RIS323402 Bijlage Werkprogramma MJPK5 2026-2029
Tekst van het document
Meerjarenprogramma
Kunstwerken 5 Renovatie- en vervangingsagenda Werkprogramma 2026 - 2029
2
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Inhoud 1 Aanleiding – Nú handelen is noodzakelijk 1.1 Een structurele, urgente en omvangrijke opgave
4
1.2 Voorkomen is beter dan genezen
4
1.3 Risico’s van vertragen en stilstand
5
1.4 Samenvattend
5
1.5 Leeswijzer
6
2 Technische opgave in een drukke en groeiende stad
7
2.1 Areaal: een stad vol met decennia oude constructies
8
2.2 Lange Termijn: slim beheer van bruggen, kades en tunnels
9
2.3 Werken in een drukke en veranderende stad
10
2.4 Toekomstbestendig beheer vraagt om een nieuwe manier van denken
11
3 MJPK5: werkprogramma 2026-2029 – een programmering op maat
<
3
15
3.1 Strategisch beheer als basis voor MJPK5
16
3.2 Functionele opgave: de stad en het water
19
3.3 Prioritering: programmatische keuzes met meerwaarde
20
3.4 MJPK5: Werkprogramma 2026-2029
21
3.5 Kostenindicatie MJPK5
44
3.6 Financiële dekking
45
3.7 De kracht van een programmatische aanpak
46
4 Een terugblik op de periode 2022-2025
55
4.1 Mijlpalen en waardevolle lessen
56
4.2 Projecten 2022-2025
56
4.3 Beleidsthema’s 2022-2025
65
Bijlage 70 BIJLAGE 1: Lijst met afortingen
71
BIJLAGE 2: Scopesheets projecten
72
BIJLAGE 3: Werkwijze integraal afwegen
110
>
3
< INHOUD
1
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Aanleiding – Nú handelen is noodzakelijk
Den Haag staat voor een complexe opgave die we niet kunnen uitstellen. Onder onze voeten en om ons heen bevinden zich honderden civiele kunstwerken – o.a. bruggen, tunnels, viaducten en kademuren – die de stad letterlijk en figuurlijk dragen en verbinden. Veel van deze constructies zijn oud, in slechte staat en niet ontworpen voor het intensieve gebruik van vandaag. Een groot deel van de civiele kunstwerken wordt daardoor zwaarder belast dan ooit. Inspecties tonen aan dat het noodzakelijk is om snel in te grijpen. Als we dat niet doen, heeft dat op den duur gevolgen voor de leefbaarheid, de veiligheid, de bereikbaarheid en de economie van de stad. Daarom presenteert de gemeente Den Haag het Meerjarenprogramma Kunstwerken 2026-2029 (MJPK5). Alle objecten die in MJPK5 zijn geprogrammeerd, zijn toe aan renovatie of vervanging en uitstel betekent het accepteren van grote risico’s. Het is daarom van groot belang dat MJPK5
<
in 2026 start.
>
4
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
1.1 Een structurele, urgente en omvangrijke opgave Uit het TNO-rapport Vernieuwingsopgave Infrastructuur (2023) blijkt dat heel Nederland voor een enorme opgave staat van renovatie van civiele kunstwerken, die gelijktijdig hersteld dienen te worden. Ook Den Haag beheert een areaal van miljarden euro’s aan constructies – en dat areaal veroudert. De overheid heeft de plicht om te zorgen dat de openbare ruimte veilig is en goed functioneert. De degradatie van het areaal zal niet stoppen. Daarom is het van belang om in dit degradatieproces de sluiting van constructies, of zelfs instorting, te voorkomen. Uitstel van deze technische en maatschappelijke opgave zorgt voor grotere veiligheidsrisico’s en een fnanciële boeggolf in de nabije toekomst. Of erger, er kunnen gevaarlijke situaties ontstaan en ernstige beperkingen van de bereikbaarheid als er door een calamiteit kademuren, bruggen of tunnels moeten worden afgesloten. Ook de omvang van de opgave blijft de komende decennia aandacht vragen. De opgave is immers terugkerend van aard. Bovendien leert de ervaring dat de scope van het MJPK veranderlijk is. De laatste jaren is bijvoorbeeld de Binckhorst erbij gekomen, omdat veel private kades onderdeel van de openbare ruimte worden.
Assets uit minder oude delen van Den Haag, zoals Mariahoeve en Leidschenveen gaan over een jaar of 20 gebreken vertonen en zijn dan mogelijk aan vervanging toe. Deze cyclische opgave blijft dus altijd bestaan, maar een groei van de omvang kan ondervangen worden door onafgebroken door te werken aan deze klus. Gelukkig is de gemeente Den Haag op tijd begonnen. Met MJPK1 is een voorzichtige start gemaakt en sinds-
<
dien is de aanpak voortdurend verder ontwikkeld. Zo werken we voortvarend, efectief en efciënt aan het beheersen van de risico’s die ontstaan door veroudering en/of verouderd gebruik. Den Haag is dus goed op weg, tegelijkertijd zijn we nog lang niet klaar. Om risico’s te beperken en ongelukken te voorkomen moeten we nog fink wat werk verzetten! Zo houden we Den Haag veilig, bereikbaar en leefaar.
1.2 Voorkomen is beter dan genezen Als een constructie bezwijkt, zoals in andere grote steden al is gebeurd, zijn de kosten vele malen hoger, zowel maatschappelijk als fnancieel. Ook andere ongewenste consequenties kunnen we vermijden door het herstel van assets tijdig te programmeren. Voorbeelden uit Den Haag laten zien hoe belangrijk het is om civiele kunstwerken tijdig te herstellen: •
Hubertustunnel: door renovatie blijven de veiligheidssystemen betrouwbaar functioneren, waardoor ongeplande en frequente afsluitingen van de tunnel voor verkeer worden voorkomen.
•
Brug 105: tijdig herstel voorkwam afsluiting van de Benoordenhoutseweg, één van de verkeersaders van Den Haag.
Voorbeelden uit Den Haag laten zien wat er gebeurt als we constructies (te) laat aanpakken: •
Jupiterkade: Bij een deel van de kade kan niet meer geparkeerd worden. Parkeergelegenheid op deze locatie is daarop aangepast. Langs de overige kade zijn ernstige verzakkingen doordat zand achter de muur wegspoelt.
•
Haven Scheveningen: aan een deel van de kade kon tijdelijk niet worden aangemeerd door de reders, omdat we een noodmaatregel moesten uitvoeren.
•
Binckhorstbrug: er is al meerdere jaren een aslastbeperking en een snelheidsbeperking, dit zorgt voor veel overlast in de omgeving. Bovendien lopen de kosten om de brug open te houden totdat de vervanging start steeds hoger op.
>
5
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Ook elders in het land zijn de gevolgen van niet tijdig ingrijpen zichtbaar: •
Een kademuur langs de Grimburgwal in de historische binnenstad van Amsterdam stortte in, met schade aan woningen en langdurige afsluiting in een drukke binnenstad tot gevolg.
•
Een verkeersbrug over een kanaal moest acuut worden afgesloten na het ontdekken van scheurvorming in de draagconstructie, met grote economische schade voor de regio.
•
Een onderdoorgang onder een spoorlijn liep bij hevige regenval volledig onder water door falende afwatering wat leidde tot gevaarlijke situaties en langdurige stremming van het verkeer.
•
In een andere stad leidde het falen van tunnelinstallaties tot een wekenlange sluiting van een belangrijke verbinding, met forse hinder voor hulpdiensten en openbaar vervoer.
Het is dus noodzakelijk om onafgebroken aan deze opgave te blijven werken, om grote risico’s te voorkomen.
1.3 Risico’s van vertragen en stilstand Het MJPK is opgebouwd als een zorgvuldig geprioriteerd programma, waarin veiligheid voorop staat. Slechte constructies pakken we op tijd aan, waarbij we ook rekening houden met het tempo dat de stad aankan. Dit is een complexe afweging, want de technische opgave is groot. De totaal in kaart gebrachte herstelopgave omvat ca. 15 kilometer kademuren, 16 bruggen en 3 viaducten. Vanuit technische urgentie is het nodig om de herstelopgave van 9 kilometer kademuren, 11 bruggen en 2 viaducten in 2026-2029 (in MJPK5) te starten. Bij onvoldoende fnanciële dekking moeten projecten worden doorgeschoven. Dat is niet zonder gevolgen.
