CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322968 Bijlage 11 PlanMER Binckhorst Deel A Syntheserapport 20250619

Commissie Leefomgeving 4 september 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken36.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Figuur 1-3 Een schematisch overzicht van de projectfasen van Deel B – Vlietlijn en C – Doorontwikkeling van het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma

Het planMER wordt parallel opgesteld aan het ontwerp van de Vlietlijn en de invulling van de Doorontwikkeling in het gebiedsprogramma. De beoordeling in dit planMER is gebaseerd op het bevriesmoment met het 60% schetsontwerp (SO) van de Vlietlijn (december 2024) en het concept gebiedsprogramma van 31 maart 2025. Ondertussen is er doorgewerkt aan het SO, waarbij de resultaten van dit planMER worden gebruikt als instrument/argumentatie om weloverwogen keuzes te maken en voorgestelde maatregelen al (deels) in het ontwerp zijn verwerkt. Dat geldt eveneens voor het concept gebiedsprogramma. In de lijst hieronder is opgenomen van welke van plannen is uitgegaan voor het planMER: • Concept Gebiedsprogramma Doorontwikkeling, gedateerd op 31 maart 2025. • Concept gebiedsprogramma Vlietlijn, gedateerd op 31 maart 2025 4. • WP-TM09 Ontwerpnota Schetsontwerp [SO 60%) [Vlietlijn], versie Concept/0.1, gedateerd op 26 september 2024 5. • Schetsontwerp Vlietlijn (60%-versie SO+), Shapefile gedateerd op 19 maart 2025. • Procesboek Sporendriehoek, versie niet bekend. • Ontwerpnota Vlietlijn Tunnelvariant Schetsontwerp [Vlietlijn], versie Concept/0.1, gedateerd op 18 april 2025. • Verkeersonderzoek De Vlietlijn, gedateerd op 25 oktober 2024. • Workshop De Vlietlijn: Stationsplein en Opa’s Veldje, gedateerd op 17 januari 2025.

• Beeldkwaliteitsplan de Vlietlijn, Concept 60%, gedateerd op 27 september 2024 • Basispakket Mobiliteit, gedateerd op 24 oktober 2022

4 Specifiek voor de beoordeling van de Vlietlijn in de gemeente Rijswijk in hoofdstuk 8 Mobiliteit baseren we ons op versie 0.2, gedateerd op 18 april

2025. De reden hiervoor is dat er in de versie gedateerd op 31 maart 2025 geen beschrijving opgenomen was van het ontwerp van de Vlietlijn in de gemeente Rijswijk 5 Specifiek voor de beoordelingscriteria Bomen en Kwantiteit stedelijk groen baseren we ons op de Bomen Effect Analyse, gedateerd 5 oktober 2024. De Bomen Effect Analyse is in de loop van 2024 opgesteld en gaat uit van het schetsontwerp van de Vlietlijn gedateerd op 5 februari 2024

45

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

2

Voorgenomen activiteit

In dit hoofdstuk beschrijven we voor de Doorontwikkeling en Vlietlijn welke activiteiten er binnen het Gebiedsprogramma voorzien zijn en op basis van welke ontwerpkeuzes deze activiteiten tot stand gekomen zijn. Ook beschrijven we welke varianten en gevoeligheidsanalyses er spelen voor ieder van deze onderdelen van het Gebiedsprogramma. In paragraaf 4.4 vatten we samen hoe de voorgenomen activiteiten, varianten en gevoeligheidsanalyses geland zijn in de beoordelingen in dit planMER.

2.1

Doorontwikkeling Binckhorst

In deze paragraaf beschrijven we het proces dat gevolgd is om tot het Gebiedsprogramma voor het deel Binckhorst te komen. Daarvoor beschrijven we eerst wat voorafging aan de huidige projectfase en hoe dit zijn doorwerking heeft in de Doorontwikkeling. Daarna lichten we toe hoe voor het programma in de Doorontwikkeling gebruik gemaakt is van dragende principes met een ruimtelijke vertaling en een ruimtelijk concept. Dit is gevisualiseerd in Figuur 2-1. In het figuur geven we ook aan in welke paragrafen de onderwerpen verder toegelicht worden.

Figuur 2-1 Processchema van de Doorontwikkeling en wat hieraan vooraf ging

46

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

2.1.1

Invulling transformatie Binckhorst

De Binckhorst is vanaf 2011 organisch ontwikkeld. Momenteel is de eerste fase van de ontwikkeling van de Binckhorst op basis van het omgevingsplan 2018 tot een gemengd woon-werkgebied in volle gang. De eerste bouwplannen, waarin 5000 woningen, bedrijvigheid en voorzieningen zijn opgenomen, zijn gereserveerd of in uitvoering in verschillende initiatieven van diverse eigenaren verspreid over het gebied. Een deel is al gerealiseerd en bewoond. Het huidige omgevingsplan voorziet in een organische gebiedsontwikkeling. Na realisatie van private bouwinitiatieven volgt de ontwikkeling van de openbare ruimte, die de komende jaren een transformatie zal ondergaan. De ontwikkeling is inmiddels in volle gang: ongeveer een vijfde van het gebied is in transformatie en wordt in losse planinitiatieven tot realisatie gebracht.

Figuur 2-2 Figuur 2-2 toont de stand van zaken van initiatieven die binnen de ruimte van het omgevingsplan 2018 zijn ingevuld.

47

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Figuur 2-2 Autonome ontwikkelingen in de Binckhorst die als gevolg van het omgevingsplan vastgesteld zijn De behoefte aan woningen en andere verstedelijkingsprogramma blijft onverminderd groot. Eind 2023 is de gemeente Den Haag daarom gestart met onderzoeken voor de Doorontwikkeling van de Binckhorst, waarin wordt onderzocht op welke manier de Binckhorst verder kan groeien. Voor het gebied Central Innovation District (CID)-Binckhorst in de gemeente Den Haag hebben Rijk (IenW en BZK) en regio (de Provincie, MRDH en Den Haag) in het Bestuurlijk Overleg in het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO MIRT) van 10 november 2022 afspraken gemaakt over de realisatie van ruim 20.000 woningen in CID-Binckhorst tot en met 2030 en het mogelijk maken van ca. 15.000 woningen na 2030. Dit vanwege de blijvende behoefte aan woningen en daarmee samenhangende verstedelijkingsopgaven. Er komen bijvoorbeeld ook zo’n 30.000 banen bij. De extra woningen en ruimte voor arbeidsplaatsen zorgen voor extra verplaatsingen, in een gebied waar de lokale, regionale Randstedelijke bereikbaarheid al onder toenemende druk staat. Een forse groei van het autoverkeer is zeer ongewenst en niet mogelijk gezien de schaarse ruimte in deze omgeving.

De opgave voor woningbouw en verstedelijking is aanwezig en daarom is het een noodzaak om te investeren in duurzame bereikbaarheid, gericht op mobiliteitstransitie, en te investeren in de verbetering van de woon- en leefkwaliteit en de verkeersveiligheid in de bestaande woonwijken rondom de Binckhorst, in Rijswijk, in Voorburg-West en Den haag. Juist op die plekken waar deze verbetering gerelateerd is aan de aanleg van de Vlietlijn (zie paragraaf 2.20). Hoewel het huidige Omgevingsplan functioneert zoals destijds bedacht, is het erg op hoofdlijnen opgesteld. Inzet was om een zo flexibel mogelijk juridisch planologisch kader te creëren, zonder afbreuk te doen aan de rechtszekerheid. Doordat er geen ruimtelijke vertaling heeft plaatsgevonden, heeft de gemeente in de praktijk onvoldoende handvatten om te sturen op kwaliteit en samenhang van het gebied. Ook blijkt het in de praktijk lastig alle zittende (zware) bedrijven te handhaven, terwijl er op grote schaal woningen in de nabijheid worden toegevoegd. Daarnaast was het uitgangspunt van het huidige omgevingsplan dat al het geldende beleid van de gemeente Den Haag van toepassing was. Het beleid is daarom vertaald in een hele reeks randvoorwaarden die in plan- en beleidsregels zijn opgenomen. 48

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Bij de planontwikkeling is in de praktijk gebleken dat het – zeker bij plotgewijze ontwikkeling – heel lastig is om aan alle beleidsuitgangspunten van de gemeente Den Haag te voldoen. In het kader van de Doorontwikkeling zullen daarom al integrale beleidsafwegingen vooraf worden gemaakt. Om verdere verdichting naar in totaal 10.000 tot 12.500 woningen en de Vlietlijn mogelijk te maken, is een wijziging van het huidige omgevingsplan nodig. Dit biedt de gemeente bovendien de uitgelezen kans om meer regie te nemen.

