RIS322968 Bijlage 0 Intergemeentelijk Gebiedsprogramma (IGP)
Tekst van het document
Hierbij wordt ingezet op optimalisatie in het SO+ en straks in het VO van De Vlietlijn om onnodige verplaatsingen en grondverwervingen te voorkomen. Dit heeft geleid tot de volgende doelstellingen voor het SO+: 1. Het verbeteren van de kwaliteit van het mobiliteitssysteem in het plangebied inclusief stimuleren van lopen, fietsen en gebruik ov (o.a. via STOMP). 2. De hoogwaardige inpassing in het plangebied met nadruk op het verbeteren van leefmilieu, leefomgeving en verkeersveiligheid. Deze hierboven beschreven doelstellingen zijn als volgt nader uitgewerkt in het SO+.
STOMP Met de groei van het ruimtelijk programma in CID-Binckhorst, is het urgent om te investeren in de capaciteit en de snelheid van het ov-netwerk. De ontwikkeling van CID-Binckhorst leidt tot meer verplaatsingen in een gebied waar de openbare ruimte schaars is. Het is dan ook een randvoorwaarde dat de beperkte openbare ruimte goed benut wordt. Hierbij wordt uitgegaan van het STOMP-principe, ofwel een volgorde in prioriteit voor Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a service, Privé-auto. Met de inzet op deze mobiliteitstransitie wordt ruimte vrijgemaakt die nodig is voor de energietransitie, groen, klimaat-adaptieve maatregelen en verblijfskwaliteit. Voor deze mobiliteitstransitie wordt uitgegaan van een verschuiving in vervoerwijze-keuze, met als belangrijkste lopen, dan fietsen, daarna ov en tot slot de auto. Dit is een randvoorwaarde om CID-Binckhorst te kunnen ontwikkelen.
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
31
De betrokken gemeenten gaan allen uit van het STOMP-principe om de mobiliteitstransitie in praktijk te brengen. Het STOMP-principe betekent dat bij het ontwerp van de openbare ruimte in de eerste plaats wordt gekozen voor de voetganger en fietser, gevolgd door het ov, deelmobiliteit en privéauto. De Vlietlijn draagt namelijk niet alleen bij aan de overgang naar een andere gebruiksvoorkeur met minder autogebruik, maar creëert ook ruimte voor groen en langzaam verkeer. Ook wordt deze zodanig ontworpen dat het bereik van de haltes gemaximaliseerd wordt om het reizen van en naar het openbaar vervoer door middel van ‘stappen’ en ‘trappen’ te stimuleren. De aanleg van De Vlietlijn gaat niet overal gelijk op met de Doorontwikkeling van de Binckhorst. Het ontwerp wordt wel afgestemd op de doorontwikkeling van de Binckhorst en de inrichting BOOK hoort. van de fysieke ruimte die daarbij
BARS
S T O M P
TAPPEN
H.1
TRAPPEN
H.2
V
H.3
AAS
RIVÉAUTO
H.4
Afbeelding 4 STOMP-principe
STOMP als leidend principe in Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg
CID-Binckhorst behorend tot het centrummilieu m
H.5 doorgaand autoverkeer. Autoverkeer en -parkeren DE COMPACTE STAD MOBILITEIT OP MENSELIJKE De Vlietlijn is, naast de mobiliteitsdoelstellingen, ook in lijn met verschillende andere doelstellingen vanuit de MAAT: • Een aantrekkelijke stedelijke omgeving, in woonwijken is primair bedoeld voor bewoners en • Mobiliteit die de gezondheid verbetert stimuleren, betreffende gemeentes. Het is schoon en duurzaam, creëert voor hoogwaardige openbare ruimte, voornamelijk ingericht op lopen, daarna pas op ruimtevoor nood- en hulpdiensten. zoals lopen en fietsen. fietsen en ov. • Inzetten op de uitbreiding van het autoluwe en • Aandacht voor beleving wandelen en fietsen tussen en draagt met zijn duidelijkeH.6hiërarchische karakter bij aan de verkeersveiligheid. Bij het ontwerp zal dus • Het openbaar vervoer is de beste manier om van autovrije centrum van Den Haag en het autoluwer hoogbouw. de stad het centrum karakter te bereiken. maken van straten. • Reistijdbeleving vanuit hoogbouw meenemen in de rekening gehouden worden met hetbuiten hiërarchisch van stomp; wandelroutes en fietsroutes gaan voor • Ombuigen van de voorspelde groei van het • Aandacht voor behoud, toevoegen en ontwerpopgave. ov en auto. toegankelijkheid groen. autoverkeer. • Nieuwe vormen van mobiliteitsdienstverlening en
MAP
•
(Onnodige) korte verplaatsingen met de auto ontmoedigen door zowel alternatieven te stimuleren
•
Kansen benutten voor meervoudig ruimtegebruik in
vervoerswijzen hebben in deze milieus een grote
(semi-)openbare ruimte.
kans van slagen.
als (doorgaand) autoverkeer te weren door middel • Meer loopen fietsstraten inrichten. Het ov-netwerk kan alleen goed functioneren als het goed is verknoopt met andere modaliteiten.• InLooproutes de toegankelijk maken voor mensen met van een andere verkeerscirculatie. • Meer 30km/uur-zones en -wegen creëren. beperking en die slecht ter been zijn. eerste plaats gaat dit om een goede verknoping met de netwerken voor langzaam verkeer: voetgangers � • Verblijfsgebieden zoveel mogelijk inrichten zonder en fietsers. Met goede loop- en fietsverbindingen wordt maximaal geprofiteerd van de aanwezigheid van Thematische uitgangspunten mobiliteit centrummilieu CID-Binckhorst stations en lightrail. Dat vereist ook goede voorzieningen om over te stappen op andere wijzen van vervoer, zoals voldoende ruimte voor (deel-)fietsen. De capaciteit op stations moet meegroeien met de toenemende 32 reizigersvraag. Daarmee liggen er (op termijn) opgaven bij zowel Den Haag Centraal Station voor realisatie van een extra volwaardige entree naar de terminal via het Prins Bernhardviaduct als voor uitbreiding van de mogelijkheid tot overstappen bij station Laan van NOI.
Voor reizigers van buiten Den Haag met een bestemming in bijvoorbeeld CID-Binckhorst of Voorburg, functioneren P+R-voorzieningen die aan het spoor- en lightrailnetwerk zijn gelegen. Deze voorzieningen zijn buiten CID-Binckhorst geplaatst; o.a. bij Forepark, Hoornwijck, Ypenburg, maar ook op grotere afstand bij station Lansingerland – Zoetermeer. Hier kunnen reizigers comfortabel overstappen van de auto op hoogfrequente ov-lijnen.
DRAGERS OV-NETWERK De belangrijkste dragers van het ov-netwerk zijn de lightrailverbindingen (vorm van openbaar vervoer die zich bevindt tussen een traditionele trein en een tram) en het spoor. De gemeente Den Haag zet in op de ontwikkeling van de Koningscorridor en de ZuidWestlandcorridor. De Koningscorridor verbindt het
32
CID snel en frequent met Scheveningen, de Internationale zone en via de Binckhorst met Zoetermeer en Delft. De ZuidWestlandcorridor zorgt ervoor dat het CID snel en frequent verbonden is met Den Haag Zuidwest, Loosduinen en het Westland. Op beide lijnen wordt ingezet op een substantiële versnelling en capaciteitsuitbreiding. Dat kan alleen plaatsvinden als deze ov-corridors grotendeels een eigen baan hebben, eventueel ongelijkvloers en met weinig kruisend verkeer. Rond de ov-corridors kunnen dan nieuwe stedelijke ruimtes worden gerealiseerd waarbij ook ruimte geboden wordt aan voetgangers, fietsers en verblijfskwaliteit.
INRICHTING OPENBARE RUIMTE De verdichting in CID-Binckhorst met woningen, werkgelegenheid en voorzieningen stelt hoge eisen aan de bereikbaarheid en de inrichting van de openbare ruimte. Het vereist een hoogwaardige openbare ruimte die innovatie en menselijke ontmoetingen stimuleert. Van een gefragmenteerd gebied met grote barrières naar één samenhangend gebied met hoge verblijfskwaliteit en prioriteit voor voetgangers en fietsers. Om goed te kunnen functioneren als centrummilieu moet CID-Binckhorst daarbij op alle schaalniveaus goed bereikbaar zijn, zonder de leef- en milieukwaliteit onder druk te zetten.
