RIS323668 Bijlage 1 Veiligheidsanalyse Locatie Sportlaan
Tekst van het document
47
Het terrein en de diverse gebouwdelen kennen verholen hoekjes en plekken. • Zorg er bij het ontwerp van de buitenruimte voor dat belangrijke zichtlijnen, bijvoorbeeld van of naar een ingang, zitbank, wandelpad of speelplek in de buitenruimte, zo open mogelijk zijn. • Zorg er bij het ontwerp voor dat er geen nissen zijn, bijvoorbeeld door die ‘dicht’ te maken of te vullen met beplanting. Onveilige vluchtroutes Bij een incident moet een dergelijk groot pand snel ontruimd kunnen worden. De brandweer adviseert over brandmelders, vluchtwegen, vluchtwegaanduiding, blusmiddelen, etc. Wat gebeurt er echter in de buitenruimte als honderden mensen bij een calamiteit het pand moeten verlaten? • Zorg dat alle nooduitgangen en het terrein ernaast te allen tijde vrij zijn van obstakels. • Zorg dat alle nooduitgangen uitkomen op een verhard pad van minimaal 1,10 m breed. • Markeer in de buitenruimte verschillende verzamelplekken die op enige afstand van het gebouw liggen, zoals een parkeerplaats. • Positioneer de verzamelplekken bij ontruiming zodanig dat deze de hulpverlening niet in de weg zitten.
De toegangen tot de verschillende afdelingen zijn niet vanuit een centraal punt te overzien. • Zorg dat in ieder geval vanaf de hoofdingang, waar 24/7 iemand aanwezig is, zoveel mogelijk van de buitenruimte gezien kan worden. Voorkom dat vanaf de centrale ontvangstbalie de zichtlijnen naar buiten worden geblokkeerd. • Zorg dat rondom alle andere ingangen voldoende openheid is. Dat is prettig voor bewoners, bezoekers en personeel. • Hang bij elke ingang goede verlichting volgens het Politie Keurmerk Veilig Wonen, zodat degene die thuiskomt goed ziet wat hij/zij doet en wat er om hem/haar heen gebeurt. • Hou rekening met de verlichting en de mogelijke overlast voor de overburen. Schrikverlichting is hierbij een optie.
48
Bewoners, bezoekers en passanten kunnen naar binnen kijken in woonruimtes op de begane grond. • Maak onder de ramen van werk- of woonruimtes op de begane grond een groenstrook, zodat er niet direct naar binnen kan worden gekeken. • Als het niet-gebruikte ruimtes of werkruimtes zijn, is het prettig als er door middel van een tijdschakelaar af en toe een lampje achter de ramen brandt. Dit geeft een gevoel van aanwezigheid.
Zelfde als de vorige foto, maar hier wordt wél gewoond op de begane grond. • Zorg met name voor de situatie links voor een brede strook groen, zodat de privacy van de gezinnen wordt gewaarborgd. Toegankelijkheid - Auto Hieronder een tabel van de benodigde parkeerplaatsen op basis van de parkeernormen van de verschillende doelgroepen27. Aantal 440 80
Doelgroep COA (vooral personeel en bezoekers) Daklozen + personeel
P-behoefte 44 16
41 66 28 96
Statushouders Leden van dak- en thuisloze gezinnen Zorguitstromers Studenten en starters Voorzieningen, zoals buurtrestaurant, onderwijs, huisartsenpost, etc. Totaal
8 4 6 28 43 149
27
Deze tabel is afkomstig uit de ‘BOPA tijdelijke invulling HagaZiekenhuis_Toelichting’
49
Uiteindelijk wordt de auto behoorlijk dominant in de buitenruimte van het gebouw. • Onderzoek of het mogelijk is dat er door dubbelgebruik, zoals overdag personeel en ’s avonds bezoekers van voorzieningen, het aantal parkeerplaatsen lager kan worden. In de wijk kan gratis geparkeerd worden tot 18.00 uur. • Beperk de benodigde hoeveelheid parkeerplaatsen in de buitenruimte door bezoekers en personeel overdag in de omgeving te laten parkeren. Hier is dan voldoende plek omdat een deel van de omwonenden voor werk of andere bezigheden weg zijn. • ’s Avonds is er in de buitenruimte waarschijnlijk meer parkeerplek, omdat er dan minder personeel aanwezig is. Terwijl de studenten en dakloze gezinnen hun eventuele auto op de parkeerplaats aan de Sportlaan zullen zetten, zullen asielzoekers, statushouders en zorguitstromers die hun ingang aan het voorplein hebben (en het bijbehorende personeel) de neiging hebben om hun auto op het voorplein te parkeren, terwijl daar relatief weinig plek is. • Besluit wie wel en wie niet op het voorplein mogen parkeren. • Besluit waar het personeel van de PWO, DUWO en Arcade, de gemeente, het overkoepelend, sociaal en technisch beheer en de beveiliging hun auto moeten parkeren.
Er zijn voor de ingang van de studenten enkele parkeerplaatsen. Die zijn te smal en geparkeerde auto’s hinderen ook het langsrijdend verkeer. • Maak met bebording bord duidelijk dat parkeren hier alleen is toegestaan voor laden en lossen en om bijvoorbeeld iemand die slecht ter been is bij de beoogde huisartsenpost te brengen. Toegankelijkheid – Fiets
Asielzoekers en COA-personeel parkeren hun fiets straks in de kelder van hun vleugel. Een asielzoeker moet daarna buitenom langs de centrale ingang om zich te melden. Risico is dat sommige bewoners of bezoekers hun fiets zo dicht mogelijk bij de ingang zullen parkeren. • Maak duidelijk waar wel en waar niet fietsen geparkeerd kunnen worden. En door wie.
50
•
Zorg bij fietsparkeerplaatsen binnen voor elektronisch toegang en voldoende verlichting.
Voorkomen moet worden dat her en der wild-geparkeerde fietsen staan. • Denk na over waar zorguitstromers en statushouders plus begeleiders, bezoekers van de multifunctionele ruimte en het mogelijke buurtrestaurant hun fiets kunnen parkeren. Aan de Sportlaan komen 150 fietsparkeerplekken voor studenten, statushouders en hun bezoek. Deels buiten (rechts van de ingang) en deels achter hekken. In het afgesloten gedeelte wil je deze groepen niet onnodig mixen, ook omdat die erg uit het zicht ligt. • Geef de studenten de linkerhelft van de afgesloten fietsenstalling en de statushouders de rechter, zodat ze zo weinig mogelijk hoeven te lopen om bij hun voordeur te komen. • Zorg bij de afgesloten stalling voor elektronisch toegang, verlichting en cameraobservatie. • Zet tussen deze twee delen een hek met doorzicht. • Bepaal waar personeel en bezoekers van de mogelijke huisartsenpost hun fiets kunnen parkeren.
De fietsenstalling voor de statushouders (rechts) heeft twee ingangen: vanaf de openbare fietsenstallingen en via de buitentrap. • Geef alle statushouders toegang tot beide ingangen om zo een veilige en soepele doorstroom te waarborgen, ook in noodsituaties.
De fietsenstalling voor de studenten (links) heeft ook twee ingangen: via het hek achter de ronde muur en de buitentrap. • Geef alle studenten toegang tot beide ingangen om zo een veilige en soepele doorstroom te waarborgen, ook in noodsituaties.
51
Er is bij een groot pand met wisselende bewoners het risico op overvolle fietsenrekken. • Verwijder regelmatig fietswrakken en zichtbaar ongebruikte fietsen. In de geopperde Fietsenwerkplaats kunnen die weer opgeknapt worden voor andere bewoners.
•
Als de door het COA gewenste Fietsenwerkplaats er komt, moet het bestaande hek (stippellijn) verplaatst worden, anders is deze niet uitnodigend.
Toegankelijkheid – Te voet Zoveel mogelijk buitenruimte moet voor zoveel mogelijk mensen goed toegankelijk zijn. • Zorg ervoor dat alle looproutes vlak en stroef zijn. • Garandeer dat de looproutes naar entrees goed toegankelijk voor mensen met een rolstoel of kinderwagen. Hoogteverschillen moeten overbrugd worden volgens het Handboek voor Toegankelijkheid. De COA-bewoners en personeel zullen een zo kort mogelijke route willen van de fietsenstalling naar de hoofdingang. • Maak hier een logische route, anders zullen er geitenpaadjes door het groen ontstaan.