<
We hebben dit eerder gezien: bij de herziening van MJPK4 zijn projecten noodgedwongen doorgeschoven naar MJPK5. De verzakkingen aan de Soestdijksekade zijn een direct gevolg van het uitstel. Ook het Eline Vere park is deels buiten gebruik gesteld als locatie voor demonstraties vanwege veiligheidsrisico’s. Door dit soort situaties blijkt dat uitstel gevolgen heeft. Bovendien kan schuiven in de prioritering betekenen dat: •
veiligheidsrisico’s toe kunnen nemen, met mogelijk noodmaatregelen of afsluitingen tot gevolg;
•
de technische staat van objecten kan verder verslechteren, waardoor herstel duurder en complexer wordt;
•
de uitvoeringscapaciteit onder druk komt te staan, doordat in de toekomst meerdere urgente projecten tegelijk moeten worden opgepakt.
•
het uitvoeringsteam niet kan worden behouden, doordat het werkvolume stagneert. Het behouden van een goed functionerend team is cruciaal. Zeker in deze krappe arbeidsmarkt. De ervaring leert dat (kortstondige) stagnatie in de uitvoering van een programma vaak lang doorwerkt, ook als weer voldoende capaciteit en middelen beschikbaar zijn gekomen.
1.4 Samenvattend Het werk is nooit af. Als we stilstaan, al is dat maar tijdelijk, riskeren we dat de degradatie het werk inhaalt. Met voortschrijdend inzicht moeten we daarom meer kademuren en bruggen programmeren dan voorheen. De totaal in kaart gebrachte herstelopgave omvat ca. 15 kilometer. Vanuit technische urgentie is het nodig om de herstelopgave van ca. 9 kilometer in 2026-2029 (in MJPK 5) te starten. Alle projecten die in MJPK5 zijn geprogrammeerd, zijn geselecteerd om de stad veilig, bereikbaar en leefaar te houden. Het gaat om constructies en installaties waarvan is aangetoond dat het noodzakelijk is om nu in actie te komen. Uitstel is onverstandig: eerdere verschuivingen hebben geleid tot zichtbare problemen in de stad. Om deze opgave beheersbaar te houden en de stad veilig en bereikbaar, is het van groot belang dat MJPK5 meteen van start kan gaan.
>
6
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
1.5 Leeswijzer In dit boekwerk leest u wat de opgave en het werkprogramma van het MJPK5 inhouden: •
Hoofdstuk 2: Verankering van opgedane kennis, innovaties en nieuwe werkmethodes. We gaan in op de staat van het Haagse areaal, nieuwe onderzoeksmethodes, de veranderende contexten en de langetermijnopgave.
•
Hoofdstuk 3: Het werkprogramma voor 2026–2029 (MJPK5). Hierin staan fnanciering, prioritering, kansen en risico’s centraal. Ook lichten we toe hoe het MJPK actief koppelkansen benut: door werkzaamheden slim te combineren met andere opgaven in de stad. Dit levert meerwaarde op, minder hinder en een betere leefomgeving.
•
Hoofdstuk 4: Een terugblik op de MJPK-periode 2022–2025 (MJPK4), met de belangrijkste lessen en behaalde resultaten.
<
>
7
< INHOUD
2
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Technische opgave in een drukke en groeiende stad
Dit hoofdstuk geeft inzicht in de civiele kunstwerken van Den Haag en de nieuwe werkprocessen die het beheer ervan behapbaar houden. Paragraaf 2.1 geeft een overzicht van het areaal dat de gemeente beheert en in paragraaf 2.2 kijken we naar de toekomst, met een overzicht van de lange termijn opgave. Paragraaf 2.3 beschrijft de veranderende context waarbinnen de beheerorganisatie opereert. Om daarmee om te gaan is een doorontwikkeling van de beheerflosofe nodig, die wordt toegelicht in paragraaf 2.4.
<
>
8
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
2.1 Areaal: een stad vol met decennia oude constructies Als er wordt gesproken over civiele kunstwerken wordt meestal alleen de term ‘kunstwerken’ gebruikt, wat niet verward moet worden met kunst in een museum. Het gaat om civiele constructies zoals bruggen, tunnels, viaducten, kademuren, beschoeiingen en duikers (verbindingen tussen watergangen onder het maaiveld). Kunstwerken zijn onmisbare schakels in de stedelijke infrastructuur. Elk object speelt een belangrijke rol in het functioneren van Den Haag, in het verbinden van mensen, wijken, water en wegen in de stad. De gemeente Den Haag beheert een omvangrijk areaal aan kunstwerken met een geschatte waarde van enkele miljarden euro’s. Door continu te werken aan het tijdig herstellen van deze assets, behouden ze hun waarde én zorgen we dat Den Haag een bereikbare, veilige, leefare en economische aantrekkelijke stad blijft. In afeelding 1 is een overzicht van deze assets opgenomen. Veel kunstwerken zijn decennia geleden ontworpen en voor een ander gebruik dan nu. De tijd van paard en wagen is voorbij en deze vervoersmiddelen zijn al lange tijd ingeruild voor auto’s, zwaar vrachtverkeer en trams. Onze bruggen en kademuren worden veel zwaarder belast en intensiever gebruikt. Er zijn vier manieren waarop gesproken kan worden van ‘veroudering’ van kunstwerken: •
door gebruik, veroudering van materialen en omgevingsin-
Natte infrastructuur
vloeden. Om dit goed te kunnen beheersen en om te kunnen
Zware kerende constructies
<
Technische veroudering: Kunstwerken degraderen in de tijd
focussen op maatregelen die de levensduur verlengen, is het inspectieregime de afgelopen jaren sterk uitgebreid. De tech-
Vaste verkeersbruggen
nische staat wordt vastgesteld via onze inspectiestrategie, die bestaat uit visuele inspecties, metingen, specialistische
Beweegbare bruggen
onderzoeken en monitoring. Op basis van deze informatie Duikers Lichte kerende constructies
bepaalt de assetmanager het risicoprofel van alle kademuren, bruggen en bijzondere constructies. •
Juridische veroudering: Normen en richtlijnen worden
langzaamverkeersbruggen
regelmatig bijgesteld of aangescherpt. Daarom moeten ook
Steigers
deeld, om bij veranderingen van normen en richtlijnen na te
bestaande kunstwerken of installaties telkens worden beoorgaan of aanpassingen nodig zijn in het gebruik van de asset,
Sluizen
Droge infrastructuur
of dat renovatie of vervanging nodig is. •
Economische veroudering: In sommige gevallen kan het voordeliger zijn om de gehele constructie te vervangen of reno-
Viaducten
veren, dan het herhaaldelijke uitvoeren van reparaties. Ook de (gevolg)schade zoals verkeersopstoppingen die
Onderdoorgangen
ontstaat door storingen, kan een reden zijn om verouderde Tunnels Hekwerken Afeelding 1: het areaal van civiele kunstwerken dat Den Haag in beheer heeft.
installaties van tunnels en bruggen op te nemen in de programmering. •
Functionele veroudering: Als een kunstwerk niet meer nodig is voor de functie waar het ooit voor was gebouwd, spreken we van functionele veroudering. Bijvoorbeeld wanneer verkeersbruggen worden vervangen om meer verkeer te kunnen afwikkelen, of als een drukke weg wordt afgewaardeerd om juist ruimte te maken voor een groene wandelpromenade. Dit heeft ook invloed op de mate waarin de constructies belast worden, en kan een reden zijn om assets al dan niet op te nemen in de programmaring.
>
9
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Kunstwerken verouderen dus op verschillende manieren. Het vraagt om onafgebroken aandacht om deze veroudering bij te houden en te zorgen dat er zo min mogelijk beperkingen ontstaan in de bereikbaarheid, of risico’s voor de veiligheid. We werken daarom nu vanuit het gedachtegoed dat assets niet per se een einde levensduur hebben, maar met de juiste ingrepen oneindig mee kunnen. Dit vraagt om een nauwkeurige beoordeling van de technische staat en een gerichte aanpak per object, zodat we in plaats van het gehele object alleen de versleten onderdelen vervangen en zo de levensduur verlengen met minimaal 30 jaar. Daar waar binnen het reguliere beheer de focus ligt op veilige en verzorgde instandhouding richten we ons met het MJPK op kunstwerken met een levensduurverlengende opgave, zowel voor kleine als grote objecten.
