RIS323384 Notulen van de raad van 18 september 2025
Tekst van het document
En ja, je zult op termijn op een gegeven moment moeten kijken naar: wat kun je als stad nog aan? Dat staat ook in deze Omgevingsvisie. Ook de Partij van de Arbeid heeft de aanbevelingen van de staatscommissie destijds omarmd. Maar ik sluit me wel aan bij de woorden die de heer Noorlander net gekozen heeft, namelijk dat we dan niet de illusie moeten hebben dat we ook met zo'n omgevingsvisie of andere plannen die we hebben, kunnen zeggen: Den Haag heeft 550.000 inwoners - het zijn er nu iets meer - we zetten er een hek omheen en dat is dan het maximale. Je zult altijd groeien en wellicht krimp je op termijn in de toekomst weer, want in het verleden heeft Den Haag ook meer inwoners gehad dan op dit moment. Dat die demografische ontwikkelingen zich uiteindelijk op een bepaalde manier manifesteren, is denk ik van alle tijden. Je moet er gewoon voor zorgen dat je dat als stad op een goede manier kan dragen. Lesley Arp (SP). Voorzitter. De Omgevingsvisie gaat niet enkel over stenen stapelen, groen aanplanten of asfalt of tramrails aanleggen, of stippen aan de horizon zo u wilt. Het gaat ook over het soort werkgelegenheid dat we willen bieden aan onze inwoners. In de commissie kon ik het niet laten om een opmerking te maken over het internationale sausje waarmee deze visie is overgoten, wat soms las alsof we eigenlijk diep van binnen allemaal D66'er zijn.
Ik wil u verzekeren: dat is nog niet het geval en dat zal het ook niet zijn. Nee, nee, nee, ik versprak me. Tegelijkertijd staat er wel voor ieder wat wils in de Omgevingsvisie. In het geval van de SP betekent dat gelukkig niet alleen de nadruk op de kenniseconomie, maar ook op het belang van stadsvoorzieningen en werkgelegenheid in onze wijken, niet alleen om te voorzien in de broodnodige banen, maar ook om voorzieningen en diensten dicht bij onze bewoners te houden. Tegelijkertijd is de behandeling van de Omgevingsvisie niet het moment om grote economische koerswijzigingen vast te leggen. Wij doen dat als raad op andere momenten, bijvoorbeeld als we over de Havenvisie gaan spreken of het nog te verschijnen plan van wethouder Bruines over congreslocaties. Dat zijn belangrijke debatten waar mijn fractie ook naar uitkijkt. De uitkomst van deze debatten wordt vervolgens verwerkt in de Omgevingsvisie. We stellen in feite een document vast dat nog vele gedaantes zal aannemen. Mijn fractie vindt het daarom voorbarig dat de zoektocht naar een nieuwe congresfaciliteit nu al wordt aangehaald in de Omgevingsvisie terwijl het debat hierover nog niet heeft plaatsgevonden. Dat heb ik ook al in de commissie aangegeven.
Daarom zal mijn fractie een amendement indienen om de volgende zin op pagina 89 van de Omgevingsvisie te schrappen: We zoeken naar de beste plek voor de bouw van een nieuwe faciliteit voor internationale congressen. Het amendement wordt mede ingediend door de heer Ahraui van de Partij van de Arbeid, mevrouw Bos van GroenLinks en de heer Van den Bos van de Partij voor de Dieren. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door de heer Ahraui, mevrouw Bos en de heer Van den Bos, wordt het volgende amendement (K.C SP) voorgesteld:
66
Amendement K.C SP Rustagh met congrescentra in de omgevingsvisie De raad van de gemeente Den Haag in vergadering bijeen op 18 september ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469), Besluit om na dictumpunt V het volgende dictumpunt toe te voegen: • de tekst van de Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469) als volgt te wijzigen: op pagina 89: “Den Haag is ook in 2050 de internationale stad waar vredesconferenties plaatsvinden, gerechtshoven een onderdak vinden en landen diplomatiek met elkaar in gesprek blijven. We zoeken naar de beste plek voor de bouw van een nieuwe faciliteit voor internationale congressen." Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Jan Willem van den Bos (PvdD). Voorzitter. Gisteravond tijdens het wandelen moest ik opeens denken aan hoe breed milieuvraagstukken in deze raad leven. Ik herinnerde me dat mijn ouders in Loosduinen enige tijd geleden een flyer in de bus kregen van Hart voor Den Haag met de vraag of ze last hadden van trillingen van de tram.
Maar ik moest ook denken aan de inzet van de Haagse Stadspartij tegen pfas in zeeschuim, aan gesprekken met een collega van DENK die gingen over geuroverlast door vrouwelijke ginkgobomen, aan de inzet van bijvoorbeeld het CDA voor mensen die last hebben van grondwaterschommelingen en aan de inzet van de ChristenUnie/SGP voor gezonde lucht door rookvrije zones. Of het nou om trillingen, geur, water of lucht gaat, partijen van links tot rechts zetten zich in voor een gezond en veilig leefmilieu. En terecht, want dit gaat ons ook allemaal aan. Toch lopen we vaak tegen dezelfde muur aan. Rutger de Ridder (VVD). Jammer dat wij niet genoemd worden natuurlijk. Maar in dat tussenrijtje van meneer Van den Bos staan echt geen rechtse partijen. Het was echt alleen maar links potverteren, echt geen rechtse partijen. Jan Willem van den Bos (PvdD). Ik moet zeggen dat ik wel het oeuvre van de heer De Ridder ook grondig heb bekeken. Het viel me op dat hij zich vooral bekommert om esthetische zaken, ook belangrijk, maar ik miste een beetje de milieuaandacht. Maar ja, ik neem dit maar mee als steun dat de VVD daar ook goed op wil gaan letten. De voorzitter. Niet iedereen krijgt dit compliment over esthetiek, meneer De Ridder. Maar ja, u bent ook meneer De Ridder. Gaat uw gang. Rutger de Ridder (VVD). Ik ontvang 'm met plezier.
Maar last van je ogen van lelijke gebouwen is ook een onderdeel van het leefmilieu. Jan Willem van den Bos (PvdD). Ja, dat klopt denk ik. Wat we vaak merken als lokale politiek, is dat je dan tegen muren aanloopt, van 'het past binnen de normen' of 'we gaan daar als gemeente niet over'. Het is als lokale volksvertegenwoordiger frustrerend als je meegedeeld krijgt dat je eigenlijk niks kan doen tegen een probleem, terwijl je weet dat inwoners er consequent last van hebben of ongezond van worden of dat hun huis er schade van heeft. De Omgevingswet biedt een nieuw instrument om daar in sommige gevallen wel mee aan de slag te gaan, namelijk omgevingswaarden. De gemeente kan dan zelf kiezen om eventueel aanvullende doelen te stellen. Dat zijn doelen die niet inwoners of bedrijven aansprakelijk stellen, maar streefwaarden die de gemeente dan zichzelf oplegt. Wat de Partij voor de Dieren zorgen baart, is dat de huidige Omgevingsvisie stelt dat die omgevingswaarden tot 2032 überhaupt niet aan de orde zijn. Dat is zonde, want andere gemeenten gaan bijvoorbeeld al aan de slag. We begrijpen ook dat je dat niet nu grootschalig gaat invoeren, maar mijn fractie vindt het onverstandig om het voor zeven jaar categorisch uit te sluiten. Wij denken dat 67
het slim is om ruimte te laten voor bijvoorbeeld een pilot, zodat je de keuze hebt om ervaring op te doen met een instrument en dan in 2032 een weloverwogen keuze kan maken. Daarom dien ik het amendement Ruimte voor omgevingswaarden in om die blokkade te schrappen en de Omgevingsvisie Den Haag 2050 als volgt te wijzigen. Op pagina 169 wordt de volgende zin geschrapt: Ook in de transitieperiode om tot een definitief omgevingsplan voor de gemeente te komen (tot 2032) zijn omgevingswaarden niet aan de orde. Dan heb ik nog een motie over de samenwerking tussen college en raad. In de praktijk zien we dat er gebiedsprogramma's worden voorbereid op plekken waar nog geen gebiedsvisie ligt. Denk aan de Vlietzone, waar nog geen gebiedsvisie voor Leidschenveen-Ypenburg is vastgesteld. Of denk aan Zuidwest, waar na de structuurvisie eerst gebiedsvisies per deelgebied zouden komen. Maar door de Omgevingsvisie kan dat eigenlijk niet meer in diezelfde vorm, want gebiedsvisies gaan nu alleen over stadsdelen en niet over deelgebieden. Tegelijkertijd is mijn fractie ook heel positief over hoe raad en college samenwerken bij bijvoorbeeld besluiten over Laakhavens of de Ontwikkelvisie Den Haag Centraal. Daar zie je dat een raadsvoorstel zorgt voor gezamenlijke richting en meer draagvlak. Gebiedsprogramma's worden door het college vastgesteld.