Afvalverwerking Als de afvalverwerking onduidelijk is, of de beoogde verzamelplek aan het voorplein ligt te ver weg van ‘de voordeur’, is er een risico dat bewoners hun afval elders in de buitenruimte achterlaten. • Organiseer de afvalinzameling goed, ook voor de studenten en dak- en thuisloze gezinnen. • Plaats alle afvalcontainers op minimaal 2m afstand van gevels en hekwerken (tegen opklimmen). • Zorg dat vuilnisauto goed bij de afvalcontainers kan en ook veilig kan manoeuvreren. • Plaats de afvalcontainers zodanig dat overlast en stank voor bewoners en passanten wordt vermeden.
11.2 Ecologische zone Er is bij deze opvanglocatie een gebrek aan bruikbare buitenruimte. De opengestelde strook van acht meter voor de zuidgevel is dan ook welkom om een luchtje te scheppen, van het zonnetje te genieten of te tuinieren.
52
•
Zorg dat deze zone langs de gevel ingericht wordt voor rustige activiteiten, zoals (moes)tuinieren, speelgelegenheid voor de allerkleinsten en zitgelegenheid voor hun ouders
Vluchtroute bij calamiteiten
In- en uitgang
Nieuw transparant hek • •
•
Zorg dat de looproute (rode pijlen) naar deze zone logisch en niet teveel uit het zicht ligt. OF plaats een nieuw hek (blauwe stippellijn), waardoor deze strook alleen toegankelijk is voor asielzoekers, hun bezoek en het COA-personeel via de ingang op de begane grond bij de behandelkamers. Deze beperking heeft verschillende voordelen: o Het drukke voorplein wordt hiermee ontlast. o Mensen en kinderen hoeven niet meer voorlangs de ingang van de fietsenstalling en de afvalverzamelplek of geparkeerde auto’s (inclusief laden en lossen) te lopen. Zorg dat er in het geval van calamiteiten een extra uitgang is bij het hek richting het voorplein.
De toegankelijke strook langs de gevel in de ecologische zone ligt erg uit het zicht. • Zorg voor voldoende verlichting of beter nog: sluit deze strook af zodra het begint te schemeren. Mogelijk werkt de bestaande verlichting nog.
53
•
Beslis wie voor deze strook verantwoordelijk is, de toegang ’s ochtends opent, ’s avonds weer sluit en bewoners die er nog zijn, verzoekt weg te gaan.
Als het hek aan de Rode Kruislaan dicht is, kunnen onbevoegden makkelijk het lage muurtje opklimmen om alsnog de ecologische zone in te lopen. • Zorg hier voor een anti-opklim beveiliging.
Er zijn op de eerste verdieping 15 kamers en een woonkamer met openslaande deuren naar een groot balkon met uitzicht op de ecologische zone. • Maak dit balkon toegankelijk vanuit de woningen en gemeenschappelijke ruimtes. • Plaats hier bij voorkeur gezinnen met kinderen.
11.3 Voorplein Het voorplein is het visitekaartje van het project. Hier moeten bewoners een gevoel van thuis ervaren en bezoekers welkom geheten worden. Er zijn leuke ideeën vanuit de wijk geopperd, van eetbaar groen en boombakken tot sport en spel. Zie ter inspiratie ook de schets in bijlage 7. Er ontstaat een onveilige (verkeer)situatie bij de toegang van het centrale voorplein. • Behoud de aparte ingang voor (vracht)auto’s. Dit leek op sommige tekeningen niet het geval. Het centrale voorplein is niet uitnodigend. Mogelijk voelen sommige bewoners, zoals kinderen, vrouwen of lhbtqi’ers, zich er dan minder welkom. • Maak een ‘pleintje’ in de looproute van hek tot voordeur. • Vul het ‘pleintje’ met kleurrijke beplanting (gevoel van welkom) en zet er bankjes omheen (veel sociale ogen). • Ontwerp het voorplein zodanig dat de doorloopfunctie en het overzicht niet in de knel komen. Het voorplein wordt te druk, gezien het verwachte gebruik door personeel, bezoekers, bezorgers en bewoners die hier lopen (al dan niet met een fiets of goederen) sporten, spelen of zitten. • Zorg bij de ingang van de zorguitstromers en statushouders voor een ‘eigen’ zitgelegenheid in de vorm van bijvoorbeeld picknicktafels, zodat zij over een ‘eigen’ buitenruimte kunnen beschikken.
• Maak voor de woningen van de dak- en thuisloze gezinnen geen basketbalveld maar een geheel omheind speelterrein met zitgelegenheid voor de ouders/verzorgers..
54
’s Avonds, als het beoogde restaurant en de andere voorzieningen op de begane grond dicht zijn, wordt het voorplein mogelijk donker en wat minder uitnodigend. • Maak een goed verlichtingsplan, inclusief de route naar/van de fietsenstalling. • Gebruik geen uplighters (licht vanuit het maaiveld) in de looproutes. • Stem het verlichtingsplan af met het groenontwerp en -beheer om te voorkomen dat groen pal voor een lantaarnpaal staat en het licht blokkeert.
•
Maak de trappen geschikt om op te zitten als openluchttheater of -bioscoop.
Bij de huidige garages komt het gemeenschappelijke afvalverzamelpunt. • Plaats afvalcontainers op minimaal 2 m afstand van wegen en hekwerken tegen opklimmen. • Zorg dat de vrachtauto die het afval c.q. de containers komt ophalen, overal goed bij kan. • Plaats de verschillende afvalcontainers zodanig dat overlast, stank en lawaai voor omwonenden of passanten wordt vermeden
55
Sport - en dan met name balspelen veroorzaken op het voorplein geluidsoverlast. Een alternatieve plek is daarom wenselijk. • Situeer een sportveldje aan de uiterste zuidzijde. Hier is het minste geluidsoverlast en er is al een verharde ondergrond en achterwand. Hier kan eventueel ook tegen getennist worden. • Maak deze plek zowel geschikt voor bijv voet- als basketbal. En eventueel ook fitness. • Maak van de blinde zijgevel van de COA-vleugel een klimmuur (leuk voor klimmers uit de buurt) of vergroen hem (leuk beeld vanuit de omgeving). Het is nu nog niet duidelijk welke bedrijven of partijen er in de nu nog lege algemene ruimtes komen. • Laat op het voorplein wat lege ruimte voor toekomstige initiatieven.
Een indicatie van het cameraplan, wat een groot deel van de buitenruimte beslaat. 56
Het voorterrein is vooralsnog onvoldoende in beeld, terwijl hier juist veel mensen zijn en activiteiten plaatsvinden. • Zorg dat in het definitieve cameraplan het hele voorterrein, inclusief de parkeerplaatsen en de entree aan de Rode Kruislaan, in beeld is, want hier komen overdag en ’s avonds de meeste mensen (elkaar tegen). • Borg een cameratoezichtruimte in het pand, inclusief toegangsbeheer en intercom.
Er zijn in de huidige situatie enkele kruip-door-sluip-door’ paadjes. • Verander dit soort paadjes in een officiële looproute of maak een zodanig goed ontwerp, dat mensen niet in de verleiding komen om de beplanting of gras tot sluiproutes te maken. • Maak de functie en toegankelijkheid van de binnenplaats op de rechterfoto duidelijk. • Er mag op de hele opvanglocatie nergens binnen gerookt worden. Richt een rokersplek met een afdakje in nabij de hoofdentree op het voorplein. In het zicht maar niet in de loop. • Zorg ook voor een rookplek bij de entrees voor studenten, statushouders en zorginstromers.
In de oksel van bouwdeel D is nu erg veel verharding. • Zorg in het ontwerp voor minder parkeren en verharding en meer groen. • Maak in verband met de privacy een brede groenstrook/tuintje voor de benedenwoningen.
57
De dak en thuisloze gezinnen kunnen via de galerijen bij elkaar naar binnen lopen. • Maak tussen de balkonnetjes een transparante afscheiding met een hekje of schot. Eventueel open te klappen als spelen met de buurkinderen gewenst is.
• •
Verwijder alle overbodige hekken, prikkeldraad en andere objecten of knap ze op. Zie bijlage 7 voor inspiratie vanuit veiligheid voor de uitwerking van het voorplein.
11.4 Binnenterrein
Het binnenterrein oogt stenig en verwaarloosd. Het wordt niet toegankelijk behalve als vluchtroute, maar er zijn wel bewoners die er jarenlang op uit zullen kijken. • Geef de uitbouw een vegetatiedak; mooi, goed voor de biodiversiteit én de isolatie. • Verwijder alle hekken, doorgeschoten groen en andere overbodige objecten.
