RIS323714 Bijlage 1 Nota van Beantwoording - Woonzorgvisie
Tekst van het document
Nota van Beantwoording Nota van beantwoording zienswijzen bij de Ontwerp Woonzorgvisie 2040 Voor u ligt de Nota van beantwoording op de ingediende zienswijzen bij de Ontwerp Woonzorgvisie 2040 (RIS321760) van de gemeente Den Haag. De Ontwerp Woonzorgvisie 2040 is op 15 april 2025 vrijgegeven voor inspraak. De inspraakperiode duurde van 15 april 2025 tot en met 26 mei 2025. De ter inzagelegging en de zienswijzeperiode zijn aangekondigd via verschillende kanalen waaronder een publicatie in het gemeenteblad, een publicatie op de webpagina van de gemeente Den Haag en een persbericht. In totaal zijn er 34 zienswijzen ingediend; 21 vanuit organisaties en 13 vanuit inwoners. Wij danken alle organisaties en inwoners voor het meedenken en voor de input die zij hebben geleverd. Als gemeente waarderen wij dit zeer. De reacties gaan over diverse onderwerpen, zoals de uitvoering van de Woonzorgvisie 2040, collectieve woon(zorg)vormen, leegstand, de doorstroming van ouderen en de aanpak van dakloosheid. De ingediende zienswijzen hebben geleid tot 22 wijzigingen in de Woonzorgvisie 2040. Leeswijzer: In deze nota zijn de zienswijzen per indiener beantwoord, waarbij we een onderscheid maken tussen organisaties (deel 1) en bewoners (deel 2). De linker kolom bevat de zienswijze en de rechter kolom bevat het antwoord van de gemeente.
Aan het einde van het antwoord wordt aangegeven of het heeft geleid tot een wijziging van de Woonzorgvisie 2040 of niet. Alle persoonlijke informatie, zoals namen of telefoonnummers, zijn in verband met privacy niet opgenomen in deze nota.
Vanuit organisaties 1.
Hadoks
Antwoord:
Wat Hadoks betreft een duidelijke Woonzorgvisie waar echt een relatie wordt gelegd tussen wonen, zorg, welzijn, wijk, etc. De uitwerking blijft nog ons betreft nog wat algemeen.
Fijn dat Hadoks zich in de Ontwerp Woonzorgvisie kan vinden. De ambities en acties die in de Ontwerp Woonzorgvisie zijn opgenomen worden na de vaststelling van de Woonzorgvisie door de gemeenteraad nader uitgewerkt in zowel een stadsbreed uitvoeringsplan als gebiedsgerichte uitvoeringsplannen (zie paragraaf 4.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie). In deze uitvoeringsplannen concretiseren we de plannen voor de uitvoering van de verschillende ambities en acties van de woonzorgvisie. Er vindt dus nog nadere uitwerking plaats.
In bijlage 6 zijn onderstaande onderwerpen prima uitgangspunten voor de Hadoks huisartsen. • Eén loketfunctie organiseren binnen de gemeente voor partijen met zorgvastgoed • Toegankelijk en collectief organiseren van zorg- en welzijnsaanbod, bij voorkeur dichtbij of gerelateerd aan woonvormen voor ouderen en aandachtsgroepen • Onderzoeken hoe we financiële en organisatorische middelen kunnen samenbrengen om te komen tot gezamenlijke investeringen en hoe we de zorgverzekeraar hierbij kunnen laten aansluiten Onze vraag is aan de gemeente: Wie bij de gemeente is voor de huisartsenzorg (Hadoks) het aanspreekpunt bij ontwikkeling van deze concepten?
De accounthouder binnen de gemeente neemt hierover contact op met Hadoks. Wijzigingen: Geen wijzigingen.
2.
Saffier
Antwoord:
Hierbij een reactie van een Casemanager van Saffier op de Ontwerp Woonzorgvisie 2040.
Met de Ontwerp Woonzorgvisie zetten we in op het versterken van de sociale basis en het inrichten van zorgzame buurten (zie paragraaf 3.2.4 en 3.2.5). Ontmoeting tussen bewoners en sociale activiteiten zijn hierin onmisbaar. Daarom faciliteren we zowel informele als formele ontmoetingsplekken. Denk hierbij aan bibliotheken, buurtkamers en Haags Ontmoeten-locaties. Deze locaties hebben vaak hun eigen communicatiestrategie. Ook kunnen senioren worden doorverwezen door ouderenconsulenten en Wmo-consulenten. De gemeente investeert ook op andere manieren in sociale activiteiten voor inwoners, bijvoorbeeld met de subsidieregelingen ‘Samen sociaal en vitaal’, ‘Eten en ontmoeten’ en ‘Sociale initiatieven’. Alle activiteiten zijn te vinden op Home Page - Sociale Kaart Den Haag.
In één van de bijlagen staat dat het belangrijk is dat thuiswonende ouderen in de gemeente Den Haag hun eigen omgeving blijven herkennen. Denk aan sportclubs en winkels. Ik denk hierbij aan die dingen die je buurt vertrouwd maken, waar je een vriendelijk gezicht ontmoet. Anders gezegd hebben we het hier over de kleinschaligheid binnen de wijk. Laagdrempelige buurtinitiatieven waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Wordt door de gemeente rekening gehouden met nieuwbouw wijken dat deze plekken gecreëerd moeten worden? In de vorm van pleintjes, wijkcentra en bijvoorbeeld kringloop winkels? Investeert de gemeente Den Haag in ontmoetingsplekken in elke wijk? En zo ja, hoe komen bewoners erachter wat er in hun wijk georganiseerd wordt? Welke projecten er allemaal zijn? Vooral de oudere bewoner die niet digitaal zijn opgevoed. Hoe komen zij aan hun informatie? Ik heb ‘activiteiten ouderen’ in de zoekfunctie van de website gemeente Den Haag ingetoetst. Ik heb geen activiteiten gevonden. Mogelijk kan hier aandacht aan besteedt worden.
In nieuwbouwontwikkelingen heeft de gemeente aandacht voor voorzieningen die ontmoeting stimuleren, zowel binnen de gebouwen als in de openbare ruimte. Wijzigingen: Geen wijzigingen.
3.
Cliëntenraad Sociaal Domein
Antwoord:
Zienswijze
Hieronder gaan wij per punt in op de zienswijze van de Cliëntenraad Sociaal Domein.
1. Cijfers
1.
Cijfers
a. In het kader van de Woonzorgvisie zijn veel cijfers verzameld. Denk aan de Woonzorganalyse van Companen (rapport van 18 september 2024, inclusief addendum van 20 december 2024) en de factsheets gemeente Den Haag (verzameld door Companen). Wij zien het verband tussen de cijfers en het beleid te weinig terug in het stuk.
b. In het stuk zijn geen cijfermatige indicatoren opgenomen die de sturing van het proces vergemakkelijken. Door het gebruik van indicatoren kunnen we zien of we op de goede weg zijn en waar eventueel bijsturing nodig is. Kortom, maak de visie minder vrijblijvend door duidelijke targets op te nemen waarop gestuurd kan worden. Organiseer daarnaast goede monitoring via dashboards.
2. Aandachtsgroepen Ouderen krijgen in het stuk meer aandacht dan andere aandachtsgroepen. Wij pleiten voor een beschrijving van de aandachtsgroepen met hun behoeften en cijfers, in overeenstemming met hetgeen wordt beschreven in het Rijksprogramma “Een thuis voor iedereen”. Daarin staat; ”3. Combineren van wonen, zorg, welzijn en werk. Het bestaand instrument van woonzorgvisies wordt verbreed en krijgt betrekking op alle aandachtsgroepen. De woonzorgvisies maken helder wat mensen uit de aandachtgroepen nodig hebben aan zowel huisvesting als aan ondersteuning. Deze opgaven worden zo goed als mogelijk gekwantificeerd. De woonzorgvisies vormen de basis voor gemeenten om op lokaal niveau bindende wederkerige afspraken te maken met woningcorporaties, particuliere verhuurders, zorgaanbieders/zorgkantoren en andere partijen in het fysiek en sociaal domein, over de prestaties die geleverd moeten worden om aan de woon- en zorgbehoeften te voldoen”. 3. Regie Er zijn vele partijen, met verschillende belangen, betrokken bij het realiseren van de Woonzorgvisie. Als Cliëntenraad roepen wij de gemeente, de politici en de ambtenaren, op om de regie stevig in handen te nemen. Een gezamenlijke, door de gemeente gecoördineerde, aanpak is nodig om het woonprobleem voortvarend aan te pakken.