2.2 Lange Termijn: slim beheer van bruggen, kades en tunnels Waarin eerdere werkprogramma’s de focus lag op de periode tot 2040 zien we nu een doorlopende opgave verder de toekomst in. Voor een deel van het areaal is er een terugkerende cyclische opgave, bijvoorbeeld voor de installaties van beweegbare bruggen en de tunnels. En voor een ander deel volgt de opgave bijvoorbeeld uit de verschillende bouwperiodes in de ontwikkeling van de stad. De komende decennia krijgt de gemeente daardoor te maken met een structurele beheeropgave van civiele kunstwerken die breder en complexer wordt. Het aantal objecten dat om aandacht vraagt neemt toe en de samenloop met externe ontwikkelingen zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en veranderend ruimtegebruik maken het werk uitdagender. Door intensievere inspecties, data-analyse en objectgerichte beoordelingen kunnen we gerichter en betrouw-
<
baarder voorspellen wat er nodig is om de kunstwerken veilig, bereikbaar en leefaar te houden. De langetermijnopgave kent verschillende inhoudelijke aandachtsgebieden binnen ons areaal:
1. Kademuren en bruggen met een betonnen fundering en houten grondscherm Tijdens eerdere MJPK-programmeringen zijn veel houtgefundeerde kademuren en bruggen aangepakt. Dit zijn echter niet de enige kadeconstructies in de stad. Er zijn ook andere typen bruggen en kademuren die gebreken vertonen. Zoals kademuren op betonnen palen waarbij het houten grondscherm niet meer voldoet. Door alleen het grondscherm te vervangen of renoveren, kunnen we de levensduur van het gehele object vaak verlengen zonder het voor volledige sloop-nieuwbouw te programmeren. Ook bij bruggen met een betonnen fundering en houten grondscherm komen vergelijkbare gebreken aan het licht. We voorzien dat dit een begin is van een grotere opgave die de komende jaren duidelijker zichtbaar zal worden.
2. Viaducten Veel viaducten zijn in de periode 1940-1960 gebouwd en kennen een theoretische levensduur van 100 jaar. Sindsdien zijn de viaducten van Den Haag intensiever gebruikt dan in het oorspronkelijke ontwerp was voorzien en inmiddels treden bij meerdere objecten gebreken op. De benodigde maatregelen verschillen sterk per viaduct. Door periodiek inspecteren en vroegtijdig preventieve maatregelen te trefen kunnen we voorkomen dat er ernstige situaties ontstaan: het afsluiten van een viaduct (met als gevolg een groot knelpunt in het verkeersnetwerk van Den Haag) of het bezwijken van een constructie. Dit betekent dat we tijdig moeten investeren.
3. Spooronderdoorgangen met complexe technische problematiek Bij spooronderdoorgangen speelt vaak een bijzondere technische opgave, zoals lekkage door opkomend grondwater. Als dit soort problemen niet worden verholpen ontstaan gevaarlijke situaties, met name bij vorst (gladheid) of hevige regenval, wat door het veranderende klimaat de komende jaren steeds meer zal voorkomen. Dit zijn vaak lastige en kostbare projecten, vanwege de ligging, de betrokken partijen en de omgevingsimpact.
>
10
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
4. Tunnels met verouderde installaties Bij tunnels zien we dat de civieltechnische onderdelen vaak nog voldoen, maar dat technische installaties een veel kortere levensduur hebben. Het gaat daarbij om systemen als de ventilatie, bediening en verlichting van tunnels, oftewel assets die essentieel zijn voor veilig gebruik van tunnels. Vanuit een lifecycle-benadering betekent dit dat de technische installatie van tunnels iedere 15 jaar opnieuw moeten worden aangepakt. Deze terugkerende opgave is groot, maar noodzakelijk, om falende installaties of langere (ongeplande) afsluitingen te voorkomen. Vooruitlopend hierop zien we nu al concrete vervangingsmomenten aankomen voor de installaties van de Koningstunnel (2035), de installaties van de Rotterdamsebaan (2036) en de installaties van de Hubertustunnel (2040).
5. Naoorlogsewijken met verouderde kunstwerken In wijken zoals Bouwlust, Moerwijk, Mariahoeve en Morgenstond bevinden zich veel civiele objecten die zijn aangelegd na 1960. Denk aan verkeersbruggen, langzaamverkeersbruggen (voor fetsers en voetgangers), steigers en beschoeiingen. Deze objecten zijn intensief gebruikt en zijn de komende periode in groten getale aan renovatie of sloop-nieuwbouw toe. Ook in “nieuwe” gebieden zoals Leidschenveen, Ypenburg en Wateringseveld zijn veel steigers, stuwen en bruggetjes die 30-50 jaar meegaan en over 10 à 20 jaar aangepakt moeten worden.
2.3 Werken in een drukke en veranderende stad
<
Integraal Beheer Openbare Ruimte
Afeelding 2: Druktebeeld van de Haagse openbare ruimte
De ruimte in onze stad is schaars. Den Haag groeit en staat voor meerdere stedelijke transities, zoals de mobiliteitstransitie, de energietransitie, de grondstofentransitie en het werken aan klimaatadaptatie. Deze opgaven vragen stuk voor stuk fysieke ruimte. Dat betekent dat de stad vaak wordt opengebroken voor de aanleg van bijvoorbeeld warmtenetten, digitale netwerken en installaties voor warmte-koudeopslag (WKO). Onder en boven de grond concurreren steeds meer functies om diezelfde vierkante meters. Deze schaarste bepaalt wat mogelijk is op welke plek en stelt grenzen aan wat er kan. Een goed functionerende openbare ruimte vraagt om slimme keuzes. Zo zorgt Den Haag ondanks deze beperkingen voor een inrichting die blijft functioneren en kan meebewegen met de veranderingen in de stad. Dat vraagt om integraal denken en zorgvuldig afwegen van belangen, juist in het beheer. Voor deze afwegingen sluiten we aan op de Haagse ontwerpprincipes voor een goed functionerende openbare ruimte (zie afeelding 3). Deze vormen de basis voor keuzes in ontwerp, aanleg en beheer.
>
11
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5 Hoewel de technische opgave vooraan blijft staan, heeft beheer ook een sleutelrol in de ontwikkeling van de openbare ruimte. Om de openbare ruimte te onderhouden en optimaal te benutten moeten we vooruitdenken. Vanuit beheer vraagt dit om data bij elkaar te brengen, informatiesystemen te verbeteren, tijdig af te stemmen met ketenpartners en te zorgen voor inzicht in de lange termijn opgave. Werk-met-werk maken is hierin de standaard. We combineren waar mogelijk – en met aanvullende dekking – beheeropgaven met andere opgaven in de openbare ruimte. Dit werkt als een hefoom, zodat we elke
Afeelding 3: Haagse ontwerpprincipes voor de inrichting van de openbare ruimte
ingreep maximaal benutten.
2.4 Toekomstbestendig beheer vraagt om een nieuwe manier van denken De opgave van het MJPK is altijd zodanig omvangrijk geweest dat innovatie en het ontwikkelen van nieuwe methoden en technieken nodig was en is om de opgave te kunnen realiseren. De afgelopen jaren hebben we veel kennis opgedaan over monitoring en beoordeling van objecten, waardoor we beter inzicht hebben gekregen in het areaal. Omdat de degradatie van het areaal blijft bestaan en de technische opgave de komende decennia omvangrijk blijft, is het van belang om nu te versnellen. Ook zorgen de genoemde stede-
<
lijke transities en andere vervangingsprogramma’s die in de openbare ruimte worden uitgevoerd ervoor dat het werk alsmaar complexer wordt. Een nieuwe visie op beheer maakt het mogelijk om het tempo te verhogen ondanks de toenemende complexiteit. • Innovatieve technieken: dankzij nieuwe methoden voor monitoring en technische beoordelingen hebben we een grotere diversiteit in herstelmaatregelen gecreëerd. Dit maakt het mogelijk om onze objecten circulair in stand te houden. Het volledig vervangen van assets is daardoor niet altijd meer nodig, in veel gevallen kan herstellen van onderdelen ervoor zorgen dat een brug of kademuur weer voor minimaal dertig jaar veilig is. • Een slimme programmering: door integraal naar de opgave te kijken wordt beter duidelijk welke herstelmaatregel nodig is. Daaruit kan blijken dat een kleinere ingreep voldoende is, bijvoorbeeld als het toekomstig gebruik van een kademuur, brug of viaduct verandert. • Gecoördineerde clusters: versnellen in de onderhoudsopgave betekent werken vanuit gecoördineerde clusters over de hele stad. Door parallel op meerdere plekken tegelijk te werken, kunnen we in korte tijd een groter deel van de technische opgave realiseren. Zo kunnen we de veiligheid beter garanderen, zonder dat de bereikbaarheid wordt belemmerd. Met deze werkwijze zorgen we ervoor dat de opgave waar Den Haag voor staat beheersbaar blijft.
