RIS323384 Notulen van de raad van 18 september 2025
Tekst van het document
Komende dinsdag heb ik in het college - ik ga ervan uit dat die dan vrij snel bij u ligt - een hele brief over procedures rondom de Omgevingswet en wat daarbij komt kijken. Dan is de hele raad volledig op de hoogte van hoe dat werkt, hoe dat wordt voorgesteld en hoe dat wettelijk geregeld is. Ik zou willen voorstellen om deze motie aan te houden totdat we dat gesprek hebben gehad. Daarna kunt u de motie eventueel nog steeds indienen, maar dan hebben we er eerst een volwaardig gesprek over. Dat zou volgens mij passend zijn bij een compleet nieuw instrumentarium en wetgeving. Ik hoop dat ik daarbij op u kan rekenen. Jan Willem van den Bos (PvdD). Ik vond het een bijzonder vriendelijke uitnodiging voor een volwaardig gesprek over planproducten. Ik kan de redenering wel volgen en houd motie K.3 aan. De voorzitter. Aangezien motie K.3 PvdD is aangehouden, maakt zij geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Wethouder Van Asten (D66). Het havenamendement van de ChristenUnie laat ik even liggen. Die zal door collega Bruines worden behandeld. Dan ben ik bij het amendement Leefbaarheidseffectrapportages voor de toekomst om in plaats van RAVEL leefbaarheidseffectrapportages te gebruiken. Dit amendement ga ik formeel ontraden. Wij hebben een hele brief gestuurd over waarom de LER zo niet kan worden opgelegd. Daar staat het college op die wijze nog steeds achter.
Isabel Bos (GroenLinks). De LER is natuurlijk een specifiek instrument. Dat maakte het eerder ook lastig om 'm zo toe te passen. Maar RAVEL is natuurlijk net zozeer een specifiek instrument, waar we hier nu wel voor kiezen. Ik vond het charmante van dit amendement van de ChristenUnie/SGP dat dit een beetje in het midden laat welk instrument het uiteindelijk gaat worden. Er staat 'leefbaarheidseffectrapportages'. Dat kan verschillende vormen hebben. Zeker als deze visie nog tot 2050 duurt, is het dan niet beter om ons juist niet vast te pinnen en voor het amendement van de ChristenUnie/SGP te kiezen? Wethouder Van Asten (D66). Ik had gehoopt dat u aan een half woord genoeg had, maar ik ga het dan toch even iets meer uitleggen. Ten opzichte van de LER hebben we als college een hele reactie gegeven over de juridische onmogelijkheid om deze schenking aan te nemen et cetera. In het onderzoek is naar voren gekomen dat het een participatie-instrument is et cetera, et cetera. RAVEL ontwikkelt zich op een hele andere wijze; er zitten ook andere zaken bij. Ook de toelichting heeft het ook weer heel erg over de LER. Vandaar dat ik 'm formeel moet ontraden. Ik snap dat er staat 'leefbaarheidseffectrapportages'. Ik weet ook niet waarmee de gemeente in 2040 werkt, dus dat. Dan: levensbeschouwelijke organisaties horen erbij, ook in 2050.
Het is niet aan het college om dat te bepalen; dat moet u zelf aangeven. Of is die niet ingediend? Dan het amendement Openstaan voor groene initiatieven van mevrouw Bos. Dat is een verbijzondering van hoe wij hiermee omgaan: het opzetten en beheer. Wij zijn als college uiteraard 82
zeer voor het vergroenen van de stad. Daar zijn we ook druk mee bezig met de aanpak van de versteende wijken. Het zou mogelijk zijn om ruimte te geven aan meer initiatieven. Maar dat in goede banen leiden, ook vanuit de gemeente, vergt zeker in de beginfase vaak veel tijd en aandacht. Maar goed, het is de visie daarop, maar de uitwerking kan wat weerbarstiger zijn. We kunnen het amendement aan de raad laten. Dan ben ik bij de motie Stoppen met sloop van de Haagse Stadspartij. Deze motie vraagt de voorkeur voor renovatie uit te spreken. Dat sluit aan bij het gemeentelijk klimaatbeleid en de ambities van het beleid voor toekomstbestendig bouwen. Het college deelt de analyse dat hergebruik en aanpassen een grote CO2-reductie oplevert. Het ligt dan ook voor de hand om in de gebiedsvisies daarover te spreken en eventueel een voorkeur daarvoor uit te spreken. Soms is de moeilijkheid dat als het gaat om het bezit van een ander, wij daar niet altijd iets over kunnen zeggen. Het moet ook altijd mogelijk zijn om te slopen teneinde de gewenste verdichting mogelijk te maken of, zoals ik hier heb meegekregen, stedenbouwkundige vergissingen ongedaan te maken. Welke dat zijn, dat kan nog een heel interessant debat zijn. Daarom gaan we vol de participatie in gebiedsvisies aan. Deze motie kunnen wij aan de raad laten.
Inmiddels ben ik bij de VVD beland en de laatste moties, maar dan doe ik geen recht aan de inbreng van DENK. DENK heeft een aantal punten meegegeven over het belang van de lbo's, het autobeleid, STOMP en het mobiliteitsbeleid. Het is het huidige beleid. Dat nemen we mee en dat zal in de uitwerking van het autobeleid of mobiliteitsbeleid in zijn geheel verder moeten worden bekeken. Dat is echt een debat voor in de commissie die daarover gaat. Dan ben ik wel bij de VVD. Ik was nog even aangeslagen op een zinsnede die u noemde: zonder verbetering van het openbaar vervoer. Daar was nog een klein debatje over, dus ik wil toch even benoemen dat wij, samen met de Metropoolregio uiteraard, de complete busvloot geëlektrificeerd hebben in deze periode en dat de nieuwe trams, de TINA's zijn gearriveerd. We zijn bezig met het bouwen van een nieuwe remise op de GAVI-kavel, in ieder geval planmatig voorlopig nog. En we willen natuurlijk een nieuwe tramlijn aanleggen. Er gebeurt dus het nodige op mobiliteit, maar ik ben het met de heer De Ridder eens dat dat zoveel beter kan. Dat gaan we dus zeker ter harte nemen. Dan de motie STOMP mag geen dogma zijn. Dat is het college met de fractie van de VVD eens. Het is ook geen dogma; het is een manier om in de beperkte ruimte eerlijk en efficiënt mobiliteit en ruimte te verdelen.
In de motie wordt gesteld dat STOMP niet automatisch betekent dat automobiliteit beknot moet worden ten gunste van de andere principes. Dat is het STOMP-principe ook niet. Het gaat er ook over hoe je in de stad daadwerkelijk nog ergens goed kan komen met de auto. Dat kan dus ook betekenen dat je op sommige plekken de auto juist voorrang geeft ten opzichte van andere vormen. Toen we het over de verkeersmaatregelen CID-Binckhorst hadden, verdween bijvoorbeeld een zebrapad over de Mercuriusweg, juist om meer ruimte te geven aan de auto op dat kruispunt. Ook dat is STOMP. Daar zijn wij dus absoluut niet dogmatisch in. We kunnen deze motie aan de raad laten. Dan de motie Stap voor stap naar meer 30 km/u wegen. 'Stap' is trouwens lopend, dus 5 km/uur en geen 30; ik geef het u te doen. De motie vraagt nog wel wat toelichting. Aan de ene kant vraagt u dat goed onderbouwd wordt wat de gevolgen ervan zijn. Daar kan het college helemaal in meegaan. Ik denk dat het goed is om, op het moment dat we dat doen, in beeld te brengen wat het betekent. U vraagt mitigerende maatregelen te presenteren die vertraging op deze stedelijke hoofdwegen als gevolg ervan ongedaan maken.
