RIS322968 Bijlage 0 Intergemeentelijk Gebiedsprogramma (IGP)
Tekst van het document
2. Aanpak mobiliteitsknelpunten
2. Aanpak mobiliteitsknelpunten
3. Ambities OV en fiets
3. Ambities OV en fiets
4. Duurzaamheid
4. Duurzaamheid
VOLDOET NIET AAN ALLES
VOLDOET
Afbeelding 26 Varianten Sporendriehoek 56
Sporendriehoek Tunnelvariant | Conclusies Sporendriehoek tunnelvariant
RUIMTERESERVERING 3E SPOOR Bij het inpassen van De Vlietlijn is rekening gehouden met een ruimtereservering voor een derde spoor tussen station Den Haag Centraal en station Den Haag Hollands Spoor. Dit om eventueel in de toekomst meer treinen tussen deze stations mogelijk te maken. Voor de aanleg van een derde spoor dient rekening te worden gehouden met een ruimtebeslag van 6.000 m2 , zie voor de ligging onderstaande afbeelding.
ca. 3.000 m2
ca. 3.000 m2
Afbeelding 27 Ruimtereservering derde spoor Den Haag CS – Den Haag HS
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
55
4.2.3 DEELGEBIED BINCKHORSTLAAN NOORD De Binckhorstlaan kan uitgroeien tot een stadsstraat: een multimodale hoofdroute met ruimte voor ov, fiets, auto en voetgangers, veel groen voor comfort en klimaat, levendige randen met voorzieningen, en goede oversteekbaarheid binnen een fijnmazig stadsnetwerk. Belangrijke aandachtspunten zijn oversteekbaarheid en profielbreedte. Door ruimtegebrek en de aanwezigheid van De Vlietlijn en autoverkeer is het complex om de Binckhorstlaan tot een levendige boulevard te vormen. Voor de herinrichting wordt er, waar mogelijk, geknepen op het autoverkeer om ruimte te maken voor De Vlietlijn, langzaam verkeer en groen. Het uitganspunt is dat het doorgaand autoverkeer 2x2 rijstroken blijft. Doorstroming is dan ook van belang. De keermogelijkheden worden beperkt en de erfontsluitingen waar mogelijk verplaatst. De oversteekbaarheid is beperkt: afstand tussen oversteken is 400m, wens is 200m. De Vlietlijn komt aan de oostzijde van de Binckhorstlaan Noord en Midden te liggen, zoveel mogelijk tegen de autobanen aan, met groene bermen aan weerszijde en een halte bij de Mercuriuskruising, waar ook fietsvoorzieningen en een sportvoorziening komen. Voor langzaam verkeer komen brede fietspaden aan beide zijden, waarbij de oostzijde de hoofdroute vormt.
De westzijde is deels onderbroken doordat de gelijkvloerse fietsoversteek Mercuriusweg komt te vervallen, daarvoor in de plaats komt de fietsonderdoorgang Mercuriusweg langs de Trekvliet. De Binckhorstlaan maakt deel uit van de ‘Groene kapstok’, met een vergroeningsopgave langs het hele Vlietlijntracé. De aanleg van Binckhorstlaan Noord wordt gefaseerd uitgevoerd met zoveel mogelijk behoud van bedrijvigheid in de aanlegfase. Samengevat zijn dit de ontwerpprincipes voor dit deelgebied: • Ambitie voor een grootstedelijke boulevard (Binckavenue). • Inpassing Vlietlijn aan de oostzijde. • Auto wordt waar mogelijk beperkt. Uitgangspunt blijft 2x2 rijstroken voor doorgaand autoverkeer. • Oostzijde Binckhorstlaan als ‘ruggengraat’ voor langzaam verkeer, het fietspad wordt twee richtingen en 5m breed. Het fietspad aan de westzijde wordt twee richtingen en 4m breed. • Bij de Mercuriushalte mogelijk een koppeling met een gebouwde stedelijke sportvoorziening. • De westzijde Binckhorstlaan wordt onderbroken bij de Mercuriuskruising voor langzaam verkeer. Alternatieven zijn de routes langs de oostzijde en langs de Trekvliet met een keuzemoment voor fietsers bij de Zonweg- en Supernovakruising. • Overstappunt voor fiets aan een potentiële lange oostwestlijn.
Een ongelijkvloerse voetgangersoversteek vanuit de Trekvlietzone naar de Mercuriushalte (opgave voor mobiliteit en de Doorontwikkeling Binckhorst). • De Vlietlijn zoveel mogelijk richting tunnel Rotterdamsebaan. Rekening houden met hogedrukgasleiding. • De Vlietlijn ligt in een groene baan en bomen aan weerszijden. • De Mercuriushalte is onderdeel van het boulevardprofiel.
56
A’
Super
nova weg
BOOK A
BARS
laa
rst ho ck
Bin
B’
n
H.1
B
H.2
F t
a tra ers
C’
t ols
Po
H.3
Me
g
we
ius
r rcu
C D’
H.4 s
uriu
Merc
weg
D
at
tra
as
g We
H.5
E’ H.6 LEGENDA
E
MAP
146
g
we
n Zo
�
• • • • F• • • • • • •
NS sporen Weg Indicatie Vlietlijn Hoofdfietsroute Zoeklocatie fietstalling Indicatie rooilijn/ bebouwing Voetgangersroute Water Groen Indicatie bomen Kunstwerk
� Ruimtelijke/functionele bouwstenen en ontwerpuitgangspunten | Binckhorstlaan Noord en Midden: Stadsentree en grootstedelijke boulevard
Afbeelding 28 Deelgebied Binckhorstlaan Noord
4.2.4 DEELGEBIED BINCKHORST ZUID De Binckhorstlaan Zuid wordt een autoluwe (autoluwer dan het noordelijke deel), groene stadsstraat met een compact profiel van 44 meter, waarin alle verkeersmodaliteiten passen. De Vlietlijn rijdt in een groene baan tussen vier rijen bomen en groene bermen als deel van de hoofdgroenstructuur. Bij de kruising Zonweg en de Fokkerterminal komen maatschappelijke en commerciële functies. Halte Zonweg wordt hier een knooppunt, maar moet vanwege de uitrit van de Rotterdamsebaan iets opschuiven, wat het profiel verbreedt. De intentie is om de ruimte compact en functioneel te houden. Het wordt geen verblijfsplek, maar een ruimte die onderdeel is van het profiel met een doorgaand karakter. Verblijven vindt plaats aan de flanken van de Fokkerterminal en bij het water van de Binckhavens. Opties voor een paviljoen of overkapping rondom de haltes worden later onderzocht. Samengevat zijn de ontwerpprincipes voor dit deelgebied: • Ambitie voor een groene stadsstraat. De inzet is een compact profiel van circa 44m breed waarin alle verkeersmodaliteiten een plek krijgen. Met voldoende groen, ruimte voor langzaam verkeer en ruimte voor toekomstig stedelijk leven. • De Vlietlijn krijgt een middenligging ten zuiden van de Zonweghalte. Ten noorden van de halte verschuift de ligging naar de oostzijde van de Rotterdamsebaan.
• De Vlietlijn halteert bij de Zonweg en is een bronpunt voor diverse commerciële en maatschappelijke voorzieningen. De halte is gekoppeld aan de lange oostwestlijn Zonweg en fungeert als overstappunt voor de fiets op De Vlietlijn. • Halte Zonweg wordt op zichzelf geen verblijfsplek. Verblijven gebeurt aan de flanken bij de Fokkerterminal en de Binckhavens. De halte wordt onderdeel van het profiel. Rondom de halte zijn er mogelijkheden voor een paviljoen of overkapping. Dit zal in een verdere uitwerking worden verkend.
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
57
• Het langzaam verkeer wordt begeleid door groen tussen het afslaande autoverkeer en fiets en voetganger. Bermen spelen een belangrijke rol in de verkeersveiligheid. Dit speelt met name voor de afwikkeling van vrachtverkeer bij Basal. • De Binckhorstbrug markeert het einde van het profiel Binckhorstlaan Zuid. De inrichting wordt afgestemd met het brugontwerp. • Voor het profiel is een fasering opgesteld die op de korte termijn bestaande bedrijvigheid en ontsluiting integreert. Ter vervanging van de huidige Binckhorstbrug wordt een nieuwe brug gebouwd waarbij de waardevolle (jaren ’30) karakteristieken van de oude brug behouden blijven, maar hij geheel gemoderniseerd wordt. De vernieuwing van de Binckhorstbrug is geen onderdeel van de scope van De Vlietlijn, wel wordt het programma van eisen van De Vlietlijn meegenomen bij het ontwerp van de nieuwe brug, zodat De Vlietlijn in de toekomst direct ongehinderd gebruik kan maken van de brug, zonder dat ingrijpende aanpassingen dan nog nodig zijn. De Binckhorstbrug wordt circa acht meter breder in de nieuwe situatie en krijgt een nieuwe voetgangersverbinding in het zuidelijke landhoofd dat de Planeetkade met de Binckhaven verbindt.
