RIS323668 Bijlage 1 Veiligheidsanalyse Locatie Sportlaan
Tekst van het document
6.2
Risico’s en aanbevelingen
Het feitelijke gezamenlijk gebruik van het pand, het delen van voorzieningen, mede in het besef van de (mogelijk problematische) interacties tussen de verschillende bewonersgroepen, vraagt om structurele samenwerking tussen de verschillende samenwerkingspartners. Verdeling van verantwoordelijkheden Het is (nog) onduidelijk op welke wijze de verantwoordelijkheden tussen de verschillende partners zijn verdeeld en hoe de coördinatie plaatsvindt. Dit draagt als risico’s met zich mee dat er onduidelijkheid kan ontstaan over de vraag wie waarvoor verantwoordelijk is en dat er onvoldoende sturing plaatsvindt op het dossier veiligheid. • Maak de locatiemanager of -directeur coördinator voor de veiligheid in het pand, inclusief de buitenruime. • Laat de locatiemanager of -directeur actief sturen op de ontwikkeling van (on)veiligheid in de omgeving, die mogelijk voortvloeit uit de aanwezigheid en/of het gedrag van de bewoners. • Leg alle afspraken vast. • Verdeel de formele verantwoordelijkheden en leg deze per organisatie vast. • Zie de aanbeveling voor een Overkoepelend Veiligheids Plan (OVP) in hoofdstuk 14. Afspraken met nieuwe huurders Nieuwe huurders, zoals bijvoorbeeld de exploitant van het buurtrestaurant of fietsenwerkplaats, conformeren zich niet aan gemeenschappelijke afspraken.
• Verplicht de huurders tot het ontwikkelen van veiligheidsbeleid en laat voor hun deel een beveiligingsplan uitwerken.
22
• •
•
Borg verplichtingen voor samenwerkingspartners en toekomstige huurders in een privaatrechtelijke huurovereenkomst. Verplicht de huurders -inclusief de beheerder van het gebouw- via de huurovereenkomst tot het periodiek opstellen van een risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) en de organisatie van de BHV. Stem deze onderling af en neem waar nodig actie. Neem alle verplichtingen en afspraken op in de huurovereenkomsten.
Rollen van de gemeente Er bestaat een risico dat de verschillende rollen van de gemeente in het pand, als eigenaar, beleidsmaker én handhaver, met elkaar kunnen botsen. • Verduidelijk welke rollen de gemeente heeft en waar deze kunnen conflicteren. Onderzoek of de rollen die met elkaar conflicteren, gesplitst kunnen worden. Zo kunnen bijvoorbeeld beheer en verhuur los worden gekoppeld van handhaving en beleid, door voor beheer en verhuur een specifieke rechtsvorm op te richten, zoals een stichting of BV. • Beschouw de locatiemanager of -directeur en het team als een van de partijen in het pand die gelijkwaardige inspanningen, zoals het goed organiseren van RI&E en BHV, moet doen als de overige samenwerkingspartners. • Beschrijf voor elk van de huurders met welke rollen en verantwoordelijkheden zij in dit project participeren. Betrokkenheid van omwonenden Onvoldoende betrokkenheid van de omwonenden kan leiden tot weerstand over datgene wat er in en rond de locatie plaatsvindt. • Borg periodieke afstemming in het omgevingsoverleg. Verschillen tussen de huurders Onvoldoende borging van de – juridische - verschillen in het gebruik bij de afzonderlijke huurders, waardoor bijvoorbeeld toegang tot bepaalde ruimten niet toegestaan is. Deze verschillen kunnen leiden tot andere procedures bij incidenten.
• Analyseer de verschillen in de juridische situatie in het pand en pas deze toe in te ontwikkelen beheersingsmaatregelen. • Maak onderscheid tussen privéruimten (toegang alleen bij calamiteiten of met toestemming) en gemeenschappelijke ruimten. Hier kunnen regels over toegang en toezicht wél contractueel worden opgelegd. Borg dit in huisregels en huurovereenkomsten. Verschillen in verplichtingen van de huurders Verschillen in juridische verplichtingen, zoals RI&E en BHV, tussen de huurders van het pand waardoor verschillen in beheersing kunnen ontstaan in relatie tot een veilige leefomgeving. • Verplicht de hurende organisaties tot het ontwikkelen van beleid ten aanzien van het dossier veiligheid en laat ze voor hun deel beveiligingsplannen uitwerken. • Organiseer de afstemming over de mogelijke consequenties bij de uitkomsten van een RI&E en de uitvoering van de BHV-verplichtingen. Datzelfde geldt voor de ontwikkeling van een veiligheidsplan qua scope en integraliteit.
23
7
Analyse en aanbevelingen - Zes doelgroepen apart én samen
In de basis zijn alle toekomstige bewoners van de locatie Sportlaan, van asielzoeker, studenten tot dak- en thuisloze personen, allemaal mensen met dezelfde basisbehoeften als alle andere inwoners van Den Haag. Tegelijkertijd is het belangrijk te beseffen dat sommigen een moeilijke periode achter de rug kunnen hebben of leven met trauma’s. Dit kan invloed hebben op hoe ze zich in bepaalde situaties voelen, gedragen of reageren. In de binnenruimte komen de verschillende groepen elkaar nauwelijks tegen. Elke organisatie heeft namelijk een afgescheiden ‘vleugel’ met een eigen ingang. Het COA gebruikt de nieuwe hoofdingang. De studenten hebben twee eigen ingangen aan de Sportlaan en de statushouders en zorguitstromers gebruiken een zijingang aan de Rode Kruislaan. Dak en thuisloze gezinnen tenslotte gebruiken hun eigen ingang aan de Rode Kruislaan. De verdeling van de verschillende groepen over het pand staat vast en is gebaseerd op inpasbaarheid, sociale belangen en functionele eisen: - Elke doelgroep krijgt een eigen afgeschermd gebouwdeel. - Daarbinnen krijgen studenten, daklozen, statushouders en gezinnen een eigen kamer. Asielzoekers delen kamers. - Asielzoekers, dak- en thuisloze mensen, studenten, zorguitstromers en statushouders delen faciliteiten, zoals sanitair en keukens.
- Er komen gemeenschappelijke ruimtes en voorzieningen, zoals de centrale informatiebalie bij de hoofdingang en mogelijk een het buurtrestaurant of een weggeefwinkel, waarvan een deel ook toegankelijk is voor de buurt. Voor de buitenruimte is dat een ander verhaal, dit is juist dé plek waar de verschillende doelgroepen elkaar tegen kunnen of soms moeten komen. Bijvoorbeeld zodra ze tegelijkertijd dezelfde sportvoorziening willen gebruiken. Zie hiervoor de hoofdstukken 10 en 11. Wij signaleren de volgende risico’s met betrekking tot de verschillende doelgroepen: a. Individueel of groepsgedrag van bewoners leidt tot conflicten. b. Matchingsproces bij plaatsing is onvoldoende afgestemd tussen de betrokken partijen. c. Geen uniformiteit bij de aanpak van incidenten. d. Onvoldoende kennis en naleving van regels door de bewoners.