Een toekomstbestendige openbare ruimte is integraal, fexibel en adaptief. We ontwerpen en beheren met het oog op multifunctionaliteit, demontabiliteit en hergebruik. We creëren ruimte voor bewoners en gebruikers om mee te denken en mee te doen, en zorgen voor een gezonde balans tussen functionaliteit en beleving. Het doel is om (maatschappelijke) waarde voor de stad te creëren en te behouden, tegen minimale kosten en risico’s. Dit doel kunnen we bereiken door ontwikkeling van assetmanagement.
>
12
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
2.4.1 Assetmanagement De gemeente werkt binnen de cyclus van beheer met de methode van assetmanagement volgens het iAMPro-model (zie afeelding 4). Het doel van assetmanagement is om strategische doelen van de organisatie te realiseren en maximale waarde te behouden. Dit leidt tot systematisch en gecoördineerd beheer van assets door: •
de balans tussen prestaties-risico’s-kosten aan te brengen;
•
de totale levenscyclus te beschouwen;
•
de gebruiker centraal te stellen en integraal te werken;
•
de beslissingen te baseren op data;
•
de ‘Line of Sight’ van strategie naar de operatie te volgen (zie §2.4.2). Om onze beleidsdoelen nu en in de toekomst te bereiken, voeren we een mix van activiteiten uit. Deze variëren van inspecties en kleine interventies tot levensduurverlengend onderhoud en renovatie of vervanging. Beheer volgens het iAMPro-model biedt structuur en ondersteunt besluitvorming. In 2023 zijn Assetmanagementplannen opgesteld voor verschillende assetgroepen binnen de gemeente. Deze plannen beschrijven hoe we bijdragen aan de doelstellingen van de stad, met aandacht voor waardesturing, wetgeving, het port-
<
folio en de strategie voor beheer, onderhoud en vervanging. Afeelding 4: het iAMPro model is een model waarmee organisaties invulling geven aan assetmanagement, bestaande uit 3 pijlers:precesstappen data & informatie en mens & organisatie.
Het klassieke idee van ‘einde levensduur’ leidt tot periodieke vervanging. In het gedachtegoed van assetmanagement zien we kunstwerken daarentegen als modulaire systemen, die in veel gevallen blijvend in stand te houden zijn. Bruggen, kademuren en andere constructies bestaan uit losse componenten, zoals fundering, onderbouw, bovenbouw en installaties, die ieder een eigen levensduur en functie kennen. Dankzij meer inzicht in verouderde civiele kunstwerken kunnen we deze onderdelen onderhouden, renoveren of vervangen. Zo kan het geheel vaak langer veilig blijven functioneren, zonder dat sloop-nieuwbouw van het volledige object nodig is. Daarmee maken we efciënter gebruik van de fnanciële middelen en zorgen we dat de enorme opgave, om het areaal van Den Haag veilig te houden, behapbaar blijft. Deze aanpak brengt twee veranderingen met zich mee. Ten eerste stelt de aanpak nieuwe eisen aan de informatie waar we ons op baseren. Actuele, betrouwbare, data en een nauwkeurige beoordelingsmethodiek zijn nodig. Hiervoor is het Haags Beoordelingsmodel ontwikkeld (zie §3.1.3). Ten tweede verandert de aard van onze opgave. De focus verschuift van vervanging naar duurzame levensduurverlenging. Dit betekent meer specialistisch werk, aangezien renovatie vaak technisch uitdagender is dan vervanging. Tegelijkertijd biedt dit kansen om de impact, kosten en het materiaalgebruik te beperken.
Binnen deze werkwijze onderscheiden we vier typen maatregelen die kunnen worden ingezet. Vanuit de circulariteitsgedachte, gaat de voorkeur -daar waar kan- naar het verlengen van levensduur in plaats van sloop-nieuwbouw: 1. Regulier beheer: Het object functioneert zoals bedoeld. Door middel van periodieke inspecties en onderhoud blijft de constructie in goede conditie. Dit is zowel technisch als maatschappelijk de meest duurzame optie. Zolang het verantwoord is om een kunstwerk met regulier beheer veilig en functioneel te houden, verdient dit altijd de voorkeur. 2. Functieherwaardering: Het gebruik van een kunstwerk wordt aangepast, bijvoorbeeld door een brug alleen nog toegankelijk te maken voor fetsers en voetgangers. Dit doen we bij objecten waarvan één
>
13
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
of meerdere onderdelen (zoals het brugdek of de fundering) slijtage vertonen, maar die bij een lagere belasting nog steeds veilig kunnen functioneren. Zo kan het object behouden blijven zonder dat direct grote technische ingrepen nodig zijn. 3. Renovatie: De levensduur van één of meerdere onderdelen wordt verlengd door technische ingrepen. Bijvoorbeeld het versterken van de fundering of het vervangen van een grondscherm, terwijl de rest van de constructie behouden blijft. Renovatie is vaak technisch complex, maar minder ingrijpend dan sloopnieuwbouw van het volledige object. Daarom is het duurzamer en zorgt het ook voor minder overlast voor de omgeving. 4. Sloop-nieuwbouw: Als behoud of herstel niet meer mogelijk of doelmatig is, vervangen we het object. Vervanging wordt uitsluitend overwogen als andere oplossingen niet meer verantwoord zijn. Om circulair instandhouden verder vorm te geven, is ook inzicht in vrijkomende materialen van belang. We bevorderen circulaire strategieën door bij ingrepen te registreren welke materialen beschikbaar komen en in welke staat deze verkeren. Zo benutten we materialen maximaal en beperken we verspilling. We zien kunstwerken dan ook steeds meer als een bron van waardevolle grondstofen waar we als beheerder zorgvuldig mee omgaan, in plaats van ze te slopen en de oude materialen af te voeren.
We moeten anders naar onze kunstwerken leren kijken: niet als object met een houdbaarheidsdatum, maar als modulair systeem met potentie voor langdurige instandhouding.
2.4.2 De zichtlijn en de beleidshiërarchie waarbinnen we werken Assetmanagement is geen exclusieve taak van de beheerafdeling, maar een verbindende werkwijze die
<
strategie, beleid en uitvoering op elkaar afstemt. De kern hiervan is de Line of Sight, oftewel de zichtlijn van strategische doelen naar dagelijkse activiteiten (zie afeelding 5). Het idee is dat keuzes in beheer bijdragen aan de realisatie van beleidsdoelen van de gemeente en deze doelen te transformeren naar expliciete uitgangspunten in onze projecten.