Daar zit wel een interpretatie bij, want dit gaat namelijk over de hele netwerkstructuur: op welke wijze kan je wel en niet de stad goed bereiken? De 50 km/uur-inprikkers die wij in deze stad hebben, moeten de stad goed bereikbaar houden. Als we daar verbeteringen in moeten aanbrengen, dan is het college daar helemaal voor. In de Omgevingsvisie wordt dat ook onderschreven. Als een maatregel om in een woonwijk meer 30 km/uur te maken tot iets meer drukte leidt op een 50 km/uur-weg, dan is er niet altijd een mitigerende maatregel op dat vlak te nemen. Stel u voor dat er in de Bloemenbuurt van 50 naar 30 zou moeten worden gegaan en het daardoor iets drukker wordt op de Laan van Meerdervoort, dan kunt u, neem ik aan met verstand van zaken, toch niet zeggen dat we vervolgens de Laan van Meerdervoort volledig moeten ondertunnelen. Daarmee is die mitigerende maatregel wat lastig. Ik zie gelijk enthousiaste blikken. Als we de auto volledig ondergronds kunnen brengen, ben ik daar ook helemaal voor. Dat maakt de aanblik van de stad een stuk mooier. Maar dan moeten we wel ergens een zak met geld zien te vinden en liefst meerdere. 83
Rutger de Ridder (VVD). Groot denken, groot denken. Dat moet deze wethouder toch met mij eens zijn. Het gaat mij er niet om dat het ergens niet drukker zou mogen worden. Het gaat erom dat we iets doen aan die vertraging als gevolg van die maatregel van 30 km/uur. We moeten daarover nadenken en aantonen wat het effect ervan is en wat we zouden kunnen doen op korte of lange termijn, zodat we dat ook in de uitwerking zien. Wethouder Van Asten (D66). Het zit hier denk ik een beetje in de finesses. Het college wil hier best in meegaan. We moeten alleen even kijken waar we daarmee eindigen. Ik denk dat we goed moeten bespreken hoe we ons hoofdnetwerk goed laten functioneren. Waar zitten de bottlenecks die je als eerste zou willen aanpakken? Tegelijkertijd proef ik in bijna de hele raad een behoefte om in de woonwijken waar je voor de verkeersveiligheid echt naar 30 km/uur zou willen dat ook te doen. Deze twee lopen samen op. Op het moment dat je in een straat van 50 naar 30 wil gaan en je een heel onderzoek moet doen naar het hele netwerk, wordt dat weer lastig. We moeten wel kijken hoe we gaan zorgen dat je het centrale netwerk, het 50 km/uur-netwerk, goed monitort. Daar moet je in de gaten blijven houden: loopt het niet standaard vast, welke oorzaken heeft dat dan, is dat de 30 km/uur of is dat de toename van autoverkeer in het geheel? Rutger de Ridder (VVD).
We kunnen het per stadsdeel bekijken, maar het ene stadsdeel kan ook effect hebben op het andere stadsdeel, bijvoorbeeld als je de stad uit wil of iets anders wil. Dan moet je wel goed blijven vertellen wat het effect daarvan is en ook nadenken over de langere termijn. Misschien moeten we extra maatregelen nemen: een extra inprikker, een ongelijkvloerse kruising, tunnels. U weet waar de VVD van houdt. Wethouder Van Asten (D66). Ik denk dat we met deze wisseling erbij prima met elkaar begrijpen dat dat van belang is. We kunnen deze motie dan ook aan de raad laten, omdat het in de uitwerking zeker terugkomt. Ik ben bij de laatste motie voordat de collega's de andere zullen doen, namelijk de motie Echt bouwen voor de buurt. Die vraagt om bij de vertaling van de Omgevingsvisie naar gebiedsvisies en bij de herijking van het woonbeleid als gevolg van de Omgevingswet het uitgangspunt bouwen voor de buurt praktisch uitvoerbaar uit te werken, zodat er daadwerkelijk kan worden gebouwd voor de doorstroming in de buurt. Ik denk dat je hier zeker een dubbele doelstelling hebt. Het is iets wat je stadsbreed voor elkaar wil krijgen: voor wie bouw je? Is dat voor een jonge groep? Is dat voor huishoudens? Is dat voor gezinnen? Is dat juist voor ouderen? Is dat voor een toevoeging van een sociaal gedeelte? In mijn ogen en die van het college hoeft dat elkaar niet te bijten.
Je kan best een doelstelling hebben: ik wil graag om de segregatie tegen te gaan wat meer mengen met sociale woningbouw. Voor wie die sociale woningbouw dan is, staat natuurlijk nergens. We doen nu net alsof er geen mensen bijvoorbeeld in de Bomenbuurt zijn - dat voorbeeld werd gegeven - die nu in een sociale woning wonen of daarvoor in aanmerking komen. Er wonen er daar genoeg. Hetzelfde geldt voor delen van de Bloemenbuurt. Bouwen voor de buurt en tegelijkertijd een sociaal programma neerzetten hoeft elkaar niet te bijten. Dat is onze overtuiging. Op het moment dat wij een gebiedsvisie maken, is de vraag: hoe breng je dit nou daadwerkelijk in de praktijk? Hoe ga je daarmee om? Wat betekent dan bouwen voor de buurt? Wat betekent dan de stedelijke opgave, die we natuurlijk op veel meer terreinen zien? Hoe gaan die nou samen en wat betekent dat nou? Ik denk dat dat de goede discussie is die je precies bij die gebiedsvisies zou willen voeren. Ik lees de motie zo dat die oproept om dat debat, die scherpte op te zoeken bij die gebiedsvisies. Daarmee zou het college prima uit de voeten kunnen. Lesley Arp (SP). Zoals ook bleek uit het interruptiedebat met de heer De Ridder, is dat dictum natuurlijk super algemeen. Maar ik wil wel een inhoudelijke reactie op wat er in die motie staat. De wethouder zegt: het college spreekt met één mond.
Na het debat met de heer Dubbelaar wou ik bijna zeggen: schreeuwt met één mond. Ik ben benieuwd naar het volgende. In de Woonvisie 2040 staat: onderzoek - en dat vond mijn fractie nog heel erg voorzichtig - hoe we de segregatie gaan bestrijden. Dan moet je als college lef hebben. Dan moet je zeggen: kies in bepaalde wijken hogere percentages.
84
Ik zou graag willen dat de wethouder reageert op de overweging in de motie dat dat haaks staat op bouwen voor de buurt. Staat deze wethouder wel pal achter alles wat in de Woonvisie 2040 staat? Wethouder Van Asten (D66). Ja, deze wethouder en het college staan daar natuurlijk pal voor, want dit is wat we aan de raad hebben voorgesteld en wat u ook heeft aangenomen. U geeft ook terecht aan dat het een wens is om te kijken hoe we segregatie te lijf gaan. Dat is ook een van die bewegingen in de Omgevingsvisie: hoe gaan we dat te lijf en hoe zorgen we dat we het beter gaan maken? Maar het sluit niet uit dat je gaat kijken wat bouwen voor de buurt betekent. Als je in een wijk bent waar bijvoorbeeld veel ouderen graag een woning zouden willen hebben en wat kleiner zouden wonen door van een eengezinswoning naar een appartement te gaan, dan ga je dus zorgen dat je dat mixt en dat er bijvoorbeeld geen grote gezinswoningen nog extra bij komen. Die moeten juist vrijkomen. Daar zit wat ons betreft de wisselwerking in. Je hebt een stedelijke opgave aan de ene kant, maar wat doe je aan de andere kant met de rest van het programma? Dat betekent dus ook dat je gaat kijken: als je kiest voor wat hoger sociaal in dat gedeelte, hoe kan je dan die hele businesscase rondmaken? Uiteindelijk moet er wel een bouwer te vinden zijn die dat daadwerkelijk gaat doen voor het geld wat het kan opleveren.
Lesley Arp (SP). De wethouder zegt hier heel logische dingen. Het gaat mij om het volgende. Stel dat deze motie wordt aangenomen. Ik heb ook de inbreng van de fractie van D66 gehoord. Gaat de wethouder er dan wel voor zorgen dat deze motie niet zo geïnterpreteerd wordt dat met dat toch al extreem voorzichtige uitgangspunt uit de Woonvisie - we gaan kijken of het in bepaalde wijken wat hoger kan dan 30%, naar de 50% toe - het bouwen voor de buurt niet bijna een dogma wordt om dat nog voorzichtiger en nog zwakker aan te pakken dan het college gaat doen? Wethouder Van Asten (D66). Ik ben het niet helemaal eens met wat u zegt over de voorzichtigheid. Ik denk namelijk dat we hier echt een grote stap zetten om een groot percentage sociale woningbouw ergens neer te zetten. Dat gaat echt niet vanzelf. Je hebt te maken met een businesscase waarin dat moet lukken. Onze woningcorporaties zijn ook niet de rijkste. Je moet het dus goed tegen elkaar afwegen, want uiteindelijk wil je daar een goede ontwikkeling hebben. Als deze motie wordt aangenomen, dan nemen wij 'm mee richting de gebiedsvisies. Dan ga je praten over: wat betekent nou bouwen voor de buurt, dus wat heeft u daarin nodig? Dat wordt gemixt met de stadsbrede opgave die wij hebben en die verwoord is in de Woonvisie.
