CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322469 Bijlage 3 Omgevingseffectrapport en Passende Beoordeling van globale aard

Gemeenteraad 18 september 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469)36.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Tijdens deze bijenkomsten zijn bij de mensen die in Den Haag wonen en werken gepeild hoe belangrijk de ambities voor hen zijn. De gemeente was benieuwd naar de verschillen per doelgroep (jongeren, ouderen, studenten en ondernemers). En of de ambities ook nog per wijk verschillen.

54 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Afbeelding 3.2 De Haagse mixer

De Haagse mixer is een schuifpaneel waarop de ambities uit de Omgevingsvisie kort en praktisch zijn beschreven. Deelnemers konden zelf met de schuifjes aangeven welke ambities zij het belangrijkst vinden voor Den Haag. In de gesprekken is doorgevraagd naar de achterliggende keuzes voor de ambities. Op deze manier is veel informatie opgehaald over de belangrijkste onderwerpen en uitdagingen per doelgroep en stadsdeel.

3.1.2

Uitgangspunten voor alle situaties

Het maken van onderscheidende alternatieven is belangrijk om tot onderscheidende effecten te komen. Om daarbij zoveel mogelijk oog te hebben voor een waarschijnlijke toekomst, op basis van robuuste trends, zijn een aantal uitgangspunten opgesteld die gelden in alle alternatieven. Uiteraard zijn er variaties te benoemen in ambitieniveau of te verwachten effecten op sociaal en milieugebied. Groei van de stad (en regio) Op basis van de autonome ontwikkeling wordt er de komende decennia uitgegaan van een groei van de bevolking. Krimp of een bevolkingsstabilisatie-scenario is niet aan de orde. Maatschappelijke voorzieningen groeien mee In alle alternatieven groeien maatschappelijke voorzieningen in gelijke tred mee met de bevolkingsgroei. Er zullen wel verschillen te zien zijn in geografische spreiding en in urgentie per stadsdeel. Mobiliteitstransitie De keuze voor een mobiliteitstransitie is een robuuste. In ieder alternatief komt dit terug. Er zijn variaties mogelijk in ambitieniveau (lightrail of hoogwaardige busverbinding bijvoorbeeld) en tempo van deze gewenste transitie.

55 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Verdichten rondom grote (OV) knooppunten De zone Oude Lijn met de daaraan gekoppelde OV-knooppunten is in ieder alternatief de plek waar hoogstedelijke ontwikkeling is voorzien. Zeespiegelstijging De stijging van de zeespiegel wordt beschouwd als autonome ontwikkeling. In alle alternatieven nemen we dit als gegeven. Per alternatief zullen er wel verschillende antwoorden mogelijk zijn voor adaptatie met daarbij passende, en onderscheidende oplossingsrichtingen. Aandacht voor buitenruimte en ondergrond Het gebruik en de inrichting van de buitenruimte zal de komende decennia flink veranderen. Dit komt door veranderingen in de economie, de mobiliteit en verdichting in delen van de stad. De positie van de auto verandert en nieuwe ruimtevragen voor lopen, fietsen, OV, sport en spel zullen nadrukkelijker een plek krijgen. Ook zal de ondergrond steeds intensiever gebruikt worden. Aandacht voor de kwaliteit van de openbare ruimte en het slim en zorgvuldig omgaan met de schaarse ruimte in de boven- en ondergrond zijn uitgangspunten die van toepassing zijn in ieder alternatief.

56 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

3.1.3

Alternatief 1 - Compacte woonstad

Afbeelding 3.3 Visiekaart Compacte woonstad

57 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Afbeelding 3.4 Doorsnede Compacte woonstad - huidige situatie

Afbeelding 3.5 Doorsnede Compacte woonstad - situatie 2050

58 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Essentie In de Compacte woonstad staat een (hoog-) stedelijke intensivering centraal, op die plekken waar goede OVverbindingen zijn. Dit gaat zowel over de zones langs hoogwaardig openbaar vervoerverbindingen, als de knooppunten. De spoorlijn Leiden-Dordrecht (Oude Lijn) vormt de backbone van de stedelijke intensivering in Den Haag. Langs deze Oude Lijn ontstaan hoogstedelijke gemengde omgevingen met divers ruimtelijk programma, goed verbonden met de rest van de stad en de regio. De Compacte woonstad draagt nadrukkelijk bij aan regionale metropoolvorming. Dat gebeurt door te investeren in stedelijk en centrumstedelijk wonen en werken, excellent bereikbaar door de gerealiseerde Schaalsprong OV. Sturingsfilosofie Samenwerking met de markt is essentieel om gezamenlijk te sturen op de plekken waar we als gemeente stedelijke intensivering wensen, namelijk op en nabij de HOV-lijnen en de knooppunten. We geven ruimte aan de markt om het ruimtelijk programma te ontwikkelen, dat past binnen de uitgangspunten van de Compacte woonstad. Als gemeente zorgen we ook voor een actieve samenwerking met Rijkspartijen en spoor- en railpartijen waarbij we uitvoering geven aan de gestelde ambities voor de Schaalsprong OV. Dat betekent investeren in hoogwaardig frequent openbaar vervoer met lightrailkwaliteit.

Ook stimuleren we campusontwikkeling waarbij we ruimte geven aan (internationale) onderwijs- en kennisinstellingen. Er ligt een gezamenlijke opgave om te investeren in de kwaliteit van de openbare ruimte. Beheerskosten zijn daarbij niet alleen voor de gemeente, maar worden ook gedragen door private partijen.

Afbeelding 3.6 Sturingsfilosofie alternatief 1

Wonen en voorzieningen Het aantal kleine huishoudens zal de komende decennia verder toenemen in Den Haag. Gezien de woonwensen van een groot deel van deze groep ligt de uitbreidingsbehoefte in Den Haag met name in appartementenbouw in hoogstedelijk- en centrum-stedelijke woonmilieus. De regionale nieuwbouwbehoefte aan groenstedelijke (woon)milieus worden vooral buiten Den Haag gerealiseerd.

59 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Afbeelding 3.7 Verdichting wonen en werken alternatief 1

60 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Afbeelding 3.8 Voorzieningen alternatief 1

De binnenstedelijke verdichting vindt met name plaats in de zone Oude Lijn (waaronder de 3 grote ontwikkelingsgebieden CID, Binckhorst en Zuidwest), waar gemengde stedelijke woon-werk gebieden ontstaan. Tot en met 2050 is er in het CID ruimte voor het toevoegen van ongeveer 25.000 hoogwaardige nieuwbouwwoningen. Dit is de plek waar wooncarrières beginnen, maar ook ruimte is voor een vervolgstap in die wooncarrière. Ook wordt geïnvesteerd in Beach City, de stedelijke kustzone. Dat doen we als gemeente door het intensiveren van het toeristisch programma en wonen, de ontwikkeling van de Scheveningse Haven en de bereikbaarheid van de kust. In de Compacte woonstad zal de Scheveningse Haven op termijn worden gesloten vanwege de zeespiegelstijging. Door deze sluiting ontstaat extra ontwikkelruimte voor woningbouw en passende economische voorzieningen. Via de Koningscorridor wordt Beach City verbonden met de stad en de regio. In dit alternatief kiezen we als gemeente bewust voor gebieden met (gewenste) reuring en rust. Door de verdichting van de stad te concentreren in de zone Oude Lijn, zone Koningscorridor en Scheveningen, voorkomen we dat de hele stad radicaal op de schop moet of wordt verdicht op een sluipende, rommelige manier. Met deze focus kiezen we ervoor dat grootschalige verdichting in beschermde stadsgezichten niet aan de orde is.

Dit betekent overigens niet dat er in de rest van de stad niets gebeurt. Hier wordt er meer kleinschalig wonen toegevoegd via nieuwbouw en verbouw.

