RIS322600 Bijlage 1 onderbouwing en tekeningen
Tekst van het document
activiteiten. In artikel 5.55 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is het toepassingsbereik vastgelegd. Paragraaf 5.1.4.2 is van toepassing op het toelaten: op een locatie van een activiteit, anders dan het wonen, die geluid veroorzaakt op een geluidgevoelig
gebouw dat is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; of,
van een geluidgevoelig gebouw waarop geluid wordt veroorzaakt door een activiteit, anders dan het wonen, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
In artikel 5.65 van het Besluit kwaliteit leefomgeving staan de standaardwaarden en grenswaarden voor geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen.
De regels gelden alleen voor geluidgevoelige gebouwen die voor meer dan 10 jaar zijn toegelaten (artikel 5.78 lid 2 Besluit kwaliteit leefomgeving).
In paragraaf 5.1.4.2a van het Besluit kwaliteit leefomgeving staan regels met betrekking tot een
geluidgevoelig gebouw dat geheel of gedeeltelijk ligt in een geluidaandachtsgebied van: wegen, spoorwegen en industrieterreinen met geluidproductieplafonds; lokale spoorwegen zonder geluidproductieplafonds; en,
verharde gemeentewegen en waterschapswegen zonder geluidproductieplafonds, niet zijnde een erf in
de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal als kalenderjaargemiddelde.
4.7.2
Resultaten
De beoogde opvanglocatie voorziet in een tijdelijke ontwikkeling. Ondanks dat er niet getoetst hoeft te
worden aan de bepalingen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (zie artikel 5.78, lid 2 Bkl) is wel beoordeeld of kan worden voldaan aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Uit de indicatieve geluidsbelastingkaart
van Atlasleefomgeving (geraadpleegd op 23 december 2024) blijkt dat op de gehele projectlocatie sprake is van een indicatieve cumulatieve geluidbelasting van maximaal 70 dB, wat conform de methode Miedema classificeert als slecht1. De indicatieve geluidsbelasting op de projectlocatie is weergegeven op afbeelding 4.6. Het gaat hierbij om het gemiddelde geluidsniveau per jaar van wegverkeer, treinverkeer, vliegtuigen,
industrie en windturbines.
1
De methode Miedema is een hulpmiddel om een geobjectiveerd oordeel te geven over de kwaliteit van het woon- en leefklimaat voor het aspect geluidhinder.
29 | 39
Witteveen + Bos | 145706/25-008.969 | Definitief 03
Afbeelding 4.6 Indicatieve geluidsbelastingkaart (opgehaald van Atlasleefomgeving, d.d. 23 december 2024)
■
Legenda:
■
Geluid alle bronnen (Lg) s 45 dB
46 - 50 dB 51 - 55 dB 56 - 60 dB
/
p
/
61 - 65 dB
166 - 70 dB 71 dB
A
Hoewel een tijdelijke opvanglocatie van het COA niet wordt aangeduid als een geluidsbron of als een geluidsgevoelige functie, dient er toch zorggedragen te worden voor een aanvaardbaar woon- en
leefklimaat. Er is daarom een akoestisch onderzoek uitgevoerd met de beschikbare gegevens om de huidige
situatie zo volledig mogelijk weer te geven en aan te tonen of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van geluid.
Uit de resultaten blijkt dat het geluid op de gevels ten gevolge van de gemeentewegen en de spoorwegen
respectievelijk ten hoogste 69 dB Lden en 65 dB Lden bedraagt. Het cumulatieve en gezamenlijke geluid bedraagt dan ten hoogste 69 dB Lden- Het woon- en leefklimaat kan in dit geval worden beoordeeld als
'Slecht'. Op de andere punten varieert het de classificatie voor het woon- en leefklimaat van 'Redelijk' tot 'Tamelijk slecht'.
Ondanks dat het geluid op de gevels relatief hoog is, kan beoordeeld worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Hiervoor dient de gevelisolatie voldoende te zijn. In het kader van een evenwichtige
toedeling van functies aan locaties en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, wordt beoordeeld op basis
van de eerdergenoemde 43 dB. Het gezamenlijke geluid op de locatie bedraagt ten hoogste 69 dB. De gevelwering dient op deze locatie dan 26 dB te bedragen.
Om te bepalen of deze gevelwering wordt behaald op de locatie, is een indicatieve binnenniveau meting uitgevoerd op de locatie. Hieruit is gebleken dat het geluid ten hoogste 40 dB Lden bedraagt op de locatie. Er kan hierom vanwege de tijdelijkheid van het initiatief en het feit dat er een aanvaardbaar binnenniveau op
de locatie aanwezig is, gezegd worden dat het woon- en leefklimaat acceptabel is voor de opvang van personen.
Het akoestisch onderzoek is opgenomen in bijlage III van dit rapport.
30 | 39
Witteveen + Bos | 145706/25-008.969 | Definitief 03
4.7.3
Conclusie
Hoewel een opvanglocatie niet als geluidsgevoelige functie wordt beschouwd is het noodzakelijk om een
aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen. Vanwege het geluidsniveau van maximaal 70 dB ter
plaatse van de opvanglocatie, is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hieruit volgt dat het woon- en leefklimaat acceptabel is voor de opvang van bewoners in het kader van geluid. Het aspect geluid vormt dus
geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.8
Bodem
4.8.1
Toetsingskader
In het geval dat de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie bepaalt de Omgevingswet dat de grond functiegericht gesaneerd moet worden. Dit betekent dat de grond
zodanig gesaneerd moet worden dat de grond kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie. Nieuwe functies dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd en bij wijzigingen van activiteiten geldt
dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. De toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het
bouwen van een bodemgevoelig gebouw worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan conform artikel 5.89i van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
4.8.2
Resultaten
De voorgenomen ontwikkeling betreft een tijdelijke ontwikkeling waarbij geen grondroerende activiteiten plaatsvinden. De benodigde kwaliteitsklasse van de bodem voor de huidige functie wijkt niet af van de
kwaliteitsklasse die nodig is voor de tijdelijke opvanglocatie. Bij het huidige gebruik hebben geen activiteiten
plaatsgevonden waarvan het aannemelijk is dat die de bodemkwaliteit aantasten.
4.8.3
Conclusie
De beoogde ontwikkeling voorziet in bodemactiviteiten of grondroerende werkzaamheden. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde tijdelijke opvanglocatie.
4.9
Geur
4.9.1
Toetsingskader
Regels over geur zijn onderverdeeld in de verschillende Algemene maatregelen van bestuur (Amvb's) van de Omgevingswet. Het verschilt per activiteit waar de regels zijn opgenomen. Indien er geen aanpassingen
hebben plaatsgevonden in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, gelden de regels uit hoofdstuk 22 van het omgevingsplan. Het Rijk stelt voor een aantal activiteiten specifieke regels aan geurbelasting. De regels voor milieubelastende activiteiten staan opgenomen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving
(Bal).
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan algemene beoordelingsregels en specifieke
beoordelingsregels voor geur. Het is aan het Bevoegd Gezag om te beoordelen of de geurhinder aanvaardbaar is gelet op het Bkl en het omgevingsplan.
31 | 39
Witteveen + Bos | 145706/25-008.969 | Definitief 03
4.9.2
Resultaten
Een tijdelijke opvanglocatie is niet opgenomen als een milieubelastende activiteit ten aanzien van geur.
Desalniettemin, moet zorg worden gedragen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In het (tijdelijke) omgevingsplan zijn geen geurcontouren opgenomen en regels die betrekking hebben op geur in zowel de
huidige als de beoogde situatie van de projectlocatie. Het gebruik van de projectlocatie als tijdelijke opvanglocatie door COAis een vergelijkbare functie (verblijf van personen) ten aanzien van het aspect geur
en er is daarmee geen sprake van een relevante wijziging ten opzichte van de planologische toegestane situatie.
4.9.3
Conclusie
De projectlocatie bevindt zich niet binnen aangewezen geurcontouren, waarmee relevante geurbronnen zich op voldoende afstand bevinden van de opvanglocatie. Het aspect geur vormt geen belemmering voor de beoogde tijdelijke ontwikkeling.
4.10
Omgevingsveiligheid (externe veiligheid)
4.10.1 Toetsingskader Het doel van het omgevingsveiligheidsbeleid is tweeledig:
de bescherming van personen middels borgen van voldoende afstand tussen (beperkt) kwetsbare objecten & locaties en risicobronnen;
het mogelijk maken om te werken met gevaarlijke stoffen. De gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen: stationaire bronnen, zoals een fabriek of een Ipg-vulpunt; mobiele bronnen, zoals transport van gevaarlijke stoffen over wegen en door leidingen.
Voor transport is de 'Wet vervoer gevaarlijke stoffen' van belang. Regeling Basisnet blijft geldend, ook onder de Omgevingswet. Hieruit volgt ook dat de Handleiding Risicoanalyse Transport hierna: HART) geldend blijft. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon, die zich gedurende een jaar onafgebroken en
onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-6
(1 op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze contour mogen in ieder geval geen zeer kwetsbare objecten, of
kwetsbare objecten en locaties (onder andere scholen, gebouwen waar zich veel mensen bevinden en gebouwen waar zich minder zelfredzame personen kunnen bevinden) aanwezig zijn of voorzien worden. Er wordt anders omgegaan met het groepsrisico onder de Omgevingswet dan voorheen.
Aandachtsgebieden maken zichtbaar waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Dit dient als
een beginpunt om na te denken over veiligheid en maatregelen. Binnen een (explosie-, brand- en gifwolk) aandachtsgebied kan een gemeente voorschriftgebieden aanwijzen, welke worden opgenomen in het
omgevingsplan. In de voorschriftgebieden gelden aanvullende bouweisen voor nieuwbouw volgens
artikel 4.90 tot en met 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Echter, blijft het groepsrisico (GR) nog wel parallel in gebruik. Het GR is de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied
overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie
van een aanvaardbaar groepsrisico.
