CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322974 Bijlage 3 - Bloemlezing - Ontwapend inzicht in wapenproblematiek onder jongeren

Commissie Bestuur 1 oktober 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Veiligheidsdebat39.871 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bij ons is het wel vooral uit sociaal zwakkere families, voorbeelden van broertjes die al criminele activiteiten doen en dat ze meegaan.

Ik merk ook dat het vaak ook gaat om jongeren die weinig regels krijgen en weinig toezicht krijgen.

We zien nu ook veel bij jongeren die geconfronteerd worden met gescheiden ouders waarbij het ouderlijk toezicht en het moeten verkeren tussen twee milieus en soms perioden hebben van geen beschikbare ouder wel een rol speelt.

Bij problematische jongeren is de thuissituatie vaak zorgwekkend. En dan zijn er nog broertjes en zusjes bij en die kijken naar hun broer of zus die hen verzorgen en de broertjes en zusjes gaan daarin mee. De volgende dient zich dan alweer aan.

In klassen zie ik ook dat de leraren gemogen willen worden, ze moeten juist grenzen stellen en duidelijk zijn.

Er zijn ook ouders die hun kinderen zeg maar aanraden om wapens te dragen. Het ligt ook aan de opvoeding. Er zijn ouders die helemaal niets om hun kinderen geven.

Misschien zijn ouders soms ook de oorzaak van het probleem, maar die komen vast niet op een voorlichtingsavond.

Als ouders het moeilijk vinden heb je liever een groot conflict tussen ouder en kind, in plaats van een dood kind of een kind in de gevangenis.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

53

F.2 Groepsdruk en beïnvloeding De jongeren zelf zetten andere jongeren in om drugs of wapens te vervoeren.

Eén van de redenen is ook die hele status én de ­gevoeligheid van de tienerbreinen als het gaat om erkenning rond leeftijdsgenoten.

Jongeren dragen wapens om stoer te doen. Het valt mij vooral op dat die jongeren die niet vanwege wapens of steekwapens geplaatst zijn in zorginstellingen, nieuwsgierig worden en zo beïnvloeden die jongeren elkaar onwijs.

Het beïnvloeden en aansteken van elkaar door verhalen gebeurt ook in de wijk, de buurt waar je in opgroeit en in zorginstellingen.

Ook speelt groepsdruk.

Veel jongeren hebben een onrealistisch beeld van wapenbezit van andere jongeren.

Het wantrouwen tussen de burger en overheid, onder andere door armoede en gebrek aan perspectief, leidt ertoe dat jongeren in hun omgeving naar respect gaan zoeken.

Jongeren willen stoer doen.

Jongeren ontlenen hun status aan het dragen van een vuurwapen.

Het dragen van een wapen geeft een stukje aanzien dat ze nergens anders ervaren, ook van hun ouders niet.

Soms zijn het echt nog gewoon kinderen, maar wanneer ze met andere jongeren in contact komen en elkaar gaan overtroeven verdwijnt dat.

Het bezitten en tonen van een vuurwapen werkt statusverhogend. Dit geldt ook voor het online tonen.

Bij ons is oorzaak van het probleem ook heel vaak kopieergedrag. Dat zie je met vuurwerkacties, maar ook Europees [voetbal gerelateerd] gezien.

Er is een groep jongeren die wapens draagt omdat het ‘sexy’ is, net als dat je een hoodie draagt en een bepaalde soort schoenen aantrekt.

Daarnaast denk ik dat het zo ligt, als je het grote probleem aanpakt, dan ligt het bij jeugdgroepen, groepsgedrag en problematieken die we al jaar en dag kennen.

Er zit een rand jongeren om heen die niet per se wordt bedreigd, maar het cool vinden om een mes te dragen.

F.3 Behoefte aan status en erkenning Ook alles met het online gebeuren. Het is geen goede reclame, want iedereen heeft het over status.

Als je kijkt naar het huidige tijdsbeeld, dan denk je er wordt een ongelooflijke druk op deze gastjes gezet, of je presteert of je hoort er niet bij.

Die status zit ‘m inderdaad in het totaalpakket.

Ik heb ook het idee dat het hele stukje status is. Ik bedoel, je kan voor 1.000 euro klusjes doen. Je gaat dan met je status omhoog op de ladder.

Ik denk ook dat het stukje status een punt is, maar ook de uitbuiting.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

54

Ook diegenen in de middenlaag laten zich verleiden, want je moet ook status vergaren.

Als je ziet wat voor auto’s ze rijden en wat voor status dat oplevert, dan is die wereld daardoor ook nog aantrekkelijk. Dat gaat veel verder dan alleen de criminele activiteiten an sich, maar ook het perspectief van de kinderen en jeugdigen uit het gebied. Dan wil je allemaal wel een BMW of een Mercedes onder je kont en dat gebeurt ook in die wijken en dat is ook allemaal zichtbaar dat dat gebeurt.

Er spelen ook andere motieven bij jongeren uit rijkere gezinnen een rol, niet alleen vanwege het geld, maar ook dat status op een andere manier afgemeten wordt misschien. Dat corrigerende mechanismes misschien sterker aanwezig zijn.

Met een wapen hoor je er ook een beetje bij.

Het zijn vooral jonge jongens die worden gerekruteerd.

Je hebt schulden. Je hebt gedacht dat je wel die drugs of die sigaretten massaal aan kon pakken, totdat je iets terug moest doen. Daarvoor word je weer onder druk gezet.

Noem het de uitbuiting van vooral de jongere gastjes in het criminele circuit. Ik bedoel, kijk naar de uithalers.

Het gaat om jonge aanwas. Het zijn basisschool­­ leerlingen, groep 7/8, en er is denk ik ook een verschuiving van de c­ riminelen die daar misbruik van maken.

Ronselen moet gewoon mensenhandel genoemd worden. Niets meer niets minder. We moeten dingen gaan benoemen. We laten dingen veel te lang op een beloop.

F.5 Straatcultuur Het hebben van een wapen geeft een bepaalde status. Culturele achtergrond, maar ook de cultuur binnen de eigen groep binnen hun eigen omgeving. Speelt ook wel een beetje van waarom doen deze jongeren dat allemaal? Dat is voor een deel ook wel een beetje indruk maken, deels ook pure dommigheid in mijn beleving.

Het is een optelsom van. Peergroup, een bepaalde vriendengroep, je wordt beïnvloed, weinig perspectief met school, leer- en arbeidsmarkt, een bepaald straatgedrag.

Het is gewoon stoerdoenerij.

Jongeren dragen volgens mij wapens voor status.

Messen worden gebruikt om onderlinge boetes, voor bijvoorbeeld iets te lang of te kort kijken, af te dwingen.

Op de middelbare school kende ik iemand die een uitschuif mes mee had. Om stoer te doen. Die persoon had minder aansluiting met de groep.

In de criminele wereld is een wapen een instrument waarmee je iets kunt bereiken.

F.4 Uitbuiting

Bij jongeren die uit dit soort gezinnen komen, zien we vaak dat er hechtingsproblematiek of -stoornissen zijn ontstaan. De verbinding met thuis is weggevaagd, dus ze gaan op straat die contacten aan. De straatgroep wordt hun tweede familie.

Kijkende naar dat jongeren steeds meer in opdracht werken, dat stukje rond uitbuiting, wordt steeds meer inzichtelijk dat en wanneer sprake is van dwang bij jonge daders.

Een jongen van 12 heeft weer een aantal gasten boven zich die hem aansturen.

Kijk die cultuur in het algemeen is gewoon te scherp. En sociale media gooien daar een schepje bovenop.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

55

In sommige wijken zitten groeperingen waar je als jongerenwerker toch wel twee keer nadenkt of je gevoelige informatie deelt of niet, en daar moeten we ook begrip voor hebben. De context is ook van belang.

Gaat vaak om rivaliteit tussen groepen en met wapens zijn ze beter voorbereid misschien.

F.6 De aan- en afwezigheid van negatieve en positieve rolmodellen In het westen van Den Haag speelt de problematiek van wapens ook veel.