4. Regio De gemeente Den Haag heeft de regio nodig om het woonprobleem op te lossen. Wat van de regio verwacht wordt, is niet duidelijk. Geef in ieder geval aan dat iedere gemeente een eerlijk aandeel moet nemen in het huisvesten van aandachtsgroepen.
5. Wonen en Zorg Het betreft hier een Woonzorgvisie. In het voorliggende stuk krijgt wonen veel aandacht en zorg en begeleiding veel minder. Besteed meer aandacht aan het onderwerp zorg en begeleiding of verklaar waarom deze onderwerpen niet uitgebreid aan de orde komen.
6. Uitvoering Wij pleiten voor een fasering van de uitvoering. Begin met de zogenaamde quick wins als het ombouwen van leegstaande panden en het helpen van ouderen bij verhuizing.
7. Preventie Het begrip preventie kan meer nadruk krijgen. Een deel van de oplossing van het woonprobleem is voorkomen dat mensen op straat belanden. Wij stellen voor om te verwijzen naar de maatregelen als het voorkomen van huisuitzettingen en het mogelijk maken van gedeelde bewoning zonder kostendelersnorm. Alle maatregelen die genomen worden om de bestaanszekerheid te vergroten dragen bij aan het beperken van de groei van het huisvestingsprobleem.
a. In de beschrijving van de opgaven van de aandachtsgroepen in hoofdstuk 2 van de Ontwerp Woonzorgvisie hebben wij gebruik gemaakt van de bevindingen van de woonzorganalyse. De volledige analyse (inclusief het addendum) en de factsheets zijn als bijlage opgenomen bij de Ontwerp Woonzorgvisie. In de visie zelf zijn de cijfers op een hoger abstractieniveau weergegeven, waarbij we in gebiedsgerichte uitwerking kijken wat de opgave is per gebied en hier ook concrete doelstellingen over opnemen. b. Gedurende de uitvoeringsfase van de Woonzorgvisie stellen we jaarlijks kwantitatieve en kwalitatieve KPI's op en monitoren we de voortgang ervan. Hier rapporteren we over in de jaarlijkse voortgangsrapportage. Door deze monitoring kunnen wij waar nodig bijsturen (zie paragraaf 4.1 van de Ontwerp Woonzorgvisie).
2. Aandachtsgroepen Van de verschillende aandachtsgroepen in de Ontwerp Woonzorgvisie ligt kwantitatief de grootste opgave bij ouderen, vanwege de relatief grote omvang van deze groep. Dit betekent echter niet dat wij voor de opgaven van andere aandachtsgroepen minder oog hebben. Hoofdstuk 2 van de Ontwerp Woonzorgvisie bevat een analyse van iedere aandachtsgroep en diens opgave(n).
3. Regie De uitvoering van de Woonzorgvisie vraagt om effectieve samenwerking tussen de gemeente en de diverse maatschappelijke partijen die een rol spelen in de ambities. De gemeente neemt hierin de regie en zal een coördinerende rol spelen in de gezamenlijke aanpak, onder meer door de ambities van de Woonzorgvisie in afstemming met de partners uit te werken in een stadsbreed uitvoeringsplan en gebiedsgerichte uitvoeringsplannen (zie hoofdstuk 4). 4. Regio De huisvestingsopgave voor de diverse aandachtsgroepen is groot. Niet alle opgaven kunnen in Den Haag opgelost worden. Daarom zetten we in op spreiding in de regio (zie paragraaf 2.3). Op dit moment werken met samen met andere regiogemeenten aan een regionale woonzorgvisie. Hierin worden concrete afspraken gemaakt over de verdeling van aandachtsgroepen in de regio. 5. Wonen en Zorg De Ontwerp Woonzorgvisie bevat een integrale visie op wonen en zorg. Hierin is ook aandacht voor de thema's zorg en ondersteuning. Zo staat de Woonzorgvisie in verband met verschillende andere beleidsprogramma's rondom zorg en ondersteuning (zie paragraaf 1.3). Verder bevat de Ontwerp Woonzorgvisie ambities als het ontwikkelen van innovatieve en collectieve woon(zorg)concepten (paragraaf 3.2.2), het toekomstbestendig organiseren van zorg (paragraaf 3.2.4) en het inrichten van zorgzame buurten (paragraaf 3.2.5).
Door in te zetten op het realiseren van passende woonplekken, zorgzame buurten en collectieve woonvormen willen we ook de zelf- en samenredzaamheid van inwoners bevorderen en zoveel mogelijk voorkomen dat zij van professionele zorg afhankelijk worden. 6. Uitvoering Naar aanleiding van deze en andere zienswijzen voegen we aan paragraaf 4.1 toe dat we een fasering van de acties en ambities opnemen in de uitvoeringsplannen. 7. Preventie De gemeente werkt aan de bestrijding van dakloosheid. Onze aanpak hiervoor is vastgelegd in het Beleidskader aanpak dakloosheid 2023-2030 (RIS316085). Preventie van (herhaalde) dakloosheid is een belangrijk onderdeel van dit beleidskader. Met de Ontwerp Woonzorgvisie sluiten we aan bij de aanpak van het Beleidskader aanpak dakloosheid 2023-2030. We voegen hier een explicietere toelichting van toe aan paragraaf 2.3.6.
De gemeente zet zich ook in voor financiële bestaanszekerheid, bijvoorbeeld via minimaregelingen (Overzicht Ooievaarsregelingen - Den Haag). Verder heeft de gemeente een convenant met de woningcorporaties met als doel het zoveel mogelijk beperken van huisuitzettingen uit corporatiewoningen als gevolg van huurschuld.
8. Benut de leegstand Zet als gemeente in op het aanpakken van de leegstand en voer een actief grondbeleid. Daardoor kan er meer woonruimte beschikbaar komen.
De Cliëntenraad stelt daarnaast voor om gedeelde bewoning zonder kostendelersnorm mogelijk te maken. Het beter benutten van de bestaande woningvoorraad maakt onderdeel uit van de ambities van de Ontwerp Woonzorgvisie (paragraaf 3.2.1). Met de Ontwerp Nota Woningvoorraad 2025 (RIS322728) versoepelen we de regels voor onder andere kamerbewoning en hospitaverhuur. De kostendelersnorm is echter afhankelijk van landelijke wet- en regelgeving en kunnen wij als gemeente niet direct veranderen. Wel voeren wij in G4-verband een actieve lobby hierover richting de Rijksoverheid. 8. Leegstand De gemeente onderschrijft het belang van het tegengaan van leegstand. In de uitwerkingsnota Bestrijding Leegstand (RIS320622) zijn hiervoor verschillende maatregelen uitgewerkt, waaronder de voorbereiding van een leegstandsverordening voor woningen. De gemeente heeft zich aangemeld voor deelname aan de landelijke experimenteerruimte om extra instrumenten in te kunnen zetten. Zodra de juridische grondslag hiervoor vanuit het Rijk is vastgesteld zullen wij met deze verordening gaan werken. Daarnaast hebben wij in de Woonvisie Den Haag 2040 (RIS3189600) als actie vastgelegd dat wij - waar mogelijk - als gemeente inzetten op een actievere rol binnen het regisserende grondbeleid (zie ook de Nota Grondbeleid 2024 en verder (RIS319972)) om meer woningbouw te realiseren, ook voor de aandachtsgroepen.
Wijzigingen: In paragraaf 4.1 wordt toegevoegd dat in het stadsbrede uitvoeringsplan en gebiedsgerichte uitvoeringsplannen een fasering van de acties en ambities van de Woonzorgvisie wordt aangebracht. In paragraaf 2.3.6 wordt toegevoegd dat de Woonzorgvisie aansluit bij de aanpak van het Beleidskader aanpak dakloosheid 2023-2030.
4.
GDO (Groepswonen door ouderen)
Antwoord:
De Vereniging Groepswonen door Ouderen heeft kennis genomen van de ontwerp Woonzorgvisie 2040. Deze visie is tot stand gekomen in overleg met diverse leden, woongroepen en bestuur van de vereniging.
Wij betreuren het om te horen dat GDO zich onvoldoende betrokken voelt bij de totstandkoming van de Ontwerp Woonzorgvisie. We willen benadrukken dat we veel aandacht hebben besteed aan een uitgebreid participatieproces bij de ontwikkeling van de Ontwerp Woonzorgvisie (zie hierover bijlage 4). De gemeente waardeert de inzet van GDO in het promoten van woongroepen voor ouderen en beschouwt GDO als een partner in de realisatie van de ambities van de Woonzorgvisie op dit gebied.