32 | 39
Witteveen + Bos | 145706/25-008.969 | Definitief 03
4.10.2 Resultaten De tijdelijke ontwikkeling leidt niet tot de realisatie van een nieuwe risicobron. Daarom leidt de opvanglocatie vanuit het aspect omgevingsveiligheid niet tot een eventueel knelpunt voor omliggende zeer
kwetsbare objecten en/of (beperkte) kwetsbare objecten en locaties.
Risicobronnen binnen en buiten de projectlocatie kunnen tevens gevolgen hebben voor de ontwikkeling. Risicobronnen buiten de projectlocatie kunnen namelijk een risicocontour hebben die over de projectlocatie heen valt. Om dit inzichtelijk te maken is de kaart externe veiligheid van Atlasleefomgeving geraadpleegd
(d.d. 16 januari 2025). Een uitsnede hiervan is in afbeelding 4.7 weergegeven. Hierin is zichtbaar dat de gehele projectlocatie in een gifwolkaandachtsgebied ligt.
Afbeelding 4.7 Uitsnede kaart omgevingsveiligheid rondom projectlocatie (opgehaald van Atlasleefomgeving, d.d. 16 januari 2025)
1
> Legenda:
E Brandaandachtsgebied Explosieaandachtsgebiec (incl. Vuurwerk en Civiel) Gifwolkaandachtsgebied placeholder
7,
) Bron: / Ministerie lenw - Register Externe / . Veiligheid, 2024
03
V
Q {O
Dit gifwolkaandachtsgebied is afkomstig van het bedrijf In 't Veen III B.V. vanwege een 'Opslag Seveso Hoeveelheid Buiten Seveso Inrichting' en is gevestigd aan de Moezelweg 151 in Europoort
Rotterdam (postcode 3198 LS). De grootte van het aandachtsgebied is in afbeelding 4.8 weergegeven.
33 | 39
Witteveen + Bos | 145706/25-008.969 | Definitief 03
Afbeelding 4.8 Uitsnede kaart omgevingsveiligheid gifwolkgebiec afkomstig van In 't Veen III B.V. (opgehaald van
Atlasleefomgeving, d.d. 16januari 2025) Nemmée
g—
Lede
f
s
Naeum*oF
enAn de R 4
19s4 *
/
Legenda:
d
E Brandaandachtsgebied
19
• Explosieaandachtsgebiec
Ru
e
(incl. Vuurwerk en Civiel)
r*
,% «2
Gifwolkaandachtsgebied placeholder
ë ï
•
..co- Bron:
k •8
Ministerie lenW-Register Externe a Veiligheid, 2024
Meehrn~‘mi
J
„1
te. I
8
-2
a"aumd -28-,*
•
pA.
Gifwolkaandachtsgebied
Bij een gifwolk is bescherming gericht op het beperken van de dosis giftige stof die mensen binnen krijgen. Eventueel aanwezige bescherming faalt als de concentratie van de giftige stof te hoog wordt of als mensen te lang aan de gifwolk worden blootgesteld. Het verschilt per type giftige stof welke concentratie en
blootstellingsduur gevaarlijk is.
In artikel 5.14 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is geen mogelijkheid opgenomen om aanvullende bouweisen te verplichten in een gifwolkaandachtsgebied. De generieke bouweisen uit het Besluit
bouwwerken leefomgeving (Bbl) bieden al mogelijkheden om bescherming tegen een gifwolk te realiseren.
Het Bbl biedt de mogelijkheid om maatwerk toe te passen bij het kiezen van een ventilatiesysteem. Het voormalige kantoorgebouw wordt verbouwd om het geschikt te maken voor het gebruik als tijdelijke
opvanglocatie. In het gebouw kunnen alle (boven)ramen en deuren dicht. Dit is noodzakelijk in het geval van
een gifwolk. Personen die gebruik maken van het gebouw bevinden zich voornamelijk binnen en zijn daarmee meestal beschermd tegen een gifwolk. Ook is in het gebouw mechanische ventilatie aanwezig, welke handmatig kan worden uitgezet. Door deze maatregelen wordt voorkomen dat de giftige wolk in het
gebouw komt. De bewoners die zich op het terrein bevinden ten tijde van een mogelijke gifwolk, worden zo snel mogelijk naar binnen gebracht door personeel van het COA.
4.10.3 Conclusie Met het realiseren van een tijdelijke opvanglocatie wordt geen nieuwe risicobron gerealiseerd. Wel bevindt
de gehele projectlocatie zich in een gifwolkaandachtsgebied. Dit aandachtsgebied beslaat een groot deel
van de provincie Zuid-Holland. Er worden verschillende maatregelen genomen om in het geval van een gifwolk te kunnen handelen. Hiermee worden de risico's voor het thema omgevingsveiligheid aanvaardbaar
geacht en vormt dit onderdeel geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
34 | 39
Witteveen + Bos | 145706/25-008.969 | Definitief 03
4.11
Trillingen
4.11.1 Toetsingskader In het kader van de uitvoerbaarheid dient het aspect trillingen beoordeeld te worden. Trillingen bewegen zich door de bodem en gebouwconstructies. De effecten als gevolg van trillingen kunnen zijn: schade aan
gebouwen en hinderbeleving. Naast hinder voor mensen kunnen de effecten van trillingen ook zijn schade of verstoring van trilling gevoelige apparatuur.
Binnen de Omgevingswet bestaan verschillende instrumenten om hinder van trillingen te beperken. Zowel op provinciaal als gemeentelijk niveau. Het gemeentelijke omgevingsplan is daarbij het belangrijkste. Het
Rijk stelt regels aan gebouwen om trillinghinder door activiteiten te voorkomen. Deze instructieregels staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Zij zijn gericht op aangewezen trillinggevoelige gebouwen. Hierin
is de functie bepalend, bijvoorbeeld wonen. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente de mate van bescherming tegen trillingen.
De meet- en beoordelingsrichtlijn voor trillingen van Stichting Bouwresearch Rotterdam (SBR-richtlijn) vormt
de basis voor het bepalen van trillingen. Het beoordelingskader voor trillinghinder door activiteiten is
overgenomen uit deze richtlijn. Dit beoordelingskader staat in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Deze richtlijn bestaat uit drie delen:
deel A schade aan gebouwen; deel B hinder voor personen in gebouwen; deel C storing aan apparatuur.
4.11.2 Resultaten De voorgenomen tijdelijke ontwikkeling produceert zowel tijdens de aanleg- als gebruiksfase geen trillingen.
In de aanlegfase vinden slechts inpandige wijzigingen plaats aan de projectlocatie. Er is hierbij dus geen
sprake van het wijzigen van de constructie van het huidige bestaande pand. Het verblijf van de bewoners in het pand en de activiteiten van medewerkers in de gebruiksfase leveren geen trillinghinder op.
De projectlocatie ligt op ongeveer 50 m afstand van een spoorweg, wat mogelijk trillinghinder kan
veroorzaken bij de opvanglocatie. Dezelfde spoorweg bevindt zich op ongeveer 20 m afstand van de dichtstbijzijnde woningen aan de Parallelweg. Vanuit dit perspectief kan worden aangenomen dat een
afstand van 50 m tot de spoorweg voldoet aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met betrekking tot
trillingen van de spoorweg.
Verder zijn er in de nabije omgeving van de projectlocatie geen andere trillingsbronnen die hinder kunnen veroorzaken voor de opvanglocatie.
4.11.3 Conclusie De beoogde ontwikkeling levert geen trillingen op in de aanleg- en gebruiksfase. Het thema trillingen vormt geen belemmering voor de tijdelijke opvanglocatie.
35 | 39
Witteveen + Bos | 145706/25-008.969 | Definitief 03
4.12
Archeologie en cultuurhistorie
4.12.1 Toetsingskader Voorafgaand aan het vaststellen van een omgevingsvergunning BOPA dient inzicht te zijn verkregen in bekend en te verwachten archeologische en cultuurhistorische waarden op de projectlocatie en in de
omgeving, en wat de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden zijn en of deze een bedreiging vormen voor het bodemarchief. Indien dit het geval is, wordt geadviseerd op welke wijze hiermee in het project rekening dient te worden gehouden. In de Omgevingswet staan regels ter bescherming van de
archeologische en cultuurhistorische waarden benoemd in artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit
leefomgeving (Bkl).
4.12.2 Resultaten Op de beoogde projectlocatie geldt geen dubbelbestemming archeologie vanuit het omgevingsplan. In de randvoorwaarden is echter opgenomen dat bij grondroerende werkzaamheden de archeologische waarden
in de grond niet mogen worden geschaad. Het planvoornemen voorziet niet in grondroerende
werkzaamheden of andere activiteiten die de archeologische waarden kunnen aantasten. Bovendien is het pand niet bestemd als gemeentelijk-, provinciaal- of Rijksmonument
4.12.3 Conclusie Het planvoornemen omvat geen activiteiten die de archeologische waarden kunnen schaden en het pand is niet als monument bestemd. Er zijn geen belemmeringen op het gebied van archeologie en cultuurhistorie.
4.13
Activiteiten en milieuzonering
4.13.1 Toetsingskader Het doel van milieuzonering is het waarborgen en bevorderen van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Milieuzonering houdt in dat een adequate ruimtelijke scheiding wordt aangebracht tussen milieubelastende
bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies zoals wonen en zorg anderzijds. Deze ruimtelijke scheiding wordt doorgaans gerealiseerd door een afstand aan te houden tussen milieubelastende
en milieugevoelige functies. Sinds oktober 2024 is een nieuwe handreiking voor milieuzonering vastgesteld. Het toetsingskader van de Handreiking Activiteiten en Milieuzonering 2024 bevat kernprincipes en richtlijnen voor het beoordelen van de toelaatbaarheid van milieuhinderlijke activiteiten in relatie tot milieugevoelige functies. Dit kader is ontwikkeld om aan de Omgevingswet te voldoen en is gericht op een evenwichtige
toedeling van functies aan locaties, waarmee zowel een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als een effectief ruimtegebruik worden gegarandeerd. De handreiking gaat hoofdzakelijk in op de omgevingsaspecten geluid
en geur. Hiervoor worden drie mogelijkheden beschreven om in te schatten of een bepaalde activiteit past binnen de toepasselijke zones voor geluid en geur of geschikt is voor functiemenging:
1
een inschatting van de feitelijke situatie aan de hand van concrete criteria voor geluid en geur;
2
een indicatie aan de hand van de getransponeerde tabel van Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009);
3
door het uitvoeren van gericht onderzoek.