Er zit nog een ander element in, wat wij ook merken en wat het Openbaar Ministerie en Politie ook merken, is dat het voor jongeren aantrekkelijk lijkt, maar op het moment dat de eerste stap op het criminele pad is gezet, is het heel lastig om nog terug te gaan. Dus daarmee is het criminele pad opgaan niet altijd meer een hele bewuste positieve keuze, maar je bent ook gevangen in het systeem en je bent ook onderdeel van het systeem. Wat ook heel bedreigend kan zijn. Bedreigend om eruit te stappen.

Een behandeling of begeleiding via het strafrecht kan soms niet worden uitgevoerd in de praktijk omdat jongeren niet in bepaalde delen van een stad kunnen of ‘mogen’ komen.

Op het moment dat dit gedrag geaccepteerd gaat worden, van ´ja we kunnen er niets aan doen´, dan wint de straat.

Jongeren missen vaak een rolmodel.

Slechte rolmodellen zijn echt een probleem, soms zie je echt jonge kinderen al met een (nep)wapen, het is echt het stoer willen doen, erbij willen horen.

Ze hebben geen rolmodel.

De rolmodellen van jongeren zijn tegenwoordig niet inspirerend genoeg; ze verheerlijken geweld en negatieve invloeden.

Het gebrek aan goede rolmodellen en de verheerlijking van geweld in de muziek dragen bij aan het normaliseren van wapengebruik.

Ze hebben geen rolmodellen, dus die gasten leren van elkaar.

In bepaalde culturen is het, tenminste dat denk ik, normaler om een wapen te dragen. Om een beetje machogedrag te tonen. Meer dan wij gewend zijn.

Het zijn jongeren die denken de noodzaak te zien om wapens te dragen. Om te overleven. Dat is gewoon de kring, cultuurtje waarin zij zitten. En dan die drillrap.

Als je echt in een kring zit waar messen worden gedragen dan ga je ook niet zeggen, jongens zullen we de messen wegdoen.

Jongeren zullen niet zomaar stoppen met messen bij zich dragen. Ze moeten wel. Je kan moeilijk een stap terug doen in een omgeving waar messen worden gedragen.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

56

G. Het bereiken van de doelgroep en aansluiten op de leefwereld lukt onvoldoende Iets voor elkaar krijgen bij jongeren in deze doelgroep is erg moeilijk.

Het is moeilijker om degenen die jongeren bewapenen vanuit de georganiseerde criminaliteit te bereiken, maar hier liggen belangrijke kansen voor preventie en strafrechtelijke interventies.

Soms sla je de plank wel eens mis door de verkeerde mensen te gebruiken om op de leefwereld aan te sluiten.

Ik zie heel veel dingen gebeuren met mensen die totaal geen raakvlakken hebben met de straat waarin ze zich bewegen en die totaal geen binding hebben met de wijkcoach.

Wij als jeugdboa´s proberen zo min mogelijk repressief op te treden. Dus als we acties doen voor wapens, dan gaan wij als boa’s niet mee, omdat we juist die link willen hebben met die groep. Dus als wij alleen maar repressief gaan optreden, ja dan raken wij ons ook hun lijntje kwijt.

Het bereiken van de doelgroep is een knelpunt, de doelgroep zelf is best wel een blinde vlek.

We zijn onvoldoende in contact met de doelgroep waardoor we geen goede hulp kunnen bieden, dat moet namelijk preventiever.

We hebben nul zicht op hoeveel jongens die zich in totaal bezighouden met drugscriminaliteit, en of ze in lichtere of zwaardere delicten zitten.

Het is allemaal leuk dat we praten over de doelgroep, maar we praten er niet echt mee. We kunnen jongens helpen, maar in hoeverre zitten zij er al in, zijn ze al een keer veroordeeld of staan ze op het randje? We slingeren allerlei aannames en theorieën de wereld in waar deze gastjes totaal geen boodschap aan hebben. Ik zie dat we als beroepsgroep niet in staat zijn om ons te kunnen inleven in de doelgroepen. De overheid haalt het jongerenwerk van de straat af, ze sluiten buurthuizen, allemaal van dat populistische geneuzel van ‘ja, ja, maar dat worden broeinesten’. Bullshit.

Je krijg een grote discussie als je het alleen doet bij slechtere wijken.

Ik heb gemerkt dat je heel dicht op de verbinding tussen jongeren onderling en jongeren en professionals moet interveniëren. Doordat deze verbindingen vermoeilijkt zijn en nog steeds vermoeilijken, is dat wel een knelpunt, risicofactor, in de aanpak daarvan.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

57

H. De mogelijkheid tot (snel) geld verdienen In de Regio Rotterdam zien wij de relatie tussen wapenbezit en -gebruik en het financiële gewin van kinderen. In de leeftijd van 11, 12 jaar worden jongere kinderen bedreigd en met behulp van QR-codes worden financiële transacties gedaan.

Er is een duidelijke link tussen er financieel beter van worden en het gebruiken of dragen van wapen hiervoor.

Ouders die leven in armoede zijn vaak niet in staat om effectief op te voeden vanwege overlevingsstress, wat kan leiden tot een stap naar criminaliteit. Jongeren zien hierin perspectief en ook geld om hun ouders mee te helpen.

Geld kunnen verdienen met wapengebruik in plaats van dat een jongere dus een paar uur per dag bij de Jumbo kan werken voor een paar euro per uur.

Jongere zeggen letterlijk ook soms tegen politie ‘ik verdien meer dan jij’. Ze kunnen echt in korte tijd een paar honderd euro verdienen en soms wel meer. Dat maakt dat andere baantjes niet meer aantrekkelijk zijn.

Financieel gezien, het financiële aspect eraan is aantrekkelijk. De kans die ze geboden krijgen.

Er zijn bedragen die zeker worden uitgekeerd, dan zijn er ook jongens die terugkomen. Dat is succeservaring.

Er wordt €500 beloofd of €1.000 en op het moment dat de betaling gedaan moet worden dan zeggen ze ‘oké je hebt nu stap 1, op het moment dat je stap 3 doet, dan krijg je €3.000’. Als je dat dan doet, dan merken ze dat jij echt een grote stoere jongen bent. Op het moment dat je dat geld bij mij komt halen dan ga je het op een gegeven moment wel krijgen. Schrik je daarvan af, ja dan is het makkelijk en sta je met lege handen.

Arm en rijk is ontzettend ver uit elkaar gegaan. Wij komen in woningen waar geeneens een vloer ligt, waar geen gordijnen zijn, waar geen eten is. Dan is geld thuisbrengen gewoon handig, dat vinden ouders verder ook prima, die vragen er niet naar [waar het geld vandaan komt].

Uit de achtergrond komt vaker terug dat de financiële situatie niet goed is en de kinderen ouders niet willen belasten met extra geldzorgen.

Jongeren zijn onder andere door lage begaafdheid of niet volgroeide hersenen, sneller geneigd naar geld. Andere jongeren zijn juist goed in het ronselen daarvan.

Als je kijkt naar wat voor bedragen daarin omgaan als het gaat om het uithalen of om het plaatsen van een bom dat is excessief en dat verdien je nooit terug met een bijbaantje bij de Albert Heijn. Daar moet je jaren voor werken.

De gewilde merkkleding dat haal je allemaal niet met een Albert Heijn loontje en waarschijnlijk kunnen mensen uit rijkere gezinnen dat wel betalen en die uit de achterstandswijken niet. Dus die komen dan op een andere manier aan geld, maar dat weet ik niet hoor, dat is mijn visie.

Op Telegram bieden ze gewoon klussen aan. Je kan voor €2.000 iemand neersteken of bedreigen of weet ik het wat je allemaal kan doen. Je hebt geld.

Volgens mij, los van de sociale omgeving, is het snelle geld ook, tenminste wat ik hoor, wat aantrekkelijk is.

En misschien ook geld verdienen, een klein klusje doen.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

58

Wij herkennen het signaal en de behoefte van jongeren om makkelijk geld te willen verdienen; de telefoons die gekocht moeten worden en alle dingen die je wil hebben om erbij te horen.

Als je geen geld hebt lijkt het mij heel aantrekkelijk om snel geld te verdienen.

