RIS323650 Notulen van de raad van 20251009
Tekst van het document
Volgens mij is dat debat pas op 20 januari, en dat vinden wij aan de late kant. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik denk dat we dit, als we het op 1 december krijgen, ook niet veel sneller dan 20 januari bespreken. Daar ben ik dus niet helemaal van overtuigd. Maar ten tweede heb ik het gevoel dat u in uw motie eigenlijk al kiest voor een bepaald scenario. Ziet u dat ook zo of zijn alle scenario's nog open voor u? Coen Bom (Hart voor Den Haag). Dat laatste is zeker het geval. Alle scenario's staan open, maar mij lijkt dat dat pand behouden moet blijven. En als dat zo is, moeten we zorgen dat Popradar niet weer verantwoordelijk is voor het hele beheer van het hele pand. Dat is mijn voorstel en dat is misschien inderdaad meer een richting dan een eis, maar dit is wel de enige manier waarop dit kan werken, denk ik. Want de levensvatbaarheid moet natuurlijk wel aangetoond worden nadat we het allemaal hebben verbouwd. De voorzitter. De heer De Vuyst, laatste keer. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Nogmaals, ik denk dat we aan dezelfde kant trekken wat betreft de levensvatbaarheid. Ik hoor u zeggen dat het pand behouden moet blijven. Ik vul dat nog even iets verder in. Als het pand behouden moet blijven, betekent dat dat ook de mogelijkheid van oefenzalen, de bekruisstuiving … Is dat het woord? Die moet behouden blijven! Dat is dus wat u daar wilt.
Popradar neemt dan misschien het beheer niet over, maar het moet wel gebeuren op die plek, op die locaties. Ja, dat bedoel ik met: het lijkt alsof u daarmee wel voor een scenario kiest. Ik hoor dus dat de oefenzalen op die plek behouden blijven wat u betreft. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Ja. Sterker nog, het woord 'radar' zit niet voor niks in de naam. Het is een van de pijlers van ons culturele aanbod, durf ik zelfs te zeggen. Die oefenruimtes moeten daar dus zeker blijven. Maar ik pleit er eigenlijk alleen maar voor, en misschien kunnen we elkaar daar zeker wel in vinden, dat Popradar niet weer exploitant van het pand wordt en moet zorgen voor het onderhoud. Dan kunnen tarieven van oefenruimtes misschien anders zijn voor minder draagkrachtige bandjes. Dat soort dingen bedoel ik eigenlijk. De voorzitter. Door de heer Bom worden de volgende moties (F.3 HvDH en F.8 HvDH) ingediend:
17
Motie F.3 HvDH Meer Haags aanbod op de Haagse podia De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 oktober 2025, ter bespreking van de Vaststelling Nota Cultuureducatie en Cultuurparticipatie 2025-2028. Constaterende dat: • Den Haag een stad is met een rijk aanbod aan professionele (dans-)gezelschappen en andere culturele makers; • juist Haagse podia vaak kiezen voor gezelschappen van buiten de stad; • Haagse makers en gezelschappen hierdoor minder kansen krijgen om zichtbaar te zijn in hun eigen stad. Overwegende dat: • het voor het Haagse publiek van meerwaarde is om de kwaliteit en diversiteit van de lokale dans- en cultuursector terug te zien op de Haagse podia; • Haagse podia mede door gemeentelijke middelen en ondersteuning in staat zijn om programmering te realiseren. Verzoekt het college: • in gesprek te gaan met de Haagse podia om te bevorderen dat Haagse dans- en cultuurgezelschappen vaker worden geboekt; • de raad voor het einde van dit jaar te informeren over de uitkomst van deze gesprekken en mogelijke vervolgstappen. En gaat over tot de orde van de dag. Motie F.8 HvDH Snel duidelijkheid voor Popradar De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 oktober 2025, ter bespreking van de Vaststelling Nota Cultuureducatie en Cultuurparticipatie 2025-2028.
Constaterende dat: • Popradar een gemeentelijke systeeminstelling is met een belangrijke rol voor popmuziek, talentontwikkeling en jongeren in Den Haag; • de continuïteit van Popradar in gevaar komt door grote onzekerheid over de huisvesting en de exploitatie van het gebouw; • de afgelopen jaren noodsteun en incidentele middelen nodig waren, maar dat een structurele oplossing uitblijft. Overwegende dat: • het gebouw aan de Burgemeester Hovylaan bij uitstek geschikt is voor Popradar; • structurele keuzes nodig zijn over beheer, onderhoud, exploitatie en de rol van Popradar in het gebouw; • het debat over Popradar nu gepland staat voor 15 januari 2026 en er eerder duidelijkheid moet worden gegeven. Verzoekt het college: • zo snel mogelijk, maar uiterlijk 1 december 2025 verschillende scenario's voor de toekomst van Popradar en het gebouw uit te werken, in nauwe samenwerking met Popradar; • daarbij uit te gaan van de situatie waarin Popradar niet zelf het beheer van het pand doet, maar zich kan richten op haar kerntaken; 18
•
de raad hierover te informeren.
En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Allereerst dank voor iedereen die mij bij de vorige raad een petitie heeft aangeboden voor het behoud van Popradar. Naast repeterende bandjes komen er ook elke week 500 leerlingen voor muziek- en kunstlessen. Dat moeten we vooral ook niet vergeten. Dat laat zien hoe groot de behoefte is. Wat ons betreft wordt Popradar een Cultuuranker. Voor ons ligt een mooie nota, maar we moeten ook eerlijk zijn: niet iedereen kan meedoen. In de armere wijken blijft cultuurparticipatie achter. Kinderen met een Ooievaarspas doen minder vaak mee, en als ze die pas gebruiken, gaat die vaker naar het voetbalveld dan naar de theaterzaal. Dat is begrijpelijk maar ook een beetje pijnlijk, want juist kunst en cultuur dragen bij aan welzijn, kansengelijkheid en persoonlijke ontwikkeling. We zien ook wat er mogelijk is als het wél lukt. Vorige maand zaten wij, net als meneer Van Esch en de burgemeester, bij het Prinsjesdagconcert - ja, soms gebeuren er rare dingen in mijn leven - waarin leerlingen van het Johan de Witt College meespeelden. Het is een toppunt van wat cultuureducatie kan beteken als we er goed in investeren: talent dat opbloeit en jongeren die letterlijk meespelen met het Residentie Orkest.
Of het nu gaat over de muziekles na school, de eerste keer dat je een theater binnenloopt of dat ene museumbezoek waardoor je opeens anders naar de wereld kijkt, voor veel kinderen in Den Haag is dat vanzelfsprekend maar voor gezinnen met een gesloten beurs is het dat niet. Voor hen is de drempel hoog, en vaak te hoog. En juist die ervaring kan het verschil maken. Een kind dat één keer in de zaal zit, kan een leven lang geïnspireerd raken. Daarom is het zo belangrijk dat we ervoor zorgen dat ook kinderen in armoede die kans krijgen. Wij dienen daarom de motie genaamd 'Van de straat naar de schouwburg' in, waarvan het dictum luidt: verzoekt het college alle minimagezinnen jaarlijks één gratis ticket te geven voor een culturele activiteit naar keuze (theater, concert, museum, dans et cetera) en dit te bekostigen uit het Talentenfonds. Cultuur is geen champagne voor wie het kan betalen. Het is kraanwater: iedereen moet het kunnen drinken. Met deze motie zorgen wij ervoor dat ook kinderen uit armere gezinnen hun dorst naar kunst en cultuur kunnen lessen. De voorzitter.