58
11.5 Sportlaan
•
•
Er zijn door dubbelgebruik voldoende parkeerplaatsen, dus offer de negen plekken aan de Sportlaan op en maak hier een sportgelegenheid/fitnessvoorziening (rood). Deze zorgt niet voor veel geluidsoverlast en kan zowel door bewoners als omwonenden worden gebruikt. Bijkomstige voordelen: de plek ligt goed in het zicht van de hal met de hoge ramen, het voorplein wordt hiermee ontlast en er is ruimte om pal voor de ramen van bewoners een groenstrook tegen de inkijk (groen) te maken.
De entree tot de studentenwoningen aan de Sportlaan is dezelfde als die voor de beoogde huisartsenpost of andere functie. De plannen voor deze ruimte zijn nog niet definitief en daarmee is dus ook niet duidelijk hoe de toegang eruit komt te zien. • Maak als het zover is zoveel mogelijk gebruik van toegangscontrole met tags of pasjes. • Rust deze entree, indien er een openbare functie aan wordt gevoegd, uit met een bel- en receptiefunctie.
Het is belangrijk dat ook de studenten, die geen eigen buitenruimte hebben en verder van alle voorzieningen af wonen, zoals het (mogelijke) buurtrestaurant of sportfaciliteiten aan de Rode Kruislaan, ook buiten kunnen zitten. • Situeer de zitgelegenheid voor studenten zo dicht mogelijk bij de gevel om (geluids)overlast voor omwonenden te beperken. Monteer bijvoorbeeld lange zitbanken óp de keermuur bij de twee ingangen (in rood). • Plaats daar een of twee afvalbakken bij. • Behoud de parkeerplekken pal voor, links en rechts bij de ingangen ten behoeve van laden en lossen en gehandicaptenvervoer.
59
• •
Verwijder alle overbodige objecten in de openbare ruimte bij de ingangen. Zorg bij de ingang onderaan de trap voor een fietsenrek voor bezoek en de (mogelijke) huisartsenpost.
Er is aan de Sportlaan een onduidelijke parkeersituatie. • Verwijder alle overbodige hekjes, paaltjes en bolders en zet de lantaarnpaal recht. • Maak bij de in- en uitgang aan de Sportlaan met een bord duidelijk voor wie de parkeerplaats wel en voor wie niet bedoeld is. • Geef de parkeerplaats één ingang en één uitgang met slagbomen. • Breng de parkeerplaatsen onder bij de cameraobservatie en verlichting
In het concept Uitwerking Buitenruimte worden er bij de parkeerplaats bomen verwijderd. • Vergroen het parkeerterrein door nieuwe bomen in de strook voor de hellingbaan te plaatsen.
60
Delen van het terrein voor de PWO liggen grotendeels uit het zicht vanaf de omgeving, waardoor deze zones minder goed zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte (rode pijlen).
----- Bestaand hek ----- Gepland hek ----- Gewenst hek De PWO krijgt aan de zijde van de Sportlaan weer een eigen afgesloten buitenruimte. Hierop is goed toezicht vanuit de centrale hal via de hoge ramen. • Plaats hier een recht hek (blauw in voorgaande tekening), zodat meteen ook de hoek achter de ronde hoogbouw ontoegankelijk wordt. • Er blijft dan aan de straatzijde voldoende ruimte over voor ander gebruik.
61
De PWO heeft binnen een rook-, drank- en drugsverbod. Daarom komt er aan de Sportlaan een afgesloten buitenruimte, die alleen toegankelijk is vanuit het gebouw en goed in het zicht ligt vanaf de centrale hal met hoge ramen. Hier komen ook weer twee gebruikerscontainers (foto afgelopen winter) • Plaats de twee containers, waar bewoners kunnen roken en drinken, zodanig dat het zicht vanaf het gebouw op de rest van de buitenruimte niet wordt geblokkeerd. • De beide halfopen containers hebben een picknickbank. Houdt hier de regel in stand dat de ene container met muziek is en de ander zonder.
Uitgegroeide heesters blokkeren het zicht, zoals bij de fietsparkeerplek (links), waardoor er potentiële verstop-, vervuilde of wildplasplekken kunnen ontstaan. • Behoud zoveel mogelijk bomen en struiken voor een aantrekkelijk beeld en schaduw, maar verwijder waar nodig uitgegroeide heesters of snoei ze tot een hoogte van maximaal 1,20 m.
11.6 Fahrenheitstraat De nieuwe hoofdentree van de PWO komt aan de Fahrenheitstraat, wat mogelijk zal leiden tot meer activiteit in de omgeving. • Maak de entree opener; vervang de hoge hagen door wintergroene of -bloeiende beplanting. • Voorkom dat hier gehangen kan worden. Dus geen enkele zitgelegenheid, ook niet in de vorm van een muurtje of hek. • Zorg hier voor voldoende fietsparkeerplaatsen op eigen terrein.
62
12 Analyse en aanbevelingen – De schil De schil (muren, dak, deuren en ramen) is het meest kwetsbare onderdeel voor het borgen van veiligheid in een pand en daarmee voor bewoners en medewerkers. Vanuit SRM worden bij deze opvanglocatie alle onderkende incidenttypen vanuit ongewenst toegang verschaffen en basisrisico’s, zoals agressie, brandstichting, diefstal, geweld, ongewenst gedrag en vandalisme, onderkend. Daarnaast kunnen demonstraties, actievoeren en georganiseerde criminaliteit op en rond de schil niet worden uitgesloten. Er zijn meerdere toegangen tot het pand voor de verschillende doelgroepen en twee belangrijke (om)looproutes (van studenten naar de hoofdingang en voor iedereen naar de gevelgroenstrook) en er is niet overal even goed toe- en overzicht op wie waar het pand betreedt of verlaat.
Wij signaleren de volgende risico’s met betrekking tot de schil: a. Verlies van controle over wie wel en wie niet het pand in en uit kan. b. Inbraak of insluipen via deuren, ramen of andere gevelelementen. c. Graffiti of scratchiti op gevels of ramen. d. Opklimmen van het dakje van de gemeenschappelijke fietsenstalling bij de oude hoofdingang ten behoeve van inbraak, diefstal, vernieling en agressie. e. Meelopen en insluipen bij fietsenstallingen en ingangen voor de verschillende doelgroepen. f. Insluipen, inbreken en binnensmokkelen van ongewenste goederen of personen bij woon- en werkruimten op de begane grond.
12.1 Risico’s en aanbevelingen Onbevoegd toegang tot het pand Onvoldoende controle over wie wel en wie niet het pand in en uit kan waardoor onbevoegden zich toegang tot het pand kunnen verschaffen. • Borg nooduitgangen met zelf-vergrendelende antipanieksloten en voorzie ze van open deurstandsignalering (akoestisch signaal) en cameraobservatie. • Realiseer bouwkundig gecontroleerde toegangen van personen in het gebouw middels tourniquets of draaideuren met intercom, verlichting en cameraobservatie.
63
• • • •
Organiseer het sleutelbeheer en autorisatie van toegangspassen. Breng een zonering aan in (semi) openbaargebied, observatiegebied en beveiligd gebied. En maak duidelijk welk deel wel of niet toegankelijk is. Ontwikkel beleid rond de toegangscontrole voor bezoekers. Richt receptie en portiersloge in met zicht op alle toegangen.
Inbraak via deuren, ramen of andere gevelelementen. Onvoldoende weerstand en vertraging, bij pogingen tot inbraak, kan leiden tot onbevoegde toegang, schade en mentale overlast bij bewoners. • Borg een vrije ruimte om de schil van het gebouw van minimaal drie meter en richt deze in als groenvoorziening. • Voorkom dat er voertuigen tegen het pand geparkeerd kunnen worden. • Overweeg kierstandbeveiliging bij de ramen in de leefruimten op de begane grond • Realiseer opklimbeveilging bij openbaar toegankelijke buitengevels. • Breng inbraaksignalering aan. • Breng anti-inbraakfolie aan op de ramen van de begane grond. • Ontwikkel bewustzijn bij bewoners, mede-gebruikers en medewerkers over deze risico’s. • Ontwikkel een contactkaart (escalatieladder) voor bewoners voor het melden van overlastgevende situaties of incidenten. • Breng bouwkundige afscherming bij de luchtbehandelingsinstallaties aan. Opklimmen en insluipen Vanaf het dakje van de gemeenschappelijke fietsenstalling bij de oude hoofdingang is er een risico op opklimmen ten behoeve van inbraak, diefstal, vernieling en agressie. • De inpandige fietsenstalling en de andere ingangen zijn zwakke plekken met risico op meelopen en insluipen. • Er zijn woon- en werkruimten op de begane grond. Hierbij ontstaat zowel een kwetsbaarheid voor insluipen en inbreken als het binnenbrengen van ongewenste goederen of personen.
