RIS322584 Notulen van de raad van 8 mei 2025
Tekst van het document
Ik heb hierover toch nog een vraag, want ik ken D66 als een partij die houdt van ambitie, maar ook van participatie. En volgens mij is juist uit de participatie de wens naar voren gekomen om te kijken wat het aantal woningen is dat hier goed past. Op basis van open gesprekken is toen gezegd: 1.850 past hier beter en is ook goed voor de leefbaarheid. Zouden we dat niet moeten volgen als het ook uit de gesprekken met bewoners komt? Joren Noorlander (D66). Dat is uit één participatieverslag naar voren gekomen. Bewoners hebben daarin gezegd dat zij 1.500 woningen passender zouden vinden dan 3.000 woningen, omdat 3.000 te veel is. Dat is eigenlijk het enige wat ik daarover heb kunnen lezen in die participatieverslagen. Verder kan ik me wel voorstellen dat Haag Wonen zegt: de woningen zijn nog in een zo goede conditie dat we nog niet aan herontwikkeling willen beginnen. Maar dat betekent nog niet dat we voor 2040 niet na moeten denken over wat we met dat gebied willen. Ik ben bang dat als wij die ambitie niet houden op 65
3.000 woningen, daar niet over nagedacht gaat worden en we veel te laat met het planproces gaan beginnen. Hinke de Groot (CDA). Ik denk dat het al heel mooi is dat er 1.850 woningen bij komen. Dat is al heel veel. Ik ben wel benieuwd naar het volgende. Als deze motie niet wordt aangenomen, gaat D66 dan tegen de ontwikkelvisie stemmen? Joren Noorlander (D66). Ik verbaas me er eigenlijk over dat het CDA zegt dat 1.850 heel veel is, terwijl we in de Structuurvisie CID de ambitie van 3.000 woningen hebben gesteld. Dat vind ik eigenlijk een beetje jammer. Ik vind het jammer dat we niet vasthouden aan die ambitie voor dit gebied waar de meerderheid van de raad voor wilde gaan. De voorzitter. Mevrouw De Groot, voor de derde maal. Hinke de Groot (CDA). Het CDA constateert net als D66 dat we inderdaad woningnood hebben en dat het dus terecht is dat we betaalbare woningen toevoegen. Maar er is in het CID ook een flinke druk op voorzieningen. Er zijn ook flink wat gesprekken gevoerd met bewoners om te kijken hoe we dat goed kunnen doen. Volgens mij is het dus heel verstandig om heldere groeiscenario's te hebben en is die 1.850 een hele goede manier om te zorgen dat we bouwen aan een leefbare wijk. Dan hebben we niet alleen heel veel woningen, zoals D66 graag wil, maar leiden we dit ook in goede banen. Joren Noorlander (D66).
Voorzieningen zoals groen en dergelijke zijn altijd randvoorwaardelijk. Daar zijn we ook allemaal zelf bij. We zorgen ervoor dat die op peil zijn en anders gaan we niet door met het bouwen van meer woningen. Ik zou het dus zonde vinden om de ambitie vanwege dit argument niet op de 3.000 te stellen. Ik vind dat een verkeerd signaal aan woningzoekenden. Lesley Arp (SP). Ik ben toch wel benieuwd wat de gedachte is achter deze motie. Als ik de motie namelijk heel letterlijk opvat, staat er dat het voor de raad geen bezwaar zou zijn als er enkele tientallen woningen bij zouden komen ten opzichte van dat getal. Tegelijkertijd hoor ik de heer Noorlander veel treurnis uitspreken over het feit dat de oude ambitie is losgelaten. Daar zitten echter wel bepaalde argumenten achter, bijvoorbeeld het argument dat Haag Wonen zegt deze buurt nog niet te willen slopen en herontwikkelen als dat niet nodig is. Ik vind dat ook een logische gedachte gezien de beperkte investering ruimte van een corporatie. Moet de motie dus letterlijk opvatten of wil de heer Noorlander, zoals ik een beetje proef, eigenlijk terug naar de oude ambities van de structuurvisie? Joren Noorlander (D66).
Ik zou het enorm zonde vinden als Haag Wonen over een jaar of vijf, zes, zeven of acht zegt graag te willen gaan nadenken over wat ze na of rond 2040 zouden willen met de rest van het Bezuidenhout-Westgebied, waar we nu nog geen plannen voor hebben, en er dan vanuit het college en vanuit de gemeente wordt gezegd: nee, we hebben een maximum van 1.850 woningen gesteld dus dat gaan we niet doen. Met deze motie beoog ik dat we die ruimte wel laten bestaan, zodat woningzoekenden niet onnodig lang hoeven te wachten op nieuwe woningen en het planproces gewoon in gang gezet kan worden. Lesley Arp (SP). Als ik het goed begrijp, zegt de heer Noorlander dat hij wil dat de corporatie en de gemeente de vrijheid hebben om met elkaar te sparren om die goede woningen, die buurt, alsnog eerder te herontwikkelen. Dan gaan we wel afwijken van een belangrijk punt in dit stuk, dus dan ben ik benieuwd hoe de heer Noorlander dit ziet. Zou de raad daar dan op enig moment over worden geïnformeerd? Zouden de bewoners er op enig moment over worden geïnformeerd dat wij gaan afwijken van wat we met hen hebben afgesproken? Joren Noorlander (D66). Dan moet mevrouw Arp mij even helpen.
Welke afspraak? Volgens mij hebben we gewoon de afspraak dat we op het moment dat we beginnen met het planproces, gewoon het participatietraject opstarten en gewoon weer met de buurt gaan praten, en dat we hetgeen we hebben afgesproken qua routes gewoon blijven volgen. Dat geldt hier ook.
66
De voorzitter. Mevrouw Arp, voor de derde maal. Lesley Arp (SP). Het is een motie en dus geen amendement. Stel dat de meerderheid deze ontwikkelvisie vaststelt. Dan staat daar dus ook in wat mevrouw De Groot ook noemde: naar aanleiding van de participatie en de inbreng van Haag Wonen gaan we die ambitie wat omlaag gooien. Stel dat deze motie bedoeld is als een soort muizengaatje om te zorgen dat we daar alsnog eerder over kunnen praten. Dan ga je eigenlijk in tegen de geest van een vastgesteld stuk. Wanneer is dan dus het moment waarop je dat gesprek met de raad en de stad daarover gaat voeren? Joren Noorlander (D66). Ik denk dat de motie en de ontwikkelvisie elkaar niet hoeven te bijten. Ik denk dat je best wel aan de slag mag gaan met een participatietraject en dat je best nog wel kan kijken waar de ruimte is, en dat het niet alleen sloop-nieuwbouw hoeft te betreffen maar je ook kan zeggen: nou, we zien wel kansen voor optoppen en daardoor komen we boven die 1.850 woningen. Ik wil die ruimte graag geven aan de corporatie, aan ontwikkelaars en aan het college, en dat beoog ik met deze motie. Isabel Bos (GroenLinks). Ik zit toch een beetje met de kwalificatie van de heer Noorlander van hoe de participatie tot nu toe is verlopen. U stelt dat er in één verslag staat dat de bewoners minder woningen wensen.
Maar nu hebben we deze ontwikkelvisie, waar een participatie aan ten grondslag heeft gelegen. Daar staat ook in: naar aanleiding van de participatie hebben we het aantal woningen omlaag gebracht. Nu hoor ik u toch zeggen dat als we daarin een wijziging aanbrengen, we niet verplicht zijn om dat aan de bewoners uit te leggen met weer nieuwe participatie. Joren Noorlander (D66). Ik snap de vraag van mevrouw Bos even niet. Ik zeg juist dat als wij starten met meer dan die 1.850 woningen, we gewoon starten met het participatieproces daarover. Laat daar geen licht tussen schijnen. Isabel Bos (GroenLinks). Maar wat is dan het signaal naar die bewoners, die eerst hebben meegedacht over deze visie waarin die 1.850 staat en die ons vervolgens zien terugkomen met: nee, we willen toch liever wat meer? Kijk, ik begrijp de wens voor meer woningen, hè. Daarin zult u ons ook vaak aan uw zijde vinden. Maar voor mijn fractie is het ook belangrijk dat we een betrouwbare partner zijn in zo'n participatieproces, en dat zie ik gewoon echt niet als deze motie zo wordt uitgevoerd. Joren Noorlander (D66). Volgens mij zijn we heel duidelijk als we die motie aannemen, want dan is dat ook de boodschap aan de inwoners, en dat is helemaal geen vervelende of verkeerde boodschap.