Ook andere milieuaspecten dan geluid en geur, zoals omgevingsveiligheid, trillingen en stofhinder kunnen in specifieke gevallen relevant of zelfs maatgevend zijn. Deze aspecten lenen zich, anders dan geluid en geur,
niet goed om de inpasbaarheid van activiteiten indicatief te bepalen.
36 | 39
Witteveen + Bos | 145706/25-008.969 | Definitief 03
4.13.2 Resultaten De invoering van de Omgevingswet is de belangrijkste reden om te komen tot een nieuwe Handreiking Activiteiten en Milieuzonering 2024. Deze handreiking vervangt de publicaties Bedrijven en milieuzonering
uit 2009 en Milieuzonering Nieuwe Stijl uit 2019, die zijn gebaseerd op de Wro respectievelijk de Crisis- en herstelwet. Deze handreiking is nog niet van toepassing op het project, aangezien ter plaatste nog geen
(definitief vastgesteld) omgevingsplan geldig is. Daarom wordt het project nog beoordeeld op basis van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering uit 2009.
Een (nood)opvang van het COA wordt niet genoemd in de VNG-publicatie. De toekomstige tijdelijke vorm
van het gebruik is echter vergelijkbaar met de functie wonen. Deze functie kent geen zonering op de grond van de VNG-publicatie. Daarnaast is hier sprake van een tijdelijke situatie. In de directe omgeving is in het vigerende tijdelijke omgevingsplan een enkelbestemming 'bedrijf' toegestaan. Direct grenzend aan de
projectlocatie zijn bedrijven van categorie 1, 2 en 3 planologisch toegestaan (artikel 3.1 onder a planregels). De beoogde opvanglocatie grenst aan een autogarage. Een autogarage wordt als 'autoplaatwerkerijen' benoemd in de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering 2009 (Bijlage 3 Staat van Bedrijfsactiviteiten). De
maatgevende afstand waarop bedrijven ten opzichte van gevoelige functies zijn toegestaan is 100 m. Er wordt hiermee niet voldaan aan de 100 m afstand die tussen een autogarage en een gevoelige functie moet zitten. Daarom is voor het onderdeel geluid een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie paragraaf 4.7).
Hiermee is aangetoond dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor het onderdeel geluid.
Nabij de projectlocatie (op ongeveer 15 m afstand) bevindt zich een restaurant. Een restaurant staat niet
opgenomen als categorie in Bijlage 3 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Dit geldt tevens voor de kantoorfunctie van de opvanglocatie zelf.
De bedrijven in de directe omgeving kunnen gezien de tijdelijkheid van het voornemen zonder belemmeringen activiteiten voortzetten en worden daarmee niet in hun recht geschaad.
4.13.3 Conclusie De autogarage direct grenzend aan de projectlocatie heeft een maatgevende afstand van 100 m. Het
akoestisch onderzoek heeft aangetoond dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De kantoorfunctie van de opvanglocatie en het nabijgelegen restaurant kennen geen zoneringen en
vormen daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling van het planvoornemen. Daarnaast wordt expliciet benoemd dat het gaat om een tijdelijke ontwikkeling. Bedrijven in de directe omgeving worden niet
in hun activiteiten geschaad.
4.14
Sociale veiligheid
4.14.1 Toetsingskader Naast een aantrekkelijke en aanpasbare fysieke leefomgeving moet een leefomgeving ook (sociaal) veilig in het gebruik zijn. Het gaat erom dat mensen zich veilig voelen en dat zoveel mogelijk daadwerkelijk zijn. Factoren die kunnen bijdragen aan (het gevoel van) meer veiligheid zijn onder andere:
informeel toezicht op de openbare ruimte;
persoonlijke controle over de ('eigen') omgeving; het imago van het (totale) gebied.
37 | 39
Witteveen + Bos | 145706/25-008.969 | Definitief 03
4.14.2 Resultaten Maatregelen die het COA neemt voor beheer in en rond de opvang zijn onder andere: 24/7 beveiliging en toegangsbeheer op de locatie, 7 dagen per week aanwezigheid van COA-medewerkers op de locatie,
24/7 BHV aanwezig op de locatie, huisregels hanteren en toezien op naleving, eventuele signalen over spanningen tussen bewoners oppakken, dagbesteding verzorgen, informeren over gedragsregels in Nederland, wanneer nodig opschalen naar of assistentie vragen aan politie, deelname aan structureel
omwonendenoverleg en structureel veiligheidsoverleg met gemeente, politie en indien nodig andere
betrokkenen en 24/7 bereikbaarheid voor omwonenden. Samen met de gemeente en politie is het COA verantwoordelijk voor de leefbaarheid buiten de
opvanglocatie. De gemeente is daarbij verantwoordelijk voor het monitoren van de effecten van de opvang in de omgeving en zo nodig in overleg met het COA en de politie (aanvullende) maatregelen te treffen. De politie is verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde, onder gezag van de burgemeester en
de opsporing bij eventueel gepleegde strafbare feiten onder gezag van het Openbaar Ministerie.
4.14.3 Conclusie Op basis van het toetsingskader en de resultaten kan worden geconcludeerd dat de beoogde opvanglocatie voldoet aan de vereisten voor sociaal veilige leefomgeving. De genomen maatregelen zorgen ervoor dat
zowel bewoners als omwonenden zich veilig en ondersteund voelen, wat bijdraagt aan de sociale veiligheid.
38 | 39
Witteveen + Bos | 145706/25-008.969 | Definitief 03
5 UITVOERBAARHEID In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid, het participatieproces, economische uitvoerbaarheid en handhaving.
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid en participatie
Een project dient maatschappelijk uitvoerbaar te zijn. Bij het aanvragen van een BOPA dient de
initiatiefnemer aan te geven of er aan participatie is gedaan, in welke vorm en wat de resultaten hiervan zijn.
Tot op het heden is er door de initiatiefnemer nog geen participatie uitgevoerd en/of gecommuniceerd naar
de omgeving over het planvoornemen. Het COA is voornemens om de omgeving zo spoedig mogelijk te informeren over het planvoornemen op 21 januari 2025 op een informatiebijeenkomst. Op deze bijeenkomst
wordt het project toegelicht door het COA en de gemeente Den Haag aan de omgeving.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
Het COA is verantwoordelijk voor de financiering van de uitvoering tijdens exploitatieduur. Het COA voert
een maatschappelijke taak uit in opdracht van het Rijk en wordt ook als zodanig gefinancierd voor het realiseren van de opvang.
5.3
Beheer en onderhoud
Het COA is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de bebouwing en het terrein tijdens het gebruik voor de tijdelijke opvang. Na vertrek van het COA kan de locatie weer worden gebruikt in
overeenstemming met de geldende enkelbestemming (kantoor) uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan
van de gemeente Den Haag. Het tijdelijke gebruik van de locatie door het COA leidt niet tot onomkeerbare
gevolgen die het toekomstig gebruik volgens de geldende enkelbestemming in het tijdelijke deel van het omgevingsplan zouden verhinderen.
5.4
Handhaving
De omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving van de omgevingsvergunning ligt bij de gemeente. Het handhavingsbeleid van de gemeente Den Haag vort de basis voor de handhaving binnen de gemeentelijke grenzen. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht
is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen.
Het doel van handhaving is om de bescherming van mens en omgeving te waarborgen tegen ongewenste
activiteiten en overlast. In het kader van handhaving vindt er afstemming plaats met de gemeente en de politie.
39 | 39
Witteveen + Bos | 145706/25-008.969 | Definitief 03
Bijlagen)
BIJLAGE: SITUATIETEKENING
Witteveen+Bos | 145706/25-008.969 | Bijlage I | Definitief 03
Nieuwe situatie (schaal 1:100)
A
2 I
/
/ > /
B S
X X
6
Y
c
uitgang
0.16 {
>
>
I
¥
A
8
0.1 5
y
2-13
e
Archief.Repro
B
ZL
I
.2
CB
e
LAMA
MAS 0.12
Pantry
1
0.10 SK
0.1 1
SK °i8
-
SK
_L. Au
930
w I I 1
]
i
Keten Partner
0.04
rat
II
pP,
59)
S"
P
Q
T
930
Kantoor
ni o OOG
930
=
1
8 Q
u
e
I
Vergader R
Kantoor
l.l.
2
J
T
9
)1
#
2
4
1
tk
I
I
p
eiS>
$
T I
0
II
O »;
Hr
4
<
930
7 Info.B
Werk plek
li
—
n
I
I
I
14
15
16
17
=ni
3
]
7
1.
/
/
r
——
N
(9
I
0.02
4
%
0.01
ül
o I
r
1
Wacht ruimte
0.03
L
I
/ I
/
I S-H--
S == H
G
——
TT
—
-
I
41
0.06 G
H----- ïO
1
□o
□
Entree
Receptie
1
Kantoor
Kantoor
SK Beveiliged
Kantoor
= 0.07
10
k
__
0.09
F
930
930
E
p•
I
II
4
Z
/AdV,
.
I
930
..
X
t
930
930
I
d/ N E.