61 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Gedacht kan worden aan inbreidingsnieuwbouw, het optoppen van woningen, woningsplitsing, kamerbewoning, innovatieve woonconcepten, transformaties van leegstaand vastgoed e.d. Werken Het CID vormt het kloppende hart als internationaal economisch knooppunt binnen de zone Oude Lijn. Met het CID wordt het binnenstadmilieu 2 keer zo groot. Hier krijgt het vestigingsmilieu voor bestuur, bedrijvigheid, kennis en innovatie een boost. Het profiel van het CID als economische en bestuurlijke toplocatie van Nederland is een onmisbare factor bij het succesvol werven van talent, bedrijven, instellingen en onderwijsfuncties. Het imago van Den Haag legt het bij jonge hoogopgeleiden nu nog af tegenover dat van andere steden. In de Compacte woonstad is dat niet meer aan de orde. Door de uitbreiding van academische functies in de zone Oude Lijn, waaronder het CID, en het aantrekken van nieuwe bedrijven draagt Den Haag bij aan de agglomeratiekracht van de regio. Mobiliteit en Bereikbaarheid De Oude Lijn is in 2050 een lightrail verbinding (S-Bahnconcept) die de belangrijke bestemmingen in Den Haag én de Zuidelijke Randstad met elkaar verbindt. De ambitieuze afspraken uit de Schaalsprong OV zijn daarmee gerealiseerd. De Koningscorridor is ook onderdeel van deze schaalsprong. Deze nieuwe lightrailverbinding versterkt de relatie van Scheveningen met de stad en de regio.

Langs de Koningscorridor wordt op een aantal plekken intensief stedelijk programma toegevoegd, zoals Scheveningen-Haven, CID en Binckhorst en de omgeving Prins Clausplein. We zien als gemeente ook kansen voor verdichting in de zone rondom de Zuidwestlandcorridor. In 2050 loopt ook hier een lightrail die de Oude Lijn verbindt met Westland en de Rotterdamse regio. Deze corridor draagt bij aan het beter koppelen van woon- en werkgebieden, die op dit moment onvoldoende ontsloten zijn. Extra aandacht gaat uit naar knoop Moerwijk, waar kansen liggen om een nieuw gemengd hoogstedelijk woon-werkmilieu te realiseren. De positie van de auto in de hoogstedelijke gemengde gebieden is ondergeschikt aan duurzame en ruimteefficiënte vervoermiddelen. Bestemmingsverkeer en logistiek verkeer kunnen de verschillende deelgebieden bereiken via een beperkt aantal toegangswegen. Aan de randen van het stedelijk gebied realiseren we als gemeente multimodale hubs. Daar wordt voor een groot deel het regionale (auto) verkeer opgevangen. Vanaf deze plekken kan men via andere modaliteiten richting de stad. De auto verdwijnt overigens niet uit het straatbeeld, maar heeft een minder dominante positie dankzij het STOMP-principe.

62 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Afbeelding 3.9 Mobiliteit alternatief 1

63 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Openbare ruimte, groen en blauw en kustzone

Afbeelding 3.10 Groen en water alternatief 1

In een dichte, metropolitaanse omgeving is (groene) openbare ruimte van cruciaal belang. Den Haag is een groene stad, die haar aantrekkelijkheid als woonstad voor een groot deel te danken heeft aan de landschappelijke kwaliteiten. De kwaliteit van de buitenruimte is zowel belangrijk voor het sociaal functioneren van de stad als voor het economische vestigingsklimaat. Speciale aandacht vraagt de buitenruimte in het centrum van de stad. Nu en in 2050. Deze functioneert namelijk steeds meer als huiskamer van de stad. Het intensiveren van het stedelijk gebied in de zone Oude Lijn vraagt tegelijkertijd om het gebied beter te laten functioneren als interactiemilieu. Oftewel een gebied waar toevallige ontmoetingen bijdragen aan kennisuitwisseling en innovaties. Omdat de fysieke ruimte voor grootschalige vergroening beperkt is in de zone Oude Lijn, wordt er geïnvesteerd in kleinschalige buurtparkjes (pocketparkjes). Dit zijn de plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, waar ruimte is voor sport en spel en waar verkoeling kan worden gezocht in hete periodes. Het uitgangspunt in de Compacte woonstad is dat bestaand groen en water niet mag afnemen in omvang én kwaliteit. Dat betekent dat de verbindingen van de hoogstedelijke zone Oude Lijn naar de buitengebieden herkenbaar en robuust moeten worden gemaakt.

Concreet gaat het over bestaande doorgaande autoroutes afwaarderen, zodat deze aantrekkelijker worden voor (frequent) OV en fiets. Fysieke barrières zijn hierbij zoveel mogelijk geslecht; de A12/Utrechtsebaan (Huygenstunnel), de Lozerlaan en de spoorbundels. Het overkluizen en ondertunnelen biedt ruimte voor extra bebouwing. Overkluizingen en ondertunnelingen worden gefinancierd uit de vastgoedontwikkelingen binnen de zone Oude Lijn.

64 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Energietransitie De omvangrijke verstedelijkingsopgave (90.000 woningen en 545.000 m 2 utiliteit) in de Compacte woonstad vraagt om nieuwe grote voorzieningen ten behoeve van de energietransitie, zoals geothermiebronnen, transformatiestations en hoogspanningsleidingen. Een deel van de energie komt van buiten de stad. Zowel warmte als elektriciteit. Het elektranet in de stad moet worden verzwaard en daarnaast moet er ook meer elektriciteit worden aangevoerd van buiten de stad. Den Haag investeert binnen haar grondgebied maximaal in grootschalige warmtenetten en de ontwikkeling van geothermiebronnen. Bestaande bouw Het nieuwe energiesysteem van de Compacte woonstad is weergegeven op onderstaand kaartbeeld. Na energiebesparing bedraagt de energievraag voor de verwarming van de bestaande bouw 12,2 PJ, waarvan 11,3 PJ warmte en 0,9 PJ elektra. Voor de geothermiebronnen (5,7 PJ) en opwek van duurzame elektriciteit is 350 hectare nodig, waarvan 5,77 hectare binnen de stad voor de geothermiebronnen, hoofdverdeelstations en onderstations.

Afbeelding 3.11 Energiesystem alternatief 1

Totale elektriciteitsvraag De totale elektriciteitsvraag in de stad bedraagt 14,2 PJ, waarvan 2,5 PJ met zon op dak in de stad kan worden opgewekt. De overige 11,7 PJ moet buiten de stad worden geproduceerd, wat overeenkomt met een zonneveld van 4.680 hectare, zoals aangegeven op het kaartbeeld. Volgens de bronnenmix voor elektriciteit in het NPE in 2050 zijn voor de Haagse elektriciteitsvraag de volgende bronnen nodig.

65 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Tabel 3.1 Bronnenmix elektriciteit Bron

Hoeveel

Aantal

wind op land

1,2 PJ

42 turbines

zon PV

3,1 PJ

1.240 ha

overig

7,4 PJ

totaal

11,7 PJ

Totale ruimteclaim Voor de volledige energietransitie van alle sectoren is de ruimteclaim in onderstaande tabel 3.2 weergegeven.

Tabel 3.2 Ruimteclaim Ruimtevraag

Oppervlak (ha)

geothermie

5,67

hoofdverdeelstations en onderstations

1,31

zonneveld in regio

4.680

totaal

4.687

Het zonneveld in de regio is natuurlijk fictief en alleen bedoeld om gewicht te geven aan de potentiële impact op het energiesysteem buiten de stad, als gevolg van de elektriciteitsvraag in de stad. Door de impact te vertalen naar hectare zonneveld kunnen de verschillende alternatieven onderling en met de referentie worden vergeleken. In werkelijkheid zal de elektriciteitsvraag worden ingevuld volgens de bronnenmix uit het Nationaal plan energiesysteem (NPE). De bijdrage van Zon PV in de bronnenmix komt overeen met 1.240 hectare zonneveld. De bijdrage Wind op land komt overeen met 42 windturbines van 3 MW.

66 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

3.1.4

Alternatief 2 – Meerkernige 15-minutenstad

Afbeelding 3.12 Visiekaart alternatief 2

67 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Afbeelding 3.13 Doorsnede huidige situatie

Afbeelding 3.14 Doorsnede alternatief 2

Essentie Binnen de Meerkernige 15-minutenstad staan lokale gemeenschappen centraal. De eigen wijk vormt het centrum van het dagelijkse leven van de inwoners van Den Haag. Door de focus op de eigen buurt ontstaan er soms grote verschillen tussen buurten en wijken in Den Haag op allerlei terreinen, zoals de energievoorziening en het vervoerssysteem. Dat komt omdat elke gemeenschap haar eigen keuzes maakt. De wensen lopen uiteen en we zien als gemeente verschillen in wijken in de wijze waarop mensen in staat zijn zich goed te organiseren.