BOOK
kbaar vanaf de Zonwegkruising
g
we
den van de halte. Deze oversteek
n Zo
de kade Binckhavens en sluit aan
F
BARS
Titaan. Deze route en oversteek
worden voor de middellange
benodigde keermogelijkheid
H.1
om van de Binckhavens. Als
ogelijkheden voor een extra
n de huidige Basallocatie. Aan de
rstbrug is een onderdoorgang voor
er
t ker
k Fo
l
na mi
H.2
water. Deze ligt op circa 280m van
eek over de Binckhorstlaan Zuid.
weghalte is de Binckhorstlaan een
r de Vlietlijn een middenligging
H.3
e Binckhorstbrug te rijden, Basal te
bocht naar de Maanweg te kunnen
en spelen een rol in de veilige
erkeer voor Basal. Aan weerszijden
ggende fietspaden als onderdeel
k op de Binckhorst. B
g
bru
rst
ho
k inc
M
eg
H.4
nw
aa
H.5
H.6
Afbeelding 29 Deelgebied Binckhorstlaan Zuid
MAP 4.2.5 DEELGEBIED MAANWEG
�
De Maanweg wordt een groene stadsstraat die de overgang vormt tussen Voorburg en de Binckhorst met de ecologische zone als bepalend element. De weg bestaat uit twee karakteristieke delen aan weerszijden van de Melkwegstraat. De Maanweg heeft twee onderscheidende karakters, namelijk de toegang tot een deel van de stad tussen de Regulusweg en de Melkwegstraat en een ontsluitende functie op het deel Melkwegstraat/ 153 : Stevige stadsstraat Binckhorstlaan. Om de verkeersveiligheid en de leefbaarheid te verbeteren wordt de Maanweg aangepast van 2x2 rijstroken (50 km/u) naar 2x1 rijstrook (30 km/u), op het deel tussen de Binckhorstlaan en de
58
Melkwegstraat. Aan de bebouwingszijde komt ruimte voor langzaam verkeer en groen, omdat daar de meeste levendigheid en sociale veiligheid zal zijn. De Vlietlijn komt in een groene baan naast deze zone (op ca. 2m afstand) met een groen ingerichte berm die de groene structuur versterkt. Daarnaast wordt de weg onderdeel van het stedelijke fietshoofdnetwerk met gescheiden fietspaden. De halte Maanweg komt ter hoogte van de kruising Melkwegstraat te liggen met een compact middenperron. De ruimte is hier beperkt omdat de ecologische zone niet mag worden aangetast en er rekening gehouden moet worden met opstelvakken voor de kruising Maanweg-Melkwegstraat. Het perron is bereikbaar via een oversteek en een nieuwe voetgangersbrug. Fietsenstallingen liggen buiten de ecologische zone. De aanleg van Maanweg West wordt gefaseerd uitgevoerd met zoveel mogelijk behoud van bedrijvigheid in de aanlegfase. Bij de kruising van de Maanweg met de Binckhorstlaan en de Regulusweg zijn aanpassingen nodig. Bij de kruising met de Binckhorstlaan zijn deze ingrijpend, voor de Regulusweg is dit beperkt tot aanpassingen aan de oostzijde. Samengevat zijn de ontwerpprincipes voor dit deelgebied: • Maanweg als groene stadsstraat vormgeven en als overgang tussen suburbaan Voorburg en (hoog) stedelijk Binckhorst. • De groene ecologische zone is dominant en straalt uit naar de inrichting van de weg.
• De Vlietlijn uit ecologische zone houden en de ecologische zone die toch wordt aangetast, compenseren. • Groen aan bebouwingszijde en/of middenberm tussen rijbanen (aansluiten op Prins Bernhardlaan in Voorburg). • Langzaam verkeer aan de bebouwingszijde. • De autorijstroken gaan van 2x2 naar 2x1. • Fasering Maanweg om bedrijvigheid voor korte- en middellange termijn te behouden.
BOOK
egevoegd in de vorm van een bomenrij en een berm. Deze
rm is ook belangrijk voor de verkeersveiligheid, tussen
BARS
t afslaande autoverkeer en fietsers.
e halte Maanweg komt ter hoogte van de kruising H.1 tra
s eg
w elk
kozen voor een compacte opzet met een middenperron.
e ruimte is hier beperkt omdat de ecologische zone
M
elkwegstraat te liggen. Vanwege het ruimtebeslag wordt
at
et mag worden aangetast en er moet rekening worden
houden met opstelvakken voor de kruising MaanwegH.2
elkwegstraat. De tramhalte is goed bereikbaar via de
ersteek bij de kruising met de Melkwegstraat. Vanaf
F
Voorburgzijde is er toegang tot de halte via een
euwe voetgangersbrug door de ecologische zone. De
tsenstallingen bevinden zich buiten de ecologische zone
F
n de Maanwegzijde en de Overburgkade. Het gaat hier
g ur
rb
o Vo
H.3
m beperkte aantallen.
e Maanweg West zal gefaseerd aangelegd moeten
H.4
orden, met behoud van bedrijvigheid op de korte termijn.
n eerste verkenning van een mogelijke fasering is in het
KP in beeld gebracht. Dit heeft verder onderzoek nodig. H.5
Afbeelding 30 Deelgebied Maanweg
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
H.6
MAP
59
4.2.6 DEELGEBIED GEESTBRUGWEG TER PLAATSE VAN DE GEESTBRUG De ambitie is voor de Geestbrug om het historische karakter van de Geestbrug te laten behouden. De brug wordt verbreed om De Vlietlijn en een metropolitane fietsroute te integreren. De verbreding van de Geestbrug is nodig omdat de tramsporen verder uit elkaar worden gelegd vanwege het brede profiel van de HOV-tramverbinding. Hierbij is het nodig om de klep van de brug aan te passen. De fietsroute op de brug verbindt de Hoekweg met de Cromvlietkade om een lange noord-zuidverbinding langs de Trekvliet mogelijk te maken. Het uitgangspunt voor de herinrichting van de Geestbrugweg was in het voorkeursalternatief een verkeersbelemmerende maatregel op de Geestbrug. Dit uitgangspunt is in het schetsontwerp verder uitgewerkt, maar het precieze maatregelpakket staat nog niet vast. Verder krijgt De Vlietlijn een middenligging en wordt het onderdeel van de rijbaan. Er komen twee (eenrichting)tramhaltes aan de weerszijden van de Geestbrug. Samengevat zijnde ontwerpprincipes voor dit deelgebied: • Middenligging van De Vlietlijn, De Vlietlijn is gemengd met het autoverkeer. • Behoudt historische karakter Geestbrug. • Verbreding brug met integratie van De Vlietlijn en de metropolitane fietsroute (onderdeel van netwerk met regionale sterfietsroutes) BOOK • Verkeersbelemmerende maatregel Geestbrug
gt de Vlietlijn een middenligging
nderdeel van de rijbaan. Er komen
BARS
westzijde van de Geestbrug en
Haagweg. De haltes hebben een es
Ge
en de kruising ligt het tweede
g
ru
tb
stelde richting.
H.1
men aan weerszijden vrijliggende
e liggen. De fietspaden liggen
de parkeerstroken. Tussen de H.2
paden ligt een uitstapstrook
d. Bestaande parkeerplekken die
chting worden gecompenseerd in Penninglaan. H.3
de Geestbrugweg worden
bomen die alternerend tussen
ug
tbr
es
Ge
aan. Op deze manier kan de
g we
orburg worden versterkt door
H.4
t de bomenrijen en zo meer
een historische (lange) lijn.
H.5
Afbeelding 31 Deelgebied Geestbrugweg tbv Geestbrug
H.6
Ha we
ag g
In de variant Maatregelen infrastructuur (zie paragraaf 3.4) is reeds aangegeven dat er vier aanvullende MAP maatregelpakketten zijn onderzocht om leefbaarheid en doorstroming te verbeteren. Maatregelpakketten 1 en 3 zijn gericht op het doel om doorgaand autoverkeer tussen Rijswijk en Voorburg te beperken. Hiervoor zijn twee alternatieven onderzocht. De eerste variant is een verkeersbelemmerende maatregel� op de Geestbrugweg (zoals hierboven beschreven), met een aantal extra maatregelen zoals het afkoppelen van de parallelbaan Binckhorstlaan en de verkeersbelemmerende maatregel oude Tolbrug voor het autoverkeer. De tweede variant is een verkeersbelemmerende maatregel op de Binckhorstlaan ter hoogte van de 193
60
Broeksloot voor het autoverkeer, met een aantal extra maatregelen zoals het verlagen van de snelheid op de Prinses Mariannelaan en de Geestbrugweg en het afkoppelen van de parallelbaan Binckhorstlaan richting Mercuriusweg. Ook is in het plan-MER een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd voor toename van de verkeersintensiteit op de Geestbrugweg (zie paragraaf 3.5, Deel B).
