RIS322666 Notulen raad 22 mei 2025
Tekst van het document
Daarbij is ook heel duidelijk de vrees geuit dat sekswerkers wellicht ondergronds gaan uit vrees voor registratie en verlies van privacy, waardoor mensen uiteindelijk uit beeld raken, ook bij instanties, en juist dan het slachtoffer worden van uitbuiting en andere misstanden, waaronder mensenhandel, waardoor dat zicht helemaal verdwijnt. Is de burgemeester vanwege dit advies van de Autoriteit Persoonsgegevens en de angst ook niet bang dat er nog meer mensen verdwijnen? De heer Van Zanen. Ik weet wel dat de Autoriteit dit vindt. Daarom vechten wij als G4burgemeesters al jarenlang, en ik ook vanuit die andere stad en ook met steden met een andere politieke samenstelling, om die grondslag wél te krijgen. Dat moet specifiek en op maat. Dat gaan we niet heel algemeen doen, maar ik heb 'm wel nodig en ik mag nu niks. U vraagt mij op te treden en ik mag niks. Dat vind ik niet verstandig. Nogmaals, ik hoor wat u zegt. De situatie nu is dat er ook heel veel illegaal, ondergronds gebeurt. Dan kan ik niks. Ik niet, maar de mensen die daar deskundig in zijn. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik heb de burgemeester in de commissie ook gevraagd om meer van dit soort barrières om goed te kunnen aanpakken wat aangepakt moet worden binnen de 32
verschillende soorten van mensenhandel in kaart te brengen en aan de raad te melden. Kan de burgemeester bevestigen dat dat komt en ook wanneer dat komt? De heer Van Zanen. Ik wil dan ook graag bevestigen dat dit op de lijst komt zolang we die grondslag niet hebben. Dan zullen we het debat weer voeren. Ja, ik bevestig opnieuw dat wij bereid zijn … Volgens mij was het een lijstje van dingen die zouden gebeuren. Een van de dingen was om barrières op te schrijven. Dat zullen we doen. Het is ook iets breder dan alleen dit onderwerp. Nou zitten ze niet op de bank, of wel? Wanneer komt dat ook weer, Pepijn? Voor het zomerreces nog? Kan dat voor het zomerreces? In september? Begin september dan. De voorzitter. We hadden de afspraak dat we geen namen van ambtenaren noemen, maar de voornaam is eventjes tot daaraan toe. Die gaan we verder niet vinden. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Het gaat mij erom dat we het hebben voor het veiligheidsdebat. Ik denk dat dat een belangrijk moment is. Als dat zo is, dank! De heer Van Zanen. Ja, dat moet dan. Wethouder Vavier (GroenLinks). Voorzitter. Aan mij de schone taak om het amendement van de ChristenUnie/SGP te appreciëren. Ik moet even wennen dat ik naar een andere hoek kijk voor mevrouw Klokkenburg. We hebben het punt van de certificering van No Room for Sex Trafficking besproken in het commissiedebat.
In het commissiedebat heb ik ook toegezegd dat wij de certificering van No Room for Sex Trafficking zouden bespreken in de overleggen die wij voeren met de hotelbranche. Dat zijn natuurlijk niet alleen maar themabijeenkomsten, maar het is ook het brede hoteloverleg dat collega Bruines voert met de hotels. Dat maakt in ieder geval een deel van wat dit amendement aan het college vraagt overbodig. Dan het deel van het amendement dat vraagt om te onderzoeken of het certificeringsprogramma verplicht gesteld kan worden. Daarover zou ik het volgende willen opmerken. Dit is wel een onderzoek naar een heel vergaande maatregel. Als je zo'n onderzoek gaat doen, moet je op voorhand bereid zijn om het uit te voeren. Anders heeft het geen zin om daar onderzoek naar te doen. We staan ook met het actieprogramma voor een integraal beleid waarin we alle verschillende vormen van uitbuiting meenemen en ook oog hebben voor de verschillende risicobranches. Een dergelijke specifieke verplichting zoals het amendement vraagt en straks, als de raad dit amendement aanneemt, in het actieplan staat, legt heel sterk de nadruk op één enkele branche en één vorm van uitbuiting, terwijl we met dit actieprogramma juist alle branches en elke vorm van uitbuiting serieus nemen, ook bijvoorbeeld arbeidsuitbuiting.
Hotels moeten ook de signalen van andere vormen van uitbuiting leren kennen, want daarmee kunnen problemen zijn, ook in de hotelbranche. We willen dit specifieke punt niet aan de hele hotelbranche gaat opleggen, maar natuurlijk wel bespreken, zodat iedereen die eraan mee wil doen en inderdaad een risico vormt dat kan doen. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik vind het best een bijzonder antwoord, want het is juist iets wat heel specifiek is en wat ook echt slachtoffers kan voorkomen. Het zou hiermee niet mogen omdat het te specifiek is, terwijl je juist met alle andere maatregelen, die heel breed en integraal zouden zijn, misschien wel slachtoffers zou missen. Juist over dit programma, dat door het ministerie en Defence for Children is gemaakt, heeft de burgemeester twee jaar geleden gezegd dat het wordt opgenomen in het actieprogramma. Ik vind het dus bijzonder dat dat niet is gedaan, maar ook dat de wethouder hier nog eens zegt dat het niet wordt gedaan. Daar ben ik eigenlijk wel teleurgesteld over. Volgens mij kan dit programma juist slachtoffers voorkomen. Dat het college daar niet meer aan de slag wil, vind ik teleurstellend. Wethouder Vavier (GroenLinks). Nu interpreteert mevrouw Klokkenburg mijn woorden echt diametraal anders.
Ik heb juist gezegd, en dat heb ik ook in het commissiedebat toegezegd, dat we de certificering van het programma ook zouden bespreken met de hotelbranche, dat we daarachter staan
33
en dat we het heel erg goed vinden. Maar het college wil het deel van het amendement ontraden dat vraagt om onderzoek naar het verplicht stellen aan de hele branche. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Volgens mij is er nog nooit een onderzoek geweest dat we dan ook per definitie moeten gaan uitvoeren. Er staat expliciet in dat het met de hotelbranche zelf moet gebeuren. Als zij daarachter zouden staan, dan zouden we dat als raad ook kunnen. Zouden er nou hele grote obstakels naar voren komen waardoor dat niet zo is, dan kunnen we natuurlijk ook gewoon zeggen dat we het toch niet gaan verplichten. Dus bij voorbaat een onderzoek niet doen omdat je de uitkomsten niet wil naleven, vind ik ook een bijzondere. Dan hebben we vandaag nog een bijzondere beraadslaging tegoed. Ik zou de wethouder dat toch nog willen meegeven om dit wel te gaan doen, juist ook in samenwerking met de hotelbranche, die daar overigens voor openstaat. Wethouder Vavier (GroenLinks). We weten dat de hotelbranche daarvoor openstaat, en ook het college staat ervoor open. Ik heb in de commissievergadering toegezegd en herhaal ook hier weer dat we dit zullen bespreken met de hotelbranche. Maar op voorhand al benoemen dat we iets voor de hele branche verplicht willen stellen, gaat het college op dit moment te ver. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Ik begrijp het niet.
Ik ben heel positief over het Actieprogramma mensenhandel en zal ook ervoor stemmen. Ik ben ook positief over dit amendement, want er wordt gezegd: breng het onder de aandacht. Daarmee ga je mensenhandel in hotels tegen. Dan zegt u: daar ben ik het mee eens. Nou, dan schrijven we het op deze manier op. En dan dat onderzoek. Ik zeg niet dat we het daarna voor iedereen verplicht gaan stellen, want daar ben ik het ook nog helemaal niet mee eens. Maar ik vind wel dat we het moeten onderzoeken. Als uit dat onderzoek blijkt dat dit heel goed is en dat alle hotels het ermee eens zijn, dan zou het eventueel kunnen. Maar voor hetzelfde geld blijkt uit dat onderzoek dat we dit echt niet moeten doen. Dat zou ook een uitkomst kunnen zijn. Maar ik vind het wel belangrijk om dit soort mensenhandel aan te pakken. Daarom begrijp ik niet wat u van dit amendement vindt. De voorzitter. Via de voorzitter. Wethouder Vavier (GroenLinks). Ik heb het idee dat ik dat zojuist ook heb toegelicht. Wij zijn hartstikke voorstander van dat certificeringsprogramma No Room for Sex Trafficking. Dat zullen we bespreken. Ik ben ook heel blij met de steun van de Hart voor Den Haagfractie voor ons actieprogramma, maar ik heb gezegd wat ik heb gezegd. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Ik begrijp wat u hebt gezegd, maar we hebben dit debat in de raad om nog eens toe te lichten wat u ervan vindt.
