RIS323714 Bijlage 1 Nota van Beantwoording - Woonzorgvisie
Tekst van het document
Creëer passende woon-zorg plekken voor mensen met GGZproblematiek.
In paragraaf 2.3.6. wordt de formulering van het tekstdeel over de voorgenomen verhoging van het aantal convenantwoningen aangepast. De tekst over het Oranje Huis in paragraaf 2.3.5 is aangepast. De acties voor aandachtsgroepen in paragraaf 3.2.3 worden aangepast. Hier wordt ook het realiseren van Bijzonder Thuis plekken aan toegevoegd. In paragraaf 2.3.6 wordt toegevoegd dat de Woonzorgvisie aansluit bij de aanpak van het Beleidskader aanpak dakloosheid 2023-2030.
14.
Initiatiefgroep Knarrenhof® Den Haag en Stichting Knarrenhof®
Antwoord:
Namens Initiatiefgroep Knarrenhof® Den Haag en Stichting Knarrenhof® geven we hierbij onze zienswijze op het Ontwerp Woonzorgvisie 2040 ‘Samen zorgen voor een thuis’.
Het is prettig om te horen dat Knarrenhof positief kijkt naar de Ontwerp Woonzorgvisie. Hieronder gaan wij in op de opmerkingen en vragen uit de zienswijze.
Wij vinden het mooie, zorgvuldige woonzorgvisie die redelijk compleet lijkt, en die een goed begin is voor verdere uitwerking. Niettemin hebben we een paar opmerkingen en daaruit voorkomende vragen. Het concept Knarrenhof® zoals o.a. uiteengezet in het Haags-Knarrenhof® concept, sluit heel goed aan bij de ambities in de Woonzorgvisie 2040. Onze vraag is: hoe gaat de gemeente Den Haag ervoor zorgen dat het minder ingewikkeld wordt om Knarrenhof® -en in Den Haag te realiseren? Hoe zit het met de organisatorische processen bij de gemeente die essentieel zijn voor het realiseren van deze visie en dus van bijvoorbeeld een Knarrenhof ®? Hoe krijgen innovatieve woonzorg-burgerinitiatieven, cpo’s, wooncoöperaties of groepswoneninitiatieven eenvoudiger/vanzelfsprekender plek in gebiedsontwikkelingen waarin de inrichting van de ruimte verdeeld is via tenders naar grote ontwikkelaars of wooncorporaties? Hoe voorkom je bij plannen de hoge druk die op bestaande (tijdelijke) locaties komt te liggen, waardoor woonzorg-initiatieven op termijn ook onder druk komen? Het is noodzakelijk brandje blussen, maar vertraagt voor de uitvoering op lange termijn.
In de visie komt het belang naar voren van het ‘inrichten van zorgzame buurten, waar wonen, zorg en welzijn in samen- hang zijn georganiseerd.’ Naast stroomlijning/aanpassing om welzijns- en zorgorganisaties buurtgerichter te laten functioneren zal de woonzorgvisie zichtbaar/merkbaar moeten zijn in de ruimtelijke inrichting van de buurt en de inrichting/ontwerp/ligging van woongebouwen, seniorencomplexen, geclusterde woonvormen, Knarrenhof ® -en, etc. Is het mogelijk in deze woonzorgvisie concreter bouwtechnische/architectonische uitgangspunten daarvoor vast te leggen? Bouwtechnische architectonische eisen voor een contact-bevorderende inrichting zowel voor de toegankelijkheid van die gebouwen als voor de gebruikelijke interne verkeersruimten van gangen, trappen, galerijen, hallen, binnentuinen dat verder gaat dan een ontmoetingsruimte op loopafstand, een gezamenlijke scootmobiel-stalling of parkeergarage? Op die manier ervoor zorgen dat er gebouwd wordt conform: ‘het welbevinden en het woongeluk te vergroten, eenzaamheid te bestrijden, gemeenschapszin te bevorderen en de zelf- en samenredzaamheid van bewoners te versterken.’ Kan je dit mede te stimuleren door toekomstige bewoners van die zorgzame buurten of gebouwen vroegtijdiger stem en bevoegdheid te geven bij de inrichting daarvan om zo medeverantwoordelijkheid/eigenaarschap te bevorderen?
Concept Knarrenhof® Initiatiefgroep Knarrenhof® Den Haag is bekend bij de gemeente. Het concept Knarrenhof® sluit inderdaad aan bij ambities van de Ontwerp Woonzorgvisie, zoals het realiseren van innovatieve en collectieve woon(zorg)concepten. Ook sluit het concept aan bij de ambities van het Stimuleringsplan innovatieve woonvormen (RIS316966). In de uitvoering daarvan verrichten wij verschillende inspanningen om de ontwikkeling van collectieve en innovatieve woonvormen te stimuleren, waaronder het inventariseren van potentiële locaties voor zulke woonvormen en het bieden van procesbegeleiding aan initiatiefgroepen. Daarnaast werken we aan het creëren van een level playing field voor zulke woonvormen, door innovatieve woonvormen te verankeren in relevante beleidsstukken en door het ontwikkelen van standaardteksten/-artikelen voor bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten en planuitwerkingskaders. Ruimtelijke inrichting en bouwtechnische uitgangspunten Onze ambitie is dat woonvormen en woonzorgconcepten voor aandachtsgroepen onderdeel uitmaken van de wijk waarin deze zich bevinden, zodat ook de inwoners van deze woonvormen onderdeel uitmaken van een inclusieve samenleving (zie paragraaf 2.3.3). In de Woonzorgvisie leggen we geen bouwkundige en architectonische eisen aan bouwwerken vast.
Zulke eisen zijn in landelijke regelgeving vastgelegd, namelijk het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het Rijk staat gemeenten niet toe om aanvullende eisen te stellen die verder reiken dan het Bbl. Het betrekken van inwoners en aansluiten bij bewonersinitiatieven is een belangrijk onderdeel van de inrichting van zorgzame buurt. Dit wordt benoemd in paragraaf 3.2.5 van de Ontwerp Woonzorgvisie. Wijzigingen: Geen wijzigingen.
15.
Centrum Groepswonen
Antwoord:
Centrum Groepswonen Den Haag is verheugd dat de gemeente in voorliggende woonzorgvisie middels een integrale aanpak uiteenzet hoe ze wonen passend, toegankelijk en betaalbaar wil gaan maken voor mensen die een woonzorgbehoefte hebben. En hoe er tevens voor kan worden gezorgd, dat bij een specifieke huisvestingsvraag, passende huisvesting en voldoende zorg en ondersteuning beschikbaar zijn.
Het is fijn om te horen dat Centrum Groepswonen zich kan vinden in de inhoud van de Ontwerp Woonzorgvisie. Hieronder gaan wij in op de twee punten waar Centrum Groepswonen aandacht voor vraagt. 1.
Locaties
Dit beleid ondersteunt de missie van Centrum Groepswonen om mensen te informeren en te adviseren over de mogelijkheden en kansen van groepswonen. Bewoners van woongroepen zijn bij elkaar betrokken en elkaar tot steun. Hierdoor wonen mensen langer zelfstandig, is men minder eenzaam, ontstaan zorgzame leefgemeenschappen en doet men vaak minder beroep op formele zorg. Deze betrokkenheid betreft niet alleen 50-plussers. Ook jongeren en andere doelgroepen zien de meerwaarde van het zelfstandig wonen en tegelijk voorzieningen delen en je buren ontmoeten en leren kennen bij gezamenlijke activiteiten. Bij Centrum Groepswonen hebben zich momenteel ruim 1600 mensen aangemeld met belangstelling voor een vorm van collectief wonen. Twee derde van deze mensen is 50-plus en bestaat voor een aanzienlijke deel uit mensen met een zorgbehoefte. Centrum Groepswonen vraagt extra aandacht voor de volgende ambities uit de woonzorgvisie: Locaties Het vinden en toewijzen van locaties voor initiatieven is een van de grootste uitdagingen om meer geschikte woningen te kunnen realiseren. Hoe organiseer je het urgentiebesef bij alle betrokkenen en is een gezaghebbende coördinator een manier om dit proces te versnellen? Ook nieuw beleid om leegstand van vastgoed in Den Haag actief te ontmoedigen is een middel om overal in de bestaande stad ruimte te vinden.
