CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323316 Rekenkamerrapport Koers op groen

Gemeenteraad 13 november 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van de rekenkamer inzake rekenkameronderzoek Groen in de buitenruimte (RIS323316)35.598 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

124

Zie bevinding 4 voor de concretere doelen van de gemeenteraad.

125

RIS315735 Commissiebrief, Een ruimtelijke strategie voor meer bos en bomen in Zuid-Holland (2), College van Burgemeester en Wethouders, 23 juni 2023; RIS312448 Commissiebrief, Nota Stadsbomen: update uitdelen 1000 bomen aan de stad (meer blad voor de stad), College van Burgemeester en Wethouders, 27 juli 2022. 126

RIS309850 Raadsbesluit Bijlage 2, Programmabegroting 2022-2025, Gemeenteraad, 4 november 2021, p. 108; RIS313463 Raadsbesluit Bijlage 1, Programmabegroting 2023-2026, Gemeenteraad, 21 december 2022, p. 112; RIS316918 Raadsbesluit Bijlage 1, Programmabegroting 2024-2027, Gemeenteraad, 20 december 2023, p. 116. 127

RIS313463 Raadsbesluit Bijlage 1, Programmabegroting 2023-2026, Gemeenteraad, 21 december 2022, p. 111; RIS316918 Raadsbesluit Bijlage 1, Programmabegroting 2024-2027, Gemeenteraad, 20 december 2023, p. 115. 128

RIS313463 Raadsbesluit Bijlage 1, Programmabegroting 2023-2026, Gemeenteraad, 21 december 2022, p. 111; RIS316918 Raadsbesluit Bijlage 1, Programmabegroting 2024-2027, Gemeenteraad, 20 december 2023, p. 116. 129

RIS316918 Raadsbesluit Bijlage 1, Programmabegroting 2024-2027, Gemeenteraad, 20 december 2023, p. 181.

130

RIS320065 Commissiebrief, Natuurontwikkeling, College van Burgemeester en Wethouders, 16 oktober 2024.

131

RIS318503 Commissiebrief, Actieprogramma Klimaatadaptatie en Vergroenen Versteende Wijken 2024, College van Burgemeester en Wethouders, 19 april 2024; RIS321107 Commissiebrief, Actieprogramma klimaatadaptatie en vergroenen versteende wijken terugblik 2024 vooruitblik 2025, College van Burgemeester en Wethouders, 27 januari 2025.

55

Voorbeeld: Besteding van het Extra Groen budget Tussen 2016 en 2022 heeft de raad extra middelen beschikbaar gesteld om de ambities voor groen te realiseren.132 Het college heeft echter geen plan gemaakt, waarin duidelijk is uitgewerkt hoe die middelen ingezet moeten worden voor de realisatie van de doelen van de raad. Wel stuurde het college in die periode vier commissiebrieven. Daarin zet het college uiteen welke activiteiten het wilde uitvoeren met de beschikbaar gestelde middelen.133 In de brieven zijn veel verschillende soorten activiteiten beschreven. Het gaat bijvoorbeeld over ontsteningsmogelijkheden, communicatie over groen of het beheer van bestaand groen.134 Soms noemt het college daarbij ook locaties waar het de activiteiten wil uitvoeren.135 Het college maakt echter niet duidelijk hoe de genoemde activiteiten moeten bijdragen aan de realisatie van de doelen voor het groen in de stad. Ook hebben de brieven slechts betrekking op één of twee jaar. 136 Het ontbreekt daardoor aan een meerjarige uitwerking van de besteding van de beschikbare middelen en daarmee aan een structurele aanpak voor het realiseren van de doelen.

Voorbeeld: Pleinenaanpak In een commissiebrief over de Pleinenaanpak uit 2015 geeft het college aan welke activiteiten het wil ondernemen om pleinen in de periode 2015 tot 2017 aan te pakken.137 Onderdeel van die aanpak is het investeren in ‘meer groen en ruimte voor terrassen, reuring en ontmoeting’. In de Agenda Groen uit 2016 geeft de raad aan dat deze pleinenaanpak onderdeel uitmaakt van het grotere doel om het groen in de stad te versterken, zonder hier verder concrete doelen aan te verbinden.138 Het college noemt in de commissiebrief uit 2015 alleen pleinen die aangepakt worden, maar maakt niet duidelijk voor hoeveel pleinen een impuls vanuit de pleinenaanpak nodig is.139 Ook is onduidelijk wanneer een plein voldoende

132

RIS285871 Raadsbesluit Bijlage, Programmabegroting 2016-2019, Gemeenteraad, 5 november 2015, p. 105; RIS294957 Raadsbesluit Bijlage, Programmabegroting 2017-2020, Gemeenteraad, 4 november 2016, p. 108. 133

RIS294183 Commissiebrief, Aanbieden visies wijk- en buurtgroen en besteding middelen extra groen, College van Burgemeester en Wethouders, 17 mei 2016; RIS297155 Commissiebrief, Versterking van het Haagse groen, College van Burgemeester en Wethouders, 7 juni 2017; RIS299262 Commissiebrief, Extra groen locaties, College van Burgemeester en Wethouders, 23 februari 2018; RIS305394 Commissiebrief, Besteding budget extra groen 2020, College van Burgemeester en Wethouders, 7 juli 2020. 134

RIS294183 Commissiebrief, Aanbieden visies wijk- en buurtgroen en besteding middelen extra groen, College van Burgemeester en Wethouders, 17 mei 2016, p. 3; RIS305394 Commissiebrief, Besteding budget extra groen 2020, College van Burgemeester en Wethouders, 7 juli 2020. 135

RIS294183 Commissiebrief, Aanbieden visies wijk- en buurtgroen en besteding middelen extra groen, College van Burgemeester en Wethouders, 17 mei 2016; RIS297155 Commissiebrief, Versterking van het Haagse groen, College van Burgemeester en Wethouders, 7 juni 2017; RIS299262 Commissiebrief, Extra groen locaties, College van Burgemeester en Wethouders, 23 februari 2018; RIS305394 Commissiebrief, Besteding budget extra groen 2020, College van Burgemeester en Wethouders, 7 juli 2020. 136

RIS299262 Commissiebrief, Extra groen locaties, College van Burgemeester en Wethouders, 23 februari 2018.

137

RIS282210 Commissiebrief, Pleinenaanpak 2015-2017, College van Burgemeester en Wethouders, 29 april 2015.

138

RIS294705 Raadsbesluit Bijlage, Agenda Groen voor de Stad, Gemeenteraad, 15 december 2016, p. 36.

139

RIS282210 Commissiebrief, Pleinenaanpak 2015-2017, College van Burgemeester en Wethouders, 29 april 2015; RIS295954 Commissiebrief, Tweede voortgang pleinenaanpak 2015-2017, College van Burgemeester en Wethouders, 27 december 2016.

56

vergroend is en hoe zich de vergroening moet verhouden tot de bestaande situatie. Na 2017 is alleen nog in de jaarlijkse begroting beschreven welke pleinen er in een specifiek jaar aangepakt gaan worden.140 De ambitie van de raad om pleinen te vergroenen in het kader van de pleinenaanpak en de Agenda Groen is dus nooit concreet gemaakt, bijvoorbeeld met een beoogd aantal pleinen. Daardoor is onduidelijk wanneer het doel om pleinen aan te pakken, bereikt moet zijn.

De aanpak van het college is versnipperd en niet samenhangend gericht op de realisatie van alle doelen voor het groen De wijze waarop het college sinds 2016 invulling heeft gegeven aan de doelen van de raad is doorgaans middels plannen met een beperkte looptijd en soms alleen voor delen van de stad. Daardoor maakte het college voor de raad soms wel en soms niet duidelijk hoe het aan de verschillende doelen wilde gaan werken. Vier van de negen plannen die wij hebben bestudeerd liepen tot 2018 (zie figuur 20).141 Voor het meest recente plan van het college op het gebied van groenbeleid, het Actieprogramma Klimaatadaptatie en vergroenen versteende wijken 2024, is geen looptijd vastgesteld maar er is in 2025 vervolg aangegeven en het college geeft aan dit in 2026 door te zetten.142 Het college heeft voor drie doelen helemaal geen plan opgesteld en voor twee doelen was dit er maar voor telkens twee jaar. Er zijn geen plannen opgesteld voor het vergroten van de diversiteit van het Haagse bomenbestand, het ecologisch passend maken van bomen en het verbeteren van groeiplaatsen. Voor de besteding van het Extra Groen budget was er alleen tussen 2018 en 2022 een plan. Sinds 2022 wordt hier geen meerjarige invulling meer aan gegeven (zie voor een compleet overzicht tabel 5 in bijlage 8).

