CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322666 Notulen raad 22 mei 2025

Gemeenteraad 9 juli 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van 8 en 22 mei en 12 juni 202561.982 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

Niet elk gebouw en niet elk gebied is hetzelfde. Goed daarom dat de wethouder heeft toegezegd om natuurorganisaties te betrekken bij de toepassing en doorontwikkeling. Want tabellen en regels zijn belangrijk, maar de uitvoering bepaalt het verschil. Ook daar moeten we scherp op blijven. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. Het CDA is voorstander van het bouwen van toekomstbestendige woningen. Door te bouwen aan betaalbare woningen voor alle levensfasen, van jong tot oud. En door te bouwen aan buurten met een gezonde en groene leefomgeving. Vanuit onze christendemocratische kernwaarden kunnen we het voorstel steunen om meer maatschappelijke waarde te creëren en bij nieuwbouw te sturen op meer groen, minder hittestress en het realiseren van gebouwen die langer meekunnen. Maar het is ook belangrijk dat we kunnen blijven doorbouwen aan betaalbare woningen, met genoeg voorzieningen uiteraard. Daarom ondertekenen we van harte de motie van D66 voor keuzevrijheid en het puntensysteem bij lopende projecten. We hebben in de commissie flink wat vragen gesteld over het voorkomen van te veel eisen, papierwerk en bewijslast voor ontwikkelaars. Marktpartijen zijn al volop bezig met innovaties en het bouwen met minder uitstoot van emissies zoals CO2. Het CDA vindt dat de gemeente daarin moet samenwerken met deze bedrijven.

Gisteren hebben we dan ook een extra brief ontvangen over de klimaatdeal die het college wil gaan sluiten, waarvoor dank. Het CDA vindt dat we moeten samenwerken aan het CO2-reductiepad. Daarom hebben we de volgende motie, met als dictum: 'roept het college op het Haagse CO2-reductiepad in samenwerking met marktpartijen en de bouwsector, waaronder Bouwend Nederland, uit te werken. Hierbij ook afspraken te maken over het wegnemen van belemmerende regels.; Geen extra normen vanuit de gemeente op te leggen op basis van het CO2-reductiepad.' Deze motie is medeondertekend door de heer Çelik van DENK. De voorzitter. Door mevrouw De Groot, daartoe gesteund door de heer Çelik, wordt de volgende motie (N.4 CDA) ingediend:

Motie N.4 CDA Samenwerken aan CO2-reductiepad De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 22 mei 2025 ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Toekomstbestendig Bouwen (RIS321843) Constaterende dat: • op dit ogenblik de grenswaarden voor een lagere materiaalgebonden CO₂-equivalenten waarde per m² bruto vloeroppervlak, volgens marktpartijen te ambitieus zijn om te komen tot betaalbare woningbouw; • landelijk een groep beleggers samen met de sector en kennisinstellingen werkt aan een realistisch reductiepad met maximumwaarden voor de materiaalgebonden CO2-uitstoot; 49

•

het college voornemens is deze ontwikkeling te volgen, en voor de Haagse woningbouw wil komen tot een CO2-reductiepad voor de Haagse wonings- en utiliteitsbouw met uitsplitsingen per woningtypologie.

Overwegende dat: • er door marktpartijen al wordt gewerkt aan innovaties om het bouwen van woningen duurzamer te maken, met minder uitstoot van emissies zoals CO2; • bouwend Nederland heeft gewaarschuwd dat extra gemeentelijke regels, het bouwen van betaalbare woningen in Den Haag bemoeilijkt; • het college een convenant sluit om afspraken te maken met bedrijven. Roept het college op: • het Haagse CO2-reductiepad in samenwerking met marktpartijen en de bouwsector (waaronder Bouwend Nederland) uit te werken. Hierbij ook afspraken te maken over het wegnemen van belemmerende regels; • geen extra normen vanuit de gemeente op te leggen op basis van het CO2-reductiepad. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. Er is een groot woningtekort in Den Haag. Mensen maken zich daar zeer terecht zorgen over, en de Haagse VVD ook. We bouwen te weinig voor de middenklasse, voor de gewone, hardwerkende Hagenaars die een huis zoeken. Mijn collega Albert Tuit zei het in de commissie treffend, toen hij het artikel van het Algemeen Dagblad erbij haalde, dat de Haagse woningbouw zich op een dieptepunt bevindt. Dus we moeten huizen bouwen. We moeten tempo maken. We moeten zorgen dat onze kinderen ook nog in Den Haag kunnen blijven wonen.

Daar hebben we ouderenwoningen voor nodig, starterswoningen, middenhuur, betaalbare koop. Alle ambities ten spijt lukt het dit college maar niet om voldoende huizen te bouwen. Wat moet je dan doen om dat op te lossen? Aanpakken, samenwerken met ontwikkelaars, meer locaties gereed maken voor de bouw, plannenmakerij! Volgens Bouwend Nederland is Den Haag in vergelijking met andere grote steden in Nederland een drama om in te bouwen. Regels zijn te ingewikkeld. De doorlooptijd van vergunningen is te lang. Kortom, het is te duur, te ingewikkeld. De ontwikkelaars en de bouwers laten Den Haag massaal links liggen. Joren Noorlander (D66). Heeft het grillige politieke klimaat hier misschien niet ook iets mee te maken? Rutger de Ridder (VVD). Volgens mij moeten wij hier samen aan de lat staan om Den Haag aantrekkelijk te maken voor ontwikkelaars om te bouwen; kleine ontwikkelaars, grote ontwikkelaars, woningcorporaties, aan alle kanten. Dan helpt het niet als je weer met een nieuw plannetje komt en zegt: we moeten nog meer doen dan we al eerder deden. Dat gaat niet over politiek klimaat. Dat gaat over een beetje standvastig zijn met elkaar. Joren Noorlander (D66). Dan gaat de VVD wel een beetje voorbij aan wat we bij verschillende bouwprojecten hebben gehad, waarin toch wat eisen en kaders werden veranderd en daarna weer terug werden veranderd.

Ik denk dat vastigheid voor ontwikkelaars juist de basis is voor een goed ontwikkelklimaat. Rutger de Ridder (VVD). Nee, wat er aan de hand is in deze stad, is dat wij alleen maar regel op regel op regel maken. Terwijl we juist zien dat we landelijk met Mona Keijzer eindelijk de weg gevonden lijken te hebben naar íétsje meer richting minder regels, íétsje meer richting 'laat die markt

50

het nou zelf doen', íétsje meer 'laat die ontwikkelaars nou ook eens even de ruimte hebben'. En wat doen wij hier in Den Haag? Exact het tegenovergestelde. De voorzitter. Meneer Noorlander, voor de derde maal. Joren Noorlander (D66). Ik zie landelijk eigenlijk helemaal geen actie op grote problemen als stikstof. Dat vind ik een groter probleem dan de vogelnestkastjes, eerlijk gezegd. Ik denk dat de VVD ook achter ons zou moeten staan en zou moeten zeggen: het puntensysteem zou ook bij kunnen dragen aan een beter klimaat, we moeten iets doen aan stikstof en dat is de actie die we in moeten zetten als stad. Rutger de Ridder (VVD). Nee, want de hele gedachte van dit college begint verkeerd. Aan de ene kant probeert wethouder Van Asten allerlei dingen om het aantrekkelijker te maken en ontwikkelaars hiernaartoe te trekken, en aan de andere kant zeggen de linksen en de Dieren: we moeten nog iets meer gaan doen, hoor, anders gaat het allemaal niet goed. Laat Van Asten nou gewoon zijn werk doen! De voorzitter. Gaat u verder. Rutger de Ridder (VVD). Wat moet je doen om die problemen op te lossen? Je moet regels schrappen, het makkelijker maken om te bouwen, drempels wegnemen, mensen aannemen om de vergunningverlening te versnellen. Dit college, wethouder Van Asten voorop, is trots dat het met ontwikkelaars spreekt.