Wij delen de in de Woonzorgvisie 2040 geformuleerde visie en ambities. Echter betreuren wij dat wij als Vereniging die 41 jaar actief bezig is om het wonen in woongroepen te bevorderen onvoldoende heeft mogen participeren in deze Woonzorgvisie. Wij vragen u nogmaals om een prominente rol in de uitwerking/uitvoering van de woonzorg visie. Het GDO is van mening dat het wonen in een woongroep de eenzaamheid van ouderen kan verminderen. Om die reden is het bestuur voornemens een actieve rol te spelen in bestaande senioren woningen om het concept wonen in een woongroep te promoten. Daarnaast wil het bestuur een actieve rol spelen in het ontwikkelen van nieuwe woongroepen zoals vermeld in de nota innovatieve woonvormen. Wij stellen u voor: ➢ ➢
Bevordering van doorstroming naar passende huisvesting voor senioren in een woongroep door het inzetten van seniorenmakelaars. Inzet op bereiken van senioren die willen verhuizen en collectief willen wonen door: advertenties: folders en de schrijvende pers zoals de Stadskrant, Posthoorn. e.d. voorlichtingscampagnes. Bij voorkeur stadsdeelgericht. Fysiek via de Servicepunten XL of via een informatiepunt voor ouderen in stadhuis of in bibliotheken; inzet van Ouderenconsulenten; Beschikbaarheid via de webpagina ́Wonen voor ouderen ́; Vroegtijdig in gesprek met senioren over hun toekomstverwachtingen in relatie tot hun huidige huisvesting. Dit kan door een doorstromingscoach voor particulieren.
Groepswonen en doorstroming van ouderen De gemeente onderschrijft het standpunt van GDO dat het wonen in een woongroep de eenzaamheid van ouderen kan verminderen. Daarom hebben we de ontwikkeling van innovatieve en collectieve woon(zorg)concepten als ambitie opgenomen in de Ontwerp Woonzorgvisie (zie paragraaf 3.2.2). Ook werken we sinds april 2024 aan de uitvoering van het Stimuleringsplan innovatieve woonvormen (RIS316966), waarmee we inzetten op de realisatie van innovatieve en collectieve woonvormen. GDO stelt voor om de doorstroming van senioren naar passende huisvesting in een woongroep te stimuleren door seniorenmakelaars in te zetten. De doorstroming van ouderen is één van de ambities van de Ontwerp Woonzorgvisie (paragraaf 3.2.3). Ook werken we aan een stimuleringsplan doorstroming, waarin we verschillende instrumenten ontwikkelen en opnemen om de doorstroming te bevorderen voor zowel de koop- als huursector. Via Woonnet Haaglanden worden op dit moment al seniorenmakelaars ingezet om bewoners van grote sociale huurwoningen met een verhuiswens te ondersteunen.
Naast bovengenoemde punten is de Vereniging Groepswonen door Ouderen verheugd dat in de ontwerp Woonzorgvisie 2040 wordt benoemd dat 20.000 extra woningen nodig zijn voor ouderen gezien de vraagontwikkeling tot 2040. Ook de inzet voor meer overleg binnen het kader van het initiatiefvoorstel ´Gemeente pak regie, nu een taskforce ouderenhuisvesting´ waarderen wij als zeer positief. Uiteraard kan een beroep worden gedaan op de bijdrage van het GDO hieraan. Aan genoemde nota heeft het GDO een actieve bijdrage geleverd. Echter het is jammer dat het in de geformuleerde ambities ontbreekt aan concrete aantallen per jaarschijf voor te bouwen passende woningen en woonzorgconcepten voor ouderen tot 2040. Ook de beschikbare financiering voor te bereiken resultaten baart zorgen. Immers uitgangspunt van het ontwerp is dat de financiering van de ambities worden bekostigd vanuit bestaande capaciteit en financiële middelen en dat de uitwerking volgt in het uitvoeringsprogramma. Onze zienswijze is als volgt: - Desgevraagd zal het GDO bijdragen aan de ontwikkeling van de woonzorgvisie 2024. - Woonpartijen, zorgaanbieders, welzijnspartijen, zorgfinanciers en de gemeente kunnen zich niet vrijblijvend opstellen. - Meer financiering is nodig voor de huisvestingsopgave en verbinden van zorg en welzijn binnen het kader van de gebiedsgerichte aanpak.
- De gemeente zal een trekkersrol moeten nemen om samen met relevante partijen na te gaan hoe meer efficiency kan worden gerealiseerd binnen de toekomstige Woon-service wijken. Wij denken daarbij aan afspraken over preferente aanbieders binnen het kader van de WMO, ZVW en WLZ. - Voor het bereiken van ouderen die op zoek zijn naar passende woonruimte zijn eerder genoemde instrumenten van groot belang. - Naast de inzet van ouderenconsulenten zouden de onafhankelijke cliëntondersteuners ook van betekenis kunnen zijn om bij te dragen aan de ambities van de Woonzorgvisie 2040. Immers zij kennen het aanbod in zorg en ondersteuning in de stad en weten de weg hiernaartoe. - Zorg en woonbestemmingen van bestaand vastgoed en zorgvastgoed dienen in stand te blijven en waar mogelijk te worden uitgebreid om nieuwe woonzorgcombinatie mogelijk te maken. Op dit punt is de Dienst Stedelijke ontwikkeling aanzet.
Daarnaast stelt GDO voor om in te zetten op het bereiken van senioren die willen verhuizen en collectief willen wonen. In het kader van de uitvoering van het Stimuleringsplan innovatieve woonvormen is de gemeente al op verschillende manieren actief bezig met het bereiken en informeren van belangstellenden voor collectief wonen. Ook hebben wij in de Ontwerp Woonzorgvisie in het kader van de ambitie omtrent de doorstroming naar een passend huis diverse acties opgenomen gericht op informatievoorziening en ondersteuning van senioren die willen verhuizen (zie paragraaf 3.2.3). Samenwerking Voor de uitvoering van de Woonzorgvisie is toewijding nodig van de gemeente en andere betrokken partijen (bijvoorbeeld woningcorporaties en zorg- en welzijnsorganisaties). Wij voegen daarom aan paragraaf 4.1 van de Woonzorgvisie toe dat wij een samenwerkingsovereenkomst aangaan met betrokken partners. Door middel van deze samenwerkingsovereenkomst committeren partijen zich aan het gezamenlijk uitvoering geven aan de ambities uit de Woonzorgvisie. Financiering Zie hierover de financiële paragraaf 4.3 van de Ontwerp Woonzorgvisie. Efficiëntie In het kader van de efficiëntie willen we de versnippering van zorgaanbieders tegengaan en onderzoeken we de mogelijkheden om zorgaanbod per buurt te organiseren met minder verschillende aanbieders (zie paragraaf 3.2.4 en 3.2.5 van de Ontwerp Woonzorgvisie).
Cliëntondersteuners Het klopt dat onafhankelijke cliëntenondersteuners van betekenis kunnen zijn voor de ambities van de Ontwerp Woonzorgvisie. Inwoners kunnen hulp krijgen van onafhankelijke cliëntondersteuners bij het aanvragen en regelen van zorg en ondersteuning. De gemeente ondersteunt dit door subsidie te geven aan professionele welzijnsorganisaties. Op 17 XLservicepunten verspreid door de stad bieden deze organisaties individuele ondersteuning. Bestemmingen De gemeente heeft de intentie om zorg- en woonbestemmingen zoveel mogelijk in stand te houden, gezien de grote opgave. Wijzigingen: In paragraaf 4.1 wordt toegevoegd dat de bij de uitvoering van de Woonzorgvisie betrokken partijen een samenwerkingsovereenkomst tekenen.
5.
Kompassie
Antwoord:
Hierbij bieden wij u onze zienswijze aan.
Fijn om te horen dat Kompassie zich op diverse punten in de Ontwerp Woonzorgvisie kan vinden. Hieronder gaan wij in op de aandachtspunten die Kompassie naar voren brengt in haar zienswijze.