68 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Verdichting komt voor in de hele stad en is, in tegenstelling tot de Compacte woonstad, niet geconcentreerd binnen een bepaalde zone. De verdichting staat ten dienste van de lokale behoefte, het versterken van de lokale gemeenschap en sociale cohesie (bouwen voor de buurt). Ook staat de verdichting ten dienste van het versterken van het lokale DNA. De woonkwaliteit staat centraal met veel aandacht voor buurtgroen. Het kleurrijke mozaïek aan buurten en wijken wordt verbonden via een kwalitatief hoogwaardig netwerk voor de fiets en de voetganger. Men kan gebruik maken van fijnmazig OV, passend bij de doelgroepen en specifieke vervoerswensen binnen de buurt of wijk. Sturingsfilosofie In de Meerkernige 15-Minutenstad hebben lokale gemeenschappen grote bevoegdheden en zeggenschap over ruimtelijke investeringen. De rol van de overheid is daaraan dienend. Wel is er een sturende rol van de overheid nodig om de randvoorwaarden voor complete wijken te scheppen. Dat betekent dat er concreet wordt gestuurd op wijkgerichte (referentie) normen voor maatschappelijke voorzieningen. Ook zijn er publieke investeringen nodig voor een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte en de aanleg van meer langzaam verkeersverbindingen. De zeggenschap onder inwoners van de stad wordt vergroot, waardoor er op wijkniveau kan worden bepaald op welke wijze projecten kunnen worden gefinancierd.

Het stadsbestuur zet een stimulerende rol (subsidies, premies) in als het gaat om de verduurzaming van de woningvoorraad. Meer dan nu zal de samenwerking met corporaties worden geïntensiveerd met als doel tot gemengde meer generatiebestendige wijken te komen. Daartoe worden langjarige afspraken gemaakt over sloop, nieuwbouw en transformatie. Om goed in te kunnen spelen op de wensen uit de lokale gemeenschappen en de demografie, wordt het woonbeleid verder verruimd. Het optoppen, splitsen en meervoudig bestemmen van woningen en woonwerkcomplexen wordt versimpeld en er is veel meer ruimte voor flexwonen.

Afbeelding 3.15 Sturingsfilosofie alternatief 2

69 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Wonen en voorzieningen De regio Haaglanden biedt een compleet palet aan woonmilieus, bestaande uit verschillende woningtypologieën waardoor verschillende wooncarrières mogelijk zijn. In de Meerkernige 15-minutenstad is dit ook het geval binnen de wijken van Den Haag. Doorstroming op wijkniveau is hierin essentieel omdat bewoners zich hechten aan hun woonomgeving. Om dit te realiseren betekent dit in sommige wijken een toevoeging van kleinere woningen voor starters en senioren of juist een toevoeging van de sociale voorraad. Uitgangspunt is dat alle inwoners een bij hun levensfase passende woning kunnen vinden zonder verlies van hun sociaal-maatschappelijk netwerk in de wijk. De woningvoorraad is in 2050 divers genoeg om doorgroei in de eigen wijk mogelijk te maken. De woningvoorraad is bovendien levensloopbestendiger dan nu en gericht op ‘meer- generatie denken’. Er zijn veel mogelijkheden om te verdichten zoals optoppen, splitsen, uitbreiden, kleinschalig verdichten (acupunctuur), kleinschalig stapelen van functies. Extra aandacht gaat uit naar de ruimte voor aanpassingen binnen de beschermde stadsgezichten.

Afbeelding 3.16 Verdichting wonen en werken alternatief 2

70 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Afbeelding 3.17 Voorzieningen alternatief 2

De wijken en buurten vormen als het ware dorpen binnen de stad, met een egale verdeling van voorzieningen en ‘werk dichtbij'. Iedere wijk heeft ‘van alles’. Zo is er altijd wel een centraal plein dat ruimte biedt voor ontmoeting van wijkbewoners, een buurthuis, een buurtsuper of buurthub waar bewoners spullen, zoals gereedschap, kunnen lenen of huren of een tweedehands product kunnen aanschaffen. Daarnaast bieden de buurthubs ruimte voor flexkantoren en kinderopvang en fungeren ze als bezorgplek. Ten aanzien van de referentiesituatie zijn er geen extra schoolvoorzieningen nodig. Bij een groei van het aantal schoolgaande kinderen, wordt eerst de capaciteit van huidige schoollocaties uitgebreid. Nabijheid en de mogelijkheid om activiteiten af te wisselen of te combineren staan centraal in de wijk. Sport en bewegen heeft een positieve invloed op de vitaliteit van alle inwoners in Den Haag, draagt bij aan een veilige en plezierige leefomgeving en maakt van Den Haag een aantrekkelijke stad om te wonen en te bezoeken. Een beweegvriendelijke omgeving zet aan tot meer bewegen en draagt bij aan het verminderen van overgewicht en een betere lichamelijke en geestelijke gezondheid. Onze ambitie voor de komende jaren is om een beweegvriendelijke omgeving te realiseren die stimuleert, faciliteert en inwoners verleidt om te sporten, bewegen, spelen, verplaatsen en ontmoeten.

We doen dit als gemeente door de openbare ruimte aantrekkelijker te maken voor beweging en sport door innovatieve en inclusieve faciliteiten aan te leggen/realiseren, te onderhouden en een breed scala aan activiteiten en programma’s aan te bieden. Flexibilisering van ruimtelijk programma is nodig om te kunnen inspelen op de demografische ontwikkelingen in de stad en de buurt. De voorzieningen in 2050 zijn naar verwachting anders dan nu. De Meerkernige 15- minutenstad speelt maximaal in op deze dynamiek.

71 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Werken De coronapandemie heeft duidelijk het belang van lokale productie laten zien. In de Meerkernige 15-minutenstad is een balans tussen wonen en werken op wijkniveau essentieel. Daarbij zijn er niet alleen banen voor hoogopgeleiden in de dienstensector, maar ook ruimte voor praktisch laag en middelbaar geschoolden, zoals techneuten, automonteurs, timmermannen en koffiebranders. Een goede mix van wonen en werken in dit alternatief zorgt voor acceptabele reistijden voor werknemers en draagt bij aan de zichtbaarheid en acceptatie van werken in de wijk. De Haagse bouwopgave en de verduurzaming van bestaande woningen bieden allerlei kansen op groei van de bouwsector. Naast de bouw blijft er de komende decennia een grote vraag naar personeel in onder meer techniek, ICT en zorg. Het onderwijssysteem in de Meerkernige 15-minutenstad is laagdrempelig en verspreid over de gemeente, bevordert kansengelijkheid en sluit bij aan de capaciteiten van de inwoners. Verspreid over de stad borgen we als gemeente een brede werkgelegenheidsstructuur. Dat doen we door extra ruimte te bieden voor MKB-bedrijvigheid en beroepsonderwijs verbonden met de bedrijvigheid. We accepteren dat deze voorzieningen wellicht niet de meeste grondwaarde opbrengen, uiteindelijk is er wel sprake van maatschappelijk rendement. Mobiliteit en Bereikbaarheid

Afbeelding 3.18 Mobiliteit alternatief 2

Hoewel het perspectief lokaal is, alles staat in verbinding met elkaar. Den Haag is een 15-minuten stad. Overal. Deze verbindingen realiseren we als gemeente op de schaal van de buurt, het stadsdeel, de stad en de regio. De voetganger en fietser maken gebruik van attractieve routes. Kinderen kunnen makkelijk naar een groene speelplek en het sporten is dichtbij en makkelijk met de fiets te bereiken.