De inpandige fietsenstallingen op de begane grond en de ingangen voor de verschillende doelgroepen zijn zwakke plekken met risico’s op meelopen en insluipen. • Realiseer bouwkundig gecontroleerde toegangen tot de inpandige fietsenstallingen door middel van toegangspas, intercom, verlichting en camera. Bij woon- en werkruimten op de begane grond ontstaat zowel een kwetsbaarheid voor insluipen en inbreken als het binnenbrengen van ongewenste goederen, zoals drugs, of personen. • Zorg voor specifieke aandacht hiervoor in openings-, sluitronde, patrouilles en interventies. • Maak duidelijk op welke wijze gemeenschappelijke voorzieningen toegankelijk zijn. • Borg inkijkbeperking in leefruimten van de bewoners op de begane grond. • Scherm plaatsen af waar mogelijkerwijs zaken verstopt of opgelegd kunnen worden. • Breng de gehele gevel onder cameraobservatie met voldoende verlichting. • Breng de alle te verhuren ruimten minimaal op niveau Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW). Graffiti of scratchiti op gevels of ramen Graffiti (bekladding met spuitbus, verf of markers) en scratchiti (inkrassen van harde oppervlakken met een sleutel, glassnijder, zuur, etc.) veroorzaken schade aan de verschillende gevelonderdelen en hebben een negatieve impact op de uitstraling van de buitenruimte en de omgeving. • Borg voorzieningen tegen opklimmen tot 2,40 m hoog.
Bij bereikbare en opklimbare gevelelementen 2,40 m vanaf dat punt. • Breng anti-graffiti coating aan op gevels • Breng beschermende folie aan op alle bereikbare ramen
64
13 Analyse en aanbevelingen – De binnenruimte Binnen het gebouw zijn de verschillende doelgroepen ruimtelijk van elkaar gescheiden, waardoor het geheel doet denken aan een klein dorp met verschillende buurten. Hoewel de paden van deze groepen elkaar alleen kruisen in de gemeenschappelijke ruimtes en ontvangsthallen, kan de inrichting van deze binnenruimtes wel degelijk invloed uitoefenen op het gedrag van gebruikers en daarmee op de veiligheid. In dit hoofdstuk worden per type ruimte de mogelijke risico’s benoemd. Daarbij wordt onderzocht welke ruimtelijke kenmerken bepaalde gevoelens kunnen oproepen, en hoe deze gevoelens gedrag kunnen beïnvloeden. Uitgangspunt hierbij is de volgende volgorde: ruimtelijke context → psychologische beleving → gedragsreactie. Door dergelijke risico’s vroegtijdig te signaleren, kunnen gerichte ruimtelijke maatregelen worden genomen om spanningen of gevoelens van onveiligheid te voorkomen, en een prettige en veilige omgeving te ondersteunen. De aanbevelingen worden per ruimte puntsgewijs toegelicht. Binnen de SRM-systematiek zijn voor de algemene binnenruimtes de relevante incidenttypen geïnventariseerd. Dit betreft onder andere risico’s rond ongeautoriseerde toegang, actievoeren, agressie, brandstichting, diefstal, fysiek geweld, grensoverschrijdend gedrag, vandalisme en suïcide.
Deze vormen het kader waarbinnen de analyse en aanbevelingen zijn opgesteld. Wij signaleren de volgende risico’s met betrekking tot de buitenruimte: - Gebrek aan dag- of kunstlicht, overzicht en zichtlijnen. - Onduidelijkheid over de toegankelijkheid (wie mag waar wel/niet komen?) - Slechte toegankelijkheid voor mindervaliden. - Onduidelijke routing en gebrek aan zonering (functies en onderscheid tussen publiek en privé). - Belemmering van vluchtwegen. - Geluidsoverlast en gebrek aan privacy (overprikkeling). - Onaantrekkelijke, anonieme en slecht onderhouden inrichting. - Conflicten in gemeenschappelijke ruimten tussen bewoners uit dezelfde óf andere doelgroepen. - Stille en dus onveilige ruimtes, zoals de inpandige fietsenstalling en de liften. In dit hoofdstuk en in het Excel-document in bijlage 8 staan de risico’s en aanbevelingen voor de binnenruimtes gerubriceerd per soort ruimte.
13.1 Algemeen Gebrek aan zicht en verlichting Een gebrek aan overzicht en slechte zichtlijnen kunnen zorgen voor een gevoel van onveiligheid of verlatenheid en stress met een verhoogde kans op terugtrekgedrag, hangen of ongezien grensoverschrijdend gedrag. • Creëer visueel overzicht en transparantie om veiligheid en oriëntatie te bevorderen. • Waarborg goede zichtlijnen, zowel van buiten naar binnen als van binnen naar buiten, door zicht op plinten en bruikbare ruimten toegankelijk en onbelemmerd te houden. Onvoldoende verlichting zorgt voor verminderde sociale controle en verhoogde stress bij binnenkomst met als gevolg een verhoogd risico op intimidatie, dealen of vandalisme.
65
•
Zorg voor voldoende en effectieve verlichting van de entree en de directe omgeving, inclusief sensorverlichting waar nodig.
Onduidelijkheid over (on)toegankelijkheid Het moet meteen duidelijk zijn wie wanneer wel of juist niet ergens mag komen en hoe je het kunt organiseren dat dat dan ook wel of juist niet gebeurt. Anders ontstaat er (territoriale) verwarring en gaan mensen mogelijk proberen om ‘op eigen houtje’ ergens binnen te komen. • Ontwikkel beleid rond toegangscontrole voor bewoners en bezoekers. • Realiseer elektronisch gecontroleerde toegang tot het gebouw middels toegangspas, intercom, verlichting en cameraobservatie en realiseer vervolgens op dezelfde wijze de elektronisch gecontroleerde toegang tot het eigen gebouwdeel. • Compartimenteer het pand met zonering, waarbij op de scheiding tussen zones elektronisch gereguleerd gebruik is middels toegangspas, intercom, verlichting, cameraobservatie, inkijkbeperking naar andere zone en akoestische openstandsignalering. • Zorg voor een duidelijke bewegwijzering en signing, zodat de afzonderlijke toegangen voor de doelgroepen en bezoekers duidelijk zijn. • Ontwikkel een systeem voor sleutelbeheer en autorisatie van de toegangspassen • Ontwikkel een bezoekers- en registratieprotocol. • Ontwikkel openings-, sluitronde, patrouilles en interventies.
• Stel openingstijden in voor het gebruik van voorzieningen Wanneer een ruimte – al dan niet per ongeluk - fysiek ontoegankelijk is of wanneer de toegankelijkheid onduidelijk is, raken mensen gefrustreerd of voelen zij zich buitengesloten. Een gevolg kan zijn dat zij zich terugtrekken op hun kamer of bepaalde ruimtes, voorzieningen of activiteiten gaan mijden. • Waarborg de fysieke toegankelijkheid voor mensen met een beperking, bijvoorbeeld door het plaatsen van een traplift bij de hoofdentree. Desoriëntatie Onduidelijke bewegwijzering of routing kan oriëntatiestress en een gevoel van desoriëntatie veroorzaken. Mogelijk kunnen mensen daardoor bepaalde ruimtes niet vinden, gaan ze die mijden of hebben last van stress bij aankomst. • Baken duidelijk af en communiceer de toegangsfuncties per doelgroep om verwarring en fricties te voorkomen. • Bied duidelijke meertalige bewegwijzering en oriëntatiepunten op ooghoogte met contrastrijke kleuren. • Zorg voor duidelijke plattegronden van de relevante vleugels. Onduidelijk onderscheid tussen publieke en private ruimtes kan onzekerheid over grenzen of gebruiksrechten creëren, waardoor (onbewust) overschrijdend gedrag of territoriale frictie kunnen ontstaan. • Maak in kleur en inrichting een verschil aan tussen publieke en private ruimtes. • Maak de (on)toegankelijkheid van bepaalde ruimtes voor bepaalde groepen duidelijk.