Dat is een collegebevoegdheid en daar willen we niet aan tornen. Maar we vinden het wel verstandig dat deze eerst aan de raad worden voorgelegd, zeker zolang er nog niet overal gebiedsvisies zijn. Zo voorkomen we dat er al collegebesluiten liggen over ruimtelijke keuzes met consequenties zonder dat de raad nog kan bijsturen. Dat is iets wat in het verleden met PUK's en NvU's te vaak gebeurde. Daarom dien ik de motie Raadsbesluit bij gebiedsprogramma's in, met als dictum: verzoekt het college gebiedsprogramma's altijd eerst ter besluitvorming aan de raad voor te leggen alvorens het college deze vaststelt. De voorzitter. Door de heer Van den Bos wordt het volgende amendement (K.D PvdD) voorgesteld:
Amendement K.D PvdD Ruimte voor omgevingswaarden De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 september 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469). Besluit om de Omgevingsvisie Den Haag 2050 als volgt te wijzigen: ▪ op pagina 169 wordt de volgende zin geschrapt: ‘Ook in de transitieperiode om tot een definitief omgevingsplan voor de gemeente te komen (tot 2032) zijn omgevingswaarden niet aan de orde.’ Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door de heer Van den Bos wordt de volgende motie (K.3 PvdD) ingediend: Motie K.3 PvdD Raadsbesluit bij gebiedsprogramma’s De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 september 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469). Constaterende, dat: ▪ gebiedsprogramma’s onder de Omgevingswet kaderstellend zijn voor besluitvorming over buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s) en gebiedsspecifieke wijzigingen van het omgevingsplan; ▪ in Den Haag het gebruikelijk is dat ontwikkelvisies, die op vergelijkbaar schaalniveau richting geven, ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd; ▪ ook PUK’s (planuitwerkingskaders), die ook een basis vormen voor besluitvorming over BOPA’s, aan de raad worden voorgelegd ter instemming. 68
Overwegende, dat: ▪ het democratisch en transparant is dat documenten die de basis vormen voor ingrijpende ruimtelijke besluiten door de raad worden vastgesteld. Verzoekt het college: ▪ gebiedsprogramma’s altijd eerst ter besluitvorming aan de raad voor te leggen, alvorens het college deze vaststelt. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Bijna 200 jaar geleden stelde Groen van Prinsterer al de vraag: heeft de overheid een welgekozen doel in het oog? Het was in iets ander taalgebruik, maar daar onthoud ik me even van. Het is goed om die vraag te stellen, helemaal met de Omgevingsvisie voor onze neus ter besluitvorming. De ChristenUnie/SGP gelooft in een bloeiende stad, een Den Haag waar mens, natuur en economie kunnen bloeien. Voor mijn fractie betekent dat dat Den Haag in 2050 minder gesegregeerd is, een stad waar niemand op straat hoeft te slapen, waar iedereen een goede boterham kan verdienen op een duurzame manier. Een stad die ingericht is op ontmoeting en waar we bouwen aan gemeenschappen en zorgen voor het collectief. Daar moet deze Omgevingsvisie naartoe sturen en we zien daar veel goede aanknopingspunten in terug. Maar ik heb toch twee aanvullingen. Ik noemde al de bloei van de economie. Den Haag heeft 44 wijken, maar slechts één haven.
Die haven moeten we koesteren en ook in 2050 een economische motor voor onze stad laten zijn. Dat staat nu niet klip-en-klaar in de Omgevingsvisie. Daarom dien ik samen met de collega's De Ridder en De Groot het amendement Den Haag heeft een Haven, ook in 2050 in om de concept-Omgevingsvisie Den Haag 2050 vast te stellen, met dien verstande dat op pagina 85 onder 'Scheveningen' de tekst als volgt wordt gewijzigd: Opgave Haven: consolideren van economische functie (korte termijn), economische betekenis van de haven op langere termijn versterken. Om te bouwen aan gemeenschappen is het broodnodig het voorzieningenniveau op peil te houden … Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Nog even over de haven. Die is uiteraard belangrijk en hoort bij Den Haag, maar het lijkt me zo'n open deur. De haven versterken, natuurlijk. Maar we hebben in de commissie toch gesproken over de Havenvisie? Wat voegt dit nou extra toe? Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). We hebben in de commissie nog niet gesproken over de Havenvisie; dat gaan we nog doen. Maar het staat niet in de Omgevingsvisie. Daarin staat nog dat we gaan bepalen wat we met de haven gaan doen. Wat de ChristenUnie/SGP betreft blijven we de economische functie van de haven behouden, ook in 2050. Fatima Faïd (HSP).
Wat betekent 'het versterken van de haven' en over welke sectoren hebben we het dan? Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Dat staat niet in dit amendement. Er staat dat we de economische functie gaan versterken en niet dat we gaan bepalen of we daar economie belangrijk vinden of niet, of dat we misschien wel de haven gaan dempen en er huizen gaan bouwen. Daarvan wordt gezegd dat we dat niet doen. De haven blijft een economische motor van Den Haag en die gaan we versterken. Fatima Faïd (HSP). Nee, dat snap ik. Daarom vraag ik extra wat 'versterken' betekent voor de ChristenUnie. Wat betekent dat woordje 'versterken'? Betekent het uitbreiden, en zo ja, naar welke sectoren?
69
Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Als wij hier een meerderheid zouden hebben, dan zouden wij natuurlijk de visserij daar versterken. Maar ik heb dat hier expres opengelaten. Er is veel economie in de haven, veel op het gebied van visserij maar ook veel op het gebied van innovatie. Hoe dat er in 2050 exact zal uitzien, dat gaan we nog bepalen. Maar dat het een economische motor moet blijven en dat die sterk moet zijn, dat zouden we nu vast moeten leggen. De voorzitter. Mevrouw Faïd, laatste keer. Fatima Faïd (HSP). Bedankt aan mevrouw Klokkenburg voor de beantwoording. Maar dan zegt u eigenlijk dat het wat u betreft nog helemaal niet zeker is dat we dan gaan uitbreiden. Hoor ik u dat dan zeggen? Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik heb het woord 'uitbreiden' inderdaad niet in de mond genomen, maar het woord 'versterken'. Dat is denk ik iets anders dan fysiek uitbreiden. Dat zou natuurlijk ook daarbinnen passen, maar het is niet exact hetzelfde. Om te bouwen aan gemeenschappen is het broodnodig om het voorzieningenniveau op peil te houden. Een instrument dat op een handige manier het voorzieningenniveau meet en in kaart brengt en de impact van nieuwe projecten laat zien, is de leefbaarheidseffectrapportage. Deze staat nu niet in de Omgevingsvisie, terwijl een eerder aangenomen amendement vraagt om 'm te gaan gebruiken.