We hebben een participatieproces gehad en er zijn verschillende participatieverslagen gemaakt van de verschillende participatiedagen. Die wegen wij hier af met elkaar en daar nemen wij een besluit over. Dat kan door middel van instemmen met die ontwikkelvisie en dat kan door instemmen met amendementen en moties. Daarvoor staan wij hier aan de lat. Deze motie is, denk ik, ook een signaal aan de buurt, van: mochten er meer woningen gerealiseerd kunnen worden, dan gaan we zeker met u in gesprek, maar die ruimte is er zeker, zoals we dat met elkaar hebben afgesproken in de Structuurvisie CID. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). In de ontwikkelvisie lees ik bijvoorbeeld dat de groennorm 8 m2 groen per woning is. Als ik dat terugreken naar het aantal woningen, zie ik niet hoe er dan meer woningen gepland kunnen worden, aangezien de openbare groenvoorziening daarvoor niet aanwezig is. Hoe kijkt meneer Noorlander daartegen aan? Joren Noorlander (D66). Die is randvoorwaardelijk voor de realisatie van meer woningen, net als alle andere voorzieningen. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Accepteert D66 dus dat er woningen komen in het gebied waarvoor de voorzieningen dus eigenlijk niet toereikend zijn? Dat stelt D66 nu voor aan de raad.
67
Joren Noorlander (D66). Nee. Ik zeg dat als we met de woningbouw aan de slag gaan, we eerst het voorzieningenaantal en het groen in beeld moeten hebben, en dat we niet meer woningen gaan bouwen op het moment dat die zaken niet op orde zijn. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik struggle ook een beetje met deze motie. Ik begrijp wel dat de heer Noorlander wil vermijden dat als Haag Wonen bijvoorbeeld in 2038 komt met 'wij willen hier misschien wel wat', de gemeente dan zegt dat er tot 2040 niet over gepraat kan worden. Maar het steekt mij een beetje dat we inderdaad een ontwikkelvisie vaststellen waarin een aantal wordt genoemd, en dat er daarnaast een motie wordt aangenomen waarin dat aantal eigenlijk alweer wordt losgelaten, zonder daarbij echt restricties te noemen. Er wordt gewoon gesteld: het is geen maximum. Heeft de heer Noorlander er ook over nagedacht om de ontwikkelvisie te amenderen met ook wat meer van deze context, bijvoorbeeld dat een gesprek met Haag Wonen mogelijk zou zijn? Joren Noorlander (D66). Ja, ik heb erover nagedacht om het voorstel te amenderen. Ik heb nu zelf voor de motie gekozen, omdat ik dacht dat dat voldoende zou zijn om dit te waarborgen. Als ChristenUnie/SGP dat liever in een amendement terug zou willen zien, ben ik ertoe bereid om de motie om te bouwen tot amendement. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP).
Ik ga daar nog geen steun voor uitspreken, alleen zou ik het wat transparanter vinden om dit in één document vast te leggen. Dan nemen we ook daadwerkelijk het besluit dat de vastgelegde 1.850 geen maximum is en dan zijn er ook meer voorwaarden. Ik ga niet zeggen dat ik daarvoor steun ga uitspreken - ik denk zelfs dat ik er geen steun voor uitspreek - maar ik zou het in ieder geval transparanter vinden richting alle raadsleden na ons, die op enig moment misschien toch die ontwikkelvisie erbij pakken. Dan blijkt er ook nog ergens een motie te zijn, die eigenlijk ook nog vrij te interpreteren valt. Joren Noorlander (D66). Ik zat ook een beetje te worstelen met het voorstel zelf, moet ik eerlijk zeggen, omdat we bij verschillende voorstellen over ruimtelijke documenten andere beslispunten krijgen waarop je de besluiten kan amenderen. Nu zou ik het hele stuk moeten amenderen. Dat betekent dat je, net als de SP, door het hele stuk moet gaan en bij elke pagina moet stilstaan waarvan je denkt: daar zit het anders; daar zou ik iets moeten amenderen. Bij de Structuurvisie Zuidwest stonden bijvoorbeeld alle beslispunten in het voorstel en kon je die makkelijk amenderen. Dat is misschien meer werk voor de ambtelijke organisatie en voor het college, maar het is voor ons misschien wel makkelijker werken. Dat is ook een van de redenen waarom ik heb gekozen voor deze moties.
Het is gewoon heel lijvig, en moeilijker te verwerken voor ons. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Het is fijn dat D66 voorstelt om meer woningen in het gebied toe te staan mits de voorwaarden goed zijn, als ik het goed begrepen heb. Alleen snap ik dan nog steeds niet waarom D66 dan voor woningen geen maximum wil en voor kantoren wel. Kan meneer Noorlander daar nog iets meer over zeggen? Joren Noorlander (D66). In de motie over de woningen doelde ik eigenlijk ook op het maximumaantal van 3.000 dat we in de Structuurvisie CID hebben staan. Dat kan ik daarin dus verduidelijken, als dat helpt voor meneer Dubbelaar. De voorzitter. U was aan het eind van uw betoog? Ik zie geen nieuwe interrupties en die wil ik ook niet uitlokken. Joren Noorlander (D66). Ja, ik ben aan het eind van mijn betoog, voorzitter. Ik zal nog terugkomen met eventuele wijzigingen op de motie. De voorzitter. Helemaal goed, meneer Noorlander. De voorzitter. Door de heer Noorlander, daartoe gesteund door de heer Ahraui, wordt de volgende motie (K.3 D66) ingediend: 68
Motie K.3 D66 Behoud de ambitie De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 8 mei 2025, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Ontwikkelvisie Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West (RIS321791). Constaterende dat: ▪ er in de Structuurvisie CID (RIS307135) 3000 woningen voor het gebied Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West gepland staan; ▪ de woningnood enorm is en niet snel zal afnemen. Overwegende dat: ▪ het planvormingsproces voor het bouwen van nieuwe woningen al snel zo’n 7 jaar in beslag neemt; ▪ er voor de einddatum van de ontwikkelvisie wel al gesproken kan worden over het realiseren van meer dan 1850 woningen in dit gebied en dit planproces kan worden opgestart; ▪ er in dit gebied kansen zijn voor sloop/nieuwbouw, maar ook voor het optoppen van sommige bestaande complexen. Roept het college op: ▪ het aantal van 1850 woningen zoals genoemd in de ontwikkelvisie niet als een strikt maximum te hanteren. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door de heer Noorlander wordt de volgende motie (K.4 D66) ingediend:
Motie K.4 D66 Den Haag houdt ruimte voor nieuwe bedrijven De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 8 mei 2025, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Ontwikkelvisie Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West (RIS321791). Constaterende dat: ▪ er voor de opgave uit de Structuurvisie CID (RIS307135) van 170.000 m2 bvo kantoren in de ontwikkelvisie maar voor 90% wordt voorzien. Overwegende dat: ▪ het belangrijk is dat we als Den Haag ruimte blijven houden voor nieuwe bedrijven; ▪ het gebied van deze ontwikkelvisie een aantrekkelijk gebied is om in te vestigen en ondernemen. Roept het college op: ▪ de ambitie voor het aantal m2 bvo kantoren, zoals gesteld in de Structuurvisie CID, in de ontwikkelvisie Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West te hanteren als maximum aantal m2 kantoren. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Dan mevrouw Bos nog. We hebben nog vier sprekers van de zijde van de raad op de lijst staan. Ik zou eigenlijk willen voorstellen om hen in ieder geval nog aan het woord te laten, en de 69
beantwoording vanuit het college na de beantwoording te doen van de burgemeester in het debat over Scheveningen. Isabel Bos (GroenLinks). Voorzitter. Ik kan het relatief kort houden, hoor, als dat u helpt in de orde van de vergadering. In de commissie heeft mijn fractie veel vragen gesteld, en eigenlijk resteren er nu nog twee vragen. Als de voorzitter niet door mijn verhaal heen wil praten … Dank u wel. De vragen gaan allebei over de leefbaarheid en de toekomst van die leefbaarheid. Eén vraag heeft betrekking op de J.P. Coenstraat. Daar heeft de VVD een motie voor gemaakt en ik ben erg benieuwd hoe de wethouder die zal appreciëren. Mijn fractie is daar erg positief over. De andere vraag gaat over de overkluizing van de Grotiusplaats, waarover de SP een amendement en een motie heeft ingediend. Mijn fractie is ook erg benieuwd naar de beantwoording daarop. We moeten voorkomen dat er straks leefbaarheidsproblemen ontstaan omdat die overkluizing er niet is, en daarover dus ook het eerlijke verhaal vertellen. Tot slot wil ik nog graag de vraag herhalen van de inspreker over de fietstunnel en de sociale veiligheid in die tunnel. Die vraag heb ik ook in de commissie al gesteld, maar ik herhaal die hier graag nog een keertje. Wat kunnen we nu al doen om de sociale veiligheid in die fietstunnel te verbeteren? De voorzitter.