Als je een kans geeft om te ontsnappen aan die armoede, dan lijkt het me wel dat ze die gaan pakken.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

59

I. De overloop tussen slachtofferschap en daderschap Slachtofferschap, je ziet dat jongeren die vaker slachtoffer zijn geworden van een straatroof of een mishandeling uiteindelijk zelf ook wapen dragend zijn. Dat slachtofferschap overgaat in daderschap.

Een jongere kan een dader worden op het moment dat h ­ ij/ zij zich gaat verdedigen en denkt aangevallen te worden met een mes.

Het is heel cliché om te zeggen, maar 70% is zelf slachtoffer geweest. Het wapenbezit of gebruik geeft jezelf een veilig gevoel, macht en de angst die je had leg je weg bij een ander.

Dit gaat over slachtoffers, niet over daders. Slachtoffers die ook potentieel dader zouden kunnen zijn.

Van veiligheid in eigen hand willen hebben, gaan jongeren heel erg snel in een soort rol waar je vanuit veiligheid een wapen bij je hebt richting een dader.

Straatcultuur, slachtofferschap en daderschap liggen heel dicht bij elkaar. Verdachte en slachtoffer hadden ook andersom kunnen zijn.

Ik denk dat anderen mij eerder steken dan ik hen, ook al zou ik een mes bij mij hebben, dus dan ben ik sowieso al dood.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

60

J. Belemmeringen binnen de keten De vele instanties die hiermee aan het werk zijn, hebben allemaal goede intenties, maar weten vaak van elkaars bestaan niet.

We zijn afhankelijk binnen onze scholen, dat is ook een onderwerp dat in de MBO Raad naar voren komt, van meldingsbereidheid van met name de klas en buiten de klas. Dat lukt de ene school beter dan de andere school. Het heeft te maken met volwassenheid op dat gebied.

Als je het hebt over goede publiek-private samenwerking dan is het ook fijn als daar ook vanuit de overheid op doorgezet wordt. Er gaat veel aandacht naar repressie, te weinig preventie. Commercie van scholen zit in de weg. Kluiscontroles zijn niet gewild. Enerzijds willen scholen wel een convenant, meer informatie delen, maar bij de oproep tot een pilot met vijf probleemrijke scholen trekt iedereen zich terug. Bang voor imagoschade. Interventies hebben effect op veiligheidsgevoelens.

Scholen vinden het enorm lastig om de rolbeschrijving van politie in het schoolveiligheidsplan op te nemen, want dan gaan leerlingen naar m’n buurman toe.

Oorzaak voor huidige problemen komt door de versplintering en decentralisatie in de zorg en het sociale domein, dus een oproep om die integrale samenwerking aan te gaan.

De politie is heel erg bezig op wapenbezit, maar loopt hier heel erg op achter en heeft hier de opsporingsmiddelen niet voor. Wettelijk zitten er zoveel haakjes en oogjes aan. Ze zitten in Telegram, maar dat mag dan ook weer niet.

Los van meldingsbereidheid is er ook onduidelijkheid over waar men kan melden.

De complexiteiten in onze maatschappij, die komen ook bij de scholen binnen. Ook personeelstekorten. Dus een van de worstelingen die scholen hebben: we hebben een burgerschapsrol, we helpen leerlingen om een goed burger te worden, maar welk onderwerp pakken we bij de kop? Seksualiteit, drugsgebruik, leren budgetteren. Er zijn zo ontzettend veel onderwerpen, daar zit een worsteling voor het onderwijs, wat prioriteer je en hoe doe je dat dan?

Lage aangiftebereidheid leidt tot onderschatting van het probleem en vertraagt preventieve maatregelen.

Ik denk wel dat we een hoop stuk aan het praten zijn, al een aantal jaar. En dat er geen alternatieven komen.

Veel persoonlijke aandacht voor de doelgroep ontbreekt. De zorg kan niet geleverd worden.

Sowieso dat de hele zorg naar de gemeente is gegaan. Daar hebben we het al een beetje spannend mee gemaakt, want niet in elke gemeente hebben we de juiste mensen zitten.

Er is aanzienlijke variatie in toegang tot zorg voor jongeren, afhankelijk van de regio of provincie waar ze wonen.

Je schuift als Rijksoverheid een hoop naar de gemeenten, maar is een gemeente wel capabel?

Hoe signaleren wij [jeugdartsen] beter? Hoe signaleren we beter op scholen? Daar is grote behoefte aan.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

61

De criminaliteit loopt altijd twee stappen voor op het beleid. Criminaliteit hoeft gewoon niet te conformeren aan een wet. Heeft geen enkele kadering of regelgeving. Dus op het moment dat je die interventie niet snel kan toepassen, loop je altijd achter.

Dat geldt ook voor de opsporing. Je komt op een gegeven moment in een domein terecht waar je bevoegdheden nodig hebt om bepaalde dingen te kunnen doen.

Enkele scholen zijn hardnekkig en willen niet meedenken om de schoolveiligheid omhoog te brengen. Die scholen hebben wel leerlingen en die jongeren zijn 8 uur lang in hun gebouw.

We zien heel vaak de koppeling met civiele problematiek. Dus dat iemand verdachte is in strafrechtland, maar dat daarnaast ook al onderzoeken zijn gedaan door de Raad voor de Kinderbescherming, er sprake is van ondertoezichtstelling, een voogd, eenoudergezinnen, meerdere kinderen van verschillende vaders waarbij de oudere kinderen minder aandacht krijgen. Dus die zijn op straat.

Waar zit de wetgeving in de weg bij jongeren op het goede spoor brengen of houden? Dat is een goede vraag.

Voor de politie heeft het geen aandacht en zij schrikken ook niet van het aantreffen van een wapen.

Zolang je alleen maar blijft inzetten op partijen die dit probleem bezien als een verdienmodel of die dit bezien als mogelijk een subsidie toegankelijkheid, ja dan gaat het fout. Er moet een hart zitten.

We hebben een geprioriteerde groep en er wordt dan gezegd er zijn 1 of 2 wapens in omloop en die zouden in een scooterbuddy zitten, maar dan zien we nergens die scooter of iets wat erop lijkt dus dan zegt het OM ook ja, we hebben natuurlijk geen bevoegdheid om zomaar iedere buddy open te trekken.

Er wordt regeldruk bij scholen neergelegd.

Belachelijk dat het zo lang kan duren. Iedereen vindt het allemaal zo erg, maar vervolgens doen ze er zo lang over.

Jeugdgevangenissen verergeren problemen door jongeren in ergere klimaten te plaatsen.

J.1 Opsporing, sanctionering en opvolging We straffen licht waardoor gedrag niet verandert.

Lagere straffen voor wapenbezit verminderen de afschrikkende werking.

Jeugdgevangenissen zijn ook echt broeinesten van geweld en criminaliteit.

Natuurlijk moet maatwerk altijd mogelijk zijn, maar we kennen nu in onze eenheid al verschillen in handelwijze waarbij in de stad X als daar de jongere wordt betrapt met een wapen er direct een dagvaarding wordt uitgereikt, maar als hij toevallig uit Y of Z komt, blijft het bij een waarschuwing.

Ze staan zo weer op straat.

De strafmaat is laag.

Als je iets wilt melden zijn de drempels heel hoog om iets te bereiken.

Toch werkt de grote strafmaat voor een deel van deze groep helemaal niet en dat komt ook uit de context waarin je werkt of leeft.

We hopen dat het straffen voor de daders van excessief geweld werkt en we moeten nog zien hoe het uitwerkt, dat is toch echt iets van het laatste jaar, de laatste twee jaar.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

62

Vaak moeten jongeren lang wachten tot de straf en (verplichte) hulpverlening of iets dergelijks is opgelegd. Hierdoor zit je nog lange tijd in dezelfde context als waarin het eerder fout is gegaan.

De strafrechtketen [politie, OM en strafafhandeling] werkt niet. Politie en OM kunnen nog zo snel handelen, als vervolgens iemand lang moet wachten op de strafuitvoering die ook geen impact heeft, werkt dit niet.