4.3 Basispakket mobiliteit, Den Haag
Om De Vlietlijn goed in te passen is een aantal mobiliteitsmaatregelen (ook in de directe omgeving) noodzakelijk. Dit zijn maatregelen uit het Basispakket mobiliteitsmaatregelen (zie paragraaf 3.3, deel B). De maatregelen die voor het Haagse grondgebied relevant zijn worden hieronder toegelicht.
4.3.1 FIETSROUTE ZONWEG (BRUG) De Zonweg vormt een belangrijke verbindings-as door de Binckhorst voor zowel regionaal als lokaal fietsverkeer en voetgangers. Momenteel is het gedeelte tussen de Regulusweg/ Supernovaweg en de Binckhorstlaan een brede asfaltweg zonder specifieke voorzieningen voor langzaam verkeer. Door de aanleg van een extra brug in het verlengde van de Zonweg/Capellalaan over de Trekvliet naar de Trekweg ontstaat een directe fiets- en voetgangersverbinding tussen De Binckhorst en Laak. Daarnaast wordt de Zonweg heringericht met een nadruk op langzaam verkeer en ruimtelijke kwaliteit, waardoor de leefbaarheid en verkeersveiligheid verbeteren. Deze maatregel verkort de afstand tussen de Binckhorst en de woonwijken in Laak, maakt voorzieningen beter bereikbaar en vergroot het aantal reizigers bij de HOV-halte ter hoogte van de Zonweg langs de Binckhorstlaan.
4.3.2 VERLENGDE VELOSTRADA KRUISING HOV BINCKHORSTLAAN Op het moment dat langs de Binckhorstlaan De Vlietlijn ligt, ontstaat er een nog grotere barrière voor de overstekende fietsers en voetgangers dan nu al het geval is. Met deze maatregel, een ongelijkvloerse kruising van de snelfietsroute ‘Verlengde Velostrada’ met de Binckhorstlaan, vormt de Velostrada een ononderbroken snelfietsroute tussen CID-Binckhorst en Leiden/Delft. In combinatie met de aanpak van de viaducten over de Binckhorstlaan ten behoeve van De Vlietlijn bevordert dit de fiets-reistijd en comfort van de route.
4.3.3 FIETSVOORZIENINGEN WESTZIJDE DEN HAAG CENTRAAL Deze maatregel betreft de realisatie van nieuwe fietsparkeervoorzieningen naast station Den Haag Centraal. De maatregel bestaat uit twee delen, waarbij het eerste deel uitgaat van een uitbreiding van de huidige tijdelijke fietsenstalling. Hiermee wordt ook het hoogwaardiger ontsluiten van de ov-halte met CID via het Prins Bernhardviaduct voorzien. De aansluiting van de huidige stalling met het Prins Bernhardviaduct is hierin geïntegreerd. Het tweede deel bestaat uit een vervanging van de tijdelijke stalling door een definitieve inpandige oplossing.
4.3.4 DOORTREKKEN HAAGSE LOPER CS OOST Met de maatregel wordt de voetgangersbereikbaarheid tussen station Den Haag CS en het CID verbeterd. Het gaat om het verbeteren van voetgangersroutes richting Theresiastraat, het aanpakken van de verkeersveiligheid en het verwijderen van obstakels. Door bij de kruising Prins Clauslaan en Theresiastraat de afwikkeling van het voetgangersverkeer te optimaliseren en obstakels te verwijderen, wordt het voor langzaam verkeer aantrekkelijker rond het station.
4.3.5 VERBINDING BINCKHORST-VOORBURG VOOR LANGZAAM VERKEER Deze maatregel voorziet in de aanleg van een voetgangersverbinding ter hoogte van de Melkwegstraat/ Heeswijkstraat, waardoor de bereikbaarheid tussen de Binckhorst en Voorburg aanzienlijk verbetert. De HOV-halte op de Maanweg wordt hiermee beter toegankelijk, wat het openbaar vervoer aantrekkelijker maakt voor reizigers uit Voorburg-West. Door de kortere loopafstand wordt het eenvoudiger en efficiënter
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
61
om gebruik te maken van het ov. Daarnaast stimuleert deze verbinding het lopen naar nabijgelegen voorzieningen, wat bijdraagt aan een duurzamere en beter verbonden stedelijke omgeving.
4.3.6 CABALLEROBRUG VOOR LANGZAAM VERKEER De watergangen in de Binckhorst vormen meerdere barrières voor het langzaam verkeer. De maatregel van de Caballerobrug verbindt de Binckhorsthaven met de HOV-halte op de Binckhorstlaan en de omliggende gebieden, waardoor fietser, voetgangers en ov-gebruikers sneller en gemakkelijker kunnen reizen. Dit versterkt de stedelijke samenhang en ontwikkelingskansen. Op het Binckhaven-schiereiland zorgt een nieuwe langzaam-verkeersroute voor kortere reistijden en betere ov-bereikbaarheid, terwijl omlopen en omfietsen wordt verminderd en de toegankelijkheid van (publieke) voorzieningen en horeca wordt verbeterd.
4.3.7 FIETSPARKEERVOORZIENINGEN BIJ HOV-HALTES Deze maatregel betreft het plaatsen van fietsparkeergelegenheden om fietsen ordentelijk en veilig te kunnen plaatsen. Fietsen is een belangrijke factor om het autogebruik zo laag mogelijk te houden en/of het vooren natransport voor HOV reizigers te faciliteren. Daarvoor zijn goede en voldoende fietsparkeerplaatsen onontbeerlijk, zowel nabij of in het vastgoed voor wonen of werken als bij de HOV halte. Hierdoor groeit het bereik van de HOV haltes.
4.4 Relatie met bestaand beleid
Den Haag heeft nog geen vastgestelde omgevingsvisie18. Van 27 januari tot en met 9 maart 2025 heeft de Omgevingsvisie ‘Den Haag 2050; thuis in een groen metropool aan zee’ ter inzage gelegen. In deze omgevingsvisie zijn vijf bewegingen uitgewerkt. Deze bewegingen zijn er om de groei van Den Haag in goede banen te leiden en de stad toekomstbestendig te maken. Deze bewegingen zijn geen einddoel op zich, maar bieden richting aan ruimtelijke ontwikkelingen en beleidskeuzes. Ze spelen in op maatschappelijke opgaven zoals woningbouw, klimaatadaptatie, mobiliteit, werkgelegenheid en basisvoorzieningen. De Vlietlijn past bij deze bewegingen. De bewegingen die in de omgevingsvisie worden benoemd zijn: Thuis in een divers Den haag Deze beweging is gericht op het creëren van een inclusieve stad waar iedere inwoner zich thuis voelt. Dit betekent dat er gebouwd wordt met aandacht voor de behoefte van bewoners en dat segregatie actief wordt tegengegaan door ongelijk te investeren in kansarme wijken. De stad streeft naar veilige en gezonde openbare ruimtes met meer autoluwe straten en groene ontmoetingsplekken. Cultureel erfgoed wordt beschermd en toekomstbestendig gemaakt door renovatie en herbestemming, zodat historische gebouwen behouden blijven en een nieuwe functie krijgen. Ruimte voor groen en water Hierbij staat het vergroenen van de stad centraal.
Den Haag wil de biodiversiteit versterken door de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) te beschermen en uit te breiden. Dit betekent meer bomen en groene pleinen, vooral in versteende wijken. Daarnaast wordt waterbeheer verbeterd om wateroverlast en droogte tegen te gaan. De stad betrekt inwoners en bedrijven actief bij vergroening, bijvoorbeeld door het stimuleren van groene daken en gevels.
We benoemen hier de uitgangspunten van de Omgevingsvisie omdat deze reeds terinzage is gelegd. Zolang de Omgevingsvisie nog niet is vastgesteld, geldt nog van rechtswege de huidige Structuurvisie 2020 (2005) conform de Omgevingswet.