Wanneer gaat deze anti leegstandsverordening van kracht? 2. Toewijzingsbeleid Een ander toewijzingsbeleid wordt verbonden aan beter gebruiken van de bestaande woningvoorraad terwijl het ook gezien kan worden als instrument voor collectieve woonvormen, friendswoningen of bijvoorbeeld cultuursensitieve woongroepen in nieuwbouwprojecten. Een ander voorrangsbeleid binnen het woonruimteverdeelsysteem biedt kans om voor innovatieve woonvormen de juiste doelgroep te bereiken. Dit is belangrijk om vitale en zorgzame buurten te kunnen vormen.
Het klopt dat het vinden van locaties voor initiatieven een grote uitdaging is. Sinds april 2024 werken wij aan de uitvoering van het Stimuleringsplan innovatieve woonvormen (RIS316966). Het zoeken van geschikte locaties en informatieverspreiding onder betrokkenen binnen en buiten de gemeente zijn zaken die wij al doen binnen onze aanpak. Het tegengaan van leegstand is een manier om ruimte te vinden binnen de bestaande stad. In de uitwerkingsnota Bestrijding Leegstand (RIS320622) zijn hiervoor verschillende maatregelen uitgewerkt, waaronder de voorbereiding van een leegstandsverordening voor woningen. De gemeente heeft zich aangemeld voor deelname aan de landelijke experimenteerruimte om extra instrumenten in te kunnen zetten.
1.
Deze ambitieuze ontwerp-woonzorgvisie vraagt van alle betrokkenen – en zeker van de gemeente!veel aandacht, gecoördineerde inzet en capaciteit om van visie tot concrete uitvoering te komen. Naar resultaten wordt al door veel mensen in Den Haag uitgekeken. Centrum Groepswonen draagt graag bij aan de informatieverstrekking over innovatieve woonvormen, advies over het vormen van woongemeenschappen en het vinden van de passende bewoners.
2. Toewijzingsbeleid We voegen aan paragraaf 3.2.1 bij de actie over het ontwikkelen van een ander woonruimteverdeelsysteem toe dat dit zich ook richt op collectieve woonvormen. Ook voegen we in paragraaf 3.2.1 als actie toe dat we pilots met andere manieren van woningtoewijzing faciliteren. Tenslotte benoemt Centrum Groepswonen dat het gecoördineerde inzet en capaciteit vergt om van visie tot uitvoering te komen. Dat klopt en daarom werken wij de ambities van de Woonzorgvisie nader uit in een stadsbreed uitvoeringsplan en gebiedsgerichte uitvoeringsplannen (zie paragraaf 4.1). Wijzigingen: In paragraaf 3.2.1 wordt toegevoegd dat de actie om een ander woonruimteverdeelsysteem te ontwikkelen zich ook richt op collectieve woonvormen. Ook wordt aan deze paragraaf als actie toegevoegd dat de gemeente pilots met andere manieren van woonruimteverdeling faciliteert.
16.
NOMEA
Antwoord:
De Woonzorgvisie 2040 bevat veelbelovende ambities voor kwetsbare doelgroepen, maar laat één belangrijke groep buiten beeld: vitale ouderen met een bovengemiddeld inkomen, die niet in aanmerking komen voor sociale huur, maar wel degelijk behoefte hebben aan ondersteuning bij het realiseren van passende woonvormen.
De Ontwerp Woonzorgvisie richt zich op alle ouderen in de gemeente, ongeacht hun inkomen. In paragraaf 2.2 benoemen wij expliciet dat ouderen een diverse groep vormen, onder andere wat betreft woonwensen en financiële middelen. Daarom streven wij ernaar een diversiteit aan woonvormen in verschillende prijssegmenten te realiseren voor ouderen (paragraaf 2.2). Het realiseren van meer innovatieve en collectieve woonvorm is een ambitie van de Ontwerp Woonzorgvisie (paragraaf 3.2.2). Ook werken we sinds april 2024 aan de uitvoering van het Stimuleringsplan innovatieve woonvormen (RIS316966), waarin als doelstelling is opgenomen om jaarlijks 100 woningen in de middenhuur en betaalbare koop te realiseren in een innovatieve woonvorm, zoals een woongroep. In het kader daarvan bieden wij ondersteuning aan initiatiefgroepen en zoeken wij naar locaties die geschikt zijn om een innovatieve woonvorm te realiseren. Initiatiefgroep NOMEA is bekend bij de gemeente en er bestaat contact tussen de gemeente en NOMEA.
Deze groep – zoals de initiatiefnemers van Woongroep Nomea – wil graag gezamenlijk, maar zelfstandig wonen in een appartementencomplex. Het zijn zelforganiserende burgers die verantwoordelijkheid nemen voor hun woon- en leefomgeving. Ze vragen geen zorg of subsidie, maar lopen in de praktijk tegen een gebrek aan passende ondersteuning aan. Alles – van locatie tot ontwikkeling en financiering – moeten ze zelf uitzoeken, zonder dat de gemeente hierop faciliteert of anticipeert. Dat is een gemiste kans. Want juist deze ouderen maken door hun verhuizing eengezinswoningen vrij, stimuleren doorstroming op de woningmarkt en zorgen voor sociale cohesie in de wijk. Ze dragen bij aan de oplossing, niet aan het probleem. Wij pleiten daarom voor: * * * *
17.
Structurele erkenning van deze groep als volwaardige doelgroep binnen het woonbeleid; Gemeentelijke ondersteuning bij het vinden van locaties en het doorlopen van procedures; Actieve samenwerking met initiatiefgroepen zoals Woongroep Nomea; Het reserveren van ruimte binnen de woningbouwopgave voor collectieve wooninitiatieven in het middensegment.
Alleen door ook ruimte te maken voor dit soort toekomstgerichte woonvormen, geven we écht invulling aan het motto “Samen zorgen voor een thuis”. Haagse Tafel Wonen Namens de Haagse Tafel Wonen danken wij u voor de mogelijkheid om een reactie te geven op de Ontwerp Woonzorgvisie. Wij waarderen de inzet om tot een visie te komen die anticipeert op de vergrijzing, de veranderende zorgbehoeften en de noodzaak van passende woonvormen voor een diverse en veranderende bevolking van Den Haag. Tegelijkertijd willen wij een aantal overwegingen en aanbevelingen meegeven voor de verdere uitwerking en uitvoering. 1. Gebiedsgerichte benadering als fundament De Haagse Tafel Wonen benadrukt het belang van een gebiedsgerichte en integrale aanpak vanaf de voorkant van het proces. Een visie is slechts effectief als deze gestoeld is op een solide analyse van data op wijk- en buurtniveau. Wij pleiten daarom voor het ontwikkelen van een
Wijzigingen: Geen wijzigingen.
Antwoord: Hieronder gaan wij per punt in op de zienswijze van Haagse Tafel Wonen:
1.
Gebiedsgerichte benadering als fundament Voor de uitvoeringsfase zullen wij naast een stadsbreed uitvoeringsplan ook gebiedsgerichte uitvoeringsplannen opstellen (zie paragraaf 4.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie). Met de gebiedsgerichte
‘kansenkaart’ waarin per gebied inzichtelijk wordt gemaakt welke maatschappelijke en ruimtelijke opgaven er spelen, en welke woon- en zorg doelgroepen prioriteit hebben.
2. Direct starten met de uitvoeringsagenda Wij adviseren om de uitvoeringsagenda gelijktijdig met de Woonzorgvisie vast te stellen. Daarmee kan Den Haag snel schakelen richting uitvoering, en worden betrokken partijen gestimuleerd om hun inzet concreet te maken. De visie blijft anders te abstract. In de uitvoeringsagenda kunnen wij als marktpartijen: ontwikkelaars, beleggers en woningcorporaties gezamenlijk meedenken hoe de gewenste aantallen ook daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd. 3. Van standaardambities naar maatwerk per gebied De Haagse Tafel Wonen pleit voor het loslaten van standaardambities die generiek voor de hele stad gelden. In plaats daarvan bevelen wij aan om op basis van gebiedsspecifieke data en actuele behoeften maatwerkambities te formuleren per ontwikkeling. Daarnaast is het van belang om niet uitsluitend te sturen op aantallen woningen en prijssegmenten, maar ook op de maatschappelijke opgaven. Daarbij doen wij een oproep, dat het mogelijk moet zijn om bij het ontwikkelen voor bijzondere doelgroepen, dit bijvoorbeeld te verdisconteren met het vereiste aantal sociale woningen.
