RIS322968 Bijlage 11 PlanMER Binckhorst Deel A Syntheserapport 20250619
Tekst van het document
PlanMER Intergemeentelijk gebiedsprogramma de Vlietlijn en Doorontwikkeling Binckhorst Deel A Syntheserapport Gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Contactpersoon ARCADIS
Arcadis Nederland B.V. Postbus 220 3800 AE Amersfoort Nederland
2
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Inhoudsopgave Leeswijzer
9
Intergemeentelijk gebiedsprogramma en milieueffectrapportage
10
Deel A
33
1
Gebiedsprogramma en milieueffectrapportage
34
1.1
Waarom een intergemeentelijk gebiedsprogramma met planMER?
34
1.2
Procedure intergemeentelijk gebiedsprogramma en planMER
35
1.2.1
Mer-plicht
35
1.2.2
Mer-procedure gekoppeld aan intergemeentelijk gebiedsprogramma
37
1.2.3
Bevoegd gezag
38
1.2.4
Vervolgprocedures
39
1.3
Wat vooraf eerder is afgewogen en besloten
40
1.3.1
Doorontwikkeling Binckhorst
40
1.3.2
De Vlietlijn en mobiliteitsmaatregelen
42
1.4
Communicatie en participatie
44
1.5
Ontwerpend onderzoek
45
2
Voorgenomen activiteit
46
2.1
Doorontwikkeling Binckhorst
46
2.1.1
Invulling transformatie Binckhorst
47
2.1.2
Het Gebiedsprogramma Binckhorst
49
2.1.2.1
Doelen Doorontwikkeling
52
2.1.2.2
Ruimtelijke vertaling
55
2.1.2.3
Ruimtelijk concept
55
2.1.2.4
Programma Doorontwikkeling
56
2.1.2.4.1 Wonen, werken, voorzieningen
58
2.1.2.4.2 Netwerken
61
2.1.2.4.3 Milieu en sport en spel
62
3
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
2.1.2.5
Fasering
64
2.1.2.6
Varianten en gevoeligheidsanalyses Doorontwikkeling Binckhorst
65
2.1.2.6.1 Milieubelastende activiteiten
65
2.1.2.6.2 Locatiekeuze geothermiecentrale
67
2.1.2.6.3 Programma Sporendriehoek
68
2.1.2.6.4 Gevoeligheidsanalyses
69
3
4
4
2.2
Vlietlijn en mobiliteitsmaatregelen
69
2.2.1
Doelen en ontwerpprincipes Vlietlijn
69
2.2.2
De Vlietlijn
72
2.2.3
Varianten en gevoeligheidsanalyses Vlietlijn
80
2.2.3.1
Tracé Sporendriehoek
80
2.2.3.2
Maatregelpakketten infrastructuur
82
2.2.3.3
Eindhalte Voorburg
83
2.2.3.4
Gevoeligheidsanalyses
83
2.2.4
Basispakket Mobiliteit
84
2.2.4.1
Maatregelen verbonden aan de Vlietlijn
84
2.2.4.2
Maatregelen los van de Vlietlijn
88
Gebiedsbeschrijving
89
3.1
Huidige situatie
89
3.2
Autonome ontwikkelingen
91
Aanpak effectbeoordeling
96
4.1
Beoordelingskader
96
4.1.1
Effectbeoordelingen
96
4.1.1.1
Beoordeling stikstofeffecten
98
4.1.2
Beoordeling op doelbereik
99
4.2
Scoringsmethodiek
100
4.2.1
Effectbeoordelingen
100
4.2.2
Beoordeling op doelbereik
100
4.3
Te beschouwen situaties
101
4.4
Aanpak effectenonderzoek
102
4.4.1
Plangebied en studiegebied
102
4.4.2
Basisvarianten en basisalternatief
103
4.4.3
Gevoeligheidsanalyses
104
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
5
6
5
Samenvatting milieueffecten en toets op doelbereik
105
5.1
Vlietlijn
105
5.1.1
Effecten
105
5.1.2
Beoordeling op doelbereik
116
5.1.2.1
STOMP als leidend principe in alle deelgebieden
117
5.1.2.2
Mobiliteit geïntegreerd in openbare ruimte, geen barrière
118
5.1.2.3
Verstedelijking mogelijk maken, ontsluiten buurten en ontwikkelkansen verzilveren
118
5.1.2.4
Optimale reistijden, comfort en overstapmogelijkheden
119
5.1.2.5
Voldoende ruimte en continuïteit voor langzaam verkeer
119
5.1.2.6
Aantrekkelijke (groen) openbare ruimte maken
121
5.1.2.7
Klimaatadaptief
121
5.1.2.8
Herkenbare architectonische vormgeving lijn, haltes en kunstwerken
121
5.1.2.9
Veiligheid en levendigheid langs de lijn; programma’s plinten faciliteren
121
5.2
Doorontwikkeling Binckhorst
122
5.2.1
Effecten
122
5.2.2
Beoordeling op doelbereik
134
5.2.2.1
Symbiose van oud en nieuw
134
5.2.2.2
Verankerd in de stad
135
5.2.2.3
Groen om de hoek
137
5.2.2.4
Complete stadswijk
139
Varianten en gevoeligheidsanalyses
141
6.1
Varianten
141
6.1.1
Milieubelastende activiteiten
141
6.1.2
Locatiekeuze geothermiecentrale
142
6.1.3
Tracé Vlietlijn in Sporendriehoek
144
6.1.4
Programma Sporendriehoek
146
6.1.5
Maatregelpakketten autoverkeer
147
6.1.6
Eindhalte station Voorburg
149
6.2
Gevoeligheidsanalyses
150
6.2.1
Woningdichtheid
150
6.2.2
Inrichting Maanweg
150
6.2.3
Geestbrugweg
150
6.2.4
Verkeersinrichting Lekstraat
151
6.2.5
Tailtrack Lekstraat
151
6.2.6
Maximumsnelheid Binckhorst
151
6.2.7
Optimalisatie Rotterdamsebaan
151
6.3
Meest gezonde en autoluwe alternatieven
152
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
7
6.3.1
Gezondheid en openbare ruimte
153
6.3.1.1
Referentiesituatie
153
6.3.1.2
Plansituatie
155
6.3.1.3
Meest gezonde alternatief
155
6.3.1.4
Conclusie en aanbevelingen
158
6.3.2
Duurzame mobiliteit
158
6.3.2.1
Referentiesituatie
158
6.3.2.2
Plansituatie
159
6.3.2.3
Meest autoluwe alternatief
160
6.3.2.4
Conclusie en aanbevelingen
161
Conclusies en aanbevelingen
163
7.1
Conclusies
163
7.1.1
Overkoepelende conclusies
163
7.1.2
Conclusies per activiteit
165
7.1.2.1
Vlietlijn
165
7.1.2.2
Doorontwikkeling
167
7.2
Aanbevelingen
170
7.2.1
Vlietlijn
170
7.2.1.1.1 Mobiliteit
170
7.2.1.1.2 Luchtkwaliteit
171
7.2.1.1.3 Geluid
171
7.2.1.1.4 Trillingen
172
7.2.1.1.5 Natuur
173
7.2.1.1.6 Stedelijk groen en maatschappelijke voorzieningen
173
7.2.1.1.7 Archeologie en cultuurhistorie
174
7.2.1.1.8 Bodem
175
7.2.1.1.9 Water
176
7.2.1.1.10 Ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit
177
7.2.1.1.11 Klimaatadaptatie
178
7.2.1.1.12 Klimaatadaptatie
178
6
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
7.2.1.1.13 Bezonning en lichthinder
178
7.2.2
Doorontwikkeling
178
7.2.2.1
Aanbevelingen Deel B – effectonderzoeken
179
7.2.2.1.1 Mobiliteit
179
7.2.2.1.2 Luchtkwaliteit
180
7.2.2.1.3 Geur
181
7.2.2.1.4 Geluid
181
7.2.2.1.5 Natuur
183
7.2.2.1.6 Stedelijk groen en maatschappelijke voorzieningen
183
7.2.2.1.7 Omgevingsveiligheid
184
7.2.2.1.8 Archeologie en cultuurhistorie
185
7.2.2.1.9 Bodem
186
7.2.2.1.10 Water
187
7.2.2.1.11 Ruimtelijke en stedenbouwkundige kwaliteit
188
7.2.2.1.12 Gezonde leefomgeving
189
7.2.2.1.13 Klimaatadaptatie
189
7.2.2.1.14 Windcomfort en -hinder
189
7.2.2.1.15 Bezonning en lichthinder
190
7
7.2.3
Aanbevelingen Deel C – variantonderzoeken
190
7.2.3.1
Milieubelastende activiteiten
190
7.2.3.2
Locatiekeuze geothermiecentrale
190
7.2.3.3
Tracé Vlietlijn in Sporendriehoek
191
7.2.3.4
Programma Sporendriehoek
191
7.2.3.5
Maatregelpakketten Vlietlijn
192
7.2.3.6
Eindhalte Voorburg
193
7.2.3.7
Gevoeligheidsanalyses
193
7.3
Aanzet tot monitoring en evaluatie
193
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Bijlagen
197
Bijlage 1 Reactie van projectorganisatie op aanbevelingen
198
8
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Leeswijzer Voor u ligt het (strategische) milieueffectrapport (planMER) dat is opgesteld voor het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma Doorontwikkeling Binckhorst, De Vlietlijn en Geothermie (hierna aangeduid als ‘Gebiedsprogramma’). Het planMER beschrijft de effecten op milieu en leefomgeving die naar verwachting plaats zullen vinden als gevolg van de ontwikkelingen in het Gebiedsprogramma. Dit planMER bestaat uit een zelfstandig leesbare samenvatting en een deel A, deel B en deel C. Hieronder beschrijven we het doel en de inhoud van ieder van deze onderdelen. Voor een visuele weergave van de structuur van dit rapport, zie Figuur 1-1.