18
62
Verstedelijking en bereikbaarheid in samenhang Deze beweging is afkomstig van de groei van het inwonersaantal in Den Haag. Den Haag heeft een duurzame en slimme manier van verstedelijken nodig. Deze beweging richt zich daarom op het bouwen rond (H) ov-knooppunten, zodat nieuwe woningen goed bereikbaar zijn. Tegelijkertijd wordt ingezet op duurzame mobiliteit, waarbij voetgangers, fietsers en openbaar vervoer voorrang krijgen op de auto. De Vlietlijn sluit perfect aan bij dat doel. Logistieke hubs en stedelijke distributiecentra moeten het vrachtverkeer in woonwijken verminderen. Door flexibel om te gaan met het bouwtempo kan Den Haag inspelen op demografische veranderingen en de behoefte aan woningen. Ruimte voor kennis en kunde In deze beweging wordt de rol van Den Haag als kennis en innovatie stad benadrukt. Om economische groei en werkgelegenheid te stimuleren, worden onderwijsinstellingen en bedrijven samengebracht in clusters, waar samenwerking en innovatie centraal staan. Bedrijventerreinen worden behouden en verdicht om ruimte te bieden aan zowel grote als kleinschalige bedrijven. Daarnaast speelt de circulaire economie een steeds grotere rol, waarbij hergebruik en duurzame productiemethoden worden gestimuleerd. De stad wil daarnaast haar positie als internationaal centrum voor recht, bestuur en diplomatie verder versterken.
Basissystemen op orde Deze beweging richt zich op duurzame energie, betrouwbare drinkwatervoorziening en functionerende infrastructuur. Den Haag streeft naar een CO2-vrije energievoorziening door in te zetten op hernieuwbare energiebronnen zoals geothermie en aquathermie. De stad investeert in drinkwaterbronnen en zuiveringsinstallaties om een betrouwbare watervoorziening te garanderen. Daarnaast wordt slim omgegaan met de schaarse ondergrondse ruimte door ondergrondse infrastructuur, zoals kabels en leidingen, efficiënt te combineren. Om de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden, worden maatregelen genomen om wateroverlast en droogte te beperken. Afvalinzameling wordt zo veel als mogelijk inpandig opgelost, zodat de openbare ruimte wordt ontzien.
4.5 Moties
Gedurende het planproces is een aantal moties ingediend, die zijn aangenomen. Hieronder is een overzicht opgenomen, voorzien van een korte beschrijving en wijze van (aanpak van) verwerking. • Een van de moties19 roept op om bij de doorontwikkeling van de Binckhaven en de HOV-lijn de mogelijkheden voor een logische looproute naar de Trekvlietzone in de afwegingen mee te nemen. Hierbij is specifiek aandacht gevraagd voor een logische looproute tussen de Binckhaven en de Trekvlietzone. De looproutes zijn nog in ontwerp, maar onder andere de haltes Mercuriusweg en Zonweg, dienen op logische en veilige wijze dienen aan te sluiten op de routes vanuit/naar Trekvlietzone voor langzaam verkeer (fietser/voetganger). • Een andere motie20 roept op om te helpen bij het vinden van huisvesting en/of passende compensatie voor de ondernemers en eigenaren van het bedrijventerrein Lekstraat, Sporendriehoek en langs de Binckhorstlaan. De gemeente is in gesprek met eigenaren en ondernemers. • Verder is er in een motie extra aandacht gevraagd voor het behoud van de ecologische zone21. Uit de ecologische zone blijven is het uitgangspunt voor het ontwerp, maar op een tweetal plekken is dit uitdagend (bocht Maanweg, halte). Hierover zal nog besluitvorming plaats moeten vinden. • In de motie over het uitvoeren van een stikstofanalyse wordt gevraagd om zowel de bouw- en gebruiksfase in beeld te brengen.
Hiervoor is een stikstofanalyse uitgevoerd. Deze is onderdeel van het plan-MER21. • Daarnaast is er een motie aangenomen waarin wordt geadviseerd om een lijnvoeringsstudie uit te voeren, ter ondersteuning van de besluitvorming over het Voorlopig Ontwerp binnen de betrokken gemeenteraden23. Dit verzoek is belegd bij de HTM en MRDH.
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
63
• De laatste motie ziet op het verzoek om op korte termijn een onderzoek te starten naar maatregelen om de doorstroming op hoofdroutes in de Binckhorst te verbeteren en de druk op omliggende wegen te verminderen, inclusief inventarisatie van maatregelen voor betere benutting van de Rotterdamsebaan en het ontmoedigen van weggebruikers om door omliggende woonwijken (waaronder LeidschendamVoorburg en Rijswijk) te rijden. Dit is onderzocht in het verkeersonderzoek. Hiervoor zijn maatregelen in de variant maatregelen infrastructuur opgenomen (zie paragraaf 3.4). Vanuit de scope van De Vlietlijn draagt het stimuleren van het gebruik van de Rotterdamsebaan echter nauwelijks bij aan een betere bereikbaarheid. Deze opgave is daarom onderdeel van de studie Verkeersnetwerk CID-Binckhorst25. MOTIES BUITEN SCOPE DE VLIETLIJN Eén motie26 riep op om bij de vervanging of renovatie van de huidige Binckhorstbrug de uitstraling en architectonische karakteristieken te behouden. Deze motie ligt buiten de scope van het project De Vlietlijn, wel wordt bij de vervanging van de brug rekening gehouden met de waardevolle karakteristieken.
Een andere motie die buiten de scope van De Vlietlijn ligt, is de motie over het verzoek om in de komende periode extra inspanningen te doen om ervoor te zorgen dat het bouwverkeer op de daarvoor aangewezen (eigen) parkeerplaatsen parkeert en daardoor geen overlast meer veroorzaakt voor omliggende ondernemers27. Deze motie wordt betrokken bij de uitvoering van de plannen en extra opgelet in de BLVC-plannen (Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie) die elke ontwikkelaar maakt bij de uitwerking van haar initiatief. Een andere motie28 benadrukt het belang van goed openbaar vervoer voor alle bewoners en bezoekers van Den Haag. Den Haag blijft met de HTM in gesprek over een proefabonnement om nieuwe Binckhorstbewoners en werknemers te stimuleren het openbaar vervoer te gebruiken.
Neem naast de HOV ook de voetgangers mee (Gemeente Den Haag, 8 juni 2023, RIS315839) Oog voor ondernemers op de Binckhorst (Gemeente Den Haag, 8 juni 2023, RIS315840) 21 Bescherm de ecologische zone en beheer tot over de grens (Gemeente Den Haag, 8 juni 2023, RIS315842) 22 Breng stikstofgevolgen goed in kaart (Gemeente Den Haag, 8 juni 2023, RIS315843) 23 Geef de raad aan de voorkant een stem over de lijnvoering (Gemeente Den Haag, 8 juni 2023, RIS315844) 24 More no regret (Gemeente Den Haag, 8 juni 2023, RIS315846) 25 Verkeersnetwerk CID Binckhorst (Gemeente Den Haag, 23 april 2025, RIS321991) 26 Binckhorstbrug als ‘Binckplek’ (Gemeente Den Haag, 8 juni 2023, RIS315838) 27 Om als ondernemer te kunnen acteren, moet je kunnen parkeren (Gemeente Den Haag, 8 juni 2023, RIS315841) 28 Lok Binckhorst-bewoners en -bezoekers nu al naar het ov (Gemeente Den Haag, 8 juni 2023, RIS315845) 19 20
64
5 Leidschendam-Voorburg In de hoofdstukken 4, 5 en 6 van dit deel B beschrijven we voor de gemeenten het tracé van De Vlietlijn, de ontwerpprincipes en geven we inzicht in de uitwerking van het SO+ en de overige mobiliteitsmaatregelen. We beschouwen de verhouding tot bestaand beleid en beschrijven de relevante moties. We doen dit in dit hoofdstuk voor de gemeente Leidschendam-Voorburg. In de verkenningsfase van De Vlietlijn is in de gemeente Leidschendam-Voorburg een participatietraject georganiseerd door UrbanSync. Dit traject had als doel om bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden actief te betrekken bij het proces en hun input mee te nemen in het ontwerp. De participatie richtte zich op vier hoofdthema’s: mobiliteit, leefbaarheid, veiligheid en groen. Tijdens dit traject is de omgeving uitgenodigd om wensen, zorgen en ideeën te delen. Hieruit kwamen diverse aandachtspunten naar voren die richting hebben gegeven aan de verdere uitwerking van het schetsontwerp. Aandacht werd gevraagd voor het behoud en de uitbreiding van groen, het verminderen van verkeersdruk ook binnen de woonwijken - en het nemen van compenserende en mitigerende maatregelen op het gebied van geluid en trillingen. Ook waren er zorgen over het schrappen van parkeerplaatsen ten gunste van meer ruimte voor wandelen, fietsen of groen en werd het creëren van doodlopende straten als ongewenst gezien.
De verzamelde input uit het UrbanSync-rapport is meegenomen in het schetsontwerp voor dit deel van het tracé van De Vlietlijn en de vervolgparticipatie.