U geeft antwoord, maar ik begrijp het niet. U bent het eens met het eerste onderdeel, dus dat is op zich een mooie aanvulling op een prachtig actieprogramma. Volgens mij zijn we het ook eens over het tweede onderdeel. U zegt: ik weet niet of we dat moeten gaan doen. Wij zeggen ook: we weten niet of we het moeten gaan doen. Het enige wat we vragen is om het te onderzoeken. U gaat sowieso met de hotelbranche om de tafel zitten. Praat met ze. Misschien is het een heel slecht idee. Misschien zitten ze erop te wachten. Misschien zijn er andere manieren, zonder verplichting maar met een soort intentieovereenkomst of afspraak. U kunt ook zeggen: we laten het aan de raad; op zich past dat. Dan hebben we daar een nog beter debat over en dan wordt het stuk nog beter. Daarom is mijn verzoek: misschien kunt u nog wat met uw antwoord doen. Wethouder Vavier (GroenLinks). Het gaat vooral om het generieke verplicht stellen aan alle hotels. Als in het amendement bijvoorbeeld zou staan 'in samenwerking met de hotelbranche te onderzoeken op welke manier het certificeringsprogramma ingevoerd kan worden', dan zou ik zeggen: top, laten we het op die manier doen. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Ik vraag me even af wat hier misgaat. Ik hoor de wethouder aan de ene kant zeggen dat ze iets heeft toegezegd. Maar ja, dat punt was al eerder toegezegd.
Het zou worden opgenomen in het actieprogramma, maar het staat er niet in. Dan is het niet gek dat de raad dat 34
erin amendeert. Het was namelijk al de bedoeling en het is jammer dat het college dat niet heeft gedaan conform de eerdere toezegging. Dan het andere punt. Zoals de wethouder het net formuleerde, staat het hier: onderzoeken of het verplicht kan worden gesteld. Het antwoord kan 'nee' zijn. Het antwoord kan ook zijn: we kunnen het beter niet verplicht stellen, maar op een andere manier regelen met de branche. Al die vrijheid zit volgens mij in dit amendement, dus wat zoekt de wethouder nog meer? Wethouder Vavier (GroenLinks). Als die vrijheid inderdaad erin zit volgens de indieners, dan kunnen we het amendement uitvoeren op de manier zoals ik dat zojuist heb aangegeven, namelijk dat we onderzoeken op welke manier we dit kunnen uitvoeren. De voorzitter. Dan is het misschien goed om het woord even te geven aan de indiener, mevrouw Klokkenburg. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Het staat er zoals het er staat: het wordt onderzocht of het kan. Wat de uitkomst daarvan is, zien we dan wel weer. Wethouder Vavier (GroenLinks). Ik hoorde daar volgens mij geen vraag meer in. De voorzitter. Nee, maar ik had de indiener het woord gegeven om te reageren op uw suggestie. U wilde het op een bepaalde manier uitleggen. Volgens mij was de indiener daar duidelijk over. Zij gaf daar haar visie op. Ik wil nog wel een keertje de gelegenheid geven aan mevrouw Klokkenburg.
Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik weet eigenlijk niet meer welke woorden ik moet gebruiken. In een onderzoek ga je kijken wat er allemaal mogelijk is. Je gaat niet zeggen: het is mogelijk om het te verplichten, dus we gaan dat ook doen. Er zijn verschillende uitkomsten van een onderzoek, en daar kunnen we het dan weer over hebben. Volgens mij is die vrijheid er en hoef je er eigenlijk ook geen vrijheid in te zien, want een onderzoek is een onderzoek. Ik weet het eigenlijk ook niet meer. Zo ingewikkeld is het niet. Wethouder Vavier (GroenLinks). Als we het op die manier invullen, ja. Het gaat het college met name om die verplichting voor de totale branche. Daar gaat dit over. Kavish Partiman (CDA). Ik ben het spoor nu een beetje bijster. Ja, het kan. Wat is nu het advies van het college hierop? Kunnen ze ermee leven of kunnen ze er niet mee leven? Wethouder Vavier (GroenLinks). Het college wil heel graag het programma No Room for Sex Trafficking bespreken met de hotelbranche. Van het tweede deel van het dictum, dat vraagt om een onderzoek of het verplicht kan worden gesteld, zegt het college op voorhand dat we het een vergaande maatregel vinden om het voor de hele branche verplicht te stellen. Dat is wat we op voorhand nu zeggen. Kavish Partiman (CDA). Maar dat is vooruitlopen op een onderzoek en de uitkomsten van een onderzoek dat nog niet is gedaan.
Het college kan dit amendement dus omarmen, omdat de essentie van deze vraag wordt gedeeld zoals de indiener dat heeft toegelicht. Wethouder Vavier (GroenLinks). Ik geloof dat ík het nou niet meer snap. Zoals ik aangaf bespreken we het programma No Room for Sex Trafficking heel graag met de hotelbranche. Als we het tweede deel, de laatste zin van het dictum van dit amendement zo kunnen invullen dat het met name gaat over het gesprek met de hotelbranche over op welke manier de hotelbranche iets zou kunnen uitvoeren en dat het niet gaat over het verplicht stellen aan de hele hotelbranche in Den Haag, dan kan het college met dit amendement uit de voeten. De voorzitter. Meneer Partiman, voor de derde maal.
35
Kavish Partiman (CDA). Volgens mij wordt er gevraagd om een onderzoek uit te voeren naar mogelijke invoering. Als er op een gegeven moment zwaarwegende bezwaren zouden blijken en het in delen van de hotelbranche volstrekt niet uitvoerbaar zou zijn, zou dat een uitkomst zijn van dat onderzoek. Dat is dan het gesprek dat we met elkaar als raad zouden moeten voeren. Dat is volgens mij zoals het amendement is ingediend. Ik hoor de wethouder hier zeggen: wij kunnen hier prima mee uit de voeten. Er kan een onderzoek uitgevoerd worden, we voeren het gesprek met elkaar en dan gaan we kijken hoe we dit al dan niet invoeren. Ik heb collega Guernaoui horen zeggen dat hij daar nog geen besluit over heeft genomen. Dat geldt ook voor ons. Volgens mij doen we dus heel erg moeilijk over iets wat absoluut niet ingewikkeld is. Wethouder Vavier (GroenLinks). Het is absoluut niet de bedoeling van het college om moeilijk te doen. Het is juist goed om hier even het debat te voeren over de intentie van de indieners van dit amendement. Als ik het goed begrijp, gaat het niet om het verplicht stellen maar om het bespreken met de hotelbranche op welke manier we dit kunnen doen. Ik heb zojuist gezegd dat als dat de intentie is, het college met dit amendement uit de voeten kan. De voorzitter. Dat was een helder antwoord, denk ik. Hartelijk dank.
Ik constateer dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. We gaan aan het einde van de vergadering stemmen.
Aan de orde is: N.
Voorstel van het college inzake Toekomstbestendig Bouwen (RIS321843).
