CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322469 Bijlage 3 Omgevingseffectrapport en Passende Beoordeling van globale aard

Gemeenteraad 18 september 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469)36.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Deze onzekerheden wijzen op potentiële uitdagingen en risico's die de gemeente Den Haag moet adresseren om de gestelde ambities effectief te kunnen realiseren.

0.9

Onzekerheden, aanbevelingen en monitoring

In het OER zijn onzekerheden beschreven die leiden tot aanbevelingen om het voorgenomen beleid verder uit te werken. Deze aanbevelingen kan de gemeente ook na de vaststelling van de Omgevingsvisie gebruiken bij de nadere uitwerking en uitvoering van het voorgenomen beleid middels instrumenten als programma’s. Onzekerheden De onzekerheden die voortkomen van de planvorming voor de omgevingsvisie Den Haag zijn en dienen na de vaststelling van de Omgevingsvisie in de gaten te worden gehouden door de gemeente: - uitwerking van de strategische hoofdkeuzes bepalend voor de effecten: de nadere uitwerking van het voorgenomen beleid in programma’s en sectoraal beleid bepaalt uiteindelijk welke omgevingseffecten optreden. Als beleidsinzet worden mogelijkheden verkent als de verbreding van de duinenrij benoemd. In het voorgenomen beleid lijkt een afweging in ruimteclaims van de ambities te ontbreken op de lokale multifunctionele locaties. Zo wordt in Scheveningen verdicht en tegelijkertijd ook de duinenlijn doorgetrokken. De ruimtelijke uitwerking van de duinenlijn bepaalt of de positieve effecten op natuur, waterveiligheid en wonen gezamenlijk optreden. Een ander voorbeeld is groen met mogelijk positieve effecten op verschillende aspecten. Den Haag wordt groener in het voorgenomen beleid, maar de functie van groen is nog onduidelijk.

Als het voor recreatie en verkoeling van mensen is, dan treden de positieve effecten op natuur niet meer op. De druk op de ondergrond en bodemtype zijn uiteindelijk bepalend in hoeverre de kaderstellende uitspraken daadwerkelijk gerealiseerd worden; - omgang met de opgavenkaarten bepalend voor de effecten: hoofdstuk 6 bevat de doorwerking van de visie in stadsdelen. Dit hoofdstuk toont de opgaven in de verschillende stadsdelen van Den Haag. Hoe de gemeente de komende jaren om zal gaan met deze opgaven en welke oplossingsrichtingen worden gekozen zullen bepalend zijn voor de uiteindelijke omgevingseffecten. De gemeente heeft aangegeven om dit op te pakken. De leemten in kennis zorgen voor de volgende onzekerheden: - onzekerheid over landelijk beleid met betrekking tot stikstof, tempo woningbouw, tempo energietransitie: de uitvoering van landelijk beleid kan anders verlopen dan vooraf ingeschat; - onzekerheid over de voorspelde effecten: · de beleidsanalyse van de gemeente Den Haag heeft de beschrijving en de beoordeling van de referentiesituatie bepaald. Uitgangspunten van de beleidsanalyse zijn gebaseerd op expert judgement van de specialisten van de gemeente Den Haag; · bestaand beleid gaat vaak tot 2030. Op basis van expert judgement van de gemeente is de situatie in 2050 voorspeld door de trend van 2030 door te trekken naar 2050;

38 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

·

·

de alternatieven en het voorgenomen beleid zijn gebaseerd op prognoses over demografische ontwikkeling, woningbouwbehoefte en economische groei. De onzekerheden van de prognoses worden doorvertaald naar de effecten. Dit zorgt voor onzekerheid in de prognoses voor wonen en werken (daadwerkelijk aantal benodigde woningen en werklocaties); onzekerheid over de precieze impact van klimaatverandering in en na 2050. De effecten zijn geschat aan de hand van de klimaateffecten atlas gebaseerd op klimaatmodellen van het KNMI uit 2014. Hier zit altijd een mate van onzekerheid in. Daarnaast zijn de beschreven effecten gebaseerd op de Hollandse kustregio en niet specifiek op Den Haag, aangezien deze gegevens er niet zijn. Dit leidt ook tot onzekerheid.