2.1.2

Het Gebiedsprogramma Binckhorst

2. Proces planuitwerking Doorontwikkeling Binckhorst De volgende stap in de Doorontwikkeling van de Binckhorst was om drie denkrichtingen uit te werken waarin de woningen in het gebied ingepast worden. Daarbij varieerde het aantal woningen, het aanbod aan groen en de hoeveelheid verbindingen met omliggende gebieden in de vorm van bruggen en tunnels. De volgende denkrichtingen zijn uitgewerkt: 1. Grootstedelijk Binckhorst: Dit is de meest ambitieuze denkrichting, met als uitgangspunt dat de Binckhorst maximaal bij moet dragen aan de opgaven van de stad, specifiek op gebied van de woonopgave en het aanbod van stedelijk groen. In totaal worden er in deze denkrichting 10.000 woningen gebouwd, waarbij er op een aanbod van 40 m² groen per woning wordt ontworpen. In totaal verbinden 13 bruggen en tunnels de Binckhorst met omliggende gebieden. 2. Binckhorst Centraal: Het uitgangspunt voor deze denkrichting is om een wijkpark met voorzieningen te verenigen met ruimte voor bedrijvigheid. In totaal worden er in deze denfkrichting 7.500 woningen gebouwd, waarbij er op een aanbod van 20 m² groen per woning wordt ontworpen. In totaal verbinden 9 bruggen en tunnels de Binckhorst met omliggende gebieden. 3. Gestructureerd organisch: Deze denkrichting is van alle denkrichtingen het minst ambitieus. Het uitgangspunt was een verbeterde versie van de huidig organische ontwikkelwijze.

In totaal worden er in deze denkrichting 5.000 woningen gebouwd, waarbij er op een aanbod van 8 m2 groen per woning wordt ontworpen. In totaal verbinden 7 bruggen en tunnels de Binckhorst met omliggende gebieden. 3. Figuur 2-3 toont de ruimtelijke visualisatie van deze drie denkrichtingen.

Figuur 2-3 Ruimtelijke visualisatie drie denkrichtingen

De denkrichtingen hebben verschillende inzichten en dilemma’s blootgelegd: 49

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

1. Denkrichting 1. Grootstedelijk Binckhorst biedt een breed gedragen visie op het Trekvlietpark en zorgt voor een uitstekende ruimtelijke verbinding tussen de Binckhorst en het centrum. Het Mercuriuskwartier krijgt een wezenlijk andere invulling dan eerder vastgesteld, met meer ruimte voor wonen, wat extra parkeerdruk met zich meebrengt. Dit scenario vereist de grootste bovenwijkse investeringen, met aanzienlijke financiële risico’s en een grote publieke min. Het biedt veel voordelen voor toekomstige bewoners en gebruikers, en levert de grootste bijdrage aan de stad als geheel. Tegelijkertijd profiteert een groot deel van de Binckhorst niet direct van het groen of het nieuwe park. 4. 2. Denkrichting 2. Binckhorst Centraal richt zich op een sterke noord-zuidzonering, waarbij de noordzijde wordt ontwikkeld als werkwijk en de zuidzijde als stadswijk. De afvalcentrale wordt doorontwikkeld tot een circulaire HUB naast het Mercuriuskwartier, maar de impact hiervan op de leefomgeving blijft onduidelijk. Dit scenario vraagt om forse bovenwijkse investeringen en biedt minder ruimte voor wonen. Daarom resulteert het in lagere opbrengsten. De noordzijde vormt een barrière tussen het centrum en de zuidelijke stadswijk, terwijl het groen te veel gecentreerd is, waardoor grote delen van de Binckhorst er onvoldoende van profiteren.

Daarnaast wordt de potentie van de Vlietzone niet volledig benut door beperkte toegankelijkheid. Het is bovendien niet haalbaar om de begraafplaats als onderdeel van het park mee te nemen. 5. 3. Denkrichting 3. Gestructureerd organisch bouwt voort op de in het omgevingsplan reeds ingeslagen koers, wat resulteert in een minder ingrijpende en minder vernieuwende aanpak. Het creëren van ruimtelijke samenhang vormt de grootste uitdaging, met onzekerheid over de ruimtelijke kwaliteit. Dit scenario vereist de minste bovenwijkse investeringen, terwijl het goed aansluit bij eerder ingenomen grondposities. Er is echter een risico op ongewenste plotontwikkeling zonder samenhang, en de kosten voor strategisch aankopen zijn nog onbekend. Het respecteert de diversiteit en het ‘Binckhorst-gevoel’, biedt kansen voor gefaseerde ontwikkeling en het creëren van afgeronde buurten. Toch bestaan er twijfels over het ambitieniveau op de lange termijn. 6.

Figuur 2-4 3D impressie synergiemodel

Vanuit de denkrichtingen is het synergiemodel opgesteld dat in dit planMER is beoordeeld. De afwegingen die ten grondslag liggen aan het synergiemodel nemen impliciet de belangen vanuit milieu en leefomgeving mee. Zo wordt ingegaan op het aanbod aan stedelijk groen, waarmee impliciet het belang van gezondheid, natuur, waterberging en hittestress meegenomen wordt in de afweging. Ook hebben afwegingen rondom mobiliteit en parkeren een belangrijke rol gespeeld in de denkrichtingen. Impliciet worden thema’s als verkeersveiligheid, ruimte voor fietsers en voetgangers, luchtkwaliteit en geluid daardoor meegenomen in de afweging. Deze afweging, en de rol die het belang van milieu en leefomgeving hierin hebben gespeeld, zijn door de gemeente echter niet expliciet gemaakt.

50

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

De mer-procedure startte na de samenstelling van het synergiemodel en heeft dus ook geen rol gespeeld in het opstellen van het synergiemodel. Ter onderbouwing van de gemaakte keuzes, specifiek met betrekking tot het aantal te realiseren woningen, beschrijven we in onderstaande paragrafen de inkadering van de 7.000 woningen in het woningbouwprogramma. Dit doen we qua aantallen woningen zowel van bovenaf als van onderaf. De maximale hoeveelheid woningen die onderzocht is, komt voor uit de Nota Hoogbouw van de gemeente Den Haag. Volgens de Nota Hoogbouw zou in 50% van het plangebied hoogbouw kunnen worden gerealiseerd. Dat levert een totaal van 19.000 nieuwe woningen op. Een dergelijke mate van verstedelijking leidt echter op meerdere vlakken tot onacceptabele situaties. Ten eerste blijkt uit het verkeersmodel dat bij een groei van circa 7.000 woningen de doorstroming op het wegennet verder verslechtert, zodanig dat de komst van een hoogwaardige openbaar vervoersverbinding (de Vlietlijn) randvoorwaardelijk is voor de Doorontwikkeling. Nog eens 12.000 woningen extra zou tot onoplosbare knelpunten op de wegen in en om het gebied leiden. Ten tweede wordt in dit scenario de druk op maatschappelijke voorzieningen, waaronder stedelijk groen, onacceptabel hoog.

Daarnaast is dit maximale woningbouwmodel doorgerekend in het windonderzoek dat voor dit planMER uitgevoerd is, zie hoofdstuk 23. De vele hoge gebouwen in het gebied in lijnen die haaks staan op de heersende windrichting zou leiden tot oncomfortabele en in het geval van de Binckhorstlaan zelfs mogelijk gevaarlijke situaties op straatniveau. Het maximum aantal woningen op basis van de Nota Hoogbouw is daarom fors naar beneden bijgesteld. De volgende stap naar het streefgetal van 7.000 woningen vond plaats door te beoordelen wat de draagkracht van het gebied is. Deze hebben we inzichtelijk gemaakt in Tabel 2-1. Het Gebiedsprogramma bevat informatie over de ruimte in bruto vloeroppervlak (BVO) die toegewezen wordt aan een aantal maatschappelijke voorzieningen. Het gaat om voorzieningen op gebied van stedelijk groen, onderwijs, zorg & welzijn, cultuur en bovenwijkse sport- en speelvoorzieningen. Hiervoor zijn normen opgenomen in de Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen. Tabel 2-1 geeft deze normen gebundeld voor iedere categorie weer. De tabel geeft ook weer hoeveel ruimte er in het Gebiedsprogramma gereserveerd is voor de voorzieningen. Op basis hiervan geven we een indicatie van het maximale aantal woningen dat in de Binckhorst zou kunnen worden gebouwd. De draagkracht van het gebied verschilt per categorie maatschappelijke voorziening.