De beraadslaging wordt geopend. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Hart voor Den Haag is voor toekomstbestendig bouwen, maar niet op de manier die dit raadsvoorstel voorschrijft. Dit voorstel legt extra regels en eisen op die de bouwkosten verhogen, de bouwproductie vertragen en de wooncrisis verergeren. Afgelopen week heeft Bouwend Nederland in de media haar zorgen geuit. Zij waarschuwt dat deze extra regels de bouw nog complexer maken en de kosten verder opdrijven. Hogere kosten maken woningen minder betaalbaar, langere procedures zorgen voor vertraging in de bouwproductie en een ongelijk speelveld tussen gemeenten kan investeerders afschrikken. Waarom negeert het college deze waarschuwingen van de sector? Graag een reactie van de wethouder. Den Haag moet realistisch blijven. Den Haag stelt zichzelf strengere eisen dan het landelijk beleid. Dat is onverstandig, vindt Hart voor Den Haag, want het zet onze stad op een achterstand. Joren Noorlander (D66). Ik zie dat er met het nieuwe puntensysteem - ik denk dat Hart voor Den Haag daarop doelde - ook meer flexibiliteit voor een ontwikkelaar komt en meer differentiatie. Ziet Hart voor Den Haag dat ook? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Hart voor Den Haag ziet vooral opmerkingen vanuit de branche, waaronder Bouwend Nederland, die haar zorgen uitte. Ik vind dat wij als raadsleden daar serieus mee moeten omgaan.
Joren Noorlander (D66). Ik denk ook dat we die signalen serieus moeten nemen. Hoe serieus weegt Hart voor Den Haag ook de reactie of de input van de Haagse Tafel Wonen? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ook die reactie heb ik gezien. Die heb ik meegenomen in de afwegingen die wij als Hart voor Den Haag maken. Maar uiteindelijk zijn er meer partijen dan alleen
36
de grote jongens aan de Haagse Tafel Wonen. Ik vind dat we daar ook rekening mee moeten houden. Ik kom daar zo in mijn bijdrage op terug. De voorzitter. Gaat u verder. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Den Haag stelt zichzelf strengere eisen dan het landelijk beleid. Dat is onverstandig en zet onze stad op een achterstand. Bouwers en investeerders kiezen logischerwijs voor steden met minder strenge regels. Dit beleid maakt het nog moeilijker om woningen te bouwen, terwijl de wooncrisis al nijpend is. De markt doet ook heel veel zelf. Tegenwoordig krijg je bijvoorbeeld bij een duurzaamheidskorting op je hypotheek een lagere maandlast op het moment dat je een hoger energielabel hebt. De markt doet dus al heel veel zelf. Hart voor Den Haag roept het college dan ook op om dit voorstel te herzien. Werk samen met de bouwsector - niet alleen met de Haagse Tafel Wonen, meneer Noorlander - om haalbare oplossingen te vinden. Zorg voor duurzaamheid zonder de bouwproductie te verstikken. Dit voorstel is niet toekomstbestendig, maar een rem op woningbouw. Hart voor Den Haag zal dan ook tegen dit voorstel stemmen. Joren Noorlander (D66). Er staan nu een aantal eisen in onze Haagse hoogbouwnota Eyeline en Skyline die zijn doorvertaald in het nieuwe puntensysteem. Het wordt nu makkelijker of beter voor ontwikkelaars om de drempel te halen.
Is dat niet een goed ding uit het puntensysteem? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Als iets makkelijker wordt, dan is het vaak goed. Maar het is een onderdeel van het voorstel dat het college aan ons gepresenteerd heeft. Uiteindelijk horen wij zorgen uit de branche, van Bouwend Nederland. We hebben het er in de commissie uitgebreid over gehad. Maar goed, dat heb ik daarnet naar voren gebracht. Joren Noorlander (D66). Ik kan er nog niet zo goed de vinger achter leggen op welk punt het bezwaar van Hart voor Den Haag zit. Welk onderdeel van het puntensysteem natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen zouden we dan anders moeten verwoorden of bijvoorbeeld moeten vergemakkelijken? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Hart voor Den Haag vindt dat je gewoon rekening moet houden met de branche, die al heel veel zelf doet. Op het moment dat de branche zorgen kenbaar maakt, moeten wij daar als gemeenteraad serieus mee omgaan. We zitten midden in een wooncrisis. Hart voor Den Haag vindt dat er gebouwd moet worden. Laten we nou niet tijdens die crisis het beleid veranderen en zwaarder maken dan in andere gemeenten. De voorzitter. Meneer Noorlander, voor de derde maal. Joren Noorlander (D66). Op welk punt is dit nieuwe beleid dan te zwaar en zou Hart voor Den Haag graag een aanpassing willen zien ten opzichte van het voorstel dat nu voorligt? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag).
Volgens mij is helemaal niet duidelijk wat precies het verschil is tussen het oude en het nieuwe puntenstelsel. We hebben het daar in de commissie ook over gehad. De wethouder heeft afgelopen week nog een brief nagestuurd om daar wat meer duidelijkheid in te brengen. Met alle respect, maar het is nog steeds niet duidelijk. Jan Willem van den Bos (PvdD). De heer Dubbelaar haalt vaak Bouwend Nederland aan. Datzelfde Bouwend Nederland heeft op 17 april - het is door Omroep West gepubliceerd - aangegeven dat het grote probleem de stikstofcrisis is. Als we de stikstofcrisis niet oplossen, kunnen 20.000 woningen niet gebouwd worden. Wat voor oplossing heeft Hart voor Den Haag dan daarvoor? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Dat ligt op dit moment niet voor. Er ligt hier vandaag een voorstel voor van een wethouder van de dierenpartij. En dan gaat de dierenpartij aan mij vragen wat ik 37
van dat raadsvoorstel vind. Volgens mij heb ik al duidelijk gemaakt dat Hart voor Den Haag het helemaal niks vindt. Jan Willem van den Bos (PvdD). Dan wordt het toch wel erg opvallend, want dit voorstel ligt natuurlijk wel voor in het hele convenant Toekomstbestendig Bouwen. Dan is juist de voorwaarde: ga werken met bouwhubs en neem ook die milieumaatregelen, zodat je de bouwcrisis kan oplossen. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Feit is dat meneer Van den Bos anders naar Den Haag kijkt dan ik. Ik heb net al ingebracht dat we in een wooncrisis zitten. Hart voor Den Haag wil graag die wooncrisis aanpakken door te bouwen in deze stad, vooral voor de inwoners van onze stad. Ik begrijp dat de Partij voor de Dieren vooral ten tijde van die wooncrisis de spelregels wil veranderen en het beleid wil verzwaren. Dat vinden wij zeer onverstandig. De voorzitter. Meneer Van den Bos, voor de derde maal. Jan Willem van den Bos (PvdD). Het klopt zeker dat Hart voor Den Haag en de Partij voor de Dieren anders tegen de stad aankijken, maar Hart voor Den Haag haalde de hele tijd de zorgen van Bouwend Nederland aan. En Bouwend Nederland zegt dat de stikstofcrisis het echte probleem is. Wat stelt Hart voor Den Haag daar dan op voor? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). De stikstofcrisis is een landelijk probleem, wat landelijk moet worden opgelost.
Volgens mij is de Kamer daar op dit moment ook mee bezig. Ik volg weleens het nieuws. Dan zie ik dat de BBB, de Partij voor de Dieren en allerlei partijen daar heel druk mee zijn; die vinden daar wat van. Wij zijn als gemeenteraad nu bezig met het raadsvoorstel Toekomstbestendig Bouwen. Ik zie dat Bouwend Nederland aangeeft dat dit college extra regels wil opleggen en daarmee de bouw nog complexer wil maken en dat het duurder wordt om woningen te bouwen in Den Haag. Hart voor Den Haag vindt dat zeer onverstandig. Samir Ahraui (PvdA). Ik hoor de heer Dubbelaar nu al een aantal keren zeggen: regels opleggen, verplichting dit, verplichting dat, eisen. Maar als ik goed kijk naar het voorstel dat nu voorligt en bijvoorbeeld het puntensysteem eruit pak, dan is dat voorlopig een richtlijn. We gaan die in 2027 nog evalueren. Natuurlijk zou het mooi zijn als we dat op termijn onderdeel kunnen laten zijn van de omgevingsplannen. Maar als iets een richtlijn is in deze mate, dan is dat toch helemaal niet het doembeeld zoals de heer Dubbelaar dat in dit debat schetst? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Volgens mij is een onderdeel van het raadsvoorstel dat nu voorligt dat het puntensysteem verandert. Daar vindt mijn fractie wat van. Ik heb begrepen dat de Partij van de Arbeid straks een motie gaat indienen over die evaluatie. Daar kijk ik met een positieve blik naar. De voorzitter.