Door mevrouw Faïd wordt de volgende motie (F.7 HSP) ingediend: Motie F.7 HSP Van de straat naar de schouwburg De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 oktober 2025, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Vaststelling Nota Cultuureducatie en Cultuurparticipatie 2025-2028 (RIS322657) Overwegende, dat: ▪ de drempel om voor de eerste keer een theater, concert of museum te bezoeken vaak hoog is, zeker voor gezinnen in armoede; ▪ een eerste ervaring met cultuur kan leiden tot structurele cultuurparticipatie. Constaterende, dat: ▪ deelname aan kunst en cultuur een belangrijke bijdrage levert aan welzijn, kansengelijkheid en personelijk sociaal-emotionele vorming; ▪ de nota benadrukt dat iedereen, ongeacht sociaal-economische positie, toegang moet hebben tot culturele voorzieningen; ▪ kinderen en gezinnen met een ooievaarspas minder vaak gebruikmaken van cultuuraanbod, en dat sport vaker de voorkeur krijgt boven cultuur. 19
Verzoekt het college: ▪ alle minima-gezinnen jaarlijks één gratis ticket te geven voor een culturele activiteit naar keuze (theater, concert, museum, dans, etc.); ▪ dit te bekostigen uit het Talentenfonds; ▪ en de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Robin Smit (PvdD). Voorzitter. De Partij voor de Dieren ziet in de Nota Cultuureducatie en Cultuurparticipatie een goede stap naar het verstevigen, verbeteren en waarderen van deze belangrijke sector. Onze fractie heeft nog wel een tweetal voorstellen die zij graag terugziet in de uitvoeringsagenda. De motie Ruimte-indicatie voor cultuureducatie, verzoekt het college duidelijk in kaart te brengen wat er nodig is aan fysieke ruimte voor het behalen van de doelen in de nota, in overleg met de sector, en in de uitvoeringsagenda concreet te maken hoe het college hieraan tegemoet zal komen. Deze motie dien ik mede in namens mevrouw Arp van de SP. Dan mijn tweede motie, Liever lange lijnen.
Die verzoekt het college te bezien hoe het Talentenfonds kan worden ingezet om het project 'Kinderen, Cultuur en Kansen' of een vorm daarvan te continueren, ervoor te zorgen dat 'talentmakelaars' alleen als aanvulling op, en versterking van de combinatiefunctionarissen cultuur worden ingezet, niet in plaats van, in de uitvoeringsagenda cultuureducatie- en participatie duidelijk te onderbouwen wat voor structurele gemeentelijke financiering er nodig is om de doelen uit de nota te behalen, zonder afhankelijk te zijn van incidentele rijkssubsidie. Tot slot krijgt de Partij voor de Dieren nog graag wat meer zekerheid van de wethouder over het behoud van Popradar, zoals ook een aantal collega's al heeft gevraagd. De voorzitter. Door de heer Smit wordt de volgende motie (F.4 PvdD) ingediend: Motie F.4 PvdD Liever lange lijnen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 oktober 2025, ter bespreking van de Nota Cultuureducatie en Cultuurparticipatie 2025-2028.
Constaterende, dat: ▪ de nota Cultuureducatie en Cultuurparticipatie onderschrijft dat combinatiefunctionarissen cultuur een essentiële rol hebben en de ambitie voor 2033 is om het aantal combinatiefunctionarissen cultuur te vergroten; ▪ er nog geen zicht is op financiering van de combinatiefunctionarissen cultuur na 2026, waardoor het onzeker is of deze vanaf 2027 kunnen blijven bestaan, laat staan worden uitgebreid; ▪ het succesvolle project Kinderen Cultuur Kansen is stopgezet vanwege de incidentele financiering; ▪ via het Talentenfonds twee talentmakelaars worden ingezet die de kinderen en jongeren met maatwerk ondersteunen bij het vinden van passende activiteiten en kansen; ▪ via het Talentenfonds € 2,5 miljoen is vrijgemaakt om kinderen en jongeren uit gezinnen met een laag inkomen toegang te geven tot talentontwikkelingsactiviteiten. Hiermee draagt het fonds bij aan gelijke kansen, sociale mobiliteit en bestaanszekerheid. Overwegende, dat: ▪ de doelen van het Talentenfonds grotendeels overlappen met die van de Combinatiefunctionarissen Cultuur en het project Kinderen Cultuur Kansen; 20
▪
zowel kinderen als de culturele sector niet gebaat zijn bij tijdelijke projecten met incidentele financiering.
Verzoekt het college: ▪ te bezien hoe binnen het Talentenfonds de resultaten, de methodiek en de kennis van het project ‘Kinderen Cultuur Kansen te continueren; ▪ ervoor te zorgen dat ‘talentmakelaars’ alleen als aanvulling op, en versterking van de combinatiefunctionarissen cultuur worden ingezet, niet in plaats van; ▪ in de uitvoeringsagenda cultuureducatie- en participatie duidelijk te onderbouwen wat voor structurele gemeentelijke financiering er nodig is om de doelen uit de nota te behalen, zonder afhankelijk te zijn van incidentele Rijkssubsidie. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Smit, daartoe gesteund door mevrouw Arp, wordt de volgende motie (F.5 PvdD) ingediend: Motie F.5 PvdD Ruimte-indicatie voor cultuureducatie De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 oktober 2025, ter bespreking van de Nota Cultuureducatie en Cultuurparticipatie 2025-2028. Constaterende, dat: ▪ de nota ruimtegebrek als een van de grootste knelpunten ziet voor het ontwikkelen van een gezond aanbod van cultuureducatie en -participatie; ▪ er sprake is van een groeiend tekort aan geschikte (betaalbare) oefenruimtes, speel- en expositieplekken in het amateurkunstenveld; ▪ er behoefte is aan betaalbare en geschikte culturele locaties in wijken met weinig aanbod, zodat er voldoende fysieke ruimte is om een gelijk speelveld voor cultuur te laten ontstaan.
Overwegende, dat: ▪ het voor de raad niet overzichtelijk is hoeveel ruimte er nodig is voor het kunnen uitvoeren van de doelen in de nota. Verzoekt het college: ▪ duidelijk in kaart te brengen wat er nodig is aan fysieke ruimte voor het behalen van de doelen in de nota, in overleg met de sector; ▪ in de uitvoeringsagenda concreet te maken hoe het college hier aan tegemoet zal komen. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Anthony Uduba (VVD). Voorzitter. Zoals u weet, is de Haagse VVD heel trots op de Haagse culturele sector en op alles wat onze culturele instellingen en culturele makers doen om zo veel mogelijk mensen in onze stad kennis te laten maken met kunst en cultuur. Maar als we naar de nota kijken, zien we dat kunst en cultuur steeds worden ingezet als Zwitsers zakmes voor andere beleidsterreinen. Van onderwijs tot armoedebestrijding en van participatie tot kansengelijkheid, cultuur wordt overal voor ingezet, maar de rekening komt telkens uit het budget voor cultuur. Wat de Haagse VVD betreft is dit niet houdbaar. Cultuurgeld is in de eerste plaats voor culturele makers en culturele instellingen.
Daarom heb ik de motie Cultuurgeld voor cultuur, met als dictum: verzoekt het college uiterlijk bij de Voorjaarsnota 2026 met een cofinancieringskader voor cultuureducatie en -participatie te komen, waarin projecten met hoofddoelen in onderwijs, welzijn of armoede minimaal 50% dekking 21
hebben uit dat domein, en dit cofinancieringskader eerder met de raad te delen. Deze motie dien ik samen in met de heer Bom van Hart voor Den Haag en de heer Kaptheijns van de PVV. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik word een beetje op het verkeerde been gezet door wat u zegt over cofinanciering. We kennen cofinanciering uit het Cofinancieringsfonds, maar u bedoelt dat het uit meerdere potjes moet komen. Anthony Uduba (VVD). Precies dat. Wij willen dat het college de afspraak maakt dat als projecten ook raken aan onderwijs, participatie of integratie, die gebieden ook gewoon bijdragen. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Maar dat is toch een beetje een gebed zonder einde? Dan kun je namelijk andersom ook zeggen dat als iets aan cultuur raakt, bijvoorbeeld de weg die naar de cultuurinstelling loopt, de fietsnietjes of de parkeerplek, de cultuur daar ook aan mee moet betalen. Het is toch veel logischer om bij de bevordering van cultuurparticipatie en cultuureducatie, waar u ook zo'n warm voorstander van bent, hoor ik, het budget bij elkaar te houden en het daar zo effectief mogelijk voor in te zetten? Anthony Uduba (VVD). Deze motie beoogt eigenlijk het volgende te zeggen. Binnen het cultuurbudget knelt het. Zoals u weet, zijn er veel projecten die we eigenlijk gewoon binnen cultuur willen doen maar waar geen middelen voor zijn.