7.1
Behoeften per doelgroep
Uit de verschillende interviews bleek dat alle doelgroepen hun eigen kenmerken en behoeften hebben. De onderlinge verschillen in bijvoorbeeld dag-nachtritme, achtergrond, cultuur en zelfredzaamheid kunnen leiden tot wrijving, maar ook tot verbinding. Dat is vooral afhankelijk van hoe gemeenschappelijke voorzieningen worden gebruikt en gedeeld. Dak- en thuisloze mannen en vrouwen Dakloosheid is een breed begrip en wordt geclassificeerd volgens de ETHOS-typologie. Op de PWOlocatie komen mensen uit vrijwel alle categorieën samen, met uitzondering van gezinnen en jongeren. In de praktijk bestaat circa 20% uit vrouwen. Wat zij gemeen hebben, is de behoefte aan rust, ruimte, hygiëne en een eigen plek om te kunnen herstellen. Een kleinere groep (circa 15%) bestaat uit mensen met langdurige of terugkerende dakloosheid, vaak in combinatie met meervoudige problematiek zoals verslaving, psychiatrische kwetsbaarheid, lichamelijke aandoeningen en trauma. Zij ervaren vaak weinig structuur in hun dagelijks leven, hebben
24
een lage prikkeltolerantie en beperkt vertrouwen in hulpverlening of medebewoners. Hun gedrag kan hierdoor wisselend zijn: soms teruggetrokken en op andere momenten impulsief of onvoorspelbaar. Deze mensen met meervoudige problematiek hebben vooral voorspelbaarheid en rust nodig, een plek waar zij zich kunnen terugtrekken, duidelijke afspraken over gedrag en toezicht, en laagdrempelige ondersteuning die niet te controlerend is. Asielzoekers Een asielzoeker is iemand die in ons land bescherming heeft aangevraagd. Zolang de asielprocedure loopt, hebben ze het recht om in ons land te blijven. Asielzoekers vormen een cultureel en religieus diverse groep met uiteenlopende achtergronden. Ze hebben vaak ervaringen met oorlog of geweld en een stressvolle vlucht vanuit hun thuisland. Een relatief groot deel kampt daardoor met trauma’s.16 Asielzoekers bevinden zich vaak in een staat van onzekerheid. Door verschillen in taal, cultuur en normen over privacy, hygiëne en genderrollen kunnen er misverstanden ontstaan in de gedeelde ruimtes. Een veilige omgeving, rust, duidelijke en cultuur-sensitieve communicatie en voldoende privacy kunnen hen helpen om weer een eigen ritme te volgen en hun leven opnieuw op te bouwen. Studenten Deze groep bestaat uit relatief jonge mensen (18-27 jaar) uit binnen- en buitenland die meestal voor het eerst zelfstandig wonen.
Studenten zoeken doorgaans sociale interactie en zelfstandigheid. Soms leidt dit tot gedrag dat de omgeving kan beïnvloeden, zoals geluidsoverlast of het niet schoon achterlaten van gedeelde ruimtes. Duidelijke verwachtingen vooraf over het gedrag in de gemeenschappelijke ruimtes kunnen helpen om conflicten te voorkomen. Statushouders Een statushouder is iemand die een (tijdelijke) verblijfsvergunning heeft. Jonge statushouders (tot circa 30 jaar) bevinden zich in een overgangsfase van afhankelijke positie in een opvanglocatie naar het opbouwen van een zelfstandig bestaan. Binnen deze context hebben zij behoefte aan een goede balans tussen autonomie en lichte ondersteuning. Dak- en thuisloze gezinnen De groep economisch dak- en thuisloze gezinnen bestaat uit ouders met kinderen in een tijdelijke woonsituatie. De ouders ervaren vaak hoge druk om hun kind(eren) stabiliteit en veiligheid te bieden. Ook kunnen zij worstelen met bijvoorbeeld financiële of praktische zorgen of, stress. De kinderen zijn soms gevoelig voor prikkels of veranderingen en hebben doorgaans baat bij structuur, nabijheid en voorspelbaarheid. Binnen gezinnen leeft de behoefte aan rust, privacy en veilige ruimtes om zich in terug te trekken. Voor ouders is het belangrijk dat kinderen zich vrij en veilig kunnen bewegen, zonder dat dit leidt tot spanningen met andere bewoners of beheerders.
Toegang tot passende hulpverlening en gedeelde plekken voor rust en samenzijn zijn daarin belangrijk. Jonge uitstromers uit maatschappelijk opvang of beschermd wonen Dit zijn adolescenten (18-27) die recent uit een begeleide en/of beschermde setting komen en in een overgangsfase zitten richting zelfstandig leven. In deze overgangsfase hebben ze behoefte aan autonomie en een eigen ruimte, terwijl sommige vaardigheden voor zelfstandig wonen - onder begeleiding- verder ontwikkeld kunnen worden. Bij een woonvorm waarbij sommige voorzieningen gedeeld worden, kunnen groepsprocessen, zoals identiteitsvorming en onderlinge verhoudingen, invloed hebben op het woonklimaat. Er moet gezorgd worden voor een omgeving waar jongeren zich zowel zelfstandig als veilig voelen.
16 Volgens het kennisinstituut Pharos en de Gezondheidsraad ligt het aandeel vluchtelingen dat te maken krijgt
met posttraumatische stressstoornis (PTSS) en/of depressie tussen de 13% en 25%.
25
Mannen, vrouwen en LHBTQI’ers De samenstelling van de bewonersgroepen kan variëren, maar de inschatting is dat minstens 75% man zal zijn. Het is belangrijk dat de woonomgeving zodanig wordt ingericht en beheerd dat álle bewoners, ongeacht gender of achtergrond, zich hier veilig en prettig voelen, zowel in de gemeenschappelijke ruimtes binnen als in de buitenruimte. Hiervoor zijn de gezamenlijke inspanningen nodig van alle betrokken partijen, met aandacht voor dagbesteding, sport en sociale activiteiten die bijdragen aan een positieve en inclusieve sfeer. Movisie maakte een informatieve brochure voor het huisvesten van LHBT-asielzoekers en -vluchtelingen 17
7.2
Onderling en samen
De samenstelling van bewoners op basis van culturele en sociale achtergronden is van grote invloed op de dynamiek binnen een groep en de kans op spanningen. Het is daarom raadzaam om een zorgvuldig matchingproces op te zetten. Hierbij kunnen, op basis van de kennis van de achtergronden van toekomstige bewoners, weloverwogen keuzes worden gemaakt wie er samen op een gang of zelfs in een slaapkamer worden geplaatst . Op deze manier worden onnodige spanningen en mogelijke escalaties zoveel mogelijk voorkomen. Anders dan in de binnenruimte kunnen alle doelgroepen elkaar in principe in de buitenruimte tegenkomen, evenals bij de – permanent bemenste - hoofdentree. Afstemming tussen de partijen en continue monitoring is hier nodig omdat de samenstelling van de doelgroepen kan wisselen en een dergelijke combinatie van doelgroepen nog zonder precedent is waar we van kunnen leren.
7.3
Veiligheidsplannen
Het veiligheidsplan van het Leger des Heils voor de Permanente Winteropvang is ingezien. Van het veiligheidsplan van het COA, dat op dit moment intern wordt beoordeeld en vastgesteld, is alleen de inhoudsopgave ingezien. Mede omdat nog niet alle hurende partijen bekend zijn, ontbreekt informatie. Onderdeel van een veiligheidsplan is een inventarisatie van de mogelijke incidenten en de vraag op welke wijze deze letsel of schade aan gebouwen, omgeving, bedrijfsvoering, financiën, compliance en reputatie veroorzaken. De invloed (de impact) en de frequentie (de kans) van de te verwachten incidenten bepalen normaliter de beheersmaatregelen. Een inventarisatie van mogelijke incidenten voor de afzonderlijke doelgroepen, de gemeenschappelijke ruimten op de locatie, de buitenruimte en voor de directe omgeving (de omliggende wijken en voor de winkeliers) kan daarom nog niet opgesteld worden. Binnen een dergelijke analyse kan een onderscheid gemaakt worden voor incidenten in de categorie ‘toegang’ zoals insluipen, inbreken en meelopen, ‘basisrisico’s’ zoals agressie, brandstichting, diefstal, geweld en vandalisme en ‘hoog geweldsrisico’s’ zoals georganiseerde misdaad, sabotage en cyberincidenten. Het gaat daarbij om incidenten waar de afzonderlijke doelgroepen slachtoffer van kunnen worden en die vragen om beheersmaatregelen.
7.4
Risico’s en aanbevelingen
Veiligheidsplannen
17 LHBT-asielzoekers en -vluchtelingen, een handreiking met feiten, verhalen en goede voorbeelden voor
vrijwilligers, professionals en gemeenten’. Movisie (2016)
26
De veiligheidsplannen van de samenwerkingspartners zijn (nog) niet beschikbaar. Dat betekent dat er (nog) geen gemeenschappelijke basis is voor het formuleren van beheersmaatregelen. Een gezamenlijke incidentanalyse is nodig. • Maak, zodra er meer helderheid is over de inrichting van de bedrijfsvoering op de locatie, een incidentenanalyse per betrokken organisatie én gezamenlijk om de onderkende incidenten te beoordelen in termen van kansen en effecten. • Verplicht het opzetten van een eigen beveiligingsplan voor die partijen die dat nu niet hebben. • Is dat geen optie, ontwikkel dan een veiligheidsplan voor de gemeenschappelijke ruimten en laat hun delen van het gebouw daaronder vallen, rekening houdend met de eventuele juridische beperkingen. • Stel een overkoepelend veiligheidsplan op dat aansluit op de veiligheidsplannen van de individuele partijen en geldt voor de gemeenschappelijke ruimten binnen en buiten het gebouw én voor de directe omgeving Gedrag bewoners Individueel of groepsgedrag van bewoners kan tot conflicten leiden. Verduidelijk daarom (on)gewenste omgangsvormen, borg snel ingrijpen en voorkom verveling. • Ontwikkel uniforme huis- en leefregels voor de binnen- en buitenruimte. Houdt rekening met de verschillen in het sanctiebeleid bij huisregels als gevolg van verschillende wettelijke grondslagen (ROA en huurrecht).