Hij is weer voor het eerst, na aandringen van de Haagse VVD, ook op de MIPIM geweest in Cannes, bravo! Het college is ook trots dat ze een doorbouwverbond hebben gesloten, eveneens bravo! Wethouder Van Asten staat ook met woonminister Mona Keijzer op de foto om te lobbyen voor extra geld om in Den Haag te gaan bouwen. Ze lijken het nog gezellig te hebben ook, bravo. Ook is Van Asten er niet vies van om tegen het kabinet te schoppen als ze domme plannen maken, zoals de sociale huurbevriezing, waardoor corporaties te weinig kunnen bouwen. Bravo, de Haagse VVD steunt het college hierin. Maar het is allemaal heel gratuit. Het is voor de bühne. Het heeft geen enkele zin. Want wat doet dit college? Nieuwe regels, extra toppen op de al moeilijke ontwikkelingen, het wordt in Den Haag nog duurder om te bouwen, het is nog lastiger om een bouwer te vinden en de marges worden nog kleiner. Dit college wil onder het mom van toekomstbestendig bouwen afdwingen dat sommige partijen voorkeur krijgen boven andere partijen, alleen omdat ze meedoen aan een convenant. Joren Noorlander (D66). Ik zie juist de regelgeving die uit de Haagse hoogbouwnota komt, Eyeline en Skyline, wat eenvoudiger en beter vertaald in het nieuwe puntensysteem. Ziet de VVD dit ook? Rutger de Ridder (VVD). Zoals ik net ook al zei, is de beweging verkeerd. De beweging is niet dat we naar meer regels zouden moeten.

De beweging moet de andere kant op. We moeten regels schrappen, duidelijker zijn, helderder zijn. Dat maakt dit het niet. Joren Noorlander (D66). Ik zie juist dat op bijvoorbeeld hittestress de regels versimpeld zijn. Het is makkelijker voor een ontwikkelaar om aan de drempelwaarde te voldoen met het nieuwe systeem, omdat in Eyeline en Skyline gewoon onrealistische eisen worden gesteld. Ziet meneer De Ridder dat ook? Rutger de Ridder (VVD). Net zei meneer Noorlander nog dat er rust in het politieke klimaat nodig zou zijn. Weet je wat handig zou zijn? Als er rust zou zijn op de bouwmarkt, op de woningmarkt. Dat we gewoon die mensen hun werk laten doen. Dat we niet weer met een nieuwe woonvisie komen die veel meer extra eisen oplegt. Dat we niet weer met nieuw beleid komen om nog meer eisen op te leggen. Je moet duidelijk zijn, je moet helder zijn, dat aan de voorkant goed geregeld hebben, en dan zeggen tegen die bouwer: succes! Wat doen wij? Op ieder dingetje gaan wij hier toch weer een extra regel leggen. Ik vind dat onverstandig.

51

De voorzitter. Meneer Noorlander, voor de derde maal. Joren Noorlander (D66). Ik vind het heel jammer dat de VVD niet op dit punt ingaat, want er zitten versoepelingen in. Drempels worden verlaagd ook voor ontwikkelaars om bijvoorbeeld op hittestress wel aan de eisen te voldoen, omdat je anders elke keer in een soort onderhandeling komt tussen gemeente en ontwikkelaar omdat je tóch te hoge eisen hebt. Ik vind het jammer dat de VVD aan dit geluid en dit inzicht voorbijgaat. Rutger de Ridder (VVD). Ik vind het begrijpelijk dat D66 het jammer vindt dat wij niet aan hun kant staan, maar wij staan aan de kant van de realiteit. Aan de kant van de realiteit van die bouwer die het steeds moeilijker vindt om in Den Haag iets voor elkaar te krijgen. Er gebeurt bar weinig in Den Haag. Het aantal in aanbouw genomen woningen zit op een laagtepunt. Het gaat gewoon niet goed. Er zit daar een nieuwe wethouder. Ik wens hem alle succes met de rommel, toch ook wel, op te ruimen in een heel groot deel van deze stad. Er moet nú heel veel gebeuren. Extra regels gaan daar niet bij helpen. Hinke de Groot (CDA). Ik kan het betoog van de VVD in zoverre volgen dat als we belemmerende regels kunnen wegnemen, we dat vooral moeten doen. Maar nu hebben we gisteren een brief gekregen van het college over een voorgenomen klimaatdeal. Wat vindt de VVD daarvan? Rutger de Ridder (VVD).

Bij de Woontop heeft minister Mona Keijzer, voormalig van de partij van mevrouw De Groot, heel goede afspraken gemaakt met de bouwsector: wat gaan we allemaal doen, wat moeten we allemaal doen, welke kant gaan we allemaal op? Ik denk dat het verstandig is om ons daaraan te houden en ons niet allemaal extra dingen op de hals te halen, anders gaan wij weer extra dingen doen. Zo'n klimaatdeal is hartstikke leuk, maar dan moet heel Nederland gaan meedoen aan die klimaatdeal van Den Haag. Dat lijkt me heel onverstandig, heel onhandig ook. Hinke de Groot (CDA). Volgens mij is het juist heel nuttig. Het gaat juist om partijen in Den Haag die zelf aangeven dat ze stappen willen nemen op CO2-reductie en samenwerken aan een betere luchtkwaliteit. Daar kun je toch niet op tegen zijn? En er staat heel duidelijk in de brief dat dit is op basis van vrijwilligheid, dus niet die extra regels waar de VVD bang voor is. Rutger de Ridder (VVD). Dan is het dus weer voor de bühne. Dat is het net niks. Ik had net een interruptiedebatje over die houtbouw. Dat is op basis van vrijwilligheid, maar in de toekomstig gaan we het misschien wel verplichten. Dan zeg je eigenlijk: hier is een heel groot fuik, zwem daar lekker in en dan zien we aan het eind van de rit wel hoe we jullie kunnen verplichten. Want dat is, mevrouw De Groot, wat de Partij voor de Dieren wil. Dat is wat GroenLinks wil.

Het CDA zou wakker moeten worden en zeggen: wacht eens even, dit gaan we niet doen, we gaan hier eens even hard op de rem staan, want dit gaat alle perken te buiten. Hinke de Groot (CDA). Volgens mij hoeft de VVD niet zo bang te zijn. Het is juist mooi dat het college een handreiking heeft gedaan om te kijken hoe het dit op basis van vrijwilligheid zo goed mogelijk kan stimuleren, hoe we ook samen kennis kunnen uitwisselen. Als de heer De Ridder er bang voor is dat het wel tot normen leidt, dan neem ik aan dat hij de motie van het CDA steunt om te zorgen voor samenwerking, het wegnemen van belemmerende regels en geen extra normen. Dus ik hoop van harte op uw steun, want volgens mij zijn we het helemaal met elkaar eens. Rutger de Ridder (VVD). Dat klinkt toch altijd heel mooi, hè, als een collega-partij zegt: we zijn het helemaal met elkaar eens. Je moet dan ook opletten. We kijken met een positieve grondhouding naar de motie van het CDA, anders had ik net ook al geïnterrumpeerd. Maar waar het hier om gaat, is dat de VVD er vertrouwen in heeft dat de sector steeds meer verduurzaamt. Die sector is zich ongelooflijk aan het ontwikkelen. We hadden het er net over dat er meer houtbouw zou moeten komen. Er zijn houtbouwinitiatieven in Den Haag. We hebben het over biodiversiteit. Dat wordt allemaal steeds beter.

Waarom zeggen dan altijd politici, zeker van linkse signatuur: we moeten meer doen en wij moeten als

52

stad alles gaan regelen? Laat het nou eens aan de mensen die er verstand van hebben. Wij hebben hier in deze raad er geen verstand van. Dus laten we hen het nou laten doen. Jan Willem van den Bos (PvdD). Ik begrijp niet waarom de VVD niet aan het juichen is bij dit voorstel. Want we lezen een voorstel waarin staat dat de markt 'Paris Proof' als lastig ziet en dat we dat gaan loslaten. We zien een voorstel waarin wordt gezegd dat we het aan grote landelijke beleggers laten om ons maatregelen voor te schrijven. Dus alles wat de VVD graag wil, gebeurt toch ook voor een groot deel in dit voorstel? Rutger de Ridder (VVD). Nee, zo zie ik het niet. Ik zie uiteindelijk een Den Haag, dit dagelijks stadsbestuur, dat zich bezig weet met alleen maar meer doen, alleen maar een top op een top zetten. Dat vind ik ongelooflijk onverstandig. En het is toch niet zo dat de heer Van den Bos van de Partij voor de Dieren gaat zeggen dat de wethouder van de Partij voor de Dieren minder gaat doen dan landelijk bijvoorbeeld? Dat kan ik me toch niet voorstellen. Jan Willem van den Bos (PvdD). Waar het natuurlijk om gaat, is het raadsvoorstel dat voorligt. In dat raadsvoorstel kan je ook lezen - ik heb in mijn inbreng aangegeven dat we dat jammer vinden en graag meer ambitie hadden gezien - dat juist wat meer tijd wordt genomen voor de klimaatdoelen en dat die worden losgelaten.