Voor stedelijk groen en bovenwijkse voorzieningen op gebied van sport en spel is de draagkracht het grootst. Dit is een bewuste keuze geweest bij het ontwikkelen van de plannen voor de Doorontwikkeling: het Waterfrontpark heeft een bovenwijkse functie in het stedelijke systeem van parken, en een zwembad en sporthal bedienen per definitie ook een groter gebied dan alleen de eigen wijk. Voor de categorieën onderwijs en cultuur ligt de draagkracht rond 10.000 woningen, en voor zorg- en welzijnsvoorzieningen rond 7.000 woningen. Deze woningaantallen liggen in de buurt van de 12.000 woningen die er in de plansituatie in het gebied zijn: naast de 7.000 woningen in de Doorontwikkeling worden momenteel nog eens 5.000 woningen in het gebied gebouwd. Van bovenin de bandbreedte beredeneerd is de streefwaarde voor het aantal woningen bijgesteld van een absoluut en nooit als realistisch beschouwd maximum van 19.000 naar uiteindelijk 7.000. Dit is ook grofweg het woningaantal waar het verkeersmodel6 voor de Vlietlijn op is gestoeld. De kwantitatieve verkeersanalyses laten zien dat een totaal van 7.000 woningen binnen de Doorontwikkeling in de buurt van het maximum komt waarbinnen geen onacceptabele problemen op gebied van doorstroming en verkeersveiligheid ontstaan, mits er extra maatregelen worden genomen op het gebied van doorstroming en bereikbaarheid (zie paragraaf 0).

Tabel 2-1 De draagkracht van de Binckhorst. De draagkracht is uitgedrukt in het maximale aantal woningen voor de verschillende gebruiksfuncties uit de Haagse richtinggevende normen

Gebruiksfunctie

Haagse richtinggevende norm (m2/woning)

Oppervlak (m2)

Draagkracht gebied (aantal woningen)

Stedelijk groen7

8

200.000

25.000

Onderwijs

1,6

18.000

11.250

Zorg en welzijn

0,8

5.500

6.875

6 V-MRDH, versie 3.0.2. 7 We gaan uit van een totaal van 200.000 m2 aan stedelijk groen. Dit wijkt af van de 280.000 m2 die in het Gebiedsprogramma genoemd wordt. De

reden hiervoor is dat we in dit planMER als basisvariant aannemen dat de bedrijven in het afvalcluster niet uitgeplaatst kunnen worden. Daardoor komt circa 8 ha aan Waterfrontpark te vervallen.

51

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Cultuur

0,55

5.500

10.000

Sport en spel (bovenwijkse 0,32 voorzieningen)

8.500

26.563

We benaderen de convergentie naar een streefwaarde van 7.000 woningen voor de Doorontwikkeling ook vanuit de onderkant van de bandbreedte aan te realiseren woningen. Hiervoor is het van belang om de interactie met de Vlietlijn te beschouwen. De Vlietlijn heeft tot doel om een verschuiving van de vervoerswijzekeuze van auto naar fiets en openbaar vervoer te bewerkstelligen. Het bestaansrecht van de tramlijn is dus gestoeld op de woningbouw in (onder meer) de Binckhorst. In de MIRT-verkenning naar de Vlietlijn uit 2022 werd uitgegaan van een minimum van (in aanvulling op de 5.000 woningen volgens het omgevingsplan) 5.000 nieuwe woningen in de Binckhorst om de tramlijn rendabel te maken. Het minimum aantal woningen in de Doorontwikkeling bedraagt dus 5.000. Voor het realiseren van meer dan deze 5.000 woningen zijn meerdere zwaarwegende argumenten te noemen: bij hogere woningaantallen wordt de Vlietlijn rendabeler en de business case voor de Doorontwikkeling aantrekkelijker. Daarnaast draagt de Binckhorst bij hogere woningaantallen in grotere mate bij aan de woningbouwopgave voor de gemeente Den Haag voor de komende decennia. De gemeente Den Haag en partners zijn via het bovenstaande convergerende proces uitgekomen op het totaal van 7.000 nieuw te bouwen woningen in de Binckhorst.

Met deze mate van verstedelijking heeft de gemeente de juiste balans gevonden tussen enerzijds een rendabele Vlietlijn en business case, en anderzijds een leefbare, fijne woonomgeving.

2.1.2.1

Doelen Doorontwikkeling

Op basis van de ambities uit het Omgevingsplan 2018, samen met de overkoepelende kaders Ontwerp Omgevingsvisie Den Haag 2050 en het Masterplan Bereikbaarheid CID-Binckhorst zijn vier dragende principes geformuleerd voor de Doorontwikkeling (zie Figuur 2-5): • Symbiose van oud en nieuw. • Verankerd in de stad. • Groen om de hoek. • Complete stadswijk.

52

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Figuur 2-5 Visualisaties van de vier dragende principes

Bij ieder van de vier dragende principes zijn doelen geformuleerd (zie Figuur 2-6).

Figuur 2-6 Doelen Doorontwikkeling Binckhorst per dragend principe 53

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Symbiose van oud en nieuw In de Doorontwikkeling van de Binckhorst worden het verleden van de beeldbepalende historische Binckplekken verbonden met de toekomst. Het industriële erfgoed en de innovatieve identiteit wordt ingezet bij de inrichting en uitstraling van het gebied. De verbinding met het verleden en het water wordt versterkt door de Trekvliet en de havenarmen opnieuw te benutten. Slim ruimtegebruik door functiemenging van wonen, werken en recreëren zorgt voor een levendige omgeving. De energietransitie krijgt vorm met het gebruik van hernieuwbare energiebronnen. De Binckhorst biedt bovendien ruimte voor experimenten op het gebied van mobiliteit, groenvoorziening en hergebruik van materialen. Het fungeert als proeftuin voor duurzame bouwmethoden, circulaire economie en duurzame mobiliteitsoplossingen. Jonge talenten worden aangemoedigd zich te vestigen en bij te dragen aan de dynamiek van het gebied. Betaalbare bedrijfsruimtes geven startups, creatieve ondernemers en kunstenaars toegang tot betaalbare werkplekken in een inspirerende omgeving. Verankerd in de stad Met de nabijheid van vier treinstations, de Utrechtsebaan en de Rotterdamsebaan is de Binckhorst de best ontsloten wijk van Den Haag. Maar waar de hoofdontsluiting uitstekend is, is het gebied relatief slecht verbonden met de omliggende wijken.

De inzet is dan ook om van de Binckhorst van ‘een doorgangswijk aan de rand van de stad’, een volwaardig onderdeel van Den Haag te maken. Met de aanleg van de Vlietlijn wordt de Binckhorst met een snelle tram verbonden met het centrum, Scheveningen, Zoetermeer en Delft. Nieuwe bruggen voor voetgangers en fietsers moeten de wijk beter verbinden met de omliggende wijken. En omgekeerd kunnen mensen uit Voorburg, Laak en de Molenwijk zo beter profiteren van de voorzieningen in de Binckhorst. De auto is van oudsher dominant in het gebied. De bereikbaarheid van de stad en het gebied blijft een belangrijk uitgangspunt, maar bij de inrichting van het gebied komt de mens veel meer centraal te staan. Binnen het raamwerk van doorgaand verkeer, worden autoluwe wijken gecreëerd. Met de voetganger en de fietser als vertrekpunt ligt de nadruk op veilige en aantrekkelijke fiets- en wandelroutes. Een parkeerstrategie gebaseerd op hubs en deelmobiliteit draagt bij aan een efficiëntere en duurzamere mobiliteit in het gebied. Groen om de hoek De huidige inrichting van de Binckhorst wordt gekenmerkt door veel verharding en steen, wat in de huidige en toekomstige situatie problemen veroorzaakt op het gebied van hittestress en wateroverlast. Zowel voor wat betreft de hitte als het overtollige water in het gebied is het gebrek aan groen een probleem.