Probeer ondanks verschillende juridische uitwerkingen toe te werken naar een uniforme aanpak. • Zet qua beheersing in op handhaving, awareness en snelle reactie bij (potentiële) incidenten. Bijvoorbeeld in de vorm van mobiele teams, waar ervaringsdeskundigen uit de doelgroep onderdeel van zijn en die mensen kunnen aanspreken • Stimuleer zinvolle dagbesteding voor zoveel mogelijk bewoners. Matchingsproces Er bestaat het risico op onvoldoende afstemming tussen de samenwerkingspartners over hun matchingsproces. De meeste partners hebben wel een matchingsproces, maar als dat niet of onvoldoende onderling wordt afgestemd, kunnen bepaalde keuzes binnen het matchingsproces van één organisatie ook een negatief effect kan hebben op andere bewoners. • Analyseer de samenstelling van de (toekomstige) bewonersgroepen en pas het matchingsproces daar continu op aan. De groep veiligelanders (gemiddeld zo’n 3%), veelal jonge mannen zonder kans op een verblijfsvergunning, geeft over het algemeen de meeste overlast. De komst van deze groep is op deze complexe locatie niet wenselijk. • Stem met het COA af dat deze groep hier niet wordt gehuisvest. De beslissingsbevoegdheid ligt namelijk bij het IND/COA. Let hierbij nadrukkelijk op het non-discriminatiebeginsel.
Reactie op incidenten Geen uniformiteit bij de aanpak van incidenten of overtredingen kan leiden tot onduidelijkheid bij bewoners over wat wel en wat niet geaccepteerd wordt. Het nastreven van uniformiteit bevordert de acceptatie. Daarvoor zijn goede en duidelijke leefregels voor zowel binnen het gebouw als in de omgeving belangrijk. • Streef ernaar dat alle medewerkers de achtergronden van de verschillende bewonersgroepen begrijpen. Biedt ook trainingen intercultureel handelen aan medewerkers en (vrijblijvend) aan omwonenden aan. • Zorg voor een gezamenlijke aanpak, los van de achterliggende partijen en doelgroepen. • Ontwikkel een uniforme introductie voor de nieuwe bewoners uit alle doelgroepen tezamen over gebruik, omgangsvormen en do’s and don’ts in de omgeving. Herhaal dit periodiek.
27
Naleving van regels en afspraken Onvoldoende naleving van afspraken en regels door bewoners kan leiden tot het afkalven van beoogd gedrag. Of een persoon daadwerkelijk de regels naleeft of overtreedt, is afhankelijk van hun motief. Degenen die over het algemeen braaf de regels naleven zijn zogenaamde spontane nalevers, onbewuste nalevers en handhavingsafgeschrikten, degenen die bang zijn voor de bijbehorende sancties. Niet-nalevers kunnen onbewuste overtreders, gemaksovertreders, principiële overtreders of calculerende overtreders zijn. Kleine verschillen in aanpak tussen de samenwerkingspartners met betrekking tot bijvoorbeeld aanspreken, handhaven en sanctiebeleid kunnen voor onduidelijkheid zorgen. • Zorg dat de naleving vanaf de start goed wordt vormgegeven, waarbij zowel op gewenst als ongewenst gedrag wordt gestuurd. • Zorg voor een gezamenlijke aanpak rond naleving en handhaving, los van de achterliggende partijen en doelgroepen. • Gebruik het Interventiecompas van het CCV 18 om elke doelgroep stap voor stap in verschillende soorten nalevers en niet-nalevers te verdelen. Aan de hand van deze analyse kunnen oplossingsrichtingen worden bedacht.
18 Zie bijlage 5
28
8
Analyse en aanbevelingen – Beheer
Het beheer van de locatie Sportlaan kent verschillende onderdelen: - Het functioneren van het gebouw vanuit een verhuurders- en opvangverantwoordelijkheid - Het alleen of juist gemeenschappelijk organiseren van diensten waaronder beveiliging en sociaal beheer - Het gebruik van diverse gemeenschappelijke voorzieningen - De inrichting van het facilitair beheer - De inrichting van het sociaal beheer - De diverse overlegstructuren. Wij signaleren de volgende risico’s met betrekking tot het beheer: a. Het overkoepelend beheer is niet tijdig gereed. b. Het facilitair beheer is niet tijdig ingeregeld. c. Het sociaal beheer is onvoldoende afgestemd tussen de samenwerkingspartners.
8.1
Overkoepelend beheer
Het overkoepelend beheer betreft de structuur die verantwoordelijk is voor het integrale beheer van de opvanglocatie, zowel facilitair als operationeel. Het kan enerzijds worden gezien als een serviceteam dat zorgt voor de dagelijkse gang van zaken op de locatie en anderzijds als centraal locatiebeheer met verantwoordelijkheid voor onder andere contractbeheer, beveiliging, onderhoud en schoonmaak, sleuteluitgifte, logistiek, het afstemmen met sociaal beheer, het oplossen van storingen en aanspreekpunt zijn voor huurders en ketenpartners. De huidige functie van kwartiermaker is tijdelijk en bedoeld om deze structuur op te zetten en de eerste fase te begeleiden. Uiteindelijk zal deze rol worden overgenomen door een locatiedirecteur of manager, die eindverantwoordelijk is voor het dagelijkse functioneren (beheren) van de locatie. Het risico bestaat dat het overkoepelend beheer niet tijdig gereed is. Dit kan betekenen dat op onderdelen onduidelijkheden bestaan die het dagelijks functioneren van de locatie hinderen. • Geef prioriteit aan het aanstellen van een locatiemanager of -directeur en maak deze verantwoordelijk voor de organisatie en inrichting van het overkoepelend beheer, beveiliging, sociaal beheer én de diverse overlegstructuren.
• Maak deze locatiemanager of -directeur coördinator voor de veiligheid in het pand en de buitenruimte en laat deze actief sturen op de ontwikkeling van veiligheid in de directe omgeving die voortvloeit uit de aanwezigheid van de doelgroepen. • Richt op voorhand overlegstructuren in voor het overkoepelend beheer, voor het sociaal beheer en het omgevingsmanagement. • Maak een inventarisatie van alle diensten waar mogelijk een samenloop in ontstaat en maak daar afspraken over. • Beschouw de locatie als een bedrijfsverzamelgebouw met een diversiteit aan gebruikers. • Beschrijf de rollen van en onderlinge verhoudingen tussen de samenwerkingspartners.
8.2
Facilitair beheer
De interne bedrijfsvoering is op een aantal punten nog niet uitgewerkt. Zo komt er een centrale logistieke ingang, maar het is nog niet duidelijk op welke wijze de routering plaatsvindt naar de
29
afzonderlijke vleugels en ruimten. Ook de logistieke afwikkeling en afvoer van vuilnis en dergelijke zijn nog niet uitgekristalliseerd. • Werk de plannen voor de interne bedrijfsvoering zo snel mogelijk uit in overleg met de architect en landschapsarchitect. • Inventariseer welke taken in de gemeenschappelijke ruimten moeten worden uitgevoerd. • Reserveer budget voor het verhelpen van dagelijkse storingen en planmatig onderhoud en stel dit ter beschikking aan de locatiemanager of -directeur. • Richt een centraal meldpunt in voor verstoringen of defecten in de binnen- en buitenruimte. • Borg snelle afhandeling van defecten in de binnen- en buitenruimte. • Borg een noodstroomvoorziening met een aggregaat, zodat cruciale voorzieningen ook bij meer langdurige stroomuitval blijven functioneren. • Borg een Gebouw Beheersings Systeem (GBS) ten behoeve van het overkoepelend beheer.
