RIS322968 Bijlage 12 PlanMER Binckhorst Deel B Effecthoofdstukken 20250619
Tekst van het document
8.3.3.1
Kruispuntbelasting
De kruispuntbelasting is beoordeeld op basis van de berekende cyclustijd voor de in 2040 verwachte hoeveelheid verkeer en op basis van de terugslag van de kruispunten op de wegvakken. Beide aspecten zijn onderzocht in het Verkeersonderzoek De Vlietlijn (2024). Over het algemeen wordt binnen de bebouwde kom een cyclustijd van maximaal 90 seconden geaccepteerd, vanuit het oogpunt van verkeersdoorstroming en gebruikerservaring. Wanneer deze tijd wordt overschreden, kan dit leiden tot langere wachttijden, frustratie bij weggebruikers en grotere kans op roodlichtnegatie en filevorming. Een cyclustijd van meer dan 120 seconden als onacceptabel beschouwd. Figuur 8-12 geeft een beeld weer van de terugslag voor de beoordeelde kruispunten tijdens de ochtend- en avondspits.
12 Ontwerpnota Schetsontwerp Project De Vlietlijn | De nieuwe tramverbinding tussen Voorburg, Rijswijk en Den Haag, 18 april 2025 in opdracht
van IPM De Vlietlijn. Dit rapport is in een later stadium gepubliceerd en is daardoor ook pas laat gebruikt voor het planMER.
52
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
Figuur 8-12 terugslag op wegen door de lange cyclustijden
Deelgebied 1 Den Haag Voor de Doorontwikkeling zijn de verwachte effecten voor Kruispuntbelasting inzichtelijk gemaakt voor het beoordelingscriterium zoals toegelicht in paragraaf 8.1.2. Tabel 8-32 geeft de score van de Doorontwikkeling en Vlietlijn op dit criterium. In onderstaande tekst is toegelicht hoe deze scores tot stand zijn gekomen. Tabel 8-32 Scores van de referentiesituatie en de Doorontwikkeling en Vlietlijn (D+V) op het beoordelingscriterium Kruispuntbelasting voor de gemeente Den Haag
Aspect
Beoordelingscriterium
Ref
D+V
Doorstroming autoverkeer
Kruispuntbelasting
0
-
Het Verkeersonderzoek Vlietlijn constateert het volgende over de plansituatie: • Het kruispunt Neherkade – Rijswijkseweg is overbelast. • Het kruispunt Mercuriusweg – Binckhorstlaan is overbelast en heeft lange wachtrijen, met name in de avondspits. • Het kruispunt Laan van Nieuw Oosteinde – Pr. Mariannelaan is zwaar overbelast met aanzienlijke wachtrijen, zowel tijdens de ochtend- als avondspits. • De route via de Maanweg naar de A12 laat lange wachtrijen zien, met aanzienlijke kans op terugslag naar andere kruispunten in de avondspits. • De route via de Geestbrugweg, Pr. Mariannelaan en Binckhorstlaan laat in beide spitsen aanzienlijke opeenvolgende wachtrijen zien.
53
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
Tabel 8-33 Cyclustijd 13van de kruispunten in Den Haag met de Vlietlijn en Doorontwikkeling
Kruispunt
Ochtendspits 2040 (sec)
Avondspits 2040 (sec)
1. Binckhorstlaan – Bink 36
PM14
PM*
2. Binckhorstlaan – Supernovaweg
126 (+8)
112 (+5)
3. Binckhorstlaan – Zonweg
112 (-2)
114 (+2)
4. Binckhorstlaan – Maanweg
104 (+5)
128 (-7)
5. Maanweg – Melkwegstraat
60 (+2)
72 (+1)
6. Maanweg – Regulusweg
96 (+5)
115 (+7)
11. Neherkade – Rijswijkseweg
>240 (+64)
>240 (+0)
12. Mercuriusweg – Binckhorstlaan
109 (-15)
136 (-18)
Een rode kleur betekent een overschrijding van 150 s voor de cyclustijd, een oranje kleur een overschrijding van 120 s, een licht oranje kleur een overschrijding van 105 s, een licht groene kleur een overschrijding van 90 s en een donkergroene kleur een waarde onder de 90 s. De score tussen haakjes is de verandering in seconde ten opzichte van de referentiesituatie.
Uit Tabel 8-33 blijkt dat in de plansituatie vrijwel alle kruispunten van de Binckhorstlaan in het studiegebied zwaar overbelast zijn. De problemen doen zich met name voor in de avondspits, maar ook in de ochtendspits zijn de cyclustijden hoog. Het plan leidt op enkele kruispunten wel tot een iets lagere cyclustijd, waarschijnlijk door een lichte daling van de hoeveelheid gemotoriseerd verkeer op een aantal routes en kruispunten in het gebied ten opzichte van de referentiesituatie. Maar met name de belangrijke kruispunten van de Binckhorstlaan met de Supernovaweg, Mercuriusweg en Maanweg hebben cyclustijden ver boven de acceptabele streefwaarde van 90 seconden. De ontlasting van deze kruispunten is onvoldoende om de streefwaarde van maximaal 90 seconden doorlooptijd te realiseren. Dit betekent dat, ondanks de positieve effecten van de Vlietlijn, er op veel kruispunten nog steeds sprake zal zijn van aanzienlijke vertragingen en filevorming, zowel in de ochtend- als avondspits. Dit leidt tot verminderde doorstroming en langere reistijden voor gemotoriseerd verkeer, een verminderde bereikbaarheid van belangrijke bestemmingen in en om het studiegebied en verhoogde uitstoot door stilstaand en langzaam rijdend verkeer. De plansituatie scoort op het beoordelingscriterium ‘doorstroming autoverkeer’ negatief (-).
Deelgebied 2 Leidschendam-Voorburg Voor de Doorontwikkeling zijn de verwachte effecten voor Kruispuntbelasting inzichtelijk gemaakt voor het beoordelingscriterium zoals toegelicht in paragraaf 8.1.2. Tabel 8-34 geeft de score van de Doorontwikkeling en Vlietlijn op dit criterium. In onderstaande tekst is toegelicht hoe deze scores tot stand zijn gekomen. Tabel 8-34 Scores van de referentiesituatie en de Doorontwikkeling en Vlietlijn (D+V) op het beoordelingscriterium Kruispuntbelasting voor de gemeente Leidschendam-Voorburg
Aspect
Beoordelingscriterium
Ref
D+V
Doorstroming autoverkeer
Kruispuntbelasting
0
--
13 Deze cyclustijden zijn statisch bepaald, om en eenduidiger beeld te krijgen van de van de cyclustijden kan er gekeken worden naar een
dynamisch verkeersstudie. 14 Het kruispunt 1 is aangeduid met PM omdat deze niet afzonderlijk is geanalyseerd. Dit omdat op moment van schrijven nog onduidelijkheid is over het exacte tracé en dit kruispunt de ontsluiting van enkel het naastgelegen bedrijventerrein betreft.
Een rode kleur betekent een overschrijding van 150 secondes voor de cyclustijd, een oranje kleur een overschrijding van 120 seconde, een licht oranje kleur een overschrijding van 105 seconde, een licht groene kleur een overschrijding van 90 secondes en een donkergroene kleur een waarde onder de 90 secondes. Het getal tussen haakjes betekent de verandering ten opzichte van de referentiesituatie. 54
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
Tabel 8-35 Cyclustijd van de kruispunten in Leidschendam-Voorburg met de Vlietlijn en Doorontwikkeling
Kruispunt 7. Binckhorstlaan – Pr. Mariannelaan
Ochtendspits 2040 (sec) 130 (+60)
Avondspits 2040 (sec) 146 (+86)
71 (+1)
76 (+1)
>240 (+46)
>240 (+0)
13. Pr. Mariannelaan – Fonteynenburghlaan 14. Laan van Nieuw Oosteinde – Pr. Mariannelaan
De introductie van de Vlietlijn zal aanzienlijke gevolgen hebben voor de verkeerssituatie op kruispunten langs het tracé in de gemeente Leidschendam-Voorburg. Kruispunt 7 neemt hierbij een prominente plaats in, aangezien op dit kruispunt de cyclustijd significant toeneemt. Waar de cyclustijd tijdens de avondspits in de referentiesituatie op 63 seconden ligt, zal deze in de plansituatie stijgen naar 146 seconden. Dit wordt veroorzaakt doordat de Vlietlijn op dit kruispunt de weg deelt met gemotoriseerde voertuigen, wat leidt tot conflicten tussen verschillende verkeersstromen en een inefficiënte verkeersafhandeling. Kruispunt 14 ziet ook een onacceptabele verslechtering waardoor de cyclustijd in de ochtend- en avondspits boven de 240 secondes uitkomt. Er moeten maatregelen getroffen worden voor deze kruispunten. De knelpunten in autodoorstroming op de Pr. Mariannelaan hebben niet alleen negatieve invloed op de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid van de Pr. Mariannelaan zelf en de omliggende straten. Dit heeft ook een negatieve invloed op de toekomstige doorstroming van de HOV-tramlijn, aangezien deze niet op een vrijliggende trambaan ligt, maar met het verkeer meerijdt en dus samen met het autoverkeer in een lange wachtrij komt te staan. Dit zorgt voor potentiële vertraging in de toekomstige dienstregeling van de tram en een verslechterde reistijd van het OV.
