RIS323402 Bijlage Werkprogramma MJPK5 2026-2029
Tekst van het document
<
>
Afeelding 14: situering kademuren in de Haven van Scheveningen Tabel 3: middellange termijn opgave in het Havencluster Assetnaam
Herstelmaatregel
Type maatregel
Eerste Haven, Visafslagweg
Sloop-nieuwbouw
Vervangen remmingswerk
Tweede Haven, Dr. Lelykade ‘de pijp’
Renoveren
Herstel verticale scheuren en dilatatievoegen
Tweede Haven, Hellingweg ‘de pijp’
Renoveren
Herstel verticale scheuren en dilatatievoegen
Tweede Haven, Dr. Lelykade noordzijde
Renoveren of sloop-nieuwbouw
Voor huidig gebruik volstaat renovatie: herstel scheuren, fenders en ankers, waterbodemherstel, bodembescherming
Tweede Haven, Dr. Lelykade zuidzijde
Renoveren
Herstel verticale scheuren en dilatatievoegen. Waterbodemherstel reeds in uitvoering
Tweede Haven, Hellingweg
Renoveren
Herstel verticale scheuren en dilatatievoegen
Tweede Haven, Kranenburgerweg
Renoveren
Herstel verticale scheuren en dilatatievoegen
27
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Kansen en knelpunten In de haven zijn veel ontwikkelingen gaande, die zijn uitgewerkt in de Havenvisie 2025-2050. Dit heeft mogelijk een impact op de belasting van de kades, vooral als het gebruik van de kades verandert: •
Eerste Haven: ontwikkelingen Visafslag. Vanuit de United Fish Association (UFA) vindt er ontwikkeling plaats aan de kade langs de Visafslag, mogelijk is hier werk-met-werk te maken.
•
Tweede Haven: ontwikkelingen aan de Dr. Lelykade noordzijde. Aan de noordzijde van de Tweede Haven wordt een bedrijventerrein gerealiseerd. Ook wordt hier een hotel gebouwd, waardoor de weg dichter bij de kade komt te liggen en de permanente belasting op de kade toeneemt. Aan deze kade zijn in de Havenvisie 2025-2050 bovendien aan- en afmeervoorzieningen voor zwaardere schepen gepland, met een tenderservice voor laden en lossen. Hoewel vanuit huidig gebruik renovatie voldoende is om de veiligheid te garanderen, zou de kade gezien het toekomstig gebruik vanuit de Havenvisie 2025-2050 dus mogelijk voor sloop-nieuwbouw geprogrammeerd moeten worden. De technische renovatieopgave zit daarom binnen de MJPK scope. Als voor toekomstig gebruik een ingrijpender herstelmaatregel nodig is, dan dient dit vanuit andere opgaves gefnancierd te worden
De focus van de Havenvisie 2025-2050 ligt op de culturele waarde van de haven en het versterken van de economische functies. Ook worden ambities benoemd om in te spelen op trends en veranderingen, zoals veiligheidsvraagstukken, zeespiegelstijging en de energie- en voedseltransities. Van deze trends is met name het vraagstuk rondom waterveiligheid direct verbonden aan de MJPK opgave, omdat de verschillende mogelijkheden (alle kades ophogen of een meer maatwerkoplossing van ‘meerlaagse veiligheid’) op de kademuren worden uitgevoerd.
<
Gezien de beperkte uitwijkruimte in de haven is het van belang om bij het programmeren in het oog te houden dat er voldoende aanlegplaatsen beschikbaar moeten zijn. Dit is potentieel een knelpunt omdat er twee opgaven in de haven zijn met een hoge urgentie: de vervanging van het remmingswerk (Eerste Haven) en het herstel van de kademuur aan de noordzijde van de Dr. Lelykade (Tweede Haven).
Clusteraanpak De technische staat van de constructies vormt de basis voor de aanpak van de komende jaren. Vervolgens is het van belang om waar mogelijk rekening te houden met de raakvlakken vanuit de functionele opgave en het benoemde knelpunt rondom aanlegplaatsen. Daarom is de aanpak om in dit cluster: •
Gezien de technische urgentie de volledige opgave in het MJPK5 te programmeren, voor zowel voorbereiding als uitvoering.
•
In de looptijd van het werkprogramma zal na afstemming blijken of de opgave in de Eerste en Tweede Haven parallel in uitvoering kunnen gaan, of dat het wenselijk c.q. mogelijk is om een volgorde aan te brengen in de uitvoering.
Zie hieronder een visuele weergave van de aanpak in de Haven:
>
28
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Afeelding 15: Scopekaart herstel opgave in de Haven
3.4.3 Cluster Eline Vere park Het Eline Vere park heeft kademuren van een
<
andere typologie dan tot nu toe in programmeringen van het MJPK aan bod is gekomen. Het zijn kademuren met een geringe kerende hoogte, op palen gefundeerd. Ondanks een beperkte bovenbelasting, vertonen deze kademuren gebreken, waardoor ze in MJPK4 al geprogrammeerd waren. Met de herziening van dat werkprogramma is dit project on hold gezet, waardoor een deel van het Eline Vere park momenteel niet gebruikt mag worden voor evenementen. Verzakkingen zijn waargenomen en daarmee is de constructieve veiligheid -en de directe veiligheid- in het geding. Het toelaten van een grote menigte wordt dan ook als onveilig beschouwd. Den Haag heeft ±25 km van dit type kademuren. Dat betekent dat dit soort kades in toekomstige werkprogramma’s dus vaker aan bod zullen komen en naar alle waarschijnlijkheid eenzelfde herstelopgave benodigd is. Daarbij, door het Eline Vere park op te nemen in de MJPK5 programmering doen we alvast kennis op over hoe om te gaan met deze typologie: de afwegingen, de kansen voor lichtere constructies en de organisatie van de opgaven die daarbij op komen. Het is van belang om nader te onderzoeken of een lichtere constructie (bijvoorbeeld een beschoeiing of een faunavriendelijke oever) in plaats van een zware constructie (zoals een kademuur), ook kan volstaan om de veiligheid te garanderen.
Als een geschikte hersteloplossing wordt gevonden, kan deze methode potentieel op de overige ±25 km toegepast worden en meerwaarde bieden voor stad.
Technische opgave Een klein deel van de kademuren in het Eline Vere park is privaat eigendom, maar het overgrote gedeelte is in beheer van de gemeente. Het deel dat in beheer van de gemeente is moet hersteld worden, mogelijk dus met een lichtere constructie (betreft ca. 1,5 kilometer).
>
29
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Afeelding 16: situering en kademuren in het Eline Vere parkTabel 4: middellange termijn opgave in het Eline Vere park per asset Tabel 4: middellange termijn opgave in het Eline Vere park per asset
<
Assetnaam
Herstelmaatregel
Type maatregel
R.J. Schimmelpennincklaan
Renovatie
Herstel grondkerendscherm of terugbrengen lichtere constructie
Alexander Gogelweg
Renovatie
Herstel grondkerendscherm of terugbrengen lichtere constructie
Groot Hertoginnelaan (zuidoost)
Renovatie
Herstel grondkerendscherm of terugbrengen lichtere constructie, herstel verzakkingen
Groot Hertoginnelaan (zuidwest)
Renovatie
Herstel grondkerendscherm of terugbrengen lichtere constructie, herstel verzakkingen
Andries Bickerweg (noordoost)
Renovatie
Herstel grondkerendscherm of terugbrengen lichtere constructie
Andries Bickerweg (noordmidden)
Renovatie
Herstel grondkerendscherm of terugbrengen lichtere constructie
Carnegielaan (betonplatform)
Renovatie
Herstel grondkerendscherm of terugbrengen lichtere constructie
Tobias Asserlaan
Particulier eigendom
Kansen en knelpunten Het Eline Vere park is onderdeel van de rijksbeschermde stadsgezichten Duinoord en Zorgvliet. Behoud van het groen en bomen, faunabeheer en het behoud van het cultuur-historische karakter zijn daarom belangrijke uitgangspunten om rekening mee te houden in de technische opgave. Ook zijn er mogelijkheden om een kwaliteitsimpuls aan het plantsoen te geven, bij de entree van het park, de wandelroutes en het platform aan de oostzijde. Het zuidelijke deel van het park, langs de Groot Hertoginnelaan wordt gebruikt voor evenementen en langs het noordelijke deel bij de Tobias Asserlaan liggen de kadedelen die in particulier beheer zijn. Dit houdt in dat het beheer niet bij de gemeente ligt, wel kan contact met de eigenaren worden opgenomen om kans te bieden voor een gelijktijdige aanpak. Tot slot ligt hier een kans om met de werkzaamheden aan de constructie een bijdrage te leveren aan de waterberging van de stad. Het verbeteren van de bergingscapaciteit kan van grote waarde zijn wanneer de stad in de toekomst vaker te maken krijgt met hevige regenbuien.
