RIS322968 Bijlage 0 Intergemeentelijk Gebiedsprogramma (IGP)
Tekst van het document
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA Doorontwikkeling Binckhorst, De Vlietlijn en Geothermie
INHOUDSOPGAVE DEEL A
INLEIDING
15
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
16 17 18 19 19 20 21
1 INLEIDING INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA BESCHRIJVING AMBITIE WAAROM ÉÉN INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VARIANTEN IN UITWERKING KORTE BESCHRIJVING DE VLIETLIJN (DEEL B) KORTE BESCHRIJVING DOORONTWIKKELING BINCKHORST (DEEL C) KORTE BESCHRIJVING MILIEUEFFECTEN EN VERVOLG (DEEL D) LEESWIJZER
DEEL B
VLIETLIJN
23
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
24 25 29 29 30 30
1 INLEIDING DE VLIETLIJN AMBITIE EN OPGAVEN CID-BINCKHORST SAMENWERKING IN MIRT-PROJECT HUIDIGE FASE MIRT-PROCES: PLANNING- EN STUDIEFASE PARTICIPATIE STAKEHOLDERS HTM/PRORAIL VERVOLG
24
2 SO+ DE VLIETLIJN
31
2.1 2.2 2.3
31 33 37
DOELSTELLINGEN SO+ BEELDKWALITEIT VAN DE VLIETLIJN KABELS EN LEIDINGEN
3 DE VLIETLIJN EN DE MOBILITEITSMAATREGELEN
38
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
38 39 40 41 43 44
TRACÉ VAN DE VLIETLIJN VARIANTEN IN HET TRACÉ VAN DE VLIETLIJN BASISPAKKET MOBILITEIT VARIANT MAATREGELEN INFRASTRUCTUUR GEVOELIGHEIDSANALYSES SO+ DEELGEBIEDEN DE VLIETLIJN
4 DE VLIETLIJN – GEMEENTE DEN HAAG
45
4.1 4.2
45 48 50 51 56 57 58 60 61 61 61 61 61
INTEGRALE AANPAK LEKSTRAAT EN OMGEVING SPORENDRIEHOEK TRACÉ DE VLIETLIJN DEN HAAG
4.3
2
16
4.2.1
Deelgebied Lekstraat
4.2.2
Deelgebied Sporendriehoek
4.2.3
Deelgebied Binckhorstlaan Noord
4.2.4
Deelgebied Binckhorst Zuid
4.2.5
Deelgebied Maanweg
4.2.6
Deelgebied Geestbrugweg ter plaatse van de Geestbrug
BASISPAKKET MOBILITEIT, DEN HAAG
4.3.1
Fietsroute Zonweg (brug)
4.3.2
Verlengde Velostrada kruising HOV Binckhorstlaan
4.3.3
Fietsvoorzieningen westzijde Den Haag Centraal
4.3.4
Doortrekken Haagse Loper CS Oost
4.4 4.5
4.3.5
Verbinding Binckhorst-Voorburg voor langzaam verkeer
4.3.6
Caballerobrug voor langzaam verkeer
4.3.7
Fietsparkeervoorzieningen bij HOV-haltes
RELATIE MET BESTAAND BELEID MOTIES
61 62 62 62 63
5 LEIDSCHENDAM-VOORBURG
65
5.1
65
TRACÉ DE VLIETLIJN LEIDSCHENDAM – VOORBURG
5.2
5.1.1
Deelgebied Maanweg
66
5.1.2
Deelgebied Opa’s veldje /station Voorburg
67
5.1.3
Deelgebied Binckhorstlaan Voorburg en Prinses Mariannelaan West
69
BASISPAKKET MOBILITEIT, LEIDSCHENDAM-VOORBURG
RELATIE MET BESTAAND BELEID MOTIES
70 70 71 71 71 72 72
6 DE VLIETLIJN – GEMEENTE RIJSWIJK
75
6.1
75 76 77 77 78 78
5.2.1
Prinses Mariannelaan Oost
5.2.2
Uitbreiden fietsenstallingen station Voorburg
5.2.3
Verbinding Binckhorst - Voorburg (t.h.v. Melkwegstraat/Heeswijkstraat)
5.2.4
Fietsparkeervoorzieningen bij HOV-haltes
5.3 5.4
TRACÉ DE VLIETLIJN RIJSWIJK
6.2 6.3 6.4
6.1.1
Deelgebied Geestbrugweg
6.1.2
Kruising Haagweg-Geestbrugweg
BASISPAKKET MOBILITEIT, RIJSWIJK RELATIE MET BESTAAND BELEID MOTIES EN AMENDEMENT
DEEL C
GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST EN GEOTHERMIE
1 INLEIDING 2 INTEGRALE GEBIEDSONTWIKKELING 2.1
BETEKENIS VOOR DEN HAAG
81 82 83
2.3.1
Organische gebiedsontwikkeling en huidig omgevingsplan
2.3.2
Naar een wijziging omgevingsplan
2.3.3
Het Gebiedsprogramma Binckhorst
83 83 83 84 84 84 84 85 86 86 87 87 87 88
2.3.4
Het ontwikkelkader
88
2.1.1
Den Haag Groeit
2.1.2
Ruimte voor stedelijke opgaven
2.1.3
De Binckhorst: centraal gelegen en bereikbaar
2.1.4
Van extensief naar hoogstedelijk leefgebied
2.2
OPGAVE VOOR DE BINCKHORST
2.3
2.2.1
De doorontwikkeling
2.2.2
Nieuwe betekenis voor de stad
2.2.3
Stapsgewijze ontwikkeling
2.2.4
Hoofdopgaven voor de Binckhorst
KADERS VOOR DE DOORONTWIKKELING
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
3
3 DE ESSENTIE VAN DE BINCKHORST
89
3.1 3.2 3.3
3.4.1
Bereikbaar en verbonden
89 89 90 90 90 91 91 91 92 92
3.4.2
Beter verbonden en meer toegankelijk
92
93 93 93 93 93 94 94 94 94 95 95 95 96 96 96
3.4
BINCK EN HORST: VERRASSENDE STADSWIJK DE VIER PRINCIPES SYMBIOSE VAN OUD EN NIEUW 3.3.1
Karakteristiek en innovatief
3.3.2
Benutten Binckplekken
3.3.3
Gezicht naar het water
3.3.4
Stadswijk van de toekomst
3.3.5
Versterken innovatief en creatief klimaat
VERANKERD IN DE STAD
3.5
3.6
3.4.3
Scheiden van stromen en de mens centraal
3.4.4
Hubs en deelmobiliteit
3.4.5
Bouwverkeer
GROEN OM DE HOEK 3.5.1
Groen en gezond
3.5.2
Naar een klimaatbestendige Binckhorst
3.5.3
Bovenal natuurlijk
3.5.4
Rust, ruis en reuring
3.5.5
Vitaal en gezond
COMPLETE STADSWIJK 3.6.1
Levendig en gemengd
3.6.2
Maximaal gemengd
3.6.3
Stedelijk werkgebied
3.6.4
Vier karakteristieke kwartieren
3.6.5
Afgeronde buurtjes
4 VISIE OP GEBIEDSNIVEAU
97
4.1
97 97 97 97 98 99 100 100 100 101 101 102 103 103 103 103 104
4.2
RUIMTELIJK CONCEPT 4.1.1
Europese stadswijk van de 21e eeuw
4.1.2
Het Europese stadsmodel voor een echte stadswijk
4.1.3
Een fijnmazig stedelijk weefsel
4.1.4
Een Gelaagde bebouwing van stadsblokken
EEN VERRASSEND ONDERDEEL VAN DEN HAAG Verrassende kant van het Haagse centrum
4.2.1
4.3
4.2.2
Lange lijnen verbinden
4.2.3
Haags Stadspark aan de trekvliet
4.2.4
Haagse Stadskwartieren
RUIMTELIJKE VERBEELDING VAN DE VIER PRINCIPES 4.3.1
4.4
4
Een goed stuk stad
NETWERKEN 4.4.1
Verankerd in de stad
4.4.2
Adaptief, flexibel en duurzaam
4.4.3
Meer actieve mobiliteit
4.4.4
Ontvlechten doorgaand verkeer en bestemmingsverkeer
4.4.5
4.5
Autoluwe buurten met veel ruimte voor groen
VOETGANGERS 4.5.1
Een samenhangend netwerk
4.5.2
Aantrekkelijke routes en verblijfsplekken
4.6
FIETSERS 4.6.1
Netwerk van doorgaande fietsroutes
4.6.2
Goede parkeervoorziening voor fietsers en scooters
4.7
OPENBAAR VERVOER 4.7.1
Goed openbaar vervoer cruciaal
4.7.2
De Vlietlijn
4.8
AUTOVERKEER
104 105 105 105 106 106 106 106 106 107 107
4.8.1
Mobiliteitstransitie
107
4.8.2
Scheiden van lokaal en doorgaand verkeer
108
4.9
PARKEREN
108
4.9.1
Parkeerbehoefte die past bij hoogstedelijk gebied
108
4.9.2
Centrale parkeerhubs
109
4.9.3
Diverse doelgroepen maken gebruik van parkeerhubs efficiënt
109
4.10
BINCKHORSTLAAN
110
4.10.1
Een laan met eenheid in verscheidenheid
110
4.10.2
Binckhorstlaan Noord (Deel Lekstraat-Mercuriusweg)
111
4.10.3
Binckhorstlaan Midden (Mercuriusweg-Zonweg)
111
4.10.4
Binckhorstlaan Zuid (Zonweg-Maanweg)
111
LOKALE HERNIEUWBARE ENERGIEBRONNEN
111
4.11
4.11.1
Ambities en uitgangspunten
111
4.11.2
Mix aan bronnen in de Binckhorst
112
4.11.3
Energiestrategie per deelgebied
113
4.11.4
Energie
114
4.12
NETWERKEN IN DE ONDERGROND
114
4.12.1
Ondergrond in relatie tot openbare ruimte
4.12.2
Maatwerk per fase
114
BINCKHORST CIRCULAIR LANDSCHAP
115 117
4.13 4.14
114
4.14.1
Groenvisie
117
4.14.2
Klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid op elk schaalniveau
118
4.14.3
Een robuuste structuur
120
4.14.4
Waterfrontpark
124
4.14.5
Levendige groene plekken
125
4.14.6
Maximaal groene profielen
126
4.14.7
Verrassende waterkant
127
4.14.8
Daken, hoven en tuinen
127
4.14.9
Sport en spel
128
4.14.10 Beheer en onderhoud