Figuur 1-1 Een schematische weergave van de opbouw van dit planMER
Samenvatting De samenvatting is een overzicht van de belangrijkste informatie uit het rapport. De samenvatting beschrijft de uitgangspunten voor en aanpak van de beoordeling en de wijze waarop de varianten in het Gebiedsprogramma beoordeeld zijn. Daarna worden de resultaten van de beoordelingen op milieueffecten en doelbereik beschreven en gaat de samenvatting in op de belangrijkste conclusies en aanbevelingen die vanuit het planMER meegegeven worden aan het Gebiedsprogramma. De samenvatting is zelfstandig leesbaar en is bedoeld voor mensen die niet deel A of zelfs het volledige rapport gaan lezen. Deel A Deel A van dit planMER vormt een uitgebreide samenvatting van het planMER. Dit deel van het planMER bestaat uit zeven hoofdstukken. Deze gaan in op het Gebiedsprogramma (hoofdstuk 2) en de daaraan gekoppelde milieueffectrapport(mer)-procedure die ten grondslag ligt aan dit rapport (hoofdstuk 1). Daarnaast wordt kort beschreven hoe het plangebied voor het Gebiedsprogramma eruit ziet en welke ontwikkelingen er de komende jaren plaatsvinden in het gebied (hoofdstuk 3). De aanpak van de beoordeling van de effecten op milieu en leefomgeving en van de mate waarin het Gebiedsprogramma de basis vormt voor het behalen van gestelde doelen, wordt in hoofdstuk 4 beschreven.
Hoofdstuk 5 vat de resultaten van deze beoordelingen samen en vormt daarmee een samenvatting van deel B van dit planMER. In hoofdstuk 6 gaan we in op de varianten en de beoordelingen daarvan. Dit hoofdstuk is een samenvatting van deel C van dit planMER. Tot slot beschrijft hoofdstuk 7 de conclusies van dit planMER. In hoofdstuk 7 doen we ook aanbevelingen voor de verdere uitwerking van het Gebiedsprogramma. 9
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Deel B Deel B bevat de effectbeschrijvingen van de Vlietlijn en de Doorontwikkeling. In totaal bevat deel B 17 hoofdstukken, één per milieuthema. Deze hoofdstukken zijn geschreven door de milieuspecialisten van Arcadis en hebben ieder grofweg dezelfde opbouw. De effecthoofdstukken vormen de basis voor de samenvatting en de aanbevelingen in deel A. We beoordelen in deel B de basisvarianten: voor ieder van de zes variantsets (zie hieronder deel C) hebben we de variant beoordeeld die leidt tot de meest negatieve milieueffecten. Deel C In deel C van dit planMER gaan we in op varianten en gevoeligheidsanalyses. Voor in totaal zes onderwerpen zijn twee of meer varianten beoordeeld. Deze onderwerpen zijn de uitplaatsing van milieubelastende activiteiten uit de Binckhorst, de locatiekeuze voor een nieuwe geothermiecentrale, het tracé dat de Vlietlijn gaan volgen in de Sporendriehoek (op maaiveld of in een tunnel), de gebouwen en functies die in de deelgebieden Lekstraat/Sporendriehoek gebouwd gaan worden, de maatregelpakketten met ingrepen in de verkeersstructuur die in het kader van de Vlietlijn onderzocht worden, en de locatiekeuze voor het eindstation van de Vlietlijn in de stationsomgeving van Voorburg. Voor ieder van deze zes sets van varianten hebben we een hoofdstuk ingericht. In deze hoofdstukken beoordelen we de verschillende varianten.
Daarbij gebruiken we de beoordeling van de basisvarianten in deel B van dit planMER als basis en breiden we deze beoordelingen uit met de beoordelingen van de andere varianten voor het betreffende onderwerp. Tot slot hebben we ook gevoeligheidsanalyses uitgevoerd. Dit zijn onderwerpen waarvoor sprake is van beperkte onzekerheden. Deze onzekerheden komen voort uit kleine ruimtelijke varianten in het Gebiedsprogramma of uit aanvullende informatie die mogelijk aanleiding geeft om de effectbeoordeling bij te stellen. Voor ieder van deze onderwerpen beoordelen welke milieuaspecten relevant zijn, en wat voor deze aspecten het mogelijke effect op de betreffende beoordelingscriteria is. Dit planMER wordt voor besluitvorming in drie gemeentes opgesteld.
Samenvatting planMER Intergemeentelijk gebiedsprogramma de Vlietlijn en Doorontwikkeling Binckhorst Intergemeentelijk gebiedsprogramma en milieueffectrapportage De Binckhorst is een gebied in Den Haag dat historisch gezien voornamelijk als werkgebied werd gebruikt. Het gebied wordt in twee fasen getransformeerd naar een gemengd woon-werkgebied. In 2018 is een omgevingsplan vastgesteld waarin onder andere in de bouw van 5.000 woningen werd voorzien. Nu staat de gemeente Den Haag op het punt om de transformatie van de Binckhorst door te zetten. Dit wordt aangeduid als de Doorontwikkeling Binckhorst. Randvoorwaardelijk voor de Doorontwikkeling is de realisatie van een HOV-verbinding. Na een verkenning met mogelijke opties voor deze verbinding is gekozen voor een tram die station Den Haag Centraal verbindt met station Voorburg enerzijds en Rijkswijk anderzijds. Deze HOV-verbinding heeft de naam Vlietlijn gekregen. De Vlietlijn ligt in drie gemeenten. Naast Den Haag zijn dit Leidschendam-Voorburg en Rijswijk. Ter voorbereiding van de besluitvorming wordt voor beide activiteiten gezamenlijk een intergemeentelijk gebiedsprogramma opgesteld. Vanwege de mer-plicht wordt een planMER opgesteld. Doel van de mer-procedure is om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken.
Mer is een procedure die bestaat uit een aantal verschillende stappen resulterend in onder meer een milieueffectrapport (MER), in dit geval een planMER. In 2024 is in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) aangegeven wat er in het planMER wordt onderzocht en hoe. Eenieder mocht reageren op de NRD. Er zijn 77 zienswijzen op binnengekomen, welke zijn voorzien van een reactie in de Nota van Antwoord. Ook de Commissie voor de mer is om advies gevraagd. Tezamen vormen deze documenten het kader voor de inhoud van het planMER. Het planMER wordt opgesteld en als bijlage bij het ontwerp van het intergemeentelijk gebiedsprogramma ter vaststelling per gemeente voorgelegd aan het College van B&W. Iedere gemeente legt het voor haar grondgebied relevante deel van de intergemeentelijke gebiedsprogramma en planMER ter visie. Dat betekent dat voor de plannen voor de Doorontwikkeling de gemeente Den Haag het enige bevoegd gezag is, terwijl voor de Vlietlijn ook de gemeenten Rijswijk en Leidschendam-Voorburg voor een deel van het tracé bevoegd gezag zijn. 10
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Voorgenomen activiteit
Doorontwikkeling Binckhorst Sinds 2018 is de ontwikkeling van de Binckhorst voortvarend opgepakt. Met name de woningen bleken populair bij ontwikkelaars. Daarom voorziet de Doorontwikkeling in 7.000 extra woningen naast extra arbeidsplaatsen en de ontwikkeling van de openbare ruimte. Het totale programma wordt getoond in onderstaande tabel en is gevisualiseerd in Figuur S - 1. Tabel S - 1 Programma Doorontwikkeling Programma
BVO
Verdeling
Aantal
Wonen
677.400 m2
63,5%
7.000
Werken
241.700 m2
22,5%
Voorzieningen
104.800 m2
10%
Parkeren
41.600 m2
4%
Totaal
1.065.500 m2
Circa 3.300
Figuur S - 1 3D voorbeelduitwerking Doorontwikkeling Binckhorst
Er zijn vier dragende principes geformuleerd voor de Doorontwikkeling: 1) Symbiose van oud en nieuw, 2) Verankerd in de stad, 3) Groen om de hoek en 4) Complete stadswijk. Voor ieder van de vier dragende principes zijn doelen geformuleerd.
