CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322968 Bijlage 11 PlanMER Binckhorst Deel A Syntheserapport 20250619

Commissie Leefomgeving 4 september 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken36.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Maatregelpakketten autoverkeer De Binckhorst en omliggende gebieden hebben mobiliteitsproblemen. Om deze knelpunten te verminderen zijn vier maatregelpakketten opgesteld die gericht zijn op het omleiden van doorgaand autoverkeer naar het bovenliggende wegennet, het verbeteren van de doorstroming van lokale wegen en het bevorderen van de leefbaarheid en verkeersveiligheid. Maatregelpakket 1 Maatregelpakket 1 is erop gericht het doorgaand verkeer tussen Rijswijk en Voorburg te verminderen. Hiervoor wordt de Geestbrug en Oude Tolbrug afgesloten voor autoverkeer en de parallelbaan van de Binckhorstlaan volledig ontkoppeld. Dit blijkt de meest effectieve aanpak voor het verminderen van doorgaand autoverkeer in het studiegebied door verkeer af te wentelen op het bovenliggende wegennet. Dit leidt tot verbeterde doorstroming (met name op de Prinses Mariannelaan en Binckhorstlaan), lagere cyclustijden op kruisingen, lagere geluidbelasting en verhoogde verkeersveiligheid. Dit bevordert ten opzichte van de plansituatie de doorstroming van de Vlietlijn op de Geestbrugweg en Prinses Mariannelaan. Dit pakket heeft echter grote gevolgen voor de lokale bereikbaarheid, met name door de volledige afsluiting van de Geestbrug voor autoverkeer. Dit beperkt de verbinding tussen Voorburg-West en Cromvliet voor autoverkeer sterk. 25

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Maatregelpakket 2 In maatregelpakket 2 worden de Binckhorstlaan en Regulusweg afgesloten om doorgaand verkeer tussen Voorburg en Den Haag te beperken. Dit leidt echter tot minder positieve effecten op doorstroming (minder verkeer wordt afgewenteld op het bovenliggende wegennet) en geluid dan maatregelpakket 1. De afsluitingen voor wegverkeer op de Binckhorstlaan en Regulusweg vermindert de verkeersintensiteiten op deze wegen en verbetert de doorstroming op kruispunten. Dit leidt ook tot positieve effecten op de doorstroming van fietsverkeer en de Vlietlijn. Tegelijkertijd neemt de verkeersdruk op andere wegen, zoals de Laan van Nieuw Oosteinde, aanzienlijk toe, wat de verkeersveiligheid in dat gebied verslechtert en de geluidbelasting verhoogt. De bereikbaarheid van woonwijken, met name tussen de Binckhorst en Voorburg-West, verslechtert door de afsluitingen voor autoverkeer op Binckhorstbrug en Regulusweg. Maatregelpakket 3 Maatregelpakket 3 heeft hetzelfde doel als pakket 2, maar in plaats van afsluitingen wordt eenrichtingsverkeer ingevoerd op de Binckhorstlaan en Regulusweg. Omdat directe verbindingen tussen woonwijken intact blijven, heeft dit pakket minder impact op bereikbaarheid en verkeersveiligheid dan maatregelpakket 2, maar biedt het ook minder voordelen.

De verkeersdruk op de Geestbrugweg neemt met 25% af, wat de doorstroming van fietsverkeer en de Vlietlijn enigszins verbetert, terwijl de druk op de Laan van Nieuw Oosteinde minder sterk toeneemt dan in maatregelpakket 2. Cyclustijden op kruispunten dalen aanzienlijk, maar blijven nog boven de streefwaarden, en de situatie op het kruispunt Binckhorstlaan/Mercuriusweg verslechtert verder. Reizigers vanuit Voorburg-West richting Cromvliet kunnen niet meer gebruik maken van de Geestbrug en zullen om moeten rijden via de Binckhorst en Laak of de Westvlietweg. Maatregelpakket 4 Maatregelpakket 4 heeft hetzelfde doel als pakket 1, maar beperkt het doorgaand verkeer tussen Rijswijk en Voorburg door eenrichtingsverkeer op de Geestbrugweg en Oude Tolbrug in te voeren. Dit leidt tot een kleine afname van verkeer op de Geestbrugweg en Prinses Mariannelaan en afname van cyclustijden op enkele kruispunten. Verbeteringen blijven echter beperkt in vergelijking met maatregelpakket 1. Door de gedeeltelijke afsluiting op de Geestbrug blijft Voorburg-West vanuit Cromvliet bereikbaar voor wegverkeer. In omgekeerde richting zal verkeer echter om moeten rijden. Hoewel er enige afname in geluidbelasting en verkeersdruk wordt verwacht, zijn de effecten op verkeersveiligheid en doorstroming voor fietsverkeer en de Vlietlijn kleiner dan in maatregelpakket 1.

Het effect op de onderlinge bereikbaarheid van Voorburg-West en Cromvliet is dat reizigers vanuit, afhankelijk van de rijrichting en bestemming, om zullen moeten gaan rijden via de Prinses Mariannelaan en Maanweg. Eindhalte station Voorburg Voor de eindhalte van de Vlietlijn zijn twee varianten onderzocht - variant Stationsplein Voorburg en variant Opa’s veldje. Variant Stationsplein Voorburg plaatst de eindhalte op het stationsplein van Voorburg. Bij de variant van Opa’s veldje wordt de eindhalte geplaatst op het oostelijke deel van de Huygenstraverse. Bij beide varianten wordt het voetpad van de Huygenstraverse verplaatst naar een groenstrook naast Opa’s veldje. De effecten van beide varianten zijn grotendeels vergelijkbaar. Bij de variant Stationsplein Voorburg ontstaat een nieuwe kruising tussen de trambaan en de Prinses Mariannelaan, wat het risico op verkeersconflicten licht verhoogt. Daarentegen biedt deze variant een directe aansluiting op het treinstation, waardoor de overstap tussen tram en trein eenvoudiger is. Bij de variant Opa’s veldje ligt de tramhalte iets verder van het station, wat reizigers verplicht om ongeveer 100 meter te lopen en de Prinses Mariannelaan over te steken, wat de overstap minder comfortabel maakt. Echter, deze variant bevat geen nieuwe kruising met de Prinses Mariannelaan, wat gunstig is voor de verkeersafwikkeling.

Met betrekking tot stedelijk groen, voorzien beide varianten een negatief effect, waarbij er bij de variant Opa’s veldje extra groen verloren gaat vanwege een bredere tramhalte. Voor natuur moeten de bomenrijen gekapt worden wat een negatief effect heeft op tuin- en parksoorten en waardoor een ecologische verbinding wordt doorsneden. Dat geldt voor beide varianten. Op het gebied van het oppervlaktewatersysteem zorgen beide varianten voor minimaal effect gezien de trambaan op palen aangelegd zal worden. Tenslotte, heeft de herinrichting van de Huygenstraverse weinig netto impact op de ruimte voor fietsers en voetgangers.

26

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Varianten Doorontwikkeling Voor de Doorontwikkeling zijn op drie onderdelen varianten onderzocht: milieubelastende activiteiten, locatiekeuze geothermiecentrale en programma Sporendriehoek. Hieronder zijn per onderdeel de belangrijkste effecten weergegeven. Milieubelastende activiteiten Voor het planMER zijn twee varianten beoordeeld. Een variant waarin de huidige milieubelastende activiteiten in de Binckhorst worden gehandhaafd en een variant waarin deze activiteiten worden uitgeplaatst Handhaving Wanneer de activiteiten in de Binckhorst worden gehandhaafd, zullen er 2.300 woningen en een deel van het Waterfrontpark niet gerealiseerd worden door conflicterende ruimteclaims. Door de aanwezige activiteiten, neemt het aantal woningen dat binnen de hindergebieden valt sterk toe. Hierdoor zijn mitigerende maatregelen nodig om hinder en veiligheidsrisico’s te beperken. De ruimtelijke kwaliteit blijft achter en natuur kan zich hier niet ontwikkelen, met name rondom het afvalcluster. Afgezien van lichte verbeteringen in de gezondheid van de leefomgeving in enkele gebieden, blijven hotspots zoals het afvalcluster een probleem. Uitplaatsing Bij de uitplaatsing van activiteiten worden de knelpunten grotendeels weggenomen en alle 7.000 woningen kunnen worden gerealiseerd.