>
30
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Clusteraanpak De afgelopen jaren zijn op het zuidelijke deel meerdere malen verzakkingen geconstateerd. Gezien het intensievere gebruik van dit deel en het betonnen platform aan de kant van de Carnegielaan, is de aanpak om in dit cluster: • •
Te starten met het zuidelijke deel (Groot Hertoginnelaan) en het betonnen platform (Carnegielaan) Vervolgens het noordelijke deel te herstellen, dit kan in MJPK6 of later geprogrammeerd worden, waarvoor ook contact opgenomen kan worden met de particulieren eigenaren.
Zie hieronder de visuele weergave van de aanpak in het Eline Vere park:
<
Afeelding 17: Scopekaart herstel opgave in het Eline Vere park
3.4.4 Cluster Soestdijksekade-Laakkanaal Voor de Soestdijksekade, de Veenen- daalkade en het Laakkanaal is voor alle kademuren en bruggen de technische opgave in beeld gebracht. Veel assets hebben onderdelen die in slechte of matige staat verkeren en op een aantal plekken zijn ook verzakkingen geconstateerd. Vanwege het intensieve gebruik van de kademuren, is het nodig om deze opgave in MJPK5 te starten. Ook is er in dit cluster veel potentie voor verbeteringen aan de openbare ruimte.
Technische opgave Op basis van de integrale afweging is voor in totaal 10 assets vastgesteld dat er een technische opgave is in dit cluster (zie afeelding 18 en tabel 5). Enkele kadedelen van de Veenendaalkade en de Soestdijksekade stonden geprogrammeerd in MJPK4 voor sloop-nieuwbouw. Met de herziening van dat werkprogramma zijn deze kademuren on hold gezet en worden ze nu in MJPK5 geprogrammeerd. Ondertussen zijn bij de Soestdijksekade verzakkingen ontstaan, die nauwkeurig worden gemonitord. Voor de kademuren in dit gebied is dankzij nieuwe inzichten duidelijk dat renovatie van onderdelen in veel gevallen volstaat.
>
31
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Afeelding 18: situering en kademuren in het cluster Soestdijksekade/Laakkanaal Tabel 5: middellange termijn opgave voor cluster Soestdijksekade/Laakkanaal per asset
<
Assetnaam
Herstelmaatregel
Type maatregel
Veenendaalkade (noord)
Renovatie
Gronddicht maken
Veenendaalkade (zuid)
Renovatie
Gronddicht maken
Soestdijksekade (noordwest)
Renovatie
Gronddicht maken
Soestdijksekade (noord midden)
Renovatie
Gronddicht maken
Soestdijksekade (zuid midden)
Renovatie
Gronddicht maken
Soestdijksekade (noordoost)
Renovatie
Gronddicht maken
Troelstrakade
Renovatie
Gronddicht maken
Cruquiuskade
Renovatie
Gronddicht maken
Pim Fortuynbrug + Marktweg (vleugelmuur)
Brug: renovatie
In ieder geval gronddicht maken. Sloop-nieuwbouw hangt af van staat fundering
Golden Earringbrug
Renovatie
Gronddicht maken
Kansen en knelpunten In de Kadernota Openbare Ruimte staat beschreven dat de wijken rondom het water verhoudingsgewijs veel verharding hebben. Het maaiveld heeft in de huidige situatie veel keien, betonstenen, klinkers en asfalt en aan beide zijdes van de weg zijn parkeerstroken. Stedenbouwkundige specialisten duiden dit als onprettige ruimtes met veel hittestress, waardoor in dit cluster de potentie voor kwaliteitsverbetering hoog is. Doordat hiermee de belasting op de kademuren lager kan worden, dragen deze herinrichtingen bovendien bij aan een langere levensduur van de kademuren. Echter, het is van belang dat de parkeerdruk in deze wijk beperkend kan zijn. In dit cluster liggen veel woonboten aan de kades. In de programmering kunnen de kadedelen met en zonder woonboten gezamenlijk worden voorbereid, maar is het wenselijk om waar mogelijk een fasering in de uitvoering aan te brengen. Als eerst de kadedelen in uitvoering gaan waar geen boten liggen, creëert dit de mogelijkheid om op deze kades alvast tijdelijke ligplaatsen gereed te maken, voor de periode dat de kadedelen met woonboten in uitvoering gaan. De parkeerdruk en de aanwezigheid van woonboten maken dat het participatieproces (zie §3.7.1.7) van extra belang is in dit cluster, evenals de kennis en ervaring met woonboten die momenteel wordt opgedaan bij het project Conradkade (zie §4.1).
De Veenendaalkade en Soestdijksekade als groenblauw Haags Icoon Zoals hierboven kort benoemd, zijn de kansen voor de te koppelen verbeteringen van de openbare ruimte in beeld gebracht, in afstemming met stedenbouwkundigen van de gemeente. Uit deze verkenning is voortgekomen dat in dit cluster veel potentie is om de kracht van groen en water beter te benutten. De afgelopen jaren heeft Den Haag steeds vaker te maken met hete zomers en de Soestdijksekade en Veenendaalkade liggen in één van de kwetsbare wijken voor hittestress. Zeker in een groeiende stad is het
>
32
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
des te belangrijker om een gezonde leefomgeving te creëren met groene verblijfsruimtes die uitnodigen tot bewegen, spelen en verblijven. In de Omgevingsvisie 2050 wordt dit beschreven via de richting ruimte voor groen en water en de richting verstelijking en bereikbaarheid in samenhang. Door op de kades een groene strook aan te leggen langs het water wordt dit cluster ontwikkeld tot een ‘balkon voor de wijk’, met een sterke verbinding met het Zuiderpark. De kade wordt een bestemming waar mensen naar toe gaan om te wandelen en te recreëren. Daarbij houden we de balans tussen rust en reuring goed in de gaten, zodat een groenblauwe oase ontstaat met verblijfskwaliteit voor mens én dier. Mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering zijn onder andere: •
kademuren vergroenen, herprofleren en verbijzonderen;
•
aanbrengen vissenbossen;
•
aanbrengen drijvend groen;
•
verbijzonderen van verschillende ‘zichtpunten’.
<
>
Afeelding 19: Weergave op hoofdlijnen van mogelijke kwaliteitsverbetering
Afeelding 20: Mogelijkheden groene kade
33
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
De benoemde kansen in afeelding 19 zijn onder andere kansrijk vanwege het brede maaiveld bij zowel de Soestdijksekade als de Veenendaalkade en hebben raakvlakken met de MJPK- opgave in dit cluster. Voor het werkprogramma van MJPK5 zal de focus uiteraard komen te liggen op het koppelen van kansen die samenvallen met kademuren en bruggen die in MJPK5 worden opgenomen. Vanuit de MJPK5 opgave is het vergroenen van de vleugelmuren van de Pim Fortuynbrug kansrijk, omdat deze kades in de huidige situatie niet voor parkeren bestemd zijn. Bij het nader uitwerken van deze kansen zal ook aandacht uitgaan naar het behoud van ecologische verbindingen en actief gezocht worden naar manieren om deze verbindingen zelfs te versterken. Dit kan o.a. door het aanleggen van vissenbossen en drijvend groen. Zo zorgen we ervoor dat we niet alleen op het land maar ook op het water ecologisch verbijzonderen en het evenwicht, de kalmte en de levendigheid bewaren. In een latere fase, bij het formuleren van specifeke projectuitgangspunten (zie bijlage 3) verkennen we deze kansen verder, inclusief de aanvullend benodigde fnanciële middelen om de vergroening mogelijk te maken.
Clusteraanpak Gezien de verzakkingen bij de Soestdijksekade en het belang van een zorgvuldig participatietraject m.b.t de aanwezige woonboten is de aanpak om in dit cluster: •
Te starten met beide kademuren van de Veenendaalkade en drie van de kademuren langs de Soestdijksekade (noordwest, noordmidden en zuidmidden). Waarbij voor de uitvoering mogelijk een fasering wordt aangebracht om ruimte te laten voor participatietrajecten en oplossingen voor woon-
<
boten – mits de technische staat van de kademuren dit toelaat. •
De Pim Fortuynbrug (incl. de Marktweg als vleugelmuur) en de Golden Earringbrug toe te voegen in de aparte aanpak voor bruggen (zie §3.4.1).
•
De Cruquiuskade en de kademuur van de Soestdijksekade tegenover het Zuiderpark (noordoost) worden ook in MJPK6 of later geprogrammeerd.
