RIS323714 Bijlage 1 Nota van Beantwoording - Woonzorgvisie
Tekst van het document
De opbrengst van de huidige woning minus de hypothecaire lasten kan aanzienlijk zijn. Door het verbinden van huiseigenaren met een wens om te verhuizen zou voldoende kapitaal beschikbaar kunnen komen om een gezamenlijk woonproject op te zetten. Dit kan in de vorm van nieuwbouw of het aanpassen van bestaande bouw. De gemeente zou dit kunnen faciliteren. Naast bovengenoemde punten is de SOC verheugd dat in de ontwerp Woonzorgvisie 2040 wordt benoemd dat 20.000 extra woningen nodig zijn voor ouderen gezien de vraagontwikkeling tot 2040. Ook de inzet voor meer overleg binnen het kader van het initiatiefvoorstel ´Gemeente pak regie, nu een taskforce ouderenhuisvesting´ waarderen wij als zeer positief. Uiteraard kan een beroep worden gedaan op de bijdrage van de SOC hieraan. ➢
Echter het is jammer dat het in de geformuleerde ambities ontbreekt aan concrete aantallen per jaarschijf voor te bouwen passende woningen en woonzorgconcepten voor ouderen tot 2040. Ook de beschikbare financiering voor te bereiken resultaten baart zorgen. Immers uitgangspunt van het ontwerp is dat de financiering van de ambities worden bekostigd vanuit bestaande capaciteit en financiële middelen en dat de uitwerking volgt in het uitvoeringsprogramma. Onze zienswijze is als volgt: - Desgevraagd zal de SOC bijdragen aan de ontwikkeling van de Woonzorgvisie 2024. - Woonpartijen, zorgaanbieders, welzijnspartijen, zorgfinanciers en de gemeente kunnen zich niet vrijblijvend opstellen. - Meer financiering is nodig voor de huisvestingsopgave en verbinden van zorg en welzijn binnen het kader van de gebiedsgerichte aanpak. Er dient gebruik gemaakt te worden van financiële mogelijkheden zoals Europese subsidies, middelen in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO), Zorgverzekeringswet (Zvw). - De gemeente zal een trekkersrol moeten nemen om samen met relevante partijen na te gaan hoe meer efficiency kan worden gerealiseerd binnen de toekomstige Woon-service wijken. Wij denken daarbij aan afspraken over preferente aanbieders binnen het kader van de WMO, ZVW en WLZ.
- Voor het bereiken van ouderen die op zoek zijn naar passende woonruimte zijn eerder genoemde instrumenten van groot belang. - Voor elk stadsdeel zijn er seniorenmakelaars nodig voor de doorstroming in het bijzonder ook voor particulier woningaanbod. Deze dienen te worden aangetrokken en gefinancierd. - Naast de inzet van ouderenconsulenten zouden de onafhankelijke cliëntondersteuners ook van betekenis kunnen zijn om bij te dragen aan de ambities van de Woonzorgvisie 2040.
Doorstroming van ouderen De doorstroming van ouderen is één van de ambities van de Ontwerp Woonzorgvisie (paragraaf 3.2.3). De SOC stelt voor om de doorstroming van senioren in een koopwoning te stimuleren door seniorenmakelaars in te zetten. De doorstroming van ouderen is één van de ambities van de Ontwerp Woonzorgvisie (paragraaf 3.2.3). Ook werken we aan een stimuleringsplan doorstroming, waarin we verschillende instrumenten ontwikkelen en opnemen om de doorstroming te bevorderen voor zowel de koop- als huursector. Via Woonnet Haaglanden worden op dit moment al seniorenmakelaars ingezet om bewoners van grote sociale huurwoningen met een verhuiswens te ondersteunen. In paragraaf 3.2.3 van de Ontwerp Woonzorgvisie is als actie opgenomen om te onderzoeken of seniorenmakelaars ook kunnen worden ingezet voor senioren in een koopwoning. Collectivering Wij faciliteren initiatieven voor gezamenlijke woonvormen. Hier geven wij invulling aan in samenwerking met stichting Centrum Groepswonen. Dit maakt onderdeel uit van onze ambitie om meer innovatieve en collectieve woon(zorg)concepten te realiseren (zie paragraaf 3.2.2 van de Ontwerp Woonzorgvisie) en de uitvoering van het Stimuleringsplan innovatieve woonvormen (RIS316966). Financiering Zie hierover de financiële paragraaf 4.3 van de Ontwerp Woonzorgvisie.
Samenwerking Voor de uitvoering van de Woonzorgvisie is toewijding nodig van de gemeente en andere betrokken partijen (zoals woningcorporaties en zorg- en welzijnsorganisaties). We voegen daarom aan paragraaf 4.1 van de Woonzorgvisie toe dat we een samenwerkingsovereenkomst sluiten met betrokken partners. Door middel van deze samenwerkingsovereenkomst commiteren partijen zich aan het gezamenlijk uitvoering geven aan de ambities uit de Woonzorgvisie. Efficiëntie In het kader van de efficiëntie willen we de versnippering van zorgaanbieders tegengaan en onderzoeken we de mogelijkheden om zorgaanbod per buurt te organiseren met minder verschillende aanbieders (zie paragraaf 3.2.4 en 3.2.5 van de Ontwerp Woonzorgvisie). Cliëntondersteuners Het klopt dat onafhankelijke cliëntenondersteuners van betekenis kunnen zijn voor de ambities van de Ontwerp Woonzorgvisie. Inwoners kunnen hulp krijgen van onafhankelijke cliëntondersteuners bij het aanvragen en regelen van zorg en ondersteuning. De gemeente ondersteunt dit door subsidie te geven aan professionele welzijnsorganisaties. Op 17 XLservicepunten verspreid door de stad bieden deze organisaties individuele ondersteuning. Bestemmingen De gemeente streeft ernaar om zorg- en woonbestemmingen zoveel mogelijk in stand te houden, gezien de grote opgave.
-
9.
Immers zij kennen het aanbod in zorg en ondersteuning in de stad en weten de weg hiernaartoe. Zorg en woonbestemmingen van bestaand vastgoed en zorgvastgoed dienen in stand te blijven en waar mogelijk te worden uitgebreid om nieuwe woonzorgcombinaties mogelijk te maken. Op dit punt is de Dienst Stedelijke Ontwikkeling aan zet.
Wijzigingen: In paragraaf 4.1 wordt toegevoegd dat de bij de uitvoering van de Woonzorgvisie betrokken partijen een samenwerkingsovereenkomst tekenen.
Voorall
Antwoord:
Voorall, de belangenorganisatie voor Hagenaars met een beperking, heeft kennisgenomen van de ontwerp Woonzorgvisie 2040 'Samen zorgen voor een thuis'. De Woonzorgvisie richt zich op iedereen die nu of in de nabije toekomst een geschikte woning met zorg en ondersteuning nodig heeft. We zien in de Woonzorgvisie veel goede ambities. In de visie ontbreekt echter ook een aantal belangrijke punten. Hieronder gaan wij daar nader op in. Wel roept de visie de vraag op hoe het college deze ambities denkt te gaan waarmaken. Voorall pleit ervoor om in de Woonzorgvisie concreet aan te geven hoe de ambities warden gerealiseerd, zodat het aannemelijk wordt dat de doelen ook daadwerkelijk bereikt kunnen worden. Zo vinden we dat het college een ambitie moet uitspreken over het toegankelijk maken van de bestaande woningvoorraad. Hoeveel toegankelijke woningen wil het college in 2040 in Den Haag? Wetende dat er een vraag ligt van 20.000 woningen voor ouderen en 5000-7500 voor diverse aandachtsgroepen? Al eerder schreef Voorall een zienswijze op de Woonvisie. Volgens de nota van beantwoording zouden veel van onze zorgen opgelost worden in de Woonzorgvisie. Voorall ziet echter dat dit onvoldoende is gelukt.
Uitvoering Voorall doet de suggestie om in de visie aan te geven hoe de ambities worden gerealiseerd. De ambities en acties van de Woonzorgvisie worden na vaststelling door de gemeenteraad nader uitgewerkt in uitvoeringsplannen (zie hierover paragraaf 4.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie).