5.1 Tracé De Vlietlijn Leidschendam – Voorburg
Het tracé van De Vlietlijn heeft op drie punten aansluitingen met de gemeente Den Haag en Rijswijk. Met de gemeente Den Haag op het Voorburgse deel van de Binckhorstlaan (tussen 5 en 8 op afbeelding 32) en bij de Maanweg waar het tracé richting station Voorburg loopt (tussen 6 en 7 op afbeelding 32). Met de gemeente Rijswijk is de aansluiting op het deel van het tracé tussen de Prinses Mariannelaan en de Geestbrug (tussen 9 en 10 op afbeelding 32).
Afbeelding 32 Tracé De Vlietlijn Leidschendam - Voorburg
Op deze delen van De Vlietlijn is de volgende tracé-beschrijving van toepassing. Op de Maanweg (6) komt de baan van De Vlietlijn zo veel mogelijk aan de zuidkant, buiten / naast de ecologische verbindingszone (met uitzondering van de haltes). Tussen de Maanweg (6) en Station Voorburg (7) loopt De Vlietlijn langs de Huygenstraverse (spoorbaan). De inpassing is vooral voorzien aan de kant van het spoortalud. Voor de aanlanding bij station Voorburg (7) wordt op het Stationsplein op maaiveldniveau in een halte voorzien.
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
65
In het Voorburgse deel van de Binckhorstlaan (8) is De Vlietlijn voorzien in een middenligging. In de Prinses Mariannelaan (9), op de Geestbrug (10) en de Geestbrugweg (11) rijdt De Vlietlijn gemengd met het overige verkeer. KS LE A TR
K
OE
AT
IEH Voor Leidschendam-Voorburg gelden (delen van) de volgende deelgebieden van het tracé van De Vlietlijn, DR EN OR P S aangegeven in afbeelding 33: • Maanweg • Opa’s veldje /station Voorburg • Binckhorstlaan Voorburg en Prinses Mariannelaan West
N
AA
TL
RS
HO CK BIN ORD NO
E
DJ
EL
SV
’ PA
O
EG
NW
AA
M
T
RS
HO CK BIN ID U Z
RG
BU
OR
N
A LA
AN
N
IO
AT
ST
VO
LA
NE
AN
I AR
.M
PR
EG
GW
T
ES
GE
U BR
LEGENDA • •
NS sporen Weg
• • • • • •
Indicatie Vlietlijn Hoofddietsroute Indicatie rooilijn/ bebouwing Voetgangersroute Water Groen
•
Indicatie bomen
� Onderzoek | Deelgebieden
Afbeelding 33 Deelgebieden De Vlietlijn Leidschendam - Voorburg
5.1.1 DEELGEBIED MAANWEG Hoewel de Maanweg in de gemeente Den Haag is gelegen wordt dit deel van De Vlietlijn ook in dit hoofdstuk van de gemeente Leidschendam-Voorburg beschreven, toegespitst op de aansluiting met Voorburg en de omgang met de ecologische zone. Dit omdat de Maanweg de overgang vormt tussen Voorburg en Binckhorst, met de ecologische zone als bepalend element. De Vlietlijn komt in een groene baan naast deze zone (op 2m afstand), met een ecologische berm (5m breed) die de groene structuur versterkt. De halte Maanweg komt ter hoogte van de kruising Melkwegstraat te liggen met een compact middenperron. De ruimte is hier beperkt om de ecologische zone zo min mogelijk aan te tasten en er rekening gehouden moet worden met opstelvakken voor de kruising Maanweg-Melkwegstraat. Het perron is bereikbaar via een oversteek en een nieuwe voetgangersbrug. De trambaan ter hoogte van de halte ligt deels in de ecologische zone, de fiets nietjes liggen aan de rand van de ecologische zone. De aanleg van Maanweg West wordt gefaseerd uitgevoerd met zoveel mogelijk behoud van bedrijvigheid. Samengevat zijn de ontwerpprincipes voor dit deelgebied: • Maanweg als groene stadsstraat vormgeven en als overgang tussen suburbaan Voorburg en (hoog) stedelijk Binckhorst. • De groene ecologische zone is dominant en straalt uit naar de inrichting van de weg.
• De Vlietlijn uit ecologische zone houden en de ecologische zone die desondanks toch wordt aangetast, compenseren. • Groen aan bebouwingszijde en/of middenberm tussen rijbanen (aansluiten op Prins Bernhardlaan in Voorburg).
66
BOOK toegevoegd in de vorm van een bomenrij en een berm. Deze berm is ook belangrijk voor de verkeersveiligheid, tussen
BARS
het afslaande autoverkeer en fietsers. De halte Maanweg komt ter hoogte van de kruising
H.1
gs at tra
De ruimte is hier beperkt omdat de ecologische zone
we elk
gekozen voor een compacte opzet met een middenperron.
M
Melkwegstraat te liggen. Vanwege het ruimtebeslag wordt
niet mag worden aangetast en er moet rekening worden gehouden met opstelvakken voor de kruising Maanweg-
H.2
Melkwegstraat. De tramhalte is goed bereikbaar via de oversteek bij de kruising met de Melkwegstraat. Vanaf
F
de Voorburgzijde is er toegang tot de halte via een nieuwe voetgangersbrug door de ecologische zone. De fietsenstallingen bevinden zich buiten de ecologische zone
F
aan de Maanwegzijde en de Overburgkade. Het gaat hier
g ur
rb
o Vo
H.3
om beperkte aantallen. De Maanweg West zal gefaseerd aangelegd moeten
H.4
worden, met behoud van bedrijvigheid op de korte termijn. Een eerste verkenning van een mogelijke fasering is in het BKP in beeld gebracht. Dit heeft verder onderzoek nodig.
H.5
Afbeelding 34 Deelgebied Maanweg
5.1.2 DEELGEBIED OPA’S VELDJE /STATION VOORBURG
H.6
MAP
Opa’s Veldje is een waardevol buurtpark aansluitend op de ecologische zone Broeksloot met een belangrijke betekenis voor de buurt als ontmoetingsplek met onder andere ook de scouting. Daarnaast is de � Huygenstraverse een belangrijke voetgangersverbinding tussen station Voorburg en Maanplein. De Vlietlijn respecteert deze kwaliteiten. Het voorkeursalternatief was gebaseerd op de hierna beschreven uitgangspunten. De Vlietlijn wordt tussen 161 het spoortalud en de Huygenstraverse gelegd om de impact te minimaliseren. Aan de noordzijde, waar De Vlietlijn de Huygenstraverse kruist, wordt de voetgangersroute langs de Broeksloot naar de Reguluskruising geleid. Het bestaande fietspad door de Westenburgstraat blijft gehandhaafd. Door de introductie van De Vlietlijn en de bocht naar de Maanweg wordt een nieuwe structuur in het gebied geïntroduceerd die het bestaande water parallel aan de Maanweg doorkruist. Een van de varianten is dat De Vlietlijn hier op poten wordt gezet om de waterstructuur en -oppervlak ongemoeid te laten. Bij de Prinses Mariannelaan wordt De Vlietlijn naast het bestaande waterlichaam geplaatst.
en | Maanweg: Groene stadsstraat
De Vlietlijn kruist de Prinses Mariannelaan in de nabijheid van de spoorviaducten en het busstation. Vanwege de nabijheid van het station is het aantal overstekende voetgangers en fietsers hier groot. Met de kruisende trambaan ontstaat een verkeerskundig onoverzichtelijker kruispunt. De kruising is in de huidige situatie al met verkeerslichten beveiligd. Deze regeling wordt uitgebreid met de aanleg van De Vlietlijn. Op het stationsplein Voorburg wordt de tramhalte zorgvuldig geïntegreerd met de bestaande en mogelijk toekomstige nieuwe pleininrichting. Omdat dit tevens het eindpunt van De Vlietlijn is, wordt een tailtrack (keervoorziening) voorzien. De positie van de tramhalte creëert goede koppelkansen tussen tram, bus en trein. Er is voldoende ruimte tussen de opgangen van de trein- en busstations, de perrons van de tramhalte en de fietsenstalling van NS. Bomen aan de zuidzijde van het plein zullen worden geïntegreerd en mogelijk nieuwe bomen worden rondom de halte toegevoegd. Nabij de halte op het plein is ook een wachtruimte voor personeel voorzien. Dit is onderdeel van de architectonische opgave op deze plek.