Dank u wel, mevrouw Bos, en mijn excuses dat ik iets te hard zat te overleggen. Het is goed dat u mij daarover op de vingers tikt. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. Voor het CDA staat voorop dat we, ook in het CID, bouwen aan wijken waarin het fijn samenleven is, waar je niet alleen een dak boven je hoofd hebt maar ook mensen kan ontmoeten en naar je sport kan gaan, en je uiteraard fatsoenlijke toegang hebt tot voorzieningen. Daarover hebben we het in het commissiedebat al uitgebreid gehad. Daarnaast vindt het CDA het belangrijk dat er voor elke fase in je leven geschikte woningen zijn, dus ook voor gezinnen, die de stad nu soms noodgedwongen verlaten omdat ze geen geschikte woning kunnen vinden en niet de volgende stap kunnen zetten. In Bezuidenhout-West lijken er kansen voor gezinswoningen in de plint. Daarom heb ik de volgende motie, die ik samen indien met de heer Dubbelaar van Hart voor Den Haag. De titel is 'Ook grondgebonden gezinswoningen in Bezuidenhout'. Deze motie roept het college op om samen met (potentiële) ontwikkelaars te onderzoeken op welke plekken in Bezuidenhout-West er concrete mogelijkheden zijn voor de bouw van grondgebonden betaalbare koop- en huurwoningen, en de resultaten mee te nemen in de ontwikkelstrategie. Joren Noorlander (D66). Even een verduidelijking.
Bedoelt het CDA met 'grondgebonden woningen' woningen met een tuin en een ingang op de begane grond en niet zozeer bijvoorbeeld rijtjeshuizen, twee-onder-een-kappers en villa's? Hinke de Groot (CDA). Dat bedoelen we inderdaad met deze motie. Dat hebben we ook geprobeerd te verduidelijken in de laatste overweging, ook omdat we rond het CID wel de ambitie hebben om de lucht in te gaan. Daarom willen we kijken of er niet juist op de begane grond ook mogelijkheden zijn om gezinswoningen te realiseren. De voorzitter. Door mevrouw De Groot wordt de volgende motie (K.5 CDA) ingediend:
Motie K.5 CDA Ook grondgebonden gezinswoningen in Bezuidenhout De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 8 mei 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Ontwikkelvisie Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West (RIS321791). Constaterende dat: • we op veel locaties in onze stad alleen ‘de lucht in kunnen’ bij het bouwen van woningen;
70
•
in de ontwikkelvisie is opgenomen dat er tot 2040 in Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West 1.850 woningen in potentie bijkomen.
Overwegende dat: • het belangrijk is dat in onze stad er een mix is aan geschikte woningen voor elke fase in je leven; • de huidige nieuwbouw veelal is gebaseerd op kleinere huizen, die niet geschikt zijn voor gezinnen; • er in Bezuidenhout-West kansen zijn voor grondgebonden woningen in plaats van plinten met bedrijvigheid; • hierbij het nog steeds kan gaan om meerlaagse woningbouw, waarbij de begane grond en laag erboven bijvoorbeeld gebruikt kunnen worden voor het realiseren van een grondgebonden gezinswoning met een eigen toegang. En waarbij de verdiepingen erboven nog steeds geschikt zijn voor andere type woningen voor andere doelgroepen zoals jongeren, starters en senioren. Roept het college op: • samen met (potentiële) ontwikkelaars te onderzoeken op welke plekken in Bezuidenhout-West er concrete mogelijkheden zijn voor de bouw van grondgebonden betaalbare koop- en huurwoningen; • de resultaten mee te nemen in de Ontwikkelstrategie. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. Het Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West zijn twee gebieden die, hoewel ze naast elkaar liggen, enorm van elkaar verschillen en waarvan de bewoners bijna langs elkaar heen leven. Daarom staat de Haagse PvdA ook achter de visie van het college om ze weer met elkaar in verbinding te brengen.
Tegelijkertijd maakt mijn fractie zich zorgen over het feit dat we de doelstelling voor de woningbouw uit de Structuurvisie, die we in 2021 nog hebben vastgesteld, niet gaan halen. Daarom steunt mijn fractie ook de motie van de heer Noorlander hierover. Rutger de Ridder (VVD). Maakt het dan niet uit wat de bewoners daarvan vonden? Samir Ahraui (PvdA). Zeer zeker, maar ik vind het ook onze plicht om, mochten er op termijn inderdaad iets meer woningen of andere ontwikkelingen mogelijk zijn, die niet nu al per definitie af te schieten. Ook daarover kun je gewoon nog participatietrajecten vervolgen. Als dus blijkt dat er op bepaalde plots nog mogelijkheden zijn, dan wil ik die niet nu al bij voorbaat schrappen. We hebben immers in het verleden al met elkaar uitgesproken dat we hier meer woningen wenselijk vonden. Rutger de Ridder (VVD). Maar hoe kijkt u dan naar de bewoners, die denken dat ze de gemeente aan hun zijde hebben bij het gaan naar die 1.850 woningen? Zij zien de raad nu toch een andere afslag nemen en denken: met wie zat ik dan aan tafel? Kunt u zich dat voorstellen? Samir Ahraui (PvdA). Volgens mij hebben bewoners er ook iets aan dat wij eerlijk zijn over de mogelijkheden die wij wel en niet pakken.
Mijn fractie steunt deze motie ook niet omdat we denken dat we meteen naar 4.000 of 5,000 woningen zullen gaan en er daarmee ineens gigantische woontorens zullen verrijzen. Maar als nou blijkt dat er op bepaalde plekken kansen liggen om 100 of 50 of 200 woningen toe te voegen, moeten we dat niet maximaal begrenzen. De voorzitter. De Ridder, voor de derde maal.
71
Rutger de Ridder (VVD). Ik snap dat allemaal wel, maar ik kan me voorstellen dat je als bewoner of als bewonersorganisatie dan denkt: jeetje, nu heb ik eindelijk een overheid die ook naar mij luistert, en dan gaat de PvdA er met D66 dwars doorheen. Samir Ahraui (PvdA). Dat is natuurlijk ook niet de bedoeling. Tegelijkertijd hebben we de grote maatschappelijke plicht om ervoor te zorgen dat we voor al die woningzoekenden in deze stad passende woonruimte vinden. Dat speelt niet alleen nu; dat zal ook de komende decennia zo blijven. En als er mogelijkheden blijken te zijn, ook in dit gebied, om net iets meer te realiseren dan we nu met elkaar afspreken, wil ik die deur niet bij voorbaat dichtgooien. Dat is dan ook het eerlijke verhaal dat ik namens de PvdA aan die bewoners zou kunnen uitleggen. Lesley Arp (SP). De heer Ahraui zegt: net iets meer. Ik gaf ook al richting de heer Noorlander aan dat ik het gevoel had dat hij baalde van loslaten van die 3.000. Want dat is flink wat meer dan er nu in de ontwikkelvisie staat. Ik denk dus dat je zo'n voorstel eigenlijk alleen maar kunt beoordelen als heel erg duidelijk beschreven staat wat het doel is van het voorstel. Dit is, zoals mevrouw Klokkenburg ook al zei, en heel open opdracht die je aan het college meegeeft. Snapt de heer Ahraui dat mijn fractie dat ingewikkeld vindt? Samir Ahraui (PvdA). Nee, dat snap ik.