11
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Figuur S - 2 Doelen Doorontwikkeling
De Vlietlijn De extra woningen en ruimte voor arbeidsplaatsen zorgen voor extra verplaatsingen, in een gebied waar de lokale en regionale Randstedelijke bereikbaarheid al onder toenemende druk staat. Het is daarom noodzakelijk om te investeren in duurzame bereikbaarheid, gericht op mobiliteitstransitie, en te investeren in de verbetering van de woonen leefkwaliteit en de verkeersveiligheid. Juist op die plekken waar deze verbetering gerelateerd is aan de aanleg van de Vlietlijn. De Vlietlijn bestaat uit een HOV-tram op de route Den Haag Centraal - Binckhorstlaan - Maanweg – station Voorburg en een HOV-tram naar Rijswijk/Delft via Binckhorstlaan – Geestbrugweg. De opgave voor de huidige projectfase betreft het inpassen van de tramlijn. Daartoe zijn de volgende doelen opgesteld: 1. Verbeteren van de kwaliteit van het mobiliteitssysteem in het plangebied inclusief stimuleren van lopen, fietsen en gebruik OV. 2. Hoogwaardige inpassing in het plangebied met nadruk op het verbeteren van leefmilieu, leefomgeving en verkeersveiligheid.
De doelen zijn vertaald in 9 ontwerpprincipes. • STOMP1 als leidend principe in alle deelgebieden • Mobiliteit geïntegreerd in openbare ruimte, geen barrière • Verstedelijking mogelijk maken, ontsluiten buurten en ontwikkelkansen verzilveren • Optimale reistijden, comfort en overstapmogelijkheden • Voldoende ruimte en continuïteit voor langzaam verkeer • Aantrekkelijke (groen) openbare ruimte maken • Klimaatadaptief • Herkenbare architectonische vormgeving lijn, haltes en kunstwerken • Veiligheid en levendigheid langs de lijn; programma’s plinten faciliteren
1 Het STOMP-principe betekent dat bij het ontwerp van de openbare ruimte in de eerste plaats wordt gekozen voor de voetganger
en fietser, gevolgd door het OV, Mobility as a Service (deelmobiliteit) en privéauto. 12
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
\ Figuur S - 3 Tracé Vlietlijn
Daarnaast maakt een Basispakket Mobiliteit onderdeel uit van de Vlietlijn. In het Basispakket Mobiliteit zijn verschillende typen maatregelen voorzien op de thema’s langzaam verkeer, smart mobility, logistiek en stations.
Varianten Nog niet voor alle ontwikkelingen in het plangebied zijn in het Gebiedsprogramma besluiten genomen. Op sommige onderdelen is er daarom sprake van varianten. Tabel S-2 vat deze samen. De varianten die vooralsnog (impliciet of expliciet) in het Gebiedsprogramma zijn opgenomen, zijn dikgedrukt. De varianten die leiden tot aanzienlijkere negatieve milieueffecten en daarom in dit planMER beschouwd zijn als te beoordelen basisvariant, zijn onderstreept. In de volgende paragraaf worden ze verder toegelicht. Tabel S - 2 Overzicht varianten Onderdeel Gebiedsprogramma
Alle varianten
Doorontwikkeling Milieubelastende activiteiten
- Uitplaatsing alle bedrijven m.u.v. Jachtwerf & Basal - Geen uitplaatsing van alle bedrijven
Locatiekeuze Geothermiecentrale
- Trekvlietplein - Vestaweg - Binckhorst Noordwest A + B
Programma Sporendriehoek
- Geen programma - Minimaal/maximaal programma
13
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Vlietlijn Tracé Vlietlijn in Sporendriehoek
- Maaiveldvariant - Tunnelvariant
Maatregel-pakketten infrastructuur
- Geen maatregelpakket - Maatregelpakket 1 t/m 4
Eindhalte Voorburg
- Eindhalte Voorburg - Eindhalte Opa’s veldje
Aanpak beoordeling Het planMER is opgebouwd in drie delen: • Deel A omvat onder meer de beschrijving van de mer-plicht, de voorgenomen activiteit, de samenvatting van de effecten en de toets op doelbereik. Deel A sluit af met een hoofdstuk conclusies en aanbevelingen. • Deel B bestaat uit de uitgevoerde milieuonderzoeken. Omdat er nog sprake is van varianten is voor de effectstudies in Deel B voor de milieueffectonderzoeken een worst-case benadering toegepast. Dat wil zeggen dat er een basisalternatief is samengesteld waarin de worst-case varianten uit Tabel S - 2 in zijn opgenomen. In voornoemde tabel zijn deze varianten onderstreept. Op vier punten wijkt dit af van het Gebiedsprogramma. • In deel C worden in één hoofdstuk per set varianten samen met de basisvariant de overige varianten beoordeeld die niet als onderdeel van het basisalternatief in deel B beoordeeld zijn.
De milieueffecten van het basisalternatief dat beoordeeld is in Deel B zijn gescoord op een 7-puntsschaal (zie Tabel S - 3). De beoordeling vindt plaats ten opzichte van de referentiesituatie (deze scoort altijd neutraal (0)). Dat is de situatie in 2040 waarin de ontwikkelingen uit het omgevingsplan 2018 zijn gerealiseerd als ook hoe andere algemene autonome ontwikkeling die invloed hebben op de milieusituatie zoals klimaatverandering zich ontvouwen. Het merendeel van de milieuonderzoeken is uitgevoerd op basis van expert judgement, resulterend in een kwalitatieve beoordeling. Alleen mobiliteit, luchtkwaliteit, trillingen, geluid, stedelijk groen en maatschappelijke voorzieningen zijn kwantitatief onderzocht, bijvoorbeeld met modelberekeningen. De bijdrage van het Gebiedsprogramma aan de doelstellingen is beoordeeld voor zowel de Vlietlijn als de Doorontwikkeling. De toets op doelbereik van het basisalternatief is uitgevoerd op basis van een 5-puntsschaal, zoals toegelicht in Tabel S - 3. Deze toets is uitgevoerd op basis van expert judgement, gebruik makend van de resultaten van de effectbeoordelingen in Deel B.
14
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Tabel S - 3 Beoordelingsschaal effecten en doelbereik Score Beoordeling Toets op doelbereik milieueffecten ++
Sterk positief ten opzichte van de referentiesituatie
n.v.t.
+
Positief ten opzichte van Het Gebiedsprogramma biedt een stevige basis om het streefbeeld of doel te verwezenlijken. de referentiesituatie We zien geen noemenswaardige knelpunten, risico’s of belangrijke ontbrekende informatie
0/+
Licht positief ten opzichte van de referentiesituatie
Het Gebiedsprogramma biedt een basis om het streefbeeld of doel te verwezenlijken, maar we zien op één of meerdere vlakken risico’s die het doelbereik van het Gebiedsprogramma in belangrijke mate beperken
0
Neutraal
Het Gebiedsprogramma draagt in enige mate bij aan het verwezenlijken van het streefbeeld of doel, maar uit effectonderzoeken en/of beschrijvingen in het Gebiedsprogramma blijkt dat er belangrijke risico’s voor de haalbaarheid zijn
0/-
Licht negatief ten opzichte van de referentiesituatie
Het Gebiedsprogramma biedt niet voldoende basis om het streefbeeld of doel te verwezenlijken. Dit kan onder meer veroorzaakt worden door onvoldoende uitvoerbare maatregelen, een gebrek aan informatie in het Gebiedsprogramma, negatieve milieueffecten of omdat wij vanwege andere redenen belangrijke risico’s op de haalbaarheid zien
-
Negatief ten opzichte We kunnen op voorhand stellen dat het streefbeeld niet behaald wordt vanwege sterk negatieve van de referentiesituatie milieueffecten en/of een gebrek aan uitvoerbare maatregelen in het Gebiedsprogramma
--
Sterk negatief ten opzichte van de referentiesituatie
n.v.t.