Wij zijn blij met: - Op pagina 13 staat aangegeven dat het aantal convenantwoningen voor aandachtsgroepen wordt verdubbeld van 313 naar minimaal 626 convenantwoningen op jaarbasis. - De aandacht ligt in deze versie meer op schaarste, het tekort aan woningen, waar in eerdere versies meer werd gesproken over een verdelingsvraagstuk - De urgentie is meer voelbaar dan in voorgaande versies - Het belang van spreiding van betaalbare en geschikte woningen is veel genoemd - In verhouding gaat het in deze versie meer over aandachtsgroepen buiten ouderen dan in voorgaande versies - Het gaat relatief veel over het belang van met elkaar leven in de wijk - Genoemd wordt dat de groep ouderen divers is
Onze aandachtspunten zijn: -
In het Rijksprogramma “Een thuis voor iedereen” wordt aangegeven in het voorwoord,”3. Combineren van wonen, zorg, welzijn en werk. Het bestaand instrument van woonzorgvisies wordt verbreed en krijgt betrekking op alle aandachtsgroepen. De woonzorgvisies maken helder wat mensen uit de aandachtgroepen nodig hebben aan zowel huisvesting als aan ondersteuning. Deze opgaven worden zo goed als mogelijk gekwantificeerd. De woonzorgvisies vormen de basis voor gemeenten om op lokaal niveau bindende wederkerige afspraken te
Verbinding tussen cijfers en opgaven Hoofdstuk 2 van de Ontwerp Woonzorgvisie bevat een analyse van (de opgaven van) iedere aandachtsgroep. Onze beschrijving van de aandachtsgroepen en opgaven is gebaseerd op de woonzorganalyse die advies- en onderzoeksbureau Companen in opdracht van de gemeente heeft uitgevoerd. We geven in de Ontwerp Woonzorgvisie wel aan dat het voor sommige aandachtsgroepen moeilijk is om de cijfers goed in beeld te krijgen (zie paragraaf 2.3). Inwoners met psychische kwetsbaarheid In de Ontwerp Woonzorgvisie zijn mensen met een psychische kwetsbaarheid al opgenomen binnen de aandachtsgroep ‘Mensen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid’ (zie paragraaf 2.3.3). Naar aanleiding van deze zienswijze voegen we aan paragraaf 2.3.3 een kader toe waarin deze groep wordt omschreven en een voorbeeld van een woonzorgvorm voor mensen met psychische kwetsbaarheid wordt
-
-
-
-
-
-
maken met woningcorporaties, particuliere verhuurders, zorgaanbieders/zorgkantoren en andere partijen in het fysiek en sociaal domein, over de prestaties die geleverd moeten worden om aan de woon- en zorgbehoeften te voldoen”. Wij herkennen in de conceptwoonzorgvisie 2040 van de gemeente Den Haag geen helder beeld van de aandachtsgroepen en van wat zij nodig hebben. De cijfers ontbreken en er is geen duidelijke verbinding gelegd tussen de cijfers aangaande de aandachtsgroepen en de nodige woningen. Daardoor is voor ons niet inzichtelijk wat de opgave is. Wij geven in de bijlage een suggestie voor de beschrijving van de inwoners met een psychische kwetsbaarheid. Op pagina 27 van het Rijksprogramma “Een thuis voor iedereen” staat: “Opgave: Voor een deel van de mensen uit aandachtsgroepen is meer nodig dan alleen een dak boven het hoofd om prettig en stabiel te kunnen wonen. Voldoende passende zorg- en begeleiding zijn randvoorwaarden voor adequate huisvesting, om leefbaarheid en woongenot te behouden en voldoende draagvlak voor nieuwe woonprojecten in een wijk te organiseren. Het ontbreken van de juiste zorg kan leiden tot escalatie, stapeling van problematiek, criminaliteit of overlast voor de omgeving. Dit vraagt een integrale aanpak van de woon(zorg)opgave.
Daarbij werken overheden, woningcorporaties, huurders-, cliënt-,zorg- en welzijnsorganisaties en marktpartijen intensief samen aan passende arrangementen en worden er lokale prestatieafspraken gemaakt om in de woon-, zorg- en verdere ondersteuningsbehoefte te voorzien. De zorg voor passende woningen in combinatie met zorg, welzijn en werk betekent dat mét de mensen uit aandachtsgroepen wordt gekeken naar wat ze zelf kunnen en wat ze nodig hebben van diverse partijen. We volgen in welke mate integrale woonzorgvisies tot stand komen, die zo goed als mogelijk gekwantificeerd zijn. We volgen ook of er concrete prestatieafspraken worden gemaakt en of de huisvesting in combinatie met zorg, welzijn en ondersteuning verbetert”. In de concept-woonzorgvisie 2040 wordt begeleiding wel genoemd, maar weinig uitgewerkt. Het gaat meer over wonen dan over zorg en begeleiding. Voor de beschrijving va begeleiding kan gebruik worden gemaakt van de op pagina 13 genoemde Regiovisie Samen bouwen aan maatschappelijk herstel 2022-2025, deze bevat de kaders voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De focus ligt op het spreiden van voorzieningen in de regio, sociale inclusie en het credo Zelfstandig wonen, tenzij. De uitwerking van deze uitgangspunten in de Regiovisie zien wij graag terug in Woonzorgvisie 2040 . Wij hebben deze ter informatie in de bijlage opgenomen.
Draagvlak in de buurt wordt niet genoemd in de Woonzorgvisie 2040 en is wel erg belangrijk. Wij pleiten ervoor dit expliciet op te nemen. Genoemd wordt in Rijksprogramma “Een thuis voor iedereen”: “Opgave Voor een deel van de mensen uit aandachtsgroepen is meer nodig dan alleen een dak boven het hoofd om prettig en stabiel te kunnen wonen. Voldoende passende zorg- en begeleiding zijn randvoorwaarden voor adequate huisvesting, om leefbaarheid en woongenot te behouden en voldoende draagvlak voornieuwe woonprojecten in een wijk te organiseren” en wordt uitgewerkt in de Regiovisie 2022 t/m 2025 als sociale inclusie, zie bijlage De volgorde en thematische ordening van het Rijksprogramma “Een thuis voor iedereen” is niet overgenomen, terwijl deze wel heel bruikbaar is en explicieter aandacht besteedt aan begeleiding en preventie: voldoende betaalbare en passende woningen, evenwichtige verdeling, combineren van wonen, zorg, welzijn en werk en preventie. Wij pleiten ervoor deze volgorde over te nemen.
De volgorde van de aandachtgroepen is in de concept-woonzorgvisie 2040 niet logisch en volgt niet het Rijksprogramma “Een thuis voor iedereen”: eerst mensen met beperking, dan uitstroom uit instellingen) (paragraaf 2): de inwoners die uitstromen vanuit een instelling zijn een verbijzondering van de grotere groep mensen met een beperking: zie ook de bijlage Pagina 27 en 28: Paragraaf Sociale basis, informele zorg, welzijn en preventie, Hier worden de servicepunten van Wijkz en Welzijn Scheveningen benoemd.. Wij missen hier de laagdrempelige steunpunten die er al zijn en die door (vrijwilligers-)organisaties de organisaties die zijn aangesloten bij het netwerkoverleg laagdrempelige steunpunten nu al worden geboden: Stek, Schroeder, Straatpastoraat, Straatconsulaat Reakt, Helpdesk Geldzaken. Wij missen een fasering in de woonzorgvisie: tussen nu en over 5 jaar, tussen nu en over 10 jaar en tussen nu en over 20 jaar.
