RIS322584 Notulen van de raad van 8 mei 2025
Tekst van het document
Is daar iets aan veranderd naar aanleiding van deze gebeurtenis? Worden die overleggen bijvoorbeeld geïntensiveerd of zijn er andere gesprekspartners bij uitgenodigd? Ik vraag wel degelijk om dingen, maar ik ga hier niet ineens lopen zwaaien met van alles, en zeker niet met de inzet van dieren. Als ik dat zou doen, zou ik me bij een andere partij moeten aansluiten. Ik denk dat de heer De Ridder dat met mij eens is. De voorzitter. We gaan het antwoord daarop nooit horen, want meneer De Ridder is door zijn interrupties heen. Die bewaren we dus nog eventjes. Het woord is nu aan mevrouw Butt van de fractie van GroenLinks, en daarna aan mevrouw Klokkenburg, als laatste spreker van de zijde van de raad. Hera Butt (GroenLinks). Voorzitter. Ik kan mij aansluiten bij de woorden van veel van mijn collega's, en bij de zorgen die zijn geuit door de insprekers. Rellen zijn onacceptabel. Het is schandalig dat er mensen zijn die een mooie dag zo hebben verpest. Deze mensen hebben onze stad en onze hulpverleners op een schandalige en respectloze manier behandeld. GroenLinks keurt dit af. De daders
49
moeten worden opgespoord en berecht. Het is goed om te lezen dat de politie twee aanhoudingen heeft verricht en meer verdachten in beeld heeft. Dit moet in de toekomst worden voorkomen; daar is iedereen in deze zaal het over eens. Via deze weg wil ik graag de politie en andere hulpdiensten bedanken voor hun inzet. Mijn fractie leeft mee met alle slachtoffers en benadeelden. Ik las ook dat er in Scheveningen initiatieven zijn geweest voor steunbetuigingen aan de politie. Dat is hartverwarmend … Voorzitter, ik hoor nu allemaal geluiden om mij heen. Dat wil ik even benoemen. De voorzitter. Ja, graag stilte in de zaal, want er moet aandacht zijn voor de sprekers die aan het woord zijn. U kunt uw gesprekken buiten voeren, maar hier luisteren we naar de sprekers van de zijde van de raad. Gaat u verder, mevrouw Butt. Hera Butt (GroenLinks). Mijn fractie vraagt zich af of de politie iets heeft gehoord over, of doorgehad van, de rellen of de opbouw naar de rellen toe, voordat zij een oproep op sociale media had gezien. Meerdere partijen hebben hier al naar gevraagd. Was dit echt het eerste moment dat de rellen, of de opbouw daartoe, bekend werden bij de politie? Een van de insprekers had het bijvoorbeeld over de grimmige sfeer in het openbaar vervoer.
Wat is hiermee gedaan? Is er tijdig ingespeeld op signalen om escalaties of verdere escalaties te voorkomen? Klopt het dat de signalen over het openbaar vervoer of de andere toevoer van mensen richting Scheveningen de politie niet hebben bereikt? Waren er eerder op de dag signalen, bijvoorbeeld van ondernemers of bewoners, zoals we eerder hoorden, of andere berichten op sociale media die escalatie hadden kunnen voorkomen? En waren er misschien al eerder signalen op sociale media, bijvoorbeeld op dinsdag? Dat hoorde ik volgens mij de Partij van de Arbeid noemen. Kan het college daarnaar kijken? Kan het college ook ingaan op wat onder andere DENK vroeg, namelijk waarom er niet voor is gekozen om groepen jongeren op een eerder moment aan te spreken met het idee om een grote escalatie te voorkomen op een plek waar echt megaveel mensen waren? Mijn fractie maakt zich grote zorgen om de toekomst. Hoe wordt dit voorkomen? Het politieonderzoek is nog niet klaar en dit zal heus niet de laatste keer zijn dat wij het hierover hebben in de zaal. Mijn fractie is er ook van geschrokken dat de betrokken jongeren zich zo massaal tegen de politie hebben gekeerd in Den Haag. De HSP vroeg het eigenlijk ook al: hoe kan dit? Gaat het college ook dit onderzoeken? Of gaat de politie dit onderzoeken? Bewoners en ondernemers worden aangespoord om aangifte te doen, lees ik.
Worden deze mensen ook geholpen en bijgestaan, bijvoorbeeld door Slachtofferhulp? Deze mensen zijn benadeelden en getuigen van iets vreselijks, maar zij zijn ook slachtoffers. Daar moet de overheid ook voor klaarstaan. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Zijn er volgens GroenLinks extra maatregelen nodig om dit in de toekomst te voorkomen en, zo ja, welke dan? Hera Butt (GroenLinks). Volgens GroenLinks moet dit voorkomen worden. Dat is één. Vervolgens ben ik heel benieuwd wat het onderzoek straks zal laten zien en welke maatregelen het college of de politie hopelijk daarin al zal aankondigen. Ik ben er ook zeker van dat er meer maatregelen moeten komen, ook in de zin van preventie. Want dit mag niet nog een keer gebeuren. Ik denk bijvoorbeeld ook aan betere signalering. Misschien hadden we ook kunnen kijken naar politie-eenheden buiten Den Haag, die wellicht ook al iets hadden kunnen signaleren. Maar dit zijn dingen die zo specifiek zijn dat ik ze vooralsnog echt aan de politie en de burgemeester laat. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Dus u verwacht van de burgemeester dat hij met extra maatregelen komt omdat we dit anders in de toekomst weer gaan krijgen? Hera Butt (GroenLinks). Ik verwacht van de burgemeester dat we nog meer informatie krijgen, waarbij hij ook aangeeft wat er is gebeurd en hoe we dit hadden kunnen voorkomen.
Waren er bijvoorbeeld al eerder signalen? Hoe hadden we die signalen eerder kunnen oppikken? Het valt me op dat er signalen waren vanuit bewoners en misschien ook vanuit ondernemers en op sociale media van raadsleden, bijvoorbeeld op dinsdag, terwijl het in het stuk inderdaad gaat over de dag zelf. Ik ben heel 50
benieuwd of er manieren zijn om in de toekomst dat soort signalen eerder te kunnen monitoren vanuit de driehoek. De voorzitter. De heer Guernaoui, voor de derde maal. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Maar dan is het toch belangrijk dat die extra maatregelen snel komen? Anders gebeurt dit opnieuw. Vindt u dus ook niet dat het college en de burgemeester hier op korte termijn mee moeten komen, bijvoorbeeld binnen max twee weken? Hera Butt (GroenLinks). Ik ben persoonlijk meer van de zorgvuldige stijl in de politiek, en ik wil de stad ook niet voor de gek houden. Ik wil dus wel een oproep doen richting de burgemeester en het college om dit goed te onderzoeken en te komen met maatregelen, zodat we dit voorkomen. Dat kan misschien binnen twee weken, maar ik vraag het me af. De burgemeester zal daar zo op reageren. Het moet zorgvuldig gebeuren. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Een prachtige zomerse stranddag eindigde vorige week gitzwart, voor ondernemers, voor bewoners, voor strandbezoekers die ineens te maken kregen met rellen, en voor politie en ME. Wat op Scheveningen gebeurd is, gaat alle parken te buiten. Daar dient altijd tegen opgetreden te worden. Bovendien moeten we staan achter onze agenten en achter de ME, die optraden tegen dit geweld maar het geweld vervolgens tegen zich gekeerd zagen, waarbij ook gewonden zijn gevallen.
Dat is zonder meer afkeurenswaardig, en mijn fractie gaat ervan uit dat gepaste actie ondernomen wordt tegen iedere geweldpleger die herkend wordt. Wij wensen de betreffende opsporingsdiensten daar veel succes mee. Het is goed om te lezen dat de eerste aanhoudingen zijn verricht. Het is niet de eerste keer dat op de eerste warme dag van het jaar niet alleen de feitelijke temperatuur hoog is, maar ook de spreekwoordelijke temperatuur oploopt en er spanning is op Scheveningen. Toch werd er gekozen voor code geel uit het actieplan. Kan de burgemeester uitleggen welke factoren hebben gezorgd voor code geel en niet al oranje? En hoe wordt die risicoschatting in de toekomst verbeterd? Van meerdere kanten horen we dat er vroeg op de dag al signalen waren dat de spanning opliep. Hoe kan het dat die signalen, zowel online als van ondernemers en bezoekers, vroegtijdig gemist werden? Is het, zoals in de brief staat, alleen de meldingsbereidheid die verhoogd moet worden, of moeten ook de manieren vergroot worden waarop dat goed en adequaat gedaan kan worden? En hoe gaat het college zorgen dat het zelf ook eerder de onlinesignalen opvangt? Bewoners en ondernemers zitten met de gebakken peren en de reputatie van Scheveningen is weer enigszins geschaad. De ondernemers en Scheveningen kunnen wel weer wat goed nieuws gebruiken.