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
67
Samengevat zijn de ontwerpprincipes voor dit deelgebied: • Impact van De Vlietlijn op Opa’s Veldje en scouting minimaliseren. • De bestaande waterstructuur en het oppervlak blijven gehandhaafd. De Vlietlijn wordt op poten gezet. • De bestaande bomen bij Opa’s Veldje blijven zoveel mogelijk gehandhaafd of worden gecompenseerd. • De tramhalte op het stationsplein Voorburg koppelt vervoersstromen (bus, trein en tram) • De tramhalte wordt geïntegreerd met de bestaande en mogelijk toekomstige nieuwe pleininrichting. • De ontwerpopgave richt zich op de inrichting van de perrons en de halte op het plein en de wachtruimte voor personeel. • Verkennen mogelijke vergroening met bomen rondom de halte op het plein. Een mogelijke variant is om de tramhalte aan de noordwestzijde van de Prinses Mariannelaan te situeren (zie afbeelding 35). Hier is ook een perrontoegang van het NS-station Voorburg. Het kruisen van de Prinses Mariannelaan is dan niet nodig en er is meer ruimte voor de kruiswissel / keerlus nabij de halte. Nadeel is dat de tramhalte verder van het station en voorzieningen ligt. Deze variant is onderzocht in het plan-MER. Naar aanleiding van een motie (zie 6.4) is ook nog een derde variant (in twee subvariaties) in beschouwing genomen voor een eindhalte Maanweg (na de Reguluskruising). De subvariant vóór de Westburgstraat was niet ruimtelijk inpasbaar.
De subvariant ‘Melkwegstraat’ is wel verder uitgewerkt, maar om een aantal reden niet verder in het plan-MER onderzocht. Deze variant voldoet niet aan de doelstelling van De Vlietlijn om vervoersmodaliteiten compact te combineren, de afstand tot het NS-station en het busstation is te groot. Daarnaast zou deze halte te dicht bij de halte van de Maanweg komen te liggen, reizigers worden bediend door de halte Maanweg, een halte bij de Regulusweg doet dit minder. In deze variant was onvoldoende ruimte voor voorzieningen, de opgang zou een lage kwaliteit hebben (geen lift, smalle trap) en gaat ten koste van extra groen ten opzichte van de andere varianten. Tot slot zou de halte voorbij de Westenburgstraat moeten liggen, omdat er anders geen direct zicht op de halte is en deze te ver weg ligt van station Voorburg. De halte past hier echter fysiek niet. In het plan-MER zijn daarom de volgende twee varianten beschouwd.In BOOK BARS H.1
H.2
H.3
F
F
H.4
H.5 LEGENDA • • • • F• •
H.6
MAP
• • • • •
� Variant 1
NS sporen Weg Indicatie Vlietlijn Hoofdfietsroute Zoeklocatie fietstalling Indicatie rooilijn/ bebouwing Voetgangersroute Water Groen Indicatie bomen Kunstwerk
Variant 2
Afbeelding 35 Deelgebied Opa’s Veldje/Station Voorburg 170
� Ruimtelijke/functionele bouwstenen en ontwerpuitgangspunten | Opa’s Veldje en stationsplein Voorburg
het plan-MER is als basisvariant uitgegaan van een eindhalte naast Opa’s Veldje. Voor de eindhalte zijn nog verschillende opties. Het uitgangspunt van het voorkeursalternatief is als variant onderzocht.
68
5.1.3 DEELGEBIED BINCKHORSTLAAN VOORBURG EN PRINSES MARIANNELAAN WEST De Binckhorstlaan in Voorburg en Prinses Mariannelaan West zijn karakteristieke woonstraten waar leefbaarheid, vergroening en verkeersveiligheid centraal staan. De interventie in deze straten staat zoveel mogelijk in dienst om deze kwaliteiten te behouden en te verbeteren. De Vlietlijn krijgt een groene middenligging op de Binckhorstlaan, met aan weerszijden een autorijbaan met aan de westzijde een rij parkeren en aan elke zijde komt een éénrichtingsfietspad. In één variant vervalt een parkeerrij, in een andere blijven beide parkeerzones behouden maar verdwijnen de bomen. De keuze voor het voorkeursprofiel wordt later uitgewerkt. De Vlietlijn is oversteekbaar bij de Overburgkade en Prinses Mariannelaan met 135 meter tussenruimte. De oversteek bij de Paradijsstraat vervalt, wat een positieve invloed heeft op de verkeersafwikkeling. Door een compactere kruising aan de zuidzijde van de Binckhorstlaan ontstaat meer ruimte voor groen en verblijf, wat een kwaliteitsimpuls aan de openbare ruimte geeft. Op de westelijke Prinses Mariannelaan rijdt De Vlietlijn in de middenstrook, gemengd met autoverkeer, en sluit het profiel aan op de Geestbrugweg voor een historische lijn tussen Voorburg en Rijswijk.
Samengevat zijn de ontwerpprincipes voor dit deelgebied: • Leefbaarheid, verkeersveiligheid en vergroening zijn dragers van het ontwerp. • Middenligging Vlietlijn met groene inrichting voor de Binckhorstlaan (Voorburgse deel). • Op de Prinses Mariannelaan West is De Vlietlijn gemengd met het autoverkeer. • Voor de bomen zijn twee hoofdopties, die in verschillende subvarianten nog verder in detail verschillen. Qua ontwerpprincipes gaan we uit van deze twee hoofdopties: > Optie 1 is bestaande bomen handhaven op de Binckhorstlaan, nieuwe bomen aanplanten op de Prinses Mariannelaan West. > Optie 2 is handhaven bestaande parkeerplekken op de Binckhorstlaan en ruimte geven aan de fietser met als consequentie het verdwijnen van de bestaande bomen. • Kruising met de Prinses Mariannelaan zo compact mogelijk. • Kansen voor vergroening en verblijfsruimte voor de buurt rondom de kruising. • Doorzetten profiel Geestbrugweg op de Prinses Mariannelaan West om continuïteit in de historische verbinding aan te brengen.
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
69
BOOK de Vlietlijn is beperkt en wordt
uisingen Overburgkade en
afstand tussen deze punten is
BARS
e
ad
k rg bu
et oversteekpunt ter hoogte van
er Ov
t, dit heeft consequenties voor de
buurt.
nckhorstlaan Voorburg, ter Bin stl
an de kruising compacter worden
in Pr
aa
e voor groen worden vergroot.
a
sM
se
r ho ck
gen groene plantsoenen. Door de
oo nV
H.1
H.2
rb
puls aan de openbare ruimte als
n
laa
ne
n ria
g ur
de straat met meer ruimte voor
H.3
de Prinses Mariannelaan krijgt
ing en is het gemengd met het
rofiel voor de Geestbrugweg
brug tot aan de kruising
H.4
ariannelaan doorgezet. Op deze
eit in de (historisch) lange lijn
jk aangebracht. H.5
H.6
Afbeelding 36 Deelgebied Binckhorstlaan Voorburg en Prinses Mariannelaan West
MAP
5.2 Basispakket Mobiliteit, Leidschendam-Voorburg �
In Leidschendam-Voorburg worden van het Basispakket Mobiliteit de volgende maatregelen uitgevoerd. Dit zijn maatregelen uit het Basispakket mobiliteitsmaatregelen (zie paragraaf 3.3.). De maatregelen die voor het grondgebied van Leidschendam-Voorburg relevant zijn worden hieronder toegelicht.
urg en Prinses Mariannelaan West
179
5.2.1 PRINSES MARIANNELAAN OOST De Prinses Mariannelaan Oost is een karakteristieke woonstraat waar leefbaarheid, vergroening, ontmoeting en verkeersveiligheid centraal staan. De ambitie is om deze karakteristieke woonstraat te behouden en zelfs te verbeteren. Na het verwijderen van de bestaande sporen van de tram wordt de straat heringericht met behoud van de bomen, meer ruimte voor fietsers en voetgangers en minder nadruk op autoverkeer, rekening houdend met de buslijn en parkeren tussen de bomen. Samengevat zijn de ontwerpprincipes voor dit deelgebied: • Leefbaarheid, verkeersveiligheid en vergroening zijn kernwaarden voor het ontwerp. • Verwijderen bestaande tramsporen biedt mogelijkheden voor herinrichting. • Bestaande bomen en karakter van een groene woonstraat behouden. • Het doorgaande karakter voor autoverkeer verminderen en meer ruimte bieden voor langzaam verkeer. • Verder vergroenen van de Prinses Mariannelaan met grotere plantvakken rondom de bomen of met groene bermen. • Bestaande buslijn en halte integreren.