4. Sturing ondanks beperkte gemeentelijke grondeigendom De Gemeente Den Haag heeft relatief weinig eigen grond. Desondanks kan zij wél sturen, door vroegtijdig richting ontwikkelaars aan te geven: “dit willen wij, en daar zetten wij ons gemeentelijk apparaat op in.” Daarbij is het essentieel dat de gemeente keuzes maakt en niet alle ambities tegelijk op een project stapelt, maar inzet op een integrale en haalbare benadering per locatie. Het helpt als ambities onderling inwisselbaar zijn – dus niet elk project hoeft álle doelen te realiseren, zolang de stad als geheel maar in balans is. Dit willen wij als Haagse Tafel Wonen uitwerken middels de Ambitieroos, die in de Actie Agenda Wonen is opgenomen als concrete actie, zie bijlage. Daarvoor is het van belang dat er binnen de gemeente een domein overstijgend overleg is, waarin daadwerkelijk gebiedsgerichte afspraken en maatwerk kunnen worden vastgesteld.
uitvoeringsplannen sluiten we aan bij de gebiedsvisies, die een uitwerking zijn van de Omgevingsvisie. Hierin wordt per gebied inzichtelijk gemaakt welke ruimtelijke en maatschappelijke opgaven er spelen. 2. Direct starten met de uitvoeringsagenda Na vaststelling van de Woonzorgvisie door de gemeenteraad gaan wij voortvarend aan de slag met het opstellen van de uitvoeringsplannen. De uitvoeringsfase van de Woonzorgvisie wordt nader beschreven in paragraaf 4.1
3. Van standaardambities naar maatwerk per gebied In de uitwerking van de gebiedsgerichte uitvoeringsplannen stellen we de prioriteiten per gebied vast. Hierbij sluiten we aan bij de uitwerking van de gebiedsvisies van de Omgevingsvisie. Met de Woonzorgvisie richten wij ons naast de realisatie van voldoende woningen in diverse prijssegmenten ook op de specifieke opgaven voor de aandachtsgroepen. We kijken per project naar de invulling van het woonprogramma. 4. Sturing ondanks beperkt gemeentelijk grondeigendom Zoals hiervoor aangegeven stellen we voor de uitvoeringsfase gebiedsgerichte uitvoeringsplannen op. We zoeken met diverse partijen, waaronder ontwikkelaars, de samenwerking op om de ambities van de Woonzorgvisie te realiseren. In de Actie Agenda Woningbouw 2025-2027 (RIS321746) is inderdaad opgenomen dat de gemeente een Ambitieroos ontwikkelt. Zoals uitgelegd in de Actie Agenda, besluiten uiteindelijk het college en de gemeenteraad op welke manier de Ambitieroos in de toekomst bij alle projecten gebruikt kan worden. Als dit duidelijk is, kunnen wij onderzoeken hoe wij dit meenemen in de uitvoeringsfase van de Woonzorgvisie. Naar aanleiding van dit punt voegen we de Actie Agenda Woningbouw 2025-2027 toe aan paragraaf 1.3 van de Woonzorgvisie, waarin met de Woonzorgvisie samenhangende beleidsprogramma's zijn opgenomen.
Ook voegen we aan paragraaf 4.1 onder de uitgangspunten voor de uitvoering toe dat we oog hebben voor de balans tussen de ambities van de Woonzorgvisie en de ontwikkeling van de Ambitieroos vanuit de Actie Agenda Wonen. 5.
5. Stad in balans: breder dan inkomensverdeling Wij pleiten ervoor om het begrip “Stad in balans” breder te interpreteren dan uitsluitend in termen van koopkracht of inkomensverdeling. Balans kan ook gaan over generaties, gezondheid, mobiliteit of vormen van samenleven. Ook hier is gebiedsgericht maatwerk essentieel. Het stimuleren en sturen op bijvoorbeeld doorstroming van ouderen, vanuit een grote koopwoning naar een toegankelijk appartement kan in een specifieke wijk van groter belang zijn, dan sec de toevoeging van betaalbare woningen.
Stad in balans: breder dan inkomensverdeling 'Bouwen aan een stad in balans’ is de hoofdambitie van de Woonvisie Den Haag 2040 (RIS319812). Deze hoofdambitie is in de Woonvisie Den Haag 2040 uitgewerkt in vier speerpunten met daarbinnen diverse actielijnen. Hiermee streeft de gemeente ernaar om alle doelgroepen evenwichtig te bedienen en ervoor te zorgen dat Den Haag een stad is waar mensen prettig kunnen blijven en komen wonen. Dit gaat breder dan alleen inzet op betaalbare woningen. Eén van de speerpunten is bijvoorbeeld ‘passende huisvesting voor aandachtsgroepen’. Met de gebiedsgerichte uitvoeringsplannen van de Woonzorgvisie sluiten we aan bij de gebiedsvisies, die een uitwerking zijn van de Omgevingsvisie. Hierin wordt per gebied inzichtelijk gemaakt welke ruimtelijke en maatschappelijke opgaven er spelen. Op basis daarvan zoeken we een juiste balans tussen verschillende opgaven.
6. Flexibiliteit in parkeernormen Tot slot is de Haagse Tafel Wonen voorstander van flexibiliteit in parkeernormen, wanneer er voor de doelgroepen wordt ontwikkeld zoals genoemd in de Woonzorgvisie. Kijk niet alleen naar het type woning, maar vooral naar de doelgroep en eindgebruiker. Voor sommige doelgroepen – zoals ouderen, zorgbehoevenden of jongeren – ligt het autobezit significant lager. Pas hier de normen op aan.
7. Koopwoningen tussen de € 500.00,- en € 750.000,-
6. Flexibiliteit in parkeernormen Onder de uitgangspunten die gelden voor de uitvoering van de Woonzorgvisie is onder andere opgenomen dat we kijken naar quick wins om tempo te maken, waaronder flexibel zijn met parkeernormen (zie paragraaf 4.1). Dit doen we wel binnen de kaders van het geldende beleid inzake parkeernormen. 7.
Koopwoningen tussen de 500.000 en 750.000 De doorstroming van ouderen naar een passend huis is een belangrijke ambitie van de Ontwerp Woonzorgvisie (zie paragraaf 3.2.3). Hiervoor is het van belang dat er voldoende geschikte woningen worden gerealiseerd.
Wij vragen specifiek aandacht voor de ontwikkeling van toegankelijke woningen tussen de €500.000,- en € 750.000,-. De categorie zien wij langzaam aan verdwijnen in de nieuwbouw en is juist een belangrijk product om de ouderen uit de koop eengezinswoning door te laten stromen. Door het grote aantal betaalbare woningen, worden de resterende koopwoningen in een ontwikkeling vaak hoger in de markt gezet en dreigt dit segment aan woningen te verdwijnen.
Ouderen vormen een diverse groep wat betreft woonwensen en financiële middelen. Daarom vindt de gemeente het van belang dat er diverse woonconcepten in diverse prijssegmenten worden gerealiseerd (zie paragraaf 3.2.1 en paragraaf 3.2.5 onder het kopje ‘Wonen’). Wij nemen dit aandachtspunt mee in de uitvoering van de Woonzorgvisie.
Tot slot Wij zien de Woonzorgvisie als een belangrijk kader voor toekomstgerichte en mensgerichte stadsontwikkeling. Door gebiedsgericht te werken, maatwerk mogelijk te maken en vroegtijdig richting te geven aan partners, kan de gemeente een sterkere regierol pakken – ook zonder grootschalige grondeigendom. Wij denken graag mee in de vervolgfase van deze visie en de uitwerking van de uitvoeringsagenda.
De Haagse Tafel Wonen geeft tot slot aan te willen meedenken in de vervolgfase van de Woonzorgvisie. De gemeente waardeert dit aanbod en voegt aan paragraaf 4.1 van de Woonzorgvisie toe dat er jaarlijks een themasessie over wonen en zorg wordt georganiseerd met de Haagse Tafel Wonen. Wijzigingen: In paragraaf 1.3 van de Woonzorgvisie wordt de Actie Agenda Woningbouw 2025-2027 toegevoegd. In paragraaf 4.1 wordt onder de uitgangspunten voor de uitvoering toegevoegd dat we oog hebben voor de balans tussen de ambities van de Woonzorgvisie en dat we de ontwikkeling van de Ambitieroos vanuit de Actie Agenda Wonen volgen. In paragraaf 4.1 van de Woonzorgvisie wordt toegevoegd dat er jaarlijks een themasessie over wonen en zorg wordt georganiseerd met de Haagse Tafel Wonen.
18.
