezicht nodig is. • Verslavingsproblematiek in combinatie met andere ernstige psychische stoornissen, waardoor de patiënt niet meer zelfstandig kan functioneren. • Dementie of andere cognitieve stoornissen in een vergevorderd stadium, waarbij er sprake is van ernstige gedragsproblemen en continu toezicht vereist is. Deze patiënten hebben intensieve behandeling en een beschermde woonomgeving nodig om hun leven te stabiliseren. De urgentie voor een woning, wanneer personen uitstromen, is hoog vanwege de noodzaak om een veilige, ondersteunende omgeving te bieden die bijdraagt aan hun herstel en re-integratie in de samenleving.
Zonder passende huisvesting lopen deze individuen een groter risico op verwaarlozing, verslechtering van hun gezondheidstoestand, of het veroorzaken van overlast, wat hun kansen op herstel vermindert. •
Om een inschatting te maken van het aantal mensen dat op jaarbasis uitstroomt vanuit een intensieve behandeling in de verlengde GGZ en een urgentie aanvraagt voor een gepaste woonruimte, richten we ons op de groep boven de achttien jaar. Daarnaast doen we, op basis van historische data over
518.111 | Woonzorganalyse
de landelijke uitstroom, aannames over de huidige uitstroomrichting in de gemeente Den Haag. Figuur 5.1: Historische indicaties GGZ-B in Den Haag, naar indicatie (2021-2023) 95 100 85 80 GGZ03B 60 60 GGZ05B 30 30 40 25 25 30 25 25 GGZ06B 15 20 5 GGZ07B 0 2021 2022 2023 Bron: CIZ databank indicaties GGZ-B, 2023; Het gaat bij de GGZ-B om voortgezet verblijf met intensieve begeleiding na 3 jaar klinische GGZ begeleiding met verblijf. GGZ03B: alleen intensieve begeleiding; GGZ05B: intensieve begeleiding met gedragsregulering; GGZ06B: intensieve verpleging en verzorging; GGZ07B: Beveiligd voortgezet verblijf vanwege extreme gedragsproblematiek met zeer intensieve begeleiding.
Per kwartaal stromen een aantal personen vanuit de GGZ-B uit. Dit aantal is landelijk onderzocht in 2015 en met 2,2% per kwartaal doorgaans laag te noemen. Hierbij heeft de indicatie GGZ03B de meeste uitstroom met 6,5% per kwartaal, gevolgd door de indicatie GGZ02B met 5,5% per kwartaal. Personen met een indicatie GGZ06B stromen het minst vaak uit met 0,4% per kwartaal. In Den Haag is een daling in het aantal indicaties, met name voor de intensieve begeleiding (GGZ05B) en intensieve verpleging en verzorging (GGZ06B), te zien. De verwachting is dat jaarlijks het aantal uitstromers uit de intensieve begeleiding (GGZ03B) en de intensieve begeleiding met gedragsregulering (GGZ05B) met beiden 7 uitstromende personen het hoogst is, en voor de personen met een zeer intensieve beveiligde begeleiding (GGZ07B) met 2 uitstromende personen per jaar het laagst. In totaal zullen gemiddeld 16
28
personen jaarlijks uitstromen uit de GGZ-B in Den Haag. Het is niet bekend welk percentage van de totale uitstroom uit de GGZ-B daadwerkelijk uitstroomt naar volledig zelfstandig wonen zonder begeleiding of ondersteuning.
518.111 | Woonzorganalyse
29
6 Kwetsbare jongeren We gaan in op de vraag naar woonruimte voor jongvolwassenen die na een verblijf in een jeugdzorginstelling of pleeggezin kunnen uitstromen naar vervolghuisvesting.