4.15
PROGRAMMA
128
134
4.15.1
Wonen, werken en voorzieningen maximaal gemengd
134
4.15.2
Een nieuwe mix voor de Binckhorst
135
4.15.3
Een Adaptief programma
135
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
5
4.16
WONEN Een wijk voor iedereen
136
4.16.2
Onderscheidende woonsferen
136
4.16.3
Een divers woningbouwprogramma
136
4.16.4
Zorgzame buurten
137
4.16.5
Bijzondere woonproducten
137
4.16.6
Een levendige en sociale wijk
4.17
WERKEN
138
138
4.17.1
Stedelijk werkgebied
138
4.17.2
Een brede mix aan bedrijven
139
4.17.3
Prestatie-eisen
139
4.17.4
Intensief en Slim ruimtegebruik
139
4.17.5
Interactie en levendige mix van functies
4.18
VOORZIENINGEN
139
140
4.18.1
Stedelijke voorzieningen op loopafstand
140
4.18.2
Het bruisend hart van de wijk
141
4.18.3
Het activeren van bijzondere (Binck)plekken
141
4.18.4
Een gebalanceerd voorzieningenaanbod
141
4.19 4.20
MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN PLAN-MER EN OMGANG BESTAANDE BEDRIJVEN
141 144
4.20.1
Plan-MER
144
4.20.2
Programma Sporendriehoek
148
4.20.3
Milieuhinderlijke activiteiten
150
4.20.4
Niet alle bedrijven kunnen blijven in de Binckhorst
152
RUIMTELIJKE KWALITEIT EN RUIMTELIJKE SPELREGELS
153
4.21
4.21.1
4.22
Spelregelkaart
BEGRENZINGEN EN VERBINDINGEN
153
153
4.22.1
Contour Binckhorst
153
4.22.2
Verbindingen
154
4.22.3
Rooilijnen en doorsteken
154
ONTWIKKELING EN PROGRAMMA
155
4.23
4.23.1
Ontwikkeling
4.23.2
Programma
4.24
BEBOUWING EN BOUWHOOGTE
155 155
156
4.24.1
Bestaande Bebouwing
156
4.24.2
Nieuwbouw
157
4.24.3
Bouwhoogte
4.25
RUIMTELIJKE KWALITEIT
157
158
5 VIER KWARTIEREN
159
5.1
159
KARAKTERISTIEKE KWARTIEREN 5.1.1
5.2
6
136
4.16.1
Vier Onderscheidende gebieden
BINCKHAVENKWARTIER
159
161
5.2.1
Levendig en gemengd
161
5.2.2
Programma
162
5.2.3
Sfeer en identiteit
162
5.3
5.4
5.5
TREKVLIETKWARTIER
163
5.3.1
Groen en Stedelijk
163
5.3.2
Programma
164
5.3.3
Sfeer en identiteit
164
PARKKWARTIER
165
5.4.1
Gezond leven aan het park
165
5.4.2
Programma
166
5.4.3
Sfeer en identiteit
166
MERCURIUSKWARTIER
167
5.5.1
Stedelijk werkmilieu
167
5.5.2
Programma
168
5.5.3
Sfeer en identiteit
168
6 SAMEN BINCKHORST MAKEN
169
6.1
169
6.2
6.3
6.4
STRATEGIE 6.1.1
Ontwikkelfilosofie
169
6.1.2
Getrapt ruimtelijk kader
169
6.1.3
Financieel kader
170
6.1.4
Actief sturen op ontwikkeling en samenwerking
MOGELIJKE FASERING
170
171
6.2.1
Een stapsgewijze ontwikkeling met streefbeeld
171
6.2.2
Aaneengesloten gebieden realiseren
171
6.2.3
Voorbeelduitwerking
TIJDELIJKHEID
172
172
6.3.1
De waarde van tijdelijkheid
173
6.3.2
Tijdelijke invullingen: Vijf categorieën
173
6.3.3
Financiële Strategie
175
6.3.4
Organisatie
175
PARTICIPATIE
175
6.4.1
Samen Binckhorst maken
175
7 ONTWIKKELKADER
178
7.1 7.2 7.3
178 178 179
BEHOEFTE AAN EEN TOEKOMSTBESTENDIGE ONTWIKKELSTRATEGIE HET ONTWIKKELKADER LEESWIJZER
8 ONTWIKKELFILOSOFIE
180
8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6
180 180 180 181 182 182
TRANSFORMATIE IN VOLLE GANG BEHOEFTE AAN MEER REGIE NAAR EEN NIEUW STURINGSEVENWICHT ADAPTIEF PLAN MET VOLDOENDE FLEXIBILITEIT EN BANDBREEDTE DIFFERENTIATIE NAAR DEELGEBIED WERKEN MET EXPLICIET EN NORMATIEF PROGRAMMA
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
7
9 GETRAPT RUIMTELIJK KADER
183
9.1
183
WERKING GETRAPT RUIMTELIJK KADER 9.1.1
Wijziging Omgevingsplan
183
9.1.2
Ontwikkelveld
184
9.1.3
Gebiedspaspoort/Bouwenveloppe
184
9.1.4
Werking gebiedspaspoort/bouwenveloppe i.r.t. Omgevingsvergunning
185
ALGEMENE PLANREGELS EN BELEIDSREGELS FASERING EN KOSTENVERHAAL VASTLEGGEN IN OMGEVINGSPLAN
185 186
Voorbeeld open norm en beleidsregel huidig Omgevingsplan
186
9.2 9.3 9.3.1
10 FINANCIEEL KADER
187
10.1 10.2 10.3 10.4 10.5
187 187 188 189 190
EEN INTEGRALE GEBIEDSEXPLOITATIE TOEWERKEN NAAR FINANCIEEL HAALBARE GEBIEDSONTWIKKELING VERANKEREN FINANCIËLE HAALBAARHEID IN ONTWIKKELPROCES UITRUILEN ALS APARTE REGELING KOSTENVERHAAL
10.5.1
Kostenverhaal met tijdvak
190
10.5.2
Kostenverhaal zonder tijdvak
191
10.6 10.7 10.8
FINANCIËLE HAALBAARHEID DE RELATIE TUSSEN ERFPACHT, KOSTENVERHAAL EN DE BUSINESS CASE PUBLIEK VERANKERDE FINANCIËLE BIJDRAGE
11 ACTIEF STUREN OP ONTWIKKELING EN SAMENWERKING
194
11.1 11.2 11.3 11.4 11.5 11.6
194 195 195 196 197 199
ONTWIKKELING AFSTEMMEN OP ‘ENERGIE’ IN HET GEBIED ACTIEF HET ROBUUST RAAMWERK VORMGEVEN PUBLIEK-PRIVAAT SAMENWERKEN AANZET VOOR SAMENWERKING PER KWARTIER STRATEGIE VOOR COLLECTIEVE VRAAGSTUKKEN STUREN OP DUURZAME BETAALBAARHEID
12 OMGANG BESTAANDE BEDRIJVEN
201
12.1 12.2 12.3 12.4
201 201 202 203
BEDRIJVIGHEID EN HUIDIGE OMGEVINGSPLAN BINCKHORST BELANGRIJKSTE BESTAANDE HINDERCONTOUREN COMPENSATIE BEDRIJVENTERREIN AANPAK BEDRIJVEN MET HINDERCONTOUREN
13 OVERGANG NAAR NIEUW OMGEVINGSPLAN
205
13.1 13.2 13.3 13.4 13.5 13.6
205 205 206
LOPENDE ONTWIKKELINGEN GEVOLGEN VOOR REEDS INGENOMEN GRONDPOSITIES OMGANG VERWACHTINGEN MARKTPARTIJEN OMGANG MET DELEN DIE – VOORUITLOPEND OP HET NIEUWE OMGEVINGSPLAN – KUNNEN WORDEN OPGEPAKT TOE TE PASSEN JURIDISCH-PLANOLOGISCHE PROCEDURES (INDICATIEVE) FASERING ‘VOORLOPERS’
14 BIJLAGEN
8
191 191 192
206 207 208
209
DEEL D
MILIEUEFFECTEN EN VERVOLG
211
2 MILIEUEFFECTEN
213
2.1 2.2 2.3 2.4
213 213 215 215
1 INLEIDING MILIEUEFFECTEN EN VERVOLG NAAR REALISATIE
2.5
WAAROM EEN PLAN-MER NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERTREKPUNTEN PLAN-MER INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA BEOORDELINGSKADER PLAN-MER
212
2.4.1
Effectbeoordeling
215
2.4.2
Scoringsmethodiek
216
2.4.3
Te beschouwen situaties
216
2.4.4
Aanpak effectenonderzoek
PLAN-MER UITKOMSTEN
217
219
2.5.1
Uitkomsten Doorontwikkeling Binckhorst
219
2.5.2
Uitkomsten De Vlietlijn
233
2.5.3
Aanbevelingen
248
3 VERVOLG NAAR REALISATIE
255
3.1 3.2 3.3
255 255 256
PROCES TOT VASTSTELLING INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA VERVOLG MIRT-PROCES JURIDISCH PLANOLOGISCHE VERANKERING
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
9
Managementsamenvatting De gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk hebben samen dit Intergemeentelijk Gebiedsprogramma opgesteld. Het is de basis voor de gezamenlijke plannen van deze gemeenten voor De Vlietlijn; een nieuwe hoogwaardig openbaar vervoerverbinding die Den Haag, Rijswijk en LeidschendamVoorburg met elkaar verbindt inclusief maatregelen ten behoeve van leefbaarheid, veiligheid en bereikbaarheid. Ook vormt het de basis voor de doorontwikkeling van de Binckhorst voor de gemeente Den Haag. Deze managementsamenvatting beschrijft de inhoud van dit Intergemeentelijk Gebiedsprogramma. Het bestaat uit 4 delen: • deel A geeft de inleiding en gaat in op het waarom van het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma • deel B beschrijft de ontwikkeling en aanleg van De Vlietlijn in elk van de drie gemeenten • deel C gaat over de doorontwikkeling van de Binckhorst in Den Haag • deel D heeft betrekking op de milieueffecten, de besluitvorming en het vervolg van De Vlietlijn en de doorontwikkeling Binckhorst.
