RIS323231 Notulen van de raad van 9 juli 2025
Tekst van het document
66
Verzoekt het college: ▪ om bij toekomstige tranches van het populierenvervangingsplan, met inachtneming van de veiligheid, zoveel mogelijk in te zetten op het behoud van bomen via breuksnoei; ▪ ervoor te zorgen dat deze methode standaard wordt meegewogen bij de tweejaarlijkse veiligheidsbeoordeling van populieren. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie PvdD.4 Van bouwput naar buurt De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juli 2025, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Aanvullende dekking herziening grondexploitatie Petroleumhaven 2025 (LA39) (RIS322485). Constaterende, dat: ▪ de inrichting van het water, waaronder de drijvende tuinen, pas na oplevering van de allerlaatste kavel is gepland, momenteel voorzien in 2030; ▪ de speeltuin naast de brandweerkazerne ook pas in 2030, en mogelijk zelfs later, wordt gerealiseerd; ▪ de openbare ruimte langs de Neherkade ook pas in 2030 wordt ingericht. Overwegende, dat: ▪ de eerste bewoners al jaren geleden zijn ingetrokken, maar het gebied nog steeds grotendeels aanvoelt als een bouwput en de openbare ruimte op plaatsen duidelijk tekortschiet; ▪ de gebrekkige openbare ruimte een pijnpunt is voor bewoners die al jaren wachten op een fijne woonomgeving; ▪ er grote behoefte is aan vergroening, kwaliteit van de buitenruimte en verbetering van de toegankelijkheid; ▪ de drijvende tuinen, nu pas gepland in 2030, bij uitstek bijdragen aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en woonplezier; ▪ kavel E momenteel nog dient als tijdelijke parkeerplaats voor bewoners van andere blokken, en dat de tender voor de ontwikkeling pas start wanneer de bouw van kavels A en B begint, naar verwachting eind 2025; ▪ in de voortgangsbrief is aangegeven dat het water mogelijk
wordt ingezet als bouwplaats, maar dat dit nog niet vaststaat. Verzoekt het college: ▪ bij de voorbereiding van de tender voor kavel E te kijken of vergroening, zoals de drijvende tuinen, waar mogelijk eerder gerealiseerd kunnen worden; ▪ te onderzoeken of voorwaarden over de locatie van bouwplaats voor kavel E de mogelijkheden voor vergroening kunnen versnellen; ▪ zich ervoor in te spannen om in het vervolgproces waar mogelijk ruimte vrij te spelen voor (gefaseerde) vergroening voor 2030; ▪ bewoners actief en regelmatig te betrekken bij de planning, voortgang en kansen voor versnelde vergroening en verbetering van de openbare ruimte, zodat zij mee kunnen denken. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie PvdD.7 Zit je warm, dan de heater weg De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juli 2025, ter bespreking van de Programmarekening 2024. 67
Constaterende, dat: ▪ terrasverwarmingskussens tot 95% minder energie verbruiken vergeleken met andere vormen van terrasverwarming; ▪ de gemeente horecaondernemers een korting aanbiedt op warmtekussens; ▪ het daarbij niet verplicht is om andere energieslurpende terrasverwarming te verwijderen. Overwegende, dat: ▪ dit kan leiden tot dubbel gebruik van terrasverwarming, waardoor milieuwinst verloren gaat; ▪ de wethouder weliswaar aangeeft dat het de bedoeling is om energieslurpende terrasverwarming te verwijderen, maar dit niet als eis stelt; ▪ een duidelijke voorwaarde aan de korting verbinden helpt om dubbel gebruik en onnodige uitstoot te voorkomen. Verzoekt het college: ▪ in de toekomst als voorwaarde voor de korting op warmtekussens op te nemen dat andere terrasverwarming met hoger energieverbruik wordt verwijderd; ▪ hierover helder te communiceren op de gemeentelijke website en om te zorgen dat ook op website van de aanbieder van de warmtekussens deze voorwaarde kenbaar gemaakt wordt. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Smit, daartoe gesteund door mevrouw Butt en mevrouw Van Basten Batenburg, wordt de volgende motie (PvdD.3) ingediend:
Motie PvdD.3 Onderzoek digitale onafhankelijkheid De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juli 2025, ter bespreking van de Programmarekening 2024. Constaterende, dat: ▪ De gemeente Den Haag momenteel digitaal afhankelijk is van grote Amerikaanse techbedrijven; ▪ dit een gevaar vormt voor de privacy en data van Haagse inwoners omwille van de US CLOUD act; (https://www.ncsc.nl/actueel/weblog/weblog/2022/de-werking-van-de-cloud-actbij-dataopslag-in-europa) ▪ dit een gevaar vormt voor de continuïteit van cruciale dienstverlening, zoals bijstandsuitkeringen, omdat Amerikaanse bedrijven onder druk gezet kunnen worden door hun regering om de gemeentelijke digitale systemen uit te zetten; ▪ de kans dat deze gevaren zich voordoen aanzienlijk is toegenomen sinds de huidige geopolitieke ontwikkelingen.
Overwegende, dat: ▪ de huidige geopolitieke situatie laat zien dat digitale afhankelijkheid met betrekking tot gevoelige data en cruciale dienstverlening een scenario creëert met grote risico’s voor het functioneren van de gemeente Den Haag; ▪ de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof in Den Haag, onder druk van de Amerikaanse president, recent toegang is ontzegd tot diens e-mail door Microsoft; ▪ de VNG waarschuwt dat digitale afhankelijkheid van niet-Europese big tech bedrijven leidt tot een steeds groter risico op het verlies van grip op de vertrouwelijkheid, wendbaarheid en weerbaarheid van de digitale infrastructuur;
68
▪ ▪
ook het Rijk de versterking van de digitale weerbaarheid en digitale autonomie van de overheid als prioriteit stelt in de Nederlandse Digitaliseringsstrategie, die momenteel in ontwikkeling is; andere gemeenten, waaronder Amsterdam, Leiden, Utrecht en Nijmegen, reeds onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om digitaal onafhankelijk te worden.
Verzoekt het college: ▪ te onderzoeken wat er voor nodig is om binnen tien jaar digitaal onafhankelijk te worden; ▪ samen met andere gemeenten en de VNG in gesprek te treden met het Rijk over het gezamenlijk verminderen van digitale afhankelijkheid, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van een soevereine cloud, gefinancierd vanuit landelijk defensiebudget; ▪ de gemeenteraad eind 2025 te informeren over de eerste onderzoeksfase en de gevoerde gesprekken met het Rijk. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Smit, daartoe gesteund door mevrouw Butt, wordt de volgende motie (PvdD.5) ingediend:
Motie PvdD.5 Veilig pootjebaden voor iedereen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juli 2025, ter bespreking van de Programmarekening 2024. Constaterende, dat: ▪ de grote zwemplas in Landschapspark Madestein al jaren een officiële zwemlocatie is, maar vrijwel elk seizoen wordt afgekeurd vanwege slechte waterkwaliteit, waaronder blauwalg en e. coli; ▪ deze plas wel gecontroleerd wordt door het Hoogheemraadschap van Delfland; ▪ in hetzelfde park ook een recent aangelegde wadi-speelplaats is waar kinderen met water spelen, en een andere vijver die specifiek is aangewezen via een informatiebord als hondenzwemplas met een speciaal gemaakte in- en uitstapplaats voor honden. Overwegende, dat: ▪ uit beantwoording van technische vragen bij de programmarekening blijkt dat het de gemeente niet bekend is of de wadi en de hondenzwemvijver worden gecontroleerd op waterkwaliteit en dat de gemeente dit zelf niet test; ▪ het onwenselijk is dat juist plekken die uitnodigen tot contact met water buiten beeld blijven bij monitoring; ▪ er gevaarlijke situaties kunnen ontstaan voor mens en dier als de waterkwaliteit niet structureel gemonitord wordt.