In plaats van het afvalcluster komt er een uitbreiding van ca 8 hectare van het Waterfrontpark, wat de ruimtelijke kwaliteit, natuurwaarden en gezondheid sterk verbetert. Het aantal woningen dat binnen de hindergebieden valt neemt aanzienlijk af, met nog enkele honderden woningen die hinder ondervinden van resterende bedrijven zoals Dyckerhoff Basal, Jachtwerf de Haas en Maison Kelder. Veiligheidsrisico’s dalen door uitplaatsing van tankstations en verffabrieken, maar het gasstation in het Parkkwartier en gasleidingen in het gebied blijven een aandachtspunt. Door de realisatie van de volledige woningbouwopgave, zal er een toename van vervoersbewegingen zijn waardoor de congestie op wegen toeneemt. Locatiekeuze geothermiecentrale Voor het planMER zijn vier locaties beoordeeld: Vestaweg, Binckhorst Noordwest A en B en Trekvlietplein. Geluid- en veiligheidonderzoek dient voor alle vier zoekgebieden uitgevoerd te worden volgens rekenvoorschriften onder de Omgevingswet. De beoordelingen van de vier zoekgebieden zijn daarom niet kwantitatief, maar richten zich voor deze aspecten daarom op het risico op overlast. Locatie Vestaweg De aanleg van een geothermiecentrale op de Vestaweg conflicteert met het Gebiedsprogramma (380 woningen en vergroening).

De geothermiecentrale zou leiden tot een verlies van ruimtelijke kwaliteit doordat het open veld in de referentiesituatie vervangen zou worden door een omvangrijk, betonnen gebouw dat zichtlijnen op de begraafplaats beperkt. Er bevinden zich omliggende gebouwen met in totaal ruim 1.300 woningen mogelijk binnen de risicogebieden voor omgevingsveiligheid, trillingshinder en geluidoverlast. Daarnaast ligt de locatie in een zone met archeologische verwachting en bestaat er een risico op grondwaterverontreiniging. Dat laatste geldt voor alle locaties. Locatie Binckhorst Noordwest A en B De locaties Binckhorst Noordwest A en B bevinden zich binnen het afvalcluster, waar de aanleg van het Waterfrontpark gepland is. In zoekgebied A leidt de geothermiecentrale tot een aanzienlijk ruimtebeslag, wat de visuele beleving en ruimtelijke kwaliteit van het Waterfrontpark negatief beïnvloedt. In dit zoekgebied ontstaan geen directe risico’s voor omgevingsveiligheid, wel zijn er risico’s op het ontstaan van trillingshinder en aanzienlijke geluidhinder. Vergelijkbare effecten zijn voorzien op locatie Noordwest B.

27

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Locatie Trekvlietplein Het Trekvlietplein heeft in de referentiesituatie een laagwaardige functie en kent weinig ruimtelijke kwaliteit. Wel verdwijnt een deel van het stedelijk snippergroen in het gebied. In de plansituatie conflicteert de geothermiecentrale met nabijgelegen geplande woningbouw, waarbij woningen aan de overzijde van het Trekvlietplein binnen de PR 10 -6contour kunnen vallen. Dit maakt de locatie alleen haalbaar als de putten vóór de bouw van deze woningen worden geboord. Daarnaast kunnen oudere woningen aan het Trekvlietplein trillingsschade oplopen. Tot slot neemt met name tijdens de boorfase de het geluidsniveau toe, wat tot hinder kan leiden. Programma Sporendriehoek In de Sporendriehoek en omliggende gebieden worden twee varianten voor de ontwikkeling van werkplekken en woningen onderzocht: een minimale en een maximale variant. De minimale en maximale variant hebben beide positieve effecten op de ruimte voor fietsers en voetgangers wat toegankelijkheid vergroot. Echter, neemt de druk op de infrastructuur ook toe. De kruispunten in het gebied worden in beide varianten zwaar belast, waarbij de maximale variant zorgt voor een aanzienlijke toename van de verkeersdruk, wat bestaande knelpunten verergert.

Met betrekking tot de geluidsbelasting in het gebied, zorgen de toevoeging van extra verdiepingen (maximale variant) in de bebouwing voor een lichte verbetering van de geluidsbelasting op hogere niveaus, maar de geluidsituatie blijft een knelpunt. Met deze reden wordt de bouw van woningen sterk afgeraden. De maat en schaal van de bebouwing biedt in beide varianten mogelijkheden om de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te verbeteren. Een hogere bebouwingsdichtheid, zoals die in de maximale variant, draagt hier positief aan bij. De gezonde leefomgeving scoort in beide varianten negatief door problemen zoals hittestress, beperkte verblijfsruimte, slechte luchtkwaliteit en geluidsoverlast.

Conclusies en aanbevelingen Conclusies Uit het onderzoek volgt een aantal overkoepelende conclusies: • De realisatie van de Vlietlijn en de Doorontwikkeling Binckhorst zijn randvoorwaardelijk voor elkaar. Dat betekent dat de ene ontwikkeling niet plaats kan vinden zonder de andere. • De ondergrens van 5.000 woningen voor de Doorontwikkeling is haalbaar. Het voorziene programma van 7.000 woningen is enkel haalbaar wanneer: – Milieubelastende activiteiten, met name bedrijven uit het afvalcluster en Renewi, worden uitgeplaatst. – In brede zin is de geluidbelasting in de Binckhorst hoog. De geluidsituatie in het gebied en specifieke plekken vraagt om nader onderzoek en het treffen van geluidbeperkende maatregelen. • Het doelbereik van de Doorontwikkeling kan verbeterd worden door: – Doorvertaling van ambities op het gebied van duurzaamheid, creativiteit en ondernemerschap en deelmobiliteit naar de wijze waarop ze bereikt gaan worden. – Van het principe ‘rust, ruis en reuring’ komt rust nog onvoldoende tot uiting in het gebied. Nader onderzoek naar de inrichting van de vier kwartieren vanuit het oogpunt van geluid zou een deel van de oplossing kunnen bieden. • Het doelbereik van de Vlietlijn kan verbeterd worden door: – De passage van de Lekstraat/Sporendriehoek in een tunnel uit te voeren.

– De doorstroming op de Geestbrugweg en Prinses Mariannelaan te verbeteren door één van de maatregelpakketten door te voeren. Maatregelpakket 1 is hierin het meest effectief. • Optimaliseer het ontwerp van de Vlietlijn zodanig dat bomen zoveel mogelijk bespaard blijven. Onderzoek in hoeverre de aantasting van de ecologische verbindingszone Laak mitigeerbaar is, en onder welke voorwaarden de Vlietlijn hier aangelegd kan worden indien blijkt dat dit niet mogelijk is. • Uit het onderzoek naar de locatie van de geothermiecentrale komt geen duidelijke voorkeurslocatie naar voren. • De voorziene woningbouw in de Sporendriehoek is niet kansrijk. Verder kunnen geen functies worden ontwikkeld die een verkeersaantrekkende werking hebben. • Voor de eindhalte in Voorburg is er een lichte voorkeur voor een halte op het stationsplein.

28

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Aanbevelingen De onderzoeken zijn uitgevoerd op basis van concept uitwerkingen van de Vlietlijn en de Doorontwikkeling. Uit de verschillende deelonderzoeken en variantonderzoeken komen aanbevelingen voort voor de invulling van het Gebiedsprogramma.