DE VLIETLIJN ALS OPLOSSING VOOR GROEIENDE MOBILITEITSVRAAG De regio Haaglanden heeft een groeiend aantal inwoners en daarom is er behoefte aan woningen, werkplekken en voorzieningen in een prettige leefomgeving. De gemeente Den Haag richt zich daarom sinds 2016 op drie grote ontwikkelgebieden: Zuidwest, het Central Innovation District (CID) en de Binckhorst. De Binckhorst is strategisch gelegen door de nabijheid van centrumvoorzieningen, ov-knooppunten en uitvalswegen richting de regio. Daarnaast geven de cultuurhistorische kenmerken kansen voor een aantrekkelijk woon- en werkgebied. Tot 2050 ondergaat het CID-Binckhorst een van de grootste binnenstedelijke transformaties van Nederland, met 25.000 extra woningen en 30.000 extra banen. In de Binckhorst komen circa 7.000 extra woningen, bovenop de al geplande 5.000, samen met voorzieningen zoals een bibliotheek, basisscholen en horeca- en sportvoorzieningen. Deze groei vraagt om slimme mobiliteitsoplossingen in een al druk gebied. Daarnaast is de doorontwikkeling van de Binckhorst niet alleen van invloed op de mobiliteitsdruk in het gebied zelf, maar ook op de omliggende gemeenten. Het stimuleren van fiets, ov en lopen, en het scheiden van doorgaand en bestemmingsverkeer, vormen een noodzakelijke basis voor het bereikbaar en leefbaar houden van dit gebied.
Voor bereikbaarheid met het openbaar vervoer is een tramlijn essentieel om de groeiende mobiliteitsvraag op te vangen die ontstaat door de ontwikkeling van de Binckhorst. In het BO-MIRT (Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) is daarom besloten tot De Vlietlijn. Dit betekent dat naast de drie gemeenten ook de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, de provincie Zuid-Holland en de ministeries van I&W en VRO (voorheen BZK) mee besluiten over het tracé, de maatregelen, financiering en aanleg ervan. De Vlietlijn verbindt Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg met elkaar én met het stedelijk gebied in de regio en verbetert tegelijkertijd de bereikbaarheid van de Binckhorst en het CID. Vanwege de samenhang tussen De Vlietlijn en de doorontwikkeling van de Binckhorst is gekozen voor een Intergemeentelijk Gebiedsprogramma. Het onderdeel dat de ontwikkeling van de Binckhorst beschrijft zal echter alleen door de gemeente Den Haag worden vastgesteld. De andere gemeenten besluiten ook alleen over De Vlietlijn voor hun eigen grondgebied.
WAAROM EEN INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA De mobiliteitsuitdagingen en het tracé van De Vlietlijn raakt meerdere gemeenten en daarom is besloten om samen te werken in één Intergemeentelijk Gebiedsprogramma. Zo worden versnipperingen in het proces
10
tussen de gemeenten Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg voorkomen, worden plannen beter op elkaar afgestemd en kunnen de gemeenten en andere overheden efficiënter investeren in de aanleg van De Vlietlijn. Dit gezamenlijke programma biedt duidelijke kaders voor besluitvorming en door deze samenwerking kunnen de gemeenten hun groeiambities beter verwezenlijken en een duurzame, goed bereikbare stedelijke omgeving creëren.
DE LIGGING VAN DE VLIETLIJN De Vlietlijn verbindt Den Haag Centraal, station Voorburg en gaat bij de Haagweg verder in het bestaande tramtracé.
Afbeelding 1. Schematisch overzicht project De Vlietlijn met deelgebieden in de verschillende gemeenten
Voor De Vlietlijn zijn een aantal doelstellingen voor het ontwerp afgesproken: 1. Het verbeteren van de kwaliteit van het mobiliteitssysteem in het plangebied inclusief stimuleren van lopen, fietsen en gebruik ov (o.a. via STOMP). 2. De hoogwaardige inpassing in het plangebied met nadruk op het verbeteren van leefmilieu, leefomgeving en verkeersveiligheid.
PAKKET MAATREGELEN Naast De Vlietlijn worden ook aanvullende maatregelen genomen om de verkeersveiligheid en de leefbaarheid in de omliggende wijken te verbeteren. Denk aan fietsverbindingen en het herinrichten van straatprofielen. Ook zijn er maatregelen bedacht gericht op het verbeteren van de bereikbaarheid van het gebied voor andere modaliteiten dan openbaar vervoer en het verder stimuleren van de mobiliteitstransitie. Deze maatregelen dragen bij aan het zo goed mogelijk functioneren van De Vlietlijn.
BINCKHORST De Binckhorst wordt getransformeerd naar een gemengd stedelijk gebied. Op dit moment zijn er diverse bedrijven met hindercontourgerelateerde richtafstanden. Tussen de gemeente Den Haag en de provincie Zuid-Holland zijn afspraken gemaakt over behoud danwel planologische compensatie van deze bedrijvigheid. Daarnaast is de vraag wat de doorontwikkeling ruimtelijk betekent voor het gebied. Op dit moment wordt gekeken naar circa 7.000 woningen, ca 240.000 m2 bvo werkprogramma, ca. 100.000 m2 bvo aan nieuwe maatschappelijke en commerciële voorzieningen en ruimte voor geothermie. Binnen die kaders is de doorontwikkeling ook een uitgelezen kans om meer regie te nemen op de ontwikkeling en te sturen op identiteit, de (ruimtelijke) kwaliteit en de samenhang in het gebied met bijsturing op onder meer voorzieningen, economie en groen. INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
11
In de visie voor de doorontwikkeling worden vier deelgebieden bedacht, welke onderling verschillen in type programma, dichtheden en functionele invullingen. De vier deelgebieden betreffen de Trekvlietzone, het Binckhavenkwartier, het Mercuriuskwartier en het Parkkwartier. Bij de ontwikkeling van het gebied worden vier dragende principes onderscheiden: 1. Karakteristiek en innovatief: behouden van de beeldbepalende en monumentale gebouwen, het maken van een gezicht naar het water. 2. Verankerd in de stad: een fijnmazig stedelijk weefsel met aantrekkelijke routes naar omliggende wijken, het Centraal Station Den Haag, Voorburg en Rijswijk. 3. Groen om de hoek: openbare ruimte wordt op elk schaalniveau maximaal groen ontworpen. 4. Complete stadswijk: karakteristieke kwartieren, waarbij dichtheden en bouwhoogten worden gekoppeld aan de HOV-haltes.
Afbeelding 2. Schematisch overzicht doorontwikkeling Binckhorst met deelgebieden
Binnen de deelgebieden wordt gewerkt met een gebiedspaspoort/bouwenvelop. Een gebiedspaspoort/ bouwenvelop bevat een nadere uitwerking van de ruimtelijke en programmatische uitgangspunten en is de basis voor de wijziging van het omgevingsplan en uiteindelijk vergunningverlening.