Verzoekt het college: ▪ om naast de bestaande controles op officiële zwemlocaties, ook structureel aandacht te geven aan waterveiligheid op plekken in landschapspark Madestein waar kinderen en honden worden uitgenodigd het water in te gaan, zoals de wadi-speelplaats en de hondenzwemvijver; ▪ daarbij met het Hoogheemraadschap en andere betrokken partijen te verkennen hoe deze waterplekken kunnen worden meegenomen in periodieke controles; ▪ de resultaten toegankelijk te delen op locatie en via gemeentelijke kanalen. En gaat over tot de orde van de dag.
69
De voorzitter. Door de heer Smit, daartoe gesteund door mevrouw Gerritsen, wordt de volgende motie (PvdD.6) ingediend:
Motie PvdD.6 Volgende versnelling fietsvlonders De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juli 2025, ter bespreking van de Programmarekening 2024. Constaterende, dat: ▪ inwoners van Den Haag middels het aanvragen van een fietsvlonder extra fietsparkeerplekken in hun straat kunnen realiseren bij genoeg draagvlak van medebewoners; ▪ de vlonders zo populair zijn, dat er een lange wachtlijst is voor bewoners die een aanvraag hebben gedaan. Overwegende, dat: ▪ het realiseren van fietsparkeerplekken een doel is in verschillende gemeentelijke beleidsdocumenten; ▪ de vlonders een bewezen effectieve manier zijn van burgerparticipatie. Verzoekt het college: ▪ een groter aantal fietsvlonders beschikbaar te stellen om de wachttijd voor bewoners significant omlaag te brengen; ▪ dit te bekostigen uit het programma Mobiliteit, bijvoorbeeld van het overschot dat is ontstaan door het sluiten van de fietsenstalling KJ-plein. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. We staan vandaag stil bij de laatste Programmarekening van dit college. We maken niet alleen de financiële balans op, maar staan ook stil bij de concrete resultaten die zijn geboekt of juist nog op zich laten wachten.
Zo verwachten wij bijvoorbeeld nog plannen voor het beheer van grote parkeerhuizen in Zuidwest, essentieel voor de woningbouwplannen van dit college. Nu de aandacht van het college weer volop uit lijkt te gaan naar de congressector en de bezoekerseconomie, wachten we ook nog altijd op plannen voor een Haagse investeringsmaatschappij, wat juist zo cruciaal is voor de wijkeneconomie die ten dienste staat van onze inwoners. Natuurlijk kijkt de SP ook uit naar een goede discussie over de manier waarop wij onze buitenruimte onderhouden en in het bijzonder dat vermaledijde systeem van Hofstad- en Residentiekwaliteit. Kortom, nog veel werk aan de winkel voor college én raad. Dit is ook de laatste keer dat ik mij in deze raad mag buigen over een Programmarekening en ik moet wat bekennen. Hoewel ik nu al weet dat ik heel veel aspecten van het werk als volksvertegenwoordiger ontzettend ga missen, is dit er niet een van. Niet omdat het onbelangrijk is, want juist in deze tijd van het jaar wordt er in de luwte, bijvoorbeeld door de Rekeningencommissie, veel werk verricht om bestedingen van onze publieke middelen scherp te controleren. Ik ga het vooral niet missen omdat de Programmarekening bij uitstek het moment is om na te gaan wat er met je eigen aangenomen voorstellen is gebeurd.
Ik realiseerde me de afgelopen weken dat ik inmiddels het college achter de vodden zit over voorstellen uit 2021. Denk aan de tweede verhuiskostenvergoeding bij sloop-nieuwbouw, het sloopkader, maar ook het voorstel voor woningen in het oude politiekantoor. Het moeilijkste daaraan vind ik niet dat je langzaam het gevoel krijgt dat je een grijsgedraaide plaat wordt, maar dat het me persoonlijk steeds meer moeite kost om aan de stad uit te leggen waarom de uitvoering van de wens van de raad soms het tempo heeft van dikke stront door een trechter. Want laat het college vooral niet vergeten dat veel voorstellen uit de raad zijn gevoed door verhalen uit de stad en mensen die wachten op oplossingen. 70
Ook vandaag dient de SP een aantal voorstellen in op basis van signalen uit de stad. Denk aan signalen van initiatieven zoals het Krakeel, die staan te springen om zelf een sociale bijdrage te leveren aan de strijd tegen de woningnood. Daar zijn niet alleen locaties voor nodig, maar ook financiering. Het Rijk en de provincie bieden financiering, maar daarvoor moeten initiatieven wel door de nodige hoepels springen. Laten we ze daarin ondersteunen als gemeente. Daarom de volgende motie, mede ingediend door mevrouw Faïd van de Haagse Stadspartij en de heer Van den Bos van de Partij voor de Dieren. Die verzoekt het college niet alleen voortvarend te blijven werken aan de zoektocht naar geschikte locaties voor wooncoöperaties, maar ook initiatieven actief te ondersteunen in het behalen van de noodzakelijke kwaliteitseisen om aanspraak te maken op het landelijk leenfonds, zodra er mogelijke locaties in beeld zijn voor wooncoöperaties ruimhartig om te gaan met de verstrekking van intentieverklaringen ten behoeve van de provinciale subsidieregeling voor plankosten, toewijzingscriteria voor locaties aan te laten sluiten op het keurmerk voor wooncoöperaties, zoals door Cooplink zal worden geformuleerd, en de raad te informeren over de uitvoering van deze stappen.
Wie ook wacht op oplossingen, zijn de bewoners uit de Binckhorst die noodgedwongen gebruikmaken van peperdure parkeerplekken. Het college stelt voor de discussie hierover 'te parkeren', met een werkbespreking na de zomer. Maar daarmee zijn sommige bewoners ruim duizend euro verder deze zomer. Het werken aan oplossingen kan wat de SP betreft daarom niet wachten. Daarom de volgende motie, die iets is gewijzigd ten opzichte van een variant die we eerder hebben rondgestuurd: verzoekt het college in samenspraak met bewoners van de Binckhorst ruimte te maken voor parkeerplaatsen in de wijk, zodat bewoners die nu afhankelijk zijn van te dure inpandige parkeerplaatsen een betaalbaar alternatief hebben, samen met de bewoners de onderhandeling aan te gaan met de verhuurders van te dure inpandige parkeerplaatsen, en de nieuwe parkeerplaatsen in de wijk niet op te heffen tot de inpandige parkeerplaatsen voor een redelijke prijs worden verhuurd. Yousef Assad (D66). Mijn fractie is een beetje verbaasd. De wethouder heeft namelijk aangegeven de brief van de bewoners in de zomer te gaan beantwoorden. Er is ook aangegeven dat het college eind dit jaar met initiatieven komt. Ik vroeg mij dus even af waar deze actie vandaan kwam. Lesley Arp (SP). Ik doe het niet lichtzinnig en ik heb er goed over nagedacht. Het debat is rommelig verlopen. Uiteindelijk hebben we geen beantwoording gehad.
Maar het was natuurlijk wel een noodkreet van een aantal bewoners, een financiële noodkreet. Ik vond achteraf gezien - misschien had de raad daarin ook veel scherper moeten sturen op de dag van het debat zelf - het verhaal dat een wethouder op werkbezoek gaat naar Wenen, dat wij besluiten om met zijn allen een werkbezoek te houden en dat het daarom over de zomer heen te tillen, heel moeilijk om uit te leggen aan inwoners. Daarom dacht ik samen met collega Van Wijngaarden: wat is nou de oplossing waarvoor ik het meeste draagvlak voel in de raad? Wij dachten: laten we dit voorstel alsnog doen, zodat er in de zomer in ieder geval doorgepakt kan worden met het zoeken naar die parkeerplekken. Yousef Assad (D66). Ik begrijp heel goed waar mevrouw Arp vandaan komt en ik begrijp de stelling wel. Maar het is niet zo dat er stil wordt gestaan in de zomer en dat er niets gebeurt. Er worden dingen uitgewerkt. Dat kost tijd. Dat een wethouder, lid van het college, namens het college en de gemeente op reis moet, is ook werk. Ik vind het een beetje lastig om dat als argument te gebruiken om dan maar eerder door te gaan pakken. Het is niet zo dat er niets gebeurt. Is het niet een idee dat mevrouw Arp de motie aanhoudt, om af te wachten hoe dit afloopt? Lesley Arp (SP). Ik wacht graag nog even de reactie van het college af voordat ik de motie aanhoud.