140

RIS303685 Raadsmededeling Bijlage 1, Vragenronde: Programmabegroting 2020-2023, College van Burgemeester en Wethouders, 15 oktober 2019, p. 12-13. 141

RIS280306 Commissiebrief Bijlage, Tussenbalans 2014 Nota Ecologische Verbindingszones 2008-2018, College van Burgemeester en Wethouders, 23 januari 2015; RIS304121 Coalitieakkoord, Samen voor de stad: Coalitieakkoord 2019-2022, gemeenteraad, 9 december 2019; RIS306159 Raadsbesluit Bijlage 2, Programmabegroting 2021-2024, Gemeenteraad, 5 november 2020, p. 102; RIS280307 Commissiebrief Bijlage, Meerjarenprogramma Groen 2014-2018, College van Burgemeester en Wethouders, 20 januari 2015. 142

RIS318503 Commissiebrief, Actieprogramma Klimaatadaptatie en Vergroenen Versteende Wijken 2024, College van Burgemeester en Wethouders, 19 april 2024; RIS321107 Commissiebrief, Actieprogramma klimaatadaptatie en vergroenen versteende wijken terugblik 2024 vooruitblik 2025, College van Burgemeester en Wethouders, 27 januari 2025.

57

Figuur 20 Tijdlijn van de verschillende plannen van het college voor groen in de stad.143

De aanpak van het college is versnipperd over de stad Het college heeft sinds 2016 voor delen van de stad plannen opgesteld, waarin activiteiten staan beschreven die raken aan het doel om het kwaliteitsniveau van het groen op peil te brengen en het kroonoppervlak/groenareaal te doen toenemen.144 In 2016 en 2017 ging dat om plannen op stadsdeelniveau en sinds 2022 om plannen op wijkniveau (zie de toelichtingen hieronder). De doelen waar deze plannen zich op richtten, zijn echter vastgesteld voor de hele stad.145 Het is daarom onduidelijk hoe het college de stadsbrede doelstellingen wil realiseren.

Stadsdeelvisies In 2016 en 2017 heeft het college visiedocumenten voor vier van de acht stadsdelen opgesteld.146 Het college heeft geen visies voor de resterende vier stadsdelen opgesteld. In de Stadsdeelvisies geeft het college invulling aan het doel om het kwaliteitsniveau van groen

143

Afbeelding Rekenkamer Den Haag.

144

RIS294183 Commissiebrief Bijlage 1, Visie Wijkgroen Stadsdeel Loosduinen, College van Burgemeester en Wethouders, 17 mei 2016; RIS294183 Commissiebrief Bijlage 2, Visie Wijkgroen Stadsdeel Haagse Hout, College van Burgemeester en Wethouders, 17 mei 2016; RIS298636 Commissiebrief Bijlage 1, Visie wijk- en buurgroen Stadsdeel Scheveningen, College van Burgemeester en Wethouders, 12 december 2017; RIS298636 Commissiebrief Bijlage 2, Visie wijk- en buurgroen Stadsdeel Centrum, College van Burgemeester en Wethouders, 12 december 2017; RIS310589 Motie Bijlage, Studie Vergroening Transvaal, College van Burgemeester en Wethouders, Juni 2022; RIS315735 Commissiebrief Bijlage, Studie Vergroening Rivierenbuurt, College van Burgemeester en Wethouders, Januari 2023. RIS318503 Commissiebrief Bijlage 1, Studie Vergroening Wijk Scheveningen, College van Burgemeester en Wethouders, 20 november 2023; RIS318503 Commissiebrief Bijlage 2, Studie Vergroening Stationsbuurt, College van Burgemeester en Wethouders, september 2023; RIS318503 Commissiebrief Bijlage 3, Studie Vergroening Stadsdeel Scheveningen - Duindorp, College van Burgemeester en Wethouders, juli 2023. 145

RIS310884 Raadsbesluit, Voorstel van het college inzake Kadernota Openbare Ruimte - Kwaliteit door samenhang Openbareruimtebeleid tot 2030, Gemeenteraad, 19 mei 2022; RIS310884 Raadsbesluit Bijlage, Kadernota Openbare Ruimte Kwaliteit door samenhang - Openbareruimtebeleid tot 2030, Gemeenteraad, 19 mei 2022, p. 10; RIS307927 Raadsbesluit Bijlage 1, Nota Stadsbomen, Gemeenteraad, 22 februari 2021, p. 4. 146

RIS294183 Commissiebrief, Aanbieden visies wijk- en buurtgroen en besteding middelen extra groen, college van burgemeester en wethouders, 17 mei 2016; RIS298636 Commissiebrief, Visies Wijk- en Buurtgroen Centrum en Scheveningen, college van burgemeester en wethouders, 18 december 2017.

58

op niveau te brengen of te houden. Ze beschrijven de beheer- en inrichtingsopgave voor het wijk- en buurtgroen voor het desbetreffende stadsdeel. De stadsdeelvisies zijn onderdeel van de plannen om het beheer in de stad op orde te krijgen, zoals beschreven in het Meerjarenprogramma groen.147 De opgestelde visies zijn ook na 2017 nog herhaaldelijk aangehaald in beleid en zijn inbegrepen bij het overzicht van groendocumenten op het online platform over groen van de gemeente.148

Wijkplannen Sinds 2022 heeft het college voor een aantal wijken een vergroeningskansenstudie opgesteld.149 Hierin wordt voor versteende wijken beschreven welke kansen er bestaan voor de aanleg of aanplant van nieuw groen en nieuwe bomen. Op dit moment zijn er voor acht wijken dergelijke studies. En er zijn plannen om studies op te stellen voor de rest van de versteende wijken.150 Ook zijn de studies meegenomen in het Actieprogramma klimaatadaptatie en vergroenen versteende wijken 2024 en de update hiervan uit 2025.151 Omdat er nog geen studies zijn voor alle wijken in de stad, ontbreekt het echter op dit moment aan een stadsgericht plan.152

Bevinding 10: Het college maakt niet altijd duidelijk hoe de door de gemeenteraad beschikbaar gestelde middelen voor groen worden ingezet om de beoogde doelen te realiseren. De gemeenteraad stelt in de programmabegroting jaarlijks middelen beschikbaar, waaronder voor groen (zie het kader hieronder).153 Met het ter beschikking stellen van deze middelen stelt de raad de financiële kaders vast waarbinnen het college vervolgens opereert. Het college maakt echter niet altijd duidelijk hoeveel middelen specifiek voor de afzonderlijke doelen en activiteiten op het gebied van groen ingezet worden. Het college maakt in de diverse plannen voor groen ook niet altijd duidelijk welke middelen gekoppeld worden aan

147

RIS280307 Bijlage, Meerjarenprogramma Groen 2014-2018, college van burgemeester en wethouders, 20 januari 2015.

148

RIS310589 Bijlage, studie vergroening Transvaal, college van burgemeester en wethouders, 12 juli 2022; RIS315735 Bijlage, studie vergroening rivierenbuurt, college van burgemeester en wethouders, 23 juni 2023; Groendocumenten, website Het Haagse Groen, (datum onbekend), https://hethaagsegroen.nl/over+ons/groen/default.aspx#folder=2483099, geraadpleegd op: 14 januari 2025. 149

RIS310589 Bijlage, studie vergroening Transvaal, college van burgemeester en wethouders, 12 juli 2022; RIS315735 Bijlage, studie vergroening rivierenbuurt, college van burgemeester en wethouders, 23 juni 2023; RIS318503 Commissiebrief, Actieprogramma Klimaatadaptatie en Vergroenen Versteende Wijken 2024, college van burgemeester en wethouders, 19 april 2024. 150

RIS318503 Commissiebrief, Actieprogramma Klimaatadaptatie en Vergroenen Versteende Wijken 2024, college van burgemeester en wethouders, 19 april 2024. 151

RIS318503 Commissiebrief, Actieprogramma Klimaatadaptatie en Vergroenen Versteende Wijken 2024, college van burgemeester en wethouders, 19 april 2024; RIS321107 Commissiebrief, Actieprogramma klimaatadaptatie en vergroenen versteende wijken terugblik 2024 vooruitblik 2025, College van Burgemeester en Wethouders, 27 januari 2025. 152

Dit onderzoeksrapport is opgesteld in het tweede kwartaal van 2025.

153

Gemeentewet Art. 189. Lid 1.

