RIS323668 Bijlage 1 Veiligheidsanalyse Locatie Sportlaan
Tekst van het document
Definitief
Advies Leefbaarheid en Sociale veiligheid Opvanglocatie Sportlaan, Den Haag
Opmaat tot een Overkoepelend Veiligheidsplan
Bureau K2
+ Ent Design + Vertas B.V.
Gemeente Den Haag – Dienst OCW 15 oktober 2025 info@bureauk2.nl
Samenvatting De gemeente Den Haag transformeert het voormalige Rode Kruis Ziekenhuis tot tijdelijke huisvesting voor 750 bewoners uit zes doelgroepen, waarvan een deel kwetsbaar is. Het samengaan van deze groepen in één gebouw is uniek en complex. Een deel van de omwonenden maakt zich zorgen en daarom is op verzoek van de gemeenteraad deze onafhankelijke risicoanalyse uitgevoerd door drie experts op het gebied van sociale veiligheid, omgevingspsychologie, Security Risk Management (SRM) en Crime Prevention Through Environmental Design (CPTED). Deze samenvatting geeft de belangrijkste bevindingen, uitgewerkt langs vier thema’s: binnenruimte, schil, buitenruimte en omgeving. Binnenruimte Elke doelgroep wordt gehuisvest in een eigen vleugel met een aparte ingang. Als zich problemen voordoen, zullen die naar verwachting vooral in de gemeenschappelijke ruimten ontstaan. Ervaren samenwerkingspartners, zoals het COA of het Leger des Heils, zijn er dan bij om het probleem te beperken dan wel te de-escaleren. De aanbevelingen zijn erop gericht dat personeel en bewoners, inclusief mensen met prikkelgevoeligheid of traumatische ervaringen, zich op hun gemak voelen, maar ook gericht op veiligheid, duidelijkheid en voorspelbaarheid. Ze zijn gebaseerd op de uitgangspunten van de omgevingspsychologie: stressreductie, privacy, uniforme communicatie en duidelijke huisregels.
De schil Er moet duidelijk zijn welke doelgroepen gebruik kunnen maken van welke ruimtes. Ook de incidentenregistratie en informatie-uitwisseling moeten op orde zijn en de hurende organisaties moeten een eigen of gezamenlijk beveiligingsplan hebben. De aanbevelingen zijn vooral gebaseerd op de uitgangspunten van Security Risk Management. Buitenruimte In de buitenruimte van de opvanglocatie komen de verschillende mensen en doelgroepen elkaar tegen. Hier liggen kansen maar kunnen ook onderlinge spanningen ontstaan. Omdat de meeste bewoners geen eigen buitenruimte of balkon hebben, kan het er druk worden. Zeker bij mooi weer. Een groot deel van de buitenruimte is gereserveerd voor parkeren. De resterende ruimte moet zo goed en veilig mogelijk worden ingericht met voorzieningen die het gebruik door de diverse doelgroepen mogelijk maakt. De aanbevelingen zijn op basis van CPTED: overzichtelijk, goed verlicht, duidelijke routes, aantrekkelijk, groen, goed onderhouden en verblijfsplekken met sociale controle. Omgeving (wijken en winkelgebieden) De locatie ligt nabij zelfredzame buurten, waar het draagvlak voor de komst van de opvang varieert. Er bestaan zorgen over de impact op de leefbaarheid. Gebrek aan bekendheid met de nieuwkomers kan bijdragen aan terughoudendheid of zorgen.
Participatie via communitymanagers, gezamenlijke activiteiten en gedeelde voorzieningen, kunnen het onderlinge contact en begrip vergroten. Er moet, naast fysieke ingrepen, worden ingezet op heldere communicatie, garantie op voldoende inzet van politie en Haagse Hosts en zichtbare handhaving vanuit de gemeente. De verschillende bewonersgroepen krijgen gedragsregels voor als ze de omliggende wijken in gaan. Ook kunnen ze actief worden in de buurt, bijvoorbeeld met schoonmaken of groenonderhoud. Aanbevelingen en opvolging Dit rapport biedt een breed scala aan aanbevelingen voor de inrichting en beveiliging en bestuurlijkorganisatorische maatregelen om risico’s te voorkomen en adequaat te kunnen reageren. Het vormt een basisdocument, dat ook voor andere opvanglocaties in Den Haag of elders gebruikt kan worden.
2
Er wordt geadviseerd om een Overkoepelend Veiligheids Plan (OVP) te maken om de rollen van de verschillende samenwerkingspartners en de onderlinge afstemming qua beheer, organisatie en beveiliging te waarborgen. Dit rapport biedt daarvoor bruikbare bouwstenen. Het werkdocument (bijlage 8) vormt de aanzet tot een Uitvoeringsplan voor de realisatie van de aanbevelingen, nadat afstemming en besluitvorming met alle betrokkenen heeft plaatsgevonden.
3
Inhoudsopgave 1
Inleiding .......................................................................................................................................... 6
2
Opgave en aanpak ......................................................................................................................... 7 2.1
Opdracht ...................................................................................................................................... 7
2.2
Uitgevoerde werkzaamheden ..................................................................................................... 7
2.3
Historie en planning..................................................................................................................... 7
3
Toelichting op veiligheid, omgevingspsychologie, CPTED en SRM ....................................... 8 3.1
Veiligheid ..................................................................................................................................... 8
3.2
Omgevingspsychologie ............................................................................................................... 8
3.3
CPTED ...................................................................................................................................... 10
3.4
SRM........................................................................................................................................... 11
3.5
Overwegingen bij de raadsmotie............................................................................................... 12
3.6
Samenhang in de aanpak ......................................................................................................... 12
4
Facts & Figures ............................................................................................................................ 13 4.1
De doelgroepen ......................................................................................................................... 13
4.2
Beveiliging en begeleiding per doelgroep ................................................................................. 14
4.3
Beheer per doelgroep................................................................................................................ 14
5
Succesfactoren en best practices ............................................................................................. 16 5.1
Ervaringen bij andere opvanglocaties ....................................................................................... 16
5.2
Succesfactoren .......................................................................................................................... 17
5.3
Kansen én zorgen ..................................................................................................................... 19
6
Analyse en aanbevelingen - De samenwerkingspartners ....................................................... 21 6.1
Inleiding ..................................................................................................................................... 21
6.2
Risico’s en aanbevelingen ........................................................................................................ 22
7
Analyse en aanbevelingen - Zes doelgroepen apart én samen.............................................. 24 7.1
Behoeften per doelgroep ........................................................................................................... 24
7.2
Onderling en samen .................................................................................................................. 26
7.3
Veiligheidsplannen .................................................................................................................... 26
7.4
Risico’s en aanbevelingen ........................................................................................................ 26
8
Analyse en aanbevelingen – Beheer ......................................................................................... 29 8.1
Overkoepelend beheer .............................................................................................................. 29
8.2
Fysiek beheer ............................................................................................................................ 29
8.3
Sociaal beheer .......................................................................................................................... 30
9
Analyse en aanbevelingen – Beveiliging en handhaving ....................................................... 31 9.1
10
Risico’s en aanbevelingen ........................................................................................................ 31 Analyse en aanbevelingen – De omgeving ............................................................................... 33
10.1
Algemeen .............................................................................................................................. 34
10.2
Henri Dunant pad .................................................................................................................. 38
4
10.3
Ecologische zone .................................................................................................................. 39
10.4
Rode Kruislaan...................................................................................................................... 40
10.5