De directe consequenties van straffen hebben meer zin dan strengere straffen. De bereikbaarheid en de mate van straffen is op dit moment onvoldoende.

Jeugdgevangenissen werken vaak averechts.

Wachttijden in de juridische keten vertragen het signaal naar jongeren dat hun gedrag onaanvaardbaar is.

Ik denk dat in de keten dat er best wel moeilijkheden spelen in de zin van de opvolging.

We zien hier in Amsterdam ook wel echt jongens die met schorsende voorwaarden weer buiten staan. En ook wel meerdere keren zeg maar overschrijden in voorwaarden.

Op het moment dat een jongere een feit heeft gepleegd en niet direct lik op stuk krijgt, heeft het dus niet dusdanig afschrikkende werking dat ze zich dan gedeisd houden, ze gaan gewoon in de tussentijd tot ze ooit een maatregel opgelegd krijgen ermee verder.

We hebben qua inzet wel de last onder dwangsom voor gevaarlijke voorwerpen, alleen tegen de tijd dat er een last onder dwangsom ligt zijn er alweer een aantal weken voorbij. En dat is misschien ook niet een hele afschrikkende sanctie.

Als je iemand met bijvoorbeeld LVB-problematiek niet direct opvolging geeft, dan snappen ze het ook niet helemaal. Dan gaan de gesprekken ook rond van ‘ik heb maar dit [straf of sanctie] voor dat [type overtreding] gekregen of helemaal niks, of ik krijg nog een tweede, derde kans’.

Binnen een reclasseringsmaatregel is het soms wachten tot de juiste persoon wordt gekoppeld en duurt de opvolging soms te lang waardoor jongeren ook ruimte krijgen om in die tijd allerlei nieuwe delicten te plegen waar niemand regie op heeft.

Gelukkig is de strafmaat ook groot, dus dat werkt afschrikwekkend zou je zeggen.

Als bijvoorbeeld deze jongeren opgepakt worden en toch een dag later weer worden teruggebracht en niet strafrechtelijk vervolgd. Ja, dan krijgen andere jongeren op het terrein hier lucht van en gaan de volgende week weer twee anderen.

Sommige jongeren zijn meer onder de indruk als je ze raakt in hun status, op hun bezit zoals dure kleding. Oftewel: Afpakken door het OM. Dit kan echter alleen als je als straf een boete oplegt als straf. Aangezien dit niet passend is voor vuurwapenbezit kan afpakken nu niet. Dit terwijl de impact hiervan waarschijnlijk veel effectiever is.

Zaken van wapenbezit zijn simpele ZSM-zaken, hierdoor ontbreekt vaak informatie en is er geen oog voor de achtergrond van een persoon.

J.2 Lange wachtlijsten en capaciteitsproblemen Het niet voldoende beschikbaar zijn van schoolfaciliteiten voor kinderen die wachten op plaatsingen of begeleiding bij het onderwijs. Dat maakt dat jongeren die al in een kwetsbare situatie zitten en niet-gewenste contacten hebben, niks in de weg hebben staan om daar mee door te gaan. Dat versterkt het probleem.

Een wijkagent kan niet meer zonder agenda door de wijk fietsen, is van incident naar incident naar incident, dus die ogen en oren functie ben je aan het verliezen.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

63

De aanwezigheid en het effect van wijkagenten worden belemmerd door een gebrek aan tijd en overmatige incidenten.

Er is naar mijn idee echt te weinig van dit soort mensen [jongerenwerkers en straatcoaches] beschikbaar. In ieder geval voor een gedeelte echte risicojongeren.

Jongerenwerkers zijn ondervertegenwoordigd.

Ik denk dat het wel bekende gedoe met de wachtlijsten en personeelstekorten overal dat dat momenteel wel zorgt dat er niet meer bovenop wordt gezeten.

Kennis van regelgeving en kennis van hoe om te gaan met jongeren met LVB is een uitdaging. Door de ontwikkelingen zijn veel mensen weggegaan. De ervaring als het gaat om kennis, professionaliteit en vakmanschap is weggegaan.

Er is een hele grote druk op maatschappelijke zorg bij risicojongeren. Dit speelt op heel veel vlakken zoals mentale problematiek en wapengeweld.

Een knelpunt dat ik bij het jongerenwerk zie is de personele doorloop. Een jongerenwerker die vandaag aangenomen wordt, werkt volgend jaar ergens anders.

Het heeft ook te maken met wachtlijsten. Jongeren met geestelijke problematiek moeten een half jaar of langer wachten voordat ze geholpen kunnen worden. Dat verergert de situatie vaak.

De plaatsingsproblematiek is echt ongelooflijk triest en heel zorgelijk. Juist bij dit soort jongeren wordt het gedrag dan steeds lastiger en dan uiteindelijk kunnen we nergens met ze terecht.

Verderop in de keten, als iemand al in voorlopige hechtenis zit, is de plaatsingsproblematiek ook voelbaar. Heel vaak komt er tussendoor een jeugdraadkamer [elke 30 dagen], waarbij men kijkt of het mogelijk is iemand onder voorwaarden te schorsen. Voorwaarden als plaatsing in begeleid wonen o.i.d. en dat lukt dan vaak niet vanwege wachtlijsten wat leidt tot langere in voorlopige hechtenis in een DJI. Dit wil je niet voor een jongere. Het zou helpen als de wachtlijstproblematiek voor deze zwaardere doelgroep wat soepeler loopt.

We kunnen geen goede hulp bieden, dat begint al bij psychische hulp, maar daar zijn hele lange wachtlijsten, dus dat zijn grotere dingen die hieraan voorafgaan.

Er zijn erg lange wachtlijsten voor de hulp kan worden aangeboden.

Je merkt dat de VSO-scholen nokkievol zitten. Dat betekent dat er jongeren op de wachtlijsten staan die dus geen uitzicht hebben.

Ik heb alleen niet de illusie, dat met de capaciteit die er nu beschikbaar is, dat we dat allemaal gaan bereiken.

Ik denk dat het ook best wel een groot maatschappelijk probleem is dat we met personeelstekorten zitten. Vind maar eens de juiste mensen op de juiste plek.

Het duurt lang voordat er hulpverlening is geregeld als je dat nodig hebt. Ik heb daar ook last van gehad. Mensen komen voor hulp en dan moeten ze alsnog een jaar lang wachten. Of als iemand van school af wordt getrapt en een nieuwe school nodig heeft en dan ook nog lang moeten wachten voor hulp.

J.3 Obstakels voor het jongerenwerk Het moet niet meer zo zijn, dat jij in dit postcodegebied woont om vervolgens niet meer de hulp daar te kunnen krijgen, weer uit de hulp wordt gegooid, en weer op een wachtlijst komt te staan.

Jongerenwerkers moeten ook wel eens nadenken over hun eigen veiligheid. Soms moeten ze ook iets niet delen voor hun eigen veiligheid.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

64

Jongerenwerkers weten vaak wel heel veel, maar ze durven het niet altijd te delen, ook soms vanwege hun eigen veiligheid.

Er zijn geen werkers meer op straat. In ieder geval in mijn stad is dat nihil. Het zijn allemaal mensen die werken op targets, op KPI´s, op kind-contacten, op dit, op dat.

Er zijn veel jongerenwerkers die willen, politieagenten die willen, maar ze hebben de tijd, middelen, wettelijke bevoegdheid en deskundigheid er niet voor.

Jongerenwerkers zijn altijd onder bezet.

Ik denk wel dat jongerenwerkers heel goed ingezet worden en een meerwaarde hebben in de verbinding met die jongeren. Het is alleen dat ze het lastig vinden om hun kennis te delen, omdat ze bang zijn dat hierdoor hun relatie met die jongeren verstoord wordt.

De ouderen in de omgeving zien het niet, of weten niet hoe ze er mee moeten gaan. Geen handelingsperspectief eigenlijk, dus jongeren zelf hebben dat ook niet.

Er zijn heel veel ouders die niet weten waar ze heen moeten met hun zorgen of problemen.

Deskundigheid en handelingsverlegenheid ontbreekt bij jongerenwerkers én scholen.