LEEFBAARHEID EN VERKEERSVEILIGHEID De symbiose tussen infrastructuur, landschap en architectuur is cruciaal, waarbij bereikbaarheid hand in hand gaat met een leefbare stad. Om daadwerkelijk een leefbare omgeving te maken worden aantrekkelijke openbare ruimtes, voldoende ruimte voor voetgangers en fietsers, autoluwe buurten, een sociaal en verkeersveilige omgeving, continue doorlopende routes voor langzaam verkeer, mobiliteit-hubs, oversteekbare infrastructuur en goed bereikbare HOV-voorzieningen gerealiseerd. Met de introductie van De Vlietlijn liggen er kansen om op structuurniveau van de stad en omliggende buurten in de buurgemeenten een bijdrage te leveren aan de vergroening van lange lijnen in de vorm van straten en lanen. Er wordt stedenbouwkundig en verkeerskundig (met het STOMP-principe) ontworpen vanuit het perspectief van de voetganger, of eigenlijk: vanuit de mens en de menselijke maat. Dit betekent gezond, actief en in interactie met de omgeving. Dit is het principe van ‘omgekeerd ontwerpen’. Aandachtspunt hierbij is dat de ontwerpvrijheid voor een HOV-tramverbinding in hoge mate wordt bepaald door de technische eisen die gesteld worden aan railvervoer.
Met de voorziene extra investeringen in het verbeteren van de leefbaarheid, verkeersveiligheid en doorstroming verbetert de leefomgeving van de Binckhorstlaan (Voorburg), de Prinses Mariannelaan en de Geestbrugweg sterk.
2.2 Beeldkwaliteit van De Vlietlijn
Op het schaalniveau van de metropoolregio Rotterdam-Den Haag vormt De Vlietlijn een nieuw segment op een bestaande route, die dwars staat op de hoofdrichtingen in het stedelijk landschap. Op dit schaalniveau is geen sprake van ruimtelijke continuïteit. De continuïteit zit wel in het comfort en kruisingsvrijheid van de lijn. Ook is er sprake van continuïteit in de groene uitstraling en/inbedding van de route, waarbij de uitwerking per tracédeel specifiek is. Daarom is het logisch om De Vlietlijn te ontwerpen met een eigen, kenmerkende signatuur, afgestemd op de specifieke deelgebieden die worden doorkruist: Sporendriehoek, Binckhorstlaan, Maanweg, Voorburg en Rijswijk. De Vlietlijn leest als een kralenketting van stedelijke situaties. De inpassing van De Vlietlijn is een uniforme opgave, waarbij de lijn door een reeks van drie unieke stedelijke situaties gaat. Daarbij verkleurt de context telkens van identiteit en schaal. De sensitiviteit om met elk van de situaties om te gaan is van groot belang voor de succesvolle inbedding van de mobiliteitsopgave. Openbare ruimte dient hier als belangrijke intermediair.
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
33
BOOK
ebieden
BARS
Vlietlijn is een uniforme opgave,
een reeks van drie unieke stedelijke
STEDELIJKE KNOOP
bij verkleurt de context telkens van
STEDELIJK TRANSFORMATIEPROJECT
De sensitiviteit om met elk van
HERINRICHTINGSPROJECT BINNEN BESTAANDE SITUATIE H.1
aan is van groot belang voor de
ng van de mobiliteitsopgave. Openbare belangrijke intermediair. De volgende
derscheiden: H.2
pgave Voorburg, Rijswijk en Lekstraat.
om een sensitieve inbedding in
ene woonstraten en een stadsstraat.
pgave de Binckhorst. De inbedding van
gave is dienend aan de planvorming
H.3
ckhorst. Bereikbaarheid van de nieuwe buurten, oversteekbaarheid,
penbare ruimte en goede overgangen
an centraal.
H.4
g van de Sporendriehoek,
rgangen en gebouw Bink36. Het
en essentieel schakelstuk tussen Er is sprake van een stapeling
Sporendriehoek
Binckhorstlaan en Maanweg
Voorburg/Rijswijk/Lekstraat
verkeerskundige, ruimtelijke en
H.5
he opgaves. De plek kan worden
gefragmenteerd, een barrière en
OPGAVE
OPGAVE
OPGAVE
Binckhorst • Integrale aanpak van ruimte, techniek en financiën • Verkenning 2 varianten Vlietlijn
• Leefbaar en duurzaam bereikbaar stadsdeel
• Herinrichting van bestaande woonstraten • Leefbare, bereikbare woonomgeving
• Realiseren cruciaal tussen CID en Afbeelding 5 schakelpunt Deelgebieden De Vlietlijn• Concretiseren Vlietlijn binnen visie Binckhorst
situatie. Een bescheiden houding is
ts om een optimale en aangename alle verkeersmodaliteiten tussen
mogelijk te maken en condities te
UITDAGINGEN
UITDAGINGEN
iteit en veiligheid van de fiets- en
• Stakeholders: o.a. ProRail, Bink36, HTM • Ruimtelijke kwaliteit • Toekomstig ontwikkelpotentieel en bereikbaarheid Sporendriehoek • Realiseerbaarheid eindoplossing
BOOK BARS
H.6
UITDAGINGEN
STATION DEN HAAG CS • Oversteekbaarheid en bereikbaarheid haltes Binckhorstlaan • Conflict ruimteclaims: onvoldoende ruimte voor ruimtelijke ambities STATION DEN HAAG • Groeiperspectief voor de lange termijn (30-40 jaar) LAAN VAN NOI van de profielen
edelijke ontwikkeling op termijn. De
derdoorgangen verdient speciale
• Integrale aanpak disciplines • Conflict ruimteclaims om de gewenste kwaliteit, veiligheid en functionaliteit te behalen • Meekrijgen omwonenden
MAP �
LEKSTRAAT
SPORENDRIEHOEK
H.1
57
elgebieden H.2
BINCKHORSTLAAN H.3
MAANWEG STATION DEN HAAG HS STATION VOORBURG
H.4
H.5
H.6
PR. MARIANNELAAN
BINCKHORSTLAAN - VOORBURG
MAP �
56
GEESTBRUGWEG
Afbeelding 6 Ligging van deelgebieden lang De Vlietlijn
� Onderzoek | Deelgebieden
De Vlietlijn zal zich vanuit de landschappelijke opgave vanuit MRDH-schaal moeten voegen naar onder andere landschappelijke patronen, structuren en elementen. Verankering is de samenvattende opgave op stedelijk niveau waarbij mobiliteit, landschap en architectuur maximaal in hun omgeving verankerd moeten worden. De Vlietlijn moet zich gaan kenmerken door de goede koppeling met het voetgangers- en fietsnetwerk. Daarbij is het onderdeel van de groenstructuur en voegt zich naar de stedelijke context (karakteristiek en programma van omgeving). De Vlietlijn krijgt een eigen architectonische signatuur dat bijdraagt aan de herkenbaarheid door de verschillende gebieden heen. Haltes hebben een modulaire opbouw en anticiperen op een veranderende stedelijke omgeving. De noodzakelijke civieltechnische bouwwerken om bestaande infrastructuurlijnen te kruisen dragen bij aan de integratie van de infrastructuur in de omgeving.
34
Het ontwerp wordt opgezet rondom negen uitgangsprincipes of generieke bouwstenen. Deze geven sturing aan de ruimtelijke kwaliteit en zijn een vertaling van globale doelstellingen en kaders op projectniveau, naar fysieke bouwstenen. Het resultaat van deze generieke bouwstenen is de herkenbaarheid en verankering van De Vlietlijn, ondanks dat deze door een divers stedelijk landschap rijdt. Voor de openbare ruimte wordt in hoofdlijnen uitgegaan van het benadrukken van de bestaande structuren als ook het vergroenen van de openbare ruimte. INSTRUMENT 2
•
INSTRUMENT 1
•
Bijdragen aan mobiliteitstransitie: inzetten van
INSTRUMENT 3
STOMP principe verstedelijkingsopgave CID-BH
Goede functionaliteit HOV: optimale
S T O M
Ruimte voor fiets en voetganger: continuïteit TAPPEN
•
doorstroom/reistijd, comfort, bereikbaarheid
lange lijnen en voldoende ruimte bieden in de
HOV, overstapmogelijkheden.
straatprofielen
BOOK
TRAPPEN V
HUB
BARS
P
H.1
1.
OPTIMALE REISTIJD, COMFORT EN
2.
OVERSTAPMOGELIJKHEDEN
KLAAR INSTRUMENT 4
STOMP ALS LEIDEND PRINCIPE
•
maken
3.
IN ALLE DEELGEBIEDEN
VOLDOENDE RUIMTE EN CONTINUÏTEIT VOOR LANGZAAM VERKEER
INSTRUMENT 6
INSTRUMENT 5
H.2• Aantrekkelijke (groene) openbare ruimtes
AAS
RIVÉAUTO
•
Mobiliteit optimaal geintegreerd met
Klimaatadaptief
openbare rumte. Het vormt geen barrière
H.3
H.4
4.
H.5
AANTREKKELIJKE (GROENE)
5.
OPENBARE RUIMTE MAKEN INSTRUMENT 7
•
MOBILITEIT GEÏNTEGREERD IN
Sociale veiligheid en levendigheid langs de lijn
•
van buurten/programma en ontwikkelkansen
H.6
KLIMAATADAPTIEF
9.
HERKENBARE ARCHITECTONISCHE
INSTRUMENT 9
INSTRUMENT 8
•
Bijdragen aan verstedelijksopgaven: ontsluiten
6.
OPENBARE RUIMTE. GEEN BARRIÈRE
Herkenbare architectonische vormgeving lijn, haltes en kunstwerken
mogelijk maken (en niet onmogelijk maken).