Door deze negatieve gevolgen scoort het criterium Kruispuntafwikkeling in Leidschendam-Voorburg sterk negatief (--). Doorontwikkelingsgebied 3 Rijswijk Voor de Doorontwikkeling zijn de verwachte effecten voor Kruispuntbelasting inzichtelijk gemaakt voor het beoordelingscriterium zoals toegelicht in paragraaf 8.1.2. Tabel 8-36 geeft de score van de Doorontwikkeling en Vlietlijn op dit criterium. In onderstaande tekst is toegelicht hoe deze scores tot stand zijn gekomen. Tabel 8-36 Scores van de referentiesituatie en de Doorontwikkeling en Vlietlijn (D+V) op het beoordelingscriterium Kruispuntbelasting voor de gemeente Rijswijk
Aspect
Beoordelingscriterium
Ref
D+V
Doorstroming autoverkeer
Kruispuntbelasting
0
-
Tabel 8-37 Cyclustijd van de kruispunten in Rijswijk met de Vlietlijn en Doorontwikkeling
Kruispunt
Ochtendspits 2040 (sec)
Avondspits 2040 (sec)
8. Geestbrugweg – Cromvlietkade
102 (-6)
112 (-5)
9. Geestbrugweg – Penninglaan
93 (+4)
104 (+7)
10. Geestbrugweg – Haagweg
88 (+3)
93 (+5)
Een rode kleur betekent een overschrijding van 150 s voor de cyclustijd, een oranje kleur een overschrijding van 120 s, een licht oranje kleur een overschrijding van 105 s, een licht groene kleur een overschrijding van 90 s en een donkergroene kleur een waarde onder de 90 s. De score tussen haakjes is de verandering in seconde ten opzichte van de referentiesituatie.
Het effect van de Vlietlijn op de verkeerssituatie in Rijswijk, met name op de cyclustijd van de kruispunten langs het tracé, vertoont kortere cyclustijden dan de situatie in Leidschendam-Voorburg. De komst van de tram en de Doorontwikkeling zorgen voor een verhoging van de cyclustijden waardoor alle kruispunten nu in de buurt van de 90 secondes doorlooptijd hebben. De verkeersafhandeling leidt tot langere wachttijden op vrijwel alle kruispunten langs het tracé. Hoewel er op kruispunt 8 een lichte verbetering wordt geobserveerd ten opzichte van de referentiesituatie, is deze verbetering onvoldoende om de cyclustijd onder de streefwaarde van 90 seconden te brengen. Dit betekent dat de doorstroming op dit kruispunt nog steeds niet optimaal is en dat voetgangers, fietsers en gemotoriseerde voertuigen geconfronteerd blijven met wachttijden die als onwenselijk worden beschouwd. 55
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
Door deze negatieve gevolgen scoort het criterium Kruispuntafwikkeling in Rijswijk negatief, resulterend in een negatieve (-) beoordeling.
8.3.4
Autoparkeren
Figuur 8-13 laat de resultaten zien van een GIS-analyse die effecten van de Vlietlijn op aanwezige parkeerplaatsen in het studiegebied in beeld brengt. De roodgekleurde vlakken geven aan waar parkeerplaatsen zullen verdwijnen. De blauwgekleurde vlakken geven aan waar parkeerplaatsen aangelegd zullen worden. In de GIS-analyse zijn de oppervlaktes van de parkeervakken per deelgebied berekend. Uitgaande van een gemiddeld oppervlak van een parkeerplaats van 12,5 m2 berekenen we voor iedere gemeente wat het netto-effect van de aanleg van de Vlietlijn en de Doorontwikkeling van Binckhorst is op het aantal parkeerplaatsen.
Figuur 8-13 De resultaten van een GIS-analyse die effecten van de Vlietlijn op aanwezige parkeerplaatsen in het studiegebied in beeld brengt. De roodgekleurde vlakken geven aan waar parkeerplaatsen zullen verdwijnen. De blauwgekleurde vlakken geven aan waar parkeerplaatsen aangelegd zullen worden
56
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
Gemeente Den Haag Voor de Doorontwikkeling zijn de verwachte effecten voor Autoparkeren inzichtelijk gemaakt voor het beoordelingscriterium zoals toegelicht in paragraaf 8.1.2. Tabel 8-38 geeft de score van de Doorontwikkeling en Vlietlijn op dit criterium. In onderstaande tekst is toegelicht hoe deze score tot stand is gekomen. Tabel 8-38 Scores van de referentiesituatie en de Doorontwikkeling en Vlietlijn (D+V) op het beoordelingscriterium Autoparkeren voor de gemeente Den Haag
Aspect
Beoordelingscriterium
Ref
D+V
Autoparkeren
Parkeerdruk
0
-
In zowel deelgebied 1 (Lekstraat/Sporendriehoek) als deelgebied 2 (Binckhorst) vindt een nettoverlies van parkeerplaatsen plaats door de aanleg van de Vlietlijn. De grootste verliezen concentreren zich langs de Lekstraat vanaf Den Haag Centraal tot de kruising met de Weteringkade, langs de Binckhorstlaan ten zuiden van de kruising met de Supernovaweg, en langs het zuidwestelijke deel van de Maanweg. Op het Bink36 terrein is beperkt ruimte voor nieuwe parkeerplaatsen. Netto vindt een verlies van circa 6.600 m2 aan parkeerplaatsen plaats. Dit komt overeen met grofweg 530 parkeerplaatsen (van 3.280 naar 2.750 parkeerplekken in de wijk). Voor nieuwe gebouwen die naar aanleiding van de Doorontwikkeling gebouwd worden, worden geen vergunningen verleend voor het parkeren op de openbare weg, maar worden parkeergelegenheden geconcentreerd in parkeergarages aan de rand van buurten. Voor deze aanvullende 7.000 huishoudens gaat de gemeente uit van een parkeerbehoefte van 0,20 auto’s per huishouden. De gemeente kan echter niet hard sturen op het aantal auto’s per huishouden en deze parkeernorm is erg laag. In het geval waarin mensen die in het gebied komen wonen gemiddeld meer dan 0,2 auto’s per huishoudens hebben, kan dit betekenen dan mensen hun auto op de openbare weg parkeren.
Indien er in het gebied zelf niet voldoende openbare parkeerplaatsen zijn, of dat er parkeerregulering plaatsvindt die strenger is dan in omliggende gebieden, kan dit een waterbedeffect veroorzaken naar parkeren op straten in omliggende gemeenten. Hierdoor kan bijvoorbeeld de parkeerdruk in Voorburg-West toenemen. Door de lage parkeernorm in het gebied en de mogelijke wens van inwoners om meer auto’s te bezitten, bestaat het risico dat er vraag gaat ontstaan naar parkeren op eigen terrein. De gemeente moet hiermee rekening houden bij het afgeven van bouwvergunningen. Het realiseren van meer privé parkeerplaatsen kan leiden tot een hoger aantal auto’s en autobewegingen in het gebied, wat indruist tegen de ambities van de gemeente. Bovendien brengt dit het risico met zich mee dat de doorstroming op bepaalde kruispunten in het gebied verder verslechtert. De parkeerbehoefte voor bedrijven in het gebied en voor bezoekers wordt in het Gebiedsprogramma niet benoemd en we kunnen daardoor niet beoordelen of er een risico bestaat dat hierdoor een tekort aan parkeerplaatsen zal ontstaan. Aandachtspunt bij nadere uitwerking zijn het aantal parkeerplaatsen voor minder validen en bijzondere doelgroepen, laadvoorzieningen voor het laden van elektrische auto’s en het aantal fietsparkeerplaatsen.