29

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Aanbevelingen Vlietlijn Voor het Gebiedsprogramma bevelen we het volgende aan: • Betrek de mitigerende maatregelen uit de deelonderzoeken in hoofdstukken 8 t/m 24 in het Gebiedsprogramma. • Breng de verkeersintensiteit op de Geestbrugweg en Prinses Mariannelaan drastisch terug, bijvoorbeeld door middel van één van de maatregelpakketten. • Onderzoek of een combinatie van elementen uit verschillende maatregelpakketten mogelijk is, zoals een gedeeltelijke afsluiting of eenrichtingsverkeer, om zowel doorstroming te verbeteren als lokale bereikbaarheid te behouden. • Aantasting van de ecologische verbindingszone Laak is niet toegestaan. Ga na in hoeverre dit problemen voor de verdere uitwerking van het ontwerp voor de Vlietlijn oplevert en indien nodig, onderzoek of maatregelen mogelijk zijn die de uitvoering wel mogelijk maken. • Vertaal de informatie uit het Beeldkwaliteitsplan voor de Vlietlijn goed door naar het ontwerp en het Gebiedsprogramma voor de Vlietlijn. • Breng in de uitwerking van de haltes aanpassingen aan, gericht op aansluiting op de stedelijke omgeving, • Werk de ambitie voor een circulaire Binckhorst concreet uit. • Voer nadat de gemeente Den Haag over blijkt te gaan tot het nemen van het besluit waarin de verkeersingrepen volgens de CID Netwerkstudie aanvullende modellering uit op gebied van verkeer, geluid, luchtkwaliteit en stikstofdepositie.

Gebruik de resultaten van deze aanvullende studie om de consequenties van het besluit op de haalbaarheid van het Gebiedsprogramma in beeld te brengen. Aanbevelingen Doorontwikkeling Voor het Gebiedsprogramma bevelen we het volgende aan: • Betrek de mitigerende maatregelen uit de deelonderzoeken. • Maak gebieden zoveel mogelijk ‘af’ voordat aan een nieuwe fase van ontwikkelingen in andere deelgebieden begonnen wordt. • Besteed in het Gebiedsprogramma meer aandacht aan tijdelijke invullingen van gebieden en borg dat deze voornemens daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden. • Voer onderzoek uit naar (vervangings-)opgaven in het gebied en stem deze ontwikkelingen in de fasering zoveel mogelijk op elkaar af. • Leg de verbinding met de Velostrada voor fietsverkeer aan. • Ga in het Gebiedsprogramma nader in op de concrete uitwerking van deelmobiliteit. • Plaats geurveroorzakende bedrijven uit de Binckhorst, met name Renewi. • Onderzoek of ambities over het inrichten van grootschalige winterverblijven voor vleermuizen in woontorens in het plangebied opgenomen kunnen worden. • Neem in het Gebiedsprogramma een kaart op waarop aangegeven staat waar welke voorzieningen(clusters) voorzien zijn. • Plaats bestaande bedrijven met een milieucategorie uit.

• Geef in het Gebiedsprogramma aan of groene verbindingen en traverses/tunnels door/over de sporenbundel ten noordoosten van de Binckhorst daadwerkelijk aangelegd gaan worden. Als dit geen realistisch voornemen is, zouden de betreffende kaarten aangepast moeten worden. • Ga dieper in op programma, architectuur, inrichting van de buitenruimte en verblijfskwaliteit. • Geef duidelijker aan welke programmering en inrichting aansluitend op de buitenruimte voorzien wordt voor het industriële culturele erfgoed. • Ga nader in op in de maatregelen de gemeente gaat treffen om te stimuleren dat creativiteit en ondernemerschap betaalbaar blijft. • Leg onder het HABO-terrein gekoppeld aan de tunnelvariant een halte aan. • Realiseer geen woningen op het HABO-terrein in verband met de geluidsdruk. • Werk voor de Sporendriehoek een integrale visie uit voor de maat en schaal van bebouwing, waarbij de menselijke maat en visuele aantrekkelijkheid centraal staan. Naast bovenstaande aanbevelingen voor de huidige fase van het Gebiedsprogramma, zijn ook aanbevelingen opgenomen voor de volgende fase en nadere uitwerking die dan kunnen worden opgevolgd.

30

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Vervolgonderzoek binnen dit planMER Binnen dit planMER hebben we niet alle onderzoeken uit kunnen voeren die nodig zijn om het planMER de basis van het intergemeentelijke Gebiedsprogramma te kunnen laten vormen. Hieraan liggen meerdere oorzaken ten grondslag. Zo was voor sommige onderzoeken de benodigde informatie niet tijdig beschikbaar, en kwamen gedurende de effectonderzoeken onzekerheden of nieuwe ontwikkelingen aan het licht die niet binnen planning nader onderzocht konden worden. Ook kwamen uit de review van het concept planMER van het bevoegd gezag en ketenpartners zaken naar voren die niet binnen planning nader onderzocht konden worden. Deze ontbrekende onderzoeken hebben we in tabel S – 8 samengevat. In de tabel geven we aan welke onderzoeken we in de periode tot de vaststelling van het intergemeentelijke Gebiedsprogramma uit gaan voeren. De uitkomsten van deze onderzoeken zullen voor vaststelling verwerkt worden in het voorliggende planMER. Tabel S – 8; een overzicht van onderzoeken die voorafgaand aan de vaststelling van het intergemeentelijke Gebiedsprogramma uitgevoerd zullen worden

Onderwerp

Toelichting

Passende beoordeling

PB wordt opgesteld op basis van stikstofberekeningen van verkeersmodellen Vlietlijn en CID Netwerkstudie

Verkeersnetwerk CID-Binckhorst

De verkeersmaatregelen binnen de CID Netwerkstudie vormen de nieuwe referentiesituatie voor voorliggend planMER. We voeren aanvullend modelonderzoek uit voor de thema’s verkeer, geluid, luchtkwaliteit en stikstofdepositie om deze nieuwe referentiesituatie te verwerken in het planMER.

Gezonde leefomgeving

Toetsingskader wordt verder doorontwikkeld door 1) meer indicatoren toe te voegen, 2) beoordelingsschaal te nuanceren, 3) wegingsfactoren toe te passen. Dit in lijn met advies van GGD Haaglanden

Beoordeling eindsituatie Vlietlijn

Beoordeling effecthoofdstukken nalopen op basis van SO 1.0 ontwerp. Dit geldt in ieder geval voor de thema’s: 1. Mobiliteit (ruimte fietsers/voetgangers, verkeersveiligheid, doorstroming autoverkeer, autoparkeren & tramhaltes) 2. Geluid 3. Natuur (bomen) 4. Stedelijk groen (kwantiteit stedelijk groen) 5. Ruimtelijke kwaliteit (alle 5 beoordelingscriteria)

Gezoneerd industrieterrein BinckhorstZuid

Geactualiseerd geluidmodel en vergunninginformatie verwerken in H11 Geluid

Bedrijvigheid Mercuriuskwartier

In H9 Luchtkwaliteit, H10 Geur, H11 Geluid, H15 Omgevingsveiligheid en H25 milieubelastende bedrijven een beoordeling toevoegen van de gevolgen van bedrijvigheid met milieucategorie 3.1/3.2 in het Mercuriuskwartier

Bomen Effect Analyse

Met behulp van in de BEA opgenomen kaartmateriaal voeren we een GISanalyse uit om de effectbeoordeling van de Vlietlijn op bomen langs het tracé te actualiseren

Bereikbaarheid scholen en nutsvoorzieningen

De veilige bereikbaarheid van nutsfuncties en scholen beschrijven in paragraaf 8.3.2

Bereikbaarheid hulpdiensten

Bereikbaarheid hulpdiensten beschrijven in paragraaf 8.3.3

Studiegebied geluid

Kaarten met geluidcontouren dienen verder uitgezoomd te worden (L-V en RW vallen nu buiten beeld)

Effecten Vlietlijn op recreatie

Effecten van Vlietlijn op recreatiemogelijkheden toevoegen in paragraaf 8.3.1.2

31

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Watereffecten op scoutingvereniging

Scoutingvereniging waar relevant kort noemen in effectbeschrijving in H18 Water

Studie Westvlietweg

Nagaan of studie Westvlietweg betrokken moet en kan worden in beschrijvingen H8 Mobiliteit

Modal split

Modal split in L-V en RW modelleren (RHDHV) en beschrijven in hoofdstuk 8.