Is het college bereid om samen met ondernemers en bewoners op te trekken om te kijken wat er nodig is om ook het spreekwoordelijke zonnetje weer te laten schijnen over Scheveningen? De voorzitter. We zijn door de sprekerslijst van de raad heen. Ik wil eventjes met u in overleg over hoe wij nu verdergaan. De burgemeester heeft aangegeven zeker een halfuur nodig te hebben voor de voorbereiding van de beantwoording. We kunnen nu dus twee dingen doen. We zouden nu door kunnen gaan met het volgende agendapunt. Ik zie daarvoor zes sprekers staan, dus ik denk dat dat kan. Dan doen we de beantwoording direct na de dinerpauze. Ik denk namelijk dat de burgemeester er niet voor 17.45 uur aan zal kunnen beginnen en dan gaan we wel heel erg uit de tijd lopen. Ik zou dus zeggen, voor het ordentelijke verloop van het debat: laten we de beantwoording van de zijde van de burgemeester in ieder geval na de dinerpauze doen. Dan kunnen we nu doorgaan met de rest van de agenda en dan weet iedereen, ook de media, dat direct na de dinerpauze de beantwoording vanuit de burgemeester komt. Ik heb het idee dat hier steun voor is. Ja, zie ik. Dan gaan we het op die manier doen. We gaan door naar agendapunt J. De beraadslaging wordt geschorst.
51
Aan de orde is: J. Voorstel van het college inzake Planuitwerkingskader (PUK) Oude Haagweg 4 - 36 (RIS321718). De beraadslaging wordt geopend. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Hart voor Den Haag kan instemmen met de kaders waarmee de herontwikkeling van deze locatie kan plaatsvinden. Dit PUK bevat voorwaarden en uitgangspunten voor de planontwikkeling voor de percelen aan de Oude Haagweg. Het is een stevig bouwvolume op dit stukje Loosduinen in Houtwijk. Er is goed nagedacht over de stedenbouwkundige inpassing. We hebben deze woningen keihard nodig. Het gebied en de openbare ruimte gaan erop vooruit en alles afgewogen lijkt dit een prima planontwikkeling. De bedrijven Van Zweden en Domino's keren terug naar deze locatie, en Mani Bouwmachines, dat ook heeft ingesproken, zoekt een andere plek. Kan de wethouder reageren op de inspraak van Mani? Want hoewel dit een private ontwikkeling betreft en het een overeenkomst is tussen twee private partijen, hoor ik graag van het college of het kan helpen bij herhuisvesting. Dat geldt eveneens voor Rouwcentrum Loosduinen. Het plan is goed ontvangen door omwonenden en de Commissie Loosduinen. Wijkberaad Houtwijk was ook enthousiast. De heer Meesters heeft tijdens de commissievergadering ingesproken.
Of dat was namens Wijkberaad Houtwijk of de Commissie Loosduinen, heb ik niet helemaal scherp, maar ook de Commissie Loosduinen is enthousiast, heb ik mij laten vertellen. Mijn stemadvies is dan ook: voor. Maar ik zie dat de heer De Ridder nog iets wil weten. Rutger de Ridder (VVD). Nee hoor, gewoon een toevoeging. Hij sprak zowel namens de commissie als namens het wijkberaad. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ja, dat is heel goed mogelijk, want de heer Meesters is in beide actief. Dus zowel Wijkberaad Houtwijk als de Commissie Loosduinen is enthousiast over dit plan. En Hart voor Den Haag ook. De voorzitter. Wat een eensgezindheid mogen we nog voor de dinerpauze horen en zien. Dat is alleen maar mooi. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Mijn fractie wil vandaag in het bijzonder aandacht vragen voor de ruimte voor religie in onze stad. In het plangebied van dit planuitwerkingskader bevindt zich namelijk een grote levensbeschouwelijke organisatie, die niet alleen zingeving biedt aan veel inwoners van onze stad, maar ook veel maatschappelijke activiteiten organiseert. In het voorliggende PUK is geen ruimte opgenomen voor terugkeer, wat de facto betekent dat een kerkgemeenschap met meer dan 200 leden en nog meer mensen voor wie het van belang is, op straat wordt gezet, in een stad waarin nota bene al meer dan 35 kerken op zoek zijn naar ruimte.
ChristenUnie/SGP is daar niet over te spreken; dat heb ik in de commissie ook al duidelijk gemaakt. Natuurlijk kunnen wij begrip opbrengen voor beleidskeuzes over welke functies waar moeten plaatsvinden, maar in dit geval kunnen we dat niet. De kerk had namelijk een eigen pand, maar heeft dit moeten verkopen omdat de gemeente had gezegd de erfpacht niet te zullen verlengen. De projectontwikkelaar heeft aangegeven geen problemen te hebben met een terugkeer van de kerk, net als meerdere bedrijven in het plan. Alleen de gemeente zelf zit hier in de weg, door geen maatschappelijke ruimte te vragen in het PUK. Die ruimte zouden wij wel graag willen geven. Daarom dien ik een amendement in, dat als volgt luidt. Besluit in te stemmen met het concept-PUK Oude Haagweg 4-36, als basis voor de verdere uitwerking van de plannen, van het juridisch-planologisch kader en de vervolgovereenkomst met in ieder geval een anterieur deel, met dien verstande dat de terugkeer van een levensbeschouwelijke organisatie mogelijk wordt. Er wordt daarom 700
52
m2 opgenomen met een (dubbel)bestemming maatschappelijk, waarin in ieder geval de functie religie mogelijk is. In de commissie heb ik het al gezegd: kerken maken verschil. Geef ze dan ook ruimte om verschil te maken, of mogelijkheden tot ruimte. Daarvoor is een meedenkende overheid nodig, want kerken staan vaak 1-0 achter als ze een geschikt pand vinden omdat ze vaak moeten wachten op een ontheffing of een bestemmingswijziging voordat ze een pand kunnen huren of kopen. Wat ChristenUnie/SGP betreft, gaan we een stukje harder lopen als er levensbeschouwelijke organisaties aankloppen met een geschikt pand. Daarom heb ik een motie, die medeondertekend is door collega's De Groot van het CDA, Dubbelaar van Hart voor Den Haag, Ahraui van de PvdA en Çelik van DENK. Het dictum van de motie is lang, en luidt als volgt. Verzoekt het college als maatschappelijke organisaties, waaronder levensbeschouwelijke organisaties, zonder ruimte een geschikte en voor hen betaalbare ruimte vinden, actief mee te denken om en hoe invulling te geven aan deze wens, maatschappelijke organisaties, waaronder levensbeschouwelijke organisaties, die vanwege beleidskeuzes van de gemeente niet kunnen terugkeren in nieuwbouwontwikkelingen op de plek waar zij gehuisvest zijn, actief te helpen in de zoektocht naar een andere geschikte ruimte, te onderzoeken hoe de procedure voor ontheffingen c.q.