Nogmaals, dat is toch juist iets wat de VVD graag wil en niet wat de Partij voor de Dieren wil? Rutger de Ridder (VVD). Dan heb ik, geloof ik, alle amendementen van de Partij voor de Dieren gemist. Want als dit een VVD-voorstel zou zijn, dan zie ik meneer Van den Bos meestal als eerste met allerlei amendementen om dat te verbeteren. Die heb ik niet gezien. Dus dan klopt er iets niet in de redeneerlijn van meneer Van den Bos. De voorzitter. Meneer Van den Bos, voor de derde maal. Jan Willem van den Bos (PvdD). Dan zou ik de VVD echt oproepen om met veel sympathie naar de motie van D66 te kijken. Er staan voorstellen in waarmee je echt een win-win kunt realiseren: én je investeert in het milieu én je kan sneller bouwen. Ik heb ook gesproken over het fonds om te gaan bouwen. Laten we daarmee aan de slag gaan. Dat zijn constructieve dingen die de VVD ook zou moeten steunen. Rutger de Ridder (VVD). Het begint en het eindigt met hoe dit college in de wedstrijd zit. Dit college zit zo in de wedstrijd: we moeten meer doen, het moet sneller, het gaat niet hard genoeg, alles en iedereen doet het verkeerd en wij hebben het beste idee. Laten we nou gewoon landelijk volgen. Mona Keijzer is hartstikke hard bezig. Dit kabinet is bezig om de puinzooi op te ruimen. Geloof daarin, volg dat nou en maak nou niet die ontwikkelaars gek. De voorzitter. Gaat u verder. Rutger de Ridder (VVD).

Het is juridisch ondeugdelijk wat hier voorligt. Het gaat in tegen het nondiscriminatoire idee van de Aanbestedingswet en is slecht nieuws voor Den Haag. Daarom de motie Top op top juridisch ingewikkeld: 'verzoekt het college de landsadvocaat een analyse te laten maken van de gekozen werkwijze, waarbij minimaal wordt belicht: - hoe het raadsvoorstel waarbij convenantpartners een voordeel bedingen en andere een nadeel hebben past binnen het aanbestedingsrecht; - of, en zo ja waarom wel of waarom niet, het raadsvoorstel afdwingbaar is daar het niet nondiscriminatoir is; - hoe het raadsvoorstel samenhangt met de afspraken gemaakt tijdens de Woontop 2024, in het bijzonder maar niet uitsluitend, onder 12.2 van de afspraken; daarover uiterlijk in het derde kwartaal van 2025 aan de raad te rapporteren.'

53

Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik denk dat het goed is om extern juridisch advies te vragen in dezen. De VVD stelt alleen expliciet voor om die opdracht te verstrekken aan de landsadvocaat. De landsadvocaat kan ook gelezen worden als het bureau Pels Rijcken. We hebben daar eerder verschillende discussies over gehad. Ik heb het net ook nog even proberen op te zoeken. We hebben uiteindelijk een werkwijze in het stadhuis waarbij we ook opdrachten aan andere kantoren verstrekken, niet enkel aan Pels Rijcken. U vraagt expliciet om de landsadvocaat. Waarom is dat? Bent u ook bereid om dat woordje aan te passen? Rutger de Ridder (VVD). Ja, op zich ben ik bereid om dat te doen. Ik heb op zichzelf goede ervaringen met de landsadvocaat in een werkomgeving. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik vertaal dat even als dat meneer De Ridder wel bereid is om het aan te passen? Oké, akkoord, dank u. De voorzitter. En nog een keertje in de microfoon. Rutger de Ridder (VVD). Ja, daar begon ik mee. Ik ben bereid om dat te doen. We kunnen straks even achter de schermen, als u klaar bent met meneer Ahraui, kijken hoe we dat kunnen doen. Voorzitter. We varen dwars door de Woontop van minister Keijzer heen, die hard werkt om de woningbouw in Nederland weer op gang te krijgen. Volgens mij moet ze steun hebben van de gemeente Den Haag om dat te doen.

Een top op een top is slecht nieuws, wereldvreemd zelfs. De Haagse VVD vindt het gekkenwerk. De geloofwaardigheid van bouwwethouder Van Asten wordt te grabbel gegooid. Dat neem ik het college ook wel kwalijk. De Haagse VVD wil bouwen niet onmogelijk maken. Daarom de motie Maak bouwen niet onmogelijk: verzoekt het college samen met de Haagse Tafel Wonen een actieplan te maken om Den Haag aantrekkelijker te maken om te ontwikkelen en nieuwbouw te plegen, waarmee we stappen zetten naar het behalen van de eigen ambitie van het toevoegen van 4.000 woningen per jaar; bij raadsvoorstellen en nieuw collegebeleid die als neveneffect hebben de bouw additionele regels dan wel eisen op te leggen, altijd een analyse te voegen met het mogelijke effect daarvan, zodat voorstellen beter kunnen worden afgewogen; daarover uiterlijk in het derde kwartaal van 2025 aan de raad te rapporten. Samir Ahraui (PvdA). Wat het eerste dictum betreft: dat is precies waar de Haagse Tafel voor bedoeld is - we zullen hen vragen om er een nietje doorheen te doen. Los van dat feit, vroeg ik me het volgende af. De heer De Ridder heeft ons allemaal bevraagd op de ambtelijke capaciteit. Ik weet dat die voor hem heel erg belangrijk is. Waar haalt hij dan de ambtelijke capaciteit vandaan voor deze motie? Rutger de Ridder (VVD).

Juist ook om het eerste wat de heer Ahraui zei, dat de Haagse Tafel Wonen hier juist ook voor bedoeld is, willen wij expliciet maken dat dat hun kerntaak zou moeten zijn. Die gesprekken zijn er dus al. Het is dus extra capaciteit. Het is verschuiven van hetgeen al gebeurt. Samir Ahraui (PvdA). Mooie formulering, dan hebben we het eerste dictumpunt gehad. Maar mijn zorg zat met name in het tweede dictumpunt. Rutger de Ridder (VVD). Als het goed is - daar ga ik van uit, dat is het vertrouwen dat ik toch nog heb in de bestuurders van deze stad - weet dit college, als ze het hebben over duurzaamheidsdingen of andere zaken, wat de effecten daarvan zijn. Dat voegen we niet altijd expliciet toe aan de raadsvoorstellen over bouwen. Dat wil ik. De voorzitter. Meneer Ahraui, voor de derde maal. Samir Ahraui (PvdA). Maar het leidt natuurlijk wel tot extra werk, tot extra mankracht, tot extra capaciteit om dit constant, elke keer te doen. Daarom wederom de wedervraag, met welke ambtelijke capaciteit of, zoals de heer De Ridder dat richting GroenLinks verwoordde: welke ambtelijke capaciteit trekt hij uit zijn broekzak? 54

Rutger de Ridder (VVD). Nogmaals, volgens mij is het niet nieuw dat we uitzoeken wat de effecten zijn van het beleid. Ik wil alleen dat we het expliciet maken in de raadsvoorstellen. Als dat meer capaciteit zou kosten, dan vind ik dat dit voorrang zou moeten hebben op bijvoorbeeld het zoeken naar houtbouw. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik was benieuwd. De heer De Ridder en ik zitten allebei in de commissie Ruimte van de Haagse gemeenteraad. In die commissie Ruimte hebben we een termijnplanning. Daarin staat dat we op 25 juni spreken over de Actieagenda Woningbouw. Wat is het actieplan dat de heer De Ridder hier voorstelt, nu meer dan de actieagenda waar we het 25 juni over gaan hebben met elkaar? Rutger de Ridder (VVD). Volgens mij gaat die actieagenda juist over wat wij meer kunnen doen als stadhuis om dingen te doen. Wat ik vraag is om met de sector in gesprek te gaan om regels weg te kunnen nemen, bijvoorbeeld. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Maar dat is punt 5 in de actieagenda: mogelijkheden om de markt meer te laten doen; pagina 19. Ik wil niet vervelend doen, maar het voelt als iets wat al op de termijnplanning staat. Dus kunt u mij overtuigen waarom ik voor uw motie zou moeten stemmen? De voorzitter. 'Voor de motie van de heer De Ridder', via de voorzitter. Rutger de Ridder (VVD).