Maar ik heb wel van meerdere partijen, zelfs van D66, gehoord dat er wel degelijk sympathie is voor het idee van de tijdelijke parkeerplekken. Kijk, ik snap dat de tijdelijke parkeervergunning gevoeliger ligt. Daarom heb ik ook niet die bijvoorbeeld nu al ingediend. Maar serieus, als het over centen gaat, en we willen dat de Binckhorst een plek is waar iedereen kan wonen, dus niet alleen mensen met een dikke portemonnee, dan ben je inderdaad meer dan duizend euro verder in de loop van de zomer. Ik vind dat naar de stad echt een heel vervelend signaal om te geven. Dus vandaar dat ik het op deze manier doe.
71
Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik begrijp eigenlijk wel heel goed waarom de SP dit nu inbrengt. Wij hebben er zelf als VVD over getwijfeld. Wij hebben een actieplan neergelegd en wij voelen de urgentie om echt nu wat te doen enorm. Ik begrijp heel goed dat de SP daarom nu toch wil proberen om iets te doen om te kijken of we deze zomer al tot maatregelen kunnen komen. Maar wat ik wel heel jammer vind, is dat er dan gekozen wordt voor die onderhandeling met de verhuurders over die te dure parkeerplekken. Mijn fractie zou heel graag dat eerste punt van de SP zo snel mogelijk opgepakt zien worden, maar dat tweede punt is natuurlijk wel een kwestie van: wat is dan te duur? Dat is een debat dat we volgens mij nog verder zouden moeten voeren. Dus zou de SP bereid zijn om dat tweede punt te laten vallen? Dan kan ik haar verzekeren van de steun van mijn fractie. Lesley Arp (SP). Ik heb de motie ten opzichte van de eerste versie al wat milder gemaakt. Toen ging het over prijsafspraken. Dan heeft het ook een juridische connotatie. Ik zou wel graag willen dat het college naast de bewoners gaat staan als die gesprekken gevoerd worden. Daarom vraag ik alsnog de onderhandelingen aan te gaan. Als je inpandige parkeerplekken hebt, dan wil je eigenlijk dat die gewoon gebruikt worden. Want die ruimte is heel schaars.
Daarom willen wij als SP die tijdelijke parkeerplekken vooral inzetten als drukmiddel en niet als eindoplossing. Daarom is het tweede deel van het dictum zo cruciaal voor de SP. Maar ik hoor wat de VVD zegt en ik ga ook nog naar het college luisteren. Het is nog niet zo dat ik helemaal definitief deze versie wil vastklikken. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik dacht net de andere kant op dan de VVD. Volgens mij delen GroenLinks en de SP dat we best wat frustratie hebben over dat we niks kunnen doen aan de huurprijzen voor de parkeerplekken. Dat is ook zo bij sociale complexen. Ik snap ook heel goed waar de SP vandaan komt. Maar ik zat me wel af te vragen: stappen we nu niet in als overheid waar ontwikkelaars ons in de steek laten? Ik zou zeker niet het tweede punt schrappen, was mijn gevoel erbij. Lesley Arp (SP). Ik kan nu een beschouwing geven op wat ik denk dat er in de Binckhorst gebeurt nu. Ik denk eigenlijk dat het gewoon een soort ontwerpfout is van ons als gemeente. In Zuidwest kijken we nu naar die publieke parkeerhuizen, waar we echt oog hebben voor de groepen mensen die we daar willen laten wonen, dus mensen met niet per se een heel dikke portemonnee. Daar kiezen we wel voor sturing. Dat hebben we hier niet gedaan. Daar zitten mensen nu met de gebakken peren.
Als ik dan hoor dat mensen overwegen te verhuizen, dat mensen een andere baan moeten aannemen en misschien met een baan waar ze veel plezier aan hadden, moeten stoppen, dan denk ik niet dat we moeten denken: wij moeten niet die verantwoordelijkheid nemen. Ik zeg: wij moeten tijdelijk die verantwoordelijkheid nemen en dat als drukmiddel gebruiken richting de Q-Parks van deze wereld. Dat is wat mijn partij beoogt. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Dat bedoelt u dan wel voor de bestaande bewoners? Dus niet dat er een nieuwe bewoner komt wonen die gebruikmaakt van de tijdelijke regeling die u voorstelt en dan erachter komt na de zomer dat de tijdelijke regeling ophoudt? U snapt misschien ook het ongemak aan mijn kant dat we misschien mensen een oplossing voorschotelen die we niet tot in de lengte der dagen kunnen volhouden. Want we hebben de Binckhorst ingericht dicht bij een ov-knooppunt om een autoluwe wijk te zijn. Lesley Arp (SP). Laten we het niet hebben over het ov dat er nu is in de Binckhorst. Dat is voor mijn fractie totaal niet toereikend. Daardoor zitten we natuurlijk nu met het probleem. Die ov-lijnen, even los van de stations die in de buurt zitten, zijn er nog niet. Dat is een heel groot probleem. Er staat in de motie 'in samenspraak met bewoners'.
Als ik het zo bekijk, zouden we in eerste instantie vooral een oplossing moeten zoeken voor die bewoners die nu vierhonderd euro per maand betalen omdat ze niet een bewonersparkeerplek hebben bij de Binck City Park, maar reguliere tarieven moeten betalen. Daar zijn die tijdelijke plekken in eerste instantie natuurlijk voor bedoeld: mensen die die woekerprijzen betalen.
72
Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Een heel mooie motie, maar betekent dat ook dat de SP bouwplannen met zo'n zelfde constructie niet meer gaat steunen? Want dan krijgen we dezelfde problemen die we nu in de Binckhorst hebben. Lesley Arp (SP). Dit is een heel mooi parkeerdebat nu. Maar dat is precies de reden waarom ik eigenlijk al een paar keer vraag aan wethouder Engberts hoe het zit met de plannen voor die grote parkeerhubs in Zuidwest en hoe de borging van de betaalbaarheid daarvan gaat zijn. Ik denk dat die plannen cruciaal zijn om te zorgen dat dat geen Binckhorst 2.0 wordt. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Dus dat betekent dat de SP daar keihard op gaat letten, zodat we deze problemen in de toekomst niet meer hebben? Mooi, dan kunnen we er samen in optrekken, en steun voor de motie. De voorzitter. Mevrouw Arp zet haar betoog voort. Lesley Arp (SP). Ook zijn er mensen in de stad die wachten op duidelijkheid. Het college heeft getracht om voor de kleinere vreugdevuren in onze stad aan te sturen op alternatieven. In het geval van Escamp was daar ook draagvlak voor, maar dit is niet het geval bij de initiatiefnemers in Laak. In het belang van een goede voorbereiding van de jaarwisseling vindt de SP het verstandig om hier alvast een knoop over door te hakken.