MAP
DE
N
HA
AG
RI
�
7.
KLAAR
JS
W
IJK
VO
OR
BU
RG
VERSTEDELIJKING MOGELIJK
8.
VEILIGHEID EN LEVENDIGHEID
MAKEN. ONTSLUITEN BUURTEN EN
LANGS DE LIJN. PROGRAMMA’S
VORMGEVING LIJN, HALTES EN
ONTWIKKELKANSEN VERZILVEREN
PLINTEN FACILITEREN
KUNSTWERKEN
KLAAR
Afbeelding 7 Ontwerpprincipes De Vlietlijn
82
� Ruimtelijke/functionele bouwstenen en ontwerpuitgangspunten | Generieke bouwstenen
UITWERKING GENERIEKE BOUWSTENEN 1. Goede HOV-functionaliteit • Optimale reistijd en comfort. • Bereikbaarheid vanuit omliggende buurten. • Vlotte overstap tussen fiets en HOV. • De Vlietlijn als continu verbindend element met ruimte voor HOV, groen, fiets, voetganger en auto
Vlietlijn
De Vlietlijn is een continu verbindend element met ruimte HOV, groen,als fiets,continu voetganger en auto Afbeelding 8 Devoor Vlietlijn verbindend element
70m
73,5
XL
50m
50
L
30m
<30m
29
M
S
De lijn maakt diverse schaalsprongen in het profiel
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
35
50
29
M
L
S
et profiel
2. Mobiliteitstransitie volgens STOMP-principe • Prioriteit voor voetgangers en fietsers. • Beperken ruimtebeslag door efficiënt ruimtegebruik. • Inrichten volgens CROW-handreiking met volgorde: voetganger > fietser > ov > auto. • gaatOversteekbaarheid maximaliseren doorheen qua programma’s, dichtheden en karakters 50
29
Afbeelding 9 Oversteekbaarheid maximaliseren
3. Goede verbindingen voor fiets en voetganger en continuïteit lange lijnen borgen • Fijnmazig netwerk dat aansluit op haltes. • Belangrijke rol voor (e-)fietsroutes. Deze metro-politane fietsroutes gaan de regio verbinden met Den Haag en daarmee ook het CID-Binckhorst.
� Ruimtelijke/functionele bouwstenen en ontwerpuitgangspunten | Visie Vlietlijn
Vlietlijn 4. Aantrekkelijke groene openbare ruimte • Draagt bij aan leefbaarheid en sluit aan op gebiedskarakter. • Er ontstaat een gevarieerde zone van groen-typologieën langs het tracé, zoals groene tramsporen, 1. De Vlietlijn is een continu verbindend element met ruimte voor HOV, groen, fiets, voetganger en auto parkzones, en stadsboulevards met bomen. • Groene tenzij 30m er zwaarwegende redenen zijn om daarvan af te wijken. 70minrichting is de standaard, 50m <30m
5. Mobiliteit verweven met openbare ruimte • Vlotte en veilige oversteken,L voetgangersvriendelijk. M S XL • HOV-haltes goed bereikbaar. 2. De lijn maakt diverse schaalsprongen in het profiel • Verschil in deelgebieden waar De Vlietlijn doorheen gaat qua programma’s, dichtheden en karakter. 73,5
50
29
73,5
50
29
Vlietlijn Afbeelding 10 Verschil in deelgebieden De Vlietlijn qua programma’s, dichtheden en karakters
3. Verschil in deelgebieden waar de Vlietlijn doorheen gaat qua programma’s, dichtheden en karakters
• De Vlietlijn maakt diverse schaalsprongen in het profiel
1. De Vlietlijn is een continu verbindend element met ruimte voor HOV, groen, fiets, voetganger en auto
70m
50m
30m
<30m
4. Oversteekbaarheid maximaliseren 50
73,5
29
M
L
XL
S
2. De lijn maakt diverse schaalsprongen in het profiel
Afbeelding 11 Diverse schaalsprongen in profiel De Vlietlijn � Ruimtelijke/functionele bouwstenen en ontwerpuitgangspunten | Visie Vlietlijn
73,5
50
3. Verschil in deelgebieden waar de Vlietlijn doorheen gaat qua programma’s, dichtheden en karakters
36
29
6. Klimaatadaptief ontwerp • De Vlietlijn draagt met zijn groene inrichting bij aan klimaatadaptatie, de groene trambaan beperkt stedelijke opwarming. • De aanwezigheid van bomen versterkt dit effect door schaduw en verdamping. • Veel aandacht voor ecologie met als doel het versterken van leefgebieden voor diverse soorten. • Regenwateropvang en -afvoer door verdiepte ligging of aangepaste bermen voor waterbuffers. 7. Stedelijke verdichting ondersteunen • De lijn mag geen barrière vormen voor ontwikkeling van omliggende buurten. 8. Sociale veiligheid • Levendigheid langs de lijn, voorkomen van doodse infrastructuur. 9. Architectonische kwaliteit • Haltes en civieltechnische bouwwerken passen goed in de stedelijke omgeving.
2.3 Kabels en leidingen
In het SO+ is een eerste inventarisatie uitgevoerd om ‘conflicterende’ ondergrondse kabels en leidingen in beeld te brengen. Dit zijn de zogenaamde categorie 1 kabels en leidingen, zoals de kabels en leidingen van TenneT, de GasUnie, Eneco en het transport van drinkwater. Bij de nadere uitwerkingen zal dit onderzoek verder worden gedetailleerd en zal het verleggen ook technisch worden uitgewerkt.
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
37
3 De Vlietlijn en de mobiliteitsmaatregelen Dit hoofdstuk beschrijft het tracé van De Vlietlijn en de bijbehorende mobiliteitsmaatregelen. De Vlietlijn is de hoofdmaatregel, aangevuld met een set aan maatregelen gericht op het verbeteren van de verkeersveiligheid en leefbaarheid in de wijken gelegen aan het tracé. Deze zijn onlosmakelijk verbonden met de uitwerking van De Vlietlijn. De overige maatregelen zijn gericht op het verbeteren van de bereikbaarheid van het gebied voor andere modaliteiten dan OV en het verder stimuleren van de mobiliteitstransitie. Deze maatregelen dragen bij aan het zo goed mogelijk functioneren van De Vlietlijn. In dit hoofdstuk wordt verder toegelicht dat er varianten zijn voor het tracé en de mobiliteitsmaatregelen en dat er gevoeligheidsanalyses zijn uitgevoerd. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een overzicht van de deelgebieden van het tracé.
dig 3.1 Tracé van De Vlietlijn ze De Vlietlijn loopt straks vanaf station Den Haag Centraal via de Lekstraat, Binckhorstlaan en Maanweg naar station Voorburg. Vanaf de Binckhorstlaan via de Prinses Mariannelaan en de Geestbrugweg gaat de tram richting Rijswijk en Delft. In onderstaande afbeelding is de route opgenomen.
n 5:
ge
Afbeelding 12 Tracé De Vlietlijn (nummers komen overeen met de tekst hieronder)
Figuur 4.3: Overzicht van de hierna beschreven tracédelen van de variant 1T.
De Vlietlijn halteert bij Den Haag CS (1) en maakt in het noordelijke deel van de Lekstraat (2), tussen de Rijnstraat en het Scheldeplein gebruik van de bestaande tramsporen. In het zuidelijke deel van de Lekstraat wordt nieuw spoor aangelegd. De Vlietlijn passeert de Sporendriehoek (3). Even verderop kruist De Vlietlijn de Supernovaweg. De Vlietlijn volgt de Binckhorstlaan (4) tot aan de Binckhorstbrug (5). Bij het kruispunt
38
Binckhorstlaan – Maanweg (tussen 5 en 8) scheiden de routes en rijdt een tram zowel in de richting van Station Voorburg als richting Rijswijk/Delft. Op de Maanweg (6) komt de baan van De Vlietlijn zo veel mogelijk aan de zuidkant, buiten/ naast de ecologische verbindingszone (met uitzondering van de halte). Tussen de Maanweg (6) en Station Voorburg (7) loopt De Vlietlijn langs de Huygenstraverse ). De inpassing is voorzien aan de kant van het spoortalud. In het Voorburgse deel van de Binckhorstlaan (8) is De Vlietlijn voorzien in een middenligging. Het is van belang op te merken dat de Geestbrug zelf en het water dat daar onder ligt tot het grondgebied van de gemeente Den Haag behoort. Daarom worden de Geestbrug en de wijzigingen die daar voorzien worden ook in dit hoofdstuk kort toegelicht. De voorgenomen tramhaltes zijn evenredig verdeeld over de lijn tussen Den Haag Centraal en station Voorburg (zie afbeelding 13 hieronder). De tramhaltes van De Vlietlijn worden onderverdeeld in twee typen: overstaphaltes en standaardhaltes, afhankelijk van het voorzieningenniveau. De op de afbeelding opgenomen halte Geestbrug komt aan weerszijden van het water.