Om dat recht te zetten, dien ik samen met de heer De Ridder van de VVD het amendement Leefbaarheidseffectrapportages voor de toekomst in om de concept-Omgevingsvisie Den Haag 2050 vast te stellen, met dien verstande dat op pagina 161 onder 'We sturen actief op' de tekst als volgt wordt gewijzigd: Leefbaarheidseffectrapportages en de Richtinggevende Normen Maatschappelijke Voorzieningen en Groen worden gebruikt om te bepalen welk voorzieningenniveau voldoende is. We bereiken ons doel door actief grondbeleid, strategisch gemeentelijk vastgoedbeheer en het opnemen van ruimtereserveringen in het omgevingsplan (presterende en rechtmatige rol). Ik wil afronden met de bloei van mensen. Onze stad kent een enorme diversiteit aan mensen en ook aan geloofsgemeenschappen. Het zijn er meer dan 250 en ze zijn van groot belang voor onze Haagse samenleving. Al die levensbeschouwelijke organisaties ontbreken echter compleet in de Omgevingsvisie. Dat is jammer. Collega Van Vliet is daar in het commissiedebat al op ingegaan. Eerder vroegen we het college om de ruimtevraag die er is bij de organisaties mee te wegen bij herontwikkelingen en daartoe een norm op te stellen. Die norm is er niet, wel de nadenkplicht die geldt voor voorzieningen voor levensbeschouwelijke organisaties. Die zullen verder uitgewerkt worden in de diverse gebiedsvisies.
Wij zien uit naar die uitwerking in de gebiedsvisies en zullen dat te zijner tijd goed volgen. Als zij de ruimte krijgen om verschil te maken, komt de stad als geheel tot bloei. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door de heer De Ridder, worden de volgende amendementen (K.E CU/SGP en K.F CU/SGP) voorgesteld:
Amendement K.E CU/SGP Den Haag heeft een Haven, ook in 2050 De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 september 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469), Besluit de concept Omgevingsvisie Den Haag 2050 vast te stellen, met dien verstande dat op pagina 85 onder ‘Scheveningen’ de tekst als volgt wordt gewijzigd: ▪
Opgave Haven: consolideren van economische functie (korte termijn), economische betekenis van de haven op langere termijn bepalen versterken.
70
Amendement K.F CU/SGP leefbaarheidseffectrapportages voor de toekomst De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 september 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469), Besluit de concept Omgevingsvisie Den Haag 2050 vast te stellen, met dien verstande dat op pagina 161 onder ‘We sturen actief op’ de tekst als volgt wordt gewijzigd: ▪
De Ruimtelijke Applicatie Voorzieningen En Leefbaarheid (RAVEL) Leefbaarheidseffectrapportages en de Richtinggevende Normen Maatschappelijke Voorzieningen en Groen worden gebruikt om te bepalen welk voorzieningenniveau voldoende is. We bereiken ons doel door actief grondbeleid, strategisch gemeentelijk vastgoedbeheer en het opnemen van ruimtereserveringen in het omgevingsplan (presterende en rechtmatige rol).
De amendementen maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Isabel Bos (GroenLinks). Voorzitter. Met de Omgevingsvisie geven we aan hoe Den Haag er in 2050 uit moet zien. De visie is tot stand gekomen in samenwerking met een groot aantal inwoners en organisaties uit de stad. Want deze visie is er niet om ons als raad tevreden te stellen, maar juist om samen met de inwoners van de stad duidelijk te maken wie wij zijn als stad en ook wie we willen zijn. Die samenwerking met bewoners definieert wat GroenLinks betreft ook duidelijk wie we als Den Haag zijn en willen zijn. Den Haag zit vol prachtige initiatieven van bewoners die samen de krachten bundelen om hun leefomgeving groener, leefbaarder en fijner te maken. We hebben vandaag een amendement. Met het amendement Openstaan voor groene initiatieven willen we dan ook ruimte geven aan die energie en creativiteit van onze inwoners die hun buurt groener willen maken. We zien hoe initiatieven als Emma's Hof en Stadsoase Spinozahof niet alleen zorgen voor mooie groene plekken, maar ook voor ontmoeting en verbinding in de wijk. Als gemeente moeten we zulke initiatieven actief ondersteunen en ook faciliteren. Door in de visie expliciet ruimte te bieden aan buurt- en wijktuinen spreken we uit dat we het inwoners makkelijker willen maken om samen Den Haag groener, mooier en leefbaarder te maken.
Daarom zoals gezegd een amendement met de titel Openstaan voor groene initiatieven, opgesteld door gewaardeerde collega Luuk Voncken en mede ingediend door de immer beste kameraad Samir Ahraui - op zijn verzoek gebruik ik die woorden - om de tweede alinea onder het kopje 'samen aan de slag' op pagina 75 als volgt te amenderen: De particuliere inzet is ook nodig bij het opzetten en beheer van al het groen en water. Publiek-private samenwerkingen spelen daarin een belangrijke rol. Deze samenwerkingen hebben als doel om gezamenlijk de kwaliteit van het groen in de stad te versterken en de ecosysteemdiensten (de baten die de natuur de mens biedt) van groen en water te optimaliseren. Ook staat de gemeente open voor initiatieven van particulieren om hun buurt te vergroenen, in navolging van goede Haagse voorbeelden als Emma’s Hof, Wijktuin Rivierenbuurt en Stadsoase Spinozahof. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Een stad zo groot als Delft komt erbij de komende jaren. Bent u als GroenLinks niet enorm bang dat dat ten koste gaat van de leefbaarheid, dat het groen in de stad minder wordt en dat het woningtekort nog groter gaat worden? Bent u daar niet enorm bang voor? Isabel Bos (GroenLinks). Ik denk dat we juist gaan bouwen om het woningtekort tegen te gaan. Daar wordt al hard aan gewerkt en dat mag nog wel een schepje harder, kunt u zich ook voorstellen.
Ik denk ook dat groei van de stad niet per se altijd iets slechts hoeft te zijn, als we er maar voor zorgen dat de stad leefbaar blijft en dat er genoeg voorzieningen overblijven, zoals verschillende collega's ook met moties vandaag aankaarten. Juist dat is voor mijn fractie de essentie van deze Omgevingsvisie. Ik zei: we laten zien wie we als stad zijn en willen zijn. Wij zijn een stad waarin iedereen fijn moet kunnen wonen. Wat mij betreft mogen dat ook mensen van buiten de stad zijn. Ik ben bijvoorbeeld zelf ook niet hier geboren.
71
De voorzitter. Door mevrouw Bos, daartoe gesteund door de heer Ahraui, wordt het volgende amendement (K.G GL) voorgesteld:
Amendement K.G GL Openstaan voor groene initiatieven De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 september 2025, ter bespreking van ‘Voorstel van het college inzake Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469)’. Besluit om: ▪ De tweede alinea onder het kopje ’samen aan de slag’ op p. 75 als volgt te amenderen: De particuliere inzet is ook nodig bij het opzetten van en beheer van al het groen en water. Publiekprivate samenwerkingen spelen daarin een belangrijke rol. Deze samenwerkingen hebben als doel om gezamenlijk de kwaliteit van het groen in de stad te versterken en de ecosysteemdiensten (de baten die de natuur de mens biedt) van groen en water te optimaliseren. Ook staat de gemeente open voor initiatieven van particulieren om hun buurt te vergroenen, in navolging van goede Haagse voorbeelden als Emma’s Hof en stadsoase Spinozahof. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Als stad willen we in 2030 klimaatneutraal zijn. Dit is een hele grote opgave. Een van de meest vervuilende zaken waar we invloed op hebben, is de bouwsector. Juist hier kunnen we volgens ons nog grote stappen maken om de CO2-uitstoot te beperken. Daarvoor moeten we wel anders kijken naar de ontwikkeling van de stad.