Daar gaan we dan ook over spreken zodra die ingediend is. Anders is het niet meer te volgen voor de mensen thuis. Samir Ahraui (PvdA). Ik heb die evaluatie niet zelf bedacht. Volgens mij kwam die evaluatie er sowieso. Mijn punt zit 'm er juist in dat ik de heer Dubbelaar nu op een aantal elementen steeds hoor zeggen: extra eisen, extra verplichtingen, extra ditjes en datjes, en daar moet en zal je aan voldoen. Maar als ik naar alle maatregelen kijk, zit daar nog best wat bewegingsruimte en vrijheid in en is het helemaal niet zo strikt zoals de heer Dubbelaar dat hier formuleert. Ja, dan gaat het over dit raadsvoorstel, want ik heb hetzelfde voorstel voor me. Ik hoop juist dat de heer Dubbelaar daar nog even op reflecteert. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik reflecteer vooral op het raadsvoorstel Toekomstbestendig Bouwen. Den Haag stelt zichzelf strengere eisen dan het landelijk beleid. Hart voor Den Haag vindt dat onverstandig, want dat zet onze stad op een achterstand.
38
De voorzitter. Meneer Ahraui, voor de derde maal. Samir Ahraui (PvdA). Dus de heer Dubbelaar kijkt naar hetzelfde raadsvoorstel dat ik voor me heb. Ik constateer dat die eisen helemaal niet zo hard is zoals de heer Dubbelaar ze schetst, maar hij ziet hier alleen maar hele harde eisen waar een ontwikkelaar echt niet omheen kan. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Nogmaals, Den Haag stelt zichzelf strengere eisen dan het landelijk beleid. Dat vindt Hart voor Den Haag onverstandig en het zet onze stad op een achterstand. Vincent Thepass (GroenLinks). Voorzitter. We moeten als stad meer gaan bouwen, maar we kunnen er wat GroenLinks betreft ook niet omheen om in het in dat bouwproces op zo'n manier te doen dat onze stad leefbaarder wordt, dat we beter omgaan met onze grondstoffen en dat we natuurlijk onze uitstoot bij de bouw beperken. GroenLinks is daarom blij met dit nieuwe kader, waarmee we de toekomstbestendigheid van onze nieuwbouw beter gaan stimuleren. We zullen daarom uiteraard voor dit plan stemmen. Daarnaast willen we specifiek een extra duw gaan geven aan houtbouw. Deze bouwvorm is CO2-arm en gaat gepaard met een prettig woonklimaat. Tegelijkertijd zien we dat het voor de sector nog moeilijk is om het van de grond te krijgen.
We zagen in de beantwoording van schriftelijke vragen al dat het college wel de potentie van deze houtbouw ziet, maar dat zien we nog niet zo concreet terug in dit stuk. Met de motie Op hout kan je bouwen willen wij hier daarom alsnog op duwen. Daarom verzoeken wij het college … O, ik zie een interruptie. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik verbaas me even over welke verantwoordelijkheid meneer Thepass of GroenLinks dan naar zichzelf wil trekken, want de markt doet dit al. Dit wordt al opgepakt. In Beatrixkwartier verrijzen de kantoorgebouwen en dat is gewoon houtbouw. Volgens mij zou je daar trots op moeten zijn. Je zou vooral de markt daarmee moeten helpen en niet die verantwoordelijkheid naar het stadhuis moeten willen trekken. Vincent Thepass (GroenLinks). Ik wilde de tekst van mijn motie oplezen. Volgens mij biedt deze motie een heel mooie basis om met de markt te kijken wat er nog meer nodig is om de randvoorwaarden te bieden om meer van die projecten van de grond te krijgen. Ik heb zelf met mensen die actief zijn in die markt, bijvoorbeeld architecten, gesproken: hé, wat is er nou nodig; hoe kan het dat het nog niet zo vaak als we willen van de grond komt? Uit die gesprekken is deze motie ook voortgekomen. Volgens mij wordt er een tegenstelling geschetst door Hart voor Den Haag die niet per se voortkomt uit de motie die ik zo wil indienen. De voorzitter.
Zullen we 'm anders eerst even indienen? Leest u het verzoek voor en dan kunnen we het daarna over hebben. Dat is het meest zuivere en het best te volgen voor iedereen. Dus dient u 'm gewoon in. Vincent Thepass (GroenLinks). Dat lijkt me een goed plan. De motie Op hout kan je bouwen verzoekt het college te onderzoeken wat er nodig is om meer houtbouwprojecten van de grond te krijgen en welke aanjagende rol de gemeente daar ook zelf bij kan spelen, in het bijzonder vanuit de rol als opdrachtgever, en in de komende jaren minstens drie grootschalige houtbouwprojecten na te streven. De motie wordt mede ingediend door de heer Ahraui van de PvdA en de heer Van den Bos van de Partij voor de Dieren. Laat ik nogmaals aanvullen wat ik net zei. Wat is een onderzoek nou? Dan ga je juist ook met de sector, met de branche in gesprek over welke randvoorwaarden je moet scheppen en hoe we het als gemeente aantrekkelijker gaan maken om dit vaker te doen. Volgens mij zit de tegenstelling die door Hart voor Den Haag wordt geschetst niet in deze motie. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Over welke tegenstelling heeft GroenLinks het dan? Die snap ik niet. Ik vraag wat GroenLinks nu precies bedoelt met deze motie. Er wordt gezegd dat het stadhuis een bepaalde rol moet spelen. Welke rol bedoelt GroenLinks dan precies? Het stadhuis moet gewoon bouwvergunningen verstrekken. 39
Vincent Thepass (GroenLinks). Ik zou bijna willen zeggen een rol als sterke marktmeester om naar andere partijen te verwijzen. We hebben hier een plan voor meer toekomstbestendig bouwen. Houtbouw is een vorm waarvan we gewoon weten dat die heel aantrekkelijk is, niet alleen vanwege de duurzaamheidsvoordelen maar ook vanwege de leefbaarheidseffecten. Ik hoor van mensen uit de bouwsector dat er heel veel potentie in zit. We zien ook in andere landen dat de houtbouw al heel ver is, maar dat er nog wel verschillende obstakels zijn waardoor dat nog niet de schaal heeft bereikt die we willen. Wat volgens mij heel mooi in deze motie zit, is dat je het gesprek aangaat, ook met de branche, dat je vervolgens op een rij gaat zeggen wat er mogelijk is om dit aantrekkelijker te maken. Dan kan je kijken wat de gemeente wel kan doen en wat er misschien vanuit de branche zelf komt. Dat zou natuurlijk ook mooi zijn. De voorzitter. Meneer Dubbelaar, dat is dan de derde keer. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik hoor dat GroenLinks het wil opdringen. Het wil bouwontwikkelaars verplichten hout te gaan gebruiken om gebouwen te realiseren. Volgens mij doet die markt zelf al heel veel. Zo lees ik de motie in ieder geval. Als ik het tweede dictumpunt erbij pak, dan vind ik het helemaal angstaanjagend. Er staat dat we de komende jaren minstens drie grootschalige bouwprojecten nastreven.
Als we dat niet halen, hoe ziet GroenLinks dat dan? Vincent Thepass (GroenLinks). Ik heb heel bewust in deze motie juist geen extra norm toegevoegd. Ik weet dat sommige partijen in deze raad dat heel spannend vinden. Ik hoor van de branche, van mensen die ook houtbouwprojecten van de grond willen krijgen, is een van de blokkades om dat vaker te kunnen doen dat de houtbouwsector in Nederland nog niet voldoende schaal heeft gehaald. Met het streven naar drie grootschalige houtbouwprojecten probeer je dat als gemeente te ondersteunen om wel die schaalsprong te maken. Er staat bewust geen norm. Bijvoorbeeld uit de eerdere beantwoording van schriftelijke vragen bleek dat daar best wel animo voor was vanuit het college, maar ik heb bewust geen norm genoemd. Ik wil niet dat, omdat we te hard alleen op die houtbouw zitten, daardoor projecten niet doorgaan. Maar hiermee kunnen we als raad wel een duidelijke uitspraak doen en een duidelijke richting aangeven dat we dit inderdaad een interessante vorm van toekomstbestendig bouwen vinden. Laten we samen met de branche gaan kijken wat er nodig is om dat vaker te doen. En ja, ik denk dat het streven naar het van de grond krijgen van concrete projecten daar ook aan kan bijdragen. Rutger de Ridder (VVD). Ik was zo benieuwd hoe GroenLinks bedacht heeft wie dat dan gaat doen op het stadhuis.