72 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Het slechten van fysieke barrières is ook van belang binnen de Meerkernige 10-minutenstad. We investeren daarom in bruggen over de Trekvliet, de sporen en de Utrechtsebaan. Als Den Haag realiseren we een netwerk voor de ‘Haagse Hopper’ om de mensen en de voorzieningen met elkaar in verbinding te brengen. Er is voldoende collectief georganiseerd vervoer. Er wordt veel gebruik gemaakt van wijkbussen (met een bekende chauffeur) die zowel mensen als pakketjes vervoeren. De openbare ruimte is autoluw bij de kernen, maar de auto is nog steeds aanwezig binnen het straatbeeld van de Meerkernige 15-minutenstad. Autobereikbaarheid blijft bestaan, alhoewel de snelheden worden verlaagd van 50 naar 30 kilometer per uur. Dat wordt de maximumsnelheid standaard in de bebouwde kom. Een deel van de (hoofd) infrastructuur wordt ontmanteld om de verkeersoverlast te beperken. Openbare ruimte, groen en blauw en kustzone

Afbeelding 3.19 Groen en water alternatief 2

Het in standhouden en versterken van groenvoorzieningen in de stad komt vooral op buurtniveau tot stand, met een grote betrokkenheid van (actieve) bewoners. Het beheer van deze groenvoorzieningen is ook in steeds grotere mate in handen van buurtbewoners. De parken en groengebieden worden overigens verbonden met routes voor langzaam verkeer. De lange lanen in de stad krijgen een steviger groen karakter en er ontstaat een herkenbaar, fijnmazig netwerk van aaneengeschakelde groengebieden.

73 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Energietransitie De wijken en buurten in de Meerkernige 15-minutenstad beschikken over een of meerdere energiecoöperatie(s). De energietransitie is kleinschalig van aard, met individuele all-electric oplossingen en kleinschalige collectieve warmtesystemen. Grootschalige warmtenetten op geothermie en restwarmte komen vrijwel niet tot ontwikkeling. De warmtevoorziening van de bestaande bouw wordt grotendeels geëlektrificeerd. Bestaande bouw Het nieuwe energiesysteem van de Meerkernige 15-minutenstad is weergegeven op onderstaand kaartbeeld. Na energiebesparing bedraagt de energievraag voor de verwarming van de bestaande bouw 12,2 PJ, waarvan 1,8 PJ warmte en 10,4 PJ elektra. Voor de geothermiebronnen (0,9 PJ) en opwek van duurzame elektriciteit is 4.178 hectare nodig, waarvan 2,05 hectare binnen de stad voor de geothermiebronnen, hoofdverdeelstations en onderstations.

Afbeelding 3.20 Energiesysteem alternatief 2

Totale elektriciteitsvraag De totale elektriciteitsvraag in de stad bedraagt 23,2 PJ (rekening houdend met een bouwprogramma van 70.000 woningen en 660.000 m2 utiliteit), waarvan 2,5 PJ met zon op dak in de stad kan worden opgewekt. De overige 20,7 PJ moet buiten de stad worden geproduceerd, wat overeenkomt met een zonneveld van 8.280 hectare, zoals aangegeven op het kaartbeeld. Volgens de bronnenmix voor elektriciteit in het NPE in 2050 zijn voor de Haagse elektriciteitsvraag de volgende bronnen nodig.

74 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Tabel 3.3 Bronnenmix elektriciteit Bron

Hoeveel

Aantal

wind op land

2,0 PJ

70 windturbines

zon PV

5,5 PJ

2.200 ha

overig

13,2 PJ

totaal

20,7 PJ

Totale ruimteclaim Voor de volledige energietransitie van alle sectoren is de ruimteclaim in onderstaande tabel 3.4 weergegeven.

Tabel 3.4 Ruimteclaim van de energietransitie Ruimtevraag

Oppervlak (ha)

geothermie

0,88

hoofdverdeelstations en onderstations

2,33

zonneveld in regio

8.280

totaal

8.283

Het zonneveld in de regio is natuurlijk fictief en alleen bedoeld om gewicht te geven aan de potentiële impact op het energiesysteem buiten de stad, als gevolg van de elektriciteitsvraag in de stad. Door de impact te vertalen naar hectare zonneveld kunnen de verschillende alternatieven onderling en met de referentie worden vergeleken. In werkelijkheid zal de elektriciteitsvraag worden ingevuld volgens de bronnenmix uit het NPE. De bijdrage van Zon PV in de bronnenmix komt overeen met 2.200 hectare zonneveld. De bijdrage Wind op land komt overeen met 70 windturbines van 3 MW.

75 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

3.1.5

Alternatief 3 – Klimaatbestendige Parkenstad

Afbeelding 3.21 Visiekaart alternatief 3

76 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Afbeelding 3.22 Doorsnede huidige situatie

Afbeelding 3.23 Doorsnede alternatief 3 - situatie 2050

Essentie In de Klimaatbestendige Parkenstad staan de landschappelijke kwaliteiten van Den Haag centraal. Een groene en blauwe stad heeft een positief effect op de gezondheid van de inwoners. Ook staan het versterken van natuurwaarden en het vergroten van biodiversiteit hoog op de prioriteitenlijst. De groene systeemtransitie verloopt top-down. Nabijheid, knooppuntontwikkeling, lopen en fietsen zijn kernwoorden in dit alternatief.

77 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

De bestaande stedelijke structuur van Den Haag wordt optimaal benut, vanuit het oogpunt van gebruiken wat er al is. Het bebouwd gebied wordt niet uitgebreid en bestaand vastgoed wordt hergebruikt. Stedelijke ontwikkeling nabij knooppunten van openbaar vervoer is de norm. Den Haag vergroot haar populariteit door volop te investeren in een leefbare, groene stad. Door te investeren in groen en plekken voor water stijgt de gemiddelde waarde van het vastgoed. Dit is goed voor de stad en haar investeringsklimaat. De betaalbaarheid van de stad komt volgens de gemeente bij verschillende inwonersgroepen onder druk te staan. De uitdaging in de Klimaatbestendige parkenstad is om de stad de komende decennia inclusief te houden. Ook ontstaan er nieuwe vraagstukken rondom de beheersbaarheid en betaalbaarheid van het onderhoud van het groen. Sturingsfilosofie Om de Klimaatbestendige Parkenstad gestalte te geven, heeft de centrale overheid (EU en Nederlandse Rijksoverheid) en de lokale overheid een sterke sturende rol. Zij dwingen het halen van de klimaatdoelstellingen af, waarbij strikte regelgeving hoog in het vaandel staat. Individuele burgers hebben relatief weinig keuzemogelijkheden en minder bewegingsvrijheid. In ruil daarvoor is er veel rechtszekerheid ten aanzien van randvoorwaarden om fijn te leven in de stad; schoon water, schone bodem, schone lucht en vitale stadsnatuur.

Vanuit het Rijksprogramma ‘Water en Bodem Sturend’ krijgt het stadsbestuur meer middelen en instrumenten in handen om letterlijk ruimte te geven aan groen en blauw in de stad. In de Klimaatbestendige Parkenstad vergroten we als gemeente de zero-emissiezones en passen we gebiedsgericht milieubeleid (zonering) toe om gebied specifieke doelen te halen. Er wordt gestuurd op rust en reuring met daarbij passende omgevingswaarden. Ten aanzien van de beheerskosten van het groen stellen we een stedelijk groenfonds in voor ontwikkeling en beheer, gefinancierd met publieke én private middelen.

Afbeelding 3.24 Sturingsfilosofie alternatief 3

78 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Wonen en voorzieningen In de Klimaatbestendige Parkenstad is er een redelijke egale spreiding van (maatschappelijke) voorzieningen over de stad. Sportvoorzieningen liggen binnen het netwerk van openbare ruimte. Daarnaast zetten we als gemeente in op meervoudig ruimtegebruik zoals sportvelden op daken en waterbuffering onder sportvelden. Door volop te investeren in een aantrekkelijke leefomgeving met veel groen en ruimte voor sport en spel zorgen we er als gemeente ook voor dat er culturele activiteiten kunnen plaatsvinden in de openbare ruimte. In Den Haag zijn er delen van de stad die lijden onder hittestress. In deze gebieden; Laak, Schilderswijk en Transvaal, zal ruimte moeten worden gemaakt voor groen en water. Dat betekent dat delen van deze dichtbebouwde wijken gesloopt gaan worden. Als gemeente bouwen we kleinschalig compactere woonvormen terug, maar per saldo neemt het areaal groen toe. Toevoeging van woonprogramma gebeurt aan de ‘Gouden Randen’ van de stad, waar landschap en stad elkaar ontmoeten. In deze gouden randen liggen kansen om meer woningen via een stedelijk woonmilieu met een onderscheidend karakter toe te voegen, zoals ‘ontspannen stedelijk en groenstedelijk wonen’. Dit kan via kleinschalige nieuwbouwcomplexen waar de ruimte het toelaat (Vlietzone) of waar we ruimte creëren zoals de Zuidwestflank van Den Haag en Mariahoeve.