Bijlage Wij doen de dringende suggestie om in de Woonzorgvisie 2040 het volgende in te voegen of als bijlage op te nemen -
Beschrijving inwoners met een psychische kwetsbaarheid, behoeften, cijfers. Cijfers inwoners die beschermd wonen Passages uit regiovisie ‘Samen bouwen aan maatschappelijk herstel 2022-2025’ als uitwerking van begeleiding: zelfstandig wonen, tenzij ..., passende zorg, toegang en sociale inclusie
Beschrijving inwoners met een psychische kwetsbaarheid:
Hoe willen we het graag verwoord zien in de Woonzorgvisie 2040? Voorafgaand aan paragraaf 2.3.3 willen we graag een aparte alinea over inwoners met een psychische kwetsbaarheid. Dit kan ook als bijlage, wanneer dat beter past: Alinea: Inwoners met een psychische kwetsbaarheid De belemmeringen / beperkingen die mensen met een psychische kwetsbaarheid ervaren zijn zeer divers: psychosegevoeligheid, somberheid,
uitgelicht. Hierbij nemen we een deel van de door Kompassie voorgestelde tekst over. Draagvlak in de buurt Naar aanleiding van deze zienswijze nemen wij een deel van de voorgestelde tekst over in paragraaf 3.2.5 onder het kopje ‘Leefbaarheid’. Zorg en ondersteuning De Ontwerp Woonzorgvisie bevat een integrale visie op wonen en zorg. Hierin is ook aandacht voor de thema's zorg en ondersteuning. Zo staat de Woonzorgvisie in verband met verschillende andere beleidsprogramma's rondom zorg en ondersteuning (zie paragraaf 1.3). Verder bevat de Ontwerp Woonzorgvisie als ambities het ontwikkelen van innovatieve en collectieve woon(zorg)concepten (paragraaf 3.2.2), het toekomstbestendig organiseren van zorg (paragraaf 3.2.4) en het inrichten van zorgzame buurten (paragraaf 3.2.5). Door in te zetten op het realiseren van passende woonplekken, zorgzame buurten en collectieve woonvormen willen we ook de zelf- en samenredzaamheid van inwoners bevorderen en zoveel mogelijk voorkomen dat zij van professionele zorg afhankelijk worden. Volgorde en thematische ordening Rijksprogramma De Ontwerp Woonzorgvisie bevat de visie, ambities, opgaven en acties van Den Haag, gericht op de opgaven van onze stad. Het Rijksprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ is één van de landelijke kaders waarbinnen de Ontwerp Woonzorgvisie is ontwikkeld.
Wij hebben aandacht voor de diverse thema's die in het Rijksprogramma aan bod komen, maar hebben een visie opgesteld gericht op de Haagse context. Volgorde aandachtsgroepen In de Ontwerp Woonzorgvisie zijn de aandachtsgroepen opgenomen zoals voorgeschreven in het Rijksprogramma ‘Een thuis voor iedereen’. Wij houden vast aan de volgorde waarin de groepen zijn opgenomen in de Ontwerp Woonzorgvisie. Hierbij beginnen we met de grootste groep, namelijk ouderen, en komen daarna aandachtsgroepen met woon- en zorgvraag aan bod en tenslotte de aandachtsgroepen met een specifieke woonvraag. Steunpunten Naar aanleiding van deze zienswijze voegen we aan de tekst van paragraaf 3.2.4 ook de laagdrempelige steunpunten toe. Fasering Dit voegen wij naar aanleiding van deze en andere zienswijzen toe aan paragraaf 4.1 van de Woonzorgvisie. Wijzigingen: In paragraaf 2.3.3 wordt een kader toegevoegd waarin de groep van mensen met psychische kwetsbaarheid wordt omschreven en een voorbeeld van een woonzorgvorm voor mensen met psychische kwetsbaarheid wordt uitgelicht. In paragraaf 3.2.4 worden de laagdrempelige steunpunten toegevoegd aan de tekst. In paragraaf 3.2.5 onder het kopje ‘Leefbaarheid’ wordt een deel van de in de zienswijze voorgestelde tekst toegevoegd.
In paragraaf 4.1 wordt toegevoegd dat in het stadsbrede uitvoeringsplan en gebiedsgerichte uitvoeringsplannen een fasering van de acties en ambities van de Woonzorgvisie wordt aangebracht.
angst, stemmen horen. Veel mensen met ernstige psychische en psychosociale problematiek hebben traumatische verlieservaringen. De duur en ernst van de problemen verschilt sterk. Er zijn mensen die een korte tijd psychische problemen hebben, en daarna vrij makkelijk de draad weer oppakken. En er zijn mensen die door heftige problematiek en/of een langdurige opname, uitvallen uit opleiding of werk en hun sociale contacten verliezen. Deze inwoners hebben gedurende langere tijd gecoördineerde hulp of ondersteuning op diverse levensgebieden nodig. Wensen en behoeften De wensen van inwoners met een psychische kwetsbaarheid zijn net als die van elk mens. Namelijk gewaardeerd willen worden om wie je bent, een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving, het kunnen vervullen van sociale rollen (als partner, kind, vriend of vriendin; werknemer; leerling), een veilig thuis, gewoon kunnen wonen tussen andere mensen, zekerheid van een vangnet en passende zorg op het moment dat je dat nodig hebt, de kans krijgen om je te ontwikkelen en een betaalde baan te vervullen. Belemmeringen Hoewel inwoners met een psychische kwetsbaarheid dezelfde levenswensen hebben als andere burgers, ervaren zij doorgaans meer belemmeringen om hun wensen te realiseren.
Een deel van deze inwoners heeft belemmeringen in lichamelijke gezondheid, veiligheid, inkomen, arbeid en relaties; vaak hebben zij een klein netwerk, beschikken over weinig hulpbronnen en vervullen een beperkt aantal maatschappelijke rollen. Ook hebben zij vaak te maken met hoge kosten, een stapeling van eigen bijdragen voor zorg en voorzieningen, kosten voor openbaar vervoer en een laag inkomen. Dat maakt het vaak lastig om te kunnen participeren. Belangrijk voor de participatie en kwaliteit van leven van kwetsbare mensen is de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de dienstverlening op meerdere domeinen, namelijk: inkomen, wonen, dagactivering en werk, gezondheid en veiligheid (Dannenberg, 2015). Bron: Bart Smith, LPGGZ, Gemeenten en mensen met een psychische kwetsbaarheid, 2016 Cijfers: Bijna de helft van de Nederlandse volwassenen (48%) heeft ooit in het leven een psychische aandoening gehad. Ruim een kwart (26%) van de Nederlandse volwassenen heeft in de afgelopen 12 maanden een psychische aandoening. Omgerekend naar aantallen in de volwassen bevolking hebben 3,3 miljoen Nederlanders een psychische aandoening in de afgelopen 12 maanden gehad.
(Bron: Nemesis 3, Onderzoek Trimbos, 2022 Zie: https://cijfers.trimbos.nl/nemesis/kerncijfers-psychischeaandoeningen/samenvatting-kerncijfers/) Een aparte groep binnen de groep mensen met een psychische kwetsbaarheid is de groep mensen die beschermd woont. Dan volgt de huidige paragraaf 2.3.2.: 2.3.2 Uitstroom van mensen uit instellingen – Beschermd Wonen Beschermd wonen betreft ondersteuning en (tijdelijk) verblijf voor mensen die vanwege ernstige psychische en psychosociale problematiek tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen en onplanbare zorg (24/7) nodig hebben. Ook hier is sprake van extramuralisering en zien we de beweging van wonen in een instelling naar zelfstandig wonen in de wijk met zorg en ondersteuning aan huis. Op dit moment zijn er onvoldoende uitstroommogelijkheden naar een reguliere woning door een gebrek aan passende en betaalbare zelfstandige woningen. Een ander punt is dat mensen alleen zelfstandig kunnen gaan wonen als er voldoende zorg en begeleiding geboden kan worden en de leefbaarheid op orde is. Gezien de (toekomstige) schaarste op de arbeidsmarkt voor zorgpersoneel en de opeenstapeling van uitdagingen in sommige wijken van Den Haag, is dit een belangrijk aandachtspunt. Cijfers inwoners die Beschermd wonen: Op 31 december 2024 hadden 1.407 inwoners een indicatie voor beschermd of begeleid wonen.
Op de wachtlijst Beschermd Wonen staan 281 inwoners met een indicatie op 30 juni 2024. (Bron: Jaarraportage Wmo 2024, paragraaf 3.1. en 3.2 pagina 21)
NB: Het is belangrijk de wachtlijst mee te tellen. Het is belangrijk dat inwoners kunnen uit- in-, en doorstromen binnen beschermd wonen.
Dan volgt de huidige paragraaf 2.3.3: 2.3.3 Mensen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke beperking Door de extramuralisering, waarbij mensen die eerst in een instelling verbleven nu zelfstandig gaan wonen, ligt er een grote opgave om mensen met een beperking passend te huisvesten in Den Haag. Het is daarbij belangrijk om te realiseren dat de groep “mensen met een beperking” een hele diverse doelgroep is met uiteenlopende beperkingen van een lichte verstandelijke beperking tot aan zeer ernstige meervoudige beperkingen. Tot en met 2040 zijn er 1500 extra geclusterde woningen en 500 extra zelfstandige woningen nodig voor deze doelgroep waarbij het van belang is om oog te hebben voor de diversiteit van de doelgroep en dus ook diverse (kleinschalige) woonvormen te ontwikkelen voor bijvoorbeeld mensen met het syndroom van Down, autisme of andere aandoeningen. Waarbij deze woonvormen en woonzorgconcepten midden in de wijk staan en de bewoners zo onderdeel zijn van een inclusieve samenleving. Omdat de levensverwachting van mensen met een (licht) verstandelijke of lichamelijke beperking toeneemt, neemt ook de vraag naar specifieke woonvormen voor deze ouderen toe. Hiervoor is momenteel nog geen specifiek aanbod.