■
X,
4" ZT:
tl
0.14
D
f
Eg
elektra VA
G
I
II
c
t
IK
o
I
C •
4
A
>
T
/,
/
D
1
I
ë
[
7
17
1
4
5 5
6
9
8
7
11
10
12
13
18
19
20
21
Technische capaciteit:
Bestaande situatie (schaal 1:200)
/X
A
1
\V
B
7*
\
T 0.13
T
fV
B
T
T
0.
0.11
•cd
)
CD
•4
0.12
/
4•
VT
VTL
/
O
{*L
tl
E
•AD A,
/
(
V
G
■
DEN HAAG - CALANDSTRAAT 12
lil
0.14
1
0.01
0.09
0.07
0.03
0.05
0.06
0.02 4
D
2
E
4
I
1
L
4
I
I
I
I
3
|
Opmerking: brandscheidingen en brandveiligheidsvoorzieningen n.t.b. door brandveillgheldsadviseur
F
0 -
1
. Dl..
4
ƒ 6
D
/63,
elektra
yf —
B
0.04
0.10
/
41
279 bedden
POSITIES VAN NIEUWE SCHACHTEN NADER TE BEPALEN
c
uitgang
F > g
Totaal AMV: ✓
0.16
74
0 bedden 0 bedden 75 bedden 75 bedden 67 bedden 62 bedden
A
8
A
Bgane grond: 1e verdieping: 2e verdieping: 3e verdieping: 4e verdieping: 5e verdieping:
I
4
E
N
BEGANE GROND BLAUW = NIEUW XAUUX
4
30 min wbdbo 60 min wbdbo
Let op: maatvoering i.h.w. te controleren
5 5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
Discipline
Bouwkunde
Status
Voorlopig ontwerp
Formaat
AO
Schaal 1:100
Getekend
SSH
Datum 29-7-24
deur met toegangs-tag deur, zelfsluitend deur, zelfsl. + brandwerend
Code Datum
Omschrijving
Project
A
Calandstraat 12
Ad res
2521 AG , Den Haag
B001
Object
Ëa COA
Omschrijving
Gewijzigd
Plattegrond
■
WN
Bouwkundige onderlegger
Bestaande en Nieuwe situatie
Calandstraat 12
f
peope power
Bouwlaag
Begane grond
Tekeningnummer
DnHgCala_B001_B_25_00_PLG
Centraal Orgaan opvang asielzoekers Bestandsnaam DnHgCala_B001_B_25_00_PLG.dwg
Deze tekening is in beheer bij PeoplePower. Voor vragen kunt u contact opnemen via coa@peoplepower.nl
Nieuwe situatie (schaal 1:100)
A
B
C D
Ms
A
=
()
>
□
(
s
II
/n
IC
II
II
I
--
M
UI
5X
F
□
X
G
r
x
2 ■ 3
*
m
□E
II
it
EE
ii—m-m—ir~ m ~m
H E
6
j
|h
I
{
CD
Ol
Q
ii.
]
j
8
8
Q
D
7
3
4
0
L
r a
)
#
—*
I
(
E
X
L
E"
i
i
K
<
I=
0
B
1
I
_))
II
m -
9
■
II:
•a
wc
E Cl
na —
—EE
2
1 *
VWN 00
GZA Les Lokaal MFC
5
ACT.
5
8
7
6
9
12
11
10
13
14
15
16
17
18
19
20
21
Pantry personeel Sanitair personeel
Technische capaciteit:
Bestaande situatie (schaal 1:200)
Bgane grond: 1e verdieping: 2e verdieping: 3e verdieping: 4e verdieping: 5e verdieping:
0 bedden 0 bedden 75 bedden 75 bedden 67 bedden 62 bedden
Totaal AMV:
279 bedden
A
B
POSITIES VAN NIEUWE SCHACHTEN NADER TE BEPALEN
c k A ï
u
f<
e=
ii
D •3
>
B
0
c Q
1
D
\4
\
2
1F slk-
4
4
4
V
V
a
4 II
1L
V
4
ai
4 •I
•m
II H-
ii
Ë.
Opmerking: brandscheidingen en brandveiligheidsvoorzieningen n.t.b. door brandveiligheidsadviseur
E
db
V
L
[-L
AT
HE
L
;
Vv
1F
II -H
dll
98
F
d
■
O
V
1.
□ 1
G
JL •E
DEN HAAG - CALANDSTRAAT 12
1E VERDIEPING HP
E
ii
D
deur met toegangs-tag deur, zelfsluitend deur, zelfsl. + brandwerend - 30 min wbdbo 60 min wbdbo
BLAUW = NIEUW
3
Let op: maatvoering i.h.w. te controleren
4
5 5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
Discipline
Bouwkunde
Status
Voorlopig ontwerp
Formaat
AO
Schaal 1:100
Getekend
SSH
Datum 29-7-24
Object
25
Gewijzigd
A
Aanpassen ontwerp
SSH
7-8-24
Plattegrond
Calandstraat 12
Bouwkundige onderlegger
2521 AG , Den Haag
Bestaande en Nieuwe situatie
B001
A"7
COA
Omschrijving
Omschrijving
Project Ad res
Code Datum
Calandstraat 12
Bouwlaag
peope power
le verdieping
Tekeningnummer
DnHgCala_B001_B_25_01_PLG_OP-02
Centraal Orgaan opvang asielzoekers Besta n dsn a a m Dn Hg Ca la_B001_ B_ 25_ 01_ PLG_ OP- 02.
Deze tekening is in beheer bij PeoplePower. Voor vragen kunt u contact opnemen via coa@peoplepower.nl
Bestaande situatie (schaal 1:200)
A KLD.01 N.T.B. 20,2 m2 -Overige ruimte
4
KI DC2 N T R 5,8 Overige nuimte
B
♦ KLD. 17 FIETSENSTALLING BEWONERS 120,1 m2 Overige ruimte
♦
c
KLD.32
,32/
4,7 m2// vmte
Overige
KLD.3 TR
■
/24m2[uiml niscke TRA
I
18,9
keersrm e verticaal
KL 34
I
V
1 II
■
Y
■
I
I
IL—
F
I
I
TR 11,4 m2 Technische ruimte
KLD.19 N.T.B. 13,3 m2 Overige ruimte
KLD.11 FIETSENSTALLING PERSONEEL 40,6 m2 Overige ruimte
KLD. 09 N.T.B.
8,7*
Overjge ruimte
KLD.20 N.T.B. 13,0 m2 Overige ruimte
KLD.26a N.T.B. 4,1 m2 Gierige ruimte
7
E KI D23 NT R 79.9 m2 Overige ruim te
■
L
F
■
G
I
L
I XAUx
■
■
KLD.26b TR 1,6 m2j Fenhnische I nte
KLD.26 TRAP 19,7 m2 Verkeersruimte verticaal
1
■
4—=m
r
XAuAex
KLD.29 GANG 67,5 m2 Verkeersruimte horizontaal
KLD.04 N.T.B. 47,0 m2 Overige ruimte
3f
__ l
1
c
rizantaal %
Al
171,71,76,°
ï
KLD.07 N.T.B. 18,5 m2 Overige ruimte
Ve keersruimte
II
1
D
KLD.27
Hl
KLD.09a N.T.B. 4,2 m2 Oetige ruimte KLD.03 TR 21,3 m2 Technische ruimte
I,
KANMX
l
KLD. 18 N.T.B. 20,3 m2 Overige ruimte
11
)
KLD. 16 N.T.B. 7,7 m2 Overige ruimte
KLD.05 N.T.B. 25,1 m2 Overige ruimte
■
I
:i
KLD.30 TRAP 25,9 m2 Verkeersruimte verticaal
B
■
■
«
■
LIFT •~2,4m2 / Verkeèrsquimteyel
A
■
KLD.15 FIETSENSTALLING BEWONERS 154,3 m2 Overige ruimte
KLD,
mm ■ ¥
■
3
T
KLD.25 GANG 43,6 m2 Verkeersruimte horizontaal
■
I
■
■
II
■
KLD.24 N.T.B. 123,7 m2 Overige ruimte
■
1
D
KLD.10 N.T.B. 20,1 m2 Overige ruimte
KLD. 08 N.T.B. 20,1 m2 Overige ruimte
KLD.06 N.T.B. 42,2 m2 Overige ruimte
KLD.12 N.T.B. 20,1 m2 Overige ruimte
KLD. 14 N.T.B. 20,1 m2 Overige ruimte
KLD.13 N.T.B. 20,1 m2 Overige ruimte
KLD.22 N.T.B. 20,1 m2 Overige ruimte
KLD.21 N.T.B. 102,9 m2 Overige ruimte
2 3
4
5 5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
POSITIES VAN NIEUWE SCHACHTEN NADER TE BEPALEN
Opmerking: brandscheidingen en brandveiligheidsvoorzieningen n.t.b. door brandveiligheidsadviseur
DEN HAAG - CALANDSTRAAT 12
KELDER BLAUW = NIEUW
k
deur met toegangs-tag
Aofe
X-AAUX
deur, zelfsluitend deur, zelfsl. + brandwerend
-- 30 min wbdbo
Let op: maatvoering i.h.w. te controleren Discipline
Bouwkunde
Status
Definitief ontwerp
Formaat
A0
Schaal
Getekend
SSH
Datum 29-07-24
1:100
Object
Omschrijving
Gewijzigd
A
14-02-25
Brandscheidingen toegevoegd
RS
B
27-05-25
Fietsenstalling toegevoegd
SSH
Plattegrond
Calandstraat 12
Bouwkundige onderlegger
2521 AG , Den Haag
Bestaande situatie
B001
, Calandstraat 12
Bouwlaag
peope power COA
Code Datum
Omschrijving
Project
Adres
60 min wbdbo
Kelder -1
Tekeningnummer
DnHgCala_B001_B_25_-l_PLG
Centraal Orgaan opvang asielzoekers Bestandsnaam DnHgCala_B001_B_25_-l_PLG.dwg
Deze tekening is in beheer bij PeoplePower. Voor vragen kunt u contact opnemen via coa@peoplepower.nl
Nieuwe situatie (schaal 1:100)
A
B
C D A
e
4
‘9
M M
109!