Afbeelding 3.25 Verdichting wonen en werken alternatief 3

79 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Afbeelding 3.26 Voorzieningen alternatief 3

Werken De Klimaatbestendige Parkenstad heeft invloed op het toekomstige economische profiel van de stad. Een groene stad is een aantrekkelijke vestigingsfactor voor kennisintensieve bedrijvigheid. Deze bedrijvigheid is vervolgens met name interessant voor hoogopgeleide (nieuwe) inwoners, die kunnen profiteren van het hoogwaardige voorzieningenniveau, het groen in de stad, het culturele en recreatieve aanbod. In dit alternatief zien we als gemeente overigens veel ruimte voor nieuwe economie en daaraan gekoppelde verdienmodellen. Dat gaat aan om veel groen en openbare ruimte in 2050 steeds meer publiek bezit. Het onderhoudsvraagstuk wordt, veel meer dan nu, collectief opgepakt waarbij gezamenlijk zorgen voor groen de nieuwe waarde is in de stad. Een veel groener Den Haag leidt ook tot meer mogelijkheden voor voedselproductie dichter bij de consument. Door wegvallende transportkosten kan de prijs van voedsel worden aangescherpt. Daardoor kunnen kosten in levensonderhoud bij kwetsbare groepen inwoners worden gedrukt.

80 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Mobiliteit en bereikbaarheid Het slechten van barrières (ringweg en spoorlijnen) zorgen voor sterkere relaties tussen stad en landschap en maken de gouden randen van de stad bereikbaar, zichtbaar en beleefbaar. Dit betreft barrières zoals de A12/Utrechtsebaan (Huygenstunnel), de Lozerlaan en de spoorbundels. Op de Utrechtsebaan is in 2050 een park ontwikkeld. Verder verdicht de stad nabij knooppunten van hoogwaardig openbaar vervoer. Fysieke (of virtuele) nabijheid van wonen, werken en recreëren staan centraal in de Klimaatbestendige Parkenstad. Daarom is in dit alternatief het domein voor de fietser en de voetganger. Verreweg de meeste mensen in de stad kiezen voor stappen of trappen. Gezonde vervoersmiddelen hebben overal voorrang. Lange pendelafstanden zijn niet langer aanvaardbaar. Aan de randen van het stedelijk gebied wordt geïnvesteerd in multimodale hubs, waar men gemakkelijk kan overstappen naar deelmobiliteit of het openbaar vervoer.

Afbeelding 3.27 Mobiliteit alternatief 3

Openbare ruimte, groen en blauw en kustzone De Klimaatbestendige Parkenstad past heel goed bij het historische karakter van de stad. Den Haag is al rijkelijk toebedeeld als het gaat om een netwerk van landen en groene plekken (plantsoenen, pleinen en parken) op loopafstand. In dit alternatief wordt dit netwerk versterkt, zodat iedere plek met groene ‘steppingstones’ verbonden is met een groenvoorziening van enige omvang, zoals een park of het strand. Op deze manier versterken we als gemeente het ‘web’ of ‘grid’ van groene plekken in de stad. In het grid van Den Haag zetten we als gemeente de lange lijnen, ook haaks op de kust, sterker op de kaart. De lommerrijke lanen brengen een kwaliteit terug die de stad in de loop der tijd is kwijtgeraakt. De auto heeft er minder de ruimte waardoor er veel ruimte vrijkomt om de lanen verder te vergroenen.

81 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Afbeelding 3.28 Groen en water alternatief 3

Sinds ‘Water en Bodem Sturend’ in de stad, is Den Haag ook veel beter bestand gemaakt door regenwater veel beter vast te houden en door meer groen als schaduwwerking tegen de hitte. Dat betekent dat de landschappelijke kwaliteiten van Den Haag ook voelbaar verbeterd zijn, waarbij ook meer water zichtbaar is in de stad. Terugbrengen van waterlopen, grachten, verbreden van bestaande watergangen waar passend: het boezemsysteem is op orde, wijken hebben een eigen wijkgerichte wateraanpak en er is een sterke relatie met het Groen Blauwe Hart van de regio. De ruimte is niet oneindig en daarom wordt er veel ruimte dubbel benut, bijvoorbeeld sportvelden op daken van bedrijfsgebouwen. Meervoudig ruimtegebruik is het adagium, vooral in het volle Den Haag. Hierdoor is er minder plek voor (nieuwe) ruimte-extensieve bedrijven. Behalve plekken om te wonen en te werken, zijn gebouwen ook leveranciers van energie, water en stadsgroen. Pleinen en parken in de stad hebben een tweede functie als waterbuffer; bij overvloedige regen lopen ze vol water. In de Klimaatbestendige Parkenstad spreken we als gemeente ook van klimaatacceptatie. Dat betekent dat we accepteren dat delen van de stad langere tijd water kunnen vasthouden. Kustzone In dit alternatief is er veel aandacht voor de ontwikkeling van de kustzone.

Daar wordt het duinengebied uitgebreid, zodat er een sterkere kust ontstaat met meer ruimte voor natuurontwikkeling. De zeespiegelstijging is geen bedreiging meer voor de stad, maar draagt juist bij om het Nationale Park Hollandse Duinen te versterken en uit te breiden.

82 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Energietransitie In de Klimaatbestendige Parkenstad ligt de focus op het vergroenen van de stad, waarvoor extra ruimte nodig is. Het nieuwbouwprogramma bedraagt maximaal 55.000 woningen en 365.000 m 2 utiliteit. Daarnaast wordt voor het aspect energietransitie aangenomen dat de ruimte voor de auto substantieel wordt beperkt in ruil voor meer groen. Doordat de automobiliteit wordt geëlektrificeerd zal dit ook zorgen voor een lagere elektriciteitsvraag in de stad. Ook voor de warmtetransitie van de bestaande bouw wordt gestreefd de ruimteclaim zowel in de stad als elders zoveel mogelijk te beperken. Als oplossing wordt gekozen om maximaal in te zetten op restwarmte uit de regio. Naast WarmtelinQ wordt nog een tweede regionale warmtetransportleiding vanuit Rotterdam naar Den Haag aangelegd, de Leiding over West. De restwarmtebronnen bestaan al en vragen dus geen extra ruimte. Door het benutten van restwarmte zijn in de stad minder geothermiebronnen nodig en blijft elektrificatie van de warmtevraag beperkt, en dus ook de ruimteclaim elders. Bestaande bouw Het nieuwe energiesysteem van de Klimaatbestendige Parkenstad is weergegeven op onderstaand kaartbeeld. Na energiebesparing bedraagt de energievraag voor de verwarming van de bestaande bouw 12,2 PJ, waarvan 8,3 PJ warmte en 3,9 PJ elektra.

Voor de geothermiebronnen (1,2 PJ) en opwek van duurzame elektriciteit is 1.570 hectare nodig, waarvan 1,68 hectare binnen de stad voor de geothermiebronnen, hoofdverdeelstations en onderstations.

Afbeelding 3.29 Energiesysteem alternatief 3

Totale elektriciteitsvraag De totale elektriciteitsvraag in de stad bedraagt 13,5 PJ (inclusief 2,5 PJ lagere elektravraag voor mobiliteit), waarvan 2,5 PJ met zon op dak in de stad kan worden opgewekt. De overige 11,0 PJ moet buiten de stad worden geproduceerd, wat overeenkomt met een zonneveld van 4.400 hectare, zoals aangegeven op het kaartbeeld. Volgens de bronnenmix voor elektriciteit in het NPE in 2050 zijn voor de Haagse elektriciteitsvraag de volgende bronnen nodig.