8.3
Sociaal beheer
Het sociaal beheer is gericht op alle doelgroepen behalve de studenten. De focus ligt op schoon, heel en veilig wonen. Een dagelijks aanspreekpunt op de werkvloer die luistert, signaleert, vragen beantwoordt, problemen helpt oplossen, doorverwijst en opschaalt bij complexere vragen. Sociaal beheer is het eerste aanspreekpunt voor de bewoners en draagt bij aan een respectvolle en huiselijke sfeer waarbij de huisregels worden nageleefd. Er is onvoldoende duidelijkheid over hoe incidenten worden afgehandeld en hoe mogelijke escalaties naar calamiteiten of crisissituaties worden voorkomen. Daarnaast is het sociaal beheer tussen de samenwerkingspartners nog onvoldoende afgestemd. • Ontwikkel een gemeenschappelijk beleid voor de binnen- en buitenruimte van de locatie over de wijze waarop de sturing bij incidenten, calamiteiten en crisissituaties wordt vormgegeven. • Maak vanuit het overkoepelend beheer duidelijk in welke situaties welke partij welke rol heeft. • Borg een goede aansluiting op de Veiligheidsregio en de GRIP-structuur. Maak duidelijk wie binnen de locatie op dit vlak welke rol heeft. Maak daarbij onderscheid tussen de rollen van de locatiemanager of -directeur en de uitvoerende beveiligingsorganisatie. • Ontwikkel een RI&E voor de gemeenschappelijke binnen- en de buitenruimte.
• Organiseer de BHV gezamenlijk en beschrijf de rollen en taakverdeling binnen de BHVorganisatie. • Ontwikkel een uniform overzicht voor incidenten en incidentregistratie en communiceer dit periodiek met de omgeving. Stem de opzet daarvan af met de politie. • Borg adequate informatie-uitwisseling en check welke informatie gedeeld kan worden. • Begin met het analyseren en communiceren over het huidige niveau van incidenten op korte termijn (vóór de opening), zodat een duidelijke ‘0’-situatie ontstaat die als basis kan dienen voor verdere monitoring.
30
9
Analyse en aanbevelingen – Beveiliging en handhaving
Het wel of niet succesvol functioneren van de locatie Sportlaan hangt mede af van de wijze waarop de beveiliging en handhaving zijn georganiseerd. Deze functies hebben niet alleen een potentieel positieve uitstraling op de locatie en de buitenruimte, maar ook op de omgeving (omliggende wijken en winkeliers). Het goed invullen van deze rollen omvat een breed spectrum aan betrokkenen en activiteiten, zoals receptie, bewaking, surveillance, alarmopvolging, incidenten-, calamiteiten- en crisisorganisatie en de situaties bij brand en de BHV. De beveiliging heeft een handhavende rol binnen de locatie en in de buitenruimte. Ondanks het feit dat de medewerkers van het te contracteren beveiligingsbedrijf buiten de opvanglocatie geen formele bevoegdheid hebben om in te grijpen, kunnen zij - juist omdat zij de bewoners van de locatie kennen een positieve bijdrage leveren wanneer zich in de omgeving incidenten voordoen. Dit als ondersteuning van het formele toezicht door politie en de handhavingsorganisatie, naast de rol van de Haagse Host. Naast het voordeel dat ze ‘hun pappenheimers kennen’, kunnen de beveiligers ook relatief snel ter plaatse zijn. Wij signaleren de volgende risico’s met betrekking tot het beveiliging en handhaving: a. Scope en werkverdeling beveiliging b. Verschillen in procedures, instructies en werkwijze c.
Geen plan voor (gemeenschappelijk) opleiden, trainen en oefenen d. Onvoldoende uitgewerkte procedures en instructies
9.1
Risico’s en aanbevelingen
Scope en werkverdeling beveiliging Voor de veiligheid en het goed functioneren van deze opvanglocatie wordt er één beveiligingsbedrijf gecontracteerd voor de het gehele complex en de functie van Haagse Host. Onduidelijkheden over de scope en werkverdeling van dit bedrijf kan leiden tot niet tijdige of adequate reactie bij incidenten. • Beschrijf de scope van de gewenste beveiligingsorganisatie en de daaruit voortvloeiende activiteiten, zoals receptie, beveiligingstaken, surveillance, camerabewaking, bijdrage aan BHV en opvolging van incidenten. • Overweeg een laagdrempelige uitstraling van het uniform om bewoners niet negatief te beïnvloeden. Met name mensen die uit landen komen waar ‘mensen in uniform’ de bewoners veel kwaad hebben berokkend. Verschillen in procedures, instructies en werkwijze De onderlinge verschillen in procedures en instructies van de betrokken partijen en het beveiligingsbedrijf kunnen leiden tot niet tijdige of adequate afhandeling van incidenten. • Beschrijf de incident-, calamiteiten- en crisisorganisatie en de rol van de beveiliging daarbinnen in het overkoepeld veiligheidsplan. • Draag zorg voor de goede werking en dekking van communicatiemiddelen, zoals portofoons en telefoons en laat deze goed op elkaar aansluiten.
• Zorg voor een uniforme werkwijze, met name daar waar medewerkers van de samenwerkingspartners moeten samenwerken, door het ontwikkelen van een gemeenschappelijk plan voor het opleiden, trainen en oefenen van medewerkers. • Stem opleiding, training en oefening af voor de Haagse Hosts. Onvoldoende uitgewerkte procedures en instructies
31
•
•
Beschrijf in een beveiligingsplan alle procedures, instructies en checklists voor de beveiligers, waaronder toegangsregistratie, alarmeringsschema’s, BHV, incidentmeldingen, -registratie en -rapportage, receptie en bezetting, escalatieprocedures, bezoekersprotocol en -registratie, handelingsperspectief bij niet veel voorkomende incidenten, openings- en sluitingsrondes, sleutel- en toegangsbeheer, surveillance en richtlijnen voor het gebruik van camera’s en camerabeelden (ook met het oog op de AVG), afspraken met politie en hulpdiensten, instructies voor (tijdelijk) personeel en vrijwilligers, conflictbeheersing en profiling. Borg aansluiting op een centrale meldkamer van het beveiligingsbedrijf als back-up.
Haagse Hosts De huidige Haagse Hosts vervullen een rol als beveiligingsmedewerker (waarnemend en signalerend), maar zijn ook getraind in een gastvrije en empathische benadering van bewoners en bezoekers. Deze aanpak zorgt voor een gemoedelijke sfeer en voorkomt escalaties.
Daarnaast zijn de Haagse Hosts specifiek opgeleid in agressiereductie en de-escalatie, met ISOgecertificeerde trainingen. Bovendien worden alle incidenten en observaties door de Haagse Host vastgelegd in een rapportagesysteem, dat direct beschikbaar is voor het coördinatieteam en andere betrokken partijen. De supermarkten Albert Heijn en Plus waar de dak- en thuisloze mensen van de PWO de afgelopen drie jaar vaak kwamen, hebben in het verleden veel meldingen gedaan van overlast voor de dak- en thuisloze mensen. Door inzet van de Haagse Host is dat aantal meldingen fors verminderd.
32
10 Analyse en aanbevelingen – De omgeving De gemeente Den Haag heeft, net als andere Nederlandse gemeenten, de verplichting om een wettelijk vastgelegd aantal asielzoekers op te vangen en andere kwetsbare doelgroepen te huisvesten. De Haagse gemeenteraad streeft ernaar om de opvanglocaties zo eerlijk mogelijk over de stad te verspreiden. De locatie Sportlaan was dan ook een strategische keuze omdat het leegstond, groot is én omdat er in deze wijk nog geen opvang is. De Vogelwijk heeft 5.520 inwoners, Bomenbuurt 6.122, Bloemenbuurt-Oost 6.550 en BloemenbuurtWest 2.275.19 Volgens de Leefbaarometer scoren deze wijken op het gebied van leefbaarheid een 9 op een schaal van 1 (zeer laag) tot 10 (zeer hoog). 20 Dit is dus geen typisch kwetsbare omgeving. De omwonenden voelden zich in eerste instantie verrast door het nieuws over de voorgenomen tijdelijk invulling van het oude ziekenhuis. Bij een deel van de omwonenden heeft een intensief participatietraject geleid tot meer begrip. Bij anderen blijven er zorgen over de komst van de nieuwe bewoners. In de omliggende wijken wonen de ‘voor- en tegenstanders’ dwars door elkaar heen. In het incidentoverzicht (bijlage 5) staat een analyse van potentiële incidenten.