Doelgroep en context
Jeugdzorg met verblijf omvat verschillende vormen: een deel van de jongeren verblijft in een pleeggezin, een ander deel in een gezinshuis of in een 'residentiële setting' zoals een behandelgroep. De begeleiding vanuit de Jeugdwet eindigt in principe na het 18e levensjaar, maar kan in Den Haag worden verlengd; dit duurt maximaal tot de jongere 23 jaar is. Jongeren in pleeggezinnen kunnen tot hun 21e in de jeugdzorg verblijven. Een deel van de jongeren die uit een verblijfssetting stromen, heeft nadien nog behoefte aan (ambulante) ondersteuning. Jongeren met een ondersteuningsbehoefte geven aan dat meer zelfstandigheid en de vrijheid om hun eigen leven te leiden voor hen de belangrijkste redenen zijn om op zichzelf te willen wonen. Hierin verschillen zij niet van hun leeftijdsgenoten. Om deze stap in hun wooncarrière te kunnen zetten, zijn er extra inspanningen nodig. Vooral financiën en vaardigheden, vaak huishoudelijk van aard, vormen belangrijke struikelblokken op weg naar zelfstandig wonen. Het inkomen van deze jongvolwassenen is te laag voor de huurprijzen die gevraagd worden voor een kamer of woning. Ze komen meestal niet in aanmerking voor een Wajong-uitkering en vinden ook niet gemakkelijk werk.
Jongeren die nog een opleiding volgen, moeten rondkomen van een stagevergoeding (BBL), een tegemoetkoming in de studiekosten (bijvoorbeeld HAVO), studiefinanciering (MBO/HBO/WO) en een eventuele bijbaan. Naast de beperkte financiële mogelijkheden is het beperkte woningaanbod voor
518.111 | Woonzorganalyse
jongeren een knelpunt. De wachtlijsten voor sociale huurwoningen zijn lang en jongeren hebben per definitie een korte inschrijftijd bij een woningcorporatie, omdat zij zich pas vanaf 18 jaar kunnen inschrijven. Daarnaast zorgt de huidige krapte op de woningmarkt ervoor dat jongeren vanuit jeugdzorg met verblijf moeilijk kunnen uitstromen naar zelfstandige woonruimte. Den Haag streeft naar het bevorderen van de uitstroom uit de jeugdzorg waar mogelijk, inclusief de mogelijkheid voor verlengde jeugdzorg. Het huidige beleid in Den Haag is gericht op een gezinsgerichte aanpak, het stimuleren van pleegzorg en het verminderen van gesloten jeugdzorg en residentiële zorg. De verwachting is dat meer jongeren thuis zullen blijven wonen, wat leidt tot de aanname dat er minder behoefte zal zijn aan residentiële of gesloten jeugdzorg en meer aan gezinsgerichte zorg en pleegzorg. Verlengde jeugdzorg wordt voornamelijk ingezet voor 19-jarigen en in mindere mate voor jongeren ouder dan 19 jaar. In Den Haag is er een "slapende" groep jongeren die op hun 18e tijdelijk bij vrienden intrekken en vaak na een jaar weer in beeld komen, meestal omdat ze dakloos raken en dan geen hulp meer willen. Hierbij is de aanname dat onder de dakloze jongeren 70% behandeld is geweest in jeugdzorg met verblijf.
Een belangrijk punt dat naar voren komt, is dat betaalbare huisvesting een belangrijke behoefte is voor veel jongeren, naast de noodzaak van bestaanszekerheid zonder schuldenlast vanaf 18 jaar. Deze behoefte aan bestaanszekerheid omvat toegang tot huisvesting, minimaal één volwassen steunpunt, dagbesteding/school/werk, financiële zelfstandigheid, en vrijetijdsbesteding/zelfinzicht. Om een inschatting te kunnen maken van de vraag naar plekken voor jeugdzorg
met verblijf is gekeken naar de beschikkingen Jeugdzorg per 1 januari 2023 (gemeentelijke registraties), uitgesplitst naar de woonvormen residentieel,
pleegzorg, gesloten plaatsing en gezinsgericht (gezinshuizen, zorgboerderijen).
30
Op 1 januari 2023 maakten ongeveer 3.000 jongeren in de gemeente Den Haag
Uitstroom vanuit jeugdzorg met verblijf
bestaan diverse zorgvormen die afgestemd zijn op de specifieke behoeften van
deze verlengd; dit duurt maximaal 5 jaar, tot de jongere 23 jaar is. Voor het
instellingen waar jongeren 24-uurs begeleiding krijgen, vaak met het doel om
jonge kinderen. Voor hen is een vraag naar eigen woonruimte voorlopig niet aan
gebruik van een vorm van jeugdzorg met verblijf (tabel 6.1). In de jeugdzorg kinderen en jongeren. Residentiële zorg biedt een woonomgeving binnen
hen te stabiliseren en voor te bereiden op een terugkeer naar een thuisomgeving.