TOELICHTING OP VARIANTEN EN NOG TE MAKEN KEUZES Het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma is grotendeels een uitwerking van eerder vastgestelde opgaven en ambities. Echter zijn er nog enkele onderdelen waarbij nog keuzemogelijkheden open zijn. Het gaat hierbij onder andere om de exacte inpassing van het tracé van De Vlietlijn, de locatie en vormgeving van bepaalde mobiliteitsmaatregelen, en de positionering van voorzieningen in de Binckhorst en de locatie van de geothermiecentrale. Om deze keuzes zorgvuldig te kunnen maken, zijn in het plan-MER verschillende varianten onderzocht die beschreven zijn in dit Intergemeentelijk Gebiedsprogramma. Voordat er een bestuurlijk besluit over één van
12
deze varianten wordt genomen, zullen de uitkomsten van onderzoeken en reacties vanuit participatie en inspraak worden verzameld.
PLAN-MER Het plan-MER is een milieueffectrapport dat als bijlage bij het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma is toegevoegd. Het plan-MER beoordeelt de gezamenlijke milieueffecten van de doorontwikkeling van de Binckhorst en De Vlietlijn, vergeleken met de verwachte situatie in 2040. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke gevolgen voor het milieu en de leefomgeving en helpt zo om milieubelangen mee te wegen bij de uiteindelijke besluitvorming. Het plan-MER is een ontwerpend MER, wat betekent dat het in dezelfde periode als het programma en het ontwerp van De Vlietlijn is ontwikkeld. Hierdoor zijn tussentijdse onderzoeksresultaten gebruikt om het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma waar nodig aan te scherpen. De voorgeschiedenis, de uitwerking van dit plan-MER en het vervolg is in onderstaande afbeelding opgenomen.
Afbeelding 3. Schematisch overzicht proces plan-MER en vervolg
VERVOLG NAAR REALISATIE Voor De Vlietlijn zullen de verplichte stappen van het BO-MIRT worden gevolgd. De gemeenteraden van Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk beslissen uiteindelijk over het Voorlopig Ontwerp van het project. Na goedkeuring hiervan volgt een planologisch besluit waarmee het project kan worden uitgevoerd. Dat is het moment dat de aanlegfase wordt gestart, waarin het plan verder wordt uitgewerkt tot een Definitief Ontwerp. Verwacht wordt dat De Vlietlijn vanaf 2032 in gebruik zal zijn. Ondertussen zal ook het planologisch besluit van de Binckhorst worden voorbereid. Dat besluit is aan de gemeenteraad van Den Haag. Dit wijzigingsbesluit omgevingsplan vormt vervolgens het kader voor de verdere uitwerking.
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
13
A DEEL
INLEIDING INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA Doorontwikkeling Binckhorst, De Vlietlijn en Geothermie
1 Inleiding In dit onderdeel (deel A) lichten we toe wat de aanleiding is van dit ‘Intergemeentelijk Gebiedsprogramma Doorontwikkeling Binckhorst, De Vlietlijn en Geothermie’, waarom er is gekozen voor een intergemeentelijk programma en hoe dit is opgebouwd. In de eerste paragraaf beschrijven we de ontwikkelingen in Den Haag die de aanleiding zijn voor samenwerking tussen de gemeenten Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg en de reden voor het opstellen van dit intergemeentelijk programma. Daarna lichten we toe hoe we in dit intergemeentelijk programma, door te werken met varianten en gevoeligheidsanalyses, omgaan met de punten waar nog geen bestuurlijke keuze op heeft plaatsgevonden. Tot slot volgt een korte omschrijving van de verschillende delen van dit document (B – De Vlietlijn, C – Doorontwikkeling Binckhorst en D – Milieueffecten en vervolg).
1.1 BESCHRIJVING AMBITIE De behoefte aan woningen, werkplekken, voorzieningen en een prettige leefomgeving voor het groeiend aantal inwoners in de regio Haaglanden is groot. Reeds in 2016 koos de gemeente Den Haag met de Agenda Ruimte Voor De Stad1 voor een drietal prioritaire en grootschalige opgaven om deze stedelijke vraagstukken op gebiedsniveau vorm te geven. Dit betreft de gebieden Zuidwest, het Central Innovation District (hierna: CID) en de Binckhorst. De Binckhorst kent een strategische ligging door de nabijheid van centrumvoorzieningen, ov-knooppunten en uitvalswegen richting de regio. Daarnaast kent het voormalige bedrijventerrein Binckhorst een aantal specifieke (cultuurhistorische) elementen (Trekvliet met insteekhaventjes, de Binckhorsthavens, Binckhorstlaan, ecologische Broekslootzone en beeldbepalende en monumentale objecten) welke een basis vormen voor het vormgeven aan een uniek en aantrekkelijk woonwerk- en leefgebied.
Afbeelding 1 Strategische ligging
Tot 2050 gaat in het CID-Binckhorst één van de grootste binnenstedelijke gebiedstransformaties van Nederland plaatsvinden. Tot 2050 gaat het om het faciliteren van circa 25.000 extra woningen en een groei van de werkgelegenheid met 30.000 banen. Specifiek voor de Binckhorst hebben we het over circa 7.000 extra woningen bovenop de 5.000 die al gepland (en deels gebouwd) zijn, over bovenwijkse voorzieningen (geothermie, bibliotheek, school voor 0-18 jaar, zwembad en sporthal), over een commercieel 1
Agenda Ruimte voor de Stad (Gemeente Den Haag, sept 2016, RIS295016)
16
voorzieningencluster en aan prettig woon- en werkomgeving gelieerde voorzieningen als basisscholen, horecagelegenheden en (on)bebouwde sportvoorzieningen. De extra woningen, werkplekken en voorzieningen vergroot de druk op de bereikbaarheid van het gebied. Extra autoverkeer is daarom erg onwenselijk waar de lokale en regionale bereikbaarheid al onder toenemende druk staat en de beschikbaarheid van ruimte voor mobiliteit beperkt is. Om onder andere het gebruik van De Vlietlijn en het fietsen en lopen te stimuleren is het ontrafelen van doorgaand- en bestemmingsverkeer en het uitwerken en realiseren van een breed palet aan mobiliteitsmaatregelen dan ook onontbeerlijk en randvoorwaardelijk voor de ontwikkelingen in het CID en de Binckhorst.
1.2
WAAROM ÉÉN INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA
Het document dat hier voor u ligt is het ‘Intergemeentelijk Gebiedsprogramma Doorontwikkeling Binckhorst, De Vlietlijn en Geothermie’ (hierna: ‘Intergemeentelijk Gebiedsprogramma’). Hierin hebben de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk gezamenlijk De Vlietlijn uitgewerkt (deel B), en beschrijft de gemeente Den Haag alleen het Gebiedsprogramma ‘Doorontwikkeling Binckhorst’ (deel C)2.
A. Inleiding
B. De Vlietlijn
C. Doorontwikkeling Binckhorst
D. Milieueffecten en vervolg Afbeelding 2 Opbouw in delen van het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma
In deel B ligt de nadruk op de ontwikkeling en aanleg van een nieuwe hoogwaardig openbaar vervoertramverbinding (HOV): De Vlietlijn. Ook worden de diverse andere mobiliteitsmaatregelen toegelicht, zoals voorzieningen voor lopen en fietsen en herinrichting van straten. In deel C ligt de nadruk op de doorontwikkeling van de Binckhorst. In deel D worden de milieueffecten en het vervolg beschreven. De milieueffecten hebben betrekking op alle drie de onderdelen: doorontwikkeling Binckhorst, De Vlietlijn en de geothermiecentrale. De opgave is intergemeentelijk, omdat het tracé van De Vlietlijn gelegen is in alle drie de gemeenten en de mobiliteitsmaatregelen zijn dan ook voor alle drie de gemeenten relevant. Daarnaast is de doorontwikkeling van de Binckhorst niet alleen van invloed op de mobiliteitsdruk in het gebied zelf, maar ook op de omliggende gemeenten. Vanwege deze samenhang is gekozen voor een Intergemeentelijk Gebiedsprogramma. Door samen te werken kunnen Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg zorgen voor een goed afgestemde en efficiënte inpassing van De Vlietlijn. Het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma voorkomt versnippering in het proces en biedt duidelijke kaders voor besluitvorming, terwijl elke gemeente verantwoordelijk blijft voor de vaststelling op haar eigen grondgebied3.
De realisatie van de woningen, voorzieningen en de geothermiecentrale in de Binckhorst zijn enkel in de gemeente Den Haag gelegen. De gemeente Den Haag stelt deel C van dit Intergemeentelijk Gebiedsprogramma dan ook alleen vast. 3 De eigendomsgrenzen ter plaatse van de Geestbrug leiden tot een bijzondere situatie, zie verder paragraaf 4.2 en 6.1 2
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
17
1.4 Beschrijving van het tracé De opdrachtgever heeft ervoor gekozen om het tracé uit het Voorkeursalternatief op te delen in vijf deelgebieden. De deelgebieden zijn ingedeeld op basis van complexiteit en gemeentegrenzen, zie Figuur 2 voor overzicht van deelprojecten en deelgebieden. Komende paragrafen beschrijven aan de hand van de deelgebieden het verloop van het tracé en globaal de scope.