Resultaten Vlietlijn Beoordeling milieueffecten De milieueffecten van de Vlietlijn conform het basisalternatief zijn in onderstaande tabel samengevat. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de gemeenten Den Haag (DH), Leidschendam-Voorburg (LV) en Rijswijk (RW) waar het tracé van de Vlietlijn is gelegen. Alle effecten met betrekking tot wegverkeer en daarmee samenhangend luchtkwaliteit en geluid zijn onderdeel van de beoordeling van de Vlietlijn. Tabel S - 4 Beoordeling milieueffecten Vlietlijn Aspect Criterium Beoordeling Toelichting DH LV RW Duurzame Modal shift naar fiets mobiliteit en OV
+
0/+ 0/+
Ruimte voor fietsers en voetgangers -
Het ontwerp van de openbare ruimte in de Binckhorst voorziet in veilige en aantrekkelijke loop- en fietsroutes. In de Prinses Mariannelaan (LV) en 0/- Geestbrugweg (RW) wordt de Vlietlijn ingepast wat leidt tot een afname van de ruimte voor voetgangers en fietsers. Daarnaast neemt de ruimte voor voetgangers af bij Opa’s Veldje (LV).
-
0
-
In DH verslechtert de verkeersveiligheid voor voetgangers en fietsers op de kruising Maanweg/Regulusweg, Binckhorstlaan/Maanweg en Binckhorstlaan/Zonweg. In LV ontstaat alleen een potentieel gevaarlijke situatie op de kruising Binckhorstlaan/Prinses Mariannelaan, welke eenvoudig is op te lossen. In RW verslechtert de verkeersveiligheid op het kruispunt Geestbrugweg/Haagweg, dit is slechts deels oplosbaar.
-
-
--
De oversteekbaarheid in DH neemt af door de Vlietlijn. Knelpunten zijn de Binckhorstlaan en Zonweg. Ook in LV neemt de oversteekbaarheid af door de Vlietlijn. De grootste afname van oversteekbaarheid zien we in RW. Knelpunt is de kruising Geestbrugweg/Haagweg.
+
Verkeersveiligheid
Aantal potentiële conflictsituaties tussen gemotoriseerd verkeer en voetgangers en fietsers Oversteekbaarheid hoofdwegen en Vlietlijn
15
In DH daalt het autogebruik ten gunste van de fiets en het OV. Het effect beide andere gemeenten wordt minder groot geschat.
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Aspect
Criterium
Beoordeling Toelichting DH LV RW
Doorstroming autoverkeer
Kruispuntbelasting
Autoparkeren
Parkeerdruk
-
-
Tramhaltes
Positionering tramhaltes
Luchtkwaliteit
Verandering in jaargemiddelde concentratie stikstofoxiden Verandering in jaargemiddelde concentratie fijnstof (PM10) Verandering in jaargemiddelde concentratie zeer fijnstof (PM2,5) Bijdrage Vlietlijn aan concentratie fijnstof (PM10)
Geluid
Aantal slaapverstoorden binnen verschillende geluidsklassen Geluidshinder wegverkeer & Vlietlijn Kans op boog- en stootgeluid Trillingen
Trillingshinder en schade
0
0
De inpassing van de Vlietlijn leidt tot een verlies van ca 500 parkeerplekken. Onduidelijkheid over parkeren voor bedrijven in de Binckhorst en de lage parkeernorm van 0,2 leidt tot een risico dat parkeerders uitwijken naar omliggende wijken. Dat geldt voor DH en LV. In RW wordt geen effect verwacht.
-
0
++
Voor alle gemeenten geldt dat de bereikbaarheid per tram sterk verbetert ten opzichte van de referentiesituatie. Kanttekening bij DH is dat de positionering ++ van haltes in de Sporendriehoek niet optimaal is voor het daar voorziene programma en voor nieuwe woningen aan het Trekvlietplein.
0
0
0
0
0
0
De concentratie neemt in vrijwel het gehele studiegebied toe met minder dan 0,4 µg/m3. Verreweg het grootste aandeel van de adressen voor alle drie gemeentes ondervindt geen significante verandering. De concentratie neemt in vrijwel het gehele studiegebied toe met minder dan 0,4 µg /m3. Verreweg het grootste aandeel van de adressen voor alle drie gemeentes ondervindt geen significante verandering. De concentratie neemt in vrijwel het gehele studiegebied toe met minder dan 0,4 µg /m3. Verreweg het grootste aandeel van de adressen voor alle drie gemeentes ondervindt geen significante verandering.
0
0
Omdat er bij de Vlietlijn alleen sprake is van een fijn stof emissie door slijtage van rails, wielen en bovenleiding, is er mogelijk een klein effect op de luchtkwaliteit. De bijdrage van de Vlietlijn aan de luchtkwaliteit bedraagt maximaal 0,01 µg/m3.
0/+ 0/-
0
In DH komt 7% van het gebiedsoppervlak in een lagere geluidklasse te liggen. In L-V is het effect juist -6%. In RW is het effect neutraal omdat het totaaloppervlak in absolute zin erg klein is.
0
0/+
0
In DH daalt het aantal geluidgehinderden met 8%. In LV neemt het aantal geluidgehinderden toe met 5%. Het aantal geluidgehinderden in RW neemt 0/- toe met 10%. Het aantal slaapverstoorden in DH neemt af met 25%. Het aantal slaapverstoorden in L-V neemt toe van nul in de referentiesituatie naar 126 in de plansituatie. In RW is er vrijwel geen effect.
++ 0/-
0
0
0
0
In DH ligt het effect op het geluid tussen -0,5 en + 0,5 dB. In LV is sprake van een toename van maximaal 0,7 dB. In RW sprake van een toename van maximaal 0,6 dB. Een toename van 1 dB is echter niet waarneembaar.
--
--
--
In DH zijn drie locaties geïdentificeerd met een verhoogd risico op boog- of stootgeluid. Dit zijn er vier in LV en twee in RW.
0/-
-
--
De Vlietlijn leidt in DH tot 7 panden met trillingshinder. Dit bedragen er 84 in LV en 117 in RW. In RW is bovendien sprake van 16 panden die mogelijk schade oplopen.
Beschermde gebieden Natura 2000 (stikstof) Bomen
16
0
-
Geluidbelast oppervlak
Aantal in hoge mate gehinderden binnen verschillende geluidsklassen
Natuur
+
--
In alle de drie gemeenten is sprake van overbelaste kruispunten. In LV is dit effect het grootst. Dit betreft de kruispunten Binckhorstlaan/Prinses Mariannelaan en Laan van Nieuw Oosteinde/Prinses Mariannelaan.
In zes Natura 2000 gebieden wordt de rekenkundige drempelwaarde van 0,005 mol N/ha/jaar aan stikstofdepositie overschreden. Dat betekent dat onder de huidige wetgeving het Gebiedsprogramma niet vergunbaar is.
--
--
--
--
In totaal staan er ongeveer 500 bomen direct langs het tracé van de Vlietlijn. Hiervan krijgt grofweg een derde te maken met een structurele achteruitgang
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Aspect
Criterium
Beoordeling Toelichting DH LV RW in de conditie. Bij ongeveer een kwart van de bomen is er sprake van ernstige stabiliteitsrisico’s. Opgemerkt wordt dat ca 60 bomen in EVZ Laak niet duurzaam in stand gehouden kunnen worden.
Tuin- en parksoorten -
-
In DH is sprake van een grotere afname van leefgebied (Sporendriehoek en EVZ Laak) dan toename door de aanleg van stedelijk groen langs de 0/+ Binckhorstlaan. In LV verdwijnt leefgebied door afname van bomen. In RW kunnen bomen behouden blijven en wordt extra groen aangelegd.
Stedelijk groen & maatsch. voorzieningen
Kwantiteit stedelijk groen
+
--
In DH en RW is sprake van de aanleg van stedelijk groen waardoor het ++ totale oppervlakte toeneemt. In LV verdwijnt in het plangebied 50% van het groen.
Kwaliteit stedelijk groen
++
+
In DH ondergaat het tracé een kwaliteitsimpuls op het gebied van stedelijk 0/+ groen. Dit is ook het geval in LV, maar niet alle kansen tot vergroening worden benut. In RW is de vergroening minder ingrijpend.
Archeologie & Cultuurhistorie
Effect op bekende archeologische waarden en verwachte archeologische waarden
0/-
-
-
Er worden geen bekende archeologische waarden aangetast. Wel loopt het tracé in DH door een gebied met een archeologische verwachting en in LV en RW door gebieden met een hoge archeologische verwachting.