Pleegzorg daarentegen plaatst kinderen tijdelijk of langdurig in het huishouden
van pleegouders, waar ze in een meer gezinsachtige setting de nodige zorg en stabiliteit ontvangen. Gesloten plaatsing, of gesloten jeugdzorg, is bedoeld voor jongeren met ernstige gedragsproblemen die in een beveiligde setting
behandeld worden om risico's van weglopen of schade te beperken. Ten slotte benadrukt gezinsgerichte zorg de behandeling van het hele gezin, waarbij
interventies zoals gezinstherapie of intensieve gezinsbehandeling ingezet worden om de onderlinge dynamiek te verbeteren en het gezin als geheel te ondersteunen.
Op basis van demografische ontwikkelingen (basisprognose) verwachten we dat de totale vraag naar jeugdzorgvoorzieningen in de komende jaren stabiel zal blijven. Tabel 6.1: Basisprognose jongeren in vormen van jeugdzorg met verblijf Woonvorm 2023 2030 2040 Residentieel 2.590 2.565 2.625 Pleegzorg 615 605 605 Gesloten plaatsing 50 50 50 Gezinsgericht 60 55 55 Totaal* 3.310 3.275 3.335 Bron: Gemeentelijke registraties Jeugd (2023) * Aantallen zijn hoger dan het aantal jeugdigen omdat jeugdigen in meerdere woonvormen actief kunnen zijn. In totaal hadden 3.000 jongeren in 2023 een vorm van jeugdhulp met verblijf.
518.111 | Woonzorganalyse
Begeleiding vanuit de jeugdwet stopt in principe na het 18e jaar, maar soms wordt
grootste deel gaat het binnen de jeugdzorg met verblijf om zorg aan relatief de orde. In dit onderzoek richten we ons op de kwetsbare jongeren van 15 tot 17
jaar in jeugdzorg met verblijf. Deze groep zit tegen de leeftijdsgrens van jeugdzorg aan en zal daarom in de komende jaren een stap op de woningmarkt
(willen) zetten. Begin 2024 gaat dit om zo’n 560 jongeren. Voor de berekening
van de verwachte uitstroom nemen we het gemiddelde aantal van de 15 tot 17jarigen. We schatten in dat er jaarlijks zo’n 185 jongeren uitstromen.
Uitstroom vanuit jeugdzorg met verblijf naar gewenste woonvorm: – Zelfstandig wonen (eventueel met ambulante begeleiding) 25% – Geclusterd wonen met begeleiding/kamertraining 45% – Beschermd Wonen (Wmo/Wlz) 10% – Verlengde jeugdzorg 20% Een deel van de jongeren die uitstromen uit jeugdzorg kan direct zelfstandig gaan wonen, anderen hebben eerst behoefte aan een ‘tussenvorm’ in de vorm van geclusterd wonen met begeleiding (bijvoorbeeld Kamertraining) of gespikkeld wonen (bijvoorbeeld in de vorm van een tiny house in de nabijheid van het gezinshuis waar de jongere eerst woonde). Er is ook een groep met een intensievere zorgvraag, die doorstroomt richting Beschermd Wonen (Wmo of Wlz). Bovenstaande aannames over uitstroomrichting zijn gebaseerd op de opgehaalde input uit de werksessies van de samenwerkingspartners. De uitstroom is terug te vinden in de factsheets. Het beleid van de gemeente is erop gericht om jaarlijks 100 woningen beschikbaar te stellen voor jongeren die uitstromen uit jeugdzorg met verblijf.
31
De focus ligt op het uitbreiden van verlengde jeugdzorg, met als doel jongeren pas te laten uitstromen wanneer ze er echt klaar voor zijn. Als beleid wordt voorgesteld om jongeren tot 24 jaar de mogelijkheid te bieden in verlengde jeugdzorg/Wmo te blijven, met als doel jongeren pas te laten uitstromen wanneer ze daar echt klaar voor zijn.
Alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Naast de wettelijke taakstelling is er in Den Haag een verplichting voor de opvang van 121 alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV'ers). Deze aandachtsgroep wordt nader toegelicht op pagina 36 in het hoofdstuk over statushouders.
Momenteel worden er veel woningen gerealiseerd die groter zijn dan 50 m², terwijl er ook een dringende behoefte is aan kleinere, geschikte woonruimtes voor jongeren. Deze kunnen gespreid en op kleinere schaal (< 50 m²) ontwikkeld worden. Echter, de ontwikkeling van kleinere woningen stuit op financiële uitdagingen bij woningcorporaties. Grotere woningen maken efficiënter gebruik van de beschikbare ruimte voor gemeenschappelijke voorzieningen zoals gangen, liften en trappenhuizen, waardoor de relatieve bouwkosten per vierkante meter worden verlaagd. In het Woningwaarderingsstelsel (WWS) krijgen kleinere woningen over het algemeen minder punten omdat de oppervlakte een belangrijke factor is in het puntensysteem, wat resulteert in een lagere maximaal toegestane huurprijs. Dit beperkt de huurinkomsten die woningcorporaties kunnen genereren uit kleinere woningen, wat een negatieve impact heeft op de financiële haalbaarheid van het realiseren van dergelijke woningen. Een oplossing zou kunnen zijn om flexibele woningen te creëren die, indien nodig, gecombineerd kunnen worden. Hoewel er voorbeelden zijn waar dit is gerealiseerd, is samenvoeging van woningen geen gangbare praktijk. Er is momenteel een grote vraag naar kleinere woningen in Den Haag en vormen een belangrijk speerpunt in de prestatieafspraken met corporaties.
Plannen voor de bouw van kleinere woningen bestaan, maar deze komen niet van de grond. Door analyses en visievorming zullen prestatieafspraken en de benodigde differentiatie worden vastgesteld. Friends-concepten, waarbij jongeren samen een kamer huren, kunnen ook als oplossing dienen.
518.111 | Woonzorganalyse
32
7 (Dreigend) dak- en thuislozen Mensen die dakloos zijn of raken, kunnen in sommige gevallen een beroep doen op de Maatschappelijke Opvang. Het gaat om mensen die om uiteenlopende redenen een huisvestingsprobleem hebben. De meerderheid van dakloze mensen komt niet in aanmerking voor Maatschappelijke Opvang. De meerderheid wordt als zelfredzaam of niet-rechthebbend beschouwd of staat op de wachtlijst. Maatschappelijke Opvang is per definitie tijdelijk: het is altijd de bedoeling dat mensen die hier verblijven, op enig moment weer zelfstandig gaan wonen. Mensen voor wie dit niet haalbaar blijkt, stromen soms door naar Beschermd Wonen of een tussenvorm/geclusterd wonen. De verantwoordelijkheid voor het bieden van Maatschappelijke Opvang is belegd bij centrumgemeenten. In de regio Haaglanden vervult de gemeente Den Haag deze taak voor de eigen gemeente en de omliggende gemeenten. Doel is om mensen die dakloos zijn en verschillende hulpvragen hebben zo snel mogelijk op de juiste plek te krijgen met passende zorg en ondersteuning. Van het straatconsulaat hebben we informatie ontvangen over het aantal plekken Maatschappelijke Opvang in MO-regio Den Haag. In totaal gaat het in 2023 om 455 vaste plekken en 334 variabele plekken. Er is een wachtlijst voor maatschappelijke opvang.en bestaat op 1 december 2023 uit 52 personen (Nachtopvang 30; Meiden 6; Jongens 16).