Daarom kiezen we bij de uitwerking van de Omgevingsvisie in gebiedsvisies voor hergebruik en aanpassing van gebouwen in plaats van energieintensieve sloop en nieuwbouw waar mogelijk. Daarom dienen we de motie Stoppen met sloop in, met als dictum: verzoekt het college in de uitwerking van de Omgevingsvisie naar gebiedsvisies de voorkeur voor renovatie, aanpassing en hergebruik op te nemen als voorkeur voor de uitbreiding en aanpassing van de stad. De motie is medeondertekend door meneer Van den Bos van de Partij voor de Dieren. Rutger de Ridder (VVD). Ik heb een informatieve vraag. Hoe zouden we dat dan moeten borgen: liever renoveren dan slopen? Het lijkt me wat ingewikkeld. Soms wil je wat meer huizen toevoegen of anderszins. Hoe ziet mevrouw Faïd dat? Fatima Faïd (HSP). We zijn natuurlijk al een beetje door ons CO2-budget heen, zeg maar. Wij zeggen: indien mogelijk niet slopen maar renoveren, want we weten dat sloop heel erg erg vervuilend is. Wat betreft borgen kijk ik toch even naar de wethouder. Volgens mij zitten er ook al waarborgen in deze Omgevingsvisie. Wij zullen ook zeker voorstemmen, maar wij willen eigenlijk ook de garantie hebben dat als het mogelijk is, we liever niet slopen maar op een andere manier de stad verder uitbouwen. Ik snap dat u op zoek bent naar iets heel hards naar 2050. Misschien maak ik het niet eens mee; je weet het niet.
Maar hier hebben natuurlijk heel veel mensen uit de stad over meegedacht. Wij dachten: laten we dit nog even extra erin fietsen, maar we snappen ook wel dat het niet helemaal strak geborgd kan worden. De voorzitter. Door mevrouw Faïd, daartoe gesteund door de heer Van den Bos, wordt de volgende motie (K.5 HSP) ingediend:
Motie K.5 HSP Stoppen met sloop De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 september 2025, ter bespreking van de Omgevingsvisie Den Haag 2050 72
Constaterende, dat: • de omgevingsvisie 2050 de ambitie dat Den Haag in 2030 klimaatneutraal moet zijn bevestigd; • de omgevingsvisie handvatten biedt voor het bouwen in Den Haag; • op basis van het rapport Bouwen binnen planetaire grenzen in Nederland slechts 1,7 megaton CO2 per jaar mag worden uitgestoten door de bouwsector; • uitgaande van de huidige manier van bouwen er in Nederland tussen de 10,6 en 14,1 megaton CO2 per jaar wordt uitgestoten door de bouwsector. Van mening dat: • klimaatneutraal in 2030 betekent dat we toe moeten naar andere manieren van werken aan de stad die minder CO2 uitstoten; • hergebruik en aanpassen de grootste CO2 reductie oplevert; • slopen en nieuwbouw één van de meest CO2 intensieve activiteiten is. Verzoekt het college: • in de uitwerking van de omgevingsvisie naar gebiedsvisies de voorkeur voor renovatie, aanpassing en hergebruik op te nemen als voorkeur voor de uitbreiding en aanpassing van de stad. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Beytullah Ҫelik (DENK). Voorzitter. De Omgevingsvisie laat zien dat we als stad willen groeien en tegelijkertijd groener en leefbaarder willen worden. Dat juichen wij toe. Wij erkennen de waarde en noodzaak van deze ambitie.
Omdat de visie de basis vormt voor toekomstige gebiedsvisies en programma's begrijpen wij dat de tekst op sommige punten nog abstract is. Toch willen we als fractie van DENK nu alvast enkele belangrijke punten meegeven die voor ons van groot belang zijn bij de verdere uitwerking in de gebiedsvisies. Ik begin bij de levensbeschouwelijke instellingen. De fractie van DENK was, is en zal van mening blijven dat ook deze instellingen een belangrijke maatschappelijke rol vervullen. Zij dragen bij aan sociale samenhang, ondersteuning en zingeving aan onze stad. Daarom tekenen wij het amendement mee dat eerder vandaag is ingediend door collega De Groot van het CDA. Hiermee onderstrepen wij nogmaals het belang van alle maatschappelijke organisaties en dus ook van levensbeschouwelijke instellingen. Een ander punt dat wij willen benadrukken, is het gebruik van de auto. Tot 2050 staan we voor grote uitdagingen: bevolkingsgroei, ruimtegebrek en de wens om betaalbare en duurzame woningen mogelijk te maken voor toekomstige generaties Hagenaars. Dat vraagt om moeilijke keuzes, maar de transitie die we doormaken richting een duurzaam mobiliteitsbeleid moet gezond, haalbaar en rechtvaardig zijn. De auto is voor veel inwoners nog steeds essentieel. Zij mogen niet de dupe worden van de veranderingen.
Daarom pleiten wij voor een stapsgewijze meewerkende transitie waarin ook de belangen van autobezitters serieus worden genomen. Alleen dan kunnen we bouwen aan de toekomst van Den Haag, een toekomst waarin iedereen zich herkent en meedoet. Tot slot willen wij dit standpunt ook kracht bijzetten richting de gebiedsvisies door onze steun uit te spreken voor twee moties die zijn rondgestuurd en straks hoogstwaarschijnlijk zullen worden ingediend door collega De Ridder van de VVD. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). DENK vraagt terecht aandacht voor de positie van de autobezitter in onze stad, maar waarom steunt DENK dan deze Omgevingsvisie? Beytullah Ҫelik (DENK). DENK is een grote partij, althans qua denken en niet qua aantal zetels. We moeten doorgaan, want er staat een uitdaging die alle partijen, althans voor die partijen die daartoe in staat zijn, moeten aangaan om de stad waarin we wonen een omgevingsvisie te geven tot 2050, wat 73
ook een wettelijke verplichting is en wat volgens de oplegger voor 1 januari 2027 moet gaan gebeuren. Dat is een stukje verantwoordelijkheid voor alle partijen. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Daarom mijn voorstel om daar na de verkiezingen met elkaar over te discussiëren, want we hebben die tijd. Dan zouden we er bijvoorbeeld voor kunnen kiezen om dat STOMP-principe uit de visie te halen. DENK pleit hier voor de autobezitter, maar stemt tegelijkertijd wel in met een visie waarin het STOMP-principe vaststaat, waarmee de auto structureel de laagste prioriteit krijgt in onze stad. Dat is totaal tegenstrijdig met wat DENK hier staat in te brengen. Beytullah Ҫelik (DENK). Dat is sowieso niet tegenstrijdig; dat is een stukje verantwoordelijkheid nemen. We groeien als stad, we blijven doorgaan, het werk blijft. We kunnen ook niet op vakantie gaan tot de verkiezingen, die in maart gaan plaatsvinden. Gelukkig hebben we, zoals ik ook in mijn bijdrage heb verwoord, nog een constructieve partij in de oppositie die wel in staat is om met bepaalde voorstellen te komen om het zo goed mogelijk te maken. Daarom heb ik aangegeven dat ik twee moties steun die collega De Ridder, ook van een oppositiepartij, indient. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Heel goed. DENK zou ook kunnen overwegen om tegen de visie te stemmen.
Heeft DENK enig idee waar die 100.000 inwoners straks in onze stad komen te wonen? Beytullah Ҫelik (DENK). Overal in de stad, graag in het bijzonder in stadsdelen waar bijvoorbeeld weinig sociale woningen zijn. Dus overal, het maakt niet uit. Wij hebben een verantwoordelijkheid. Mijn collega vroeg: waar, en de kinderen dan? Ook aan die kinderen denkt de fractie van DENK. Daarom moeten we doorgaan met de opgave zoals we zijn verschuldigd. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. De Omgevingsvisie is een groot document met ingrijpende keuzes voor Den Haag en hoewel niet in beton gegoten toch ingrijpend. In de commissie noemde ik al het probleem van dit document: de VVD mist een verhaal voor Den Haag. De Haagse VVD wil dat we de stad aan de hand nemen en verder brengen. Het huidige document maakt een aantal keuzes, maar de samenhang ontbreekt. De Haagse VVD wil dat we vol inzetten op de economie en het economisch verhaal van Den Haag, met wat ons betreft de internationale stad van vrede en recht als ijkpunt voor Den Haag. Deze visie zegt wat ons betreft niet veel, maar is onder de Omgevingswet wel een belangrijk document. Daarom vindt de Haagse VVD het belangrijk te zoeken naar een manier hoe we in de uitwerking van de Omgevingsvisie overeenstemming bereiken. Hagenaars verlangen van ons dat we samenwerken.