Effect op cultuurhistorische waarden
-
0
0
In DH wordt de kop van het BINK36 gebouw gesloopt en wordt mogelijk het brugwachtershuis aangetast. In LV en RW zijn geen effecten.
Toename bodemdaling en mogelijke schade als gevolg hiervan
0/-
0/-
In alle drie de gemeenten is er sprake van een lichte toename in 0/- bodemdaling als gevolg van de aanleg en het gebruik van de Vlietlijn.
0/-
0/-
In alle drie de gemeenten is er sprake van een daling van de 0/- grondwaterstand om aan de eisen voor de minimale ontwateringsdiepte rondom grondlichamen ter plaatse van infrastructuur te voldoen.
0/-
Ter hoogte van de Supernovaweg en de Sporendriehoek in DH is sprake van een verlaagde ligging van de Vlietlijn. Dit kan conflicten opleveren met 0/- boomwortels, een aardgasdistributieleiding en drie hoogspanningsverbindingen. In LV is er een mogelijk conflict met een hoogspanningsleiding. Voor Rijswijk is geen informatie bekend.
0
Het waterbergende vermogen van het watersysteem zal op sommige onderdelen toenemen, op andere onderdelen afnemen, leidend tot een neutraal effect.
0
De Vlietlijn kruist op vijf locaties een primaire watergang. Watergangen worden niet aangepast, maar er worden bruggen aangelegd. Deze zullen het onderhoud van de watergangen enigszins bemoeilijken. Ook zal in het oppervlaktewater bij de Broeksloot de doorstroming beperkt negatief beïnvloed worden door de paalfundering.
-
In alle drie de gemeente vindt beïnvloeding van het grondwatersysteem plaats door bemaling tijdens de aanlegfase, een permanente verlaging van de grondwaterstand als gevolg van ontwateringseisen, verminderde grondwateraanvulling door gesloten funderingen van de trambaan en obstructie van grondwater als gevolg van mogelijke diepe funderingsconstructies.
-
Mogelijk vindt verspreiding van bodemverontreinigingen plaats in oppervlakte- of grondwater. Bij de Huygenstraverse kan schaduwwerking tot een negatief effect leiden op oppervlaktewaterkwaliteit.
-
Bij de aanleg van de Vlietlijn wordt een regionale kering in zowel de kern- als beschermingszone geraakt onder de Maanweg. Daarnaast kruist het tracé een belangrijke rioolpersleiding ter hoogte van de Scheldestraat.
Bodem
Grondwaterstandsdalin g Ruimte voor gebruiksfuncties in de ondergrond
Water
Beïnvloeding waterberging en afvoer Beïnvloeding oppervlaktewatersyste em
-
Beïnvloeding grondwatersysteem
Beïnvloeding oppervlakte- en grondwaterkwaliteit Beïnvloeding van de waterveiligheid
17
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Aspect
Criterium
Beoordeling Toelichting DH LV RW
Ruimtelijke & stedenbouwkundige kwaliteit
Groene inbedding
Architectonisch signatuur Verankering van mobiliteit, landschap en architectuur Specifieke profielen op basis van lokale kwaliteiten
Halte ontwerp met lokale karakteristiek Klimaatadaptatie
Lichthinder
18
+
+
0
De Vlietlijn wordt langs het grootste deel van het tracé in DH en LV groen, klimaatbestendig en met aandacht voor natuur en biodiversiteit ingericht. In RW op de Geestbrugweg worden alle bomen vervangen door nieuwe bomen en lage beplanting. De bomen hebben tijd nodig om te groeien.
+
+
+
De gehele Vlietlijn heeft een ingetogen architectonische signatuur, eenduidige en rustige materialisatie en een goede integratie met de omgeving.
+
De rommelige inpassing in de Sporendriehoek en het noordelijke deel van de Binckhorst ondermijnt het idee van de tramlijn als een monumentale stadsentree van DH. In de LV en RW ligt de Vlietlijn overal logisch, groen en overzichtelijk ingepast. In DH is de sluit inpassing van de Vlietlijn in de Sporendriehoek en Binckhorst-Noord niet aan op de lokale kwaliteiten. In LV is sprake van een goede inbedding bij de Huygenstraverse/Opa’s veldje en Binckhorstlaan & Prinses Mariannelaan. De inpassing in de drukke stadsstraat Geestbrugweg in RW kent zijn uitdagingen.
-
+
-
+
0
+
+
?
De haltes waar een ontwerp beschikbaar van is, hebben hun eigen identiteit.
Wateroverlast (hydrologische variabiliteit)
0/+ 0/+ 0/+ In DH vindt ontharding plaats en in RW en DH wordt geen oppervlaktewater gedempt. In LV het beleid m.b.t. de omgang met hemelwaterafvoer onduidelijk waardoor niet duidelijk is of aan ‘water en bodem sturend’ wordt voldaan.
Overstromingsrisico
0/-
0/-
0/- De kans op een overstroming neemt niet toe, maar de mogelijke impact van een overstroming wel.
Droogte
0
0
0
Hittestress
0/-
0/-
0/- De aanleg van de Vlietlijn heeft als direct gevolg dat er een aantal bomen niet duurzaam in stand gehouden kunnen worden.
Lichthinder door inschijning Vlietlijn
0/-
-
-
De aanleg van de Vlietlijn heeft geen invloed op het peilbeheer of kunstwerken met betrekking tot het voorkomen of veroorzaken van droogte in het plangebied.
Risicogebieden waar lichthinder door inschijning van de Vlietlijn kan optreden zijn er in DH (woningen op 60 m afstand), LV (woningen op 30 m afstand) en RW (woningen op 40 m afstand).
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Toets aan de doelstellingen Voor de Vlietlijn is getoetst aan de 9 ontwerpprincipes. In onderstaande tabel is de toets aan de doelstellingen opgenomen. Tabel S - 5 Beoordeling doelbereik Vlietlijn Ontwerpprincipe STOMP als leidend principe in alle deelgebieden
Mobiliteit geïntegreerd in openbare ruimte, geen barrière
Verstedelijking mogelijk maken, ontsluiten buurten en ontwikkelkansen verzilveren Optimale reistijden, comfort en overstapmogelijkheden
Voldoende ruimte en continuïteit voor langzaam verkeer
Aantrekkelijke (groen) openbare ruimte maken
Score
0/+
Het gebruik van de auto daalt, terwijl het gebruik van de fiets en het OV stijgen. Van de nieuwe bewoners in de Binckhorst maakt slechts 16% gebruik van de auto. Echter is op de Geestbrugweg en Prinses Mariannelaan waar de tram met het overig verkeer meerijdt sprake van structurele congestie waardoor de modal shift kleiner zou kunnen zijn dan blijkt uit het verkeersmodel.
0/-
De Vlietlijn vormt een nieuwe doorgaande lijn in het stedelijk weefsel die op meerdere plekken tot barrièrewerking leidt. Op de Binckhorstlaan in DH krijgt de tram voorrang bij gelijkvloerse kruispunten. Ook in LV is sprake van barrièrewerking bij de kruising Prinses Mariannelaan/Binckhorstlaan.
+
De Vlietlijn draagt in alle drie de gemeenten positief bij aan de ontsluiting van woon- en werkgebieden. In DH ligt ruim 82% van de woningen en 65% van de bedrijfsruimte binnen het invloedsgebied van een tramhalte. Binnen het enkele honderden meters brede dekkingsgebied voor de tramlijn aan weerszijden van de trambaan in LV en RW is de dekking vrijwel volledig.
0/+
De Vlietlijn krijgt voorrang op gelijkvloerse kruisingen met wegverkeer. De tramhaltes zijn optimaal gepositioneerd ten opzichte van overstapmogelijkheden op andere modaliteiten en er geen knelpunten zijn voor wat betreft de snelheid en betrouwbaarheid van de trams tussen stations Den Haag Centraal en Voorburg. Er is echter wel een belangrijk knelpunt voor de verbinding richting Rijswijk. Structurele congestie voor wegverkeer op de Prinses Mariannelaan en Geestbrugweg leidt tot een belangrijk risico voor de doorstroming van de Vlietlijn.
0/+
Er worden verscheidene ingrepen gedaan in de verkeersinrichting in het plangebied. Deze ingrepen zijn deels gericht op het verbeteren van de verkeerssituatie voor fietsers en voetgangers en verbeteren de ruimte voor fietsers en voetgangers. De effectiviteit hangt echter af van de te maken keuzes binnen de varianten en planuitwerking van de herinrichting.