Bestuurlijke middelen en expertise ontbreken om in te grijpen in de onlinewereld.

Het zijn altijd dezelfde partijen die terugkomen en zeggen het probleem te gaan oplossen en geen millimeter voor mekaar boksen.

Er is sprake van een handelingsverlegenheid. Dat zien wij steeds vaker voorbijkomen. Doordat jongerenwerkers vuur- of steekwapenbezit niet melden, geef je eigenlijk ook een signaal af van het is normaal hier.

Er zit juist heel veel kennis bij jongerenwerkers over wat er speelt en hoe je dit anders zou kunnen aanpakken, daar maken we onvoldoende gebruik van.

Ik denk dat jongerenwerkers heel veel weten, maar niet delen met hun partners.

Jongerenwerkers melden ook heel veel niet, omdat ze hun vertrouwensband met de jongeren niet willen kwijtraken.

J.4 Handelingsverlegenheid Zijn onze medewerkers, docenten, handelingsbekwaam genoeg? Handelingsbereid? Geven we daar genoeg voorlichting op/in. Tot en met ook het weerbaar maken van onze medewerkers. Hoe om te gaan met?

Handelingsverlegenheid zit hem in het gebrek aan signalering. Als je het hebt over LVB dan heb je daar wel bepaalde skills en tools voor nodig om dat te kunnen signaleren.

De leraren weten niet hoe ze de jongeren in de hand moeten houden. Als je dit niet tijdig begrenst, dat is misschien in het verlengde ervan dat er ook allerlei andere verleidingen komen waar de jongeren dan maar gewoon op inspringen. Waaronder wapens en jeugdgroepen omdat het dan interessant kan zijn.

Er is sprake van handelingsverlegenheid bij leraren. Hoe kun je het best reageren op grensoverschrijdend gedrag? Dat wordt niet altijd makkelijk gevonden.

J.5 Gebrek aan (effectieve) (integrale) samenwerking tussen organisaties Politie kan het niet alleen.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

65

De aansluiting met veiligheidshuizen is in veel convenanten niet het geval. Daar zijn soms aparte afspraken mee, dat is een hekeldingetje.

Wie heeft de regie om die integrale aanpak op gang te brengen?

J.5.1 Gegevensdeling Het samenwerken in de aanpak van jeugdgroepen is erg moeilijk.

Er is gebrek aan informatie-uitwisseling tussen instanties, waardoor effectieve strategieën niet worden gedeeld.

Gebrek aan effectieve samenwerking belemmert de aanpak van problemen.

Volgens de data is vroegsignalering heel belangrijk, maar aanpak daarvan is lastig. De jongeren komen pas in beeld als ze zijn afgegleden, dus hoe kom je aan de voorkant. Dit is waarschijnlijk weer het knelpunt van de informatiedeling.

Onvoldoende samenwerking tussen zorg en veiligheid belemmert de hulp aan jongeren, ook om dat broertje en zusje te helpen.

De afstemming is een knelpunt: dat niet altijd de juiste zorg wordt ingezet.

Heel veel instanties hebben goede bedoelingen, maar iedereen wil uit eigen potjes werken en daardoor gaat veel langs elkaar heen. De integrale aanpak mist.

Integraliteit en gezamenlijk belang is een knelpunt. Zolang er scholen zijn die niet mee willen werken, werk je niet (samen) aan het onderliggende probleem.

Een grote uitdaging is ook om elkaar te vinden. Het is soms al lastig om als verschillende disciplines in dezelfde gemeente elkaar te vinden en doen moet je ook nog eens naar verschillende disciplines van andere gemeentes. Dat is gewoon lastig. Dat zou wel moeten, zeker met de randgemeentes. En ik weet dat we daarin ook wel op zoek zijn, maar dat is nog best lastig.

Er worden maatschappelijke problemen op zo’n schoolbestuur of organisatie gelegd en de scholen hebben er ook wel degelijk hulp bij nodig van experts. De ene school is daar beter in dan de andere, omdat de contacten beter zijn.

We leggen constant de problemen neer bij de doelgroep, maar wat is er veranderd in onze wereld, in de professionele wereld? Wat doen wij niet goed ten opzichte van dit?

Gegevensuitwisseling is een knelpunt. Soms weet men elkaar wel te vinden, maar mag je niet zomaar uitwisselen.

Samenwerking en gegevensdeling zijn knelpunten.

Hartstikke mooi een convenant, maar dan lopen we weer tegen privacy aan. Dat is ook iets waar we vaak tegenaan lopen en wordt vaak achter geschuild. Vanwege privacy mogen we dingen niet delen, resultaat: kind dood. Zelfmoord.

Het probleem is tweeledig, het gaat om lokaal werken en de landelijke samenwerking. Lokaal hebben het sociaal domein en de veiligheidspartijen andere doelstellingen en dat zorgt voor een lastige samenwerking. De AVG is hierbij een oorzaak, niemand weet concreet wat het inhoudt.

Het probleem is dat je gewoon niet alles mag delen met elkaar, ook niet qua convenanten, maar we maken wel gebruik van convenanten.

We zitten met de privacywetgeving, daar lopen wij overal tegen aan. Je mag niet alles delen met alle partijen.

Aan de preventiekant de signalen van de vroegsignalering goed weg kunnen zetten, om dat te mogen en kunnen doen. Dat is een uitdaging tussen sociaal en veiligheidsdomein, tussen zorg en veiligheid. Daar heb je een convenant voor nodig, dat is nog wel een uitdaging.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

66

De gegevensdeling onderling is een knelpunt, ik denk dat we daarmee grote stappen kunnen maken.

AVG en privacywetgeving belemmeren. Hierdoor weten we simpelweg niet om wie het gaat en staan we niet goed in contact met de doelgroep.

Er is behoefte aan heldere data, gegevens zijn er te weinig om effectief in te kunnen zetten. Het is lastig een beeld te schetsen, want veel data is niet openbaar.

Ik heb regelmatig de vraag over wat kan op het gebied van gegevensverwerking bij ons gesteld intern. Dat het best wel een klus is ook voor de eenheid Rotterdam om dat goed voor elkaar te krijgen.

De AVG biedt mogelijkheden. ‘Als het de veiligheid aan gaat, dan mogen gegevens gedeeld worden’, je kan gebruik maken van die regel. Het is wel mogelijk, maar je moet het durven gebruiken en heel veel mensen weten het niet.

We merken dat veel van onze professionals, met name de mensen die werken in het sociaal domein, soms ook onbekend zijn met de mogelijkheden wat wel kan. Privacywetgeving wekt in Nederland soms de indruk dat alles beperkt is. Dat gaat ook om enerzijds wettelijke mogelijkheden, anderzijds formele grondslagen die wij ook kunnen regelen in een convenant of anderszins samenwerkingsafspraken.

J.5.2 Over regionale grenzen heen Een zekere gesloten instelling hier in de regio is vaak op het nieuws geweest met allerlei problemen, maar wat we ook vaak zien de laatste jaren is dat daar omheen een heel netwerk zit van allerlei andere vormen die zich bezighoudt met uitbuiting en criminaliteit en dat houdt zich absoluut niet aan de grenzen van gemeenten en zelfs niet van provincies.

Deze groepen houden zich namelijk niet aan geografische grenzen zoals wij dat in onze professie soms wel doen.

Bij steden die een bepaalde regionale aantrekkingskracht hebben, is er meer geweld. Daar komen vaak externe groepen die zich meer manifesteren in zo’n uitgaansgebied. Op het moment dat je voor je eigen regio die functie hebt, dan is het een stuk minder dan dat je een grotere aantrekkingskracht hebt.

Men maakt soms naar ons idee misbruik van het feit dat die wijk- en gemeentegrenzen er zijn en daardoor ook uit het zicht komt van soms de jeugdboa’s of de wijkagenten, maar wel actief is in de buurt van gemeenten.

Wij zien ook dat de jeugdgroepen verplaatsen, dus wij nemen nu ook al wel actie op de vrijdagavond omdat we zien dat die groepen zich dan ook al verzamelen.