Visie en ambities
Strategisch
Waar willen we naartoe en waarom? +25 jaar
Tactisch
Wat doen we om het doel te behalen? +10 jaar
Operationeel
Hoe voeren we dat uit? +4 jaar
Line of sight
Niveau
Stad
Assetportfolio
Assetsysteem/-discipline
Asset
Doelen
Ambities
Organisatiedoelen
Assetmanagment/ programmadoelen:
Assetmanagment activiteiten:
Lange termijnopgave MJPK Assetmanagementplan
Uitvoeringsprogramma MJPK Meerjarenonderhoudsplannen
Plan
• Rechtvaardig en inclusief • Betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad • Klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief • Economisch vitaal • Gezond en veilig • Duurzaam bereikbaar Coalitieakkoord 2023-2026 Omgevingsvisie 2050
• Verblijf en ontmoeting stimuleren • Gezondheid bevorderen • Veiligheid en weerbaarheid bevorderen • bereikbaarheid garanderen • Economische functie versterken
Kadernota Openbare Ruimte Handboek Openbare Ruimte
• Circulariteit • Klimaatadaptie • Biodiversiteit • Ruimtelijke verblijfskwaliteit • Wateropgave • Innovatie
• Inspectie • Regulier onderhoud • Vervanging en renovatie
Afeelding 5: de Line of Sight van binnen de gemeente, van de Omgevingsvisie 2050 tot aan het MJPK
Dit principe maakt zichtbaar hoe ambities van de organisatie worden vertaald naar acties. Iedereen die bijdraagt aan het beheer van assets moet begrijpen waarom haar of zijn werk ertoe doet en hoe het bijdraagt aan de doelstellingen van de stad. De Line of Sight begint bij de strategische koers van de stad. Voor het fysieke domein is dit de Omgevingsvisie Den Haag 2050: Thuis in een groene metropool aan zee. Op tactisch niveau bieden verschillende beleidsdocumenten het kader waarbinnen de projecten uit het MJPK worden uitgevoerd, zoals de Kadernota Openbare Ruimte, het Actieplan Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en
>
14
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Inkopen (MVOI) en meer specifeke beleidsdocumenten die een relatie hebben met het MJPK, zoals de Nota Stadsnatuur, de Actieagenda Dierenwelzijn of gebiedsplannen. Daarmee is het programma een concreet instrument om ook de ambities op de lange en middellange termijn tastbaar en uitvoerbaar te maken. Tabel 1: een overzicht van de relevante beleidsdocumenten Document
<
RIS nummer
Omgevingsvisie 2050
RIS322469
Coalitieakkoord 2023-2026
RIS316672
Kadernota Openbare Ruimte
RIS314856
Handboek Openbare Ruimte
RIS268741
Actieplan Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen
RIS317940
Nota Stadsnatuur
RIS305824
Nota Stadsbomen
RIS307827
Actieagenda Dierenwelzijn
RIS320897
Binnenstadsplan 2033
RIS316359
Havenvisie 2025-2050
RIS322398
Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen
RIS316901
Het Nieuwe Normaal
RIS321486
Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig
RIS308745
Betonakkoord
RIS298037
Elk project van MJPK benut aan de hand van deze kaders kansen om beheer en beleid slim te verbinden.
>
15
< INHOUD
3
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
MJPK5: werkprogramma 2026-2029 – een programmering op maat
We zijn genoodzaakt om in het MJPK5 meer bruggen en kademuren te programmeren dan ooit tevoren: de totaal in kaart gebrachte herstelopgave omvat ca. 15 kilometer kademuur, 16 bruggen en 2 viaducten. Vanuit technische urgentie is het nodig om de herstelopgave van ca. 9 kilometer kademuur, 11 bruggen en 2 viaducten in 2026-2029 te starten. Dit hoofdstuk beschrijft de herstelopgave voor de komende vier jaar, en geeft een verdere doorkijk in de opgave voor de middellange termijn. Daarbij werken we steeds vaker in andere stadsdelen dan het centrum, zodat we meerdere opgaven tegelijk kunnen uitvoeren. Ook benutten we koppelkansen door de werkzaamheden strategisch te combineren met andere opgaven in de stad. Dit leidt tot meerwaarde, zoals kostenbesparing, het beperken van hinder voor de omgeving en een betere
<
leefomgeving. Daarom brengen we deze kansen vroeg in beeld. Binnen MJPK blijft de technische urgentie onverminderd leidend. De koppelkansen zijn aanvullend: de financiering ervan valt onder de betreffende andere opgaven.
>
16
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Om duidelijk toe te lichten hoe we tot het werkprogramma 2026-2029 zijn gekomen, geven we in paragraaf 3.1 inzicht in de werkwijze en komt in paragraaf 3.2 de functionele opgave aan bod. In paragraaf 3.3 lichten we toe hoe we een prioritering hebben aangebracht in de opgave voor de middellange termijn om tot de korte termijn opgave (2026-2029) te komen. Op deze manier blijft de opgave beheersbaar en zorgen we ervoor dat de veiligheid en toekomstbestendigheid van de stad geborgd wordt. Paragraaf 3.4 geeft het overzicht van het werkprogramma van MJPK5: voor elk cluster is beschreven welke opgave er ligt en welk deel van die opgave we in MJPK5 programmeren. Paragraaf 3.5 en 3.6 gaan in op respectievelijk de fnanciële omvang en benodigde fnanciering voor MJPK5. Tot slot besteden we in paragraaf 3.7 aandacht aan de programmatische werkwijze van het MJPK en de voordelen die dit biedt voor het verwezenlijken van strategische doelen en het creëren van een sterke programmabeheersing.
3.1 Strategisch beheer als basis voor MJPK5 Voortbouwend op de eerdere werkprogramma’s is de aanpak ook met MJPK5 weer verder doorontwikkeld, met als doel de beheeropgave behapbaar te houden en tegelijkertijd meerwaarde te creëren voor de stad. De technische staat bepaalt de prioriteit, maar we kijken ook naar de ruimtelijke context, zoals gebiedsontwikkelingen. Deze aanpak is verder doorontwikkeld, waardoor meer maatschappelijke waarde kan ontstaan.
3.1.1 Samenhang in beheerprogramma’s Dit doen wij vanuit MJPK niet als enige beheerorganisatie. Binnen de gemeente worden vanuit verschillende
<
beheerdomeinen meerjarige programmeringen samengesteld die veel interne (gemeentelijke) en externe (niet-gemeentelijke) raakvlakken hebben in de openbare ruimte, zowel op programma- als op projectniveau. Denk aan de water- en rioleringsprogrammering, de wegenprogrammering en de MJPK-programmering. Ons basisuitgangspunt is dat we zo goed mogelijk de integraliteit opzoeken en bewaken tussen deze programmeringen. De gemeente heeft een systematiek voor integraal programmeren ontwikkeld om de verschillende beheerprogrammeringen samen te brengen en af te stemmen. Door deze samenhang ontstaat een basis voor een integraal programma buitenruimte. Op reguliere basis vindt afstemming plaats via de Integraal Programmeertafel, waar ook nutspartijen onderdeel van uitmaken. Op zowel programmaniveau als projectniveau wordt in deze afstemming gekeken welke assets mee gaan in een project en waar werk-met-werk te maken is. Op projectniveau zijn er raakvlakken met gemeentelijke projecten (zoals bereikbaarheid- en mobiliteitsprojecten en gebiedsontwikkelingen) maar ook raakvlakken met niet-gemeentelijke projecten (zoals kabels- en leidingenprojecten). Voor werk-met-werk maken is het uitgangspunt dat veilig gebruik en dus tijdige aanpak van de assets leidend is.
Juist daarom is het van belang om deze kansen in een vroeg stadium in beeld te brengen, zodat er geen vertragingen ontstaan of meegekoppelde kansen vanuit veiligheidsoogpunt toch ontkoppeld moeten worden.
Op het gebied van beleid- en regelgeving zijn er raakvlakken op: •
Europees niveau (Kaderrichtlijn Water en Richtlijn Stedelijk Afvalwater)
•
Rijksniveau (Besluit kwaliteit Leefomgeving en de Omgevingswet)
•
Regionaal niveau (beleid waterschap en beleid provincie Zuid-Holland)
•
Gemeentelijke niveau (Omgevingsvisie en Kadernota Openbare Ruimte).
De beheerprogrammeringen hanteren vanuit dit beleid en deze regelgeving dezelfde hoofduitgangspunten.
>
17
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
3.1.2 Integraal afwegen Binnen de scope van MJPK zijn in het areaal verschillende clusters te onderscheiden waar vanuit technische urgentie een herstelopgave is gesignaleerd. De indeling van deze clusters is gebaseerd op overeenkomsten in technische kenmerken en ontwikkelingen in de omgeving die gaande zijn of in de nabije toekomst worden opgestart. Zo worden in MJPK5 assets geprogrammeerd in onder andere het centrum, de haven van Scheveningen en de Binckhorst. Deze clusters hebben verschillende types bruggen en kademuren waarvoor vaak een afwijkende aanpak nodig is. Ook zijn er gebiedsontwikkelingen gaande, die soms een grote impact hebben op het gebruik van deze constructies. Daarom is voor het werkprogramma 2026–2029 een gebiedsindeling van de aanpak ingezet (zie afeelding 6).