In de Woonzorgvisie komt een diversiteit van groepen aan bod, voorgeschreven in het Rijksprogramma 'Een thuis voor iedereen'. De Woonzorgvisie maakt een onderscheid tussen aandachtsgroepen met een specifieke woonvraag (arbeidsmigranten, studenten en woonwagenbewoners) en aandachtsgroepen met een gecombineerde woon- en zorgvraag. Onder deze laatste groep zouden mensen vallen die rolstoelafhankelijk zijn of mensen met een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke beperking of psychische kwetsbaarheid. Hierbij wordt echter voorbijgegaan aan de groep mensen die weliswaar een beperking heeft, maar zelfstandig woont en geen zorgvraag heeft. Welke stip op de horizon ziet de gemeente voor mensen die in een rolstoel zitten en met een gelijkvloerse woning zonder zorg hun leven kunnen vormgeven? Voor studenten die gebruik maken van een hulpmiddel en hun opleiding in Den Haag willen volgen? Voor een gezin van wie een van de leden een beperking heeft, maar waar geen extra hulp nodig is? Voorall benadrukt dat mensen met een beperking voorkomen onder alle (toekomstige) bewoners van Den Haag in alle leeftijden en binnen elk van de aangegeven aandachtsgroepen. Voorall heeft dit eerder aangegeven in de Woonvisie, daar zijn we echter doorverwezen naar Woonzorgvisie. Ook in de Woonzorgvisie is dit een vergeten categorie mensen.
Het zou wel een groot gebrek zijn als deze doelgroep mensen met een beperking zonder zorgvraag in deze visie ontbreekt. Woonruimte realiseren voor Hagenaars met een beperking zonder zorgvraag kan op verschillende manieren: 1. Wij pleiten ervoor om alle nieuwe en te renoveren woningen te bouwen volgens het principe van Aanpasbaar Bouwen. Aanpasbaar bouwen zorgt ervoor dat de belangrijkste functies in de woning voor elke bewoner, met of zonder beperkingen, te gebruiken zijn zonder ingrijpende aanpassingen. Dergelijke woningen zijn en blijven voor iedereen geschikt om te wonen, ook wanneer bewoners afhankelijk zijn of worden van een hulpmiddel. Op termijn bespaart het daarnaast kosten voor Wmo-woningaanpassingen.
2. Ook aanpassing van het woningverdeelsysteem, dat nadelig uitpakt voor mensen die een nultredenwoning nodig hebben, faciliteert mensen met een beperking zonder zorgvraag in hun specifieke huisvestingsvraag. Woningzoekenden die een nultredenwoning nodig hebben, kunnen alleen reageren op benedenwoningen of woningen met een lift, terwijl mensen zonder beperkingen kunnen reageren op alle woningen, dus ook de nultredenwoningen. Hierdoor ontstaat een ongelijk speelveld. Wij dringen er daarom op aan om de huidige systematiek te heroverwegen en te streven naar een eerlijke verdeelsleutel waarbij iedereen evenveel kansen heeft bij het reageren op een voor hem of haar geschikte woning. Dit kan door nultredenwoningen te labelen voor mensen die hiervan afhankelijk zijn en ouderen en mensen met een beperking voorrang te geven bij de toekenning van nultredenwoningen.
Mensen met een beperking zonder zorgvraag In paragraaf 2.3.3 van de Ontwerp Woonzorgvisie beschrijven we de aandachtsgroep bestaande uit mensen met een lichamelijke verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid. Hierin hebben we aandacht voor het feit dat dit een diverse groep is met uiteenlopende beperkingen, van lichte tot zeer zware beperkingen. De overkoepelende ambitie van de Ontwerp Woonzorgvisie is om aandachtsgroepen te voorzien van passende huisvesting met voldoende zorg en ondersteuning. Hierbij zetten we in op de zelf- en samenredzaamheid van mensen. Het is van belang om te zorgen dat er voldoende rolstoelgeschikte woningen beschikbaar zijn. Wij voegen daarom aan paragraaf 2.3.3 van de Woonzorgvisie expliciet toe dat er een opgave ligt voor rolstoelgeschikte woningen voor mensen met een lichamelijke beperking. Voorall bepleit in haar zienswijze drie manieren om voor mensen met een beperking zonder zorgvraag woonruimte te realiseren. Hieronder gaan wij op deze drie suggesties in:
1. Aanpasbaar bouwen Bouwwerken dienen te voldoen aan de regels die zijn vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit is landelijke regelgeving. Het Rijk staat gemeenten niet toe om aanvullende eisen te stellen die verder reiken dan de eisen uit het Bbl. Wel kunnen gemeenten hier met ontwikkelaars en woningcorporaties afspraken over maken en aanpasbaar bouwen op andere manieren faciliteren en stimuleren. In de toekomst kunnen we hiermee aan de slag gaan. Wel hebben we in paragraaf 3.2.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie als actie opgenomen om samen met de woningcorporaties de mogelijkheid te onderzoeken om een gezamenlijk budget voor collectieve woningaanpassingen te creëren, zodat we meer geschikte woningen kunnen realiseren voor ouderen en aandachtsgroepen. 2. Woonruimteverdeelsysteem In de Ontwerp Woonzorgvisie hebben wij als actie opgenomen om een ander woonruimteverdeelsysteem te ontwikkelen (zie paragraaf 3.2.1). In de uitvoering van de Woonzorgvisie onderzoeken wij hoe we het huidige beleid aanpassen.
3. Daarnaast pleiten we ervoor om beleid te ontwikkelen, waardoor er in Den Haag een voorraad aangepaste huurwoningen ontstaat. We zien dat in eenmaal aangepaste woningen bij doorstroming de aanpassingen verwijderd worden om deze vervolgens te verhuren aan mensen die geen aangepaste woning nodig hebben. De hoeveelheid aangepaste woningen blijft hierdoor te klein, waardoor mensen niet in hun eigen wijk kunnen blijven wonen of bewoners met een beperking aanspraak moeten doen op de Wmo wanneer een niet aangepaste woning toegewezen wordt. Dit is kapitaalvernietiging. Voorall pleit voor de oprichting van een fonds van gemeente en corporaties om eventueel gederfde inkomsten bij tijdelijke leegstand te ondervangen. Groepswoningen en kangoeroewoningen beter faciliteren We vragen daarnaast om via deze visie initiatieven te ondersteunen voor een groep inwoners met een specifieke woonzorgvraag: namelijk mensen met een fysieke beperking die gezamenlijk
3. Beleid In paragraaf 3.2.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie is als actie opgenomen om een ander woonruimteverdeelsysteem te ontwikkelen, om te zorgen dat geschikte woningen bij de juiste doelgroep terecht komen. Naar aanleiding van deze zienswijze voegen we in paragraaf 3.2.1 toe aan deze actie toe dat dit ook geldt voor bestaande woningen die eerder aangepast zijn.
in een woonvorm willen wonen. Gezamenlijk wonen stelt hen in staat om zelf zorg in te kopen, zodat zij zelf kunnen beslissen wie hun billen wast. Voor mantelzorgers verwacht de gemeente dat de vraag naar mantelzorgwoningen die in de tuin geplaatst kunnen worden, zal toenemen. Mantelzorgers kunnen ook gebruik maken van 'kangoeroewoningen', grotere woningen met twee woongedeelten, waarvan tenminste een deel nultreden/zorgwoning moet zijn. Voorall pleit ervoor de realisatie hiervan te stimuleren door nieuwbouw of door het transformeren van bestaand vastgoed. De Woonzorgvisie zet in op het ontwikkelen van geclusterde woningen en zorggeschikte woningen voor ouderen. Zorggeschikte woningen zijn zelfstandige woningen waarin Wlz-zorg kan warden geleverd. Dat mag in een geclusterde woonvorm of een instelling zijn, zoals in de visie wordt vermeld, maar moet ook verspreid in de wijk mogelijk zijn. Voorall vindt dat de gemeente hiervoor beleid dient te ontwikkelen. Bij het opnieuw labelen van 55+ woningen wordt de indruk gewekt dat de gemeente hiervoor een nieuw systeem gaat ontwikkelen. Voorall stelt voor aan te sluiten bij bestaande labelconcepten zoals sterrensystemen van diverse corporaties en Woonkeur. De richtlijnen in het Bouwbesluit zijn veel te beperkt voor het realiseren van toegankelijke woningen.