Het gesprek over het soort en het aantal verwachte incidenten is - naast de beleving die individuele bewoners daarbij hebben - moeilijk te onderbouwen omdat er pas na de ingebruikname harde data beschikbaar komen. Een deel van de omwonenden staat positief én proactief tegenover dit project. Zo is er de Nieuwe Buren app, waarin wordt gebrainstormd over onder andere het doneren van spullen of het organiseren van wandelgroepjes, waarbij bewoners de nieuwkomers wegwijs willen maken in wijk en winkelstraten vertellen waar ze wel en waar ze beter niet kunnen zitten, etc. Wij signaleren de volgende risico’s met betrekking tot de omgeving: a. Onvoldoende mogelijkheid tot inzet van politie en handhaving b. Gebrekkige communicatie c. Borgen van de veiligheid d. Onvoldoende betrokkenheid van omwonenden e. Vervuiling en verloedering f. Rondhangen in de wijk door bewoners g. Rondhangen in de wijk door niet-bewoners h. Rondhangen bij de entrees i. Overlastgevend of crimineel gedrag j. Slechte uitstraling en imago k. Beperkte zichtbaarheid l. Niet of slecht bruikbare buitenruimte m. Houding en weinig betrokkenheid van de omwonenden n. Onduidelijkheden rondom de logistiek o. Onduidelijkheden rondom het parkeren p.
Onduidelijkheden rondom het fietsparkeren Stijlgroep/VIA Landscape heeft een concept inrichtingsplan Buitenruimte gemaakt op basis van de uitkomsten van meerdere participatierondes met de buurt. De gemeente werkt nu aan een Programma van Eisen (P.v.E.) op basis van de uitkomsten van de verschillende participatierondes, de mogelijkheden en de aanbevelingen uit het voorliggend rapport.
19 www.allecijfers.nl 20 www.leefbaarometer.nl
33
Bureau de Mannen van Schuim zal op basis van alle ideeën uit de werkgroepen, de schetsen van de Stijlgroep en het programma van eisen een inrichtingsontwerp Buitenruimte maken. Hierbij wordt meegenomen dat de plannen voor de tijdelijke situatie de permanente ontwikkeling niet in de weg mogen zitten.
10.1 Algemeen Inzet gemeente en politie De veiligheids- en leefbaarheidsvraagstukken voor zowel de binnen- en buitenruimte als de omgeving van de locatie, inclusief winkelgebied, vragen een gerichte inzet van de gemeente en de politie. • Zorg dat de inzet van de gemeentelijke handhavers 24/7 actief is en toegewezen wordt aan deze locatie en directe omgeving. • Wijs de omgeving als prioriteit toe aan de gemeentelijke handhavers om te voorkomen dat in bepaalde periodes of momenten de inzet naar elders wordt verplaatst, zoals tijdens het strandseizoen. • De partners zijn samen verantwoordelijk voor de veiligheid. Partners beseffen dat hier moet worden samengewerkt. Vanuit de politie er één aangewezen wijkagent die ingezet wordt op de locatie die het eerste aanspreekpunt is (single point of contact) en die tevens als vooruitgeschoven post functioneert. Deze wijkagent wordt ondersteunt door een operationeel specialist bij de politie verantwoordelijk voor de veiligheid in en om deze locatie. • Met de politie wordt nauw samengewerkt ten behoeve van de invulling op de locatie. De politie neemt deel aan het Operationeel Omgevingsoverleg, denken daarin mee en adviseren over de inzet en maatregelen om tot een beheerste situatie in en rond de locatie te komen. Er is op dit moment geen sprake van extra politiecapaciteit voor deze locatie.
Bij een verstoring van de openbare orde kan en zal de politie zoals gebruikelijk direct reageren. • Zorg dat er zowel gebiedsverboden (langer durend) als verwijderingsbevelen (tot 48 uur) mogelijk zijn, evenals het regelmatiger kunnen toepassen van bestuurlijke middelen, zoals als bestuurlijk toezicht en het met een verkorte procedure inzetten van een gebiedsverbod. Borg dat de politie gemandateerd blijft voor het inzetten van verwijderingsbevelen. • Breidt het convenant tussen politie en Leger des Heils uit naar de andere samenwerkingspartners, waar het gaat om informatie-uitwisseling bij incidenten. Gebrekkig communicatie Uit de gesprekken met omwonenden komt het beeld naar voren dat het vertrouwen in een open en eerlijke communicatie vanuit de gemeente laag is. Dat betreft volgens geïnterviewden zowel het beperkt mogen inspreken bij de raad, de tijdigheid van informatievoorziening als de onduidelijkheid over ‘wat’ en ‘hoe’ met betrekking tot veiligheid en de (re)actie op incidenten. Dit gebrek aan vertrouwen vormt een afbreukrisico in de acceptatie van de omgeving van het voorgenomen gebruik van de locatie. • Zorg voor een duidelijke ‘Facts & Figures’ voor de bewoners (zie hoofdstuk 3). • De strategisch communicatieadviseur heeft als belangrijke taak om de ontstane kloof tussen een deel van de omwonenden en de gemeenten te dichten.
• Stel één vast meldpunt in (digitaal en telefonisch) voor de omwonenden en winkeliers in en deel die ruim voordat de eerste nieuwkomers inhuizen. • Ontwikkel een contactkaart (escalatieladder) voor omwonenden voor het melden van overlastgevende situaties of incidenten. Maak een separate uitgave voor de winkeliers. • Stel regels op voor (on)gewenst gedrag in de wijk. Communiceer die bij aankomst, herhaal deze periodiek en maak ze binnen en buiten het gebouw zichtbaar, bij voorkeur met logo’s. • Richt een website in, hou deze actueel en communiceer over ontwikkelingen, activiteiten, planning en incidenten
34
• •
•
Ontwikkel een nieuwsbrief, breng deze periodiek uit, en borg hierin bijdragen van zowel gemeente en samenwerkingspartners als van bewoners en omwonenden. Wat werkt bij het goed informeren en betrekken van inwoners bij de komst van een opvanglocatie voor asielzoekers? Movisie sprak met zes gemeenten en vatte de adviezen samen in de publicatie ‘Informeren en betrekken inwoners bij asielopvang’. 21 Communiceer periodiek met de omgeving over de ontwikkeling en aanpak van incidenten.
Veilig houden • Zet in op preventieve en proactieve inzet van handhavers en Haagse Host om - zeker in de beginperiode - de afgesproken leefregels voor het gedrag in de wijk te stimuleren. Laat deze waar mogelijk ondersteunen door bewoners. • Realiseer een intensieve samenwerking met de wijkagent en hulpinstanties. • Stel peer hosts aan binnen elke doelgroep. Laat deze onderdeel zijn van het periodieke omgevingsoverleg en een terugkoppeling geven over hun inzet. • Laat het sociaal beheer met gerichte maatregelen optreden tegen overtredingen van de regels. • In de omgeving geldt al een verbod op het gebruik van alcohol en softdrugs en bedelen. Houdt de inzet van andere bestuurlijke maatregelen, zoals het gebiedsverbod voor individuen, achter de hand als mogelijk effectieve instrumenten. • Borg een interventieteam dat snel wordt ingezet bij -potentiële- incidenten. • Borg dat in het matchingsproces dat hier geen of zo min mogelijk kansarme asielzoekers worden geplaatst. Deze vormen een grotere kans op overlast. • Bewoners die zich onveilig blijven voelen, kunnen overwegen om hun woning met behulp van het Politiekeurmerk Veilig Wonen 22 veiliger te maken. • Zet het maandelijkse Omgevingsoverleg met bewoners en BIZ Fahrenheitstraat voort.