Afbeelding 3 Schematisch overzicht project De Vlietlijn met deelgebieden in de verschillende gemeenten Figuur 2 Schematisch overzicht project De Vlietlijn met deelprojecten en deelgebieden
Het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma draagt bij aan duurzame mobiliteit door ruimte te faciliteren voor
1.4.1 1 Sporendriehoek en Lekstraat (gemeente Denautoverkeer Haag) fietsenDeelgebied en lopen, door het gebruik van openbaar vervoer te stimuleren, te verminderen en de
bereikbaarheid de Binckhorst en hetwaarbij CID tegrote verbeteren. Ookzijn demet gemeenten en LeidschendamDeelgebied 1 is eenvan technisch complex gebied raakvlakken ProRail enRijswijk de Voorburgspoorinfrastructuur. worden door De De Vlietlijn beter verbonden regio en deintreinstations gelegen in het CID. bestaande HOV-tram halteert bij Denmet Haagde CS en maakt de Lekstraat gebruik van de bestaande tramsporen. In het zuidelijke deeleffi van de Lekstraat is een nieuw aangelegd. De Bovendien maakt een gezamenlijke aanpak ciëntere investeringen enspoor financiering mogelijk, wat de HOV-trambaan kruist de spoorviaducten HS-CS, HS-Leiden en HS-Gouda. Ook kruist de HOV-baan de realisatie van De Vlietlijn ondersteunt. Door deze samenwerking kunnen de gemeenten hun groeiambities drukke verkeersader Supernovaweg op ongelijkvloers niveau en loopt door de kop van het BINK36beter verwezenlijken en een duurzame, goed bereikbare stedelijke omgeving creëren. gebouw. Onderdeel van deelgebied 1 is de herinrichting van de Lekstraat, de passage van het Schenkviaduct en de aanpassing van de toegang tot de Schenk-fietstunnel.
Voor De Vlietlijn is een aantal doelstellingen voor het ontwerp afgesproken: 1. Het verbeteren van de kwaliteit van het mobiliteitssysteem in het plangebied inclusief stimuleren van lopen, fietsen en gebruik ov (o.a. via STOMP). 2. De hoogwaardige inpassing in het plangebied met nadruk op het verbeteren van leefmilieu, leefomgeving en verkeersveiligheid.
18 april 2025
VKA ONTWERPNOTA [0.2]
BJ7840-RHD-RP-0002
4
Deze doelstellingen worden in hoofdstuk 2 van deel B verder toegelicht.
1.3 VARIANTEN IN UITWERKING Het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma is het resultaat van een langdurig planproces. Het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma is de concrete uitwerking van opgaven en ambities waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden voor De Vlietlijn en de doorontwikkeling van de Binckhorst en geothermie.
18
Een aantal punten moet nog verder worden uitgewerkt, daarom beschrijft het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma hier verschillende opties. Voordat een bestuurlijk besluit hierover genomen kan worden, zijn de uitkomsten van onderzoeken of reacties uit de participatie of inspraak nodig. Voor deze onderdelen zijn daarom in het plan-MER verschillende varianten onderzocht of gevoeligheidsanalyses uitgevoerd. De verschillende varianten (zie paragraaf 3.2, deel B) voor De Vlietlijn betreffen: • het tracé van De Vlietlijn in de Sporendriehoek (maaiveld of tunnel) • de eindhalte in Voorburg (Station Voorburg of naast Opa’s Veldje)(aan de taludkant van het spoor) • het aanvullend maatregelpakket infrastructuur (pakket 1, 2, 3 of 4) De gevoeligheidsanalyses (zie paragraaf 3.5, deel B) die zijn uitgevoerd voor De Vlietlijn betreffen: • een hogere verkeersintensiteit Geestbrugweg • de verkeersinrichting van de Lekstraat • de aanleg van een tailtrack in de Lekstraat • inrichting Maanweg Ook voor de doorontwikkeling Binckhorst is een aantal varianten (zie 2.5.1.3, deel D) onderzocht: • het programma Lekstraat/Spoorboogzone • wel of niet uitplaatsen milieuhinderlijke activiteiten • een viertal locaties voor Geothermie Daarnaast zijn voor de doorontwikkeling Binckhorst de volgende gevoeligheidsanalyses (zie 2.5.1.4, deel D) uitgevoerd: • maximumsnelheid verlagen Binckhorstlaan • woningdichtheid
Binckhorst • optimalisatie Rotterdamsebaan • aanleg afsluiting autoverkeer Rijswijkseweg
1.4 KORTE BESCHRIJVING DE VLIETLIJN (DEEL B) In het onderdeel De Vlietlijn (deel B) van dit Intergemeentelijk Gebiedsprogramma beschrijven we de inpassing van de nieuwe HOV-tramverbinding in de drie gemeenten. Het project De Vlietlijn is een zogeheten MIRT-project. MIRT staat voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. In het MIRT zijn projecten en programma’s opgenomen waarbij het Rijk samen met de regio werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland (zie deel B, vanaf paragraaf 1.2). De Vlietlijn is een hoogwaardige openbaar vervoerverbinding die Den Haag, Rijswijk en LeidschendamVoorburg met elkaar en met het stedelijk gebied in de regio verbindt. Deze HOV-tramverbinding is essentieel om de groeiende mobiliteitsvraag op te vangen als gevolg van de stedelijke ontwikkeling.
1.5
KORTE BESCHRIJVING DOORONTWIKKELING BINCKHORST (DEEL C)
In het onderdeel ‘Doorontwikkeling Binckhorst’ (deel C) van het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma beschrijven we de verdere transformatie van de Binckhorst en de aanleg van de Geothermiecentrale. De Binckhorst ondergaat momenteel een transformatie naar een gemengd stedelijk gebied. Het was oorspronkelijk een traditioneel bedrijventerrein, en nu ontwikkelt de Binckhorst zich tot een hoog-stedelijke woon-werkomgeving. Dankzij de transformatie wordt het gebied duurzamer en leefbaarder, met ruimte voor woningen, bedrijven en voorzieningen. Met de Doorontwikkeling Binckhorst is een verdichting met het aantal woningen met de daarbij behorende voorzieningen voorzien en worden locaties overwogen voor een geothermiecentrale zodat qua energievoorziening de Binckhorst en omgeving ook klaar is voor een duurzame toekomst. INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
19
1.6
KORTE BESCHRIJVING MILIEUEFFECTEN EN VERVOLG (DEEL D)
In onderdeel ‘Milieueffecten en vervolg’ (deel D) schetsen we op hoofdlijnen de uitkomsten van het plan-milieueffectrapport (plan-MER). Ook beschrijven we het vervolgproces van het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma en de verschillende stappen die daarna nodig zijn tot realisatie. Plan-MER Voor het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma is een plan-MER opgesteld. Het plan-MER is een bijlage bij dit Intergemeentelijk Gebiedsprogramma en wordt tegelijkertijd in procedure gebracht. Het plan-MER beoordeelt de milieueffecten van de doorontwikkeling Binckhorst, De Vlietlijn en de geothermiecentrale gezamenlijk ten opzichte van het referentiejaar 2040. Het plan-MER helpt daardoor inzicht te krijgen in de milieueffecten en op die manier milieueffecten te wegen bij de uiteindelijke besluitvorming. De referentiesituatie is de huidige situatie, aangevuld met de autonome ontwikkelingen. Naast de ontwikkelingen zoals beschreven in dit Intergemeentelijk Gebiedsprogramma kunnen ook andere ontwikkelingen en projecten in en in de nabijheid van het gebied van invloed zijn op het milieu en de leefomgeving in 2040. Dat noemen we autonome ontwikkelingen. Het plan-MER is een zogenaamd ontwerpend MER, dat is opgesteld in een gelijk oplopend proces met de ontwikkeling van dit Intergemeentelijk Gebiedsprogramma en het ontwerp van De Vlietlijn.
Het plan-MER is hierbij gebruikt om op de milieu-thema’s alle hoeken van het speelveld in beeld te brengen. Voor het plan-MER zijn de uitgangspunten van de eerste concepten van 2024 gehanteerd. Tussentijdse uitkomsten van onderzoeken zijn gebruikt om het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma en het ontwerp van De Vlietlijn steeds verder aan te scherpen. Het kan daarom voorkomen dat er verschil zit tussen uitgangspunten in het plan-MER en het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma. Hierbij is hetgeen opgenomen in het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma de meest recente stand van zaken en past dit binnen de kaders (de hoeken van het speelveld) die zijn onderzocht in het plan-MER. Notitie reikwijdte en detailniveau Onderdeel van het opstellen van het plan-MER is een ‘Nota Reikwijdte en detailniveau’ (NRD). De NRD vormt de start van de mer-procedure. De NRD beschrijft wat er in het plan-MER aan alternatieven, omgevingsaspecten en effecten onderzocht gaat worden (‘reikwijdte’). Daarnaast geeft de NRD informatie over de manier waarop de effecten onderzocht gaan worden en met welke diepgang (‘detailniveau’). De NRD is ter inzage gelegd van 27 september tot en met 15 november 2024 en hier zijn zienswijzen op ingediend. In de Nota van Antwoord5 zijn deze zienswijzen van een antwoord voorzien.