Tegelijkertijd was mijn fractie de afgelopen jaren gewoon nog in de veronderstelling dat we er alles aan deden om die 3.000 woningen hier te kunnen realiseren. Ik vind dat dat ook een belofte is die we hebben gedaan aan de rest van de stad. Als nou blijkt dat er de komende tijd gewoon kansen zijn in dit gebied om meer te realiseren, zullen daar gewoon heel veel mensen blij mee zijn, omdat ze zo hard op die woningen zitten te wachten. Daarnaast hebben we het in deze raad ook vaak over de verdere overkluizing van de Utrechtsebaan. Het is dan ook fijn dat het college dit jaar nog komt met een uitwerking van de verschillende scenario's. Mijn fractie blijft sterke bedenkingen hebben bij de betaalbaarheid en haalbaarheid hiervan. Dat is ook de reden waarom we onder de motie van collega Arp staan. Met de uitgewerkte scenario's hopen we dan ook duidelijkheid te krijgen over hoe we de gebiedsontwikkeling kunnen voortzetten ook indien op termijn die overkluizing niet mogelijk blijkt, en wat dat van ons gaat vragen als het gaat om de aanpassing van doelstellingen. In de ogen van de PvdA maakt dat de debatten over dit gebied ook realistischer en eerlijker richting de buurt. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. De ontwikkelvisie is een vergezicht waarin nog geen harde keuzes worden gemaakt. Veel wordt pas duidelijk in de volgende stap, die van de ontwikkelstrategie.
Mijn fractie ziet daarin dan ook graag concrete acties terug waarin de onderlinge afhankelijkheid en de verbondenheid van de verschillende opgaven ook helder worden. Ik noem het verbeteren van het Schenktunneltje, de fietstunnel, en de afhankelijkheid van voorzieningen en groen in relatie tot de geplande verdichting. In dat kader ziet mijn fractie nog wel een zorg in deze ontwikkelvisie, namelijk de presentatie van een groen Utrechtsebaanpark ondanks de reeds aangenomen motie Geen fata morgana boven de A12. ChristenUnie/SGP had gehoopt in deze visie wat meer realiteitszin te zien in plaats van maakbaarheidsdenken, zoals wel het geval was bij het teruggebrachte aantal woningen. Inwoners wordt op deze manier een verkeerde verwachting voorgelegd en dat moeten we niet willen. Daarom staan wij van harte onder het amendement en de motie van collega Arp. Joren Noorlander (D66). ChristenUnie/SGP gaf in het begin aan dat er geen harde keuzes worden gemaakt in de ontwikkelvisie. Die zie ik wel, want de ambitie van 3.000 woningen wordt afgeschaald naar maximaal 1.850. Dat is toch een harde keuze die wordt gemaakt? Zouden we die harde keuzes dan niet op een later moment moeten maken in plaats van nu? Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik denk dat dat de enige harde keuze is die gemaakt is in de ontwikkelvisie.
Mijn fractie begrijpt dat dit in de participatie geweest is en dat bewoners het aangeven. Ik denk ook dat dit in dat gebied, met alle voorzieningen die er nog zouden moeten gaan komen, realistischer is dan de eerdergenoemde 3.000. Wat mijn fractie betreft, blijft die dus staan. Punt. 72
De voorzitter. Die punt is inderdaad gezet. U was ook de laatste spreker van de raad. De beraadslaging wordt geschorst. De voorzitter. We hebben afgesproken dat we de beantwoording na de dinerpauze doen, en dan komt eerst nog de beantwoording door de burgemeester in het debat over Scheveningen. Dan weet u dat ook allemaal. We gaan nu schorsen. Laten we dat voor een uur doen en hier om 19.10 uur weer terug zijn, en dan starten met de beantwoording door de burgemeester. We zijn geschorst. De vergadering wordt van 18.07 uur tot 19.11 uur geschorst.
Aan de orde is: I.
Raadsmededeling ongeregeldheden op Scheveningen 1 mei (RIS322111).
De beraadslaging wordt hervat. De voorzitter. Ik heropen de vergadering van donderdag 8 mei. Zoals afgesproken gaan we nu over tot de beantwoording door de burgemeester in het debat Raadsmededeling ongeregeldheden op Scheveningen 1 mei. Ik geef graag het woord aan de burgemeester. De heer Van Zanen. Voorzitter. Er was een vreselijke verstoring van de openbare orde en veiligheid en daar ben ik van, en ik als enige. Ik ben dus verantwoordelijk voor wat er is gebeurd; dat u dat weet. Dat was vanmiddag volgens mij ook wel helder. Ik neem de verantwoordelijkheid daarvoor op me; dat u dat weet. Ik ben ervan en u mag mij daarop afrekenen. Ik vind dat ik er een goed verhaal bij heb en ik kan het ook uitleggen, voor zover dat nu kan, maar dat wil ik even aan het begin zeggen. Ik vind dit allemaal vreselijk en afschuwelijk en ik vind het een teleurstelling. Ik baal ervan voor de bewoners, de ondernemers en de bezoekers. Ik heb ook uw verhalen gehoord, ook emotionele, persoonlijke verhalen. Ik vind het echt vreselijk. Ik vind het ook teleurstellend, zeer teleurstellend, omdat ik me ook augustus 2020 herinner, toen ik hier net een paar weken was. Ik heb dat toen echt helemaal beleefd. Ik herinner me nog wat de voorzitter, de heer Groenewold, destijds zei. Hij begon nu weer zo heel beeldend te vertellen vanuit de eigen omgeving. Ik woon er nu zelf ook.
Ik vind ook dat we stappen hebben gezet in de goede richting en dat het voorgaande colleges en het huidige college gelukt is om door samenwerking, intern als apparaat maar ook als portefeuillehouders en ook met u, successen te boeken. En die boekten we niet alleen met u, met het apparaat en met de portefeuillehouders, maar vooral ook met ondernemers en bewoners, die ons hun vertrouwen hebben gegeven en die tijd en inzet hebben geleverd om dat actieplan in verschillende vormen vorm te geven. Ik wilde maar beginnen te reageren aan de hand van de drie insprekers, die hele rake waarnemingen hebben gedeeld. Daarna loop ik de verschillende sprekers af. Er was een bewoonster, er waren twee vertegenwoordigers van de ondernemers en er was een journalist die ter plekke was en die ook een echte Scheveninger was, althans dat vermoed ik. Er was een opmerking die mij zeer aansprak. Later hebben sommige raadsleden er ook over gesproken. Die opmerking ging over het thema 'de nieuwe realiteit'. Is er in Nederland, in Europa, want Den Haag is bijzonder maar niet uniek en het gebeurt natuurlijk elders ook, een nieuwe realiteit die we vierenhalf, bijna vijf jaar geleden niet in dit actieplan hebben kunnen vangen? Ik heb de neiging om ook dat element te willen meebeschouwen.
Er is in latere bijdragen ook gevraagd, bijvoorbeeld door mevrouw Faïd: wat zit er eigenlijk achter, wat zit eronder? Dat is één. Dan twee, iets waarover u bijna allemaal heeft gesproken en wat ik me ook echt heb afgevraagd en de medewerkers overigens ook. Is niet het allerbelangrijkste - dat is althans een van mijn belangrijkste extra maatregelen, om meneer Guernaoui te citeren - dat we er iets op moeten verzinnen dat er eerder wordt gemeld en dat ook zachte signalen doorkomen, waarvan mensen misschien denken: is dat het nou? Ook de methode en de wijze waarop gemeld kan worden, moet worden verbeterd, en melden moet makkelijker worden gemaakt. Dat is namelijk, denk ik, een van de 73
dingen die niet goed zijn. Ik kan praten wat ik wil, maar het is gewoon niet goed gegaan en het is een enorme rel geworden. Afschuwelijk. Het was bedreigend en noem maar op. Met de opmerkingen over dat eerder melden was ik het zeer eens. Dat is dus ook een van de belangrijkste dingen - er zijn er meer, hoor - waar we echt mee aan het werk zijn en aan het werk moeten. Dat vinden medewerkers ook, ook die vrouwen en mannen die zich de afgelopen vierenhalf jaar kleurenblind hebben gewerkt voor dat Actieplan Kust en, sterker nog, vorige week ook. Dan het derde element, dat helemaal in het begin door de eerste inspreker werd genoemd. Zijn we nou als gemeente, maar ook als politie en OM, voor zover de politie dat mag, want dat is ook nog wel een dingetje, in staat om die digitale belevingswereld en wat daar allemaal gebeurt te zien en te horen, en kunnen we die ook goed beoordelen? Ik denk dat we dat ook echt beter doen, zowel van de zijde van de gemeente als van de zijde van politie en openbaar ministerie, maar misschien is er ook wel wet- en regelgeving nodig. Ik denk dat we dat maximaal doen, en als het niet genoeg is zal ik gaan lobbyen voor meer mogelijkheden. Want ook daarvan denk ik: dat had misschien iets opgeleverd. Ten slotte, in reactie op de eerste inspreker, de toestroom en de verkeersbewegingen. Dat was in 2020 ook al de ontdekking, of eigenlijk de constatering.