* K9,4
7 7
u
I
7 7
0) _Q 0)
I,
7 7 7 7
k
O O
I,
1
IlIU IIL
;u
in m
Hl
==h
*
"5"
c stapel
■
h M -o •i-
stapelbeh-
«IF
ni , Tl
- _-stapelbea — »
sta pel bekt
I' >
s ta p e lb e la
—
itapelbeb--
5
3
iim stapelbed
__ UI__ uk 1 1 1
«I 11—1U.
- - stapelbe±-
stapelbed
Estapelbe; ur u I I i» in m m
Ir
~ii
jn
Hf
.n__ lil__ L .1 1
s ta p e lb e k ±
a __
h -—
1F IH
II
Hi
F-
i»
ni
F-
1
stapel
n m iE
H‘
lt H
Hl IH
—
.
A
CS
<K
oom
H’
A
oooo
I
ITT
H T
A
QQQQ
5 ""
mi
in
IH
M
A
)4 7
I
Ut
(IE
I '
n
A
I
m
M
IIE II
m i
i E H lifii= II
iu
1 1 1
Ui
id
F-
1 ta «i
I
*6x
T
m> i— m —
«r
//
1
I
I
«•
I
H t
hi
I
B
A
□ )
jil m in. ti—nr m m «r
Hl
IM E
m
ui
I
HEIIIE
Hf
7
w
«
ii. in m m n
. .1
5
F-
323
Hl
II
1»
I
D
A
m nl b
-i
w
I
C
A
020
OOOO
QQOO
li
«
M
k
= IE IIIT
4,
1
G
------
I__ IIII__ ILN
$
iir
m
OU
«—mi—m
( "3
4 1
ui
530
D
OOmm co»
f
kk
%
..m
5
tapel
OO OO
A
-
(
C
F
ra
• (
OO
B
7 7
#
9
ij
N
E
k x lil
1OO
7
li
8
74
+I
(
i
x<0/ • * ‘9 3
3
4
5 6
5
7
8
11
10
9
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
Technische capaciteit:
Bestaande situatie
Bgane grond: 1e verdieping: 2e verdieping: 3e verdieping: 4e verdieping: 5e verdieping:
0 bedden 0 bedden 75 bedden 75 bedden 67 bedden 62 bedden
Totaal AMV:
279 bedden
(schaal 1:200)
A
POSITIES VAN NIEUWE SCHACHTEN NADER TE BEPALEN
B
S
S
C Y
A
D B
- ii
dL—
ii
è
lllllhHII IIIIAMII
B ii
4
4
4
(
a
(
a
3'
0
a
F
0
2
G
•e
c
v" v- v
Q
1
\o
v-
k
O
V
O
2
O
\
I
V
4
9 ƒ
/
d6 D
3
2
*
I
L
I
Ik
QIP
T
I!
HP
L
T~
Opmerking: brandscheidingen en brandveiligheidsvoorzieningen n.t.b. door brandveiligheidsadviseur
E
DEN HAAG - CALANDSTRAAT 12
2E VERDIEPING BLAUW = NIEUW
II
3 AUUX
3
Let op: maatvoering i.h.w. te controleren
deur met toegangs-tag deur, zelfsluitend deur, zelfsl. + brandwerend
- 30 min wbdbo 60 min wbdbo
4
5
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
Discipline
Bouwkunde
Status
Voorlopig ontwerp
Formaat
A0
Schaal 1:100
Getekend
SSH
Datum 29-7-24
Code Datum
Omschrijving
Project Ad res
Object
Bouwkundige onderlegger
2521 AG , Den Haag
Bestaande en Nieuwe situatie
B001
, Calandstraat 12
Bouwlaag
Gewijzigd
Plattegrond
Calandstraat 12
peope power COA
Omschrijving
2e verdieping
Tekeningnummer
DnHgCala_B001_B_25_02_PLG
Centraal Orgaan opvang asielzoekers Bestandsnaam DnHgCala_B001_B_25_02_PLG.dwg
Deze tekening is in beheer bij PeoplePower. Voor vragen kunt u contact opnemen via coa@peoplepower.nl
Nieuwe situatie (schaal 1:100)
A
B
C D
A *9)’,
V 7 7
7 7
>
X
I —=tapelbed
■' stapef
Im-f
ï
stapelt
s
G
330$-
$
O 00 o' looloo'
*A K
I
1
ro: 0
i
'stapel b^è
7
n
Q
f k I
I
d
I
I
HP
7 7
■
LDF
I
41
7 7
7 7
I
7
7 7
KK
KK
7 7
[
I
l
(
ii
—
I
S
X% 11
oN
Y
ij
7
6
1
1
o —
zapeib
X 8=ï 7 7
2
D
ro
N
UJ
&
I
—=
l
I
30
0)
CDCCC)
X
stapelbed
J
k.
1
00000
Q
(
0
E
■
0)
A
L.3
2 '
V
IN
0 0
\
3
N
I
stapelbe}-
Q
ro
N
T
\
6
1
N— ti "A—),
2
stapdbè|^^-J
\
0)
I/F — N
D
/8 . ./ Y
o
I— /
’
+» 4/
4-
b,
C
M 'W—«=
)(
Xj
XXIi XF
ro
8811
100
oo
x
r 7
F
IOO
0)
-o
K
7 7
-X
000
N
= V
^|t a pe Ibed
1
-—-™ = =
dib
I
E
F
X
I#
*9
J
M M
L,
I'
KK
X
I 7 ?
KQ/
,1
W,, — As I )
—47
w
Wy
:
!±
3 4
5 7
6
5
8
9
11
10
13
12
14
15
16
17
18
19
20
21
Technische capaciteit:
Bestaande situatie (schaal 1:200)
Bgane grond: 1e verdieping: 2e verdieping: 3e verdieping: 4e verdieping: 5e verdieping:
0 bedden 0 bedden 75 bedden 75 bedden 67 bedden 62 bedden
Totaal AMV:
279 bedden
A
B
S
POSITIES VAN NIEUWE SCHACHTEN NADER TE BEPALEN C
D A NJI
db
ii
d
<
n
ii
ï>
B
XXX
0
a
B
4
4
4
S
c
ku
\H
\
98
Fm
\ •3
\
vF
\
G
o\
4
D
DEN HAAG - CALANDSTRAAT 12
BA 9
1
HP
2
in
ii
I!
d+ 6±
d £
n
HE
II
Opmerking: brandscheidingen en brandveiligheidsvoorzieningen n.t.b. door brandveiligheidsadviseur
F
4
•h
*-- H
□
(3—
0
E
B
H
1M
3E VERDIEPING deur met toegangs-tag
BLAUW = NIEUW
3
deur, zelfsluitend 3 AUUX
deur, zelfsl. + brandwerend - 30 min wbdbo
4
Let op: maatvoering i.h.w. te controleren
5 5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
Discipline
Bouwkunde
Status
Voorlopig ontwerp
Formaat
A0
Schaal 1:100
Getekend
SSH
Datum 29-7-24
Code Datum
Omschrijving
Project Ad res
Object
Omschrijving
Bouwkundige onderlegger
2521 AG , Den Haag
Bestaande en Nieuwe situatie
B001
, Calandstraat 12
Bouwlaag
Gewijzigd
Plattegrond
Calandstraat 12
peope power COA
60 min wbdbo
3e verdieping
Tekeningnummer
DnHgCala_B001_B_25_03_PLG
Centraal Orgaan opvang asielzoekers Bestandsnaam DnHgCala_B001 B_25_03_PLG.dwg
Deze tekening is in beheer bij PeoplePower. Voor vragen kunt u contact opnemen via coa@peoplepower.nl
Nieuwe situatie (schaal 1:100)
A
2
B
C
(g
(
/ W}
A
A°>y
00,9/ xoZ
■■ /
<
74,
—-x
F
.. . «M
> I
KXXXX
— aapelbec
S
-XXX
ov
*
ap e Ib
st a pel
ir ^ r J
stapelbe
)
$
)V
o
K)
JL
n
T
!
.
--------
stapelbe---
' stapelbe--
\
A
F KK
KK
KK i
—
KK
KK
KK |
KK
KK
I
KK
KK
KK
KK
T iE
'
KK
.11
"
m
stapelbe-.
f
—
I
OOC
2/
34
|
A/
>■
I
--5 —
&
8 F-
--"stapelbe--
+-
i ...
h m _____ Hl
P
I
2
G
PP
E,
LJ S
f
*6
"V t)
330
I
Q
OO0O
71
4
mm m w nt
a p e lb e d -
dkapelbed
—N #
i — [
F
■ JU Hflf=HE=Hm
--apelbed
--ta p e lb e d —
IM Ew
La=apelbec
[
ia
m =I
X
_stapelbec-E
E I
2!
7 7 (
-
=
W
ui. '1
=tapel bed g ó . ~% 4
oo
<
r—■—
I
F
*
-
[
%
I
KK
m ia.