Wij willen in wijken waar het percentage sociaal ver onder het stedelijk gemiddelde is een been bij kunnen trekken, juist om de beweging die we in de Omgevingsvisie in gang willen zetten wat betreft segregatie ook waar te kunnen maken. De voorzitter. Laatste keer, mevrouw Arp. Lesley Arp (SP). Omdat de heer De Ridder er zelf over begon, zou ik toch ook deze vraag willen stellen met het risico dat … Ik weet niet of de wethouder erop gaat reageren, maar hij noemde zelf het voorbeeld van Haga. Dat is nota bene een plek waar wij zelf een positie hebben. Als deze motie wordt aangenomen, wat betekent dat dan voor het college? Ik hoorde de heer De Ridder eigenlijk zeggen dat de buurt een ander prijssegment wil. Hoe kijkt het college daar dan tegenaan? Wethouder Van Asten (D66). Volgens mij zijn we voor het Hagaziekenhuis een traject gestart, ook rondom de participatie, naar uiteindelijk de totale invulling. Dat traject loopt en dat gaan we niet hiermee verstoren. Dat wil ik wel even apart laten. Er zijn drie moties die nog worden gedaan door de collega's Vavier en Bruines … Isabel Bos (GroenLinks). Het gaat nog steeds over dezelfde motie van de VVD over bouwen voor de buurt. Ik ga het nu heel bewust heel scherp zeggen, zonder daarmee af te doen aan wat de VVD daadwerkelijk hiervan vindt.
Als ik de motie zo lees, zie ik dat er gesproken wordt over die 50% die sociaal moet zijn, dat die regel weerhoudt dat we bouwen voor de buurt en dat de regel geen rekening houdt de sociaal-economische achtergrond van de buurtbewoners. Hoe gaan we er nu voor zorgen dat deze motie er niet voor gaat zorgen dat we in wijken alleen maar gaan bouwen voor 'ons soort mensen'? Nogmaals, ik zeg dit bewust heel erg scherp, want ik moet dit zeker weten. 85
Wethouder Van Asten (D66). Dat lees ik er niet in. Ik zie een inbreng en een motie van de VVD. Die laat zien: zijn die twee goed verenigbaar, bouwen voor de buurt specifiek ten opzichte van een stadsbrede opgave die we hebben? Ik denk dat je dat goed moet bekijken. Ik denk dat het bouwen voor de buurt heel erg kan zitten in: wat voor type woningen hebben we hier nodig? Misschien is er juist een hele appartementenwijk waar ze meer gezinswoningen nodig hebben. Dat kan aan de ene kant sociaal en aan de andere kant particulier zijn. Het kan ook zijn dat ze juist meer ouderenwoningen nodig hebben. Dan is dat de grote invulling van de particuliere ontwikkeling. Volgens mij kan je daar zo mee aan de slag gaan zonder dat dat afbreuk doet aan doelstellingen die de raad heeft vastgelegd in onder andere een woonvisie. Isabel Bos (GroenLinks). Nogmaals, ik zei het bewust heel erg scherp, ook met alle respect richting de VVD daarvoor. Ik begrijp dat je altijd moet kijken: wat is nu de behoefte in de wijk, zodat we niet gaan bouwen voor leegstand? Dat begrijp ik, maar ik wil er echt voor zorgen dat we nog voldoende in het achterhoofd houden wie de mensen zijn die op de wachtlijst staan voor een sociale huurwoning en waar zij terecht kunnen in plaats van dat we alleen maar kijken naar wat er nu al in de wijk zit. Wethouder Van Asten (D66).
Volgens mij was het laatste voornamelijk een statement en ben ik daar eerder al duidelijk over geweest. Rutger de Ridder (VVD). Is de wethouder het met mij eens dat wat mevrouw Bos net zegt precies aantoont hoe die spanning zit in die twee beleidsdoelen die in de Omgevingsvisie zitten? Enerzijds is dat bouwen voor de buurt, zorgen dat daar doorstroming kan ontstaan, zorgen dat starters die het huis uitgaan ook kunnen wonen in de wijk waar ze graag willen wonen versus wat mevrouw Bos zegt, namelijk dat er meer sociale huurwoningen of een ander soort woningen gebouwd moeten worden. Begrijpt de wethouder dat? Wethouder Van Asten (D66). Ik heb aangegeven dat wij de spanning aan de ene kant zien, maar aan de andere kant ook zien dat je dat prima met elkaar kan verenigen. We hebben een stadsbrede opgave, want er zijn heel veel mensen die een sociale woning zoeken, ook mensen uit een willekeurige wijk die ook een starter kunnen zijn. Een beginnende leraar, een beginnende politieagent; ze hebben allemaal recht op een sociale woning. Daar moet ook een plek voor zijn. Het kan ook doorstroming in de wijk zijn. Tegelijkertijd ga je kijken wat deze wijk verder voor woonbehoeften heeft. Als dat met name ouderenwoningen zijn zodat die gezinswoningen vrijkomen, dan zou je in de participatie er prima op uit kunnen komen dat je die ouderenwoningen daar bouwt.
Dus ja, ik zie de spanning, maar ik zie ook dat hier prima een oplossing voor te vinden is. Voorzitter. Voordat ik via u het woord geef aan mijn collega's, wil ik graag nogmaals dank uitspreken aan al die Hagenaars die zich hiermee hebben bezighouden en ook aan alle ambtenaren, die niet eens allemaal daar zitten - het zijn er veel meer geweest - die er ontzettend veel werk in hebben gestopt. Veel dank voor jullie steun en werk hieraan. Ga zo door, dank. Wethouder Vavier (GroenLinks). Voorzitter. Motie K.2 van het CDA, Beschikbare gezondheidszorg, ook in de toekomst, vraagt om een strategie op te stellen voor toegankelijke medische zorg in Den Haag. Dat past uitstekend bij het Integraal Huisvestingsplan Zorg, waar we mee bezig zijn. Het college kan deze motie aan de raad laten. Wethouder Bruines (D66). Voorzitter. Mevrouw Arp van de SP had een amendement ingediend onder K.C. Het heeft te maken met het zinnetje 'We zoeken naar de beste plek voor de bouw van een nieuwe faciliteit voor internationale congressen.' Zover zijn we nog niet. Er staat in de Omgevingsvisie wel het nodig over de Internationale Zone. We kunnen het amendement aan de raad laten. Mocht het ooit aan de orde zijn, dan kan dat natuurlijk altijd in de volgende ronde weer worden opgenomen, als er wijzigingen van de Omgevingsvisie aan de orde mochten zijn. Het is aan de raad.
Mevrouw Klokkenburg van de ChristenUnie heeft een amendement ingediend onder K.E. Dat gaat over het vervangen van het woord 'bepalen' door 'versterken'. Dan hebben we het over de economische functie in de haven. Ook dit amendement kunnen we aan de raad laten. Het is in lijn met 86
de Havenvisie, die overigens nog moet worden vastgesteld, maar ook met het Havenconvenant, dat daarvoor al is afgesloten. Het is ook ons uitgangspunt dat de haven echt een werkhaven blijft, nu en ook in de toekomst, voor economie, innovatie en duurzaamheid en zich daar ook verder op profileert. Het college kan dit amendement aan de raad laten. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter, een punt van orde. De beantwoording van de wethouder noopt mijn fractie om even te overleggen. Ik heb tien minuten nodig. De vergadering wordt van 20.41 uur tot 20.52 uur geschorst. De voorzitter. Ik heropen de vergadering van de gemeenteraad van Den Haag. We zijn bij agendapunt K, het Voorstel inzake de Omgevingsvisie Den Haag 2050. We hebben zojuist de eerste termijn van de raad en het college gehad, en toen werd er om een schorsing gevraagd. Ik kijk even de kring rond: is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is het geval. Dan ga ik gewoon verder in de volgorde van de eerste termijn en kunt u komen als u dat wilt. Meneer Dubbelaar? Geen behoefte aan een tweede termijn? Mevrouw De Groot, CDA? Geen behoefte. Meneer Noorlander? Nee. Meneer Ahraui, Partij van de Arbeid? Nee. Mevrouw Arp, meneer Van den Bos, mevrouw Klokkenburg, mevrouw Bos, mevrouw Faïd en meneer Çelik ook niet, zie ik. Dan de heer De Ridder.