Straat Consulaat
Introductie en opzet Het is goed dat er nu een woonzorgvisie ligt. We onderstrepen de visie en ambitie van het college. We lezen in de tekst een serieuze wil om de uitstroom vanuit de maatschappelijke opvang te verbeteren, inclusief een serieuze inhaalslag nu. Dit is ook hard nodig gelet op de steeds nijpender wordende problemen voor de steeds groter groeiende groepen dakloze mensen. De woningtekorten blijven maar oplopen, waardoor de uitstroom uit de instellingen moervast zit, er zelfs wachtlijsten voor noodopvang zijn en mensen die plotseling dakloos raken steeds moeilijker aan huisvesting kunnen komen. In onze zienswijze willen we ingaan op een aantal punten die relevant zijn voor het voorkomen en bestrijden van dakloosheid. Het gaat om het volgende: -
-
Passende huisvesting en woonzorgconcepten De verhouding tussen de Woonzorgvisie en de Woonvisie: o Het gebrek aan aandacht voor ruimtelijke ordening; o Het onderscheid tussen mensen met urgentie en zonder urgentie. De verhouding met het beleidskader “Den Haag geeft Thuis” en de uitgangspunten en ambities daarin; Het gebrek aan een duidelijk tijdspad en doelstellingen. Daaronder valt ook de gebrekkige informatiehuishouding; Het ontbreken van een aanpak van structurele belemmeringen.
Passende huisvesting als norm We willen benadrukken dat veruit de meeste dakloze mensen, ook mensen die uit de maatschappelijke opvang stromen, geholpen zijn met een passend thuis gelijk aan niet dakloze mensen. Er wordt in de woonzorgvisie veelvuldig gesproken over woonconcepten of woonzorgconcepten. Deze kunnen zonder meer passend zijn voor een deel van de mensen in de aandachtsgroepen. Wat we willen vermijden is het idee dat iemand uit de maatschappelijke opvang per definitie in een speciaal woonconcept terecht moet komen of daartoe gedwongen wordt. Kan het College, in lijn met het beleidskader “Den Haag geeft thuis” (RIS316085)”, duidelijk maken dat in beginsel mensen die dakloos zijn en uit de opvang stromen reguliere en passende huisvesting nodig hebben en krijgen? Daarbij aangetekend dat specifieke woonzorgconcepten passend kunnen zijn, maar niet opgedrongen worden als norm.
Antwoord: Hieronder gaan wij per punt in op de zienswijze van Straat Consulaat: 1.
Passende huisvesting en woonzorgconcepten Om te voorzien in de woonbehoefte van dak- en thuisloze mensen en uitstromers uit de maatschappelijke opvang zetten we in op het realiseren van meer betaalbare woonplekken (zie paragraaf 3.2.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie). Ook willen we meer innovatieve en collectieve woon(zorg)concepten ontwikkelen voor mensen voor wie dit wel een passende woonvorm is (zie paragraaf 3.2.2). Een bijzonder woon(zorg)concept is niet de norm.
2. De verhouding tussen de Woonzorgvisie en de Woonvisie Ruimtelijke ordening Voor de uitvoeringsfase van de Woonzorgvisie stellen we gebiedsgerichte uitvoeringsprogramma's op (zie paragraaf 4.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie). Hierbij sluiten we aan bij de gebiedsgerichte uitwerking van de Omgevingsvisie Den Haag 2050. De strategische ambities van de Omgevingsvisie Den Haag 2050 worden uitgewerkt in gebiedsvisies per stadsdeel, met daarin concrete uitspraken over de gewenste ontwikkelingen in het betreffende stadsdeel. De gebiedsvisies bieden het ruimtelijk-planologisch kader dat ons helpt te sturen op het realiseren van de gewenste functies op de gewenste plek.
“De woonzorgvisie is een integraal beleidsdocument dat de beleidsterreinen wonen, welzijn en zorg en ruimtelijke ordening met elkaar verbindt.”
Urgentie De gemeente volgt de landelijke wet- en regelgeving met betrekking tot urgentiecategorieën. Met het wetsvoorstel Versterking van de regie op de volkshuisvesting wijzigen de wettelijk verplichte urgentiecategorieën mogelijk. Op dit moment is de doelgroep niet opgenomen in dit wetsvoorstel, maar op basis van een aangenomen motie in de Tweede Kamer wordt de effectiviteit van inzet van de urgentieregeling voor deze doelgroep bij een (versnelde) evaluatie van de Wet Versterking regie op de volkshuisvesting onderzocht. De gemeente volgt de ontwikkelingen rondom dit wetsvoorstel. Ook heeft de gemeenteraad van Den Haag op 9 juli 2025 de motie ‘geef ETHOS Light doelgroep voorrang’ aangenomen (RIS322907).
In de woonzorgvisie wordt weliswaar gesteld dat er een gerichte en “integrale visie nodig is op het gebied van wonen, zorg en welzijn”, maar daarbij wordt ruimtelijke ordening niet genoemd. Dit lijkt ons een misser, aangezien het essentieel is dat ook vanuit het beleidsterrein ruimtelijke ordening het
Het Nationaal Actieplan Dakloosheid ‘Eerst een thuis’ voegen we naar aanleiding van deze zienswijze toe aan paragraaf 1.3 van de Woonzorgvisie, waarin de
De verhouding tussen de woonvisie en de woonzorgvisie Allereerst willen wij kort ingaan op twee beloftes uit de eerder aangenomen Woonvisie: Ontbreken van ruimtelijke ordening In de Woonvisie is het volgende opgenomen:
huisvesten van de genoemde groepen topprioriteit dient te zijn. Bij ruimtelijke ordening worden immers de ruimteclaims belegd en wordt gestuurd met ontwikkelprogramma’s. Bij ruimtelijke ordening begint het borgen van voldoende en passende woonruimte voor de urgente aandachtsgroepen. Onderscheid tussen mensen met urgentie en zonder urgentie In de Woonvisie is het volgende opgenomen: “Via de woonzorgvisie geeft de gemeente Den Haag invulling aan de programma’s ‘Een thuis voor iedereen’, Wonen en zorg voor ouderen, het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting en het Nationaal Actieplan Dakloosheid Eerst een Thuis en het beleidskader Aanpak dakloosheid “Den Haag geeft thuis” (RIS316085).” In de woonzorgvisie wordt het Nationaal Actieplan Dakloosheid niet genoemd. Ook dit lijkt ons een misser. In het Nationaal Actieplan Dakloosheid staat dat Wonen Eerst leidend is, dat dakloosheid in 2030 is uitgebannen, dat ETHOS Light de leidende definitie is van dakloosheid en preventie van dakloosheid het uitgangspunt is.
programma's staan waar de Woonzorgvisie mee samenhangt. 3. De verhouding met het beleidskader “Den Haag geeft Thuis” De Ontwerp Woonzorgvisie verhoudt zich tot diverse bestaande kaders (genoemd in paragraaf 1.3), waaronder het Beleidskader aanpak dakloosheid 2023-2030 (RIS316085). Met de Ontwerp Woonzorgvisie zetten we ons, in samenhang met dit beleidskader, in voor dak- en thuisloze mensen. Wij voegen een explicietere koppeling met het Beleidskader aanpak dakloosheid 2023-2030 toe aan paragraaf 2.3.6 van de Woonzorgvisie. Ook voegen we aan paragraaf 3.2.4 toe dat we inzetten op een preventief woonzorgsysteem, waarbij we de ontwikkeling maken van opvang naar wonen en van zorg naar preventie. De Ontwerp Woonzorgvisie richt zich niet enkel op de uitstroom uit de Maatschappelijke Opvang. Een belangrijke ambitie van de Ontwerp Woonzorgvisie is om meer geschikte woningen te realiseren voor ouderen en andere aandachtsgroepen (zie paragraaf 3.2.1). Met deze inzet voor geschikte en betaalbare woningen draagt de woonzorgvisie bij aan de doelen van het Beleidskader aanpak dakloosheid 2023-2030. Ook het streven naar een betere verdeling van kwetsbare groepen over de stad is van toegevoegde waarde in het kader van onze aanpak van dakloosheid.
We zien dat in de woonzorgvisie onderscheid wordt gemaakt tussen dakloze mensen met en zonder urgentie. Mensen die uitstromen uit de maatschappelijke opvang krijgen wel urgentie en alle andere dak- en thuisloze mensen niet. Dit is in strijd met het Nationaal Actieplan Dakloosheid en het Programma Eerst een Thuis. Zo wordt een ieder die geen toegang heeft tot de maatschappelijke opvang, waaronder mensen die tijdelijk verblijven bij vrienden en familie, op vakantieparken en in camper/auto uitgesloten van urgentie. Op basis van eerdere Ethos tellingen in andere regio’s blijkt dit het grootste deel van de groep dakloze mensen te zijn en zitten hier buitenproportioneel veel vrouwen, jongeren en kinderen in. We weten dat zij zonder een snelle huisvestingsoplossing snel tot de categorie zorgbehoevenden zullen behoren.