<
>
Afeelding 6: Clusters MJPK5
Door deze clusterbenadering kunnen we parallel op meer plekken in de stad werken, zodat de projecten in verschillende clusters elkaar niet beïnvloeden. Om voor al deze clusters in beeld te brengen welke opgave er ligt, is per cluster het proces van integraal afwegen doorlopen. In een integrale afweging wordt gekeken naar drie factoren (die worden toegelicht in §3.1.3, §3.2 en §3.3). •
Allereerst de technische opgave: wat is de constructieve staat van de assets in het cluster? En welke herstelmaatregelen zijn nodig?
•
De prioritering: wat is de urgentie van de opgave?
•
De functionele opgave: welke gebiedsontwikkelingen zijn gaande, nu en in de nabije toekomst? Welke raakvlakopgaves zijn er (werk-met-werk) en welke koppelkansen zoals bijvoorbeeld de wateropgave, vergroening of klimaatadaptatie?
Dit proces vormt de basis voor de samenhang tussen beheer, beleid en ontwerp. Kansen en knelpunten worden eerder zichtbaar, waardoor ze in de uitvoering niet voor vertraging of meerkosten zorgen. Ook kan over werk-met-werk maken en de bijbehorende dekkingsopgave besloten worden in een vroeg stadium van
18
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
de programmering. Zo benutten we de ‘hefoomfunctie’ van beheer optimaal: door slim te combineren vergroten we de maatschappelijke meerwaarde en realiseren we efciëntere, beter afgestemde projecten.
3.1.3 Technische opgave in beeld: Het Haags Beoordelingsmodel Assetmanagement draait om het beheersen van risico’s, zowel op strategisch als operationeel niveau. We doen dit via risicomanagement op assetniveau, in lijn met de ISO-31000. We brengen de kans op falen van objecten en de impact ervan in beeld, en sturen hierop met behulp van een bedrijfswaardenmatrix. Niet alles is echter voorspelbaar of planbaar. Soms ontstaan risico’s door uitstel van projecten, onverwachte schade of verslechtering van een kunstwerk. Ons werkproces helpt om acute risico’s beheersbaar te maken door tijdig maatregelen te trefen. De afweging is integraal: niet alleen technische urgentie, maar ook uitvoerbaarheid, veiligheid, omgevingsimpact en communicatie spelen een rol. Het doel van deze werkwijze is de schade snel onder controle krijgen en het object veilig houden op een manier die uitvoerbaar en verantwoord is voor de omgeving. Deze aanpak vraagt veel inzet, fexibiliteit en samenwerking binnen de organisatie. Tijdige renovatie en vervanging blijven daarom de meest duurzame en efciënte aanpak. Om per kunstwerk een passende maatregel te bepalen, brengen we de technische opgave systematisch in beeld. Daarbij hanteren we het Haags Beoordelingsmodel – een gelaagde inspectiestrategie waarmee we gebreken tijdig signaleren en beheersmaatregelen kunnen trefen voordat risico’s ontstaan.
<
> Afeelding 7: Het Haags Beoordelingsmodel
Het Haags Beoordelingsmodel is gebaseerd op het veiligheidsdenken van James Reason: falen ontstaat pas als meerdere beschermlagen tegelijk niet werken. Zo werkt het ook in beheer. Onze inspecties vormen lagen in een beschermingssysteem – van globale visuele inspectie tot duikonderzoeken en sterkteberekeningen. Hoe hoger de urgentie of onzekerheid, hoe dieper en nauwkeuriger we inzoomen. We beoordelen kunstwerken op vier hoofdcomponenten: bovenbouw, onderbouw, waterbodem en grondkerendscherm. Elke component kent specifeke functies, kwetsbaarheden en levensduurverwachtingen. Door deze componenten afzonderlijk te beschouwen, kunnen we maatwerk leveren in aanpak en investeringsbesluit. Deze aanpak resulteert per object in een Technisch Advies (TA) waarin we vier maatregelniveaus afwegen: • Regulier beheer – voortzetten van inspecties en onderhoud. • Functieherwaardering – aanpassen van gebruik, bijvoorbeeld verkeersluw maken. • Renovatie – verlengen van de levensduur door technische ingrepen. • Sloop-nieuwbouw – als het object niet meer voldoet, of herstel niet doelmatig is.
19
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Daarbij geven we de voorkeur aan duurzame en circulaire oplossingen en hanteren we het uitgangspunt: behouden waar het kan, vervangen als het moet. Ingrijpende maatregelen worden alleen genomen wanneer dit noodzakelijk is, met oog voor kosten, milieubelasting en maatschappelijke impact. Deze strategie wordt sinds 2024 actief toegepast en is mogelijk gemaakt doordat er meer informatie is opgehaald over de technische staat, niet alleen van de totale objecten maar ook van onderdelen van objecten. Met name bij verkeersbruggen is het opbouwen van volledige informatie nog gaande. De beperkte opname van bruggen in de huidige programmering is bewust: eerst inzicht, dan een ingreep. Zo leggen we de basis voor weloverwogen keuzes in het werkprogramma.
3.2 Functionele opgave: de stad en het water Parallel aan de technische opgave uit deze en eerdere programmeringen is ook de betekenis van grachten en water in de stad verder ontwikkeld. De afgelopen jaren is bij veel kadevervangingen in en om de binnenstad de inrichting aangebracht volgens het vastgestelde Haags grachtenprofel. Hierdoor hebben we meer ruimte gemaakt voor het watersysteem, verblijfsmogelijkheden, nautisch gebruik en groen. Daarbovenop hebben we in projecten van het MJPK waar mogelijk gezocht naar synergie met ander Haags beleid, zoals de studie Vergroening Rivierenbuurt (RIS315735), de Kern Bijzonder (RIS295184), het daar bij horende Ontwerpkader Haagse Grachten (RIS298415) en het Binnenstadsplan 2033 (RIS316359). Daarbij kunnen sommige van de bestaande civiele werken ook groener worden ingericht, juist daar waar
<
veel ruimte op een brugdek zit, liggen kansen voor vergroening en verblijven. Een voorbeeld hiervan is de Dierentuinbrug. Ook buiten het MJPK is op initiatief van bewoners, bedrijven en andere organisaties regelmatig aandacht voor grachten en water in de stad:
Afeelding 8: Impressie open Brouwersgracht door IbDH
•
de studie van architectenbureau MVRDV, in opdracht van bewoners Oude Centrum en initiatiefgroep Grachten Openen, en de uitgevoerde haalbaarheidsstudie (RIS304667) naar het heropenen van verdwenen grachten
>
20
< INHOUD
•
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
het initiatief om de draaifunctie van de Hemsterhuisbrug terug te brengen en een replica van het historische brugwachtershuisje (zie §4.3.4)
•
ideeën en wensen van nautische gebruikers
•
de visie op vergroening (van o.a. de Prinsessegracht) op initiatief van vastgoedeigenaren van de binnenstad (zie afeelding 9 hieronder)
Ook voor de projecten in MJPK5 wordt afgewogen welke wensen en initiatieven onderdeel kunnen worden van de projecten. Voor zowel het cluster Binnenstad als het cluster Soestdijksekade/Laakkanaal is een verkenning gedaan naar mogelijkheden voor vergroenen en verblijven. Door de omvang van de technische opgave bij Soestdijkskade en Veenendaalkade liggen daar kansen om de bestaande stenige kades te transformeren tot groene verblijfsplekken langs het water (zie §3.4.4). In de binnenstad, rondom het Smidswater, liggen kansen om vergroening van kades in te zetten om de levensduur van de aanwezige kadeconstructies te verlengen (zie §3.4.1).
<
Afeelding 9: mogelijke kwaliteitsverbetering bij de Oranjebuitensingel/Zwarteweg (impressie: DELVA i.o.v. Eigenarenvereniging Binnenstad Den Haag).
3.3 Prioritering: programmatische keuzes met meerwaarde Om te komen tot een stabiele programmering van de (herstel)maatregelen wordt voor alle objecten binnen de programmascope een integrale afweging gemaakt (zie §3.1). Per cluster is een Programmeeradvies (PA) opgesteld dat inzicht geeft in alle kademuren, bruggen en bijzondere constructies waar we in dat cluster mee aan de slag moeten. Voor al deze objecten beschrijft het advies de herstelmaatregel: functieherwaarderen, renoveren of sloop-nieuwbouw. Ook bevat het advies een inventarisatie welke andere gemeentelijke plannen en ambities meegenomen kunnen worden met de MJPK opgaves. Zo kan de beheeropgave een katalysator zijn om meerwaarde te creëren voor de stad, mits de daarvoor benodigde aanvullende dekking tijdig beschikbaar komt. Samen vormen de programmeeradviezen van alle clusters de MJPK-opgave voor de komende Periode. De opgave is groter dan wat haalbaar is om in de periode 2026-2029 uit te voeren. Een belangrijk onderdeel van het proces is het aanbrengen van een prioritering.