De toekomstige inrichting gaat uit van natuurlijke systemen. Belangrijke voorwaarde voor een klimaatbestendige Binckhorst is de aanleg van een robuuste groenstructuur. De openbare ruimte wordt op elk schaalniveau maximaal groen ontworpen, waarbij steeds oog is voor klimaatadaptatie en gezondheid. De inrichting van de openbare ruimte biedt een gevarieerde groenstructuur gericht op stedelijke biodiversiteit. Bij de inrichting van de Binckhorst wordt het principe van rust, ruis en reuring toegepast om een aangename en gezonde leefomgeving te creëren binnen de aanwezige hindercontouren van infrastructuur en bedrijvigheid. De inrichting van het gebied en de ligging van voorzieningen wordt zorgvuldig afgestemd op hindercontouren van bedrijven en verkeer. Leefbaarheid en gezondheid vragen dat de overlast van bedrijven en verkeer zoveel als mogelijk wordt beperkt. Een groene en gezonde inrichting is een essentiële randvoorwaarde om een vitale en leefbare wijk te creëren. Complete stadswijk De Binckhorst wordt de meest hoogstedelijke stadswijk van Den Haag. Kenmerkend zijn de hoge bouwdichtheid in combinatie met stedelijke voorzieningen op loopafstand. Met een mix van wonen, werken en voorzieningen ontstaat een levendige en gemengde stadswijk. Zo is de wijk aantrekkelijk voor verschillende doelgroepen.

Er komt bovendien een breed aanbod aan stedelijke voorzieningen zoals onderwijs, horeca, sport en zorg. Naast woongebied is en blijft de Binckhorst ook een belangrijk stedelijk werkgebied met ruimte voor een brede mix aan bedrijven, waarbij wordt ingezet op een forse toename van het aantal arbeidsplaatsen. Gelet op het gemengde karakter van de wijk is er in de toekomst geen plek meer voor nieuwe milieubelastende bedrijven. In het zuidelijk en oostelijk deel van de Binckhorst worden hindercontouren van bedrijven teruggebracht zodat ze gemengd kunnen worden met gevoelige activiteiten zoals wonen. Er wordt een onderscheid gemaakt in vier verschillende 'kwartieren'; Binckhaven, Trekvlietkwartier, Parkkwartier en Mercuriuskwartier (zie Figuur 2-7). Elk met unieke en onderscheidende kenmerken. Gezamenlijk bieden de kwartieren ruimte voor een volwaardig en compleet aanbod in programma. In drie van de vier kwartieren ligt de nadruk op wonen. In het Mercuriuskwartier ligt de focus juist op werken, aangevuld met nieuwe stedelijke voorzieningen. De transformatie van de Binckhorst naar een hoogstedelijke stadswijk is een ontwikkeling van de lange 54

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

adem. Er wordt gedurende de Doorontwikkeling van de Binckhorst ingezet op het 'afmaken' van gebieden en het creëren van prettige buurtjes in plaats van losse op zichzelf staande planinitiatieven.

Figuur 2-7 De vier kwartieren die binnen het Gebiedsprogramma worden onderscheiden

2.1.2.2

Ruimtelijke vertaling

De vier dragende principes zijn ruimtelijk te vertalen. Deze vier vormen samen de basis voor de ruimtelijke ontwikkeling van de toekomst van de Binckhorst. Hoewel de Binckhorst zeer centraal is gelegen, voelt de stad ver weg. Het gebied is omringd en doorkruist door infrastructuur en de Trekvliet, en kent slechts enkele fysieke verbindingen met de omliggende wijken. Daarnaast is de openbare ruimte zeer versteend. Recente bouwprojecten hebben daar nog maar beperkt verandering in gebracht. In lijn met de dragende principes zijn de belangrijkste ruimtelijke uitgangspunten samengevat in onderstaande tabel.

Tabel 2-2 Ruimtelijke vertaling van de ruimtelijke principes

Symbiose van oud en nieuw

Verankerd in de stad

Groen om de hoek

Complete stadswijk

De Binckplekken zijn de parels van de Binckhorst. De veelal beeldbepalende en monumentale gebouwen huisvesten bijzondere (publieke) voorzieningen en een aantrekkelijke verblijfsruimte

De wijk krijgt een fijnmazig stedelijk weefsel met aantrekkelijke routes naar de omliggende wijken voor voetgangers en fietsers

Overal is groen om de hoek, met het Waterfrontpark, een groen stratennetwerk, groene oevers en kades, pocketparks, groene daken en groene gevels van gebouwen

De Binckhorst is opgedeeld in vier karakteristieke kwartieren

De Binckhorst krijgt een gezicht naar het water. De openbare kades hebben een ecologische of verblijfsfunctie, en de (nieuwe) bebouwing

De Vlietlijn loopt dwars door De openbare ruimte wordt de Binckhorst en verbindt op elk schaalniveau het gebied met het Centraal maximaal groen ontworpen Station, Voorburg en Rijswijk

De hoogste dichtheden en bouwhoogtes zijn gekoppeld aan de HOVhaltes

2.1.2.3

Ruimtelijk concept

Het ruimtelijk concept voor de Binckhorst is omschreven als ‘Europese stadswijk van de 21 e eeuw’. Europese binnensteden worden grotendeels gekenmerkt door compacte stedelijke bouwblokken. Middelhoge bebouwing voert 55

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

de boventoon, waarbij een prettige stad op ooghoogte ontstaat met geactiveerde plekken waar het programma in de plinten interactie kent met de buitenruimte. In de Binckhorst wordt voortgebouwd op de bestaande heldere ruimtelijke hoofdstructuur, maar wordt ingezet op het creëren van een fijnmazig stedelijk weefsel met verrassende plekken. Het huidige stratenpatroon blijft grotendeels gehandhaafd en wordt veelal opnieuw ingericht met meer ruimte voor groen, bomen, veilige fietspaden en een plek voor de voetganger. De hoofdstructuur kent dominante ruimtelijke elementen zoals de Trekvliet, de Binckhorstlaan en het spoor. Dwars daarop hebben de Mercuriusweg, de Zonweg en de Maanweg een verbindende rol. Gebouwen langs deze hoofdstructuren zorgen voor heldere stedelijke ruimtes. Tegelijkertijd maken grote percelen binnen deze hoofdstructuur plaats voor een fijnmazige structuur primair gericht op de voetganger. We voorzien hoofdzakelijk bebouwing die bestaat uit een stedelijke laag tot zes bouwlagen hoog, met hogere bebouwing tot twaalf lagen in de tweede lijn. Je zou dit kunnen typeren als de ‘’zittende gebouwen’’ (rood in onderstaande figuur). Deze verbinden de historische plekken die als “liggende gebouwen” (blauw in onderstaande figuur) enerzijds, en de hoge torens die als nieuwe complexen zijn en worden verrezen; de “staande gebouwen” (geel in onderstaande figuur).

Figuur 2-8 Stedenbouwkundig concept voor de Binckhorst

Naast de stedenbouwkundige opzet en de volumeopbouw, draagt ook de architectonische uitstraling en het groen in belangrijke mate bij aan een geslaagde en attractieve stadswijk. Op straatniveau en in de onderste lagen van de gebouwen is er veel aandacht voor de stad op ooghoogte. Het gaat dan om de inrichting van de openbare ruimte, een rijke architectuur met mooie materialen, actieve plinten met wisselende programma's, goede overgangen van privé naar openbaar en veel voordeuren aan de straat. Om de Binckhorst echt onderdeel van Den Haag te laten worden wordt er verder ingezet op: • Stedelijke verdichting, passend bij het principe om de best bereikbare plekken het sterkst te verdichten. • Met de komst van de Vlietlijn wordt de Binckhorstlaan als verbindende centrale stadsas doorontwikkeld en geprogrammeerd met stedelijke voorzieningen. • Aan de oevers van de Trekvliet komt een prettig district-park. Dit Waterfrontpark heeft een gebiedsoverstijgende betekenis voor dit deel van de stad als uitloopgebied.