70
nelaan Oost
BOOK BARS H.1
.M Pr
st
Oo
ne
ian
ar
n laa
H.2
H.3
H.4
H.5
Afbeelding 37 Deelgebied Prinses Mariannelaan Oost
5.2.2 UITBREIDEN FIETSENSTALLINGEN STATION VOORBURG
H.6
Deze maatregel heeft betrekking op de uitbreiding en verbetering van de stallingscapaciteit voor fietsen en deelconcepten bij station Voorburg. Dit station is een belangrijk overstappunt vanuit de Binckhorst op ov. De benodigde stallingscapaciteit moet nog nader onderzocht worden. MAP
5.2.3 VERBINDING BINCKHORST - VOORBURG (T.H.V. MELKWEGSTRAAT/HEESWIJKSTRAAT) Deze maatregel voorziet in het realiseren van een voetgangersverbinding over de Broeksloot zodat �een verbinding ontstaat tussen de halte van De Vlietlijn en de bestaande wijk in Voorburg. De verbinding zorgt voor een betere bereikbaarheid van de HOV halte en maakt het makkelijker voor inwoners van Voorburg om gebruik te maken van de voorzieningen in de Binckhorst en omgekeerd. 187
Het realiseren van een verbinding bestaat uit het aanleggen van een voetpad door de beschermde ecologische groenzone met een brug over de Broeksloot. De Broeksloot is een ecologisch waardevol gebied. Dit betekent dat een nieuwe brug ook goed ecologisch ingepast moet worden met ruimte voor groene oevers en de aantasting van de ecologische zone door de brug gecompenseerd moet worden in de omgeving. Een goede optie voor compensatie is het versterken van de ecologische waarde van de oever aan de kant van de Overburgkade door middel van het anders inrichten en beheren van deze oever.
5.2.4 FIETSPARKEERVOORZIENINGEN BIJ HOV-HALTES Deze maatregel betreft het realiseren van fiets parkeergelegenheden om fietsen ordelijk en veilig te kunnen plaatsen. Fietsen is een belangrijke factor om het autogebruik zo laag mogelijk te houden en het vooren natransport voor ov-reizigers te faciliteren. Daarvoor zijn goede en voldoende fietsparkeerplaatsen onontbeerlijk, zowel nabij of in het vastgoed voor wonen of werken als bij de HOV halte. Hierdoor groeit het bereik van de HOV haltes.
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
71
5.3 Relatie met bestaand beleid
In de bouwsteen Mobiliteit en bereikbaarheid29 is de visie van Leidschendam-Voorburg opgenomen: een groene woonstad met economische kansen, voorzieningen, een gezonde leefomgeving en goede bereikbaarheid voor alle vervoerswijzen. Zowel de ontwikkelingen binnen als buiten Leidschendam-Voorburg leiden tot een toename in de verplaatsingsbehoefte binnen de gemeente. De gemeente LeidschendamVoorburg vindt het belangrijk dat ook in de toekomst iedereen zich op een prettige, veilige en duurzame manier kan verplaatsen. Daarbij zijn toegankelijkheid en inclusiviteit belangrijke voorwaarden. Door de realisatie van woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen ontstaat een grotere verplaatsingsbehoefte. In het verleden leidde dit tot uitbreiding van de bestaande infrastructuur. Dat is, zeker met de ambitie het groene karakter en de leefbaarheid van de gemeente te behouden en te ver sterken, niet meer houdbaar. Daarom zoekt de gemeente oplossingsrichtingen die zorgen voor minder ruimtebeslag en betere leefbaarheid. Dat vindt plaats op twee manieren: • Beter benutten van de beschikbare capaciteit van de bestaande infrastructuur; • Stimuleren van andere vervoerswijzen dan de auto. Bovengenoemde inzet zorgt voor een geleidelijke mobiliteitstransitie. De gemeente neemt hierbij als vertrekpunt de grotere opgaven waar de gemeente voor staat.
Dat zijn vergroenen, verdichten, verduurzamen en het realiseren van een gezonde leefomgeving. De mobiliteitstransitie wordt daarmee een instrument om deze opgaven vorm te geven zonder onnodig extra ruimtebeslag en met behoud van leefbaarheid. Om de mobiliteitstransitie mogelijk te maken, is een gedragsverandering nodig. Daarnaast bieden technische oplossingen steeds meer mogelijkheden. De gemeente stimuleert andere vervoerswijzen dan de auto die zorgen voor minder ruimtebeslag, minder impact op het milieu en een gezonde levensstijl. Denk aan de fiets, lopen, deelmobiliteit en verschillende vormen van ov. Met schone en duurzame voertuigen wordt het ruimtegebruik van mobiliteit verminderd, het milieu ontlast en het is gezonder voor de reiziger. De Vlietlijn kan hieraan een goede bijdrage leveren.
5.4 Moties
Bij het vaststellen van de voorkeursvariant is een motie30 ingediend die is aangenomen. Deze motie omvat veel verschillende onderwerpen en thema’s. De onderstaande teksten komen uit dezelfde motie, maar is voor de leesbaarheid uitgewerkt in verschillende onderdelen, voorzien van een korte beschrijving en wijze van (aanpak van) verwerking. • In de motie wordt opgeroepen onderzoek te doen naar de gevolgen van trillingen en geluid rond de woningen langs het tracé en in overleg met bewoners mitigerende maatregelen te nemen. In het plan-MER zijn onderzoeken uitgevoerd naar trillingen en geluid. De verwachte effecten en te nemen maatregelen zijn ook in het plan-MER opgenomen. In het verdere ontwerpproces zullen concrete maatregelen, waaronder maatregelen die zorgen voor een dempende werking vanuit de infrastructuur, worden meegenomen en deze zijn ook meegenomen in de financiële raming. • In de motie wordt opgeroepen om bewoners te betrekken bij de inrichting van de leefomgeving door middel van co-creatie in de Planning- en Studiefase. Leefbaarheid en verkeersveiligheid staan hierbij voorop. De verschillende werkgroepen geven daar vorm aan. Verschillende inloopbijeenkomsten worden georganiseerd, waar alle geïnteresseerden de uitkomsten van de werkgroepen kunnen bekijken en digitaal hun inbreng kunnen doen op de voorliggende ontwerpen. Zie voor meer informatie paragraaf 1.4, deel B.
De omgevingsvisie 2050 wordt opgebouwd uit diverse bouwstenen die samen het fundament vormen voor toekomstig beleid en ruimtelijke ontwikkeling. 30 Motie 2 VVD, GBLV, D66, GL, CU HOV (Gemeente Leidschendam-Voorburg, 30 mei 2023, ID 725) 29
72
• Daarnaast wordt het behoud van zoveel mogelijk groen benadrukt. Voor Leidschendam-Voorburg geldt de eis dat bij het verwijderen van groen een kwalitatieve compensatie moet worden toegepast. Voor het groen binnen de ecologische zone zal deze compensatie worden vastgelegd in het Voorlopig Ontwerp. In het Voorlopig Ontwerp vindt de gedetailleerde uitwerking plaats en wordt inzichtelijk hoeveel groen gecompenseerd zal moeten worden. • Ook wordt verzocht aan de slag gaan met ‘quick wins’ voor verbetering van leefbaarheid en veiligheid rondom de Prinses Mariannelaan. Deze oproep is ook al opgepakt door de gemeente zelf. Er is een toezegging gedaan dat er een overzicht gestuurd zal worden met de quick wins uit Urban Sync voor Voorburg West die op korte termijn mogelijk zijn en deze in co-creatie in te vullen. Laatste stand van zaken31 van de nog resterende punten is dat op de splitsing van de Laan van Middenburg en de Prinses Mariannelaan een middengeleider/ ‘druppel’ in november 2024 is aangebracht. Het kruispunt Westenburgstraat – Prinses Mariannelaan zal worden betrokken bij de herinrichting van de Prinses Mariannelaan (als onderdeel van Project De Vlietlijn) en de groenstrook aan de Overburgkade zal bij de Planuitwerking CID Binckhorst betrokken.
Gelijktijdig wordt in het actieprogramma Verkeersveiligheid onderzocht welke aanvullende maatregelen op korte termijn nog meer mogelijk zijn. Voor Voorburg-West wordt er ook nog gekeken naar een goed aanbod voor deelmobiliteit en naar de mogelijkheden voor parkeerregulering. • Opgeroepen wordt om onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden om Voorburg West autoluw te maken ter hoogte van de Binckhorstlaan en de Westenburgstraat door afsluiting van de brug over de Broeksloot Binckhorstlaan-Voorburg. De maatregelpakketten (uitwerking van de maatregel nr. 17 uit het Masterplan Bereikbaarheid Binckhorst) zijn meegenomen in de verkeersonderzoeken. De pakketten moeten Voorburg-West meer autoluw maken en doorgaand verkeer zo veel mogelijk weren. Het statische deel van dit verkeersonderzoek is afgerond, het dynamische deel van het onderzoek wordt binnenkort afgerond. Daarna kan een definitief pakket ter besluitvorming worden voorgelegd. • Ook wordt opgeroepen tot het borgen dat bij mogelijke uitbreiding van De Vlietlijn naar Zoetermeer de tuin naar Hofwijck niet wordt aangetast. In de Bestuursovereenkomst voor het project is expliciet vastgelegd dat bij een eventuele verlenging van de lijn richting Zoetermeer de passage bij Huygens Hofwijk en de Vliet ondergronds moet worden uitgevoerd. De Vlietlijn maakt uitvoering hiervan niet onmogelijk.