De Haagse VVD is altijd bereid om te zoeken naar alternatieven, naar andere manieren om over eigen belang heen te stappen, maar dat gaat niet zomaar. In de Omgevingsvisie zijn er voor de VVD drie onderdelen die anders moeten en nuancering vragen in de uitvoering. De VVD wil dat we het STOMP-principe goed interpreteren en niet als dogma hanteren. Immers is het idee van STOMP alleen te volgen, als je vanuit verleiding Hagenaren meer in staat stelt te fietsen en ov te gebruiken. Nog te vaak ziet de VVD dat de auto wordt weggeduwd zonder enige verbetering van ov of fietsen. Daarom de motie STOMP mag geen dogma zijn, met als dictum: verzoekt het college bij de uitwerking van de Omgevingsvisie naar gebiedsvisies en bij al het overige ruimtelijk beleid het STOMP-principe niet als dogma te hanteren, maar als richtlijn voor de ontwikkeling van mobiliteit, waarbij de volgordelijkheid van STOMP niet automatisch betekent dat automobiliteit beknot moet worden ten gunste van de andere principes. Daarnaast is de VVD ontevreden over de ontwikkeling van wegen naar 30 km/uur. De VVD ziet veel voordelen in 30 km/uur, maar ziet ook dat verlaging van de snelheid op één plek kan en zal leiden tot vertraging op andere plekken. Daarnaast heeft dit college geen goed trackrecord op investeren in doorstroming.
Daarom de motie Stap voor stap naar meer 30 km/u wegen, met als dictum: verzoekt het college bij de uitwerking van de Omgevingsvisie naar gebiedsvisies en ander ruimtelijke uitwerkingen, de doelstelling om de maximumsnelheid van 50 km/u wegen te verlagen te onderbouwen met onderzoeken die aantonen wat het effect ervan is op de stedelijke hoofdwegen en
74
mitigerende maatregelen te presenteren die vertraging op deze stedelijke hoofdwegen als gevolg ervan ongedaan maken. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Waarom dient de VVD-fractie geen amendementen in? Dat is volgens mij de manier om een nota aan te passen. Er staan best goede dingen in de moties, maar er komt straks een beantwoording vanuit het college waar wij niet zo heel veel mee kunnen. Dan is de nota al vastgesteld. Rutger de Ridder (VVD). De pot verwijt de ketel, maar dat laat ik dan maar even voor wat het is. Wij dienen moties in, omdat wij zien dat deze Omgevingsvisie nog zo algemeen geformuleerd is dat ik zomaar kan denken dat partijen die misschien wel gaan onderhandelen na 18 maart de ruimte hebben binnen deze Omgevingsvisie en met deze moties in de hand om ook andere keuzes te maken dan de keuzes die door dit college in het verleden zijn gemaakt, waaronder het STOMP-principe, de manier waarop je naar 30 km/uur gaat en hoe je - daar kom ik zo op - vormgeeft aan bouwen voor de buurt. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Wie kaatst moet de bal verwachten. Dit is het moment om een slechte nota minder slecht te maken. Toch kiest de VVD ervoor om moties in te dienen, waarvan de wethouder straks kan zeggen: het is onuitvoerbaar, ik ga er niks mee doen. Rutger de Ridder (VVD). Nee, dit is het moment, in deze raad, om dingen aan te passen richting de volgende stap.
Mijn fractie ziet dat in deze Omgevingsvisie an sich aardige dingen staan, maar dat het natuurlijk niet een visie is die wij hadden geschreven. Het is ook niet, zoals meneer Dubbelaar zegt, alleen maar een D66-visie, want dan had de VVD er verre van gestaan. Wij zien dat er in deze visie keuzes worden gemaakt. We zien ook - Hart voor Den Haag wil dat niet horen, maar het is wel het geval - dat je nu een keuze moet maken hoe je die Omgevingsvisie vorm gaat geven. 1 januari 2027 gaat veel te snel komen. Na 18 maart, na collegevorming in op zijn vroegst mei - vorige keer was het een halfjaar, als u zich dat nog herinnert - hebben we geen tijd meer om dat aan te passen. Ons derde punt gaat over bouwen voor de buurt. De Haagse VVD wil dat het uitgangspunt bouwen voor de buurt daadwerkelijk wordt uitgevoerd. De VVD ziet een spanningsveld en wil zekerheid dat dit geen loze kreet is in deze visie. Daarom de motie Echt bouwen voor de buurt, met als dictum: verzoekt het college bij de vertaling van de Omgevingsvisie naar gebiedsvisies en bij de herijking van het woonbeleid als gevolg van de Omgevingswet het uitgangspunt 'bouwen voor de buurt' praktisch uitvoerbaar uit te werken, zodat er daadwerkelijk kan worden gebouwd voor de doorstroming in de buurt. Lesley Arp (SP). Bij bouwen voor de buurt hebben heel veel partijen weer ieder hun eigen interpretatie.
Het is nu heel algemeen geformuleerd. Wat mij opviel in de opbouw van de motie, is dat het heel specifiek gaat over 50% sociaal bouwen in de wat duurdere wijken. Het wordt ook geformuleerd alsof dat een eis is. Was het maar zo'n feest, zeg ik als SP'er, want dat is helemaal niet het geval. Het wordt onderzocht door het college. Is dit nou datgene wat deze motie beoogt: dat het onderzoeken van die 50% sociaal in de duurdere wijken wordt losgelaten? Rutger de Ridder (VVD). Wat het beoogt, is dat we als stad gaan doen wat we ook zeggen te doen en niet wat er in deze visie is opgeschreven om misschien wel de VVD aan de kant van het college te trekken: we gaan bouwen voor de buurt, we gaan de mensen in de stad lekker maken dat we ook voor hen seniorenwoningen gaan bouwen. De VVD gaat daar niet zomaar mee akkoord. Daarom zegt de VVD: laten we vandaag met elkaar zeggen wat het betekent. Hoe maken we dat praktisch uitvoerbaar? Lesley Arp (SP). Het verbaast mij ook niet dat deze motie uit de koker van de VVD komt. Zo ken ik de VVD ook. Ik stel deze vragen ook vooral zodat andere partijen goed nadenken over deze motie. Het valt mij op dat als het gaat om bouwen voor de buurt, het in de opbouw van deze motie niet gaat over wat voor generaties er in de buurt wonen.
De VVD zegt echt specifiek dat je ervoor moet waken dat in wijken anders wordt gebouwd dan de huidige sociaal-economische voorraad. Zo lees ik 'm.
75
Rutger de Ridder (VVD). Wat de VVD beoogt, is dat we in wijken - ik noem maar eens even het hete hangijzer: Haga - straks daadwerkelijk in de permanente invulling ruimte hebben voor ouderen uit de Bomenbuurt, uit de Bloemenbuurt, uit de Vogelwijk, misschien ook uit een deel van het Statenkwartier, uit Duinoord, die er allemaal omheen hangen. Er is eigenlijk geen enkele ruimte in die wijken om nieuwbouw te plegen, behalve op zo'n plek. Als wij hier met elkaar zeggen, eigenlijk vanuit een soort straffend vingertje van links, 'u zal 50% sociaal krijgen, want ja, u heeft allemaal een iets te hoge WOZ-waarde', dan zegt de VVD: dat is niet goed. Natuurlijk moeten we ook betaalbare woningen bouwen en natuurlijk ook sociale huurwoningen. Dat vindt de VVD ook. Maar zorg nou ook dat mensen in die wijken ook denken: er is ook iets voor mij; aan mij wordt ook gedacht. De voorzitter. Laatste keer, mevrouw Arp. Lesley Arp (SP). Ik wil dan toch nogmaals voor de goede orde benadrukken dat de plannen van het huidige college helemaal niet zijn dat er in die wijken 50% sociaal móét. Dat wordt onderzocht. Dat vond mijn fractie uitermate slap, maar dat zijn de feiten; daar hebben we het over. Dat betekent alsnog dat je een heel segment hebt dat je naar eigen inzicht zou kunnen invullen. Daar kunnen ook duurdere woningen bij zitten.