Daarnaast is er een opgave van 100 extra woningen voor mensen met een lichamelijke beperking en een opgave van 50 extra woningen voor mensen met een zintuigelijke beperking. Aanvullend willen we graag dat naast het realiseren van woningen, uitgangspunten als zelfstandig wonen, tenzij ..., passende zorg, toegang en sociale inclusie duidelijk worden benoemd.
Pag. 13 over regiovisie ‘Samen bouwen aan maatschappelijk herstel 20222025’ ’zien wij graag uitgebreider en prominenter verwoord. In deze regiovisie staan uitgangspunten als zelfstandig wonen, tenzij ..., toegang, passende zorg en sociale inclusie die belangrijk en actueel zijn: Regiovisie ‘Samen bouwen aan maatschappelijk herstel 2022-2025’: bevat de kaders voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. De focus ligt op het spreiden van voorzieningen in de regio, sociale inclusie en het credo ‘Zelfstandig wonen, tenzij’. Toelichting: Zelfstandig wonen, tenzij… We zetten in op zoveel mogelijk zelfstandig wonen, omdat herstel van bijvoorbeeld trauma’s, psychische problemen, dak- of thuisloosheid begint met een eigen en veilige woonplek. Voor inwoners die tijdelijk verblijven in een beschermde woonvorm of in een voorziening voor maatschappelijke opvang, is het perspectief altijd om uit te stromen naar een eigen woonplek, waarbij opnieuw ambulante zorg of ondersteuning ingezet kan worden.
(We raken hier aan een belangrijk vraagstuk voor de komende jaren, want niet alleen in onze regio, maar ook landelijk stagneert de uitstroom richting een eigen een woning, vanwege een gebrek aan passende huisvesting, waardoor ook de wachtlijsten voor beschermd en maatschappelijke opvang toenemen) Centraal staan drie opgaven: - De toegang lokaal en dicht bij onze inwoners beleggen - Passende zorg en ondersteuning leveren in de eigen leefomgeving: versterken ervaringsdeskundigheid en informele zorg, spreiding, flexibiliteit, nazorg, dagbesteding - Werken aan sociale inclusie Toegang Een ieder met wie het niet goed gaat, die hulp nodig heeft of waar zorgen over zijn, moet dichtbij huis een deskundige treffen die een luisterend oor biedt, informatie en advies kan geven. Juist voor inwoners die moeite hebben het hoofd boven water te houden, kan het moeilijk zijn alles goed te overzien. Vanuit deze gedachte kiezen we om de toegang tot beschermd wonen lokaal en dichtbij onze inwoners te organiseren. Het wordt daarmee een van de opties in het volledige aanbod van zorg en ondersteuning die medewerkers van de toegang van de H5-gemeenten in kunnen zetten. De toegang voor maatschappelijke opvang blijft centraal belegd bij het Daklozenloket in Den Haag.
Passende zorg Een tweede opgave is dat we lokaal zo goed mogelijk en dicht bij onze inwoners passende zorg en ondersteuning willen realiseren. Passende zorg betekent dat begeleiding flexibel is in intensiteit, passend bij de behoefte.
Sociale inclusie Sociale inclusie is en blijft ons streven. Inwoners die dak- of thuisloos zijn of dreigen te raken en/of te maken hebben met psychiatrische problemen horen er net als ieder ander bij. We willen dat zij volwaardig en zoveel als mogelijk mee kunnen (blijven) doen aan de samenleving. Via onder meer onderwijs, werk, dag- of vrijetijdsbesteding, maar ook als onderdeel van een wijk en in relatie tot bijvoorbeeld buren, vrienden en familie. De hulp en ondersteuning die wordt ingezet focust daarop. 6.
's Heerenloo
Antwoord:
Stichting s Heeren Loo zorggroep (hierna: ’s Heeren Loo) heeft met belangstelling kennisgenomen van de Ontwerp Woonzorgvisie 2040 ‘Samen zorg voor een thuis’ van Gemeente Den Haag (hierna: Woonzorgvisie). ’s Heeren Loo kan zich grotendeels in de visie van de gemeenteraad vinden, maar zou graag nog aandacht willen vragen voor het volgende.
Naar aanleiding van deze zienswijze voegen we aan paragraaf 2.3.3 van de Woonzorgvisie nadrukkelijker toe dat een deel van deze aandachtsgroep aangewezen is op 24 uurszorg in een intramurale setting en dat er sprake is van een vervangingsopgave binnen het intramurale zorgvastgoed.
Vervangingsopgave voor maatschappelijk vastgoed ’s Heeren Loo biedt in Den Haag zorg aan mensen met een verstandelijke beperking. Deze groep valt binnen één van de aandachtsgroepen die in de Woonzorgvisie worden benoemd (namelijk ‘Mensen met een verstandelijke lichamelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid’). In paragraaf 2.3.3 van de Woonzorgvisie zet u aan de hand van de woonzorganalyse van Advies- en onderzoeksbureau Companen uiteen welke opgave er bestaat voor de huisvesting van deze aandachtsgroep. De opgave die u signaleert bestaat onder meer uit 1.500 extra geclusterde woningen en 500 extra zelfstandige woningen voor personen met een verstandelijke beperking.
Daarnaast vraagt 's Heerenloo aandacht voor geclusterde woonvormen binnen de woonwijk, waarbij bewoners in een eigen appartement wonen en daar zorg ontvangen. De ontwikkeling van dergelijke concepten sluit aan bij onze ambitie om meer innovatieve en collectieve woon(zorg)concepten te realiseren (zie paragraaf 3.2.2 van de Ontwerp Woonzorgvisie). Wijzigingen:
Deze opgave lijkt voornamelijk betrekking te hebben op woningen voor mensen met een verstandelijke beperking die een ambulante vorm van zorg ontvangen (extramuraal). Althans, uit de Woonzorgvisie volgt niet duidelijk in hoeverre woningen voor mensen die binnen een zorginstelling verblijven onderdeel uitmaken van deze opgave. Zo volgt uit paragraaf 2.5 ‘Analyse & Opgave’ dat de opgave met name voortvloeit uit de extramuralisering waardoor mensen die voorheen in een instelling woonden nu zelfstandig gaan wonen. Daaruit leidt ’s Heeren Loo af dat het met name om de extramurale setting gaat. ’s Heeren Loo zou in aanvulling daarop ook aandacht willen vragen voor de huisvestingsbehoefte van mensen met een verstandelijke beperking die gelet op hun (zware) zorgvraag aangewezen zijn op 24 uurs zorg van o.a. ’s Heeren Loo en in dat kader zorg ontvangen binnen een instelling (de intramurale setting). ’s Heeren Loo stelt vast dat een deel van de gebouwen die binnen Den Haag beschikbaar zijn voor deze zorgsetting niet goed aansluit op de zorgbehoefte van deze bewoners. Door de extramuralisering blijft namelijk een homogenere groep met een zwaardere zorgindicatie achter in de intramurale setting. Voor deze doelgroep zijn panden nodig die op zodanige wijze zijn ingericht dat 24 uurs zorg en toezicht en nabijheid van het personeel mogelijk is.
Daarnaast vergrijst de doelgroep, zodat de panden ook moeten zijn ingericht op mindervaliditeit. De panden die op dit moment beschikbaar zijn binnen Den Haag hebben te weinig individuele ruimte voor de mensen (geen eigen sanitair, kleine slaapkamers) wat bij deze doelgroep leidt tot ongewenste en onnodige confrontaties en beperking van mogelijkheden om te werken aan eigen ontwikkeling. Ook ontbreekt er overzicht en toegankelijkheid als gevolg van de verticale structuur van de groepssetting (gekoppelde eengezinshuizen met trappen, i.p.v. overzichtelijke woongroepen per etage). Het renoveren en innoveren van deze panden is niet of niet rendabel mogelijk vanwege o.a. constructieve beperkingen en te kleine setting om een kwalitatieve én rendabele zorgexploitatie te leveren. Er ligt daarom een vervangingsopgave voor deze panden. Deze opgave wordt niet benoemd in de huidige versie van de Woonzorgvisie.1 Deze opgave kan ’s Heeren Loo niet realiseren zonder hulp van de gemeente. Op dit moment is er namelijk in Den Haag nauwelijks ruimte bestemd voor (de ontwikkeling van) maatschappelijke voorzieningen (voor mensen met een verstandelijke beperking in een intramurale setting). Dit vormt een belemmering voor de (her)ontwikkeling van nieuw zorgvastgoed dat past bij de zorg- en woonbehoefte binnen de intramurale setting.