83 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Tabel 3.5 Bronnenmix elektriciteit Bron

Hoeveel

Aantal

wind op land

1,1 PJ

38 turbines

zon PV

2,9 PJ

1.160 ha

overig

7 PJ

totaal

11,0 PJ

Totale ruimteclaim Voor de volledige energietransitie van alle sectoren is de ruimteclaim in onderstaande tabel 3.6 weergegeven.

Tabel 3.6 ruimteclaim Ruimtevraag

Oppervlak (ha)

geothermie

1,24

hoofdverdeelstations en onderstations

1,24

zonneveld in regio

4.400

totaal

4.402

Het zonneveld in de regio is natuurlijk fictief en alleen bedoeld om gewicht te geven aan de potentiële impact op het energiesysteem buiten de stad, als gevolg van de elektriciteitsvraag in de stad. Door de impact te vertalen naar hectare zonneveld kunnen de verschillende alternatieven onderling en met de referentie worden vergeleken. In werkelijkheid zal de elektriciteitsvraag worden ingevuld volgens de bronnenmix uit het NPE. De bijdrage van Zon PV in de bronnenmix komt overeen met 1.160 hectare zonneveld. De bijdrage Wind op land komt overeen met 38 windturbines van 3 MW.

84 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

3.1.6

Alternatief 4 – Gevarieerde werkstad

Afbeelding 3.30 Visiekaart alternatief 4

85 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Afbeelding 3.31 Doorsnede - huidige situatie

Afbeelding 3.32 Doorsnede alternatief 4 - situatie 2050

86 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Essentie In de Gevarieerde werkstad wordt Den Haag versterkt als werkstad voor haar bevolking en als kernstad voor werkgelegenheid in de regio. Den Haag bouwt haar positie zowel als kennisstad voor hoogopgeleid talent verder uit en investeert in een bredere economische basis. In de Gevarieerde werkstad bouwt Den Haag voort op bestaande kracht; de sterke clusters rond bestuur, vrede, recht en veiligheid. De stad levert hiermee een bijdrage aan economische groei én aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken voor een betere, veilige en rechtvaardige wereld. Tegelijkertijd verbreden we als gemeente de economische basis onder de stad door ruimte te maken voor technologische, ambachtelijke en circulaire maakbedrijven (milieucategorie 1-3) en bouw-, zorg- en maritieme bedrijven. In de Gevarieerde werkstad van 2050 zijn er gelijke arbeids- en opleidingskansen. Deze basis illustreert ten volle een rechtvaardig en inclusief Den Haag. De voorwaarde hiervoor is dat werken en wonen in balans is; zowel op verschillende niveaus als geografisch verspreid door de stad. Dit heeft als positief effect dat het aantal vervoersbewegingen wordt beperkt: het is namelijk mogelijk om in de eigen stad te werken. Dat geldt ook voor praktisch laag een middelbaar opgeleiden die minder bereid zijn over lange afstand te pendelen.

Sturingsfilosofie In de Gevarieerde werkstad is volop behoefte aan innovatie en experiment. Start-ups zijn gewild, net als fieldlabs, broedplaatsen en fablabs. Het is belangrijk dat er plekken in de stad zijn waar alles draait om circulatie van kennis en competenties, om kruisbestuiving en creativiteit. Als ondernemers of bedrijven ruimte vragen voor innovatie, bijvoorbeeld op (tijdelijk) braakliggende gronden of leegstaande panden, dan helpt de gemeente om zoveel mogelijk ruimte te bieden en te ondersteunen door middel van regelluwe zones. Ook zorgt de gemeente voor het borgen van ruimte voor (circulaire) economische activiteiten in omgevingsplannen. In de Gevarieerde werkstad werkt de gemeente ook intensief samen met onderwijsinstellingen, lokale ondernemers en de markt om nieuwe economische niches aan te boren. Grote kansen worden bijvoorbeeld gezien bij het ontwikkelen van de maritieme campus. Daarnaast doet de gemeente aan actieve acquisitie van internationale (kennis) instellingen die bijdragen aan het profiel van Vrede en Recht. We sturen als gemeente daarbij op gebiedsgericht vestigingsbeleid in het CID en de Internationale Zone.

87 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Afbeelding 3.33 Sturingsfilosofie alternatief 4

Wonen en voorzieningen De woonkwaliteit in de stad blijft op niveau omdat de wijkcentra voor doelgerichte en dagelijkse boodschappen levendig zijn en doordat met bijvoorbeeld een plintenstrategie de activiteiten in de plinten een rijk straatbeeld opleveren. Rondom de wijkcentra verdichten we als gemeente kleinschalig en zetten in op menging van wonen en werken op blokniveau. De wijkeconomie blijft hierdoor vitaal. Gelijktijdig is het belangrijk om in de stad ook ruimte te hebben voor rommelplekken of rafelranden, waar ruimte is voor tijdelijkheid en experiment. Voor verdichting (woningbouw) ligt de focus gespreid over de stad. De al bekende verdichtingslocaties worden gerealiseerd, maar ook in Loosduinen, de Schildersbuurt en Mariahoeve wordt op specifieke plekken bouwprogramma toegevoegd. De groei in thuiswerken zorgt ervoor dat er in grote delen van de stad een ongeplande menging van wonen en werken ontstaat. In de Gevarieerde werkstad geldt dat ook voor de traditionele woonwijken en niet alleen die waar veel hoogopgeleiden wonen. We zien als gemeente overal een groei van ‘de economie achter de voordeur’. In dit alternatief zien we als gemeente vele levendige wijkcentra met uiteenlopende sociale voorzieningen, gespecialiseerde zorg die meegroeit met de bevolkingsgroei en we zien een toename aan culturele happenings.

Het mengen van ‘economie en vrije tijd’ in woongebieden is een nieuw ordenend principe. Er is een breed palet aan commerciële musea en broedplaatsen in en rondom wijkcentra met betaalbare werkruimte. En natuurlijk beschikt Den Haag over een bruisende binnenstad waar de Hagenaar niet alleen winkelt, maar ook studeert, recreëert, woont, werkt of onderneemt.

88 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Afbeelding 3.34 Verdichting wonen en werken alternatief 4

89 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Afbeelding 3.35 Voorzieningen alternatief 4

Werken In de Gevarieerde werkstad zetten we als gemeente in op het behouden, verdichten en (beperkt) uitbreiden van de keten van bestaande werkclusters (Scheveningen, Internationale Zone, CID, Binckhorst, Vlietzone/ Ypenburgh/Gavi-kavel/ ZKD, Fruitweg en Uitenhagestraat). Niet alleen de bestaande kerngebieden, maar ook de (circulaire) wijkeconomie op pand- en blokniveau speelt een belangrijke rol voor kleinschalige consumenten- en zakelijke diensten en maakbedrijven in de stad. Er is een vanzelfsprekende relatie tussen werken, onderwijs en innovatie die ook aanwezig is in de onderwijscampussen van Den Haag en het netwerk van innovatiehubs. Er is ook concrete schuifruimte nodig. Schuifruimte voor het verduurzamen en renoveren van bestaand vastgoed en bedrijventerreinen en het mogelijk maken van economische dynamiek. Want neergang en opbloei van economische activiteiten volgen elkaar niet naadloos op, ze bestaan tijdelijk naast elkaar zoals fossiele versus duurzame economie en lineaire versus circulaire economie. Deze dynamiek geven we als gemeente in de Gevarieerde werkstad volop de ruimte. Met enkele uitbreidingen van bedrijventerreinen en door een grote verdichtings- en intensiveringsoperatie, beschikt de stad over een breed palet aan werkmilieus.

Den Haag heeft ten eerste het CID ontwikkeld als toplocatie waar mensen graag naar toe gaan om te werken, te studeren en elkaar te ontmoeten. Het CID is hét brandpunt geworden van bestuur, ICT, impact, recht en (cyber) veiligheid met massa. Ten tweede is er nieuwe ruimte gemaakt voor startende en snelgroeiende (maak) bedrijven in creatieve, gemengde milieus met concentraties op de Binckhorst.