59

de beschreven activiteiten.154 Het is hierdoor voor de gemeenteraad niet inzichtelijk in hoeverre de middelen doelmatig en doeltreffend worden ingezet. Ook is niet altijd duidelijk hoe ze worden verdeeld over de verschillende doelen. Daarmee is niet controleerbaar in hoeverre de doelen gerealiseerd kunnen worden met de beschikbare middelen. We gaan hierna verder op deze punten in. De gemeenteraad heeft tussen 2016 en 2024 meer dan €286 mln. beschikbaar gesteld voor het openbaar groen en openlucht recreatie De raad heeft de taak om kaders op te stellen, onder meer door doelen vast te stellen en te bepalen hoeveel middelen zij hiervoor beschikbaar stelt op programmaniveau.155 Het groenbeleid is in de periode 2016 tot 2024 in de programmabegroting telkens bekostigd vanuit twee programma’s. Van 2016 tot 2019 werd het groenbeleid bekostigd vanuit programma 10 Ontwikkeling Buitenruimte en programma 15 Stadsontwikkeling. Vanaf 2019 wordt het groenbeleid bekostigd vanuit programma 9 Buitenruimte en programma 14 Stadsdelen, integratie en dienstverlening. De budgetten voor het openbaar groen uit deze laatste twee programma’s zijn sinds 2019 samengevoegd met de budgetten voor openlucht recreatie.156 Daardoor wordt uit de begrotingen niet altijd duidelijk hoeveel budget er specifiek beschikbaar werd gesteld voor openbaar groen.157 Tussen 2016 en 2024 is in totaal ruim €286 mln.

beschikbaar gesteld voor het openbaar groen en openlucht recreatie samen. In de programmarekening werd tussen 2016 en 2022 in beide programma’s wel een onderscheid gemaakt tussen openbaar groen en openlucht recreatie.158 Hierdoor hebben wij kunnen berekenen dat er in die periode ruim €186,6 mln. is uitgegeven aan openbaar groen.159 De afzonderlijke begrootte lasten van de begrotingsprogramma’s en het totaal ervan laten we hieronder in een tabel zien voor de jaren 2016 tot en met 2024.160

154

Zie de bronnenlijst voor de bestudeerde lijst met bestuurlijke stukken.

155

Gemeentewet Hoofdstuk VIII. Algemene bepalingen, 2025, Artikel 108-111.

156

Onder openlucht recreatie valt onder andere strandbeleid, stadsboerderijen en speelvoorzieningen. Zie bijvoorbeeld RIS300472 Raadsbesluit Bijlage 2, Programmabegroting 2019-2022, Gemeenteraad, 8 november 2018, p. 99-101. 157

Zie bijvoorbeeld RIS300472 Raadsbesluit Bijlage 2, Programmabegroting 2019-2022, Gemeenteraad, 8 november 2018, p.

99. 158

Zie bijvoorbeeld RIS312006 Raadsbesluit Bijlage 1, Programmarekening 2021, Gemeenteraad, 7 juli 2022, p. 173 en 288.

159

Zie de literatuurlijst in bijlage 9 voor een opsomming van de bekeken programmarekeningen.

160

Zie de literatuurlijst in bijlage 9 voor een opsomming van de bekeken programmabegrotingen.

60

Tabel 2 Overzicht begrootte lasten voor groen en openlucht recreatie 2016-2024. Bron: Programmabegroting 2016 tot en met 2024 van de gemeente Den Haag. Naast deze budgetten vanuit beide programmaonderdelen zijn ook budgetten verwerkt in individuele projectkosten verwerkt en zijn incidenteel budgetten voor groen beschikbaar gesteld vanuit andere programma’s of programmaonderdelen. De kosten die bijvoorbeeld gemaakt zijn voor het stimuleren van vergroening door particulieren, zoals operatie Steenbreek, werden gedekt via programma Duurzaamheid.161 Verder wordt de Pleinenaanpak wel gefinancierd uit een van de twee programma's gericht op groen, namelijk het programma Buitenruimte, maar valt het daarbinnen niet onder Groen en openluchtrecreatie, maar onder het programmaonderdeel Inrichting en onderhoud buitenruimte.162 Deze budgetten zijn niet meegenomen in dit onderzoek.

Het college geeft in de informatie aan de gemeenteraad geen volledig beeld van de inzet van de beschikbare middelen voor groen In de beleidsnota’s en beleidsagenda’s over groen wordt slechts beperkt duidelijk gemaakt hoe middelen gekoppeld worden aan de activiteiten.163 Daardoor is niet duidelijk wat

161

Zie bijvoorbeeld RIS306159 Raadsbesluit Bijlage 2, Programmabegroting 2021-2024, Gemeenteraad, 5 november 2020, p.

35. 162

Zie de literatuurlijst in bijlage 9 voor een opsomming van de bekeken programmabegrotingen.

163

Zie RIS249315 Raadsbesluit, Voorstel van het college inzake Kadernota openbare ruimte 2012, Gemeenteraad, 22 november 2012; RIS159450 Raadsbesluit bijlage, Nota Ecologische Verbindingszones, gemeenteraad, 15 januari 2009; RIS295016 Raadsbesluit Bijlage, Agenda Ruimte voor de Stad, Gemeenteraad, 17 november 2016; RIS294705 Raadsbesluit Bijlage, Agenda Groen voor de Stad, Gemeenteraad, 15 december 2016; RIS298448 Raadsbesluit Bijlage, Nota Haagse hoogbouw: Eyeline en

61

activiteiten kosten en op welke wijze de beschikbare middelen worden ingezet en geprioriteerd. Van alle bestudeerde beleidsnota’s en beleidsagenda’s heeft het college alleen in de Nota Ecologische Verbindingszones in detail beschreven welke activiteiten het beoogde om de doelen te realiseren. Ook is daarin een overzicht gegeven van de prioritering van activiteiten met de daarbij komende kosten en financieringsbron (zie figuur 21).164

Figuur 21 Deel van het overzicht van verbeteringsmaatregelingen met daarbij de prioriteit en raming kosten vermeld.165 Voor de andere beleidsdocumenten voor groen zien we, dat de budgetten niet helder zijn uitgewerkt. In de Agenda groen is bijvoorbeeld niets beschreven over de beschikbare middelen. En in de Nota Stadsnatuur zijn alleen actiepunten geformuleerd voor de doelen, maar is niet beschreven welke middelen aan deze actiepunten zijn gekoppeld.166 In de Nota Stadsbomen wordt voor een aantal actiepunten wel een budget beschikbaar gesteld, maar dat geldt voor maar één jaar (zie in figuur 22 bijvoorbeeld actiepunt extra bomen planten). Voor de andere actiepunten moet volgens de nota nog bepaald worden hoe het budget verdeeld zou worden (zie in figuur 22 bijvoorbeeld actiepunt ‘ontstenen openbare ruimte’). Ook in beleidsnota’s die raakvlakken hebben met groen wordt niet duidelijk gemaakt hoe het

Skyline, Gemeenteraad, 25 januari 2018; RIS305824 Raadsbesluit Bijlage 1, Nota Stadsnatuur, Gemeenteraad, 16 december 2020; RIS306620 Raadsbesluit, Gewijzigd Voorstel van het college inzake Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025, Gemeenteraad, 11 februari 2021; RIS307827 Raadsbesluit Bijlage 1, Nota stadsbomen. Leefkwaliteit voor de stad, Gemeenteraad, 15 april 2021; RIS310884 Raadsbesluit Bijlage, Voorstel van het college inzake Kadernota Openbare Ruimte – Kwaliteit door samenhang – Openbare ruimtebeleid tot 2030, Gemeenteraad, 7 september 2023; RIS317835 raadsbesluit Bijlage 1, Nota Haagse richtinggevende normen MV en groen 2024, Gemeenteraad, 12 september 2024. 164

RIS159450 Raadsbesluit bijlage, Nota Ecologische Verbindingszones, gemeenteraad, 15 januari 2009.

165

Bron: Nota Ecologische Verbindingszones, bijlage K.

166

RIS294705 Raadsbesluit Bijlage, Agenda Groen voor de Stad, Gemeenteraad, 15 december 2016; RIS305824 Raadsbesluit Bijlage 1, Nota Stadsnatuur, Gemeenteraad, 16 december 2020.

62

beschikbare budget voor groen gekoppeld wordt aan de activiteiten om de doelen van de raad te realiseren.167

Figuur 22 Een deel van het overzicht planning actiepunten in relatie tot bestaande budgetten.168 Het college werkt in plannen die het presenteert aan de raad ook niet altijd uit welke middelen aan de beoogde activiteiten worden gekoppeld. We zien de laatste jaren wel een verbetering hierin. Zo wordt in het Actieprogramma klimaatadaptie en vergroenen versteende wijken 2024 per activiteit beschreven welk budget daaraan is gekoppeld.169 We lichten aan de hand van drie voorbeelden toe dat het college doorgaans niet aangeeft welke middelen aan de beoogde activiteiten worden gekoppeld.