CS
BOOK ks
Le
Laan van NOI
at
tra
BARS H.1
H.2
HS
rst
ho ck
Bin
H.3
eg
sw
riu
rcu
Me
g
laa
we
n
n Zo
jn
sli
bu
H.4
eg
nw
aa
M
Voorburg
8
,2
26
H.5
jn
sli
we ag
Ha
bu
23
an
ela
n ian
ar
g
.M Pr
H.6
MAP
g
we
ug
tbr
es
Ge
�
LEGENDA •
NS sporen
• •
Vlietlijn Vlietlijn over bestaand trams
• • • •
Randstadrail Tram Bus Radius 500m
Afbeelding 13 Tramhaltes De Vlietlijn 34
� Onderzoek | Stedelijke o
3.2 Varianten in het tracé van De Vlietlijn
In dit ontwerp van het Intergemeentelijke Gebiedsprogramma zijn voor het tracé van De Vlietlijn twee varianten opgenomen waarover nog een keuze moet worden gemaakt. De eerste keuze betreft de vraag of De Vlietlijn ter plaatse van de Sporendriehoek op maaiveld of in een tunnel wordt uitgevoerd (zie paragraaf
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
39
4.2.2, deel B). Bij de tweede keuze gaat het om de vraag of de eindhalte in Voorburg wordt aangelegd naast Opa’s Veldje of bij Station Voorburg (zie paragraaf 5.1.2). Voor beide onderdelen zijn de varianten onderzocht in het plan-MER en zijn de verschillende effecten in beeld gebracht. In de specifieke hoofdstukken die over deze deelgebieden gaan zijn deze varianten toegelicht en verder uitgewerkt.
3.3 Basispakket Mobiliteit
Om verder invulling te geven aan de mobiliteitsbehoeftes voor CID-Binckhorst is voor de middellange termijn een Basispakket Mobiliteit samengesteld15. Het doel van het Basispakket Mobiliteit is om CID-Binckhorst beter te ontsluiten. In het Basispakket Mobiliteit zitten verschillende maatregelen. Er is een set maatregelen gericht op het verbeteren van de verkeersveiligheid en leefbaarheid in de wijken gelegen aan het tracé en die zijn onlosmakelijk verbonden met de uitwerking van De Vlietlijn. Overige maatregelen zijn gericht op het verbeteren van de bereikbaarheid van het gebied voor andere modaliteit dan OV en het verder stimuleren van de mobiliteitstransitie. Deze maatregelen dragen bij aan het zo goed mogelijk functioneren van De Vlietlijn. De voorbereiding en uitvoering van de maatregelen kunnen voor een deel los van De Vlietlijn plaatsvinden, een ander deel maakt er onlosmakelijk onderdeel van uit, zoals verkeerscirculatiemaatregelen gericht op het weren van doorgaand verkeer en herinrichting. Het gehele Basispakket Mobiliteit, 15 maatregelen, is onderzocht in het plan-MER. De maatregelen 7, 10 en 11 zijn in het proces richting uitwerking SO+ afgevallen. Het voornoemde basispakket is nodig, omdat uit studies blijkt dat het autogebruik met dit pakket sterk gereduceerd kan worden.
Door realisatie van het Basispakket Mobiliteit wordt de afname van het autogebruik aanzienlijk versterkt en wordt daarmee sterker bijgedragen aan de beoogde mobiliteitstransitie. Ook wordt het gebruik van de fiets aantrekkelijker. De maatregelen uit het Basispakket Mobiliteit die onlosmakelijk verbonden met de uitwerking van De Vlietlijn zijn: Nr.
Omschrijving Basispakket Mobiliteit – uitwerking onderdeel van HOV-verbinding
3
Verlengde Velostrada kruising HOV en Binckhorstlaan
4
Fietsmaatregel: Schenktunnel langzaam verkeersverbinding opwaarderen
12
Herinrichting en fietsroute Pr. Mariannelaan (west) en Binckhorstlaan-Voorburg
15
Inrichting Lekstraat
16
Herinrichting Prinses Mariannelaan
17
Verkeersbelemmerende maatregel autoverkeer bij Geestbrug
18
Herinrichting Geestbrugweg
Deze maatregelen zijn verder uitgewerkt in de beschrijving per gemeente (zie hoofdstukken 4, 5 en 6, Deel B).
Dit Basispakket Mobiliteit komt naast het No Regret Pakket aan maatregelen, hiertoe is in het Bestuurlijk Overleg MIRT d.d. 20/21 november 2019 besloten. Het No-regretpakketgaat om maatregelen in zes categorieën: Hoogwaardig Openbaar Vervoer (bijvoorbeeld ombouw viaducten en verbeteren doorstroming), Langzaam Verkeer (fiets), Ruimtegebruik, Smart Mobility, Stations en Logistiek.
15
40
De overige maatregelen – niet direct verbonden aan De Vlietlijn – zijn: Nr.
Omschrijving Basispakket Mobiliteit – uitwerking onderdeel buiten HOV-verbinding
1
Trekfietstracé Den Haag – Voorburg/Rijswijk - Ypenburg/Leidschendam deel Binckhorst Het aanleggen of verbeteren van een doorgaande en snelle fietsroute die Den Haag, Voorburg/ Rijswijk en Ypenburg/Leidschendam verbindt via de Binckhorst.
2
Fietsroute Zonweg (Brug) De aanleg van een fietsvriendelijke brug over de Trekvliet in het verlengde van de Zonweg.
5
Parkeerhubs met verschillende vormen van deelvervoer Het creëren van plekken waar mensen gemakkelijk toegang hebben tot deelvervoer-middelen zoals elektrische fietsen, scooters of auto’s.
6
Algehele bevordering deel- en MaaS concepten Het stimuleren van deelmobiliteit en Mobility as a Service (MaaS), waarbij reizigers verschillende vervoersopties via een app kunnen plannen, boeken en betalen.
8
Uitbreiding van de bestaande (tijdelijke) fietsenstalling westzijde Den Haag Centraal Het vergroten van de capaciteit en kwaliteit van fietsenstallingen aan de westzijde van station Den Haag Centraal.
9
Uitbreiden fietsenstallingen station Voorburg Het uitbreiden van de fietsenstallingen bij station Voorburg.
13
Verbinding Binckhorst–Voorburg voor langzaam verkeer Het aanleggen of verbeteren van een veilige verbinding voor voetgangers tussen de Binckhorst en Voorburg ter hoogte van de Melkwegstraat en Heeswijkstraat.
14
Caballerobrug voor langzaam verkeer Het realiseren van een brug, specifiek bedoeld voor fietsers en voetgangers, over de Binckhaven tussen de omgeving van de Saturnusstraat (Titaan) en de kade bij de voormalige asfaltcentrale (HAC).
3.4 Variant Maatregelen Infrastructuur
In aanvulling op het Basispakket Mobiliteit zijn in het plan-MER vier maatregelenpakketten onderzocht ter bevordering van de leefbaarheid en doorstroming van verkeer. Doel van deze extra maatregelen is het verminderen van knelpunten door autoverkeer andere routes te laten rijden, bevorderen dat doorgaand verkeer voor het bovenliggend wegennet kiest en door de hoeveelheid kruisende stromen te verminderen. Daarmee wordt verdere groei van autoverkeer voorkomen, verbetert de verkeersveiligheid en worden belemmeringen voor doorstroming van de tram weggenomen. Dit zijn mogelijke oplossingsrichtingen voor het verder verbeteren van de verkeerscirculatie en alternatieven voor de auto. Deze variant is een verdere uitwerking en verdieping naar aanleiding van moties en vragen van onder andere maatregel 17 (verkeersbelemmerende maatregel autoverkeer bij Geestbrug) van het Basispakket mobiliteit.
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
41
In het Verkeersonderzoek De Vlietlijn zijn eerder de volgende zes verkeersmaatregelen uitgebreid geanalyseerd: 1. Verkeersbelemmerende maatregel Geestbrug voor autoverkeer. 2. Verkeersbelemmerende maatregel Binckhorstlaan ter hoogte van de Broeksloot voor autoverkeer. 3. Verkeersbelemmerende maatregel oude Tolbrug voor autoverkeer. 4. Verkeersbelemmerende maatregel Regulusweg ter hoogte van de Broeksloot voor autoverkeer. 5. Parallelbaan Binckhorstlaan volledig afkoppelen (5) of alleen richting de Mercuriusweg (5a). 6. Snelheidsverhoging Rotterdamsebaan van 70 naar 90 km/u16. Onderzoek naar de effecten van deze varianten wees uit dat de varianten op zichzelf niet tot het gewenste effect leiden omdat gemotoriseerd verkeer dat ergens wordt geweerd elders voor meer verkeer zorgt. De losse varianten sorteren op zichzelf dus netto onvoldoende positief effect. Daarom zijn als vervolgstap de zes varianten op logische manieren met elkaar gecombineerd, waarbij in totaal vier maatregelpakketten zijn samengesteld. De afzonderlijke maatregelen zijn op een abstracte wijze doorgerekend in het verkeersmodel om de verkeerseffecten in beeld te brengen. We hebben de ambitie om scociaal, economisch en recreatief verkeer tussen Rijswijk en Voorburg mogelijk te maken. Er liggen nog opties open voor een spits of gebiedsfilter.