Als Den Haag werkelijk een woningvooraad wil realiseren die toegankelijk is voor mensen met een beperking moeten er aanvullende richtlijnen worden afgesproken met corporaties en projectontwikkelaars. In Den Haag worden nog steeds woningen gebouwd met ontoegankelijke buitenruimtes. Je kan wel je woning in, maar je kan niet op je balkon komen zodra je afhankelijk bent van een rollator of rolstoel. De gemeente, corporaties, projectontwikkelaars en belangenorganisaties kunnen een convenant opstellen om een hoger niveau van toegankelijkheid te bereiken dan nu in het Bouwbesluit staat. Zo pleiten wij ervoor om in alle sociale nieuwbouw de douche- en toiletruimte naast elkaar te situeren. Dit maakt het veel eenvoudiger de woning aan te passen in het geval de bewoner in een rolstoel terecht komt. De architect van Voorall is graag bereid mee te denken over hoe dit zorgvuldig kan warden geformuleerd. Tot slot dringen we erop aan om bij het ontwerpen van alle woningbouwplannen in elke bouwen ontwikkelingsfase gebruik te maken van de uitgebreide ervaringsdeskundigheid die binnen de doelgroepen voor deze woningen (ouderen en mensen met een beperking) aanwezig is, zoals bij Voorall. Dat leidt tot flexibeler en bruikbaarder plattegronden en uiteindelijk tot kostenbesparing.
Groepswoningen en kangoeroewoningen Voorall vraagt om initiatieven voor gezamenlijk wonen te ondersteunen. Het stimuleren van collectieve en innovatieve woonzorgconcepten is één van de ambities van de Ontwerp Woonzorgvisie (zie paragraaf 3.2.2). Ook werken wij sinds 2024 aan de uitvoering van het Stimuleringsplan innovatieve woonvormen (RIS316966), dat zich onder andere richt op de ondersteuning van collectieve woonvormen. Daarnaast pleit Voorall voor het stimuleren van kangoeroewoningen voor mantelzorg. In paragraaf 3.2.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie hebben wij als actie opgenomen om de mogelijkheden voor zorgconcepten in particuliere woningen te vergroten en het splitsen van woningen te stimuleren. Hierbij noemen we het kangoeroeconcept als mogelijke invulling hiervoor. Labelen In samenwerking met de woningcorporaties en SVH onderzoeken wij of het 55+ label dat woningcorporaties hanteren nog passend en geschikt is. Over de eventuele ontwikkeling van een nieuwe wijze van labeling maken wij in een later stadium afspraken met deze partijen (zie paragraaf 3.2.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie). Toegankelijkheid buitenruimtes Ook hiervoor geldt dat wij als gemeente geen aanvullende eisen mogen stellen op de eisen die landelijk zijn vastgelegd in het Bbl (zie ons antwoord onder punt 1 van deze zienswijze).
Wijzigingen: In paragraaf 2.3.3 wordt aan de genoemde opgave voor woningen voor mensen met een lichamelijke beperking het woord ‘rolstoelgeschikt’ toegevoegd. In paragraaf 3.2.1 wordt aan de actie omtrent het ontwikkelen van een ander woonruimteverdeelsysteem toegevoegd dat dit ook moet bevorderen dat vanuit de Wmo aangepaste woningen bij de juiste doelgroep terecht komen.
10.
De Haagse Hogeschool (mede namens Universiteit Leiden en Hogeschool InHolland)
Antwoord:
De Haagse Hogeschool, Universiteit Leiden en Inholland zijn zeer positief over de initiatieven die de Gemeente Den Haag voorstaat ten aanzien van studentenhuisvesting en zoals die zijn beschreven in de Woonzorgvisie. De impuls die door de gemeente wordt gegeven aan het huisvesten van studenten komt op het juiste moment, er is immers een tekort van minimaal 3000 studentenwoningen geconstateerd.
Wij zijn blij om te horen dat De Haagse Hogeschool, Universiteit Leiden en Inholland positief zijn over het beleid ten aanzien van studentenhuisvesting dat wij in de Ontwerp Woonzorgvisie hebben opgenomen. Hieronder gaan wij in op de drie punten die de organisaties naar voren brengen.
Over enkele punten in de tekst van de woonzorgvisie maken wij ons zorgen. Het betreft de volgende punten die De Haagse Hogeschool, Universiteit Leiden en Inholland als zienswijze willen inbrengen: • Gelet op de grote tekorten aan studentenhuisvesting de 3000 studentenwoningen die in artikel 2.4.2. worden genoemd als ambitie, ook daadwerkelijk te bestemmen voor studenten en niet een bredere doelgroep. • De gemeente ook zorgt voor voldoende doorstroom zodat de studentenwoningen weer vrijkomen voor nieuwe studenten. • De Haagse Hogeschool, Universiteit Leiden en Inholland periodiek met de gemeente kunnen overleggen over groei en krimp van studentenaantallen zodat tijdig geanticipeerd kan worden op – de realisatie van – nieuwe studentenwoningen.
Woningen bestemmen voor studenten De 3000 woningen die gerealiseerd worden, zijn bestemd voor studenten. Doorstroom uit studentenwoningen Wij erkennen het belang van doorstroming vanuit studentenwoningen naar reguliere woningen. Hiervoor is het van belang dat er voldoende betaalbare woningen beschikbaar zijn. Dit is één van de speerpunten van de Woonvisie Den Haag 2040 (RIS318960), waarbij we oog hebben voor onder andere starters en doorstromers op de woningmarkt. Bij de verhuur van woningen aan studenten door toegelaten instellingen wordt een campuscontract gehanteerd. Dit betekent dat de student binnen 6 maanden na afronding van de studie de woning moet verlaten. In Den Haag huurt ongeveer 44 % een woning bij een toegelaten instelling (ABF Research monitor studentenhuisvesting 2024). Periodiek overleg De gemeente gaat graag in op dit voorstel. Dit onderwerp kan besproken worden in de bestaande Taskforce studentenhuisvesting met vertegenwoordiging van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO) en de dienst Onderwijs Cultuur en Welzijn (OCW). Wijzigingen: Geen wijzigingen.
11.
ZorgScala
Antwoord:
Met deze zienswijze reageren wij op de ontwerp Woonzorgvisie 2040 ‘Samen zorgen voor een thuis’ die 15 april ter inzage is gelegd.
Het is fijn om te horen dat ZorgScala positief staat tegenover de Ontwerp Woonzorgvisie en ook tevreden is over hoe de zorgorganisaties zijn betrokken bij de totstandkoming ervan. Hieronder gaan wij in op de punten die ZorgScala kenbaar maakt.
De komende jaren groeit het aandeel ouderen in onze samenleving sterk. Daarbij neemt het aantal 85-plussers en neemt het aantal gevallen van dementie en multimorbiditeit flink toe. Het beroep op de ouderenzorg wordt hiermee groter en zwaarder. Tegelijkertijd nemen de personeelstekorten toe, wat de druk op het aanbod van zorg doet toenemen. Het effectief en efficiënt kunnen organiseren van de zorg is voor ons van groot belang. Onze speerpunten voor de woonzorgvisie zijn daarom:
•
•
Realiseren geclusterd wonen / woonzorgconcepten, met specifiek aandacht voor ouderen met een inkomen op of net boven AOW, met een migratieachtergrond of psychiatrische problematiek. Zodat ouderen met een zorg- of ondersteuningsvraag dicht bij elkaar wonen. Stimuleren zorgzame buurten, waar ouderen langer thuis kunnen blijven wonen of in de eigen wijk naar een woonzorgconcept kunnen verhuizen. Met aandacht voor zowel de sociale als de fysieke leefomgeving, denk aan (goede spreiding van) voorzieningen als winkels, apotheken en artsen. En een integrale benadering van wonen, zorg en welzijn.
We zijn positief over de rol en positie die de gemeente Den Haag met deze visie, en het traject van totstandkoming, heeft gepakt. We waarderen de betrokkenheid van ons als zorgaanbieders en daarmee het oog en oor voor de doelgroep ouderen waar wij voor staan. De ontwerp woonzorgvisie geeft, in samenhang met de recent vastgestelde woonvisie 2040, vanuit ons perspectief een goed inhoudelijk kader van waaruit we samen uitvoering kunnen geven en kunnen blijven zoeken naar oplossingen in de stad. Evengoed willen wij, als VVT-aanbieders Haaglanden verenigd in het samenwerkingsverband ZorgScala, onze zienswijze geven op de ontwerp woonzorgvisie. Wij doen dit niet alleen als aanbieders van zorg in verpleeghuizen en bij mensen thuis, maar ook als maatschappelijk vastgoedeigenaren (intramuraal en aanleunwoningen) die ook in de toekomst continuïteit willen bieden voor de juiste zorg op de juiste plek, en als grote werkgevers in de regio. Wij staan samen voor een samenleving waarin ouderen meedoen in de maatschappij. Waarbij zij zo lang mogelijk zelfstandig blijven en de regie houden, ook wanneer zij zorg of ondersteuning nodig hebben. En wanneer dat nodig is, ouderen altijd kunnen terugvallen op een basisaanbod aan ondersteuning en zorg. Prioriteren op realisatie geclusterd wonen In de visie wordt de schaarste aan middelen, aan ruimte en aan zorgpersoneel benoemd.