Sportlaan ............................................................................................................................... 42
10.6
Fahrenheitstraat .................................................................................................................... 44
11
Analyse en aanbevelingen - Buitenruimte ................................................................................ 46
11.1
Algemeen .............................................................................................................................. 46
11.2
Ecologische zone .................................................................................................................. 52
11.3
Voorplein ............................................................................................................................... 54
11.4
Binnenterrein ......................................................................................................................... 58
11.5
Sportlaan ............................................................................................................................... 59
11.6
Fahrenheitstraat .................................................................................................................... 62
12
Analyse en aanbevelingen – De schil ........................................................................................ 63
12.1 13
Risico’s en aanbevelingen .................................................................................................... 63
Analyse en aanbevelingen – De binnenruimte ......................................................................... 65
13.1
Algemeen .............................................................................................................................. 65
13.2
Entrees .................................................................................................................................. 67
13.3
Trappen ................................................................................................................................. 67
13.4
Gangen ................................................................................................................................. 68
13.5
Liften ..................................................................................................................................... 69
13.6
Centrale hallen en woonkamers ........................................................................................... 70
13.7
Slaapkamers ......................................................................................................................... 72
13.8
Kinderruimtes ........................................................................................................................ 73
13.9
Wachtruimtes ........................................................................................................................ 74
13.10
Keuken .................................................................................................................................. 74
13.11
Sanitair .................................................................................................................................. 75
13.12
Functionele ruimtes ............................................................................................................... 75
14
Hoe nu verder? ............................................................................................................................ 77
14.1
Aanbevelingen verder uitwerken .......................................................................................... 77
14.2
Allemaal een eigen veiligheidsplan?..................................................................................... 77
14.3
Naar een overkoepelend veiligheidsplan .............................................................................. 77
14.4
Bouwfase .............................................................................................................................. 78
14.5
Inhuizing ................................................................................................................................ 78
14.6
Inzet van andere instrumenten ............................................................................................. 79
15
Bijlagen ......................................................................................................................................... 80
5
1
Inleiding
De gemeente Den Haag ontwikkelt het voormalige Rode Kruis ziekenhuis (33.000 m2) aan de Sportlaan tot een tijdelijke opvanglocatie voor zo’n 750 bewoners. Er is sprake van een complexe en kwetsbare samenstelling van doelgroepen, met elk hun eigen cultuur, (begeleidings-)behoeften en leefpatronen. De gemeente hecht grote waarde aan het creëren van een veilige, leefbare en sociaal inclusieve woonomgeving – voor bewoners én voor de omliggende wijken. In Nederland is veel ervaring met het huisvesten van de afzonderlijke doelgroepen, maar nog niet eerder woonden zoveel doelgroepen tezamen in hetzelfde gebouw. Tegelijkertijd tonen zowel de gemeente als alle betrokken partijen de sterke wil om dit project tot een succes te maken en de overlast voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Dit onderzoek maakt daar onderdeel van uit. Op verzoek van de gemeenteraad (motie 'Luister naar dringende vraag van omwonenden en maak een compleet veiligheidsplan’, RIS321679) en in het kader van het vergroten van het draagvlak onder omwonenden, was er behoefte aan een onafhankelijke beoordeling van het concept veiligheidsplan én aanvullend advies om de sociale veiligheid en leefbaarheid voor alle betrokkenen te verbeteren. De gemeente heeft daartoe het CCV benaderd.
Dit Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid heeft de specialisten Kyra Kuitert (Bureau K2), Josephine van den Ent (Ent Design) en Peter Prak (Vertas B.V.) gevraagd om deze opdracht op te pakken. Gezamenlijk brengen zij deskundigheid in over CPTED (Crime Preventie Through Environmental Design), omgevingspsychologie en Security Risk Management (SRM). Zij brengen hierbij een onafhankelijk advies uit aan de gemeente en hebben daarbij alle vrijheid gekregen om die onafhankelijkheid waar te maken. De opdrachtnemers beseffen terdege dat hier een lastige opgave ligt met intrinsieke risico’s. In die zin vervullen zij de rol van ‘advocaat van de duivel’. De politiek-bestuurlijke keuzes zijn echter gemaakt, dus het is nu zaak om eventuele risico’s zo goed mogelijk in kaart te brengen en te trachten die zo klein mogelijk te houden en te beheersen. Deze risicoanalyse met bijbehorende aanbevelingen is geen heilige graal. Hij is echter wel gebaseerd op grondig onderzoek, waaronder een schouw ter plaatse, bestudering van tekeningen, inspraak- en participatieverslagen, raadsstukken, nagezonden documentatie1, online onderzoek en een serie interviews2 met onder andere politie, gemeente, omwonenden, Leger des Heils en COA.
Om de vele aanbevelingen werkbaar te houden, is een werkdocument (bijlage 8) toegevoegd met alle risico’s en bijbehorende aanbevelingen (wat en hoe), waar de gemeente ook de ‘haalbaarheid’ en de ‘wie’ kan invullen. Dit document vormt de basis voor het Uitvoeringsplan, dat de gemeente in afstemming met alle betrokken partijen zal opstellen. De hoe-vragen met betrekking tot de gemeenschappelijke ruimtes zullen deels ook beantwoord moeten worden in een Overkoepelend Veiligheids Plan (OVP), dat aansluit op de veiligheidsplannen van de samenwerkingspartners 3. Als opmaat naar dit rapport hebben de opdrachtnemers op 25 juni jl. een Top 10 van Laaghangend Fruit4 aan de opdrachtgever overhandigd; een lijst met acties waar de gemeente nu al mee kan beginnen en die ons inziens nuttig en soms zelfs broodnodig zijn. Een deel van de acties is ondertussen in gang gezet.
1 Zie bijlage 1 2 Zie bijlage 2 3 Zie hoofdstuk 14 4 Zie bijlage 3
6
2 2.1 -
2.2 -
2.3 -
Opgave en aanpak Opdracht Als onafhankelijke partij het bestaande Veiligheidsplan beoordelen. Maken van een Risicoanalyse (wat is er aan de hand en wat kan er mogelijk gebeuren?). Maken voor een Veiligheidsplan (hoe gaan we het veilig maken en houden?) met concrete aanbevelingen voor de inrichting van de binnen- en buitenruimte, beheer, beveiliging en toezicht. Input leveren voor het Uitvoeringsplan (wat is haalbaar en wie gaat wat doen?).
Uitgevoerde werkzaamheden Bestuderen van alle beschikbare sloop- en bouwtekeningen en documenten. Sommige documenten kwamen tijdens het schrijven van dit rapport tót het moment van oplevering. Onderzoeken van best practices elders uit het land. Kick-off bijeenkomst en schouw met betrokkenen (gemeente en politie). 17 Interviews met stakeholders, waaronder omwonenden, COA, Leger des Heils, Arcade, DUWO, politie, beheerders, (landschaps-)architect, etc. Beoordelen van participatieverslagen en andere documentatie. Maken van een risicoanalyse van (de combinatie van) doelgroepen. Wat heeft elke doelgroep nodig, waar zitten de specifieke kwetsbaarheden, hoe verhouden die zich tot elkaar? Analyse en aanbevelingen op hoofdlijnen van de beoogde organisatorische, bouwkundige en elektronische maatregelen (OBE). Analyse en aanbevelingen voor de binnenruimten: sfeer, interactie, privacy, rust, toezicht, (on)toegankelijkheid, etc. De risico’s en adviezen koppelen aan specifieke plekken. Analyse en praktische aanbevelingen voor de buitenruimte: rij-, fiets- en looproutes, overgangen, ontmoetingsplekken, zichtlijnen, gebruiksdruk, verlichting, attractiviteit, etc. Analyse en praktische aanbevelingen voor de omgeving: beeld, imago, (on)toegankelijkheid, samenwerkingen, verlichting, betrokkenheid, etc. Samenvatten van bovenstaande in een concept-rapport.