Daar hebben we ook steeds aan gewerkt. Mensen komen op zo'n dag verspreid binnen en gaan niet allemaal tegelijk weg, maar bij het weggaan is er wel een concentratie, veel meer dan 's ochtends, en dat speelt ook mee. Dan krijg je de verschillende gedoetjes; ik zeg het maar vriendelijk. Dan is het druk en dan is er een verkeerschaos of verkeersinfarct - ik geloof dat een van de collega's het zo noemde - en dan krijg je ook gedoe. Als er dan ook heel veel jeugd is - een deel van de jeugd was aantoonbaar niet alleen uit op gezelligheid - is dat ook een ding waarover we het echt moeten hebben. Dat is soms misschien een taboe, maar het is natuurlijk een balans. Het moet gastvrij, dus als je het hele jaar blauw verft, is dat niet erg gastvrij en maakt dat geen vrolijke indruk. Dat kan ik overigens niet, want daar heb ik geen capaciteit voor. Aan de andere kant moeten we wel wat. Het is dus echt dansen op een nogal slap koord. Ik was het dus zeer eens met deze elementen van de eerste inspreker en ik kom daarop terug, want u heeft er allemaal naar gevraagd. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Even over het punt dat we het beter moeten doen op social media. Wat betekent dat? Dat de politie op geen enkel moment eerder op de hoogte was van wat er allemaal op social media rondging, en de gemeente daarover op geen enkele manier geïnformeerd is? De heer Van Zanen.
U zegt het met een stelligheid die misschien angstaanjagend is, maar ik vrees dat het zo is en dat al diegenen die vanmiddag in verschillende vormen hebben gevraagd 'hoe kan dat nou?', 'waarom zit er zo veel tijd tussen het begin en het eind, want wij wisten die allemaal al' … Dat betwijfel ik zeer, want ik heb nu inderdaad ook zelf de Snapchats gezien van jongelui die zeggen: leuk, leuk, leuk, Den Haag. Maar er is nergens het signaal geweest, ook niet op social media, van: we gaan rellen, we gaan vechten. Dat is niet gebeurd. Ik moet vaststellen, zo zeg ik tegen de heer Guernaoui, dat de signalen inderdaad pas heel laat zijn gekomen. Ik ben zondag meteen naar een aantal ondernemers gegaan. Eerst ben ik bij de politie geweest, want daar was een man of 30 bezig om de beelden te bekijken. Daar werd keihard gewerkt. Ik heb dus ook met de ondernemers gesproken. Dinsdag heb ik opnieuw met … Ik hoop dat ik het nu goed zeg; ik kijk even naar de projectleider Actieplan Kust. Zij vertelden ons allemaal dingen: dit, en dit, en dit. Heb je dan zelf gebeld, vroegen wij. Nee, we hebben niet zelf gebeld, zeiden ze, maar moeten we dat dan doen? Dat is toch wel pijnlijk, vooral voor ons. Ik ben verantwoordelijk, maar inderdaad hebben ons geen signalen bereikt, meneer Guernaoui. En de signalen dat er zou worden gereld waren er sowieso niet.
Ik hoop dat ik het nou goed samenvat, en anders hoor ik het wel. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Nee, ik begrijp dat ze niet letterlijk op social media hebben opgeroepen om te gaan rellen. Dat is dus niet met de gemeente en niet met de politie gecommuniceerd, en dat wisten we dus pas om 19.45 uur. De heer Van Zanen. Ja, dat moet ik vaststellen. Dat geldt dus ook voor de collega's, die allemaal hard werken en hun best hebben gedaan, ook vanuit het openbaar vervoer. Een paar collega's hebben ook aangegeven: maar het was toch al grimmig in de tram, en dat, en dat? Dat is ons niet gemeld. Ik hoop dat ik nu goed citeer, maar er is om 14.00 uur 's middags nog gebeld met de vraag: hebben jullie 74
signalen? Alle elementen die u namelijk vanmiddag heeft genoemd, of de meeste daarvan, hebben we natuurlijk na 2020 iedere maand opnieuw - wat zeg ik, elke week opnieuw - volle bak gewisseld met de werkgroep, de verschillende colleges en de groep ondernemers, bewoners en deskundige medewerkers. We hebben die ook steeds verfijnder gemaakt. Blijkbaar is dat onvoldoende gelukt. Dat is dus waardeloos, maar het is wel een feit en daar moet dus aan gewerkt worden. Lesley Arp (SP). Ik heb een verhelderende vraag. De politie heeft vrij kort na de rellen aangegeven dat er signalen op social media waren dat jongeren met elkaar zouden gaan vechten. Tegelijkertijd hoor ik de burgemeester nu zeggen dat die signalen er niet waren. Kan de burgemeester dit verhelderen? Waren die oproepen er nou wel of niet? De heer Van Zanen. Er waren berichten dat dat zou kunnen gebeuren, maar niet zodanig dat je zou zeggen dat iedereen … Ik had dit natuurlijk moeten zeggen, maar we hebben geen commissie gehad dus ik probeer zo veel mogelijk nu te beantwoorden. Als straks uit onderzoek of nadere evaluatie blijkt dat dat niet helemaal klopt, zal ik dat ook ruiterlijk toegeven. Maar het beeld van 'u kon toch weten dát' klopt dus niet. We hebben later dingen teruggezien. Er was een TikTok maar dat is pas heel laat geweest, en toen is er opgeschaald. Even kijken, want ik moet het even letterlijk zeggen.
Ik was dus ver weg, maar ik heb het teruggekeken. Om 20.38 uur kwam het signaal richting de driehoek: het is onrustig; we gaan iets doen. Om 20.54 uur wordt er nog gemeld, door de beste mensen: we zijn begonnen met 'vegen' en dat gaat beheerst. Ik kom daar nog op terug, zeg ik tegen de heer Mahmood en anderen. En daarna gaat het mis. Fatima Faïd (HSP). Even voor mijn helderheid, want het is allemaal superprecair. Was het toen al uit de hand aan het lopen? Ik krijg dat namelijk niet helemaal helder. U noemt 20.38 uur, maar volgens mij zagen mensen van mijn partij die daar toevallig waren om 19.30 uur allemaal rennende jongeren met politie achter zich aan. Kunt u dat dus een beetje verhelderen? De heer Van Zanen. Als u zegt: 19.30 uur … Ik meld u wat ik weet en wat ik heb gehoord. Het was onrustig. Dat was de eerste melding die mij heeft bereikt en dus daarmee de driehoek et cetera. Uw vraag, en ook die van de heer Mahmood en nog iemand, maar dat zit verderop in mijn papieren, was: hoe is het nou eigenlijk begonnen? Het is als volgt begonnen, althans volgens de informatie die ik nu heb. Het waren er natuurlijk veel en het was heel vervelend, met allemaal gedoetjes, maar ja, groepjes zijn toegestaan. Je mag daar staan en je mag daar hangen; daar gaat het allemaal niet om. Maar het werd vervelend en er waren gedoetjes.
Toen is de politie begonnen, niet met drijven, maar met aanspreken. De politie is begonnen met het aanspreken van groepjes: gedraag je nou, doe rustig, ga weg. Dat soort dingen. Daarop zijn ze geïrriteerd geraakt en toen is er ingegrepen. Zo is het ontstaan. Als je alleen maar het vegen hebt gezien, kun je denken: waarom nou dat vegen? Nee, daar ging al iets aan vooraf. Dat is wat ik weet, voor nu. Aan jullie blikken te zien, heb ik het nu helemaal fout, maar dat is wat ik nu weet. Kavish Partiman (CDA). Een interruptie om het even scherp te krijgen. Ik zit met de tijdlijn voor me en de burgemeester zegt een aantal dingen. Om 20.35 uur zijn een paraat peloton en paarden ingezet om relschoppers van de boulevard te verwijderen. Dat betekent dat er al gereld werd om 20.35 uur. Toen is om 20.38 uur de driehoek geïnformeerd, en pas daarna is door de loco het besluit genomen om toestemming te verlenen aan de mobiele eenheid, op verzoek van de politie. Maar dat betekent dus eigenlijk dat er al gereld werd voordat de driehoek was geïnformeerd. Dat lezen we tenminste terug in deze tijdslijn. Ik zit dus een beetje te stoeien met wat er precies gebeurd is.