Het ‘samenwerken aan nieuwe oplossingen’ waaronder woonzorgconcepten of geclusterd wonen, wordt beschreven als wijze om hiermee om te gaan. We onderschrijven dit én we benadrukken dat prioritering van belang is. Dit laatste lezen wij onvoldoende terug, daarom doen we de volgende aanbevelingen.
•
•
•
•
Prioriteit geven aan woonzorgconcepten zowel ambtelijk, bestuurlijk als gemeenteraad. We vragen om concrete (ver)bouwplannen van zorgvastgoed en woonzorgconcepten1 vanuit het brede maatschappelijke belang te beoordelen en waar mogelijk vergunnings- en/of besluitvormingsprocedures te versnellen. Daarnaast vragen we om actief aanwijzen van nieuwbouwlocaties waar (ook) woonzorgconcepten voor ouderen gerealiseerd moeten worden, zodat dit in planvorming door commerciële partijen, beleggers, woningcorporaties en zorgaanbieders direct meegenomen wordt. Door deze prioritering en sturing vanuit de gemeente wordt tevens de doorstroming positief gestimuleerd en komen er meer woningen vrij voor doorstromers en starters op de woningmarkt. Prioriteit geven aan het mogelijk maken van woningtoewijzing voor wonen mét zorgindicatie. Hiermee kan gericht gestuurd worden op clustering én een goede mix van bewoners voor een vitale gemeenschap met dragers en vragers. Dit punt gaat verder dan het ophogen van de doelgroepleeftijd van 55+ naar 65+ zoals nu opgenomen in de ontwerp woonzorgvisie. Prioriteit geven aan kwetsbare ouderen vanwege financiën, psychiatrische problematiek en/of migratieachtergrond, waarbij zowel beschikbaarheid als toegankelijkheid (ondersteuning bij bijvoorbeeld woning zoeken en verhuizen) van belang zijn.
Prioriteit geven aan voldoende en betaalbare woningen voor zorgmedewerkers. We benadrukken het belang van huisvesting van cruciale beroepsgroepen zoals verpleegkundigen zoals vastgelegd in de Woonvisie 2040 ‘Wonen in een stad in balans’.
Prioriteren op realisatie geclusterd wonen De Ontwerp Woonzorgvisie bevat diverse ambities. Voor de uitvoering van de ambities en acties van de Woonzorgvisie stellen wij een stadsbreed uitvoeringsplan en gebiedsgerichte uitvoeringsplannen op. Hierin brengen wij de prioritering van de verschillende ambities en acties aan. ZorgScala doet vier suggesties voor prioritering, waar we hieronder op ingaan. Woonzorgconcepten Het realiseren van meer geschikte woningen voor aandachtsgroepen en het ontwikkelen van woonzorgconcepten zijn belangrijke ambities van de Ontwerp Woonzorgvisie, vastgelegd in paragraaf 3.2.1 en 3.2.2. Ook werken we aan de ontwikkeling van innovatieve woon(zorg)concepten met de uitvoering van het in 2024 vastgestelde Stimuleringsplan innovatieve woonvormen (RIS316966). Woningtoewijzing In paragraaf 3.2.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie hebben we als actie opgenomen dat we werken aan een ander woonruimteverdeelsysteem om gerichter toe te kunnen wijzen aan aandachtsgroepen. Kwetsbare ouderen In paragraaf 2.2 van de Ontwerp Woonzorgvisie hebben wij aandacht voor de diversiteit binnen de groep ouderen wat betreft bijvoorbeeld gezondheid, financiële middelen en sociaal-culturele achtergrond. Hierdoor is het van belang om voor deze aandachtsgroep diverse woonconcepten in diverse prijssegmenten te realiseren.
Wij hebben dus oog voor ouderen bij wie sprake is van extra kwetsbaarheid om bijvoorbeeld de redenen die ZorgScala noemt. In paragraaf 3.2.3 hebben we in het kader van het stimuleren van de doorstroming naar een passend huis diverse acties opgenomen die gericht zijn op het bieden van ondersteuning aan ouderen bij verhuizen. Voldoende en betaalbare woningen voor zorgmedewerkers Het creëren van voldoende betaalbare woonruimte voor vitale beroepsgroepen (zoals zorgmedewerkers) is geen onderdeel van de Ontwerp Woonzorgvisie, maar wel van de Woonvisie Den Haag 2040 (RIS318960). In de uitvoering van de Woonvisie Den Haag
2040 werken wij hier verschillende acties voor uit, waaronder het in samenwerking met partners jaarlijks beschikbaar stellen van 60 middenhuurwoningen en 60 sociale huurwoningen aan vitale beroepsgroepen en heldere communicatie over het aanbod. Financieel samenwerken voor zorgzame buurten Voor ouderen is van belang dat zij zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen of in de eigen wijk naar een woonzorgconcept kunnen verhuizen. Het sociaal netwerk blijft dan zoveel mogelijk behouden. Het vraagt om investering in collectieve voorzieningen om dit mogelijk te maken. Zowel bij het aanpassen van bestaande woningen en wooncomplexen, als bij nieuwbouw van geclusterde en zorggeschikte woningen. In de woonzorgvisie wordt hier wel naar verwezen, maar ons inziens hebben de volgende punten extra aandacht nodig:
•
•
Gezamenlijke bekostiging van collectieve voorzieningen door gemeente, woningcorporaties en beleggers en/of zorgaanbieders. Bijvoorbeeld om ontmoeting te organiseren formeel en informeel, brandveiligheidsmaatregelen te treffen en toegang van woongebouwen aan te passen. In de visie is een gezamenlijk budget van gemeente en woningcorporaties benoemd, graag willen we hier als zorgvastgoedeigenaren ook gebruik van kunnen maken. In stand houden WMO-domein en Haags Ontmoeten essentieel voor ouderen die thuis blijven wonen of wonen in een geclusterd woonzorgconcept. Alleen zo kunnen we echt samenwerken aan zorgzame buurten. Denk aan mogelijk maken van domeinoverstijgend indiceren (verpleegkundige die bijvoorbeeld WMO-voorziening indiceert), uitbreiden Haags Ontmoeten en aan een door de gemeente structureel te bekostigen regisseur voor buurt of flat om de zelfstandigheid van, en saamhorigheid onder, de ouderen te stimuleren.
Financieel samenwerken voor zorgzame buurten Gezamenlijke bekostiging In paragraaf 3.2.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie is opgenomen dat wij de mogelijkheden verkennen om samen met woningcorporaties een gezamenlijk budget voor (collectieve) woningaanpassingen en scootmobielstallingen te creëren. De suggestie van ZorgScala om zorgvastgoedeigenaren ook de mogelijkheid te bieden gebruik te maken van dit budget nemen wij mee in de verkenning hiervan. Wmo-domein en Haags Ontmoeten Het toekomstbestendig maken en houden van de zorg en welzijn (waaronder ondersteuning vanuit de Wmo) is een belangrijke ambitie van de Ontwerp Woonzorgvisie (zie paragraaf 3.2.4). In dit kader streven we ernaar om zorg en ondersteuning toegankelijk, in samenhang en wijkgericht te organiseren, bij voorkeur in de nabijheid van woonvormen voor ouderen en aandachtsgroepen. Haags Ontmoeten-locaties zijn plekken waar senioren en hun mantelzorgers wekelijks terecht kunnen om elkaar te ontmoeten en om aan activiteiten deel te nemen. Dit is inderdaad een belangrijk welzijnsinitiatief voor ouderen. We lichten het daarom ook uit op pagina 28 van de Ontwerp Woonzorgvisie. De gemeente investeert in Haags Ontmoeten-locaties. Momenteel zijn er 62 Haags Ontmoeten-locaties in Den Haag. We breiden het aantal locaties uit met twee tot drie per jaar. Voor nieuwe locaties kijken we goed naar de spreiding over de stad.