Kijk, dit is op basis van de verhalen die we onderling delen, dit is geen absolute waarheid wat ik nu zeg. Maar gewoon als ik onze collega´s en adviseurs spreek, dan zien we dat de jongeren handig gebruik weten te maken van het feit dat er gemeentegrenzen zijn.

We zien ook wel dat ze over de brug gaan naar Capelle en dan verhuist er weer iemand en dan heb je ook al die groepen weer die dan met elkaar ruzies gaan zoeken.

Er kunnen criminele activiteiten in de buurt­gemeenten plaatsvinden wat heel aantrekkelijk kan zijn voor jeugdgroepen.

De fluïditeit van de groepen maken aanpakken van het probleem lastig. De ene groep verandert veel sneller dan een andere groep, het houdt niet op bij gemeentegrenzen. Een groepsaanpak die je nu formuleert, is over een aantal weken alweer verouderd. Dat is iets wat ik heb gezien en wat de aankomende tijd alleen maar meer wordt.

Als je een concrete begrenzing had: dit is het gebied, scholen, politie, hebben dezelfde begrenzing en houden zich aan dit gebied. Deze ongelukkige samenwerking waar partijen naar elkaar kijken; jij bent verantwoordelijk en jij zal iets moeten doen, dat is niet helpend. Dus als je het hebt over belemmeringen, hebben we het over een goede systeembelemmering.

De problematiek is gemeente grensoverschrijdend.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

67

K. Ontoereikend instrumentarium en gebrek aan effectieve interventiemogelijkheden Ook veel campagnes of juridische zaken, leveren eigenlijk helemaal niks op.

Er ligt een wetsvoorstel [messenverbod], maar deze is nu al heel lang on hold gezet, maar wij [de werkgroep] zijn daar wel voorstander van. Zolang die wet er niet komt, is het gewoon heel moeilijk handhaven.

De bestuursrechtelijke middelen om wapenaanpak tegen te gaan zijn beperkt.

Fysieke winkels handhaven het verkoopverbod streng, maar zij voelen zich wel in de steek gelaten door de overheid omdat de toegezegde wettelijke bevestiging hiervan steeds maar niet doorkomt.

GVI vraagt een enorme intensieve aanpak, individueel maatwerk, maar hopelijk kansrijk. Omdat we ondervinden dat jongeren eigenlijk er ook wel zelf uit willen stappen, maar dat heel lastig vinden.

De messen die jongeren gebruiken zijn (nu nog) gewoon legaal, het is moeilijk daarop te handhaven zolang er geen messenverbod is.

Er wordt lokaal gezocht naar oplossingen, dit is erg moeilijk.

Campagnes om wapens in te leveren werken averechts.

Ik heb wel het vermoeden dat een wetsvoorstel voor een messenverbod niet alles oplost, het helpt wel met de handhaving, maar niet alle winkels verbieden de verkoop.

De wapeninleveracties zijn zoldermodellen, het leidt niet echt naar de wapens die je uit de stad wilt hebben en sommige jongeren gaan ook echt niet zomaar zelf hun wapen inleveren.

Een last onder dwangsom maakt niet heel veel impact.

De last onder dwangsom viel onder jongeren, ouders en professionals niet in de smaak.

Ik denk dat wat ik zelf mis in de bestuurlijke aanpak is dat als je eenmaal aan de voorkant zit, waarvan ik denk dat wij dat in X best aardig doen, je weinig alternatieven tot je beschikking hebt.

Onze eigen bestuurlijke maatregelen als burgmeester schieten tekort of zijn kortdurend, dus daarmee kunnen we nooit structurele maatregelen tot stand brengen.

De stok achter de deur die we als burgemeester soms hebben, maar dat is wel een zwaar middel natuurlijk, is een huisverbod opleggen. Of andere dwangmaatregelen, maar die zijn beperkt.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

68

L. Overig Het profiel van ook veel 23-minners is vaak gelinkt aan de drugswereld.

Nee. Je hoort wel eens wat, maar niet vanuit mijn eigen omgeving. Bijvoorbeeld dat er in de stad X wel eens iets gebeurt. Is een beetje een andere wereld.

Veel pubergedrag waardoor ze juist een tegenovergestelde beweging maken.

Heb je zelf wel eens een wapen gedragen of ken je iemand die wapens draagt? Ik ken wel vrienden die wapens dragen.

Er zijn drie groepen wapenbezitters en degenen die het wapen alleen bezitten zijn niet het probleem, maar wel zij die wapens dragen en gebruiken.

Op de basisschool heb ik mij wel zorgen gemaakt. Daar was een jongen met een wapen. Hij liet op het schoolplein een mes zien, omdat hij vond dat hij gepest werd. We zijn toen naar de directeur gerend. Hij is toen een tijdje van school gestuurd en mocht niet mee op kamp. Dat is denk ik de enige keer dat ik te maken heb gehad met een wapen. Maar verder zijn dat niet echt het type jongeren waarmee ik sowieso omga in mijn vriendenkring. Dus, nee, ik maak me er niet heel erg zorgen om.

Nooit zelf gedragen.

Nooit zelf gedragen. Wel eens een zakmes als sleutelhanger gehad. Maar niet direct geassocieerd als een wapen. Er is verschil tussen een zakmes voor tijdens vakantie takje snijden en zakmes met slechte intentie. Ligt aan de context.

Kom er niet mee in contact.

Ja, als je net neergestoken bent en je ligt in het ziekenhuis, dan zou ik niet heel blij worden van: laten we even praten over wapens.

Als je net gestoken bent, heb je geen zin om voorlichting te krijgen. Geen zin om dat allemaal te moeten doen.

Heb je je wel eens zorgen gemaakt over wapens bij jongeren? Ja, daar maak ik mij wel eens zorgen over.

Ik heb mij als jongere nooit echt zorgen gemaakt over wapens bij jongeren.

Het heeft geen invloed in mijn dagelijks leven.

Wel van bewust.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

69

Ambitie en gewenste situatie

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

70

A. Besef van de weerbarstigheid van het probleem We moeten onszelf beseffen dat we misschien wel een periode van een decennia nodig hebben willen we verandering aanbrengen.

Ik denk ook dat we met name de oorzaak, het feit dat je met een wapen op zak loopt op straat, moeten aanpakken en elkaar in staat moeten stellen om ieder wat extra’s te doen.

De aanpak van het probleem wapens bij jongeren vergt een aanpak die meer moet zijn dan bestuurlijk of justitieel instrumentarium. Je moet naar de dieperliggende oorzaak en die is hardnekkig.

Je moet gaan investeren. En dat je niet moet gaan denken aan kortetermijnoplossingen, dan gaat het ´m niet worden.

Het vraagt tijd en een heel lange adem en veel aandacht geven, maar ik denk dat je dat uiteindelijk ook moet gaan doen: gewoon aandacht geven aan de jongeren waarom lopen ze er mee en dan maak je volgens mij ook wel een slag.

We moeten niet denken ‘we moeten zoveel mogelijk’, maar iedere individu die we kunnen helpen is al een mooie stap.

Je einddoel, ik heb laatst geleerd dat je doel zo idealistisch mogelijk moet zijn. Dus geen wapens meer onder jongeren, dat dat je inzet zou moeten zijn. Dat ga je nooit halen, dat snap ik ook, maar daar zouden we wel naar moeten streven.

Ik denk als we op elkaar kunnen rekenen en als we allemaal 1 à 2 stapjes extra zetten op dit specifiek fenomeen dat we een stukje dichter komen bij die ambitie. Maar dat vraagt natuurlijk wel van alle partijen, zowel lokaal als landelijk, dat je daar je commitment aan geeft en dat je de stap naar voren durft te zetten.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

71

B. Wapens en wapengeweld denormaliseren Ik denk dat een doel op zich moet zijn om de normalisatie weg te vagen.

Ik denk dat de normalisatie, de denkwijze veranderen een hele goede stap is.

Het minder maken of weghalen van wapens is een utopie. Het gaat over de norm. Het doel is bereikt als we de norm weer op niveau krijgen dat we beseffen vanuit ons intrinsieke gevoel dat het niet normaal is om een mes op zak te dragen of een vuurwapen of iets dergelijks.