Ik had het ook andersom kunnen vragen, maar als ik dat gedaan had, was iedereen beledigd geweest. Meneer De Ridder, gaat uw gang. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. We hebben zonet als beantwoording op de VVD-moties een college gehoord dat eigenlijk zegt: dit is al onderdeel van het beleid, dit doen we al en dit is eigenlijk niks nieuws. Dan vraag ik me af of dit college wel begrijpt waar de VVD vandaan komt versus waar dit college staat. Ik denk dat dat niet het geval is. Op het punt van de 30 kilometerwegen willen wij zekerheid hebben dat we de effecten daarvan ook echt kunnen oplossen en dat we de doorstroming echt op orde krijgen. Op het punt van de effecten van de 50% sociaal als een soort heilige graal om segregatie tegen te gaan versus het bouwen voor de eigen wijk, vraag ik me af of er echt wel ruimte is om bij een herijking van het woonbeleid ook echt iets anders te doen dan wat er tot nog toe is afgesproken. En op het punt van het STOMP-principe denk ik dat het college ons niet goed heeft begrepen. Het college zegt namelijk 'het is geen dogma' maar wij zien aan de lopende band dat de auto wordt weggeduwd omdat dat het makkelijkste is, versus aan de andere kant het verleiden van mensen, voordat je de auto wegduwt, om naar het ov te gaan of te gaan fietsen. Nogmaals, dan wil ik een reflectie horen van het college.
Waarom denken zij dat wij het beleid dat zij de afgelopen jaren hebben uitgevoerd geweldig vinden? Dat is toch niet het geval, zoals wij bewezen hebben? Joren Noorlander (D66). In de motie staat wat in de motie staat. Ik lees die eerlijk gezegd ook zoals het college het heeft uitgelegd. Moet er dan niet iets aangepast worden in de motie zodat wél wordt bedoeld wat meneer De Ridder dus eigenlijk bedoelt? Rutger de Ridder (VVD). Nee. Wat het college heeft gedaan - ik wil daar niet lullig over doen maar dat is wel het geval - is het doodknuffelen van een motie. Dat is vervelend, want volgens mij is het heel duidelijk, zoals ik ook in de commissie heb gezegd, dat een aantal dingen voor ons echt een probleem zijn en dat ik ruimte zoek om in die algemene termen van de Omgevingsvisie te horen: kunnen we dan een andere richting op? En dan hoor ik het college zeggen: nou ja, wat gek dat u dit vraagt, want dat doen we allemaal al. Dan denk ik: ja maar, leef je in in mij, in de VVD; leef je niet in in je eigen college. Joren Noorlander (D66). Ik was eigenlijk wel blij met de nuance die meneer De Ridder gaf na mijn interrupties op de motie Bouwen voor de buurt. Ik dacht: nou, dat is heel fijn; we bouwen echt voor de buurt en we zorgen ervoor dat er in verschillende categorieën gebouwd wordt voor verschillende doelgroepen.
Maar ik begin nu toch een beetje te twijfelen wat dan echt het idee achter de motie is. Kan meneer De Ridder me dus vertellen wat hij dan echt met die motie bedoelt?
87
Rutger de Ridder (VVD). In het woonbeleid wordt er, onder het mom van sociaal bouwen als grootste doel, gezegd dat dit zorgt voor het tegengaan van segregatie. Eigenlijk is dat het discours van dit college. De VVD vindt dat segregatie breder gaat dan dat. Je moet zorgen dat je ook woningen in de wijk houdt voor mensen, waar je ze wilt hebben. Ja, je moet zorgen voor de economische kracht van wijken die minder goed zijn, maar dat moet niet betekenen dat je mensen uit het ene deel van de stad moet verhuizen naar een ander deel van de stad. Dat is een andere manier van kijken naar het woonbeleid, en ik hoop dat er ruimte is om daarin een stapje naar het midden te zetten. Joren Noorlander (D66). Ik ben eigenlijk heel bang dat de middengroepen bij de VVD vergeten worden, want u zegt nu eigenlijk: we gaan alleen maar dure woningen bouwen in de dure wijken, en laat het sociale maar varen; dat is overbodig. De middengroepen komen niet eens aan bod en dat vind ik eigenlijk ontzettend zonde. Ik had zo graag gezien dat de VVD had gezegd: nee, het is voor een breed palet aan woningzoekenden, en sociale huur is echt wel nodig voor bijvoorbeeld de startende leraar die in de wijk woont en die graag op zichzelf wil gaan wonen dus daar moeten we voor bouwen, net als voor de middengroepen.
Dat zouden de ouderen kunnen zijn, die hun grote huis verlaten en die graag een huurwoning willen die net iets goedkoper is dan de hypotheek die zij vroeger hebben betaald voor hun woning of wat zij anders zouden moeten betalen voor een duurdere woning. Ik mis die groepen eigenlijk na deze uitleg van de VVD. Kan de VVD mij dan wel verzekeren dat het, als deze motie wordt aangenomen, gaat om brede palet aan woningaanbod, en niet alleen om de hele dure kant? Rutger de Ridder (VVD). Het gaat de VVD erom dat we bouwen voor die buurt. Bij de tweede bullet bij 'van mening' staat dat dat we straks niet moeten concluderen dat dat bouwen voor de buurt niet kan omdat we volgens een ander beleidsdoel meer sociaal moeten bouwen, omdat we dat op een andere plek niet durven te doen. Ik vind dat een probleem, want dan ben je alleen maar aan het zeggen dat je het zou doen, terwijl je het in feite nooit doet. En ja, dat gaat ook om die middengroepen, tuurlijk. Ik denk dat D66 en ik het erover eens zijn dat je moet zeggen dat je ook voor die middengroepen moet bouwen. Maar dan moet je het niet alleen maar zéggen, maar het ook doen. En nu hoor ik het college in de beantwoording op mevrouw Bos en mevrouw Arp zeggen: neeneeneenee, we doen vooral wat ú wil. En dat is niet wat de VVD wil. Lesley Arp (SP).
Ik denk dat de intenties van de heer De Ridder met de motie nu een stuk duidelijker worden, maar ik zou toch graag willen dat hij één uitspraak verheldert, namelijk 'dat het college groepen gaat verhuizen van de ene kant van de stad naar de andere kant'. Staat dat in de woonagenda 2040? Ik heb niet het idee dat het college daarmee bezig is, dus kan de VVD dat nader toelichten? Rutger de Ridder (VVD). Ik ken mevrouw Arp niet als iemand die ergens theater van maakt want dat gebeurt meestal niet, maar ik heb het idee dat ze dat nu wel een klein beetje doet. Als ik zeg dat we groepen gaan verhuizen, bedoel ik daar het volgende mee. Als er nu veel sociaal is in één wijk en we dit sociaal willen aanpassen in die wijk, zegt dit college dat we die 50% sociaal moeten plaatsen in wijken waar te weinig sociaal is. Dat betekent dan dus dat mensen uiteindelijk niet meer in die wijk terechtkunnen waar ze misschien wel willen wonen. Dat is wat ik zeg. En nee, we gaan natuurlijk niet 'verhuizen'. Dat doet het college natuurlijk niet. Lesley Arp (SP). Nee, dit laat gewoon zien dat ik heel aandachtig naar de woorden van de heer De Ridder luister. Ik sloeg aan op die uitspraak. Maar we gaan die wijken met veel duurdere woningen ook niet slopen of iets dergelijks. Het gaat vaak om hele kleine ontwikkelingen, hè. Vaak gaat het niet eens om meer dan 100 woningen.