GroenLinks heeft hier een motie ingediend waarin weer ambtenaren iets moeten gaan doen om iets anders na te streven. Ik weet niet of meneer Thepass een blik ambtenaren heeft of dat hij extra geld heeft voor DSO, maar iemand moet dat gaan doen. Vincent Thepass (GroenLinks). Volgens mij wordt er vanuit de DSO heel vaak met de branche gesproken. Er wordt onder andere een motie ingediend om bijvoorbeeld met kleinschalige ontwikkelaars iets te bespreken. Het CDA zal zo meteen een motie indienen om met de Haagse Tafel Wonen in gesprek te gaan. Volgens mij zijn die gesprekken met de branche er gewoon en kan je dit prima ook daarin meenemen. Rutger de Ridder (VVD). Mijn punt is juist dat als je extra dingen wil, mensen ook extra dingen moeten doen. Dan zullen ze andere dingen moeten laten. Dat is nou precies mijn punt. U zegt dat het geen norm is, dus eigenlijk is het free for all: we zien wel of het lukt. Dan lijkt het me helemaal weggegooid geld. Vincent Thepass (GroenLinks). Daar is GroenLinks het niet mee eens. De houtbouw wordt al heel erg in zijn algemeenheid in dit stuk genoemd. Uit de beantwoording van eerdere vragen hebben we begrepen dat het college het best interessant vindt en dat er best animo in de sector kan zijn om het verder op te schalen, maar we zien dat niet terug in dit plan. Eigenlijk geven we heel concreet de
40
opdracht mee: ga ermee aan de slag om te kijken hoe je het verder kan opschalen. Die gesprekken met de branche zijn er al, dus volgens mij kan je dit heel goed daarin meenemen. De voorzitter. Meneer De Ridder, voor de laatste maal. Rutger de Ridder (VVD). Maar als het college al heel erg van hout houdt en als het allemaal eigenlijk lijkt te gebeuren, waarom dient u dan die motie in? Of wilt u graag als meneer Thepass 'ik ben van hout' zijn? Want dat slaat natuurlijk nergens op. Vincent Thepass (GroenLinks). Ik vind het mooi. Dit is volgens mij het derde of het vierde debat wat ik voer waarbij de VVD zegt dat omdat GroenLinks een motie indient, we het college niet vertrouwen of wat dan ook. Dit is gewoon een aanscherping, een concretisering van een hele mooie ambitie van toekomstbestendig bouwen. Wij zeggen dat juist die houtbouw veel potentie heeft, maar er is vanuit de branche behoefte aan hulp om dat van de grond te krijgen. Dat kunnen we hiermee doen met een streven, geen harde verplichting. Het gaat om iets wat we duidelijk nastreven, want met houtbouw kan je prettiger wonen en kunnen we CO2 besparen. Dat moeten we met zijn allen willen. Joren Noorlander (D66). Houtbouw is goed, denk ik. Ik denk dat het ook goed is om te kijken naar hoe we als stad duurzamer zouden kunnen bouwen. Maar er wordt in de motie gevraagd om een onderzoek.
Dat betekent dat die ontwikkeling uit de lengte of uit de breedte moet komen. Er moet dus ergens geld bij om dit te stimuleren. Hoe ziet GroenLinks dit voor zich? Vincent Thepass (GroenLinks). Dat is een terecht punt. Volgens mij moet uit het onderzoek naar voren komen aan welke knoppen we kunnen draaien om dit soort projecten haalbaar te maken. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek zullen sommige partijen misschien eerder uitkomen op het woningbouwprogramma. Wij geloven heel erg in de betaalbaarheidsambities, dus wij zullen misschien in andere richtingen kijken. Maar door die mogelijkheden op een rij te hebben kunnen we uiteindelijk samen een goede afweging maken hoe we dat uiteindelijk kunnen stimuleren. Joren Noorlander (D66). Als ik het goed begrijp, kan het college bijvoorbeeld op een rij zetten welk beleid wij hebben, waar we misschien wat kunnen geven aan de markt zodat we de houtbouw kunnen stimuleren. Lees ik 'm zo goed? Vincent Thepass (GroenLinks). Ja, volgens mij is het ook interessant om in dat gesprek met de branche vooral te kijken of er creatieve oplossingen mogelijk zijn om projecten van de grond te krijgen. We hebben het project van Haag Wonen in de Binckhorst. Volgens mij komt dat onder best wel specifieke omstandigheden van de grond.
Door de randvoorwaarden op een rij te hebben, kunnen wij als raad vervolgens de bredere afweging maken: vinden we actie A of actie B het waard om deze houtbouw verder te stimuleren? De voorzitter. Door de heer Thepass, daartoe gesteund door de heer Ahraui en de heer Van den Bos, wordt de volgende motie (N.1 GL) ingediend:
Motie N.1 GL op hout kan je bouwen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 22 mei 2025, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Toekomstbestendig Bouwen (RIS321843). Overwegende, dat: ▪ college en raad nastreven zoveel mogelijk duurzaam en biobased te bouwen; ▪ houtbouw bovendien gepaard gaat met een prettig en leefbaar woonklimaat.
41
Constaterende, dat: ▪ de plannen van Haag Wonen voor BoogieWood bewijzen dat er potentieel is voor houtbouwprojecten in Den Haag die gepaard gaan met betaalbaarheid; ▪ het college in beantwoording op eerdere schriftelijke vragen (317030) aangaf 20% houtbouw bij grootschalige nieuwbouwprojecten kansrijk te achten; ▪ er echter (voor zover bekend) nog geen andere houtbouwprojecten gepland staan. Verzoekt het college: ▪ te onderzoeken wat er nodig is om meer houtbouwprojecten van de grond te krijgen en welke aanjagende rol de gemeente daar ook zelf bij kan spelen, in het bijzonder vanuit de rol als opdrachtgever; ▪ in de komende jaren minstens 3 grootschalige houtbouwprojecten na te streven. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Joren Noorlander (D66). Voorzitter. D66 staat voor een Den Haag waar iedereen de kans krijgt om het beste uit zichzelf te halen, een Den Haag waar je prettig woont en waar je prettig verblijft. Een gezonde leefomgeving is hierbij van belang. Het voorstel van het college over toekomstbestendig bouwen en het puntensysteem voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen zou hieraan bij moeten dragen. D66 mist wat urgentie in de beleidsvisie.
De doelstellingen zijn goed, de acties klinken goed, maar hoe graag wil het college nu met toekomstbestendig bouwen aan de slag gaan? Het blijft vooral bij het nadenken over verschillende convenanten. Echte concrete actie moet wat ons betreft komen op het realiseren van bouwhubs voor de grote gebiedsontwikkelingen: plekken waar mens en materieel bij elkaar worden gebracht om zo de bouw te stroomlijnen en de uitstoot te beperken. In de Uitvoeringsagenda wordt gesproken over het opstellen van een plan voor laadinfra en bouwhubs, maar D66 wil gelijk concrete acties zien. Daarom de motie Begin met bouwhubs, met het dictum: roept het college op uiterlijk Q3 2025 een inventarisatie voor bouwhubs voor het CID, de Binckhorst en Den Haag Zuidwest naar de raad de sturen, met daarin concrete locaties en hun haalbaarheid; bij het opstellen van de inventarisatie nadrukkelijk de samenwerking te zoeken met de provincie en de regio. Deze motie is mede ingediend door Ahraui van de Partij van de Arbeid en ondertekend door Van den Bos van de Partij voor de Dieren, Thepass van GroenLinks en Çelik van DENK. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Dit is weer zo'n motie waar ik toch wel een beetje angstig voor ben.