2.1.2.4

Programma Doorontwikkeling

Het programma voor de Doorontwikkeling is nog niet helemaal ‘vastgeklikt’. Sommige onderdelen staan al wel vast, terwijl voor andere onderdelen nog geen besluit is genomen en varianten in beeld zijn. In het concept programma is daarin echter al wel een keuze gemaakt. Het concept programma wordt in de volgende subparagrafen toegelicht, waarna in paragraaf 2.1.2.5 de varianten op verschillende programmaonderdelen worden beschreven. 56

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Figuur 2-9 geeft de bouwblokken waar het Gebiedsprogramma vanuit gaat weer. In deze bouwblokken is het programma voorzien. Tabel 2-3 bevat een overzicht van de hoeveelheid woningen die in ieder bouwblok voorzien is.

Figuur 2-9 De bouwblokken waar in het Gebiedsprogramma vanuit gegaan wordt

57

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Tabel 2-3 Een overzicht van de hoeveelheid woningen die er in de bouwblokken in Figuur 2-9 gebouwd worden

Bouwblok

Aantal woningen

Bouwblok

Aantal woningen

Bouwblok Aantal Bouwblok Aantal woningen woningen

B1

650

M1

0

P1

550

T1

620

B2

0

M2

320

P2

0

T2

80

B3

510

M3

80

P3

175

T3

0

B4

50

M4

380

P4

525

T4

350

B5

180

M5

400

T5

420

B6

210

M6

0

T6

0

B7

210

T7

650

B8

50

B9

600

B10

0

Totaal

2.450

1.180

1.250

2.120

2.1.2.4.1 Wonen, werken, voorzieningen Totale programma Het totale programma wordt getoond in Tabel 2-4, en de navolgende tabellen tonen de verdeling van het programma over de vier kwartieren. Per functie wordt het aantal vierkante meter BVO getoond met daarbij de procentuele verdeling van de ruimte over deze functies. Voor het aantal woningen is er een bandbreedte aangehouden van 15%. Dit wordt bereikt door het gemiddeld BVO per woning te verlagen en/of het aandeel wonen te vergroten ten opzichte van werk en voorzieningen. De bandbreedte wordt in de tabellen bij het aantal woningen getoond tussen haakjes. Tabel 2-4 Totaal programma Binckhorst

Programma

BVO (m2)

Verdeling

Aantal

Wonen

677.400

63,5%

7.000 (8.050)

Werken

241.700

22,5%

Voorzieningen

104.800

10%

Parkeren

41.600

4%

Totaal

1.065.500

Programma per kwartier Zoals hierboven vermeldt is de Binckhorst opgedeeld in vier kwartieren, elk met een eigen karakteristiek. De invulling van de ruimte voor wonen, werken, voorzieningen en parkeren is voor elk van de kwartieren uitgewerkt en terug te vinden in de onderstaande tabellen. Voor de Binckhaven, Trekvlietkwartier en Parkkwartier ligt de nadruk op wonen. Alleen in het Mercuriuskwartier heeft werken de overhand.

58

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Binckhaven: stedelijk en gemengd Tabel 2-5 Programma Binckhaven

Programma

BVO (m2)

Verdeling

Aantal

Wonen

230.000

79%

2.470 (2.850)

Werken

21.500

7,5%

Voorzieningen

24.800

8,5%

Parkeren

14.400

5%

Totaal

290.700

Trekvlietzone: rustig wonen Tabel 2-6 Programma Trekvlietzone

Programma

BVO (m2)

Verdeling

Aantal

Wonen

214.100

78%

2.120 (2.450)

Werken

15.000

5,5%

Voorzieningen

32.500

12%

Parkeren

12.200

4,5%

Totaal

273.800

Parkkwartier: productief woonmilieu Tabel 2-7 Programma Parkkwartier

Programma

BVO (m2)

Verdeling

Aantal

Wonen

120.000

70%

1.250 (1.438)

Werken

20.000

12%

Voorzieningen

22.500

13%

Parkeren

8.000

5%

Totaal

170.500

Mercuriuskwartier: stedelijk werkmilieu Tabel 2-8 programma Mercuriuskwartier

Programma

BVO (m2)

Verdeling

Aantal

Wonen

113.300

34%

1.180 (1.357)

Werken

185.200

56%

Voorzieningen

25.000

8%

Parkeren

7.000

2%

Totaal

330.500

59

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Wonen Om meer mensen een fijn thuis te geven worden in de komende jaren nieuwe woningen in de wijk gebouwd. Daarbij is er plek voor iedereen en wordt ingezet op verschillende woonsferen, een divers woningaanbod in verschillende segmenten en bijzondere woonproducten. Uitgangspunten voor wonen zijn: • Gebied specifiek afwijken van de woonagenda. • Meer ruimte voor dure woningen. Werken De Binckhorst blijft ook in de toekomst een belangrijke rol spelen in het bieden van ruimte voor de economie, met kansen om veel meer banen in het gebied te laten landen. Talloze bedrijven zijn gevestigd in de Binckhorst. Sommige bedrijven zitten er al jaren, maar ook wordt er gebouwd aan nieuwe bedrijfsplekken. De bedrijven variëren sterk in aard en omvang. Daarbij is het gebied constant in beweging. Ook de komende jaren zal het werken in de Binckhorst verder veranderen, waarbij wordt ingezet op een mix van werkfuncties passend bij een gemengde en levendige stadswijk. Uitgangspunten voor werken zijn: • Geen bedrijvigheid met een categorie van 3.1 en hoger (max categorie 2, conform huidige bestemmingsplan). • Aanvullende maatregelen om de huidige hindercontouren te verkleinen. • Vergroten van het aantal arbeidsplaatsen (méér fte per m2). Voorzieningen In een goed stuk stad zijn voorzieningen onmisbaar.

Ze dragen in grote mate bij aan een sociale gemeenschap, ontmoeting, werkgelegenheid en ontwikkeling van de bewoners en daarmee ook, de leefbaarheid in de wijk. Het is daarom belangrijk dat een gebalanceerd voorzieningenaanbod op een goede manier wordt ingepast. Zo wordt bijvoorbeeld voorzien in een zwembad en sporthal. Uitgangspunten voor voorzieningen zijn: • Borgen van kansrijke plekken. • Borgen in de spekkoek.

De verspreiding van het programma voor wonen, werken en voorzieningen zoals opgenomen in het concept Gebiedsprogramma wordt getoond in Figuur 2-10.

Figuur 2-10 wonen (links), werken (midden) en voorzieningen (rechts)

60

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

2.1.2.4.2 Netwerken De netwerken voor mobiliteit en energie vormen belangrijke voorwaarden voor de Doorontwikkeling van de Binckhorst tot de gewenste stadswijk. De transformatie van de Binckhorst naar een hoogstedelijk en gemengd woon- werkmilieu vraagt om een andere omgang met onder- en bovengrondse infrastructuur. Voortbouwend op bestaande netwerken wordt toegewerkt naar een toekomstbestendig, robuust én aantrekkelijk raamwerk. De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor netwerken zijn hieronder samengevat. Voetgangers en fietsers • • •

Er komt meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Nieuwe voet- en fietsbruggen verbinden de Binckhorst met de omgeving. Er komen doorgaande fietsroutes over de Binckhorstlaan, het Trekfietsracé, langs de Supernovaweg/Wegastraat en nieuwe oost-west sterfietsroutes (Velostrada). Er komen publieke fietsenstallingen rondom de haltes en nabij de voorzieningen op de Binckhorstlaan.

Het netwerk voor voetgangers en fietsers is getoond in Figuur 2-11.

Figuur 2-11 Een fijnmazig en samenhangend netwerk voor voetgangers (links) en fietsers (rechts), indicatief

Openbaar vervoer • •

Inpassing van de Vlietlijn via de Binckhorstlaan en de Maanweg. Drie HOV-haltes ter hoogte van de Mercuriusweg, Zonweg en Maanweg.

Gemotoriseerd verkeer • • • •

61

Het doorgaand en lokaal verkeer wordt van elkaar gescheiden. Delen van de Binckhorst worden autovrij of autoluw vormgeven. De snelheidslimiet wordt teruggebracht tot maximaal 30 kilometer per uur, met uitzondering van de doorgaande wegen en de Vlietlijn. De ambities is (gefaseerd) toe te werken naar een parkeerbehoefte van 0,2 parkeerplaats per woning. Parkeren wordt zoveel mogelijk georganiseerd in centrale parkeergarages waar ook deelmobiliteit een plek krijgt.