Onderstaande afeelding geeft een visuele weergave van de aanpak voor het cluster Soestdijksekade/ Laakkanaal:
Afeelding 21: Scopekaart herstel opgave in het cluster Soestdijksekade/Laakkanaal
>
34
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
3.4.5 Cluster Binckhorst Den Haag heeft een grote technische opgave in de Binckhorst. De komende decennia zal dit cluster een grote transformatie ondergaan, waardoor het gebruik van de kademuren verandert. Daardoor is gebleken dat in veel gevallen kleinere ingrepen vanuit technische perspectief voldoende zijn om ervoor zorgen dat bewoners en bezoekers de kademuren en bruggen veilig kunnen gebruiken. Dit komt doordat de constructies oorspronkelijk ontworpen zijn voor industrieel gebruik. Nu de focus in de Binckhorst komt te liggen op woon-leefgebied worden de kades in de toekomst gebruikt door voetgangers, fetsers en komen er meer plekken voor ontmoeting en verblijf. Vanuit deze plannen zien we steeds meer kansen om te renoveren in plaats van kademuren te vervangen. Doordat we de constructies in veel gevallen kunnen behouden, ligt een groot deel van de opgave in het herstellen van de lekkende houten grondschermen.
Technische opgave Op basis van de integrale afweging is voor in totaal 14 assets vastgesteld dat er een herstelopgave is in dit cluster (zie tabel 6): •
<
Voor de Jupiterkade, Zieken en een aantal kademuren in de Binckhaven is een opgave vastgesteld om het grondkerendscherm te herstellen.
•
Aan weerszijde van de Trekvliet zijn een aantal kades die bestaan uit steenglooiingen of een houten damwandconstructie, waarvan enkele delen in slechte staat zijn en hersteld moeten worden.
•
Voor de Scheepmakersstraat is vastgesteld dat de kademuur in slechte staat is. De fundering moet hersteld worden en de kade moet gronddicht gemaakt worden. Nader onderzoek zal uitwijzen of renovatie volstaat, of dat sloop-nieuwbouw nodig is om de kade weer veilig te maken.
Afeelding 22: Situering van de kademuren en bruggen in de Binckhorst
>
35
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Tabel 6: middellange termijn opgave voor de Binckhorst per asset Assetnaam
Herstelmaatregel
Type maatregel
Saturnusstraat
Renovatie
Gronddicht maken
Titaan
Renovatie
Gronddicht maken
Caballerofabriek korte zijde
Renovatie
Gronddicht maken
Caballerofabriek lange zijde
Renovatie
Gronddicht maken
Zieken
Renovatie
Gronddicht maken
Jupiterkade lange zijde 1
Renovatie
Gronddicht maken
Scheepmakersstraat
Renovatie of sloop-nieuwbouw
Funderingsherstel en gronddicht maken
Trekvliet
Sloop-nieuwbouw
Vervangen steenglooiing
Trekvliet
Sloop-nieuwbouw
Vervangen steenglooiing
Trekweg
Sloop-nieuwbouw
Vervangen steenglooiing
Trekvliet
Sloop-nieuwbouw
Vervangen steenglooiing
Trekvlietplein
Sloop-nieuwbouw
Vervangen kademuur
Kansen en knelpunten Vanuit de plannen voor gebiedsontwikkeling in de Binckhorst zal een groot deel van dit cluster de komende
<
jaren een grote verandering ondergaan. De nadruk verschuift van industrieel gebruik naar wonen, ontmoeten en verblijven, met behoud van de historie en het stoere karakter van de Binckhorst. Het is daarmee een gebied in transitie, met hoge ambities voor vergroening, klimaatadaptatie, levendigheid bevorderen en verbinding met het water. Het gevoel van ‘nabijheid van het water’ is een uitgangspunt in de nieuwe structuur van de Binckhorst, waar invulling aan wordt gegeven met onder andere de aanleg van het Waterfrontpark. Ook zijn er in dit cluster plannen voor het aanleggen van aquathermiebronnen en worden mogelijkheden verkend voor natuurvriendelijke oevers in het Waterfrontpark. Het is van belang om te blijven afstemmen over de ontwikkelplannen en de mogelijke impact ervan op de belasting van de kademuren in het cluster. Daarbij staat veiligheid voorop, wat betekent dat technische urgentie voorgaat op de wens om werk-met-werk te maken. Voor de opgave bij de Scheepmakersstraat zal nadere afstemming plaatsvinden met ProRail om vast te stellen of aan de overzijde van het water ook een opgave ligt. Voor enkele projecten zijn de fnanciële middelen al gealloceerd, via het MJPK4 en de begroting 2025. Voor deze projecten is nog een uitvoeringsbesluit nodig, maar kan de voorbereiding al worden gestart.
Clusteraanpak Gezien de technische urgentie en de lopende gebiedsontwikkelingen is de aanpak om in dit cluster: •
Te starten met de kademuren waarvoor middelen voor de voorbereiding al zijn toegekend; de Jupiterkade en de kademuren van de Binckhaven.
•
Vervolgens aan de slag te gaan met Zieken en de Scheepmakersstraat.
•
De Trekvlietplein kademuren vervolgens als sloop-nieuwbouw uit te voeren.
•
In MJPK6 of later de voorbereiding en uitvoering te programmeren voor de kademuren langs de Trekvliet en de Trekweg. Op die manier zorgen we dat herstel van de kademuren in de plannen voor het Waterfrontpark en andere gebiedsontwikkelingen past.
1
Voor de Jupiterkade korte zijde zijn fnanciële middelen al vrijgemaakt via het uitvoeringsbesluit MJPK4.
>
36
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Onderstaande afeelding geeft een visuele weergave van de aanpak voor het cluster Binckhorst:
<
>
Afeelding 23: Scopekaart herstelopgave in de Binkhorst
3.4.6 Cluster Beweegbare bruggen Den Haag heeft in totaal twaalf beweegbare bruggen. Deze bevinden zich vooral in de binnenstad, bij het Laakkanaal en in de Binckhorst. De basis van de indeling in clusters ligt bij de technische kenmerken van assets. Bij beweegbare bruggen gaat het vaak om het renoveren van de installaties (zoals het bewegingswerk), daarom is ervoor gekozen om de beweegbare bruggen van Den Haag in een apart cluster te bundelen. In totaal is er voor zeven beweegbare bruggen een opgave vastgesteld: voor de Spinozabrug, de Mercuriusbrug, de Binckhorstbrug en de 4 Beweegbare Bruggen over het Laakkanaal (de Trekvlietbrug, de Laakbrug, de Leeghwaterbrug en de Calandbrug). De Binckhorstbrug en de 4 Beweegbare Bruggen zijn MJPK4 geprogrammeerd. Daarbij is voor de Binckhorstbrug, de Trekvlietbrug en de Laakbrug al een voorbereidingsbesluit en een uitvoeringsbesluit vastgesteld. Voor de Leeghwaterbrug en de Calandbrug is alleen een voorbereidingsbesluit vastgesteld.
Technische opgave De bewegingswerken van de 4 Beweegbare Bruggen over het Laakkanaal zijn in slechte staat. Om deze bruggen veilig te blijven gebruiken zijn deze voor herstel geprogrammeerd in MJPK4. De toekomstige Vlietlijn zal via de Binckhorstlaan en dus de Binckhorstbrug gaan lopen. Hiermee is de scope van de Binckhorstbrug dusdanig veranderd dat de uitgangspunten zoals destijds waren opgenomen in MJPK3 niet meer actueel zijn. De oorspronkelijke opgave was alléén renovatie van de bestaande brug. Gezien de technische staat van de brug en bovenstaande ontwikkelingen kan de huidige brug niet meer voldoen aan de toekomstige eisen. Daarom is het project opgestart met vervanging als uitgangspunt, momenteel zit het project in de initiatiefase. In relatie met de Vlietlijn zal de defnitieve scope van het
37
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
project worden vastgesteld en daarna volgt een geactualiseerde kostenraming. Vervanging van de brug in plaats van renovatie heeft ook gevolgen voor de planning van het project en betekent (waarschijnlijk) dat er langer dan voorzien middelen moeten worden ingezet voor onderhoud aan de bestaande Binckhorstbrug. Voor de MJPK5 opgave zijn ook de Spinozabrug en de Mercuriusbrug beschouwd. Voor beide bruggen geldt dat de installatiewerken aan renovatie toe zijn en bij de Spinozabrug zijn ook enkele gebreken aan de constructie gesignaleerd.