Omdat er ten gevolge van de Vlietlijn ruim 500 parkeerplaatsen in de openbare ruimte verloren gaan, de parkeernorm voor parkeren in de openbare ruimte voor nieuwe woningen met 0,2 auto’s per woning vrij laag is, en er mede daardoor een risico ontstaat op een waterbedeffect waarin parkeerders in de Binckhorst uitwijken naar omliggende gebieden, beoordelen we het criterium negatief (-). Gemeente Leidschendam-Voorburg Voor de Doorontwikkeling zijn de verwachte effecten voor Autoparkeren inzichtelijk gemaakt voor het beoordelingscriterium zoals toegelicht in paragraaf 8.1.2. Tabel 8-39 geeft de score van de Doorontwikkeling en Vlietlijn op dit criterium. In onderstaande tekst is toegelicht hoe deze scores tot stand zijn gekomen. Tabel 8-39 Scores van de referentiesituatie en de Doorontwikkeling en Vlietlijn (D+V) op het beoordelingscriterium Autoparkeren voor de gemeente Leidschendam-Voorburg
Aspect 57
Beoordelingscriterium Datum: 19 juni 2025 - Public
Ref
D+V
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
Autoparkeren
Parkeerdruk
0
-
In deelgebied 3b (stationsgebied Voorburg) zijn geen effecten op parkeerplaatsen te verwachten. In deelgebied 3a (Binckhorstlaan) en 5 (Prinses Mariannelaan) heeft de Vlietlijn wel effect op de aanwezige parkeerplaatsen. Langs de Binckhorstlaan ligt in de huidige situatie aan weerszijden van de weg parallel aan de rijbaan een parkeervak Deze parkeervakken zullen verder naar buiten geplaatst worden, netto zal er 177 m 2 aan parkeervakken (circa 15 parkeerplekken) bij komen. Langs de Prinses Mariannelaan zijn er in de huidige situatie verspreid langs de weg parkeervakken. Deze zullen op een zodanige wijze herschikt worden dat geen netto effect op het totaal aan parkeervakken optreedt. In totaal leidt de aanleg van de Vlietlijn er dus toe dat er circa 15 parkeerplekken bij komen in de gemeente Leidschendam-Voorburg. Voor de gemeente Leidschendam-Voorburg is er een parkeerprobleem verbonden aan de verdere ontwikkeling van de Binckhorst. Wanneer de nieuwe bewoners van de Binckhorst substantieel meer auto's bezitten dan gemiddeld 1 per 5 huishoudens, bestaat de kans dat een deel van hen uitwijkt naar omliggende gebieden om hun auto te parkeren. Autobezitters van woningen aan de Maanweg, Planeetkade, Jupiterkade en Junostraat kunnen binnen een straal van 500 meter hun auto parkeren in Voorburg-West. Dit heeft een negatieve impact op de gemeente LeidschendamVoorburg.
Om deze reden wordt dit criterium negatief beoordeeld (-). Gemeente Rijswijk Voor de Doorontwikkeling zijn de verwachte effecten voor Autoparkeren inzichtelijk gemaakt voor het beoordelingscriterium zoals toegelicht in paragraaf 8.1.2. Tabel 8-40 geeft de score van de Doorontwikkeling en Vlietlijn op dit criterium. In onderstaande tekst is toegelicht hoe deze scores tot stand zijn gekomen. Tabel 8-40 Scores van de referentiesituatie en de Doorontwikkeling en Vlietlijn (D+V) op het beoordelingscriterium Autoparkeren voor de gemeente Rijswijk
Aspect
Beoordelingscriterium
Ref
D+V
Autoparkeren
Parkeerdruk
0
0/-
Op basis van de beschikbare informatie is geen effect van de komst van de Vlietlijn op het aantal parkeerplaatsen in de gemeente Rijswijk te verwachten. Er is echter wel, net als in Voorburg-West, een risico op een waterbedeffect van bewoners uit de Binckhorst die in Rijswijk gaan parkeren op momenten dat er weinig parkeerplekken in de Binckhorst beschikbaar zijn. Het Rijswijkse Cromvliet ligt echter niet op loopafstand van de Binckhorst, dus dit effect zal beperkt blijven tot automobilisten die hun weg vervolgen met de tram. We verwachten dat, indien het optreedt, het waterbedeffect in de gemeente Rijswijk daarom minder groot is dan dat in de gemeente Leidschendam-Voorburg. Om deze reden wordt dit criterium licht negatief beoordeeld (0/-).
8.3.5
Tramhaltes
Figuur 8-14 laat de haltes langs het tracé van de Vlietlijn zien. In totaal komen er 7 haltes binnen het plangebied te liggen. Vier van deze haltes (Lekstraat, Mercuriusweg, Zonweg en Maanweg) liggen in de gemeente Den Haag, twee (Station Voorburg en Geestbrug) in de gemeente Leidschendam-Voorburg, en één (Haagweg) in de gemeente Rijswijk. Op de kaart zijn rondom de tramhaltes cirkels getrokken met een straal van 400 m. Deze cirkels geven het invloedsgebied voor voetgangers aan van de tramhaltes. Bewoners en werknemers binnen deze cirkels zullen in meer of mindere mate geneigd zijn de tram te pakken. In onderstaande paragrafen berekenen we het totaal aantal woningen en het oppervlak aan bedrijfsruimte binnen de cirkels en zetten we dit af tegen het totaal binnen de Binckhorst. Op deze wijze kwantificeren we welk gedeelte van het studiegebied direct wordt bediend door de Vlietlijn. Voor de berekening maken we gebruik van BAG-gegevens van huidige woningen, aangevuld met de bouwblokkenkaart met woningaantallen uit het Gebiedsprogramma en de woningaantallen uit het Gebiedsprogramma Lekstraat in het deelgebied Lekstraat-Zuid.
58
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
Figuur 8-14 Haltes langs de Vlietlijn met invloedgebied die als cirkels met een straal van 400 m om de haltes gelegd zijn
Gemeente Den Haag Voor de Doorontwikkeling zijn de verwachte effecten voor Tramhaltes inzichtelijk gemaakt voor het beoordelingscriterium zoals toegelicht in paragraaf 8.1.2. Tabel 8-41 geeft de score van de Doorontwikkeling en Vlietlijn op dit criterium. In onderstaande tekst is toegelicht hoe deze scores tot stand zijn gekomen. Tabel 8-41 Scores van de referentiesituatie en de Doorontwikkeling en Vlietlijn (D+V) op het beoordelingscriterium Tramhaltes voor de gemeente Den Haag
Aspect
Beoordelingscriterium
Ref
D+V
Tramhaltes
Positionering tramhaltes
0
+
59
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
In Tabel 8-42 is voor ieder van de vier tramhaltes in de gemeente Den Haag het aantal woningen binnen het invloedsgebied samengevat. Daarbij maken we onderscheid tussen woningen in de referentiesituatie en de plansituatie. Binnen de Binckhorst liggen binnen het invloedsgebied van ieder van de drie tramhaltes tussen 3.100 en 3.600 woningen. In totaal ligt circa 82% van het totaal aan woningen in gebieden Lekstraat-Zuid, Sporendriehoek en Binckhorst op loopafstand van een tramhalte. Bouwblokken die hierbuiten vallen zijn de volgende: • Het Bink36 terrein. • De bouwblokken aan het Trekvlietplein. • De bouwblokken tussen de Zuiderkroonstraat en de Supernovaweg. • Woningen rondom het kruispunt van de Zonweg met de Zuiderkroonstraat. • Woningen aan de Jupiterkade. • Woningen aan de Marsstraat. Tabel 8-42 Het aantal woningen binnen het invloedsgebied van de tramhaltes binnen de gemeente Den Haag
Tramhalte
Referentiesituatie
Plansituatie
Totaal
Lekstraat
2.178
80
2.258
Mercuriusweg
2.118
1.545
3.663
Zonweg
446
3.090
3.536
Maanweg
1.588
1.190
2.778
Niet binnen invloedsgebied
784
1.345
2.129
Totaal
4.936
7.170
12.106
Percentage t.o.v. totaal
84%
81%
82%
In Tabel 8-43 is voor ieder van de vier tramhaltes in de gemeente Den Haag het aantal m2 aan ruimte voor bedrijvigheid, kantoren en maatschappelijke voorzieningen binnen het invloedsgebied samengevat. Daarbij maken we onderscheid tussen de referentiesituatie en de plansituatie. In de plansituatie ligt van de bijna 50 ha aan ruimte voor bedrijvigheid, kantoren en voorzieningen ongeveer tweederde op loopafstand van een tramhalte. Tabel 8-43 De oppervlakte bedrijfsruimte binnen het invloedsgebied van de tramhaltes binnen de gemeente Den Haag
Tramhalte
Referentiesituatie
Plansituatie
Totaal
Lekstraat
5.000
127.000
132.000
Mercuriusweg
10.400
201.754
212.154
Zonweg
10.400
61.221
71.621
Maanweg
16.000
22.310
38.310
Niet binnen invloedsgebied
42.500
128.720
171.220
Totaal
79.300
414.005
493.305
Percentage t.o.v. totaal
46%
69%
65%
Het Gebiedsprogramma beoordelen we voor het beoordelingscriterium tramhaltes positief (+). Natuurlijk is het sowieso het geval dat de situatie in vergelijking met de referentiesituatie waarin er geen tram in het gebied ligt sterk verbetert. Echter, ook op zichzelf bezien ligt het grootste deel van het plangebied (ruim 80% van alle woningen en circa 65% van alle werkruimte) binnen een loopafstand van enkele honderden meters van de dichtstbijzijnde tramhalte. De score is niet zeer positief omdat het gebied rondom het Trekvlietplein en het Bink36 terrein buiten het invloedsgebied van een tramhalte liggen.