Reistijden fietsverkeer

Reistijden voor fietsverkeer modelleren (RHDHV) en beschrijven in hoofdstuk 8.

Ruimtebeslag fietsvoorzieningen

Ruimtebeslag van fietsvoorzieningen berekenen en beschrijven in hoofdstuk 8.

Kwantitatieve effectbeschrijving oversteekplaatsen

Afstemming met RHDHV nodig over werkwijze om oversteekplaatsen kwantitatief te beoordelen. Vervolgens worden oversteekplaatsen kwantitatief beoordeeld in het planMER.

Effecten brug Broeksloot

Kwalitatieve effectbeschrijving van de nieuwe brug over de Broeksloot op fietsverkeer in de Heeswijkstraat toevoegen in hoofdstuk 8.

Rekenregels

Advies Commissie mer: “Onderbouw de keuze van rekenregels en modellen en de onderliggende gegevens en ga in op onzekerheden. Vertaal deze naar een bandbreedte van mogelijke gevolgen”. Aanvulling: Beschouwing van gebruikte rekenmodellen toevoegen aan H8 Mobiliteit, H9 Luchtkwaliteit, H11 Geluid en H12 Trillingen. Daarbij ook ingaan op algemene modelonzekerheden en de mate waarin andere modeluitkomsten een impact op effectscores kunnen hebben.

Fasering en volgtijdelijkheid

Advies Commissie mer: “Beschrijf fasering van plannen, inclusief de effecten van de volgtijdelijkheid van activiteiten en een eventuele uitbreiding van het beoordelingskader met aanleg-effecten”. Aanvulling: In Deel A een overkoepelende beschouwing op de fasering van de plannen opnemen. Daarin wordt onder meer toegelicht hoe de fasering van onderdelen van het Gebiedsprogramma zich tot elkaar verhoudt, welke onderlinge afhankelijkheden er zijn en welke risico’s de gemeente loopt als een andere fasering wordt aangehouden.

Geluidmodellering geothermiecentrale

Uitvoeren van geluidmodellering voor aanleg- en gebruiksfase van geothermiecentrale volgens rekenvoorschriften onder de Omgevingswet

Veiligheidsmodellering geothermiecentrale

Uitvoeren van modellering van veiligheidscontouren voor aanleg- en gebruiksfase van geothermiecentrale volgens rekenvoorschriften onder de Omgevingswet

Verkeerstellingen Geestbrugweg

Uitvoeren van een analyse naar de oorzaken van het verschil van 30% in verkeersintensiteit op de Geestbrugweg tussen fysieke verkeerstellingen en het verkeersmodel

Geluidmodellering Maatregelpakket 2

Uitvoeren van geluidmodellering voor maatregelpakket 2

COCON-berekeningen NvA

Nagaan of er zienswijzen zijn die betrekking hebben op kruispunten waar geen COCON-berekeningen voor zijn uitgevoerd. Indien nodig worden deze berekeningen alsnog uitgevoerd.

Verkeersmodellering milieubelastende activiteiten

Uitvoeren van verkeersmodellering voor de variant Handhaving milieubelastende activiteiten

Eindhalte Voorburg

Toevoegen van een tekstkader met toelichting op afgevallen variant eindhalte Maanweg

32

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Deel A

33

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

1

Gebiedsprogramma en milieueffectrapportage

Dit eerste hoofdstuk geeft de introductie op het project en dit milieueffectrapport (planMER). Paragraaf 1.1 beschrijft kort het doel van dit planMER worden de plannen kort beschreven. Paragraaf 1.2 benoemt de procedures die daarvoor doorlopen moeten worden. Paragraaf 1.3 vat de projectgeschiedenis samen. In paragraaf 1.4 is aangegeven hoe een ieder kan participeren in het proces van de totstandkoming van het planMER en het intergemeentelijk Gebiedsprogramma.

1.1

Waarom een intergemeentelijk gebiedsprogramma met planMER?

Voor u ligt het planMER voor het intergemeentelijk Gebiedsprogramma "De Vlietlijn en Doorontwikkeling Binckhorst". Dit intergemeentelijk Gebiedsprogramma wordt als vrijwillig gebiedsprogramma opgesteld waaraan een planMER is gekoppeld om het mileubelang volwaardig mee te kunnen wegen in de besluitvorming. De Binckhorst is een wijk in Den Haag die begrensd wordt door de spoorlijn tussen Den Haag en Gouda in het noordoosten, de spoorlijn tussen Amsterdam en Rotterdam in het noordwesten, de Trekvliet in het zuidwesten en de Broeksloot in het zuidoosten.

Figuur 1-1 Luchtfoto Binckhorst (bron: gemeente Den Haag)

34

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

In de 20e eeuw heeft het gebied zich ontwikkeld tot een industrie- en bedrijventerrein en in de jaren ’90 is daarbij ook een kantorenpark aangelegd. Omdat het gebied gunstig ligt ten opzichte van uitvalswegen en OV-corridors, heeft de gemeente Den Haag besloten om het gebied de komende decennia te transformeren naar een gemengd woonwerkgebied. Daarvoor is in 2018 het Omgevingsplan Binckhorst vastgesteld, dat voorziet in een stedelijke ontwikkeling met een programma waarin maximaal 5.000 woningen met bijbehorende voorzieningen gerealiseerd worden. Ook worden nieuwe arbeidsplaatsen gecreëerd. Aanvullend op dit programma, heeft de gemeente de ambitie om nog eens 7.000 woningen plus bijbehorend programma toe te voegen aan het gebied. Dit wordt de Doorontwikkeling Binckhorst genoemd. Een tweede, voor de Doorontwikkeling noodzakelijke, ontwikkeling in het gebied is de aanleg van de Vlietlijn (voorheen een hoogwaardige openbaar vervoer (HOV-)verbinding genoemd). Deze visie is gemeentegrensoverstijgend omdat de Vlietlijn niet alleen op grondgebied van de gemeente Den Haag komt te liggen, maar ook op dat van de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Rijswijk. Samen met de Vlietlijn wordt ook het zogenaamde Basispakket Mobiliteit gerealiseerd.

Hierin zijn maatregelen opgenomen gericht op een verbetering van de verkeersveiligheid en leefbaarheid en dat bijdraagt aan de modal shift van auto naar langzaam verkeer (fietsen en wandelen).

1.2

Procedure intergemeentelijk gebiedsprogramma en planMER

1.2.1

Mer-plicht

Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om dit te doen is het instrument mer ontwikkeld. Dit instrument dient in dit geval ter onderbouwing van de besluitvorming over het intergemeentelijk Gebiedsprogramma Vlietlijn en Doorontwikkeling Binckhorst voor de Doorontwikkeling en de Vlietlijn. In algemene zin is mer verplicht op grond van Europese en nationale wet- en regelgeving als er sprake is van plannen of projecten met mogelijk belangrijke milieueffecten. Dit is nader uitgewerkt in bijlage V van het Omgevingsbesluit, die samen met de Omgevingswet vanaf 1 januari 2024 van kracht is. Voor een wettelijk voorgeschreven plan of programma geldt een planmerplicht als het een kader vormt voor besluiten voor mer-(beoordelings)plichtige projecten of als er ook een passende beoordeling voor nodig is. Dit is ook van toepassing op een vrijwillig programma, daarvoor gelden dezelfde wettelijke bepalingen als voor een verplicht programma. Voor de realisatie van de Gebiedsprogramma zijn drie activiteiten relevant voor toetsing aan bijlage V van het Omgevingsbesluit: • Doorontwikkeling Binckhorst: realiseren van 7.000 meer woningen in de Binckhorst en daarbij ook meer voorzieningen en arbeidsplaatsen.

• De Vlietlijn: HOV-tramverbinding van Den Haag CS via de Binckhorstlaan en Maanweg naar station Voorburg en via de Binckhorstlaan naar Rijswijk. • Geothermiecentrale: plaatsen geothermiecentrale in de Binckhorst met een vermogen van minder dan 10-15 MW (zie onderstaand kader).