<
>
Afeelding 24: locatie van de beweegbare bruggen Tabel 7: middellange termijn opgave voor beweegbare bruggen
De 4 Beweegbare Bruggen
Assetnaam
Herstelmaatregel
Type maatregel
Spinozabrug
Renovatie
Gronddicht maken, herstel dilatatievoegen en renovatie installatiewerken
Mercuriusbrug
Renovatie
Renovatie installatiewerken beweegbare brug
Trekvlietbrug
Renovatie
Renovatie installatiewerken beweegbare brug en werktuigbouwkundige onderdelen.
Laakbrug
Renovatie
Nader te bepalen
Leeghwaterbrug
Renovatie
Nader te bepalen
Calandbrug
Renovatie
Nader te bepalen
Binckhorstbrug
Sloop-nieuwbouw
Vervangen beweegbare brug
Kansen en knelpunten Voor de 4 Beweegbare Bruggen hebben de eerste technische onderzoeken duidelijk gemaakt dat het herstel van de bruggen ingrijpender blijkt dan verwacht, waardoor een heroverweging van de functionaliteit van de bruggen is gevraagd. Het gebruik en de functie van de bruggen voor nu en in de toekomst is immers een belangrijk uitgangspunt. Voor de Trekvlietbrug heeft een eerste verkenning duidelijk gemaakt dat de brug beweegbaar moet blijven, vanwege het huidige en toekomstige gebruik. Voor de Leeghwaterbrug en de Calandbrug doen we onderzoek naar het gebruik, om in beeld te brengen of het noodzakelijk is dat deze bruggen beweegbaar blijven, wat aanzienlijk duurder is. Vanwege de grote impact op de omgeving, zowel binnen de stad als daarbuiten, is het essentieel om daarbij zorgvuldig te werk te gaan. Het is van belang om de impact grondig te verkennen voordat besluitvorming plaatsvindt en om goed af te stemmen met stakeholders.
38
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Clusteraanpak Gezien de technische urgentie en de lopende gebiedsontwikkelingen is de aanpak om in dit cluster: •
De voorbereidingen voor de Binckhorstbrug voort te zetten en de brug in 2028 te vervangen, in lijn met de huidige planning. Tot die tijd gelden beperkende maatregelen (versmalling rijbanen en snelheidsbeperking tot 30 km/u) vanwege de slechte constructieve staat.
•
Voor Leeghwaterbrug en de Calandbrug de vraag over eht wel/niet beweegbaar houden eind 2025 beantwoord te hebben. Daarmee kan het resultaat inclusief benodigde fnanciële middelen meegenomen worden in het uitvoeringsbesluit voor MJPK5 dat in 2026 wordt opgesteld.
•
De werkzaamheden aan de Spinozabrug en de Mercuriusbrug te programmeren in MJPK5.
<
> Afeelding 25: scopekaart herstelopgave beweegbare bruggen
3.4.7 Cluster Viaducten Naast kademuren en bruggen vallen ook viaducten en onderdoorgangen onder de scope van het MJPK. Viaducten zijn belangrijke schakels in de infrastructuur, waardoor het niet tijdig vervangen of renoveren grote knelpunten kan veroorzaken in de bereikbaarheid van de stad. De conditie van deze betonconstructies neemt snel af, omdat ze vaak niet ontworpen zijn op de grote toename van zwaar verkeer. Het Hubertusviaduct is opgenomen in MJPK4 en is in 2025/2026 in uitvoering. Aan het Prins Bernhardviaduct en het Schenkviaduct zijn schades geconstateerd die in de komende programmering hersteld dienen te worden.
Technische opgave Recent is geconstateerd dat enkel het Schenkviaduct, het Prins Bernhardviaduct en de onderdoorgang bij de Rijswijkseweg een herstelopgave hebben (zie tabel 9). Het busplatform en de Utrechtsebaan zijn in goede staat en behoeven geen herstelmaatregelen.
39
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Afeelding 26: Situering van de viaducten en onderdoorgangen
<
Tabel 8: middellange termijn opgave m.b.t. viaducten en bijzondere objecten, per asset Assetnaam
Herstelmaatregel
Type maatregel
Prins Bernhardviaduct
Renovatie
Herstel betonschade en hemelwaterafvoer bij opleggingen
Schenkviaduct
Renovatie
Herstel betonschade, hemelwaterafvoer, voegovergangen en aanbrengen waterdichtmembraan
Onderdoorgang Rijswijkseweg
Renovatie
Waterdicht maken van de bak (herstel dilatatievoegen en ankers)
Kansen en knelpunten Vanuit gebiedsontwikkelingen vinden een aantal grote transformaties plaats die een impact zullen hebben op het gebruik van sommige Haagse viaducten. Met name de toekomstplannen vanuit het CID leveren een functionele opgave voor het Prins Bernhard viaduct, het busplatform en het Schenkviaduct. Samengevat ligt de focus voor het toekomstig gebruik van deze viaducten op het creëren van de verbinding met het nieuwe stuk Haags centrum - het leefaarder maken, inzetten op vergroening en hittestressbestendigheid, en meer ruimte voor voetgangers en fetsers te bevorderen. Door de voorgenomen verkeersmaatregelen wordt het Schenkviaduct autoluw, met één baan per rijrichting in plaats van twee. Ook het verkeer dat door de onderdoorgang bij de Rijswijkseweg van en naar de Laakbrug gaat zal hierdoor verminderen, waardoor de belasting op deze constructies afneemt. De opgedane ervaring en geleerde lessen bij het herstel van het Hubertusviaduct vormen de basis voor de geprogrammeerde renovatiemaatregelen van het Schenkviaduct en het Prins Bernhardviaduct.
Clusteraanpak Gezien de CID-gebiedsontwikkelingen rondom het Prins Bernhardviaduct en het Schenkviaduct zijn kansen ontstaan om werk-met-werk te maken. Gezien de technische urgentie is de aanpak om: •
Te starten met de kleine renovatie ingrepen die nodig zijn bij het Schenkviaduct en het Prins Bernhardviaduct.
•
Vervolgens de kleinere herstelingrepen bij de onderdoorgang Rijswijkseweg via het groot onderhoudscontract uit te voeren, waardoor het niet nodig is om dit object in de MJPK programmering op te nemen.
>
40
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Onderstaande afeelding geeft een visuele weergave van de aanpak voor het cluster viaducten:
<
Afeelding 27: Scopekaart herstelopgave voor Viaducten en onderdoorgangen
3.4.8 Cluster ‘overige’ kademuren en bruggen verspreid in de stad Tot slot zijn er kademuren en bruggen waarvan de technische staat beschouwd is, die niet in een van bovenstaande clusters vallen. Om de constructieve veiligheid en de functionaliteit te borgen, is het nodig om een aantal van deze kunstwerken te herstellen in de komende jaren. Een aantal van deze kademuren zijn korte stukjes kade die her en der verspreid zijn over de stad, zoals de kademuur bij het Spui, delen van de Mauritskade en de Wassenaarseweg. Andere kademuren en bruggen die beschouwd worden zijn de kademuur bij winkelcentrum de Horst in Mariahoeve, de Koninginnegracht, de Waldeck Pyrmontkade, het Chrysantplein, het Esperantoplein (verversingskanaal) en de Valkenboskade-Loosduinseweg.
Technische opgave Op basis van de integrale afweging is voor negen assets een technische opgave vastgesteld in dit cluster. •
Het functieherwaarderen van de Weimarbrug en mogelijk de Chassébrug houdt in dat een herinrichting voldoende zou zijn om de bruggen weer voor de lange termijn veilig te kunnen gebruiken. Als auto- en zwaarder verkeer niet meer over de brug mag, neemt de permanente belasting af. Hierdoor zouden verdere fysieke maatregelen niet nodig zijn voor minimaal de komende 30 jaar.
•
De tweede kademuren langs de Wassenaarseweg moeten volledig vervangen worden. Te veel onderdelen zijn stuk en het gebruik van de kade blijft ongewijzigd – de rijbaan die dicht op de kade zit en de bestaande parkeervakken.
>
41
< INHOUD
•
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Het grondkerendscherm bij het Esperantoplein vertoont gebreken en moet hersteld worden, de staat van de fundering is onbekend. De kademuur wordt geprogrammeerd voor renovatie, omdat het in elk geval nodig is om de kademuur gronddicht te maken. Of ook funderingsherstel nodig is, zal blijken als nader onderzoek heeft plaatsgevonden.
•
De kademuren langs het Chrysantplein liggen langs een vijver en hebben eenzelfde type kadeconstructie als de kademuren in het Eline Vere park (zie §3.4.3). De fundering en het grondkerend scherm zijn in matige staat, maar op dit moment zijn de kademuren stabiel en de belasting is laag.