Dan is het dus een bepaald percentage dat dan sociaal wordt, en ik kan de heer De Ridder verzekeren dat er ook in die wijken jongeren en misschien ook wel ouderen wonen die gewoon een sociale huurwoning nodig hebben. Je gaat dan dus geen hele volksverhuizingen teweegbrengen; dat is gewoon een illusie. Rutger de Ridder (VVD). Ik heb al eerder gezegd dat het de VVD er niet om gaat dat we niet sociaal kunnen bouwen, of niet betaalbaar zouden kunnen of moeten bouwen. Ik denk namelijk dat dat óók waar is. Het gaat ons erom dat je bijvoorbeeld niet moet zeggen: we gaan bouwen voor de wijk, maar 88
eigenlijk weten wij wel beter wat goed is voor de wijk, want het moet 50% sociaal worden. Dan sluit je uiteindelijk toch hele groepen uit, zoals ouderen, of starters die gewoon hard werken. Dat vindt de VVD een risico. In de herijking van het woonbeleid willen we daar een betere balans in vinden. Daarom hebben we het in de motie ook ruimhartig opgeschreven, niet om ons eigen gelijk door te duwen maar om een middenpad te vinden. Samir Ahraui (PvdA). Ik wil toch nog even doorpakken op dit punt, want als het een van onze hoofdambities is om segregatie aan te pakken, dan is het toch ook vrij logisch dat we daarbij voorbij de verschillende wijkmuren van onze stad kijken en dat we hier dus niet met elkaar de illusie moeten wekken dat elke wijk maar de wijk moet blijven? Als dat de stellingname is, gaan we de segregatie in onze stad toch nooit aanpakken? Rutger de Ridder (VVD). Nu wordt segregatie dus totaal gelijkgesteld aan de hoeveelheid sociale huurwoningen in een wijk. Dat hoor ik de Partij van de Arbeid althans zeggen. Als ik dat verkeerd heb begrepen, moet meneer Ahraui dat corrigeren. Het gaat erom dat we naar de bredere afweging moeten kijken. En als je het helemáál aan ons vraagt, zeggen wij: maak die wijk waar de segregatie hoog is nou sterker, want segregatie is pas een probleem als die ervoor zorgt dat er minder kansen zijn voor mensen.
Uiteindelijk is dat wat van segregatie een probleem maakt: dat je elkaar nooit meer tegenkomt en dat je niet meer weet hoe de andere persoon is of zich ontwikkelt. Dat is het probleem van segregatie. Het feit an sich dat wij allemaal in andere wijken wonen en elkaar niet iedere dag tegenkomen, is niet een probleem. Samir Ahraui (PvdA). Nee, ik zou ook niet iedereen elke dag willen tegenkomen bij mij in de straat of bij mij om de hoek, maar we hebben in Den Haag wel degelijk het probleem dat te veel wijken dermate verschillend zijn in bevolkingssamenstelling, in bevolkingspopulatie en in inkomenscategorieën, dat elke wijk zijn eigen unieke karakter heeft, wat op zich mooi is, maar dat we ook een systeem met elkaar in stand houden waarin iemand met een laag inkomen in bepaalde delen van de stad niet kan wonen. Dat geldt andersom overigens ook, en dat vind ik mooi aan de Woonvisie. Mensen met een heel hoog inkomen kunnen soms ook in andere delen van de stad bijna geen woning vinden als ze daar zouden willen wonen. Willen we die sociale ontmoeting en die sociale samenhang in deze stad dus mooi faciliteren, dan zullen we door die wijkmuren heen moeten breken. Dat kan je dan toch ook gewoon doen met een gemixt woonprogramma? Want uiteindelijk moeten mensen er ook gewoon kunnen wonen. Rutger de Ridder (VVD). Er staat ook nergens dat de VVD tegen een gemixt woonprogramma is.
Er staat dat de VVD vindt dat je praktisch uitvoering moet geven aan wat dat 'bouwen voor je wijk' betekent, en dat je daarvoor ook moet kunnen kiezen voor de doorstroming binnen de wijk. En ik zie vooral, en dat hoor ik nu ook heel veel van de linkse partijen in de raad, dat we alleen nog maar kijken op die stadsschaal en denken: oké, dat gaat niet goed, we moeten het mixen en iedereen moet op één niveau. Dat wil ik niet. Daarover gaat motie, en daarom vind ik het antwoord onvoldoende. De voorzitter. Laatste keer, meneer Ahraui. Samir Ahraui (PvdA). Maar tegelijkertijd hoor ik, als ik goed naar de heer De Ridder luister, ook een beetje het tegenovergestelde: laten we nou elke wijk met zijn wijkkarakter zo veel mogelijk behouden zoals die is. Dat kan ik als sociaaldemocraat alleen maar interpreteren als: dan laten we de rijke wijken de rijke wijken en de arme wijken de arme wijken, en dan lossen we dat wel in die wijken op. Maar het tegengaan van segregatie betekent juist ook dat we fundamenteel moeten kiezen voor die vermenging in de verschillende wijken die we hebben. Rutger de Ridder (VVD). Nee, want zo los je segregatie niet op. Segregatie los je op door de sociaaleconomisch zwakkeren in de samenleving te ondersteunen en vooral te zorgen dat er voldoende goede voorbeelden zijn. Mijn collega de heer Uduba doet dat continu in debatten over Zuidwest. Dan gaat het over werk.
Mevrouw Hofstra heeft het de hele tijd over taal en over werk. Het gaat erom dat je moet zorgen dat mensen zichzelf kunnen optrekken aan anderen. En ja, daar heb je natuurlijk ook 89
gemixte wijken voor nodig, maar je moet niet alleen van overheidswege, bijna planologisch, zeggen: zo zou het moeten zijn; dit moet de stad zijn. Daar geloof ik niet in als liberaal. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Dat is een heel verhaal en we zitten allemaal te luisteren, maar die motie was al aan de raad gelaten. Dus wat wil meneer De Ridder nu precies nog extra? Rutger de Ridder (VVD). Wat ik zonet in mijn inleidende woorden zei. Ik vind dat het college wel heel erg doet van: wat u voorstelt is allemaal niet aan de orde; het is allemaal precies wat wij al jaren doen. Dat is gewoon niet het geval. Het is gewoon niet het geval dat dit is wat we al jaren doen. We doen precies het tegenovergestelde, want anders had ik die moties niet ingediend. Maar ik heb ze wel zo willen indienen dat ze ons tot een middenpositie kunnen brengen met elkaar, alleen had ik dan van het college iets meer begrip verwacht voor waar de VVD vandaan komt. Maar ik hoor vooral: nou ja, dit is hoe het college er altijd al in stond en dat is prima. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Nee, maar daar hebben we dan naar geluisterd en dat kostte best wel wat tijd, maar het standpunt van het college was dat de motie aan de raad is. Wat moet er dan precies veranderen? Het stemgedrag van de VVD is daarvan afhankelijk, denk ik zomaar. Rutger de Ridder (VVD).
Ik moet het vertrouwen hebben dat het college het in de uitwerking van die motie doet zoals ik het heb beoogd. Ik wil niet dat het college in de afdoening denkt: nou, we gaan gewoon precies door op de route waarop we zaten. Inderdaad, een amendement was harder geweest. Dat is het niet en dat kan ik ook niet indienen omdat die Omgevingsvisie dermate vaag is dat ik het onmogelijk is vind om daarop een amendement in te dienen. De voorzitter. Laatste keer, meneer Dubbelaar. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Daar legt de heer De Ridder precies de vinger op de plek die ik heb ingebracht. De Omgevingsvisie is vaag, te vaag, en daarom had die uitgesteld moeten worden. Dan hadden we misschien samen kunnen werken aan een visie die niet vaag was geweest. Rutger de Ridder (VVD). Volgens mij was het verhaal van Hart voor Den Haag niet per se dat de Omgevingsvisie vaag was, maar dat die verkeerd was. Dat mag en dat is prima. Ik vind ook dat er dingen te vaag zijn, en daarom heb ik op drie punten om een uitwerking gevraagd. Ik had gehoopt dat het college in die uitwerking een aantal dingen had gezegd die mij gerust hadden gesteld. Daarom heb ik een inbreng in tweede termijn. Het college kan dat alsnog doen. Als het college dat doet, kan de VVD voorstemmen, maar dat hangt er echt van af hoe het college het interpreteert. Joren Noorlander (D66).