Want dan hebben we straks bouwhubs in de stad en dan is de volgende stap die D66 waarschijnlijk voorstelt, dat het verplicht wordt voor ontwikkelaars om van die bouwhubs ook gebruik te maken. Hoe kijkt meneer Noorlander daar tegenaan? Joren Noorlander (D66). Bouwend Nederland geeft aan dat de stikstofcrisis misschien wel het grootste probleem is voor de bouw. Daar moeten wij als Den Haag actie op ondernemen. Wij moeten voorop gaan lopen. Wij moeten initiatieven nemen. We moeten niet zeggen: we gaan onderzoeken of een bouwhub misschien iets zou kunnen betekenen. Nee, we weten dat het wat kan betekenen. Kom gelijk met concrete locaties en hun haalbaarheid. Dan kunnen wij als raad kijken of we daar misschien een versnelling in kunnen brengen. Als een bouwhub misschien helemaal niet nodig is om stikstof te reduceren en een bouwplan al door kan, ja, wie zouden wij dan zijn om dat te verplichten? Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Dan begrijp ik dus heel goed dat D66 hier voorstelt om te onderzoeken of er bouwhubs kunnen komen en dat, zodra die er zijn, het volgende voorstel dat D66 gaat inbrengen is om die bouwhubs verplicht te stellen voor ontwikkelaars in onze stad. Klopt dat? Joren Noorlander (D66). Nee. De voorzitter. Gaat u verder. 42
Joren Noorlander (D66). Het huidige puntensysteem voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen werkt redelijk goed en is een voorbeeld voor veel andere gemeenten. Grote vraag die voor ons na het commissiedebat bleef liggen is: kan het nieuwe puntensysteem zorgen voor een versnelling in de woningbouw? Want in eerste instantie lijkt het alsof er extra regels bij komen en daarmee de woningbouw zou kunnen worden vertraagd. Maar D66 ziet hier juist ook een kans. Want door dit nieuwe systeem ontstaat er meer keuzevrijheid voor ontwikkelaars. Dat is een onderbelicht punt in de stukken. Doordat er meer variatie in de punten is, kan er maatwerk geleverd worden. Dat is in het oude systeem niet goed mogelijk. Dat is juist iets wat wij wel zouden moeten willen. We zien hier ook een grote kans voor lopende projecten. Nick Kaptheijns (PVV). Wat vindt D66 er eigenlijk van dat de bouwsector in het Algemeen Dagblad van 13 mei jongstleden zorgen geuit heeft? Hoe rijmt dat met meer variatie, meer keuzemogelijkheden? Daar zit toch een discrepantie tussen? Joren Noorlander (D66). Ik zie juist dat het nieuwe systeem meer mogelijkheden biedt. Er zijn heel veel projecten in Den Haag die niet aan het oude puntensysteem kunnen voldoen. Dat zorgt ervoor dat er constant een onderhandeling plaatsvindt tussen de ambtenaren hier op het stadhuis en de ontwikkelende partij die zo graag aan de slag wil.
Het nieuwe puntensysteem is veel flexibeler. Daar kunnen we gewoon veel meer mee. Ik zou er dus echt voor willen pleiten om dat in te voeren hier. D66 ziet graag dat lopende projecten mogen kiezen op basis van welk puntensysteem er getoetst wordt: het oude puntensysteem of het nieuwe systeem. Het zou zomaar kunnen zijn dat in het nieuwe systeem makkelijker de drempel te behalen valt. Daar moeten zij van kunnen profiteren. Daarom de motie Keuzevrijheid bij lopende projecten, met het dictum: roept het college op de ontwikkelende partijen bij lopende projecten waarbij het oude puntensysteem gehanteerd wordt, ook het nieuwe puntensysteem als optie aan te bieden als toetsingskader. Deze motie is medeondertekend door Van den Bos van de Partij voor de Dieren, De Groot van het CDA en Çelik van DENK. Voorzitter. Met de moties die wij indienen, hopen wij meer flexibiliteit aan ontwikkelaars te bieden. Daarnaast maken wij een start met het doorontwikkelen van toekomstbestendig bouwen. Zo zorgen we dat iedereen de kans heeft om op te groeien in een gezonde stad, nu en in de toekomst. De voorzitter. Door de heer Noorlander, daartoe gesteund door de heer Ahraui, de heer Van den Bos, de heer Thepass en de heer Çelik, wordt de volgende motie (N.2 D66) ingediend:
Motie N.2 D66 Begin met bouwhubs De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 22 mei 2025, ter bespreking van Toekomstbestendig Bouwen. Constaterende, dat: ▪ het college het uitvoeringsprogramma Toekomstbestendig Bouwen 2025-2030 heeft opgesteld om de CO2- en NOx-uitstoot van de bouw in Den Haag te beperken door in te zetten op circulariteit; ▪ als onderdeel hiervan het college in de tweede helft van 2025 een plan gaat opstellen voor een bouwhubs voor ontwikkelaars. Overwegende, dat: ▪ de urgentie om de stikstofuitstoot te realiseren hoog is omdat een te hoge stikstofuitstoot een belemmerende factor voor de realisatie van woningen kan betekenen; ▪ proactief samenwerken met de regio en de provincie essentieel is voor een snel en effectief proces.
43
Roept het college op: ▪ uiterlijk Q3 2025 een inventarisatie voor bouwhubs voor het CID, de Binckhorst en Den Haag Zuidwest naar de raad de sturen, met daarin concrete locaties en hun haalbaarheid; ▪ bij het opstellen van de inventarisatie nadrukkelijk de samenwerking te zoeken met de provincie en de regio. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Noorlander, daartoe gesteund door de heer Van den Bos, mevrouw De Groot en de heer Çelik, wordt de volgende motie (N.3 D66) ingediend:
Motie N.3 D66 Keuzevrijheid bij lopende projecten De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 22 mei 2025, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Toekomstbestendig Bouwen (RIS321843). Constaterende dat: ▪ niet alle lopende bouwprojecten aan het huidige ‘puntensysteem Goen- en Natuurinclusief bouwen Den Haag’ kunnen voldoen. Overwegende, dat: ▪ het (nieuwe) ‘puntensysteem natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen Gemeente Den Haag’ meer differentiatie biedt voor ontwikkelaars om aan de doelstellingen voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen te voldoen; ▪ meer keuzevrijheid voor ontwikkelende partijen bij kan dragen aan een snellere realisatie van woningen bij lopende projecten. Roept het college op: ▪ de ontwikkelende partijen bij lopende projecten, waarbij het oude puntensysteem gehanteerd wordt, ook het nieuwe puntensysteem als optie aan te bieden als toetsingskader. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. Altijd leuk om ook eens een keer een soort half duurzaamheidsdebatje te doen. Dan kan mijn GroenLinks-hartje richting 26 maart daar alleen maar beter aan gaan wennen. De urgentie van deze Uitvoeringsagenda is helder. De bouwopgave is groot, maar we kunnen ons geen groei veroorloven die ten koste gaat van klimaatgezondheid en biodiversiteit.
Juist in een verdichte stad als Den Haag moeten we toekomstbestendig bouwen, en dus ook natuurinclusief, circulair en emissieloos. De koers van het college steunen we dan ook volledig. We hopen dat we waar mogelijk een versnelling kunnen inzetten. Dat is ook de reden waarom ik onder de motie Begin met bouwhubs sta, die zojuist door collega Noorlander is ingediend. Die roept op tot zowel versnelling als tot een goede samenwerking met de regio. Tegelijkertijd willen we op een aantal punten scherp blijven. Mijn fractie wil voorkomen dat vooral grote ontwikkelaars mee kunnen met onze nieuwe plannen en corporaties en kleine ontwikkelaars moeite hebben om mee te komen. Vandaar ook de motie Ondersteuning kleine ontwikkelaars en corporaties, met als dictum: verzoekt het college te onderzoeken op welke manier kleinere ontwikkelaars en maatschappelijke bouwinitiatieven actief ondersteund kunnen worden bij het realiseren van toekomstbestendig bouwen, bijvoorbeeld via: een gemeentelijk aanspreekpunt of expertpool, technische begeleiding bij het toepassen van het puntensysteem, of het verkennen van aanvullende financieringsmogelijkheden; en de raad hierover te informeren bij de presentatie van de
44
Uitvoeringsagenda Toekomstbestendig Bouwen 2025-2030. Deze is mede ingediend door collega's Thepass van GroenLinks en Noorlander van D66. Rutger de Ridder (VVD). Ik weet, het is een onderzoek, het is nog niet beleid, maar ik kan me voorstellen dat de Partij van de Arbeid erover heeft nagedacht. Als we zo'n onderzoek doen, dan moeten daarvoor weer mensen worden aangesteld. Dan gaan mensen van DSO, die anders ook druk kunnen zijn met het beoordelen van plannen, weer iets anders doen. Dat werkt toch niet? Samir Ahraui (PvdA). In de voorstellen die nu voorliggen, zitten al een aantal zaken waar we volgens mij goed op kunnen aansluiten. Deze motie vraagt met name om die kleinere ontwikkelaars en maatschappelijke initiatieven actief te ondersteunen. Er wordt natuurlijk al nagedacht over een soort van expert, kennis, tool, plek waar mensen terechtkunnen. Er wordt nagedacht over dat fonds in de verdere uitwerking. Ik denk dat dat mooie elementen zijn om op voort te bouwen. Ik vraag met deze motie vooral aandacht voor die kleinere initiatieven, omdat we iedereen die in deze stad wil bouwen, hard nodig hebben. Rutger de Ridder (VVD). Dus dan begrijp ik dat de aanname van de Partij van de Arbeid is dat dit college niet goed heeft nagedacht over de woningcorporaties en de kleine ontwikkelaars. U heeft weer een wethouder van PvdA-huize. De vorige was ook dol op woningcorporaties.