De doelen van het Beleidskader aanpak dakloosheid 20232030 zijn inderdaad gericht op 2030, terwijl de Woonzorgvisie tot 2040 doorloopt. Het is van belang dat ook na 2030 voldoende nieuwe geschikte woningen gerealiseerd worden, ook in het kader van preventie van dakloosheid. De realisatie van nieuwe woningen is echter iets dat tijd vergt en waar over een langere tijdspanne aan gewerkt moet worden. De Woonzorgvisie blijft dus relevant in het kader van de opgave rondom dakloosheid, ook als het Beleidskader aanpak dakloosheid 2023-2030 is voltooid.
De ETHOS-Light definitie maakt geen onderscheid en beschouwt alle dakloze mensen zonder veilig en zeker thuis als dakloos. Wij bepleiten dat alle dakloze mensen onder de ETHOS Light definitie urgentie dienen te krijgen. Het huidige voorstel van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting maakt weliswaar nog steeds dit onderscheid, maar is nog niet door het parlement. Los hiervan kan het college er ook voor kiezen om een ruimere urgentieregeling dan wettelijk verplicht op te stellen, die wel in lijn is met de ETHOS Light definitie. Mocht dit niet gebeuren dan wordt het onmogelijk om dakloosheid in 2030 uit te bannen.
Tenslotte stelt Straat Consulaat dat de norm is dat er intermediaire huurcontracten worden afgegeven, waarin wonen en zorg intrinsiek verbonden zijn en mensen een woning moeten verdienen. Wij benadrukken dat wij met de Ontwerp Woonzorgvisie beogen een diversiteit aan woonvormen te realiseren: wonen met zorg, wonen zonder zorg en tussenvormen. Het is niet het geval dat mensen een woning moeten verdienen. Onze ambitie is dat er verschillende woon(zorg)concepten beschikbaar zijn voor mensen met verschillende behoeften.
De verhouding met het beleidskader “Den Haag geeft Thuis” Het uitgangspunt van het beleidskader is gelijk aan het Nationale Actieplan Dakloosheid, “Eerst een Thuis”. Het draait om Wonen Eerst, waarbij de automatische stap via opvang eruit wordt gehaald. Mensen hebben recht op een thuis en hoeven niet eerst in de opvang en deze vervolgens te verdienen. Dat heeft enkele consequenties die relevant zijn voor deze woonzorgvisie, maar die we niet voldoende terugzien. De woonzorgvisie gaat immers expliciet over de uitstroom uit de opvang. Er wordt geen rekening gehouden met de ambitie om opvang af te bouwen ten gunste van wonen. De vraag is dan ook of de woonzorgvisie op dit punt de ambitie van het beleidskader Den Haag Geeft Thuis niet in de weg gaat zitten. Indien dit niet het geval is, hoe ziet het College dit voor zich?
4. Tijdspad, doelstellingen en informatiehuishouding We vragen ons dan ook af hoe deze woonzorgvisie zich verhoudt tot Wonen Eerst en de afbouw van opvang. Indien de stap van opvang naar wonen wordt gezet en succesvol is, hetgeen de ambitie is, wat is dan de relevantie van deze woonzorgvisie voor dakloze mensen? Het is cruciaal hier een antwoord op te hebben aangezien deze visie tot 2040 geldt, terwijl de ambitie in het beleidskader Den Haag Geeft Thuis al in 2030 zou moeten worden behaald.
Tijdspad en doelstelling Voor de uitvoeringsfase van de Woonzorgvisie stellen wij een stadsbreed uitvoeringsplan en gebiedsgerichte uitvoeringsplannen op (zie paragraaf 4.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie). We voegen aan paragraaf 4.1 toe dat we in de uitvoeringsplannen een fasering aanbrengen van de acties en ambities van de visie.
Tenslotte, een belangrijk uitgangspunt is dat wonen en zorg worden gescheiden. Dat gaat onder andere via huurcontracten. Nu is de norm dat er intermediaire huurcontracten worden afgegeven waarin zorg en wonen intrinsiek verbonden zijn en mensen een woning moeten verdienen. Hier moeten we vanaf. Een eigen huurcontract losgekoppeld van zorg zou de norm dienen te zijn. Dit is een zeer belangrijk principe en dit ontbreekt in de woonzorgvisie. We roepen met klem op dit punt te integreren in de woonzorgvisie.
Informatiehuishouding Op 8 april 2025 vond in Den Haag de ETHOS-telling plaats. In oktober volgen de resultaten hiervan. Met de resultaten van de telling krijgen wij meer inzicht in de omvang van de groep dak- en thuisloze mensen in Den Haag.
Gebrek aan tijdspad, cijfers en concrete doelstellingen Geen duidelijk tijdspad en concrete doelstellingen Er is een mooie visie, ambitie, enkele doelstellingen en acties, maar het ontbreekt aan een duidelijk plan. De vraag is: wanneer is de gemeente tevreden over de resultaten en waar kunnen we de gemeente aan houden? Dat lijkt ons voor sturing in de uitvoering en lessen leren cruciaal. Het lijkt ons voor verantwoording, met name richting de gemeenteraad ook cruciaal. We erkennen dat bepaalde acties sterk afhankelijk zijn van externe factoren waar slechts beperkt invloed op is, maar dan zouden maatregelen waar dit minder speelt alsnog veel concreter kunnen worden geformuleerd. Zo worden er bijvoorbeeld enkele concrete acties verbonden aan het beter benutten van de huidige voorraad via hospitaverhuur, Kamers met Aandacht en Onder de Pannen. Het is echter niet duidelijk hoeveel extra woonruimte hierdoor gecreëerd zal worden en wanneer. Bovendien geldt bij
Verder monitoren we gedurende de uitvoeringsfase van de Woonzorgvisie de voortgang ervan. In dit kader werken we samen met de partners aan dataoplossingen, zodat we een continue actualisatie van de data en prognoses hebben (zie paragraaf 4.2 van de Ontwerp Woonzorgvisie). 5.
Analyse van belemmeringen In paragraaf 2.3.6 van de Ontwerp Woonzorgvisie beschrijven wij de opgave van de aandachtsgroep dak- en thuisloze mensen. Verder bevat het addendum van de
Kamers met Aandacht en Onder de Pannen dat het (zeer) tijdelijke huisvesting betreft. Ook bij deze vormen geldt dat er uiteindelijk weer uitstroom nodig is. Het gebrek aan een concreet tijdspad met kwantitatieve indicatoren is met name problematisch, omdat we tegelijkertijd constateren dat veel acties relatief “soft” zijn. Het gaat vaak om “onderzoeken”, “inzetten op”, “verkennen”. Bovendien zien we wel termen als “forse verhoging van…”, maar deze worden niet geconcretiseerd. Zo is duidelijk dat er veel meer woningen moeten komen voor ex-gedetineerden, maar hoeveel gaat de gemeente vrij maken en wanneer? Detentie is niet zelden een route naar dakloosheid en stabiele huisvesting is een belangrijk element om recidive tegen te gaan. Nu wordt een fors aantal mensen opgevangen door het Leger des Heils, maar in lijn met de ambitie van het beleidskader “Den Haag geeft Thuis” (Wonen Eerst), zou deze schakel eruit moeten worden gehaald. Hoe snel gaat dit gebeuren? Informatiehuishouding Uit de woonzorgvisie blijkt dat het moeilijk is om relevante cijfers over de verschillende doelgroepen te produceren. Zowel als het gaat om de huidige situatie, als de trends. Zo sluiten de cijfers van de Woonzorganalyse en de Factsheets niet goed aan op de cijfers van de visie. Het lijkt ons essentieel dat de informatiehuishouding van de gemeente op orde is.
Anders blijft het manoeuvreren op drijfzand en kan er niet goed gestuurd worden. Het gebruik van dashboards kan daarbij helpen, maar wordt niet genoemd in de visie.