Wat we hiermee zeggen, is: zorg ervoor dat als we andere doelen op andere beleidsterreinen raken, die beleidsterreinen meebetalen. De voorzitter. Laatste keer, meneer De Vuyst. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik volg het toch niet helemaal. Het klinkt toch alsof u geld uit een ander potje wil halen, bijvoorbeeld uit het armoedebudget, of wat noemde u nog meer? Het klinkt alsof u dat wilt leeghalen. Zeg dat dan. Zeg gewoon: we willen daarop bezuinigen. Wees daar dan eerlijk over en probeer het niet te brengen alsof dit meer geld oplevert, wat het gaat nog steeds om hetzelfde geld. Er komt geen euro bij in uw voorstel. Anthony Uduba (VVD). Wat ik hier wil doen, is het beschermen van het cultuurbudget. Ik wil zorgen dat er genoeg geld is om meer dingen te doen in deze stad wat cultuur betreft. En als we andere dingen doen op andere terreinen, willen wij dat die terreinen ook meebetalen. We dragen immers ook bij aan de doelen voor die terreinen. Het lijkt mij dus alleen maar logisch. De voorzitter.
Door de heer Uduba, daartoe gesteund door de heer Bom en de heer Kaptheijns, wordt de volgende motie (F.6 VVD) ingediend: Motie F.6 VVD Cultuurgeld voor Cultuur De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 september 2025, ter afronding van het debat over de Nota Cultuureducatie en Cultuurparticipatie 2025–2028 (RIS322657), Constaterende dat: • het college in de nota cultuureducatie en -participatie expliciet doelen verbindt aan onderwijs, armoedebestrijding, welzijn en integratie; • structurele cofinanciering vanuit die beleidsdomeinen niet is geborgd en financiering nu vooral uit het cultuurbudget komt. Overwegende dat: • het cultuurbudget primair bedoeld is voor kunst, makers en culturele instellingen; • wanneer het primaire doel van een project in een ander domein (onderwijs, welzijn, armoede) ligt, structurele cofinanciering vanuit dat domein noodzakelijk is. 22
Van mening dat: • cultuurgeld geen “Zwitsers zakmes” moet zijn voor andere beleidsterreinen; • cultuurgelden geoormerkt moeten worden voor cultuur en niet weglekken naar doelen in andere domeinen. Verzoekt het college: • uiterlijk bij de Voorjaarsnota 2026 een cofinancieringskader voor cultuureducatie en participatie vast te stellen — waarin projecten met hoofddoelen in onderwijs, welzijn of armoede minimaal 50% dekking uit het betreffende domein hebben; • en het cofinancieringskader vooraf met de raad te delen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Dan geef ik nu het woord in eerste termijn aan het college. Nee, ik geef eerst het woord aan heer De Vuyst voor een nabrander. Geen interruptie, hoor. Gaat uw gang. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Voorzitter, ik heb zonet de spreektekst van de vorige raad gebruikt, waarin nog een oude motietekst stond. Dat betekent dat ik een verkeerd dictumpunt voorgelezen heb. Het derde dictumpunt van de motie Ooievaarspas overal geaccepteerd, luidt: zoveel als mogelijk de financiële gevolgen van het verhogen van de vergoeding voor de gemeente inzichtelijk te maken. Het goede nieuws is dat de juiste versie van de motie is rondgestuurd en in het RIS staat. Dank u wel. Wethouder Bruines (D66). Voorzitter.
Dank aan de leden van de raad voor de gemaakte opmerkingen en voor de complimenten voor de nota die is opgesteld. Daar hebben inderdaad veel mensen aan meegewerkt. Het is altijd fijn om een kwalitatief goede maar ook gedragen nota te krijgen, en dat is deze nota. Terecht vraagt u nog wel aandacht voor een aantal punten, en dat hebben ook anderen gedaan, in de inspreekronde. Eén punt dat een aantal van u genoemd heeft, is de financiële situatie. We hebben natuurlijk in de afgelopen jaren te maken gehad met een aantal regelingen die vanuit het Rijk zijn gekomen. Dat is bijvoorbeeld de SPUK-regeling, wat incidenteel geld is. Op een gegeven moment houdt zo'n regeling weer op. Dat staat ook in de nota genoemd als zorgpunt. We hebben ook gezegd dat we er de komende tijd alles aan zullen doen om te kijken hoe we op een zo goed mogelijke manier weer voldoende middelen bij elkaar kunnen krijgen. Dat geld komt soms uit cultuur, maar soms ook uit bijvoorbeeld het Talentenfonds of regelingen die te maken hebben met de ontwikkeling van jongeren in het algemeen. Dat is gelijk ook een opmerking richting de heer Uduba. Ook daaruit kunnen middelen komen die voor een deel ten goede kunnen komen aan cultuur. Dat zijn dan geen middelen die specifiek zijn genoemd voor cultuur. Soms zijn het middelen voor bredere ontwikkeling en dan kijken we hoe die ook voor cultuureducatie kunnen worden ingezet.
Daardoor helpen andere beleidsterreinen de cultuur soms een beetje, bijvoorbeeld vanuit het doel om jongeren of kinderen zich verder te kunnen laten ontwikkelen en de kansengelijkheid te bevorderen. Voorzitter, ik zag, dacht ik, een interruptie. O nee, toch niet. Ik kom hier straks nog wat uitgebreider op terug naar aanleiding van de motie. Er zijn twee moties die zullen worden beantwoord door wethouder Vavier, waaronder de motie van de heer De Vuyst over de Ooievaarspas. De tweede motie van de heer De Vuyst is Promoot participatie door de hele stad, waarmee wordt bedoeld dat het belangrijk is om overal goed te kunnen laten zien wat er is en die informatie zo toegankelijk mogelijk te maken voor iedereen. Het is goed om wel even op te merken dat wij op dit moment geen budget hebben om nog een hele grote extra campagne te voeren. We vinden het wel heel belangrijk om te kijken hoe de vindbaarheid en de zichtbaarheid kunnen worden vergroot. Dat zullen we samen met CultuurSchakel doen en dat kan via websites of met informatie via scholen en wat dies meer zij, daarbij zo veel mogelijk aansluitend bij wat wij al doen. Met die opmerking erbij kan het college deze motie aan de raad laten. 23
De heer Van Esch heeft nog een vraag gesteld over de zorg van de Cultuurankers over de combinatiefunctionarissen. De regeling combinatiefunctionaris die we nu hebben loopt tot 2026. Wij willen die middelen natuurlijk vanaf 2027 weer verder verlengen, zodat we ook een vervolg kunnen geven aan de subsidieregeling en misschien ook meer geld vrij kunnen maken voor combinatiefunctionarissen vanuit cultuur. Maar dat is aan degenen die er op dat moment over gaan. De inzet is natuurlijk wel omdat zo goed mogelijk te laten voortbestaan. Ik ben blij dat we vanaf vorig jaar in ieder geval een extra impuls hebben kunnen geven, maar daar moeten we het nu even mee doen. Maar het punt zit zeker goed tussen de oren, zullen we maar zeggen. Dan kom ik bij de heer Bom, die zorgen heeft geuit over de nieuwe subsidiesystematiek van het onderwijs. In plaats van een bepaald bedrag per leerling gaat het nu over de opdracht om in ieder geval één ding te organiseren. Hoe wordt dit nou gemonitord? In de nieuwe subsidiesystematiek van het onderwijsbeleid wordt vastgelegd dat scholen ten minste één activiteit per leerling aan cultuureducatie af moeten nemen. Ze moeten ook verantwoording afleggen over de ontvangen subsidie. Middels deze verantwoording kunnen we monitoren of dat ook gebeurt.