Geothermiecentrale In de Binckhorst wordt gezocht naar ruimte om een geothermiecentrale in te passen die bijdraagt aan het energieneutraal kunnen toevoegen van de extra woningen aan de Binckhorst en tevens een bovenwijkse functie gaat vervullen. In juli 2022 (https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/11665905/2/RIS312726+Reservering+locaties+voor+ontwikkeling +geothermie) heeft het college van de gemeente Den Haag besloten tot een reservering van locaties voor geothermiecentrales, waaronder de locaties in de Binckhorst.

35

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

36

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Tabel 1-1 toetst deze initiatieven aan bijlage V van het Omgevingsbesluit. Tabel 1-1 Relevante categorieën van projecten uit bijlage V van het Omgevingsbesluit

Categorie Omschrijving

Directe mer-plicht

Merbeoordelingsplicht

J11

Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen

Niet van toepassing

Aanleg, wijziging of uitbreiding

J3

Tramrails, boven- en ondergrondse spoorwegen, Niet van toepassing zweefspoor en gelijksoortige bijzondere constructies

Aanleg, wijziging of uitbreiding

B3

Diepboringen, in het bijzonder: geothermische boringen, boringen in verband met de opslag van kernafval of boringen voor watervoorziening, met uitzondering van boringen voor het onderzoek naar de stabiliteit van de grond

Niet van toepassing

Oprichting, wijziging of uitbreiding

C1

Thermische centrales en andere verbrandingsinstallaties voor de productie van elektriciteit, stoom of warm water

Oprichting, wijziging of uitbreiding met een warmtevermogen van 300 MW of meer (thermisch)

Oprichting, wijziging of uitbreiding

Uit Tabel 1-1 volgt dat er geen sprake is van een directe mer-plicht. De initiatieven zijn wel mer-beoordelingsplichtig. Het intergemeentelijk Gebiedsprogramma Vlietlijn en Doorontwikkeling Binckhorst is kaderstellend voor deze ontwikkelingen waarbij het bevoegd gezag moet beoordelen of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. Het maken van een planMER is dan ook verplicht voor het intergemeentelijk Gebiedsprogramma Vlietlijn en Doorontwikkeling Binckhorst.

Planmer-plicht Er is sprake van een planmer-plicht als voldaan wordt aan 2 eisen: 1. Het moet gaan om een wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven plan of programma (artikel 16.34 lid 1 van de Omgevingswet). Dit betreft in ieder geval een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing, ook wanneer deze vrijwillig worden opgesteld. 2. Het plan of programma is kaderstellend voor mer(beoordelings)plichtige activiteiten. De mer- of merbeoordelingsplicht van projecten waar het programma een kader voor stelt is te vinden in bijlage V van het Omgevingsbesluit (zie Tabel 1-1). Of wanneer een passende beoordeling voor negatieve effecten op Natura 2000-gebieden nodig is.

1.2.2

Mer-procedure gekoppeld aan intergemeentelijk gebiedsprogramma

Aangezien het hier gaat om een niet-verplicht, kaderstellend programma waarvoor een planmer plicht geldt, wordt de procedure voor een planMER doorlopen. Mer is een procedure die bestaat uit een aantal verschillende stappen resulterend in onder meer een milieueffectrapport (planMER). Vanaf 1 januari 2024 is de procedure vastgelegd in afdeling 16.4 van de Omgevingswet. De mer-procedure en het opstellen van het planMER wordt gekoppeld aan de procedure voor het intergemeentelijk Gebiedsprogramma gefaseerd doorlopen. Bepalen reikwijdte en detailniveau (reeds doorlopen) In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is aangegeven welke milieuaspecten in het MER worden onderzocht (de reikwijdte en het detailniveau) en welk zichtjaar het planMER heeft. Het planMER heeft als zichtjaar 2040 maar geeft ook een doorkijk naar 2050. In de Omgevingswet is het niet verplicht gesteld om de NRD te publiceren en de mogelijkheid te bieden om daarop zienswijzen in te dienen. Echter, vanwege de uitgebreide procedure die indirect 37

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

vereist dat een NRD ter visie gelegd wordt en de voorwaarde die de drie uitvoerende gemeenten in ruimtelijke ontwikkelingsprojecten hebben om participatie uit te voeren, is de NRD wel gepubliceerd. Dit geeft eenieder de kans om kennis te nemen van de voorgenomen activiteit en de reikwijdte en het detailniveau van de onderzoeken. Ook is het mogelijk om daarop te reageren met een zienswijze. De (vrijwillige) stappen in de NRD-fase zijn: • Kennisgeving van de ter inzage legging van de concept NRD ten behoeve van de inspraak over het voornemen. • Mogelijkheid van inspraak op de concept NRD (zienswijzen) en inwinnen advies wettelijke adviseurs en betrokken bestuursorganen. • De concept NRD is in de periode 27 september tot en met 15 november 2024 6 weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kon iedereen reageren op de voorgestelde aanpak. In totaal zijn er 77 zienswijzen ingebracht. • Tegelijkertijd heeft de onafhankelijke Commissie voor de mer een advies2 uitgebracht over de reikwijdte en het detailniveau van het onderzoek (facultatief bij een planMER). • Vaststellen NRD. • De zienswijzen en adviezen worden beantwoord in een Nota van Antwoord (NvA). De relevante zienswijzen en adviezen vormen samen met de voorliggende concept NRD de reikwijdte en het detailniveau voor het planMER Vlietlijn en Doorontwikkeling Binckhorst. De NvA is 19-05-2025 gepubliceerd.

• De zienswijzen en adviezen worden gebruikt om het planMER waar nodig aan te vullen en de invulling van de Doorontwikkeling Binckhorst en de Vlietlijn aan te scherpen. • De NRD, de Nota van Antwoord op de binnengekomen zienswijzen en het advies van de Commissie voor de mer op de NRD zijn gezamenlijk vastgesteld door de colleges van de betrokken gemeenten. Het pakket is ter kennisgeving aan de respectievelijke gemeenteraden aangeboden. Buiten de scope van de mer-procedure om betrekt de gemeente Den Haag inwoners en andere betrokkenen in een in paragraaf 1.4 nader beschreven participatietraject. Opstellen planMER en ontwerp intergemeentelijk Gebiedsprogramma Vlietlijn en Doorontwikkeling Binckhorst De initiatiefnemers stellen een planMER en ontwerp-gebiedsprogramma op. Het planMER beschrijft de milieueffecten tijdens de realisatie- en gebruiksfase van de initiatieven. De te nemen stappen zijn: • Opstellen planMER en opstellen ontwerp-gebiedsprogramma en SO+ Vlietlijn. • Publicatie en ter inzagelegging van het ontwerp-gebiedsprogramma in de drie gemeentes met als bijlage het planMER. • Inwinnen van adviezen (o.a. Commissie voor de mer) en zienswijzen op het ontwerp-gebiedsprogramma en het planMER. • Vaststellen van het Intergemeentelijke Gebiedsprogramma Vlietlijn en Doorontwikkeling Binckhorst met als bijlage het planMER.

• Monitoring en evaluatie van de milieueffecten, na uitvoering van het project.

1.2.3

Bevoegd gezag

Het doel van dit planMER is om de effecten van de in hoofdstuk 2 beschreven activiteiten op het milieu en de omgeving inzichtelijk te maken. De resultaten worden vastgelegd in het planMER, dat als bijlage bij het ontwerp van het intergemeentelijk gebiedsprogramma ter vaststelling per gemeente wordt voorgelegd aan het College van B&W. Iedere gemeente legt het voor haar grondgebied relevante deel van het intergemeentelijk gebiedsprogramma en planMER ter visie. Dat betekent dat voor Deel C (Doorontwikkeling) van het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma de de gemeente Den Haag het enige bevoegd gezag is, terwijl voor Deel B (Vlietlijn) ook de gemeenten Rijswijk en Leidschendam-Voorburg voor een deel van het tracé bevoegd gezag zijn. Het planMER beschrijft wel waar relevant ook buiten het directe plangebied effecten van de ontwikkelingen op milieu en leefomgeving. Beantwoording van de zienswijzen zal in samenwerking met de drie gemeenten en de projectorganisatie separaat per gemeente worden uitgevoerd, waarbij de projectorganisatie ervoor zorgt dat de beantwoording consistent is en gebundeld wordt.