Voor de meeste jaren geeft het college niet aan hoe het budget voor beheer en onderhoud moet worden besteed Voor de periode 2015-2018 heeft het college in het Meerjarenprogramma Groen per activiteit voor beheer en onderhoud van het groen beschreven hoeveel middelen daarvoor worden ingezet.170 Dit document heeft echter een looptijd tot 2018. Na dat jaar is niet nogmaals een dergelijk programma opgesteld. Tussen 2016 en 2017 heeft het college stadsdeelvisies opgesteld die de uitgangspunten voor de inrichting- en beheer voor een

167

RIS249315 Raadsbesluit, Voorstel van het college inzake Kadernota openbare ruimte 2012, Gemeenteraad, 22 november 2012; RIS310884 Raadsbesluit Bijlage, Voorstel van het college inzake Kadernota Openbare Ruimte – Kwaliteit door samenhang – Openbare ruimtebeleid tot 2030, Gemeenteraad, 7 september 2023; RIS295016 Raadsbesluit Bijlage, Agenda Ruimte voor de Stad, Gemeenteraad, 17 november 2016; RIS306620 Raadsbesluit, Gewijzigd Voorstel van het college inzake Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025, Gemeenteraad, 11 februari 2021; RIS317835 raadsbesluit Bijlage 1, Nota Haagse richtinggevende normen MV en groen 2024, Gemeenteraad, 12 september 2024. 168

Bron: Nota Stadsbomen, p. 91.

169

RIS318503 Commissiebrief, Actieprogramma Klimaatadaptatie en Vergroenen Versteende Wijken 2024, College van Burgemeester en Wethouders, 19 april 2024. 170

RIS280307 Commissiebrief Bijlage, Meerjarenprogramma Groen 2014-2018, College van Burgemeester en Wethouders, 20 januari 2015.

63

specifiek gebied beschreven. In deze visies worden mogelijke activiteiten beschreven (‘kansen’), maar daar worden geen middelen aan gekoppeld.171 Daarnaast is er niet voor alle stadsdelen zo’n visie opgesteld (zie ook bij bevinding 9).172

Het college heeft voor het doel ‘extra groen’ versnipperd beschreven hoe het budget gekoppeld werd aan activiteiten In de programmabegroting is er jaarlijks een budget ‘extra groen’ beschikbaar gesteld tussen 2016 en 2022.173 Het budget is bedoeld om te ontstenen, vergroenen, groeiplaatsen te verbeteren en extra onderhoud uit te voeren.174 Behalve voor het extra onderhoud is in de programmabegroting en beleidsnota’s niet duidelijk gemaakt hoe het budget verdeeld is over de andere drie taken. In een aantal commissiebrieven en afdoeningen van moties heeft het college de extra middelen voor groen concreet verdeeld over activiteiten. Maar dit is in de periode 2016-2022 niet voor elk jaar gedaan.175 Voor 2019 heeft het college bijvoorbeeld alleen beschreven welke locaties in aanmerking komen voor vergroening. Daarbij is niet aangegeven welke locaties gekozen zijn en hoe het budget gekoppeld wordt aan de activiteiten om die locaties te vergroenen.176 Voor 2021 en 2022 beschreef het college wel dat het een deel van de extra groenmiddelen wilde inzetten om extra bomen uit te delen, maar maakte het niet duidelijk hoe het andere deel van dat budget verdeeld werd over de voorgenomen activiteiten.177

Het college maakt niet duidelijk welke middelen worden ingezet voor de versterking van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur Het is onduidelijk hoeveel middelen het college koppelt aan activiteiten om de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) te versterken. Voor het in stand houden en verstevigen van de SGH werd in 2021 in de Nota Stadsbomen het volgende doel beschreven: ‘In 2030 zijn tien niet verbonden schakels in de Hoofdboomstructuur (HBS) verbonden en zijn vijf nieuwe

171

Zie bijvoorbeeld RIS294183 Commissiebrief Bijlage, Visie wijkgroen Stadsdeel Loosduinen, College van Burgemeester en Wethouders, 17 mei 2016, p.3. 172

Er is voor vier stadsdelen een groenvisie opgesteld: RIS294183 Commissiebrief Bijlage, Visie wijkgroen Stadsdeel Haagse Hout, College van Burgemeester en Wethouders, 17 mei 2016; RIS294183 Commissiebrief Bijlage, Visie wijkgroen Stadsdeel Loosduinen, College van Burgemeester en Wethouders, 17 mei 2016; RIS298639 Commissiebrief Bijlage, Visie wijk- en buurtgroen Stadsdeel Centrum, College van Burgemeester en Wethouders, 12 december 2017; RIS298639 Commissiebrief Bijlage, Visie wijk- en buurtgroen Stadsdeel Scheveningen, College van Burgemeester en Wethouders, 12 december 2017. 173

Zie programmabegroting uit 2016 tot en met 2022.

174

Zie bijvoorbeeld RIS304372 Raadsbesluit Bijlage 1a, Programmabegroting 2020-2023, Gemeenteraad, 11 maart 2020, p. 103; RIS309850 Raadsbesluit Bijlage 2, Programmabegroting 2022-2025, Gemeenteraad, 4 november 2021, p. 102, p. 108. 175

RIS288150 Motie, Afdoening motie, Extra middelen voor groen, College van Burgemeester en Wethouders, 28 september 2016; RIS299262 Commissiebrief, Extra groen locaties, College van Burgemeester en Wethouders, 23 februari 2018; RIS305394 Commissiebrief, Besteding budget extra groen 2020, College van Burgemeester en Wethouders, 7 juli 2020. 176

RIS299262 Commissiebrief, Extra groen locaties, College van Burgemeester en Wethouders, 23 februari 2018; RIS305394 Commissiebrief, Besteding budget extra groen 2020, College van Burgemeester en Wethouders, 7 juli 2020. 177

RIS312448 Commissiebrief, Nota Stadsbomen: update uitdelen 1000 bomen aan de stad (meer blad voor de stad), College van Burgemeester en Wethouders, 27 juli 2022;RIS314256 Afdoening motie, Zet een boom op met de woningcorporaties, College van Burgemeester en Wethouders, 21 februari 2023.

64

boomstructuren als HBS toegevoegd aan de stad’.178 Hoewel het college in deze nota wel beschrijft hoe het de SGH in stand wil houden en verstevigen licht het college niet toe welke middelen ingezet moeten worden om dit te realiseren.179 In afdoeningen van een aantal moties haalt het college de vergroening van de SGH aan door bijvoorbeeld te vermelden waar de SGH uitgebreid kan worden, maar ook daarbij gaf het college niet aan welke middelen daarvoor worden ingezet.180 In het kader van de inzet van middelen uit het ‘extra groen budget’ beschreef het college in een aantal commissiebrieven en afdoeningen van moties wel activiteiten die raken aan het doel om ‘de SGH in stand te houden en waar mogelijk te verstevigen’. Maar daarbij wordt weer niet duidelijk gemaakt in hoeverre die vergroening daadwerkelijk bijdraagt aan het versterken van de SGH.181 In de commissiebrief Natuurontwikkeling wordt genoemd dat de extra middelen uit het coalitieakkoord worden ingezet om het doel de SGH te versterken te bereiken, maar hoeveel van deze middelen voor dit doel worden ingezet is onduidelijk.182

Bevinding 11: Het college zet onvoldoende middelen in om het groen in de stad op de vastgestelde kwaliteitsniveaus te brengen én te houden Het beschikbare budget om het groen op de vastgestelde kwaliteitsniveaus te onderhouden is structureel ontoereikend. Gedurende de onderzoeksperiode was volgens het college jaarlijks maar circa 80% van het benodigde budget voor groenonderhoud beschikbaar.183 Bovendien groeit het budget niet structureel mee wanneer het groenareaal toeneemt, waardoor het tekort van het onderhoudsbudget verder kan oplopen.184 We werken deze punten hieronder nader uit.

178

RIS307827Raadsbesluit Bijlage 1, Nota Stadsbomen, Gemeenteraad, 22 februari 2021, p. 34.

179

RIS307827Raadsbesluit Bijlage 1, Nota Stadsbomen, Gemeenteraad, 22 februari 2021, p. 91.