Daarom de volgende motie: verzoekt het college ook in aanloop naar de komende jaarwisseling een vergunning te verlenen aan de organisatoren van het vreugdevuur in het Laakkwartier wanneer zij zich aan de eerder afgesproken veiligheidsmaatregelen en andere afgesproken eisen houden. Deze is mede ingediend door de heer Guernaoui van Hart voor Den Haag, collega Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP en mevrouw Van Basten Batenburg van de VVD. Voorzitter. Tot slot wil ik graag langs deze weg de heer Van Wijngaarden feliciteren. Sinds gisteravond mag hij zich officieel 'lijsttrekker' noemen. Hem wacht onder andere de schone taak om het college geregeld achter de vodden te zitten over aangenomen SP-voorstellen. Ik heb er alle vertrouwen in dat hij met scherpte, strijdlust, maar ook de broodnodige humor, dat stokje over zal nemen. De voorzitter. Op dat laatste verheug ik me zeker. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door de heer Guernaoui, mevrouw Klokkenburg en mevrouw Van Basten Batenburg, wordt de volgende motie (SP.1) ingediend:
Motie SP.1 Duidelijkheid voor vreugdevuur Laak De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op woensdag 9 juli 2025 ter bespreking van Voorstel van het college inzake programmarekening 2024 (RIS321975). Constaterende, dat: • in de evaluatiebrief over de afgelopen jaarwisseling 2024-2025 wordt benoemd dat het college liever heeft dat de bouwers van het vreugdevuur in het Laakkwartier een alternatief zoeken; • zowel initiatiefnemers van het vreugdevuur in het Laakkwartier als de burgemeester aangeven dat het vreugdevuur tijdens de afgelopen jaarwisseling goed is verlopen. Overwegende, dat: • ook de burgemeester in de commissievergadering van 2 juli 2025 heeft aangegeven het er niet mee eens te zijn dat de vreugdevuren in het huidige coalitieakkoord ter discussie komen te staan; • de voorbereidingen voor de komende jaarwisseling na de zomer van start gaan en initiatiefnemers van vreugdevuren duidelijkheid willen hebben over waar ze aan toe zijn; • de vreugdevuren zorgen voor een centraal viermoment van de jaarwisseling en ervoor zorgen dat andere ongeregeldheden tijdens de jaarwisseling worden beperkt. 73
Verzoekt het college: • ook in aanloop naar de komende jaarwisseling een vergunning te verlenen aan de organisatoren van het vreugdevuur in het Laakkwartier wanneer zij zich aan de eerder afgesproken veiligheidsmaatregelen en andere afgesproken eisen houden. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door mevrouw Faïd en de heer Van den Bos, wordt de volgende motie (SP.2) ingediend:
Motie SP.2 Neem hordes weg voor wooncoöperaties De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op woensdag 9 juli 2025 ter bespreking van Voorstel van het college inzake programmarekening 2024 (RIS321975). Constaterende, dat: • het Stimuleringsplan Innovatieve Woonvormen uit 2024 het onderzoeken, ondersteunen en stimuleren van wooncoöperaties als prioriteit heeft bestempeld; • er sindsdien nog geen concreet initiatief voor een nieuwe Haagse wooncoöperatie van de grond is gekomen; • de uitdaging voor een belangrijk deel ligt in de zoektocht naar locaties, maar ook in de financiering; • het Rijk 40 miljoen beschikbaar stelt via een revolverend fonds voor wooncoöperaties, dat in het voorjaar van 2026 beschikbaar komt; • om toegang te krijgen tot dit fonds ook een zekere mate van professionalisering wordt gevraagd en er momenteel door kenniscentrum voor wooncoöperaties, Cooplink, gewerkt wordt aan een keurmerk voor wooncoöperaties in opdracht van BZK; • de provincie Zuid-Holland daarnaast een subsidieregeling heeft voor plankosten in de initiatieffase voor collectieve wooninitiatieven, die enkel kan worden aangevraagd als de initiatiefnemer een intentieverklaring van een grondeigenaar en van het college kan voorleggen; • de intentieverklaring aangeeft dat de gemeente meewerkt bij de uitvoering van een haalbaarheidsonderzoek door de initiatiefnemers naar de betreffende
locatie en deze locatie dus nog niet 100% definitief hoeft te zijn. Overwegende, dat: • we moeten voorkomen dat gemeenten die al langer aan de weg timmeren met het stimuleren van wooncoöperaties een groot deel van de beschikbare stimuleringsmiddelen zullen opsouperen en Haagse initiatieven achter het net vissen. Verzoekt het college: • niet alleen voortvarend te blijven werken aan de zoektocht naar geschikte locaties voor wooncoöperaties, maar ook initiatieven actief te ondersteunen in het behalen van de noodzakelijke kwaliteitseisen om aanspraak te maken op het landelijk leenfonds; • zodra er mogelijke locaties in beeld zijn voor wooncoöperaties, ruimhartig om te gaan met de verstrekking van intentieverklaringen ten behoeve van de provinciale subsidieregeling voor plankosten; • toewijzingscriteria voor locaties aan laten sluiten op het keurmerk voor wooncoöperaties, zoals door Cooplink zal worden geformuleerd; • de raad te informeren over de uitvoering van deze stappen. En gaat over tot de orde van de dag. 74
De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door mevrouw De Groot, wordt de volgende motie (SP.3) ingediend:
Motie SP.3 Tijdelijke ruimte voor parkeerplaatsen op de Binckhorst De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juli 2025, ter bespreking van Programmarekening 2024. Constaterende, dat: ▪ huurders van Binck City Park maandelijks 150 tot 400 euro betalen voor een inpandige parkeerplaats, en huurders van Binck Poort, waaronder sociale huurders, hier maandelijks 150 euro voor betalen; ▪ deze bewoners geen parkeervergunning kunnen krijgen, waardoor ze alleen bij de inpandige parkeerplaatsen hun auto kwijt kunnen; ▪ het openbaar vervoer in de Binckhorst slecht bereikbaar is, waardoor bewoners die niet in Den Haag of Voorburg werken vaak afhankelijk zijn van hun auto. Overwegende, dat: ▪ bewoners en de gemeente alleen goede prijsafspraken kunnen maken met verhuurders als zij een sterk drukmiddel hebben. Verzoekt het college: ▪ in samenspraak met bewoners van de Binckhorst ruimte te maken voor parkeerplaatsen in de wijk, zodat bewoners die nu afhankelijk zijn van te dure inpandige parkeerplaatsen een betaalbaar alternatief hebben, ▪ samen met de bewoners de onderhandeling aan te gaan met de verhuurders van te dure inpandige parkeerplaatsen, en de nieuwe parkeerplaatsen in de wijk niet op te heffen tot de inpandige parkeerplaatsen voor een redelijke prijs worden verhuurd. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging.
Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. Den Haag is een stad die gedragen wordt door haar mensen. Door de vrouwen in Zuidwest die elkaar helpen met taal en gezondheid, door jongeren in de Schilderswijk die via Streetsport, het Stagehuis en buurthuis De Mussen perspectief bieden aan elkaar en hun buurt, door makers op de Binckhorst die hard werken en banen scheppen, en door vrijwilligers bij de voedselbank in Moerwijk, die niet alleen voedsel uitdelen, maar mensen verder helpen wanneer dat nodig is. In al deze bewoners schuilt de kracht van Den Haag. En die kracht is hard nodig, want de uitdagingen in onze stad zijn groot: een wooncrisis, een samenleving die sneller en harder wordt, waardoor jongeren onder druk staan, en een gezonde, zekere toekomst die nog te vaak afhangt van wie je ouders zijn of waar je wieg stond. Maar Den Haag zit niet stil. We bouwen steeds meer betaalbare woningen, we ondersteunen bewoners bij het verduurzamen van hun huis en zetten ons in om armoede te bestrijden en schulden aan te pakken. Zo bouwen we aan een stad waarin bestaanszekerheid, kansengelijkheid en duurzaamheid hand in hand gaan. We zijn dan ook trots dat binnen deze coalitie sociale keuzes bovenaan staan. We zijn ook trots dat Den Haag de stap zet om mensen die vanuit de bijstand aan het werk gaan en binnen een halfjaar terugvallen, weer versneld toegang te geven tot een uitkering.