Daar zal ook in de komende HEA, Haagse Educatieve Agenda, het nodige over worden opgemerkt, en in het uitvoeringsplan regelingen zal hierover ook iets worden opgenomen. Dat komt in Q2. Ik kan me voorstellen dat we dat inderdaad goed monitoren en als blijkt dat dat niet goed gebeurt, zullen we ook echt moeten gaan kijken hoe we daarop kunnen ingrijpen. Maar laten we eerst even kijken of het gaat werken of niet. De heer Bom vraagt ook om meer Haags aanbod op Haagse podia. Hij zei daar gelukkig zelf ook bij dat wij als gemeente natuurlijk niet gaan over de programmering van de podia. Dat was eigenlijk ook mijn antwoord. Kijk, soms gaat het bij de programmering zo dat een podium echt zelf bedenkt: ik ga iets organiseren op dit podium en dat inkopen. Maar heel vaak werkt het zo dat gezelschappen of partijen zich melden omdat ze graag ergens willen optreden, en ze dan met het podium tot een afspraak komen over waar bijvoorbeeld de opbrengsten naartoe gaan. U weet dat daar verschillende vormen van zijn. Ik vind dit dus wel een beetje een lastige vraag. Ik weet eerlijk gezegd ook niet of het waar is wat de heer Bom zegt. In die zin vind ik dit dus eigenlijk een wat ingewikkelde motie om positief op te adviseren. Wat ik wel zou willen doen, is in ieder geval de boodschap doorgeven in het reguliere overleg dat ik heb met de culturele instellingen.
Ik kan daar doorgeven dat er in ieder geval één partij is die zich hier zorgen over maakt; laat ik het zo zeggen. Wat dat betreft is de motie dus, denk ik, overbodig. En ik ontraad de motie in die zin dat het lijkt alsof wij daar zelf als gemeente over gaan, wat niet het geval is. Dan over Popradar. Een aantal van u hebben daar opmerkingen over gemaakt. We hebben daar lang over gesproken. Voor de helderheid zeg ik nog het volgende. We hebben het bij Popradar eigenlijk over twee aspecten. Het eerste is de organisatie Popradar, die gewoon een belangrijke rol heeft in het ondersteunen van de popmuziek en de hele keten die daarachter zit van oefenen tot optreden en alles wat daarbij zit. Het tweede aspect is het pand. Dat pand heet ook Popradar, en ik merk dat dit in de discussie veel door elkaar loopt. We zien nu dat het exploiteren van zo'n pand voor een relatief kleine organisatie als Popradar best ingewikkeld is. Ze zeggen ook: wij kunnen dat binnen de subsidie die wij hebben, niet meer goed opbrengen. Wij zijn nu aan het onderzoeken of dat uit elkaar gehaald kan worden en op welke manier dat zou kunnen.
Hoe kunnen we dat pand op zo'n manier geëxploiteerd krijgen dat daar geen verlies op wordt geleden, maar ook de bandjes, de lessen, de verenigingen, de zangkoren, de harmonieën, de fanfares en misschien ook een Cultuuranker daar een plek zouden kunnen krijgen? Hoe kunnen we zorgen dat het pand weer goed draait en ook Popradar in het pand of ergens anders - dat is een van de scenario's die wordt uitgewerkt - goed kan functioneren binnen de taak die zij hebben als systeeminstelling? Daar wordt op dit moment heel hard aan gewerkt en we hebben ook gezegd dat iedereen tot en met juli in dat pand kan blijven zitten. We willen zo snel mogelijk helderheid geven, maar 1 december is echt te vroeg. Dat gaan we gewoon niet redden. Het moet zorgvuldig gebeuren en het moet met alle partijen goed worden besproken en goed worden doorgerekend. Dat gaan we dus gewoon niet halen. Ik heb u gezegd dat er in Q1 zo snel mogelijk iets ligt, maar ik moet deze motie ontraden gezien het tijdstip dat hier zo dwingend in staat. Dan de motie van mevrouw Faïd, Van de straat naar de schouwburg. O, die wordt ook door wethouder Vavier geapprecieerd. Die gaat ook over de Ooievaarspas, dus dat doet de wethouder Ooievaarspas. Dan de heer Smit van de Partij voor de Dieren. 24
Fatima Faïd (HSP). Nou, het gaat niet alleen over de Ooievaarspas. Het gaat natuurlijk vooral ook over het Talentenfonds. Daar heb ik natuurlijk wel een beetje commentaar op geleverd via deze motie. Wethouder Bruines (D66). Ik zal straks nog iets over het Talentenfonds zeggen, maar ook het Talentenfonds valt onder wethouder Vavier. Dat is namelijk gericht op kinderen die niet automatisch mee kunnen doen. Dat is dus echt een armoede-instrument. Wethouder Vavier neemt dit in één keer mee. Dan de motie over een ruimte-indicatie voor cultuureducatie. De Partij voor de Dieren vraagt om duidelijk in kaart te brengen wat er nodig is aan fysieke ruimte voor het behalen van de doelen. Het college kan deze motie aan de raad laten, maar ik wil er wel één ding over zeggen. Ik hoop dat de heer Smit dat ook begrijpt en dat accordeert. Wij hebben geen middelen voor echt een heel uitgebreid behoefteonderzoek bij alles en iedereen. Ik zou dat ook wel zonde vinden van het geld. Wel vind ik het belangrijk om de zorgen die bij instellingen leven, maar ook de signalen die bij CultuurSchakel binnenkomen en de dingen die we zelf weten, zo goed mogelijk op een rijtje te zetten en te kijken hoe we de grootste knelpunten kunnen gaan oplossen en hoe we zicht houden op de ontwikkeling daarvan. Dat zijn drie aspecten die we belangrijk vinden. Ik zie de heer Smit nu knikken.
Met die knik, die nu ook in de Notulen staat, kan het college deze motie aan de raad laten. Dan de motie Liever lange lijnen. Die gaat inderdaad over de combinatiefunctionarissen en het Talentenfonds. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat die elkaar niet in de weg zitten? We hebben juist gemeend om te moeten bekijken hoe we deze regelingen zo goed mogelijk op elkaar kunnen laten aansluiten. Het is, denk ik, goed om even te melden dat dit twee verschillende dingen zijn. De combinatiefunctionarissen zijn bedoeld om partijen, dus aanbieders en scholen en andere partijen, zo goed mogelijk aan elkaar te verbinden, zodat kinderen of andere mensen die met cultuureducatie of cultuurparticipatie bezig zijn ook weten waar ze terechtkunnen en de toegankelijkheid vergroot wordt. Dat is ook hun taak. Dat raakt ook aan wat u zegt over plekken en bekendheid; dat kwam vanuit GroenLinks. Daarin hebben die combinatiefunctionarissen een belangrijke rol, om ook in de wijk duidelijk te maken wat er allemaal is. Het Talentenfonds gaat echt over kinderen met een Ooievaarspas, dus over armoedeproblematiek en over individuele kinderen die een stap verder worden geholpen. Dat is dus een andere invalshoek. We vinden het belangrijk om te kijken hoe die elkaar kunnen versterken.
Ik interpreteer het dan zo dat die talentenmakelaar ook put uit de kennis die de partners van Kinderen, Cultuur en Kansen hebben opgedaan. Dat kan natuurlijk op verschillende manieren. Er is veel kennis en de kennisoverdracht zal worden gefaciliteerd. U vraagt ook om te zorgen dat de talentmakelaars alleen als aanvulling op en versterking van de combinatiefunctionarissen worden ingezet, en niet in plaats van. Nee, het is de bedoeling dat er echt goed wordt samengewerkt op dat punt. Ook zal het zeker onderdeel uitmaken van onze uitvoeringsagenda - dat is het derde punt - om te kijken hoe de financiering zo structureel mogelijk kan worden ingezet voor de doelen van de nota. Dat is ook een van de onderzoeksdoelen die staan genoemd. In die zin kunnen wij deze motie dus aan de raad laten. Fatima Faïd (HSP). Even voor mijn helderheid, want misschien gaat wethouder Vavier mijn motie wel juichend omarmen. Je weet het niet; het zou zomaar kunnen. Ik wil toch even helderheid hebben over het volgende. Ik vind het een beetje zonde dat er zo veel geld gaat naar ambtenaren vanuit het Talentenfonds. Als ik het goed heb begrepen, is de bedoeling van dat Talentenfonds namelijk juist dat we kinderen die talenten hebben, en die we ineens ontdekt hebben, gaan helpen. Mijn motie gaat erover dat we op deze manier misschien talenten kunnen ontdekken. We doen het dan dus aan de voorkant.