De komende drie jaar ligt de focus op locaties in Laak, Loosduinen en LeidschenveenYpenburg. Ook kijken we of het aanbod goed aansluit bij de culturele diversiteit van de inwonerspopulatie. Dit hebben we vastgelegd in de Actielijn Seniorvriendelijk Den Haag (RIS322179).
Streven naar eenvoud in samenwerken gemeente, zorg en welzijn Onder ambitie 4 wordt het gebiedsgerichter organiseren van de zorg benoemd, het doel is zorg en ondersteuning collectief, preventief en wijkgericht te organiseren. In de context van GALA en IZA werken we hier al samen aan. Een meer gebiedsgerichte sturing en aanpak vanuit de gemeente zien wij als positief, echter:
• •
Sluit zoveel mogelijk aan bij wat er in een wijk of buurt is, danwel wat vanuit andere sporen al ontwikkeld wordt. Op deze manier benutten we beschikbare capaciteit en middelen optimaal en vergroten we de slagingskans. Combineer overlegtafels waar mogelijk. Waar afspraken gemaakt worden met woningcorporaties, beleggers en ontwikkelaars over ontwikkelen van woon(zorg)concepten voor senioren en aandachtsgroepen, zorg daar ook voor betrokkenheid van zorg- en welzijnspartijen. Zij kunnen in randvoorwaardelijke zin aangeven wat van belang is, en meedenken over de verwachtingen die gecreëerd worden bij nieuwe bewoners.
Tot slot We staan voor een complexe maatschappelijke uitdaging. Daarom roepen we alle organen van de gemeente Den Haag, inclusief de gemeenteraad, op om het belang van dit woonzorgvraagstuk onder ogen te zien, en samen de handschoen op te pakken. Neem regie op samen zoeken naar oplossingen en realisatie hiervan, alleen zo kunnen we de burgers van deze stad ouder laten worden in een inclusieve samenleving!
Streven naar eenvoud in samenwerken gemeente, zorg en welzijn Aansluiten bij wat er al is In paragraaf 4.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie is opgenomen dat wij in de uitvoering zoveel mogelijk aansluiten bij bestaande programma's, instrumenten en samenwerkingsverbanden. Overlegtafels De gemeente vindt het van belang om zorg- en welzijnspartijen te betrekken bij de ontwikkeling van woon(zorg)concepten. Zorg- en welzijnspartijen zullen daarom onderdeel uitmaken van de Bestuurlijke tafel wonen en zorg (zie paragraaf 4.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie). Wijzigingen: Geen wijzigingen.
Als gezamenlijke zorgaanbieders willen wij ook onze verantwoordelijkheid nemen en zien wij uit naar een spoedig vervolg met alle relevante partijen om deze maatschappelijke opgave samen aan te gaan.
12.
1 Zoals Haagse plusflats, maar ook soortgelijke concepten Huurdersvereniging Staedion
Antwoord: Hieronder gaan wij per punt in op de zienswijze van Huurdersvereniging Staedion:
T.a.v. de Samenvatting 1. In de WZV wordt gesproken over ouderen (65+) a. In de corporatiesector zijn veel woningen voor ouderen gelabeld voor 55+ b. Is het de bedoeling dat 55+ langzaam aan wordt aangepast naar 65+ ?
1.
Labeling In samenwerking met de woningcorporaties en SVH onderzoekt de gemeente of het 55+ label dat corporaties hanteren nog passend is voor seniorenwoningen, of dat dit aangepast moet worden naar 65+. Hier maken we vervolgens afspraken over met de corporaties en SVH (zie paragraaf 3.2.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie).
2. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen personen die een woning hebben en personen die op zoek zijn naar een woning. a. Bijvoorbeeld een woon- en zorgvraag kan ook inhouden alleen een zorgvraag omdat men prima woont b. De omvang van de vraag naar wonen en zorg kan daardoor uiteen lopen c. Bijvoorbeeld Ouderen : i. kunnen wonen zonder een woonvraag ii. kunnen wonen met een woonvraag omdat de woning niet geschikt is om te blijven wonen iii. de omvang van de woonvraag is een opgave voor de WZV d. Bijvoorbeeld de mantelzorg : i. alleen mantelzorgers of ontvangers die willen verhuizen zijn een opgave voor de WZV
2. Onderscheid tussen woningzoekenden en personen met een woning De term woonzorgvraag komt voort uit de scheiding tussen wonen en zorg die is ontstaan door extramuralisering van de zorg. Dit houdt in dat intramurale zorg (waarbij de zorgontvanger woont in een zorginstelling) steeds ongebruikelijker wordt en het juist meer voorkomt dat mensen zelfstandig wonen met zorg of ondersteuning aan huis. De combinatie van zelfstandig wonen en daarbij zorg en ondersteuning ontvangen duiden we met de term woonzorgvraag. Het klopt dat niet iedereen met een woonzorgvraag een verhuiswens heeft. Iemand kan bijvoorbeeld al een geschikte woning hebben. Met de Ontwerp Woonzorgvisie streven wij er wel naar dat er voldoende geschikte woonplekken met passende zorg en ondersteuning beschikbaar zijn voor mensen die hier nu nog niet in voorzien zijn of die dit in de toekomst nodig hebben.
3. In de samenvatting wordt aangegeven dat statushouders geen begeleiding of zorg nodig hebben. In de praktijk zien we dat de meesten weinig of geen zorg of begeleiding nodig hebben, maar bij voorbeeld jonge statushouders hebben na hun 18e jaar wel degelijk begeleiding nodig volgens de Nationale Ombudsman
3. Statushouders Statushouders vallen binnen de categorie aandachtsgroepen met een specifieke huisvestingsvraag. Niet alle statushouders hebben zorg of ondersteuning nodig. Voor statushouders die dit wel nodig hebben, streven we ernaar dat dit in voldoende mate beschikbaar is, zodat zij zelfstandig kunnen wonen. VluchtelingenWerk begeleidt statushouders en is aanspreekpunt. Vanuit VluchtelingenWerk kunnen statushouders eventueel doorverwezen worden naar andere instanties. Hier zijn afspraken over gemaakt.
4. Het is verheugend om te zien dat in de komende tijd er 20.000 woningen bijkomen voor de ouderen (65+). Onduidelijk is wel hoe de gemeente de regie gaat voren om die aantallen ook werkelijk te realiseren a. De groei van het aantal geclusterde woningen laat zien dat de gemeente daarvoor veel belangstelling heeft. De vraag is echter of in de praktijk het gebruik van de geclusterde woningen het resultaat zal opleveren van wat men er mee wil bereiken. b. Gezien de snelle afname van het aantal plaatsen in verpleeghuizen en de groeiende behoefte aan zorggeschikte woningen is het de vraag of de groei van het aantal zorggeschikte woningen wel gelijke tred daarmee houdt. c. Onduidelijk is of de behoefte aan allerlei woonvoorzieningen in de vrije sector wel voldoende aandacht krijgt.
5.
Bij het inrichten van zorgzame buurten is het van groot belang dat ook het openbaar vervoer en het vervoer voor ouderen en personen met een beperking voldoende aanwezig is, anders ontstaat er een isolatie in de eigen buurt.
4.
Woningen voor ouderen a. De gemeente stimuleert inderdaad de ontwikkeling van collectieve woonvormen. Deze woonvormen bieden meerwaarde op het gebied van de zelf- en samenredzaamheid van bewoners en het tegengaan van eenzaamheid (zie hierover paragraaf 3.2.2 van de Ontwerp Woonzorgvisie en het Stimuleringsplan innovatieve woonvormen (RIS316966)). b. Het realiseren van zorggeschikte woningen is een belangrijke actie van de Ontwerp Woonzorgvisie. Gedurende de uitvoering van de Woonzorgvisie monitoren wij de voortgang hiervan (zie paragraaf 4.2). c. Onze ambitie is om voor ouderen diverse woonconcepten in verschillende prijssegmenten te realiseren, waaronder dus de vrije sector (zie paragraaf 3.2.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie).
5.
Openbaar vervoer in zorgzame buurten Openbaar vervoer is inderdaad van belang bij de inrichting van zorgzame buurten. In paragraaf 3.2.5 van de Ontwerp Woonzorgvisie staat daarom dat in zorgzame buurten openbaar vervoer binnen een loopafstand van 300 tot 500 meter aanwezig is.
6. Er wordt wel gesproken over ouderen met dementie maar er zijn steeds meer personen onder de 65 jaar met dementie. Het zou goed zijn om die aantallen mee te nemen in de plannen.