bestemmings- of functiewijzigingen verkort en versimpeld kan worden, zodat levensbeschouwelijke organisaties niet zes weken of langer hoeven te wachten op de gemeente maar bij een geschikte ruimte zo snel mogelijk over de benodigde documentatie kunnen beschikken, in gesprek te gaan met levensbeschouwelijke organisaties zoals De Deur - waarbij zowel de gemeentelijk contactpersoon voor levensbeschouwelijke organisaties als de Dienst Stedelijke Ontwikkeling worden betrokken - over problematiek met betrekking tot huisvesting en hoe de gemeente medewerking kan verlenen aan ruimtelijke procedures, en de raad te informeren. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg wordt het volgende amendement (J.A CU/SGP) voorgesteld:
Amendement J.A CU/SGP maak terugkeer maatschappelijke functie mogelijk De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 8 mei 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Planuitwerkingskader (PUK) Oude Haagweg 4-36 (RIS321718), Besluit: ▪ in te stemmen met het concept-PUK Oude Haagweg 4-36, als basis voor de verdere uitwerking van de plannen, van het juridisch-planologisch kader en de vervolgovereenkomst met in ieder geval een anterieur deel, met dien verstande dat de terugkeer van een levensbeschouwelijke organisatie mogelijk wordt. Er wordt daarom 700 vierkante meter opgenomen met een (dubbel)bestemming maatschappelijk, waarin in ieder geval de functie religie mogelijk is. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw De Groot, de heer Dubbelaar, de heer Ahraui en de heer Çelik, wordt de volgende motie (J.1 CU/SGP) ingediend:
Motie J.1 CU/SGP zet levensbeschouwelijke organisaties niet op straat De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 8 mei 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Planuitwerkingskader (PUK) Oude Haagweg 4-36 (RIS321718), constaterende, dat: ▪ reeds zo’n 35 (internationale)kerken op zoek zijn naar ruimte in onze stad; ▪ op dit moment een kerk in het plangebied gehuisvest is; ▪ het college plannen heeft voor het realiseren van een kerkverzamelgebouw; 53
overwegende, dat: ▪ dit kerkverzamelgebouw niet de oplossing is voor alle kerken die op zoek zijn naar ruimte; ▪ traditionele kerkgebouwen vaak niet passend zijn voor (internationale)kerken en andere levensbeschouwelijke organisaties die ruimte zoeken, maar bedrijfs- en welzijnspanden wel; ▪ er weinig te huur of koop staand maatschappelijk vastgoed is waar een levensbeschouwelijke organisatie in kan c.q. mag; ▪ de gemeente vooralsnog niet meewerkt aan het toestaan van gebruik van geschikte bedrijfs- en welzijnspanden door levensbeschouwelijke organisaties en daardoor geschikte ruimte voor levensbeschouwelijke organisaties niet wordt benut; ▪ kerken en andere levensbeschouwelijke organisaties onlosmakelijk onderdeel zijn van onze stad en maatschappelijke meerwaarde hebben door bijvoorbeeld armoedebestrijding, hulp aan migranten en gratis cursussen; verzoekt het college: ▪ als maatschappelijke organisaties, waaronder levensbeschouwelijke organisaties, zonder ruimte een geschikte en voor hen betaalbare ruimte vinden, actief mee te denken om en hoe invulling te geven aan deze wens; ▪ maatschappelijke organisaties, waaronder levensbeschouwelijke organisaties, die vanwege beleidskeuzes van de gemeente niet kunnen terugkeren in nieuwbouwontwikkelingen op de plek waar zij gehuisvest zijn, actief te helpen in de zoektocht naar een andere geschikte ruimte; ▪ te onderzoeken hoe de
procedure voor ontheffingen c.q. bestemmings- of functiewijzigingen verkort en versimpeld kan worden, zodat levensbeschouwelijke organisaties niet zes weken of langer hoeven te wachten op de gemeente, maar bij een geschikte ruimte zo snel mogelijk over de benodigde documentatie kunnen beschikken; ▪ in gesprek te gaan met levensbeschouwelijke organisaties zoals De Deur - waarbij zowel de gemeentelijk contactpersoon voor levensbeschouwelijke organisaties als de Dienst Stedelijke Ontwikkeling worden betrokken - over problematiek met betrekking tot huisvesting en hoe de gemeente medewerking kan verlenen aan ruimtelijke procedures en de raad te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. Het is mooi dat we eindelijk werk maken van een verloederd stukje Den Haag. Voor de VVD staan bij deze beslissingen een paar dingen centraal. Het belangrijkste is de vraag of de ontwikkeling een verbetering is.
Kunnen bedrijven die terug willen ook terug? Hebben we ruimte voor nieuwe bedrijvigheid? En tot slot een vraag die randvoorwaardelijk is voor ons: wat vindt de buurt ervan? Ik moet concluderen dat de nieuwe gebouwen een toevoeging zijn voor de Burgemeestersbuurt, dat de Oude Haagweg er aantrekkelijker van wordt, dat bedrijven kunnen terugkeren, dat zich hier nieuwe bedrijven kunnen vestigen en dat we een flink aantal woningen toevoegen. En, heel belangrijk, de buurt ziet het zitten. Eén zaak die voor ons wel van belang is, betreft de soorten bedrijven die we in de ontwikkeling zien terugkomen. De Haagse VVD vindt dat we moeten kijken hoe we bedrijven zo veel als mogelijk kunnen laten passen bij de omgeving. Hier kunnen geen bedrijven gevestigd worden die veel overlast veroorzaken. Op bedrijventerreinen kunnen juist wel bedrijven gevestigd worden die mogelijk meer geluid of overlast in andere zin veroorzaken. Toch kunnen er bedrijven op die terreinen zitten die eigenlijk beter in bewoond gebied kunnen zitten, zoals op de Oude Haagweg. Daarom dient de heer Noorlander van D66 straks een motie in die wij mede-indienen, zodat we optimaal gebruik kunnen maken van de ruimte die we hebben voor bedrijven. Tot slot sluit ik me aan bij de vraag van de heer Dubbelaar over het bedrijf Mani. Joren Noorlander (D66). Voorzitter. D66 is voorstander van dit PUK.
Het past goed in de omgeving en voegt nieuwe, hoogwaardige bedrijfsruimten en woningen toe. Dat is dus niet alleen goed nieuws 54
voor de vele woningzoekenden in Den Haag, maar ook voor bedrijven die een nieuw onderkomen zoeken. D66 is van mening dat we Den Haag moeten helpen om een gezonde stad te zijn en een economie van de toekomst te bouwen. Dat doen we door vervuilende bedrijven die wel nodig zijn voor de stad en voor de regio naar bedrijventerreinen te verplaatsen en daar prioriteit aan te geven, waartoe ook is opgeroepen in de aangenomen motie Wie plaatsmaakt maakt aanspraak. Om genoeg ruimte op bedrijventerreinen te creëren, organiseren we een nieuw terrein en moeten we huidige terreinen beter benutten. Bedrijven die wel goed met woningen te mengen zijn, moeten kan ook een plek krijgen in de bestaande stad. Bij nieuw te ontwikkelen bedrijfsruimten, zoals op deze locatie, moeten we stimuleren dat bedrijven die onnodig op een bedrijventerrein zitten voorrang krijgen. Daarom heb ik de volgende motie, Het juiste bedrijf op de juiste plek. Die roept het college op bedrijven die op een bedrijventerrein gevestigd zijn en ook in een gemengd gebied kunnen functioneren te stimuleren om naar bedrijfsruimte buiten een bedrijventerrein te verplaatsen, bedrijven die plaatsmaken voor andere ontwikkelingen voorrang te geven op nieuw gerealiseerde bedrijfsruimten, hiervoor de beleidsmogelijkheden te onderzoeken en de raad hierover uiterlijk in Q4 2025 te informeren.
Deze motie is mede ingediend namens Rutger de Ridder van de VVD. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Bij bullet één doet D66 een oproep aan het college die mij gewoon niet helemaal duidelijk is. Kan meneer Noorlander daar iets meer over vertellen? Joren Noorlander (D66). Ja. Als we een bedrijventerrein hebben, willen we daar graag ruimte hebben voor bedrijven die vroeger in een hogere milieucategorie vielen en nu dus een grotere geluidsproductie hebben en meer overlast veroorzaken. Er zitten op bedrijventerreinen ook vaak functies waarvoor dit niet geldt, en die kunnen gewoon in de bestaande stad gemixt worden met woningen. We zouden graag willen dat we dat beter benutten. We willen die bedrijven dus een plek geven in de bestaande stad, terwijl we de overlastgevende bedrijven juist uit de woongebieden halen en een plekje geven op een bedrijventerrein. Deze motie is een oproep daartoe. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Maar dat is in de praktijk toch al geregeld, juist doordat we bedrijven categoriseren in bepaalde milieucategorieën? Dat is toch al staand beleid? Joren Noorlander (D66). Nee, want we hebben geen minimale milieucategorie op bedrijventerreinen. Het kan dus zo zijn dat er op een plek waar een heel vervuilend bedrijf mag zitten, eigenlijk een bedrijf zit dat gewoon een plek zou kunnen krijgen in de bestaande stad.