De zienswijzen en de beantwoording daarvan, zijn betrokken in de uitwerking van het plan-MER (zie paragraaf 2.2, deel D). Vervolg In het laatste hoofdstuk van deel D is het vervolgproces beschreven. Dit gaat om de vaststelling van het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma en de stappen die daarna gezet moeten worden voor verdere uitwerking en uiteindelijke realisatie.
5
Nota van Beantwoording NRD
20
1.7
LEESWIJZER
Kortom, dit Deel A bevat de inleiding en een duiding van de verschillende onderdelen. Deel B is één van de onderdelen van het ‘Intergemeentelijk Gebiedsprogramma en beschrijft de inpassing van De Vlietlijn in drie gemeenten. De opzet van dit onderdeel is daarop ingericht. Hoofdstuk 2 gaat meer in detail in op de ambities en het beeldkwaliteitsplan, hoofdstuk 3 beschrijft de ligging van De Vlietlijn en de mobiliteitsmaatregelen. Hoofdstuk 4, 5 en 6 gaan specifiek in op het grondgebied van respectievelijk de gemeente Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk. In Deel C leest u over de Doorontwikkeling Binckhorst en in Deel D de samenhang van dit Intergemeentelijk Gebiedsprogramma met het plan-MER en het vervolg. De teksten in dit document zijn gebaseerd op vele verschillende bronnen. Voor delen van het document hebben we teksten uit bestaande (beleids)stukken overgenomen. Ten behoeve van de leesbaarheid hebben we geen verwijzingen in de tekst opgenomen. Documentatie met achtergrond over het onderdeel De Vlietlijn (deel B) vindt u via deze link.6
6
Achtergrondinformatie over De Vlietlijn
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
21
B DEEL
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA
1 Inleiding Dit onderdeel (deel B) van het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma, behandelt de ontwikkeling van De Vlietlijn en alle daarmee samenhangende maatregelen voor mobiliteit en infrastructuur. Onderdeel B bestaat uit drie algemene hoofdstukken en drie hoofdstukken elk gericht op De Vlietlijn binnen het grondgebied van elke gemeente afzonderlijk. In het eerste hoofdstuk van deel B beschrijven we het totstandkomingsproces van De Vlietlijn tot nu toe en geven we inzicht in de besluitvorming over De Vlietlijn. In de eerste paragraaf van dit hoofdstuk beschrijven we kort waarom een HOV-tramverbinding en een pakket aan mobiliteitsmaatregelen nodig zijn. Vervolgens beschrijven we welke partijen zijn betrokken bij de ontwikkeling van De Vlietlijn en schetsen we het proces tot het punt waar we ons nu bevinden. In hoofdstuk 2 gaan we dieper in op de doelstellingen van het zogenoemde Schets Ontwerp+ (SO+) van De Vlietlijn. In hoofdstuk 3 leest u meer over het tracé van De Vlietlijn en de overige mobiliteitsmaatregelen, en over de punten en onderwerpen waarover nog besluiten (moeten) worden genomen. In de hoofdstukken 4, 5 en 6 gaan we per gemeente in op de specifieke ligging van De Vlietlijn en de overige mobiliteitsmaatregelen.
Aan het einde van het hoofdstuk heeft de lezer een goed beeld van de context en scope van de ontwikkeling van De Vlietlijn, en is duidelijk op welk punt in het hele proces we ons bevinden.
1.1 Ambitie en opgaven CID-Binckhorst
In de inleiding van deel A heeft u kunnen lezen dat de ontwikkelingen in CID-Binckhorst zorgen voor extra verplaatsingen en dat forse groei van het autoverkeer, gezien de schaarse ruimte in deze omgeving, zeer ongewenst is. Om de verdere transformatie van het CID-Binckhorst mogelijk te maken én de bereikbaarheid van het gebied en de direct eromheen gelegen gebieden te verbeteren, zijn mobiliteitsmaatregelen nodig die knelpunten helpen oplossen en invulling geven aan de ambities voor ov en fiets. Hiervoor is het Basispakket Mobiliteit vastgesteld. Dit Basispakket Mobiliteit is de naam van het totaal aan maatregelen wat wordt getroffen. De belangrijkste maatregel is De Vlietlijn. Dit is de hoofdmaatregel, ook wel maatregel 0. De Vlietlijn is een comfortabele en snelle zogenoemde hoogwaardig openbaar vervoer-tramverbinding grotendeels op een vrije baan, die bewoners, werkenden en bezoekers verbindt met Den Haag, Rijswijk, Delft en Leidschendam-Voorburg, en daarmee de bereikbaarheid van het gebied en omgeving verbetert (zie kader ‘Waarom een Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV)-verbinding?’). De huidige stations en Randstadraillijnen bieden een goede basis voor een optimale bereikbaarheid van het CID en de Binckhorst op alle schaalniveaus. Het gebied vormt een knooppunt van stedelijk, regionaal en (inter)nationaal niveau.
Het openbaar vervoer is essentieel voor het bereikbaar maken voor grote reizigersstromen. Vooral het tram-, RandstadRail- en spoornetwerk zijn hiervoor onmisbaar. Het busnetwerk functioneert aanvullend hierop. Het openbaar vervoer moet samen met de fiets de groei van de externe verplaatsingen van en naar CID-Binckhorst opvangen. Het ov-netwerk kent nu al capaciteitsknelpunten, zowel bij de stations als in het netwerk. Centrale delen van het tram- en RandstadRail-netwerk zijn overbelast. Het is een noodzaak om te investeren in duurzame bereikbaarheid, volgens het ‘STOMP’-principe7 en te investeren in de verbetering van de woon- en leefkwaliteit en de verkeersveiligheid in de bestaande woonwijken rondom de Binckhorst, in Rijswijk, in Voorburg-West en Den Haag. Juist op die plekken waar deze verbetering gerelateerd is aan de aanleg van De Vlietlijn. STOMP-principe, ofwel een volgorde in prioriteit voor Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a service, Privé-auto, zie ook paragraaf 2.1 7
24
Waarom een Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV)-verbinding? Hoogwaardig openbaar vervoer, afgekort HOV, is een in Nederland gebruikelijke term voor stadsen streekvervoer dat voldoet aan hoge eisen op het gebied van de doorstroming (hoge gemiddelde rijsnelheid) en frequentie en een daarmee samenhangende veiligheid en reizigerscomfort. De komst van HOV is een voorwaarde voor de groei naar meer woningen en arbeidsplaatsen. Het veranderende en verbeterde mobiliteitsaanbod met HOV draagt bij aan de ontwikkeling van gemengd hoogstedelijke milieus. Tot op heden liggen de stedelijke regio’s rond Rotterdam en Den Haag nabij, maar zijn ze niet sterk verbonden met de Binckhorst en omliggende wijken. De Vlietlijn zorgt door het realiseren van meer verbinding en ontsluiting voor samenhang en kan hiermee het potentieel van de nabijheid benutten. Daarnaast is De Vlietlijn onderdeel van de koningscorridor die het verdere achterland (Zoetermeer en Delft) verbindt met de Internationale Zone in Den Haag en de kust.
1.2 Samenwerking in MIRT-project
Voor de totstandkoming en invulling van de benodigde mobiliteitsmaatregelen en de verbetering van woon- en leefklimaat en de verkeersveiligheid trekken zeven overheden samen op in het MIRT-project: de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, de provincie Zuid-Holland en de ministeries van I&W8 en VRO9 (voorheen: BZK). MIRT staat voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. In het MIRT zijn projecten en programma’s opgenomen waarbij het Rijk samen met de regio werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland. Een MIRT-project bestaat uit verschillende fasen, waarin wordt toegewerkt naar een steeds concretere invulling van ruimtelijke opgaven (afbeelding 1). Voorbereidingsfase Startbeslissing Verkenningsfase Voorkeursbeslissing Planning- en studiefase Projectbeslissing Aanlegfase Opleveringsbeslissing Afbeelding 1 Fasen in het MIRT-proces
tomatische doorstroming van een project van de ene naar de volgende fase. Per fase wordt een stuurlijke beslissing genomen over het wel of niet (blijven) opnemen (go/no go beslismoment) ect in het MIRT. Hoe verder het project in de procedure komt, hoe concreter het project wordt.
lregels gelden voor alle betrokken partijen bij een (mogelijk) MIRT-project of programma in het 8 ein, waarbij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat betrokken is als (mogelijke mede) Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat 9 Ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening (voorheen Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) ast (grootschalige) aanleg van nieuwe infrastructuur is en er toenemende aandacht voor vervanging, ng en renovatie van bestaande infrastructuur, waarbij mogelijk vervanging aan de orde is met van extra functionaliteit.1 Voor overige instandhoudingsopgaven gelden de spelregels niet.2 INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
van de scope en wettelijke eisen worden ook andere ministeries betrokken. Het gaat dan vooral,
25
In de ‘MIRT-verkenning CID-Binckhorst (2023) is door het samenwerkingsverband van de zeven overheden toegewerkt naar een voorkeursbeslissing met daarin een integraal pakket met mobiliteitsmaatregelen voor de bereikbaarheid van CID-Binckhorst. Om zowel CID-Binckhorst als de omliggende gebieden ook in de toekomst prettig leefbaar, verkeersveilig en bereikbaar te houden, wordt de doorontwikkeling van CID/ Binckhorst gefaciliteerd met het anders invullen van stedelijke mobiliteit. Deze opgave is vertaald naar drie projectdoelen: 1. Mogelijk maken van verstedelijking en het versterken van de economische kracht van de (inter)nationale toplocaties CID en Binckhorst door in iedere ontwikkelfase een passende duurzame mobiliteit aan te bieden. Dat betekent dat het verkeer- en vervoersysteem blijft passen bij het groeiend aantal inwoners en arbeidsplaatsen in het gebied. 2. Bijdragen aan de bereikbaarheid van de Zuidelijke Randstad door aanpak van de NMCA10 ov-knelpunten Rijswijkseplein en Binckhorstlaan en het voorkomen van extra belasting van het hoofdwegennet door verstedelijking van CID-Binckhorst. Dat betekent dat de knelpunten in het mobiliteitssysteem (met name voor het ov, maar ook voor de auto) worden aangepakt. 3.