2 https://commissiemer.nl/adviezen/3870

38

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

1.2.4

Vervolgprocedures

Het Intergemeentelijke Gebiedsprogramma bestaat uit verschillende onderdelen. Voor de verdere uitwerking van deze onderdelen na vaststelling van het programma worden voor deze onderdelen vervolgbesluiten genomen. Aan deze besluiten kan een onderzoeksplicht verbonden zijn in de vorm van een mer-procedure of een mer-beoordeling. De onderdelen zijn in Tabel 1-2 vat voor ieder onderdeel van het Gebiedsprogramma samen welke vervolgbesluiten er genomen worden. Deels valt de besluitvorming over deze onderdelen binnen gebundelde besluiten – zo wordt in het Voorlopig en Definitief Ontwerp van de Vlietlijn ook het tracé van de Vlietlijn in de Sporendriehoek meegenomen. Voor een deel zijn het op zichzelf staande besluiten, zoals het aangepaste reserveringsbesluit voor de nieuwe geothermiecentrale. Tabel 1-2 De vervolgbesluiten met de daaraan gekoppelde onderzoeken voor de verschillende onderdelen van het Gebiedsprogramma

#

Onderdeel

Vervolgbesluit(en)

Onderzoeksplicht

1

Ontwerp Vlietlijn

- Voorlopig Ontwerp / Definitief Ontwerp in het kader van MIRT - Planologische inpassing3

ProjectMER bij planologische inpassing

2

Gebiedsprogramma Doorontwikkeling

Wijziging omgevingsplan

ProjectMER

3

Milieubelastende activiteiten

Wijziging omgevingsplan en onteigeningsbeschikking

ProjectMER

4

Locatiekeuze Geothermiecentrale

Aangepast reserveringsbesluit door gemeente

Nadere milieuonderzoeken door exploitant geothermiebron – projectMER of projectMER-beoordeling

5

Tracé Vlietlijn in Voorlopig Ontwerp / Definitief Ontwerp in Sporendriehoek het kader van MIRT (zie #1) (maaiveld-/ tunnelvariant)

ProjectMER

6

Programma Sporendriehoek

Wijziging omgevingsplan

ProjectMER

7

Maatregelpakketten infrastructuur

Voorlopig Ontwerp / Definitief Ontwerp in het kader van MIRT (zie #1)

ProjectMER

8

Eindhalte Voorburg

Onderdeel van wijziging omgevingsplan voor ontwerp Vlietlijn (zie #1)

ProjectMER

3 Wijziging Omgevingsplan op Haags grondgebied, wijze van planologische inpassing in Leidschendam-Voorburg en Rijswijk wordt later bepaald

39

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

1.3

Wat vooraf eerder is afgewogen en besloten

1.3.1

Doorontwikkeling Binckhorst

Gebiedsaanpak Binckhorst (2011) Sinds 2011 is de Gebiedsaanpak Binckhorst de leidraad geweest voor de organische gebiedsontwikkeling van het bedrijventerrein naar gemengd woon-werkgebied. Met de vaststelling van de Gebiedsaanpak in 2011 wil de gemeente particulier initiatief, creativiteit en innovatie verder stimuleren zonder hier allerlei regels en voorwaarden aan te verbinden. Dit betekent dat de gemeente de richting en kaders van de transformatie aangeeft, maar de markt de vrijheid geeft om initiatieven te bedenken en nader in te vullen. Ontwikkelingsperspectief Trekvlietzone (2015) In 2015 is het ontwikkelingsperspectief Trekvlietzone (RIS 289670) vastgesteld. Ambities om wonen en werken in de Binckhorst te combineren, zijn het meest thuis in de Trekvlietzone. Want afgezien van de fraaie ligging aan de Trekvliet, goede bereikbaarheid van snelwegen en de korte afstand tot het centrum kent het gebied namelijk een minimum aan milieucontouren. Daarbij heeft de gemeente er veel grond in eigendom. Het ontwikkelingsperspectief heeft een globaal karakter. Het maakt de kansen, aandachtspunten en uitgangspunten inzichtelijk om de transformatie van de Trekvlietzone naar gemengd woon-werkgebied te realiseren.

Het ontwikkelingsperspectief biedt een perspectief op de kansen, uitgangspunten en benodigde ingrepen om de Trekvlietzone te transformeren tot een eigenzinnige nieuwe Haagse woon-werkwijk. Omgevingsplan Binckhorst (2018) De volgende stap in de transformatie van de Binckhorst is gezet met het vaststellen van de Omgevingsplan Binckhorst (laatst gewijzigd 21 april 2022). In het Omgevingsplan voor de Binckhorst is als doel geformuleerd om de Binckhorst te transformeren tot een gecombineerde woon-werkwijk. Om dit te bereiken zijn vier ambities benoemd. Hierbij zijn de eerste twee ambities meer gericht op het werken, de derde ambitie specifiek voor het woongebied en de laatste geldt voor beide, zie Figuur 1-2.

Figuur 1-2 Doelstelling en ambities

Het omgevingsplan geeft kaders aan de veranderingen in de Binckhorst. De maximaal toegelaten gebruiksruimte uit de planregels van het Omgevingsplan betreffen: • Aantal woningen: 4.427. • Detailhandel: – Nieuwe detailhandel in volumineuze goederen: 10.000 m2 BVO. – Nieuwe detailhandel, niet zijnde detailhandel in volumineuze goederen: 3.500 m2 BVO. – Bouwmarkt: 4.500 m2 BVO. • Bedrijfsruimte: 250.000 m2 BVO. • Horeca: 4.125 m2 BVO. • Kantoorruimte: 63.500 m2 BVO. • Creatieve industrie: 27.000 m2 BVO. Deze in het Omgevingsplan vast aantal woningen en m2 aan programma is vastgesteld en kan vrij in het gebied ingevuld worden.

40

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

In de stedenbouwkundige opzet van het gebied, zoals vastgelegd in het Omgevingsplan Binckhorst, is reeds geanticipeerd op de beoogde mobiliteitstransitie. Dit komt tot uiting in de volgende aspecten: • Er ontstaat een gebied met menging van wonen, werken en voorzieningen. Hierdoor zijn afstanden kort, waarmee verplaatsingen te voet en per fiets worden gestimuleerd. • Ruimtereservering voor inpassing van een HOV-verbinding in het gebied langs de Binckhorstlaan ten zuiden van de Supernovaweg tot de Maanweg (zie ook hieronder). • Ontsluiting van het gebied met het openbaar vervoer bij de delen met een hoge dichtheid. Ontsluiting van het gebied met autoverkeer via de Supernovaweg. • Geen parkeermogelijkheden in de openbare ruimte, maar alleen in parkeergarages (hubs) in het gebied. Het is daarbij nodig om het parkeren in de Binckhorst zo veel mogelijk te concentreren in een beperkt aantal gebouwde parkeervoorzieningen. Bouwontwikkelingen moeten hun parkeerbehoefte binnen eigen kavel (meestal betekent dit inpandig) oplossen. • Aanwezigheid van goede stallingsmogelijkheden voor de fiets bij woningen en voorzieningen.