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Het netwerk voor OV en gemotoriseerd verkeer wordt getoond in Figuur 2-12.

Figuur 2-12 Netwerk openbaar vervoer (links) en gemotoriseerd verkeer met centrale parkeergarages (rechts)

Energietransitie en ondergrond • • • • •

Voor nieuwe functies (wonen, werken, voorzieningen) wordt ingezet op het gebruik van lokale hernieuwbare bronnen. Nieuwbouw wordt bij voorkeur verwarmd met laagtemperatuurbronnen. De geothermiebron heeft een grotere toegevoegde waarde dan alleen voor de Binckhorst. Er zijn nog verschillende locaties voor de geothermiecentrale in beeld (zie paragraaf 2.1.2.6.2). Voor het deelgebied Trekvliet-Maanweg geldt een aansluitplicht op het collectieve warmtesysteem voor alle nieuwbouw in het gebied. Een nog op te stellen faseringsdraaiboek ondergrond dient richting te geven bij potentiële knelpunten in relatie tot onder- en bovengrond (afweging tussen functionaliteit en kwaliteit van de openbare ruimte).

Circulariteit • Verplicht stellen materialenpaspoort. Inventarisatie van vrijkomende materialen bij sloop. • ‘Hergebruik tenzij’, vrijkomende materialen worden (zoveel mogelijk) binnen het gebied hergebruikt. • Paris Proof voor de gebouwde omgeving qua materiaalgebruik en energieprestatie. • Fijnmazige inzameling en sortering van huishoudelijk afval. • Behoud van een voorziening waar bewoners grof huishoudelijk afval in gescheiden stromen kunnen aanleveren. • Stimuleren circulaire buurthubs, bijvoorbeeld in combinatie met de parkeerhubs.

2.1.2.4.3 Milieu en sport en spel De verschillende typen openbare ruimte dragen bij aan een toekomstbestendige en leefbare woonomgeving. De openbare ruimte krijgt een stoer, stedelijk karakter, verrijkt met weelderig natuurlijk groen. Zo ademt de openbare ruimte de identiteit van Binck & Horst, met voor alle bewoners het groen om de hoek. Hiervoor is het essentieel dat de huidige, auto-georiënteerde openbare ruimte van de Binckhorst wordt getransformeerd naar een levendige ruimte met hoge stedelijke kwaliteit. De belangrijkste beleidsuitgangspunten zijn hieronder samengevat. Groen •

• 62

Er wordt in het concept Gebiedsprogramma ca. 28 ha groen toegevoegd in de Binckhorst (zie Figuur 2-13). Dit groen heeft een weelderig en robuust karakter en draagt bij aan de thema’s klimaat, biodiversiteit en gezondheid. De groennorm per woning bedraagt dan 25m2. Gezien verschillende onzekerheden die spelen rondom het groen krijgen van de straten wordt uitgaan van een marge 19 - 25m2. Daarnaast is het afvalcluster in deze uitwerking omgevormd tot een groene plek. Dit is echter nog niet zeker. Er zijn varianten in dit planMER voor de invulling van het afvalcluster (zie verder paragraaf 2.1.2.6.1). De openbare ruimte wordt ingericht volgens het principe ‘groen tenzij’. Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

•

Het Waterfrontpark biedt een belangrijke verbinding binnen het Haagse groenblauwe netwerk, wat van stadsbreed belang is.

• Figuur 2-13 Invulling groen volgens het Gebiedsprogramma. Het rood gekleurde gebied geeft het deel van het Waterfrontpark aan dat niet gerealiseerd kan worden in de situatie waarin de bedrijven uit het afvalcluster niet uitgeplaatst worden. Dit is de situatie waarvan de effectbeoordelingen in deel B van dit planMER uitgaan

Biodiversiteit • De openbare ruimte wordt ingericht om de ‘Binck five’ — de huismus, vleermuis, kleine vos, staartmees en snoek — van een geschikte leefomgeving te voorzien. • De vuistregels voor biotopen uit de Nota Stadsnatuur (RIS305824) worden toegepast bij de (her)inrichting. • Het Waterfrontpark heeft kruidenrijk grasland, heesters en bomen als basis. In deze groene omgeving worden sport-, speel- en ontmoetingaanleidingen op voor een groot deel op een natuurlijke manier opgenomen. • Op stadsniveau zijn er drie mogelijke nieuwe tracés voor de hoofdboomstructuur, hiervoor gelden de uitgangspunten uit de Nota Stadsbomen (RIS307827). Het gaat om de: Binckhorstlaan, Waterfrontpark, Zonweg (inclusief de zoom bij de begraafplaats) en Maanweg. • Natuurinclusief bouwen is verplicht voor nieuwe ontwikkelingen. Hierbij moet het voldoen aan de puntentelling die opgesteld is in de nota Groen en Natuurinclusief Bouwen (RIS302383). Sport en spel • In de openbare ruimte wordt binnen een straal van 300 meter voorzien in speelaanleidingen. Om het beleidsdoel te realiseren van een speelplek binnen 150 meter, is het belangrijk dat binnen elk bouwveld een speelplek wordt ontwikkeld. • Er zijn drie wandel- en sportrondjes in de Binckhorst: het rondje begraafplaats, het rondje Waterfrontpark en het rondje Havenkade.

Klimaatadaptatie • De openbare ruimte wordt ingericht volgens het principe ‘groen tenzij’. Plantvakken in de straten, buurtplekken en het park liggen lager dan de verharding om water langer vast te houden. • Prioriteit wordt gegeven aan groen op plekken die gevoelig zijn voor hittestress. Deze plekken zijn altijd bereikbaar via straten met voldoende bomen, zodat schaduwroutes van de ene naar de andere plek bestaan. • Er is meer ruimte voor de Trekvliet met natuurvriendelijke oevers om wateroverlast in het centrum te verminderen. • Bij een 70mm/u is de Binckhorst in staat om 50mm vast te houden.

63

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

2.1.2.5

Fasering

De Doorontwikkeling van de Binckhorst komt niet in één keer tot stand. Het Gebiedsprogramma beschrijft een realisatieproces bestaande uit vier fasen: 1. In de eerste fase wordt het hart van de Binckhorst ontwikkeld. Het wijkhart komt te liggen rondom het kruispunt tussen de Binckhorstlaan en de Zonweg. Hier worden nieuwe appartementencomplexen gebouwd. Tegelijkertijd worden ook de benodigde voorzieningen in dit gebied aangelegd en wordt de openbare ruimte opnieuw ingericht. 2. In de tweede fase worden de bouwblokken in het noorden en zuiden van het Trekvlietkwartier en het zuiden van het Binckhavenkwartier gerealiseerd die rondom de bouwblokken uit fase 1 liggen. Dit zijn met name appartementencomplexen. 3. In fase 3 worden het Parkkwartier en Mercuriuskwartier ontwikkeld. In het Parkkwartier worden woningen gebouwd, en in het Mercuriuskwartier komt bedrijvigheid. 4. In fase 4 wordt gewerkt aan de noordelijke rand van het plangebied. Dit zijn de nog nader uit te werken ontwikkelingen op het HAVO-kavel, het rangeerterrein, en de Sporendriehoek. 7. Het Gebiedsprogramma beschrijft niet in welke perioden deze fasen plaatsvinden, maar schetst het gehele proces richting 2050.

Tijdens de ontwikkeling is het het voornemen om alle ontwikkelingen binnen een bepaald gebied zover mogelijk af te maken zodat samen met nieuwe woningen gelijk de hiervoor benodigde voorzieningen en buitenruimte ontstaan. Gedurende de ontwikkelingen worden sommige gebieden voorzien van een tijdelijke invulling zoals een honden-uitlaatveld of speeltuin.