60
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
Gemeente Leidschendam-Voorburg Voor de Doorontwikkeling zijn de verwachte effecten voor Tramhaltes inzichtelijk gemaakt voor het beoordelingscriterium zoals toegelicht in paragraaf 8.1.2. Tabel 8-44 geeft de score van de Doorontwikkeling en Vlietlijn op dit criterium. In onderstaande tekst is toegelicht hoe deze scores tot stand zijn gekomen. Tabel 8-44 Scores van de referentiesituatie en de Doorontwikkeling en Vlietlijn (D+V) op het beoordelingscriterium Tramhaltes voor de gemeente Leidschendam-Voorburg
Aspect
Beoordelingscriterium
Ref
D+V
Tramhaltes
Positionering tramhaltes
0
++
In de gemeente Leidschendam-Voorburg liggen twee tramhaltes: de halte bij station Voorburg en die bij de Geestbrug. Daarnaast ligt Voorburg-West voor een groot deel binnen het invloedsgebied van de halte aan de Maanweg. In totaal valt vrijwel geheel Voorburg-West binnen het invloedsgebied van een tramhalte. Alleen het Diaconessenhuis en de straten die aan het zuidelijke einde van Westeinde grenzen, liggen verder dan 400 m van de dichtstbijzijnde tramhalte. In totaal liggen in de gemeente Leidschendam-Voorburg ruim 2.300 woningen binnen het invloedsgebied van een tramhalte (Tabel 8-45). Er was geen informatie voorhanden om het oppervlak aan bedrijfsruimte te berekenen. Wel is het aantal bestemmingen met een bedrijfsfunctie opgenomen in de tabel. In totaal gaat het om 20 bedrijven. Omdat vrijwel de gehele wijk Voorburg-West binnen loopafstand van een tramhalte ligt, scoort de Vlietlijn voor dit beoordelingscriterium zeer positief (++). Tabel 8-45 Het aantal woningen en de oppervlakte bedrijfsruimte die liggen binnen het invloedsgebied van de tramhaltes binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg. Sommige woningen liggen binnen het invloedsgebied van meer dan één tramhalte. Deze woningen zijn in de tabel dubbel geteld
Tramhalte
Aantal woningen binnen invloedsgebied
Aantal bedrijven binnen invloedsgebied
Maanweg
783
3
Station Voorburg
1.062
14
Geestbrug
733
3
Gemeente Rijswijk Voor de Doorontwikkeling zijn de verwachte effecten voor Tramhaltes inzichtelijk gemaakt voor het beoordelingscriterium zoals toegelicht in paragraaf 8.1.2. Tabel 8-46 geeft de score van de Doorontwikkeling en Vlietlijn op dit criterium. In onderstaande tekst is toegelicht hoe deze scores tot stand zijn gekomen. Tabel 8-46 Scores van de referentiesituatie en de Doorontwikkeling en Vlietlijn (D+V) op het beoordelingscriterium Tramhaltes voor de gemeente Rijswijk
Aspect
Beoordelingscriterium
Ref
D+V
Tramhaltes
Positionering tramhaltes
0
++
In de gemeente Rijswijk ligt één halte van de Vlietlijn, op het kruispunt tussen de Geestbrugweg en de Haagweg. Daarnaast liggen woningen aan het noordoostelijke deel van het Geestbrugweg en omliggende straten voor een groot deel binnen het invloedsgebied van de halte aan de Geestbrug. De dekking van de Vlietlijn in Rijswijk langs de route is volledig. Het invloedsgebied van tramhaltes reikt in noordwestelijke richting tot de Broekslootkade, waardoor het gehele deel van de wijk Cromvliet ten noordwesten van de Geestbrugweg op loopafstand van een tramhalte ligt. In het zuidoosten van de wijk liggen alleen woningen aan straten die aan de Nassaukade liggen niet op loopafstand van een tramhalte.
61
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
In totaal liggen in de gemeente Rijswijk ruim 2.800 woningen binnen het invloedsgebied van een tramhalte (Tabel 8-47). Er was geen informatie voorhanden om het oppervlak aan bedrijfsruimte te berekenen. Wel is het aantal bestemmingen met een bedrijfsfunctie opgenomen in de tabel. In totaal gaat het om 23 bedrijven. De Vlietlijn scoort voor de gemeente Rijswijk zeer positief (++). Tabel 8-47 Het aantal woningen en de oppervlakte bedrijfsruimte die liggen binnen het invloedsgebied van de tramhaltes binnen de gemeente Rijswijk. Sommige woningen liggen binnen het invloedsgebied van meer dan één tramhalte. Deze woningen zijn in de tabel dubbel geteld
Tramhalte
Aantal woningen binnen invloedsgebied
Oppervlakte bedrijfsruimte binnen invloedsgebied
Haagweg
2.527
19
Geestbrug
917
3
8.4
Mogelijke effectbeperkende maatregelen
In deze paragraaf beschrijven we maatregelen die getroffen kunnen worden om effectscores te verbeteren, zie Tabel 8-48. Beoordelingscriteria waarvoor dit niet mogelijk is, zijn niet in de tabel opgenomen Tabel 8-48 Effectbeoordeling Doorontwikkeling en Vlietlijn (D+V) voor mobiliteit met en zonder (mitigerende) maatregelen (M) voor de gemeente Den Haag
Aspect
Beoordelingscriterium
D+V
D+V+M
Duurzame mobiliteit
Ruimte voor voetgangers en fietsers
+
++
Verkeersveiligheid
Aantal potentiële conflictsituaties tussen gemotoriseerd verkeer en voetgangers en fietsers.
-
+
Oversteekbaarheid hoofdwegen en Vlietlijn
-
++
Autoparkeren
Parkeerdruk
-
0
Tramhaltes
Positionering tramhaltes
+
++
Duurzame mobiliteit De Doorontwikkeling en de Vlietlijn hebben een positieve impact op het gebied van duurzame mobiliteit aangezien de modal shift richting actieve mobiliteit en openbaar vervoer sterk aanwezig is en er over het algemeen voldoende ruimte is voor de fiets en voetganger. Het grote knelpunt voor verbetering op het criterium ruimte voor voetgangers en fietsers is dat de autoweg wordt gedeeld met fietsers op de Maanweg in de huidige situatie. In Figuur 8-9 wordt het ontwerp voor de Maanweg getoond met een losliggend fietspad. Indien er voor dit ontwerp wordt gekozen op deze drukke weg zou de score van positief (+) naar erg positief (++) tillen. Verkeersveiligheid De conflictsituaties zijn het sterkst op het kruispunt tussen de Maanweg en Regulusweg. Hiervoor moet de opstelruimte voor actieve mobiliteit verruimd worden. Dit zelfde probleem treedt op bij de Binckhorstlaan en de Zonweg. Voor het kruispunt Binckhorstlaan – Maanweg moet de fiets en voetgangersoversteekplaats aan de zuidzijde geplaatst worden. Dit zal de situatie voor fietsers komend uit de Marsstraat verbeteren, ze hoeven nu niet meer een inrijdende rijstrook kruisen.