Bijdragen aan regionale ambities voor fiets en ov middels specifieke maatregelen gericht op fiets en ov die stimuleren dat meer mensen gebruik gaan maken van ov en de fiets in plaats van de auto. In de Verkenningsfase (2019 – 2023) zijn route-alternatieven bekeken (door/langs welke straten De Vlietlijn het beste kan rijden) en is het meest geschikte type vervoermiddel onderzocht (bus, tram, lightrail). Tevens is een bijbehorend plan-MER (plan-milieueffectrapport) opgesteld. De verkenningsfase heeft medio 2023 geleid tot een vastgesteld voorkeursalternatief. Dit voorkeursalternatief bestaat uit: het Basispakket Mobiliteit met als hoofdmaatregel De Vlietlijn en 15 overige maatregelen. Andere maatregelen focussen onder andere op de structuurverbetering voor fiets en voetganger.
Hoe het voorkeursalternatief tot stand is gekomen In de Verkenningsfase zijn 17 denkbare route-opties tussen Den Haag Centraal – station Voorburg en richting Rijswijk/Delft geïnventariseerd en beoordeeld. Na deze beoordeling bleven vier kansrijke routes naar station Voorburg en twee naar Rijswijk/Delft over. Combinaties van de routes naar station Voorburg en richting Rijswijk/Delft leidden tot vijf tracé-alternatieven. Deze zijn daarna gekoppeld aan de drie mogelijke modaliteiten (HOV-bus, HOV-tramverbinding en lightrail), wat tien kansrijke varianten voor De Vlietlijn t.b.v. de bereikbaarheid CID-Binckhorst heeft opgeleverd. De beoordeling van de tien kansrijke varianten is gebeurd op basis van het beoordelingskader uit de Nota Reikwijdte en Detailniveau die voor het plan-MER is opgesteld. Bij de beoordeling is gekeken naar effecten zoals bereikbaarheid, financiële haalbaarheid en leefomgeving en milieu. De voorkeursvariant was de variant met de hoogste relatieve eindscore (1T in de afbeelding hieronder).
Nationale Markt- en CapaciteitsAnalyse. Dit is een instrument gebruikt door Ministerie I&W om inzicht te krijgen in de ontwikkelingen in mobiliteit, de knelpunten op het gebied van infrastructuur en capaciteit, en de maatschappelijke opgaven op het gebied van bereikbaarheid.
10
26
volledig oor deze
De lezer die meer wil weten over de totstandkoming verwijzen we naar het ‘Masterplan Bereikbaarheid CID-Binckhorst’ (Bibliotheek | De Vlietlijn). Hier kunt u ook terecht als u meer wil weten over de voorgeschiedenis en brede context van onderzoeken en beleidsvoornemens die hebben geleid tot de huidige keuze van het voorkeursalternatief.
DE VLIETLIJN De variant met de beste relatieve eindscore is een combinatie van een specifiek vervoersmiddel (een tram) op een specifiek tracé (zie afbeelding 2). Het tracé is als volgt:
tief
Masterplan Bereikbaarheid CID-Binckhorst
Definitief
daarvan 5:
– Geestbrugweg) en de Geestbrugweg sterk. Er wordt ingezet op ee herinrichting in co-creatie met omwonenden en belanghebbenden, waar straten veiliger, mooier, groener en leefbaarder worden.
na 37 na 37 na 38 na 39 na 40 na 42 na 45 na 46 na 47 na 48 na 48
rapportage
4.6 Uitgebreide beschrijving van het Voorkeursalterna
Op de pagina’s hierna wordt het betreffende tracé beschreven op elf punte 1. Aanlanding station Den Haag Centraal 2. Lekstraat 3. Omgeving Sporendriehoek 4. Binckhorstlaan Den Haag 5. Omgeving Binckhorstbrug en kruising Binckhorstlaan Maanweg 6. Maanweg Den Haag en van Maanweg naar station Voorburg 7. Aanlanding station Voorburg 8. Binckhorstlaan Voorburg 9. Prinses Mariannelaan 10. Geestbrug 11. Geestbrugweg
Afbeelding 2 Voorkeursalternatief De Vlietlijn: -Den C. -1T. Figuur 4.3: Overzicht van de hierna beschreven tracédelen van Haag de variant
Binckhorstlaan - Maanweg – station Voorburg & HOV-tram naar Rijswijk en Delft via Binckhorstlaan – Geestbrugweg
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
27
pa pa pa pa pa pa pa pa pa pa pa
De Vlietlijn moet de toename in de vraag naar ov opvangen en de reistijd voor bewoners, werkenden en bezoekers verkorten.
BASISPAKKET MOBILITEIT Naast de hoofdmaatregel (De Vlietlijn) bevat het voorkeursalternatief zoals beschreven in dit Intergemeentelijke Gebiedsprogramma 15 mobiliteitsmaatregelen die het gebruik van andere vervoersmiddelen dan de auto moeten stimuleren. De maatregelen 7, 10 en 11 zijn in het proces richting uitwerking SO+ afgevallen. Het Basispakket Mobiliteit richt zich op de thema’s11 langzaam verkeer, ruimtegebruik, smart mobility, logistiek en fietsparkeren bij stations. Deze maatregelen zijn erop gericht om de leefbaarheid, veiligheid en doorstroming te vergroten in zowel de straten waar De Vlietlijn doorheen komt, als in het grotere gebied van CID-Binckhorst. In afbeelding 3 zijn de maatregelen die onderdeel uitmaken van het Basispakket Mobiliteit gegroepeerd per thema, uitgezonderd de hoofdmaatregel De Vlietlijn, opgenomen.
Afbeelding MaatregelenMobiliteit Basispakket Mobiliteit Tabel 0.13 Basispakket
maatregelen worden in de planning- en studiefase in co-creatie met omwonenden en
De resultaten van de verkenningsfase zijn vastgelegd in het ‘Masterplan CID-Binckhorst’. In de belanghebbenden uitgewerkt. ‘Bestuursovereenkomst Bereikbaarheid CID-Binckhorst’ is de keuze voor dit voorkeursalternatief bekrachtigd door de zeven in de drie gemeenteraden. De bovengenoemde zeven partijen hebben zich Wat leveren dezeoverheden maatregelenen op? De aanleg van een HOV-verbinding samenandere, met investeringen in onder andere daarmee gecommitteerd aan, onder het beschikbaar stellenfiets van gronden in hun eigendom, uiterste zijn noodzakelijk om bij grootschalige woningbouw en gebiedsontwikkeling het CID, tijdig te doorlopen c.q. te verlenen, inspanning om de benodigde planologische procedures en vergunningen de aan Binckhorst en afspraken. de omliggende gebieden trekken en gemeenten prettig en financiële Gezamenlijk de partijen zo’nleefbaar, 619 miljoen euro inclusief btw (prijspeil verkeersveilig en bereikbaar te houden. De Binckhorst, Voorburg en Rijswijk krijgen 12 2024) uit om De Vlietlijn en de bijbehorende maatregelen te realiseren. met de voorgestelde HOV-verbinding rechtstreekse, snelle en hoogfrequente verbindingen met Scheveningen/ het strand, het CID, het centrum van Den Haag, de 11 Internationale centrum dehoofdstuk Technische Universiteit. De duizenden extra CID-Binckhorst’.