Verwerken van feedback op het concept-rapport en verwerken in een eindversie (pdf).
Historie en planning December 2023: de gemeente koopt het oude Rode Kruis ziekenhuis om het in de toekomst te ontwikkelen voor woningbouw. De plannen voor nieuwe woningen kosten echter veel tijd. Juli 2024: de gemeenteraad gaat akkoord met de investering van € 26,5 miljoen voor de verbouwing voor de tijdelijke invulling. September 2024: start maandelijkse bijeenkomsten met buurtwerkgroepen over tijdelijke invulling, vrije ruimtes, leefbaarheid, en veiligheid. Mei 2025: kwartiermaker beheer gaat van start, primair verantwoordelijk voor het opzetten van de beheerstructuur en het organiseren van de samenwerking tussen alle betrokken partijen. Mei 2025: Omgevingsvergunning en natuurvergunning ingediend. DSO werkt aan een uitwerkingskader voor projectontwikkelaars. Oktober/november 2025: start bouw. April 2026 (schatting: 3-5 maanden bouwen) oplevering. Gebruik voor 5 tot 7 jaar vanaf het moment dat de eerste asielzoeker is ingehuisd.
7
3
Toelichting op veiligheid, omgevingspsychologie, CPTED en SRM
Voor een goed begrip van de aanpak, conclusies en adviezen in dit rapport volgt hieronder een korte toelichting op de manier van werken en bijbehorende terminologie.
3.1
Veiligheid
Het oudhollandse woord ‘veil’ betekent ‘zonder gevaar’. ‘Veilig’ verwijst naar een situatie zonder gevaar. ‘Veiligheid’ is hetzij de mate van afwezigheid van mogelijke oorzaken van een gevaarlijke situatie of de mate van afwezigheid van beschermende maatregelen tegen die mogelijke oorzaken. Daarbij moet binnen het Nederlandse spraakgebruik onderscheid worden gemaakt tussen ‘safety’ en ‘security’. Safety richt zich op ‘accidentele’ ofwel onbedoelde incidenten, zoals brand, kortsluiting, arbeidsongelukken en voedselveiligheid, en security op ‘intentionele’ incidenten, zoals inbraak, agressie en sabotage. Sociale veiligheid gaat over de mate waarin mensen zich beschermd voelen tegen bedreigingen van hun lichamelijke, psychische en sociale integriteit, veroorzaakt door menselijk gedrag. Het begrip heeft zowel een objectieve kant (de feitelijke aanwezigheid van incidenten, zoals geweld, intimidatie of discriminatie) als een subjectieve kant (het gevoel van veiligheid dat mensen ervaren). Binnen de context van deze opdracht richten wij ons vooral op ‘security’ en ‘sociale veiligheid’. ‘Safety’ valt buiten dat kader maar behoeft wel uitwerking. Het instrument van een Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) leent zich daar prima voor.
3.2
Omgevingspsychologie
Het vakgebied omgevingspsychologie bestudeert de wisselwerking tussen mensen en hun fysieke omgeving en hoe deze interactie invloed heeft op gedrag, welzijn en veiligheid. Door inzicht te krijgen in hoe mensen ruimtes ervaren en gebruiken, kunnen we omgevingen ontwerpen die het gedrag positief beïnvloeden en het gevoel van comfort en veiligheid versterken. Belangrijke aandachtspunten zijn onder andere: • Beleving en perceptie: hoe mensen een ruimte ervaren, bijvoorbeeld qua overzichtelijkheid, veiligheid en geborgenheid. • Gedragsbeïnvloeding: het stimuleren van gewenst gedrag en het ontmoedigen van ongewenst gedrag door middel van ontwerp en inrichting. • Sociale interactie: het faciliteren van ontmoeting en verbinding tussen mensen om de sociale cohesie te versterken. • Stressreductie en welzijn: het creëren van omgevingen die stress verminderen en het mentale welzijn bevorderen, bijvoorbeeld door (natuurlijk) licht, groen en rustige zones. • Cultuur: de wijze waarop individuen hun omgeving en veiligheid ervaren. 5
5 Vanwege de grote culturele diversiteit en de hoge doorstroom op deze locatie is ervoor gekozen om cultuur niet
expliciet als leidend kader te nemen. In plaats daarvan is gefocust op overkoepelende factoren, zoals verhoogde stress- en angstniveaus als gevolg van trauma, die over culturele grenzen heen relevant zijn.
8
Bij het in kaart brengen van de mogelijke risico’s en bijbehorende aanbevelingen voor de binnenzijde van het ziekenhuis zijn de volgende uitgangspunten uit de omgevingspsychologie gehanteerd: De environmental stress theory De zogenaamde environmental stress theory beschrijft hoe omgevingsfactoren zoals lawaai, drukte, temperatuur, gebrek aan privacy etc. psychologische stress veroorzaken. Wanneer deze prikkels onvoorspelbaar of oncontroleerbaar zijn, kan dit leiden tot een gevoel van onveiligheid, mentale overbelasting en verlies van zelfregulatie. Akoestiek Een goede akoestiek is essentieel voor het verminderen van omgevingsstress en overprikkeling; geluidsoverlast wordt in de omgevingspsychologie beschouwd als een belangrijke stressor die de cognitieve belasting verhoogt, het gevoel van veiligheid vermindert en het risico op escalatie of terugtrekgedrag vergroot. Privacy Privacy is een fundamentele omgevingspsychologische behoefte die het gevoel van autonomie, controle en veiligheid versterkt. Visuele, auditieve en fysieke privacy bevorderen het gevoel van autonomie en veiligheid. Dit is essentieel voor doelgroepen met verhoogde kwetsbaarheid of trauma.
Prospect & Refuge Theory De Prospect & Refuge Theory stelt dat mensen zich het veiligst voelen in omgevingen waarin zij enerzijds visueel overzicht (prospect) hebben en anderzijds de mogelijkheid om zich af te schermen of terug te trekken (refuge). Deze balans tussen openheid en bescherming ondersteunt een gevoel van controle, oriëntatie en psychologische rust. Controle en keuzemogelijkheid Het ervaren van controle over de eigen leefomgeving (keuze over waar je zit, wanneer je contact hebt, of je licht/donker wilt) verlaagt stress en verhoogt welzijn. Dit sluit aan bij zelfbeschikking en autonomie, belangrijke factoren voor het gevoel van veiligheid. Arousal Theory De Arousal Theory stelt dat zowel te veel als te weinig prikkels (arousal) een negatief effect hebben op het gedrag en welzijn van bewoners. Een gebalanceerd prikkelniveau bevordert alertheid en ontspanning, terwijl een disbalans kan leiden tot stress, vermoeidheid of verveling.
The Stress Curve (Yerkes and Dodson Law) Crowding en capaciteit Crowding is de subjectieve ervaring van te veel mensen in te weinig ruimte, ongeacht het aantal vierkante meters. De sociale dichtheid bepaalt of bewoners stress of controle ervaren. Ruimtelijk ontwerp kan dit positief of negatief beïnvloeden.
9
Defensible Space De theorie van Defensible Space benadrukt dat een fysieke omgeving zo moet zijn ingericht dat bewoners zich eigenaar voelen van hun leefruimte. Dit stimuleert sociale controle, ontmoedigt ongewenst gedrag en verhoogt het gevoel van veiligheid. Duidelijke grenzen tussen privé, semi-privé en publieke ruimtes zijn cruciaal. Attention Restoration Theory De Attention Restoration Theory stelt dat blootstelling aan natuurlijke elementen helpt bij het herstellen van mentale vermoeidheid en het verminderen van stress. Groen en natuurlijk licht bieden rustgevende stimuli en verbeteren het welzijn.