0
De aanleg van de Vlietlijn heeft in de drie gemeenten verschillende effecten op de kwantiteit van stedelijk groen in de directe omgeving van de trambaan (DH +25%, LV -50%, RW +13%). In totaal neemt het aandeel openbaar groen direct langs de trambaan met circa 13% toe. De aanleg van de Vlietlijn heeft ook gevolgen voor het behoud van bomen in het plangebied, waarbij 10% van de bomen onherstelbare schade oploopt of verdwijnt.
0
Over de breedte voorkomt de inpassing van de Vlietlijn het ontstaan van problemen op gebied van klimaatadaptatie, maar er blijven aandachtspunten rond verlies van groen (hittestress) en de toename van impact bij overstromingen.
+
De Vlietlijn is architectonisch herkenbaar en aantrekkelijk vormgegeven, maar mist enige verfijning in de aansluiting op de directe omgeving. De ingetogen kunstwerken en rustige materialisatie van masten en rails zorgen voor een goede integratie in de omgeving. De architectuur van de haltes is modulair en ontworpen als een samenhangende geheel. Voor de haltes is er een verbeterpunt om de haltes beter af te stemmen op hun locatie.
Klimaatadaptief
Herkenbare architectonische vormgeving lijn, haltes en kunstwerken
Veiligheid en levendigheid langs de lijn; programma’s plinten faciliteren
19
Toelichting
0/+
De Vlietlijn is ontworpen met aandacht voor veiligheid, levendigheid en de programmering van gebouwen langs het tracé, maar er zijn enkele verbeterpunten rondom verkeersveiligheid en levendigheid en kwaliteit bij Opa’s Veldje. Hiervoor is verdere uitwerking nodig.
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Resultaten Doorontwikkeling Beoordeling milieueffecten De milieueffecten van de Doorontwikkeling (D) in het basisalternatief zijn in onderstaande tabel samengevat. De Doorontwikkeling van de Binckhorst ligt geheel op grondgebied van de gemeente Den Haag. Tabel S - 6 Beoordeling milieueffecten Doorontwikkeling Aspect
Criterium
Luchtkwaliteit
Stofhinder
Geur
Geurbelaste woningen
Geluid
Aantal in hoge mate gehinderden in nieuwbouw Doorontwikkeling Aantal slaapverstoorden in nieuwbouw Doorontwikkeling
D
Toelichting
--
Het aantal woningen in hindergebieden voor stof neemt sterk toe vanwege woningbouw binnen het hindergebied rondom Dyckerhoff Basal, Renewi, HMS en AVR.
--
In de Binckhorst zijn er meerdere geurveroorzakende bedrijven actief. De grootste uitstoters zijn Renewi en Jachtwerf de Haas. Het aantal woningen dat binnen de geurcontouren valt neemt sterk toe.
--
Van de 7000 nieuwe woningen is de hoeveelheid in hoge mate geluidgehinderden bepaald. Dit blijken er 1.488 te zijn. Knelpunten zijn bouwblokken M5, P1, T1 en Lekstraat-Zuid & HABO-terrein.
0/-
Van de 7000 nieuwe woningen is de hoeveelheid slaapverstoorden bepaald. Dit blijken er 126 te zijn.
--
In het plangebied liggen meerdere bedrijven met hindercontouren voor activiteitengeluid. De bedrijven met de hoogste geluidproductie zijn Renewi, AVR, Maison Kelder, Jachtwerf de Haas en het rangeerterrein van ProRail. In het basisalternatief komen er substantieel meer geluidsgevoelige objecten binnen geluidshindercontouren van industrie. Het geluidmodel en de vergunning voor Dyckerhoff Basal dat op het gezoneerde industriegebied Binckhorst-Zuid ligt, wordt op het moment geactualiseerd. Daarom kunnen we in het planMER geen inzicht geven in de situatie rondom het industriegebied.
-
Rondom de locatie Vestaweg worden meerdere honderden woningen geprojecteerd die mogelijk binnen de geluidscontour voor zowel de boor- als gebruiksfase van de centrale liggen. Het geluidonderzoek dient echter geactualiseerd te worden op basis van nieuwe rekenvoorschriften.
--
In zes Natura 2000 gebieden wordt de rekenkundige drempelwaarde van 0,005 mol N/ha/jaar aan stikstofdepositie overschreden. Dat betekent dat onder de huidige wetgeving het Gebiedsprogramma niet vergunbaar is. Een Passende beoordeling is echter in deze fase van het Gebiedsprogramma niet opgesteld.
0/+
Er gaan verblijfplaatsen van o.a. vleermuizen en andere gebouwbewonende beschermde soorten verloren als gevolg van de sloop van gebouwen.Er gaan verblijfplaatsen van de huismus, gierzwaluw en vleermuis verloren als gevolg van de sloop van gebouwen.De Doorontwikkeling vervangt echter versteende bedrijfspanden door natuurinclusieve woontorens, wat het leefgebied van gebouwbewonende soorten vergroot. Ook de aanleg van groenstructuren heeft hier een positief effect op. Het positieve effect strekt verder dan alleen beschermde soorten naar ook ‘urbane soorten’ in het algemeen.
+
Het Waterfrontpark en kasteeltuin Binckhorst en de begraafplaats vormen straks de belangrijkste ecologische hoofdstructuur van de Binckhorst. De geplande pocketparken functioneren als ecologische stapstenen in de verbinding. De verbinding zelf bestaat uit bomenlanen en groene daken- en gevels van de woontorens. Het aanbod van verblijfplaatsen voor tuin- en parksoorten neemt toe.
++
Het aantal bomen in de Binckhorst neemt substantieel toe.
Activiteitengeluid
Geluid geothermiecentrale
Natuur
Beschermde gebieden Natura 2000 (stikstof)
Gebouwbewonende soorten (biodiversiteit)
Tuin- en parksoorten (biodiversiteit)
Bomen
20
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Aspect
Criterium
Stedelijk groen & maatsch. voor-zieningen
Maatschappelijke voorzieningen
D
Toelichting
++
Over de breedte voldoet het Gebiedsprogramma (ruim) aan de Haagse richtinggevende normen. De toegang tot maatschappelijke voorzieningen neemt over het algemeen sterk toe.
Kwantiteit stedelijk groen 0/-
Het Gebiedsprogramma zet sterk in op het aanleggen van meer stedelijk groen in de vorm van onder meer het Waterfrontpark, pocketparks en groene straten. Er is een lichte daling van het aantal m2 groen per woning ten opzichte van de referentiesituatie, maar er wordt nog steeds voldaan aan de beleidsnorm.
++
De kwaliteit van het stedelijk groen en daarmee de functie die het groen in het stedelijke systeem vervult, stijgt sterk. Hoogwaardige groenvoorzieningen blijven behouden en snippergroen en de braakliggende worden vervangen door hoogwaardig groen.
Kwaliteit stedelijk groen
Arch. & Cultuurhistorie
Effect op bekende archeologische waarden en verwachte archeologische waarden
-
Effect op cultuurhistorische waarden 0/-
Omgevings- Ligging van zeer kwetsbare, veiligheid kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen en kwetsbare en beperkt kwetsbare locaties binnen aandachtsgebieden en PR-contour Bodem
Locaties met bodem- en grondwaterverontreinigingen
Grondwaterstandsdaling Toename bodemdaling en mogelijke schade als gevolg hiervan Openbare ruimte
Water
0/-
Geen van de bouwblokken uit de Doorontwikkeling ligt binnen PR 10-6contouren. Een aantal bouwblokken ligt wel binnen aandachtsgebieden voor brand- en/of explosiegevaar. Het groepsrisico in deze bouwblokken neemt toe in vergelijking met de referentiesituatie.
0/+
0
Er is geen sprake van daling van de grondwaterstand tijdens of na realisatie.
0
Binnen het plangebied vinden geen ophogingen plaats voor de Doorontwikkeling. Hiermee zal er geen of nauwelijks sprake zijn van extra bodemdaling.
+
De Doorontwikkeling vergroot de druk op de ondergrond door nieuwe gebruiksfuncties. Het Gebiedsprogramma beschrijft dat er een faseringsdraaiboek ondergrond en afwegingskader opgesteld gaat worden. Fijnmazige functies (kabels en leidingen, warmtenetten en boomwortels) worden zichtbaar ingepast in de straatprofielen. Wel lijkt er weinig ruimte voor boomwortels gereserveerd te zijn.
+
Het waterbergend vermogen van de Binckhorst neemt toe doordat het verhard oppervlak afneemt. Bij piekbuien kan 50 mm aan neerslag worden opvangen. Verder wordt er geen water gedempt.