Daarnaast onderzoeken we op dit moment al in het actieplan verkeersveiligheid of 30km/uur sowieso kan. De maatregelen vragen elk nog wel een nadere uitwerking per locatie. De maatregelpakketten zijn onder te verdelen in twee sets, waarbij pakket 1 en 3 tot doel hebben het doorgaande autoverkeer tussen Rijswijk en Voorburg te beperken en pakket 2 en 4 zich richten op het verkeer tussen Voorburg en Den Haag. Pakket 3 en 4 zijn daarbij voor het gemotoriseerd verkeer minder ingrijpende versies van respectievelijk pakketten 2 en 1. De maatregelpakketten zijn hieronder beknopt beschreven en in beeld gebracht. • Maatregelpakket 1: afsluiting van de Geestbrug voor autoverkeer en ontkoppelen van de parallelbaan Binckhorst. • Maatregelpakket 2: afsluiten Binckhorstlaan ter hoogte van Broeksloot en Regulusweg ter hoogte van Broeksloot, gedeeltelijk ontkoppelen van de parallelbaan Binckhorstlaan en verlagen van de maximumsnelheid op de Geestbrugweg en Prinses Mariannelaan naar 30 km/uur. • Maatregelpakket 3: éénrichtingsverkeer van de Binckhorstlaan en Regulusweg ter hoogte van de Broeksloot, gedeeltelijke ontkoppeling van de parallelbaan en verlagen van de maximumsnelheid op de Prinses Mariannelaan naar 30 km/uur. • Maatregelpakket 4: éénrichtingsverkeer op de Geestbrugweg en Oude Tolbrug en linksaf afkoppelen van parallelbaan Binkhorstlaan.
16 Ondezoek was uitsluitend gericht op effect van meer gebruik van de Rotterdamsebaan in beeld te brengen (andere aspecten, zoals de wenselijkheid vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, waren geen onderdeel van dit onderzoek).
42
De verkeersbelemmerende maatregelen worden op onderstaande afbeeldingen als ‘knip’ verwoord.
Afbeelding 14 Overzicht maatregelpakketten De Vlietlijn
Als gemeenten samen onderzoeken we ook nog enkele buitenscope kruispunten
3.5 Gevoeligheidsanalyses SO+
Naast de varianten in het tracé van De Vlietlijn en mobiliteitsmaatregelen zoals beschreven onder 3.3 en 3.4 zijn in het plan-MER gevoeligheidsanalyses (zie voor meer informatie paragraaf 2.5.1.4, Deel D) uitgevoerd. Het gaat hierbij om: • een hogere verkeersintensiteit Geestbrugweg • de verkeersinrichting van de Lekstraat • de aanleg van een tailtrack in de Lekstraat • inrichting Maanweg
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
43
3.6 Deelgebieden De Vlietlijn
De Vlietlijn gaat door een reeks deelgebieden die elk een uniek karakter hebben. Dit vraagt een gebiedsgerichte aanpak. In afbeelding 15 zijn de deelgebieden opgenomen. In de hierna volgende hoofdstukken worden deze deelgebieden uitgebreid beschreven.
LE T KS A RA
EK
HO
RIE
T
BOOK
D EN
OR
SP
BARS
H.1
HO CK BIN ORD O N
N
AA
TL
RS
H.2
H.3
S A’
JE
LD
VE
OP
H.4
M
H.5
AN
N
IO
AT
ST
O VO
G
UR
RB
N AA
TL
RS
HO CK BIN ID ZU
H.6
LA
NE
AN
I AR
.M
PR
MAP
�
78
EG
W
N AA
E
GE
EG
GW
RU
B ST
LEGENDA • • •
NS sporen Weg Indicatie Vlietlijn
• •
Hoofddietsroute Indicatie rooilijn/ bebouwing
• • • •
Voetgangersroute Water Groen Indicatie bomen
Afbeelding 15 De Vlietlijn door verschillende deelgebieden: Lekstraat, Sporendriehoek, Binckhorstlaan Noord, Binckhorstlaan Zuid, � Onderzoek | Deelgebieden Binckhorstlaan Voorburg, Maanweg, Geestbrugweg, Prinses Mariannelaan, Opa’s Veldje en Station Voorburg
44
4 De Vlietlijn – gemeente Den Haag In de hoofdstukken 4, 5 en 6 van dit deel B beschrijven we voor de gemeenten het tracé van De Vlietlijn, de ontwerpprincipes en geven we inzicht in de uitwerking van het SO+ en de overige mobiliteitsmaatregelen. We beschouwen de verhouding tot bestaand beleid en beschrijven de relevante moties. We doen dit in dit hoofdstuk voor Den Haag.
4.1 Integrale aanpak Lekstraat en omgeving Sporendriehoek
Met de komst van De Vlietlijn en de maatregel uit het basispakket mobiliteit om de Lekstraat opnieuw in te richten ontstaat er een kans om de Lekstraat en omgeving integraal op te pakken om de leefbaarheid te verbeteren. Deze paragraaf geeft inzicht in de opgaven en ambities voor de langere termijn die stapsgewijs zullen worden ingevuld. De realisatie van De Vlietlijn is hiervoor een eerste stap. De visie en ambities zoals beschreven in deze paragraaf gaan daarmee uitdrukkelijk verder dan waar de realisatie van De Vlietlijn in eerste instantie in zal voorzien. De Lekstraat vormt een belangrijke verbinding binnen het CID-Binckhorst.
De integrale aanpak gaat uit van verschillende doelstellingen en ambities voor dit gebied en geeft daarmee invulling aan de hoofdopgaven van: MOBILITEIT • Integreren van De Vlietlijn als onderdeel van de lange lijnen in de stad • De Lekstraat als onderdeel van de Centrumring die als hoofdverkeersroute het verkeer van en naar het centrum daaromheen geleid en als onondoorbroken verkeersader het CID en de Binckhorst met elkaar verbindt • De halte van De Vlietlijn aan de Lekstraat is te bereiken vanuit zowel de Rivierenbuurt als het Beatrixkwartier-Bezuidenhout West en voorzien van adequate routes voor voetgangers • De inpassing van de sterfietsroutes • De herinrichting van de infrastructuur verbetert de sociale veiligheid en verkeersveiligheid DUURZAAMHEID EN ONDERGROND • Het realiseren van een kenmerkende structuur van lange lijnen als groene drager die het CID en de Binckhorst met elkaar verbindt • De lange lijnen hebben bovendien een ecologische functie PROGRAMMA • Het mogelijk maken van grootschalige verstedelijkingsambities langs De Vlietlijn, hierbij wordt op essentiële knopen en haltes vooral gekeken naar woningbouw (waar kan binnen hindercontouren), voorzieningen en economisch programma • Karakter van het gebied veranderen door het verbeteren van de bestaande kwaliteit van de Rivierenbuurt en de toekomstige kwaliteit van de Sporendriehoek • Aanhelen van de Rivierenbuurt
met nieuw te realiseren programma en openbare ruimte Voor het gebied aan de Lekstraat wordt daarom ingezet op een doorgroeimodel, waarbij ingrepen in de bereikbaarheid de nieuwe ruimtelijke structuur rond de Lekstraat vastleggen. Voor deze opgaven is de volgende demarcatie uitgangspunt. Hierbij wordt opgemerkt dat deze zowel over het deelgebied ‘Lekstraat’ als het deelgebied ‘Sporendriehoek’ is gelegen. De hieronder opgenomen uitgangspunten zijn geen onderdeel van De Vlietlijn, tenzij dit uitdrukkelijk in paragraaf 4.2.1 en 4.2.2. is beschreven.
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
45
Gebiedsdemarcatie
• De projectgrenzen lopen t Haag Centraal tot aan de A
• De projectgrens bij de perr Centraal wordt op de eigen
• Langs het tramspoor aan d projectgrens tevens op de gelegd.
• Voor het doorrekenen van planvorming vanuit de Pla gebiedscemarcatie langs d Lekstraat en het Spoorboo
Afbeelding 16 Demarcatie Lekstraat
Door het herschikken van de ondergrondse infrastructuur zijn op termijn nieuwbouw en de gewenste kwaliteitssprong in de buitenruimte mogelijk. Met de opwaardering van de Schenktunnel en via een nieuwe loopverbinding naar de Sporendriehoek krijgt de halte aan de Lekstraat een significante vervoerswaarde (Rivierenbuurt, Beatrixkwartier en de Sporendriehoek). Collectief parkeren binnen de nieuwbouw aan de Lekstraat biedt ook ruimte voor nieuwbouwprogramma in de Sporendriehoek. Hiermee wordt de openbare ruimte voor parkeren geminimaliseerd. Het doorgroeimodel werkt verkeerskundig en programmatisch door evenals op duurzaamheid en de ondergrond. MOBILITEIT De wijkontsluiting van de Rivierenbuurt geschiedt via de Weteringkade (en aan de andere zijde aan de kant van de Ammunitiehaven). De aansluiting van de Lekstraat op de Amstelstraat en het Scheldeplein is nog in onderzoek. De ambitie is om een dubbel fietspad te realiseren aan de zijde van de woningen Lekstraat dat aansluit op het fietspad aan de Binckhorstlaan. Daarnaast speelt ook de bereikbaarheid van flankerende gebieden als de Sporendriehoek en Lekstraat Noord en Zuid een belangrijke rol, onder andere omdat ProRail, maar ook particuliere bedrijven en gebruikers afhankelijk zijn van ontsluitingen via de Lekstraat/ Binckhorstlaan.