XXXXF
E
C e,
x
330
9
E
OO
I
D
4'
>
I
KK
I
ir
I
1
KK
in
C
öm ii=üE '" r
ih
Q ra
KK
■ in
%
3U—HL
KK
F
— —
1
I
K_1L
E
7
B
A
r
Lll
/
> "—/3 *37
8
g
(
D
33
IE
3
4
5 6
8
7
10
9
12
11
14
13
15
16
17
18
19
C
5
21
Technische capaciteit:
Bestaande situatie
Bgane grond: 1e verdieping: 2e verdieping: 3e verdieping: 4e verdieping: 5e verdieping:
0 bedden 0 bedden 75 bedden 75 bedden 67 bedden 62 bedden
Totaal AMV:
279 bedden
(schaal 1:200)
A
POSITIES VAN NIEUWE SCHACHTEN NADER TE BEPALEN
B ।
C 40
A
D
MIIIIIWIII IIIIMIII
—1
B —F
As //’ C
h 1
II
R
W
TI
II
dh
n
□
23
D-F
A □
v
H
1}
v
u
s
CJ
1} \
H}
—V Ea
\
\□ \
G
e8
A
v
g
F
è g
Opmerking: brandscheidingen en brandveiligheidsvoorzieningen n.t.b. door brandveiligheidsadviseur
E
'*
9
DEN HAAG - CALANDSTRAAT 12
4E VERDIEPING "AT
D
2
.4
HE
E P
I
AP
2
I
V
■r- P
BLAUW = NIEUW
deur met toegangs-tag deur, zelfsluitend
XAUUX
3
deur, zelfsl. + brandwerend
- 30 min wbdbo 60 min wbdbo
Let op: maatvoering i.h.w. te controleren
4
5 5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
Discipline
Bouwkunde
Status
Voorlopig ontwerp
Formaat
A0
Schaal 1:100
Getekend
SSH
Datum 29-7-24
Code Datum
Object
Gewijzigd
h Omschrijving
Calandstraat 12
Plattegrond I 1 B Bouwkundige onderlegger
2521 AG , Den Haag
Bestaande en Nieuwe situatie
Project
Ad res
Omschrijving
B001
, Calandstraat 12
ƒ
peope power
Bouwlaag
4e verdieping
Tekeningnummer
DnHgCala_B001_B_25_04_PLG COA
Centraal Orgaan opvang asielzoekers Bestandsnaam DnHgCala_B001 B_25_04 PLG.dwg
Deze tekening is in beheer bij PeoplePower. Voor vragen kunt u contact opnemen via coa@peoplepower.nl
Nieuwe situatie (schaal 1:100)
A
•/
B
9
TRAP NAAR DAKOPBOUW
C D (
A
2
07
1—* e
9
S
%.
F
5*9
3
5
3
II
.
lx
L l
B
E
___■
IC Oiö o O OlOO
H
X
Le
G
//
C
X
li
I ( =_ . V -
II,
Sn I
■
7 7
7 7
ö
7 7
0000
k 1
—
st apeIbe-m-
1
\=
i
■—
H E
7 7
■ n — m - e iE h
Ilz Ii
8
ro
/
-sape-be
stapebek
I
\
stape b e kh fit
0) Q. ra
.1»
1
IJ
2
*
m
0
KK
7 7
1 ,1 0 IB iU U—
s ta p e
-
1
'
I
I
1 ia.
in
n
stape hei
I .
UL
•^s: a pel b e ^ - ^ -
b e f-stape
in
__
in
l H
'
in
I»' (l! Hl M
'IH
b e s—
IH
tapeI
lil
stapelbee-
12__ HL
8
KK
7 7
I
5T—m ■
uuuu
•iF
a
FF
«r-
F
I
a Mi__ HL
s ta p e be ji^ y J I
-
1» lil E -J1L »1___1»
UI
IH HL Hl__ IA
stapelbet
' stapelbe--.
<n
I
:i«
I
J
%
" =7 -
KK
KK
7
,1 N
KK
2
D
KK
1
$
5d
g
m
9
, Jü-.ai. ü..ja:
ut
ra
Hl
>n—u~ai—ari
-
f, Hl
ir
• =
■
X df= I'
2
ih
ra
1
n u
g= \/ /
i
-
«r
0)
CU
A= igi
I
I
I
I
II
IS'
[,m
L
I
II
1
T ' VF
. 1
li'
m — nr E — — nr #
i$
4,
39
-
5
S
«TB IIF TiF
—
I I * #tlt
G
c
□
. Oi
3 4
5 5
12
1
00
6
13
14
15
16
17
18
19
20
21
Technische capaciteit:
Bestaande situatie
Bgane grond: 1e verdieping: 2e verdieping: 3e verdieping: 4e verdieping: 5e verdieping:
O bedden O bedden 75 bedden 75 bedden 67 bedden 62 bedden
Totaal AMV:
279 bedden
(schaal 1:200)
2 * 97
POSITIES VAN NIEUWE SCHACHTEN NADER TE BEPALEN
•/ TRAP NAAR DAKOPBOUW
G
#
jT
□
FB
Q8
m h
c
•a
e= A-
—
I
F
—
E kxxX xx
B
Opmerking: brandscheidingen en brandveiligheidsvoorzieningen n.t.b. door brandveiligheidsadviseur
E
4)
A
9
1
-/
DEN HAAG -CALANDSTRAAT 12
5E VERDIEPING
deur met toegangs-tag deur, zelfsluitend XAUUX deur, zelfsl. + brandwerend - 30 min wbdbo 60 min wbdbo “je
II
I
I!
)
Ë
2
A
D
BLAUW = NIEUW
3 Let op: maatvoering i.h.w. te controleren
4
5 5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
Discipline
Bouwkunde
Status
Voorlopig ontwerp
Formaat
AO
Schaal 1:100
Getekend
SSH
Datum 29-7-24
Code Datum
Omschrijving
Project Ad res
Object
Omschrijving
Plattegrond
Calandstraat 12
Bouwkundige onderlegger
2521 AG , Den Haag
Bestaande en Nieuwe situatie
B001
, Calandstraat 12
Bouwlaag
peope power
Gewijzigd
5e verdieping
Tekeningnummer
DnHgCala_B001_B_25_05_PLG COA
Centraal Orgaan opvang asielzoekers Bestandsnaam DnHgCala_B001_B_25_05_PLG.dwg
Deze tekening is in beheer bij PeoplePower. Voor vragen kunt u contact opnemen via coa@peoplepower.nl
Bestaande situatie (schaal 1:100)
A
B
C X<<8
gegRK<< €,2
A <
i
i
i
i
i
i
i
i
i
i
i
i
i
i
j
i
i
/4 YA
<X
<<</ <<
i
i
i
i
LLLLL ULLLLb LLLL >
B
E
1
YL2
dak
tl
LI
—
rrIIIIIIII
2
.LLL
LE
e"
[
•L
L
[
T
I
I
T
GEBRUIKT VOOR REC. of ACT.
I
IIE II
1
D
;rrrrrrrrrrrrrr(
I I
7
i
E
LLLL LLLL LLLL LLLL LLLL LLLL LLLL LLLL LLLL LLLL LLLL LLLL LLLL LLLL LLLL LLLL LLLL LLLL LLLL LLLL LLLL LLLL LLLL
I
<
c
D
.LLLLLLLLL.LLLLLLLLLLL_LE, .LLLLLLLLL .LLLLLLLLLLL _LLS. .LLLLLLLLL.LLLLLLLLLLL LLLLD
F 2>P
w
G
dak
LLLL XJeF-~< o
o
1
LLLL o
o
5
1
1
o
o
o
o
)N/,
?
2
o
O
LLLL LLLL/LLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLL_LLLLLLLLLLL __LLLLLLLLLLI__ LLLLLLLLLLL _LLLLLLLLLLULLLLL LLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLI__LLLLLLLLLLI__ LLLLLLLLLLL.LLLLLLLLLLL_LLLLL LLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLLI _ LLLLLLLLLLI__ LLLLLLLLLLL.LLLLLLLLLLL_LLLLL LLL LLL
1
t
I
1
1
l
LLL
L
.l_LLLLLLLLLLLl_LL_LLLL_? L
3
4
5 5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
POSITIES VAN NIEUWE SCHACHTEN NADER TE BEPALEN
Opmerking: brandscheidingen en brandveiligheidsvoorzieningen n.t.b. door brandveiligheidsadviseur
DEN HAAG - CALANDSTRAAT 12
6E VERDIEPING deur met toegangs-tag
BLAUW = NIEUW
deur, zelfsluitend XAUUX
Let op: maatvoering i.h.w. te controleren Discipline
Bouwkunde
Status
Voorlopig ontwerp
Formaat
A0
Schaal 1:100
Getekend
SSH
Datum 29-7-24
Object
Omschrijving
Omschrijving
Bouwkundige onderlegger
2521 AG , Den Haag
Bestaande situatie
B001
Calandstraat 12
Bouwlaag
peopLe power
Gewijzigd
Plattegrond
Calandstraat 12
257
COA
30 min wbdbo 60 min wbdbo Code Datum
Project Ad res
deur, zelfsl. + brandwerend
6e verdieping
Tekeningnummer
DnHgCala_B001_B_25_06_PLG
Centraal Orgaan opvang asielzoekers Bestandsnaam DnHgCala_B001 B_25_06_PLG.dwg
Deze tekening is in beheer bij PeoplePower. Voor vragen kunt u contact opnemen via coa@peoplepower.nl
Bestaande situatie (schaal 1:100)
A
B
C D A
-
E
L
F
B
1
E
c
/
d ak
1
D
G
d
2 3
4
5 5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
POSITIES VAN NIEUWE SCHACHTEN NADER TE BEPALEN
Opmerking: brandscheidingen en brandveiligheidsvoorzieningen n.t.b. door brandveiligheidsadviseur
DEN HAAG - CALANDSTRAAT 12
7E VERDIEPING BLAUW = NIEUW XAUUX
Let op: maatvoering i.h.w. te controleren Discipline
Bouwkunde
Status
Voorlopig ontwerp
Formaat
AO
Schaal 1:100
Getekend
SSH
Datum 29-7-24
Object
Omschrijving
Omschrijving
Bouwkundige onderlegger
2521 AG , Den Haag
Bestaande situatie
B001
, Calandstraat 12
Bouwlaag
Gewijzigd
Plattegrond
Calandstraat 12
peope power COA
30 min wbdbo 60 min wbdbo Code Datum
Project Ad res
deur met toegangs-tag deur, zelfsluitend deur, zelfsl. + brandwerend
7e verdieping
Tekeningnummer
DnHgCala_B001_B_25_07_PLG
Centraal Orgaan opvang asielzoekers Bestandsnaam DnHgCala_B001_B_25_07_PLG.dwg
Deze tekening is in beheer bij PeoplePower. Voor vragen kunt u contact opnemen via coa@peoplepower.nl
Bestaande situatie (schaal 1:100)
A
B
C D A
E
F
B
G
C 1
D
2 3 4
5 5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
POSITIES VAN NIEUWE SCHACHTEN NADER TE BEPALEN
Opmerking: brandscheidingen en brandveiligheidsvoorzieningen n.t.b. door brandveiligheidsadviseur
DEN HAAG - CALANDSTRAAT 12
DAK BLAUW = NIEUW XAUUX
Let op: maatvoering i.h.w. te controleren Discipline
Bouwkunde
Status
Voorlopig ontwerp
Formaat
AO
Schaal 1:100
Getekend
SSH
Datum 29-7-24
Object
Omschrijving
Omschrijving
Bouwkundige onderlegger
2521 AG , Den Haag
Bestaande situatie
B001
, Calandstraat 12
Bouwlaag
Gewijzigd
Plattegrond
Calandstraat 12
peope power COA
30 min wbdbo 60 min wbdbo Code Datum
Project Ad res
deur met toegangs-tag deur, zelfsluitend deur, zelfsl. + brandwerend
Dak
Tekeningnummer
DnHgCala_B001_B_25_D_PLG
Centraal Orgaan opvang asielzoekers Bestandsnaam DnHgCala_B001_B_25_D_PLG.dwg