Wij willen graag stimuleren dat we tegen die bedrijven zeggen: we bouwen een mooie nieuwe bedrijfsruimte in de stad; dat is misschien een betere plek voor jou dan op een bedrijventerrein, waar ook een vervuilend bedrijf kan zitten. Vandaar dat we deze motie indienen, samen met de VVD. De voorzitter. Nog een derde maal voor de heer Dubbelaar. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik begrijp dat de VVD de motie medeondertekent. D66 en de VVD stellen nu dus voor dat we een soort branchering krijgen op bedrijventerreinen. Begrijp ik dat goed? Joren Noorlander (D66). Wij willen bedrijven graag stimuleren om naar een geschiktere locatie te gaan. Als een bedrijf dat weinig geluid of weinig geur produceert op een bedrijventerrein zit, zouden we dat bedrijf graag willen verleiden om naar een beter passende locatie te gaan. De voorzitter. Meneer De Ridder, u had nog een interruptie op de eigen motie? Rutger de Ridder (VVD). Ja. Het klopt toch, meneer Noorlander, dat dit absoluut geen dwang is? De voorzitter. Dat is eigenlijk geen interruptie, maar vooruit maar weer. Joren Noorlander (D66). Het was een vraag, en het klopt als een bus.
55
De voorzitter. Ze zijn allemaal zo creatief hier! Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Hoe zou dat stimuleren van de heer Noorlander en de heer De Ridder eruitzien? Joren Noorlander (D66). Dat we in ieder geval al beginnen met dit onder de aandacht te brengen: hé, we hebben een mooi nieuw bedrijfspand in de bestaande stad dat heel goed passend zou kunnen zijn voor jullie; zien jullie geen mogelijkheden om hiernaartoe te verhuizen? Dat zou de eerste stap kunnen zijn. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Die eerste stap, dus het onder de aandacht brengen, kan ik nog wel volgen. Maar wat zou het nog meer kunnen zijn? Zou het ook kunnen gaan om een financiële tegemoetkoming? Ik kan me namelijk voorstellen dat je op dat bedrijventerrein waar je al heel lang zit een lage huur hebt, terwijl je in de nieuwbouw ineens een hele hoge huur zou hebben. Zou daar dan ook financieel iets in moeten gebeuren? Joren Noorlander (D66). Daar voorziet deze motie nu niet in. Dit is echt een eerste stap om eens te kijken of we die schuif op gang kunnen brengen, ook om bijvoorbeeld de vervuilende bedrijven uit de stad te krijgen en plekken op bedrijventerreinen vrij te spelen. Daar zou natuurlijk best een combinatie gemaakt kunnen worden. Als we een bedrijf hebben dat vervuilender is of meer overlast geeft, zou dat naar een plek op een bedrijventerrein kunnen gaan en vice versa.
Daarin zouden combinaties gemaakt kunnen worden en daar hoeft de gemeente niet per se financieel iets aan bij te dragen, denk ik. De voorzitter. Door de heer Noorlander, daartoe gesteund door de heer De Ridder, wordt de volgende motie (J.2 D66) ingediend:
Motie J.2 D66 Het juiste bedrijf op de juiste plek De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 8 mei 2025, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Planuitwerkingskader (PUK) Oude Haagweg 4 - 36 (RIS321718). Constaterende dat: ▪ de raad eerder de motie ‘Wie plaatsmaakt maakt aanspraak’ (RIS316168) heeft aangenomen; ▪ er op bedrijventerreinen bedrijven met een lage milieucategorie nu ruimte innemen terwijl zij qua milieucategorie ook binnenstedelijk zouden passen; ▪ er binnenstedelijk ook nieuwe bedrijfsruimte wordt gerealiseerd. Overwegende dat: ▪ voor een goede en gezonde Haagse economie het juiste bedrijf op de juiste plek moet zitten; ▪ voor sommige ontwikkelingen bedrijven beter hun bedrijvigheid op een andere plek kunnen voortzetten. Roept het college op: ▪ bedrijven die op een bedrijventerrein gevestigd zijn en ook in een gemengd gebied kunnen functioneren te stimuleren om naar bedrijfsruimte buiten een bedrijventerrein te verplaatsen; ▪ bedrijven die plaatsmaken voor andere ontwikkelingen voorrang te geven op nieuw gerealiseerde bedrijfsruimten; ▪ hiervoor de beleidsmogelijkheden te onderzoeken en de raad hierover uiterlijk in Q4 2025 te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging.
56
Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. Het CDA is positief over het planuitwerkingskader voor de Oude Haagweg. Daarbij is echt geluisterd naar de wensen van bewoners. De Commissie Loosduinen en Wijkberaad Houtwijk hebben zich uitgesproken voor het plan; dat werd al gezegd. Laden en lossen verdwijnt aan de Burgemeester van der Veldestraat, en het CDA is blij dat er is nagedacht over het realiseren van genoeg voorzieningen als huisarts, sport en kinderopvang. We zijn blij met het overzicht van maatschappelijke voorzieningen en groen in het PUK zelf, maar ook met de toezegging dat het realiseren van genoeg voorzieningen ook wordt meegenomen in de Gebiedsvisie Loosduinen 2040. Dat is voor toekomstige bewoners natuurlijk ook erg belangrijk. We moeten immers niet alleen stenen stapelen voor meer woningen en bedrijfsruimten, maar ook zorgen dat het gebied leefbaar is voor huidige en toekomstige bewoners. Ten slotte hebben we tijdens de commissie uitgebreid gesproken over de behoefte aan ruimte voor maatschappelijke en religieuze organisaties. Ook ik heb gesproken met kerkgemeenschap De Deur. Vandaag sprak de heer Van Vliet ook in. Zij huren nu een ruimte op deze locatie, maar zijn ook op zoek naar een nieuwe locatie.
Het CDA vindt het belangrijk dat er genoeg ruimte is voor religieuze organisaties, voor hun activiteiten en voor al het goede werk dat ze doen voor medebewoners, zoals armoedebestrijding. Daarom dienen we samen met ChristenUnie/SGP de motie in om te zorgen dat procedures voor het vinden van een nieuwe locatie makkelijker worden en de gemeente echt meehelpt. Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. Ik kan het kort houden, want in de commissie werd al duidelijk dat mijn fractie blij is met dit PUK. We gaan woningen bij bouwen en de omgeving vergroenen en er komt kleinschalige bedrijfsruimte bij voor de maakindustrie. Dat is allemaal broodnodig in onze stad. In de commissie is het ook veel gegaan over de kerk die nu gebruikmaakt van de ruimte in de plint, waar nu andere plannen voor zijn. Mijn fractie vindt het belangrijk dat we altijd actief blijven meedenken met levensbeschouwelijke organisaties, die vaak grote moeite hebben met het vinden van geschikte huisvesting. Dat is de reden waarom ik de motie van collega's Klokkenburg en De Groot heb meegetekend. Wethouder Van Asten (D66). Voorzitter. Er werd al aan gerefereerd dat er een hoop enthousiasme is voor de plannen voor De Burgemeester. Ik denk ook dat het een mooie toevoeging is aan dit stuk Loosduinen. Er zijn vragen gesteld over de twee insprekers van vandaag namens Mani Bouwmachines en het rouwcentrum.
De eerste afspraak is natuurlijk echt een civielrechtelijke afspraak tussen twee partijen. Daar zullen wij dus wel oog op houden. Dat is de basis. Als die afspraak er ligt, kan er niets worden gedaan voordat aan die afspraak gestand wordt gedaan. Maar uiteraard willen wij ook graag via de kanalen die we hebben, waaronder het Makelpunt, meedenken of er plekken zijn in Den Haag waar een vestiging naartoe zou kunnen. Hetzelfde geldt voor het rouwcentrum. Alles wat we kunnen doen, zullen we zeker doen. We hebben daarin een inspanningsverplichting, maar we beseffen dat een stad meer is dan stenen stapelen. Daar hebben we ook functies voor nodig. Hetzelfde geldt natuurlijk voor levensbeschouwelijke organisaties. Dat gezegd hebbende, heb ik nog enkele moties en een amendement te bespreken. Ik begin met het amendement van mevrouw Klokkenburg. Gefeliciteerd overigens met uw voordracht voor de komende verkiezingen; dat moest ik nog even zeggen. Dat is het amendement Maak terugkeer maatschappelijke functie mogelijk. Dit PUK is natuurlijk opgesteld met de hele rekensom van wat er waar nodig is. We gaan flink terug in vierkante meters bedrijfsruimte. Dat hebben we gedaan met dien verstande dat wát er is, ook daadwerkelijk door bedrijven kan worden ingevuld. We hebben die werkplekken namelijk zo hard nodig in de stad.