3.3
CPTED
Crime Prevention Through Environmental Design - in goed Nederlands Veilig Ontwerp en Beheer (VOB) - is een wereldwijd bekende aanpak die, door het aanpassen van de fysieke en sociale omgeving, criminaliteit voorkomt (objectief) en ook het gevoel van veiligheid vergroot (subjectief). De zogenaamde 1e generatie CPTED met de focus op de fysieke wereld kijkt onder andere naar: • Zichtbaarheid (zichtlijnen, verlichting, ‘gezien worden’) • Eenduidigheid en herkenbaarheid (wat is van wie en wat mag hier wel of niet?) • Toegangscontrole en compartimentering (wie mag waar wel of niet komen?) • Aantrekkelijkheid en onderhoud (schoon, groen, heel, kleurig en verzorgd) Daarnaast zijn er een 2e generatie (bevorderen van onderling sociale binding, verbinding met de omgeving en voldoende voorzieningen) en een 3e generatie CPTED (duurzame, inclusieve en gelijkwaardige gemeenschappen en een groene, biodiverse en gezonde leefomgeving). De aanbevelingen die op basis van de gesignaleerde risico’s worden gegeven, bevinden zich in de domeinen inrichting (ontwerp, fysieke maatregelen), beheer, organisatie en communicatie. CPTED wordt in Nederland gestimuleerd door de Stichting Veilig Ontwerp en Beheer (SVOB) als een van de chapters van de International CPTED Association (ICA). De aanpak van CPTED is mede gebaseerd op de ISO-norm 22341.2021 en de Europese norm CEN/EN 14383-1.
Gecertificeerde CPTED Experts (RCE) passen de CPTED-principes toe in hun werkzaamheden. De SVOB beheert het RCE-register. De Hogeschool InHolland heeft in 2024 een onderzoeksgroep opgericht die zich bezighoudt met CPTED en VOB. In Nederland worden een aantal op CPTED-gebaseerde instrumenten beheerd door het Centrum voor Criminaliteit en Veiligheid (CCV). Dit zijn onder andere het Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW), het Keurmerk Veilig Ondernemen en de Veiligheids Effect Rapportage (VER). De ministeries van Veiligheid en Justitie en Binnenlandse Zaken ondersteunen het CPTED gedachtegoed. Zo hebben zij recent de ontwikkeling van het Nieuw Handboek Veilig Ontwerp en Beheer, uitgegeven door de SVOB, mede mogelijk gemaakt. In het verleden hebben zij ook andere initiatieven, zoals de ontwikkeling van het PKVW, van harte ondersteund. Alhoewel CPTED oorspronkelijk is ontwikkeld voor toepassing in de openbare ruimte zijn de principes ook toepasbaar als eerste stap binnen de beheersing van security binnen gebouwen of bedrijven(terreinen). Organisaties als Rijkswaterstaat en het RijksVastgoedBedrijf gebruiken CPTED als instrument in hun aanpak van sociale veiligheid.
10
3.4
SRM
Security Risk Management (SRM) omvat het gehele proces voor het identificeren, beoordelen, beheersen en monitoren van securityrisico’s. Daarbij worden risico’s beoordeeld aan de hand van dreigingen (mogelijke incidenten), de belangen en het bestaande beheersingsniveau. Op grond van de uitkomsten van beoordeling kan een organisatie risico’s accepteren, beheersen (kans van voorkomen verkleinen of de effecten beperken) of vermijden. Er is een verschil tussen securitymanagement en security-riskmanagement bij het beoordelingsproces: securitymanagement gaat uit van de situatie dat een incident altijd en overal kan plaatsvinden en bij security-riskmanagement vindt de genoemde risicoafweging plaats. Om een dergelijke risicoafweging, passend binnen de doelstellingen van de organisatie, te kunnen maken zijn beleidskeuzen nodig. In dit beleid, dat voor alle locaties en objecten van een organisatie geldt, moet -onder andere- worden beschreven wat de te bereiken doelstellingen voor security zijn, met welk daderprofiel rekening wordt gehouden, wat de te beschermen belangen zijn voor zowel de organisatie zelf als de directe omgeving, met welke incidentscenario’s (type en frequentie) rekening wordt gehouden en op welke manier de risicoafweging wordt gemaakt. Ook de uitkomsten van de risicoafweging vinden hierin hun plek.
Op basis van de risicoafweging (wat kan er gebeuren, hoe vaak kan dat voorkomen en wat zijn de gevolgen?) worden de beheersingsmaatregelen geformuleerd. Deze maatregelen beogen de kans op voorkomen te verminderen of de gevolgen te beperken. Daarmee wordt echter binnen het domein veiligheid niet gegarandeerd dat een incident nooit zal plaats vinden. Binnen de aanpak van securityriskmanagement beoordeel je ook het restrisico: wat als dat incident toch plaats vindt, is dat dan nog acceptabel en welke response is passend? De risico’s en beleidskeuzes worden vervolgens omgezet in beheersingsmaatregelen, die zijn onder te verdelen in organisatorische, bouwkundige en elektronische maatregelen (OBE). Daarnaast wordt gekeken waar in de veiligheidsketen de meest effectieve en kostenefficiënte oplossing wordt gevonden. Dit laatste wordt vastgelegd in een beveiligingsplan specifiek voor een object of locatie.
De veiligheidsketen bestaat uit een aantal stappen die ieder bijdragen aan de risicobeheersing: - Proactie: in het ontwerp zo veel mogelijk risico’s elimineren (CPTED, zonering, bouwkundige aanpassingen, etc.) - Preventie: door extra maatregelen niet beheerste risico’s beheersen (toegangsbeheersing, camera’s, etc.) - Preparatie: voorbereiding op mogelijk incidenten (opleiden, trainen, oefenen, procedures en instructies) - Pre-emptie: ingrijpen voordat zich een incident voordoet (toezicht, surveillance, profiling, cameraobservatie, etc.) - Repressie: ingrijpen tijdens een incident (inzet beveiligers, handhavers, BOA’s, politie, etc.) - Nazorg: begeleiding na een incident (opvang, hulpverlening, incidentregistratie, etc.) Met de toepassing van deze veiligheidsketen wordt het gehele proces beheerst. Hoe eerder in deze keten de maatregelen worden genomen, hoe kosten-effectiever de beheersing van risico’s wordt. Het maken van beleid met doelstellingen, veiligheidseffectrapportage en dergelijke gaat aan dit proces vooraf. Binnen SRM worden drie poorten onderscheiden. Iedere poort geeft aan op welke wijze inbreuken kunnen plaatsvinden. Dit zijn de ‘logische’ poort (cyber), de ‘personele’ poort (betrouwbaarheid) en de ‘fysieke’ poort (bescherming). Ieder van deze poorten behoeft uitwerking. Binnen de context van deze opdracht kijken wij alleen naar de fysieke poort.