Toch nog even over die motie over het STOMP-principe. Meneer De Ridder zei zonet dat het college die misschien verkeerd geïnterpreteerd heeft. Maar kan het niet zo zijn dat meneer De Ridder het anders interpreteert en het gevoel heeft dat STOMP heel vernauwend is, maar dat het in de praktijk juist geen dogma is? Rutger de Ridder (VVD). Als u kijkt naar de parkeerkeerstrategie, of nee, de mobiliteitstransitiestrategie … Ik weet niet precies hoe die heet, maar als u het over vernauwend heeft: het STOMP-principe gaat in een driehoek naar vernauwing toe. Het is daarmee dus per definitie vernauwend. Joren Noorlander (D66). Als meneer De Ridder het STOMP-principe volledig aan die driehoek ophangt, snap ik waarom hij die motie heeft ingediend. Rutger de Ridder (VVD). Nee, ik hang het aan meer op, bijvoorbeeld aan het feit dat heer Mekers van de fractie van D66 in allerlei debatten over mobiliteit steeds maar zegt: we moeten zorgen dat die auto minder ruimte krijgt, we moeten zorgen dat de fietsen meer ruimte krijgen en we moeten zorgen dat het ov meer ruimte krijgt, maar we beginnen eens even met minder ruimte geven aan de auto. Het is precies de fractie van D66. Ik wilde dat in mijn inbreng niet zeggen, maar goed, u nodigt mij daartoe 90
uit. Het is precies dat idee waardoor ik bang ben dat dit college ook doordendert met dat STOMPprincipe als dogma. De voorzitter. Laatste keer, meneer Noorlander. Joren Noorlander (D66). En dat is precies wat ik aan meneer De Ridder wil meegeven, namelijk dat dat niet echt het geval is en dat hij dus eigenlijk gerust kan gaan slapen. Rutger de Ridder (VVD). U weet wat er na die uitspraak gebeurde, die overigens niet waar is. Precies het omgekeerde is waar. Dit college, en D66 voorop, toont in ieder debat over herinrichting dat de ruimte van de auto per definitie moet worden beperkt en dat lopen en ov meer ruimte moeten krijgen. Die gaan niet gelijk op, want dat begint met het kleiner maken van de auto. Dat is een probleem en ik hoop dat het college mij ervan kan overtuigen dat het daar niet zo naar kijkt. Wethouder Van Asten (D66). Voorzitter. Het zal niet vaak voorkomen dat een college drie moties van een partij aan de raad laat, en ook nog positief, en er vervolgens wordt gezegd dat dat niet voldoende is. Wat moet je dan nog wel doen, vraag ik me dan af. Maar goed, er wordt een voorzet gegeven door de heer De Ridder, dus die pak ik op. De kern was: waar de VVD vandaan komt. Vervolgens wordt het STOMP-principe aangevallen.
Dat STOMP-principe, dat uit de mobiliteitstransitie komt, die nota bene nog in een college met de VVD naar voren is gebracht en waarmee we hebben ingestemd. Daar komt de VVD dus vandaan. Dat er nu een andere koers wordt gevaren, dat kan, maar waar men vandaan komt, is die periode. Dat is ook de periode waarin wij, onder andere met collega's Mulder en Revis, nog vol werkten aan een verdichting van de stad, die ook werkte met lagere parkeernormen et cetera. Het is dus geen vreemd concept. Maar daar gelaten waar de VVD vandaan komt, gaat het er hier niet over of je wel of niet het STOMP-principe onderschrijft in de Omgevingsvisie. Dat doe je namelijk in het mobiliteitsbeleid, dat onderliggend is, net als het woonbeleid. De Omgevingsvisie heeft dat opgehaald en heeft dat neergezet in het verhaal. Als u het niet eens bent met hoe dat beleid is, kunt u dat beleid in de toekomst aanpassen en dan wordt dat weer meegenomen in de Omgevingsvisie. Zo werken we in die Omgevingsvisie. Ik pak de moties er nog eens bij, want ik heb echt mijn best gedaan om juist ook te laten zien dat dit een brede visie is, die voortkomt uit raadsbesluiten die hier genomen zijn. U vraagt ons in uw motie om het STOMP-principe niet als dogma te hanteren. Ik heb in de eerdere beantwoording al aangegeven dat we dat ook niet doen.
Bijvoorbeeld bij CID Binckhorst liggen er nu voorstellen voor waarin we zorgen dat daar een fietsovergang verdwijnt en dat er een voetgangersovergang verdwijnt om de auto meer ruimte te geven. Met andere woorden, waar je in een gebied, in dit geval in Laakhavens rond de Escher Gardens, meer ruimte moet hebben voor de voetganger en de fiets, maak je juist om het gebied heen meer ruimte voor de auto. Dan kunt u zeggen 'dus het college zegt: dat doen we al', maar ja, u moet er nog mee instemmen, maar dat is wel het voorstel dat voorligt. Dat laat dus zien dat het STOMP-principe niet alleen maar op één plotje gericht is, maar altijd oog houdt voor het hele netwerk. Ik geloof dat u over enkele weken het debat aangaat met wethouder Kapteijns over de Netwerkstrategie. Daar kunt u dit daarbij nog uitgebreid gaan bespreken. En mocht u daar dan veranderingen in willen aanbrengen, dan stel ik me voor dat u daar nog het extra slot op de deur zou willen zetten. Alleen zegt deze motie: we willen niet dat het als dogma gehanteerd wordt. Daar wilt u graag een uitspraak van de raad over. Nou, als wij er als college naar kijken, denken we: dat ondersteunen we helemaal, want het is geen dogma en het zou ook geen dogma moeten zijn, want dan raak je flexibiliteit kwijt. Dat 'inleven in waar de VVD vandaan komt', doen wij hier dus erg.
De andere twee moties kan ik nu natuurlijk ook nog uitgebreid langslopen, maar om nou weer dezelfde moties te gaan behandelen … We hebben naar eer en geweten gekeken of we met deze moties aan de slag kunnen. We weten waar de VVD staat als het bijvoorbeeld gaat over die 30 kilometerwegen. De VVD wil die graag, vanwege de verkeersveiligheid; ik zag onlangs nog een filmpje van mevrouw Peeck, bij het begin van het schooljaar. Dat ging ook weer over verkeersveiligheid. Dat is een goed punt, dat wij helemaal onderschrijven. Ik ben blij dat daar veel aandacht voor is. Daar willen we dus graag naartoe. Dat betekent tegelijkertijd dat we nog steeds doorwerken aan die doorstroming. In de gebiedsvisies gaan we ook kijken naar dat netwerkniveau, 91
zoals ik u zonet ook heb toegezegd op basis van deze motie. Dus ook daar onderstrepen wij het punt dat u maakt volledig. We nemen het daarin graag mee. Dan de laatste motie, over echt bouwen voor de buurt. We hebben als college te maken met de Woonvisie, die wij hebben voorgesteld en die u als raad heeft aangenomen. Daar staan bepaalde bepalingen in. Soms gaan die te ver - ik denk dat dat wellicht geldt voor de VVD-fractie - soms gaan ze niet ver genoeg - dan kijk ik over uw schouders richting mevrouw Arp, en dan zijn er nog alle smaken daartussen. En toch bent u als raad uiteindelijk tot een meerderheid gekomen die dit heeft vastgesteld. Wij moeten daar dus mee werken. Tegelijkertijd hebben wij hier geïntroduceerd dat we graag willen bouwen voor de buurt. Je zou kunnen zeggen dat dat met elkaar botst, maar ik heb hier uitgelegd dat dat niet hoeft te botsen. Je kan namelijk nog steeds bouwen voor die buurt. Dat kan bouwen zijn voor de mensen uit de buurt die daar gewoon een sociale woning nodig hebben. Je kunt ook zeggen dat je juist het particuliere gedeelte een bepaalde bestemming wil geven, zoals bijvoorbeeld seniorenwoningen, waar veel behoefte aan is. Ook dat is bouwen voor de buurt. Dus ja, omdat de raad al beleid heeft vastgesteld, zit daar een spanningsveld.
Mocht u nou in een volgend college de hele Woonvisie anders gaan vormgeven en met hele andere percentages gaan werken, dan wordt dat overgenomen in deze visie. Het college snapt dus prima waar de VVD vandaan komt. Sterker nog, wij kunnen deze moties positief aan de raad adviseren. Dat gezegd hebbende, vind ik dan ook dat als er nog problemen zijn met onderliggend beleid, het aan de raad is om dat onderliggende beleid aan te passen, maar dat de Omgevingsvisie daarboven hangt. Die heeft een bepaalde structuur en een verhaal voor de stad, en ik hoop dat die toch breed onderschreven wordt. Overigens hoorde ik de heer Ahraui enkele malen zeggen 'ik ben sociaaldemocraat' maar ik geloof dat hij tegenwoordig als 'ecosocialist' door het leven moet gaan. Toch? De voorzitter. Goed. Volgens mij is dat niet echt aan de orde. Ik kijk de kring rond en ik denk dat we naar het volgende agendapunt kunnen. De stemming en de besluitvorming volgen later vanavond. De beraadslaging wordt gesloten.
Aan de orde is: L.
Voorstel van het college inzake nota Haagse hoogbouw (RIS322705).