<
Afeelding 28: Situering overige kademuren en bruggen verspreid over de stad Tabel 9: middellange termijn opgave m.b.t. overige kademuren, per asset Assetnaam
Herstelmaatregel
Type maatregel
Chrysantplein (2 kademuren en 2 duikers)
Renovatie of sloop-nieuwbouw
Dezelfde herstelmaatregel als in Eline Verepark (renovatie of lichtere constructie). Metselwerk, fundering en scherm in matige staat.
Chassébrug
Functieherwaarderen of renovatie
Grondscherm en fundering in matige staat
Weimarbrug
Functieherwaarderen en renovatie
Dek en fundering in matige staat. Renovatie van het dek en functieherwaardering t.b.v. fundering
Esperantoplein
Renovatie of sloop-nieuwbouw
In ieder geval gronddicht maken. Sloop-nieuwbouw hangt af van staat fundering
Wassenaarseweg
Sloop-nieuwbouw
Vervangen kademuur
Kansen en knelpunten Voor het Chrysantplein zien we een kans om eenzelfde soort maatregel in te zetten als bij het Eline Vere park wordt voorgesteld. Daarbij is het van belang om voort te bouwen op de ervaring die in dat project wordt opgedaan. Ook zullen we voor deze constructie verkennen of het mogelijk is om een natuurvriendelijke oever aan te leggen. Bij de Weimarbrug en de Chassébrug blijkt uit een eerste verkenning van Mobiliteitsregie dat het autoluw of autovrij maken kansrijk is, waardoor bij dit project een kans is om de veiligheid te garanderen door functieherwaardering. Tot slot zijn er plannen voor een herinrichting van de Wassenaarseweg. Hier kan mogelijk werk-met-werk worden gemaakt.
>
42
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Clusteraanpak Gezien de technische staat van de objecten en de benoemde kansen is de aanpak om in dit cluster: •
Te starten met de Weimarbrug, aangezien deze al in MJPK4 was geprogrammeerd. Dit houdt in dat zowel het voorbereidingsbesluit als het uitvoeringsbesluit voor deze brug zijn vastgesteld.
•
De herstelwerkzaamheden aan de Chassébrug toe te voegen aan de aparte aanpak voor bruggen (zie §3.4.1)
•
In MJPKJ6 of later aan de slag te gaan met het Chrysantplein, het Esperantoplein en de Wassenaarseweg. Gezien het stabiele gedrag van deze assets is dat vanuit technische urgentie verantwoord en op die manier kunnen we bij het Chrysantplein de geleerde lessen van het Eline Vere park implementeren en bij de Wassenaarseweg mogelijk werk-met-werk maken.
Onderstaande afeelding geeft een visuele weergave van de aanpak voor het cluster ‘overige’ kademuren:
<
> Afeelding 29: Scopekaart herstelopgave overige kademuren verspreid over de stad
3.4.9 De opgave in beeld In bovenstaande paragrafen is voor alle clusters de technische opgave in beeld gebracht voor de komende periode, evenals de kansen en knelpunten per cluster. In vorige programma’s lag de focus op en de noodzaak bij het volledig vervangen van kademuren en bruggen. Zoals toegelicht in §2.4.1 en §3.1 zijn er op diverse plekken andere interventies mogelijk. Uit bovenstaande inventarisatie is gebleken dat sloop-nieuwbouw nodig is voor ongeveer 10% van de MJPK- opgave. Voor de overige 90% kunnen we een andere herstelmethode toepassen om veilig gebruik te garanderen. Ons streven is immers om kleinere ingrepen toe te passen, waardoor we minder materiaal gebruiken, de overlast voor de omgeving verminderen en ook de uitstoot zal verlagen.
MJPK5 opgave Van de totale opgave die in beeld is gebracht nemen we ca. 9 kilometer kademuur, 11 bruggen en 2 viaducten op in de MJPK5 programmering. Ook wordt er een aparte aanpak opgezet in MJPK5 voor nader onderzoek naar en het gronddicht maken van de verkeersbruggen.De inschatting is dat er circa 3 bruggen per jaar uitgevoerd kunnen worden. Verder programmeren we nog zo’n 4 km kademuur voor nader onderzoek naar de technische staat en worden drie beweegbare bruggen nader onderzocht om te bepalen of functieherwaarderen een oplossing kan zijn. Daarnaast zijn er MJPK4 projecten die nog in voorbereiding of in uitvoering zijn: Uilebomen, Groenewegje II, Vleugelmuur Om en Bij, Zwarteweg/Oranjebuitensingel, Jupiterkade korte zijde, Binckhorstbrug, Trekvlietbrug, Laakbrug en Weimarbrug. Tabel 10 geeft een overzicht van alle assets die we specifek voor de komende vier jaar opnemen in MJPK5.
43
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Tabel 10: de opgave voor komende vier jaar (MJPK5). MJPK5 werkprogramma 2026-2029 Kademuren
(Beweegbare) Bruggen
Sloop-Nieuwbouw
- Boomsluiterskade - Kortenaerkade - Vleugelmuur Zieken
- Binckhorstbrug
Renovatie
- Saturnusstraat - Titaan - Cabfab korte zijde - Cabfab lange zijde - Trekvlietplein - Jupiterkade lange zijde - Scheepmakersstraat - Zuidwal - Vleugelmuren Buitenom - 2e haven – Dr. Lelykade noordzijde - 2e Haven - Eline Vere park zuidzijde - Veenendaalkade oneven zijde - Soestdijksekade
- Leeghwaterbrug - Calandbrug - Vaillantbrug (brug 66) - Brouwersgrachtbrug (brug 5) - Spinozabrug (brug 2) - Pim Fortuynbrug (brug 138) en vleugelmuren Marktweg - Golden Earringbrug (brug 135) - Mercuriusbrug
Functie-herwaarderen
- Smidswater - Nieuwe Uitleg
- Chassébrug (brug 28)
Onderzoek en innovatie
- Hofvijver (proeftuin)
Gebied
<
Maatregel
Alle
Alle
PUN
SO
Projectnaam Alle
Bijzondere objecten
- Schenkviaduct - Prins Bernhard viaduct
Prioriteit
Fasering
Alle
Alle
Planning MJPK5 AANBESTEDING
DO-BESTEK
NAZORG
Alles samenvouwen
2025
UITVOERING
VOORONTWERP
2026
2027
2028
2029
PUNSO
VO
DO
AB
REA
PUNSO
VO
DO
AB
REA
VO
DO
2030
2031
2032
2033
2034
2035
Binckhorst
Binckhaven Binckhorsthaven overig DSO
PUNSO
Jupiterkade lange deel (DSB)
NZ NZ AB
REA
NZ
Kort zijde Caballerofabriek
PUNSO
VO
DO
AB
REA
NZ
Lange zijde Caballerofabriek
PUNSO
VO
DO
AB
REA
NZ
PUNSO
VO
PUNSO
Spoorbrug-Scheepsmakerstraat Titaan
VO
DO
AB
PUNSO
Ziekenkade
DO
AB
REA
NZ
REA VO
NZ
DO
AB
REA
NZ
Beweegbare bruggen
Binckhorstbrug
NZ REA AB DO VO SO PUN
Calandbrug
AB VO SO PUN
Laakbrug
AB VO SO PUN
Leeghwaterbrug
AB VO SO PUN
Trekvlietbrug
AB VO SO PUN
DO DO
REA
DO
REA
REANZ
NZ
DO
REA NZ
NZ
Binnenstad
Brouwersgrachtbrug
NZ REA AB DO VO SO PUN PUNSO
Buitenom + Noordwest Buitensingel Hofvijver
NZ REA AB DO VO SO PUN
Hogewal
NZ REA AB DO VO SO PUN PUNSO
Kortenaerkade
VO
VO
DO
DO
AB
REA
NZ
REA
NZ
PUNSO
Nieuwe Uitleg
PUNSO
Smidswater Spinozabrug
NZ REA AB DO VO SO PUN
Uilebomen-Boomsluiterskade
DO VO SO PUN
AB PUNSO
Vaillantbrug Zuidwal Zwarteweg-Oranjebuitensingel
AB
VO VO
DO
DO
AB AB
REA
REA
NZ
REA
NZ
NZ
VO
DO
AB
REA
PUNSO
VO
DO
AB
NZ REA
NZ
NZ REA AB DO VO SO PUN
Eline Verepark
PUNSO
Eline Verepark
VO
DO
AB
REA
NZ
MJPK 4
Groenewegje 2
NZ REA AB DO VO SO PUN
Hubertustunnel
REA AB DO VO SO PUN
NZ
Haven
PUNSO
Haven Scheveningen
VO
DO
AB
REA
NZ
Soestdijksekade-Laak
PUNSO
Marktweg
PUNSO
Soestdijksekade en Veenendaalkade
VO
MJPK 5 - Overig
Mercuriusbrug
NZ REA AB DO VO SO PUN
Weimarbrug
NZ REA AB DO VO SO PUN
Viaducten
Prins Bernhardviaduct
NZ REA AB DO VO SO PUN
Schenkviaduct
NZ REA AB DO VO SO PUN
Figuur 30: indicatieve uitvoeringsplanning projecten
DO
VO AB
REA
DO
AB
REA
NZ NZ
>
44
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
3.5 Kostenindicatie MJPK5 De projecten van het MJPK5 bevinden zich grotendeels in de initiatiefase. In deze fase is nog beperkte informatie beschikbaar over de concrete aanpak. In lijn met de landelijke gebruikte methoden voor het opstellen van kostenramingen is de fnanciële kostenindicatie in deze fase gebaseerd op kengetallen, ervaringscijfers, referentieprojecten en procentuele inschattingen die passen bij de onzekerheden in deze fase.