Er staat nergens dat we in de rijkere wijken 100% sociaal gaan bouwen. Ik vind dat de heer De Ridder op deze manier een schrikbeeld toont. En ik denk dat partijen die deze motie en de intentie ervan steunen niet echt werk zullen maken van het echt bestrijden van segregatie. Rutger de Ridder (VVD). Wat zo vervelend is, is dat die 50% sociaal zoals mevrouw Arp het nu omschrijft alleen geldt voor de gebieden waar we niet zelf bezit hebben. Maar we gaan totaal zelf over het Haga, want de raad heeft in al zijn wijsheid besloten - de VVD is daar geen voorstander van geweest en zal daar ook nooit voorstander van zijn - dat we het aankopen om zelf te ontwikkelen. Ik zie bij dit college van linkse signatuur, waar mevrouw Arp toch heel blij van moet worden, dat het aankoopbeleid juist zorgt voor juist datgene waar de mensen in de Vruchtenbuurt, de Bomenbuurt, de Bloemenbuurt en de Vogelwijk uiteindelijk niets aan hebben. Joren Noorlander (D66). De VVD focust nu vooral op de seniorenwoningen, die ook best wel belangrijk zijn in die wijken. Wat zegt de VVD dan tegen de jongeren uit die wijken die het huis graag uit willen en ook een goede woning zoeken? Rutger de Ridder (VVD). Dan zegt de VVD: kijk onder 'van mening dat onder andere voor de doorstroming van ouderen en starters het belangrijk is dat bouwen voor de buurt succesvol wordt'. Joren Noorlander (D66).
Dat betekent dan ook dat er een mix aan aanbod moet komen, dus ook in de sociale en middenhuur, in de middenkoop en waarschijnlijk ook betaalbare koop, en dat dat daar ook onderdeel van is. Kan ik deze motie dan ook zo interpreteren dat de VVD daar zeker ruimte voor ziet? Rutger de Ridder (VVD). Zeker, het gaat over de praktische uitvoerbaarheid daarvan. Hoe zorgen we nou dat het niet een loze kreet is, maar dat we het ook daadwerkelijk doen en dat er niet vanuit het stadhuis wordt gedacht: wij weten wel wat goed voor u is? De laatste zinnen. De Omgevingsvisie is belangrijk. De Haagse VVD wil graag wel instemmen, maar kan dat alleen als aan onze voorwaarden in de moties wordt voldaan. Laten we samenwerken. De VVD steekt de hand uit. De voorzitter. Door de heer De Ridder worden de volgende moties (K.6 VVD, K.7 VVD en K.8 VVD) ingediend:
Motie K.6 VVD Stap voor stap naar meer 30 km/u wegen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 september 2025, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469).
76
Constaterende dat: • de omgevingsvisie als doel heeft om tot 2050 het aantal 30 km/u wegen uit te breiden door 50 km/u wegen in snelheid te verlagen; • dit schematisch wordt weergegeven op bladzijde 82 van de omgevingsvisie; • door het amendement ‘Doorstroming en Kwaliteit’ het kwaliteitsplan CID is geamendeerd. Overwegende, dat: • 30 km/u wegen positieve impact maakt op de leefbaarheid van een buurt; • het verlagen van de snelheid op ontsluitingswegen een groot effect heeft op de doorstroming; • het verlagen van de snelheid pas kan gebeuren als het niet leidt tot congestie op andere plekken. Verzoekt het college: • bij de uitwerking van de omgevingsvisie naar gebiedsvisies en ander ruimtelijke uitwerkingen, de doelstelling om de maximum snelheid van 50 km/u wegen te verlagen te onderbouwen met onderzoeken die aantonen wat het effect ervan is op de stedelijke hoofdwegen en mitigerende maatregelen te presenteren die vertraging op deze stedelijke hoofdwegen als gevolg ervan ongedaan maken. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie K.7 VVD STOMP mag geen dogma zijn De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 september 2025, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469). Constaterende dat: • het STOMP-principe een volgordelijkheid kent: eerst lopen, dan fietsen, vervolgens openbaar vervoer, daarna deelmobiliteit en ten slotte privé-automobiliteit; • in de Omgevingsvisie dit principe wordt herhaald. Overwegende dat: • het STOMP-principe in de praktijk vaak als dogma wordt gebruikt, waarbij de volgordelijkheid als in beton gegoten wordt beschouwd en de doorstroming van de auto de dupe kan worden; • het STOMP-principe waardevol is om aan te geven dat de Hagenaar moet worden verleid andere vormen van mobiliteit te gebruiken, en niet enkel voor de auto te kiezen; • daarvoor verbetering van alternatieve vormen zoals fiets en openbaar vervoer noodzakelijk is; • de verbetering van het één niet ten koste zou moeten gaan van het ander, oftewel: verbetering van fiets en OV mag niet te allen tijde ten koste gaan van de doorstroming van de auto.
Verzoekt het college: • bij de uitwerking van de Omgevingsvisie naar gebiedsvisies en bij al het overige ruimtelijk beleid het STOMP-principe niet als dogma te hanteren, maar als richtlijn voor de ontwikkeling van mobiliteit, waarbij de volgordelijkheid van STOMP niet automatisch betekent dat automobiliteit beknot moet worden ten gunste van de andere principes. En gaat over tot de orde van de dag.
77
Motie K.8 VVD Echt bouwen voor de buurt De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 18 september 2025, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469). Constaterende dat: • de omgevingsvisie twee strategische keuzes beschrijft bij beweging 1 onder de noemer ‘bijsturen’: ‘bouwen voor de buurt’ en ‘segregatie tegengaan’; • in de werkbespreking en tijdens het commissiedebat blijken deze twee uitgangspunten met elkaar te schuren. Overwegende dat: • het woonbeleid strenge regels kent voor de spreiding van sociale woningen over Den Haag, in wijken waar minder dan 30% sociale voorraad is moet bij nieuwbouw 50% van de woningen sociaal zijn; • die regel weerhoudt dat we ‘bouwen voor de buurt’ doordat de regel geen rekening houd met de sociaal-economische achtergrond van de buurtbewoners; • bij de herijking van het woonbeleid als gevolg van de omgevingsvisie moet blijken of het uitgangspunt ‘bouwen voor de buurt’ daadwerkelijk effect heeft op het woonbeleid. Van mening dat: • onder andere voor de doorstroming van ouderen en starters het belangrijk is dat bouwen voor de buurt succesvol wordt; • moet worden voorkomen dat door schuring met andere beleidsdoelen er niet gebouwd gaat worden voor de buurt.
Verzoekt het college: • bij de vertaling van de Omgevingsvisie naar gebiedsvisies en bij de herijking van het woonbeleid als gevolg van de omgevingswet het uitgangspunt ‘bouwen voor de buurt’ praktisch uitvoerbaar uit te werken, zodat er daadwerkelijk kan worden gebouwd voor de doorstroming in de buurt. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Isabel Bos (GroenLinks). Voorzitter. Ik had per abuis het verkeerde dictum voorgelezen van ons amendement. De juiste versie staat op het RIS. De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. Wethouder Van Asten (D66). Voorzitter. De Omgevingsvisie heeft nog een zomer mogen rijpen in uw geesten, zodat wij vandaag dit debat kunnen hebben. Ik denk dat dat goed is. Er moet natuurlijk een goed debat over worden gevoerd, want het is een belangrijk document. Het is een nieuw document, onder de Omgevingswet verplicht voor 1 januari 2027 op te leveren. Dan moet je wel even heel goed nadenken over hoe het er nu precies uit moet zien. Door de jaren heen hebben we wel geleerd van andere gemeentes dat een heel simpel dun velletje niet werkte. Daarom hebben veel gemeentes inmiddels al een tweede versie van een omgevingsvisie gemaakt. Wij hebben al die lessen meegenomen om uiteindelijk tot ons document te komen, Thuis in een groene metropool aan zee.