De uitwerkingZone, van deDelft thema’s vindten u in 3 van het ‘Masterplan Bereikbaarheid 12 In de Bestuursovereenkomst d.d. 31 maart 2023 waskansen dit 575 mln, BTW, prijspeil van 2022 woningen en banen in de Binckhorst bieden volop voorincl. zowel inwoners Den Haag, als ook die van Leidschendam-Voorburg, Rijswijk en de rest van de regio. De extra inwoners en werkgelegenheid hebben ook een positief effect op de lokale
28
1.3 Huidige fase MIRT-proces: Planning- en studiefase
Het project De Vlietlijn bevindt zich momenteel in de Planning- en Studiefase. In deze fase wordt De Vlietlijn verder in detail uitgewerkt. Deze fase heeft als doel om De Vlietlijn zo getrouw mogelijk aan het voorkeurstracé in te passen in de omgeving met zo weinig mogelijk onwenselijke effecten op milieu en leefomgeving. Hiervoor is in deze fase een Schets Ontwerp+ (hierna: SO+) opgesteld waarin de precieze ligging van De Vlietlijn en het inpassen en inrichten van de openbare ruimte eromheen zijn uitgedacht. Het SO+ richt zich daarmee op de technische, functionele en ruimtelijke inpassing van De Vlietlijn. Hierbij is ook bekeken welke andere (verkeers)maatregelen nodig zijn om de leefbaarheid, bereikbaarheid en verkeersveiligheid te verbeteren. Voor het SO+ zijn de doelstellingen op projectniveau, zoals beschreven in paragraaf 1.2, verder uitgewerkt en geconcretiseerd. Dit past ook goed bij deze fase in het proces waarin toegewerkt is naar concrete inpassing. De doelstellingen voor het SO+ zijn: 1. het verbeteren van de kwaliteit van het mobiliteitssysteem in het plangebied inclusief stimuleren van lopen, fietsen en gebruik ov. 2. de hoogwaardige inpassing in het plangebied met nadruk op het verbeteren van leefmilieu, leefomgeving en verkeersveiligheid. Deze doelstellingen zijn uitgewerkt in negen generieke bouwstenen die leidend zijn voor de verdere uitwerking van het SO+.
De bouwstenen zijn ontwerpprincipes die sturing geven aan de ruimtelijke kwaliteit en zijn concrete vertaling naar de fysieke ingrediënten. Zie verder paragraaf 2.2, Deel B.
PLAN-MER Ook voor deze fase van het MIRT-proces is een plan-MER uitgevoerd. Dit plan-MER geeft inzicht in de effecten op milieu en omgeving en beoordeelt in hoeverre het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma, bijdraagt aan het realiseren van de beoogde doelstellingen. In het plan-MER zijn ook varianten onderzocht en gevoeligheidsanalyses uitgevoerd. Met de uitkomsten van het plan-MER is het SO+ verder aangescherpt. Zie verder hoofdstuk 2, Deel D.
1.4 Participatie
Het SO+ van De Vlietlijn is in samenwerking met bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden uit de omgeving verder uitgewerkt en tot stand gekomen. Het participatieproces heeft in drie participatierondes plaatsgevonden. Tijdens deze rondes hebben informatiemarkten (inloopbijeenkomsten), online participatie en werkgroepsessies per deelgebied plaatsgevonden. Voor de participatie zijn werkgroepen opgericht per deelgebied: • Deelgebied 1: Lekstraat-Sporendriehoek (Den Haag) • Deelgebied 2: Binckhorstlaan-Maanweg (Den Haag) • Deelgebied 3: Leidschendam-Voorburg • Deelgebied 4: Rijswijk Elke werkgroep bestond uit verschillende deelnemers, waaronder vertegenwoordigers van organisaties en individuele belanghebbenden, zoals bewoners en ondernemers. Ook hebben 1-op-1 gesprekken met diverse ondernemers plaatsgevonden. Ook waren experts op het gebied van techniek, planning, verkeer, groen en openbare ruimte betrokken. Belanghebbenden hebben zo op verschillende manier en momenten -online en fysiek- kunnen meedenken over de plannen. De verzamelde input en samenvattingen van de werkgroepen zijn terug te vinden op de website van De Vlietlijn.
INTERGEMEENTELIJK GEBIEDSPROGRAMMA DOORONTWIKKELING BINCKHORST, DE VLIETLIJN EN GEOTHERMIE
29
Parallel aan de participatie voor het opstellen van het schetsontwerp voor de inpassing van De Vlietlijn heeft ook participatie plaatsgevonden voor de verkeersonderzoeken. Hiervoor zijn twee bijeenkomsten georganiseerd. De uitkomsten van de verkeersonderzoeken zijn meegenomen in het schetsontwerp. De reacties uit het participatieproces tot nu toe hebben onder andere geleid tot extra aandacht voor verkeersveiligheid (in het bijzonder langzaam verkeer versus een HOV-tramverbinding), de impact op de leefbaarheid en bereikbaarheid van bestaande woonwijken, de impact op groen en groenvoorzieningen (Opa’s Veldje13 , ecologische verbindingszone Broekslootzone (ter plaatse van Maanweg), bomen langs het tracé), sociale veiligheid, de ontsluiting en bereikbaarheid voor bevoorrading van bedrijven en bijvoorbeeld mogelijke impact op het aantal parkeerplaatsen en parkeerdruk in de omgeving. Ook zijn aanvullende suggesties aangedragen, zoals de suggestie om in de uitwerking van de plannen te onderzoeken of teruglegging van de gevellijn in de Maanweg een optie is om ruimtebeslag op groen te voorkomen. In de participatieverantwoording14 is dit nader uitgewerkt.
1.5 Stakeholders HTM/ProRail
Naast de zeven opdrachtgevers hebben HTM en ProRail als toekomstig beheerders (en concessiehouder) een nadrukkelijke belangrijke adviserende en toetsende rol. ProRail is onder andere actief betrokken bij het ontwerpproces van De Vlietlijn zelf en bij het ontwikkelen van bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan. De precieze ligging van de HOV-tramverbinding komt in nauwe samenwerking met ProRail tot stand en in de realisatiefase neemt ProRail het deel in de nabijheid van het spoor (binnen beperkingengebied en hoofdspoorweginfrastructuur) voor haar rekening. De Vlietlijn is een uitbreiding van het tramnetwerk en moet naadloos aansluiten op bestaande HTM-diensten. Om die reden adviseert de HTM als beheerder van het tramwegennet onder andere over de technische uitwerking van de ontwerpen, het ontwerp van de haltelocaties langs het tracé, aanpassingen aan de HTM-infrastructuur of -exploitatie, en communicatie en afstemming met de omgeving bij de inpassing in de Sporendriehoek.
1.6 Vervolg
Vooruitlopend op de formele besluitvorming over het Intergemeentelijk Gebiedsprogramma worden alle stukken (ontwerp Intergemeentelijk Gebiedsprogramma, ontwerp plan-MER en het Ontwerp SO+) ter inzage gelegd. Een ieder heeft dan de gelegenheid om zijn zienswijze kenbaar te maken. Daarna worden de zienswijzen beantwoord en gewogen en verwerkt tot een definitief Intergemeentelijk Gebiedsprogramma, een definitief plan-MER en een definitief SO+. De verschillende stukken worden vervolgens vastgesteld door de verschillende colleges. Meer informatie over de stappen daarna vindt u in Deel D.
13 14
Opa’s Veldje is een voor bewoners waardevol buurtpark aansluitend op de ecologische zone Broeksloot. Zie ook paragraaf 5.1.2. Deze participatieverantwoording zal gelijktijdig met dit Intergemeentelijk Gebiedsprogramma ter inzage worden gelegd.
30
2 SO+ De Vlietlijn Dit hoofdstuk beschrijft de doelstellingen van SO+ en de beeldkwaliteit. De doelstellingen van het SO+ zijn een uitwerking van de projectdoelstellingen. In de paragraaf over de beeldkwaliteit is op hoofdlijnen beschreven welke uitgangspunten en principes zijn gebruikt voor hoe De Vlietlijn eruit komt te zien. Tot slot wordt ingegaan op de kabels en leidingen in het gebied.
2.1 Doelstellingen SO+
Het SO+ richt zich op de technische, functionele en ruimtelijke inpassing van De Vlietlijn. Hierbij is ook bekeken welke andere (verkeers)maatregelen nodig zijn om de leefbaarheid, bereikbaarheid en verkeersveiligheid te verbeteren. De samenwerkende partijen hebben vastgelegd dat bij het opstellen en uitwerken van de maatregelen voor het verbeteren van de stedelijke mobiliteit extra aandacht uit dient te gaan naar een hoogwaardige inpassing in de stedelijke omgeving, waarbij thema’s als duurzaamheid, leefbaarheid, verkeersveiligheid, groen en milieu centraal staan. Hierbij is de ambitie uitgesproken om niet alleen negatieve effecten te mitigeren, maar daar te zorgen voor een verbetering op deze aspecten voor de directe omgeving van De Vlietlijn. Invulling van de duurzaamheidsambities is verkend met de methode van een ambitieweb. Deze methode is gebruikt om de stap te zetten van ambities naar concrete doelstellingen. Vanuit het Masterplan Bereikbaarheid CID-Binckhorst en de bijbehorende projectdoelstellingen staan de thema’s Vestigingsklimaat, Bereikbaarheid, Ruimtelijke Kwaliteit & Ruimtegebruik al op het hoogste niveau. In aanvulling zijn de ambities op de thema’s Energie, Materialen en Ecologie & Biodiversiteit beschouwd als hoogste prioriteiten. Hierbij is ook zoveel als mogelijk rekening gehouden met bestaande functies, zoals bedrijven en voorzieningen.