Ten aanzien van het openbaar vervoer is bepaald dat er een ruimtereservering is opgenomen om in de toekomst een hoogwaardige openbaarvervoersverbinding (HOV) op een eigen baan te kunnen maken over de Binckhorstlaan waarmee zowel een verbetering van het aanbod aan openbaar vervoer mogelijk wordt als een goede doorstroming van het openbaar vervoer over de Binckhorstlaan kan worden gewaarborgd. Deze ruimtereservering in het gebied is bedoeld om in geval van nieuwe initiatieven die uitgaan van bouwen in deze zone de aanleg van het HOV-tracé niet onmogelijk te maken. Actualisatie gebiedsaanpak Binckhorst (2018, RIS299319) De nieuwe Gebiedsaanpak beschrijft de werkwijze die gehanteerd wordt om samen met stakeholders de ontwikkeling van de Binckhorst vorm te geven door gezamenlijk invulling te geven aan diverse deelplannen. Deze werkwijze gaat verder dan het faciliteren dat hoorde bij het ‘organisch ontwikkelen’ dat tot op heden als uitgangspunt gold. De gemeente heeft een regierol om partijen met elkaar in gesprek te brengen. In de samenwerking tussen partijen, die per deelgebied meer of minder intensief kan zijn, worden met de bepalingen van het omgevingsplan als kader de ambities uitgewerkt in concrete plannen per deelgebied. Deze uitwerking wordt vastgelegd in een gebiedspaspoort.

Voor het gebied langs de Maanweg wordt als eerste een gebiedspaspoort gesteld In de nieuwe gebiedsaanpak is in beeld gebracht welke concrete planinitiatieven de gemeente de komende vijf jaar actief ondersteunt en initiëert: • De groene zone tussen het kasteel en de begraafplaats St. Barbara wordt verder ingericht met een park tussen de Binckhorstlaan en de begraafplaats. • De ontwerpwerkzaamheden voor het Waterfrontpark langs de Trekvliet worden opgestart, zodat de kadezone gefaseerd aangelegd kan worden waar deze beschikbaar komt. • Het ontwerp voor de openbare ruimte voor het deelgebied rondom de Fokkerhaven wordt opgesteld, zodat aansluitend aan de uitgifte en nieuwbouw van de woningen in dit gebied de openbare ruimte en daarmee de Callistoweg kunnen worden aangelegd. Als gebiedsbrede acties zijn de volgende benoemd: • Het opstellen van een energieplan. • Het opstellen van gebiedsspecifieke criteria voor beeldkwaliteit en welstand. • Het uitwerken van het ambitiedocument Openbare ruimte voor de Binckhorst in het Handboek openbare ruimte. • Het inventariseren van de eigendomssituatie, de staat van onderhoud en de vervangingsopgave van de kades. • Het maken van een voorzieningenkaart. • Het opstellen van een breed mobiliteitsdocument met aandacht voor innovatie, OV, parkeren en langzaam verkeer.

Reservering locaties voor ontwikkeling geothermie (RIS312726) De gemeente Den Haag ziet geothermie als duurzame warmtebron. Maar geschikte geothermielocaties zijn schaars gelet op de omvang en lastig in te passen. Met de reservering van locaties voor ontwikkeling voor geothermie geeft de gemeente duidelijkheid en beschikbaarheid van een locatie om geothermie te ontwikkelen. Voor de locatie Binckhorst betreft dit de Vestaweg. De Vestaweg kent een aantal uitdagingen zoals inpassing in een groene omgeving, bouwen naast de uitmonding van de Victory Boogie Woogietunnel, inpassing in een stedelijke omgeving en de gevestigde tijdelijke school. Daarom is een reservelocatie aangewezen in het ontwikkelingsgebied Binckhorst Noordwest.

41

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Coalitieakkoord 2022-2026, Voor een stad die tegen een stootje kan In het Coalitieakkoord is afgesproken de gebiedsontwikkeling van de Binckhorst door te zetten. Daarbij is het volgende gesteld: • We zetten in op de Doorontwikkeling van de Binckhorst en betrekken belanghebbenden en partners bij een Omgevingsplan 2.0 dat recht doet aan de grote woon-en werkopgave in onze stad. Daarbij versnellen we de vergroeningsopgaven door onder andere de inzet van de ontvangen Rijksmiddelen en het steunen van lokale initiatieven. Het gebied wordt met deze Doorontwikkeling uitgebreid naar 10.000 tot 12.500 woningen. • We werken aan de Doorontwikkeling van de Binckhorst en brengen in beeld welke groei de Binckhorst kan maken tot 2050 en welke voorwaarden daarvoor nodig zijn. • We sturen op de ontwikkelingen in de Binckhorst met oog voor (betaalbare) woningbouw, noodzakelijke voorzieningen, energiebronnen, een kwalitatieve buitenruimte en ruimte voor nieuwe en bestaande bedrijvigheid. Hierbij wordt ook onderzocht of er een kwalitatieve toets meegenomen kan worden in het nieuwe reserveringsysteem. De toekomstige hoogwaardige OV-lijn is essentieel voor de ontwikkeling van de Binckhorst.

1.3.2

De Vlietlijn en mobiliteitsmaatregelen

Bestuursovereenkomst Bereikbaarheid CID Binckhorst, 2023 In de Bestuursovereenkomst Bereikbaarheid CID Binckhorst is de lange voorgeschiedenis en brede context van onderzoeken en beleidsvoornemens beschreven die hebben geleid tot de huidige keuze van het voorkeursalternatief voor mobiliteitsmaatregelen, inclusief de Vlietlijn.

42

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Een aantal noemenswaardige punten uit de tijdslijn zijn: • De pre-verkenning Schaalsprong Regionale Bereikbaarheid CID-Binckhorst in 2018. Het doel van deze preverkenning was om de metropolitane samenhang en agglomeratiekracht van de regio Rotterdam Den Haag te versterken. Op basis van vier perspectieven werd gekozen voor beperkte mobiliteitstransitie, met een HOVverbinding als kernoplossing. • De start- en analysefase van de MIRT-verkenning vanaf 2018. In dit proces zijn de kansrijke alternatieven (een tramverbinding, busverbinding of lightrail verbinding) in beeld gebracht en uitgewerkt. Ieder alternatief is geanalyseerd in combinatie met een pakket aan maatregelen gericht op de mobiliteitstransitie. In het BO-MIRT van 2019 is de resulterende notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen vastgesteld. • De beoordelings- en besluitvormingsfase van de MIRT-verkenning vanaf 2020. In deze fase werd was alles gericht op het kiezen van een Voorkeursalternatief (VKA) voor de bereikbaarheid van CID-Binckhorst. Diverse onderzoeken, waaronder een PlanMER, vergeleken modaliteiten en tracés. In de MIRT-verkenning Bereikbaarheid CID Binckhorst is een mobiliteitspakket met tien kansrijke alternatieven voor een HOV-verbinding onderzocht. Hierbij gaat het zowel om de routering van de HOV-verbinding als om de modaliteit (HOV-bus, HOV-tram danwel lightrail).

Uit dit onderzoek is een voorkeursvariant gekomen voor de HOV-route en het soort vervoer. Het voorkeursalternatief bestaat uit een HOV-tramverbinding volgens variant 1T uit het Masterplan Bereikbaarheid CID Binckhorst. De tramlijn gaat lopen van Den Haag CS via de Binckhorstlaan en Maanweg naar station Voorburg. Via een afsplitsing ten zuidoosten van de Binckhorstbrug komt de tramlijn ook via de Binckhorstlaan, Prinses Mariannelaan en Geestbrugweg naar Rijswijk/Delft te lopen. Daarnaast is een pakket aan mobiliteitsmaatregelen samengesteld dat gericht is op een verbetering van de verkeersveiligheid en leefbaarheid en dat bijdraagt aan de modal shift van auto naar langzaam verkeer (fietsen en wandelen). In 2022 werd het Masterplan Bereikbaarheid opgesteld en goedgekeurd, en de PlanMER positief beoordeeld. Op 10 november 2022 maakten Rijk en regio afspraken over de financiële dekking voor het VKA, waarna de verkenningsfase werd afgerond en de Planning- en Studiefase (huidige fase) begon.