Op basis daarvan is natuurlijk ook de parkeerbehoefte, zowel binnen als buiten, berekend. Dit amendement zet daar weer een grote streep doorheen, waardoor we die hele rekensom opnieuw zouden moeten maken. Dit is een bedrijventerrein en we moeten dat ook als zodanig beschouwen. Daarom is dit amendement niet mogelijk. We ontraden het dan ook ten sterkste. Dan uw motie, Zet levensbeschouwelijke organisaties niet op straat. Wij zetten ze ook niet op straat; laat ik dat even vooropstellen. De motie vraagt het college om te helpen en in gesprek te gaan, samen met de contactpersoon, om te kijken waar de verschillende afdelingen binnen de gemeente goed kunnen samenwerken om te zien waar mogelijkheden voor vestiging zitten en of die nog in plannen in te breiden zijn. We bouwen natuurlijk veel op verschillende locaties, zeker ook in Zuidwest. Daar 57
willen we dus zeker naar gaan kijken. U vraagt ons daarbij ook om te onderzoeken hoe de procedures voor ontheffingen sneller kunnen gaan dan binnen die zes weken. Ik ga daar graag naar kijken, maar ik geef wel de winstwaarschuwing dat dat waarschijnlijk heel lastig wordt, omdat het nou eenmaal vaste termijnen zijn. Maar we maken graag een beetje tempo, dus waar mogelijk zullen we dat doen. Met die woorden erbij kunnen we deze motie aan de raad laten. Dan heb ik nog de motie van de heer Noorlander van D66. Die gaat inderdaad verder in op de motie Wie plaatsmaakt maakt aanspraak. In een stad waarin ruimte schaars is, moet echt elk type bedrijf op de beste plek zitten, stelt de motie. Ook daarmee kunnen we uit de voeten. Ook deze motie kunnen we dus positief aan de raad laten. Als laatste wil ik graag nog het volgende zeggen. U merkt dit vast ook. In heel veel discussies die wij voeren, of dat nou in de commissie is of hier in de raad, hebben we het naar aanleiding van een casus over bijvoorbeeld de vraag hoe we omgaan met bedrijventerreinen. Nou voer ik die discussie graag, maar u voert die discussie - wat mag er wel en niet op een bedrijventerrein? - ook regelmatig met collega Bruines. U kiest daarin een koers en u wilt dat vervolgens bij een plan zoals we dat hier hebben, eigenlijk weer aanpassen omdat er toevallig al een nuttig of sympathiek initiatief gevestigd is.
Ik zou wel graag de oproep willen doen om goed te kijken waar nou welk debat thuishoort. Hetzelfde geldt voor de plaatsing van maatschappelijke en culturele organisaties; u herinnert zich de discussie omtrent Mariahoeve. Ik zou ertoe willen oproepen om daar echt een goed en stevig kader voor te maken, waarbij we de vraag in ons achterhoofd houden: wacht even, wat is er nu op bedrijventerreinen gevestigd? Want ja, er zitten op de huidige bedrijventerreinen inderdaad ook sportscholen of danslessen, bijvoorbeeld op ZKD. U hoorde de voorbeelden daarvan. Die hebben we daar liever niet, tenzij we daar een modus in kunnen gaan vinden waardoor er bijvoorbeeld een extra verdieping op wordt gebouwd waar we misschien nog een functie kunnen hebben. Maar nogmaals, dat soort debatten moeten we echt voeren als we het hebben over de huisvesting van culturele organisaties. Hoe gaan we om met bedrijventerreinen et cetera? Dat zou het volgens mij makkelijker maken om vervolgens de plannen die dan doorsijpelen op plotniveau, beter te kunnen bespreken. Rutger de Ridder (VVD). Op zich ben ik het wel eens met wat de wethouder zegt, alleen is het natuurlijk wel ingewikkeld. Als we dan denken dat we het allemaal goed hebben geregeld komen we, als we eenmaal bij het PUK, het plot komen, toch tot de conclusie dat er initiatieven zijn die dan misschien toch geen ruimte krijgen.
Hoe gaan we daar dan mee om? We hebben er dan immers eerder al over gesproken en beleid vastgesteld, maar komen toch in de situatie waarin een bepaalde organisatie geen plek meer krijgt. Wethouder Van Asten (D66). Ja, maar ik kan me niet voorstellen dat tijdens de bespreking van de bedrijventerreinenstrategie is gesproken over de vraag hoe we levensbeschouwelijke organisaties een plek geven op een bedrijventerrein, terwijl daar toch best wat vestigingen zijn. Wellicht is het dus een idee om nog eens een inventarisatie te maken van wat er nu gevestigd is op een bedrijventerrein dat er op basis van het feit dat het geen bedrijf is, niet gevestigd zou moeten zijn, maar waarvan we wel zeggen: oké, als het niet daar kan, waar dan wel? En hoe gaan we daarmee om? Rutger de Ridder (VVD). Op zich ben ik dat ook wel weer eens met de wethouder, maar als we het over de bedrijventerreinenstrategie hebben, hebben we het inderdaad over ZKD. Ik denk niet dat we dan allemaal denken aan de Oude Haagweg. Dus dat is natuurlijk wel een risico. Wethouder Van Asten (D66). Ik ken deze raad als een raad die altijd zeer goed doordacht te werk gaat en dus geen bedrijventerrein over zal slaan. En zeker de heer De Ridder niet! Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ik kan dit verhaal van de wethouder natuurlijk ook wel enigszins volgen.
Tegelijkertijd hebben we richtinggevende normen vastgesteld, en mochten daaronder geen normen voor religie worden vastgesteld. Daarvoor geldt namelijk alleen een nadenkplicht. Ik heb daar toen een motie over ingediend, die nog niet is afgedaan. Bij dezen dus het verzoek om dat te doen. Maar er geldt dus alleen een nadenkplicht, en die komt dus never nooit terug in plannen, omdat er dan blijkbaar is nagedacht en het niet is toegepast. Op het moment dat er plek voor religie is, vraag ik hier daarom aandacht voor. Goede plekken zijn gewoon schaars in de stad. 58
Daarom ben ik benieuwd hoe de wethouder naar dat punt kijkt. We hebben het namelijk wel over bedrijventerreinen, maar niet over religieuze terreinen. Wethouder Van Asten (D66). Ik probeer me even voor te stellen hoe ik een religieus terrein op de schaal van ZKD zou moeten zien. Ik zal even snel kijken naar de afdoening van die motie, want die is inderdaad al een tijd geleden ingediend. Volgens mij hebben we toen het debat daarover ook gevoerd. Het is lastig om te bepalen welke ruimte je nou precies moet vrijhouden voor welke instanties of gezindten, ook in de wetenschap dat de leegstaande oudere panden op bedrijventerreinen die nu nog vaak huisvesting bieden aan dit soort organisaties, langzaam in een groeiende stad worden opgeslokt. Ik denk dat we daar nog eens heel goed extra over moeten nadenken. Naar aanleiding van die motie zullen we daar dus nog even goed over komen te spreken. Wij vinden als college ook dat het echt een plek verdient. Het is lastig, maar dat ontslaat ons niet van de plek om er wel goed rekenschap van te geven en dus te kijken waar er een plek kan komen. Naar aanleiding van deze motie gaan we daar dus in ieder geval snel mee aan de slag. Die zullen we ook snel afdoen - dat is een belofte vanaf deze plek - maar we zullen daar de nadenkplicht ook snel bij doen. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. Ik zie dat we nog wel eventjes de tijd hebben.