Ruimtelijk gezien wordt ook rekening gehouden met een optie voor een mogelijke tailtrack (een ‘keerspoor’) voor de HTM tussen de toekomstige halte en de perceelsgrens NS. Ook de aanpassing van toegang tot de Schenktunnel door middel van een hellingbaan aan de kant van de Rivierenbuurt wordt verder onderzocht. Komende jaren moet ook het Schenkviaduct nog blijven functioneren. Op termijn wordt het viaduct afgewaardeerd waardoor er ook kansen ontstaan voor een alternatieve, parkachtige verbinding op een tweede maaiveld. Dit kunnen voor langzaam verkeer ook aantrekkelijke bovenwijkse verbindingen worden die toegang geven tot de deelgebieden in en rondom de Sporendriehoek.
46 46
Toekomstvisie Lekstraa Mobiliteit In de studie voor het verkeersnetwerk CID Binckhorst wordt voor de gehele Lekstraat uitgegaan van een 2x2 variant; 2 rijstroken de stad in en 2 rijstroken de stad uit, als onderdeel van de Centrumring. Hiermee maakt de Lekstraat onderdeel uit van het stelsel van de stedelijke hoofdroutes van Den Haag. Uit een eerste analyse lijkt het mogelijk om de Lekstraat op het deel tussen het Weteringplein en de Rijnstraat voor een deel in te richten met 2 rijstroken richting Binckhorst en 1 rijstrook richting Koningstunnel. Hiervoor is aanvullend een gevoeligheidsanalyse 2.5.2.4, Deel D). Met de uitgevoerd (zie 2.4.4.3 en 2.5.1.4, uitvoering van deze maatregel is de gewenste kwaliteitssprong in de openbare ruimte mogelijk. In het kader van de integrale aanpak zal deze maatregel verder in detail worden onderzocht of toepassing/ uitvoering mogelijk is waarna besluitvorming hierover plaats zal vinden. Afbeelding 17 Verkeerskundige uitgangspunten Lekstraat
DUURZAAMHEID EN ONDERGROND Het bundelen van de kabels en leidingen aan de zijde van de woningen Lekstraat heeft als doel het realiseren van de gewenste kwaliteitssprong in de openbare ruimte aan de zijde van De Vlietlijn. Het herstructureren van de kabels en leidingen ter hoogte van het bedrijventerrein is maatwerk, maar door verplaatsing naar het bedrijventerrein ontstaat aan de zijde van de Binckhorstlaan ruimte voor groen. De nieuw te realiseren gebouwen zullen waar mogelijk worden aangesloten op een collectief laag-temperatuursysteem dat uitwisselbaar is met de Sporendriehoek. Groen en klimaat
Toekomstvisie Lekstraa
Door het vergroenen (zie afbeelding 18) ontstaat ruimte voor innovatief gebruik van de openbare ruimte, zoals zonnepanelen, waterkratten en bijvoorbeeld e-bikes. Bij de herinrichting van de openbare ruimte wordt het ‘groen tenzij’ principe gehanteerd en wordt het bomenbeleid toegepast. Dit noemen we de ‘groene kapstok’. De bomen zijn essentieel voor de laanbeleving, de begeleiding van de infrastructuur, visuele uitstraling, uitzicht van bewoners en de blootstelling aan hittestress. Bij de herinrichting is de inzet om de verharding zoveel als mogelijk te beperken om ruimte te bieden voor groen en bomen voor schaduwwerking en het voorkomen van hittestress.
Afbeelding 18 Uitgangspunten duurzaamheid en ondergrond Lekstraat
INTERGEMEENTELIJK INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING DOORONTWIKKELING BINCKHORST, BINCKHORST, DE VLIETLIJN DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE EN GEOTHERMIE
47 47
PROGRAMMA De verdere uitwerking van De Vlietlijn bepaalt of en in welke mate bestaande bedrijven ter plaatse van het bedrijvencluster kunnen blijven bestaan. Dat heeft met fysieke werkzaamheden te maken voor de aanleg van De Vlietlijn maar ook of de bedrijven in de eindsituatie ontsloten kunnen worden. In het plan-MER is van onderstaande situatie uitgegaan.
Alle gebouwen in deelgebied Lekstraat Noord worden gesloopt
Voor de oostelijke rij panden Lekstraat-Zuid gaan we uit van sloop
Lekstraat-Zuid
Voor alle panden in de Sporendriehoek gaan we ervan uit dat ze gesloopt worden en vervangen worden door programma
Sporendriehoek
Voor de westelijke rij panden Lekstraat-Zuid gaan we uit van behoud
Afbeelding 19 overzicht mogelijkheden behoud/sloop bestaande functies
De verkeerskundige opgaven aan de Binckhorstlaan en de Lekstraat, maar ook de hiervoor beschreven kwaliteitsimpuls en vergroening van de openbare ruimte in en aan de Lekstraat zorgen ervoor dat met de komst van De Vlietlijn nieuwe bouwvelden ontstaan. Voor deze nieuwe bouwvelden is een substantieel economisch programma beoogd, zodat er kansen en verbeterde omstandigheden ontstaan voor bedrijvigheid in het gebied (denk aan uitstraling, bedrijfsruimte, ontsluiting). Voor het bedrijventerrein Lekstraat ontstaat ruimte voor 40-100 woningen en 15.000 m2 – 35.000 m2 bvo (bruto vloeroppervlak) aan bedrijfsruimten, kantoren en horeca. Door de nieuwbouw ter plaatse van de Lekstraat verandert het karakter van het gebied, kan de bestaande kwaliteit van de Rivierenbuurt verbeterd worden en zal worden aangesloten op de toekomstige kwaliteit van de Sporendriehoek. Door de komst van De Vlietlijn is het naar verwachting mogelijk om ook economisch programma toe te voegen buiten de demarcatie van de Lekstraat. Het gaat om extra ontwikkelingen die kunnen plaatsvinden op de kavel van Bink36 (particulier initiatief), ontwikkeling van de Sporendriehoek (29.400 m2 – 94.000 m2 bvo) en in de Rivierenbuurt. Dit zal nader onderzocht worden en afgestemd worden op de inpassing van De Vlietlijn.
4.2 Tracé De Vlietlijn Den Haag
De Vlietlijn halteert bij Den Haag CS (1) en maakt in het noordelijke deel van de Lekstraat (2), tussen de Rijnstraat en het Scheldeplein gebruik van de bestaande tramsporen. In het zuidelijke deel van de Lekstraat wordt nieuw spoor aangelegd. De Vlietlijn passeert de Sporendriehoek (3). Even verderop kruist De Vlietlijn ongelijkvloers de Supernovaweg. De Vlietlijn volgt de Binckhorstlaan (4) tot aan de Binckhorstbrug (5). Bij het kruispunt Binckhorstlaan – Maanweg (tussen 5 en 8) scheiden de routes en rijdt een tram zowel in de richting van Station Voorburg als richting Rijswijk/Delft.
48
een volledig Het tracé van De Vlietlijn heeft op twee punten aansluitingen met de gemeente Leidschendam Voorburg: op ardoor deze het Voorburgse deel van de Binckhorstlaan (8 op afbeelding 20) en bij de Maanweg waar het tracé richting station Voorburg loopt (tussen 6 en 7 op afbeelding 20). Ook is de Geestbrug (10 op afbeelding 20) op Haags grondgebied gelegen.
natief
ten daarvan 5:
agina 37 agina 37 agina 38 agina 39 agina 40 agina 42 agina 45 agina 46 agina 47 agina 48 agina 48
Afbeelding 20 Tracé De Vlietlijn
Figuur 4.3: Overzicht van de hierna beschreven tracédelen van de variant 1T. Op de Maanweg (6) komt de baan van De Vlietlijn aan de zuidkant, buiten/ naast de ecologische verbindingszone (met uitzondering van de halte). Tussen de Maanweg (6) en Station Voorburg (7) loopt De Vlietlijn langs de Huygenstraverse (naast het spoortalud). In het Voorburgse deel van de Binckhorstlaan (8) is De Vlietlijn voorzien in een middenligging. In de Prinses Mariannelaan (9), op de Geestbrug (10) en de Geestbrugweg (11) rijdt De Vlietlijn gemengd met het overige verkeer.