180

RIS299222 Afdoening motie, Middenberm waar mogelijk aan de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) toevoegen, College van Burgemeester en Wethouders, 20 april 2018; RIS307454 Afdoening motie, Onderzoek uitbreiding areaal Stedelijke Groene Hoofdstructuur, College van Burgemeester en Wethouders, 15 maart 2022. 181

Zie bijvoorbeeld: RIS312448 Commissiebrief, Nota Stadsbomen: update uitdelen 1000 bomen aan de stad (meer blad voor de stad), College van Burgemeester en Wethouders, 27 juli 2022; RIS306830 Motie, Concrete maatregelen vergroening van versteende wijken, Gemeenteraad, 4 november 2020; RIS318503 Commissiebrief, Actieprogramma Klimaatadaptatie en Vergroenen Versteende Wijken 2024, College van Burgemeester en Wethouders, 19 april 2024. 182

RIS316672, Coalitieakkoord 2023-2026. Haags akkoord, D66, GroenLinks, PvdD, PvdA, CDA, DENK, 2 oktober 2023, p. 65; RIS320065 Commissiebrief, Natuurontwikkeling, College van Burgemeester en Wethouders, 16 oktober 2024. 183

RIS311727 Commissiebrief, Staat van de buitenruimte, College van Burgemeester en Wethouders, 5 april 2022, p. 4; RIS307827 Raadsbesluit Bijlage 1, Nota stadsbomen. Leefkwaliteit voor de stad, Gemeenteraad, 15 april 2021, p. 90. 184

Interview met de ambtelijke organisatie.

65

Het beheer- en onderhoudsbudget is structureel ontoereikend om het door de raad vastgestelde kwaliteitsniveau te realiseren. In 2012 en in 2023 is in de Kadernota Openbare Ruimte door de raad bepaald dat de openbare ruimte, waaronder het groen, beheerd en onderhouden moet worden op één van twee kwaliteitsniveaus.185 Dit betreft de hofstadkwaliteit en residentiekwaliteit.186 Het door het college beschikbaar gestelde budget is de afgelopen jaren echter ongeveer 80% van wat nodig is om het openbaar groen te onderhouden op het vastgestelde kwaliteitsniveau.187 Hierbij valt op dat het college hier bewust een keuze voor heeft gemaakt. In de Nota Stadsbomen staat bijvoorbeeld: “Voor het beheer in de openbare ruimte zijn kwaliteitsniveaus afgesproken in de Kadernota Openbare Ruimte. […] Het beschikbare budget is en was niet toereikend om het groen, en daarin de stadsbomen, op deze kwaliteitsniveaus te onderhouden.”188 Het gevolg is dat bepaalde groenwerkzaamheden niet uitgevoerd kunnen worden en gewenste resultaten niet gerealiseerd worden.189 Het college heeft hierover recent bijvoorbeeld nog aangegeven dat “alleen nog bij extreme droogte water gegeven wordt aan kruidachtige vaste sierplanten, waardoor deze minder rijk bloeien en er een verhoogde kans is op uitval”.190 Op langere termijn heeft het mindere onderhoud volgens het college invloed op de duurzaamheid van het groen.191

Het budget voor beheer en onderhoud van groen beweegt niet evenredig mee met de ontwikkeling van het groenareaal Wanneer het groenareaal in de stad groeit, stijgen ook de kosten voor het beheer en onderhoud. De stijging van de beheer- en onderhoudskosten bij areaalgroei wordt in Den Haag sinds 1997 berekend aan de hand van een ‘areaalsystematiek’ die uitgaat van een vaste

185

RIS249315 Raadsbesluit, Voorstel van het college inzake Kadernota openbare ruimte 2012, Gemeenteraad, 22 november 2012, p. 15-17; RIS310884 Raadsbesluit Bijlage, Voorstel van het college inzake Kadernota Openbare Ruimte – Kwaliteit door samenhang – Openbare ruimtebeleid tot 2030, Gemeenteraad, 7 september 2023, p. 10-11. 186

RIS249315 Raadsbesluit, Voorstel van het college inzake Kadernota openbare ruimte 2012, Gemeenteraad, 22 november 2012, p. 15-17; RIS310884 Raadsbesluit Bijlage, Voorstel van het college inzake Kadernota Openbare Ruimte – Kwaliteit door samenhang – Openbare ruimtebeleid tot 2030, Gemeenteraad, 7 september 2023, p. 10-11. De twee kwaliteiten zijn nader uitgewerkt in het Handboek Openbare Ruimte. 187

Interviews met de ambtelijke organisatie; Emailuitwisseling met de ambtelijke organisatie; RIS307827 Raadsbesluit Bijlage 1, Nota stadsbomen. Leefkwaliteit voor de stad, Gemeenteraad, 15 april 2021, p. 65; RIS311727 Commissiebrief, Staat van de buitenruimte, College van Burgemeester en Wethouders, 5 april 2022, p. 4; RIS316918 Raadsbesluit Bijlage 1, Voorstel van het college inzake Programmabegroting 2024-2027, Gemeenteraad, 20 december 2023, p. 187. 188

RIS307827 Raadsbesluit Bijlage 1, Nota stadsbomen. Leefkwaliteit voor de stad, Gemeenteraad, 15 april 2021, p 65.

189

RIS307827 Raadsbesluit Bijlage 1, Nota stadsbomen. Leefkwaliteit voor de stad, Gemeenteraad, 15 april 2021, p.90 ; Intern document Budget(her)verdeling Groen 2022, 30 december 2024, p. 3; Intern document Budget(her)verdeling Groen 2023, 21september 2024, p. 4; RIS321396 Commissiebrief, Toezegging openbaar groen en maaien van boomspiegels, College van Burgemeester en Wethouders, 18 februari 2025, p. 3. 190

RIS321396 Commissiebrief, Toezegging openbaar groen en maaien van boomspiegels, College van Burgemeester en Wethouders, 18 februari 2025, p. 3. 191

RIS321396 Commissiebrief, Toezegging openbaar groen en maaien van boomspiegels, College van Burgemeester en Wethouders, 18 februari 2025, p. 3.

66

ontwikkeling van onder meer het onderhoudsbudget van groen.192 De afgelopen jaren waren er daarnaast echter jaarlijks extra middelen voor groenonderhoud nodig als gevolg van de toename van het groen in beheer van de gemeente en de herijking van de areaalsystematiek in 2019.193 Uit ons onderzoek blijkt dat er bij uitbreiding van het groen in beheer van de gemeente niet altijd gezorgd werd voor dekking van het benodigde extra onderhoud.194 Voor bijvoorbeeld de projecten Laakhaven West, Haagse Buiten en Landschapspark Madestein waren op het moment dat over de uitbreiding werd besloten geen middelen beschikbaar voor beheer en onderhoud.195 Dit is niet in lijn met de gemeentelijke verordening financieel beheer en beleid, waarin staat dat investeringen in beginsel voorzien moeten zijn in dekking voor het beheer en onderhoud.196 Het college heeft het ontbreken van een dekking voor het groenonderhoud van deze projecten hersteld bij het opstellen van de programmabegroting voor 2025.197 Met ingang van de programmabegroting 2025-2028 is de areaalsystematiek beëindigd.

Het college werkt ondertussen aan een structurele oplossing voor het uitbreiden van het beheerbudget.198 In de begroting voor 2025 zijn extra middelen voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte beschikbaar gesteld oplopend tot structureel €3 mln.199 Het is echter niet duidelijk hoe deze extra middelen zich verhouden tot het benodigde budget bij uitbreiding van het groenareaal.

192

Dit systeem gaat ervan uit dat bij de groei van de stad sprake is van stijgende kosten die onvermijdelijk zijn. Een voorbeeld zijn de extra kosten voor het intensievere gebruik van de groenvoorzieningen door de bevolkingsgroei. De areaalsystematiek is een rekenmethode voor de kosten van de groei (of krimp) van de gemeente en berekent wat het kost om de bestaande voorzieningen in stand te houden. Deze rekenmethode is echter een theoretische benadering van de groei van het areaal en kent een op zichzelf staande berekening van de stijgende kosten. De uitkomst van deze berekening is niet één op één te vergelijken met de daadwerkelijke uitbreiding van het areaal. Zie RIS302477 Collegebesluit, Voorstel herijking uitgangspunten en scope areaalsystematiek, College van Burgemeester en Wethouders, 1 mei 2019, p. 6. 193

RIS302477 Collegebesluit, Voorstel herijking uitgangspunten en scope areaalsystematiek, College van Burgemeester en Wethouders, 1 mei 2019; RIS319799 Raadsbesluit Bijlage 1, Programmabegroting 2025-2028, Gemeenteraad, 13 november 2024, p. 18. 194

Interview met de ambtelijke organisatie; Gespreksverslag ambtelijke organisatie.

195

Mailwisseling met de ambtelijke organisatie.