3.5.1 Kengetallenmodel Binnen het MJPK is een kengetallenmodel “de Blauwe Raming” beschikbaar voor het opstellen van fnanciële kostenindicaties. Dit model is ontwikkeld op basis van ervaringscijfers voor het vervangen van kademuren (repeterend karakter). Zoals eerder in dit stuk toegelicht (zie §2.4) verschuift de opgave van het MJPK steeds meer naar levensduurverlenging (renovatie of functieherwaarderen). Hiervoor zijn ook ervaringscijfers gebruikt van o.a. de gemeenten Leiden en Rotterdam gecombineerd met onze eigen ervaringen. Door beperkte ervaringen met levensduur verlenging kennen deze kostenindicaties een grotere onzekerheid. In de latere ontwerpfase stellen we een meer gedetailleerde kostenraming op, naar het model van de Standaard Systematiek voor de Kostenraming (SSK). Voor de beweegbare bruggen en enkele kadeprojecten zijn al SSK-kostenramingen beschikbaar. In deze gevallen is de SSK-raming gebruikt in plaats van de kengetallen raming.
3.5.2 Aansluiting bij GWW- standaarden
<
Bij het opstellen van de ramingen voor renovatie- en vervangingsopgaven binnen infrastructuurprojecten sluiten wij aan bij de gangbare standaarden in de GWW-sector (Grond-, Weg- en Waterbouw). Daarbij worden onder andere opslagen toegepast voor risicoreserveringen en toekomstige prijsontwikkelingen (indexatie). Tijdens MJPK4 is gebleken dat er aanvullende dekking benodigd was door uitzonderlijke prijsstijgingen en een grotere scope omvang bij beweegbare bruggen. Gelet op de lange doorlooptijd van infrastructurele investeringen en de vele onzekerheden die zich gedurende deze periode kunnen voordoen, is het wenselijk om structureel een onzekerheidsbandbreedte toe te passen. Het hanteren van bandbreedtes draagt bij aan een realistischer en robuuster kostenbeeld, en helpt daarmee om fnanciële tegenvallers in een later stadium te voorkomen. Deze aanpak sluit aan bij het streven naar transparantie, voorspelbaarheid en beheersbaarheid van de renovatieopgave van civiele kunstwerken in onze stad.
3.5.3 Financiële indicatie MJPK 5 In paragraaf 3.4.9 geeft tabel 10 een overzicht van de totale opgave van MJPK5. De totale fnanciële opgave voor het MJPK5 bedraagt € 339,8 mln. Deze opgave is afgewogen op urgentie voor veiligheid in verband met de technische opgave. In de vorige MJPK4-periode 2022-2025 (RIS316330) zijn wegens de sterk oplopende kosten een aantal projecten in voorbereiding opgenomen waarvan de prioriteit lager was dan de andere projecten, waardoor de uitvoering onderdeel van MJPK5 is geworden.
>
45
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Tabel 11: fnanciële opgave per constructietype
Type assets
Fin. indicatie
Kademuren
€ 186,1 mln.
Kades zeehavens Scheveningen
€ 46,8 mln.
Beweegbare bruggen
€ 63,0 mln.
Vaste bruggen/overig
€ 23,5 mln.
Viaducten
€ 20,4 mln.
Totale indicatie fn. opgave
€ 339,8 mln.
3.6 Financiële dekking De opgave om het areaal op peil te houden is dermate omvangrijk en langdurig dat dit niet in één vierjarig programma kan en hoeft te worden opgelost. Dit werkprogramma volgt daarom de bij eerdere MJPK’s ingezette werkwijze. Door telkens een structureel bedrag toe te voegen voor vervanging en renovatie van kunstwerken wordt de fnanciële impact van deze omvangrijke opgave overzienbaar. Met oog op het doorlopende karakter zal de fnancieringssystematiek in aanloop naar een volgend MJPK worden geëvalueerd. Vanuit de middellange termijn opgave is na verdere prioritering de fnanciële behoefte voor komende periode (MJPK5) inzichtelijk gemaakt.
<
Voor de dekking van het MJPK zijn er verschillende bronnen:
1. Reguliere exploitatie Conform de regels voor fnancieel beheer worden reguliere beheeractiviteiten en projecten waarvan de technische opgave lager is dan de fnanciële activeringsgrens (kleiner dan € 2,5 mln.) uit de reguliere exploitatie gefnancierd. Deze wordt tevens ingezet voor projectoverstijgende activiteiten, zoals de reguliere programmabeheersing MJPK en innovatie. Hiervoor wordt geput uit de binnen programma 9 Buitenruimte jaarlijks beschikbare dekking van € 4,8 mln.
2. Investeringskrediet (MIP) Voor projecten waarvan de technische opgave hoger is dan de fnanciële activeringsgrens (gelijk of groter dan € 2,5 mln.) worden de kosten geactiveerd en afgeschreven (via het MIP). Civiele kunstwerken worden in 30 jaar afgeschreven en technische installaties in 15 jaar. Door de programmatische aanpak kunnen binnen het MJPK (in beperkte mate) tegenvallers in projecten opgevangen worden door meevallers bij andere projecten, zover dit binnen het programma is. Dit komt voort uit het feit dat niet alle risico’s zich in gelijke mate voordoen bij de afzonderlijke projecten. Door deze fnanciële systematiek voorkomen we dat bij tegenvallers direct aanvullende dekking gevraagd moet worden, wat de voortgang in de weg kan staan.
3. Reserve werk-met-werk en Kunstwerken De uitgaven voor civieltechnische kunstwerken kennen een grillig karakter op jaarschijfniveau. Dit leidt in administratieve zin tot onder- of overbesteding, die wordt ondervangen door uitname van of toevoeging aan de reserve Werk-met-Werk en Kunstwerken. Door deze reserve is de continuïteit van het werk gewaarborgd, ook in het geval van wijzigende planningen. Hierbij is het uitgangspunt dat de nog niet bestede middelen voor het MJPK in de exploitatie worden toegevoegd aan de reserve, om op die manier het werk in een later stadium alsnog uit te kunnen voeren. Bij een overbesteding in een uitvoeringsjaar wordt dit aan de reserve onttrokken. Deze reserve is onderdeel van de duurzame fnancieringsopgave voor de vervanging en renovatie van civiele kunstwerken in Den Haag.
4. Bijdrage vanuit andere opgaven In dit MJPK5 werkprogramma wordt dekking gevraagd voor maatregelen die direct gerelateerd zijn aan de beheeropgave van de civiele constructies in de openbare ruimte. Het combineren van Werk-met-
>
46
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Werk vanuit andere interne stakeholders wordt meegenomen in een project, als fnanciële dekking vanuit de betrefende opgave is gewaarborgd. Zo zijn voor de herstelopgave van een aantal private kademuren in de Binckhorst aanvullende fnanciële middelen beschikbaar gesteld in de begroting van 2025.
5. Benodigde financiële dekking De inschatting is dat voor de komende MJPK5 periode een opgave ter grootte van € 339,8 mln. nodig is. Vanuit de structurele exploitatie kan hiervan € 19,2 mln. worden gedekt en voor kademuren in de Binckhorst is er een investeringskrediet van € 30,7 mln. beschikbaar. Voor de resterende opgave van € 289,9 mln. dient nog dekking beschikbaar te worden gesteld (jaarlijkse kapitaallast van € 10,8 mln.). Voor de programmabegroting 2027-2030 wordt een verzoek ingediend voor de aanvullend benodigde dekking. Op basis van de toegekende middelen in de programmabegroting 2027-2030 zal op een later moment een raadsvoorstel worden opgesteld met een geactualiseerd werkprogramma dat daarbij past. Tabel 12: een overzicht van de fnancieringsopgave en de resterende dekkingsbehoefte Financieringsopgave
Bedrag
Totale dekkingsbehoefte MJPK5
339,8M€
Beschikbare dekking in begroting kademuren Binckhorst
-/-30,7M€
Structureel beschikbaar in exploitatie
-/19,2M€
Reserve werk-met-werk en Kunstwerken
3
(verwacht eindsaldo 31-12-2025)
<
-/-0,0M€.