Het onderscheid tussen de middellange termijn opgave en de MJPK5 opgave maken we -in lijn met de hiervoor besproken aanpak- op basis van de mate van technische veroudering en een gebiedsbenadering: Technische veroudering: om veilig gebruik van assets te garanderen, nu en in de toekomst, prioriteren we in hoofdzaak op de mate en ernst van technische veroudering. Door de assets met de zwaarste gebreken eerst aan te pakken voorkomen we dat er veiligheidsmaatregelen nodig zijn, zoals het sluiten van een brug of kademuur, of het beperken van de belasting. Hierbij is het goed om te benoemen dat de technische staat van een asset veranderlijk is, omdat de staat verslechtert. Daarom worden alle assets die we voor de middellange termijn programmeren goed gemonitord, aan de hand van de nieuwe, meer nauwkeurige beoordelingsmethoden die ontwikkeld zijn. De prioritering – en daarmee MJPK5 projectenlijst – richten we fexibel in. Op die manier blijven aanpassingen mogelijk, als uit de monitoringsgegevens blijkt dat assets eerder aan herstel toe zijn dan in eerste instantie was bepaald. Zo plaatsen we veiligheid voorop.
>
21
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Gebiedsbenadering: de prioritering wordt mede bepaald door andere factoren op gebiedsniveau, zoals de omgevingsimpact van de projecten in uitvoering en kansen om werk-met-werk te maken. Per cluster gelden de volgende principes: •
Binnenstad: niet meer dan één volledige nautische stremming tegelijk, vanwege de plezier- en rondvaart. Ook is er een beperking in het aantal uit te voeren werkzaamheden afankelijk van de beperking op de doorstroming. In de fasering moet dus ook rekening worden gehouden met projecten uit het vorige MJPK die momenteel in uitvoering zijn, of nog in uitvoering gaan.
•
Haven: projecten kunnen parallel in uitvoering gaan, wel is het van belang rekening te houden met aanmeermogelijkheden voor schepen.
•
Soestdijksekade/Laakkanaal: het is van belang om rekening te houden met de aanwezige woonboten langs de kades.
•
Binckhorst: herstel dient waar mogelijk samen te gaan met de gebiedsontwikkelingsplannen, die het functioneel gebruik van de kademuren doen veranderen (bijvoorbeeld: van kademuur naar natuurvriendelijke oever).
•
Beweegbare bruggen: in de volgorde van uitvoering van de projecten dient rekening te worden gehouden met stremming over met name de weg (OV en Centrumring)
•
Viaducten: herstel dient waar mogelijk samen te gaan met de gebiedsontwikkelingsplannen voor het Central Innovation District (CID).
•
De overige kademuren en bruggen in de stad (die niet onder een cluster vallen) zijn voornamelijk op technische staat geprioriteerd. Ook hier wordt waar mogelijk aangesloten op andere projecten en ontwikkelingen.
<
De combinatie van technische urgentie, de functionele opgaves, prioriteringsprincipes op gebiedsniveau, werk-met-werk kansen en al geprogrammeerde projecten (MJPK3 en 4) leidt tot de voorgestelde aanpak voor de middellange termijn en de korte termijn (vier jaar). Al met al komt er een aanzienlijk werkprogramma uit voort: vanuit de acht programmeeradviezen is voor 62 assets een opgave geïdentifceerd, waarvan 48 assets opgenomen worden in MJPK5 (variërend tussen kademuren, bruggen, viaducten en beweegbare bruggen).
3.4 MJPK5: Werkprogramma 2026-2029 Gezien de grote omvang van het areaal en de voortgaande degradatie die we constant moeten bijbenen om de stad veilig, bereikbaar en leefaar te houden is het belangrijk om de opgave scherp in het oog te houden. Dit geldt ook wanneer gewerkt wordt in programma’s met een tijdspanne van vier jaar. Op basis van de werkwijze van integraal afwegen (zie §3.1) is vanuit de lange termijnopgave (komende decennia) een duidelijk beeld ontstaan van de opgave voor de middellange termijn (ca. komende 10 jaar). Vervolgens is aan de hand van het prioriteringsproces vastgesteld wat de opgave is voor de komende vier jaar: MJPK5. Het identifceren van deze gebiedsopgave per cluster is tot stand gekomen op basis van de technisch-constructieve opgave en de functionele opgave (gebiedsontwikkelingsplannen en raakvlakprojecten). Onderstaande paragrafen geven een uitgebreide toelichting op de opgave per cluster in de stad en de daaruit volgende MJPK5 opgave. Voor elk cluster is de opgave van grof naar fjn systematisch uiteengezet: •
Omschrijving: een uitleg over de gezamenlijke kenmerken van de assets in dit cluster.
•
De technische opgave: een opsomming van de assets en een overzicht van de technische herstelopgave voor de middellange termijn.
•
Kansen en knelpunten: een beschrijving van de geïnventariseerde kansen in dit cluster die we via het werkprogramma kunnen realiseren – mits in een latere fase aanvullende dekking wordt toegekend vanuit andere opgaves of indien nodig middels een separaat raadsvoorstel. Dit zijn kansen vanuit de functionele opgave, werk-met-werk, Haags beleid waar we met de invulling van MJPK aan moeten en kunnen geven en de knelpunten waar we in de uitvoering mee te maken krijgen.
>
22
< INHOUD
•
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Opgave MJPK5: de voorgestelde aanpak op basis van prioritering en programmering voor MJPK5, inclusief een scopekaart.
Het hoofdstuk eindigt met een samenvatting van de totaalopgave voor MJPK5.
Afeelding 10: De stappen om per cluster tot een voorgestelde aanpak te komen
3.4.1 Cluster Binnenstad Den Haag is een echte grachtenstad en de gemeente doet er veel aan om de geliefde grachtenring te behouden en de verblijfskwaliteit verbeteren. Veel van de kademuren en bruggen in het historische centrum van Den Haag hebben een houten fundering die vaak honderden jaren oud is en niet gemaakt voor het zware auto- en vrachtverkeer. Door het intensieve gebruik is de staat van deze houten funderingen vaak in matige tot slechte staat. Ook is geconstateerd dat de aanwezige houten grondschermen gaten bevatten
<
waar zand doorheen kan spoelen waardoor verzakkingen kunnen ontstaan. Niets doen zorgt voor grote veiligheidsrisico’s, daarom is de herstelopgave van het MJPK dertien jaar geleden in dit cluster van start gegaan. Sindsdien zijn veel kademuren en bruggen vervangen, maar er zijn nog steeds assets die aandacht nodig hebben. In de nieuwe programmering is het dan ook nodig om deze opgave verder te bewerkstelligen.
Technische opgave Op basis van de integrale afweging is in totaal voor 14 assets een technische opgave vastgesteld, waarvan 12 assets met een urgente technische opgave (zie tabel 2). Daarbij is voor een aantal bruggen en kademuren vastgesteld dat sloop-nieuwbouw niet nodig is, maar renovatie of functieherwaarderen volstaat om veilig gebruik te garanderen.