90 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Internationale organisaties en expats worden, ten derde, als een magneet aangetrokken tot de Internationale Zone. Ten vierde heeft Scheveningen-Haven zich ontwikkeld tot de kraamkamer van een nieuwe economie; innovatie op zee. Er wordt ook geïnvesteerd in gemengde bedrijvigheid op bestaande bedrijventerreinen zoals ZKD en in Leidschenveen-Ypenburg. De haven is in 2050 een maritieme campus, waar naast visserij, innovatie en onderwijs een sterke rol spelen. De zee wordt letterlijk een kraal in de keten van werkclusters, waar wind, zon, waterstof en zeewier wordt geoogst. De kralenketen volgt de HOV- lijn (Koningscorridor) richting het centrum met de versterkte internationale zone en het grootschalige zakelijke dienstencentrum in het CID. Binnen het CID is ook aandacht voor lagere huurprijzen voor onder andere startups en creatieve ondernemers geconcentreerd rond de CID-campussen. In de binnenstad is een rijke mix van werken, wonen en beleven en de Binckhorst wordt gezien als de ‘machine- en kraamkamer’ van de stad: een levendig start- en scale-up milieu waar ook nog écht dingen worden gemaakt in gestapelde maakgebouwen. Dat betekent ook minder ruimte voor extra woningbouw. Zoals hier, heeft de stad op een aantal plekken een andere verhouding tussen wonen en werken. In Leidschenveen-Ypenburg wordt sterk verdicht en uitgebreid.

Technology Park Ypenburg (TPY) is uitgegroeid tot een volwaardig hightech maakcluster, waar onder andere het vliegen op waterstof naar een hoger plan is getild. Het bedrijventerrein Westvlietweg is sterk verdicht en uitgebreid, waar met de aanleg van een haven onder andere ruimte is voor watergebonden (circulaire) bedrijvigheid en stadslogistiek. Ook de Gavi-kavel is ingevuld met geconcentreerde maakindustrie en op en rondom het Forepark zijn economische activiteiten uitgebreid. Ook buiten het centrum, het CID en de kustzone willen we als gemeente in de Gevarieerde werkstad de ruimtelijke randvoorwaarden voor economie en werkgelegenheid verbeteren. Belangrijk is bijvoorbeeld dat de regionale arbeidsmarkt beter ontsloten wordt voor Haagse werkzoekenden. Meer werkgelegenheid in Den Haag zorgt voor meer vervoersbewegingen naar de stad toe en van de stad af. Goede kwalitatieve openbare ruimte en goed openbaar vervoer zijn belangrijk in een sterke gevarieerde werkstad. Binnen Den Haag staat lopen op 1, waardoor het mogelijk is om bijna naast je werk te wonen. Het (H) OV wordt ingezet voor zowel personen als goederen. Den Haag kent, naast de Koningscorridor en Zuidwestlandcorridor, een extra HOV-ring. Circulaire economie Haagse huishoudens produceren samen meer dan 200 miljoen kilo afval per jaar. Een groot deel daarvan wordt verbrand.

Door materiaal te hergebruiken en te recyclen, verminderen we als gemeente onze CO2-voetdruk. In de Gevarieerde werkstad is hergebruik van grondstoffen de basis voor circulaire economie. Deze levert werkgelegenheid op in de stad en zelfs op wijk- en buurtniveau. De grote bouwopgave in de stad (en regio) vraagt om een forse hoeveelheid (steeds schaarser wordende) grondstoffen. Bouwactiviteiten moeten daarom zo duurzaam mogelijk worden opgepakt. We realiseren als gemeente in de Gevarieerde werkstad bouwafval-hubs, zowel voor de gemeente als bouwende partijen. De circulaire economie is in dit alternatief zichtbaar in de openbare ruimte. We realiseren voorzieningen waar grondstoffen kunnen worden geretourneerd of worden verhandeld. Daar is fysieke ruimte voor nodig. De bestaande bedrijventerreinen in Den Haag benutten we voor deze opgave. Mobiliteit en bereikbaarheid De stad wordt gezien als een belangrijke vestigingsfactor voor werkgevers en werknemers. Goede kwalitatieve openbare ruimte en goed openbaar vervoer zijn belangrijk in een sterke gevarieerde werkstad. Bovendien is hier draagvlak voor door de sterke verdichting. Binnen Den Haag staat ‘beloopbaarheid’ op nummer 1, waardoor het mogelijk is om dicht bij je werk te wonen. Dit leidt tot een geringere behoefte aan mobiliteit.

In dit alternatief zijn er kansen voor een grotere spreiding van mobiliteit over de dag en minder spitsbelasting. We zien als gemeente een doorgaande groei van online winkelen, wat leidt tot veel pakjesbezorgers in de wijk en leegstand in de detailhandel.

91 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Het (H)OV wordt ingezet voor zowel personen als goederen en Den Haag kent ook, naast de Koningscorridor en de Zuidwestlandcorridor, een extra HOV-ring. Vervoer over water wordt herintroduceerd, waardoor bijvoorbeeld de bevoorrading van de binnenstad ruimte bespaart op de weg. Ook verkennen we als gemeente de ruimte voor de realisatie van een ondergronds netwerk voor vacuümbuizen voor het vervoer en distributie van goederen. De auto blijft op sommige plekken een logistieke rol spelen. Er zijn (circulaire) hubs en overstapmogelijkheden op de overgang van regio en stad.

Afbeelding 3.36 Mobiliteit alternatief 4

Ook buiten het centrum, het CID en de kustzone willen we als gemeente in de Gevarieerde werkstad de ruimtelijke randvoorwaarden voor economie en werkgelegenheid verbeteren. Belangrijk is bijvoorbeeld dat de regionale arbeidsmarkt beter ontsloten wordt voor Haagse werkzoekenden. Meer werkgelegenheid in Den Haag zorgt voor meer vervoersbewegingen naar de stad toe en van de stad af. Goede kwalitatieve openbare ruimte en goed openbaar vervoer zijn belangrijk in een sterke gevarieerde werkstad. Binnen Den Haag staat lopen op 1, waardoor het mogelijk is om bijna naast je werk te wonen. Het (H) OV wordt ingezet voor zowel personen als goederen. Den Haag kent, naast de Koningscorridor en Zuidwestlandcorridor, een extra HOV-ring.

92 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Openbare ruimte, groen en blauw en kustzone

Afbeelding 3.37 Groen en water alternatief 4

Het landschap wordt gezien als een belangrijke vestigingsfactor voor werkgevers en werknemers. Er is in dit alternatief besloten om voor de sterker stijgende zeespiegel alle winbare zandvoorraden in de Noordzee voor de zeer lange termijn te reserveren voor de versterking van de Hollandse Kust. Dat betekent voor Den Haag een versterking van het duinengebied rondom de haven en ook een nieuwe haven, die buitendijks gerealiseerd wordt. In de kustzone staan versterking van toerisme, de maritieme economie en de klimaatopgave centraal. Zo krijgt het unieke vestigingsmilieu van Den Haag als groene stad aan zee een impuls. Scheveningen-Haven is de uitvalsbasis voor bedrijvigheid die zich richt op voedsel, energievoorziening en andere innovatiekansen op zee. In Scheveningenbad ontwikkelt het toerisme zich duurzaam; we kijken als gemeente daarbij naar spreiding van bezoekers over het jaar.

93 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Energietransitie De Gevarieerde werkstad kenmerkt zich als combinatie van grootschalige ontwikkelingen in kerngebieden en rond stations met elders in de stad voornamelijk kleinschalige ontwikkelingen. Voor de warmtetransitie van de bestaande bouw levert dit een mix op van grootschalige warmtenetten naast veel individuele elektrische oplossingen en kleine collectieve systemen. In dit alternatief bestaat het nieuwbouwprogramma uit 60.000 woningen en 1.195.000 m2 utiliteit. Bestaande bouw Het nieuwe energiesysteem van de Gevarieerde werkstad is weergegeven op onderstaand kaartbeeld. Na energiebesparing bedraagt de energievraag voor de verwarming van de bestaande bouw 12,2 PJ, waarvan 5,7 PJ warmte en 6,5 PJ elektra. Voor de geothermiebronnen (2,8 PJ) en opwek van duurzame elektriciteit is 2.606 hectare nodig, waarvan 3,58 hectare binnen de stad voor de geothermiebronnen, hoofdverdeelstations en onderstations.