Dus ik kan me toch niet voorstellen dat ze dat niet hebben gedaan. Samir Ahraui (PvdA). We weten natuurlijk dat er nog heel veel in de pijplijn zit qua uitwerking. Tegelijkertijd zie ik dat er met name met grotere partijen is gesproken. Er zijn ook wel gesprekken geweest met woningcorporaties. Maar ik heb daar een zorg over. Ik hoop dat deze motie dan ook kan rekenen op de steun van de heer De Ridder. Want ik denk dat ook hij wil dat juist die kleinere partijen in onze stad op deze manier beter kunnen meedoen aan de ambities die we hebben. De voorzitter. Meneer De Ridder, voor de derde maal. Rutger de Ridder (VVD). Is het niet veel verstandiger om regels te schrappen in plaats van regels toe te voegen, als kleine ontwikkelaars mee willen in deze stad? Samir Ahraui (PvdA). Dan kom ik op het punt waarmee ik de heer Dubbelaar probeerde uit te dagen. Er wordt heel erg een beeld gecreëerd alsof we regels op regels stapelen. Ik zie vooral dat we als stad kansen willen pakken om juist op die natuurinclusiviteit, juist op dat circulair en emissieloos, voorop te lopen. Daar willen we samen met de partijen die in onze stad gaan bouwen, aan werken. Het zou heel goed zijn als dat ons zou lukken. Er zit weinig verplichtend karakter in. Dat kan het natuurlijk op termijn wel worden.
Maar ik denk dat het goed is dat we deze poging wel doen, omdat we naast bouwen ook een belangrijke opgave hebben voor biodiversiteit en ons klimaat. Daarom denk ik dat dit urgent genoeg is op dit moment. De voorzitter. Gaat u verder. Samir Ahraui (PvdA). Mijn fractie is ook blij met het puntensysteem dat we gaan hanteren en dat we in 2027 gaan evalueren. Mijn fractie zou het belangrijk vinden om die evaluatie goed te benutten en de feitelijke effecten van de verschillende elementen van het systeem in kaart te brengen, zodat we waar nodig kunnen aanscherpen, verbeteren, wijzigingen kunnen maken. Daarom ook de motie Meet effecten puntentelling: verzoekt het college bij de evaluatie in 2027 nadrukkelijk te onderzoeken wat de feitelijke effecten van het puntensysteem zijn op de kwaliteit van de leefomgeving; de raad vooraf te betrekken bij de uitgangspunten en wijze waarop de evaluatie gaat plaatsvinden; en daarbij ook in gesprek te gaan met ontwikkelaars, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. Deze is mede ingediend door collega Thepass van GroenLinks. Rutger de Ridder (VVD). Wat had de Partij van de Arbeid anders gedacht dat er bij een evaluatie zou gebeuren? 45
Samir Ahraui (PvdA). Mijn zorg is dat we straks alleen een evaluatie krijgen met een overzicht met vinkjes van hoe het puntensysteem is uitgewerkt - 'zo vaak konden we elk punt afvinken' - zonder echt een beeld te hebben van wat het daadwerkelijk heeft betekend voor natuurinclusiviteit en klimaatadaptie en welke CO2-reductie we uiteindelijk wel of niet hebben bereikt. Dus dat we echt inzicht krijgen in de effecten op de leefkwaliteit en niet alleen maar in hoe straks het puntensysteem is ingevuld. Rutger de Ridder (VVD). Ik vind deze motie echt volstrekt overbodig. Het is namelijk een evaluatie waarin je evalueert wat de effecten zijn. Dat is nogal logisch. Het is nog erger zelfs, want hierin gaat het alleen maar over biodiversiteit. Het gaat niet over de effecten op die kleine ontwikkelaar, op de ontwikkelaar die wil bouwen in de stad. Want de Partij van de Arbeid gaat ervan uit dat dat wel goed zal komen. Ik weet één ding zeker: dat komt niet goed. Samir Ahraui (PvdA). De heer De Ridder wordt op zijn wenken bediend, want het tweede dictum van de motie vraagt de raad vooraf te betrekken bij de uitgangspunten en wijze waarop de evaluatie gaat plaatsvinden. Als we dat op dat moment hier in de raad bespreken, kan de heer De Ridder deze punten, die hij zo belangrijk vindt, inbrengen. En kennelijk heeft de heer De Ridder alle uitgangspunten van de evaluatie al gezien.
Maar dan ben ik heel erg benieuwd. Deel die dan ook met de raad, want ik heb ze niet gezien. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Meneer Ahraui presenteert vol passie zijn inbreng. Dat mag. Ik wilde even naar de derde bullet van zijn motie, want ik vraag me af wat die toevoegt ten opzichte van de tweede bullet, waar hij vraagt de raad vooraf te betrekken. Samir Ahraui (PvdA). Ik wilde met de derde bullet benadrukken dat we niet alleen hier op het stadhuis, met elkaar die evaluatie gaan doen en dat we niet al die partijen die uiteindelijk ook met dat puntensysteem aan de slag moeten, vergeten. Daarom vond ik het extra belangrijk om hen expliciet te noemen, zodat we er met zijn allen scherp op blijven dat dit goed gebeurt. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik zei net in het interruptiedebatje dat ik had met de heer Ahraui dat ik met een positieve blik naar deze motie heb gekeken, maar ik twijfel enorm. Ik vraag me namelijk af wie de Partij van de Arbeid dan allemaal wil betrekken. Met wie gaan we dan allemaal in gesprek? Want 'maatschappelijke organisaties' kan ook de plaatselijke zwemvereniging zijn of zo uit het Zuiderpark, bijvoorbeeld. Wie bedoelt de Partij van de Arbeid? Samir Ahraui (PvdA). Het is tweeledig. Iedereen die wil bouwen of bouwt in Den Haag en daardoor ook geraakt wordt door het raadsvoorstel dat voorligt.
Tegelijkertijd, omdat de motie ook vraagt naar de effecten op de kwaliteit van de leefomgeving, ook partijen die expertise hebben over biodiversiteit, natuurinclusief bouwen en effecten op het klimaat en het milieu. Daarom is het wat algemener geformuleerd. Voor mij is het belangrijk dat we met beide rekening houden. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Is meneer Ahraui het niet met mij eens dat de derde bullet eigenlijk onderdeel van de tweede bullet zou moeten zijn? Is het niet veel verstandiger om die derde bullet gewoon weg te halen? Samir Ahraui (PvdA). Ik worstel een beetje met die vraag. Ik kan die er wel uithalen, als dat de heer Dubbelaar ervan kan overtuigen om straks voor de motie te stemmen. Tegelijkertijd vind ik het ook heel erg belangrijk om duidelijk te hebben in die motie dat we die evaluatie niet alleen op het stadhuis doen tussen ons, het college en de ambtenaren die daarmee bezig zijn, maar dat we ook echt de ervaringen uit het veld daarbij gebruiken. Dat is de reden waarom ik ze specifiek heb opgenomen. Ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat die partijen voor de heer Dubbelaar niet belangrijk zouden zijn. Maar wellicht dat we hier nog even over kunnen schakelen buiten de microfoon om. Dan kan ik of de heer Dubbelaar overtuigen of dan heb ik een aangepaste motie die op zijn steun kan rekenen.