Laten we dus gewoon met frisse moed doorgaan naar agendapunt K, het voorstel van het college inzake Ontwikkelvisie Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West.
Aan de orde is: K. Voorstel van het college inzake Ontwikkelvisie Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West (RIS321791). De beraadslaging wordt geopend. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Dat gaat wel heel snel. Ik was nog lekker druk bezig met alle stukken. Ja, nu nog, tot het laatste moment! Er staan echt veel stukken op de agenda. Ik zal ze niet allemaal voorlezen. Op 10 januari 2024 spraken wij in de commissie over het kwaliteitsplan Central Innovation District met RIS-nummer 314594. In die vergadering heb ik aandacht gevraagd voor het Schenkviaduct. Maarten Brakema van Omroep West heeft daar toen nog een artikel over geschreven. Dat raadsvoorstel is vervolgens op 15 februari behandeld in de raadsvergadering en geamendeerd aangenomen. Mijn amendement Haagse visie op automobiliteit, met RIS-nummer 318091, werd aangenomen. De kern hiervan was om een besluit toe te voegen aan het raadsvoorstel met de volgende tekst: 'De binnenstedelijke verdichting in het gehele CID-gebied trekt veel bezoekers. In de verdere ontwikkeling van het gebied dient ook rekening gehouden te worden met de positie van de auto. De Haagse visie op automobiliteit zou hiervoor vastgesteld moeten worden.' Waar blijft dan die Netwerkstrategie CID-Binckhorst? Die is inmiddels gepubliceerd - heel goed - maar leest u mijn aangenomen amendement nog eens na, want de strategie is nog niet vastgesteld.
De Netwerkstrategie 2040 voor heel Den Haag, met RIS-nummer 321330, werd onlangs ook gepresenteerd, door wethouder Kapteijns, maar hierin staat niks over de toekomst van het Schenkviaduct. In de ontwikkelvisie wel, maar in die netwerkstrategie wordt het viaduct één keer genoemd in de algemene visie. En nu lees ik dat er een looproute komt over het Schenkviaduct. Daar gaat gewoon heel veel mis; dat blijkt wel. Daarom heb ik een motie gemaakt om onderzoek te doen naar het in ieder geval op termijn vervangen van het Schenkviaduct door een tunnel. Ik denk dat het Bezuidenhout daar veel mooier van wordt. Ik heb daarom de motie Maak van Schenkviaduct een tunnel. Die verzoekt het college een haalbaarheidsonderzoek te doen naar de realisatie van een ondergrondse verbinding tussen de centrumring van Den Haag en het Bezuidenhout en de raad hierover te informeren. Deze motie wordt mede ingediend door de heer De Ridder van de
59
VVD, mevrouw De Groot van het CDA, de heer Kaptheijns van de PVV en de heer Etalle van Forum voor Democratie. De voorzitter. Door de heer Dubbelaar, daartoe gesteund door de heer De Ridder, mevrouw De Groot, de heer Kaptheijns en de heer Etalle, wordt de volgende motie (K.1 HvDH) ingediend:
Motie K.1 HvDH Maak van Schenkviaduct een tunnel De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 8 mei 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Ontwikkelvisie Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West (RIS321791). Constaterende, dat: ▪ in de Ontwikkelvisie staat dat wordt bekeken of het Schenkviaduct en het Prins Bernardviaduct op termijn versmald kunnen worden naar 2 keer 1 rijbaan; ▪ het Schenkviaduct, gebouwd in 1939, is volgens een studie uit 2015 technisch nog bruikbaar tot circa 2040. Overwegende, dat: ▪ in het MIRT-onderzoek Bereikbaarheid Rotterdam-Den Haag, waaraan twee jaar is gewerkt door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), Provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam en gemeente Den Haag, staat dat het Schenkviaduct in Den Haag moet worden vervangen door een tunnel; ▪ Den Haag snel groeit, met plannen voor 35.000 nieuwe woningen in de Binckhorst en het Central Innovation District (CID) tegen 2040. Van mening, dat: ▪ ondertunneling van het Schenkviaduct zorgt voor een verbetering van de bereikbaarheid en geeft de leefbaarheid in de Rivierenbuurt een enorme impuls door vermindering van uitlaatgassen en geluidsoverlast.
Verzoekt het college: ▪ een haalbaarheidsonderzoek te doen naar de realisatie van een ondergrondse verbinding tussen de centrumring van Den Haag en het Bezuidenhout en de raad hierover te informeren. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. De SP heeft eerder via een aangenomen motie gezegd geen fata morgana boven de Utrechtsebaan te willen. Hierbij verwijs ik naar het buitengewoon kostbare en risicovolle plan voor een Utrechtsebaanpark, een prachtig maar ook nog buitengewoon ongewis vergezicht. Daarom was de SP ook wat teleurgesteld dat de ontwikkelvisie het Utrechtsebaanpark presenteert als een realistisch plan, zonder kritische kanttekening. Zeker als zo'n document wordt voorgelegd aan bewoners loop je het risico dat er valse verwachtingen worden gewekt. Daarom pleit de SP in lijn met de eerder aangenomen motie voor een realistischer verhaal in de ontwikkelvisie, en heb ik het amendement Ook geen fata morgana in de ontwikkelvisie. Om te zorgen dat ik hier morgen niet nog steeds sta, ga ik proberen samen te vatten wat het amendement doet. Op pagina 8 wordt twee keer de zinsnede 'Over de haalbaarheid van de overkapping zijn nog veel bouwkundige, financiële en andere onzekerheden.' toegevoegd.
En op pagina 44 wordt een zinsnede geschrapt, en wordt toegevoegd: 'Over de haalbaarheid van de overkapping over de Utrechtsebaan, hoe die eruit zou komen te zien en wanneer die gerealiseerd zou worden.' Dit amendement is mede ingediend door mevrouw Klokkenburg van ChristenUnie/SGP.
60
Rutger de Ridder (VVD). Ik ben benieuwd of mevrouw Arp mij kan vertellen dat dit zo'n Utrechtsebaanpark niet onmogelijk zou maken in de toekomst. Lesley Arp (SP). Ik denk dat eerlijk communiceren over bepaalde risico's een ontwikkeling niet per definitie onmogelijk maakt. Ik kan me heel goed voorstellen dat een college zegt: wij vinden het vanuit de leefkwaliteit, het groen, wellicht de luchtkwaliteit en de verblijfskwaliteit een wenselijk iets. Tegelijkertijd vind ik met het oog op eerdere ervaringen met projecten en tunnelvisie dat we mensen niet, al dan niet per ongeluk, een rad voor ogen moeten draaien. Rutger de Ridder (VVD). Dat is goed om te horen. Klopt dan ook mijn conclusie dat u eigenlijk wilt dat áls we dit zouden doen en we het nodig zouden hebben voor woningbouw, we zouden zeggen: eerst dat park en dan pas bouwen? Lesley Arp (SP). Ja, en laat er toevallig net een motie aankomen die dat signaal ook duidelijk wil meegeven aan het college. Het is net alsof we dit ingestudeerd hebben! Verder ligt aan onze twijfel over het Utrechtsebaanpark geen achterdocht ten grondslag, maar een recente ervaring. Dan heb ik het natuurlijk over het debacle met de overkapping aan de Grotiusplaats.
Het pijnpunt was hierbij dat de raad voor het blok was gezet om deze peperdure overkapping te steunen omdat de bouwplannen die hiervan afhankelijk waren met toestemming van een eerder college al uit de grond waren gestampt en de woningen inmiddels bewoond werden. De SP wil nooit meer op deze manier in een duur infrastructureel project gerommeld worden. Let wel, het Utrechtsebaanpark zal vele malen duurder en complexer zijn dan de overkapping aan de Grotiusplaats. Daarom heb ik de motie Geen Grotiusplaats 2.0, waarvan het dictum als volgt luidt. Verzoekt het college geen actieve medewerking te verlenen aan bouwplannen waarvoor de realisatie van het Utrechtsebaanpark randvoorwaardelijk is om te kunnen voldoen aan de normen voor groen, geluid en/of luchtkwaliteit, in ieder geval zolang er geen duidelijkheid is over de (milieu)technische, verkeerskundige en financiële haalbaarheid. Deze motie wordt mede ingediend door mevrouw Klokkenburg van ChristenUnie/SGP, de heer Ahraui van de Partij van de Arbeid en mevrouw Bos van GroenLinks. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Wat er precies is misgegaan bij de Grotiusplaats, kunnen we hier niet in een paar zinnen samenvatten, denk ik. Maar over uw motie zou ik het volgende willen weten. Wat bedoelt u nu precies met 'actieve medewerking'? De voorzitter. 'Wat bedoelt mevrouw Arp …' Lesley Arp (SP).