Voorts maken deze voorzieningen geen onderdeel uit van de prestatieafspraken die de gemeente met de woningcorporaties maakt. Woningcorporaties focussen in hun aanbod daarom voornamelijk op sociale huurwoningen en ouderenzorg en niet op maatschappelijke voorzieningen waarvan ’s Heeren Loo gebruik kan maken voor het bieden van intramurale 24-uurszorg. ’s Heeren Loo zou er daarom op willen aandringen dat in de onderhavige Woonzorgvisie ook doelstellingen worden geformuleerd ten aanzien van deze vervangingsopgave. Zodat ook voor de mensen met een verstandelijke beperking, aan wie 24 uurs zorg in intramurale setting wordt geleverd, is geborgd dat passende woningen beschikbaar zijn. Deze doelstelling zou vervolgens zijn beslag moeten krijgen in de uitvoeringsagenda en de prestatieafspraken met woningcorporaties. Voorts zal er meer ruimte bestemd moeten worden voor maatschappelijke voorzieningen (in omgevingsplannen) zodat er meer ruimte ontstaat voor de ontwikkeling van vastgoed dat aansluit bij de zorgbehoefte van deze doelgroep. Behoefte aan geclusterd wonen met 24 uurs zorg Tot slot wenst ’s Heeren Loo aandacht te vragen voor de behoefte aan geclusterd wonen met 24-uurs zorg (intramurale setting). Voor de aandachtsgroep mensen met een verstandelijke beperking wordt een opgave van 1.500 aan extra geclusterde woningen geformuleerd.
’s Heeren Loo krijgt, zoals gezegd, de indruk dat dit met name ziet op een woningen van waaruit ambulante vormen van zorg mogelijk zijn. ’s Heeren Loo wil benadrukken dat de behoefte aan geclusterd wonen ook bestaat in de intramurale setting. Een deel van de cliënten van ’s Heeren Loo bestaat uit mensen met een verstandelijke beperking die behoefte hebben aan zoveel mogelijk zelfstandig wonen maar voor wie volledige extramuralisering nog een te grote stap is. Voor hen zou het geclusterd wonen (binnen een
In paragraaf 2.3.3 van de Woonzorgvisie wordt benoemd dat een deel van de aandachtsgroep aangewezen is op 24 uurszorg en dat er een vervangingsopgave ligt voor het intramurale zorgvastgoed.
woonwijk) in een eigen appartement met een steunpunt van waaruit 24 uurs zorg geboden kan worden een passende oplossing zijn. ’s Heeren Loo pleit er daarom voor ook de behoefte aan ‘geclusterd wonen met een steunpunt’ van deze groep mensen mee te nemen in de te formuleren opgave. In de praktijk kan de behoefte aan maatschappelijke vastgoed (groepszorgwoningen ten behoeve van 24-uurs zorg) mooi gecombineerd worden met een geclusterd wonen. Voor ’s Heeren Loo betreft dit een relatief beperkte, maar zeer noodzakelijke, opgave van circa 24 à 30 woonplekken. Nadere uitvraag bij collega’s Middin en Ipse de Brugge zou de gemeente meer inzicht kunnen geven in de totale behoefte. ’s Heeren Loo verzoekt uw gemeenteraad om de hiervoor genoemde punten mee te nemen in de definitieve versie van de Woonzorgvisie. Uiteraard is ’s Heeren Loo graag bereid om met u in gesprek te gaan over deze zienswijze en daar desgewenst een nadere toelichting op te geven. 1 In de Woonzorgvisie wordt weliswaar ingezet op het transformeren van bestaand vastgoed (p. 26), maar zoals gezegd is het niet mogelijk of niet rendabel gebleken om het bestaande vastgoed te renoveren op een zodanige wijze dat tegemoet wordt gekomen aan de woon- en zorgbehoefte van de doelgroep.
7.
Villa Sprankel
Antwoord:
Inleiding Voor (jonge) mensen met ernstige meervoudige beperkingen zijn in Den Haag te weinig kleinschalige woonzorglocaties. De behoefte aan kleinschalige, duurzame zorgwoningen voor deze bijzondere en kwetsbare (jonge) mensen is hoog. De wachtlijsten zijn groot en ouders wanhopig. Er is namelijk onvoldoende passend aanbod bij gehandicaptenorganisaties voor deze doelgroep. Mensen met een (ernstige) beperking die hulp en ondersteuning nodig hebben en hun ouders, geven er vaak de voorkeur aan om ‘zo gewoon mogelijk’ te wonen: kleinschalig, in een gewone woonwijk. En niet in een instelling op een aparte plek of ‘in de bossen’.
De gemeente herkent zich in de omschreven uitdaging voor kleinschalige woonzorglocaties voor mensen met ernstige meervoudige beperkingen. Het realiseren van meer innovatieve en collectieve woon(zorg)concepten is daarom één van de ambities van de Ontwerp Woonzorgvisie (zie paragraaf 3.2.2). Ook zijn we sinds 2024 bezig met de uitvoering van het Stimuleringsplan innovatieve woonvormen (RIS316966). Wij ondersteunen in dit kader en faciliteren initiatieven voor zulke woon(zorg)concepten.
Het is in Den Haag een (te) grote uitdaging voor kleinschalige initiatieven om hun droom te realiseren. Het belangrijkste probleem is om hiervoor geschikte huisvesting te vinden. De gemeente Den Haag kan hier het verschil maken. Het realiseren van kleinschalige en innovatieve wooninitiatieven past goed bij het beleid dat mensen wonen in een wijk met ondersteuning van het sociale en zorgnetwerk. En het sluit daarnaast goed aan bij de ambitie van de gemeente Den Haag om meer innovatieve woon(zorg)concepten te realiseren zoals genoemd in het Stimuleringsplan innovatieve woonvormen (RIS316966).
Villa Sprankel roept op om specifiek beleid voor de omschreven doelgroep op te nemen in de Woonzorgvisie. Deze doelgroep maakt al onderdeel uit van de aandachtsgroepen van de Ontwerp Woonzorgvisie (zie paragraaf 2.3.3 over de aandachtsgroep mensen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid). In de analyse van deze aandachtsgroep benadrukken we de diversiteit van deze groep, waarbij we mensen met een ernstige meervoudige beperking expliciet benoemen. Ook hebben we aandacht voor de toenemende levensverwachting van deze groep en de daarmee gepaard gaande toename in de vraag naar specifieke woonvormen voor ouderen. Naar aanleiding van deze zienswijze voegen we (kleinschalige) ouderinitiatieven toe aan de tekst in paragraaf 2.3.3 over de woonvormen voor deze aandachtsgroep.
Wachtlijst Er is nu al te weinig aanbod in Den Haag voor deze doelgroep die complexe zorg nodig heeft. En mensen met een ernstige beperking worden ouder. Het gaat om (jong)volwassenen met een zogenoemde ernstige meervoudige beperkingen (EMB), ernstige verstandelijke beperkingen (EVB) en zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen (ZEVMB). In bijlage 1 is een overzicht te vinden van het aantal personen in verschillende leeftijdscategorieën met een zorgindicatie in Den Haag. Deze informatie komt van de openbare data van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)1. Voor de genoemde groepen zijn de hoogste zorgindicaties VG72 en VG83 maar ook deels zorgindicatie VG54 van toepassing. Uit het Regiobeeld5 van Zorgkantoor Haaglanden blijkt dat de wachtlijst schommelt tussen de 70 en 90 wachtenden. Echter, de zwaardere zorg wordt vaak door zorgaanbieders niet geregistreerd op de formele wachtlijst. Scherp gezegd weigeren zorgaanbieders om deze cliënten op de wachtlijst te plaatsen (Zorgkantoor Haaglanden: “om diverse redenen (o.a. dossierhouderschap / geen perspectief / geen zicht op voorkeurs-aanbieder)”). Voor de complexe zorg trekken ook meer mensen weg uit Den Haag om een plek te krijgen in naastgelegen regio's. Uit het Regiobeeld blijkt ook dat het aantal zorgindicaties de afgelopen jaren stijgt en de komende jaren verder zal toenemen.