46
De voorzitter. Door de heer Ahraui, daartoe gesteund door de heer Thepass, wordt de volgende motie (N.7 PvdA) ingediend:
Motie N.7 PvdA Meet effecten puntentelling De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 22 mei 2025, ter bespreking van Toekomstbestendig Bouwen. Overwegende, dat: ▪ het college met het puntensysteem Natuurinclusief en Klimaatadaptief Bouwen de kwaliteit van de fysieke leefomgeving wil verbeteren; ▪ het puntensysteem nu vooral wordt gebruikt als toetsinstrument bij het aanvragen van omgevingsvergunningen. Constaterende, dat: ▪ het risico bestaat dat het puntensysteem in de praktijk verwordt tot een administratieve afvinklijst en daarbij de daadwerkelijke prestaties in termen van groen, waterberging en hittestress-reductie niet altijd inzichtelijk zijn; ▪ het college in 2027 een evaluatie van dit puntensysteem zal uitvoeren. Verzoekt het college: ▪ bij de evaluatie in 2027 nadrukkelijk te onderzoeken wat de feitelijke effecten van het puntensysteem zijn op de kwaliteit van de leefomgeving; ▪ de raad vooraf te betrekken bij de uitgangspunten en wijze waarop de evaluatie gaat plaatsvinden; ▪ en daarbij ook in gesprek te gaan met ontwikkelaars, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Ahraui, daartoe gesteund door de heer Thepass en de heer Noorlander, wordt de volgende motie (N.8 PvdA) ingediend:
Motie N.8 PvdA Ondersteun kleine ontwikkelaars en corporaties De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 22 mei 2025, ter bespreking van Toekomstbestendig Bouwen. Overwegende, dat: ▪ het college met de Stedelijke Beleidsvisie Toekomstbestendig Bouwen inzet op circulair, klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen; ▪ deze ambities gelden voor alle nieuwbouwprojecten, ongeacht schaal of initiatiefnemer; ▪ kleinere ontwikkelaars, woningcorporaties en maatschappelijke bouwinitiatieven soms minder financiële en organisatorische slagkracht hebben om te voldoen aan deze ambities. Constaterende, dat: ▪ het risico bestaat dat duurzaamheidsambities daardoor minder goed tot uitvoering komen bij projecten die juist maatschappelijk van grote waarde zijn; ▪ ondersteuning in de vorm van kennisdeling, technische begeleiding of cofinanciering bij kan dragen aan een inclusieve uitvoering van deze visie.
47
Verzoekt het college: ▪ te onderzoeken op welke manier kleinere ontwikkelaars en maatschappelijke bouwinitiatieven actief ondersteund kunnen worden bij het realiseren van toekomstbestendig bouwen, bijvoorbeeld via: o een gemeentelijk aanspreekpunt of expertpool, o technische begeleiding bij het toepassen van het puntensysteem, o of het verkennen van aanvullende financieringsmogelijkheden; ▪ en de raad hierover te informeren bij de presentatie van de Uitvoeringsagenda Toekomstbestendig Bouwen 2025–2030. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Nick Kaptheijns (PVV). Voorzitter. Vandaag bespreken we het voorstel van het college Toekomstbestendig Bouwen. Collega Faddegon heeft tijdens de commissievergadering al duidelijk verwoord dat het gevoerde beleid inzake CO2-uitstoot irrationeel is. Want laten we eerlijk zijn, het echte probleem waar deze stad mee kampt, wordt niet aangepakt, maar als een vaststaand feit gepresenteerd. Dat is de ongeremde groei van de bevolking. Minder mensen toelaten betekent minder huizen die nodig zijn. Minder mensen betekent meer ruimte voor de huidige bewoners. Minder mensen betekent minder CO2-uitstoot. Minder mensen betekent minder auto's en dus minder parkeerdruk. Ik kan nog wel even doorgaan. Joren Noorlander (D66).
Kan ik dit zo interpreteren dat als het landelijke kabinet iets aan migratie zou doen, de PVV geen bezwaar heeft tegen toekomstbestendig bouwen? Nick Kaptheijns (PVV). Nee, dan blijft het nog steeds hetzelfde. Ik heb hier al vaker gezegd dat wij een zeer autonome fractie zijn en onze eigen koers varen. Joren Noorlander (D66). Dan snap ik helemaal niet waarom de PVV hier migratie bij haalt. Nick Kaptheijns (PVV). Omdat het een niet los van het ander kan worden gezien. Ook al zou bij wijze van spreken de landelijke coalitie wat aan migratie doen, wat ik wel verwacht, dan betekent dat nog steeds niet dat wij meegaan in het hele duurzaamheidsgeneuzel van D66. De voorzitter. Gaat u verder. Nick Kaptheijns (PVV). Op dit moment heeft Den Haag een woningtekort. Dan zou je zeggen dat beleid erop gericht is om de woningbouw te stimuleren of in ieder geval niet te hinderen. Maar in het Algemeen Dagblad van 13 mei jongstleden viel te lezen dat de bouwsector zich enorme zorgen maakt over het voornemen van dit college om aanvullende duurzaamheidseisen te gaan stellen aan het bouwen van woningen in de stad. Wat verbazingwekkend is, gezien het feit dat er onlangs afspraken zijn gemaakt met de gemeenten en provincies waarbij is afgesproken dat per gemeente of provincie geen aparte regels worden bedacht.
Bouwend Nederland vreest dat door aanvullende duurzaamheidseisen bouwen nog complexer wordt en de kosten verder oplopen. Zij waarschuwt dat dit kan leiden tot verdere vertraging en hogere kosten. Deze geluiden moeten we zeer serieus nemen. De wethouder heeft laten weten open te staan voor gesprekken en samenwerking met de sector en geeft aan dat er ruimte is voor maatwerk. De wethouder wil op basis van vrijwilligheid samenwerken met de sector om de CO2-uitstoot terug te brengen. Dat klinkt leuk en aardig, maar wat betekent dat in de praktijk? Betekent 'ruimte voor maatwerk' en 'vrijwilligheid' ook dat er in het belang van de broodnodige woningbouw gekozen kan worden voor bouwen waarbij de CO2-uitstoot niet afneemt? Wat is belangrijker voor dit college? Woningen realiseren voor Hagenezen die niet verder kunnen met hun leven of irrationeel klimaatbeleid?
48
Jan Willem van den Bos (PvdD). Voorzitter. De klimaatcrisis wacht niet en het Klimaatakkoord van Parijs is straks tien jaar oud. We zouden nu volop in de uitvoeringsfase moeten zitten van 'Paris Proof' bouwen. Hadden we eerder betere regels gehad, dan stonden we er vandaag beter voor. De Partij voor de Dieren had graag meer ambitie gezien en vindt dat we vol moeten inzetten om dingen die de gemeente kan doen, ook echt te doen. Daarom steunen we van harte de motie van D66 om sneller te beginnen met bouwhubs. Dat is goed voor de reductie van CO2 en stikstof en daarmee een goed voorbeeld van hoe investeringen in het milieu de bouw juist versnellen. Ook kijken we uit naar het fonds voor toekomstbestendig bouwen. Daar moet wat de Partij voor de Dieren betreft begin 2026 echt werk van gemaakt zijn. Positief aan het voorstel vinden we dat er met waterbesparing aan de slag wordt gegaan, iets waar onze fractie en meerdere fracties in deze raad al langer voor pleiten. Maar een stad is pas echt levendig en rechtvaardig als ook vleermuizen, huismussen en egels een veilig thuis hebben. We zijn blij met de logische verbeteringen van het puntensysteem voor natuurinclusief bouwen, zoals meer aandacht voor habitat, betere randvoorwaarden voor insectenhotels en aandacht voor beheer. Dit maakt het systeem voor iedereen beter. Natuurinclusief bouwen vraagt ook maatwerk.