Dat is een goed stemadvies, voorzitter! Waar het natuurlijk om gaat, is dat we hier, in dit huis, ook in de actieagenda die daar ligt, uiteindelijk niet de regels schrappen die we zouden moeten schrappen. Ik denk dat de ontwikkelaars in deze stad echt wel weten welke dingen minder moeten. Dit college wil daar niet aan. Ik roep ze daartoe op. De voorzitter. Door de heer De Ridder worden de volgende moties (N.5 VVD en N.6 VVD) ingediend:

Motie N.5 VVD Maak bouwen niet onmogelijk De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 22 mei 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Raadsvoorstel Toekomstbestendig bouwen (RIS321843) Constaterende dat: - er de afgelopen jaren aanzienlijk minder nieuwbouwwoningen zijn gerealiseerd in Den Haag dan de gemeentelijke eigen ambitie voorstaat; - het CBS heeft becijferd dat het aantal nieuw gebouwde huizen in Den Haag in 2024 het laagste aantal was sinds 2012; - de vraag naar betaalbare woningen in onze stad onverminderd hoog blijft. Van mening dat: - met de beleidsvisie toekomstbestendig bouwen, ondanks bestaande afspraken met de sector en medeoverheden, de gemeente Den Haag additionele eisen wil stellen aan verduurzaming in de bouw; - gezien het trage tempo waarmee nieuwbouwprojecten reeds van de grond komen in Den Haag, extra eisen bovenop bestaande landelijke ambities, de aantrekkelijkheid om in de stad te ontwikkelen tegengaan; - verduurzaming van de bouw geen onderbelichte ambitie is, maar deze middels afspraken gemaakt tijdens de Woontop 2024 al voldoende duurzaam is geborgd.

55

Verzoekt het college: - samen met de Haagse tafel wonen een actieplan te maken om Den Haag aantrekkelijker te maken om te ontwikkelen en nieuwbouw te plegen, waarmee we stappen zetten naar het behalen van de eigen ambitie van het toevoegen van 4000 woningen per jaar; - bij raadsvoorstellen en nieuw collegebeleid die als neveneffect hebben de bouw additionele regels dan wel eisen op te leggen altijd een analyse te voegen met het mogelijke effect daarvan, zodat voorstellen beter kunnen worden afgewogen; - daarover uiterlijk in het derde kwartaal van 2025 aan de raad te rapporteren. En gaat over tot de orde van de dag.

Motie N.6 VVD Top op top juridisch ingewikkeld De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 22 mei 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Raadsvoorstel Toekomstbestendig bouwen (RIS321843). Constaterende dat: - lokale en regionale overheden samen met de rijksoverheid en sectorale partners afspraken hebben gemaakt over verduurzaming tijdens de Woontop 2024; - de Beleidsvisie toekomstbestendig bouwen het voornemen behelst een convenant te sluiten met bouwpartners over verdere verduurzaming. - het aanbestedingsrecht non-discriminatoir is, waardoor het bevoordelen of benadelen van bieders in strijd is met het aanbestedingsrecht, te weten artikel 1.10a. Overwegende dat: - het college kenbaar heeft gemaakt dat de gesloten convenanten voortvloeiend uit de beleidsvisie toekomstbestendig bouwen een vrijwillig maar handhaafbaar karakter zullen hebben; - deelnemende en committerende partijen door het raadsvoorstel bij gunningen en tenders een ‘plusje’ kunnen krijgen en daardoor meer kans krijgen op gunning; - het voorstel een voordeel geeft aan convenant deelnemende partijen, waardoor partijen die zich niet aansluiten benadeeld worden, wat niet non-discriminatoir is, en dus in strijd met het aanbestedingsrecht lijkt te zijn.

Verzoekt het college: - de Landsadvocaat te verzoeken een analyse te maken van de gekozen werkwijze, waarbij minimaal wordt belicht: - hoe het raadsvoorstel waarbij convenantpartners een voordeel bedingen en andere een nadeel hebben past binnen het aanbestedingsrecht; - of, en zo ja waarom wel of waarom niet, het raadsvoorstel afdwingbaar is daar het niet non-discriminatoir is; - hoe het raadsvoorstel samenhangt met de afspraken gemaakt tijdens de Woontop 2024, in het bijzonder maar niet uitsluitend, onder 12.2 van de afspraken. - daarover uiterlijk in het derde kwartaal van 2025 aan de raad te rapporteren. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Voordat wij overgaan tot de beantwoording van het college, wil ik nog even wijzen op het enquêteformulier dat op uw plek lag ten aanzien van de oplegger. Ik hoop dat u die allemaal ook invult of ingevuld heeft. We gaan dat voor de dinerpauze ophalen. Dus pak het er nog even bij, vul het netjes in, dan kunnen we er straks ook mee verder om het te verbeteren waar nodig, als dat uit de enquête blijkt, of er misschien mee door te gaan. Het is dus belangrijk dat u dat eventjes doet. 56

Dan wil ik graag het woord geven aan wethouder Kapteijns. Het woord is aan u. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Voorzitter. Goed dat we spreken over het raadsvoorstel Toekomstbestendig Bouwen. We hebben het er in de commissie Ruimte een heel dagdeel over gehad met elkaar. Ik stel dus voor dat we ons beperken tot het appreciëren van de moties. Dan komen de onderliggende debatjes en de vragen die daarbij gesteld zijn, vanzelf aan bod. Ik heb zes moties. Collega Barker, die gaat over natuur en het puntensysteem, zal ook nog twee moties appreciëren. Ik begin met de moties van de VVD, waarbij ik ook de vragen van Hart voor Den Haag mee zal nemen. De voorzitter. Ik zie meteen al een interruptie van de heer Dubbelaar, maar de wethouder moet nog beginnen. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Dat klopt, voorzitter. Ik heb geen moties ingediend, maar ik heb wel degelijk vragen gesteld aan het college. Ik heb het college expliciet gevraagd of het de waarschuwing van Bouwend Nederland negeert. Ik heb ook gevraagd of het college daarop wil reageren. We kunnen dus niet direct overgaan tot het afvinken van moties. Er zijn wel degelijk vragen gesteld door mensen die een bijdrage hebben geleverd op dit onderwerp. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Mijn laatste zin was: waarbij ik in zal gaan op de vragen van Hart voor Den Haag - dus vanzelfsprekend. Voorzitter.

Ik begin bij motie N.6 van de VVD. Die heet 'Top op top juridisch ingewikkeld'. Er zitten een aantal elementen in waar andere partijen ook aandacht voor hebben gevraagd, met name het punt of dit voorstel iets bovenwettelijks bevat. Het antwoord is nee. We kunnen als gemeente ook geen extra eisen stellen bovenop het Besluit bouwwerken leefomgeving. Dat mogen we niet en dat willen we ook niet. Het gaat om drie onderdelen. Op het puntensysteem zal wethouder Barker ingaan. Als het gaat om de reductie van materiaalgebonden CO2-uitstoot, dan gaan we een klimaatdeal sluiten op de PROVADA op 19 juni. Dat doen we met acht grote bouwende partijen in Den Haag. Wat we daar doen, is op basis van vrijwilligheid afspraken maken over de volgende stappen die ontwikkelaars en bouwers in Den Haag met elkaar kunnen gaan zetten. Dat doen we op basis van een landelijke richtlijn die door beleggers ontwikkeld wordt. Daarmee creëren we een gelijk speelveld met heel veel andere grote steden in Nederland waar dit ook het beleid is. Het derde onderdeel gaat over schoon en emissieloos bouwen. Daar hebben we al beleid voor. Daar hebben we ook een aantal landelijke convenanten voor getekend. Een van de dingen die we daar ook gaan doen, is bijvoorbeeld de vergunningverlening versnellen en de procedures makkelijker maken voor bouwers.