Haaglanden heeft te maken met een groeiende jongeren/ jong volwassenen cliëntpopulatie. Tegelijkertijd neemt de afgelopen jaren het aantal cliënten dat gebruik maakt van de leveringsvorm verblijf (waaronder ook wonen valt) af met 2,84%. Dat is zorgelijk. Het Zorgkantoor benoemd als uitdaging dus ook het ontbreken van geschikte, passende huisvesting. Initiatief ouders De afgelopen jaren nemen burgers, vaak ouders, zelf het initiatief om kleinschalige voorzieningen te creëren. Ook in Den Haag is er een initiatiefgroep van ouders die een woonzorglocatie wil ontwikkelen. Zij hebben een woondroom voor de jonge mensen met een ernstige beperking. Voor deze woondroom is Stichting Villa Sprankel opgericht (zie www.villasprankel.nl). Het doel van Stichting Villa Sprankel is om een locatie te realiseren voor 16 tot 24 (jong)volwassenen met de meest ernstige meervoudige beperkingen die 24/7 intensieve zorg nodig hebben (dus grotendeels VG8). Deze woonzorglocatie wordt gebaseerd op de blauwdruk van SlowCare Oss (zie www.slowcare-nederland.nl). SlowCare is door het zorgkantoor als best practice beoordeeld en krijgt regionaal en nationaal veel erkenning voor het innovatieve zorgconcept. Het wordt een plek waar deze bijzondere mensen niet alleen goed worden verzorgd, maar waar ze echt leven – in een omgeving die hen respecteert, hen ondersteunt en hen verbindt met de samenleving.
De bewoners krijgen ook via dagbesteding de ruimte om te groeien, zich te ontwikkelen en te participeren in de maatschappij, ongeacht hun beperking. Geen geschikte locatie Het belangrijkste probleem is om hiervoor geschikte huisvesting te vinden. Voor deze kleinschalige locatie is ca. 1500-2200 m2 gebruiksoppervlakte nodig. Dat kan gekoppeld zijn aan andere sociaalmaatschappelijke functies maar dient vanuit de visie wel in verbinding te zijn met de wijk en buurt. De huisvesting wordt voorzien van de juiste voorzieningen om binnen het concept met de beschikbare zorgmiddelen hoogwaardige zorg en ondersteuning te bieden in een kleinschalige warme omgeving. Het initiatief draagt bij aan de Haagse samenleving waarin ook deze verborgen groep zichtbaar wordt en de kwaliteit van hun leven zichtbaar verbeterd.
De gemeente is bekend met de ambitie van Stichting Villa Sprankel en ondersteunt het initiatief bij het zoeken naar een geschikte locatie in Den Haag, bijvoorbeeld door de groep in contact te brengen met woningcorporaties en door te zoeken naar kansrijke locaties binnen gemeentelijk vastgoed. Wijzigingen: In paragraaf 2.3.3. worden (kleinschalige) ouderinitiatieven toegevoegd aan de tekst over woonvormen voor deze aandachtsgroep.
Een oude school, kerk, zorgcentrum of nieuwbouwlocatie die aan de behoeften kan worden aangepast biedt mogelijkheden maar die mogelijkheden zijn (te) schaars en de (huur)waarde te hoog. Deze jongeren moeten rondkomen van een Wajong-uitkering en leven dus onder het sociaal minimum. Beleid Het realiseren van kleinschalige en innovatieve wooninitiatieven past goed bij het beleid van de Gemeente Den Haag dat mensen wonen in een wijk met ondersteuning van het sociale en zorgnetwerk. De betrokkenheid van familie blijft beter gewaarborgd. Ze zijn nauw betrokken bij de zorg en proberen in de woning de sfeer van thuis mee te geven. In een wooninitiatief zijn ouders of andere familieleden ook actief in bestuur of werkgroepen, of bij activiteiten en onderhoud. Daarnaast schakelen deze wooninitiatieven ook meer hun netwerk en de buurt in waarmee er veel informele zorg wordt verleend en ook vrijwilligers zijn aanvullend op de formele zorg. De zorg is hiermee meer ‘op maat’ en hoger van kwaliteit (‘goedkoper’) op basis van de beschikbare zorgmiddelen. Samengevat Er zijn meer kleinschalige woonzorglocaties nodig in Den Haag:
-
Mensen met een ernstige meervoudige beperking worden ouder. Er is te weinig aanbod in Den Haag voor deze doelgroep die 24/7 zorg nodig heeft.
Ouders geven de voorkeur aan ‘zo gewoon mogelijk’ wonen in de wijk en willen zelf een kleinschalig en innovatief wooninitiatief starten maar vinden geen geschikte locaties. Het realiseren van kleinschalige en innovatieve wooninitiatieven past goed bij het beleid van de Gemeente Den Haag dat mensen wonen in een wijk met ondersteuning van het sociale en zorgnetwerk. Oproep Wij roepen de Gemeente Den Haag op om met urgentie te voorzien in één locatie en voor de toekomst in nog een locatie waar een kleinschalige woonzorglocatie gerealiseerd kan gaan worden voor mensen met een ernstige meervoudige beperking. Dat vraagt per locatie ca. 1500 – 2200 m2 GO. Wij verzoeken om specifiek beleid voor deze bijzondere doelgroep toe te voegen aan de Woonzorgvisie. 1 https://ciz.databank.nl 2 Zorgprofiel VG7 is voor mensen met een verstandelijke beperking die behoefte hebben aan zeer intensieve begeleiding, behandeling en verzorging vanwege ernstige psychische en/of gedragsproblemen. Deze cliënten wonen met zeer intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering 3 Zorgprofiel VG8 is voor mensen met een ernstige verstandelijke en meervoudige beperking die behoefte hebben aan begeleiding en volledige verzorging en verpleging. Deze cliënten wonen met intensieve begeleiding en volledige verzorging en verpleging. 4 Zorgprofiel VG5 is voor mensen met een verstandelijke beperking.
Deze cliënten wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging. 5 https://regiobeelden.cz-zorgkantoor.nl/regiobeeld-haaglanden-gz/inleiding/inleiding
8.
Stedelijke Ouderen Commissie (SOC)
Antwoord:
De Stedelijke Ouderen Commissie heeft kennis genomen van de ontwerp Woonzorgvisie 2040. Deze visie is tot stand gekomen in overleg met diverse stakeholders, wooncorporaties, zorgpartijen, welzijnsinstellingen en vertegenwoordigers van diverse doelgroepen waaronder de SOC.
Het is fijn om te horen dat de SOC zich kan vinden in de visie en ambities van de Ontwerp Woonzorgvisie en de eerder geleverde input erin terugziet. De gemeente waardeert de bereidheid van de SOC om bij te dragen aan de uitvoering van de Woonzorgvisie.
Wij delen de in de Woonzorgvisie 2040 geformuleerde visie en ambities. Daarnaast stellen wij het op prijs dat onze zienswijze op de Woonvisie ook zichtbaar is geworden in de Woonzorgvisie 2040. In die Zienswijze hebben wij gepleit voor: ➢ Bevordering van doorstroming naar passende huisvesting voor senioren in een koopwoning door het inzetten van seniorenmakelaars. ➢ Inzet op bereiken van senioren die willen verhuizen door: advertenties: folders en de schrijvende pers zoals de Stadskrant, Posthoorn, e.d. voorlichtingscampagnes. Bij voorkeur stadsdeelgericht. Fysiek via de Servicepunten XL of via een informatiepunt voor ouderen in stadhuis of in bibliotheken; Inzet van Ouderenconsulenten; Een te ontwikkelen woningruilapp; Beschikbaarheid via de webpagina ́Wonen voor ouderen ́; Vroegtijdig in gesprek met senioren over hun toekomstverwachtingen in relatie tot hun huidige huisvesting. Dit kan door een doorstromingscoach voor particulieren. Deze kan ook bemiddelen bij het oplossen van de financiële perikelen zoals de verkoop van de woning, aankoop van de nieuwe woningen, aanvragen van eventuele subsidies, aan en afsluiten van nutsvoorzieningen, adreswijzigingen, de verhuizing zelf, het opruimen van de woning die wordt verlaten. Collectivering Actief verbinden van huiseigenaren die samen invulling willen geven aan hun woonwensen.