Resterende dekkingsbehoefte (jaarlijkse kapitaallast €10,8M€)
289,9M€
3.7 De kracht van een programmatische aanpak De vervanging en renovatie van civiele kunstwerken is een complexe opgave. Juist daarom kiezen we voor een programmatische aanpak: een werkwijze die helpt om de opgave beheersbaar te houden, gestructureerd uit te voeren, versnelling mogelijk maakt en structureel meerwaarde creëert voor de stad. Het programmatisch werken zorgt ervoor dat we project overstijgende processen efciënt inrichten en een stabiele organisatie kunnen creëren. Het programmatisch werken is de ‘ruggengraat’ van het MJPK. Het stelt ons in staat om over projecten heen te sturen op ambities, middelen en impact en dat levert de volgende voordelen op: •
Verbinding tussen beleid en uitvoering: Door slim te koppelen tussen projecten en beleidsthema’s benutten we kansen die anders blijven liggen: denk aan innovatie, synergie met andere stedelijke opgaven en mogelijkheden om werk-met-werk te maken.
•
Samenhang en overzicht: We houden grip op de samenhang tussen projecten om strategisch te kunnen sturen op de doelen die we als gemeente willen bereiken.
•
Voorkomen van knelpunten: Door op programmaniveau aan ambities en doelen te werken en project overstijgende processen in te richten, zorgen we ervoor dat het niet tot vertraging in de projecten leidt.
•
Betere inzet van middelen: We zorgen voor een goede verdeling van tijd, geld en capaciteit over de verschillende onderdelen. Vanuit programmabeheersing wordt gestuurd op een stabiele, maar haalbare workfow in de programmering en een sluitende businesscase.
•
Efciëntere voorbereiding: door zo vroeg mogelijk een heldere en integraal afgewogen scope te formuleren zorgen we voor een voorspelbare en beheerste engineering van projecten.
3
De reserve werk-met-werk en Kunstwerken bestaat uit twee onderdelen, waarvan het aandeel Kunstwerken naar verwachting nihil zal zijn op 31 december 2025.
>
47
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Het MJPK is geen verzameling losse projecten, maar een krachtig instrument om Haagse ambities waar te maken. Met programmabeheersing op risico’s en waarde creëren we meer waarde, minder verrassingen en een veilige en toekomstbestendige stad. Programmatisch werken stelt eisen aan zowel de inrichting van het programma als aan de personele bezetting. Daarnaast zijn duidelijke afspraken over de governance van het programma essentieel. Ook draagt programmatisch werken structureel bij aan beter capaciteitsmanagement. Door projecten en opgaven integraal en in samenhang te plannen binnen een programmastructuur, ontstaat vroegtijdig inzicht in benodigde capaciteit, expertise en inzet over langere tijd. Dit maakt het ten eerste mogelijk om strategische keuzes te maken ten aanzien van de inzet van mensen en middelen, knelpunten tijdig te signaleren en gericht te sturen op prioriteiten. Ten tweede zorgt dit voor professioneel opdrachtgeverschap, doordat we als programma tijdig kunnen aangeven welke capaciteiten wanneer nodig zijn. Daarmee wordt zowel de uitvoerbaarheid als de beheersbaarheid van de opgave vergroot.
3.7.1 Beleidsthema’s als onderdeel van de opgave De vervangings- en renovatieopgave waar we in Den Haag voor staan is een unieke kans om versneld bij te dragen aan andere grote opgaven waar de stad mee wordt geconfronteerd. De energietransitie, het terugbrengen van emissie en het creëren van een klimaatbestendige stad zijn voorbeelden van complexe opgaven die onderling verweven zijn. Om deze stedelijke transities uit te voeren stelt de gemeente voor diverse thema’s beleid op. Programma’s en projecten zijn vervolgens aan zet om dit beleid te implementeren in de werkwijze. Want er is veel te doen – en als we al het werk in de openbare ruimte apart uitvoeren, lopen de
<
kosten onnodig hoog op en riskeren we grote problemen op bereikbaarheid. Een korte toelichting op het beleidskader waarbinnen het MJPK werkt is te vinden in §2.4.2. Samengevat komt het erop neer dat de Omgevingsvisie 2050, de Kadernota Openbare Ruimte en het Actieplan MVOI leidend zijn voor hoe we invulling geven aan de beleidsthema’s. De Omgevingsvisie bepaalt de strategische koers om te zorgen dat Den Haag in 2050 een ‘groene metropool aan zee’ is. De Kadernota Openbare Ruimte geeft richting aan het beleid van de openbare ruimte tot 2030 en het Actieplan Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) stuurt erop dat de circa 1 miljard euro die gemeente jaarlijks uitgeeft bijdraagt aan de beleidsdoelen en ambities die Den Haag als organisatie heeft gesteld. Zo werken we Samen Haags, om te zorgen dat deze doelen in elk project worden geïmplementeerd. Voor het werkprogramma van 2026-2029 zijn de thema’s van het Actieplan MVOI vertaald naar het MJPK met behulp van het ambitieweb. Dit is een ondersteunende tool die programma’s en projecten helpt om keuzes te maken en prioriteiten te stellen aan de hand van drie ambitieniveaus: •
Basis: verkrijgen van inzicht en naleven van wettelijke verplichtingen en harde gemeentelijk beleidsregels en normen.
•
Signifcant: duurzame diensten en werken aanmoedigen, om signifcante stappen te zetten op duurzaamheid
•
Ambitieus: maximale inzet, streven naar de hoogst haalbare prestaties en het stimuleren van nieuwe innovaties en oplossingen
>
48
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Voor het MJPK zijn de thema’s Circulariteit, Klimaatadaptatie, Gezond Milieu en Natuurinclusiviteit & Biodiversiteit benoemd als de speerpunten waarop we het verschil willen maken.
Afeelding 31: Het MVOI ambitieweb voor het MJPK
Daarnaast zetten we het werkprogramma ook in om de wateropgave te versnellen en de ruimtelijke verblijfskwaliteit te versterken, in aansluiting op de Nota Binnenwater en verschillende gebiedsvisies. Den Haag heeft de ‘groene metropool aan zee’, als stip aan de horizon gezet. Om daar te komen is samenwerking en een lerende houding nodig, daarom zijn ook Verbinding en Innovatie belangrijke thema’s
<
binnen het MJPK.
3.7.1.1 Circulariteit De beschikbaarheid van abiotische
MVOI-ambitieniveau Circulariteit: 3
grondstofen (mineralen, fossiele
Inzet op: Toepassen Het Nieuwe Normaal Inzicht in meerdere HNN- indicatoren
Toepassen MKI en Beton-akkoord in aanbestedingen
Ambitieus prestatieniveau op minstens 1 HNN indicator
Kansen verkennen circulaire innovaties, i.s.m.met marktpartijen
grondstofen en metalen) neemt Hergebruik materialen diverse categorieën
wereldwijd af. Als samenleving staan we voor de opgave om over te schakelen naar een circulaire economie. Den Haag kiest ervoor om niet af te wachten maar de transitie actief te versnellen. In 2030 willen we voor minimaal 50% circulair werken.