Het is een samenvoeging van bestaand beleid binnen deze gemeentes op alles wat over het ruimtelijk perspectief gaat. Op het moment dat we het gaan hebben over mobiliteit en dergelijke, moet u niet de Omgevingsvisie de schuld geven als u het niet aanstaat. Het zijn namelijk gewoon beleidsstukken die 78
al veel eerder zijn vastgesteld in de verschillende colleges. Dat zeg ik ook met nadruk richting de heer Dubbelaar en zijn fractie, want ook daar zit namelijk nog een goedkeuring op vanuit die fractie. Dat er altijd een wijziging van inzicht kan komen, vind ik natuurlijk logisch. Dat doen meerdere partijen. Dat kan natuurlijk altijd, maar ik nodig u wel uit om het betreffende beleidsstuk uiteindelijk opnieuw te agenderen, te bespreken en eventueel aan te passen. Dat kan natuurlijk ook met een volgend college zijn of verder. De Omgevingsvisie is namelijk een levend document. Het wordt een keer in de zoveel jaar herijkt. Dan wordt er gekeken naar wat het nieuwe beleid is. Dat vindt dan zijn oorsprong in de Omgevingsvisie en wordt aangepast. Op het moment dat de Omgevingsvisie ook weer moet worden aangepast, hoort dat bij de eerstvolgende herijking. Zoals u kunt lezen, is het een proces dat we in 2021 reeds zijn gestart. Samen met de stad zijn wij op zoek gegaan naar: wat is nou de ziel van Den Haag, wat wil men nu voor plekken bijvoorbeeld behouden in de stad, hoe zien we gezamenlijk de toekomst? Dat is een participatieproces geweest van jaren. Ik vind het eerlijk gezegd een beetje matig om dat zo af te doen dat dat dan wel ook wel in een halfjaartje gedaan zou worden, als er een nieuw college zou zitten.
Ik had van de fractie van Hart voor Den Haag toch wel meer waardering voor burgerparticipatie van de Hagenaars willen zien. Dat gezegd hebbende wil ik iedereen die hierover heeft meegedacht, die duizenden mensen in Den Haag die zich op avonden, in buurtcentra, in online fora, in wat dan ook voor bijeenkomsten - het zijn er vele geweest - hebben laten horen en die zich hebben uitgesproken over de kwaliteiten van Den Haag ontzettend bedanken. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik heb op geen enkel ogenblik gezegd dat het hele participatieproces opnieuw moet. Dat maakt de wethouder er nu van. Het siert de wethouder niet om mij woorden in de mond te leggen die ik hier niet heb gesproken. Wethouder Van Asten (D66). Ik wil daar wel even heel scherp in zijn. U zegt dat u deze Omgevingsvisie niet wilt, dat u een nieuwe omgevingsvisie wilt maken. Dan zult u een nieuw participatieproces aan moeten gaan waarin ook nog ruimte is om alles door een NRD- en een merplicht heen te halen. Dat betekent dat met een beetje geluk u een halve week heeft voor participatie. Als u dat voldoende vindt voor een visie voor Den Haag in 2050, sorry, dan ga ik daarin niet mee. Dan heeft u toch wel een rare visie op het belang van participatie. Wij zijn hier jaren mee bezig geweest. De stad is hier jaren mee bezig geweest om zich hierover uit te spreken. Dat kan je niet doen in een fractie van die tijd.
Een van die mooie producten die uiteindelijk zijn opgeleverd van al die verhalen van die Hagenaars, die stadsgenoten hier, is natuurlijk in de brochure en de tentoonstelling Haagse Mensen terechtgekomen. Het is echt een mooi beeld van stadsgenoten, sommigen bekend, sommigen ook nog onbekend, die laten zien wat in hun woonomgeving de moeite waard is om van die plek mee te nemen naar de toekomst, wat als inspiratie kan dienen voor nog meer plekken zoals ze die laten zien. Dat gaat van kinderboerderijen tot aan kunstwerken tot aan een mooi parkje in de buurt tot aan een levendige omgeving zoals hier bijvoorbeeld het Spuiplein. Den Haag is zeer divers en dat laten de inbrengen ook zien. Dat laat uiteindelijk ook de Omgevingsvisie zien. Dat laat ook zien dat er soms wel zaken schuren. Dan even wat algemene punten over wat voor bevolkingsgroei wij nu voorstaan. Ook dat is niet nieuw. In de tijd van de visies op de Binckhorst en het CID hebben we al aangegeven wat die groei van Den Haag behelst. Ik dacht eigenlijk dat wij hier ook de fractie van Hart voor Den Haag wel aan onze kant zouden vinden, want die heb ik de afgelopen maanden toch wel heel hard horen uitspreken dat zij vol voor de bouw van nieuwe woningen in deze stad gaan. Als u dan niet qua inwoneraantal wil groeien, dan vraag ik mij af: voor wie bouwt u dan? Voor de leegstand blijkbaar, want we mogen niet groeien.
Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Voor wie bouwen we nu eigenlijk? Dat is nu net het punt dat ik hier al maanden, al jaren naar voren breng: voor wie bouwen we nu eigenlijk? Deze wethouder is dan wel de wethouder van Ruimtelijke Ordening, maar daarvoor zat er iemand van Volkshuisvesting. Er is nu een andere meneer uit Rotterdam gekomen. Die heb ik keer op keer gewaarschuwd dat de sociale volkshuisvesting die in deze stad wordt neergezet naar allerlei nieuwkomers gaat. Want er
79
komen meer nieuwkomers dan dat dit college aan sociale huurwoningen bijbouwt. Dat is niet één jaar; dat is al jarenlang. Dus voor wie bouwen we nu eigenlijk? Wethouder Van Asten (D66). Ik vind het altijd zo mooi. Ik zou bijna willen vragen: wie is hier oorspronkelijk echt uit Den Haag en wie komt van buiten de stad? Dat zijn dan de nieuwkomers, voor wie de heer Dubbelaar blijkbaar geen plek heeft in deze stad. Dat vind ik dus een hele gekke. Den Haag is een stad … Elke fractie hier weet zich altijd goed te afficheren met mensen zoals Spinoza. Want dat is toch een held van de stad, dat is een filosoof. Daar komen we graag voor op en daar pronken we mee als stad. De beste man was een vluchteling die hier in Den Haag zijn plek vond en ook een huis heeft gekregen, trouwens in een hele mooie buurt. Als u zegt 'voor wie bouwen wij, voor nieuwkomers?', dan zeg ik: ja, die nieuwkomers zijn natuurlijk welkom. Want als u een hek om een stad heen zet, dan is dat geen hele gezonde samenleving. Wij zijn een open samenleving. Als u dan zegt 'maar heeft u dan geen oog voor de maatschappelijke of economische problemen', ja, natuurlijk wel. Maar dan had u dit stuk daadwerkelijk goed moeten lezen, want dan had u kunnen zien dat wij het rapport van de staatscommissie hier omarmen.
Dat heeft het over gematigde groei en ook over hoe wij dan groeien met het gebruik van arbeidsmigranten, hoe wij deze mensen willen huisvesten, hoe wij onze economie zouden moeten inrichten en wat we daarvoor nodig hebben. Dit is een rond verhaal. Ik had graag met u daarover echt inhoudelijk in debat willen gaan. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Dan weet ik niet onder welke steen de wethouder gezeten heeft in de afgelopen tijd. Ik heb keer op keer onder de aandacht gebracht dat Hart voor Den Haag zich enorme zorgen maakt over de groei van de stad. Deze wethouder noemt het dan 'gematigde groei'. 'Gematigde groei' is 100.000 inwoners erbij. Meneer Van Asten, vertelt u dan eens aan de mensen thuis: waar moeten die 100.000 mensen dan gaan wonen in Den Haag? Want de huizen zijn er niet en huizen bouwen doet dit college ook niet. Wethouder Van Asten (D66). Het is dat ik net de paginanummers hier niet heb waar staat waar we gaan bouwen, maar dat is onder andere de Binckhorst, Laakhavens, Den Haag Centraal, Mariahoeve, Loosduinen, Scheveningen. Het staat allemaal in het stuk. Daar hadden we allemaal ook in de commissievergadering over in debat kunnen gaan. Nogmaals, ik verbaas me daarover, want juist Hart voor Den Haag is de afgelopen tijd vol op het orgel gegaan: er moet gebouwd worden, er moet gebouwd worden.