196

Vaststelling Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2025, 2025, Artikel 4:7 Dekking, uitvoering en afwijkingen van investeringen.https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR732958/1https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR732958/1, geraadpleegd op 7 februari 2025. 197

RIS319799 Raadsbesluit Bijlage 1, Programmabegroting 2025-2028, Gemeenteraad, 13 november 2024, p. 18; 23.

198

RIS319799 Raadsbesluit Bijlage 1, Programmabegroting 2025-2028, Gemeenteraad, 13 november 2024, p. 18; Mailwisseling ambtelijke organisatie. 199

RIS319799 Raadsbesluit Bijlage 1, Programmabegroting 2025-2028, Gemeenteraad, 13 november 2024, p. 18.

67

Bijlage 1: Onderzoeksverantwoording In deze bijlage beschrijven we de gehanteerde onderzoeksmethoden en verantwoorden we de keuzes die gemaakt zijn bij het beantwoorden van de hoofdvraag en deelvragen.

Gehanteerde onderzoeksmethoden Om het onderzoek uit te voeren, hanteerde de rekenkamer de volgende onderzoeksmethoden: 1. Documentenstudie 2. Interviews 3. Technisch onderzoek Hieronder zetten wij uiteen hoe wij de bovengenoemde methoden hebben uitgevoerd.

Documentenstudie Voor dit onderzoek hebben wij documenten uitgevraagd en opgezocht en vervolgens geanalyseerd. Het betreft de volgende type documenten: 1. Documenten inzake beleid, visies of plannen voor het openbaar groen die door de raad of het college zijn vastgesteld en die openbaar staan in het raadsinformatiesysteem. 2. Documenten voor intern gebruik door de ambtelijke organisatie inzake de uitvoering van het gemeentelijke groenbeleid. Zie voor een volledig overzicht van gebruikte bronnen bijlage 9.

Interviews Voor dit onderzoek hebben wij interviews uitgevoerd met verschillende betrokkenen vanuit de ambtelijke organisatie. Het betreft semigestructureerde interviews. De interviews hadden het doel om meer informatie te verkrijgen over het beleid, de uitvoering daarvan en het proces rond openbaar groen. Van de interviews heeft de rekenkamer verslagen gemaakt. De verslagen zijn vertrouwelijk en door de geïnterviewden gecontroleerd op feitelijke juistheid. De verslagen zijn vervolgens gebruikt als bron voor dit onderzoek.

Technisch onderzoek Wij hebben aan een extern bureau de opdracht verstrekt om de beheerdata van de gemeente te analyseren en zo de ontwikkeling van het openbaar groen inzichtelijk te maken. Dit extern bureau heeft deze data met het geografische informatiesysteem QGIS en met Microsoft Excel geanalyseerd. Het bureau heeft gedurende de analyse met ons afgestemd . De resultaten van de analyse zijn in de vorm van geannoteerde Excelsheets en mondelinge toelichtingen met de rekenkamer gedeeld. Deze resultaten zijn gebruikt voor het schrijven van de bevindingen over de data van de gemeente. Het bureau heeft de resultaten tevens 68

via kaartmateriaal gevisualiseerd. Dit kaartmateriaal is intern gebruikt voor het onderzoek en is deels ter illustratie meegenomen in het rapport.

Afstemming gemeente Wij hebben voorafgaand aan en tijdens het onderzoek afgestemd met de ambtelijke organisatie. Daarbij verleende de gemeente medewerking aan het onderzoek, voor zover dat voor de betreffende onderdelen noodzakelijk was. Zo leverde de gemeentelijke organisatie de benodigde beheerdata voor analyse. Daarnaast heeft de gemeentelijke organisatie in samenwerking met de rekenkamer een interactief dashboard ontwikkeld op basis van de beheerdata. Dit dashboard is ontwikkeld om af te stemmen op welke manier de data gebruikt zou worden. Het dashboard diende tevens als middel om gedurende het onderzoek de bevindingen van het extern bureau te controleren. Deze bevindingen zijn zowel gedurende als na afloop met de betrokkenen vanuit de ambtelijke organisatie besproken.

Beantwoording onderzoeksvragen en normen In dit onderzoek beantwoorden wij de onderzoeksvraag: In hoeverre ligt het gemeentebestuur op koers voor de realisatie van haar doelen voor groen in de stad? Deze onderzoeksvraag wordt beantwoord aan de hand van de volgende deelvragen: •

Deelvraag 1: In hoeverre zijn de doelen uit het groenbeleid van de gemeente concreet geformuleerd?

•

Deelvraag 2: In hoeverre komt de realisatie van groen in de stad in de periode tussen 2016-2023 overeen met de beoogde ontwikkeling van het groen?

•

Deelvraag 3: In hoeverre draagt de uitvoering van het gemeentelijke groenbeleid bij aan de realisatie van de doelen?

De beantwoording van de onderzoeksvragen bestaat uit diverse bevindingen. Op basis van deze beantwoording en bevindingen, heeft de rekenkamer de conclusies voor dit onderzoek geformuleerd. Daarbij is een weging gemaakt van het belang van de verschillende uitkomsten en is gezocht naar voor het gemeentebestuur relevante samenhang tussen onderwerpen. Dit heeft ertoe geleid dat de oorspronkelijke volgorde van onderzoeksvragen niet één op één terug te vinden is in de bevindingen die ter onderbouwing van de deelconclusies zijn opgenomen. De beantwoording van deelvraag 1 hebben wij verwerkt in hoofdstuk 4. Hierin gaan wij in op de kaderstelling van de gemeenteraad en hoe concreet het college de doelen uitwerkt. Wij toetsen de norm: ‘De doelen en eisen van de gemeente ten aanzien van groen zijn SMART vastgelegd in beleid en regelgeving’. Wij richten ons op de vraag of de doelen van het gemeentebestuur op dit onderwerp specifiek, meetbaar, ambitieus, realistisch en tijdgebonden (SMART) zijn geformuleerd. Het gaat hier om doelen voor het groen in de stad zoals verwoord in nota’s en andere beleidsdocumenten. We hebben doelen met betrekking tot het kapbeleid en biodiversiteit buiten beschouwing gelaten. Het opnemen van dit aspect zou de focus van het onderzoek te veel verbreden en de uitvoerbaarheid binnen de 69

beschikbare tijd en middelen beperken. Door doelen SMART op te stellen wordt gewaarborgd dat deze ook meetbaar zijn, waardoor aantoonbaar is of deze wel of niet gehaald worden. Zie bijlage 6 voor een uitgebreidere uitleg voor SMART. De beantwoording van deelvraag 2 vindt zijn weerslag in hoofdstuk 3. Wij toetsen voor deze deelvraag de norm: ‘De ontwikkeling (kwalitatief en kwantitatief) van openbaar groen in de stad loopt in de pas met de ambities van de gemeente’. In hoofdstuk 3 maken wij voor een aantal doelen inzichtelijk hoe het groen in de stad zich heeft ontwikkeld over de laatste jaren. Wij hebben de gemeentelijke data over het openbaar groen geanalyseerd zodat wij kunnen bepalen of gemeente op koers is om de gestelde doelen te behalen. De beantwoording van deelvraag 3 is deels te vinden in hoofdstuk 4 en 5. In hoofdstuk 4 gaan wij in op de monitoring van het college en de rapportage aan de raad. In Hoofdstuk 5 behandelen wij naast de uitvoeringsplannen van het college ook de financiële kaders en of de beschikbare budgetten toereikend zijn om de gestelde doelen te behalen. Om deelvraag 3 te beantwoorden toetsen wij in totaal vier normen: •

De gemeente heeft een beargumenteerde (en reële) begroting gemaakt van wat de doelen voor groen en het onderhoud ervan kosten.

•

Het budget is toereikend om de doelen van de gemeente te realiseren en in stand te houden.

•

De gemeente monitort de voortgang en resultaten (SMART).

•

De raad wordt voldoende (volledig, juist en tijdig) geïnformeerd over de voortgang en resultaten, zodat ze kan sturen/controleren.

In dit rapport zijn we afgeweken ten opzichte van de eerder gepubliceerde onderzoeksopzet.200 In de onderzoeksopzet staat dat de beantwoording van deelvraag 3 afhangt van de bevindingen uit de voorafgaande deelvragen. In de loop van het onderzoek is er echter voor gekozen om los van de resultaten deelvraag 3 te beantwoorden.

200

RIS316805 Rekenkamerbrief bijlage, Onderzoeksopzet Groen in de buitenruimte, Rekenkamer Den Haag, 16 oktober 2023.