Dat alles brengen we bij elkaar in dit kader, zodat aan de voorkant voor iedereen die wil bouwen in Den Haag, duidelijk is wat het beleidskader voor duurzaam bouwen is, in plaats van dat op allerlei plekken in allerlei nota's te moeten opzoeken. Dat doen we in goed overleg met alle partijen van de Haagse Tafel Wonen. Ook met Bouwend Nederland - de afspraak staat al in onze agenda's - gaan we nog in gesprek over de zorgen die daar leven. Ik ben ervan overtuigd dat we die zorgen heel snel weg kunnen nemen. Kijkend dan dus naar het dictum van motie N.6, moet ik haar ontraden. Zo'n juridische analyse is niet nodig, want we doen niets bovenwettelijks. Het raadsvoorstel is geheel in lijn met de afspraken uit de Woontop. Sterker nog, dit beleid zorgt voor meer duidelijkheid en creëert een gelijk speelveld, waardoor we de woningbouw juist bevorderen. Dit zijn ook allemaal afspraken die zijn gebaseerd op vrijwilligheid en niet juridisch afdwingbaar. Dat heb ik al gezegd. Het laten uitvoeren van zo'n juridische toets zou dus een verspilling zijn van middelen. Ik denk dat ook de VVD daar niet voor zal zijn, maar dat laat ik aan de VVD-fractie. Maar vanuit het college moet ik de motie ontraden. Motie N.5 heet 'Maak bouwen niet onmogelijk'. Die vraagt om een actieplan op te stellen. Dat actieplan - dat werd ook in het debatje duidelijk - is er eigenlijk al.

Dat is de Actieagenda Woningbouw 2025-2027, die inderdaad ook al geagendeerd staat in de commissie Ruimte. Daarmee is het eerste dictum dus al uitgevoerd. Het tweede dictum wekt de suggestie dat het hier zou gaan om additionele regels, maar dat is niet het geval. Dus ook op dat dictumpunt kunnen we de motie ontraden.

57

Rutger de Ridder (VVD). De wethouder moet wel goed lezen. Het gaat over nieuw collegebeleid en andere raadsvoorstellen, dus niet over wat er al ligt. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). We zijn met de Haagse Tafel Wonen en ook met de andere partners hierover gewoon in gesprek. Dit is wat we altijd doen. We hebben niet de intentie om additioneel bindende regels op te leggen. Zouden we dat al overwegen, dan doen we dat vanzelfsprekend in overleg en gaat er een analyse aan vooraf. Deze motie is dus overbodig en ontraden. Hinke de Groot (CDA). De motie gaat inderdaad over nieuw collegebeleid. De wethouder geeft aan dat daar gesprekken over worden gevoerd en analyses op worden gedaan. Worden die dan ook al standaard gedeeld met de raad? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Dat is goed gebruik in dit huis. Wat het college betreft: als er sprake is van nieuwe regels, dan gaat dat in de vorm van een raadsvoorstel. Er ligt natuurlijk altijd een analyse aan ten grondslag van wat de effecten daarvan zullen zijn, in dit kader voor de bouwproductie of voor het bedrijfsleven of de ecologie. Wij onderbouwen onze voorstellen vanzelfsprekend. Hinke de Groot (CDA). Dus als ik het goed begrijp, dan geeft de wethouder aan, of zegt eigenlijk ook toe, dat dit standaard gaat gebeuren, mocht dat überhaupt het geval zijn? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Vanzelfsprekend. Voorzitter.

Ik ben bij motie N.1 van GroenLinks, Op hout kan je bouwen. Deze motie kan het college aan de raad laten. Houtbouw is inderdaad een belangrijke manier om materiaalgebonden CO2uitstoot terug te dringen. Met het beleidskader dat nu voorligt, willen we dat graag stimuleren. Om te kijken waar belemmeringen zitten en om drie bouwprojecten de komende jaren na te streven, past in de visie van het college. Daar kan het college dus mee uit de voeten, mocht de motie worden aangenomen. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). De wethouder zegt dat het voorstel dat hij naar de raad gestuurd heeft, het eigenlijk al regelt. De markt doet het al. Ik zie het gebeuren. In het Beatrixkwartier gaan ze volgens mij een kantoorgebouw neerzetten van houtbouw. Ik zie het vaker voorbijkomen als ik vakartikelen lees en zo. Dus wat voegt dit voorstel daar nu precies aan toe? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Het voorstel is heel erg in de geest van hoe het college aankijkt tegen de samenwerking met de ontwikkelaars en van de klimaatdeal die we gaan afsluiten. We willen graag van de goede voorbeelden, waarvan er gelukkig al een aantal zijn, horen wat succesfactoren zijn en hoe we de kennis die daarvoor nodig is, breder kunnen verspreiden in de markt, zodat andere ontwikkelaars daarvan ook gebruik kunnen maken.

Hoe kunnen we ook vanuit de gemeente extra stimuleren dat dat soort ontwikkelingen van de grond komen? Dit is dus een verdere precisering van het beleid dat we van plan zijn. In dat licht kan ik de motie aan de raad laten. De voorzitter. Meneer Dubbelaar, voor de derde maal. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Wat gaat de wethouder dan meer doen dan er nu in het raadsvoorstel voorligt? Ik snap het niet. Misschien kan de wethouder het helder maken. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Daar bestelt u ons voor, om dingen duidelijker te maken. We proberen in het beleidskader weg te blijven bij oplossingen. We schrijven meer voor, bijvoorbeeld hoeveel CO2 per vierkante meter kantooroppervlak er in de toekomst bij nieuwbouwprojecten mogelijk zou zijn als het gaat om materiaalgebonden CO2-uitstoot. Dat kan heel goed met houtbouw, maar het kan ook met gebruik van circulaire materialen. Maar waar het gaat om houtbouw, kunnen we dat verder invullen als we uitvoering geven aan deze motie.

58

De voorzitter. U bent drie keer geweest, meneer Dubbelaar. Of ik heb misschien niet goed geteld, maar volgens mij is het drie keer geweest, meneer Dubbelaar. En ik zie heel veel instemmend geknik, dus ik voel me gesteund. Het woord is aan de wethouder. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik ben bij motie N.2 van D66 en de Partij van de Arbeid, Begin met bouwhubs. Bouwhubs kunnen een heel belangrijke rol spelen in emissieloos bouwen. Ze kunnen ook helpen om het gebruik van circulaire materialen te stimuleren. Dat is in de ruimte gezien een heel ingewikkelde opgave. Dat geldt voor meer ontwikkelingen in de stad Den Haag, maar ook bouwhubs vragen ruimte, juist op plekken waar we die eigenlijk niet hebben. Hier hoort dus een winstwaarschuwing bij dat het allemaal niet zo makkelijk is. Als het college deze motie mag uitleggen als een extra aansporing om hier echt mee aan de slag te gaan, dan kan het college deze aan de raad laten. Ik denk dat we de hubs vooral in de tijdelijkheid moeten zoeken, bijvoorbeeld in de Binckhorst. Tijdelijke bouwhubs kunnen daar een rol spelen. Dan kunnen we de raad daar later dit jaar nader over te informeren. Joren Noorlander (D66). Dat mag het college van mij zo lezen. Er staat natuurlijk wel een tijd in, Q3, waarin we terugkoppeling willen. Daar wil ik u wel graag aan houden. Wethouder Kapteijns (GroenLinks).