Figuur 2-14 De voorgestelde fasering van ontwikkelingen in het Gebiedsprogramma. Voor de vier fasen geven de donkergroen gekleurde bouwvelden aan waar in de betreffende fase ontwikkeld wordt

64

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

2.1.2.6

Varianten en gevoeligheidsanalyses Doorontwikkeling Binckhorst

In en voor het gebiedsprogramma zijn er op een aantal onderdelen nog te maken keuzes. Deze maken deel uit van de onderzoeksopgave van het planMER. Deze keuzes en de varianten die hiervoor in beeld zijn worden hieronder nader toegelicht. Daarnaast worden een aantal gevoeligheidsanalyses uitgevoerd voor specifieke vraagstukken.

2.1.2.6.1 Milieubelastende activiteiten De Binckhorst is van oudsher een industriegebied met veel bedrijven met een hoge milieucategorie. Veel daarvan zijn vertrokken uit het gebied, maar er zijn nog meerdere activiteiten met milieucategorie die in de Binckhorst aanwezig zijn, deels omdat het om watergebonden activiteiten gaat. Eén bedrijf (Dyckerhoff Basal) ligt op een gezoneerd industrieterrein. AVR, HMS en HVB vormen samen het afvalcluster. Tabel 2-9 laat de bedrijven zien. Tabel 2-9 Milieubelastende bedrijven in de Binckhorst

Bedrijf

Adres

Milieucategorie

AVR

Meteoorstraat 65

4.2

100 / 200 m / maatwerkregeling

Stof / geluid / geur

HMS

Plutostraat 1

4.2

100 / 30 m

Stof / geluid

4.1

Geluidproductieplafond

Geluid

Rangeerterrein ProRail

Richtafstand

Milieuaspect

Renewi

Zonweg 13

4.1

100 / 200 m

Stof / geur + geluid

HVB

Plutostraat ?

3.2

30 m

?

Dyckerhoff Basal

Binckhorstlaan 362

3.2

100 m / maatwerkregeling

Stof / geluid

Jachtwerf de Haas

Binckhorstlaan 281

3.2

50 / 100 m

Stof / geur + geluid

Maison Kelder

Junostraat 8

3.2

100 / 30 m

Geluid / geur

HTM-locatie

Maanweg 94

3.1

50 m

Geluid

Autobedrijf

Binckhorstlaan 32

3.1

50 m

Geluid

Hedin Automotive

Mercuriusweg 9-11

3.1

50 m

Geur + geluid

Dierencrematorium

Orionstraat 8

3.1

50 m

Geur

Gasontvangststation W097

Trekvlietplein 1

2

30 m

Geluid + veiligheid

Shell-tankstation

Maanweg 80

2

10 / 30 m

Geur / veiligheid

HABO GWW

Binckhorstlaan 46

2

30 m

Geluid

BP-tankstation

Binckhorstlaan 100

2

10 / 30 m

Geur / veiligheid

Verploegen

Binckhorstlaan 120

2

30 m

Geluid

Haagse Fijnhouthandel

Binckhorstlaan 275

2

30 m

Geluid

Jero Papierwarenfabriek

Komeetweg 13-15

2

30 m

Geluid

Pontmeijer

Mercuriusweg 40

2

30 m

Geluid

Jongeneel

Poosterstraat 30

2

30 m

Geluid

Verffabriek de Vos

Saturnusstraat 15-17 2

30 m

Geluid + geur + veiligheid

Fokker terminal

Binckhorstlaan

Geen richtafstand bekend

Geluid

65

249

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

De locaties van deze bedrijven zijn weergegeven in Figuur 2-15. De verschillende bedrijfstypes hebben toegestane activiteiten tot specifieke milieucategorieën, met minimale richtafstanden tot woonwijken en gemengde gebieden gebaseerd op geluid- en stankoverlast, stof en gevaar. Daarnaast zijn er nog circa 15 kleinere bedrijven met richtafstanden gebaseerd op milieueffecten. Voor deze bedrijven worden twee varianten onderzocht: • Alle milieubelastende activiteiten blijven in Binckhorst met huidige hindercontouren. • Alle bedrijven worden uitgeplaatst, met uitzondering van Basal, De Haas en het rangeerterrein van Prorail. Bij Basal en de Haas wordt onderzocht hoe de richtafstanden kunnen worden ingeperkt.

Figuur 2-15 Bedrijven met een milieucategorie in de Binckhorst

66

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

2.1.2.6.2 Locatiekeuze geothermiecentrale De gemeente Den Haag wil een geothermiecentrale ontwikkelen in de Binckhorst, met een vermogen van 10-15 MW. De ruimtelijke inpassing hiervan moet nauwkeurig gebeuren, vooral op het gebied van externe veiligheid, geluid, trillingen en de visuele inpassing in de omgeving. Een geothermiebron vereist ook een warmtenet voor de distributie van warmte naar de omgeving. Een moderne put kan circa 8.000 woningen van warmte voorzien. In de Binckhorst zijn na verschillende locatieverkenningen 8 nog vier locaties aangemerkt als mogelijk ontwikkelingsgebied voor een geothermiecentrale. Deze locaties worden in dit MER beschouwd als varianten (zie Figuur 2-16): • Locatie Vestaweg. • Locatie Binckhorst Noordwest A. • Locatie Binckhorst Noordwest B. • Locatie Trekvlietplein.

Figuur 2-16 Mogelijke locaties voor de ontwikkeling van een Geothermiecentrale in de Binckhorst

8 De Omgevingsdienst Den Haag heeft geadviseerd over omgevingsveiligheid en industrielawaai. Op basis daarvan bleek dat de locatie Vestaweg

de voorkeur heeft van de gemeente. Voor het planMER onderzoeken we alle vier de locaties.

67

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

2.1.2.6.3 Programma Sporendriehoek De Sporendriehoek vormt de verbinding tussen de Binckhorst en het Central Innovation District (CID). In beide gebieden is de gemeente Den Haag op zoek naar ruimte voor verdere verstedelijking, en de Sporendriehoek en het zuidelijke uiteinde van de Lekstraat zijn in beeld als zoekgebieden voor de bouw van woningen en kantoren. In dit gebied wordt de nieuwe Vlietlijn ingepast, en aan de Lekstraat komt een nieuwe tramhalte te liggen. Vanwege de gunstige ligging van de Sporendriehoek, lokaal ten opzichte van deze halte en in brede zin ten opzichte van de treinstations in de omgeving, ziet de gemeente Den Haag dit als een kansrijk gebied voor nieuwe woningen en kantoren. Dit gebied is opgedeeld in 4 deelgebieden, zie Figuur 2-17: • Bink36 (achterterrein): de bestaande Hangar36 wordt uitgebreid met een mix van bedrijven en kantoorplekken. • HABO kavel: op de plek van het HABO-kavel worden in de referentiesituatie materialen opgeslagen. Hier is ruimte voor een forse hoeveelheid bedrijven, aangevuld met kantoorplekken en horeca. Ook worden plannen ontwikkeld om tot circa 200 woningen te realiseren. • Lekstraat Zuid: dit is in de referentiesituatie een bedrijventerrein met meerdere kleinschalige bedrijven (onder meer een wasserij en een autosloperij). Een deel van deze bedrijfspanden zullen ten behoeve van de Vlietlijn gesloopt moeten worden.

Er worden plannen voor een complete herinrichting van het gebied gemaakt, met ruimte voor bedrijvigheid en kantoren, en enkele tientallen tot maximaal 100 nieuwe woningen. • Sporendriehoek: in de referentiesituatie zijn hier onder meer een sportvoedingswinkel en autobedrijf gevestigd. Het terrein wordt echter extensief gebruikt. De plannen voor de Sporendriehoek bestaan uit een mix van bedrijvigheid, commerciële voorzieningen, horeca, cultuur en kantoren.

Tabel 2-10 vat de bandbreedtes voor het hierboven beschreven programma samen. In dit planMER beoordelen we twee varianten die samengesteld zijn uit de minima en maxima van de bandbreedtes voor ieder zoekgebied. Tabel 2-10 Het m2 aan arbeidsplaatsen (categorieën kantoren, bedrijvigheid en voorzieningen) en het aantal woningen in de Lekstraat/Sporendriehoek voor de variant Minimaal programma en de variant Maximaal programma

Deelgebied

Variant Minimaal programma Arbeidsplaatsen

Woningen (aantal)

Arbeidsplaatsen m2

Aantal

300

N.v.t.

25.000 m2

1.250

N.v.t.

1.660

120 woningen

53.000 m2

2.650

210 woningen

750

40 woningen

35.000 m2

1.750

100 woningen

1.470

N.v.t.