Zo verkleinen we de angst om te werken en maken we de stap naar werk kleiner. Maar elke Hagenees moet mee kunnen in de economie van de toekomst. Daarom is het zo belangrijk om onze technologische opleidingen ook verder te versterken, zodat inwoners zich kunnen voorbereiden op de banen van morgen en de kansen van de digitale economie kunnen pakken. Ook als het gaat om armoede en zorg moeten we alles uit de kast blijven halen om mensen te bereiken die nog 75
niet in beeld zijn bij de gemeente of zorginstellingen. Dat inwoners in onze stad niet naar de tandarts of de huisarts durven te gaan omdat ze bang zijn voor de kosten, of hun toeslagen niet durven aan te vragen vanwege de angst om ze terug te moeten betalen, is onacceptabel. Als gemeente moeten we alles doen om die drempels weg te nemen en het vertrouwen van mensen te winnen. Maar we zien ook dat de realiteit weerbarstig is, dat middelen op de plank blijven liggen door een gebrek aan uitvoeringcapaciteit, dat plannen in de wijken traag van de grond komen en dat hulp nog niet iedereen bereikt die het nodig heeft. Het kan en moet sneller. Het kan en moet beter. Dat is ook de realiteit achter de cijfers. Daar ligt onze opdracht. Voorzitter. Er is iets fundamenteels aan de hand in ons land. Terwijl we hier elke dag werken aan een stad waarin mensen vooruit kunnen komen, zien we een kabinet dat stap voor stap de sociale zekerheid afbreekt en de ongelijkheid vergroot. En we zien een radicaal-rechtse politiek oprukken die gemakzuchtig groepen tegen elkaar opzet, die mensen wegzet als probleem als ze niet in hun straatje passen en die onze samenleving wil versmallen tot 'eigen volk eerst'. Laten we er helder over zijn: dat is een risico voor alles waar we hier in Den Haag aan bouwen.
Want als we mensen tegen elkaar opzetten, verliezen we wat deze stad juist sterk maakt: de kracht van bewoners die elkaar helpen, de buurten die elkaar dragen, het geloof dat vooruitgang iets is wat we samen maken. Dat vraagt om duidelijke keuzes, juist nu. Niet voor polarisatie, maar voor de zekerheid dat we in deze stad niemand loslaten als het moeilijk wordt. Naar aanleiding van de behandeling van de Programmarekening heeft mijn fractie een aantal moties die ik snel en kort langs zal gaan. Allereerst de motie Zorg op maat in elke straat: verzoekt het college te onderzoeken op welke manier meer Zorgkamers gerealiseerd kunnen worden in Den Haag, en hierbij in te gaan op mogelijke locaties in wijken waar zorgmijding het meeste plaatsvindt. Deze is mede ingediend door collega's Holman en Baboeram.
De motie Mentale gezondheid jongeren: verzoekt het college een coördinerende rol op zich te nemen en in samenwerking met scholen, jongerenwerk en zorginstellingen te werken aan het structureel signaleren, monitoren en verbeteren van de mentale gezondheid van jongeren, zodat zij tijdig de juiste hulp en zorg kunnen krijgen, en de raad uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025 te informeren over de huidige inzet en interventies van betrokken partijen, inclusief een analyse van de mate waarin jongeren daadwerkelijk worden bereikt en deze inzet bijdraagt aan het verbeteren van hun mentale gezondheid. Deze is mede ingediend door collega Baboeram. U merkt al, deze motie kwam van mij en de vorige van mevrouw Holman. De voorzitter. Wat een zelfkennis! Samir Ahraui (PvdA). De volgende motie is Minder mondzorgmijding: verzoekt het college te onderzoeken op welke schaal mondzorgmijding plaatsvindt in Den Haag en welke oorzaken hieraan onderliggend zijn, hierbij na te gaan hoe de bestaande minimaregelingen voor mondzorg beter onder de aandacht gebracht kunnen worden bij de doelgroep, of er een groep is die ondanks de bestaande minimaregelingen voor mondzorg de tandarts mijdt, bijvoorbeeld door armoedeval, hoe mondzorg laagdrempeliger gemaakt kan worden voor inwoners met een laag inkomen die (net) geen recht op deze regelingen hebben.
Deze is mede ingediend door collega's Holman en Baboeram. De motie Versterk de Voedselbank, met het dictum: verzoekt het college in samenwerking met de Voedselbank te onderzoeken of de gemeentelijke dienstverlening op de voedselbanklocaties in Den Haag verbeterd kan worden, bijvoorbeeld door de inzet van de Helpdesk Geldzaken uit te breiden op meer locaties, zoals in de Voedselbank in Moerwijk. Deze is ook mede ingediend door collega's Holman en Baboeram. De motie Versterken onderwijs in vaardigheden van de toekomst: verzoekt het college samen met werkgevers en het onderwijsveld te verkennen wat er nodig is om technologische opleidingen te versterken, zodat deze beter aansluiten bij de ontwikkelingen in de Haagse economie en de digitale arbeidsmarkt, en de resultaten van deze verkenning uiterlijk in Q4 2025 met de raad te delen. Deze is mede ingediend door collega Butt. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). De laatste motie stelt dat we gebruik moeten maken van ICT en samenwerking, maar dat doen we toch al?
76
Samir Ahraui (PvdA). We hebben de afgelopen tijd als fractie best wel wat werkbezoeken gedaan. We zien dat de opleidingscapaciteit, onder andere bij Mondriaan, best wel knelt. Ik zou graag zien dat we samen met onderwijsinstellingen en andere stakeholders kijken waar er kansen liggen om te verruimen. Want we willen honderden, duizenden extra banen in die sector gaan creëren, maar dan moeten we er ook voor zorgen dat we zo veel mogelijk jongeren die eventueel die opleiding willen doen, ook de mogelijkheid geven om die opleiding te doen. Daar is de motie voor bedoeld. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Het is mij niet helemaal duidelijk wat dan extra is en niet, dus vandaar. Want of ze doen het al, of ze doen het niet goed. Het kan ook het tweede zijn. Maar in mijn beeld is dit al beleid. Samir Ahraui (PvdA). Het punt is dat mijn fractie het idee heeft dat we dit extra moeten versterken, omdat we zien dat er veel meer arbeidspotentieel is in onze stad dan we wellicht in opleiding kunnen bieden. Als we die transitie van die economie willen doormaken, is het broodnodig om daar extra op in te zetten. De voorzitter. Laatste keer, meneer Guernaoui. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Met deze toelichting dan ook in die motie - extra investeren, extra die kansen benutten, nog een stapje erbij - begrijp ik het ook en zou ik de motie ook kunnen steunen. Samir Ahraui (PvdA).
Prima, eens, maar ik zou ook wel nogmaals straks van het college willen horen welke stappen zij dan nu precies zetten. Want de opleidingscapaciteit knelt heel erg op dit moment. Dan kun je met elkaar overleggen wat je wil, maar dan heb je nog steeds jongeren die daar niet aan de slag kunnen. Fijn dat u de motie kunt steunen. Voorzitter. Ik kom tot het slot van mijn inbreng. Ik heb nog een vraag voor het college. Is het college bereid om in een brief aan de raad uiteen te zetten hoe het staat met de mogelijkheden en knelpunten rond de inzet van flexwoningen in Den Haag en welke lessen we daarbij ook zouden kunnen trekken uit andere gemeenten? We hebben hier vaker debatten over gevoerd met elkaar, maar het blijft nog heel erg onduidelijk waarom we het in Den Haag nog niet goed van de grond kunnen krijgen. De voorzitter. Door de heer Ahraui worden de volgende moties (PvdA.2 en PvdA.5) ingediend:
Motie PvdA.2 Mentale gezondheid jongeren De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juli 2025, ter bespreking van Programmarekening 2024. Constaterende, dat: ▪ steeds meer leerlingen kampen met mentale gezondheidsproblemen, zoals stress, angst, depressie en burn-out, die hun schoolprestaties, sociaal functioneren en persoonlijk welzijn negatief beïnvloeden; ▪ mentale gezondheid een cruciale factor is voor het succes van kinderen in het onderwijs, maar dat ondersteuning op dit gebied vaak onvoldoende beschikbaar is binnen de reguliere onderwijsstructuur; ▪ mentale gezondheidsproblemen vaak niet tijdig worden onderkend of behandeld, wat kan leiden tot langdurige problemen die de leerontwikkeling en het welzijn van jongeren verder ondermijnen. Overwegende, dat: ▪ het versterken van de mentale gezondheid van jongeren en het verhogen van de weerbaarheid essentieel zijn voor hun onderwijsresultaten en maatschappelijke participatie; 77
▪ ▪
scholen en jongerenwerkers een belangrijke rol spelen in het signaleren van mentale gezondheidsproblemen en het bieden van eerste hulp of doorverwijzing naar gespecialiseerde zorg; er verbeteringen nodig zijn in de samenwerking tussen scholen, jongerenwerk en geestelijke gezondheidszorg om de ondersteuning op het gebied van mentale gezondheid te verbeteren en jongeren snel door te verwijzen naar de juiste zorg.