• Houdt in specifieke situaties bestuurlijke maatregelen, zoals een verwijderingsbevel 23, gebiedsverbod of alcohol- en gebruiksverbod, achter de hand om toe te passen. Betrokkenheid en elkaar horen Onbekend maakt onbemind, bekend maakt bemind. • Betrek omwonenden bij de verdere ontwikkeling, vormgeving, inrichting en gebruik van de locatie. • Laat de locatiemanager of-directeur initiatieven voor participatie vanuit de wijk maximaal ondersteunen in termen van organisatie en financiën • Beoordeel de inzet van ‘wijkambassadeurs’, omwonenden die zich willen inzetten voor het project, ten behoeve van de integratie. • Blijf ook na inhuizing in gesprek met de omwonenden. • Organiseer uiteenlopende activiteiten voor alle doelgroepen, waarbij ook omwonenden welkom zijn, zoals tuinieren, sport en spel, markt en muziek. Zet de agenda op de website. • Zet professionele communitymanagers in om buurt en bewoners te betrekken. Vervuiling en verloedering • Bied bewoners die dat willen de mogelijkheid om bij te dragen aan het onderhoud van de locatie of de buitenruimte. Dit kan als een vorm van dagbesteding met een vergoeding. Het COA biedt al dergelijke trajecten aan. • Zorg dat het beleid om graffiti snel te verwijderen en racistische of aanstootgevende graffiti binnen 24 uur ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
21 Zie de infographics in bijlage 6 22 www.politiekeurmerk.nl 23 Dit bestaat nog niet in Den Haag, maar er wordt wel over gesproken met de politie.
35
• •
Voer reparaties (al dan niet door vernieling) zo snel mogelijk uit. Betrek de bewoners waar mogelijk bij onderhoud en reparaties. Hou periodieke inspecties met zowel de gemeente als alle beherende partijen.
Rondhangen van bewoners van de locatie Uit ervaringen van het COA blijkt dat de bewoners, behalve voor school, boodschappen of werk, vooral in en rondom de opvang blijven en zelden omliggende wijken in gaan. • Zorg voor voldoende activiteiten en voorzieningen voor dagbesteding binnenshuis. • Zorg voor voldoende ‘eigen’ en goed bruikbare buitenruimte. Zie hoofdstuk Buitenruimte. • De plaatsing van hekken rondom opvanglocaties is primair bedoeld om de bewoners te beschermen tegen ongewenste invloeden van buiten, bijvoorbeeld personen die criminele activiteiten willen ontplooien. • Bied bewoners die dat willen de mogelijkheid om een rol spelen als aanspreekpunt of ondersteuner bij activiteiten rondom leefbaarheid en veiligheid. Dit kan op vrijwillige basis en in samenwerking met de Haagse Hosts, met een mogelijke vergoeding voor hun inzet. • Zodra bewoners van de opvanglocatie toegang hebben tot de arbeidsmarkt, moeten er kansen gecreëerd worden in samenwerking met lokale ondernemers, gericht op werkervaring en integratie. • Moedig het gebruik van de Ooievaarspas actief aan en promoot deze als middel voor integratie, sport en deelname aan maatschappelijke activiteiten. Rondhangen door niet-bewoners of toekomstige bewoners.
• Communiceer duidelijk wie wel en niet voor opvang op deze locatie in aanmerking komt, zodat mensen hier niet onterecht en met bepaalde verwachtingen naar toe komen of worden gestuurd. Geef informatie over alternatieve opvanglocaties waar ze wél terechtkunnen. • Borg dat bewoners uit één van de doelgroepen die een time-out hebben gekregen in een separate kamer op de locatie worden opgevangen zodat ze niet in de openbare ruimte gaan rondhangen. Borg een goede informatiepositie van de politie zodat zij weten welke bewoners sanctiemaatregelen zijn opgelegd. • Zorg bij de entree van het terrein voor een duidelijke bewegwijzering: welke doelgroep zit waar, waar moeten leveranciers zich melden, waar kunnen bezoekers parkeren, etc. Winkeldiefstal en gedrag in de openbare ruimte • Laat de Haagse Hosts niet alleen vanuit de PWO maar vanuit de hele locatie Sportlaan, dagelijks patrouilleren in de nabije omgeving van het ziekenhuis, inclusief de winkelgebieden Fahrenheitstraat, Goudenregenstraaat, Thomsonlaan en Goudsbloemlaan. Hun aanwezigheid draagt bij aan veiligheid en zorgt voor een goede informatie-uitwisseling tussen de locatie en de omgeving. • Vul de verplichte standaard huisregels voor alle bewoners aan met gedragsadvies voor de openbare ruimte.
In de wijk Segbroek zijn volgens de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) bedelen, alcohol drinken en (soft)drugs gebruik in de openbare ruimte al verboden. Maak daarnaast afspraken met bewoners over onder andere avondrust, niet in grote groepen rondhangen en je eigen afval meenemen. • Zorg dat er binnenhuis en in de ‘eigen’ buitenruimte veel voorzieningen zijn, zodat bewoners mogelijkheden hebben voor ontmoeting, ontspanning en activiteiten. Zie de hoofdstukken Binnenruimte en Buitenruimte. • Roep alle omwonenden op om overlast en incidenten te melden, zodat er een goed beeld van eventuele overlast ontstaat en passende maatregelen kunnen worden genomen. • Continueer het omgevingsoverleg met BIZ-Fahrenheit en met winkeliers Goudenregenstraat. • Zorg dat de aanwezige beveiliging binnen én buiten goed zichtbaar en aanwezig is.
36
Volgens de politie was er vooral in het eerste jaar van de Permanente Winter Opvang onrust binnen de opvang en in de Fahrenheitstraat, zoals winkeldiefstal. Dat jaar zijn er twaalf gebiedsverboden opgelegd. Nu, drie jaar later, lijkt het – behoudens enkele incidenten – beter onder controle en het afgelopen jaar zijn er geen gebiedsverboden meer opgelegd. Het geheim volgens de politie: “Er samen bovenop blijven zitten en duidelijk communiceren.” Overlast: drank- en drugsgebruik, geluidsoverlast, etc. Omwonenden moeten exact weten waar ze terecht kunnen als zich er een incident of calamiteit in de omgeving plaatsvindt of dreigt plaats te vinden. • Zorg voor een centraal meldpunt, zowel telefonisch als per e-mail en borg 24/7 bezetting bij noodsituaties. • Zorg voor een contactpersoon/vertrouwenspersoon. • Stuur alle omwonenden een lijst van telefoonnummers, waar ze zich kunnen melden bij een incident (contactlijst dekt de lading beter dan de term escalatieladder). • Zorg voor een nulmeting op basis van politiecijfers over criminaliteit en overlast ten behoeve van een realistische monitoring de komende jaren. • Er is op dit moment geen sprake van extra politiecapaciteit voor deze locatie. Bij een verstoring van de openbare orde kan en zal de politie zoals gebruikelijk direct reageren. Overbelasting van het openbaar vervoer De bereikbaarheid van de locatie is uitstekend24.
Hij is goed bereikbaar met tram 11/12 en bus 24. Het is 12 min rijden naar de Utrechtsebaan en de A12 en er zijn twee treinstations op fietsafstand.
De bushalte Eksterlaan ligt pal voor de deur en de lijn 24 doorkruist de stad van west naar oost van Kijkduin naar Station Mariahoeve via het Centraal Station. Er zijn zorgen dat de capaciteit van deze buslijn onvoldoende zal zijn, omdat de bus nu al overbelast is. • Overleg vóór de komst van de bewoners met HTM Personenvervoer N.V. over de mogelijke inzet van extra bussen als er structurele tekorten blijken te zijn. Imago van de opvanglocatie in de omgeving/stad De naam ‘Locatie Sportlaan’ dekt de lading niet, want het pand raakt aan meerdere straten. • Geef de opvanglocatie een nieuwe naam. Dit is mede bepalend voor een positief imago. 25 • Organiseer een prijsvraag met/voor de buurt voor een nieuwe naam. 24 Analyse en inventarisatie locatie concept Haga Ziekenhuis, Sportlaan. De Mannen van Schuim in opdracht van
de Reinier Haga Groep (2019) 25 Er is inmiddels een professioneel bureau gecontracteerd dat in september ‘25 aan de slag gaat met de branding van de locatie. Dit houdt ook een nieuwe naam en een eigen huisstijl in. Die huisstijl vertaalt zich onder andere in signing, huisregels (pictogrammen) en kleur- en sfeerbepalende elementen.
37
•
Zet die nieuwe naam boven de hoofdingang, de nieuwe PWO-ingang, de studenteningangen en die van zorguitstromers/statushouders en dak- en thuisloze gezinnen.
10.2 Henri Dunant pad Het Henri Dunant pad wordt nu vooral gebruikt door omwonenden om te wandelen, veelal met een hond. Deze groenstrook zal met de komst van de nieuwe bewoners intensiever gebruikt gaan worden.