>
23
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Afeelding 11: situering van kademuren en bruggen in de binnenstad waarvan herstel nodig is
<
Tabel 2: middellange termijn opgave in de binnenstad per asset Assetnaam
Herstelmaatregel
Type maatregel
Vleugelmuren Herenbrug
Functieherwaarderen
Parkeervakken er af, groen terug
Smidswater
Renovatie i.c.m. functieherwaarderen
Gronddicht maken, herstel metselwerk, funderingsherstel en/of vermindering permanent belasting
Nieuwe Uitleg
Renovatie i.c.m. functieherwaarderen
Funderingsherstel en gronddicht maken
Vaillantbrug
Renovatie
Gronddicht maken en herstel dilatatievoegen
Buitenom (vleugelmuren brug 66)
Renovatie
Gronddicht maken
Brouwersgrachtbrug
Renovatie
Gronddicht maken en herstel dilatatievoegen
Nieuwe Loosduinsebrug
Renovatie
Gronddicht maken en herstel dilatatievoegen
Hogewal
Renovatie of sloop-nieuwbouw
In ieder geval gronddicht maken. Sloop-nieuwbouw hangt af van staat fundering
Zuidwal
Renovatie of sloop-nieuwbouw
In ieder geval gronddicht maken. Sloop-nieuwbouw hangt af van staat fundering
Buitenom
Renovatie of sloop-nieuwbouw
In ieder geval gronddicht maken. Sloop-nieuwbouw hangt af van staat fundering
Noordwest Buitensingel
Renovatie of sloop-nieuwbouw
In ieder geval gronddicht maken. Sloop-nieuwbouw hangt af van staat fundering
Uilebomen-Boomsluiterskade
Sloop-nieuwbouw
Vervangen kademuur
Kortenaerkade
Sloop-nieuwbouw
Vervangen kademuur
Hofvijver
Nader onderzoek
Proeftuinen monitoring en multifunctionele kademuur
Verder zijn er een aantal verkeersbruggen in de binnenstad waarvan de technische staat nog niet volledig bekend is. Het is mogelijk dat de herstelmaatregelen die nodig zijn voor de Brouwersgrachtbrug, de Nieuwe Loosduinsebrug en de Vaillantbrug ook voor deze bruggen volstaan. Dit gaan we nader onderzoeken, door in samenwerking met de City Deal Tijdloze Grachten het onderzoek naar gelijksoortige bruggen efciënt te bundelen. Dit soort landelijke samenwerkingen stellen ons in staat om efciënter te werken aan de enorme opgave waar we voor staan.
>
24
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Kansen en knelpunten Nadat de technische opgave in de binnenstad bekend is, kijken we naar kansen in de functionele opgave vanuit de gebiedsontwikkelingen rondom het CID, het Binnenstadsplan 2033 en de omgevingsvisie. Twee van de kernpunten in het Binnenstadsplan zijn ‘een groene binnenstad’ en ‘levendige grachten’. Hierdoor komt de voetganger centraal te staan, zijn auto en fets te gast en helpen robuuste groenstructuren om het hitte-eiland-efect tegen te gaan. Ook vanuit de Omgevingsvisie wordt de binnenstad beschreven als de ‘huiskamer voor iedereen’ en gaat de aandacht in dit cluster naar het versterken van de groenblauwe hoofdstructuren (zie afeelding 12).
<
Afeelding 12: de ambitiekaart voor een groene binnenstad uit het Binnenstadsplan 2033, in relatie tot de inzet voor de binnenstad op het STOMP-principe, vanuit de Netwerkstrategie 2040
Bij eerste verkenning om bij te dragen aan deze gemeentelijke ambities zijn al veel koppelkansen naar voren gekomen. Daarbij is het wenselijk om uit te gaan van integraliteit en op meerdere plekken invulling te geven aan de potentie voor een kwaliteitsimpuls en meerwaarde te creëren voor een toekomstbestendige stad. Er is veel potentie voor vergroening, klimaatadaptatie en kwaliteitsverbetering in de openbare ruimte bij de Kortenaerkade, de Hogewal, Smidswater, Nieuwe Uitleg, de Zuidwal en de Vaillantbrug. Deze kansen zullen in een latere fase verder worden uitgewerkt, inclusief de bijbehorende dekking vanuit andere opgaven. Extra bijzonder in dit cluster is de Hofvijver: het herstel van de historische kademuren in het hart van de Nederlandse democratie. Voor de Hofvijver is nader constructief onderzoek nodig. Daarom is in MJPK5 een onderzoekstraject opgenomen, van waaruit we meerdere proeftuinen opstarten in samenwerking met partners zoals Urbiquay, het Nationaal Groeifonds en de City Deal Tijdloze Grachten (zie §3.7.1.8). Met deze partners werken we samen aan betere manieren om kademuren te monitoren en beoordelen. Ook wordt onderzocht hoe renovaties kunnen bijdragen aan waterkwaliteit, waterberging en vergroening. Een belangrijke randvoorwaarde in dit cluster is dat de programmering zo min mogelijk knelpunten veroorzaakt voor de rondvaart en in de waterdoorstroming.
Het Hoogheemraadschap Delfand geeft aan dat vooral de linker lus van de grachtenring kritiek is met betrekking tot doorstroming. In dat gebied zouden we daarom maximaal één werk per keer kunnen uitvoeren. Vanuit de vorige programmering (MJPK4) zullen de projecten Uilebomen-Boomsluiterskade, de vleugelmuur Om en Bij en de Groenewegje II de komende jaren in uitvoering gaan. Projecten die in MJPK5 geprogrammeerd worden zullen in deze fasering aan moeten sluiten of gebruik maken van uitvoeringsmethoden die geen knelpunten opleveren voor de doorvaart en de waterdoorstroming.
>
25
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Clusteraanpak Gezien de technische urgentie, de benoemde raakvlakken de knelpunten waar rekening mee gehouden moet worden, is de aanpak om in dit cluster: •
Te starten na de uitvoering van de MJPK4 projecten, Uilebomen-Boomsluiterskade, de vleugelmuur van Om en Bij en Groenewegje II.
•
Vervolgens aan de slag te gaan met de Zuidwal en de Korternaerkade-Hogewal. Daarbij programmeren we in MJPK5 voor de Hogewal enkel de voorbereiding. Voor de Zuidwal en de Kortenaerkade programmeren we zowel de voorbereiding als de uitvoering, die in de fasering pas na de MJPK4-projecten kan plaatsvinden.
•
Vanuit technische urgentie ook het functieherwaarderen van de Nieuwe Uitleg-Smidswater in MJPK5 te programmeren. Dit kan parallel lopen met andere projecten.
•
Een aparte aanpak op te stellen voor bruggen (Spinozabrug, Brouwersgrachtbrug, Vaillantbrug) en de uitvoering van deze projecten zoveel als mogelijk buiten vaarseizoen te plannen. Dit om niet te veel nautische stremming tegelijkertijd te creëren.
•
In MJPK6 te programmeren: de uitvoering van de renovatie Hogewal, de renovatiemaatregelen voor de Nieuwe Uitleg en Smidswater, de kademuur Buitenom, de Nieuwe Loosduinsebrug en de Noordwest Buitensingel.
Onderstaande afeelding geeft de clusteraanpak weer:
<
>
Afeelding 13: Scopekaart herstelopgave in de binnenstad. Een lijn in een zwart kader geeft aan dat de voorbereiding in MJPK5 wordt geprogrammeerd, maar de uitvoering in MJPK6.
3.4.2 Cluster Haven De historische Haven van Scheveningen is aangelegd om de vissersschepen van toen een veilige thuishaven te bieden. Tegenwoordig is het een multifunctionele haven, waar vele bedrijven, instituten en processen actief zijn. De verandering en toename van het gebruik van de haven betekent ook een finke toename in de belasting van de kades. Bovendien blijkt uit de Havenvisie 2025-2050 dat de belasting in de toekomst nog verder zal toenemen, zowel op de kades als langs de kades.
26
< INHOUD
MEERJARENPROGRAMMA KUNSTWERKEN 5
Het uitbreiden van bedrijfspanden en het aanmeren van meer en grotere schepen maakt dat de kades intensiever gebruikt zullen worden. Kades die daar oorspronkelijk niet voor ontworpen zijn. Aan enkele kademuren is in eerdere programmeringen gewerkt, zo is een gedeelte van de Dr. Lelykade in MJPK4 hersteld (zie §4.2). Voor MJPK5 is de haven als cluster geprogrammeerd, om de kades geschikt te maken voor het huidige en toekomstige gebruik.
Technische opgave Er zijn twee grote technische opgaven geïdentifceerd in het havencluster: •
Eerste Haven: Het remmingswerk langs de Visafslag is aan vervanging toe.
•
Tweede Haven ° Aan de noordzijde bij de Dr. Lelykade verkeert de kademuur in matige staat. Met het herstellen van de ontwerpbodemdiepte, herstel van de ankers en aanbrengen van bodembescherming en fenders kan de kade voor huidig gebruik weer minimaal 30 jaar veilig gebruikt worden. ° Herstel van zandvoerende scheuren en dilatievoegen is nodig aan de noordzijde bij de Hellingweg, in ‘de pijp’ tussen de tweede en de eerste haven, aan de gehele zuidzijde bij de Dr. Lelykade en op het korte stuk bij de Kranenburgerweg.