6. Dementie Vanwege de omvang van de groep senioren met dementie en de verwachte groei van deze groep besteden wij hier in de Ontwerp Woonzorgvisie bijzondere aandacht aan, als onderdeel van de aandachtsgroep ouderen. Wij zijn ons ervan bewust dat ook mensen jongeren dan 65 jaar dementie kunnen krijgen. Dit aantal is zodanig klein dat hier geen specifieke cijfers over zijn opgenomen.
7.
7.
Het is onduidelijk wat bedoeld wordt met: Ouderen met een migratieachtergrond. Zijn dat ouderen die niet in Nederland zijn geboren of ouderen die geboren zijn uit ouders met een migratieachtergrond? Of zijn dat ouderen die getrouwd zijn met een persoon met een migratieachtergrond?
8. Het is de vraag of de extra kosten die gepaard gaan met het (massaal) bouwen en inrichten van geclusterde woningen opwegen tegen de voordelen en nadelen. In de praktijk zien we dat het nog niet zo eenvoudig is om het sociaal contact en het gemeenschapsgevoel zodanig te bevorderen dat het opweegt tegen de extra kosten. De
Ouderen met een migratieachtergond In de Ontwerp Woonzorgvisie is gebruik gemaakt van informatie van de Ouderenmonitor 2023 (RIS316022). De Ouderenmonitor hanteert de definitie van het Centraal Bureau voor Statistiek. Volgens deze definitie heeft een persoon een migratieachtergrond wanneer één van diens ouders in het buitenland geboren is.
8. Geclusterde woningen Zie ons antwoord op punt 4a van deze zienswijze.
vraag is of gezien de extra kosten voor geclusterde woningen beter veel meer nultreden woningen gebouwd kunnen worden met in de nabijheid allerlei welzijnsvoorzieningen. 9. Woningen voor aandachtsgroepen met een gecombineerde woon- en zorgvraag zijn vaak niet anders dan normale woningen of woningen voor ouderen a. Mantelzorgers hebben geen bijzondere woning nodig i. een in de achtertuin bijgeplaatste unit zal meestal niet gezien worden als een zelfstandige woning b. Dak- en thuislozen hebben geen bijzondere woning nodig c. Uitstroom van mensen uit een instelling of sekswerkers hebben geen bijzondere woning nodig d. Alleen mensen die afhankelijk zijn van een rolstoel of een fysieke beperking hebben zullen voor hun beperkingen een aangepaste zorggeschikte woning nodig hebben e. Dat betekent dat de meeste van de begrootte 5000-7500 woningen vallen onder de reguliere bouw.
9. Woningen voor aandachtsgroepen Het klopt dat niet iedereen die valt onder één van de aandachtsgroepen met een gecombineerde woon- en zorgvraag een zorggeschikte woning nodig heeft. Een woon- en zorgvraag kan ook inhouden dat iemand in een reguliere woning kan wonen, mits er zorg of begeleiding wordt verleend. Het klopt daarom dat de meeste woningen die gebouwd gaan worden reguliere woningen zijn, met aandacht voor betaalbaarheid.
10. Het uitbreiden van het aantal convenant woningen gaat, zo lang er geen grootschalige uitbreiding komt van de voorraad, ten kosten van het aantal reguliere woningen. Zo lang dit past binnen de max. 30% woningen voor de aandachtsgroepen lijkt dat geen probleem. a. Wel maken wij ons zorgen over het benodigde gekwalificeerde personeel om de begeleiding te verzorgen. Zonder voldoende extra personeel vinden wij de uitbreiding niet verantwoord
10. Convenantwoningen Het is inderdaad van belang dat er voldoende begeleiding beschikbaar is voor de bewoners van convenantwoningen. Daarom is in paragraaf 2.3.6 van de Ontwerp Woonzorgvisie opgenomen dat we het aantal woonplekken van het Koepelconvenant willen verhogen. Over de verhoging van het aantal convenantwoningen voeren wij in het kader van de Raamovereenkomst gesprekken met de woningcorporaties en huurdersorganisaties. Met de betrokken organisaties maken we afspraken om ervoor te zorgen dat er goede zorg en begeleiding beschikbaar is.
11. Voor een efficiënter gebruik van de voorraad is het te overwegen om meer gebruik te maken van friendscontracten of van onzelfstandige woningen bij de huisvesting van jeugd en jonge statushouders bij de start van hun wooncarrière a. Dat is gezien de woningnood ook aan te bevelen voor arbeidsmigranten (shortstay of mid-stay)
12. Analyse a. Voor studenten worden in de komende jaren nog veel woningen gebouwd. Deze woningen zijn echter niet beschikbaar voor reguliere huurders. b. Ouderen die behoefte hebben aan een nultreden-woning zullen gebruik moeten maken van de aanwezige voorraad c. Veel bewoners hebben een latente behoefte om te verhuizen. Bij woonnet Haaglanden zijn wel cijfers bekend van ingeschreven personen die niet actief zoeken naar een andere woning. d. Het huisvesten van arbeidsmigranten (short-stay of mid-stay) in de gemeente waar in zij werken is de aangewezen methode om de opgave eerlijker te verdelen over de regio
11. Efficiënter gebruik van de woningvoorraad Het beter benutten van de bestaande woningvoorraad maakt onderdeel uit van onze aanpak om meer woningen te realiseren voor de aandachtsgroepen (zie paragraaf 3.2.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie). In paragraaf 2.3.2 worden friendscontracten ook genoemd als voorbeeld van de mogelijkheden voor woningdelen die wij onderzoeken voor jongeren die uitstromen uit een instelling. De gemeente wil arbeidsmigranten die kort verblijven meer in groepsaccomodaties huisvesten en minder binnen de bestaande woningvoorraad. Binnen groepsaccomodaties zijn woonomstandigheden, leefbaarheid en toezicht beter geborgd (zie paragraaf 2.4.1 en 3.2.6 van de Ontwerp Woonzorgvisie).
T.a.v. hoofdstuk 3 13. Dementievriendelijk wonen a. voorkomen dient te worden dat het verbijzonderen de norm wordt; met name het wonen voor ouderen zou integraal dementie vriendelijk moeten zijn
12. Analyse a. Studenten hebben een bijzondere woonvraag en zijn daarom als aandachtsgroep opgenomen in de Ontwerp Woonzorgvisie. Studentenwoningen zijn in principe niet beschikbaar voor andere groepen woningzoekenden, als de verhuurder een campuscontract hanteert. Dit is nodig om aan de huisvestingsopgave voor studenten te beantwoorden. b. De gemeente zet in op het realiseren van meer geschikte woningen voor ouderen (waaronder nultredenwoningen) in nieuwbouwontwikkelingen en binnen de bestaande woningvoorraad. c. Dat klopt. In de Ontwerp Woonzorgvisie hebben wij daarom de ambitie geformuleerd om doorstroming naar een passend huis te stimuleren (paragraaf 3.2.3). Ook werken wij aan de ontwikkeling van het stimuleringsplan doorstroming. d. Wij hanteren het principe dat arbeidsmigranten wonen waar zij werken. De regionale woonzorgvisie zal sturen op de regionale spreiding van arbeidsmigranten, waarbij in principe gestuurd wordt op huisvesting in de gemeente waar zij werkzaam zijn (zie paragraaf 2.4.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie).
14. Meer kleinere en betaalbare woningen in de sociale voorraad a. De woonvisie spreekt van minimaal 50m2 voor een huurwoning, kleiner wonen is alleen acceptabel in een tijdelijke woonvorm op grond van woningnood
13. Dementie De uitdrukking ‘dementievriendelijk wonen’ komt niet voor in de Ontwerp Woonzorgvisie. De gemeente vindt het belangrijk dat ouderen met dementie zo lang mogelijk in een vertrouwde omgeving kunnen wonen (zie paragraaf 2.2 van de Ontwerp Woonzorgvisie), maar maakt hier geen aparte woningtypologie van. 14. Kleinere en betaalbare woningen
15. Particuliere verhuurders kunnen ook woningen verhuren aan personen met een zorg- of begeleidingsvraag
16. Leegstandsbeheer kan een oplossing zijn voor tijdelijke huisvesting vanwege woningnood
17. Voorkomen moet worden dat geclusterd wonen gebruikt gaat worden om exclusief bewoners te gaan huisvesten, cultuursensitief moet geen excuus worden voor segregatie.