Als je namelijk om en nabij 19.45 uur binnenkrijgt dat er een oproep is op sociale media en er pakweg drie kwartier daarna al rellen gaande zijn, is er dan in de drie kwartier daartussen geen contact geweest met het college en met de veiligheidsdiensten, van: hier dreigt wat mis te gaan? De heer Van Zanen. Nee, dat is niet zo, maar het verbaast me niet, want ze zijn natuurlijk eerst gewoon bezig met de actie ter plekke. Het is natuurlijk allemaal niet zo'n feest, onder moeilijke omstandigheden. Ze melden dat op een moment waarop dat even kan. Het is dus al onrustig - nou, dat wil wat zeggen - voordat de politie aan ons schrijft: het is onrustig; we gaan nu optreden. Vervolgens 75
is het beeld nog dat het beheerst gaat, maar dat ging het dus niet, want de rellende lui hadden iets anders in zin, zal ik maar zeggen. Kavish Partiman (CDA). Het is fijn dat de burgemeester het op die manier uitlegt, maar dat zien wij hier niet terug. Je hebt het moment van een melding op sociale media, en het volgende dat we teruglezen is dat er opgetreden wordt tegen relschoppers. Er zit dus volgens mij wel wat tussen, waarvan ik me afvraag wat daar dan gebeurd is dat het opeens met paarden moest en dat direct daarna ook de ME ingeschakeld moest gaan worden. Daar ben ik een beetje naar op zoek. Hoe heeft dat in die drie kwartier kunnen gebeuren? We hebben geconstateerd dat er een socialemediaoproep was en binnen drie kwartier is het helemaal geëscaleerd tot paarden aan toe. Dat is eigenlijk best snel. De heer Van Zanen. Dit is ook weer een detail en dat voert … Nee, het voert helemaal niet ver, want dat maakt u lekker uit, en ik weet niet tot hoever ik het allemaal precies weet. De paarden waren gewoon reguliere inzet, want weet u, we waren wel voorbereid. We hebben dus echt alles gedaan wat kon, wat moest en wat redelijk was. En dat er geen meldingen waren: de politie werkt informatiegestuurd; die waren er. Die komen niet meteen, maar die waren er gewoon. Dus toen het onrustig werd - het was dus al onrustig voordat wij de melding kregen - is er gewoon ingezet.
Toen is er gewoon geacteerd. Zo moet je het zien. Ik wil het laten uitschrijven, hè, maar dat heb ik nog niet kunnen laten doen. Ik wil het laten uitschrijven, want de politie wil ook niets liever dan dit gewoon uitleggen voor zover het kan. Dat zal voor meer onderwerpen gelden, vrees ik. De voorzitter. Gaat u verder. De heer Van Zanen. Dan de tweede inspreker. Dat was een journalist en daar word ik ook altijd heel zenuwachtig van. Als journalisten hun werk niet kunnen doen, vind ik dat echt treurig. Dat getuigt ook weer van geen enkel respect. Maar goed. Deze inspreker zei: het viel niet mee; denk nou niet dat het meeviel, want het was echt bedreigend. Dat is goed overgekomen bij ons en bij mij. Het was een slagveld, nog nooit eerder meegemaakt, zei hij. En volgens mij woonde die meneer dichtbij. Hij zei ook: ik hoop dat u niet zwicht voor de rellende jeugd. Zo zeg ik het maar even, maar hij gebruikte zelf een ander woord. Hij vroeg ook: wilt u alles doen wat binnen uw macht ligt? Dat zeg ik graag toe. Ik kan alleen niet alles. Ik kan ook niet alles in m'n eentje. Dat hoeft ook niet, hoor. Maar ik kan niet alles doen want ik ben burgemeester en ik ben ook aan wet- en regelgeving gebonden. Ten slotte de vertegenwoordigers van de ondernemers. Zij hadden twee punten. Gemiste signalen moeten eerder opgepakt worden. Daar ben ik het dus zeer mee eens.
Daar is het college het zeer mee eens. Daar is de werkgroep het ook zeer mee eens, en ook de bewoners en de ondernemers die we hebben gesproken. Ook het team wil dat graag. We zullen daar iets op moeten verzinnen. De heer Wörsdörfer noemde ook die eerste dag. Ook anderen hebben daarover gesproken. Dat is voor mij ook echt vreselijk, want ik vind juist die eerste dag … Ik kijk nu even naar wethouder Bruines. Wij hebben er drie, vier jaar bij gezeten, en ieder jaar was het thema: let op, als het begint, moeten we er meteen staan. Die eerste dag zit mij dus ook niet lekker, omdat ik vind dat je er juist die eerste dag helemaal moet staan. En blijkbaar stonden we er door die informatie onvoldoende. Maar dan de uitleg. Meerderen van u, onder wie de heer Groenewold en mevrouw Klokkenburg, hebben gevraagd: hoe ben je dan bij geel gekomen? Dat is ook weer een hoop techniek, maar ik zal proberen om het uit te leggen en anders laten we het gewoon netjes opschrijven. Wij hebben dat Actieplan Kust niet voor niets gemaakt. Dat hebben we gemaakt om aan de zijde van de gemeente integraal te werken, dus niet in hokjes maar echt als voorbeeld van hoe je dat samen doet, dus hoe je allemaal de ellende draagt.
Hoe doen we dat samen met ondernemers en met bewoners? Hoe gaat dat, ook binnen het apparaat? Toen hebben we dus die methodiek ontwikkeld van die kleurcodes, om een beetje houvast te hebben en te zorgen dat alle partijen weten wat ze moeten doen en wat er gebeurt. In dit geval is er dus uitgegaan van een scenario geel. De verwachting was namelijk dat het 24 ˚C zou worden en dat het in de avond een beetje zou afkoelen. Daar is die code geel ook op ingericht. Je rekent erop, en dat is in de afgelopen vier jaar ook steeds de praktijk geweest, dat het daarom 's avonds eerder afloopt. Maar dit keer bleef de aanloop komen. Die bleef maar doorgaan. Waarom hebben we dan niet voor oranje gekozen? Dat vroeg mevrouw Klokkenburg of meneer Groenewold. Oranje levert eigenlijk niet zo veel op, in ieder geval niet meer politiecapaciteit of zo. Wat nu mis is gegaan bij geel, althans wat we 76
nu kunnen zien - er is misschien meer misgegaan en dat moet dus echt anders - is dat we bij geel aan het begin van de avond bijvoorbeeld ook stoppen met verkeersregelaars. Want dat kan, en dat is ook de praktijk. Maar dat is nu niet gebeurd. Daar moeten we dus iets op verzinnen. Rutger de Ridder (VVD). Even over de verkeersregelaars, want daar was ik ook verbaasd over. Als je ziet dat die klaarblijkelijk nog nodig zijn, hoe kan het dan dat zij toch stoppen met hun werk of er in ieder geval geen aflossing komt? Ik snap wel dat het code geel was, maar ja, je kijkt ook om je heen. De heer Van Zanen. Dit moet ik uit mijn hoofd doen, dus dat doe ik heel voorzichtig. Inderdaad zijn de verkeersregelaars op de plekken waar dat kon, weggegaan. Maar op een groot aantal andere plekken hebben ze wel doorgewerkt. Ik weet nu natuurlijk weer niet welke. Dat is dus wel gebeurd, maar het was inmiddels zo ingewikkeld dat zij het ook niet meer aankonden. We moeten er dus echt over nadenken hoe we dat in de toekomst doen en ook, maar dat heb ik nog niet besproken, hoe we tussen dinsdag en donderdag flexibeler kunnen zijn met opschalen. Dat valt nog niet mee, hoor. De modellen zijn namelijk gebaseerd op voorspellingen. Je voorspelt hoeveel inzet van boa's, SUS-team, beachteam en verkeersregelaars je nodig zult hebben.