Onduidelijkheid over gewenst gedrag en beveiliging geeft bewoners onrust en onveiligheid. • Formuleer concrete huisregels voor de gemeenschappelijke ruimten en stem deze tussen de doelgroepen af. Formuleer bijbehorende sancties en zorg voor effectieve handhaving. • Ontwikkel beleid rond incidenten, calamiteiten en crises. • Richt binnen de locatie zones in waarbij toegangsbeheersing wordt toegepast. Toegangs- en circulatieruimtes vormen de verbindingen binnen het gebouw en zijn cruciaal voor de beleving, veiligheid, welzijn en toegankelijkheid van alle achterliggende ruimtes. Ze beïnvloeden niet 66
alleen de fysieke doorstroming, maar ook het psychologische comfort en sociale gedrag van bewoners en bezoekers. 13.2 Entrees De entree is waar je een gebouw binnengaat, de drempel tussen buiten en binnen. Wanneer je voor het eerst ergens komt, wordt je algehele gevoel over een plek vaak beïnvloed door het entreegebied. Voel je je er welkom, veilig en gezien? Gedachten die onbewust je oordeel over een plek vormen.
Een onverzorgde entree, zoals hekken met prikkeldraad, zorgt voor een negatieve eerste indruk. Vanuit deze vervreemding kan afwijzend gedrag of de neiging tot vandalisme voortkomen. • Verbeter de aantrekkelijkheid en gastvrijheid van de entree door het betrekken van binnen- en buitenruimte, bijvoorbeeld met planten of groene elementen, en voorkom een afgesloten of onverzorgde indruk. • Communiceer welkomstboodschappen, huisregels en gebruiksinstructies duidelijk en in meerdere talen, ondersteund door visuele informatie, zoals pictogrammen.
13.3 Trappen Trappen zijn essentiële schakels tussen verdiepingen en vormen een belangrijk onderdeel van de dagelijkse verplaatsingen in het gebouw. Met name in het hoge COA-deel. Voor bewoners met fysieke of psychische kwetsbaarheden kunnen trappen echter stressvol of zelfs onveilig aanvoelen. Dode hoeken, gebrek aan overzicht en onvoldoende verlichting bij een trap kunnen bij bewoners, bezoekers en personeel angst, stress en onveiligheidsgevoel oproepen met als gevolg een verhoogde kans op intimidatie, geweld, hinderlijk gedrag en ongelukken. • Zorg voor goede verlichting die optimaal zicht op de traptreden en de omgeving van de trap mogelijk maakt, bijvoorbeeld door sensorverlichting. • Plaats molestbestendige spiegels om dode hoeken te elimineren en het overzicht te vergroten. • Richt camera-observatie in bij de trappenhuizen. • Borg bouwkundige vergrendelingen naar de niet-gebruikte verdiepingen in het gebouw.
Moeilijke oriëntatie door afwezige of onduidelijke bewegwijzering verhoogt de stress en kan zorgen voor verdwalen of terugtrekgedrag. • Geef op iedere verdieping duidelijk aan waar men zich bevindt, inclusief een plattegrond boven- en onderaan de trappen.
67
Obstakels op vluchtwegen belemmeren een snelle evacuatie bij noodsituaties. • Houd alle trappen altijd vrij van obstakels. Smalle en lange trappen of open traptreden kunnen voor angst en stress zorgen, vooral bij kinderen. Dit kan vermijdingsgedrag of ongelukken als gevolg hebben. • Zorg dat trapleuningen stevig en veilig bevestigd zijn. Overweeg het toevoegen van trapleuningen op kinderhoogte op de plekken waar gezinnen verblijven. • Breng een anti-sliplaag op de traptreden aan. • Houd rekening met de schaal en vorm van trappen om angst en stress te verminderen, bijvoorbeeld door het vermijden van smalle en lange trappen of open traptreden.
Bouwdeel C niveau 2, trappenhuis (C-2-033) kent een gebrek aan daglicht en sociale controle, wat het gevoel van veiligheid negatief kan beïnvloeden. • Realiseer, indien bouwtechnisch haalbaar, een lichtkoepel of andere vorm van natuurlijke verlichting ter verbetering van het (over)zicht. • Op de rechter foto een voorbeeld van een beter verlicht trappenhuis elders in het gebouw.
13.4 Gangen De gangen van de opvanglocatie verbinden ruimtes en bewoners met elkaar. Zeker voor mensen met een trauma of verhoogde waakzaamheid kunnen lange, uniforme of slecht verlichte gangen leiden tot spanning of terugtrekgedrag.
68
Uniforme, lange en onpersoonlijke gangen zonder rustpunt Lange gesloten gangen kunnen zorgen voor onveiligheidsgevoel, stress of zelfs claustrofobie. Dit verhoogt de kans op terugtrekgedrag, vermijding, ongewenst gedrag of conflicten. • Verbeter de zichtlijnen en sociale controle door middel van ramen, spiegels of transparante materialen om dode hoeken en duisternis te vermijden. Onduidelijke routing door eenvormigheid zorgt voor oriëntatiestress (verdwalen), verwarring of vermijding • Creëer herkenbaarheid en eigenaarschap door kleurgebruik, persoonlijke aankleding of visuele identiteit per gang of vleugel. • Zorg voor eenduidige, meertalige bewegwijzering bij deuren en op zichtbare plekken. Nauwe of volle gangen beperken de fysieke doorgang wat bij sommige mensen frustratie, angst of paniek kan veroorzaken, zeker als het een vluchtroute betreft. • Houd gangen altijd vrij van obstakels. Anonimiteit en gebrek aan rustplekken in de gang vergroot verveling, hinderlijk gedrag, rondhangen of afval achterlaten • Stimuleer rustplekken, bij voorkeur in nissen of verbredingen om de doorloop niet te hinderen. • Ondersteun bewoners(groepen) in het personaliseren van hun omgeving ten behoeve van een welkom gevoel en vermindering van anonimiteit. Bijvoorbeeld door iets aan de muur te hangen of een eigen mat en/of naambordje bij de deur.
Uniforme en ongedifferentieerde inrichting zonder duidelijke zonering geeft onzekerheid over toegangsrechten en een gebrek aan herkenning met als mogelijk gevolgen ondermijning, territoriaal gedrag, conflicten en desoriëntatie. • Ontwerp duidelijke overgangszones met herkenbare territoriale grenzen tussen privé, semipubliek en publiek. Vervuiling van de gangen geeft een gevoel dat niemand ‘eigenaar’ en verantwoordelijk is. • Zorg voor regelmatig onderhoud en schoonmaak om een verzorgde en veilige uitstraling te waarborgen.
13.5 Liften In hoogbouw zijn liften onmisbaar voor bewoners met beperkte mobiliteit of een kinderwagen. Ze kunnen ook spanningsvol zijn vanwege hun beslotenheid. Een lift zonder uitzicht, duidelijke communicatie of sociale controle kan gevoelens van onveiligheid oproepen. Een lift is een krappe en ongemakkelijk ruimte, waar je soms erg dicht op elkaar staat. Als die plek ook nog vies is, stinkt of vaak kapot is, zullen de mensen die dat kunnen de lift liever mijden. De rest heeft helaas geen keuze. • Houd liften schoon en goed onderhouden voor een veilige en uitnodigende uitstraling. • Communiceer huisregels, noodprocedures en contactinformatie voor escalatie in meerdere talen met duidelijke pictogrammen. • Implementeer actief toezicht en noodprocedures om snel in te kunnen grijpen bij incidenten. Door een (te) kleine liftcabine kunnen rolstoelgebruikers en mensen met kinderwagens mogelijk bepaalde ruimtes niet bereiken. Dit kan leiden tot frustratie.
69
•
Waarborg dat er voldoende ruimte in de liften is door minimaal één lift per vleugel of groep rolstoel- en kinderwagentoegankelijk te maken. Indien dit niet kan worden gerealiseerd met de bestaande liften, wordt het plaatsen van een nieuwe lift geadviseerd.