De beraadslaging wordt geopend. Voorzitter: de heer Sluijs. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Voorzitter. In de commissie heb ik mijn zorgen erover geuit dat deze nota Haagse hoogbouw niet zal bijdragen aan het oplossen van de wooncrisis, maar vandaag hebben we wel een nieuwe situatie. Dit debat gaat namelijk niet alleen over de inhoud van de nota. Het gaat nu ook over de betrouwbaarheid van het proces en volledigheid van de informatie. Ik had in de commissie een simpele vraag over de inbreng van de Haagse Tafel Wonen. In het raadsvoorstel staat dat die inbreng verwerkt is. Het antwoord van de wethouder was niet duidelijk en om meer helderheid te krijgen, heb ik toen een formeel informatieverzoek ingediend. Gisteren ontvingen we de reactie daarop, en die reactie is de reden waarom we het vandaag over het proces moeten hebben. Dit verdient namelijk geen schoonheidsprijs. Het college weigert informatie te verstrekken. Het verschuilt zich achter de informele status van de Haagse Tafel Wonen, maar in diezelfde brief geeft het college toe dat er wel degelijk schriftelijke inbreng is geweest via e-mail. Op pagina 2 ziet u dat mensen suggesties kunnen meegeven via e-mail. De voorzitter. Meneer Dubbelaar, voordat u verdergaat heb ik een interruptie van meneer Noorlander, ik denk over het vorige punt.
92
Joren Noorlander (D66). Ja, eigenlijk over de eerste paar zinnen van meneer Dubbelaar. Hij gaf namelijk aan dat dit woningbouw juist lastiger zou maken en zou bemoeilijken, maar dit is toch eigenlijk een veel flexibelere nota Haagse hoogbouw dan de nota die we hiervoor hadden? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Nee, de eisen worden aangescherpt. Er staan meer bovenwettelijke eisen in dan we hadden. Dat is een keuze. Hart voor Den Haag denkt dat het onverstandig is om in tijden van wooncrisis meer bovenwettelijke eisen te stellen. Joren Noorlander (D66). Volgens mij zijn het niet meer eisen dan we in de vorige nota hadden, want in de vorige nota merkten we dat heel veel bouwprojecten gewoon helemaal niet aan de nota konden voldoen, omdat heel veel eisen elkaar tegenspraken. Deze nota is heel erg opgeschoond. Die is daardoor ook wat leesbaarder geworden, denk ik. Ook is er een stukje meer flexibiliteit in gekomen. Ik denk dat dat juist beter is voor de woningbouw in Den Haag. Is meneer Dubbelaar dat met mij eens? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Nee, dan let meneer Noorlander van D66 niet scherp op. Dat kan. Ik heb in de commissie ook ingebracht dat er bovenwettelijke eisen in de nieuwe nota staan die verder gaan dan in het landelijke bouwbesluit wordt gevraagd en die we voorheen hadden. Ik noem een voorbeeld.
Er wordt nu bijvoorbeeld gevraagd om een setback te realiseren van een aantal meters. Er wordt nu bijvoorbeeld gevraagd om minimaal 3% van het bvo in te richten als collectieve ruimte om ontmoeting te faciliteren. Ik had het er in een discussie met mevrouw Klokkenburg bijvoorbeeld over dat je vanuit de parkeergarage verplicht eerst naar de centrale hal moet gaan, ook als je in een rolstoel zit, en je dan pas naar je appartement kunt. Dat zijn eisen die niet verplicht zijn in het landelijke bouwbesluit. De voorzitter. Meneer Noorlander, voor de derde maal. Joren Noorlander (D66). Ja, het klopt dat die niet in het landelijke bouwbesluit staan, maar die setback zat bijvoorbeeld ook al in de vorige nota Haagse hoogbouw. Daar zat ook een maximum aan diagonaal in, die er nu uit is gehaald, ook om die flexibiliteit te geven. En er wordt een expertteam ingesteld, dat ook een stedenbouwkundige afweging zou kunnen maken en die aan ons zou kunnen voorleggen, om af te kunnen wijken van het beleid om de bouw een beetje te bespoedigen. Ik denk dat dat juist hele mooie punten in deze nota zijn, maar we kunnen zeggen dat we het bouwen makkelijker maken, en beter voor onze stad. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). We kunnen er een quiz van maken, maar ik heb alle bovenwettelijke eisen opgezocht. Als voorbeeld kan ik nog noemen die extra daktuin op de Haagse laag.
Die stond niet in de vorige nota maar die wordt nu verplicht gesteld. Kijk, als D66 ervoor kiest om meer bovenwettelijke eisen te stellen aan projectontwikkelaars in tijden van wooncrisis dan is dat een rare keuze. Hart voor Den Haag zegt op zijn beurt: we zitten in een wooncrisis en we moeten bouwen, want al die Haagse kinderen willen ook graag een huis, dus gaan we niet die eisen onnodig … Nou ja, onnodig. In tijden van crisis gaan we geen extra bovenwettelijke eisen stellen. We gaan niet eis op eis op eis stapelen. De voorzitter. U bent drie keer geweest, meneer Noorlander. Gaat u verder, meneer Dubbelaar. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik moet snel zijn, want de tijd is beperkt. Het college weigert om bepaalde informatie te verstrekken. Daarom heb ik dat informatieverzoek gedaan. En wat lees ik dan? Ik lees dat er blijkbaar wel inbreng per e-mail is geleverd. Die wil ik dan graag hebben, want daar vraag ik tenslotte om. En in een eerdere raadsbrief, waarnaar verwezen wordt, staat nota bene dat de Haagse Tafel Wonen schriftelijke adviezen produceert en dat de communicatie over de resultaten juist versterkt moet worden. Die brief, met RIS-nummer 318166, heb ik ook voor u opgezocht. Op pagina 2 bovenaan kunt u dat teruglezen.
Hoe kunnen wij nou wel overwogen besluiten nemen als een raadsvoorstel claimt dat inbreng verwerkt is terwijl het college niet eens kan of wil laten zien wat die inbreng dan geweest is? Heeft u 'm scherp? Mijn vraag aan de wethouder is dan ook niet meer of er bovenwettelijke eisen in staan, want die staan erin. Ik wil ze allemaal voor u oplezen als ik 93
spreektijd van u krijg, voorzitter. Mijn vraag aan de wethouder is de volgende. Waarom weigert u om schriftelijke inbreng van de Haagse Tafel Wonen met de raad te delen, terwijl in uw eigen brieven staat dat die inbreng bestaat? En waarom vindt u het acceptabel dat in een officieel raadsvoorstel staat dat een inbreng is verwerkt, terwijl u weigert om diezelfde inbreng openbaar te maken? Graag een reactie van het college. Joren Noorlander (D66). Vindt meneer Dubbelaar het ook niet gewoon logisch dat wij wat extra eisen stellen aan hoe er gebouwd wordt in deze stad, aangezien je ook een fijne, prettige, mooie stad wil hebben en je de stad niet zomaar te grabbel wil gooien aan elke ontwikkeling die maar van de grond zou kunnen komen? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Maar zég dat dan. Als ik het college daarnaar vraag tijdens de commissiedebatten van de commissie Ruimte, krijg ik als antwoord dat er geen bovenwettelijke eisen in die nota's staan. Die staan daar wél in, en Hart voor Den Haag zegt: we zitten in een wooncrisis en dat is de grootste uitdaging waar wij als gemeente Den Haag voor staan, dus we moeten bouwen en we gaan op dit moment dus geen extra eisen stapelen. Joren Noorlander (D66). Als ik kijk naar de huidige situatie, dan zie ik dat de nieuwe nota een enorme verbetering is. Dan zeg ik dus: er worden minder eisen gesteld dan we al deden.
Als meneer Dubbelaar ervan uitgaat dat er helemaal geen extra eisen gesteld mogen worden en er geen nota Haagse hoogbouw, Eyeline & Skyline was, dan snap ik dat hij zegt dat er extra eisen worden opgesteld. Maar als je die eisen niet zou stellen en die richting niet zou meegeven, zou je de stad te grabbel gooien aan elke ontwikkeling die hier maar zou kunnen plaatsvinden. En dat zou toch ontzettend zonde zijn voor de stad. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Maar nu wordt hier gedeponeerd dat de nieuwe nota een verbetering zou zijn, en de vraag is of dat wel zo is. Tegelijkertijd hebben we in de afgelopen maanden allerlei bouwplannen gewoon behandeld en goedgekeurd, en zijn die in ontwikkeling genomen. Er wordt nu gebouwd. Van de week kregen we te horen dat de omgevingsvergunning voor Escher Gardens onherroepelijk is. Nou, dat is mooi. Het gaat om 1.200 woningen en dat heeft Hart voor Den Haag ook gesteund. Dus kom op, er kan gewoon gebouwd worden en we hoeven de spelregels nu niet te verzwaren, om het zomaar even te zeggen. De voorzitter. Noorlander, voor de derde maal. Joren Noorlander (D66). Dus als het aan Hart voor Den Haag ligt, blijven we werken met de oude nota Haagse hoogbouw, Eyeline & Skyline. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag).