Aanbevelingen voor de verdere uitwerking en uitvoering van het voorgenomen beleid Het voorgenomen beleid is van strategisch aard. De verdieping op bepaalde aspecten kan ook na de vaststelling van de omgevingsvisie geborgd worden middels instrumenten als programma’s. In deze paragraaf worden aanbevelingen gegeven voor de verdere uitwerking en uitvoering na de vaststelling van het voorgenomen beleid. Algemene aanbevelingen voor de verdere planvorming: - maak een lokale afweging in ruimteclaim op locaties met meerdere functies en benoem daarbij de keuzes die door de schaarste van de ruimte niet kunnen worden opgepakt zoals aanvankelijk werd geambieerd; - de mogelijkheid voor een nieuwe duinenrij kan kansen bieden voor waterveiligheid en natuur maar dient goed ingepast te worden met de cultuurhistorische waarden en woningbouwopgave; - zorg dat investeringen in de openbare ruimte gelijk opgaan met investeringen in bebouwde omgeving; - ontwerp de buitenruimte mee om ervoor te zorgen dat het geen restruimte wordt waar ongewenste zaken op afgewenteld worden; - om de ambitie voor ‘Water en Bodem Sturend’ te behalen dient de gemeente een strategie en methodiek te ontwikkelingen om ‘Water en Bodem Sturend’ te laten zijn bij toekomstige ontwikkelingen; - definieer wat de gemeente Den Haag verstaat onder groen: gaat het bijvoorbeeld om ontmoetingsplekken, groen met een natuurwaarde en/of

groen met een klimaatadaptieve functie. Verschillende soorten groen hebben ook verschillende impact op klimaatadaptatie, zoals effect op hittestress, bergingscapaciteiten en infiltratie. Maak het onderscheid explicieter en laat dit nadrukkelijker terugkomen zodat eenduidigheid ontstaat; - borg de aanpak op omgevingsveiligheid om de positieve effecten op omgevingsveiligheid te realiseren; - zorg ervoor dat de programma’s, met name het nieuwe Haags milieuprogramma, programma mobiliteit en programma verdichting en verduurzaming kort na de vaststelling van de Omgevingsvisie wordt vastgesteld om negatieve effecten tijdig te mitigeren en voorkomen. Een uitgebreid overzicht van de aanbevelingen per ambitie is opgenomen in hoofdstuk 8. Aanzet tot monitoring Een uitgebreide beschrijving van het belang en doel van monitoring met betrekking tot de omgevingsvisie kan gevonden worden in paragraaf 8.3 van deze rapportage. Monitoring heeft meerwaarde voor aspecten: - waarvoor de verwachting is dat deze een knelpunt op zullen leveren; - die relevant zijn om het doelbereik in kaart te brengen; - waarvoor de effectvoorspelling door leemte in kennis onzeker is; - die op andere wijze relevant zijn voor betrokkenen. In alle gevallen geldt dat het alleen meerwaarde heeft aspecten te monitoren wanneer er naar aanleiding van de monitoring handelingsperspectief is om bij te sturen.

Wanneer voor een aspect bijvoorbeeld negatieve effecten worden veroorzaakt door externe factoren die buiten de invloedssfeer van de gemeente liggen, ontbreekt het handelingsperspectief voor de gemeente. Desalniettemin kan het overigens meerwaarde hebben deze aspecten niet over het hoofd te zien en te agenderen bij partijen die er wel invloed op hebben. Waar mogelijk zal zoveel mogelijk worden aangesloten bij gegevens uit bestaande monitoringsprogramma’s zoals bijvoorbeeld ‘Den Haag in Cijfers’. Echter bleek bij de effectbeoordelingen in dit OER reeds dat er voor sommige aspecten meetgegevens ontbreken, die wel relevant zijn voor bijvoorbeeld de beoordeling van het doelbereik. Het wordt aanbevolen deze ontbrekende meetgegevens te verkrijgen.