Dat moeten we een beetje plannen, want ook die trekken om 15.00 uur 's middags niet zomaar extra verkeersregelaars uit een doos. En het gekke of merkwaardige, kijkend naar de bezoekersaantallen, is dat we op woensdag code groen hadden, terwijl er veel meer mensen waren. Dat is helemaal goed gegaan. Die donderdag was dus ook geen piekdag. Bij een piekdag hebben we het namelijk over 140.000 tot 160.000 bezoekers, en op de donderdag waren het er 100.000. Daar zat natuurlijk verkeerd publiek tussen, zoals we wel hebben vastgesteld, maar je ziet hieraan dat het geen wiskunde is. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Dus u zegt eigenlijk dat deze codes, deze kleuren die we eraan geven op basis van vastgestelde criteria en verwachtingen, geen enkel effect hebben op de capaciteit, dus op het aantal mensen dat we daar inzetten? De heer Van Zanen. Nee, dat zeg ik niet. Kijk naar het schema. Dat is hier ook in de raad geweest. U heeft het niet vastgesteld, maar dat is allemaal in de raad geweest. Daarin is te zien hoeveel inzet er is, ook bij code geel. Alleen vertel ik u dat die codes zijn gebaseerd op bijvoorbeeld de veronderstelling dat het in die periode van het jaar 's avonds al wat sneller afkoelt dan op een zwoele avond. Dat is geen gok, maar dat is omdat het altijd zo is. Gebleken is dat die afname er niet was. Dat betekent dus niet dat het niet capaciteitsgebonden is.
Dat is niet zo. Het betekent ook niet dat het allemaal waardeloos is, want het is de afgelopen vier jaar, tussen aanhalingstekens, heel behoorlijk gegaan. Daar ben ik hartstikke trots op en dat neemt ook niemand me af, hoe moeilijk dit ook is. Maar dit keer was het onvoldoende en had het, achteraf gezien, best code geel kunnen zijn - daar is niks mis mee - maar hadden we de inzet moeten verlengen. Maar dat is achteraf, hè. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). We hebben afgesproken dat we op zonnige dagen, dus als we verwachten dat het warmer wordt dan 21 ˚C, los van de nachttemperatuur en de afkoeling, en er veel mensen vrij zijn, gaan voor code oranje met de daarbij behorende inzet. En dat is dus niet gebeurd. Bent u het daarover met ons eens? De heer Van Zanen. Maar dat is het punt niet. Ik ben het daar helemaal mee eens, want dat is een feit. We hebben code geel; dat is een feit. Ik weet achteraf niet of oranje wat had opgeleverd, maar we hadden code geel en de tijd dat mensen bleven en aankwamen, met welk vervoermiddel dan ook, was veel langer dan wij redelijkerwijs hadden kunnen voorzien, althans gebaseerd op onze ervaring tot nu toe. De voorzitter. Guernaoui, voor de derde maal. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Ik denk dat we duidelijkheid nodig hebben richting de bewoners en de ondernemers over wat die codes precies betekenen.
Daar hoort namelijk een capaciteit bij. Een van de grote vragen gaat over dat parate peloton, dat op halve kracht was. Wat kunt u daarover zeggen? 77
De heer Van Zanen. Ik was nog aan het reageren op de insprekers. We hebben een paraat peloton, gelukkig. We zijn de enige in het hele land die dat heeft. Gelukkig hebben we dat. Het is ook hard nodig. Zij waren aan het einde van de middag bezig in Rijswijk, waar zich een afschuwelijke situatie had voorgedaan. De helft daarvan, zeg ik uit mijn hoofd, is meteen naar Den Haag gekomen, en de rest kwam ook toen het kon. En aanvullen kan niet zomaar, want die mensen hebben we niet. Punt. Deze vraag had ik anders later in mijn betoog beantwoord, maar dat is de werkelijkheid. Massimo Etalle (FVD). Ik hoor van de burgemeester dat er SUS-teams actief zijn. Wat doet een SUSteam? De heer Van Zanen. Die doen goed werk om te zorgen dat mensen zich gedragen. Als de gemoederen hoog oplopen zijn zij in staat om dat te doen, met veel succes in de afgelopen jaren. Het zijn vaak jongelui, maar niet uitsluitend, en zij doen dat naar tevredenheid. Dat heeft tot dusverre ook heel goed gewerkt. Dat had u ook kunnen weten, maar dat is onaardig om te zeggen. Massimo Etalle (FVD). U zegt dat het heeft gewerkt, maar ik zie niet hoe dat heeft gewerkt. De situatie lijkt me namelijk niet heel erg gesust. Hadden die arbeidskrachten niet beter besteed kunnen worden om mensen op te pakken? De heer Van Zanen. Een SUS-team heeft niets met de politie te maken.
Zij hebben die bevoegdheid helemaal niet; daar is echt de politie voor. De politie heeft zich geconcentreerd op het herstellen van de openbare orde. Dat ga ik nu dan ook maar meteen zeggen. Meerdere sprekers hebben daar ook naar gevraagd, en de heer Guernaoui natuurlijk als eerste. De volgende dag zijn ze keihard bezig gegaan met het identificeren en het bekijken van de beelden, om te zien of er mensen te plakken zijn aan de incidenten. Dat is nog niet zo eenvoudig en daar zijn ze nog steeds druk mee bezig. Daar is voor gekozen. Ik kan dat volgen en ik vind het ook heel verstandig. Ik wil namelijk dat eerst de mensen in veiligheid worden gebracht. U heeft het verhaal van meneer Mahmood gehoord. Er wordt geveegd en er wordt opgetreden en dat is nodig voor de openbare orde, maar er zijn ook mensen die er niks mee te maken hebben en in grote paniek raken. Dat is vreselijk, maar het moet wel gebeuren. Eerst dat. Als je meteen gaat oppakken, kost dat weer een heleboel capaciteit en dat is in zo'n situatie niet handig. Dennis Groenewold (D66). Ik hoorde de burgemeester zeggen dat het op de woensdag ervoor drukker was dan op de donderdag. Nu ben ik toch wel benieuwd naar het volgende. Misschien kan hij daar op dit moment geen antwoord op geven, maar dan hoor ik het graag later, in de brief die hij waarschijnlijk nog gaat schrijven.
Ik ben benieuwd hoe het kan dat die verkeersafwikkeling op de donderdag wel vast kwam te staan maar op de woensdag niet, terwijl er toen meer mensen waren. Dat vind ik toch wel een aparte. De heer Van Zanen. Daarom heb ik ook gezegd: stel je nou voor dat het niet uitgelopen was op rellen, maar gewoon op een exorbitant drukke dag. Die hebben we namelijk in de afgelopen vier jaar ook wel gehad. Dan ging het allemaal maar net aan goed. Ik vind dit dus een hele goede vraag en ik wil daar ook dolgraag het antwoord op hebben, net als iedereen. Als je namelijk weet wat de klik is … Wat is nou de klik waarom het op zo'n dag wel lukt? Zijn dat alleen maar die relschoppers? Is dat toch het weer? Zijn er nog andere dingen, bijvoorbeeld of mensen met de auto of met de fiets komen? Nou goed, ik ga nu niet raden wat dat betekent want dit is geen quiz, maar ik vind dat een hele goede vraag. En als we vinden dat we die kleurcodes en wat daaronder hangt nog eens scherp tegen het ligt moeten houden, afgezet tegen wat zich feitelijk heeft voorgedaan, ben ik daar zeer voor. Ik hoop ook dat dat kan en dat dat gebeurt, want het is wel nodig. Ik vond het namelijk ook heel merkwaardig. Massimo Etalle (FVD). Het is fijn om te horen dat de burgemeester ook heel erg benieuwd is naar wie daar eigenlijk waren.