11
3.5
Overwegingen bij de raadsmotie
De raadsmotie ‘Luister naar de dringende vraag van omwonenden, maak een compleet veiligheidsplan’ van Hart voor Den Haag van 13 maart jl. verwijst naar een ‘risicoanalyse’, ‘veiligheidsplan’ en ‘uitvoeringsplan’ conform de aanpak van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Met deze instrumenten doelt het CCV echter op een Integraal Veiligheids Plan (IVP); het beleid en de daaraan gekoppelde uitvoering bedoeld voor de gemeentelijke aanpak van het dossier veiligheid. Een dergelijke veiligheidsplan is dus niet bedoeld voor een specifieke locatie. De effecten met betrekking tot veiligheid beperken zich niet tot potentiële incidenten binnen het gebouw of tussen de verschillende doelgroepen, maar ook tot de ‘schil’6 van het gebouw, de buitenruimte, de omliggende wijk en de ondernemers in de directe omgeving, zoals de Fahrenheitstraat, Goudenregenstraaat, Thomsonlaan en Goudsbloemlaan. Anders dan bij de bestudeerde veiligheidsplannen van dit soort locaties, omvat deze analyse ook de omgeving. In deze fase gaat het vooral om de wat-vraag: wat kan er gebeuren (risicoanalyse) en wat zouden we daaraan kunnen doen (aanbevelingen). De hoe-vraag zal deels ook beantwoord moeten worden in de vorm van een Overkoepelend Veiligheids Plan (OVP), dat aansluit op de veiligheidsplannen en beveiligingsplannen van de samenwerkingspartners 7.
De wie-vraag tenslotte hoort thuis in het Uitvoeringsplan, dat de gemeente in afstemming met alle betrokken organisaties zal gaan opstellen. In perspectief Op 26 mei 2025 verbleven er in Ter Apel 1.742 asielzoekers op een bevolking van ruim 10.000 mensen, dat is 17%. In Den Haag is dat minder dan 0,5%.
3.6
Samenhang in de aanpak
Op basis van de CPTED-analyse en inzichten uit de omgevingspsychologie moeten zowel de binnenals buitenruimte op een prettige en functionele manier worden ingericht. Dit versterkt de leefbaarheid en de positieve beleving van de leefomgeving. Tegelijkertijd neemt, vanuit het perspectief van risicobeheersing, de kans op bepaalde typen incidenten af. Alle voorgestelde maatregelen dragen bij aan een positieve uitstraling en maken het daarnaast mogelijk om zwaardere beveiligingsmaatregelen, zoals bouwkundige of elektronische voorzieningen, minder ingrijpend toe te hoeven passen. Ook dat draagt bij aan een verhoogd gevoel van veiligheid. In die zin vormen CPTED en omgevingspsychologie de eerste proactieve stap in de veiligheidsketen.
Buurtbewoner: “We maken ons zeker zorgen maar tegelijkertijd willen we hier geen militaire zone van maken met camera’s, beveiliging en pasjes, zoals tijdens de NAVO-top.”
6 De schil van een gebouw betreft de scheiding van het gebouw met de buitenomgeving: gevels, daken, vloeren,
ramen en deuren en vormt daarmee een belangrijke schakel in de beveiliging. 7 Zie hoofdstuk 14
12
4
Facts & Figures
Betrokken partijen en omwonenden lieten meermaals weten dat ze behoefte hebben aan feiten. Hieronder een niet-uitputtend overzicht, die altijd aangevuld kan worden en in de loop van de tijd ook aan verandering onderhevig zal zijn. In een groot deel van het voormalige ziekenhuis worden vanaf begin 2026 verschillende doelgroepen gehuisvest. Hiertoe vindt er een grote herinrichting plaats: - Gebouw T wordt gesloopt, evenals verschillende containers en tijdelijke units. - Gebouw B1 krijgt een voorplein met een trap naar de hoofdingang en centrale hal met doorgang naar het COA en een ingang naar het buurtrestaurant en openbare voorzieningen. Zijingang Rode Kruislaan wordt gebruikt door statushouders en zorguitstromers. - Gebouw B2 is straks voor studenten (met eigen ingang). - Gebouw D2 is straks voor gezinnen (met eigen ingang). - Er blijven ook een aantal gebouwdelen leeg, zoals gebouw E2 en enkele verdiepingen van gebouwdelen A, B en C.
4.1
De doelgroepen
Zodra de verbouwing klaar is, zullen de volgende groepen gebruik maken van deze locatie: - 440 Asielzoekers - 90 Studenten - 41 Statushouders (voornamelijk alleenstaande personen die gezinshereniging hebben aangevraagd. Hoe lang goedkeuring voor gezinshereniging door de IND duurt is wisselend.) - 66 Leden van economisch dak- en thuisloze gezinnen (minimaal één ouder met minimaal één kind), waarvan sommige met lichte zorgbehoefte. - 33 Zorguitstromers (18-27 jaar) uit zorginstellingen en beschermd wonen. - 80 Dak- en thuislozen mensen in de Permanente Winter Opvang van 1 november tot 1 mei. - Voorzieningen, zoals mogelijk een buurtrestaurant of andere maatschappelijke voorzieningen. Dagbesteding Zorguitstromers Dak- en thuislozen Dak- en thuisloze gezinnen Statushouders Asielzoekers
Studenten Allen
Werken of school. Zij moeten dit in principe zelf regelen, eventueel samen met een hulpverlener. Den Haag Werkt is in principe betrokken. Werken of dagbesteding. Dit is niet verplicht maar uit ervaring blijkt dat een zinvolle daginvulling bijdraagt aan minder overlast. Werk, school of dagbesteding. Bij opvang krijgen ze sociaal beheer die hen stimuleert hiermee aan de slag te gaan. Werk of inburgeringstraject en taaltraining (70% heeft minimaal 9 uur per week taallessen. Een deel is schoolgaand en/of in een schakeltraject). Dagbesteding, georganiseerd door het COA, organisaties en vrijwilligers, zoals Nederlandse les, sport en vrijwilligerswerk. Na 6 maanden mogen zij in principe werken. Studeren en sommige studenten zullen ook werken. Koken, schoonhouden van de locatie en omgeving, sporten, tuinieren, etc.
Ze willen wel, maar ze mogen niet “Huisvesten is één, maar zorg er ook voor dat statushouders werk hebben, zegt hoogleraar arbeidsen migratiegeschiedenis Leo Lucassen. Helaas doen Nederlandse instanties vaak nog lastig over bijvoorbeeld het omzetten van buitenlandse diploma’s.”
13
4.2
Beveiliging en begeleiding per doelgroep
Iedere afdeling heeft eigen begeleiding en huisregels. Er kunnen incidenten zijn, want samenleven en voorzieningen, soms zelfs slaapkamers, delen met meerdere ‘vreemden’ is niet altijd makkelijk. De gemeente zet stevig in op begeleiding en beveiliging. Er zal uiteindelijk één beveiligingsbedrijf worden gecontracteerd, dat 24/7 de sociale en fysieke veiligheid binnen het gebouw zal waarborgen. Daarnaast worden in de directe omgeving de Haagse Hosts ingezet, die toezicht houden en contact leggen met bewoners, ondernemers en omwonenden. Sociaal beheer en zorg per doelgroep (verwachting) Zorguitstromers Sociaal beheer door een (nog te contracteren) zorgpartij 1 coördinator en zorgmedewerkers (08:00-17:00, 5 dagen/week) Dak- en thuislozen 1 locatiemanager, 1 coördinator en 6 begeleiders van het Leger des Heils (07:00-23:00) Dak- en thuisloze Sociaal beheer door een (nog te contracteren) zorgpartij gezinnen 1 coördinator en zorgmedewerkers (08:00-17:00, 5 dagen/week) Statushouders Sociaal beheer door een (nog te contracteren) zorgpartij 1 coördinator en 1 zorgmedewerkers (08:00-17:00, 5 dagen/week) Asielzoekers Woonbegeleider, programmabegeleider, casemanager, locatiemanager, en NT docenten (08.00-22.00)8. Nader te bepalen aantal beveiligers van beveiligingsbedrijf 24/7 voor binnen. Nader te bepalen aantal Haagse Host voor buiten.
Studenten DUWO levert geen vast aantal uren maar naar gelang de behoefte met een bepaald aantal minimumuren, dat nader wordt vastgesteld.