Daar zal het college zich ook proberen te houden. Rutger de Ridder (VVD). Dit is toch al de tweede motie van een coalitiepartij die totaal overbodig is? U zegt: we zijn er al mee bezig, we gaan ermee aan de slag, als u dit ziet als extra aansporing, is het goed. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik hoor daar niet direct een vraag in, maar ik kan er wel op reflecteren. Deze motie beschouwt het college als extra aansporing. Als deze motie wordt aangenomen door uw raad, dan zegt uw raad dat het dit een extra belangrijk onderwerp vindt en dat hij extra waarde hecht aan de bouwhubs. Dan gaat het college daar extra voortvarend mee aan de slag. Rutger de Ridder (VVD). Dus dan gaat het college op andere dingen uit dit raadsvoorstel, als het aangenomen wordt, minder zijn best doen. Klopt dat? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik denk niet dat we het zo moeten bekijken, of dat meer of minder is. Het betekent dat we deze actie wat naar voren halen of daar extra inzet op plegen. Rutger de Ridder (VVD). Dan is het totale black box of het college wel iets meer gaat doen of niet iets meer gaat doen. Dit is dus gewoon om een coalitiepartij een beetje te pleasen: doe maar oordeel raad, want dan is het vriendelijk. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Als de VVD-fractie dat van mening is, doet zij haar eigen raad tekort.

Als de raad deze motie aanneemt, dan geeft hij het college daarmee een duidelijke opdracht om dit onderwerp, wat geen nieuw onderwerp is, maar al benoemd staat in het beleidskader waar het nu over gaat, naar voren te trekken en om dat echt als randvoorwaardelijk te zien voor een aantal ontwikkelingen die samenhangen met het kunnen effectueren van de zaken die met toekomstbestendig bouwen te maken hebben. Joren Noorlander (D66). Ik zie wel een groot verschil tussen wat in de Uitvoeringsagenda staat en wat in de motie staat. In de Uitvoeringsagenda wordt vooral gezegd dat we samen met de markt gaan kijken of we misschien iets met bouwhubs moeten doen. In de motie vragen we om echt met concrete locaties te komen in Q3 2025. Het is dus wel degelijk een versnelling ten opzichte van wat er in de stukken staat. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Zo beschouwt het college deze motie ook, waarbij ik de formulering zoals die uit de oorspronkelijke stukken komt, niet direct herken. Maar zoals ik zei, dit is een extra aansporing om het concreet te maken en uw raad hier later dit jaar over te informeren. 59

Voorzitter. Ik ben bij motie N.8 van de Partij van de Arbeid, Ondersteuning kleine ontwikkelaars en corporaties. We gaan aan de slag met de Uitvoeringsagenda, waarin we ook invulling gaan geven aan die ondersteuning. We gaan daar ook bijeenkomsten voor organiseren. Maar ik begrijp de oproep van de indiener om extra aandacht te besteden aan kleine projecten en maatschappelijke initiatieven. Dus als uw raad deze motie aanneemt, kunnen we daarmee uit de voeten en zullen we dat doen. Bij de eerste voortgangsrapportage kan ik u daar dan ook nader over informeren. Deze kan het college dus aan de raad laten. Dan zijn we bij motie N.4 van het CDA, Samenwerken aan CO2-reductiepad. Ook deze motie kan het college aan de raad laten. Dit is in lijn met wat we ook voor ogen hebben met de klimaatdeal. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om extra regels of normen op te leggen. We willen juist bij de uitvoering van de klimaatdeal extra aandacht besteden aan hoe we zelf onze processen kunnen verbeteren, bijvoorbeeld op het gebied van vergunningverlening. Het college ziet het element over belemmerende regels als ondersteuning. Daarom kan ook deze motie aan de raad gelaten worden. Wethouder Barker (PvdD). Voorzitter. Er waren in een paar interruptiedebatjes wat punten gemaakt over het puntensysteem.

Eigenlijk komt het erop neer dat we natuurinclusief, wat al een hele tijd bestaat, en klimaatadaptief, waar ook elementen al van bestaan, samenvoegen tot een overzichtelijk systeem. Dat is een hele stap vooruit. Ik vond ook mooi dat de heer Ahraui vandaag een groene pet op had. Dat is alleen maar mooi. Het is een steun voor de mooie stap vooruit voor bouwers, bewoners en de natuur. Bouwers krijgen meer duidelijkheid, bewoners krijgen een fijne leefomgeving en de natuur krijgt meer ruimte in het gebouw. Dat is dus ook heel mooi. Ik had twee moties. Een van D66 ging over de keuzevrijheid. We hebben een oud puntensysteem. Dat is vastgelegd in bijvoorbeeld een PUK of een NvU. Je zou kunnen zeggen: dat mag je inruilen voor het nieuwe systeem. Het college snapt die redenering. Daarom kunnen we motie N.3, Keuzevrijheid bij lopende projecten, aan de raad laten. De tweede motie ging over het meten van het effect van de puntentelling. Die ging over de evaluatie en om daarover in gesprek in te gaan met partijen. Het lijkt het college een goed idee om dan met natuurverenigingen in gesprek te gaan, maar dus ook met ontwikkelaars en om te kijken naar de effecten in 2027. Die kunnen we dus ook aan het oordeel van de raad laten. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag).

In plaats van dat wethouder Barker enthousiast reageert op de groene pet van meneer Ahraui heb ik liever dat hij reageert op de serieuze vragen die Hart voor Den Haag gesteld heeft, onder andere over de zorgen van Bouwend Nederland. Zij hebben zich goed geuit, vind ik. Zij waarschuwen de gemeente Den Haag over de extra regels. Dat kunnen we toch niet negeren? Wethouder Barker (PvdD). Er zijn natuurlijk verschillende partijen die een mening hebben over een stuk. Maar wat ik hoor van ambtenaren over reacties van bouwers, is juist dat ze allemaal vrij positief zijn. Ze zijn blij dat er duidelijkheid komt. De heer Noorlander zei het ook: ze weten beter waar ze aan toe zijn. Het is eigenlijk een systeem dat er al heel lang is. Ze weten dus al voor een groot deel hoe het werkt. Er was in 2015 een motie aangenomen. In 2019 heeft toenmalig wethouder Revis van de VVD dit puntensysteem, waar ik heel blij mee ben, in gang gezet. Vervolgens heeft wethouder Mulder het weer aangescherpt. De stap nu is dat we het nóg veel beter hebben gemaakt. De bouwers geven allemaal aan dat ze dat mooi vinden. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag).

Ik hoor wat de wethouder zegt, maar als de bouwsector via de media reageert dat het zo moeilijker wordt om woningen te bouwen, gaat er dan geen alarmbel af in de collegekamer? Ik snap wel dat de wethouder iets nastreeft vanuit zijn ideologie of vanuit zijn kijk op de wereld, maar we moeten hier toch een wooncrisis oplossen? Dan moet je toch soms ook gewoon pragmatisch kijken naar problematiek? Wethouder Barker (PvdD). Volgens mij heeft de heer Dubbelaar ook gezien hoe gereageerd werd toen minister Keijzer had gezegd: we schrappen de nestkasten en het natuurinclusieve element. Toen zeiden juist heel veel ontwikkelaars: doe dat nou niet, omdat het vrij weinig kost om het te doen en echt wel nodig is. Kijk bijvoorbeeld naar vleermuizen die in een gebouw zitten. Als je dan proactief 60

maatregelen neemt, kun je ervoor zorgen dat er minder maatregelen op dat moment nodig zijn. Zo zijn er best wel veel dingen die zorgen voor een veel betere leefomgeving, maar ook in het voordeel zijn van de woningeigenaar uiteindelijk en van de bouwers en de ontwikkelaars. De voorzitter. Meneer Dubbelaar, voor de derde maal. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). De wethouder haalt minister Keijzer aan. Dat werd ook door de heer De Ridder gedaan. De minister heeft afspraken gemaakt met bouwpartijen. Waarom willen wij in Den Haag per se meer doen? De wethouder maakt zich zorgen of vleermuizen kunnen wonen. Ik maak me zorgen of kinderen kunnen wonen. Ziet de wethouder dat niet? Wethouder Barker (PvdD). Wat ik zeg is dat het en-en kan. Het kan beide. Dat laten ook de ontwikkelaars zien. De ontwikkelaars zijn ook blij met dit puntensysteem. We zien ook dat de ontwikkelaars juist in het geweer kwamen tegen minister Keijzer. Ik denk dat minister Keijzer geen goede dienst heeft gedaan door te zeggen liever niet natuurinclusief te bouwen. Het is juist heel verstandig om toekomstbestendig te bouwen. Betere natuur heeft voordelen voor de bouwers, maar ook gewoon voor de natuur, want we hebben ook een ecologische crisis. Je weet dat er klimaatverandering gaat plaatsvinden en dat er dus klimaatadaptieve maatregelen nodig zijn. Anders wordt dat allemaal afgewenteld op de gemeente.