62
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
Om het criterium oversteekbaarheid te verbeteren zijn er aanpassingen nodig voor de Binckhorstlaan. Alle overige straten zijn goed oversteekbaar. De Binckhortlaan is momenteel een weg die het gebied in twee delen splitst. Om dit te verbeteren moeten er in het noorden van de straat extra VRI’s worden geplaatst. Aangezien het middelste deel van deze laan ingegraven wordt (zie Figuur 8-11) zou de oversteekbaarheid alleen verbeterd kunnen worden met een of meerdere bruggen. Doorstroming autoverkeer De doorstroming autoverkeer is een van de pijnpunten van het plan Doorontwikkeling en Vlietlijn. Om deze situatie te verbeteren zijn grootschalige maatregelpakketten noodzakelijk. Hier zal in deel C van dit planMER verder op ingegaan worden. In het verkeersonderzoek de Vlietlijn zijn een aantal losstaande maatregelen beoordeeld. Deze zijn:
1. Knip Geestbrug voor autoverkeer. 2. Knip Binckhorstlaan ter hoogte van de Broeksloot voor autoverkeer. 3. Knip oude Tolbrug voor autoverkeer. 4. Knip Regulusweg ter hoogte van de Broeksloot voor autoverkeer. 5. Parallelbaan Binckhorstlaan volledig afkoppelen (5) of alleen richting de Mercuriusweg (5a). 6. Snelheidsverhoging Rotterdamsebaan van 70 naar 90 km/u.
De conclusies uit het rapport zijn als volgt: 1. Knip Geestbrug voor autoverkeer. 2. Dit heeft als gevolg minder verkeer op de Pr. Mariannelaan en de Maanweg, maar wel extra verkeer op de Mercuriusweg en Rijswijkseweg. Dit kruispunt was al overbelast waardoor de problemen groter worden. 3. Knip Binckhorstlaan ter hoogte van de Broeksloot voor autoverkeer. 4. Er ontstaat een verschuiving van verkeerstromen van de Maanweg naar pr. Mariannelaan. Deze weg is, zeker in vergelijking met de Maanweg, niet ingericht op grote hoeveelheden verkeer. Wel leidt het tot minder verkeer op de Binckhorstlaan en is er geen substantiële toename op de Rotterdamsebaan. 5. 6. Knip oude Tolbrug voor autoverkeer. 7. Heeft op zichzelf geen effect. Daarom wordt deze gecombineerd met 4. 8. 9. Knip Regulusweg ter hoogte van de Broeksloot voor autoverkeer. 10. Afname verkeer op de Westenburghlaan maar een toename op de Laan van Nieuw Oost Einde in Leidschendam-Voorburg en de Geestbrug. Aangezien de tram hier de weg met het verkeer deelt zal dit leiden tot 63
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
extra vertraging voor actieve mobiliteit (lopen en fietsen) en het OV op dit drukke punt. Ook neemt de belasting op het overbelaste kruispunt Pr. Mariannelaan en de Binckhorstlaan ook verder toe. 11. 12. Parallelbaan Binckhorstlaan volledig afkoppelen (5) of alleen richting de Mercuriusweg (5a). 13. Afname van autoverkeer via de parallelbaan en de Mercuriusweg zichtbaar. Een groot deel van dit verkeer verplaatst zich naar de kruising Supernovaweg en de Binckhorstlaan zonder toename op de Supernovaweg. Het verkeer rijdt via de Geestbrugweg en de Binckhorstlaan. Dit heeft negatieve effecten op de leefbaarheid van de al overbelaste Geestbrugweg. 14. 15. Snelheidsverhoging Rotterdamsebaan van 70 naar 90 km/u. 16. Dit leidt tot een toename van het verkeer op de Rotterdamsebaan maar ook op de al drukke Mercuriusweg. Dit leidt tot minder verkeer op de Supernovaweg. Op alle andere wegen is het effect beperkt. Deze route wordt meer gebruikt als doorstroming in de richting van Den Haag.
Indien alle maatregelen individueel bekeken worden valt op dat geen enkele maatregel voldoende slagkracht heeft om de verkeersproblemen in de drie gemeenten op te lossen. Om de situatie te verbeteren zullen een aantal maatregelen gecombineerd moeten worden om tot het gewenste effect te komen. In het rapport Verkeersonderzoek De Vlietlijn zijn meerdere combinaties beoordeeld. Twee hiervan bleken effectief. Er zijn vier combinatiepakketten doorgerekend in een verkeerskundige analysen. Deze pakketten worden uitgebreid toegelicht in deel C van dit rapport. Autoparkeren Op dit moment is er onvoldoende parkeerruimte beschikbaar op straat om zowel de bewoners als de werkzame personen in de Binckhorst te voorzien van parkeerplekken met een parkeerdruk van 0,2. Hiervoor zullen parkeerplaatsen op eigen terrein gemaakt moeten worden. Theoretisch gezien is er echter wel voldoende parkeerruimte om de inwoners van de wijk te voorzien volgens de gewenste parkeerdruk. Het bouwen van een extra parkeergarage in de wijk zou een robuuste oplossing bieden voor dit probleem. Ook is parkeerregulering in de wijk noodzakelijk. De eventuele komst van een extra parkeergarage, parkeerplaatsen op eigen terrein en parkeerregulering draagt bij aan het verminderen van de risico’s voor de gemeente LeidschendamVoorburg.
Het risico van parkeren op eigen terrein is dat er meer parkeerplaatsen gebouwd zullen waardoor de gewenste parkeernorm van 0,2 onder druk komt te staan, Tramhaltes Uit de analyse naar invloedsgebieden van de tramhaltes in het studiegebied komt naar voren dat bouwblokken op de plek van het huidige afvalcluster en het Bink36 terrein in de plansituatie slecht ontsloten zijn door de tram. We bevelen daarom aan om te onderzoeken of het mogelijk is om een tramhalte aan te leggen op het Bink36-terrein ten noorden van de Supernovaweg, bijvoorbeeld door de tramhalte aan de Lekstraat te verplaatsen. Dit zou de verdichtingslocaties in de Binckhorst en Sporendriehoek beter bedienen doordat woningen aan het Trekvlietplein en werkplekken op het Bink36 terrein op loopafstand van een tramhalte komen te liggen. Dit zou de score van positief (+) naar zeer positief (++) verhogen. Overzicht van maatregelen voor buurgemeenten Leidschendam-Voorburg en Rijswijk In Leidschendam-Voorburg en Rijswijk zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk om de negatieve effecten van de groei van het verkeer door de Doorontwikkeling en de Vlietlijn op de verkeerssituatie te beperken. Deze maatregelen kunnen variëren van het verbeteren van de inrichting van kruispunten, het optimaliseren van verkeersregelinstallaties, tot het scheiden van tramverkeer en gemotoriseerd verkeer waar mogelijk.
Het doel van deze ingrepen is om de doorstroming op de kruispunten te verbeteren, wachttijden te verminderen en grootschalige filevorming te voorkomen. Een aantal maatregelen die naar voren komen uit de effecten van het basisalternatief zijn:
64
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
•
Een vrijliggend fietspad op de Geestbrugweg met voldoende opstelruimte voor fietsers en voetgangers bij het kruispunt met de Haagweg. Door de komst van een tramhalte op dit al drukke kruispunt is er momenteel onvoldoende ruimte om veilig op te stellen bij de VRI. Om dit op te lossen, moet er ruimte worden vrijgemaakt door het inleveren van parkeerplekken of een rijstrook. Dit is nodig om het aantal conflictsituaties op het kruispunt te verminderen en de verkeersveiligheid te verbeteren. Uit het verkeersonderzoek blijkt dat gemeente LeidschendamVoorburg het hardst getroffen zal worden op het gebied van autoverkeer en parkeerdruk. De maatregelen uit deel C zullen een focus hebben om dit gebied te ontlasten.