Voor Den Haag gelden (delen van) de volgende deelgebieden van het tracé van De Vlietlijn, aangegeven in afbeelding 21: • Lekstraat • Sporendriehoek • Binckhorstlaan Noord • Binckhorstlaan Zuid Masterplan Bereikbaarheid CID-Binckhorst 36 • Maanweg • Geestbrugweg (tbv de Geestbrug)
chtsrapportage
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
49
LE T KS A RA
EK
HO
RIE
T
BOOK
D EN
OR
SP
BARS H.1
N
AA
TL
S OR
H.2
H CK BIN ORD O N
H.3
JE
LD
E SV
A’
OP H.4
EG
NW
AA
M H.5
TL
RS
HO CK BIN ID ZU
H.6
AN
N
IO
AT
ST
O VO
G
UR
RB
N AA
LA
NE
N IA
AR
.M
PR
MAP �
E
GE
Afbeelding 21 De Vlietlijn door deelgebieden
78
EG
GW
RU
B ST
LEGENDA • • •
NS sporen Weg Indicatie Vlietlijn
• •
Hoofddietsroute Indicatie rooilijn/ bebouwing
• • •
Voetgangersroute Water Groen
•
Indicatie bomen
� Onderzoek | Deelgebieden
4.2.1 DEELGEBIED LEKSTRAAT In een drietal varianten is verkend hoe De Vlietlijn, langzaam verkeer en groen een plek in de Lekstraat kunnen krijgen. Concluderend wordt voor het deel tussen het Scheldeplein en de Rijnstraat (Den Haag CS) de bestaande situatie gehandhaafd, hierbij maakt De Vlietlijn gebruik van het bestaande spoortracé met een beperkte herinrichting van het profiel. Er is niet genoeg ruimte om aan alle ambities te kunnen voldoen. Wel blijft toekomstige transformatie mogelijk. De Vlietlijn ligt in alle varianten aan de oostzijde en sluit bij het Scheldeplein aan op bestaand spoor. De halte komt aan de westzijde van het Schenkviaduct, is goed bereikbaar vanuit meerdere richtingen en nabij de entree van de fietstunnel. De komst van De Vlietlijn en de hiervoor noodzakelijke verwerving van panden biedt enige kans voor vergroening van de Lekstraat, vooral rond de halte en hellingbaan naar de fietstunnel. Uitgangspunt van het voorkeursalternatief is 2x2 rijstroken met aan de oostzijde bomen en een groene berm in plaats van parkeerplekken. Wel is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd voor een uitvoering van 2 rijstroken + 1 rijstrook (zie paragraaf 2.4.4.3 en 2.5.1.4, Deel D) om te bezien of en hoe meer ruimte voor groen en langzaam verkeer mogelijk is.
De langzaamverkeersroute tussen Den Haag CS en Binckhorst ligt idealiter aan de bebouwingszijde vanwege levendigheid en sociale controle. Ook wordt daarmee aangesloten op het profiel Rijnstraat met de daar gelegen functies. Voor een goede hoofdroute zijn een 3m voetpad en 4m fietspad nodig, maar door ruimtegebrek in de Lekstraat is dit niet haalbaar. Aandachtspunten zitten verder in de bereikbaarheid van de bestaande bedrijven ter hoogte van de Koningstunnel en het niet kunnen verschuiven van de tunnelbak.
50
Samengevat zijn dit de ontwerpprincipes voor dit deelgebied: • Ambitie voor een groene stadsstraat (groene loper) tussen de Rivierenbuurt en de sporenbundel. • De groene loper start aan de zuidzijde bij de Lekstraathalte met de aanleg van De Vlietlijn. Op termijn kan deze groenstructuur worden doorgezet tot aan CS bij een verdere transformatie van de Lekstraat. • Op termijn groen aan de buurtzijde maken door middel van een bomenrij • Groene erfafscheiding tussen NS-eigendom en De Vlietlijn. • Tramhalte en hellingbaan/fietswokkel in een groene ruimte plaatsen. De hellingbaan is sociaal veilig door flauwe taluds. • Een robuuste langzaamverkeersverbinding aan de buurtzijde voor sociale veiligheid en levendigheid (ogen op de straat). Voor nu wordt het bestaande profiel met twee enkelzijdige fietspaden gehandhaafd. • Toegang tramhalte via noordzijde ter hoogte van Merwedestraat en via de kruising Weteringkade. • De gekozen ligging van De Vlietlijn maakt transformatie van de Lekstraat in de toekomst nog steeds mogelijk.
E’
BOOK
B E
BARS
D’
D
H.1
Le at
tra
ks
C’
nk
C
B’
g
we
t
a ra
lst
ste
Am
he
Sc
H.2
P
H.3 B
t
a ra
lst
aa W
H.4 A’
H.5 in
ple
lde
he
Sc
A
LEGENDA
H.6
• • • • F• •
t
MAP
a tra es
ld
he
Sc
122
Afbeelding 22 Deelgebied Lekstraat
ct
du
via
nk
he
Sc
�
de
ka
nk
he
Sc
F
O
• • • • • B• P• O•
NS sporen Weg Indicatie Vlietlijn Hoofdfietsroute Zoeklocatie fietstalling Indicatie rooilijn/ bebouwing Voetgangersroute Water Groen Indicatie bomen Kunstwerk Bedrijven Parkeerterrein ProRail Opstelterrein ProRail
� Ruimtelijke/functionele bouwstenen en ontwerpuitgangspunten | Lekstraat: Groene loper naar het centrum
4.2.2 DEELGEBIED SPORENDRIEHOEK De Sporendriehoek is een gefragmenteerd gebied door de infrastructuur. De Vlietlijn vergroot deze fragmentatie, maar moet zich goed aanpassen aan de omgeving. De Vlietlijn en Binckhorstlaan domineren het gebied. Door de half verdiepte ligging vormt De Vlietlijn een barrière tussen de Binckhorstlaan en het achterliggende gebied, waardoor koppeling lastig kan zijn. Door vergroening en oplossingen voor slimme koppelingen met de Binckhorstlaan wordt geprobeerd toch rust en samenhang te creëren. De Binckhorstlaan verbindt groene ruimtes als deel van de ‘groene kapstok’. Vergroening is lastig bij de onderdoorgang, vooral tussen de Supernovakruising en de spoorboog. Een boulevard met bomen is aanwezig aan de zuidzijde, maar doortrekken is moeilijk. Een flexibelere strategie met meer groen langs de
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
51
randen en entrees is beter haalbaar. De sociale veiligheid wordt ook verbeterd in dit deelgebied. Dit gebeurt door het maken van aantrekkelijke openbare ruimtes aan de langzaamverkeersroutes. Dit vergroot de sociale controle en daarmee verlaagt het de kans op het plaatsvinden van feitelijke criminaliteit en het vergroten van het gevoel van veiligheid. De Sporendriehoek is een belangrijk schakelstuk tussen de Binckhorst en het CID. Het moet als schakelstuk fungeren, hiervoor zijn een viertal ontwerpprincipes sturend voor de inpassing van De Vlietlijn. In het voorkeursalternatief is uitgegaan van een maaiveldvariant. Voor de maaiveldvariant pakken deze ontwerpprincipes als volgt uit: DE VLIETLIJN DOOR DE SPORENDRIEHOEK • Inpassing van De Vlietlijn zo eenvoudig mogelijk om de fragmentatie in de omgeving niet verder te vergoten. • Belangrijke aanlooproutes vanuit de Sporendriehoek naar de Lekstraathalte zorgen voor goede bereikbaarheid van De Vlietlijn en de ontsluiting van de Sporendriehoek. NETWERK LANGZAAM VERKEER • De Binckhorstlaan is de hoofdroute voor langzaam verkeer en verbindt de deelgebieden. Idealiter heeft de Binckhorstlaan aan weerszijden een robuuste opzet, echter bij de maaiveldligging van De Vlietlijn is aan de oostzijde van de Binckhorstlaan slechts ruimte voor een 1 richtings-fietspad.
• Van de drie gewenste verbindingen (naar HABO, Bink36 en de Sporendriehoek) zijn er door de helling maar twee verbindingen goed uitvoerbaar. • Door de maaiveldligging vormt De Vlietlijn een barrière tussen Binckhorstlaan en achterliggende functies. Deze kunnen minder goed worden gebruikt • Bij Bink36 botsen verkeersstromen; langzaam verkeer wordt geconfronteerd met zeer indirecte routes. • De kruising voor toegang tot de Sporendriehoek is onveilig en krap voor fietsers en voetgangers. De Velostrada sluit niet aan op de Binckhorstlaan; fietsers moeten omrijden. • Bink36 is voor langzaam verkeer alleen via de achterkant bereikbaar. ONTSLUITING AUTO • De auto-ontsluiting verloopt via de Binckhorstlaan, maar de toegang tot de Sporendriehoek is lastig door de 10% helling over De Vlietlijn en kruising met langzaam verkeer. • Door de maaiveldligging vormt De Vlietlijn een barrière tussen Binckhorstlaan en achterliggende functies. Deze kunnen minder goed worden gebruikt. GROEN IN DE SPORENDRIEHOEK • De Binckhorstlaan verbindt groene ruimtes, maar vergroening is beperkt door de trambaan. • Groene taluds kunnen bijdragen aan de hoofdgroenstructuur. • Buiten de verschillende onderdelen heeft de Binckhorstlaan echt een laankarakter; de groene grens ligt bij de Supernovaweg en het Schenkviaduct.