Deel B van het Intergemeentelijke Gebiedsprogramma bouwt voort op de uitkomsten van de MIRT-Verkenning Bereikbaarheid CID-Binckhorst. De verschillende vervoerstypen (light-rail, bus en tram) en de verschillende tracés voor de trambaan staan in deze projectfase niet meer ter discussie, omdat het Gebiedsprogramma erop gericht is om voorkeurstracé 1T van de tramverbinding hoogwaardig in het gebied in te passen. Daarnaast zijn er nog een aantal andere beleidsstukken die te maken hebben met de Vlietlijn en de mobiliteitsmaatregelen: Structuurvisie Den Haag 2020 – Wéreldstad aan Zee, 2005 De gemeentelijke structuurvisie beschrijft het gewenste toekomstbeeld en de ruimtelijke veranderingen die de afgelopen vijftien jaar nodig waren om dat te bereiken. Voor infrastructuur is (in samenhang met ontwikkelingsgebied Vlietzone en eerste stappen in gebiedsontwikkeling Binckhorst) voor OV het doortrekken van Randstadrail via de Binckhorst naar Zoetermeer benoemd, dit zorgt voor de openbaarvervoersontsluiting. Bestuursovereenkomst No-regret pakket CID-Binckhorst, 2019 In de Programmaraad MoVe (gebiedsgericht bereikbaarheidsprogramma Rotterdam Den Haag) is op 16 juli 2019 het Realisatieplan No-Regret pakket CID Binckhorst vastgesteld, bestaande uit maatregelen die kunnen bijdragen aan de bereikbaarheid en aan verbetering van de fysieke leefomgeving van de regio.

Het No-regret pakket bevat (mobiliteits)maatregelen die in de periode tot 2023 worden uitgevoerd en vooruitlopend op de verdere mobiliteitsmaatregelen voor de CID-Binckhorst worden gerealiseerd. Dit pakket bevat maatregelen gericht 6 thema’s: langzaam verkeer, ruimtegebruik, stations, HOV, logistiek en smart mobility. Ook deze maatregelen dragen bij aan de eerste stappen in de mobiliteitstransitie. In lijn met de Strategie Mobiliteitstransitie 2022-2040 (zie hieronder) moet de verduurzaming van mobiliteit in de komende jaren verder vorm krijgen. Nota parkeernormen CID-Binckhorst, 2020 In deze nota zijn de parkeernormen voor de ontwikkeling in de Binckhorst vastgelegd, waarbij lage parkeernormen worden aangehouden. Dit beperkt de mogelijkheden voor bewoners om een auto bij de woning te parkeren en ontmoedigt het gebruik van de auto bij bezoekers.

43

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

Strategie Mobiliteitstransitie Den Haag 2022-2040 De keuzes die nodig zijn om de stad bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig te houden zijn in deze strategie opgenomen. CID-Binckhorst heeft binnen de strategie een aparte status. Dit transformatiegebied staat bij uitstek model voor de compacte stad waar stedelijke ontwikkeling, leefbaarheid en mobiliteit hand in hand gaan. Bij grootschalige nieuwbouwontwikkelingen, zoals de Binckhorst wordt de ruimte voor het aanbieden van deelmobiliteit integraal meegenomen in de ontwerpen van de kavels en anders in de nabije openbare ruimte. De gemeente wil een benadering van mobiliteitsnetwerken die geschikt is voor zowel het kruispuntniveau als netwerkniveau voor alle vervoerswijzen en de hele regio, met als doel de bereikbaarheid in de breedste zin te verbeteren. Den Haag zet in op duurzame mobiliteit die – zowel rijdend als stilstaand – per inwoner minder ruimte kost. Met lopen, fietsen, OV (0% CO2) en deelmobiliteit kunnen meer mensen binnen de bestaande ruimte reizen en parkeren.

1.4

Communicatie en participatie

1. De gemeente Den Haag kiest ervoor om inwoners en bedrijven ook buiten de formele ter inzagelegging van plannen en onderzoeken te betrekken bij het intergemeentelijk Gebiedsprogramma. Deze keuze komt voort uit de ingrijpende veranderingen die er in de Binckhorst staan te gebeuren en de wens om de belangen van inwoners en gebruikers van het gebied hier goed in te betrekken. Voor dit participatietraject is een Participatiestrategie opgesteld. De participatie werd vormgegeven volgens het Haags Samenspel, de participatiewerkwijze van Den Haag. Deze bestaat uit vier stappen: • In het participatieplan worden de uitgangspunten van het participatietraject vastgelegd. Onder meer wordt beschreven over welke onderwerpen wordt geparticipeerd, welke keuzes voorgelegd worden en welke invloed inwoners uit kunnen oefenen. • De participatieanalyse onderzoekt welke behoeften er zijn bij de inwoners die gevraagd worden mee te denken, en of er andere projecten of ontwikkelingen zijn die invloed op het project of plan hebben. • In het participatieontwerp wordt per fase van het project bedacht op welke momenten welke vragen er aan inwoners gesteld gaan worden. Ook wordt vastgelegd met welke werkwijzen mensen gevraagd worden om input te leveren. Deze stap eindigt met de daadwerkelijke uitvoering van de participatie. • Na afloop van participatiemomenten wordt een participatieverslag opgesteld.

In de aanloop naar het Gebiedsprogramma is de participatie vooral gericht op informeren en het vragen van meningen. De belangrijkste participatiemomenten waren: • 22 mei 2024: De eerste Binckmarkt XL in de Caballero Fabriek, met tours, presentaties en sessies. Meer dan 140 mensen gaven hun mening en input. • Mei - juni 2024: Een online stemwijzer over de toekomst van de Binckhorst, ingevuld door ongeveer 400 mensen. • 2 juli 2024: Informatieavond in het Informatiecentrum Binckhorst, waar ongeveer 30 mensen aanwezig waren. • Half september - half oktober 2024: Een online platform om input te verzamelen voor vier deelgebieden en specifieke plekken in de Binckhorst. • 7 november 2024: 2de Binckmarkt XL in de Caballero Fabriek, met tours, presentaties en sessies. Meer dan … mensen gaven hun mening en input. • Najaar 2024: online terugkoppeling waarbij alle opgehaalde reacties van de 2de Binckmarkt XL en de onlineparticipatie zijn gebundeld in een verslag. • 10 april 2025: 3de Binckmarkt XL in de Caballero Fabriek, met tours, presentaties en sessies. Deelnemers gaven hun feedback en terugkoppeling op het concept Gebiedsprogramma. De participatie leverde veel verschillende ideeën en meningen op. Alle input werd verzameld en verwerkt in terugkoppelingsdocumenten en in het eindverslag.

De relevante input is gebruikt bij de verdere uitwerking van het deel van het Gebiedsprogramma voor de Binckhorst 2050. Onderdelen van de participatie-opbrengst zijn op zichtbare wijze verwerkt in het Gebiedsprogramma. Buiten de participatiestappen in het kader van het intergemeentelijke Gebiedsprogramma die hierboven beschreven zijn, wordt geen separate participatie voor het planMER georganiseerd. Wel krijgt eenieder op twee momenten de gelegenheid om zienswijzen in te dienen: 1. Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD, reeds afgerond). 2. Concept Gebiedsprogramma en planMER.

44

Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential

PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST

De terinzagelegging van procedurele documenten en bijbehorende informatiebijeenkomsten worden aangekondigd door middel van kennisgevingen in de Staatscourant en door publicatie in het gemeenteblad.

1.5

Ontwerpend onderzoek

Dit planMER is het resultaat van een ontwerpend onderzoek waarin gedurende een periode van een jaar doorlopend informatie tussen de ontwerpen van de Vlietlijn en de Doorontwikkeling is uitgewisseld. Ook voorafgaand aan dit ontwerpende onderzoek zijn de plannen al afgewogen en beoordeeld. Figuur 1-3 visualiseert dit proces. De grijze balk in het figuur geeft aan waar het Gebiedsprogramma en dit planMER over gaan, de witte balken erboven en eronder laten zien wat eerder is afgewogen en besloten, en welke verdere uitwerking nog volgt na vaststelling van het Gebiedsprogramma. In hoofdstuk 2 gaan we voor de Doorontwikkeling en Vlietlijn dieper in op wat eerder is afgewogen en besloten. In paragraaf 1.2.4 staat het vervolg van beide delen van het Gebiedsprogramma beschreven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15881793/1