Dat is ook een beetje de reden waarom ik deze motie indien. Ik vind dat er wel heel veel geld naar het ambtelijke apparaat gaat. Wethouder Bruines (D66). Maar het Talentenfonds is gericht op individuele ontwikkeling en niet op een goedkoop en breed aanbod voor iedereen. Daar vraagt de motie naar. Ik wacht even de beantwoording af van wethouder Vavier. Hoe dan ook letten we er altijd op dat middelen die we hebben om te besteden aan kunst en cultuur of aan de ontwikkeling van jongeren, of dit nou jongeren zijn in achterstands- of armoedesituaties of jongeren in den brede, zo goed mogelijk terechtkomt bij de activiteiten en de mensen waarvoor ze bedoeld zijn. Daar letten we echt op. Maar je hebt ook mensen 25
nodig om dat georganiseerd te krijgen en om, als er een talent is dat verder geholpen kan worden, te zorgen dat dit geregeld wordt en zo iemand op de goede plek terechtkomt enzovoorts. Daar is het voor bedoeld. Ik zal nogmaals meegeven, en ik weet dat wethouder Vavier dat ook doet, dat we geen overbodige bureaucratie willen in dit soort dingen. Dat zou echt zonde zijn van de middelen. Ik denk dus dat we elkaar daarin echt vinden. Dan ga ik graag door met de laatste motie, van de heer Uduba. Die moet het college ontraden, want door de manier waarop de heer Uduba dit stelt, lijkt het alsof de middelen die vanuit Cultuur naar voren worden gebracht voor cultuureducatie, bedoeld zijn om andere doelen te bereiken. Dat is niet het geval. Vanuit Cultuur wordt er geld gegeven aan cultuureducatie, omdat wij cultuureducatie en participatie belangrijk vinden. Daar gaat het geld ook naartoe. Het is mooi meegenomen als dit ondertussen ook leidt tot andere fijne dingen, bijvoorbeeld persoonlijke ontwikkeling of het feit dat mensen minder op straat hangen en wat meer dingen doen, maar het geld is bedoeld voor culturele activiteiten. Als er cultuur wordt gegeven op school, wordt dat ook betaald vanuit het onderwijs, dus door de scholen. De scholen krijgen daarvoor ook geld van het Rijk. Het staat in de kerndoelen. De scholen besteden dat vanuit het onderwijsperspectief aan cultuur.
Soms hebben we ook projecten zoals het Talentenfonds, dat ik zonet heb genoemd, of andere regelingen, die te maken hebben met het bestrijden van achterstanden of het bevorderen van gelijke kansen - dat is dan het primaire doel - die ook ten goede kunnen komen aan cultuur. Als we al die cijfers eens op een rijtje zetten, is daarin best een mooi evenwicht te zien. Ik wil het u best doen toekomen in plaats van het nu allemaal voor te lezen, want ik heb anderhalve pagina met cijfers meegekregen. Het is dus niet zo dat cultuurgeld wordt ingezet voor onderwijsdoelen. Cultuureducatie is natuurlijk wel wat anders, want dat gaat om het leren musiceren of tekenen of weet ik veel wat, en participatie gaat om dingen doen. Dat is hoe het in elkaar zit. De stelling van de heer Uduba van de VVD klopt dus wat het college betreft niet. Daarom willen wij deze motie ontraden. Anthony Uduba (VVD). Als ik naar de stukken kijk, zie ik in ieder geval dat van de € 15,7 mln. die we uitgeven aan cultuureducatie en -participatie, 90% uit het cultuurbudget komt. Klopt dat of klopt dat niet? Wethouder Bruines (D66). Het is 87%, en dat komt uit het cultuurbudget omdat het ook cultuurbeleid is.
Het is cultuurbeleid om cultuureducatie te bevorderen, dus te zorgen dat kinderen les kunnen krijgen in muziek, tekenen, schilderen en wat dies meer zij op scholen of op andere plekken, en om participatie te bevorderen, zodat men in de gelegenheid wordt gesteld om zich al dan niet in verenigingsverband bezig te houden met kunst en cultuur. Dat is ons cultuurbeleid en daar gaat dus ook geld naartoe. Verder betalen het onderwijs en de scholen zelf de culturele activiteiten die zij inkopen vanuit Onderwijs. Wij subsidiëren dan soms vanuit Cultuur degenen die het aanbieden om de programma's te maken, en de scholen kopen dat in vanuit de middelen die zij hebben. Anthony Uduba (VVD). Het zal u niet verbazen dat ik dit antwoord van de wethouder heel spijtig vind. Alle discussies die wij hier de afgelopen drie jaar hebben gevoerd over cultuur, gaan over geld. Of het nou gaat over het mjb, de Cultuurvisie of straks over het worden van Europese hoofdstad, het gaat over hoe we geld moeten vinden om onze culturele activiteiten zo goed mogelijk te financieren. Dan zou ik verwachten dat deze wethouder als voorvechter van het cultuurbudget binnen het college zou zeggen: ik grijp deze motie aan als een kans om met mijn collega's in het college te gaan praten over hoe we geld kunnen halen uit andere beleidsterreinen.
Maar ik zie dat de wethouder gewoon geen wil toont om deze motie te omarmen en het college aan het werk te zetten om meer geld voor cultuur te creëren. Klopt dat? Wethouder Bruines (D66). Nee, dat klopt niet. We hebben met elkaar afgesproken - en uiteindelijk gaat u daarover - dat wij in onze begroting verschillende programma's hebben met daarin verschillende doelen en verschillende bestedingsrichtingen. Daar zijn budgetten voor vastgesteld. Wij kijken natuurlijk altijd met elkaar wat er nodig is in de stad en waar dat geld naartoe moet. Dat is een brede afweging. De wethouder Cultuur pleit natuurlijk altijd voor extra middelen voor cultuur, de wethouder Sport zal dat doen voor sport, de wethouder Armoede doet het voor armoede en de burgemeester doet het voor veiligheid. Dan maken we met elkaar … O, de bibliotheken hebben we ook nog, en Europa. 26
Daar moet het geld juist vandaan komen. Nou, hoe het ook zij, dit is natuurlijk de manier waarop wij met elkaar werken. Daarom is het zo mooi dat we, als er een regeling komt vanuit het Rijk, bijvoorbeeld om de algemene participatie van kinderen te vergroten, ook kijken wat we daar in het culturele domein mee kunnen doen, net zo goed als we kijken wat we daar in het sportdomein mee kunnen doen, omdat we het ook belangrijk vinden dat kinderen bewegen. Dat is de afweging die je dan met elkaar maakt. Ik ben het dus niet eens met de stelling van de heer Uduba. De voorzitter. Laatste keer, meneer Uduba. Anthony Uduba (VVD). Het bestrijden van eenzaamheid en het zorgen voor samenhorigheid in de wijk: ik zie niet in hoe die dingen met cultuur te maken heeft. Ik vind het dus heel spijtig dat de wethouder deze kans niet grijpt. De voorzitter. De wethouder zet haar betoog voort. Of was je klaar? Nee, hè? Wethouder Bruines (D66). Ik heb alle moties behandeld. Dank u wel. Wethouder Vavier (GroenLinks). Voorzitter. Er liggen twee moties voor mij om te appreciëren. Ik vind wethouder Ooievaarspas trouwens best een leuke titel voor op mijn volgende visitekaartjes, als die op zijn. Dank dus voor deze tip. Ik begin met de motie van de Haagse Stadspartij, Van de straat naar de schouwburg. Die moet het college helaas ontraden, om een aantal redenen.