4.3
Overkoepelend sociaal beheer
Per doelgroep komt er sociaal beheer dat gespecialiseerd is in de betreffende doelgroep. Daarnaast zal er voor de hele locatie een overkoepelende locatiemanager of -directeur komen die verantwoordelijk is voor de interne sociale cohesie en het omgevingsmanagement. Hij of zij coördineert de samenwerking binnen het complex, bijvoorbeeld tussen de verschillende doelgroepen, maar is ook het gezicht naar de buurt. Opties bij overlast De samenwerkingspartners gaan verschillend om met door hun bewoners veroorzaakte overlast. Incidenten zonder overlast voor anderen worden in principe binnen de eigen afdeling opgelost, waarbij rekening wordt gehouden met rechten van bewoners. Zorguitstromers Dak- en thuislozen Dak- en thuisloze gezinnen Statushouders Asielzoekers
Gesprek > opzeggen huurovereenkomst Gesprek > vrijwillige verblijf op de kamer (time-in) > ontzeggen toegang (time-out) Gesprek > ontzeggen toegang Waarschuwing > huuropzegging bij ernstige incidenten Gesprek > boete (leefgeld) > tijdelijke overplaatsing (time-out) > definitieve overplaatsing.
8
Doorgaans bestaat een COA-team voor 400 bewoners uit 30 à 40 medewerkers (ook avond- en weekenddiensten)
14
Studenten
Dit is geregeld in de Regeling Opvang Asielzoekers (ROA). Ernstige gevallen kunnen leiden tot plaatsing in een Extra Begeleidings- en Toezichtlocatie (EBTL) waar meer toezicht en begeleiding is Waarschuwing > huuropzegging bij ernstige incidenten
15
5
Succesfactoren en best practices
5.1
Ervaringen bij andere opvanglocaties
Op de locatie Sportlaan worden verschillende doelgroepen tijdelijk samen op één plek gehuisvest. Deze vorm van opvang is nieuw in Nederland. Er is wel veel ervaring met het gezamenlijk huisvesten van een of twee van deze doelgroepen. Wat kunnen we leren van bestaande projecten? Amsterdam De stad Amsterdam loopt al een tijd voorop met gemengde woonprojecten. In 2016 werd Startblok Riekerhaven, het eerste gemengde wooncomplex, geopend. Anno 2022 telde Amsterdam vijftien van dit soort projecten, waar in totaal zo’n 1.300 (jonge) statushouders en 1.300 Nederlandse jongeren samenwonen. Relatief veel statushouders bleken echter trauma’s te hebben en daarnaast waren er cultuurverschillen. In de praktijk functioneren vooral de kleinere woongroepen goed. Amsterdam - Stek Oost In 2018 betrokken 125 jongeren en 125 jonge statushouders Stek Oost in de Watergraafsmeer. Dat leverde problemen op het gebied van sociale veiligheid op. Op advies van de wethouder is de bewonerssamenstelling gewijzigd; minder statushouders en meer jongeren. Dat gaf rust. Onderzoekers adviseren een verdeling van twee-derde of zelfs driekwart Nederlanders in complexen met meer dan vijftig bewoners. De gedachte is dat kwetsbare bewoners zich dan makkelijker kunnen ‘optrekken’ aan minder kwetsbare bewoners.
Selectie is wenselijk Mariëlle Foppen, manager gebiedsbeheer bij Stadgenoot: “Wij hebben er van begin af aan op aangedrongen dat statushouders worden geselecteerd, maar dat bleek lastig vanuit de gemeente en het COA. Het zomaar plaatsen van een willekeurige jonge statushouder is risicovol. Als je bijvoorbeeld niet goed met prikkels kunt omgaan, is dit geen geschikte woonplek.” Amsterdam - Set In 2018 startte Set in Amsterdam, een woongemeenschap met 141 appartementen, waarvan de helft voor Nederlandse studenten en starters (tot 27 jaar) en de helft voor jonge vluchtelingen met een verblijfsvergunning. Er wonen zo’n twintig nationaliteiten. Door de grote inzet van (betaalde) communitymanagers is een actieve gemeenschap ontstaan, met onder andere de Wereldhuiskamer voor ontmoeting, taaluitwisselingen, samen koken, tuinieren, filmavonden en spelletjes. Dit draagt bij aan meer contact tussen bewoners onderling en met de buurt. Utrecht - Place2BU In Utrecht kunnen sinds 2017 (en tot 2029) statushouders, jongeren uit de jeugdopvang en studenten in Place2BU wonen, verspreid over 490 tijdelijke studio’s. Er blijkt vooral overlast te zijn van de bewoners van de zogenaamde Skaeve Huse, eenpersoonswoningen voor mensen, vaak met psychiatrische- en/of drugsproblemen, die niet op hun plek zijn in een ‘gewone’ woonwijk.
Utrecht – Plan Einstein In Plan Einstein wonen circa 300 asielzoekers samen met 50 Utrechtse jongeren. Daarnaast zijn er tientallen buurtbewoners die structureel deelnemen aan activiteiten en cursussen. Hoewel de eerste locatie van Plan Einstein in Overvecht moest worden beëindigd, werd het concept elders succesvol gecontinueerd en opgeschaald. Onder andere de evaluatie van COMPAS (Universiteiten van Oxford en Roehampton), gemeentelijke bronnen en URBACT-analyses bieden nuttige inzichten.9 9 Zie bijlage 4
16
Ter Apel - COA Een lesson learned van de opvanglocatie in Ter Apel is onder andere dat mobiele surveillanceteams nuttig zijn ter ondersteuning van zowel de wijk als ondernemers. Deze teams houden toezicht en kunnen bij overlastgevers blijven of ze volgen tot de politie komt. ‘Gemengd wonen: zo doen we dat’ 10 Valente, Divosa, De Tussenvoorziening, Portaal, Gemeente Utrecht en Hogeschool Utrecht hebben naar aanleiding van het webinar ‘Gemengd wonen: zo doen we dat’ in 2022 een lijst met succesfactoren opgesteld om dakloze mensen succesvol te laten samenwonen met anderen in een reguliere woonwijk. Deze lijst is ook bruikbaar voor andere doelgroepen, zoals studenten en ouderen. Selectie is lastig Bij (dreigende) problemen kan het volgens hoogleraar integratie en migratie Jaco Dagevos nuttig zijn dat een gemeente een extra intake inlast: “Je moet aandacht hebben voor de verschillende behoeftes en verwachtingen van statushouders onderling. Anders gaat het sneller mis.”
5.2
Succesfactoren11
Op basis van de ervaringen in bovengenoemde projecten en diverse (wetenschappelijke) onderzoeken12 13 14 worden hieronder de factoren voor het succesvol huisvesten van nieuwkomers samengevat. Deze worden toegelicht voor de specifieke situatie bij de locatie Sportlaan. De juiste locatie De nabijheid van een stabiele wijk, het Openbaar Vervoer, winkels en andere voorzieningen verhoogt de huisvestingstevredenheid en stimuleert integratie. - In de directe omgeving van de locatie Sportlaan zijn al deze voorzieningen beschikbaar. Bewuste en evenwichtige bewonersselectie Een doordachte samenstelling van bewonersgroepen is cruciaal. Zo wordt maximaal 30% begeleide bewoners aanbevolen om een stabiele woonomgeving te behouden. Gezinnen blijken in de praktijk stabieler dan alleenstaande asielzoekers en statushouders. - Alle partijen die straks mensen gaan huisvesten op de locatie Sportlaan hebben hun eigen matchingsproces. Onderdeel van dit proces zou een overall coördinatie moeten zijn vanuit overkoepelend beheer. Actieve begeleiding en sociaal beheer De aanwezigheid van sociaal beheerders is essentieel. Zij ondersteunen bewoners bij integratie, bemiddelen bij conflicten en stimuleren gemeenschapsvorming. - Behalve voor de studenten wordt voor alle groepen in een vorm van sociaal beheer voorzien. Overkoepelende afstemming tussen de samenwerkingspartners is hierbij onmisbaar.