52
BOOK
e architectuur van de kunstwerken in de Sporendriehoek
ingetogen en dienstbaar aan de context, de kunstwerken
BARS
estaan uit de tunnelmonden aan de noord- en zuidzijde
an het gebied. Een bijzonder punt is verder de kop
an Bink36 die doorsneden wordt door de Vlietlijn.
aast een technisch/financiële uitdaging is dit ook een
H.1
chitectonische kans op de Vlietlijn. Voor de kop zijn een
antal architectonische scenario’s ontwikkeld.
ekken tussen de verschillende infrastructuurlijnen zijn
he
eel van de ontwerpopgave. Vergroening op de flanken
Sc
an de Binckhorstlaan is bij de maaiveldvariant niet goed
t
uc
d via
nk
indicate 3e spoor
e Binckhorstlaan is onderdeel van de ‘groene kapstok’
n verbindt aanliggende groene ruimtes. De groene
H.2
k
oe
eh
ri nd
ore
Sp
ek
ho
rie
nd
ore
Sp
6
k3
Bin
ogelijk vanwege de tunnelbak, met name tussen de
H.3
upernovakruising en de spoorboog HS-Utrecht.
6
K3
an de zuidzijde van de Supernovakruising heeft de
BIN
nckhorstlaan een duidelijke boulevardtypologie
et meerdere rijen bomen. Het doorzetten van deze
H.4
omenstructuur over de kruising heen door de ‘flessenhals’
nder de sporen wordt gezien als zeer ingewikkeld
HABO
anwege de beperkte ruimte in het profiel, de ondergrond
et K&L en de betonnen bak van de onderdoorgangen.
H.5
en meer flexibele strategie waarbij de flanken van de
nckhorstlaan en de entreegebieden van de programma’s
evig in de bomen worden gezet is haalbaarder. H.6
Afbeelding 23 Maaiveldvariant
MAP
In aanvulling op de maaiveldvariant van het Voorkeursalternatief is ook een tunnelvariant onderzocht. Voor de tunnelvariant zijn vervolgens weer 3 varianten geschetst, waarbij verschillende ontsluitingen van de bestaande programma’s en deelgebieden in de Sporendriehoek voor langzaam verkeer � en auto zijn onderzocht. De voorkeur heeft de variant met de autotoegang Sporendriehoek door Lekstraat Zuid en langzaam verkeer door de bestaande onderdoorgang Oude Lijn. 133
| Sporendriehoek: Schakelstuk CID - Binckhorst
Ook hier zijn de ontwerpprincipes toegepast. Dit levert het volgende beeld:
DE VLIETLIJN DOOR DE SPORENDRIEHOEK: • Optimale doorstroming zonder barrièrewerking door de ondergrondse ligging. Mogelijkheid voor centrale ondergrondse halte die de looproutes naar de programma’s in de Sporendriehoek verkort (zie oranje cirkel) • De ondergrondse ligging van De Vlietlijn doorkruist de fundering van de kop van Bink 36. Om die reden zal een deel van het gebouw moeten worden gesloopt en de ruimte heringericht (onbebouwd of bebouwd).
1.2
Haltepositie CS
CS
Bij de tunnelvariant voor de Sporendriehoek zijn twee halteposities mogelijk.
Een Lekstraathalte die op het maaiveld ligt en dezelfde opzet heeft als in de
maaiveldvariant voor de Sporendriehoek en een alternatieve ondergrondse halte
m 00
m 00
10
10
die centraal in de Sporendriehoek ligt. De betekenis van beide haltes verschilt
echter:
EIGENSCHAPPEN LEKSTRAATHALTE:
•
•
•
•
Laan van NOI
Laan van NOI
t
traa
ks
Le
0m
50
De Lekstraathalte ligt in goede sequentie met dekkingsgebieden van de
36
Bink
Vlietlijn. Looproutes vanuit de Sporendriehoek naar de Lekstraat zijn cruciaal. De
0m
50
route Binckhorstlaan is de meest logische route.
HS
HS
De vraag is wat de daadwerkelijke impact van de Lekstraathalte voor de
Mer
s
riu
cu
gebruikers uit de Rivierenbuurt en Bezuidenhout is, gaan deze niet direct
s
riu
cu
Mer
naar Den Haag CS?
Voorburg
Voorburg
Bezoekers van de HABO en Bink36 kunnen kiezen tussen de Mercuriushalte
eg
eg
nw
nw
Zo
Zo
en Lekstraathalte. De loopafstand is hetzelfde. Waarschijnlijk is de Mercuriushalte qua looproute directer.
EIGENSCHAPPEN CENTRALE ONDERGRONDSE HALTE IN DE SPORENDRIEHOEK:
•
•
•
Een centrale haltepositie in de Sporendriehoek heeft voordelen qua loopafstanden en routes voor de programma’s Bink36, HABO en Sporendriehoek. Deze en eventuele toekomstige programma’s in de Sporendriehoek worden op een hele directe manier door de Vlietlijn ontsloten. Een consequentie van een centrale halte is dat er meer overlap tussen de dekkingsgebieden met de Mercuriushalte ontstaat. Echter, aan de zuidzijde van de Vlietlijn is er ook een grotere overlap tussen de dekkingsgebieden van de verschillende haltes. De Rivierenbuurt en Bezuidenhout worden bediend door CS in plaats van de Lekstraathalte. Dit hoeft geen probleem te zijn. Het HOV-knooppunt Den Haag CS heeft ook een groter bereik dan het dekkingsgebied van een
Afbeelding 24 Locatie halte Lekstraat (links) vs. Bink36 (rechts)
Halte Lekstraat
Centrale ondergrondse halte in de Sporendriehoek
Vlietlijnhalte.
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE 10
Sporendriehoek Tunnelvariant | Haltepositie Sporendriehoek Tunnelvariant | Haltepositie
11
53
NETWERK LANGZAAM VERKEER: • Door de tunnel kan de Binckhorstlaan beter met een continu profiel worden ontworpen. Er is een tweezijdig fietspad mogelijk aan beide zijden. • De Velostrada kan met de oostzijde Binckhorstlaan worden verbonden. ONTSLUITING AUTO • Meerdere opties mogelijk; verbeterde ontsluiting voor de auto (ook voor Bink36 en HABO) GROEN IN DE SPORENDRIEHOEK; • Vergroening in het profiel, op de flanken is beter mogelijk. • Kansen voor vergroening op de tunnel, en de groene taluds onderdeel te laten zijn van de hoofdgroenstructuur
len aan de Binckhorstlaan, de
ndriehoek.
unstwerken in de Sporendriehoek
ar aan de context. De kunstwerken
nden aan de noord- en zuidzijde
nder punt is verder de kop van
wordt door de Vlietlijn. Naast
iële uitdaging is dit ook een
or de Vlietlijn. Voor de kop zijn een 3e spoor
scenario’s ontwikkeld.
indicate
erdeel van de ‘Groene kapstok’
groene ruimtes. De groene
k
oe
eh
dri
n ore
sp
6
k3
Bin
hillende infrastructuurlijnen
opgave. Vergroening op de
tlaan is beter mogelijk bij de
6
K3
maaiveldvariant, met name tussen
BIN
de spoorboog HS-Utrecht.
Supernovakruising heeft de
elijke boulevardtypologie
n. Het doorzetten van deze
kruising heen door de ‘flessenhals’
HABO
eschouwd als zeer ingewikkeld
mte in het profiel, de ondergrond
K&L) en de betonnen bak van de
meer flexibele strategie waarbij
orstlaan en de entreegebieden
ig in de bomen worden gezet, is
Afbeelding 25 Tunnelvariant
Uit een eerdere analyse op hoofdlijnen blijkt dat de tunnelvariant beter scoort op het gebied van bereikbaarheid en verkeer. De verkeersafwikkeling van zowel HOV als auto en fietsers en voetgangers is bij de tunnelvariant beter doordat het passeren van kruisingen niet aanwezig is. Hierdoor worden vertragingen voorkomen, kan De Vlietlijn ongehinderd dit gebied passeren en kan de verkeersveiligheid voor al het verkeer worden verbeterd. Looproutes worden korter, en ook zijn er meer kansen voor vergroening en aansluiting op 7 de hoofdgroenstructuur. De tunnelvariant zorgt voor een efficiëntere infrastructuur en betere aansluiting op de omgeving. Daarentegen is de tunnelvariant minder eenvoudig om te realiseren en kent meer complexe bouwfaseringen. Deze complexiteit brengt ook hogere kosten met zich mee. Deze kosten worden aangevuld met noodzakelijke aanpassingen aan bestaande infrastructuur om de tunnelvariant mogelijk te maken. Zowel de maaiveldvariant als de tunnelvariant zijn onderzocht in het plan-MER (zie 2.5.2.3, Deel D).
54
MAAIVELDVARIANT
Lekstraat Z
TUNNELVARIANT
Sporendriehoek
Lekstraat Z
Sporendriehoek
Bink36 e.o.
Bink36 e.o.
HABO
VOLDOET NIET
HABO
VOLDOET NIET AAN ALLES
VOLDOET
VOLDOET NIET
1. Leefbaarheid en verstedelijking
1. Leefbaarheid en verstedelijking