Deze tekening is in beheer bij PeoplePower. Voor vragen kunt u contact opnemen via coa@peoplepower.nl
BIJLAGE: STIKSTOFDEPOSITIE ONDERZOEK (REFERENTIE 145706/24-019.057 D.D. 20 DECEMBER 2024)
Witteveen + Bos | 145706/25-008.969 | Bijlage II | Definitief 03
Witteveen h
Bos
NOTITIE
Onderwerp
Stikstofdepositie onderzoek tijdelijke opvang Den Haag Calandstraat
Project
Tijdelijke opvanglocatie Den Haag Calandstraat
Opdrachtgever
Centraal Orgaan opvang asielzoekers
Projectcode
145706
Status
Definitief
Datum
20 december 2024
Referentie
145706/24-019.057
Bijlage(n)
I
Aan
Centraal Orgaan opvang asielzoekers
AERIUS - aanleg- en gebruiksfase
Kopie
1
INLEIDING
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) is voornemens om aan de Calandstraat 12 te Den Haag in totaal maximaal 250 bewoners tijdelijk op te vangen in een voormalig kantoorpand voor een periode van 3 jaar met mogelijk een verlenging van 2 jaar. Gedurende de aanleg- en gebruiksfase van de opvang komen
stikstofemissies vrij, die mogelijk leiden tot stikstofdepositie toename op omliggende Natura 2000-gebieden. Witteveen + Bos heeft, in opdracht van het COA, een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd naar de aanleg
en gebruiksfase van de opvang. Onderhavige notitie geeft verslag van de uitgangspunten en de resultaten van dit onderzoek.
In afbeelding 1.1 is de globale ligging van de projectlocatie weergegeven en in afbeelding 1.2 is een
luchtfoto van de projectlocatie opgenomen.
Witteveen + Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Daalsesingel 51c | Postbus 24087 | 3502 MB Utrecht | +31 (0)30 765 19 00 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751
Afbeelding 1.1 Globale ligging projectlocatie voor tijdelijke opvang Den Haag
/
/ • €i Wassenaar
è
Noorschoten
Alphenaar den Rijn
HazerswoudeRijndijk
eidschendar
M
// //
f
k” Voorburg
)
‘etermeer '
Waddinxveen
.
31
Naaldwijk
Nootdorp
/
Wateringen
‘-GTavenzande
ƒ
Rijswje
/ -
is
Pijnackei
Blelswijk i
4 Dpiƒ1 (
■
Berkê en Rodenrijs j ‘Bergschenhek
Hpekqar Hollang
Moordrecht
* •Nieuwer kerk , aan den lispel
ë -
K
3 A
g+de.
BMaassluls \
Dostvoorne
Boskoop
g
^s-G r a
Capeile aan den IJssel
ibStsiedamfre
Kolercam Rotterdam
y
. Rozenbe rg
klelle
këe
.
'
Krimpen aan den IJssel
204 L Ridderkek Ridderkerk
HoogVliet
a
rker
k N
-ta (
3
Barendrechtt
fel
Afbeelding 1.2 Luchtfoto projectlocatie (rode markering) tijdelijke opvang Den Haag
A
9
ë
S
hI 1
J
, /2 4 I
Ëg8e $4
8a m
7
9 X
h %5
2 | 10
Witteveen + Bos | 145706/24-019.057 | Definitief
(
f
2
Se
$4
4
WETGEVING MET BETREKKING TOT STIKSTOF
2
Op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder e van de Omgevingswet is een vergunning vereist voor een project
waar op voorhand significante negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten. Specifiek voor het aspect stikstof geldt dat sinds de rechterlijke uitspraak van de Raad van State van 29 mei 20191 de
ecologische gevolgen van iedere berekende depositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar beoordeeld moet
worden. Deze voorwaarde geldt voor zowel de aanlegfase als voor de gebruiksfase van een plan of activiteit.
De berekening moet uitgevoerd worden met de meest actuele versie van het rekeninstrument AERIUS Calculator. Kader vergunningverlening stikstof
Momenteel geldt het volgende kader voor de vergunningverlening in het kader van de gebiedsbescherming
van Natura 2000-gebieden: er is een vergunning vereist voor projecten die een significant gevolg kunnen hebben voor een
Natura 2000-gebied2 Dit is dus niet het geval indien significante gevolgen op voorhand zijn uit te sluiten. Dit is voor stikstof bijvoorbeeld het geval indien er volgens de stikstofberekeningen geen
toename van stikstofdepositie plaatsvindt naar aanleiding van het te realiseren plan/activiteit; of indien significante gevolgen kunnen worden uitgesloten in de voortoets;
indien niet op voorhand kan worden uitgesloten dat mogelijke significante gevolgen optreden, dient een
Passende Beoordeling te worden opgesteld om in beeld te brengen of er daadwerkelijk significante gevolgen aan de orde zijn. In een Passende Beoordeling mogen ook mitigerende maatregelen (zoals
interne- en externe saldering) betrokken worden. Sinds de rechterlijke uitspraak van de Raad van State
van 18 december 20243 geldt dat intern salderen niet meer betrokken mag worden in de voortoets, maar mag intern salderen met de referentiesituatie als mitigerende maatregel betrokken worden in de passende beoordeling van de gevolgen van het project, behorende bij de vergunning. De vergunning
kan worden verleend indien (eventueel met toepassing van deze mitigerende maatregelen) de
voorgenomen activiteit de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten4;
als uit de Passende Beoordeling blijkt dat significante gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, kan een
vergunning enkel worden verleend indien de ADC-toets succesvol wordt doorlopen: A: er zijn geen alternatieve oplossingen; D: het project is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang;
C: door middel van compenserende maatregelen wordt gewaarborgd dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft5.
Besluit bouwwerken leefomgeving (stikstofemissiereductie)
Bij het verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden dient een initiatiefnemer adequate maatregelen te treffen om de emissie van stikstofverbindingen naar de lucht te beperken, zo volgt uit artikel 7.19a Besluit
bouwwerken leefomgeving (Bbl). De wetgever dwingt initiatiefnemers hiertoe om de emissie van stikstof te
voorkomen, ook als significante negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden zijn uit te sluiten. Het betreft activiteiten voor de bouw van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergun ning voor een
bouwactiviteit of een melding als bedoeld in artikel 2.18, lid 1 Bbl nodig is en op het slopen van een bouwwerk waarvoor een melding als bedoeld in artikel 7.10, lid 1 Bbl is vereist omdat de hoeveelheid sloopafval naar redelijke inschatting meer dan 10 m3 bedraagt.
Bij 'adequaat' gaat het om maatregelen die doeltreffend, doelmatig en proportioneel zijn. De verplichting geldt voor de bouwfase op de bouwplaats en niet voor vervoersbewegingen van en naar de bouwplaats of voor de gebruiksfase.
1
ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL: RVS:2019:1603.
2
Artikel 5.1 Omgevingswet.
3
ABRvS 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923.
4
Artikel 16.53c lid 1 Omgevingswet. Artikel 8.74b Besluit kwaliteit leefomgeving.
5
Artikel 10.24 Besluit kwaliteit leefomgeving.
3 | 10
Witteveen + Bos | 145706/24-019.057 | Definitief
Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift een invulling geven van de regel over het nemen van stikstofbeperkende maatregelen (artikel 7.5, lid 4 Bbl).
UITGANGSPUNTEN
3
Voor de aanleg- en gebruiksfase zijn stikstofdepositie berekeningen uitgevoerd. In onderstaande paragrafen worden de uitgangspunten van deze berekeningen uiteengezet. Daarbij wordt vermeld dat de input voor de berekeningen is aangeleverd door en afgestemd met de opdrachtgever (COA).
De werkzaamheden vinden volgens planning plaats in 2025. De locatie wordt direct daarna in gebruik genomen. Aangezien de werkzaamheden enkel plaatsvindt in 2025 en de locatie in 2025 in gebruik wordt
genomen zijn aanleg- en gebruiksfase in samen in één berekening doorgerekend.
3.1
Aanlegfase
Bij de berekening voor de aanlegfase is rekening gehouden met de werkzaamheden, waarbij stikstofemissies vrijkomen door bouwverkeer. In de aanlegfase worden geen mobiele werktuigen ingezet.