Delen van deze groenstrook liggen verscholen achter hoog groen, waardoor wandel- en fietspaden en zitgelegenheid uit het zicht van passanten liggen en iemand zich hier aan het zicht kan onttrekken. • Snoei een deel van de hoge heesters tot maximaal 1,20 m hoog om het zicht op en van het pand en de omliggende paden en wegen weer mogelijk te maken. • Zorg met name bij kruispunten en bruggetjes voor beter overzicht.
38
•
Hou het Henri Dunant onverlicht om schijnveiligheid te voorkomen. Er wordt gesproken over schijnveiligheid wanneer een route of plek wel goed verlicht is, maar waar alsnog niemand getuige is van een incident of hulp kan bieden.
Een deel van de bewoners van het ziekenhuis zullen het Henri Dunant pad gebruiken om te wandelen, te zitten en van het groen te genieten. Voorkomen moet worden dat zij de paar bankjes die er zijn continue bezet houden, waardoor omwonenden hier niet meer kunnen zitten. • Voeg meer bankjes toe aan het Henri Dunant pad. Dit vergroot ook het aantal ‘sociale ogen’. • Zorg dat de Haagse Hosts het Henri Dunantpad standaard meenemen in hun rondes.
10.3 Ecologische zone Het ziekenhuis ligt pal naast de Haagse Beek, die sinds de 13e eeuw verbonden is met de Hofvijver. Aan zowel oost- als westzijde, vanaf de Houtrustweg tot de Goudenregenstraat en verder, lopen er wandelpaden langs de beek, maar de strook pal voor het ziekenhuis vormt een ontoegankelijke barrière vanwege de ecologische waarden. 26
•
Ga de discussie nogmaals aan over het openstellen van de ecologische zone (via de stippellijn), eventueel met aanvullende ecologische maatregelen. Dat is een win-win, want de bestaande oost-west liggen groene zone met doorgaande wandelpaden zal meer worden gebruikt en je creëert extra verblijfsruimte voor de bewoners.
26 Deel van deze informatie komt uit de Nota Ecologische Verbindingszones 2008-2018.
39
• • •
Zorg bij een doorgaande wandelroute langs de gevel dat er minimaal een 20 m brede ecologische zone overblijft waar geen enkele verstoring door mensen of honden is. Aangezien het COA verwacht dat ‘hun’ bewoners vooral rond het pand zullen verblijven, zou het openstellen van deze ecologische zone veel extra verblijfsruimte opleveren. Focus bij de inrichting van deze strook op de overlevingseisen van de doelsoorten (dieren), zoals het maken van schuilplekken of het ophangen van nestkasten en insectenhotels.
Los van het wel of niet toegankelijk maken, oogt de ecologische zone met de grote betonplaten (helikopterplatform), wegverharding, veelal algemene boom- en heestersoorten en verwilderd gras met brandnetels en bramen verwaarloosd, zowel voor de bewoners als de omgeving. • Knap deze zone op. Denk aan: het verwijderen van de betonplaten, vervangen of verwijderen van doorgeschoten verwilderde heesters en bomen, aanvullen met inheemse plantensoorten, deels opnieuw inzaaien van het gras in combinatie met wilde bloemenmengsels ten behoeve van bijen en vlinders, maar ook voor het beeld van omwonenden. • Over de bruikbare zone van acht meter vanaf de gevel staat meer in hoofdstuk 10.
10.4 Rode Kruislaan Sommige omwonenden zijn bezorgd over de veiligheid van passerende kinderen en jongeren, met name jonge vrouwen, die van en naar de binnenstad of het strand lopen of fietsen. • Plaats langs de fiets- en looproutes vanuit de Bomen- en Bloemenbuurt richting Vogelwijk en strand extra lichtpunten. • Plaats camera’s bij de hekken bij de hoofdingang Rode Kruislaan. • Verwijder een deel van het dichte groen – voornamelijk klimop - op de hekken, zodat er meer zicht op en van de openbare weg is. De capaciteit voor laden en lossen, inclusief afvalinzameling, op het voorplein zelf is beperkt. • Reserveer een of twee parkeerplaatsen langs de weg als reserve laad- en losplek of voor wachtend vrachtverkeer.
40
Het voorplein aan de Rode Kruislaan oogt ontoegankelijk en onwelkom. Onder andere door het dichte groen, de zware hekken, de slagboom en het prikkeldraad. • Verwijder al het prikkeldraad, dan voelt het al meteen prettiger om hierlangs te lopen. • Communiceer de openingstijden vóór het hek en laat weten wie hier op welke manier naar binnen kan na sluitingstijd. Idem voor het tweede hek voor leveranciers. • Zorg voor voldoende verlichting bij beide toegangen. • Plaats een bord met informatie over alle openbare activiteiten en voorzieningen in het pand.
De doorloop voor mensen met een rolstoel of kinderwagen wordt hier gehinderd door groen. • Verwijder de ondergroei van straatbomen zodat de doorloop weer vrij is.
De ingang van de vleugel voor dak- en thuisloze gezinnen is potentieel een hang- ontmoetingsplek voor rokers of ongevraagde gasten.
41
• •
Maak met een bordje duidelijk dat dit een woongebouw is en dat er niet voor de deur gehangen mag worden. Zorg voor schrikverlichting. Dat is fijn voor de mensen die thuiskomen maar minder fijn voor mensen die hier eigenlijk niet thuishoren.
10.5 Sportlaan Hoewel een deel van de nieuwe bewoners vanuit hun woning op de parkeerplaats uitkijkt en daarmee voor een toename aan ‘sociale ogen’ zorgt, zijn er zorgen over een mogelijke toename van het aantal mensen dat zich op het parkeerterrein zal ophouden. • Maak duidelijk dat het parkeerterrein bedoeld is voor bewoners en bezoekers van de opvang. • Bepaal of te plaatsen (nieuwe) objecten als informele zitgelegenheid gebruikt kunnen worden.
Bewoners van de tegenoverliggende huizen kijken nu uit op een parkeerplaats. • Maak zo spoedig mogelijk een mooie groenstrook onder de bomen tussen de parkeerplaats en het fietspad/trottoir. Een dergelijke ‘groene corridor’ past goed bij wat er in de PUK staat. • Wissel hogere en lage beplanting hier af, zodat er wel voldoende doorzicht overblijft.
42
Vanuit de buurt is de wens geopperd om de ruimte voor de voormalige ingang van de PWO aan de Sportlaan te gebruiken voor een markt of kleine festiviteiten op de bestaande bestrating. Dat is op zich positief maar daarmee wordt deze plek de rest van de tijd onderbenut, terwijl er juist behoefte is aan meer buitenruimte. • Leg hier parkeerplaatsen aan, waardoor elders meer plek is voor verblijf en voorzieningen. • Vervang zoveel mogelijk steen door groen.
Het is mogelijk dat bewoners in de toekomst de banken nabij de Sportlaan gaan gebruiken, wat kan leiden tot geluidsoverlast voor de tegenoverliggende woningen. • Verwijder eerste twee banken vanaf de Sportlaan om dit te voorkomen. • Knap de andere lange banken op en gebruik die elders in de buitenruimte.
De oude entree van de PWO oogt nu als een niemandsland. Dit gebied wordt straks alleen gebruikt door de studenten die hun fiets willen parkeren en personeel en bezoekers van de mogelijke Fietsenwerkplaats. • Verwijder alle overbodige borden, trottoirbanden, paaltjes en andere objecten. • Verwijder een deel van het verwaarloosde/doorgeschoten groen. • Knap het verwaarloosde groen op. • Laat verlichting in de leegstaande vleugel branden, dat geeft een meer bewoond beeld.
43
De kop van het leegstaande gebouw hoek Sportlaan/Fahrenheitstraat biedt door de aanwezigheid van hekken, prikkeldraad, graffiti en doorgeschoten groen een naargeestige indruk. • Verwijder de graffiti en een deel van het doorgeschoten groen, zodat er meer openheid komt. • Vervang het verwijderde groen en de tegels door aantrekkelijk laag groen.
•
Of haal het hek aan de Sportlaan weg, trek de groene route door tot aan de Fahrenheitstraat, zoals ook in het concept Uitwerkingsplan Buitenruimte staat, en plaats een nieuw hek (zwarte stippellijn) om de grens van de ‘tuin’ van de PWO te markeren.