Verzoekt het college: ▪ een coördinerende rol op zich te nemen en in samenwerking met scholen, jongerenwerk en zorginstellingen te werken aan het structureel signaleren, monitoren en verbeteren van de mentale gezondheid van jongeren, zodat zij tijdig de juiste hulp en zorg kunnen krijgen; ▪ de raad uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025 te informeren over de huidige inzet en interventies van betrokken partijen, inclusief een analyse van de mate waarin jongeren daadwerkelijk worden bereikt en deze inzet bijdraagt aan het verbeteren van hun mentale gezondheid. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie PvdA.5 Versterken onderwijs in vaardigheden van de toekomst De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juli 2025, ter bespreking van Programmarekening 2024. Constaterende, dat: ▪ de digitale transformatie in de samenleving steeds verder doorzet en er een groeiende behoefte is aan technologische vaardigheden zoals programmeren, data-analyse, digitale creativiteit, en cybersecurity; ▪ de technologische sector en digitale werkgelegenheid een belangrijke motor vormen voor de Haagse economie en dat de vraag naar digitaal vaardige arbeidskrachten de komende jaren alleen maar zal toenemen. Overwegende, dat: ▪ digitale geletterdheid essentieel is voor toekomstbestendige werkgelegenheid en de sociaaleconomische inclusie van jongeren; ▪ er een samenwerking nodig is tussen werkgevers, onderwijsinstellingen en de gemeente om de digitale en technologische opleidingen beter te laten aansluiten bij de actuele vraag vanuit de arbeidsmarkt en de Haagse economie; ▪ de gemeente een belangrijke rol kan spelen in het creëren van verbindingen tussen de onderwijssector en de werkgelegenheid om jongeren goed voor te bereiden op de banen van de toekomst.
Verzoekt het college: ▪ samen met werkgevers en het onderwijsveld te verkennen wat er nodig is om technologische opleidingen te versterken, zodat deze beter aansluiten bij de ontwikkelingen in de Haagse economie en de digitale arbeidsmarkt; ▪ de resultaten van deze verkenning uiterlijk in Q4 2025 met de raad te delen. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Ahraui, daartoe gesteund door mevrouw Holman, worden de volgende moties (PvdA.3, PvdA.4 en PvdA.6) ingediend:
78
Motie PvdA.3 Minder mondzorgmijding De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juli 2025, ter bespreking van Programmarekening 2024. Constaterende, dat: ▪ 64.000 Nederlanders met een laag inkomen de tandarts structureel mijdt vanwege financiële redenen; ▪ de helft van kinderen onder de vier jaar in de regio Haaglanden volgens de GGD niet naar de tandarts gaat, terwijl het melkgebit heel kwetsbaar is; ▪ problemen aan het gebit verergeren wanneer deze niet tijdig worden behandeld, met grote gevolgen voor de gezondheid van de rest van het lichaam. Overwegende, dat: ▪ ondanks de mogelijkheid om tandartskosten vergoed te krijgen via de bijzondere bijstand, de collectieve zorgverzekering of andere regelingen voor minima, mondzorgmijding nog steeds plaatsvindt onder mensen met een laag inkomen. Verzoekt het college: ▪ te onderzoeken op welke schaal mondzorgmijding plaatsvindt in Den Haag en welke oorzaken hieraan onderliggend zijn; ▪ hierbij na te gaan: o hoe de bestaande minimaregelingen voor mondzorg beter onder de aandacht gebracht kunnen worden bij de doelgroep; o of er een groep is die ondanks de bestaande minimaregelingen voor mondzorg de tandarts mijdt, bijvoorbeeld door armoedeval; o hoe mondzorg laagdrempeliger gemaakt kan worden voor inwoners met een laag inkomen die (net) geen recht op deze regelingen hebben. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie PvdA.4 Versterk de Voedselbank Indiener: Samir Ahraui (PvdA) De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juli, ter bespreking van Programmarekening 2024 Overwegende, dat: • het om uiteenlopende redenen voor veel mensen in armoede lastig is om voor ondersteuning aan de bel te trekken bij de gemeente; • de gemeente om deze reden met alle partners moet samenwerken en alle mogelijkheden zou moeten benutten om die afstand te verkleinen. Constaterende, dat: • honderden mensen zich landelijk bij de Voedselbank hebben gemeld vanwege positieve informatiecampagnes; • de gemeente actief inzet op het terugdringen van het niet-gebruik van inkomensregelingen; • de gemeente en de Voedselbank in Moerwijk succesvol hieraan bijdragen door medewerkers van de Helpdesk Geldzaken op locatie te laten helpen bij het aanvragen van inkomensondersteuning.
79
Verzoekt het college: • in samenwerking met de Voedselbank te onderzoeken of de gemeentelijke dienstverlening op de Voedselbanklocaties in Den Haag verbeterd kan worden, bijvoorbeeld door de inzet van de Helpdesk Geldzaken uit te breiden op meer locaties, zoals in de Voedselbank in Moerwijk. En gaat over tot de orde van de dag.
Motie PvdA.6 Zorg op maat in elke straat De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juli 2025, ter bespreking van Programmarekening 2024. Constaterende, dat: ▪ veel kwetsbare mensen, zoals mensen met een laag inkomen of die de Nederlandse taal niet spreken, een drempel ervaren om naar de huisarts te gaan; ▪ deze mensen vaak zorg mijden, waardoor hun bestaande klachten verergeren en hun zorg duurder wordt. Overwegende, dat: ▪ de Zorgkamer Zuidwest een succesvol initiatief is in Den Haag waar mensen terecht kunnen voor een gratis gezondheidscheck; ▪ de Zorgkamer Zuidwest in direct contact staat met de GGD waardoor mensen met gezondheidsproblemen snel doorverwezen kunnen worden en hiermee wordt voorkomen dat klachten verergeren. Verzoekt het college: ▪ te onderzoeken op welke manier meer Zorgkamers gerealiseerd kunnen worden in Den Haag; ▪ hierbij in te gaan op mogelijke locaties in wijken waar zorgmijding het meeste plaatsvindt. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. De Programmarekening 2024 laat zien dat onze stad volop in beweging is. Den Haag bouwt, vergroent en trekt nieuwe inwoners aan. Er is € 3,6 mld. uitgegeven en we sluiten het jaar af met een positief resultaat van bijna € 50 mln. Maar dat cijfer vertelt niet het hele verhaal.
Het zegt niets over de scheve stoeptegels in Loosduinen, de parkeerdruk in onder andere de Binckhorst of over de woningzoekenden die al jaren wachten op een plek om te wonen. Voor het CDA is 2024 een jaar waarin stappen zijn gezet, maar ook een jaar dat ons laat zien dat we er nog lang niet zijn. De tevredenheid van bewoners met hun wijk is in 2024 afgenomen. Dit speelt in kantelwijken zoals Nieuw Waldeck en Houtwijk, maar ook in delen van Escamp en Segbroek. Dit mag ons wakker schudden, want het begint bij de straat: rechte stoeptegels, een beetje groen en een veilige speeltuin. Maar het gaat verder dan dat. Ontmoetingsplekken, sociale samenhang en herkenbare buurtgezichten maken een wijk leefbaar. We blikken nu terug op 2024, maar juist dit signaal maakt ons alert op de komende begroting. We verwachten van het college dat het concrete plannen presenteert om de tevredenheid van bewoners in deze wijken te herstellen. Daar doen we het immers voor. Voorzitter. Het is positief dat er voortgang is om onze stad te verduurzamen voor de volgende generaties, maar het moet sneller, slimmer en vooral samen met de stad. Huiseigenaren en huurders lopen tegen muren van bureaucratie op, soms letterlijk.