Ja, dat doen we om te zorgen dat meer mensen in deze stad een goede woning kunnen vinden, waardoor onze kinderen ook daadwerkelijk een woning kunnen vinden. Want ik vind het schrijnend dat er nu mensen nog op een zolderkamertje thuis moeten zitten die allang hun eigen leven hadden willen beginnen. De voorzitter. Laatste keer, meneer Dubbelaar. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). En het vooruitzicht is dat er straks nog meer mensen op dat zolderkamertje zitten, want dit college bouwt niet. Ze halen die ambitie, al jarenlang niet. Inmiddels kiest dit college voor gematigde groei, om een stad zo groot als Delft naar Den Haag te halen. Dat is dan het verschil tussen D66 en Hart voor Den Haag, want Hart voor Den Haag kiest voor de inwoners in deze stad. Wethouder Van Asten (D66). Dat doe je dus door te gaan bouwen, want alleen dan kunnen de kinderen van onze stad ook gewoon een huis vinden. Dan kunnen onze bedrijven ook nieuwe werknemers naar deze stad halen om ervoor te zorgen dat onze economie daadwerkelijk blijft groeien. En wij bouwen. We bouwen op de Binckhorst, we bouwen in Laakhavens, we bouwen in de hele stad. Daarop moet vol gas worden gegeven. Daarom hebben wij een Actieagenda Wonen, om nog meer gas te kunnen geven. Daar ligt ook de rol van de raad om ervoor te zorgen dat wij sneller door procedures heen gaan. Dan kunnen we nog sneller bouwen.
Want zonder woningen zullen onze kinderen ook gewoon op die zolderkamers moeten blijven zitten. Voorzitter. Ik sla de pagina om en kom bij het CDA en enkele amendementen. Het amendement Verantwoorde groei van de stad gaat over de vraag: hoe gaan we nou van deze Omgevingsvisie door naar de gebiedsvisies? Waar houden we nu wel en niet precies rekening mee? 80
Dat is inderdaad ook weer een nieuw traject, en daarmee zou ik het spannend mogen noemen. Ik vind het wel een heel interessant traject, dat ook weer gepaard gaat met volop participatie et cetera. Het CDA stelt voor om het volgende mee te nemen: de verwachte demografische ontwikkelingen, het huidige voorzieningenniveau et cetera, et cetera; zie de tekst van het amendement. Ik denk dat het heel goed is om die mee te nemen, zodat echt duidelijk is hoe de stad zich ontwikkelt, ook in de wetenschap dat we zo veel mogelijk kunnen vastleggen om zekerheid te hebben. Er kunnen zaken in de wereld en in Nederland gebeuren die gewoon de boel op zijn kop gaan zetten. Maar goed, daar hebben we al eeuwenlang mee te maken gehad. Daar vinden we altijd een oplossing voor. Dan is er een amendement over beschikbare gezondheidszorg. Collega Vavier zal dat dadelijk doen, om maar eens aan te tonen dat deze Omgevingsvisie daadwerkelijk van het hele college is. Het hele college spreekt met één mond, en dat doen wij door verschillende personen. Het amendement Bouw samen met maatschappelijke organisaties aan een mooie stad is ook van mevrouw De Groot. We hebben er even goed naar gekeken, want het klinkt natuurlijk sympathiek om standaard bewonersorganisaties, maatschappelijke en religieuze organisaties te betrekken. Ik zie enkele afgevaardigden van de culturele organisaties.
Die moeten zich hier toch wel een beetje in de steek gelaten voelen door het feit dat zij niet genoemd worden in zo'n opsomming, maar die zullen we dan voor het gemak onder maatschappelijke organisaties scharen. Mevrouw De Groot is het daarmee eens. Dit amendement vraagt precies wat wij al in verschillende andere producten hebben vastgelegd. Hoe gaan we om met participatie? We hebben een hele participatieverordening, die laat zien: wie betrekt we erbij en op welke wijze doen wij dat? Het andere gedeelte van dit amendement gaat over de behoefte aan ruimte voor deze organisaties in de stadsdelen. Behalve de IHP's voor de maatschappelijke en culturele organisaties hebben wij natuurlijk de nadenkplicht voor de religieuze organisaties meegenomen en zijn we dat aan het inventariseren. Daarmee is dit amendement overbodig. We zouden het toch willen ontraden. Hinke de Groot (CDA). Op basis waarvan concludeert de wethouder dat het overbodig is? Er staan wel degelijk ook organisaties in het amendement genoemd die niet terugkomen in de Omgevingsvisie. Wethouder Van Asten (D66). De Omgevingsvisie is natuurlijk een deel van het ruimtelijk beleid. Wij hebben als gemeente Den Haag stapels beleid van hier tot de maan en terug, denk ik. Een van die stukken is de participatieverordening, de participatiegids et cetera.
Ik denk dat het toch wel een van de onderwerpen van het huidige college is om die participatie vol uit te werken. Daarin is meegenomen hoe we nou omgaan met ruimtelijke ontwikkelingen in de stad. Daar is dit stuk volledig in meegenomen. Het gaat dus niet over de vraag of we wel of niet met organisaties het gesprek aan willen gaan om participatie te plegen. Het gaat al gebeuren. Daarom is het amendement overbodig. Hinke de Groot (CDA). De wethouder draait er een beetje omheen, want er worden heel veel groepen genoemd in de Omgevingsvisie. We noemen ondernemers, de sportverenigingen, beroepsgroepen tot en met schoolbesturen en arbeidsmigranten. Maar bijvoorbeeld de religieuze organisatie komt geen enkele keer voor. Daarom vind ik het juist een goede toevoeging dat we die wel benoemen en dat we ook maatschappelijke organisaties en bewonersorganisaties, onze wijkdemocratie, een plek geven bij de gebiedsvisie. Is de wethouder het daar niet mee eens? Wethouder Van Asten (D66). Ja, uiteraard is de wethouder het ermee eens. Ik zeg namelijk dat dit amendement daarvoor overbodig is, omdat dat dus al geregeld is. Wat u wilt, dat gaan we al doen. Zo werkt de participatie daarin. De voorzitter. Laatste keer, mevrouw De Groot. Hinke de Groot (CDA). Het amendement benoemt juist ook organisaties die niet worden genoemd.
Het is juist een hele goede toevoeging als het college ook maatschappelijke, religieuze en bewonersorganisaties belangrijk vindt. Bovendien zien we juist als het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen dat veel maatschappelijke organisaties soms aan het kortste eind trekken en soms geen ruimte kunnen vinden. Dan is het toch juist goed dat we dat in een gebiedsvisie noemen en, net zoals al die andere groepen, een plek geven in de Omgevingsvisie? 81
Wethouder Van Asten (D66). Dat is nogmaals het standpunt bij het amendement. Dan doe ik dat ook nog: die worden er al bij betrokken. Daarmee is dit amendement overbodig. Ik ben dan bij de motie … O, die ga ik even niet doen. Ook de motie inzake economie wordt door een collega-wethouder gedaan. Want zoals ik al zei: deze Omgevingsvisie is van het hele college. Dan ga ik dus even over de SP heen. Zeg ik dat goed? Er waren geen vragen bij. Ik spring er even overheen; ik weet wat u daar verder voor beelden bij heeft. Ik ga naar het amendement Ruimte voor omgevingswaarden van de heer Van den Bos van de Partij voor de Dieren. Hij stelt voor om een zin te schrappen. Zoals het er stond, kan ik me voorstellen dat dat nogal hard gelezen werd. Ik heb begrepen dat het niet helemaal de bedoeling was om er tot 2032 structureel niks mee te gaan doen. Als we tegen een casus aanlopen waarin we dat juist goed kunnen gebruiken, willen we dat doen. U zegt: laten we het maar helemaal duidelijk maken en die zin schrappen. Daarmee zitten we op één lijn, dus deze zin kan geschrapt worden en het amendement kan dus aan de raad gelaten worden. Dan ben ik bij de motie Raadsbesluit bij gebiedsprogramma's van de Partij voor de Dieren. Dit gaat wat verder dan waar de Omgevingsvisie over gaat.