18. Welzijn en preventie a. Welzijn kan veel vrijwilligers mobiliseren b. Voorkomen moet worden dat vrijwilligers ook gespecialiseerde zorg en begeleiding gaan geven in plaats van gekwalificeerde professionals zoals bij bewoners met een GGZ-achtergrond
In de Woonvisie Den Haag 2040 (RIS318960) is binnen actielijn 4 (‘Sturen op kwaliteit van nieuwbouwwoningen’) opgenomen dat maximaal 20% van het aantal woningen per nieuwbouwproject mag bestaan uit kleine woningen (kleiner dan 40 vierkante meter in het CID en 50 vierkante meter in de rest van de stad). Echter, voor specifieke woonconcepten en woningen voor aandachtsgroepen kan hiervan worden afgeweken. 15. Particuliere verhuurders Het klopt dat ook particuliere verhuurders woningen kunnen verhuren aan personen met een zorg- of begeleidingsvraag. In paragraaf 3.2.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie is als actie opgenomen om afspraken te maken met particuliere verhuurders over het aandeel toe te wijzen woningen voor aandachtsgroepen. 16. Leegstand De gemeente onderschrijft het belang van het tegengaan van leegstand. In de uitwerkingsnota Bestrijding Leegstand (RIS320622) zijn hiervoor verschillende maatregelen uitgewerkt, waaronder de voorbereiding van een leegstandsverordening voor woningen. De gemeente heeft zich aangemeld voor deelname aan de landelijke experimenteerruimte om extra instrumenten in te kunnen zetten. Zodra de juridische grondslag hiervoor vanuit het Rijk is vastgesteld zullen wij met deze verordening gaan werken. 17. Geclusterd wonen Woongroepen bieden de mogelijkheid om met gelijkgestemden samen te wonen.
Dit hoeft niet noodzakelijkerwijs een cultuursensitieve insteek te hebben. De gemeente streeft naar een divers aanbod van woonvormen (zie paragraaf 3.2.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie). 18. Welzijn en preventie Vrijwilligers zijn geen vervanging voor professionele zorg, maar kunnen wel een belangrijke aanvulling zijn hierop. Vrijwilligers zijn onmisbaar voor een zorgzame buurt en daarom ondersteunt de gemeente in samenwerking met welzijnsorganisaties vrijwilligerswerk (zie paragraaf 3.2.5 van de Ontwerp Woonzorgvisie). Wijzigingen: Geen wijzigingen.
13.
Gezamenlijke reactie van Fonteynenburg, KesslerPerspektief, Anton Constandse, Leger des Heils (Noord-West) en Limor Algemene reactie op de inhoud: • We onderschrijven het belang van de voorgestelde integrale aanpak. voor de woonvraag die er is en de komende jaren op ons afkomt (en die ook zoveel mogelijk gekwantificeerd is); • De gemeenschapsbenadering van de gemeente sluit aan bij de wijze waarop wij naar de wijze van ondersteuning kijken; • Het ontbreekt o.i. aan concrete planvorming: hoe wordt deze woonzorgvisie vertaald naar projecten en op welke wijzen en momenten worden zorgaanbieders daarbij betrokken; • Het wordt ons niet duidelijk of Den Haag – net als een aantal van de omliggende gemeenten – een opvatting heeft over de omvang van het aantal BW-plaatsen in de gemeente; • De aanbieders bieden graag hun kennis en ervaring aan de gemeente aan om actief mee te denken en werken aan de ontwikkeling van woonvormen; We onderstrepen het belang van samenwerking, wat ook in deze woonzorgvisie naar voren komt. Als partners in de maatschappelijke ggz (MO-BW) hebben wij de ambitie om gezamenlijk met gemeente, regiogemeenten, woonaanbieders en welzijn een einde te maken aan dakloosheid in onze mooie stad. Wij roepen de gemeente en andere benodigde samenwerkingspartners op om snel en daadkrachtig uitvoering te geven aan deze visie met concrete acties.
Antwoord: Algemene reactie op de inhoud Het is prettig te horen dat de indieners zich kunnen vinden in de integrale aanpak en de gemeenschapsbenadering van de Ontwerp Woonzorgvisie. De gemeente waardeert het dat de organisaties als partners willen meedenken en –werken aan de ontwikkeling van woonvormen. De indieners stellen dat het ontbreekt aan concrete planvorming en vertaling naar projecten. Het klopt dat wij in de Ontwerp Woonzorgvisie niet ingaan op concrete projecten. Voor de uitvoeringsfase van de Woonzorgvisie stellen we gebiedsgerichte uitvoeringsplannen op (zie paragraaf 4.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie). Met deze uitvoeringsplannen sluiten we aan bij de gebiedsgerichte uitwerking van de Omgevingsvisie Den Haag 2050. De strategische ambities van de Omgevingsvisie worden na vaststelling ervan door de gemeenteraad uitgewerkt in gebiedsvisies per stadsdeel, met daarin concrete uitspraken over de gewenste ontwikkelingen in het betreffende stadsdeel. De gebiedsvisies bieden het ruimtelijk-planologisch kader dat ons helpt te sturen op het realiseren van de gewenste functies op de gewenste plek. Tenslotte geven de indieners in de algemene reactie aan dat het voor hen niet duidelijk is of de gemeente een opvatting heeft over het aantal Beschermd Wonen plekken in Den Haag.
Onze kaders voor beschermd wonen zijn vastgelegd in de Regiovisie beschermd wonen en maatschappelijke opvang 2022-2025 (RIS315214).
Hierin is vastgelegd dat we zoveel mogelijk inzetten op zelfstandig wonen. We zetten daarbij in op spreiding in de regio. Op de volgende pagina’s zijn onze verdere vragen en opmerkingen per punt opgenomen. Vraagnummer
Paragraaf / hoofdstuk
Betreft
Vraag / opmerking
1.
1.2 doelgroepen
Ontbreken expliciete aandacht dak- en thuislozen en slachtoffers huiselijk geweld
Wij zouden graag zien dat er expliciete aandacht wordt besteed aan slachtoffers huiselijk geweld en dak- en thuislozen in de woonzorgvisie. Doordat enkel een deel wordt gekenmerkt als het hebben van een gecombineerde woonzorgvraag, valt de rest van de groep dak- en thuislozen buiten de drie genoemde hoofdgroeperingen.
2.
2.1 Aandachtsgroepen met een gecombineerde woon- en zorgvraag
Dakloze gezinnen
In deze paragraaf wordt genoemd dat er een “groeiende groep (economisch) dakloze gezinnen” is. Echter ontbreekt deze groep in het vermelden van specifieke acties voor de doelgroepen. Waarom wordt er een voorwaarde gesteld aan het verbreden van Het Koepelconvenant? En hoe gaat de gemeente de doorstroom voor deze doelgroep realiseren?
Vragen en opmerkingen per punt Hieronder gaan wij per punt in op de vragen en opmerkingen uit de tabel in de zienswijze.
1.
Dak- en thuisloze mensen Dak- en thuisloze mensen vormen één van de aandachtsgroepen van de Ontwerp Woonzorgvisie (zie paragraaf 2.3.6). Hetzelfde geldt voor slachtoffers van huiselijk geweld (zie paragraaf 2.3.5). Uit de zienswijze maken wij op dat de indieners vermoeden dat de Ontwerp Woonzorgvisie zich niet op de gehele groep dak- en thuisloze mensen richt, maar slechts op het deel ervan met een gecombineerde woon- en zorgvraag. Dit is echter niet het geval. De Ontwerp Woonzorgvisie richt zich op de gehele groep dak- en thuisloze mensen en slachtoffers van huiselijk geweld in Den Haag, ook het deel ervan dat geen zorgvraag heeft. Dit verduidelijken we naar aanleiding van deze zienswijze in de tabel met de aandachtsgroepen in paragraaf 1.2 van de Woonzorgvisie.
2. Dakloze gezinnen Dakloze gezinnen vallen onder de aandachtsgroep ‘Daken thuisloze mensen – maatschappelijke opvang’ (paragraaf 2.3.6). Hoofdstuk 3 van de Ontwerp Woonzorgvisie bevat onder de verschillende ambities acties voor de aandachtsgroepen, waaronder dus ook deze groep. In paragraaf 2.3.6 passen we de formulering van het tekstdeel over de voorgenomen verhoging van het aantal convenantwoningen aan. Wel benoemen we in paragraaf 2.3.6 nog steeds dat we afspraken met betrokken organisaties maken om te zorgen dat er voldoende zorg en begeleiding beschikbaar is. De doorstroom vanuit de Maatschappelijke Opvang naar een woning bevorderen we door meer passende woonplekken te realiseren en het aantal woningen dat via het koepelconvenant wordt toegekend uit te breiden (zie paragraaf 3.2.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie). 3. Omschrijving Oranje Huis Naar aanleiding van deze zienswijze passen wij de tekst over het Oranje Huis in paragraaf 2.3.5 aan.