Daar gaan we nu ook proactief iets mee doen. Dus volgens mij is het echt win-win en is het heel verstandig dat de raad dit voorstel overneemt. De voorzitter. Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. We gaan aan het einde van de vergadering stemmen over de ingediende moties. De vergadering wordt van 18.06 uur tot 19.03 uur geschorst. Voorzitter: de heer Van Zanen.

Aan de orde is: O. Voorstel van het college inzake Verduurzamen stadsdeelkantoor Haagse Hout (RIS322081). De beraadslaging wordt geopend. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter deed net een oproep om de enquête over de oplegger in te vullen. Een geweldig instrument; wij baseren daar onze standpunten op. We besluiten op basis daarvan of we ons in stukken gaan verdiepen wel of niet. Het bevat namelijk heel interessante informatie. Maar wat heeft dat voor waarde als er vervolgens door de wethouder aan die stukken getornd wordt en gezegd wordt, bijvoorbeeld op een punt als 'Is er termijngebondenheid? Nee', en we vervolgens een e-mail krijgen met: ja, er is wel termijngebondenheid. Dat is even inleidend kritiek op het proces rondom die opleggers. Voorzitter. Het stadsdeelkantoor Haagse Hout moet verduurzaamd worden volgens het college voor € 3,1 mln. Ik heb dat voorgelegd aan bewoners en de reacties zijn niet positief. Mensen snappen niet dat er zo veel gemeenschapsgeld besteed wordt aan een pand dat stamt uit 2005 en dat voldoet aan de eisen die toen golden. Zij vinden dat onverklaarbaar. Daarom heb ik een motie, die mede ingediend wordt door de heer Kaptheijns van de PVV en de heer Etalle van Forum voor Democratie. Die verzoekt het college af te zien van de voorgestelde investering van € 3,1 mln.

in de verduurzaming van stadsdeelkantoor Haagse Hout; met een alternatief voorstel te komen waarin deze middelen worden ingezet voor doelstellingen die direct ten goede komen aan inwoners, zoals energiebesparing in woningen of het aanpakken van achterstallig onderhoud aan straten, wegen en stoepen. 61

De voorzitter. Door de heer Martinez van Andel, daartoe gesteund door de heer Kaptheijns en de heer Etalle, wordt de volgende motie (O.1 HvDH) ingediend:

Motie O.1 HvDH Besteed gemeenschapsgeld aan de gemeenschap De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 22 mei 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Verduurzamen stadsdeelkantoor Haagse Hout (RIS322081) Constaterende, dat: ▪ het college voorstelt om een investering van 3,1 miljoen euro te doen voor de verduurzaming van stadsdeelkantoor Haagse Hout; ▪ dit kantoorgebouw geen publiekelijke functie heeft en er geen langetermijnzekerheid is over de functie en bezetting van het pand. Overwegende, dat: ▪ de financiële middelen in deze tijdens van stijgende lasten en maatschappelijke noden beter ingezet kunnen worden voor directe verbeteringen in de leefomgeving van Hagenaars; ▪ duurzaamheid belangrijk is, maar investeringen daarin wel kosteneffectief en maatschappelijk rendabel moeten zijn; ▪ deze investering nauwelijks tot niet voelbaar is voor inwoners en bovendien ten koste gaat van alternatieve initiatieven met direct maatschappelijk effect, zoals woningisolatie voor mensen met lage inkomens of de aanpak van achterstallig onderhoud in buurten.

Verzoekt het college: ▪ af te zien van de voorgestelde investering van 3,1 miljoen euro in de verduurzaming van stadsdeelkantoor Haagse Hout; ▪ met een alternatief voorstel te komen waarin deze middelen worden ingezet voor doelstellingen die direct ten goede komen aan inwoners, zoals bijvoorbeeld energiebesparing in woningen of het aanpakken van achterstallig onderhoud aan straten, wegen en stoepen. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Wethouder Barker (PvdD). Voorzitter. We hebben klimaatafspraken, landelijk en lokaal, waar we aan gecommitteerd zijn. Het verduurzamen van vastgoed is een van de elementen daaruit. Dit is een voorstel dat renovatie en verduurzaming combineert. Het is inderdaad een twintig jaar oud gebouw, maar dat zorgt juist dat het nu gerenoveerd moet worden. Het is hard nodig. Het is een werk-metwerkkans, maar het is ook heel erg van belang voor het welzijn van onze stadsdeelmedewerkers en vooral van onze handhavers, want die werken daar vooral. Er is weinig ventilatie, waardoor ruimtes heel warm worden. Dat gaan we verbeteren. Dus naast dat het een bijdrage levert aan het klimaat in het algemeen, wordt ook het werkklimaat enorm verbeterd. Dat zorgt ervoor dat het college dit voorstel heeft gedaan. Eigenlijk is de motie een oproep om het voorstel niet te aanvaarden.

Ik zou zeggen: ontraad de motie en neem het voorstel aan. Carlos Martinez van Andel (Hart voor Den Haag). Wat zijn de gevolgen als deze verduurzaming niet zou plaatsvinden voor dit specifieke gebouw? Wethouder Barker (PvdD). Dan heb je op een gegeven moment een probleem. Er is een renovatieplicht, omdat het een verouderd gebouw is. Daarnaast haal je de klimaatdoelstellingen niet waaraan je wil bijdragen. Beide aspecten zijn onwenselijk. De beraadslaging wordt gesloten. 62

De voorzitter. We gaan hier later vandaag over besluiten.

Aan de orde is: P.

Voorstel van het college inzake Kadernota subsidiebeleid Den Haag 2025 (RIS321508).

Q. Voorstel van het college inzake Verordening tot wijziging van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020 (RIS321509). De beraadslaging wordt geopend. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter. Dit is het favoriete onderwerp van mijn collega Astrid Frey. Zij heeft al behoorlijk wat woorden over dit onderwerp gesproken. Ik zal proberen om niet te veel in herhaling te treden over hetgeen wat gezegd is in de commissievergadering. Het maatschappelijk middenveld in Den Haag is van onschatbare waarde. Deze organisaties zorgen voor verbinding in onze stad en dragen bij aan sterke, hechte buurten. Ze zijn geen marktpartij en ook geen verlengstuk van de overheid. Ze zijn geworteld in de samenleving en werken vanuit vertrouwen. Tegelijkertijd moeten we als gemeente zorgvuldig omgaan met gemeenschapsgeld. Het CDA pleit daarom voor gereguleerd vertrouwen: ruimte voor maatschappelijke organisaties, maar wel met heldere afspraken en verantwoording. We waarderen de toezegging van de wethouder om nog voor 2026 met een brief te komen over alternatieven voor accountantscontroles bij subsidies en zien daarom ook af van een amendement op dit punt. Maar we maken ons zorgen over de manier waarop subsidievragen worden beoordeeld.

We krijgen signalen dat organisaties die weinig tot geen ervaring hebben met sociaal-maatschappelijk werk in onze stad, toch subsidie toegekend krijgen, puur omdat zij hun aanvraag goed weten te verwoorden op papier. In de praktijk blijken zij vervolgens onvoldoende in staat om hun doelgroep te bereiken en kloppen dan aan bij lokale organisaties die wel stevig geworteld zijn in de wijken van Den Haag met de vraag of zij kunnen helpen bij het vinden van de juiste mensen of het opzetten van activiteiten. Het wrange is dat juist die goed ingebedde, ervaren organisaties in eerste instantie zijn afgewezen voor subsidie, vaak omdat hun aanvraag minder strak was opgeschreven of omdat ze minder tijd en middelen hebben om aan de bureaucratische vereisten te voldoen. Zij vissen dus achter het net, om daarna alsnog het werk mede te moeten dragen voor partijen die minder kennis hebben van de stad. Dat is niet alleen onrechtvaardig en inefficiënt, maar ook een gemiste kans om de menselijke maat centraal te stellen en recht te doen aan de organisaties die al jarenlang van waarde zijn in onze wijken. Ja, er zijn bezwaarprocedures voor afwijzingen en soms vindt er nog een gesprek plaats.