518.111 | Woonzorganalyse
Tabel 7.1: Opvangplekken Maatschappelijk Opvang in Den Haag Type opvang Aantal vaste Aantal variabele plekken plekken Alleenstaanden 339 + 220 (winter) Jongeren 52 Gezinnen 64 114 Totaal 455 +334 Bron: Voortgangsrapportage aanpak dakloosheid (2023)
Totaal 559 52 178 789
Vanuit de Maatschappelijke opvang in regio Haaglanden stroomden in 2023 zo’n 100 alleenstaanden en 112 gezinnen uit. Dit betekent niet dat deze personen allen zijn uitgestroomd naar vervolghuisvesting binnen de gemeente. In 2023 stroomden er in totaal 87 alleenstaanden uit de maatschappelijke 24uurs opvang naar de gemeente Den Haag. Zij doen niet allemaal een beroep op de reguliere woningmarkt, want een deel stroomt ook uit naar bijvoorbeeld een tussenvorm/geclusterd wonen met begeleid wonen of een Beschermd Wonen voorziening. De volgende uitstroomgegevens zijn bij de gemeente bekend: Tabel 7.2: Uitstroom alleenstaanden naar Den Haag Uitstroom naar Den Tot 27 jaar 27 jaar of ouder Haag Zelfstandig wonen 7 48 (met ambulante begeleiding) Geclusterd wonen 0 3 (tussenvorm) Beschermd Wonen 2 8 Onbekend 6 13 Totaal 15 72 Bron: Gemeentelijke registraties (2023)
Totaal 55
3 10 19 87
33
Uit deze gegevens blijkt dat er sprake was van 55 alleenstaande uitstromers uit de Maatschappelijke Opvang naar zelfstandig wonen in 2023, en 3 naar een tussenvorm in een geclusterde woning. Daarnaast is van 19 personen niet bekend waar zij naartoe zijn uitgestroomd.
huishoudens met een woonvraag naar een zelfstandige woning na uitstroom uit de maatschappelijke opvang.
Van de uitstromers uit de opvang voor gezinnen is voor de centrumgemeente niet bekend naar welke plaats en welke woonvorm zij uitstromen in de regio. Van alleenstaanden is 87% uitgestroomd vanuit maatschappelijke opvanglocaties in de MO-regio naar de gemeente Den Haag. De meeste uitstroom vindt voor gezinnen ook plaats in de centrumgemeente Den Haag. Als we dit percentage van 87% ook voor gezinnen aanhouden, dan gaat het om ongeveer 97 gezinnen die uitstromen naar Den Haag. Op basis van de gemeentelijke registraties, waarbij bekend is hoeveel gezinnen uitstromen naar regulier en het eigen netwerk, en de voorgestelde aannames voor de uitstroom naar beschermd wonen en een tussenvorm, uit de werksessie aandachtsgroepen (februari 2024), schatten wij de volgende uitstroompercentages:
De vraag naar een zelfstandige woonruimte is waarschijnlijk veel groter dan op basis van de uitstroomcijfers uit de maatschappelijke opvang kan worden weergegeven. Zo staan er alleen al 1.750 personen in Den Haag als dakloos ingeschreven bij de Sociale Verhuurders Haaglanden. Dit zijn veelal personen die als ‘economisch daklozen’ kunnen worden geclassificeerd. Dit is een groeiende groep personen in Nederland die na een ingrijpende gebeurtenis zoals een scheiding of faillissement de huidige woning niet meer kunnen betalen, maar ook niet terecht kunnen op de huidige woningmarkt omdat de huren te hoog zijn. Zij komen meestal ook niet in aanmerking voor een plek in de maatschappelijke opvang, omdat zij als voldoende zelfredzaam worden gezien. Deze mensen verblijven veelal bij bekenden of op onconventionele plekken, dit is geen houdbare situatie en de behoefte aan een zelfstandige woonruimte is dus dringend.
Tabel 7.3: Aannames van de uitstroomrichting van gezinnen naar Den Haag Woonvorm Percentage Zelfstandig wonen (met ambulante 45% begeleiding) Tussenvorm 30% Beschermd Wonen 15% Vorige thuissituatie of bij eigen netwerk 10% Bron: Gemeentelijke registraties (2023) met bewerking Companen met de voorgestelde aannames vanuit de werksessie aandachtsgroepen (februari 2024)
De groep dak- en thuislozen is groter dan uitstromers uit Maatschappelijke Opvang
Dit komt neer op rond de 45 gezinnen per jaar die uitstromen naar zelfstandig wonen in gemeente Den Haag. In totaal gaat het dan om ongeveer 100
518.111 | Woonzorganalyse
34
8 Statushouders Statushouders zijn vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen, op grond waarvan ze in Nederland mogen blijven. Gemeenten in Nederland zijn verplicht om vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen passende woonruimte te bieden. Deze mensen worden door het COA gekoppeld aan gemeenten. Daarna is het de taak aan de gemeente om te zorgen voor een woning.