3.1.1
Emissies van bouwverkeer
Verkeersbewegingen Rekenmethodiek en modellering
De wegverkeersbewegingen van het bouwverkeer worden in AERIUS Calculator gemodelleerd als lijnbron 1 'Wegverkeer - Binnen bebouwde kom (stagnerend)'. Op basis van de afstand, de intensiteiten en het type voertuigen berekent AERIUS de bijbehorende emissies. De verkeersbewegingen zijn gemodelleerd tot aan de
Waldorpstraat, het punt waar deze opgaan in het heersende verkeersbeeld. Dit is het punt waarop het
bouwverkeer zich door zijn snelheid én intensiteit verhoudingsgewijs niet meer onderscheidt van het reeds
aanwezige verkeer op de weg1.
Berekening De aantallen voertuigen die de projectlocatie jaarlijks aandoen, zijn gebaseerd op vergelijkbare opvanglocaties. De bewegingen zijn ingetekend als enkele lijn, waarbij elk voertuig 2 bewegingen maakt (heen en weer). Zie voor de aantallen vervoersbewegingen onderstaande tabel 3.1.
Tabel 3.1 Vervoersbewegingen bij de aanlegfase van de tijdelijke opvang Den Haag Categorie
Aantal voertuigen/jaar
Aantal vervoersbewegingen/
Emissie NOX (kg/jaar)
Emissie NH: (g/jaar)
0,2
3,2
jaar licht verkeer
1.808
3.616
middelzwaar
88
176
176
352
vrachtverkeer zwaar vrachtverkeer
totale emissie
1
BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024, d.d. oktober 2024, versie 1.
4 | 10
Witteveen + Bos | 145706/24-019.057 | Definitief
Stationair draaien
Bij de aan- en afvoer van materialen en materieel is voor het stationair draaien van vrachtwagens op de locatie extra emissie aan lijnbron 2 'Anders' van de berekening toegevoegd. Om deze emissie te berekenen,
is aangenomen dat iedere vrachtwagen gedurende de laad- en/of lostijd 15 minuten stationair draait met een NOy-/NH3- emissiefactor voor middelzwaar verkeer, type stad stagnerend voor het jaar 20251. Door aan
te sluiten bij de emissiefactoren NOy en NH: uit bijlage 1 van de Instructie Gegevensinvoer AERIUS2
resulteert dit in 1,4 kg NOx/jaar en 0,02 kg NH3/jaar voor middelzwaar vrachtverkeer en in 4,1 kg NOx/jaar en 0,04 kg NH3/jaar voor zwaar vrachtverkeer. De berekening is opgenomen in onderstaande tabel.
Tabel 3.2 Emissies bij laden/lossen door stationair draaien van vrachtwagens bij de aanlegfase tijdelijke opvang Den Haag Verkeerscategorie
Totaal aantal vrachtwagens
Totaal aantal uur
(jaar)
stationair
Emissiefactor NOX (g/uur)
Emissiefactor NH: (g/uur)
Emissie
Emissie NH3
NOx (kg/jaar)
(kg/jaar)
draaien (uur/jaar)
middelzwaar
88
22
64,65
0,7116
1,4
0,02
176
44
92,4864
0,8976
4,1
0,04
5,5
0,06
vrachtverkeer
zwaar vrachtverkeer totale emissie
Koude start
Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat ze 2 uur of langer stil gestaan hebben. De katalysator functioneert dan niet gelijk. Hierdoor komt tijdens de koude start relatief
meer emissie vrij dan tijdens het rijden met een warme motor (rijdend verkeer emissie). Om hiervan de
emissies te berekenen is conservatief aangenomen dat bij ieder voertuig uit de categorie 'licht verkeer' sprake is van een koude start. De koude start wordt in AERIUS Calculator gemodelleerd onder vlakbron 3 'Verkeer - koude start: overig'. De berekening is opgenomen in tabel 3.3.
Tabel 3.3 Koude starts bij aanlegfase tijdelijke opvang Den Haag Aantal koude starts/
Categorie
Emissie NOx (kg/jaar)
Emissie NH: (g/jaar)
0,5
80,5
jaar
licht verkeer
1.808
totale emissie
3.2
Gebruiksfase
In de gebruiksfase is er sprake van stikstofemissies van verkeer en van het verwarmen middels een HRinstallatie.
1
BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024, d.d. oktober 2024, versie 1.
2
BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024, d.d. oktober 2024, versie 1.
5 | 10
Witteveen + Bos | 145706/24-019.057 | Definitief
3.2.1
Vervoersbewegingen beoogde situatie
Tijdens de beoogde situatie vinden stikstofemissies plaats door verkeersbewegingen van en naar de opvang.
In tabel 3.4 is het aantal vervoerbewegingen weergegeven. Deze vervoersbewegingen zijn gebaseerd op gegevens van soortgelijke opvanglocaties en afgestemd met het COA. De bewoners beschikken niet over
een auto. De onderstaande tabel geeft per voertuigcategorie het aantal vervoersbewegingen en de stikstof emissie voor de beoogde situatie weer.
Tabel 3.4 Vervoersbewegingen - beoogde situatie tijdelijke opvang Den Haag Categorie
Aantal voertuigen/
Aantal
jaar
vervoersbewegingen/
Emissie NOX (kg/jaar)
Emissie NH:
1,7
23,4
(g/jaar)
jaar
licht verkeer
6.918
13.836
middelzwaar
3.287
6.574
318
636
vrachtverkeer
zwaar vrachtverkeer totale emissie
De verkeersbewegingen zijn in de AERIUS Calculator gemodelleerd als lijnbron 4 'Wegverkeer - Binnen de bebouwde kom (stagnerend)'. Aangenomen is dat al het verkeer van en naar de locatie de kortste route naar de dichtstbijzijnde hoofdweg neemt, waar het verkeer conform de Instructie gegevensinvoer AERIUS1 opgaat in het heersende verkeersbeeld. Voor dit project gebeurt dit op de Waldorpstraat. AERIUS Calculator
berekent aan de hand van de ingevoerde intensiteiten en af te leggen afstand de bijbehorende emissies.
Stationair draaien
Bij de aan- en afvoer van goederen is voor het stationair draaien van vrachtwagens op de locatie extra emissie aan lijnbron 5 'Anders' van de berekening toegevoegd. Om hiervan de emissies te berekenen, is
aangenomen dat iedere vrachtwagen gedurende de laad- en/of lostijd 10 minuten stationair draait met een NOx-/NH3- emissiefactor voor middelzwaar verkeer en zwaar vrachtverkeer, type stad stagnerend voor het
jaar 20252. Door aan te sluiten bij de emissiefactoren NOX en NHa uit bijlage 1 van de Instructie Gegevensinvoer AERIUS3 resulteert dit in 35,4 kg NOx/jaar en 0,4 kg NH3/jaar voor middelzwaar
vrachtverkeer en resulteert dit in 4,9 kg NOx/jaar en 0,05 kg NH3/jaar voor zwaar vrachtverkeer. De
berekening is opgenomen in onderstaande tabel.
1
BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024, d.d. oktober 2024, versie 1.
2
BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024, d.d. oktober 2024, versie 1.
3
BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024, d.d. oktober 2024, versie 1.
6 | 10
Witteveen + Bos | 145706/24-019.057 | Definitief
Tabel 3.5 Emissies bij laden/lossen door stationair draaien van vrachtwagens - beoogde situatie tijdelijke opvang Den Haag Totaal aantal
Totaal
Emissiefactor
Emissiefactor
Emissie
Emissie
vrachtwagens (jaar)
aantal uur stationair
NOX (g/uur)
NH: (g/uur)
NOx (kg/jaar)
NH3 (g/jaar)
Verkeerscategorie
draaien (uur/jaar)
middelzwaar verkeer zwaar
3.287
547,8
64,65
0,7116
35,4
0,4
318
53
92,4864
0,8976
4,9
0,05
40,3
0,4*
vrachtverkeer totale emissie
* Door afronding van de emissies kunnen de emissietotalen licht afwijken van de som van de getoonde emissies.
Koude start Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat ze 2 uur of langer stil gestaan hebben. De katalysator functioneert dan niet gelijk. Hierdoor komt tijdens de koude start relatief
meer emissie vrij dan tijdens het rijden met een warme motor (rijdend verkeer emissie). Om hiervan de
emissies te berekenen is conservatief aangenomen dat bij ieder voertuig uit de categorie 'licht verkeer' sprake is van een koude start in de gebruiksfase. De koude start is in AERIUS Calculator gemodelleerd onder vlakbron 6 'Verkeer - koude start: overig'. De berekening is opgenomen in tabel 3.6.
Tabel 3.6 Koude starts gebruiksfase - beoogde situatie tijdelijke opvang Den Haag Aantal koude starts/ jaar
Categorie
licht verkeer
Emissie NH: (kg/jaar)
1,9
0,3
6.918
totale emissie
3.2.2
Emissie NOx (kg/jaar)
H (^-installaties
Tijdens de beoogde situatie zijn ketels in bedrijf op de tijdelijke opvanglocatie. Het gaat hierbij om 3 reeds
aanwezige HR-ketels in het gebouw op de projectlocatie. Het toekomstig gebruik en dus verbruik van de ketel is onbekend, maar deze kan ingeschat worden op basis van aantal factoren, zoals het stookseizoen, de grootte van de ruimte die de ketel verwarmt, het vermogen van de ketel, de benuttingsgraad van de ketel en
de aanwezige isolatie. Op basis van de publicatie 'Cijfers en tabellen 2007'1, waarin kengetallen en energieverbruik getallen zijn opgenomen, is een inschatting gemaakt van het te verwachten gebruik van de ketels. In de publicatie wordt
verwezen naar een artikel van Meijer E&M (2005), waarin het aantal vollasturen van diverse gebouwfuncties wordt gegeven. Vollasturen zijn de uren waarin de ketel op het volle vermogen (100 %) draait. Voor
woningen is dit in dit artikel bepaald op 1.200 tot 1.500 vollasturen per jaar. Dit resulteert in een capaciteitsfactor (gedeelte van het jaar dat de ketel op vol vermogen draait) van ongeveer 17,1 %. Voor dit