-
In totaal worden vijf bruggen aangelegd, waarvan onduidelijk is of ze een effect hebben op het natuurlijk verloop van het watersysteem. Onderhoud van het watersysteem wordt wel negatief beïnvloed door de bruggen. Verder zal de druk op het bestaande rioolsysteem vermoedelijk toenemen door de ontwikkeling van de Binckhorst.
-
De aanleg van ondergrondse constructies, zoals parkeergarages en funderingen, kan het grondwatersysteem negatief beïnvloeden. Daarnaast kan tijdelijke bemaling tijdens de bouwfase leiden tot een slecht herstel van grondwaterstromen en zettingsschade aan nabijgelegen bebouwing.
Beïnvloeding oppervlaktewatersysteem
Beïnvloeding grondwatersysteem
21
Op enkele plekken overlappen bouwblokken met beeldbepalende bebouwing en/of gemeentelijke monumenten. Dit leidt tot het risico op het verlies van cultuurhistorische waarden. Er zijn ook kansen om cultuurhistorische elementen beter beleefbaar te maken, zoals de Escherfabriek, Caballerofabriek en Laakmolen.
In de Binckhorst ligt een aantal bodemverontreinigingen. Een verslechtering van de bodemkwaliteit wordt niet verwacht; de huidige bodemkwaliteit blijft in stand of wordt verbeterd door sanering wanneer er sprake is van vastgoedontwikkeling op een vervuilde locatie.
Ruimte voor gebruiksfuncties in de ondergrond
Beïnvloeding waterberging en afvoer
Een deel van de bouwblokken valt binnen een zone met een archeologische verwachting.
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Aspect
Criterium Beïnvloeding oppervlakte- en grondwaterkwaliteit
D
Toelichting
-
Binnen het plangebied ligt één KRW-oppervlaktewatergang: Boezem Haaglanden. Het is niet uit te sluiten dat tijdens de aanlegfase mogelijke bodemverontreinigingen uitspoelen in het grondwater of door bemaling worden verspreid of geloosd.
-
Binnen de zoneringen van de waterkeringen worden geen ontwikkelingen voorzien. Het is niet uit te sluiten dat er waterkeringen binnen het invloedsgebied van de grondwaterwijzigingen als gevolg van bemaling voor ondergrondse constructies liggen.
0
Hoewel de hoge dichtheden in de bouwplannen uit het Gebiedsprogramma passend zijn voor een stedelijke wijk, geeft het plan nog niet genoeg details over de menselijke maat en de variatie tussen verschillende buurten.
+
Er ligt een sterke focus op de integratie van groen, en er is veel aandacht voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid. Dit zorgt voor een aantrekkelijk, esthetisch en functioneel stadslandschap.
+
Het plan voorziet in een hoogstedelijk woonmilieu met een mix van woningen en voorzieningen, waarbij ruis en reuring goed zijn geborgd. Er ontbreekt aandacht voor rustige buurten. Het gebrek aan privéruimte en focus op publiek programma beperkt de diversiteit aan doelgroepen. Daarnaast blijft de onzekerheid over de uitplaatsing van milieubelastende bedrijven en het afvalcluster een knelpunt.
-
Het plan bevat hoge ambities om de doorwaadbaarheid en bereikbaarheid in de Binckhorst te verbeteren, maar de forse fysieke barrières (wegen) in het gebied worden niet weggenomen. De uitvoerbaarheid van enkele ambitieuze traverses/tunnels uit het Gebiedsprogramma is twijfelachtig.
0
Het Gebiedsprogramma probeert de historische gebouwen en plekken van de Binckhorst te integreren in de nieuwe stedelijke ontwikkeling, maar er ontbreekt een duidelijk beeld van de rol van de historische gebouwen in de toekomstige situatie.
-
De drukke wegen en het afvalcluster vormen een belemmering voor de gestelde ambities. Verbindingen met andere wijken worden slechts beperkt gerealiseerd, en de ruimtelijke samenhang blijft zwak. Daarnaast ontbreekt een gedetailleerde uitwerking op buurtschaal en aandacht voor verblijfskwaliteit waardoor de ambitie voor openbare ruimte waarschijnlijk niet volledig wordt gehaald.
0/+
Bij gezonde leefomgeving is gekeken naar een zestal omgevingsaspecten die bijdragen aan de bescherming en bevordering van gezondheid. De plannen hebben op meerdere plekken positieve effecten. Er blijven echter grote uitdagingen bestaan, zoals rond het afvalcluster, de Zonweg, de Rotterdamsebaan, Sporendriehoek en de Binckhorstlaan.
Beïnvloeding van de waterveiligheid
Ruimtelijke Maat en schaal van de bebouwing & stedenbouw -kundige kwaliteit Dichtheid en afwisseling bebouwd en onbebouwd Programma: functiemenging
Herkenbaarheid door duidelijke routes en herkenningspunten
Identiteit
Kwaliteit openbare ruimte
Gezonde leefomgeving
Gezonde leefomgeving
Klimaatadaptatie
Wateroverlast (hydrologische variabiliteit)
0/+
Het waterbergend vermogen van het systeem neemt toe waardoor wateroverlast vermindert. Dat komt door een afname van het verharde oppervlak, de eis om ten minste 50mm regenwater op te vangen in de nieuw te realiseren gebieden en het feit dat er geen oppervlaktewater wordt aangelegd of gedempt.
Overstromingsrisico
0/-
De kans op een overstroming neemt als gevolg van de Doorontwikkeling niet toe, maar de mogelijke impact van een overstroming wel.
Droogte
0
De Doorontwikkeling leidt niet tot het voorkomen of veroorzaken van droogte in de Binckhorst. Een aandachtspunt is de bewatering van de vele aan te planten bomen in het gebied in tijden van droogte.
Hittestress
+
De hoge mate van verharding creëert in de referentiesituatie veel plekken met extreem hoge gevoelstemperaturen. De Doorontwikkeling voorziet in een toename van stedelijk (opgaand) groen waardoor koele
22
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Aspect
Criterium
D
Toelichting plekken ontstaan. Ook verlagen schaduwrijke routes, groene daken, gevels en openbaar groen de omgevingstemperatuur.
Windcomfort Windcomfort en -hinder
Bezonning en schaduwwerking
--
Afname in bezonning, minimaal 2 uur, op bestaande woningen
Afname in bezonning, minimaal 2 uur, op nieuwe woningen Lichtvervuiling
-
De lijn van de bebouwing staat haaks op de heersende zuidwestelijke windrichting. Bij een overmaat aan hoogbouw kan dit tot oncomfortabele en langs de Binckhorstlaan zelfs potentieel gevaarlijke situaties op straatniveau leiden. Er is een afname van de bezonning van bestaande woningen aan de Saturnusstraat zichtbaar door de aangrenzende hogere bebouwing in de nieuwe situatie.
+
Er kan voor nieuwe woningen niet altijd aan de bezonningsnorm worden voldaan. Het aantal nieuwe woningen dat niet aan de norm voldoet, is minder dan 50%.
0/-
Lichtemissies in de Binckhorst stijgen door de bouw van 7.000 woningen. Mogelijk ontstaan door de aanleg van grote parkstructuren en de aanplant van bomen op klein schaalniveau wel meer duistere plekken.
Lichtvervuiling
Toets aan de doelstellingen Aan de hand van de vier dragende principes is de Doorontwikkeling getoetst aan de doelen. Tabel S - 7 Beoordeling doelbereik Doorontwikkeling Dragend Doel principe
Score Toelichting
Verankerd in de stad
Symbiose van oud en nieuw
Benutten Binckplekken
23
Gezicht naar het water
Stadswijk van de toekomst
Creëren van creatief klimaat
Beter verbonden en meer toegankelijk
Scheiden van stromen en de mens centraal
0
Enerzijds wordt kasteel De Binckhorst beter verbonden met de omgeving en de herinrichting van de openbare ruimte biedt kansen om de toegang tot cultuurhistorisch waardevolle plekken te verbeteren. Anderzijds leidt hoge nieuwbouw nabij karakteristieke gebouwen ertoe dat het karakter van deze plekken aangetast wordt. Daarnaast wordt de kop van Bink36 gesloopt.
+
Het Waterfrontpark vormt een centrale groene schakel met natuurvriendelijke oevers, recreatieve voorzieningen en plekken voor ontspanning. Het gebied wordt ruimtelijk en programmatisch zo ingericht dat de waterkant een levendig en integraal onderdeel van de stadswijk wordt.
0/-
Het Gebiedsprogramma laat een duidelijke visie zien op duurzame en circulaire ontwikkeling, maar biedt weinig details over doelen en operationalisering. Om de ambities te behalen, zijn duidelijke monitoring, financiën, en harde eisen voor projectontwikkelaars in het Omgevingsplan essentieel.