Taakstelling: historie en prognose
De minister van Justitie en Veiligheid maakt elk half jaar bekend hoeveel statushouders er in Nederland moeten worden gehuisvest. Het totaal aantal te huisvesten statushouders wordt naar rato van het aantal inwoners in de gemeenten over de gemeenten verdeeld; dit levert een ‘taakstelling’ per gemeente op. De taakstelling voor statushouders fluctueert sterk, afhankelijk van het aantal vluchtelingen dat naar Nederland komt en een verblijfsvergunning krijgt. Er is gebruik gemaakt van de taakstellingen van Den Haag van de afgelopen tien jaar, om een schatting te maken van de toekomstige verwachte taakstelling. Hiervoor hebben we twee scenario’s uitgewerkt: • Het trendmatige scenario gaat uit van een taakstelling die gelijk is aan het gemiddelde van de afgelopen 5 jaar in de gemeente. • Het hoge scenario gaat in de gemeente uit van een gemiddelde taakstelling die gelijk staat aan die in de hoogste 2 jaren sinds 2013. In deze prognoses is de achterstand in huisvesting van 106 personen op 1 januari 2024 niet meegenomen.
518.111 | Woonzorganalyse
Figuur 8.1: Terugblik en prognose taakstelling statushouders gemeente Den Haag 1516 1600 1301
1400
1409
1200 1000
866
800 600 400
317
758 728
694 726
390
745
362 363
200 0
2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026
Trendmatig
Hoog
Historie
Bron: Overzicht huisvesting vergunninghouders 01-04-2024, bewerking Companen
Woningbehoefte
Om te bepalen hoeveel woningen er nodig zijn voor het huisvesten van statushouders, werken we met een gemiddelde huishoudensgrootte 2 personen (bron: werksessie aandachtsgroepen 28 februari 2024). Door de taakstelling door 2 te delen wordt dan het aantal benodigde woningen berekend. In het trendmatige scenario komt dit neer op 373 woningen, in het hoge scenario gaat het om 704 woningen. Wat betreft de woonruimte om statushouders te huisvesten doen gemeenten vaak een beroep op de reguliere woningen in de sociale huurvoorraad. Maar het kan ook gaan om flexwoningen of gedeelde woningen. Om statushouders een geschikte reguliere woning aan te kunnen bieden, is het belangrijk dat de aangeboden woning past bij de gezinsgrootte.
35
Alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Naast de wettelijke taakstelling is er in Den Haag een verplichting voor de opvang van 121 alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV'ers). Een deel van de jongeren in jeugdzorg met verblijf bestaat uit alleenstaande minderjarige vreemdelingen. De verwachting is dat het aandeel minderjarige vreemdelingen in jeugdzorg met verblijf de komende jaren gaat toenemen. 5 Wanneer alleenstaande minderjarige vreemdelingen uitstromen, zullen zij worden opgenomen in de factsheets als onderdeel van de uitstroom uit de jeugdhulp met verblijf. We hanteren hierbij dezelfde percentages voor de verschillende uitstroomrichtingen. Landelijk is 59% van de AMV’ers in de leeftijdscategorie 16-18 jaar.6 Om een inschatting te maken van de jaarlijkse uitstroom (18+), delen we de leeftijdscategorie 16-18 jaar door drie. Dit komt uit op gemiddeld 10 AMV’ers die beroep kunnen doen op een zelfstandige woonruimte of een tussenvoorziening als kamertraining.
5 Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). (2023). Migratieradar https://ind.nl/nl/documenten/11-2023/migratieradar-najaar-2023.pdf
518.111 | Woonzorganalyse
najaar
2023.