Gebrekkige analyse van belemmeringen In de Woonzorgvisie ontbreekt op veel punten met betrekking tot dakloze mensen een heldere probleemanalyse waarbij structurele belemmeringen in beeld worden gebracht. Het toevoegen van woonruimte in de bestaande woonvoorraad of via nieuwbouw is cruciaal. Dit is echter maar een deel van het verhaal. Zo wordt bijvoorbeeld al geconstateerd bij de matching van het zeer geringe aantal convenantwoningen dat er vaak sprake is van mismatch. Wij zijn voor het toevoegen van meer convenantwoningen, maar denken niet dat dit de structurele problemen die leiden tot mismatch gaat oplossen. Hetzelfde zien we terug bij woningen voor jongeren die uit jeugdzorginstellingen stromen. Onderzoek dat we hebben uitgevoerd laat zien dat gemeenten en corporaties geen idee hebben hoeveel jongeren uit jeugdzorginstellingen gaan stromen, waardoor er vaak geen plek voorhanden is. Ook wordt aangegeven: “Doorstroming in en uit beschermd wonen bevorderen”, maar het wordt niet duidelijk wat hier nu de structurele belemmeringen voor zijn en hoe dit dan wordt bevorderd.
woonzorganalyse, dat als bijlage 3 is opgenomen bij de Ontwerp Woonzorgvisie, een recente analyse van de aandachtsgroep dak- en thuisloze mensen. In paragraaf 3.2.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie benoemen we dat de matching bij convenantwoningen niet altijd goed lukt. We zoeken daarom samen met de betrokken organisaties naar verbetermogelijkheden in de processen van het koepelconvenant, waaronder in de plaatsing. Wijzigingen: In paragraaf 1.3 wordt het Nationaal Actieplan Dakloosheid ‘Eerst een thuis’ toegevoegd als programma waar de Woonzorgvisie mee samenhangt. In paragraaf 2.3.6 wordt toegevoegd dat de Woonzorgvisie aansluit bij de aanpak van het Beleidskader aanpak dakloosheid 2023-2030. In paragraaf 3.2.4 wordt toegevoegd dat we inzetten op een preventief woonzorgsysteem, waarbij de ontwikkeling van opvang naar wonen en van zorg naar preventie wordt gemaakt. In paragraaf 4.1 wordt toegevoegd dat in het stadsbrede uitvoeringsplan en gebiedsgerichte uitvoeringsplannen een fasering van de acties en ambities van de Woonzorgvisie wordt aangebracht.
Wij vinden dat een woonzorgvisie dit soort structurele problemen ook zou moeten tackelen. Waar deze evident zijn zouden er acties moeten worden ondernomen om deze belemmeringen te overwinnen.
Tenslotte De vraag is of deze visie ook echt van het papier af gaat komen. Wat we tot nu toe zien is een tergende opeenvolging van visies waarin de problematiek van dakloosheid weliswaar wordt onderkend, maar waar de oplossingen vooruit worden geschoven. In het Beleidskader Aanpak Dakloosheid wordt verwezen naar de Woonvisie. In de Woonvisie naar de Woonzorgvisie. En in de Woonzorgvisie naar de Uitvoeringsplannen. Terwijl er serieuze vragen zijn over de mate waarin ze op elkaar aansluiten en de problematiek alleen maar erger wordt. We roepen de gemeente op om gewoon eens aan de slag te gaan. 19.
Arcade, Haag Wonen, Hof Wonen, Staedion, WoonInvest, Woonzorg Nederland, Huurdersraad Hof Wonen, Vereniging voor Arcadehuurders, Huurdersvereniging Respectus en Huurdersorganisatie Haag Wonen Op dinsdag 15 april ontvingen wij jullie e-mail met daarin de Ontwerp Woonzorgvisie 2040. Wij (Woningcorporaties Arcade, Haag Wonen, Hof Wonen, Staedion, WoonInvest en Woonzorg Nederland) én huurdersorganisaties (Huurdersraad Hof Wonen, Vereniging voor Arcadehuurders, Huurdersvereniging Respectus en Huurdersorganisatie Haag Wonen) zijn bij de ontwikkeling van de Woonzorgvisie een aantal keer betrokken om onze ideeën aan te leveren, waarvoor onze dank. Wij willen via deze brief graag onze mening en ideeën delen op de voorgestelde woonzorgvisie en benadrukken het belang van een realistische benadering om de gestelde doelen te bereiken. Disclaimer: voor de hele uitvoering van de Woonzorgvisie is de door het kabinet aangekondigde huurbevriezing een spelbreker. De gevolgen daarvan worden momenteel in kaart gebracht maar hebben grote invloed in onder meer de aantallen en haalbare plannen voor de uitvoeringsagenda. 1. Prioritering Het is essentieel om prioriteiten te stellen binnen de woonzorgvisie. De ambities zijn groot en dat begrijpen wij, maar helaas zijn de middelen beperkt.
Wij stellen daarom aan jullie voor om een impactanalyse uit te voeren om te bepalen welke doelen het meest urgent zijn en welke middelen daarvoor beschikbaar zijn. Dit helpt om de uitvoeringsagenda realistisch en haalbaar te maken. Bijvoorbeeld, de verdubbeling van het aantal convenantwoningen is onrealistisch gezien de huidige mutatiegraad en krapte in de woningvoorraad van de woningcorporaties en staat daarnaast op gespannen voet met het concept ‘Zorgzame buurten’ en de daarbij behorende prestatieafspraken over gemiddeld maximaal 30% toewijzen aan bijzondere doelgroepen.
Antwoord: Fijn dat de woningcorporaties en huurdersorganisaties zich voldoende betrokken voelen bij de ontwikkeling van de Ontwerp Woonzorgvisie. Als gemeente waarderen wij uw betrokkenheid en inbreng hierin. De eerder door het kabinet aangekondigde huurbevriezing is ten tijde van de beantwoording van deze zienswijze al ingetrokken. Hieronder gaan wij puntsgewijs in op de verschillende onderdelen van de zienswijze:
1.
Prioritering Voor de uitvoeringsfase van de Woonzorgvisie stellen wij een stadsbreed uitvoeringsplan en meerdere gebiedsgerichte uitvoeringslannen op (zie paragraaf 4.1). Hierin stellen wij per gebied de prioriteiten vast. In de eerste uitvoeringsplannen werken wij dit uit voor de periode 2026-2030, met acties en prioriteiten per jaar. De gemeente waardeert de huidige inzet van de woningcorporaties in het koepelconvenant, maar wil ook benadrukken dat een uitbreiding van het aantal
convenantwoningen noodzakelijk is om voldoende huisvesting te kunnen bieden aan uitstromers van zorginstellingen. De aanwezigheid van voldoende zorg en ondersteuning voor de bewoners van convenantwoningen geldt hierbij als voorwaarde. De begeleiding van uitstromers als onderdeel van de afspraken uit het convenant draagt eraan bij dat zij goed landen in de buurt. 2. Sturend De woonzorgvisie moet duidelijker sturend zijn. Er moeten concrete keuzes gemaakt worden over welke wijken voorrang krijgen voor welke aandachtsgroep op basis van demografische gegevens en de huidige woningvoorraad. Bijvoorbeeld, ongeveer de helft van de sociaal hurende senioren in Den Haag woont in een niet-toegankelijke woning. Daar tegenover staat dat er veel toegankelijke woningen zijn waarin geen senioren of mensen met een zorgvraag wonen. Wat ons betreft moet doorstroming als een leidend principe worden gehanteerd, waarbij bestaande woningen pas worden aangepast als maximale doorstroming is bereikt. Dit voorkomt onnodige investeringen en zorgt voor een efficiëntere benutting van de beschikbare middelen.
2. Sturend De gemeente streeft naar een goede spreiding van aandachtsgroepen over de stad. In de gebiedsgerichte uitvoeringsplannen worden de opgaven per gebied nader uitgewerkt (zie paragraaf 4.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie).
3. Zorgzame buurten Het concept ‘Zorgzame buurten’ is veelbelovend, maar de uitwerking ervan is nog onduidelijk. Het is belangrijk om te definiëren wat een zorgzame buurt precies inhoudt en welke problemen het oplost. Wat ons betreft gaat een zorgzame buurt over alle bewoners, niet alleen over ouderen of bewoners die met een zorgvraag bekend zijn. Zeker in de wijken met een hoge concentratie kwetsbare bewoners zijn er ook veel andere bewoners met een mogelijke hulp of zorgvraag die nog onzichtbaar is en ligt er een groot potentieel om preventief zorgvragen te voorkomen. Dat betekent dat de samenwerking tussen Wonen, Welzijn en Zorg nauwer georganiseerd moet worden, niet alleen op complexniveau, maar ook moet verschuiven naar (met name de kwetsbare) buurten. Dat geldt ook zeker in het licht van de Wet Versterking regie volkshuisvesting en de opgave die nog op ons af komt. Daarnaast moet er stevige regie zijn op zowel stedelijk als gebiedsniveau om de samenwerking tussen wonen, zorg en welzijn te bevorderen. Dit vraagt om duidelijke afspraken en een gezamenlijke aanpak om de zorgzame buurten daadwerkelijk te realiseren.