Gebrek aan overzicht en geen zicht op de ruimte buiten de lift zorgen mogelijk voor claustrofobie, verhoogde stress en angst, vooral bij traumagevoelige groepen. In de lift is er een verhoogde kans op paniek, vermijdingsgedrag of conflicten door de grote fysieke nabijheid van mensen. • Gebruik transparante schachtdeuren of zichtvensters. • Plaats spiegels in de lift om het zicht op de volledige cabine te bevorderen en de sociale controle te vergroten. • Gebruik neutraal gelijkmatig licht dat stress verlaagt en de gevoelens van veiligheid verhoogt. • Zorg ervoor dat noodalarmen en/of noodtelefoon zichtbaar en makkelijk bereikbaar zijn. Onduidelijkheid over de bestemming en uitgang van de lift kan mensen desoriënteren of onzeker maken, met als gevolg stress en onveiligheidsgevoelens. • Zorg voor duidelijke en meertalige bewegwijzering binnen en buiten de lift die toont op welke verdieping men is en wat daar aanwezig is, bijvoorbeeld bij de knopjes en liftdeuren.
13.6 Centrale hallen en woonkamers In de centrale hallen en woonkamers en keukens kunnen zowel geplande als spontane ontmoetingen plaatsvinden. De inrichting en structuur van deze ruimtes beïnvloeden of bewoners zich welkom, veilig en gezien voelen. Wanneer hier sociale controle ontbreekt, kunnen spanningen ontstaan of bewoners zich juist terugtrekken. Deze ruimtes vragen daarom om een zorgvuldige balans tussen openheid en afbakening, zodat verschillende groepen zich hier op hun gemak voelen.
70
De beelden tonen ruimtes waarin de zonering ontbreekt en de functie nog onduidelijk is. Onvoldoende zonering van functies zorgt voor verwarring of onrust met verhoogde prikkelgevoeligheid, terugtrekgedrag of conflicten als mogelijk gevolg. • Zorg voor duidelijke functionele zonering binnen, afgestemd op gebruiksmoment en doelgroep. Weinig zichtlijnen of gebrekkig overzicht in de ruimte kunnen een gevoel van onveiligheid of onrust geven, met vermijding, grensoverschrijdend gedrag of groepsvorming rond onzichtbare hoeken als gevolg. • Creëer open zichtlijnen en visueel overzicht, bijvoorbeeld door strategische plaatsing van meubels en vermijden van dode hoeken. • Introduceer informele vormen van toezicht, zoals de zichtbare aanwezigheid van begeleiding of glazen panelen zonder volledige openheid. Als er geen mogelijkheden tot personalisatie of herkenbaarheid van deze gemeenschappelijke ruimte zijn, vergroot dit het gevoel van anonimiteit of onthechting en vermindert het gevoel van eigenaarschap of ontstaat vervreemding of passiviteit. • Stimuleer herkenbaarheid en eigenaarschap door toekomstige bewoners actief te betrekken bij de inrichting van de woonkamers (bijv. kleuren, planten, persoonlijke elementen). Slechte akoestiek en verlichting kunnen stress verhogen of voor overprikkeling zorgen, wat weer escalatie, terugtrekgedrag of sociale vermijding kan veroorzaken.
• Optimaliseer de akoestiek en verlichting voor rust en overzicht. Onduidelijke routing of een gebrek aan visuele identiteit vergroten mogelijk de desoriëntatie of controleverlies met als gevolg frustratie, onrustig gedrag en rondzwerven. • Gebruik herkenbare kleuren, pictogrammen of andere visuele elementen voor duidelijke oriëntatie, met name in de centrale hallen. Beperkte (fysieke) toegankelijkheid zorgt ervoor dat bepaalde groepen/mensen fysiek of sociaal uitgesloten worden. Dit leidt uiteraard tot frustratie en grotere afhankelijkheid van anderen. • Zorg dat alle verblijfsruimten fysiek toegankelijk zijn voor mensen met een beperking, en vrij van obstakels of onduidelijke doorgangen. Een onverzorgde of kale uitstraling geven een gevoel van verwaarlozing en ‘alles kan en alles mag hier’. Dit uit zich soms in negatief gedrag, vernieling of het claimen van plekken. • Gebruik warme, uitnodigende kleuren om het gevoel van welkom en sociaal contact te versterken, zonder te overprikkelen.
71
• • •
Versterk de aantrekkelijkheid en gastvrijheid van de ruimte door gebruik van planten, natuurlijk licht en zitplekken met keuzevrijheid. Communiceer duidelijk de gedragsverwachtingen en gebruiksvormen op toegankelijke en vriendelijke wijze, eventueel in meerdere talen en met pictogrammen. Stimuleer herkenbaarheid en eigenaarschap door bewoners actief te betrekken bij de inrichting van de gemeenschappelijke woonkamers.
Centrale ontvangsthal Met name in de centrale hal bovenaan de trap bij de hoofdingang zullen verschillende groepen elkaars paden kruisen, waardoor de kans op conflicten groter is. • Zorg voor een duidelijke functionele zonering in de hal, zodat territoriale verwarring en ongewenste interacties worden beperkt. • Gebruik heldere en hiërarchische bewegwijzering via progressive disclosure: alleen die informatie geven die op dat moment relevant is voor de oriëntatie. • Voorzie in zowel sociopetale (zitplekken die ontmoeting stimuleren) als sociofugale zitopstellingen (plekken die rust of afstand bieden), zodat gebruikers autonomie ervaren. • Garandeer open zichtlijnen ter bevordering van de sociale controle, oriëntatie en veiligheid. • Gebruik visuele middelen om verschillende gebruikszones af te bakenen zonder fysieke barrières. Ontvangstbalies • Ontwerp open uitnodigende balies, die zichtbaar zijn vanaf de voordeur. • Geen fysieke afstand of barrières die sociale interactie bemoeilijken. • Voorkom dat medewerkers verscholen zitten achter hoge schermen of ondoorzichtige elementen, zodat contact op ooghoogte mogelijk is en signalen tijdig opgemerkt worden. • Hanteer een baliehoogte van 1,10 meter om gelijkwaardige interactie mogelijk te maken tussen medewerker en bewoner of bezoeker.
• Mochten er bewoners met een rolstoel komen, zorg er dan voor dat (een deel van) de balie ook voor hen toegankelijk is met voldoende ruimte eronder en een aangepaste werkhoogte. • Zorg voor meertalige en visuele informatie bij de balie, bijvoorbeeld met pictogrammen en eenvoudige taal, afgestemd op laaggeletterdheid en diversiteit.
13.7 Slaapkamers Een slaapkamer is dé plek om je terug te trekken en rust te vinden. Zeker voor bewoners met een verhoogde kwetsbaarheid is het van belang dat hun slaapplek als veilig en voorspelbaar wordt ervaren. In de opzet en het gebruik moet expliciet rekening worden gehouden met autonomie en de benodigde persoonlijke ruimte. Onvoldoende fysieke, visuele of auditieve privacy kunnen een gevoel van onveiligheid, controleverlies en slechte nachtrust veroorzaken wat de kans op terugtrekgedrag, grensoverschrijding of verstoring vergroot. Dit geldt vooral voor de gedeelde kamers binnen het COA. • Maak toegangen tot slaapruimten van bewoners elektronisch gereguleerd zodat bij veel wisselingen autorisaties makkelijk beheerd kunnen worden. • Realiseer in slaapruimten voor bewoners -in ieder geval het COA- een afsluitbare kast en separaat kluisje voor waardepapieren. • Borg voldoende visuele en auditieve privacy door licht of geluid vanaf bijvoorbeeld de gang of medebewoners zoveel mogelijk te beperken. • Communiceer helder over privacy, gebruiksregels en grenzen van de slaapruimte. • Beperk onnodige inbreuk op de privacy door personeel of medebewoners in de slaapruimtes bij in ieder geval het COA. 72
Bij onduidelijke kamergrenzen of gedeelde kamers zonder markering, ontstaat een gevoel van kwetsbaarheid en gemis aan eigen plek met als gevolg mogelijk conflicten of territoriale fricties. • Zorg voor duidelijke fysieke en visuele afbakening van het eigen territorium. Door overprikkeling van slechte akoestiek of te veel stimuli, ontstaan verhoogde arousal, slaapstoornissen of stress met als gevolg agressief gedrag of vermijdingsgedrag • Beperk zintuiglijke overprikkeling binnen de slaapomgeving door een goed akoestisch klimaat te creëren en rustige matte kleuren toe te passen die ontspanning bevorderen. Een slechte staat van onderhoud of anonieme kamers vergroten gevoelens van desinteresse, vervreemding, apathie en nonchalance waardoor de slaapruimte mogelijk verder wordt verwaarloosd. • Waarborg rust en geborgenheid door het gebruik van warme kleuren en materialen. • Voorkom een anonieme of institutionele uitstraling van de slaapomgeving door gebruikers de mogelijkheid te bieden om deze te personaliseren. 13.8 Kinderruimtes De ruimtes, bedoeld voor kinderen, dienen een gevoel van speelsheid, veiligheid en overzicht uit te stralen. Onvoldoende afbakening, toezicht of herkenbare zones kunnen ertoe leiden dat kinderen zich onveilig voelen, zich terugtrekken of juist grensoverschrijdend gedrag gaan vertonen.