94.000 m2

4.700

N.v.t.

160 woningen

207.000 m2

10.350

310

m2

Aantal

Bink 36 (achterterrein)

6.000 m2

HABO kavel

33.275 m2

Lekstraat Zuid

15.000 m2

Sporendriehoek

29.400 m2

Totaal

83.675 m2

68

Variant Maximaal programma

4.180

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

Woningen (aantal)

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Figuur 2-17 Vier deelgebieden Sporendriehoek met een aanduiding van het aantal m2 bvo voor de functies in de gebieden (bron: kaveloverzicht Sporendriehoek

2.1.2.6.4 Gevoeligheidsanalyses Voor de Doorontwikkeling hebben we de volgende gevoeligheidsanalyses uitgevoerd: • Woningdichtheid: een analyse van de situatie waarin er 8.050 in plaats van 7.000 (+15%) woningen gerealiseerd worden volgens de Doorontwikkeling. Deze groei van het aantal woningen wordt bewerkstelligd door het gemiddelde vloeroppervlak van de woningen met 15% te verkleinen. Er vinden dus geen wijzigingen plaats aan de inrichting van de openbare ruimte of aan de vorm of grootte van gebouwen. • Maximumsnelheid Binckhorst: een analyse van de situatie waarin de maximumsnelheid op alle wegen in de Binckhorst teruggebracht wordt naar 30 km/u, met uitzondering van de Rotterdamsebaan (70 km/u) en de aansluiting hiervan op de Mercuriusweg (50 km/u).

2.2

Vlietlijn en mobiliteitsmaatregelen

2.2.1

Doelen en ontwerpprincipes Vlietlijn

Op basis van de MIRT-verkenning Bereikbaarheid CID Binckhorst is een voorkeursalternatief vastgesteld. Het voorkeursalternatief voor de Vlietlijn bestaat uit een combinatie van: • HOV-tram op de route Den Haag Centraal - Binckhorstlaan - Maanweg – station Voorburg. • HOV-tram naar Rijswijk/Delft via Binckhorstlaan – Geestbrugweg. • En een Basispakket Mobiliteit.

69

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

In de MIRT-verkenning is nut en noodzaak van de Vlietlijn reeds aangetoond 9. De opgave voor de huidige projectfase betreft het inpassen van de tramlijn. Daartoe zijn de volgende doelen opgesteld: 5. Verbeteren van de kwaliteit van het mobiliteitssysteem in het plangebied inclusief stimuleren van lopen, fietsen en gebruik OV. 6. Hoogwaardige inpassing in het plangebied met nadruk op het verbeteren van leefmilieu, leefomgeving en verkeersveiligheid. De Vlietlijn krijgt een eigen architectonische signatuur afgestemd op de specifieke deelgebieden die worden doorkruist: Sporendriehoek, Binckhorstlaan, Maanweg, Voorburg en Rijswijk. Continuïteit in de lijnvoering wordt geborgd door gebruik van masten en rand- en tunnelelementen. Dit draagt bij aan de herkenbaarheid door de verschillende gebieden heen. Haltes hebben een modulaire opbouw en anticiperen op een veranderende stedelijke omgeving. De noodzakelijke kunstwerken om bestaande infrastructuurlijnen te kruisen, zijn ingetogen en dragen bij aan de integratie van de infrastructuur in de omgeving. Het ontwerp wordt opgezet rondom 9 ontwerpprincipes. Deze geven sturing aan de ruimtelijke kwaliteit en zijn een vertaling van globale doelstellingen en kaders op projectniveau, naar fysieke onderdelen.

Het resultaat van toepassing van generiek bouwstenen door de hele Vlietlijn is de herkenbaarheid en verankering van het project, ondanks het diverse stedelijke landschap. Voor de openbare ruimte wordt in hoofdlijnen uitgegaan van het benadrukken van de bestaande structuren als ook het vergroenen van de openbare ruimte. Voor de uitwerking van het ontwerp van de Vlietlijn zijn de volgende negen ontwerpprincipes van toepassing: • STOMP als leidend principe in alle deelgebieden. • Mobiliteit geïntegreerd in openbare ruimte, geen barrière. • Verstedelijking mogelijk maken, ontsluiten buurten en ontwikkelkansen verzilveren. • Optimale reistijden, comfort en overstapmogelijkheden. • Voldoende ruimte en continuïteit voor langzaam verkeer. • Aantrekkelijke (groen) openbare ruimte maken. • Klimaatadaptief. • Herkenbare architectonische vormgeving lijn, haltes en kunstwerken. • Veiligheid en levendigheid langs de lijn; programma’s plinten faciliteren.

9 De drie doelstellingen van de MIRT-verkenning Bereikbaarheid CID Binckhorst zijn; het mogelijk maken van verstedelijking, beperken van

(bestaande) knelpunten en ambities voor fiets en OV. De toets aan deze doelstelling is in het plan-MER MIRT-verkenning Bereikbaarheid CID Binckhorst Hoofdrapport (2022) uitgevoerd.

70

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Figuur 2-18 Ontwerpprincipes inpassing Vlietlijn

Met de groei van het ruimtelijk programma in CID-Binckhorst is het urgent om te investeren in de capaciteit en de snelheid van het netwerk. De ontwikkeling van het CID-Binckhorst leidt tot meer verplaatsingen in een gebied waar de openbare ruimte schaars is. Mobiliteitstransitie met een verschuiving naar een vervoerwijzekeuze van 40% lopen, 25% fietsen, 20% OV en 15% auto is randvoorwaardelijk om het CID-Binckhorst te kunnen ontwikkelen. Hierbij wordt dus uitgegaan van het STOMP-principe ofwel Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a service, Privé-auto. Met de inzet op deze mobiliteitstransitie wordt ruimte vrijgemaakt die nodig is voor de energietransitie, groen, klimaatadaptieve maatregelen en verblijfskwaliteit. De betrokken gemeenten gaan allen uit van het STOMP-principe om de mobiliteitstransitie in praktijk te brengen. Het STOMP-principe betekent dat bij het ontwerp van de openbare ruimte in de eerste plaats wordt gekozen voor de voetganger en fietser, gevolgd door het OV, deelmobiliteit en privéauto. De Vlietlijn is in lijn met dit principe. De Vlietlijn draagt namelijk niet alleen bij aan de overgang naar een andere gebruiksvoorkeur met minder autogebruik, maar creëert ook ruimte voor groen en langzaam verkeer.

Ook zal deze zodanig ontworpen worden dat het bereik van de haltes gemaximaliseerd wordt om het reizen van en naar het openbaar vervoer door middel van ‘stappen’ en ‘trappen’ te stimuleren. De Vlietlijn is ook in lijn met verschillende andere doelstellingen vanuit de betreffende gemeentes. Het is schoon en duurzaam, creëert ruimte voor hoogwaardige openbare ruimte, en draagt met zijn duidelijke hiërarchische karakter bij aan de verkeersveiligheid. Hieronder volgt een beschrijving van de Vlietlijn en mobiliteitsmaatregelen.

71

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

2.2.2

De Vlietlijn

De dienstregeling van de Vlietlijn is weergegeven in Figuur 2-19. Op maandag t/m vrijdag rijden er tussen 06.00 en 24.00 trams. Tussen 06.00 en 07.00 en tussen 19.00 en 24.00 rijden er vier trams per uur, in het tussenliggende tijdvak rijden er 6 trams per uur. Op zaterdagen en zondag rijden de eerste trams later (om respectievelijk 07.00 en 08.00) en is het tijdvak waarin er zes trams per uur rijden korter. In totaal zijn er op het gedeelte van het tracé voordat het zich splitst 184 ritten per etmaal, met 92 ritten per etmaal op de gedeelten na de splitsing. Het Gebiedsprogramma beschrijft niet met welk materieel er gereden gaat worden op de Vlietlijn. De maximumsnelheid waarmee de trams gaan rijden is 50 km/u. Deze snelheid wijkt op meerdere punten langs het tracé af. Zo is de snelheid waarmee de trams in bochten rijden een stuk lager (tot 15 km/u) en verlagen de trams ook hun snelheid op plekken waar ze vanwege bijvoorbeeld kruisingen met wegverkeer niet goed door kunnen rijden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15881793/1