8.5
Aanbevelingen
We bevelen het volgende aan: • Een beperking van het verkeersmodel dat is gebruikt voor het verkeersonderzoek naar de Vlietlijn, is dat het gebaseerd is op verkeersdata uit het tweede kwartaal van 2024. Op dat moment was er minder duidelijkheid over de gebiedsontwikkeling en de te treffen verkeersmaatregelen dan er nu is. Hierdoor bevat het model veel aannames, wat kan leiden tot afwijkingen in het gedrag van reizigers. Een aanbeveling zou zijn om het model opnieuw toe te passen, aangepast met de actuele kennis en ontwikkelingen, om het effect van de maatregelen beter te toetsen. Door specifiek te kijken naar gebieden zoals Leidschendam-Voorburg kan een doelgerichtere inschatting worden gemaakt van de effecten van de maatregelpakketten, zoals gepresenteerd in deel C. Het verkeersmodel moet worden bijgewerkt op basis van de meest recente inzichten uit het gebiedsprogramma. •
Het verkeersonderzoek voor de Vlietlijn15 laat zien dat verkeersintensiteiten op de Geestbrugweg en Prinses Mariannelaan in de plansituatie dermate hoog zijn dat er een sterk negatief effect optreedt op de reistijden van de Vlietlijn op dit deel van het tracé. De trambaan ligt hier namelijk op de rijbaan, en structurele congestie in de ochtend- en avondspits leidt ertoe dat de tram op die momenten niet door kan rijden. De gemodelleerde situatie is mogelijk nog ongunstiger omdat verkeerstellingen een 30% hogere verkeersintensiteit op de Geestbrugweg laten zien dan het verkeersmodel. We bevelen aan om de verkeersintensiteit in de plansituatie op de Geestbrugweg en Prinses Mariannelaan drastisch terug te brengen, bijvoorbeeld door middel van één van de maatregelpakketten die in hoofdstuk 29 beschreven en beoordeeld zijn.
•
Zet op de Maanweg in op de inrichtingsvariant waarbij de rooilijn teruggelegd wordt in de richting van de Binckhaven. In deze situatie ontstaat ruimte voor een groenstrook tussen het fietspad en de rijbaan en voor een breder trottoir. Gezien het drukke verkeer op de Maanweg is het van belang om fietsers en voetgangers hier zoveel mogelijk ruimte te geven.
•
Werk als onderdeel van het opstellen van het Voorlopig Ontwerp voor de Vlietlijn de mobiliteitsmaatregelen in het Basispakket Mobiliteit verder uit. Door de vele drukke, doorgaande wegen in het plangebied staat de ruimte voor fietsers en voetgangers onder druk, en deze maatregelen dragen in belangrijke mate bij aan de inrichting voor fietsen voetverkeer. Dit heeft positieve neveneffecten op de verkeersveiligheid, de modal shift van auto naar fiets, en de leefbaarheid in het gebied.
•
Ter hoogte van de Sporendriehoek wordt de Velostrada aangelegd. Het nieuwe doorgaande fietspad kruist de Binckhorstlaan ongelijkvloers. Het is op het Bink36-terrein mogelijk om een verbinding met het fietspad op de Binckhorstlaan aan te leggen. Dit is echter alleen haalbaar in de situatie waarin de Vlietlijn in de Sporendriehoek in een tunnel wordt aangelegd. Bezien vanuit de beoordelingscriteria ruimte voor fietsverkeer en modal shift naar fiets en gebruik OV bevelen we aan om deze verbinding met de Velostrada te leggen.
•
Uit de beoordeling in paragraaf 8.2.1.2 blijkt dat op de Zonweg alle mobiliteitsnetwerken bij elkaar komen. Deze dienen goed op elkaar worden afgestemd, waarbij met name voldoende ruimte voor fietsverkeer van groot belang is.
15 Royal HaskoningDHV (2024), Verkeersonderzoek de Vlietlijn
65
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
•
De Binckhorstlaan vormt een barrière voor fiets- en voetverkeer. Dit geldt met name voor het wegdeel tussen de kruisingen met de Mercuriusweg en Zonweg waar fietsers en voetgangers over een afstand van circa 400 m de weg niet kunnen oversteken. We bevelen aan om in de verdere uitwerking van het Gebiedsprogramma te onderzoeken of op dit wegdeel een extra, al dan niet ongelijkvloerse oversteekplek voor fietsers en voetgangers aangelegd kan worden.
•
De kruising tussen de Binckhorstlaan en de toegangsweg tot het Bink36-terrein dient opnieuw ingericht te worden. Oversteekplaatsen zijn onduidelijk voor fietsers en andere weggebruikers en dit leidt tot een risico op het ontstaan van conflictsituaties.
•
De uitritten van de Flaviusstraat en Paradijsstraat op het kruispunt tussen de Binckhorstlaan en Prinses Mariannelaan dienen voorzien te worden van tweerichtingsfietspaden. Dit zou het probleem oplossen waarbij fietsverkeer lange omrijdbewegingen moet maken om van en naar deze wegen te komen.
•
De nieuwe inrichting van het kruispunt tussen de Geestbrugweg en Haagweg zorgt voor een verslechtering van de verkeersveiligheid. De fietsers- en voetgangersonderdoorgang komt te vervallen, en op het kruispunt wordt een nieuwe tramhalte aangelegd. Hierdoor neemt de hoeveelheid fiets- en voetverkeer op het kruispunt sterk toe. De inritconstructie bij de Oranjelaan zorgt voor een onveilige situatie omdat autoverkeer bij groen licht vanuit alle richtingen de straat in kunnen draaien. We bevelen aan om minimaal de aansluiting van de Oranjelaan op het kruispunt voor autoverkeer af te sluiten.
•
De parkeernorm voor parkeren in de openbare ruimte voor het nieuwe programma in de Doorontwikkeling is met 0,2 auto’s per huishouden relatief laag. Indien op termijn blijkt dat het gemiddelde huishouden in het gebied meer dan 0,2 auto’s bezit, leidt dit tot het risico op een waterbedeffect waarbij mensen hun auto in nabijgelegen gebieden parkeren en lopend of met een vouwfiets naar hun woning of werk in de Binckhorst verder gaan. Dit is met name een risico voor Voorburg-West. We bevelen aan om te monitoren hoe het autobezit in het plangebied zich ontwikkelt, en of dit waterbedeffect zich in werkelijkheid voor gaat doen.
8.6
Leemten in kennis
De in dit onderzoek geconstateerde leemten in kennis zijn hieronder beschreven voor zowel de Doorontwikkeling als de Vlietlijn. Om deze situatie te evalueren is een aantal aannames gedaan en beleidskeuzes meegenomen die nog niet officieel door de Gemeente Den Haag zijn genomen. Besluitvorming maatregelen Basispakket Mobiliteit Binckhorst Dit betreft onder andere maatregelen zoals een knip in de Waldorpstraat 16 en de herinrichting van de Binckhorstlaan richting Leidschendam-Voorburg zoals omschreven in Besluitvorming maatregelen Basispakket Mobiliteit Binckhorst. De combinatie van deze twee maatregelen heeft een grotere invloed op de hoeveelheid auto’s die door de Binckhorst en omgeving rijdt dan de voorgestelde maatregelen. Als deze besluiten niet worden uitgevoerd, zal het verkeersprobleem in het gebied nog groter worden dan in dit onderzoek beschreven. Verschil in detailniveau ontwerp Vlietlijn en Doorontwikkeling Een ander aandachtspunt is het verschil in detailniveau waarop deze studie is uitgevoerd. Terwijl het tracé van de Vlietlijn en het nieuwe ontwerp van enkele kruispunten in Den Haag en Leidschendam-Voorburg al concreet zijn vastgesteld, zijn de plannen voor de Doorontwikkeling van het gebied nog niet zo ver uitgewerkt. Op dit moment is er alleen een gebiedsontwikkeling met intenties beschikbaar waarop de evaluatie is gebaseerd.
Deze zijn gepresenteerd in Figuur 8-13 en Figuur 2-4 in Deel A.
16 Deze maatregel is op verzoek van de werkgroep overgenomen uit het CID-maatregelenpakket, ondanks dat de formele besluitvorming nog niet is
afgerond. De afsluiting wordt beschouwd als worst-case scenario voor het plangebied.
66
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
Hoewel de plannen veelbelovend lijken voor actieve mobiliteit, is het belangrijk om te erkennen dat er in de komende periodes nog veel kan veranderen, wat de resultaten van deze beoordeling kan beïnvloeden. Dit hoeft niet per se negatief te zijn. Zo wordt in Figuur 8-14 bijvoorbeeld duidelijk dat alle modaliteiten samenkomen op de Zonweg. Dit is nu beoordeeld als een aanzienlijk veiligheidsrisico, maar biedt tegelijkertijd de kans om dit gebied veiliger te maken door gerichte maatregelen. Beoordeling verkeersveiligheid kruispunten herinrichting Geestbrugweg Het was in hoofdstuk Effecten Basisalternatief niet mogelijk om de conflictsituaties in de gemeente Rijswijk in kaart te brengen. Hier moet op een vergelijkbaar detailniveau onderzoek gedaan worden om de resultaten objectief te kunnen vergelijken met de resultaten voor Den Haag en Leidschendam-Voorburg. De verkeersveiligheid op deze kruispunten hangt af van maatregel #18 uit het Basispakket mobiliteit. Het is daarom belangrijk dat er duidelijk komt over hoe de herinrichting van de Geestbrugweg eruit komt te zien. Beoordeling parkeren Een ander aandachtspunt is het gebrek aan parkeerplaatsen overdag in de Binckhorst. De wens om meer werkplekken te creëren in het gebied zal ertoe leiden dat meer mensen van buitenaf naar de Binckhorst zullen komen.