Ik heb zoveel filmpjes voorbij zien komen van winkelcentra waar ze elkaar te lijf gaan. Waar gewoon de kinderen tussendoor lopen en de bejaarden lopen er ook met rollators, ja dat moeten we proberen te voorkomen.

Uiteindelijk is het goed om die norm te stellen. Dus die norm staat wel verankerd in het Wetboek van Strafrecht, maar die norm moet natuurlijk veel meer maatschappelijk gaan leven.

Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met de waarden en normen uit te dragen.

Ik denk dat ook een doel moet zijn om het mesgebruik en mes dragen te denormaliseren. Doordat het vaak in het nieuws voorbij komt staan mensen er minder bij stil en zijn we het normaal gaan vinden, terwijl het niet normaal is. Als we er als maatschappij niet zo ongevoelig voor raken en we meer sociale controle bereiken ontmoedig je het wel, denk ik.

Een gewenste situatie is de denormalisatie van het dragen van wapens.

Er moet gefocust worden op het ontkrachten van de ­normalisatie daar kan het verschil gemaakt worden voor de volgende generaties.

Het lange termijn doel is ook het denormaliseren van wapens.

Uit de samenleving moet een signaal komen dat we wapenbezit niet accepteren.

Ze moeten op sociale media gaan handhaven op wapens. Je kan nu ook geen pistool meer krijgen als emoji. Dat is nu een waterpistool geworden.

We moeten landelijk steviger duidelijk maken dat het probleem van het hebben van een vuurwapen echt een fout signaal is. En goed uitdragen dat wij, als land, op zo’n signaal heel stevig reageren en dat dat is om te beschermen.

Wat ik jammer vind, is dat als we het over wapens hebben het normaal is geworden. Het is onderdeel geworden van de maatschappij. Daar moeten we van af.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

72

C. De beschikbaarheid en verkrijgbaarheid van wapens indammen Het zou denk ik fijn zijn als de drempel hoger wordt om aan een wapen te komen.

Ik denk dat je veel meer moet kijken naar de ­verkrijgbaarheid van wapens.

Het doel moet niet zijn om alle wapens uit de handel te halen, want de groep die wapens mooi en leuk vindt, ga je anders niet bereiken.

Op het moment dat je een wapen draagt maakt dat de kans heel veel groter dat je het gebruikt dan wanneer je het niet draagt. Hetzelfde geldt voor het hebben van een wapen. Dus in de kern, als je het echt in de kiem wil smoren, wil je ze ook niet hebben.

Ik denk dat je iets moet doen aan het beperken van het aanbod, en ik denk ook dat je dan ons [gemeenten] mag vragen om gerichter met die doelgroep aan de slag te gaan om ook de jongeren die dit dan doen, om daar iets extra’s op te doen.

Ja, er moeten regels voor komen om dat [aanbiedingen van wapens via sociale media] te kunnen verbieden.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

73

D. Bereiken van de doelgroep en aansluiten op de (leefwereld van) jongeren Breng jongeren niet alleen mediawijsheid bij [hoe ga ik om met sociale media?] maar ook wapenwijsheid. Gebruik hiervoor materialen van bijvoorbeeld HALT.

Je moet mensen die hun taal spreken ook laten langsgaan, want dat heeft meer impact dan iemand van de gemeente die langsgaat.

Het zou helpend zijn als de interventies meer aansluiten op de leefwereld van de betrokkenen.

Het gesprek aangaan met jongeren die vastzitten in de criminaliteit op een strategische, anonieme en laagdrempelige manier.

Het verbieden van agressieve content op sociale media ­kan een effectieve manier zijn om de druk op jongeren te verminderen.

Als jongerenwerkers aangeven dat sociale media een zwart gat is en niet weten of zicht hebben op wat daar gebeurt, dan zie ik ruimte voor verbetering. Dan mag ik hopen dat ze zich in de settings en de regels en de werking van platformen gaan verdiepen. Hier is in potentie een enorme winst te behalen, als dit nog niet gebeurt, maar dat betwijfel ik.

Waar het mij om gaat, ga de wijken in, kijk wat er nodig is. Zorg dat de campagne effect heeft, maar ook ­uitgevoerd kan worden.

Je sluit aan bij de belevingswereld van de jongere. Je wil op een goede manier aansluiten.

Als je jongeren centraal stelt en kijkt wat die nodig hebben en dat als vertrekpunt zou nemen, is de aanpak veel effectiever.

We moeten het gesprek met jongeren zelf blijven voeren. Ons verdiepen in de belevingswereld van jongeren, de doelgroep en dat in een heel vroeg stadium al. Als je in het veld werkt of veel met jongeren bezig bent, dan moet je je ook echt in hun leefwereld verdiepen. Je hebt een verantwoordelijkheid om daar meer van te snappen.

Ambtenaren moeten weten over wie ze schrijven. Ervaringsdeskundigen zijn goed in hun werk omdat ze weten waar ze het over hebben. De werelden begrijpen elkaar niet en dat zou nog wel eens kunnen helpen.

Online is belangrijk, maar offline zijn er ook nog heel veel momenten waar ze elkaar ontmoeten en beïnvloedbaar zijn.

Er is wel te differentiëren in verschillende groepen en dat vraagt straks ook wel wat van de aanpak. Dat de groep die in de georganiseerde criminaliteit rondwaart, is een heel andere groep dan de groep die in het uitgaansgeweld wapens gebruikt of anderszins zich bewapent of degene die een explosief gebruikt.

Persoonlijke begeleiding van jongeren in hun eigen taal.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

74

Het moeten mensen zijn die de straat begrijpen. De mensen die ook daadwerkelijk de taal van de jongeren snappen. Maar ik denk dat die op de straat heel veel met die gasten kunnen doen en ondernemen zonder dat ze juist in die problemen komen.

Qua nazorg hebben we in de medische wereld maatschappelijk werk, maar nog steeds heb ik het idee dat we de slachtoffers van wapengeweld niet bereiken. Het helpt allemaal niks. Daar zou ik over na willen denken.

Bij de jongeren zelf denk ik dat het heel belangrijk is om daarmee in gesprek te gaan.

Wij moeten als overheid gaan thermometeren: wat zijn zaken die leven en wat kom eraan? We weten dat er een verkiezingsuitslag komt, laten we vast gaan kijken wat er gebeurt als de PVV de grootste wordt.

Ik denk dat de basis gewoon bij de basisbehoeften van de mens ligt, waarbij echt dingen moeten aansluiten bij ook de belevingswereld en waar de jongeren zich in bevinden, wat ze ook doen na school.

We moeten veel meer bewegen vanuit het idee wat is nou interessant voor die jongens, waarmee verliezen zij geen status als zij deelnemen aan projecten voor ons.

Buurtwerkers die ermee aan de gang gaan waar die jongeren daadwerkelijk iets aan hebben. En waar ze zich ook door begrepen voelen. Die kan wel zeggen ‘ik begrijp waar je vandaan komt, met welke problematiek je te maken hebt’ en die komen in die hoofden terecht.

De jongeren toch gewoon een op een gaan aanspreken en uiteindelijk ook vragen waarom draag je dat wapen en wat is er dan aan de hand?

De leeftijdscategorieën zijn niet in één lijn, ook gaat het iedere keer over verschillende wapens [messen, explosieven, vuurwapens]. We moeten dit eerst kaderen.

Gesprek met jongeren aangaan is van belang.

Hoe zet ik vanuit de doelgroep een beïnvloedingsactie in elkaar die het gebruik van wapens in deze cultuur weer veroordeelt? Dat lukt niet op een conventionele manier.

Wil je volgens mij een verandering inbrengen, dan zou je echt moeten gaan denken hoe bereik ik de jongeren?

Laten we nou ook gaan inzetten, en dat is mijn heftige pleidooi, op partijen die daadwerkelijk jongeren bereiken. Niet op partijen die beschrijven hoe ze dat willen gaan doen. Nee, evidence based.