Allereerst zijn veel musea al gratis voor kinderen en voor pashouders. Volwassen Ooievaarspashouders krijgen in ieder geval hun eerste bezoek per jaar aan het museum gratis. Er worden ook veel theatervoorstellingen georganiseerd. Ook zijn er in de schoolvakanties veel activiteiten waarbij kinderen in aanraking kunnen komen met cultuur. Dat doen we ook in samenwerking met CultuurSchakel en de theaters, de Cultuurankers in de stad. Wij kopen dan bijvoorbeeld voorstellingen in en verstrekken de kaarten daarvoor aan pashouders. Ooievaarspashouders, of het nou gaat om kinderen of om volwassenen, hebben dus op allerlei verschillende manieren de mogelijkheid om in aanraking te komen met cultuur. In het tweede dictumpunt staat dat het moet worden bekostigd uit het Talentenfonds. Dat is ook een belangrijke reden om deze motie te ontraden. Dat komt omdat dat is gericht op individuele talentontwikkeling en niet alleen maar op cultuurparticipatie. Fatima Faïd (HSP). Bedankt aan de wethouder voor de beantwoording, natuurlijk. Twee dingen. Stel dat ik die tweede bullet weghaal. Kunt u er dan misschien wel mee leven? Dat is één. Ten tweede zegt u steeds 'wij bieden van alles aan' maar dat is het probleem ook niet. Het probleem is of u kunt aantonen dat er heel veel gezinnen gebruikmaken van het aanbod van cultuur. Volgens mij geven de cijfers juist aan dat dat niet zo is.
Wethouder Vavier (GroenLinks). Dat laatste is echt een andere kwestie, en die garantie hebben we ook niet als we iedereen een gratis kaartje geven. Dan kunnen mensen namelijk nog steeds de keuze maken om dat kaartje niet te gebruiken, want het is ook gewoon een eigen vrije keuze. Dat is ook een belangrijke reden waarom we dit niet op deze manier doen. Fatima Faïd (HSP). Nee, dat snap ik, maar het gaat er natuurlijk om dat we op alle mogelijke manieren de drempels willen verlagen. En een kaartje geven is wat anders dan in een foldertje zeggen: u kunt in de herfstvakantie leuk meedoen met De Betovering. Ik bedoel, dat is een andere vorm van communicatie naar de doelgroep toe. Dat is een beetje het punt van deze motie. De voorzitter. Wethouder Faïd … Nee, wethouder Vavier. Wethouder Vavier (GroenLinks). Voorzitter, er zijn vandaag al allemaal nieuwe functies langsgekomen bij dit eerste agendapunt! Het Talentenfonds biedt niet alleen maar die talentmakelaars die kinderen helpen om hun talent te ontdekken en om hen naar de juiste les te krijgen. Het biedt ook
27
de Cultuurstrippenkaarten voor kinderen. Dat is dus ook een manier om kinderen in aanraking te laten komen met cultuur. Dan blijft mijn appreciatie van ontraden dus nog steeds staan. De voorzitter. Laatste keer, mevrouw Faïd. Fatima Faïd (HSP). Maar hoe vaak wordt er nou gebruikgemaakt van die strippenkaart? Want volgens mij blijkt uit stukken dat er helemaal niet zoveel gebruik van die strippenkaart wordt gemaakt. Nogmaals, dit is een motie van: alle hens aan dek. Wethouder Vavier (GroenLinks). Die Cultuurstrippenkaart is dus nét ingesteld, hè. Het is dus vrij logisch dat die nog niet heel erg veel wordt gebruikt. En die garantie hebben we ook niet als we iedereen een gratis kaartje geven. Deze motie gaat dat dus niet oplossen, maar ik wil met alle liefde in de nieuwe Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen wat meer informatie delen met uw raad over het gebruik van de Ooievaarspas voor met name theater en muziek, dus in ieder geval het culturele aanbod. Deze motie ontraadt het college. Dan de motie van GroenLinks, Ooievaarspas overal geaccepteerd. Deze kan het college aan de raad laten. De Ooievaarspas heeft als doel om zo veel mogelijk pashouders te ondersteunen en te activeren om deel te nemen aan activiteiten op het gebied van sport, cultuur en recreatie. We staan er altijd voor open om te onderzoeken hoe het gemeentelijke aanbod nog verder verbeterd kan worden. De voorzitter.
Ik kijk de kring rond. Is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. De beraadslaging wordt gesloten. Aan de orde is: G.
Gewijzigd initiatiefvoorstel D66 en CDA inzake Haagse wijken aan zet (RIS321542).
De voorzitter. Mevrouw Van Doorn zal een korte toelichting geven op het voorstel. Marieke van Doorn (D66). Voorzitter. De mate waarin je vanuit een van de 44 wijken in de stad kan meepraten over gemeentelijk beleid dat jouw wijk raakt, verschilt veel te veel. Dat is de reden waarom onze fractie samen met de fractie van het CDA Den Haag dit initiatiefvoorstel heeft gemaakt. Heel veel dank aan mevrouw Frey voor de samenwerking en ook aan Jens, Julia en Iris voor de ondersteuning, want die was van onschatbare waarde. Ook veel dank aan de mensen in de stad die wij hebben gesproken over de verschillende versies van dit voorstel. De verschillen van wijk tot wijk zijn dus veel te groot, en dat is de reden waarom we dit voorstel hebben gemaakt. Want woon je in Loosduinen of bijvoorbeeld in Bezuidenhout, dan zit je goed. Jouw belang wordt hier op het stadhuis goed naar voren gebracht. Maar vanuit heel veel andere wijken zien wij als raad hier op het stadhuis maar zelden of nooit iemand het belang van de wijk bepleiten. Woon je daar toevallig, dan zijn je kansen kleiner om met vereende krachten mee te praten over beleid dat wij hier maken en dat jouw wijk aangaat.
Het is tijd dat we op het stadhuis een beter inzicht en overzicht per wijk krijgen van de manier waarop bewoners en organisaties die actief zijn in de wijken en zich betrokken voelen bij de wijk en bij de stad, en hoe zij invloed willen en kunnen uitoefenen op hun leefomgeving. Dit zal wel een investering vergen, een financiële investering. Vandaar dat we vragen om de wijkscans met bewoners en bewonersorganisaties uit te voeren vóór het einde van het eerste kwartaal van 2026. Dan kan dit overzicht namelijk ook worden meegenomen bij de onderhandelingen. De partijen die daarbij dan aan tafel zitten, kunnen dan goed geïnformeerd besluiten of en, zo ja, in welke mate ze willen investeren in de Haagse wijkdemocratie. Wij zijn vorig jaar ter inspiratie in Rotterdam gaan kijken met een hele grote delegatie vanuit deze raad, om te zien hoe ze daar de wijkdemocratie hebben vormgegeven. Als indieners van dit initiatiefvoorstel pleiten we voor een echt Haags model, voortbouwend op wat er al goed gaat in deze stad. De voorgestelde wijkscans zijn daarvoor een eerste stap. In Rotterdam hebben ze scherp in beeld 28
welk beleid wijkspecifiek is en wat wijkoverstijgend of zelfs stadsbreed is. Dat helpt, zo denken wij als indieners, bij het verwachtingenmanagement bij bewoners en op het stadhuis bij het bepalen op welk niveau de participatie wordt ingestoken. Vandaar dat we dit hebben meegenomen als punt in dit voorstel. Het was goed om in de commissievergadering van het college te horen dat het dit graag met bewoners gaat vormgeven. Dank aan alle collega's in de commissie voor een mooi debat. Naar aanleiding daarvan hebben we het dictum van dit voorstel op een paar kleine puntjes aangepast en hebben we het ingediend. Vooral de meerwaarde van ons initiatief om wijkdemocratie te versterken, werd bevraagd. Het inzicht in wat de wijken zelf nodig denken te hebben om hier op het stadhuis aan zet te komen, een indicatie van de kosten daarvan en helderheid over welk beleid alleen de wijk aangaat en welk beleid ook andere wijken aangaat, lijkt ons een heel mooi fundament om op verder te kunnen bouwen. Wij hopen daarom op brede steun vanuit de raad voor dit voorstel. De beraadslaging wordt geopend. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. De lokale democratie begint niet in dit stadhuis, maar in onze wijken, bij onze bewoners, organisaties, vrijwilligers, betrokken verenigingen en ondernemers. Bewonersorganisaties zijn de ruggengraat van participatie in de Haagse wijken.