3.
4.
2.3.5 Slachtoffers van huiselijk geweld, stoppende sekswerkers en mensenhandel opvang 2.3.6 dak- en thuisloze mensen – maatschappelijke opvang
Omschrijving Oranjehuis
Verdubbeling koepelconvenant
De omschrijving van het Oranjehuis dekt naar ons inzien onvoldoende de lading van wat het is. Specifiek ontbreekt er een nadruk op veiligheid. Er wordt aangegeven dat de gemeente “het aantal woningen / woonplekken van Het Koepelconvenant minstens [gaat] verdubbelen, mits er goede begeleiding en zorg voorhangen is, om zo de doorstroming vanuit de maatschappelijke opvang weer op gang te brengen.” Hoe gaat de gemeente dit realiseren?
4. Verdubbeling koepelconvenant Het realiseren van de verhoging van het aantal woonplekken van het Koepelconvenant huisvesting zorgdoelgroepen is een gezamenlijke opgave van de betrokken zorgorganisaties, woningcorporaties en de gemeente. Als gemeente streven we naar een verhoging van het aantal convenantwoningen, maar realisatie hiervan is ook afhankelijk van de medewerking van de betrokken partijen. In het kader van de Raamovereenkomst voeren we hierover het gesprek met de woningcorporaties en huurdersorganisaties. Er kan een wijziging van het bestaande convenant komen of we kunnen een nieuw convenant opstellen, waarbij we goede afspraken maken over uitstroom, plaatsing, zorg, begeleiding en escalatiemogelijkheden, zodat het verhogen van het aantal convenantwoningen haalbaar is. 5.
Betrekken van de keten bij toewijzings- en woonruimteverdeelbeleid Wij zullen betrokken partijen, waaronder zorgorganisaties, betrekken bij de ontwikkeling van het nieuwe woonruimteverdeelsysteem voor gerichte toewijzing voor aandachtsgroepen. Wel benadrukken wij dat dit een complexe en langtermijn actie is, waarbij wij ook met de regio samenwerken.
5.
6.
7.
3.2.1 Realiseren van meer geschikte woningen in de nieuwbouw en het
beter benutten van de bestaande woningvoorraad 3.2.3 Stimuleren van doorstroming naar een passend (t)huis
Zet in op Wonen Eerst en innovatieve manieren van (kleinschalige) huisvesting
Toewijzings- en woonruimteverdeelbeleid
Acties voor aandachtsgroepen
Wij zouden graag zien dat de keten betrokken wordt bij het ontwikkelen van een nieuw toewijzingsbeleid en woonruimteverdeelbeleid.
Wij missen in deze paragraaf concrete acties voor het bevorderen van doorstroom voor deze doelgroep.
Flexwonen realiseren om doorstroom vanuit de maatschappelijke opvang te bevorderen. Tijdelijke woonoplossingen (makkelijke r) mogelijk maken. Denk aan woning delen, inwonen bij het eigen netwerk, vormen van inwonen bij derden zoals Onder de Pannen, Kamers met Aandacht, Take care BnB. Met bijzondere aandacht voor alternatieve woonoplossingen voor jongeren en jongvolwassenen. Leegstaand vastgoed benutten (naar voorbeeld van Tijdelijk onder Dak / Bijzonder Bewoond) of ombouwen. Gemengde woonvormen introduceren (met ontmoetingsruimten) waarbij mensen met en zonder zorgvraag in één complex samenwonen. Het aantal convenant woningen en Housing Firsttrajecten verder uitbreiden.
6. Acties voor aandachtsgroepen Naar aanleiding van dit passen we in paragraaf 3.2.3 van de Woonzorgvisie de acties voor aandachtsgroepen aan.
7.
Wonen Eerst en innovatieve vormen van huisvesting Flexwonen Het realiseren van meer innovatieve en collectieve woon(zorg)vormen is als ambitie vastgelegd in de Ontwerp Woonzorgvisie (zie paragraaf 3.2.2). Ook werken wij in dit kader sinds april 2024 aan de uitvoering van het Stimuleringsplan innovatieve woonvormen (RIS316966). Flexwoningen zijn een voorbeeld van een innovatieve woonvorm. Tijdelijke woonoplossingen Het beter benutten van de bestaande woningvoorraad is één van de acties van de Ontwerp Woonzorgvisie en ook als actielijn opgenomen in de Woonvisie Den Haag 2040 (RIS319812). Met de Ontwerp Nota Woningvoorraad 2025 (RIS322728) willen we de regels voor onder andere hospitaverhuur versoepelen. Ook zetten we in op Housing First, Kamers met Aandacht en Onder de Pannen om extra huisvestingsmogelijkheden voor aandachtsgroepen te realiseren. Deze acties zijn opgenomen in paragraaf 3.2.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie. Leegstand vastgoed De gemeente Den Haag onderschrijft het belang van het tegengaan van leegstand. In de uitwerkingsnota Bestrijding Leegstand (RIS320622) zijn hiervoor verschillende maatregelen uitgewerkt, waaronder de voorbereiding van een leegstandsverordening voor woningen. De gemeente heeft zich aangemeld voor deelname aan de landelijke experimenteerruimte om extra instrumenten in te kunnen zetten.
Zodra de juridische grondslag hiervoor vanuit het Rijk is vastgesteld zullen wij met deze verordening gaan werken. Gemengde woonvormen Ook gemengde woonvormen, zoals omschreven in de zienswijze, vallen onder onze inzet voor innovatieve en collectieve woon(zorg)concepten (zie ons antwoord over flexwonen hierboven). Convenantwoningen De Ontwerp Woonzorgvisie bevat de ambitie om het aantal convenantwoningen te verdubbelen. Dit is opgenomen in paragraaf 2.3.6. Zie hierover ook de beantwoording van punt 4 van deze zienswijze.
8.
Zet in op preventie van dakloosheid en breng huisuitzettingen terug naar een minimum. Biedt bij overlast een alternatief in de vorm van bijvoorbeeld Bijzonder Thuis of een time- outplek. Laat het gezin intact als één persoon de woning moet verlaten
8. Preventie van dakloosheid De gemeente werkt aan het tegengaan van dakloosheid. Onze aanpak hiervoor is vastgelegd in het Beleidskader aanpak dakloosheid 2023-2030 ‘Den Haag geeft thuis’ (RIS316085). De preventie van (herhaalde) dakloosheid is een belangrijk onderdeel van deze aanpak. In dit kader zetten we onder meer in op verbetering van (financiële) bestaanszekerheid en op ondersteuning. Met de Ontwerp Woonzorgvisie sluiten we aan bij het Beleidskader aanpak dakloosheid 2023-2030. Naar aanleiding van deze en andere zienswijzen voegen we de koppeling met dit beleidskader explicieter toe in paragraaf 2.3.6 van de Woonzorgvisie. In paragraaf 2.3.6 van de Ontwerp Woonzorgvisie hebben wij al aandacht voor Bijzonder Thuis en benoemen we dat Den Haag circa 40 plekken hiervan nodig heeft. Het realiseren van Bijzonder Thuis plekken voegen we toe aan de acties voor aandachtsgroepen in paragraaf 3.2.3 van de Woonzorgvisie (zie ook onder punt 6 van de beantwoording van deze zienswijze). 9. Woonzorgplekken voor mensen met GGZ-problematiek Mensen die uitstromen uit GGZ-instellingen maken onderdeel uit van de aandachtsgroepen van de Ontwerp Woonzorgvisie (zie paragraaf 2.3.2). Voor de aandachtsgroepen willen we meer passende woningen,
maar ook innovatieve en collectieve woon(zorg)concepten realiseren (zie paragraaf 3.2.1 en 3.2.2). Wijzigingen: In de tabel met het overzicht van de aandachtsgroepen in paragraaf 1.2 wordt verduidelijkt dat de Woonzorgvisie zich niet alleen richt op dak- en thuisloze mensen met een gecombineerde woon- en zorgvraag, maar ook op de groep dak- en thuisloze mensen zonder zorgvraag. 9.