• In de motie wordt ook opgeroepen om samen met de gemeente Den Haag en Rijswijk een Plan van Aanpak op te stellen om doorgaand snelverkeer via de Rotterdamsebaan te leiden. Het stimuleren van het gebruik van de Rotterdamsebaan draagt bezien vanuit de scope van De Vlietlijn nauwelijks bij. Uit het verkeersonderzoek blijkt dat het effect beperkt blijft tot de Utrechtsebaan. De gemeente Den Haag heeft het verder opgepakt, onder andere vanuit de netwerkstudie. Den Haag onderzoekt daarnaast in hoeverre nog meer maatregelen mogelijk zijn. • Een ander onderdeel van de motie pleit voor een integraal verkeersonderzoek. Het dynamische deel van dit onderzoek wordt binnenkort afgerond en de uitkomsten worden in de verdere besluitvorming meegenomen. • Ook wordt opgeroepen om onderzoek te doen naar de mogelijkheid/wenselijkheid voor een kopstation op de Maanweg, waarbij de te verwachten reizigersaantallen, doorstroming van verkeer en behoud van leefbaarheid worden meegenomen. Er zijn drie subvarianten op de Maanweg onderzocht op ruimtelijke inpassing. Daarvan worden twee subvarianten 1) vlak voor de Westenburgstraat en 2) vlak voor de A12 niet uitgewerkt, omdat die ruimtelijk niet inpasbaar blijken. De subvariant ter hoogte van de Melkwegstraat is opgenomen als een af te wegen variant.
In een trade-off matrix als onderdeel van het Schetsontwerp zijn deze varianten kwalitatief beoordeeld aan de hand van verschillende criteria. In 5.1.2 van dit deel B is toegelicht waarom deze variant niet als variant is onderzocht in het plan-MER.
31
5 november 2024
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
73
• Een ander onderdeel van de motie gaat over het zorgen voor een veilige en kindvriendelijke inpassing van het tracé langs de scouting en Opa’s Veldje, in afstemming met de Scouting en bewoners. In het Schetsontwerp ligt de focus op de positionering van de eindhalte en inpassing langs Opa’s Veldje. Wel is de veilige en kindvriendelijke inpassing opgenomen in het Schetsontwerp als eis voor het vervolg. De maatregelen zullen in het Voorlopig Ontwerp worden uitgewerkt in afstemming met de Scouting en bewoners. Ook fysieke afscheidingen zijn hiervan onderdeel. • Ook wordt opgeroepen om onderzoek uit te voeren naar het verbeteren van de verkeersdoorstroming op de Maanweg en de Regulusweg in samenhang met de A12. Dit is meegenomen in het verkeersonderzoek en de uitkomsten worden in de verdere besluitvorming meegenomen. • Tot slot richt het laatste onderdeel van de motie zich op het waarborgen van participatie door het inbouwen van tussentijdse evaluatiemomenten. Op dit moment heeft nog geen tussenevaluatie plaatsgevonden. De evaluatie zal wel onderdeel zijn van het vervolg.
74
een volledig waardoor deze
rnatief
nten daarvan 5:
In de hoofdstukken 4, 5 en 6 van dit deel B beschrijven we voor de gemeenten het tracé van De Vlietlijn, de ontwerpprincipes en geven we inzicht in de uitwerking van het SO+ en de overige mobiliteitsmaatregelen. We beschouwen de verhouding tot bestaand beleid en beschrijven de relevante moties. We doen dit in dit hoofdstuk voor gemeente Rijswijk.
T KS LE
EK 6.1 Tracé De Vlietlijn Rijswijk HO RA
RIE Het tracé van De Vlietlijn sluit aan op de gemeente Leidschendam - Voorburg op het deel van het tracé tussen ND E R de Prinses Mariannelaan en de Geestbrug (tussen 9 en 10 op afbeelding 38). O SP AT
pagina 37 pagina 37 pagina 38 pagina 39 pagina 40 pagina 42 pagina 45 pagina 46 pagina 47 pagina 48 pagina 48
6 De Vlietlijn – gemeente Rijswijk
OR KH C BIN ORD NO
N
AA
L ST
E
DJ
Figuur 4.3: Overzicht van de hierna beschreven van de variant 1T. Afbeelding tracédelen 38 Tracé De Vlietlijn Rijswijk
L VE
S A’ Op deze delen van De Vlietlijn is de volgende tracé-beschrijving van toepassing. In de Prinses Mariannelaan P O (9), op de Geestbrug (10) en de Geestbrugweg (11) rijdt De Vlietlijn gemengd met het overige verkeer. Vanaf de Geestbrug gaat De Vlietlijn over de Geestbrugweg in Rijswijk door tot aan de Haagweg waar deze aansluit op de bestaande tramsporen en richting Delft verdergaat. EG W N rzichtsrapportage AA M Voor Rijswijk geldt het volgende deelgebied van het tracé van De Vlietlijn, aangegeven in afbeelding 39. • Geestbrugweg RB O N A • Hierbij is van belang op te merkenLAdat de Geestbrug zelf en het water dat daar onder ligt tot het VO T N S O R I grondgebied van de gemeente mee dat de gemeente Den Haag O Den Haag behoort. Dat brengt met zich36 Masterplan Bereikbaarheid CID-Binckhorst AT KH T C ook bevoegd gezag is om het intergemeentelijke gebiedsprogramma voor dit deel van het tracé vast te S N BIN ID AA worden ook in dit stellen. Voor de volledigdheid wordt de Geestbrug en de wijzigingen die daar voorzien L ZU E hoofdstuk kort toegelicht. NN A I AR M . PR
EG
BR
ST
E GE
W UG
Afbeelding 39 Deelgebieden De Vlietlijn Rijswijk
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
75
6.1.1 DEELGEBIED GEESTBRUGWEG De Geestbrugweg in Rijswijk is, net als de straten in Voorburg, een mooie woonstraat met karakteristieke volwassen bomen, voortuinen en woningen. De ambitie is om de Geestbrug en Geestbrugweg hun karakteristieke, groene en leefbare uitstraling met focus op leefbaarheid, vergroening en verkeersveiligheid te laten behouden. De brug wordt verbreed om De Vlietlijn en een metropolitane fietsroute te integreren met behoud van het historische karakter van de brug. De verbreding van de Geestbrug is nodig omdat de tramsporen verder uit elkaar worden gelegd vanwege het bredere profiel van de HOV-tramverbinding en voor het creëren van meer ruimte voor fietsers en voetgangers. Hierbij is het nodig om de klep van de brug aan te passen. De fietsroute op de brug verbindt de Hoekweg met de Cromvlietkade om een lange noord-zuidverbinding langs de Trekvliet mogelijk te maken. Het uitgangspunt voor de herinrichting van de Geestbrugweg was in het voorkeursalternatief een verkeersbelemmerende maatregel ter hoogte van de Geestbrug. Dit uitgangspunt is in het schetsontwerp verder uitgewerkt, maar het precieze maatregelpakket staat nog niet vast. Verder krijgen de tramsporen van De Vlietlijn een middenligging, en worden onderdeel van de rijbaan. Er komt een (eenrichtings)tramhalte aan de westzijde van de Geestbrug en een halte bij de kruising met de Haagweg.
Het voorstel is om aan weerszijden van de weg vrijliggende fietspaden met overstapstroken te realiseren, die het mogelijk maken om veilig van richting of route te veranderen. Parkeerplekken worden zoveel mogelijk gecompenseerd in de directe omgeving. Bestaande bomen worden verplaatst en/of vervangen door nieuwe, passend bij de historische lijn naar Voorburg. Samengevat zijn de ontwerpprincipes voor dit deelgebied: • Leefbaarheid, verkeersveiligheid en vergroening zijn kernwaarden voor het ontwerp. De leefbaarheid zal worden versterkt door meer groen voor minder hittevorming. Groen en bomen worden zoveel mogelijk aangesloten op op groene zijstraten. Bestaande bomen vervangen door nieuwe bomen en aansluiten op de bomenstructuur in Voorburg, als onderdeel van een historische (lange) lijn. • Middenligging Vlietlijn, De Vlietlijn is gemengd met het autoverkeer. • Behoudt van het historische karakter van de Geestbrug. • Verbreding brug met integratie van De Vlietlijn en de metropolitane fietsroute (onderdeel van netwerk met regionale sterfietsroutes) voor prettig en veilig fietsen. Voor veiligheid van de fietser in de vorm van vrij liggende fietspaden en voldoende en kortere oversteken. • Prettig en veilig wandelen. Het voetpad wordt iets smaller, maar men wandelt prettiger, langs het fietspad in plaats van langs geparkeerde auto’s. De oversteken worden korter en veiliger.