We zien ze dan ook vaak hier op het stadhuis om in te spreken. Voor het CDA is het belangrijk dat we betrokken en constructieve bewoners koesteren en bewonersorganisaties serieus nemen, door ze een structurele plek in de besluitvorming te geven en door ze structureel te ondersteunen. Op deze manier brengen we de democratie dichter bij de mensen en maken we van Den Haag een stad waarin bestuur en samenleving elkaar vinden. Veel dank aan de initiatiefnemers, en in het bijzonder Marieke Van Doorn en natuurlijk onze eigen Astrid Frey, voor dit mooie initiatiefvoorstel. Tot slot wil het CDA iedereen in deze raad die ook altijd opkomt voor bewonersorganisaties en wijkdemocratie, oproepen om voor dit initiatiefvoorstel te stemmen. Minke Hofstra (VVD). Voorzitter. We bespraken in de commissievergadering dit initiatiefvoorstel, Haagse wijken aan zet. Ook mijn fractie vindt dat de participatie in deze stad beter kan. Hiervoor is kortgeleden een participatiehandboek vastgesteld, en een participatieverordening met een participatieladder. Ga dit in de praktijk nou eindelijk eens een keertje goed doen, college. Dat vindt mijn fractie. Haags college aan zet! Zorg dat je de afspraken die nu zijn gemaakt, nakomt. Neem de zorgen van bewoners serieus, betrek ze tijdig en zorg voor duidelijke communicatie: waar ga je wel over en waar niet? En wek geen verkeerde verwachtingen.
Ik denk dat mijn punt duidelijk is. Als het nu niet goed werkt, zorg dan dat dat eerst goed gaat voordat je weer iets nieuws verzint. Mijn fractie zal tegen dit voorstel stemmen. Joren Noorlander (D66). Voorzitter. Waarom zouden we de stad alleen met 45 raadsleden maken als we dat ook samen met de inwoners kunnen doen? Dat idee vormde al de basis van de inspiratienota democratie en van de participatieverordening die we inmiddels hebben vastgesteld. Toch zijn we er nog niet. Veel bewonersorganisaties voelen zich overvraagd en soms zelfs genegeerd, en veel Hagenaars hebben het gevoel dat hun stem te weinig doorklinkt in de keuzes die in de raad worden gemaakt. Dit voorstel verandert dat. De wijkdemocratie wordt een fundament onder ons bestuur. Het gaat erom dat wij kijken naar het unieke DNA van elke wijk. Wat werkt in Loosduinen hoeft niet per definitie te werken in Laak. En wat in Bezuidenhout goed loopt vraagt in Moerwijk misschien wel om een andere aanpak. Daarom pleiten we voor een wijkscan, om samen met bewonersorganisaties, sleutelfiguren en wijkbewoners zelf in kaart te brengen wat er nodig is. Het voorstel erkent de waarde van de bestaande structuren.
De Commissie Loosduinen en de wijkorganisatie Bezuidenhout, maar ook de BIZ'en en de preventieteams doen belangrijk werk, vaak met vrijwilligers die hun vrije tijd opofferen en inzetten voor de stad en het welzijn en het welbevinden van hun wijken. Hen serieus nemen, hun adviezen beantwoorden en hen ondersteunen in hun rol is noodzakelijk. Voor D66 staat voorop dat democratie pas echt werkt als bewoners zich gezien en gehoord voelen. Dat vraagt om structuren en om een cultuur met een houding van vertrouwen en erkenning. Met dit voorstel zetten we een belangrijke stap om dat waar te maken. 29
Janneke Holman (PvdA). Voorzitter. Dank aan D66 en het CDA voor dit initiatiefvoorstel. Het is belangrijk dat we altijd naar manieren blijven zoeken om bewoners meer inspraak te geven in hun wijk, bewonersorganisaties te versterken en te kijken naar democratisering en participatie. We zijn nog niet helemaal overtuigd van de gelote wisselende klankbordgroepen in wijken. We vragen ons af of die hier de beste manier voor zijn. Dit is een van de opties die in het voorstel worden genoemd. Maar het dictum van het voorstel vraagt nu eerst om een wijkscan om in elke wijk te kijken naar de behoefte aan democratische versterking. Dat is een stap die wij zeker kunnen steunen. Daarom zal de PvdA voor dit initiatiefvoorstel stemmen. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Ook een korte bijdrage van mijn fractie, omdat wij er in de commissie niet bij konden zijn. Dank aan de indieners voor dit initiatiefvoorstel. We zijn samen al lang onderweg, denk ik. Ik hoorde de inspiratienota zojuist langskomen. Nou, het is toch al even geleden dat we die hebben geschreven en hebben ingediend. Zoals u weet, hecht ook ChristenUnie/SGP veel waarde aan participatie. Goed bestuur vereist immers ook goed luisteren. Ik denk dat dat vandaag nog vaker gaat langskomen.
Mijn fractie vindt de wijkscan ook een mooi initiatief, en een eerste stap om helder te krijgen welke behoefte er bestaat in welke Haagse wijken. Daarom zal mijn fractie dit voorstel steunen. De voorzitter. Dan kijk ik naar het college. Nee, er zijn geen vragen gesteld, maar wilt u reageren op het initiatiefvoorstel? Wethouder Icar (DENK). Voorzitter. Ik ben gewend om naar voren te lopen als er vragen worden gesteld of als er een motie is ingediend, maar in dit geval heb ik toch een dankwoord aan de indieners. We hebben hier uitgebreid over gesproken. Het commissiedebat was heel interessant en het is fijn om te zien dat de hele commissie en de hele raad participatie heel serieus nemen, en ook het verzoek doen aan het college om dit niet licht te nemen maar hier werk van te maken. Wat dat betreft heb ik u dus gehoord, en ook de VVD; die kritische noot hoor ik ook. Tegelijkertijd vind ik dat dit initiatiefvoorstel een meerwaarde heeft. Hiermee gaan we in al die wijken beter zicht krijgen op wat er is en hoe we de participatie kunnen versterken. Ook in de commissie hebben wij gezegd dat we dit voorstel als college onderschrijven en er een positief oordeel aan geven, en dat we het volledige initiatiefvoorstel aan de raad laten. De voorzitter. Dan kijk ik of mevrouw Van Doorn nog behoefte heeft om op de beraadslagingen te reageren. Marieke van Doorn (D66).
Nou, heel erg kort, voorzitter. Heel veel dank voor alle complimenten, die ik ook zeker zal doorgeven aan mevrouw Frey. Richting de VVD zou ik nog willen zeggen dat ik snap wat zij bedoelt met haar opmerkingen over het participatiebeleid. Wij hebben net wat nieuws. Dit college heeft veel nieuwe dingen opgezet. Dit initiatiefvoorstel gaat over de vraag met wie we nou eigenlijk participeren. Wie is in de stad ons klankbord? Met wie kunnen we als gemeente echt het gesprek voeren? Daarop focussen wij in dit voorstel, want wij zien gewoon dat daar heel weinig voor geregeld is in Den Haag, ook als je het vergelijkt met steden als Rotterdam of Amsterdam. Dat zien wij als een meerwaarde van dit voorstel. Wij zien dit als iets wat we moeten verkennen en waar we een echt Haags model op moeten bouwen. Dit is een eerste stap daartoe. Er kunnen nog allerlei afslagen genomen worden rond bijvoorbeeld de gelote klankbordgroepen. Dat is een van de opties, maar dat hoeft het niet te worden. Het moet vooral gewoon een echt Haags model zijn, met de wijkscans en met de kosten die in kaart worden gebracht. Wat is nou wijkspecifiek en wat niet? Dat is nu wat ons betreft het belangrijkste. Wij hopen op zo veel mogelijk steun, maar dat had ik al gezegd. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Ik schors twee minuten voor een korte sanitaire stop.
De vergadering wordt van 15.14 uur tot 15.16 uur geschorst. 30
Aan de orde is: H.
Voorstel van het college inzake Oprichting stichting Zorginnovatiehub (RIS322180).