Ouders en begeleiders moeten het gevoel hebben dat toezicht en toegankelijkheid geborgd zijn. Kinderruimtes vragen om duidelijke grenzen, vrolijke kleuren en functionele ordening, afgestemd op de leeftijdsgroep. Geen toezicht of sociale controle vanuit andere ruimtes kan een onveilig of onzeker gevoel geven wat het risico op pesten, zedendelicten of onzichtbaar grensoverschrijdend gedrag verhoogd. • Waarborg visueel toezicht op de kinderruimte vanuit de omliggende ruimte(s). Geen duidelijke scheiding tussen speelzone en andere functies, geeft verwarring over het gebruik. Gevolg? Kinderen gaan op daarvoor ongeschikte plekken spelen of oudere kinderen/jongeren eigenen zich de ruimte toe. • Realiseer een duidelijke en herkenbare kinderzone met optische of fysieke afbakening. Geen toegangszonering of controle kan zowel bij kinderen, ouders als begeleiders onveiligheidsgevoelens oproepen, waardoor ze mogelijk een ruimte gaan vermijden of waardoor er conflicten ontstaan. • Voorkom ongewenste aanwezigheid van mensen in kinderruimtes, die er niets te zoeken hebben, door duidelijke gebruiksafspraken en ruimtelijke grensmarkering. Een onaantrekkelijke inrichting en slechte staat van onderhoud kunnen ervoor zorgen dat kinderen de speelruimte mijden of zich er vervelen, waardoor ze ongewenst gedrag kunnen gaan vertonen.
• Ontwikkel de ruimte vanuit de belevingswereld van kinderen: veilig, speels, en herkenbaar ingericht. • Zorg dat speeltoestellen veilig en volledig zijn, volgens normeringen, en dat de ruimte goed onderhouden blijft. • Gebruik heldere, verschillende vrolijke kleuren, zoals bijvoorbeeld geel en groen, in afgebakende zones, zodat stimulatie en oriëntatie in balans zijn met rust en overzicht. • Vermijd overlapping met of nabijheid van jongerenfuncties. • Communiceer helder en visueel aantrekkelijk over het gewenst gebruik van de ruimte richting kinderen, ouders en begeleiders.
73
13.9 Wachtruimtes Wachtruimtes zijn vaak plekken waar mensen zich tijdelijk ophouden in een situatie van onzekerheid of afhankelijkheid. Dit maakt deze ruimtes psychologisch gevoelig. Gebrek aan controle, onduidelijkheid en beperkte privacy kunnen stress, conflicten en sociale spanningen veroorzaken. Door bewuste ruimtelijke keuzes te maken, kunnen wachtruimtes rust en overzicht bieden en daarmee bijdragen aan een veilige en waardige verblijfservaring. Gebrek aan zichtlijnen, of het ontbreken van sociale controle kunnen stress en onzekerheid veroorzaken, met een verhoogde kans op intimidatie en onveilig gedrag. • Zorg voor voldoende zichtlijnen en open zichtlijnen en/of pas spiegels toe. Geen keuzevrijheid in zitplekken hebben, geeft een gevoel van onmacht en verlies van controle. Gevolg kunnen vermijding of conflicten zijn. • Maak verschillende soorten zitplekken om de keuzevrijheid te vergroten Onduidelijke functie of inrichting van een wachtruimte zorgt voor verwarring en ongewenst gebruik. Dit veroorzaakt extra frustratie of spanning bij mensen die toch al gespannen zijn. • Creëer een duidelijke functionele zonering en heldere bewegwijzering Slechte akoestiek en onverzorgde uitstraling verminderen het gevoel van comfort en vertrouwen, waardoor sneller conflicten, irritatie en vermijding ontstaan. • Houd de ruimte schoon en verzorg een uitnodigende uitstraling.
• Als de akoestiek slecht is, helpen planten of zachte materialen, zoals een gordijn of kleed. Als de wachtruimtes onvoldoende toegankelijk zijn, worden mogelijk doelgroepen uitgesloten. • Waarborg fysieke toegankelijkheid voor alle gebruikers.
13.10 Keuken De gemeenschappelijke keukens zijn functionele én sociale ruimtes waar samenwerking, overzicht en een gevoel van eigenaarschap cruciaal zijn. Een onduidelijke indeling, gebrekkige verlichting of onvoldoende regels kunnen leiden tot conflicten of terughoudend gebruik. Slechte verlichting en onoverzichtelijke inrichting kunnen leiden tot gevaarlijke situaties of conflicten. • Zorg voor heldere verlichting, goed (over)zicht en een inrichting zonder obstakels. Geen of onduidelijke afspraken over gebruik, gebruiksmomenten, taken en verplichtingen kunnen het gevoel van eigenaarschap ondermijnen, wat kan resulteren in geruzie over schoonmaken, gebruik of voedselopslag. • Richt de keuken in met vaste zones per groep. • Zorg voor duidelijke opbergstructuur (met eigen koelkasten per persoon of groep). • Beperk het aantal gebruikers per keuken om eigenaarschap en overzicht te vergroten. • Houd toezicht op het onderhoud en de naleving van afspraken met betrekking tot de schoonmaak en het gebruik, door iemand van de groep hiervoor aan te wijzen. Onduidelijke scheiding tussen privé en gedeeld gebruik van de keuken, kan stress en verwarring veroorzaken met mogelijk diefstal, confrontaties of vermijding als gevolg. • Label gedeelde en privé-onderdelen van de keuken met pictogrammen of iconen. • Stel een kookrooster op en communiceer dit rooster helder.
74
•
Instrueer bewoners meertalig over schoonmaakregels, gebruiksregels en veiligheid.
De afwezigheid van aangepaste voorzieningen voor mensen met een beperking, zoals slechtzienden of iemand in een rolstoel, kan leiden tot uitsluiting en frustratie. • Pas voor goede toegankelijkheid drempelvrije doorgangen, ruime draaicirkels voor rolstoelen, en werkbladen en apparaten op verschillende bereikbare hoogtes toe. • Kies voor gebruiksvriendelijke bedieningselementen zoals grote knoppen, duidelijke pictogrammen en automatische kookplaatbeveiliging voor het verhogen van de veiligheid en het gebruiksgemak. Gebrek aan een aantrekkelijke duidelijke inrichting creëert ongemak of onverschilligheid, wat ontmoedigt om samen te koken of de ruimte te gebruiken zoals bedoeld. • Gebruik heldere, contrasterende kleuren en overzichtelijke indeling. Dit helpt om de functies en zones van de keuken makkelijk te herkennen en maakt de ruimte visueel uitnodigend.
13.11 Sanitair Sanitaire ruimtes zijn bij uitstek gevoelig voor gevoelens van ongemak, schaamte, grensoverschrijdend gedrag of vermijding. Geen of beperkt (toe)zicht op de toegang tot het sanitair kan leiden tot misbruik, grensoverschrijdend gedrag of intimidatie. • Zorg voor overzichtelijke indeling zonder dode hoeken, heldere verlichting en spiegels voor zelfreflectie. Onvoldoende afbakening en gebrek aan duidelijke zones vergroten gevoelens van schaamte en onzekerheid, wat vermijding en conflicten kan veroorzaken. • Creëer duidelijke visuele afbakening tussen privé, gedeelde en gender-gebonden ruimtes. Onduidelijke genderindeling verhoogt voor sommige doelgroepen stress en onveiligheid, wat misbruik en ongemak bevordert. • Gebruik eenduidige en zichtbare genderindicaties en bewegwijzering. Het sanitair is onvoldoende toegankelijk voor mensen met beperkingen. Dit leidt tot uitsluiting en frustratie, wat vervolgens weer afhankelijkheid en ontevredenheid veroorzaakt. • Bied minimaal één rolstoeltoegankelijke sanitaire voorziening per vleugel. Vieze sanitaire ruimtes en voorzieningen geven een onveilig gevoel in gebruik. • Implementeer een streng schoonmaak- en onderhoudsprotocol. • Zorg, zeker bij gedeeld gebruik, voor goede communicatie over normen en beheer.