3. Zorgzame buurten De inrichting van zorgzame buurten richt zich op alle inwoners van de buurt, niet enkel op de aandachtsgroepen van de Woonzorgvisie. De verschillende aspecten van zorgzame buurten, zoals een gezonde en veilige woonomgeving en voldoende voorzieningen, komen ten goede aan alle inwoners van de buurt.
Doorstroming van senioren en aandachtsgroepen naar een passend huis is een belangrijke ambitie van de Ontwerp Woonzorgvisie (paragraaf 3.2.3). Hiervoor werken we gezamenlijk met de corporaties aan de ontwikkeling van een stimuleringsplan doorstroming.
Om zorgzame buurten te realiseren zijn inderdaad duidelijke afspraken tussen de gemeente en andere betrokken partijen nodig, evenals een gezamenlijk aanpak en goede samenwerking. Daarom voegen we aan hoofdstuk 4 toe dat we een samenwerkingsovereenkomst aangaan met betrokken partijen. Door middel van deze samenwerkingsovereenkomst committeren partijen zich aan het gezamenlijk uitvoering geven aan de ambities uit de Woonzorgvisie. Via de Bestuurlijke tafel Wonen en Zorg, waaraan ook de bestuurders van de corporaties deelnemen, wordt er gestuurd op het stellen van prioriteiten en op het behalen van de doelstellingen van de Woonzorgvisie (zie paragraaf 4.1).
Conclusie Wij ondersteunen de ambitie van de woonzorgvisie, maar benadrukken dat de gestelde doelen niet haalbaar zijn zonder in te boeten op onze verantwoordelijkheden ten opzichte van de veerkracht van buurten en de slagingskansen van reguliere woningzoekenden (en op andere prestatieafspraken). Een realistische benadering is noodzakelijk om de gestelde doelen te bereiken. Zonder deze impactanalyse (met financiële doorrekening) kunnen wij geen commitment aangaan. Door prioriteiten te stellen, sturend te zijn en ‘Zorgzame buurten’ goed uit te werken, kunnen we gezamenlijk werken aan een haalbare en effectieve woonzorgvisie.
Wijzigingen: In paragraaf 4.1 wordt toegevoegd dat de bij de uitvoering van de Woonzorgvisie betrokken partijen een samenwerkingsovereenkomst tekenen.
20.
VVB 't Kleine Hout 1.
Wij onderschrijven het belang van de bouw van extra woningen voor diverse groepen, waaronder aandachtsgroepen in onze samenleving;
2. Wij hechten veel waarde aan een evenwichtige spreiding van woningen voor aandachtsgroepen binnen de stad. In dat kader pleiten wij ervoor om: a. Prioriteit te geven aan woningbouw voor aandachtsgroepen in gebieden waar momenteel relatief weinig mensen uit deze groepen wonen; b. Bij het huisvesten van nieuwe aandachtsgroepen in zogenoemde kantelwijken (waar al sprake is van een concentratie van GGZ-, jeugd- en gezinsproblematiek en reeds veel extra aandacht nodig is) te kiezen voor bijvoorbeeld ouderen en mensen met een lichtere zorgvraag. Wij vinden dit belangrijk om te voorkomen dat in deze kantelwijken zoveel zeer kwetsbare bewoners worden geconcentreerd, dat de druk op de buurt verder toeneemt en de begeleiding en voorzieningen verder tekort schieten. Wij denken hierbij aan locaties rondom bestaande GGZ-voorzieningen waar al veel sociale problematiek speelt. Bijvoorbeeld notenbuurt, maar ook Houtwijk rond de Bokkefort. In onze omgeving hebben recent ernstige incidenten plaatsgevonden - waaronder twee moorden in de afgelopen maand en vorig jaar. Er zijn jeugdbendes en drillrapgroepen actief en bewoners, maar ook basisscholen zien toenemende problematiek. Wij vragen u om deze omstandigheden in kantelwijken mee te laten wegen bij de spreiding van typen huisvesting over de stad. 3.
Wij vinden het van groot belang dat bewoners(organisaties) in de directe omgeving van te ontwikkelen woonzorglocaties op een structurele en proactieve manier worden betrokken bij het opstellen van PUK’s. Hiermee bedoelen wij: • Niet alleen de doelgroepen en formele partners vanuit de te realiseren huisvesting betrekken, maar ook de direct omwonenden;
Antwoord: 1.
Bouw voor diverse groepen Het is fijn om te horen dat VVB 't Kleine Hout zich kan vinden in deze ambitie van de gemeente.
2. Spreiding aandachtsgroepen De gemeente zet in op een goede spreiding van aandachtsgroepen over de stad. Hierbij nemen we de leefbaarheid en draagkracht van wijken in acht. Dit staat in paragraaf 3.2.5 van de Ontwerp Woonzorgvisie, onder het kopje ‘Leefbaarheid’. Hiermee sluiten we aan bij de Woonvisie Den Haag 2040 (RIS318960), waarin we ook aandacht hebben voor de spreiding van kwetsbare groepen over alle delen van de stad.
3. Planuitwerkingskaders Over planuitwerkingskaders moet participatie plaatsvinden. De gemeentelijke participatie moet altijd in lijn met de Inspraak- en Participatieverordening 2024 (RIS319848) worden uitgevoerd.
•
Deze bewoners niet pas betrekken als participant in de bouwfase, maar reeds bij het opstellen van de randvoorwaarden voor de bouw (PUK), zodat hun inzichten ook daadwerkelijk invloed hebben op de uiteindelijke plannen.
Wijzigingen: Geen wijzigingen.
Wij vinden dit belangrijk, omdat omwonenden elkaar en de wijk van straat tot straat goed kennen, inclusief de kansen en risico’s, en zo kunnen bijdragen aan duurzame en goed onderbouwde plannen. Wij verwachten dat, wanneer een huisvestingsproject door de buurt wordt gedragen, het voor nieuwe bewoners gemakkelijker zal zijn om onderdeel te worden van de buurt en zich welkom te voelen. Bovendien voorkomt dit procedures en vertraging, waarvan alle partijen en niet in de laatste plaats onze woningzoekende stadsgenoten hinder ondervinden.
21.
Wijkvereniging Benoordenhout
Antwoord:
Algemeen In het Benoordenhout worden leegstaande en vrijkomende kantoorgebouwen omgebouwd tot appartementen en mogelijk ook tot zorglocaties voor ouderen. De demografische ontwikkeling, enkele duizenden inwoners meer en vooral de dubbele vergrijzing (meer ouderen/meer oudere ouderen) in het Benoordenhout moet mede sturend zijn voor het denken over en het plannen van duurzaam wonen en zorg in de wijk.
Hieronder gaan wij in op de vragen van Wijkvereniging Benoordenhout.
Voor de toekomst van Den Haag en haar wijken hangt de Ontwerp Woonzorgvisie 2040 nauw samen met Den Haag Leefomgeving 2050 en Mobiliteitsstrategie 2040. Zij vormen een beleidsmatige eenheid, ook voor het Benoordenhout. Wel kunnen accenten voor het Benoordenhout anders zijn door geografische en demografische verschillen zoals een grotere dubbele vergrijzing. De wijkvereniging onderschrijft de aandacht die de Stedelijke Ouderen Commissie vraagt bij het Ontwerp Woonzorgvisie 2040 voor onder andere voldoende en passende woningen voor senioren in de nabijheid van winkels, artsen, apotheken, openbare voorzieningen enz. Daarnaast is een goede informatievoorziening van belang en het ondersteunen van ouderen die willen verhuizen naar een kleinere woning maar opzien tegen alles wat daarbij komt kijken. Dat laatste is ook in het belang van de samenleving als geheel omdat zo grotere woningen vrijkomen voor (jonge) gezinnen. ‘Compacte’ zelfvoorzienende wijk(en) Voor de Ontwerp Woonzorgvisie 2040, Den Haag Leefomgeving 2050 en Mobiliteitsstrategie 2040 is het van belang dat de wijken in hoge mate zelfvoorzienend zijn. Dat vermindert de noodzaak voor mobiliteit omdat de benodigde winkels, horeca, de brede bibliotheek incl. andere cultuurmogelijkheden en de (maatschappelijke) zorgvoorzieningen aanwezig zijn.