Het eerste waaraan ik zeker denk, is dat het college geen anterieure overeenkomsten of intentieovereenkomsten moet sluiten rond dat soort bouwplannen. Ik weet bijvoorbeeld dat het specifieke college rond The Roofs, dus de Grotiustorens, ooit een intentieovereenkomst heeft gesloten waarin ook stond dat die overkapping er op een gegeven moment bij zou komen, en dat dat eigenlijk een van de bronnen was van alle ellende die later zou komen. Dit is dus ook een signaal dat ik wil afgeven aan het college om niet alvast met intentieovereenkomsten aan de slag te gaan. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Nee, ik ben het met mevrouw Arp eens dat het sluiten van die overeenkomst destijds een hele grote fout is geweest en dat dat niet meer mag plaatsvinden. Alleen zie ik 'actieve medewerking' veel verder gaan. We hebben in het stadhuis ook afdelingen, zoals het HIT, die actief meedenken met ontwikkelaars over de vraag of een plan op een bepaalde manier kan landen in onze stad en dus ook een toevoeging zou kunnen zijn. Maar ik begrijp dat als we uw motie steunen, ook dat soort actieve meewerkgedachtes van ambtenarenafdelingen niet meer kunnen plaatsvinden. Dat zou ik jammer vinden. Lesley Arp (SP). Ik moet zeggen dat ik over deze motie ook het nodige contact heb gehad met de overkant, zoals ze dat hier noemen. Ik had eerder ook een amendement.
Kijk, wat ik bijvoorbeeld wél zou snappen, is het volgende. Als jij een vergunningaanvraag indient, kunnen wij als gemeente natuurlijk niet doen alsof die vergunningaanvraag nooit is aangekomen. We zullen daar volgens de normale procedures een reactie op moeten geven. Tegelijkertijd zou ik in het voorbeeld dat de heer 61
Dubbelaar noemt, van het HIT, hopen dat als zo'n aanvraag bij het HIT komt, het HIT zegt: sorry, wij hebben richting de raad gezegd dat we eerst nog wat onderzoeken gaan afwikkelen en tot die tijd doen we even rustig aan met dit project. De voorzitter. Dubbelaar, voor de derde maal. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Ik wil ernaartoe dat het sluiten van een overeenkomst iets anders is dan meedenken met een ontwikkelaar. Als ik de motie zo moet lezen dat we dat al niet meer gaan doen, zou ik mijn fractie willen adviseren om tegen deze motie te stemmen. Begrijpt u waar ik naartoe wil? Lesley Arp (SP). Ik zeg ook niet dat het HIT niet mag reageren, maar ik hoop dat het HIT dan naar aanleiding van deze motie reageert met: we hebben met de raad afgesproken dat er eerst nog wat onderzoeken worden afgewikkeld, dus wij vinden het niet handig om nu al heel creatief mee te denken. Ik denk dat dat verstandig is. Wat betreft het HIT herinner ik me ook een eerdere situatie met een hotel, waarin het HIT ook al creatief had meegedacht terwijl dat niet helemaal binnen onze kaders paste. Dat werd dan later ook helemaal een onderwerp van gesprek hier in de raad. Ik zou dus ook tegen het HIT willen zeggen: pas op de plaats wat dat betreft zolang die onderzoeken er nog niet liggen. Wellicht komen ze op enig moment. Rutger de Ridder (VVD).
Dit ging er toch ook over dat het Utrechtsebaanpark niet randvoorwaardelijk mocht zijn? Dat geldt hier toch ook? Maar als dat niet randvoorwaardelijk is, kan het HIT toch prima meewerken? Ja, oké. Lesley Arp (SP). Ja, dat klopt. Dat staat ook duidelijk in de motie: projecten die randvoorwaardelijk zijn voor het behalen van bepaalde normen voor groen, gezondheid en geluid. Rutger de Ridder (VVD). En stel nou - ik hou daar helemaal niet van, maar toch - dat een ontwikkelaar bij het HIT komt en zegt: ja, maar ik ga dat park bouwen. Kan het dan wel? Lesley Arp (SP). Ik zou het een hele bijzondere situatie vinden als een ontwikkelaar via het kostenverhaal zou zeggen dat hij minimaal € 300 mln. heeft om een park te bouwen. Ik denk dat de wethouder dan zijn handjes dichtknijpt! Ik ga niet voor dat scenario liggen, maar ik ben echt benieuwd wat voor ontwikkelaar dat zou zijn. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg, wordt het volgende amendement (K.B SP) voorgesteld:
Amendement K.B SP Ook geen fata morgana in de ontwikkelvisie De raad van de gemeente Den Haag in vergadering bijeen op 8 mei, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Ontwikkelvisie Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West (RIS321791), Besluit om na dictumpunt I het volgende dictumpunt toe te voegen: • de tekst van de Ontwikkelvisie Beatrixkwartier Bezuidenhout-West (RIS321791) als volgt te wijzigen: o op pagina 8: “Langs de François Valentijnstraat kan een groot aantal woningen worden toegevoegd. De huidige woningen zijn nog lang niet afgeschreven, met uitzondering van het hoekgebouw nummer 250. Het is voor de eigenaar onmogelijk deze voorraad op te geven. Pas in een volgend decennium zal het mogelijk opportuun worden deze verdichtingskans nader uit te werken. Deze is gekoppeld aan de overkapping van de Utrechtsebaan waar de benodigde sport-, speel- en beweegplekken gerealiseerd kunnen worden. Over de haalbaarheid van de overkapping zijn nog veel bouwkundige, financiële en andere onzekerheden.” 62
o
o
op pagina 8: “Het overkluizen van het noordelijke deel van de Utrechtsebaan biedt kansen om de twee wijken beter met elkaar te verbinden. De bebouwing aan weerszijden van de Utrechtsebaan kent openingen waardoor de groene overkapping de twee wijken met elkaar kan verbinden. Over de haalbaarheid van de overkapping zijn nog veel bouwkundige, financiële en andere onzekerheden.” op pagina 44: “Bij het opstellen van de Ontwikkelvisie Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West zijn er nog veel onzekerheden. Bijvoorbeeld hoe de overkapping over de Utrechtsebaan eruit gaat zien en wanneer die gerealiseerd wordt over de haalbaarheid van de overkapping over de Utrechtsebaan, hoe die eruit zou komen te zien en wanneer die gerealiseerd zou worden. En hoe BezuidenhoutWest op termijn vernieuwd gaat worden. De Ontwikkelvisie heeft veel raakvlakken met aangrenzende (deel)projecten en onderzoeken. In de Ontwikkelvisie gaan we uit van de onderstaande status van de aangrenzende en overlappende (deel)projecten.”
Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door mevrouw Klokkenburg, de heer Ahraui en mevrouw Bos, wordt de volgende motie (K.6 SP) ingediend:
Motie K.6 SP Geen Grotiusplaats 2.0 De raad van de gemeente Den Haag in vergadering bijeen op 8 mei, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Ontwikkelvisie Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West (RIS321791). Constaterende dat: • er in het verleden voor gekozen is om te starten met de bouw van woontorens The Roofs aan het Maria Stuartplein nog voordat de overkapping van de Utrechtsebaan ter hoogte van de Grotiusplaats was aangelegd; • deze overkapping noodzakelijk was om te waarborgen dat alle appartementen bewoonbaar zijn binnen de wettelijke geluidsnormen; • de gemeente afspraken was aangegaan over de realisatie van deze bouwplannen waardoor het raad zich gedwongen voelde in te stemmen met de overkapping om juridische claims richting de gemeente te voorkomen en te zorgen dat wettelijke normen worden gehaald; • de bouw van de overkapping fors hogere kosten met zich mee brengt dan aanvankelijk voorgespiegeld (38 miljoen in plaats van 5,6 miljoen).