Wie waren die mensen? Wie waren die relschoppers? Omarmt de burgemeester dan ook mijn motie over een onderzoek daarnaar? De heer Van Zanen. Nee, dat is niet het geval, en ik zal dat motiveren als ik bij de moties ben. 78
De voorzitter. Ja, daar komen we straks. Ik heb nu nog twee interrupties staan. De heer Smit was als eerste. Robin Smit (PvdD). Dank aan de burgemeester voor de beantwoording. Ik zit nog wel met die kleurcodes en die modellen. Zit er bij die kleurcodes dan een ijkmoment, of een mechanisme dat je op een bepaald moment een meting doet, zodat je ziet of je kunt afschalen of niet bij hoeft te plussen? Of is dat iets waarnaar we op een later moment gaan kijken? De heer Van Zanen. Daarover zal ik u zo snel mogelijk informeren. Ik weet dat er steeds opnieuw wordt gepeild en steeds opnieuw wordt gekeken, maar dat wil niet zeggen dat je dan zomaar een blik fietsers, bikers of agenten kunt opentrekken. Nou is dat bij agenten dan nog het makkelijkste, tussen aanhalingstekens. En als ze eenmaal besteld zijn, kun je ze ook niet afzeggen. Het is ook weleens gebeurd, in het eerste of het tweede jaar, dat er niks te doen was en ze op het strand gingen handhaven. Nou, toen kreeg ik natuurlijk op mijn donder van degenen waarbij nooit werd gehandhaafd omdat het allemaal maar mocht. Er wordt nu gelachen en dat is terecht, maar zo gaat dat dan. Je kunt ook niet zomaar weer afschalen. Dat is steeds een discussie geweest, vanaf het allereerste begin.
Van de week zei ook een van de ondernemers het: als het bij ons 's ochtends druk is, bellen we op en hebben we meteen een heleboel extra personeel, en dat kunnen jullie minder goed. Ik heb hem geen gelijk gegeven, maar ik vrees dat het wel zo is. Adeel Mahmood (DENK). Toch nog even over dat punt van de drukte op de donderdag, dat de heer Groenewold ook noemde. U noemde het zonet 'geen piekdag'. Dan maak ik me toch zorgen om de definitie van een piekdag die we hanteren, want het was op die dag echt bijzonder druk. Alles zat vast en de parkeergarages zaten vol. Misschien moeten we daar dus nog even naar kijken. Maar ik vraag me ook het volgende af, aangezien het minder druk was dan bijvoorbeeld op de woensdag. Je zag echt een concentratie op de boulevard. Je kon daar niet in een rechte lijn doorheen lopen. Was er dus misschien op die dag heel veel concentratie op een heel kleine plek? Kan daar nog even naar worden gekeken in de evaluatie? Misschien zijn mensen ook beter te spreiden over heel Scheveningen. Als ik nu namelijk hoor dat het geen piekdag was, kan ik me daar eigenlijk niks bij voorstellen. De heer Van Zanen. Ik zeg toe dat we daar zeker naar gaan kijken. Dit wordt ook allemaal opgeschreven. Maar als ik het nu zou moeten veronderstellen, zou ik zeggen dat er inderdaad een concentratie was. Dat hoor je ook.
Je hoort dat er ook delen van de boulevard en van de kust waren die helemaal geen last hadden en waar het een prachtige dag was, voor zowel bezoekers als ondernemers. Maar op deze plek is het misgegaan en daar moeten we het dus over hebben, Dat vind ik namelijk ook niet goed. Nick Kaptheijns (PVV). Er is blijkbaar nogal wat verwarring over het feit dat het woensdag eigenlijk drukker was dan donderdag, maar we moeten toch gewoon concluderen dat het komt door het type mensen dat naar het strand toe komt en voor zo'n situatie zorgt? De heer Van Zanen. Nee, die conclusie trek ik niet. Iedereen is me even lief. Iedereen wil vertier, en zeker op zo'n hete dag. Wij zijn wat dat betreft echt geweldig als Den Haag, met het strand en met Scheveningen. Maar iedereen moet zich wel gedragen en een beetje geven en nemen, zowel in het verkeer als op het strand als heen en weer lopend, en ze moeten zeker niet met allemaal materiaal gaan smijten naar mensen die voor de veiligheid zorgen. Dat vind ik, en voor de rest kan het me niet schelen. Nick Kaptheijns (PVV). Duidelijk. Dan die kleurcodes. Die zijn niet heel erg dynamisch. Op het moment dat kleurcode geel is afgegeven en we erachter komen dat er een complete crisissituatie uitbreekt, kunnen we dus niet eenvoudig opschalen.
Zouden we daar ook niet eens kritisch naar moeten kijken? Want als je het allemaal van tevoren moet vastleggen, ben je zo beweeglijk als een stuk lood.
79
De heer Van Zanen. Nu maken we een karikatuur van een instrument dat gewoon, verdorie nog an toe, bijna vijf jaar uitstekend heeft gewerkt. In iedere werkgroep, misschien wel elke week, steeds als we een vergadering hebben, wordt het bijgesteld. Toen was de kritiek, of de suggestie of hoe je het ook wilt noemen: kun je nou niet iets afspreken, want dan weten we het tenminste. Dat zeiden bewoners, ondernemers en de voorzieningen die ons moeten helpen, waarbij we dus uren en capaciteit moeten inkopen. Zij zeiden: kun je nou niet iets maken, in alle betrekkelijkheid natuurlijk, wat ons een beetje houvast en zekerheid geeft? En nou kun je het omdraaien. Nou gaat het een keer mis, en in de eerste analyses lijkt het erop dat die code geel vanuit de kennis van toen op een goede manier is toegepast, maar dat het door de aanloop et cetera mis is gegaan. Ik heb het net gezegd. Ik zou het zeer ontraden om de systematiek van die kleurcodes op zich in de prullenbak te gooien. De voorzitter. Meneer Kaptheijns, voor de derde maal. Nick Kaptheijns (PVV). Nou, ik wil niet direct het kind met het badwater weggooien. Totaal niet, hoor. Maar we moeten wel concluderen dat het niet dynamisch genoeg is om op zulke situaties te kunnen anticiperen. Zouden we daar dus toch niet kritisch naar kunnen kijken zonder dat we direct de kleurcodes bij het grofvuil zetten? De heer Van Zanen.
Daar ben ik het zeer mee eens. Dat heb zonet ook gezegd, dacht ik. Wij willen graag kijken welke flexibiliteit er is in te bouwen, maar dat heeft zo zijn grenzen. Maar dat gaan we zeker doen. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Ik wil toch nog even terugkomen op dat parate peloton, waar Den Haag uniek in is. Heeft u, of uw plaatsvervanger, toestemming gegeven om dat halve peloton uit Den Haag te verhuizen? De heer Van Zanen. Wij, dus de loco of ik, geven bijvoorbeeld toestemming voor het inzetten van de ME. Het parate peloton doet de politie, naar beste weten. Dat doen ze. Het is kiezen of kabelen. Als er een moord plaatsvindt, met allerlei toestanden eromheen - u weet ervan - wordt dat ingezet. Wij hebben daar heel vaak heel veel voordelen van en nu was er iets in Rijswijk. Dan zijn ze bezig en op dat moment gebeurt dit, en dan heb je de helft. Daar geven we geen toestemming voor en dat is maar goed ook, want de politie moet kunnen handelen en die moet niet hoeven wachten tot een bestuurder, die ook maar een lekenbestuurder is, daar een advies over geeft. Alleen kijken we aan de hand van wat er allemaal gebeurd is, bij incidenten natuurlijk steeds of het beter kan en of het een goede afweging was. Dat geldt niet alleen voor mij maar ook voor alle andere burgemeesters, die verantwoordelijk zijn voor de openbare orde en veiligheid.
Ik kan me niet voorstellen dat ik zou hebben gezegd dat het geen goede afweging was. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Dus u vindt het een goede afweging dat het halve peloton weg moest waardoor het niet in Den Haag was en niet op tijd kon ingrijpen om die rellen op Scheveningen te voorkomen? De heer Van Zanen. In Rijswijk bestond een crisissituatie waar ze zeer hard nodig waren op dat moment. Het peloton is van de eenheid. We hebben een politie-eenheid. Dit gebeurt dan. Ik baalde natuurlijk, want ik had ze liever allemaal in één keer ter plaatse gehad, maar dat was niet het geval. Ik heb niet meer politie en er is een capaciteitstekort in het hele land, en dat is vreselijk. Ik kan het niet mooier maken. De voorzitter. Meneer Guernaoui, voor de derde maal. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Maar we zien dat er daarna wel is opgeschaald. Daarna was de politiecapaciteit er dus wel, en kon er wel adequaat worden ingegrepen. Dat had dan toch veel eerder gemoeten? We hadden moeten zeggen: oké, de helft gaat naar Rijswijk, maar die vullen we direct aan.