10.6 Fahrenheitstraat Er kan gebruik worden gemaakt van de ervaringen en samenwerkingen rond de PWO, zowel met betrekking tot overlast voor de omwonenden als de ondernemers in de Fahrenheitstraat. De gezamenlijk aanpak door gemeente, ondernemers, Leger des Heils, Haagse Hosts en anderen lijkt na twee jaar zijn vruchten af te werpen. Zo zijn er, ondanks het beeld wat bij sommige omwonenden heerst, tijdens de feestdagen niet meer incidenten geweest dan in de rest van het jaar. Er zijn zorgen geuit over de veiligheid van passanten in de Fahrenheitstraat. • Plaats langs de fiets- en looproutes vanuit de Bomen- en Bloemenbuurt richting Vogelwijk/strand ter hoogte van de opvanglocatie extra lichtpunten. • Plaats camera’s bij de ingangen van de hekken bij de ingang van de PWO. • Verwijder een deel van het groen bij de ingang om het zicht op de openbare weg te vergroten.
44
De nieuwe ingang van de PWO komt straks aan de Fahrenheitstraat. Dit kan zowel positieve (meer zicht vanuit de centrale hal, meer sociale ogen van personeel en bezoekers, etc.) als negatieve (rondhangen, herrie, etc.) gevolgen hebben. • Zorg bij deze nieuwe entree voor voldoende verlichting en cameratoezicht. • Vermeld in de specifieke huisregels van de PWO dat rondhangen bij de ingang verboden is. • Hoewel er voldoende ramen uitzicht op de omgeving bieden, moet worden voorkomen dat het zicht van binnenuit geblokkeerd wordt door bijvoorbeeld dichte gordijnen of opslag. • Goed dat hier ook fietsparkeerplekken komen. Plaats die wel ‘binnen de hekken’. Dat is veiliger en ze belemmeren dan de doorstroming op het trottoir niet. De speelplaats Rode Kruis plantsoen wordt bijna helemaal omgeven door hoog groen, waardoor er nauwelijks zicht op is. • Verwijder wat van het hoge groen zodat meer zichtlijnen ontstaan. • Plaats eventueel een lage haag tussen weg en de speeltuin voor de veiligheid van kinderen. • Zorg voor voldoende verlichting. • Zorg dat de Haagse Hosts de speeltuin Rode Kruis plantsoen in hun dagelijkse rondes meenemen.
45
11 Analyse en aanbevelingen - Buitenruimte In de volgende paragrafen staan alle gesignaleerde risico’s met bijbehorende aanbevelingen voor de buitenruimte. Met de term buitenruimte bedoelen we de ruimte die bij de opvanglocatie Sportlaan hoort en die ‘achter een hek of slagboom’ ligt of nabij de ingangen. De grens van de buitenruimte is gelijktijdig de juridische afbakening. Alles wat ‘buiten de hekken’ ligt, staat in het hoofdstuk Omgeving. In de incidentanalyse zijn alle onderkende incidenttypen, zoals ongewenst toegang, agressie, brandstichting, diefstal, geweld, ongewenst gedrag of vandalisme, in kaart gebracht. Daarnaast kunnen demonstraties, actievoeren en georganiseerde criminaliteit niet worden uitgesloten. Een groot deel van het terrein rondom het ziekenhuis is eigen terrein maar wel (een deel van de tijd) vrij toegankelijk waardoor bovenstaande incidenttypen niet uit te sluiten zijn. De buitenruimte van het ziekenhuis is dé plek waar bewoners uit alle doelgroepen straks zowel elkaar als personeel en bezoekers tegen (kunnen) komen. Enerzijds zal elke doelgroep bijzondere behoeften hebben en mogelijk ook een ‘eigen’ plekje willen. Anderzijds kan een goed ingerichte buitenruimte de verschillende bewoners juist samenbrengen op basis van bijvoorbeeld hun leeftijd (spelen) of interesse (sporten of tuinieren).
Wij signaleren de volgende risico’s met betrekking tot de buitenruimte: 1. Niet- of slecht-bruikbare buitenruimte 2. Onduidelijkheid over de (on)toegankelijkheid van de buitenruimte 3. Onaantrekkelijke buitenruimte 4. Niet-uitnodigende buitenruimte 5. Risico op overlastgevend of crimineel gedrag 6. Wild-geparkeerde fietsen 7. Onduidelijke afvalverwerking
11.1 Algemeen Onduidelijkheid over toegankelijkheid Het voorplein en de strook bij de ecologische zone kunnen worden afgesloten. • Scherm de toegang tot deze niet-publiek toegankelijke delen van het terrein af met een hek met toegangspoort. Voorzie deze bij het voorplein van een intercom, verlichting en camera. • Hekken hebben alleen een afschermingsfunctie als ze hoger zijn dan 1,80 m. • Beslis over de openingstijden van de hekken en de voorzieningen en communiceer die aan de buitenzijde. • Borg de toegang tot algemene parkeervoorzieningen met een slagboom, intercom en toegangspas, voorzien van verlichting en cameradetectie. • Borg de toegang voor personen- en fietstoegangen middels een elektrische looppoort met toegangspas, intercom, verlichting en cameradetectie. • Borg het sleutelbeheer en autorisatie voor toegangspassen. • Organiseer de openings- en sluitronde, patrouilles en interventies. Onaantrekkelijke buitenruimte • Zorg dat de uitstraling van het terrein iets vertelt over de visie van de organisatie/gemeente; het moet bewoners, medewerkers en bezoekers een welkom gevoel geven. • Maak de omheiningen aantrekkelijk, natuurlijk en veilig, maar voorkom een gevoel van opsluiting. Dat is belangrijk voor de bewoners.
46
• • • • •
Pas bij de inrichtin;g van de buitenruimte vriendelijke materialen en natuurlijke kleuren toe, die passen bij de omgeving. Zorg voor voldoende schaduw op warme dagen. Regel op voorhand het onderhoud van de hele buitenruimte: schoon, heel en verzorgd. Ontwikkel een verlichtingsplan passend bij het beoogde gebruik. Ontwikkel en communiceer de leefregels voor de buitenruimte, inclusief sancties.
Door de grootte van het gebouw, de vele parkeerplaatsen en functionele routes oogt de buitenruimte relatief stenig. • Reserveer budget voor de inrichting én het onderhoud van de buitenruimte. • Zet zoveel mogelijk groen in, waaronder: o Groenvoorziening ten behoeve van schaduw bij verblijfsplekken en zon-volle gevels. o Het vergroenen van muren. o De aanleg van gevel-, moes-, kruiden- en/of pluktuintjes. Doe dit alleen als het bijbehorende onderhoud gegarandeerd kan worden. o Plaats zoveel mogelijk bomen en planten. Kies voor bakken op plekken waar de bomen op de langere termijn niet kunnen blijven staan. Ontmoeting wordt niet gefaciliteerd De buitenruimte is voor de bewoners, personeel en bezoekers. Een goed ingerichte omgeving nodigt uit om verbindingen met elkaar en met de directe omgeving te maken, biedt voldoende voorzieningen en zorgt ervoor dat iedereen zich er welkom voelt (inclusiviteit). • Zorg ervoor dat het aanbod aan voorzieningen, zoals het eerder geopperde buurtrestaurant en weggeefwinkel, en hun openingstijden al bij de straat gecommuniceerd worden. • Zorg voor voorzieningen waar omwonenden wel naar binnen móeten, zoals een stembureau. Als ze eenmaal binnen zijn geweest, is de drempel om terug te komen, lager. Er is (bijna) geen woonruimte die een eigen buitenruimte heeft.
Als op een warme dag de bewoners een luchtje willen scheppen, is er in theorie voldoende ruimte want het terrein is groot (circa 10.000 m2) maar het grootste deel is parkeerplaats en een ontoegankelijke ecologische zone en die zijn niet geschikt voor verblijf, sport en spel. • Richt zoveel mogelijk plekken rond het pand in als bruikbare buitenruimte. Van fitnessvoorzieningen aan de Sportlaan tot zitruimte bij de ingangen van zorguitstromers, statushouders en studenten en goed toegankelijke balkons. • Voorzie in lange banken en picknicktafels, want die nodigen meer uit om in contact te komen met andere mensen dan kleine bankjes. • Geef banken ‘rugdekking’ en zicht op de ruimte, groen of andere mensen. • Zorg dat de zitgelegenheid van vandalismebestendig en goed te onderhouden materiaal zijn.