Ik begrijp dat dingen voor verbetering vatbaar kunnen zijn, maar de nota die nu voorligt, stelt meer bovenwettelijke eisen dan we op dit moment hebben. Wij vinden dat onverstandig; dat heb ik in de commissie ingebracht en dat doe ik nu wederom. Jan Willem van den Bos (PvdD). Ik heb een vraag over de Haagse Tafel Wonen. In april 2024 heeft de Haagse Stadspartij een motie ingediend met de titel 'Maak de Haagse Tafel Wonen van glas'. Daarin stond het verzoek om de vergaderingen van de Haagse Tafel Wonen aan te kondigen met een agenda en de mogelijkheid om input te leveren. Het tweede verzoek was om na afloop van de vergaderingen een verslag met deelnemerslijst te publiceren via de gemeentelijke website. Ik ben benieuwd waarom Hart voor Den Haag toen heeft tegengestemd. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Omdat ik vind dat je informeel overleg moet kunnen hebben met dit adviesorgaan. Dat doen wij ook. Wij zijn bijvoorbeeld naar de Caballerofabriek gegaan en hebben daar informeel overleg gehad: joh, wat heeft de markt nou nodig van de gemeenteraad om iets te kunnen doen aan die wooncrisis? Dan kan het nog steeds zo zijn dat ze een advies geven op een belangrijke nota zoals die nu voorligt. Dat is ook gebeurd en ik vraag om die informatie, alleen krijg ik die informatie niet. 94
Jan Willem van den Bos (PvdD). Maar zou Hart voor Den Haag zich er bijvoorbeeld wel in kunnen vinden dat je met die Haagse Tafel Wonen een stap zet in transparantie, bijvoorbeeld dat adviezen ook standaard opvraagbaar moeten zijn? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ja, dat kan Hart voor Den Haag zeker, ook omdat wij dat op 5 maart 2024 met elkaar hebben afgesproken op basis van de brief met RIS-nummer 318166. Dat is een brief van het college, waarin op pagina 2 letterlijk staat: 'De Haagse Tafel Wonen produceert adviezen over de kwalitatieve en kwantitatieve opgaven van de woningbouw en huisvesting die de gemeente los van haar eigen regierol kan gebruiken voor processen in ruimtelijke ontwikkeling.' Nu ligt vanavond een van de belangrijkste nota's voor waarop de Haagse Tafel Wonen van toepassing is. Dan verwacht ik van een dergelijk adviesorgaan dat het daar advies op levert. Er zijn gesprekken over gevoerd, want de inbreng is verwerkt. Daar vraag ik naar en dan wordt er gesteld dat er geen inbreng is. Volgens doe ik een informatieverzoek en krijg ik als reactie daarop te horen dat er suggesties zijn binnengekomen via e-mail. Nou ja, laat mij die reacties dan zien, want ik ben daar reuze benieuwd naar. De voorzitter. De heer Van den Bos, voor de derde maal. Jan Willem van den Bos (PvdD). Ja, afsluitend.
Dan hoop ik inderdaad dat wij hierin als raad gezamenlijk een stap kunnen zetten. Niemand wil informele overleggen onmogelijk maken, maar ook de Partij voor de Dieren vindt het wel belangrijk dat er transparantie is en dat relevante adviezen inzichtelijk zijn. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Het is fijn dat meneer Van den Bos en ik het dan met elkaar eens zijn. De voorzitter. Dan kunt u met een gerust hart verdergaan met uw betoog, meneer Dubbelaar. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik heb twee concrete vragen gesteld aan het college en ik hoop dat ik gewoon een goed antwoord krijg. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. Alhoewel de nota Haagse hoogbouw geen kaart bevat waarop te zien is waar hoogbouw is toegestaan, vind het CDA dat wij duidelijke keuzes moeten maken over waar hoogbouw wel en niet past bij de wijk. Laten we eerst de opgave van alle flats in ontwikkelgebieden, zoals de Binckhorst, het CID en Zuidwest maar eens klaren, met een goed voorzieningenniveau en goede bereikbaarheid. We weten allemaal dat dat al een hele opgave is. Het CDA vindt het daarom niet verstandig en passend om in al onze andere woonwijken ook allemaal hoge torens te bouwen, waar bijvoorbeeld geen station in de buurt is.
Daarom heb ik de volgende motie, die het college verzoekt als uitgangspunt te nemen dat we alleen hoogbouw realiseren bij de ontwikkelgebieden CID, Binckhorst en Zuidwest, stationsgebieden en in de buurt van ovknooppunten, in andere woonwijken in principe geen hoogbouw te realiseren, en dit op te nemen in de gebiedsvisies en omgevingsplan. Fatima Faïd (HSP). Ik vroeg mij af wat voor het CDA 'hoogbouw' is. Is dat nou 30 meter of 50 meter? Hinke de Groot (CDA). 30. Rutger de Ridder (VVD). Ik was benieuwd of deze motie van mevrouw De Groot niet heel, heel erg rigide is. Hinke de Groot (CDA). Nee, zeker niet, want ik denk echt dat we moeten kijken waar die hoogbouw echt geschikt is. Dat is, denk ik, zeker zo rond stations. Het past ook bij het karakter daarvan om flink de hoogte in te gaan. Ik denk ook dat het heel goed is omdat in principe niet in woonwijken te doen. 95
Dat hebben we ook tijdens het commissiedebat gehoord. In de Architectenbuurt in Loosduinen past bijvoorbeeld geen hele hoge toren. Laten we dat dus ook opnemen als principe. De voorzitter. Door mevrouw De Groot wordt de volgende motie (L.1 CDA) ingediend:
Motie L.1 CDA Geen hoogbouw in wijken buiten stationsgebieden De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 september 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake nota Haagse hoogbouw (RIS322705) Constaterende dat: • het toepassingsgebied van de nieuwe nota hoogbouw niet langer beperkt is tot het CID en de Binckhorst, maar over de hele stad; • de nota Hoogbouw kwaliteitseisen stelt voor hoogbouw, maar niet bepaalt waar wel of geen hoogbouw gerealiseerd kan worden. Dit wordt geregeld in de gebiedsvisies en het omgevingsplan. Overwegende dat: • het realiseren van flats al complex genoeg is in CID, Zuidwest, Binckhorst en Laakhavens en we hier al een flinke opgave te klaren hebben; • hoge flats niet passend zijn in veel wijken buiten de stationsgebieden en OV knooppunten; • hoogbouw veel van de omgeving vraagt, om verdichting goed in te passen in de bestaande stad zonder dat er sprake is van een te grote druk op het gebied, voorzieningen en de leefbaarheid achteruit gaat. Verzoekt het college: • als uitgangspunt te nemen dat we alleen hoogbouw realiseren bij de ontwikkelgebieden CID, Binckhorst en Zuidwest, stationsgebieden en in de buurt van OV knooppunten; • in andere woonwijken in principe geen hoogbouw te realiseren, en dit op te nemen in de gebiedsvisies en omgevingsplan. En gaat over tot de orde van de dag.
De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Joren Noorlander (D66). Voorzitter. Je bent pas echt vrij als je kan wonen waar en hoe jij wil. Iedereen verdient een gelijke kans op een fijn thuis, maar dat is vandaag de dag allesbehalve vanzelfsprekend. De woningnood in Den Haag is hoog en iedereen kent wel iemand, of is zelf iemand, die op zoek is naar een passende woning. D66 zet zich in om voor die mensen een oplossing te vinden. Den Haag moet dus een aantrekkelijke stad zijn om te bouwen, want de enige echte oplossing voor de woningnood ís bouwen. Er moeten meer woningen komen die passen naar de vraag van nu, maar de stad moet wel prettig en leefbaar blijven voor ons allemaal, en daarin moeten we een goede balans vinden. Aan de ene kant stellen we genoeg eisen om de kwaliteiten van de stad te versterken, en aan de andere kant willen we ook niet overvragen en de bouw frustreren. Dan komt er immers helemaal niks meer bij en staat de stad op slot. Deze nota staat voor de flexibiliteit die we nodig hebben, en daar kunnen wij ons goed in vinden. Hiermee hebben we een goede basis om verder te bouwen aan een mooier Den Haag. Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. Ook gezien de spreektijd kan mijn fractie het kort houden.