Centraal Bureau voor de Statistiek. (2024). Alleenstaande minderjarige vreemdeling; nationaliteit, geslacht en leeftijd [82045NED]. Geraadpleegd van https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82045NED/table
6
36
9 Uitstroom detentie en forensische zorg Een verblijf in een penitentiaire inrichting is een ingrijpende gebeurtenis. Deze tijdelijke onttrekking aan de samenleving kan ervoor zorgen dat mensen hun huis kwijtraken. Personen die langer dan drie maanden in detentie hebben gezeten, kunnen bij uitstroom een beroep doen op urgentie voor een sociale huurwoning. In de voorgenomen wet Versterking regie op de volkshuisvesting worden gedetineerden bij een detentie van 3 maanden of langer als urgent beschouwd. Om de jaarlijkse omvang van de groep uitstromers die langer dan drie maanden in detentie hebben gezeten te schatten, is gebruik gemaakt van data van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). Voor gemeenten met meer dan 20 uitstromers is de detentieduur per gedetineerde bekend voor de jaren 2017 tot en met 2021. Voor Den Haag zijn dus uitstroomcijfers inclusief detentieduur van 2017 tot 2021 bekend. We hebben het gemiddeld aantal uitstromers met een detentieduur van 3 maanden of langer berekend over de periode 20172021. Het gaat om gemiddeld 377 personen die jaarlijks uitstromen in gemeente Den Haag die aanspraak zouden kunnen maken op urgentie voor een sociale huurwoning.
Voor de schatting van de woonbehoefte van deze groep hanteren we het uitgangspunt dat naar voren komt in het landelijk onderzoek van Bzk en hierbij stroomt 20% tot 35% uit naar een zelfstandige sociale huurwoning. Uitgaande van dit percentage komt de verwachte woningbehoefte voor de gemeente Den Haag neer op circa 75 tot 132 woningen per jaar voor de gemiddelde jaarlijkse uitstroom van 377 personen uit detentie met een detentieduur van langer dan 3 maanden.
Forensische zorg
Personen die uitstromen uit forensische zorg stromen veelal uit naar forensisch beschermd wonen, en soms direct naar reguliere huisvesting. Forensisch beschermd wonen is een verblijfsvoorziening met persoonlijke zorg en ondersteunende begeleiding in een beschermde woonomgeving. Wanneer cliënten (direct of vanuit forensisch beschermd wonen) uitstromen naar reguliere huisvesting, is de mogelijkheid tot het ontvangen van ambulante begeleiding belangrijk. Er zijn geen feitelijke cijfers beschikbaar van het aantal uitstromers uit forensisch beschermd wonen en forensische zorg dat een beroep doet op een zelfstandige sociale huurwoning in de gemeente Den Haag. Landelijk zijn er jaarlijks zo’n 500 mensen uit forensisch beschermd wonen en 500 mensen uit forensische zorg die uitstromen naar reguliere huisvesting. Om een inschatting te maken van de uitstroom in de gemeente, verdelen we deze landelijke aantallen naar inwonertal in de gemeenten in de provincie. Deze inschatting komt neer op gemiddeld zo’n 31 uitstromers in Den Haag.
In de praktijk zal slechts een deel hiervan gebruik maken, omdat uitstromers ook kunnen terugkeren naar hun eigen woning of intrekken bij een naaste, of uitstromen naar een MOBW (Maatschappelijke Opvang; Beschermd Wonen) voorziening. Welk deel van de 377 uitstromers daadwerkelijk een beroep doet op urgentie is onbekend.
518.111 | Woonzorganalyse
37
10 Uitstappende sekswerkers Bij uitstappende sekswerkers gaat het om mensen die voormalig als sekswerker hebben gewerkt en daarmee gestopt zijn, waarbij uitstroom plaatsvindt via uitstapprogramma’s die vallen onder de DUUP regeling (Decentralisatieuitkering Uitstapprogramma’s voor Prostituees). Landelijk gezien stromen er jaarlijks ongeveer 650 sekswerkers in bij een uitstapprogramma. Bijna de helft van de jaarlijkse instroom stapt ook daadwerkelijk uit met behulp van een uitstapprogramma. Er stromen dus gemiddeld 300 sekswerkers per jaar uit (Regioplan & Cebeon, 2019). Dit betekent dat er landelijk jaarlijks gemiddeld 300 woningen nodig zijn om in de behoefte te voorzien. Het is niet bekend hoe deze landelijke uitstroom zich verdeelt over provincies of regio’s. Daarom is niet te kwantificeren hoeveel uitstappende sekswerkers de gemeente Den Haag jaarlijks telt.