- Begeleiding om tot een zinvolle dagbesteding te komen is cruciaal, zeker voor bewoners die geen werk, school of andere activiteiten hebben. 10 https://www.valente.nl/wp-content/uploads/2022/04/10-succesfactoren-voor-gemengd-wonen.pdf
11
De aanbevelingen uit deze paragraaf komen in de betreffende hoofdstukken terug.
12 Gemengd wonen met statushouders, Een kans voor ondersteuning van statushouders bij integratie en
participatie. Verkennend onderzoek naar twaalf NL-projecten. Verwey-Jonker Instituut i.s.m. de Hogeschool Utrecht en het Kennisplatform Integratie & Samenleving (2019) 13 Magic Communities, Samen in de buurt, het blok, de cluster. De Architekten Cie b.v. (2018) 14 De Magic Mix, Een verkenning van wooncomplexen waar verschillende doelgroepen gemengd wonen. Platform 31 (2016)
17
Kleinschaligheid Projecten met maximaal 150 bewoners en subgroepen van 10-15 huishoudens bevorderen de onderlinge betrokkenheid en sociale controle. Grotere complexen kunnen anonimiteit en verminderde cohesie veroorzaken. - Gegeven de inrichting met aparte, onderling gescheiden vleugels is alleen bij het COA sprake van grootschaligheid. Het COA zorgt er bij het plaatsingsproces voor dat mogelijke risicogroepen niet bij elkaar worden gehuisvest. - Iedere organisatie heeft verder eigen ingang(en) en kunnen daarmee als kleiner complex geïdentificeerd worden. Gemeenschappelijke ruimtes Gedeelde fysieke ruimtes, zoals een eetzaal, moestuin of sportvoorzieningen, kunnen de onderlinge ontmoeting faciliteren. - Er wordt in het ontwerp van zowel de binnen- als de buitenruimte veel aandacht gegeven aan de gemeenschappelijke ruimten. - In het ontwerp moet verder worden zorggedragen voor uitnodigende en toegankelijke gemeenschappelijke voorzieningen, inclusief medegebruik vanuit de wijk. Gemeenschappelijke activiteiten Dit helpt bij het opbouwen van onderlinge relaties en een gevoel van gemeenschap en onderling vertrouwen. - Vanuit overkoepelend sociaal beheer zou actief gestuurd moeten worden op participatie vanuit de omwonenden, bijvoorbeeld door de inzet van een community-manager.
Voldoende buurtbetrokkenheid Betrokkenheid van en met de buurt vóór en na oplevering versterkt de cohesie met de bredere samenleving. - De omwonenden kijken verschillend naar het voorgenomen gebruik van deze locatie. Er is een groep die zich actief inzet om de buurtbetrokkenheid vorm te geven. Ondersteun dit vanuit overkoepelend beheer; stem af met omwonenden en biedt waar mogelijk financiële ondersteuning. - Acceptatie door omwonenden kan niet worden afgedwongen. Omwonenden zullen moeten ervaren op welke wijze de nieuwkomers zich in de samenleving mengen. Daarnaast moeten ze zich gehoord voelen en mogen hun gevoelens niet gebagatelliseerd worden. - Daar waar onveiligheidsgevoelens verwacht worden, kan het helpen om verder te analyseren wat in de wijk zelf aan maatregelen genomen kan worden. Hiertoe kan een Veiligheids Effect Rapportage (VER) worden opgetuigd, waarbij in samenspraak met omwonenden, gemeente en politie een lijst van risico’s en verbeteringen opgesteld. Duidelijke afspraken en huisregels Transparante afspraken over omgangsvormen, verantwoordelijkheden en verwachtingen helpen misverstanden te voorkomen. In de praktijk gaat, naast diefstal of illegale inwoning, ook over ‘kleine zaken’, zoals roken op de gang en de boel netjes houden. - Niet voor iedere doelgroep bestaan op dit moment huisregels. Waar deze afwezig zijn moeten deze ontwikkeld worden.
Ook moeten de huisregels van de verschillende doelgroepen op elkaar afgestemd worden, zodat eenduidigheid in de regels ontstaat, waardoor handhaving en sanctiebeleid mogelijk wordt. - Er moeten daarnaast overkoepelende ‘huisregels’ komen voor de gemeenschappelijke binnen- en buitenruimtes, zodat iedereen gehouden is aan dezelfde set met regels. - Naast de huisregels moeten er ‘afspraken’ worden gemaakt voor gedrag in de wijk, gericht op een veilige en prettige leefomgeving voor iedereen. Denk hierbij aan zaken als het voorkomen
18
-
-
van geluidsoverlast, zwerfafval en overmatig gebruik van alcohol of drugs. Het COA biedt al een cursus ‘Hoe om te gaan in de wijk?’ aan. De regels en afspraken moeten bij binnenkomst gecommuniceerd worden, periodiek herhaald en zichtbaar zijn binnen en buiten het gebouw, bij voorkeur middels pictogrammen. Dat maakt het communiceren over regels makkelijker en helpt bij introductie en aanspreken van mensen. Alle betrokken partijen moeten met gerichte maatregelen optreden tegen overtredingen. Het preventief inzetten van handhavingsteams en de Haagse Hosts zullen - zeker in de beginperiode en daarna doorlopend – helpen om de wet en de afspraken voor het gedrag in de wijk te stimuleren en te handhaven. Het borgen van snelle interventies door de politie bij incidenten draagt hier zeker aan bij.
Participatie van bewoners in beheer Het betrekken van bewoners bij het beheer en de organisatie van een woonproject versterkt het eigenaarschap en betrokkenheid. Dit kan variëren van schoonmaken en deelname aan bewonerscommissies tot het organiseren van activiteiten. - Het sociaal beheer kan bewoners actief betrekken bij activiteiten binnen het gebouw, variërend van schoonmaak, onderhoud, klusjes en verzorgen van maaltijden. - Het blijft belangrijk de mogelijkheden periodiek te communiceren. Samenwerking tussen alle partners Een goede samenwerking tussen de gemeente, woningcorporaties, politie, beveiliging/handhaving en sociaal beheer is essentieel. Gezamenlijke doelstellingen en heldere communicatie dragen bij aan een effectieve uitvoering. - Op diverse onderwerpen moet er gestructureerd overleg worden ingeregeld: o Tussen de samenwerkingspartners voor het sociaal beheer o Tussen de samenwerkingspartners voor het facilitair en operationeel beheer o Tussen samenwerkingspartners, gemeente en politie over de aanpak van incidenten Monitoring en evaluatie Regelmatige evaluatie van het project helpt bij het identificeren van knelpunten en het doorvoeren van verbeteringen. Ook feedback van bewoners en betrokken professionals is hierbij waardevol. - De samenwerkingspartners zullen vanaf de start goed moeten samenwerken en afstemmen om het gebruik tot een succes te maken.