De beraadslaging wordt geopend. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Een zorginnovatiehub. Dat klinkt mooi. Het hele plan en die samenwerking blijken al tien jaar te bestaan, zo ontdekten wij in de commissie. Wij hoorden daarvan op. Maar nu zit de vaart er lekker in en kregen we als raad zelfs het verwijt van de wethouder dat we niet voor de zomer akkoord zijn gegaan met het oprichten van de stichting. Daardoor hebben we nu geen partnerbijdrages of subsidies kunnen aanvragen. Het kwam neer op: het is uw schuld; het kost de gemeente nu vooral geld. Hoe het ook zij, de commissie heeft Hart voor Den Haag niet de duidelijkheid gegeven die we graag willen. Deze innovatiehub voelt voor ons als een hoofdpijndossier, zei mevrouw Verdonk namens mij in de commissie. Waarom zeiden wij dat? Ten eerste zal dit gehuisvest worden op de Leyweg. Dat is een plek waar we heel veel mooie dingen hadden kunnen realiseren. Collega De Mos heeft daar vandaag nog weer een mooi plan voor gelanceerd. Maar goed, de Zorginnovatiehub komt er en wij gaan daar nu ook positief tegen aankijken. Waarom noemen we het dan toch een hoofdpijndossier? Dat komt door de opzet. Want waar zeggen we ja tegen? De raad heeft alleen sturingsmomenten bij het ontslaan van de raad van toezicht en bij de begroting, want de optie Stopzetten huurcontract bij wanbeheer is een papierentijgeroptie.
Dat gaat gewoon nooit gebeuren. Daarom sta ik ook onder een amendement van de collega's van de Haagse VVD. Het is raar om te praten over iets wat nog moeten worden ingediend, maar ik moet er toch even op vooruitlopen. In dat amendement geven we aan dat we meer zeggenschap willen. Er is namelijk geen duidelijkheid over wat er gebeurt als de hele zaak jaarlijks verliesgevend blijkt te zijn. Er zijn bijvoorbeeld positieve gesprekken gevoerd met de huurder, maar er is nog niks concreet. Welke risico's loopt de gemeente als de stichting failliet gaat of als het huurcontract niet kan worden nagekomen? Dat gebeurt wel vaker in deze stad. Kortom, dit voelt niet helemaal goed. Geef de raad wat comfort, zou ik zeggen, en omarm het amendement dat mevrouw Hofstra straks gaat indienen. Jan Willem van den Bos (PvdD). Voorzitter. Deze stichting voor zorginnovatie komt er mede dankzij de regiodeal en in het kader van het Nationaal Programma Zuidwest. Laten we bij de oprichting dan ook meegeven dat ook de mensen in Zuidwest ervan moeten profiteren. Wat de Partij voor de Dieren en de ChristenUnie/SGP betreft, vullen we de doelstelling in de oprichtingsakte dan ook iets aan. Daarom dien ik samen met collega Klokkenburg het amendement Zorg voor Zuidwest in.
Dat amendement besluit om dictumpunt I te verwijderen en een nieuw dictumpunt toe te voegen: als wens en bedenking kenbaar te maken dat de raad van belang acht dat de Stichting Zorginnovatiehub in de eerste plaats ook van meerwaarde is voor Den Haag Zuidwest, in het bijzonder voor de wijk Morgenstond, mede in het kader van het Nationaal Programma Zuidwest en de inzet van regiodealmiddelen. Voorts wenst de raad dat bij de oprichting van de Stichting Zorginnovatiehub in de akte van oprichting, en in het bijzonder in artikel 2 over de doelstelling, wordt opgenomen dat de stichting zich niet alleen richt op zorgprofessionals en organisaties, maar nadrukkelijk ook op dienstverlening aan inwoners in de nabijheid van de locatie van de Zorginnovatiehub, onder meer bij het stellen van hulpvragen, het vinden van passende zorg en ondersteuning, en het bevorderen van zelfstandig en prettig wonen. De voorzitter. Door de heer Van den Bos, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg, wordt het volgende amendement (H.A PvdD) voorgesteld:
31
Amendement H.A PvdD Zorg voor Zuidwest De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 oktober 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Oprichting stichting Zorginnovatiehub (RIS322180). Besluit om dictumpunt I te verwijderen en een nieuw dictumpunt toe te voegen: ▪ als wens en bedenking kenbaar te maken dat de raad van belang acht dat de Stichting Zorginnovatiehub in de eerste plaats ook van meerwaarde is voor Den Haag Zuidwest, in het bijzonder voor de wijk Morgenstond, mede in het kader van het Nationaal Programma Zuidwest en de inzet van regiodealmiddelen. Voorts wenst de raad dat bij de oprichting van de Stichting Zorginnovatiehub in de akte van oprichting, en in het bijzonder in artikel 2 over de doelstelling, wordt opgenomen: - dat de stichting zich niet alleen richt op zorgprofessionals en organisaties, maar nadrukkelijk ook op dienstverlening aan inwoners in de nabijheid van de locatie van de zorginnovatiehub, onder meer bij het stellen van hulpvragen, het vinden van passende zorg en ondersteuning, en het bevorderen van zelfstandig en prettig wonen. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Minke Hofstra (VVD). Voorzitter. We spreken vandaag over het voorstel van het college om de Stichting Zorginnovatiehub op te richten.
Mijn fractie vindt dat een zorginnovatiehub een goede manier kan zijn om zorginnovatie te versterken in Den Haag. We vinden echter dat het oprichten van een stichting die leunt op exploitatiesubsidie niet zonder risico is. We hebben daarom een amendement, waarvan Coen Bom mede-indiener is. Het amendement heet 'Verantwoord verder met de Zorginnovatiehub'. We besluiten om dictum I te wijzigen en de volgende wensen en bedenkingen kenbaar te maken ten aanzien van het voornemen van het college om de Stichting Zorginnovatiehub conform bijgevoegde akte van oprichting Zorginnovatiehub op te richten: A, het huurcontract en de exploitatiesubsidie kunnen pas worden getekend en verleend nadat de raad is geconsulteerd, en B, twee jaar na de eerste verlening van de exploitatievergunning wordt door de gemeenteraad, op basis van monitoring en evaluatie, besloten over verdere gemeentelijke betrokkenheid. Voor ons zijn deze voorwaarden voorwaardelijk voor instemming met dit voorstel. De voorzitter. Door mevrouw Hofstra, daartoe gesteund door de heer Bom, wordt het volgende amendement (H.B VVD) voorgesteld: Amendement H.B VVD Verantwoord verder met de Zorginnovatiehub De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 oktober 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Oprichting stichting Zorginnovatiehub (RIS 322180). Besluit om dictum 1 te wijzigen: ●
I. De volgende wensen en bedenkingen kenbaar te maken ten aanzien van het voornemen van het college om de stichting Zorginnovatiehub conform bijgevoegde akte van oprichting Zorginnovatiehub op te richten: A. Het huurcontract en de exploitatiesubsidie kunnen pas worden getekend en verleend nadat de raad is geconsulteerd. B. Twee jaar na de eerste verlening van de exploitatievergunning wordt door de gemeenteraad, op basis van monitoring en evaluatie, besloten over verdere gemeentelijke betrokkenheid. 32
Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. De Zorginnovatiehub wordt gepresenteerd als een grensverleggend concept. Er zitten positieve elementen in, zoals het bieden van ruimte aan ontmoetings- en zorgvoorzieningen voor onze bewoners. Het is echter nog niet concreet uitgewerkt wat de Zorginnovatiehub en de stichting nou precies gaan doen. Dat blijkt ook uit memo's die eerder met de raad zijn gedeeld. Veel hangt af van de samenwerkingsverbanden die zullen ontstaan. Het publiekprivate karakter van de hub blijft voor de SP een punt van zorg. De gemeente start het op, maar geeft het vervolgens grotendeels uit handen. Wij zijn er als SP huiverig voor dat publieke investeringen denk aan de investering in vastgoed maar ook aan eventuele gemeentelijke subsidies - uiteindelijk via de stichting als winst in de zakken van commerciële bedrijven zullen vloeien. Ook van de totale investerings- en exploitatielasten heeft de raad nog geen volledig beeld, waardoor mijn fractie nog te veel vraagtekens heeft om met dit voorstel in te stemmen. Wel zullen we voorstellen van andere fracties steunen die de doelen aanscherpen en de grip vanuit de raad vergroten. Wethouder Vavier (GroenLinks). Voorzitter.