Afbeelding 3.38 Energiesysteem alternatief 4

Totale elektriciteitsvraag De totale elektriciteitsvraag in de stad bedraagt 19,3 PJ, waarvan 2,5 PJ met zon op dak in de stad kan worden opgewekt. De overige 16,8 PJ moet buiten de stad worden geproduceerd, wat overeenkomt met een zonneveld van 6.720 hectare, zoals aangegeven op het kaartbeeld. Volgens de bronnenmix voor elektriciteit in het NPE in 2050 zijn voor de Haagse elektriciteitsvraag de volgende bronnen nodig.

94 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Tabel 3.7 Bronnenmix elektriciteit Bron

Hoeveel

Aantal

wind op land

1,7 PJ

59 turbines

zon PV

4,5 PJ

1.800 ha

overig

10,6 PJ

totaal

16,8 PJ

Totale ruimteclaim Voor de volledige energietransitie van alle sectoren is de ruimteclaim in onderstaande tabel 3.8 weergegeven.

Tabel 3.8 Ruimteclaim energietransitie Ruimtevraag

Oppervlak (ha)

geothermie

2,85

hoofdverdeelstations en onderstations

1,88

zonneveld in regio

6.720

totaal

6.725

Het zonneveld in de regio is natuurlijk fictief en alleen bedoeld om gewicht te geven aan de potentiële impact op het energiesysteem buiten de stad, als gevolg van de elektriciteitsvraag in de stad. Door de impact te vertalen naar hectare zonneveld kunnen de verschillende alternatieven onderling en met de referentie worden vergeleken. In werkelijkheid zal de elektriciteitsvraag worden ingevuld volgens de bronnenmix uit het NPE. De bijdrage van Zon PV in de bronnenmix komt overeen met 1.800 hectare zonneveld. De bijdrage Wind op land komt overeen met 59 windturbines van 3 MW.

3.1.7

Toepassing alternatieven

Door te werken met deze alternatieven kunnen we: - ‘botsproeven’ organiseren: reflecteren op concrete beleidsvoornemens in het licht van de vier alternatieven; - condities verkennen: de randvoorwaarden voor de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van voorgenomen beleid in beeld brengen; - verkennen welke knopen in het beleid moeten worden doorgehakt (prioritering); - gebied specifieke ruimtelijke conflicten en kansrijke combinaties verkennen.

3.2

Verschillen tussen de alternatieven

Tabellen 3.9 t/m 3.11 geven een samenvatting van de verschillen tussen de alternatieven die als basis dienen van de effectbeschouwing in hoofdstuk 6.

95 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Tabel 3.9 Alternatieven op rangorde van 1 maximaal invulling en 5 minimaal invulling van de aspecten Referentiesituatie

Compacte woonstad

Meerkernige 15-minutenstad

Klimaatbestendige parkenstad

Gevarieerde werkstad

sturingsfilosofie (benodigde inspanning van de gemeente)

4: stadmaken staat centraal binnen de sturingsfilosofie

2: de gemeente stimuleert de markt, de markt gaat over bouwen. Ook is er sprake van sturing op voorzieningenniveau en groene verbindingen. Daarnaast is er een actief grondbeleid voor voorzieningen die niet zelf van de grond komen

5: inspanning gemeente richt zich op voorzieningenniveau en langzaamverkeersroutes. De lokale gemeenschappen staan centraal

1: de gemeente ziet het als publieke taak om groen, water en voorzieningen te creëren. Dit gebeurt dus op een top down wijze. Er wordt ingezet op een actief grondbeleid waarbij grond door de gemeente wordt opgekocht

3: er wordt gestuurd op gebiedsprofielen met een balans tussen wonen, werken en onderwijs. Er wordt ingezet op meervoudig ruimtegebruik. Ook wordt er gepoogd tot het aantrekken van instellingen en bedrijven

OV (type bus, rail)

2 en 3

1: maximaal hoogwaardig openbaar vervoer in hoogstedelijke gebieden, zoals de metro, wat voor snelle verbindingen zorgt

3: het huidige OV-netwerk (tram en bus) wordt iets uitgebreid. Bereikbaarheid is nabijheid

2: er is sprake van een duurzame stad waarbij groenvoorzieningen bereikbaar zijn met het OV. OV is deels hoogwaardig

4: er is een nieuwe HOV-ringlijn voor de stadslogistiek van goederen (grofweg via de Haagse Sportlaan naar Scheveningen en via van Alkemadelaan naar de laan van NOI)

bereikbaarheid per auto

3

5: verdichte stedelijke gebieden zijn autovrij. Om dit mogelijk te maken worden stadsrandhubs gecreëerd voor de regio en stad. Om verdichting mogelijk te maken wordt overkluizing toegepast

4: rode kernen worden autovrij of autoluw. De stad wordt bereikbaar gehouden door middel van auto hubs. In de hele stad is 30 km/h de maximumsnelheid. Parkeren is mogelijk in kernen maar niet voor de deur. Hiervoor worden regionale hubs en wijkhubs gecreëerd

3: wegen worden smaller door vergroening. Er zijn meer 30 km/h wegen, naast ook meer 50 km/h wegen. Er wordt niet ingezet op hubs in de wijken. Er vindt overkluizing plaats ten behoeve van het park

1: de bereikbaarheid auto en logistiek voor werklocaties is groot

bereikbaarheid per fiets en te voet (STOMP in ieder model)

5

2: betere fietsbereikbaarheid van bestemmingen, zoals in het centrum. Daarnaast wordt het fietsnetwerk ingezet om hoogwaardig openbaar vervoer mogelijk te maken

1: fiets en voetgangers staan op 1. Er worden autovrije kernen gecreëerd waarbinnen voor iedere doelgroep binnen 15 minuten dagelijkse voorzieningen beschikbaar zijn

3: beleving van groen door fietsers en voetgangers staat centraal

2/3: er wordt ingezet op vitale wijken met een wijkeconomie. De regionale economie wordt bereikt door de auto. Er is een fietsnetwerk met HOV

voorzieningen (type en afstand tot voorzieningen)

2 en 3

2: voorzieningen groeien mee binnen hoogstedelijke verdichtingsgebieden. Er vindt een concentratie van voorziening plaats

1: het karakter van wijken wordt in lijn gebracht met de aanwezige voorzieningen, zodat de hele stad compleet is wat betreft sociale en dagelijkse voorzieningen. Dit bevordert een evenwichtige verspreiding van faciliteiten door de stad.

3: er wordt ingezet op groen voor sommige voorzieningen zoals ontmoeting en sporten. Rondom OV-knooppunten vindt een concentratie plaats van dagelijkse voorzieningen.

3: werken in wijkcentra wordt toegevoegd. Werkvoorziening zijn overal.

economie (type bedrijvigheid kantoren en industrie)

4

3: er wordt ingezet op kantoren en een kennisintensieve economie en universiteitsstad om een kennisomgeving te creëren

2: wonen en werken worden verspreid door de stad. Wel is er sprake van variatie door de stad qua vorm van werken

4: werken is gelijk aan de referentiesituatie. Verdichting van werk moet hand in hand met vergroening is een uitgangspunt Er is sprake van dooradering van groen en water

1: er is sprake van variatie in werken, maar minder menging van soorten werk. Er wordt ingezet op het intensiveren van werken in grote bedrijventerreinen. Daarnaast worden deze circulair gemaakt. Praktisch geschoolden worden gekoppeld aan bedrijven. Menging van vormen van werken vindt wel plaats in wijkcentra

wonen (doelgroep - mate van betaalbare woningen)

4: gericht op studenten en het vasthouden van stedelijke gezinnen

4: er komen met name kleine woningen. De focus ligt niet op gezinnen maar op jonge werkende mensen en studenten, naast expats en korte verblijven. Er is aandacht voor zorgdoelgroepen en statushouders (in hoogstedelijke gebieden)

1: een gevarieerd woonprogramma waardoor doorstroming mogelijk is binnen de wijken. Er wordt ingezet op complete wijken waarin ook ruimte is voor zorgdoelgroepen en statushouders

5: kleinschalig compactere woonvormen

3: werken moet in verhouding zijn met wonen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15673420/2