De vleermuis beschermt de muur, waar wie beschermt de bewoner tegen tocht en hoge energiekosten? Het is goed nieuws dat er eindelijk een soort managementplan in zicht is, een punt dat wij al jaren agenderen. Maar het gaat om meer: om daadkracht en om het durven aanpassen of schrappen van regels die goed bedoeld zijn, maar slecht 80
uitpakken. Den Haag verdient een realistische, haalbare verduurzamingsaanpak die bewoners meeneemt en niet frustreert. Dan over ons bouwbeleid. In 2024 is er volop gebouwd aan projecten. Projecten zoals aan het Koningin Julianaplein, met grote aantallen nieuwe woningen, illustreren de ambitie van de stad. Ook in Zuidwest is stevig doorgepakt met gebiedsontwikkeling, al blijft het tempo daar soms achter. Het is positief dat er binnen het urgentieprogramma betaalbare woningbouw voortgang is geboekt. Tegelijkertijd laat de onderbesteding zien dat de uitvoering kwetsbaar blijft. Gelukkig dragen de wijkagenda's, waarin bewoners meedenken over hun buurt, bij aan meer eigenaarschap, iets wat het CDA essentieel vindt. Maar de kernvraag blijft: voor wie bouwen we? Voor het CDA is woningbouw meer dan stenen stapelen. Het gaat om gemeenschappen bouwen voor gezinnen, ouderen en jongeren. Wonen is geen solitaire activiteit, het is samenleven. Faciliteer daarom ook in 2025 andere woonvormen zoals knarrenhofjes en hofjeswoningen. Mijn collega De Groot zal daar bij de komende begroting ook op terugkomen. Dan naar mobiliteit. Het programma Mobiliteit sloot 2024 af met een overschot van € 14,7 mln. Dat lijkt positief. Maar wie onder de motorkap kijkt, ziet vooral stilstand. Het overschot is het gevolg van vertraging in de uitvoering van plannen. Juist daar wringt het.
Want als we kijken naar het mobiliteitsbeleid van het afgelopen jaar, kunnen we niet anders dan kritisch zijn. De plannen zijn er in overvloed, maar de uitvoering blijft achter. Intussen zijn de problemen in de stad heel concreet en voelbaar: parkeerdruk in bestaande wijken, stagnerende doorstroming en gebieden waar de bereikbaarheid structureel onder druk staat. Tegelijkertijd zien we dat het college blijft vasthouden aan beleidsconcepten die op papier fraai zijn, maar in de praktijk nauwelijks resultaat opleveren. Er wordt veel gesproken over nieuwe mobiliteitsoplossingen, maar bewoners merken daar simpelweg te weinig van. Er is te weinig regie, te veel vertraging. Voor het CDA staat bereikbaarheid niet in een beleidsstuk, maar in het dagelijks leven van mensen. Dat betekent op tijd op je werk kunnen zijn, bezoek kunnen ontvangen of gewoon je wijk goed kunnen verlaten. Dan mogen we meer verwachten dan alleen beleidsambitie. Daarom willen we dat er geleverd wordt. In 2024 is dat onvoldoende gebeurd. Neem de Binckhorst, een gebied waar Den Haag groeit, maar waar bewoners steeds vaker letterlijk vastlopen. In 2024 trokken zij zelf aan de bel met het initiatief Binckhorst in balans. Zij lieten zien wat velen in de stad voelen. Er wordt gebouwd, maar voorzieningen zoals parkeren en bereikbaarheid groeien niet mee.
Mobiliteitshubs en het HOV komen ooit, maar lossen vandaag niets op voor de huidige bewoners. Er komt een reactie van het college op de brief van bewoners en nog een Binckhorstdebat na het reces, maar het CDA wil dat we nu al wat doen richting de bewoners. Daarom dien ik mede namens collega De Groot en collega Dumoulin van de Haagse VVD de volgende motie in: verzoekt het college in kaart te brengen hoeveel bewoners van het totale aantal bewoners op de Binckhorst nu een auto heeft en in hoeverre de bestaande parkeervoorzieningen voorzien in een betaalbare parkeerplek, de huidige parkeernormen voor de Binckhorst te evalueren en te bespreken met de bewoners via het bestaande leefbaarheidsoverleg, en de uitkomsten van de evaluatie voorafgaand aan de programmabegroting met de raad te delen. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Maar de bewoners hebben toch allang aangegeven dat het huidige parkeerbeleid niet werkt? Waarom passen we dat niet direct aan via een mooie motie van het CDA? Kavish Partiman (CDA). Het CDA is nog altijd wel een voorstander van het goed onderbouwd te werk gaan. Iets lukraak aanpakken hoeft niet per definitie tot een oplossing te leiden. Daarom vragen we eerst om goed te weten wat daar speelt, hoeveel vergunningen daar nodig zijn en hoeveel vergunningen daar tot een oplossing zouden leiden, om vandaaruit verder te gaan naar een oplossing.
Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Dus het CDA onderkent het probleem, maar heeft nog geen oplossing? Kavish Partiman (CDA). Een oplossing verzin je niet zomaar ergens in een kamertje. Daar heb je gedegen onderzoek voor nodig, daar heb je onderliggende stukken voor nodig en daar heb je een goed 81
gesprek over nodig. Op basis daarvan kom je tot een oplossing. Je zou verwachten dat een oudwethouder dat ook wel snapt. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Ik verwacht van een ervaren raadslid, wat u bent, dat hij ook al die debatten hebt gevolgd. We hebben het hier al zó vaak over gehad, we hebben al zo veel vragen erover gesteld, en telkens doet dit college helemaal niks. Dan verwacht ik van een partij en een serieus raadslid zoals u dat u komt met een oplossing, zodat we het daarover kunnen hebben. Want dit zijn technische vragen. Die had u ook eerder kunnen stellen. Dus kom met een concrete oplossing, verander dat beleid daar, want het werkt niet. Kavish Partiman (CDA). Die concrete oplossing moet er komen. Daar werken we naartoe. Daarom ook deze motie, zodat we op een gedegen manier en conform de juiste stappen kunnen komen tot een oplossing die ook langdurig gaat werken. Die verzin je niet zomaar. De voorzitter. Meneer Partiman zet zijn betoog voort. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Dan wil ik gaan naar het parkeerterrein bij het Zwarte Pad, want dat parkeerterrein laat pijnlijk zien dat de praktijk uit het oog verloren is. Dit terrein is ooit ingericht om de parkeerdruk in de Scheveningse woonwijken te verlichten. Jarenlang functioneerde het als een afgesloten terrein met een slagboom.
Je reed erin, parkeerde en betaalde bij vertrek, net zoals je in een parkeergarage doet, simpel en logisch. Maar inmiddels zijn de slagbomen verdwenen en is het terrein opgenomen in het straatparkeerregime. Op zich hoeft dat ook geen probleem te zijn, maar dan gebeurt er iets geks. Er wordt daar het hoge straattarief gerekend. Dat is een tarief dat bedoeld is om parkeren te ontmoedigen. Laat dit even op u inwerken. We hebben het hier over een parkeerterrein. De naam zegt het al. En dan hanteren we daar een tarief om het parkeren tegen te gaan. Het kan aan mijn beperkt denkvermogen liggen, maar dit begrijp ik echt niet meer. Wat het CDA betreft, maken we dit terrein zeker buiten het hoogseizoen gewoon weer aantrekkelijk voor bezoekers, zodat mensen niet uitwijken naar woonwijken, maar hier hun auto kwijt kunnen als ze even willen uitwaaien of een hapje willen eten. Dat is goed voor de leefbaarheid én voor de ondernemers op het Zwarte Pad. Daarom dien ik de motie Parkeren in de winter in, waarin we het college verzoeken te onderzoeken hoe het parkeertarief op het Zwarte Pad buiten het zomerseizoen substantieel kan worden verlaagd. Zo doen we weer waar dit terrein voor bedoeld is: parkeren faciliteren.