70

Bijlage 2: Resultaten uit de analyse van de data In dit onderzoek hebben wij in samenwerking met een externe partij met kennis van groen en geografische informatiesystemen een analyse van de beheerdata van de gemeente en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (hierna: BGT) gedaan. In bevinding 1 beschrijven wij dat wij op basis van deze analyse constateren dat de openbare ruimte in Den Haag waarschijnlijk groener is geworden. In deze bijlage lichten wij nader toe hoe wij tot deze constatering zijn gekomen ondanks het feit dat zowel de beheerdata van de gemeente als de BGT zich niet lenen voor een historische analyse van het groen in de stad. Ook zullen wij hier verder ingaan op de precieze uitkomsten van de analyse. Zie bijlage 3 voor een omschrijving van de technische werkwijze van het geraadpleegde bureau. Wij constateren een toename in het groen in de door de gemeente beheerde ruimte nadat wij correcties in de beheerdata van de gemeente hebben doorgevoerd Op basis van onze analyse kunnen wij met redelijke zekerheid ramen dat er tussen 2020 en 2023 minstens 48.000 vierkante meters groen is aangelegd en 850 bomen zijn geplant in de openbare ruimte van de stad.201 Om tot deze schattingen te komen hebben wij enkele correcties moeten doorvoeren in de beheerdata van de gemeente.

Wij hebben de data afgesneden op de stadsgrenzen en wij hebben bestaand groen dat in of uit beheer is genomen uit de data gefilterd. Correctie stadsgrenzen Om te beginnen hebben wij de beheerdata afgesneden op de grenzen van de stad zodat al het groen buiten de gemeentegrenzen dat wel in beheer van de gemeente is buiten onze analyse is gehouden. Dit hebben wij gedaan aan de hand van wijkgrenzen die zijn aangeleverd door de ambtelijke organisatie.202 Wanneer wij kijken naar de toename in groenareaal en het aantal bomen in deze afgesneden data dan zien we dat het groenareaal tussen 2020 en 2023 toename met 1,9%, van 13,47 mln. vierkante meters naar 13,72 mln. Dit komt neer op een toename van 255.288 vierkante meters.203 Het aantal beheerde stadsbomen nam volgens de data in diezelfde periode toe met 2,26%, van 117.913 stuks naar 120.583 stuks. Dat komt uit op een toename van 2.670 bomen.204 Deze getallen

201

Intern document Berekeningen SR Cijfers, datum onbekend. Op basis van onze analyse is het niet mogelijk uitspraken te doen over ontwikkeling van groen in de hele stad (in plaats van alleen de openbare ruimte) of delen van de stad omdat de aard van de data, zoals uitgelegd in bevinding 6, dergelijke uitspraken onbetrouwbaar maakt 202

Emailuitwisseling met de ambtelijke organisatie.

203

Intern document Data per vraag gebundeld nu met SGH 18-12-2024, 18 december 2024.

204

Intern document Data per vraag gebundeld nu met SGH 18-12-2024, 18 december 2024.

71

verschillen met de getallen die de gemeente zelf hanteert, omdat de gemeente de data niet afsnijdt op de gemeentegrenzen.205 Correctie in- of uit beheer genomen groen De toenames van 1,9% groenareaal en 2,26% bomen zichtbaar in de beheerdata bevatten wijzigingen die niet een daadwerkelijke toevoeging van groenareaal of bomen weerspiegelen (zie bevinding 6). Dit kan zijn omdat de gemeente bestaand groen heeft omgevormd naar nieuw groen of omdat de gemeente bestaand groen ongewijzigd in beheer heeft genomen. In het eerste geval is er wel sprake van een verandering in het landschap maar geen sprake van een toevoeging van groen. In het tweede geval is er geen sprake van een verandering in het landschap en ook geen sprake van een toevoeging van groen. Dergelijke veranderingen worden op dezelfde wijze in de beheergegevens geregistreerd als daadwerkelijke toevoegingen en verwijderingen van groen. Wanneer deze gegevens vervolgens worden gebruikt om de gemeenteraad te informeren kan dit een vertekend beeld geven van de ontwikkeling van het groen in de stad (zie bevinding 7). Wij hebben getracht beide gevallen uit de data te filteren zodat inzichtelijk wordt in hoeverre de gemeente nieuw groen heeft aangelegd tussen 2020 en 2023.

Dit hebben wij gedaan door de grootst uitschietende wijzigingen te controleren (“uitschieters”).206 Wanneer wij op basis van lucht- en straatfoto’s constateerden dat deze uitschieters in het beheer genomen groen (al dan niet omgevormd groen) betroffen hebben wij ze uit de data gefilterd. Met uitfiltering van dergelijke uitschieters veranderen de toenames die in de data zichtbaar zijn aanzienlijk. Zo zag de periode 2020 tot en met 2023 de oplevering van het Molenvlietpark in de wijk Hoornwijk. Het Molenvlietpark is een voorbeeld van bestaand groen dat is omgevormd naar nieuw groen. Met de realisatie van het Molenvlietpark is er meer dan 113 duizend vierkante meters groenareaal toegevoegd aan het groen in beheer van de gemeente.207 Dit komt uit op 44% van de totale toename tussen 2020 en 2023. Ook het aantal stadsbomen is sterk gestegen door de realisatie van het Molenvlietpark. Met 941 stuks bomen vormt de het Molenvlietpark 35% van de totale toename in het aantal stadsbomen tussen 2020 en 2023. De totale toename in groenareaal tussen 2020 en 2023 neemt na de uitfiltering van het Molenvlietpark af van 255.288 vierkante meters naar 142.026 vierkante meters. De toename in het aantal stadsbomen neemt af van 2.670 stuks naar 1.729 stuks.

205

Zo staat er in de jaarrekening van 2023 dat het groenareaal in beheer van de gemeente 14,49 mln. vierkante meters omvat en dat er 123.000 stadsbomen in de openbare ruimte staan. Zie: https://denhaag.jaarverslag-2023.nl/p24144/wat-is-beoogden-wat-is-behaald. 206

Zie bijlage 4 voor een overzicht van de uitschieters.

207

Hoewel de aankoop van dit bestaande groen geen kwantitatieve uitbreiding is van het groen, heeft de gemeente het park wel zo omgevormd dat het bestaande groen kwalitatief beter is geworden.

72

Naast het Molenvlietpark bevatten de beheerdata ook andere wijzigingen waar sprake is van in het beheer genomen groen. Zo zijn er enkele grote groengebieden ongewijzigd in én uit beheer gegaan van de gemeente tussen 2020 en 2023. Na uitfiltering van alle uitschieters waar sprake is van in het beheer genomen groen neemt de toename af van 255.288 vierkante meters naar 96.062 vierkante meters, een afname van meer dan 62%.208 Voor de stadsbomen is op deze manier filteren niet mogelijk omdat het gaat om individuele bomen. Naast de uitschieters hebben wij via een steekproef ook gekeken of er op plekken waar minder grote vergroening is geregistreerd ook daadwerkelijk is vergroend.209 Uit de steekproef onder de kleine wijzigingen van het groenareaal bleek dat ongeveer de helft van de wijzigingen geen verandering van het daadwerkelijke landschap betrof. In sommige gevallen betroffen deze kleine wijzigingen ook bomen. Daarom hebben wij in onze analyse de toename in het groenareaal en de stadsbomen na uitfiltering van de uitschieters gehalveerd. Zo komen wij tot onze schatting van een toename tussen 2020 en 2023 van 48.031 vierkante meters en 864 stadsbomen.

We zien een soortgelijke toename na een historische analyse van gecorrigeerde BGT data Ter controle van de toename die wij waarnemen in de beheerdata van de gemeente hebben wij ook de BGT geanalyseerd.210 Omdat de analyse van de BGT tijd kost hebben wij omwille van de doorlooptijd van het onderzoek alleen gekeken naar het groenareaal, niet naar bomen. Net als bij de beheerdata van de gemeente hebben wij de data uit de BGT moeten corrigeren voordat wij dit konden gebruiken. De BGT geeft namelijk net als de beheerdata niet een geheel kloppend beeld van de werkelijkheid. Net als de beheerdata van de gemeente wordt particulier groen niet geregistreerd in de BGT. Ook bleek uit een analyse van uitschieters en een steekproef onder de overige wijzigingen dat ook de BGT wijzigingen bevat zonder corresponderende veranderingen in het landschap van de stad.211 Daarom hebben wij ook bij de BGT enkel gekeken naar toename op stadsniveau. De analyse is bemoeilijkt doordat bepaalde oppervlakten meerdere keren worden meegeteld in de database.212 Dit komt omdat de BGT bedoeld is om een accurate weergave te geven van de actuele situatie in het land, niet om de historie van de fysieke omgeving inzichtelijk te maken. Een exacte foutmarge voor deze dubbele oppervlakken achterhalen bleek niet mogelijk.