0/-
Het Gebiedsprogramma biedt veel ruimte voor creatieve industrie, betaalbare werkplekken en innovatieve tijdelijke invullingen. Het biedt een goede basis, maar concrete acties zijn niet uitgewerkt. Een uitvoeringsplan, financieel kader, beleidskader en langetermijnstrategie ontbreken.
0/+
De Vlietlijn zorgt ervoor dat de Binckhorst via de tram veel beter verbonden zal worden met de omliggende stad. Met als kanttekening dat de tram congestie ondervindt waar deze met het verkeer meerijdt. Voor fietsers en voetgangers worden bruggen aangelegd voor de ontsluiting van de Binckhorst. De haalbaarheid van de brug over de A12/sporenbundel wordt onderzocht. Het gebiedsprogramma geeft daarnaast geen garanties dat deze bruggen inderdaad worden gebouwd.
0/+
Verkeer in de wijk wordt zoveel mogelijk beperkt door doorgaand verkeer langs de randen van de Binckhorst over de Centrumring en Supernovaweg te leiden. In de openbare ruimte wordt sterk ingezet op ruimte voor fietsers en voetgangers. Het clusteren van parkeergelegenheden in garages aan de rand van wijken draagt ook bij aan het aantrekkelijk maken van het gebied voor voetgangers en fietsers.
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Dragend Doel principe
Score Toelichting
Hubs en deelmobiliteit
Groen om de hoek
Naar een klimaatbestendige Binckhorst
0/+
De parkeerstrategie richt zich op het aanleggen van strategisch geplaatste centrale parkeerhubs aan de rand van buurten die ook mogelijkheden voor deelmobiliteit bieden. Daarbij wordt ingezet op dubbelgebruik van parkeerplaatsen voor bewoners en werknemers, alhoewel onduidelijk is op welke wijze parkeerruimte wordt geboden voor (veel verkeer aantrekkende) bedrijven. Er is een gedetailleerd plan nodig voor financiering, beheer en de koppeling met deelmobiliteit.
+
Het gebiedsprogramma zet sterk in op maatregelen voor klimaatbestendigheid en de toepassing van natuurlijke systemen. Vermindering van verhard oppervlak en toevoeging van groen vergroot de waterinfiltratie en bergingscapaciteit. De openbare ruimte kan tot 50 mm water opvangen bij een hevige bui. Hittestress wordt aangepakt. Onzekerheden zijn de uitplaatsing van het afvalcluster, de ruimte voor boomwortels en overstromingsrisico’s. Het programma mist echter nog een uitwerking van onderhoud en financiering van het groen.
0/+
De Binckhorst is een hoogstedelijk gebied met een hoge bevolkingsdichtheid, waar de groene inrichting wordt verweven met functies als wonen, werken en recreatie. Binnen deze context doet het Gebiedsprogramma het maximale om de omgeving zoveel mogelijk te vergroenen, maar het gebied is in de plansituatie niet ‘overweldigend natuurlijk’ te noemen. Onzekerheid betreft nog de uitplaatsing van het afvalcluster.
0
Het concept van "rust, ruis en reuring" komt vooral tot uiting in ruis en reuring. Rust is buiten het Waterfrontpark onvoldoende geborgd.
0/+
De plannen voor de Binckhorst verbeteren de gezondheid van de leefomgeving op veel plekken door de groene inrichting, schaduwrijke plekken en eerstelijns zorgvoorzieningen. Het gebiedsprogramma biedt echter nog onvoldoende perspectief dat milieubelastende bedrijven worden uitgeplaatst. Verder blijft de geluidsdruk in de gehele Binckhorst hoog en gezondheidskundige advieswaarden voor luchtkwaliteit worden niet behaald.
0/-
Het Gebiedsprogramma voorziet in een hoogstedelijke mix van woningen en voorzieningen waarbij bewoners vooral gaan wonen in gebouwen die in verbinding staan met de openbare ruimte. Er is echter onvoldoende aandacht voor rustige wijken. Zonder concrete maatregelen om rustgevende woonomgevingen te creëren en overlast te beperken, blijft het plan onevenwichtig.
0/+
Door het mengen van functies en het stapelen van werk- en woonprogramma’s ontstaat een gevarieerd vestigingsklimaat dat geschikt is voor zowel grote bedrijven als kleine ondernemingen en zelfstandigen. Het gebiedsprogramma erkent de noodzaak om milieubelastende bedrijven uit de Binckhorst te verplaatsen, maar biedt hierop nog geen volledige zekerheid.
Overweldigend natuurlijk
Rust, ruis en reuring Vitaal en gezond
Complete stadswijk
Maximaal gemengd
Stedelijk werkgebied
Vier karakteristieke kwartieren
+
Affe buurtjes +
24
Het Gebiedsprogramma beschrijft duidelijk de onderscheidende kenmerken van ieder kwartier. Het gebiedsprogramma biedt een duidelijke strategie om transformaties op buurtniveau gefaseerd en stapsgewijs te realiseren, waarbij de nadruk ligt op het creëren van ‘affe’ buurtjes. Door te werken met deelgebieden en gebiedspaspoorten wordt regie gevoerd op samenhang en kwaliteit binnen elke buurt voordat nieuwe delen worden ontwikkeld. De basis is sterk, maar het succes hangt af van effectieve regie en duidelijke afspraken tussen betrokken partijen.
Onze referentie: TN3VFQWT4YUM-406893265-6482:1.0 - Datum: 7 juli 2025 - Confidential
PLANMER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DE VLIETLIJN EN DOORONTWIKKELING BINCKHORST
Varianten Varianten Vlietlijn Voor de Vlietlijn zijn op drie onderdelen varianten onderzocht: tracé Sporendriehoek, maatregelpakketten infrastructuur en eindhalte Voorburg. Hieronder zijn per onderdeel de belangrijkste effecten weergegeven. Tracé Vlietlijn in Sporendriehoek Voor de inpassing van de Vlietlijn in het gebied rond de Sporendriehoek zijn twee varianten beoordeeld de maaiveld- en tunnelvariant. Maaiveldvariant Voor de inpassing van de maaiveldvariant komen verschillende opgaven naar voren, met name op het gebied van ruimtelijke inpassing. Een belangrijk knelpunt is dat het deelgebied Sporendriehoek niet bereikbaar is voor wegverkeer. Voor het fietsverkeer zijn er voor- en nadelen. Er is onvoldoende ruimte om het fietsverkeer aan te sluiten op de Velostrada. Wel voorziet deze variant de herinrichting van de Schenktunnel tot een fietsbare helling en een overzichtelijkere kruising met de Binckhorstlaan. In het kader van milieueffecten, leidt de maaiveldvariant tot meer geluidoverlast, verrommeling van de omgeving, kappen of schade aan bomen en een verminderde beschikbaarheid van ruimte voor stedelijk groen. De kop van het cultuurhistorisch waardevolle Bink36-gebouw moet worden gesloopt. Daarentegen neemt het aantal woningen en bedrijven dat binnen het invloedsgebied van de tramhaltes ligt toe. Echter vallen het Bink36-terrein en Trekvlietplein buiten dit invloedsgebied.
Tunnelvariant Doordat de trambaan grotendeels ondergronds ligt, zijn er minder conflicten met bestaande infrastructuur. Dit betekent dat het deelgebied Sporendriehoek bereikbaar is voor wegverkeer en fietsverkeer, en kan het fietspad op het Bink36terrein wel worden aangesloten op de Velostrada. De ondergrondse ligging van de tram zorgt niet voor een toename van geluidhinder en biedt meer mogelijkheden voor de aanleg van stedelijk groen dan de maaiveldvariant. Bovendien maakt een ondergrondse halte onder het Bink36-terrein het mogelijk om nieuwe bedrijfsruimte en woningen op het Trekvlietplein binnen het bereik van de Vlietlijn te brengen. Echter, tijdens de aanleg kan diepe bronbemaling leiden tot groeischade aan bomen en verstoringen van grondwaterstromingen. Er worden ook permanente effecten op grondwaterpeilen en oppervlaktewater verwacht, waaronder de mogelijke (gedeeltelijke) demping van water op het Bink36-terrein. Eveneens zal er een groter deel van de kop van het Bink36-gebouw moeten worden gesloopt, hoewel herstel mogelijk is. Daarnaast leidt de aanleg van de tunnel tot meer en langduriger trillingshinder en vergroot het ondergrondse ruimtebeslag het risico op conflicten met kabels, leidingen en boomwortels. Specifieke uitdagingen zijn de aanleg van een sifon ter plaatse van een duiker die de Binckhorstlaan kruist.