Het dictum luidt als volgt: verzoekt het college te onderzoeken hoe het parkeertarief op het Zwarte Pad buiten het zomerseizoen substantieel kan worden verlaagd, daarbij expliciet te kijken naar een tarief dat het parkeren op het terrein aantrekkelijker maakt dan in de omliggende woonstraten, en de raad voor de programmabegroting 2026 te informeren over de uitkomsten en de te nemen stappen. Deze motie is medeondertekend door collega Peeck van de Haagse VVD. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik vroeg mij af of dit een budgetneutrale motie is. Kavish Partiman (CDA). Dit is een onderzoeksmotie. Ik wil weten welke stappen we kunnen nemen. Dan gaan we in de begroting kijken hoe we dat verder kunnen regelen. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Is het dan uw bedoeling om er in de begroting geld voor vrij te maken? Of moet het Zwarte Pad het ene deel van jaar dan opbrengen wat het andere deel in mindering wordt gebracht? Kavish Partiman (CDA). Ik vind deze benadering van collega De Vuyst wel heel erg flauw. Het gaat hier om een klein stukje, een parkeerterrein waar een parkeertarief wordt gehanteerd. Ik zeg niet 'maak het gratis'. Ik zeg ook niet 'maak het het hele jaar gratis'. Het programma Mobiliteit is een gigantisch programma. Er zit enorm veel geld in.
Dit kleine stukje, het tarief iets verlagen op een zeer klein stuk, zodat je ook gewoon recht doet aan het feit dat dat ding een parkeerterrein is, en daar flauw over gaan doen of het wel gedekt is of niet? Sorry, ik vind dit echt een heel rare benadering. De voorzitter. Meneer De Vuyst, laatste keer. 82
Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik vind het andersom een wat rare benadering. We hebben parkeergarages. Het is de bedoeling dat je daar bezoekers van Scheveningen naartoe brengt. Dit is nu betrokken bij het straatparkeren en is dan bedoeld voor de mensen in de wijk. Als je het goedkoper maakt, haal je dus ook die parkeercapaciteit weg. Dan gaan de bezoekers daar staan die je eigenlijk in de parkeergarages wil. Dus vandaar dat ik niet zo goed kan volgen wat het voorstel van de heer Partiman is. Kavish Partiman (CDA). Dit is een parkeerterrein dat achter het Zwarte Pad ligt. Daar zijn heel veel ondernemers op een stukje van het strand dat niet altijd even makkelijk bereikbaar is. Als je daar faciliteert, met name in de koudere maanden, dat mensen daarnaartoe kunnen rijden en hun auto kwijt kunnen tegen een schappelijk tarief, zodat ze niet in de woonwijken gaan staan, maak je daarmee zo veel mensen blij. De kosten zullen echt een druppel op een gloeiende plaat schelen op de begroting. Voorzitter. Dan naar sport: wat ons betreft gebeurt er op dit programmaonderdeel veel moois, maar dat zal u niet verbazen. Een stad bouw je niet alleen met stenen, maar ook met sportvelden, verenigingen en vrijwilligers. Sport is dé manier om je thuis te voelen, vooral als je nieuw bent in de stad. Gelukkig zien we dat er hier al heel veel op wordt ingezet.
Toch denken we dat er met name bij nieuwe bewoners nog kansen liggen. Daarom dien ik mede namens collega Standhardt, die woordvoerder is op dit onderdeel in de commissie, de motie Klaar voor de start in. We verzoeken het college om sportverenigingen zichtbaarder te maken voor nieuwe inwoners. Zo verlagen we de drempel om mee te doen en bouwen we aan verbinding. Het dictum luidt als volgt: verzoekt het college in het welkomstpakket voor nieuwe inwoners te verwijzen naar de mogelijkheden om lid te worden van sportverenigingen in Den Haag, te onderzoeken of er een webpagina kan worden gemaakt met een overzicht van alle Haagse sportverenigingen, waar in het welkomstpakket naar kan worden verwezen, te faciliteren om nieuwe inwoners laagdrempelig kennis te laten maken met sportverenigingen naar keuze, bijvoorbeeld door middel van een strippenkaart, en de raad te informeren op welke wijze dit laagdrempelig en effectief kan plaatsvinden. Tot slot. De cijfers mogen dan zwart op wit staan, de echte balans van een jaar maak je op in de wijken, in hoe mensen zich voelen in hun straat, of ze hun gemeente kunnen bereiken als er iets stuk is, of ze merken dat het beleid verschil maakt. Het CDA kijkt terug op een jaar waarin er stappen zijn gezet, maar waarin ook duidelijk werd dat veel uitdagingen blijven bestaan.
Wij kiezen voor buurten waar de basis op orde is, voor bouwen aan gemeenschappen in plaats van alleen aan stenen, en voor een gemeente die zich dienstbaar opstelt. We willen geen stad waar mensen naast elkaar wonen, maar met elkaar samenleven. Dat begint met het kleine: een goed gesprek in de sportkantine, een kind dat meedoet op school, een stoeptegel die recht ligt en voldoende voorzieningen. Dus er is werk aan de winkel. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik vroeg me af of de heer Partiman wist dat sinds 2024 alle gemeenteambtenaren op 5 mei vrij zijn. Kavish Partiman (CDA). Ja, dat is toch prachtig? Maarten De Vuyst (GroenLinks). En dat daarmee de vraag die hij mij stelde, beantwoord is. Dus dat is al geregeld. Dus we kunnen nu door naar Keti Koti, wilde ik maar zeggen. Kavish Partiman (CDA). Ik snap dat het een drukke dag is en de heer De Vuyst een heleboel interrupties pleegt, maar volgens verwart hij mij met de heer Guernaoui. Want meneer Guernaoui had het over 5 mei. Ik heb daar niets over gezegd. Maar het is u vergeven. De voorzitter. Dat is een prachtig stichtelijk woord aan het eind. Door de heer Partiman wordt de volgende motie (CDA.1) ingediend:
83
Motie CDA.1 Klaar voor de start De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juli 2025, ter bespreking van programmarekening 2024 Overwegende, dat: ▪ sportverenigingen een makkelijke en leuke manier zijn om stadsgenoten te ontmoeten en je thuis te voelen in de Den Haag; ▪ sport een belangrijke bijdrage levert aan de fysieke en mentale gezondheid van inwoners; ▪ deelname aan sportverenigingen bijdraagt aan maatschappelijke participatie en het versterken van het sociale netwerk. Constaterende, dat: ▪ Den Haag veel sportverenigingen kent; ▪ in sommige wijken al een pilot loopt met een strippenkaart, waarmee je verschillende sporten kunt uitproberen; ▪ nieuwe bewoners van Den Haag bij inschrijving een welkomstpakket van de gemeente ontvangen. Verzoekt het college: ▪ in het welkomstpakket voor nieuwe inwoners te verwijzen naar de mogelijkheden om lid te worden van sportverenigingen in Den Haag; ▪ te onderzoeken of er een webpagina kan worden gemaakt met een overzicht van alle Haagse sportverenigingen, waar in het welkomstpakket naar kan worden verwezen; ▪ te faciliteren om nieuwe inwoners laagdrempelig kennis te laten maken met sportverenigingen naar keuze, bijvoorbeeld door middel van een strippenkaart; ▪ de raad te informeren op welke wijze dit laagdrempelig en effectief kan plaatsvinden. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter.
Door de heer Partiman, daartoe gesteund door mevrouw De Groot en de heer Dumoulin, wordt de volgende motie (CDA.2) ingediend:
Motie CDA.2 Mobiliteitsoplossingen voor huidige bewoners Binckhorst De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 9 juli 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Programmarekening 2024 (RIS321975) Constaterende dat: • bewoners in Binckhorst aan de bel hebben getrokken vanwege de problemen met parkeren en bereikbaarheid; • bewoners zelf het initiatief hebben genomen voor Binckhorst in Balans, met voorstellen om ook op korte termijn oplossingen te realiseren; • het college heeft toegezegd een brief te sturen aan de bewoners met een reactie op de voorstellen. Overwegende dat: • het realiseren van meer woningen hand in hand moet gaan met voldoende voorzieningen, waaronder ook parkeervoorzieningen en bereikbaarheid; • we moeten voorkomen dat achteraf na het bouwen van woningen blijkt dat er niet meer genoeg plek of financiering over blijft voor voorzieningen zoals parkeervoorzieningen; 84