Overwegende dat: • er zorgen zijn dat andere ontwikkelingen liggend rondom de Utrechtsebaan, zoals nieuwbouw aan de François Valentijnstraat waar volgens het college herontwikkeling van het hoekgebouw op korte termijn mogelijk zou zijn, tot soortgelijke situaties kunnen leiden; • dergelijke situaties in de toekomst voorkomen moeten worden; • het sowieso belangrijk is om niet vooruit te lopen op de ontwikkeling van het Utrechtsebaanpark door al actief mee te werken aan woningbouwplannen die afhankelijk zijn van de overkapping; • de gemeenteraad de vrijheid moet hebben om af te wijken van het plan voor een Utrechtsebaanpark, mocht op basis van onderzoeken blijken dat dit plan qua kosten en complexiteit te veel haken en ogen kent. Verzoekt het college: • geen actieve medewerking te verlenen aan bouwplannen waarvoor de realisatie van het Utrechtsebaanpark randvoorwaardelijk is om te kunnen voldoen aan de normen voor groen, geluid en/of luchtkwaliteit, in ieder geval zolang er nog geen duidelijkheid is over de (milieu)technische, verkeerskundige en financiële haalbaarheid. 63
En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. De VVD-fractie heeft een klein beetje moeite met deze ontwikkelvisie. Een deel van deze ontwikkelvisie is best heel goed. Dat gaat bijvoorbeeld over de Beatrixlaan. Een aantal delen van deze ontwikkelvisie zijn ook niet goed. Wij geloven namelijk niet dat bijvoorbeeld Bezuidenhout-West an sich heel erg het behouden waard is. Dat zijn woningen. De woningen zijn op zich nog wel goed, maar je zou juist moeten nadenken over de toekomst: wat kun je doen met dat Bezuidenhout-Westgebied? Dat kan omhoog. Het is hypercentraal georganiseerd en zit dicht op de treinen. Dit verhaal van de VVD is ook niet nieuw. Wij zitten hier dus een beetje mee in de maag, want ook wordt het Schenkviaduct afgewaardeerd en wordt het Prins Bernardviaduct afgeschaald. Dat is natuurlijk ook voor de bereikbaarheid van delen van de stad heel vervelend, en dat komt weer terug in dit gebied. Wij twijfelen daar dus nog heel erg over. Ook het park over de Utrechtsebaan is voor ons een risico. Mevrouw Arp heeft daar zonet goede dingen over gezegd. En tot slot - daar heb ik een motie over - is de parkeeroplossing van de Monarch IV gepland in de J.P. Coenstraat, en dat is wat ons betreft echt onverstandig. Je zou juist moeten zorgen dat die op de Prinses Beatrixlaan komt.
Daarom heb ik de motie Monarch IV parkeeroplossing via bestaande inrit. Die luidt als volgt. Van mening dat het vanuit oogpunt van verkeersveiligheid onwenselijk is om in de Jan Pietersz. Coenstraat een nieuwe garage-in- en uitgang te realiseren, verzoekt het college de wens van de raad uit te voeren om in de Jan Pietersz. Coenstraat geen nieuwe in- en uitgang van een parkeergarage toe te staan, zo snel mogelijk, en uiterlijk voor het zomerreces, in gesprek te gaan met het Rijksvastgoedbedrijf en andere betrokken partijen om de bestaande in- en uitgang aan de Prinses Beatrixlaan permanent te maken voor de parkeergarage van Monarch I t/m IV, en de raad vóór het zomerreces te informeren over de uitkomsten van dit overleg. Deze motie dien in samen in met mevrouw Klokkenburg van ChristenUnie/SGP. Joren Noorlander (D66). Ik kan de VVD best wel volgen met de motie over de in- en uitrit, maar in het huidige omgevingsplan zijn er mogelijkheden om de uitrit te verplaatsen naar de andere kant. Hoe kijkt de VVD daar dan tegen aan? Rutger de Ridder (VVD). Het gaat mij erom dat we gewoon - hoewel je altijd moet uitkijken met 'gewoon' - in dat gesprek met het RVB gaan proberen om die ingang gewoon te verplaatsen naar de andere kant. Ik denk dat daar echt wel ruimte voor is.
Ik hoorde de wethouder daar in het commissiedebat op zich wel iets voor voelen, maar ik vond hem nog niet zo stevig, vandaar de motie. De voorzitter. Door de heer De Ridder wordt de volgende motie (K.2 VVD) ingediend:
Motie K.2 VVD Monarch IV: parkeeroplossing via bestaande inrit De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 8 mei 2025, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Ontwikkelvisie Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West (RIS321797). Constaterende dat: - op de hoek van de Prinses Beatrixlaan en de Jan Pietersz. Coenstraat in Bezuidenhout-West het Rijksvastgoedbedrijf een nieuw kantoorgebouw (Monarch IV) ontwikkelt; - de in- en uitgang van de bijbehorende parkeergarage is gepland aan de Jan Pietersz. Coenstraat; - in deze straat al vijf in- of uitgangen van parkeergarages zijn; - Monarch I, II en III beschikken over een gezamenlijke parkeergarage met een bestaande in- en uitgang aan de Prinses Beatrixlaan; - de bouw van Monarch IV nog niet is gestart en het ontwerp volgens het Rijksvastgoedbedrijf vanaf het vierde kwartaal van 2025 verder wordt uitgewerkt. 64
Overwegende dat: - een extra in- en uitgang in de Jan Pietersz. Coenstraat de verkeerssituatie onoverzichtelijker en onveiliger maakt; - de huidige projectfase nog ruimte biedt om de locatie van de in- en uitgang aan te passen. Van mening dat: - het vanuit oogpunt van verkeersveiligheid onwenselijk is om in de Jan Pietersz. Coenstraat een nieuwe garage-in- en uitgang te realiseren. Verzoekt het college: - de wens van de raad uit te voeren om in de Jan Pietersz. Coenstraat geen nieuwe in- en uitgang van een parkeergarage toe te staan; - zo snel mogelijk, en uiterlijk voor het zomerreces, in gesprek te gaan met het Rijksvastgoedbedrijf en andere betrokken partijen om de bestaande in- en uitgang aan de Prinses Beatrixlaan permanent te maken voor de parkeergarage van Monarch I t/m IV; - de raad vóór het zomerreces te informeren over de uitkomsten van dit overleg. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Joren Noorlander (D66). Voorzitter. D66 is een partij die mensen de vrijheid wil geven om het beste uit zichzelf te halen en om zichzelf te ontwikkelen en kansen te pakken die zich aandienen. Dat kan alleen als de basis op orde is. Ik noem goed onderwijs, een baan en een passende woning. Dat laatste, een passende woning, is niet vanzelfsprekend.
De woningnood is hoog en wij zijn of kennen allemaal iemand die op zoek is naar een woning. In deze ontwikkelvisie is de ambitie drastisch verlaagd van 3.000 woningen naar 1.850 woningen. Dat betekent dat er hier voor 2.000 woningzoekenden geen passende woning meer bij komt. Wij vinden dat in deze tijden van woningnood niet te verkopen. Daarom komen wij met een motie met de titel 'Behoud de ambitie'. Deze motie roept het college op het aantal van 1.850 woningen zoals genoemd in de ontwikkelvisie niet als een strikt maximum te hanteren. Daarnaast is het belangrijk dat wij onze economie de ruimte geven om te groeien. Wij willen niet alleen de ANWB en het Rijk aan onze stad binden, want het Beatrixkwartier en BezuidenhoutWest zouden ook voor andere bedrijven een mooie locatie kunnen zijn. In deze ontwikkelvisie wordt voor 90% voldaan aan de ruimte voor kantoren, zoals eerder vastgesteld. D66 houdt graag de volledige ambitie overeind. Daarom heb ik een motie met de titel 'Den Haag houdt ruimte voor nieuwe bedrijven'. Daarin wordt het college opgeroepen om de ambitie voor het aantal m2 bvo kantoren, zoals gesteld in de Structuurvisie CID, in de Ontwikkelvisie Beatrixkwartier en Bezuidenhout-West te hanteren als maximumaantal m2 kantoren. Al met al vinden wij dit een goede ontwikkelvisie, maar de ambitie mag wat ons betreft niet verlaagd worden. Hinke de Groot (CDA).