Hierbij bestaat de kans dat een groot deel van deze personen met de auto naar het werk reist, omdat het reizen met het OV of de fiets naar de Binckhorst niet voor iedereen een haalbare optie is. Indien er in het gebied zelf niet voldoende openbare parkeerplaatsen zijn, of dat er parkeerregulering plaatsvindt die strenger is dan in omliggende gebieden, kan dit een waterbedeffect veroorzaken naar parkeren op straten in omliggende gemeenten. Hierdoor kan bijvoorbeeld de parkeerdruk in Voorburg-West toenemen.
67
Datum: 19 juni 2025 - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
9
Luchtkwaliteit
9.1
Aanpak
9.1.1
Wettelijk en beleidsmatig kader
In Tabel 9-1 is het relevante wettelijk kader en beleidskader opgenomen met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit. Daarbij is aangegeven wat de relevantie is voor de intergemeentelijke gebiedsvisie. Tabel 9-1 wettelijk en beleidskaders
Wettelijk- en beleidskader
Toelichting en relevantie voor het Gebiedsprogamma
Besluit kwaliteit leefomgeving
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan Rijksomgevingswaarden voor lucht. Daarnaast kunnen provincies en gemeenten omgevingswaarden stellen in hun omgevingsverordening of omgevingsplan. Het Bkl beschrijft ook wanneer een project of activiteit niet in betekenende mate bijdraagt (NIMB).
Omgevingsregeling
Hierin is beschreven hoe de luchtkwaliteit moet worden berekend en beoordeeld. Onderdeel hiervan is ook het bloostellingscriterium dat ingaat op de periode waaraan personen aan concentraties kunnen worden blootgesteld.
Schone Lucht Akkoord
Met inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is het NSL vervallen Het Schone Lucht Akkoord (SLA) is een opvolgend programma. Het doel van het SLA is om de luchtkwaliteit in Nederland verder te verbeteren en gezondheidswinst te bereiken van minimaal 50% in 2030 ten opzichte van 2016.
Europese grenswaarden
In 2021 is door de Europese Commissie (EC) aangekondigd dat binnen de EU de concentraties van verontreinigende stoffen in de lucht, bodem en water in uiterlijk 2050 op een voor mens en milieu gezond niveau moet zijn. De concentratie verontreinigende stoffen moet dan niet meer schadelijk zijn voor de mens en het milieu. Na publicatie van de WHO-advieswaarden in september 2021, heeft de EC dan ook besloten de luchtkwaliteitsnormen te herzien. Op 14 oktober 2024 heeft de Raad goedkeuring gegeven aan de herziening van de richtlijnen. Op 20 november 2024 zijn deze richtlijnen gepubliceerd in Richtlijn (EU) 2024/2881.
Omgevingswet: Besluit kwaliteit leefomgeving Artikel 2.15 van de Omgevingswet schrijft voor dat omgevingswaarden vastgesteld worden om de gezondheid en het milieu te beschermen, de veiligheid te waarborgen en natuurlijke hulpbronnen te beheren. Deze omgevingswaarden zijn vastgesteld bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is de AMvB waarin de omgevingswaarden van het Rijk vastgelegd zijn. Het gaat onder meer om omgevingswaarden voor de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2.5), lood, ozon en gevaarlijke stoffen. Deze omgevingswaarden zijn terug te vinden in met name artikelen 2.1 tot en 2.8 van het Bkl en gelden als maximaal toelaatbare concentratie.
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
Omgevingswaarden stikstofdioxide en fijnstof In Tabel 9-2 zijn de vigerende omgevingswaarden opgenomen voor stikstofdioxide en fijnstof. Tabel 9-2 Omgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof
Component
Grenswaarde •
Fijn stof (PM10)
Zeer fijn stof (PM2.5) Stikstofdioxide (NO2)
•
•
Bron
Omgevingswaarde 40 µg/m3 als jaargemiddelde (vanaf juni 2011) Omgevingswaarde 50 µg/m3 als 24-uurgemiddelde (vanaf juni Bkl - Art. 2.5 2011) • (max. 35x per jaar overschrijding) Omgevingswaarde 25 µg/m3 als jaargemiddelde (vanaf januari 2015) Bkl - Art. 2.5
• • •
Omgevingswaarde 40 µg/m3 als jaargemiddelde (vanaf 2015) Omgevingswaarde 200 µg/m3 als uurgemiddelde (vanaf 2015) Bkl - Art. 2.4 • (max. 18x per jaar overschrijding)
Aandachtsgebieden In enkele regio’s in Nederland is de jaargemiddelde concentratie luchtverontreinigende stoffen nog hoog. In deze regio’s worden omgevingswaarden soms overschreden, of liggen de concentraties dicht bij de omgevingswaarden waardoor nieuwe projecten kunnen leiden tot overschrijding van de omgevingswaarden. De overheid heeft deze regio’s aangewezen als aandachtsgebieden. Binnen deze aandachtsgebieden moeten projecten getoetst worden aan de omgevingswaarden en vindt monitoring van de luchtkwaliteit plaats. Er is onderscheid gemaakt in: • Aandachtsgebieden voor zowel stikstofdioxide als fijn stof. • Aandachtsgebieden voor alleen fijn stof.
De aandachtsgebieden zoals deze vastliggen sinds 1 januari 2024 bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn opgenomen in Tabel 9-3. De aandachtsgebieden zijn voor het studiegebied voor dit onderzoek relevant omdat de gemeente, Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg binnen het aandachtsgebied Agglomeratie Den HaagLeiden ligt. Tabel 9-3: Aandachtsgebieden zoals geldig per 1 januari 2024
Aandachtsgebieden stikstofdioxide en fijn stof
Aandachtsgebieden fijn stof
Agglomeratie Amsterdam-Haarlem
Gemeente Asten
Agglomeratie Den Haag-Leiden
Gemeente Barneveld
Agglomeratie Rotterdam-Dordrecht
Gemeente Bernheze
Agglomeratie Utrecht
Gemeente Ede
Agglomeratie Eindhoven
Gemeente Leudal
Gemeente Arnhem
Gemeente Nederweert
Gemeente Etten-Leur
Gemeente Scherpenzeel Gemeente Venray
70
Datum: 19 juni - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
Schone Lucht Akkoord (SLA) Op 1 augustus 2009 werd het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht. In het NSL werkten de Rijksoverheid en decentrale overheden samen om tijdig (binnen de verkregen derogatietermijn) te voldoen aan de Europese normen voor stikstofdioxide en fijn stof. Na afloop van de derogatietermijn, liep het NSL door om de luchtkwaliteit in Nederland verder te verbeteren. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is het NSL vervallen. Op 13 januari 2020 sloten de Rijksoverheid, provincies en gemeenten het Schone lucht Akkoord (SLA). In het SLA zijn afspraken opgenomen om de luchtkwaliteit in Nederland steeds verder te verbeteren. Op 19 maart 2025 is het SLA reeds ondertekend door de Rijksoverheid (vertegenwoordigd door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat), alle twaalf Nederlandse provincies en 124 gemeenten. Het doel van het SLA is om de luchtkwaliteit in Nederland verder te verbeteren en gezondheidswinst te bereiken van minimaal 50% in 2030 ten opzichte van 2016. Maatregelen die in het SLA genomen worden, zijn gepubliceerd in de Uitvoeringsagenda SLA 2024-203017. Ook de gemeenten Den Haag, Leischendam-Voorburg en Rijswijk, waarbinnen het plangebied gelegen is, hebben het SLA ondertekend.
Omgevingsregeling De Omgevingsregeling bevat, net als voorheen de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Rbl 2007), voorschriften voor het meten en berekenen van de concentratie en depositie van luchtverontreinigende stoffen. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) maakt jaarlijks enkele generieke gegevens bekend, die bij een luchtkwaliteitsberekening moeten worden gebruikt. Het betreft onder meer de achtergrondconcentratiekaarten (GCNkaarten) en enkele emissiefactoren voor verkeer en voor veehouderijen. Deze generieke gegevens worden vervolgens verwerkt in de nieuwste versies van rekenmodellen.