Het helpt als vanaf de start kritische succesfactoren worden benoemd en daarop gericht te sturen. - Informatiedeling tussen de partners - zowel formeel als informeel - is belangrijk om te komen tot een gezamenlijk beeld en acties. - Het niveau van incidenten, binnen de locatie en in de wijk, is hierbij een belangrijk onderwerp. Uniforme incidentregistratie door alle partners, afgestemd met de wijze waarop de politie haar incidenten registreert, helpt dit beeld helder te krijgen. Door periodiek de cijfers te bespreken en te communiceren kunnen veiligheidsgevoelens worden geobjectiveerd. - Bepaal de punten waarop -periodiek- geëvalueerd gaat worden vooraf, bespreek deze met alle belanghebbenden en communiceer over de resultaten.
5.3
Kansen én zorgen
Voordat we overgaan tot de risicoanalyse hieronder enkele inzichten, die werden aangedragen door insprekers, schriftelijke reacties en geïnterviewden.
19
Het project biedt kansen… “Leuk dat het ziekenhuis weer een zorgfunctie krijgt, waar kwetsbaren groepen voor maximaal zeven jaar rust kunnen vinden.” “Dit is een mooie kans om in één keer heel veel mensen een dak boven hun hoofd te geven.” “Fijn dat elke doelgroep zijn eigen afgescheiden vleugel heeft.” “Een bijzonder en historisch pand met genoeg ruimte en voorzieningen voor ontmoeting, hobby’s en sport, die deels ook voor de buurt beschikbaar zijn.” “Dit kan een ‘kleurrijk dorpje in de stad’ worden.”
Maar er zijn ook zorgen… “Sinds 2018 zijn er al gesprekken over de te bouwen seniorenwoningen. Daar zit de buurt om te springen, maar nu moeten we zeven jaar wachten. Dat is te lang.” “Ik ben bang voor onveiligheid in de omgeving, met name voor kinderen, ouderen en ondernemers.” “Is er wel voldoende gekwalificeerd zorg- en veiligheidspersoneel en politie beschikbaar?” “Wellicht beter dan een grasveldje in Ter Apel, maar is dit een Haagse opvang om trots op te zijn?” “Ik ben een oudere buurtbewoner en durf straks niet meer naar buiten om mijn hondje uit te laten.”
20
6 6.1
Analyse en aanbevelingen – De samenwerkingspartners 15 Inleiding
De locatie aan de Sportlaan kan gezien worden als een bedrijfsverzamelgebouw waarbij een aantal organisaties een hoeveelheid m2 huren, een aantal ruimtes in het pand gemeenschappelijk worden gebruikt en een aantal voorzieningen, zoals schoonmaak en beveiliging, gemeenschappelijk worden georganiseerd. Zij nemen tegen betaling een aantal voorzieningen af van de verhuurder (gemeente). De gemeente gaat via mini-competities een aantal diensten inkopen die voor de huurders verplichtend worden opgelegd. Onder deze diensten zijn beveiliging, sociaal beheer en schoonmaak. Het COA, Arcade en DUWO worden straks huurders van - delen van - het pand. Afspraken hierover zijn onderdeel van het reguliere overleg tussen verhuurder en huurders. Er ontbreekt nog een gezamenlijk huurdersoverleg, waarin deze afspraken met elkaar wordt besproken en afgestemd. Er komen in de toekomst wellicht nog ‘derden’ als huurder in het pand, vanwege het voornemen de locatie te voorzien van voorzieningen die breder gebruikt worden dan alleen de huurders van het pand, zoals een buurtrestaurant, fietsenwerkplaats of een ruimte voor film en theater. Er is een risico dat deze nieuwe huurders de afspraken niet kennen, zich daar niet aan willen of kunnen houden of ‘buiten de boot’ vallen waar het reguliere overleggen betreft. Dit moet geborgd worden in af te sluiten huurovereenkomsten.
De gemeente heeft binnen dit project verschillende privaatrechtelijke rollen: beleidsmatig, eigenaar en verhuurder van het pand en aanbesteder en opdrachtgever van noodzakelijke diensten in de gemeenschappelijke voorzieningen. Deze rollen kunnen met elkaar conflicteren. Daarnaast heeft de gemeente via het college en de raad haar politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid. Omgevingsoverleg De gemeente streeft niet alleen naar een goede interne samenwerking met en tussen het COA, Arcade, DUWO, sociaal beheerpartijen, beveiligingsdiensten, handhavingsorganisaties en mogelijk betrokken hulpverleners, maar ook met externe partijen, waaronder politie, bewonersorganisaties, de BIZ Fahrenheitstraat en winkeliers uit de omliggende wijken. Dat is bij elkaar een hele opgave. Tot nu toe is er elke maand een Operationeel Omgevingsoverleg waar wordt besproken wat er gebeurt in en rondom het gebouw. En wat mensen in de buurt zien en horen. De gemeente, bewonersorganisaties Vogelwijk, Bomen- en Bloemenbuurt, BIZ Fahrenheit ondernemers (ook namens de BIZ Fahrenheit vastgoedeigenaren) en de politie zijn daarbij aanwezig. Dit overleg helpt om overlast te voorkomen en maakt samenwerking makkelijker. Juridische verschillen Voor het functioneren van de locatie is het van belang te onderkennen dat er wat betreft het gebruik van de individuele leefruimten een juridisch verschil is.
Enerzijds zijn er leefruimten die door de gemeente ter beschikking worden gesteld aan bijvoorbeeld asielzoekers en dak- en thuislozen, anderzijds betreft het woonruimten die door Arcade en DUWO worden onderverhuurd aan studenten, statushouders en zorguitstromers. De privéruimten achter de eigen ‘voordeur’ van studenten, statushouders en zorguitstromers mogen door niemand worden betreden zonder toestemming van de betreffende (onder)huurder of een gerechtelijk bevel conform het Huurrecht (art. 7:201 BW e.v.) of bij calamiteiten.
15 De samenwerkingspartners van de gemeente zijn op dit moment COA, DUWO, Arcade en het Leger des Heils.
In de toekomst komen er wellicht meer huurders bij, zoals ondernemers voor een buurtrestaurant, fietsenwerkplaats of film- en theaterruimte.
21
De ruimtes die door Arcade en DUWO worden gehuurd en in onderhuur worden gegeven, kennen gemeenschappelijke voorzieningen, zoals de keuken of het sanitair. De bevoegdheden om de gemeenschappelijke voorzieningen te betreden en de voorwaarden waaronder dit mag, moeten in de huurovereenkomst of huisregels worden vastgelegd en vooraf kenbaar gemaakt. Het COA en Leger des Heils moeten voldoen aan een veelheid aan wettelijke verplichtingen, zoals de verplichte Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) en de organisatie van de BedrijfsHulpVerlening (BHV). De Arbowet geeft deze verplichting alleen voor werkgevers met personeel. De gemeente zou ons inziens deze verplichting wel aan alle samenwerkingspartners moeten opleggen. Afstemming en coördinatie hierover zijn nodig om een veilige leefomgeving te bieden aan álle bewoners van deze opvanglocatie. Daar waar het gaat om een veiligheidsplan gelden deze verschillen ook. Het COA en de PWO hebben voor hun deel van het gebouw een eigen veiligheidsplan. De andere samenwerkingspartners hebben die vooralsnog niet. Na het schouwen, documentstudie en interviews signaleren wij met betrekking tot de verschillende samenwerkingspartners de volgende risico’s die - samen met de bijbehorende aanbevelingen - terug te vinden zijn in het Werkdocument in bijlage 8: a. Onduidelijke verdeling van de verantwoordelijkheden. b.
Nieuwe huurders conformeren zich niet aan afspraken c. Conflicterende rollen van de gemeente. d. Onvoldoende betrokken bewoners. e. Verschillen tussen de huurders f. Verschillen in (juridische) verplichtingen van de huurders g. Niet beschikbare of onvoldoende afgestemde veiligheidsplannen van de samenwerkingspartners