Als je zegt wat wil je bereiken, is dat weer even terug naar de kern. Uiteindelijk gaat het erom dat we jongeren kennen en dat jongeren zich gekend voelen, en zo voor elk individueel weer het goede spoor te vinden of daarop te blijven. Als je afpelt van, je kunt heel veel met wet- en regelgeving allerlei maatregelen nemen, maar in de kern gaat het daarom en daarmee kun je het verschil maken.

Ik heb echt wel met nare jongens gewerkt. En op het moment dat je ze kan beïnvloeden, dat je bij ze komt, dat je in hun koppie kan komen, kan je wat veranderen. Op het moment dat je dat van buitenaf doet en de pretentie hebt dat je het beter weet dan hen, word je hun vijand.

Ik denk ook wel dat je misschien met je gerichte aanpak, dat je niet weet wie je mist. Dus je moet zorgen dat je je doelgroep goed in kaart kan brengen.

Interventies moeten bereikbaarder worden voor jongeren.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

75

Als je een campagne doet, landelijk, het kan wel overkoepelen, maar het moet wel gericht zijn op dat gebied. Je kan niet dezelfde poster in Rotterdam hangen als in Den Bosch. Dat spreekt niet aan. Je moet wel mensen hebben die de jongeren ook aanspreken. Niet een over de datum gangster willen inhuren voor je campagne.

Ik vroeg me af in welke mate we de jongeren zelf erbij kunnen betrekken om uit te vinden hoe kijken zij er zelf naar en welke interventies zouden dan geschikt zijn die wel aanslaan zonder dat we meteen in een heel zorgspectrum of strafrechtelijke traject komen.

Aandacht voor LVB. Er zijn ongelofelijk veel LVB-jongeren die onder de doelgroep behoren. De juiste interventie bij de juiste jongeren, ik vind het heel belangrijk dat dat ook voldoende aandacht krijgt.

Een stukje educatie. Op dat vlak denk ik dat er toch wel het enige nodig is en dat we daarop nog meer kunnen doen. Vooral het herkennen van LVB-problematiek en vervolgens ook kijken van wat er nodig is om de jongeren de juiste kant op te krijgen.

Leer vaardigheden en sociale weerbaarheid aan.

Ouders willen misschien geen hulp met opvoeding van het kind. Dat de mogelijkheid er is, is wel goed. Maar je mist misschien de ergste gevallen om te kunnen bereiken.

Ik denk dat voorlichting in meer algemene zin, groepsdruk, keuzes maken, dat dat er sowieso moet zijn. Dat je op een bepaalde manier weerbaarder moet worden gemaakt in het leven.

Sociale mediafilmpjes zou wel kunnen. Online voelt makkelijk en snel. Onlinecursus? Wat te doen met taalbarrière?

Als je het specifiek hebt over wapenbezit en -gebruik verminderen dan zou ik wel zeggen kijk naar iets [voorlichting] specifiek hierop.

Het is zo bij elke campagne. Als je zoveel mogelijk mensen benadert, komt het ook bij iedereen aan. Het kan ook vast wel zo zijn dat rijkere jongeren in betere omstandigheden ook nog steeds een wapen bij zich kunnen hebben. Dus ja, het is wel handig om je op iedereen te richten.

D.1 De weerbaarheid van jongeren vergroten Ik denk dat we met elkaar moeten kijken dat de instroom [van jongeren] en weerbaarheid worden aangepakt.

Dagelijkse weerbaarheid bij jongeren teweegbrengen is enorm belangrijk voor de gedragsbeïnvloeding, denk aan sport mogelijkheden of werk.

D.2 Bieden van alternatieven en perspectief We moeten ons richten op het bieden van alternatieven, de opvolging alleen is niet voldoende.

Ideale wereld is dat jongeren gelijke kansen krijgen. Ik denk dat er met meeste jongeren wat aan de hand is. Is het niet in het gezin dan is het wel dat ze misschien een lager IQ hebben, een bepaalde diagnose hebben, noem het maar op. Het kan ook zijn dat ze een broer of andere familieleden achternagaan. Dus waarvan ik denk dat er een slag te slaan is toch het achter de voordeur kijken.

Ik denk een alternatief bieden, dat dat de meeste kans van slagen heeft voor deze jongens die er echt van af willen en uit angst dragen. Om daarvan af te komen.

Aangrijpen van perspectieven onder jongeren. Inzetten op weerbaarheid en conflicthantering voor gedragsverandering.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

76

Ik zeg niet per se dat de scholen iets moeten gaan doen. Ik heb het vooral over inzetten op die leeftijd. Zorg voor dagbesteding. Zorg dat er iets na school is. Zorg dat ze een andere groep krijgen dan de straat.

Ik denk dat er gewoon samen met nog meer organisaties nog meer alternatieven geboden moeten gaan worden.

Vrijetijdsbesteding. Daar hangen de jongeren buiten school rond. Er moet altijd perspectief blijven bestaan. Onvoorwaardelijk. En dat gebeurt nu heel vaak niet. Help jongeren alternatieve en positieve keuzes te maken. Volgens mij zou je dus perspectief moeten bieden anders dan in de wereld waar ze dan in zitten.

Het perspectief dat moet sowieso niet wegvallen. Of het nou gaat om woonperspectief of school of werk.

Het is dus het perspectief dat je moet bieden in de breedte.

Ik ben ervan overtuigd dat iemand die zijn eerste werkervaring opdoet en een stukje regelmaat heeft in zijn leven, minder snel het verkeerde pad op gaat.

In de gedwongen jeugdhulpverlening, als de drie W´s, woning, wijf en werk, geregeld waren, en je haalde ze uit de oude omgeving, dus ze gingen niet terug naar de omgeving waar ze vandaan kwamen, dan liep het over het algemeen grotendeels goed. Maar dan was er dus een alternatief.

Als iedereen gelijke kansen heeft dan gaat iedereen vanuit gelijkwaardige positie denken, dan kan je een baan krijgen, bestaan opbouwen, de vicieuze cirkel van armoede kan je doorbreken.

Zorg dat jongeren gewoon goed naar school kunnen, of dat jongeren geen boetes of schulden hebben. Je zal altijd met alternatieven moeten komen en die zal je in moeten gaan zetten.

Je zal niet stil moeten gaan zitten en je zal met ­alternatieven moeten komen.

Je moet alternatieven bieden.

Door jongeren gelijke kansen te geven, krijgen ze minder kans weg te lopen naar de criminaliteit.

Echt kijken naar die alternatieven, die mogelijkheden, de kansen bieden die ze niet hebben gehad omdat ze of slachtoffer zijn geweest of in het milieu zijn opgegroeid.

Die jongeren van de straat houden. Gewoon zorgen dat ze zich niet gaan vervelen op straat. Zoals ze niet in aanraking komen met wapens en criminele zaken.

Je moet die jongeren veel bieden. Heel veel voetbalverenig­ ingen, actiever sport, actiever buurtcentrum, wat actiever is met jongeren wat het echt betrekt.

Ja, met naschoolse opvang of zo. Dat ze niet op straat hangen. Daar is de plek waar het fout gaat.

Maar ook het kind van de straat kunnen halen. Dat is het ook. Probleem is dat het kind op straat hangt. Daar zit het grootste probleem.

Het is multiproblematiek, dus je moet zoveel mogelijk kansen bieden.

ontwapenend - inzicht in wapenproblematiek onder jongeren vanuit het perspectief van de jeugd en experts

77

D.2.1 Life skills aanleren

D.3 Onveiligheidsgevoelens aanpakken

Bied preventief levensvaardigheden aan, aan kinderen en jongeren.

Aandacht voor het sociaal-emotioneel leren van kinderen en jongeren op scholen. Werk aan emotieregulatie bij jongeren.

Daar waar rivaliteit een rol speelt, moet je ook oog hebben voor de jongeren die in dezelfde omgeving samenkomen. Het doet ook iets met het veiligheidsgevoel van niet-kwetsbare jongeren die wel in dezelfde omgeving zitten en dit zien en vanuit angst of verlangen naar status ervoor kiezen om een wapen te dragen.

Heb aandacht voor LVB-jongeren en investeer in sociaal-emotioneel leren.

Ambitie dat ze zich zo veilig voelen dat ze dat wapen niet hoeven te dragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15814042/1