Niet in Betekenende Mate (NIBM) bijdragen Voor projecten/ activiteiten die ‘Niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit nodig. Het gaat dan bijvoorbeeld om een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging beperkt is. Concreet is sprake van een NIBM project/activiteit wanneer het project of de activiteit maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentraties fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2), zoals volgt uit artikel 5.53 en 5.54 van het Bkl.
Toepasbaarheidsbeginsel In de Omgevingswet is opgenomen dat de luchtkwaliteit niet langer getoetst hoeft te worden op plaatsen waar geen mensen kunnen komen. De belangrijkste gevolgen van artikel 5.19 zijn: • Geen beoordeling van de luchtkwaliteit op plaatsen waar het publiek geen toegang heeft en waar geen permanente bewoning is. • Geen beoordeling van de luchtkwaliteit op bedrijfsterreinen of terreinen van industriële inrichtingen (hier gelden de ARBO-regels). Dit omvat mede de (eigen) bedrijfswoning. Een uitzondering hierop is voor publiek toegankelijke plaatsen zoals tuincentra; deze worden wél beoordeeld (hierbij speelt het zogenaamde blootstellingscriterium een rol). • Bij de beoordeling van een inrichting in het kader van de Wet milieubeheer vindt toetsing plaats vanaf de grens van de inrichting of bedrijfsterrein. • Geen beoordeling van de luchtkwaliteit op de rijbaan van wegen, en op de middenberm van wegen, tenzij voetgangers normaliter toegang hebben tot de middenberm
Het toepasbaarheidsbeginsel komt in het Bkl voor: • Artikel 5.52 – toelaten activiteiten in omgevingsplan. • Artikel 8.17 – beoordelingsregels milieubelastende activiteiten. • Artikel 11.19 – monitoring omgevingswaarden luchtkwaliteit. • Het toepasbaarheidsbeginsel is het Bkl beschreven, maar voor dit onderzoek niet relevant.
17 Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, juni 2024
71
Datum: 19 juni - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
Blootstellingcriterium De luchtkwaliteit moet alleen bepaald (gemeten of berekend) worden op plaatsen waar de blootstelling significant is. Bij toetsing van de gevolgen van een project aan de luchtkwaliteitseisen is dus van belang dat de plaatsen worden bepaald waar significante blootstelling plaatsvindt. Daarvoor moet eerst duidelijk zijn wat significant is of niet. In artikel 8.11 van de Omgevingsregeling staat dat de luchtkwaliteit wordt bepaald op plaatsen waar de bevolking ‘kan worden blootgesteld gedurende een periode die in vergelijking met de middelingstijd van de betreffende luchtkwaliteitseis significant is'. Hieruit blijkt dat de duur van de periode dat iemand (1 individu) gemiddeld wordt blootgesteld bepalend is voor de vraag of de luchtkwaliteit dient te worden beoordeeld. Er wordt daarbij verder geen onderscheid gemaakt naar de gevoeligheid van groepen of de aard van het verblijf. De omgevingswaarden zijn opgesteld ten behoeve van de gezondheid van de gehele bevolking. Hiermee wordt bedoeld dat bij de bepaling of een verblijfstijd significant is, de verblijfstijd vergeleken moet worden met een jaar, dag of uur, afhankelijk van de vraag of er sprake is van een jaargemiddelde, een daggemiddelde of een uurgemiddelde grenswaarde voor een stof.
Het blootstellingscriterium is in voorliggend onderzoek niet relevant, daar het gaat om woningbouw en de blootstelling dus altijd significant is.
WHO-advieswaarden Naast omgevingswaarden (voorheen grenswaarden), heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) advieswaarden uitgebracht. In september 2021 heeft de WHO de advieswaarden aangescherpt. De advieswaarden zijn samengevat in onderstaande tabel. Tabel 9-4 WHO-advieswaarden zoals deze golden tot september 2021 en met ingang van september 2021
Stof
Type grenswaarde
WHO-advieswaarde tot september 2021
Verscherping WHO-advieswaarde per september 2021
Stikstofdioxide (NO2) Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
10 µg/m3
Fijn stof (PM10)
Jaargemiddelde concentratie
20 µg/m3
15 µg/m3
Zeer fijn stof {PM2.5)
Jaargemiddelde concentratie
10 µg/m3
5 µg/m3
Uit de tabel blijkt dat de WHO-advieswaarden zoals deze golden tot september 2021, al strenger zijn dan de Nederlandse omgevingswaarden. De nieuwe WHO-advieswaarden zijn veel strenger, maar deze zijn op het moment van schrijven van voorliggend rapport nog niet opgenomen in de Nederlandse wetgeving. In voorliggend onderzoek worden de berekende jaargemiddelde concentraties wel vergeleken met de vigerende WHO advieswaarden. Daadwerkelijke toetsing vindt plaats op basis van de NIBM normen en omgevingswaarden zoals vastgesteld bij inwerkingtreding van de omgevingswet op 1 januari 2024.
Aanscherping Europese luchtkwaliteitsnormen In 2021 is door de Europese Commissie (EC) aangekondigd dat binnen de EU de concentraties van verontreinigende stoffen in de lucht, bodem en water in uiterlijk 2050 op een voor mens en milieu gezond niveau moet zijn. De concentratie verontreinigende stoffen moet dan niet meer schadelijk zijn voor de mens en het milieu. Na publicatie van de WHO-advieswaarden in september 2021, heeft de EC dan ook besloten de luchtkwaliteitsnormen te herzien. Op 14 oktober 2024 heeft de Raad goedkeuring gegeven aan de herziening van de richtlijnen. Op 20 november 2024 zijn deze richtlijnen gepubliceerd in Richtlijn (EU) 2024/2881. Europese lidstaten hebben tot eind 2026 de tijd de nationale wetgeving aan te passen. Dit houdt in dat ook Nederland de regelgeving eind 2026 aangepast moeten hebben naar de nieuwe Europese richtlijnen. De nieuwe grenswaarden moeten op uiterlijk 1 januari 2030 zijn bereikt. Tabel 9-5 geeft een samenvatting van de vigerende omgevingswaarde, de nieuwe grenswaarde zoals deze per 1-1-2030 volgens de Europese Richtlijn moet gelden en de WHOadvieswaarde. De vigerende omgevingswaarde en de Europese Richtlijn zijn wettelijk bepaald en vormen daarmee het wettelijk kader. De WHO-advieswaarde is een streefwaarde en ambitie.
72
Datum: 19 juni - Public
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING
Tabel 9-5 Omgevingswaarde, WHO-advieswaarde en aanscherping van de grenswaarde voor luchtverontreinigende stoffen
Stof
Omgevingswaarde per 1-1-2024
Grenswaarde EU Richtlijn 2024/2881 per 1-1-2030
WHO-advieswaarde per 21-9-2021
Stikstofdioxide (NO2)
40 µg/m3
20 µg/m3
10 µg/m3
Fijn stof (PM10)
40 µg/m3
20 µg/m3
15 µg/m3
Zeer fijn stof (PM2.5)
25 µg/m3
10 µg/m3
5 µg/m3
De grenswaarden uit de EU Richtlijn 2024/2881 worden na 2030 regelmatig geëvalueerd aan de hand van de nieuwste wetenschappelijke inzichten. Streven is om in de gehele Europese Unie in 2050 te voldoen aan de WHOadvieswaarden.
9.1.2
Beoordelingskader
Het beoordelingskader voor het aspect/de aspecten luchtkwaliteit is afgeleid van het wettelijk en beleidsmatig kader enerzijds en de doelstellingen van het Gebiedsprogamma anderzijds. De beoordelingscriteria voor het aspect luchtkwaliteit zijn verdeeld over 3 criteria. Daarnaast beoordelen we het aspect stofhinder aan de hand van het beoordelingscriterium stofbelaste woningen. In Tabel 9-6 is het beoordelingskader opgenomen. Hierbij is op hoofdlijnen aangegeven op welke wijze de effectbepaling voor de criteria is uitgevoerd. In de volgende (sub)paragrafen is per thema uitleg gegeven over de beoordelingscriteria en is de aanpak van de beoordeling toegelicht. Tabel 9-6 Beoordelingscriteria aspect luchtkwaliteit. De vinkjes geven aan welke onderzoeken uitgevoerd worden voor D: Doorontwikkeling en/of V: Vlietlijn