Om deze ambitie concreet te maken heeft de gemeente zich aangesloten bij Het Nieuwe Normaal (HNN). Dit is een raamwerk waarin verschillende circulaire principes worden samengebracht in een set van tien indicatoren. In MJPK5 gaan we op deze indicatoren sturen, om invulling te geven aan HNN en de ambitie van Den Haag om in 2030 voor 50% circulair te zijn. De indicatoren van Het Nieuwe Normaal hebben betrekking op de drie thema’s die circulariteit omvatten: milieu-impact, materiaalgebruik en waardebehoud. Indicatoren binnen deze drie thema’s zijn bijvoorbeeld hergebruik, materiaalgebonden CO2-uitstoot, materiaalgebonden CO2-opslag (biobased), losmaakbaarheid of hoe om te gaan met restmateriaal uit sloop. Het MJPK werkt al langer aan circulaire doelen, maar in de periode 2026-2029 zetten we een volgende stap: we standaardiseren circulaire werkwijzen en verhogen het ambitieniveau. De focus ligt voor het MJPK op: •
Het toepassen van de Milieu Kosten Indicator (MKI): een krachtig instrument om de milieu impact omlaag te brengen
•
Herkomst van materialen: het ophogen van de hergebruik percentages voor natuursteen, verlichting, straatstenen, leuningen en balusters. Een knelpunt voor hergebruik van andere categorieën (bijvoorbeeld zand of grotere onderdelen) is het gebrek aan opslagruimte. Momenteel lopen vanuit andere afdelingen onderzoeken naar locaties voor een bouwhub. Vanuit MJPK volgen we dit op de voet en als
>
49
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
hier kansrijke initiatieven uit voortkomen zullen we daar actief op aansluiten om de mogelijkheden voor hergebruik te vergroten. Voor zowel MKI als Herkomst van materialen gaan we sturen op de HNN-prestatieniveaus in MJPK projecten. In ontwerp én uitvoering streven we ernaar deze niveaus te behalen, en waar mogelijk zelfs beter te scoren. De gestelde prestatieniveaus vanuit HNN zijn ambitieus maar haalbaar en worden jaarlijks aangescherpt. Zo blijven we onszelf uitdagen. Met het MJPK5 verschuift ook de focus naar circulair assetmanagement (zie §2.4.1). Vanuit het gedachtegoed ‘behouden waar het kan, vervangen waar het moet,’ gaan we standaard onderzoeken of levensduur verlengende maatregelen mogelijk zijn, of functieherwaarderen, om veilig gebruik van onze assets te garanderen, vóórdat sloop-nieuwbouw als interventie in beeld komt. Zo maken we circulair denken tot de standaard in het beheer van de Haagse kunstwerken.
3.7.1.2 Klimaatadaptatie Door de klimaatcrisis zal Nederland,
MVOI-ambitieniveau Klimaatadaptatie: 3
en ook Den Haag, in de toekomst
Inzet op: hittestress, wateroverlast, droogte Klimaatkansen-scan
Verbetering waterinfltratie en wateropslag
<
Toename oppervlak groen/blauw
vaker te maken krijgen met waterGroeiplaatsen bomen verbeteren
Verkennen innovatieve oplossingen
overlast, droogte en hittestress. Daarom is het van groot belang om alle kansen te benutten om de stad klimaatbestendig te maken. Iedere ingreep in de openbare ruimte is zo’n kans, een mogelijkheid om de stad veerkrachtiger te maken.
In eerdere werkprogramma’s van het MJPK zijn al stappen gezet op klimaatadaptatie, met name door boombehoud, vergroening en het verbeteren van de waterinfltratie (zie §4.3.2). Voor het MJPK5 zetten we het thema klimaatadaptatie op het hoogste ambitieniveau: we pakken alle drie de klimaatthema’s aan en gaan voor maximale prestaties. •
Hittestress: Steen en asfalt brengen hitte in de stad. Water en groen zorgen juist voor verkoeling. In MJPK projecten zetten we daarom in op vergroenen, verblauwen of beide. Bij kadeprojecten blijft het gewenste uitgangspunt om de kade te vervangen of renoveren mét behoud van bomen. Daarnaast ontwerpen we grotere groeiplaatsen voor bomen, zodat nieuwe bomen een groter kroonoppervlak krijgen en uitgroeien tot volwaardige schaduwgevers. Zo dragen we actief bij aan de Haagse doelstelling: 40% schaduw op looproutes.
•
Neerslag en droogte: Bij extreme neerslag heeft het Haagse watersysteem een sleutelrol in de afvoer van overtollig water. Niet alleen lokale neerslag, maar ook de neerslag die in de gemeenten rondom Den Haag valt wordt via de Haagse grachten en kanalen afgevoerd naar zee. Ook tijden van droogte komen al vaker voor. Daarom stellen we het doel om te ontwerpen vanuit het principe ‘de stad als spons.’ Door te ontstenen en water op te vangen zorgen we ervoor dat water beter infltreert of tijdelijk wordt opgeslagen waardoor het rioolsysteem minder wordt belast. Vergroenen is dus dubbel belangrijk, voor verkoeling én als waterbeheersinstrument.
>
50
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
3.7.1.3 Dierenwelzijn, natuurinclusiviteit en biodiversiteit De Haagse grachten vormen een waar-
MVOI-ambitieniveau Biodiversiteit: 2
devolle habitat voor diverse soorten.
Inzet op: verdere verbetering van biodiversiteit en groenverbindingen (bovenop wet- en regelgeving) Innovatieve oplossingen muurplanten
Aanleggen voorzieningen voor dieren
Uitvoeren Natuurkansenscan
Voedsel, veiligheid en verbinding realiseren voor 3 doelsoorten
Boom-EfectAnalyse en betere groeiplaatsen
Bomen en groen bieden leefruimte aan een breed scala van planten en dieren én worden gewaardeerd door de bewoners. Met het vorige werkprogramma zijn mooie stappen gezet om de ecologische structuren van de grachten te behouden (zie §4.3.2), maar in het MJPK5 gaan we een stap verder. Ambitieniveau 2
betekent dat we deze structuren zullen uitbreiden en verbeteren. Dit bereiken we door stevig in te zetten op natuurinclusief werken. We verkennen kansen voor natuurvriendelijke oevers, zetten in op innovatieve muurbeplanting en voorzieningen om te voorkomen dat dieren verdrinken: •
Groene grachten: Op de kademuren groeien zeldzame en zelfs beschermde planten zoals de smalle ijzervaren en de schubvaren. In MJPK5 starten we een pilot met innovatieve methodes om deze lokale soorten terug te brengen op de herstelde kademuren, in lijn met de motie ‘Groene grachten en kades vol leven’ (RIS319588).
•
Dierenwelzijn: Bij de vervanging en renovatie van bruggen plaatsen we nestkasten voor vleermuizen en trefen we maatregelen om de verlichting te verminderen. Ook gaan we voorzieningen voor dieren aanleggen, zoals vastgesteld in de Actieagenda Dierenwelzijn (RIS320897). De focus zal in eerste instantie liggen op voorzieningen laag bij het water, om te voorkomen dat dieren verdrinken. We zorgen
<
daarom voor uitklimvoorzieningen en rustplanken. Het aanleggen van op- en afstapplekken voor de rondvaart en pleziervaart vindt niet plaats in de ecologische zones en verbindingen, om te zorgen dat er een goede balans blijft bestaan in het Haagse watersysteem voor mens en dier. •
Boombehoud: Bomen zijn cruciaal voor biodiversiteit, het verminderen van hittestress en een positieve ervaring van de buitenruimte. Het uitgangspunt binnen het MJPK is om bomen te behouden. Hoewel het niet altijd mogelijk is om bomen te behouden, of tijdelijk te verplanten, blijven we toch zoeken naar methoden om de werkzaamheden uit te voeren zonder bestaande bomen te beïnvloeden. Voor elk project voeren we een Boom-Efect-Analyse uit om de conditie van bomen te beoordelen en een ‘quickscan’ om verschillende uitvoeringsmethodes te toetsen op boombehoud. In het ontwerp houden we ons aan de richtlijnen voor goede groeiplaatsen, zodat nieuwe bomen uitgroeien tot gezonde volwassen exemplaren met een groot kroonoppervlak.
•
Vergroening maaiveld: In projecten waar het maaiveld onderdeel is van de scope, brengen we de straat groener terug t.o.v. de huidige situatie. De parkeerdruk blijkt daarin vaak een belemmerende factor en afstemming binnen de gemeente is nodig om op basis van de Parkeerstrategie (RIS308711) goede afspraken te maken. Verder onderzoeken we welke kansen er zijn om extra groen aan te brengen op versteende plekken, zoals bruggen in de stad met overmatig veel verstening (zie §3.2).
3.7.1.4 Gezond Milieu De gemeente Den Haag heeft de
MVOI-ambitieniveau Gezond Milieu: 2
ambitie om in 2030 klimaatneutraal te
Inzet op: Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen SEB Ambitieuze emissie-eisen
Ambitieuze toepassing STOMPprincipe
Kansen benutten creëren groene en blauwe oases
zijn. Daarom staat het thema Gezond Milieu in het MJPK op ambitieniveau 2. We zetten vol in op het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB). We maken al langer gebruik van
elektrisch bouwmaterieel en ook in het werkprogramma 2026-2029 zal hier actief op gestuurd worden. Dit vraagt om een andere manier van werken, zowel van de gemeente als van de markt. Want zero-emissie uitvoering brengt administratie met zich mee, elektrisch materieel is (nog) niet altijd beschikbaar en de drukte op het elektriciteitsnet neemt toe. Toch kiezen we ervoor om door te pakken en stellen we de ambitie dat het MJPK programma voldoet aan de doelen van het SEB voor 2030. We zorgen dat een aantal projecten