Onze vragen: → Gaat de gemeente een actief vestigingsbeleid voeren dat ervoor zorgt, dat de basisvoorzieningen wat betreft winkels, horeca, cultuur en maatschappelijke en andere zorg in de wijken aanwezig zijn om de noodzaak voor mobiliteit naar andere delen van de stad te verminderen?
Actief vestigingsbeleid De gemeente streeft naar winkelaanbod van voldoende omvang en kwaliteit en voor iedere Hagenaar op maximaal 1000 meter minimaal buurtvoorzienend winkelaanbod. Dit hebben we vastgelegd in de Kadernota detailhandel Den Haag (RIS300626). Voor maatschappelijke voorzieningen is ons uitgangspunt dat het aanbod ervan meegroeit met de bevolking. Dit is opgenomen in de Ontwerp Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS321162). Als uitgangspunt voor het aantal toe te voegen maatschappelijke voorzieningen bij ontwikkelingen hebben we voor verschillende typen maatschappelijke voorzieningen richtinggevende normen vastgelegd in de nota ‘Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’ (RIS317835). Deze normen zijn echter niet juridisch bindend.
→ Gaat de gemeente een actief beleid voeren om de benodigde diversiteit van winkels en voorzieningen in de zelfvoorzienende wijk(en) mogelijk te maken?
Diversiteit van winkels en voorzieningen Aan diversiteit van winkels en voorzieningen willen we volop ruimte geven om hiermee de hoofdwinkelstructuur nieuwe impulsen te geven, zowel in de binnenstad, in de buurten en wijken en (als dit niet inpasbaar is in de hoofdwinkelstructuur en bijzondere concepten betreft) incidenteel buiten de hoofdwinkelstructuur. Zie hiervoor ook onze Kadernota detailhandel Den Haag (RIS300626).
→ Gaat de gemeente actief bevorderen dat in de wijk een laagdrempelig cultureel en maatschappelijk centrum komt met als basis een brede bibliotheek gecombineerd met horeca en culturele & maatschappelijke voorzieningen en een zorgcentrum waardoor de wijk in hoge mate zelfvoorzienend is? Deze locatie zal veel worden gebruikt door ouderen maar moet ook aantrekkelijk zijn voor jongeren. Er zouden werkplekken moeten worden gecreëerd voor scholieren en anderen die rustig willen werken of studeren. Lokaal en landelijk zijn veel succesvolle voorbeelden beschikbaar.
Cultureel en maatschappelijk centrum in de wijk De gemeente heeft de ambitie om in Benoordenhout een permanente wijkbibliotheek te realiseren. Deze ambitie is vastgelegd in de Update Visie op Wijkbibliotheken in Den Haag (RIS321595). Bij het toevoegen van permanente bibliotheken in de wijken streven wij naar gecombineerd ruimtegebruik met meerdere functies. Er moet echter per locatie gekeken worden naar wat hierin wel en niet haalbaar is.
→ Gaat de gemeente een actief beleid voeren waardoor bewoners die minder mobiel zijn/worden - zoals veel ouderen - op loopafstand van bovenstaande voorzieningen kunnen
Wonen op loopafstand van voorzieningen Eén van de ambities van de Ontwerp Woonzorgvisie is het inrichten van zorgzame buurten (zie paragraaf 3.2.5). De
wonen, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen functioneren? Daarmee wordt ook de steeds minder beschikbare mantelzorg (SCP) ontlast.
→ Gaat de gemeente versneld 30 km en verkeersdrempels in de straten en wegen in de hele wijk invoeren, zodat bewoners van 8 - 80 jaar zich veilig binnen de wijk kunnen verplaatsen?
→ Gaat de gemeente een actief beleid voeren waardoor bij ouderencentra meer deelauto’s komen? Veel ouderen gebruiken de auto alleen voor boodschappen en korte afstanden. De druk op de parkeerplekken bij een groeiende bevolking kan daardoor verminderen.
→ Gaat de gemeente een actief beleid voeren, waardoor leegstaande gebouwen op loopafstand van de voornoemde voorzieningen voor ouderen worden ingericht als seniorenappartementen? Daardoor komen grotere woningen vrij.
aanwezigheid van belangrijke voorzieningen op loopafstand (maximaal 300 tot 500 meter) is een onderdeel van zorgzame buurten zoals wij nastreven met de Ontwerp Woonzorgvisie. 30 km/uur en verkeersdrempels Het zorgen voor veilige snelheden is één van de onderdelen van de Verkeersveiligheidsstrategie Den Haag 2030 (RIS305029). Daarom gaan we de komende vijf jaar 110 wegen in verschillende Haagse woonwijken omzetten van 50 km/u naar 30 km/u (RIS320624). Hierbij willen we dat de inrichting van de betreffende wegen weggebruikers aanzet om zich aan de maximumsnelheid te houden. Dit vergt aanpassingen aan de wegen. Om efficiënt met onze middelen om te gaan, combineren we het aanpassen van de maximumsnelheid zoveel mogelijk met geplande (onderhouds)werkzaamheden en projecten. Met de Netwerkstrategie 2040 (RIS321330), die het college recent ter vaststelling heeft aangeboden aan de gemeenteraad, gaan we door op de ingeslagen weg en gaan we op nog meer straten 30 km/u invoeren om zo de verkeersveiligheid en leefbaarheid verbeteren. Deelauto's bij ouderencentra De gemeente Den Haag stimuleert deelmobiliteit als middel om de parkeerdruk te verminderen en duurzame mobiliteit te bevorderen. Zo is er onder andere een subsidieregeling beschikbaar voor autodelen voor groepen. Leegstaande gebouwen De gemeente wil leegstand tegengaan.
In de uitwerkingsnota Bestrijding Leegstand (RIS320622) zijn hiervoor verschillende maatregelen uitgewerkt, waaronder de voorbereiding van een leegstandsverordening voor woningen. De gemeente heeft zich aangemeld voor deelname aan de landelijke experimenteerruimte om extra instrumenten in te kunnen zetten. Zodra de juridische grondslag hiervoor vanuit het Rijk is vastgesteld zullen wij met deze verordening gaan werken. De Haagse leegstandsverordening is algemeen van aard en richt zich op het tegengaan van woningleegstand, zonder specifieke toewijzing aan doelgroepen zoals ouderen. De Leegstandswet biedt geen expliciete juridische grondslag om een eigenaar te verplichten om een woning fysiek in te richten als seniorenwoning.
→ Gaat de gemeente een actief beleid voeren, waardoor seniorencomplexen gezamenlijke ruimte(n) krijgen, waar de gelegenheid is voor activiteiten die de kwaliteit van leven aldaar bevorderen en eenzaamheid bestrijden? Het bevordert ook de signaalfunctie wanneer het met een bewoner minder goed gaat.
Gezamenlijke ruimte(n) in seniorencomplexen Het toevoegen van gezamenlijke ruimten aan seniorencomplexen valt onder onze ambitie om meer collectieve en innovatieve woon(zorg)concepten te realiseren (zie paragraaf 3.2.2 van de Ontwerp Woonzorgvisie). Daarnaast werkt de gemeente aan de uitvoering van het in april 2024 vastgestelde Stimuleringsplan innovatieve woonvormen (RIS316966), waarmee we initiatieven voor collectieve woonvormen met gemeenschappelijke ruimten willen stimuleren en faciliteren.
→ Gaat de gemeente een actief beleid voeren, dat ouderen ondersteunt bij het verhuizen naar een seniorenwoning? De rompslomp van alles wat geregeld moet worden en de stress van de verhuizing vormen een grote barrière die vaak moeilijk te slechten is, zeker gezien de voorspelde sterke afname van de beschikbare mantelzorg (SCP).
Ondersteuning senioren bij verhuizing Het stimuleren van de doorstroming van ouderen naar een passend huis is één van de ambities van de Ontwerp Woonzorgvisie. In paragraaf 3.2.3 hebben we diverse acties geformuleerd die erop gericht zijn senioren te helpen om te verhuizen naar een passend huis, bijvoorbeeld het bieden van goede informatievoorziening en het ontwikkelen van instrumenten die seniorenmakelaars kunnen inzetten om senioren te helpen met verhuizen. Daarnaast werken we aan de ontwikkeling van een stimuleringsplan doorstroming.