Maar waarom nemen we praktijkoverwegingen zoals lokale inbedding, bereik en jarenlange bijdrage, niet mee bij de eerste beoordeling? Daarom de volgende motie, met het dictum: verzoekt het college te onderzoeken of bij de inhoudelijke beoordeling subsidieaanvragen voor de grotere projecten en activiteiten voldoende kan worden meegenomen of wat er op papier staat ook overeenkomt met wat er in werkelijkheid gebeurt; te onderzoeken hoe de praktijksituatie in de beoordeling meegenomen kan worden zonder dat het gelijkheidsbeginsel in het geding komt; de gemeenteraad hierover te informeren in Q4 van 2025. De voorzitter. Door de heer Partiman wordt de volgende motie (P.1 CDA) ingediend:

Motie P.1 CDA Goed schrijven en goed doen! Waarheidsgetrouwe beoordeling van subsidie aanvragen belangrijk. De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 22 mei 2025, ter bespreking van de beraadslaging inzake kadernota subsidiebeleid Den Haag 2025 (RIS321508) 63

Constaterende dat: - de subsidie aanvragen vooral beoordeeld worden op wat een aanvrager op papier heeft weten te beschrijven; - niet elke organisatie altijd goed kan beschrijven wat ze daadwerkelijk doen, en er organisaties zijn die zich goed weten te presenteren op papier maar in de praktijk nog niet zo sterk zijn; - in het subsidiekader wel omschreven staat dat ná een inhoudelijke beoordeling er eventueel sprake is van een hoorplicht; - organisaties ná het bekendmaken of uitreiken van een subsidiebesluit bezwaar kunnen maken; - een efficient en eerlijk proces van subsidietoekenning belangrijk is. Overwegende dat: - de gemeente graag vinger aan de pols houdt in de fase waar activiteiten worden uitgevoerd; - de relatiemanager van het stadhuis zicht heeft op wat maatschappelijke organisaties in de praktijk doen en hun advies bij de beoordeling van aanvragen relevant is; - we onnodige bureaucratie willen voorkomen; - maatschappelijke organisaties zo waarheidsgetrouw beoordeeld moeten worden.

Verzoekt het college; - te onderzoeken of bij de inhoudelijke beoordeling subsidieaanvragen voor de grotere projecten en activiteiten, voldoende kan worden meegenomen of wat er op papier staat ook overeenkomt met wat er in werkelijkheid gebeurt; - te onderzoeken hoe de praktijksituatie in de beoordeling meegenomen kan worden zonder dat het gelijkheidsbeginsel in het geding komt; - de gemeenteraad hierover te informeren in q4 van 2025. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Voorzitter. Ik heb twee amendementen, bij beide stukken een. Het eerste amendement heet 'Een deugdelijke beleidscyclus'. Daar houden wij van bij de VVD. Het is een amendement op het voorstel van het college inzake Kadernota Subsidiebeleid. Het amendement wijzigt twee zaken. Dat is als eerste de titel, en daarmee Dictum I: 'vast te stellen de Kadernota subsidiebeleid Den Haag 2025-2030'. Het tweede dictum willen wij toevoegen: 'de Kadernota subsidiebeleid uiterlijk in 2030 te evalueren.' De tekst van het raadsvoorstel moet dan op pagina 2 ook worden aangepast. Dat was volgens mij een foutje in het originele voorstel. Dat hebben we voor het college gecorrigeerd door te zeggen 'gezien het voorstel van het college van 4 maart 2025', want in het raadsvoorstel stond per ongeluk '2024'.

Dat was wel de dag, denk ik, dat we het origineel zouden krijgen. Het laatste punt van het amendement luidt: 'En deze wijziging van de titel consequent door te voeren op het titelblad, in de inhoudsopgave en op pagina 2 (tweemaal) van de bijlage.' Dit amendement zegt dus feitelijk: als je beleid vaststelt, is het heel gezond om dat minimaal na vijf jaar te evalueren en dan opnieuw te kijken of je iets moet aanpassen of niet. Als er niets hoeft te worden aangepast, betekent dit ook dat je heel snel klaar kan zijn en kan zeggen: raad, wij stellen u voor om het opnieuw vast te stellen met een nieuwe datum. Daarmee hebben we wel het moment als raad en als college, dus als hele ambtelijke organisatie ook, om te kijken of het echt klopt of dat we toch dingen moeten bijstellen. Vijf jaar is een lange tijd, vandaar dit amendement. Amendement twee is Maak haatzaaien en discriminatie een weigeringsgrond. Dat is een amendement op de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020. Het besluit is om: Artikel I, lid I als volgt aan te vullen: 'In artikel 11, vierde lid, onderdeel b, wordt na "de openbare orde" ingevoegd: ", waarvan in ieder geval sprake is in geval van het aanzetten tot haat of discrimineren."' Als we dit doen, hebben we als raad daadwerkelijk vastgelegd dat we daar niets mee te maken willen hebben als 64

gemeente. Dit is absoluut een symbolisch amendement. Ik weet dat er al weigeringsgronden in staan waar dit onder valt. Maar wij vinden het als VVD heel belangrijk dat wij als raad op deze punten expliciet zeggen: daar werken wij niet mee samen. Samir Ahraui (PvdA). Mooi verwoord door mevrouw Van Basten Batenburg, ook zeker gezien de eerdere debatten die we hierover gehad hebben. Ik heb een verduidelijkende vraag. Kan ik het amendement zo lezen dat het gaat over veroordeling van aanzetten tot haat of discriminatie of moeten we daarvoor zelf nog iets formuleren? Dat was mij nog niet helemaal helder. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ja. Dat lijkt me in ieder geval. Het kan natuurlijk ook om personen gaan. Daar is dit een grijs gebied. Dat realiseer ik me ook terdege. Maar ik denk ook dat het in de praktijk wel goed uitvoerbaar kan zijn, want je weet of een organisatie die je subsidieert echt verbonden is aan een persoon en daar ook voor blijft staan, of dat een persoon daarvoor veroordeeld zou worden en uit de organisatie wordt gezet. Dan heb je natuurlijk een heel andere situatie. Wat wij belangrijk vinden is dat als een organisatie er niet tegen optreedt - dus dat die organisatie discriminatie toestaat, er geen afstand van neemt en er ook duidelijk mee doorgaat in die zin - en iemand een hand boven het hoofd houdt, wij als gemeente echt zeggen: daar werken we niet mee samen.

Samir Ahraui (PvdA). Ik kan die lijn helemaal volgen. De enige zorg die ik hierbij heb, is dat je straks verschillende aannames zou kunnen krijgen. Dat de een zegt 'dat is aanzetten tot haat en discriminatie, dus de subsidie moet worden gekort' en dat de ander dan gaat zeggen 'dat is helemaal niet zo, dat is volgens uw perspectief'. Maar ik hoor dat ook mevrouw Van Basten Batenburg nog wel zoekt naar de balans tussen die twee dingen. Want we hebben vaker debatten waar de een wat anders vindt dan de ander over dit onderwerp. Er zit wel een spanningsveld in, als ik het amendement lees. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik denk dat we zeker die situaties krijgen. Volgens mij kunnen we daarvoor vertrouwen op onze rechtsstaat, die daar heel duidelijke richtlijnen voor heeft en ook uitspraken over zal doen op het moment dat het zo is. Dat lijkt me een heel mooie koers om ons op te blijven richten. We moeten natuurlijk niet politiek gaan bepalen wanneer er sprake van is of niet. Ik zou het niet fijn vinden als we uiteindelijk een motie krijgen van: hier is er sprake van, dus moeten we … Dat is niet de intentie van dit amendement. Wat ik er wel nog bij moet zeggen, is dat ik van plan was om ook een amendement in te dienen op de kadernota op hetzelfde punt. Ik heb in overleg met de ambtelijke ondersteuning besloten om dat niet te doen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15729047/1