Middels een technische oplossing hebben wij echter toch gebruik kunnen maken van de BGT.213 Uit de analyse van de gecorrigeerde data blijkt dat het groenareaal ook in de BGT is toegenomen tussen 2020 en 2023. Net als bij de beheerdata hebben wij enkel

208

Intern document Berekeningen SmitsRinsma Cijfers, datum onbekend.

209

Zie bijlage 4 voor een overzicht van de bestudeerde plekken voor de steekproef.

210

Zie bijlage 5 voor de werkwijze met betrekking tot de analyse van de BGT.

211

Intern document Analyse BGT_Toe-afname_per_wijk, 14 november 2024

212

Zie bijlage 5 voor meer toelichting.

213

Intern document BGT_groen_overzicht, 14 november 2024

73

gekeken naar de toename binnen de stadsgrenzen. De toename tussen 2020 en 2023 bedroeg in de BGT 240.101 vierkante meters, een getal erg dichtbij het getal uit de beheerdata zonder uitfiltering van het Molenvlietpark of de uitschietende wijzigingen: 255.288 vierkante meters. Het ontbreken van grote verschillen tussen de toename uit de beheerdata en de toename in de BGT onderbouwt dat de toename zichtbaar in de beheerdata een daadwerkelijke toename van het groen in de stad weerspiegelt. Dit omdat de BGT meer groen omvat dan de beheerdata van de gemeente. De BGT bevat ook het groen dat beheerd wordt door andere overheden. Dit betekent dat wanneer de gemeente Den Haag het beheer van een groengebied overneemt van een andere overheid (zie bevinding 6 voor een voorbeeld hiervan) dit wél als een toename geregistreerd wordt in de beheerdata maar niet in de BGT. Dat wij desondanks toch een toename constateren in de BGT ondersteunt onze stelling dat de openbare ruimte daadwerkelijk groener is geworden tussen 2020 en 2023.

74

Bijlage 3: Memo SmitsRinsma met betrekking tot analyse beheerdata Memo Project:

Analyse Rekenkamer Den Haag

Projectnr.:

20230133

Aan:

Rekenkamer Den Haag

Van:

SmitsRinsma – Daan Jansen

Datum:

24-10-2024

Betreft:

Memo Beheerdata Gemeente

Omschrijving data Voor we beginnen met de toelichting op de werkhandelingen die zijn uitgevoerd om de gemeentelijke beheerdata te verwerken tot analyse is het belangrijk om te weten wat deze data precies inhoud. Hieronder zal ik een hierover een korte toelichting geven. De beheerdata van Gemeente Den Haag is gesplitst in 5 jaartallen 2020, 2021, 2022, 2023 en 2024 (2024 valt buiten de onderzoeksperiode en is in alle analyses hierom buiten beschouwing gehouden). Tussen deze jaartallen zitten er kleine verschillen in de datum, maar dit is in principe geen groot probleem. 2020 heeft bijvoorbeeld datum 0212-2020, 2021: 01-12-2021, 2022: 01-12-2022 en 2023: 29-11-2023. De data is aangeleverd in 5 losse delen per jaartal: Wegdelen groen, OndersteunendeWaterdelen, Bomen, Begroeidwaterdeel en Groenvlakken. Deze laagbenaming komt grotendeels (maar niet exact) overeen met lagen die je ook in de BGT terug kan vinden. Dit komt omdat de gemeente ook de BGT moet beheren waardoor het gemeentelijke beheer system elementen en kenmerken overneemt vanuit de BGT. Volgens de gemeente waren deze voorheen hard aan elkaar gekoppeld, maar in recente jaren is dit gewijzigd en is het beheersysteem losgekoppeld van de BGT.

Zonder hier te ver op in te gaan zijn deze laagnamen soms iets verwarrend, OndersteunendeWaterdelen en Begroeidwater deel gaan bijvoorbeeld niet volledig over water, maar bijvoorbeeld voornamelijk over oevers. Wat deze lagen precies inhouden 75

kan je lezen in hoofdstuk 8 van de BGT: https://docs.geostandaarden.nl/imgeo/catalogus/bgt/ Deze 5 lagen per jaartal kan je splitsen in punten (Bomen) en vlakken (Wegdelen groen, OndersteunendeWaterdelen, Begroeidwaterdeel en Groenvlakken). De opbouw van de kolommen of in GIS genoemd de fields is wel anders dan bij de BGT. Zo zijn er diverse velden waar op gefilterd kan worden t.b.v. het beheer of de kenmerken van vlakken. Bij de gemeentelijke beheerdata hebben we bijvoorbeeld niet te maken met ingewikkelde lokaalID’s of overlap zoals bij de BGT. Nu het op hoofdlijnen duidelijk is waar we mee werken zal ik de stappen toelichten die zijn genomen om te komen tot het eindresultaat. Uitleg werkwijze De stappen voor het uitwerken van de gemeentelijke data zijn een stuk makkelijker dan die voor de BGT, een groot deel van het voorwerk is al gedaan door de voorfiltering van de gemeente. Zo hebben we alleen de benodigde lagen ontvangen met hierin in hoofdlijnen de juiste vlakken/elementen. Stap 1: Data uitfilteren De grootste stap voor de gemeentelijke data is het uitfilteren van de laatste ongewenste data, want wat we over willen houden zijn alleen de vlakken of punten die in beheer zijn van de gemeente. Hierdoor kunnen we verantwoorden wat er wel en niet is meegenomen in de analyse en is het precies duidelijk waar we het over hebben.

Namelijk alle groenvlakken en bomen die de gemeente op dat moment in beheer had. En dus niet al het groen in de stad. De toegepaste filters zijn afgestemd met de gemeente en betreft het volgende: Beheerder IN ('DSB/DPZ', 'Particulier') And Eigenaar = 'Gemeente Den Haag' And Werkpakket <> 'Onbekend' And Wijk <> 'Onbekend' De kolom Beheerder uit de tabel waar op wordt gefilterd geeft aan wie het gebied in beheer heeft en is in dit geval dus allen DSB/DPZ (gemeente) of Particulier. De kolom Eigenaar geeft aan van wie de grond is, in dit geval dus alleen Gemeente Den Haag. Tot slot filteren we op Werkpakket en Wijk met waarde onbekend, omdat deze voor Wijk buiten het gebied vallen en voor werkpakket niet bekend is wat voor een type dit is (waarschijnlijk geen groen). Hieronder een voorbeeld hoe zo’n tabel er dan uit zien in GIS. Iedere rij in deze tabel staat voor één fysiek vlak of punt in de gemeente.

76

Stap 2: Berekenen oppervlakte en check overlap Wanneer de ongewenste vlakken eruit zijn gehaald met het filter, voegen we nog een kolom (veld) toe voor de oppervlakte. Deze berekend automatisch per groenvlak wat hiervan de oppervlakte is. Ook doen we nog een check op overlappende vlakken, maar hiervan was zoals het hoort geen sprake, binnen de beheerdata van de gemeente. Stap 3: Correctie werkgrenzen Tot slot snijden we alle groenvlakken weg die buiten de wijkgrenzen vallen zodat er niks buiten de wijkgrenzen wordt meegeteld. Tussentijds kwamen we ook nog tot de conclusie dat de wijkgrenzen niet te groot mochten zijn, met name aan de kust was dit een probleem. De wijken hier bestonden voor een groot deel uit zee en strand, hierdoor hadden ze een groot oppervlak. Maar als je ging doorrekenen op het percentage groen was dit maar een heel klein deel omdat bijna 25% van de wijk bestond uit zee waar geen groen is. Hierop zijn de wijkgrenzen aangepast en afgesneden tot aan het begin van het strand.

Stap 4: Hoeveelheid per wijk bepalen Vervolgens draaien we het gereedschap “Summarize within” in GIS. Hiermee worden alle oppervlaktes en aantallen bij elkaar op geteld die binnen een groter vlak vallen. In dit geval zijn dit de vlakken van de wijken van Den Haag. Hieruit rolt een lijstje met een oppervlakte van de laag per wijk. Door dit voor alle 5 lagen te herhalen en dit vervolgens ook voor alle 4 de jaartallen te doen hebben we onze data in GIS verzameld. Dit ziet er

77

als volgt uit:

Stap 5: Data analyseren in Excel Met alle bovenstaande stappen is de data klaar om vanuit GIS geëxporteerd te worden naar Excel. In Excel gaan we vervolgens de data vergelijken. Met elkaar per jaartal, ten opzichte van het totaalareaal van de wijk of bijvoorbeeld per woning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16032280/1