13.12 Functionele ruimtes Werkruimtes Medewerkers van de samenwerkingspartners die permanent of incidenteel op deze locatie werken, moeten hun werk veilig en ontspannen kunnen doen. • Beveilig werkruimtes voor medewerkers separaat middels elektronische toekenning. • Beveilig werkruimtes met privacygevoelige informatie separaat elektronisch gereguleerd, inclusief afsluitbare kasten. • Geef spreekkamers een alarmknop en cameraregistratie na het indrukken van de alarmknop.
75
• • •
Scherm magazijnen, opslagruimtes en technische ruimten af met sleutels. Scherm MER’s (Main Equipment Rooms, zoals serverruimten) af door middel van een toegangspas en cameraobservatie. Realiseer cameraobservatie op vitale ruimten.
Fietsenstalling Inpandige fietsenstallingen zijn vaak vergeten plekken met een belangrijke functie. Slechte verlichting, onduidelijke afbakening of gebrek aan toezicht vergroten het risico op vandalisme, rondhangen, vermijding of conflicten over eigenaarschap.
Inpandige fietsenstalling in de COA-vleugel Slechte verlichting, dode hoeken en afwezigheid van sociale controle in de fietsenstalling, vooral in de stille uren, roepen gevoelens van onveiligheid en onvoorspelbaarheid op. Deze kunnen leiden tot vermijding, diefstal of vandalisme. • Zorg voor heldere verlichting binnen en rondom de fietsenstalling • Vermijd dode hoeken door slimme plaatsing van lampen en zichtlijnen. Onduidelijke afbakening van de toegang en het gebruik veroorzaken onzekerheid en verwarring over wie waar recht op heeft (en wie niet). Dit kan leiden tot conflicten, foutief gebruik of dat fietsen buiten de stalling worden geplaatst. • Creëer overzichtelijke indeling met herkenbare zones per gang of groep; gebruik visuele middelen zoals kleuren, borden of nummers. Onduidelijke routing of onderscheid tussen publiek en privé kunnen het gevoel van anonimiteit vergroten, waardoor de sociale normen om zorgvuldig met andermans eigendom om te gaan verminderen. • Geef met signing en iconen duidelijk aan welke gedeeltes publiek en welke privé zijn om eigenaarschap en structuur te bevorderen. Een lelijke, vieze of verwaarloosde fietsenstalling verlaagt het gevoel van eigenaarschap, wat het gezamenlijke gebruik ontmoedigt en de kans op vervuiling of vandalisme vergroot. • Breng kleur of kleurrijke neutrale afbeeldingen aan op de vloer en de muren.
Zeker op die plekken waar de vloer totaal versleten is. • Heldere afspraken over gebruik zijn cruciaal, zeker in collectieve fietsenstallingen. • Hou de fietsenstalling schoon.
76
14 Hoe nu verder? Dit rapport omvat een risicoanalyse (wat kan er gebeuren?), aanbevelingen (hoe gaan we die voorkomen?) en handvaten voor een uitwerkingsplan (wie gaat dat doen?). Daarmee is het nog geen volledig veiligheidsplan, zoals in de raadsmotie gevraagd. Wat zijn hiervoor de benodigde en logische vervolgstappen?
14.1 Aanbevelingen verder uitwerken Een deel van de aanbevelingen, met name voor de binnen- en buitenruimte en omgeving, zijn vrij algemeen: zorg voor voldoende licht in de gangen, een logische looproute van A naar B of zitgelegenheid bij die ingang. Deze aanbevelingen kunnen in de huidige vorm meegegeven worden aan de architect en landschapsarchitect. Ze kunnen ook eerst verder door ons worden uitgewerkt.
14.2 Allemaal een eigen veiligheidsplan? In hoofdstuk 1 is uitgelegd dat er geen beleid is dat eisen stelt aan een veiligheidsplan voor een specifieke locatie. We hebben veiligheidsplannen van diverse COA-locaties onderzocht. Deze bleken qua opzet en inhoud sterk van elkaar te verschillen. Ook de doelgroep waarvoor ze zijn geschreven variëren: de locatie zelf, omwonenden of andere stakeholders. Dat geeft onvoldoende houvast. Idealiter stelt iedere organisatie een veiligheidsplan op voor de haar toebedeelde ruimte vanuit de gedachte dat iedere organisatie zelf verantwoordelijk is voor de veiligheid van haar bewoners. Een dergelijk plan sluit aan op het bovenliggend veiligheidsbeleid van de eigen organisatie. Los van het Leger de Heils en COA hebben de potentieel betrokken sociaal beheerorganisaties nog geen eigen veiligheidsplan. Die moeten ze wel hebben. Mogelijk kunnen ze ‘meeliften’ met een veiligheidsplan van een van de andere partijen. Ondersteun vanuit de gemeente, waar nodig, de samenwerkingspartners met het opstellen van een veiligheidsplan.
14.3 Naar een overkoepelend veiligheidsplan Naast de eigen vleugels en (buiten)ruimtes zijn er algemene ruimten en voorzieningen, die door (bijna) alle betrokken partijen, samenwerkingspartners, bewoners, bezoekers en omwonenden (kunnen) worden gebruikt. Hiervoor wordt binnen het pand een overkoepelend beheer ingericht, die zowel facilitair als operationeel verantwoordelijk wordt. Ook voor dit deel is een veiligheidsplan nodig. Om onderscheid te maken in de terminologie wordt voorgesteld hiervoor de term Overkoepelend Veiligheids Plan (OVP) te introduceren. Dit plan omvat de gemeenschappelijke ruimtes in het gebouw en de buitenruimte, maar ook de effecten richting omwonenden en winkeliers. Dit OVP sluit idealiter aan op de bestaande veiligheidsplannen van de afzonderlijke samenwerkingspartners. In het OVP worden de onderkende risico’s op het vlak van sociale veiligheid en security beschreven inclusief de voorgestelde organisatorische, bouwkundige en elektronische maatregelen. In dit adviesrapport zijn veel aanbevelingen gedaan die om besluitvorming vragen. Na deze besluitvorming kunnen de gemaakte keuzes in gezamenlijkheid tussen de gemeente en de samenwerkingspartners verder uitgewerkt worden en vastgelegd in het OVP. Door nu al een
77
inhoudsopgave28 mee te geven, willen we borgen dat aan alle belangrijke onderdelen voor de beheersing van onderkende risico’s wordt gedacht. Met de vaststelling en periodieke aanpassing van het OVP worden zowel de binnenruimte, de buitenruimte als de directe omgeving maximaal gefaciliteerd. De uitwerking van een OVP vraagt van alle betrokken partijen (samenwerkingspartners, gemeente, politie en anderen) een forse inspanning. Omdat de veiligheidsplannen van de diverse samenwerkingspartners (nog) niet beschikbaar zijn, wordt voorgesteld niet te wachten op de afronding daarvan maar het OVP kaderstellend te maken voor de overige veiligheidsplannen. Op basis van de beschikbare informatie uit dit rapport (risico’s en aanbevelingen) en de beoogde inhoud van het OVP moet een uitwerking plaatsvinden wat betreft safety en security. Deze uitwerking omvat voor wat betreft safety onder andere de aanpak voor RI&E en BHV en voor de security onder meer een gezamenlijke incidentenanalyse, de organisatie van de beveiliging middels één beveiligingsbedrijf, de inrichting van procedures en instructies en de fysieke maatregelen, zoals uitgewerkte cameraplannen en beheersmaatregelen en de wijze waarop handhaving en interventies bij incidenten plaatsvinden.
Deze uitwerking biedt ook kaders voor de door de gemeente af te sluiten huurovereenkomsten en de verplichtingen die aan de samenwerkingspartners worden opgelegd. Daarnaast biedt het kaders voor de door deze partners op te stellen veiligheidsplannen en de borging van RI&E en BHV. Met deze stappen kan op korte termijn gestart worden. Wellicht is het mogelijk om het OVP zo breed op te stellen dat het voor het gehele gebouw, de buitenruimte én de omgeving geldt. Individuele veiligheidsplannen van de samenwerkingspartners zijn dan niet langer nodig. Of dit een haalbaar optie moet in afstemming tussen gemeente en samenwerkingspartners besloten worden. Het kan zijn dat de individuele veiligheidsplannen nog specifieke informatie bevatten die niet met derden gedeeld kan of hoeft te worden.