39 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

In onderstaande tabel 0.10 zijn voor elk van de zes ambities aanbevelingen voor de monitoring van relevante indicatoren opgenomen. In sommige gevallen zijn gegevens uit bestaande monitoringsprogramma’s beschikbaar, in andere gevallen zullen nieuwe meetgegevens verkregen moeten worden. Een kanttekening is dat er een mismatch is in detailniveau tussen het beoordelingskader, de alternatieven en het voorgenomen beleid. Het beoordelingskader en de alternatieven kennen een hoog detailniveau, terwijl het detailniveau van het voorgenomen beleid lager ligt. Dit geeft beperkingen voor de monitoringsaanzet, aangezien er alleen voor de indicatoren die ook daadwerkelijk genoemd zijn in het voorgenomen beleid handelingsperspectief is op basis van bijsturing van de omgevingsvisie en monitoring dus meerwaarde biedt.

Tabel 0.10 Aanbevelingen voor monitoring Ambitie

Indicator

Specificatie

Rechtvaardig en inclusief

afstand tot zorgvoorzieningen en dagelijkse levensbehoeften

in alle stadsdelen, met in het bijzonder aandacht voor de perifere wijken (reeds knelpunten waarneembaar)

mate van tweedeling

over de gehele stad om de richting van de koers voor de ambitie ‘rechtvaardig en inclusief Den Haag’ te bewaken

woningvoorraad: woningmarkt

monitoring: groei van het aantal inwoners van de stad vs. het aantal benodigde woningen om deze te huisvesten

woonquote

monitoring: welk deel van het besteedbaar inkomen inwoners van Den Haag kwijt zijn aan het betalen van woonlasten

energielabels

monitoring: het aantal huizen met een slecht energielabel in Den Haag (E, F, G)

wateroverlast

monitoren impact van extreem weer via Klimaateffectatlas en stresstesten Monitoring bijvoorbeeld. Mogelijke inundatiedieptes of wateroverlast in de stad bij extreme neerslag

droogte

monitoring grondwaterstanden om effect van infiltratiemaatregelen te meten en mogelijke inklinking te bepalen en de effecten van de stijging van (brak) grondwater als gevolg van zeespiegelstijging te monitoren

waterkwaliteit

monitoren voor de kleinere wateren die niet Europees of landelijk beschermd zijn

CO2 uitstoot

monitoren CO2 in de stad van verschillende bronnen

Kantoor- en bedrijfslocaties

monitoren: de ontwikkeling van de beschikbare m2 vloeroppervlakte bedrijfsruimtes

Gemiddeld besteedbaar inkomen

monitoren: de ontwikkeling van het gemiddeld besteedbaar inkomen van inwoners van Den Haag t.o.v. landelijk

geluid, trillingen, luchtkwaliteit

langs beperkt aantal (niet overkluisde) doorgaande wegen waarop autoverkeer wordt geconcentreerd

geluid, trillingen

langs (niet overkluisde) (H)OV-verbindingen waar snelheid en frequentie van OV omhoog is gebracht

microklimaat

monitoren van de Physical Equivalent Temperature (PET) om een idee te krijgen van de impact van hittestress in de verschillende delen van de stad

aantal sport- en speelfaciliteiten

in buurten waar reeds minder wordt bewogen

mate van eenzaamheid

in buurten waar eenzaamheid reeds een knelpunt is (Laak, Centrum en Escamp)

Betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad

Klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief

Economisch Vitaal

Gezond en veilig

40 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Ambitie

Indicator

Specificatie

Duurzaam bereikbaar

modal shift

in de verschillende gebieden om juist het verschil tussen deze gebieden beter in kaart te brengen via bijvoorbeeld autobezit

verkeersongevallen

registreren van de (oorzaak van) verkeersongevallen inclusief betrokken verkeersdeelnemers

Tijdelijke effecten Het voorgenomen beleid heeft een richtjaar van 2050. De uitvoering van het voorgenomen beleid veroorzaakt ook tijdelijke effecten. Daarom is het van belang om de tijdelijke effecten ook door middel van monitoring te onderzoeken. Tijdens de uitvoering van de omgevingsvisie vinden gedurende een langere tijd op grote schaal sloop- en bouwwerkzaamheden plaats. Deze werkzaamheden kunnen (tijdelijke) effecten veroorzaken die de leefbaarheid voor de huidige bewoners en gebruikers van het gebied onder druk kunnen zetten. De tijdelijke effecten komen met name voor tijdens de aanlegfase. Bouwactiviteiten zullen bijvoorbeeld de grootste impact hebben op de stikstofuitstoot. Deze hinder is een belangrijk aandachtspunt voor de Omgevingsvisie. Op basis van de huidige uitwerking van de Omgevingsvisie (strategische aard) is nog niet vast te stellen welke knelpunten optreden, in welke mate en op welke locatie. Wel is het duidelijk dat bereikbaarheid, natuur en gezondheid nu al onder druk staan. De hinder tijdens de bouw kan deze situatie negatief beïnvloeden. Hinder tijdens de bouw vormt daarmee een belangrijk aandachtspunt bij de langdurige transformatie van Den Haag. Dit dient bij de monitoring meegenomen te worden.

Invulling van monitoring door de gemeente Den Haag Gemeente Den Haag werkt de komende jaren aan een informatiesysteem waarmee een goed samenhangend beeld van de stad kan worden verkregen. Deze ontwikkeling is essentieel voor het aanpakken van opgaven in de fysieke leefomgeving. De gemeente onderzoekt of de monitoring van de Omgevingsvisie kan worden ontsloten via De Digitale Spiegelstad. Het werken met de Omgevingsvisie is nieuw voor gemeente Den Haag. Naast de inhoudelijke monitoring wil de gemeente ook weten hoe het werken met de Omgevingsvisie gaat en het algemeen functioneren van het instrument. Daarom voert de gemeente jaarlijks een evaluatie uit waarin vooraf gestelde procesdoelen worden beoordeeld, bijvoorbeeld op het gebied van samenwerking, gebruiksvriendelijkheid en besluitvorming. Met deze methodiek maakt de gemeente het werken met de Omgevingsvisie continu steeds iets effectiever. Aangezien de Omgevingsvisie niet op zichzelf staat maar samenwerkt met andere instrumenten in de beleidscyclus, evalueert de gemeente jaarlijks ook de samenhang met andere instrumenten en het fysiek-ruimtelijk planproces. Op basis van de uitkomsten van monitoring en evaluatie kan de Omgevingsvisie in principe op elk moment worden aangepast. Om praktische redenen gaat de voorkeur ernaar uit om alle voorgenomen wijzigingen eens per vier jaar mee te nemen in een actualisatieslag.

41 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

1 INLEIDING | WAAROM EEN NIEUWE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEN HAAG EN EEN OER? 1.1

Aanleiding

Met de komst van de nieuwe Omgevingswet, welke op 1 januari 2024 in werking is getreden, zijn gemeenten verplicht een Omgevingsvisie op te stellen voor hun grondgebied. Een omgevingsvisie is een langetermijnvisie waarin de gemeente aangeeft wat de kwaliteiten zijn van de gehele fysieke leefomgeving en op welke manier deze verder versterkt of juist beschermd moeten worden met betrekking tot ontwikkelingen, trends en opgaven waar de gemeente mee te maken krijgt. Opgaven waar de gemeente Den Haag mee te maken krijgt komende jaren, zoals de groei van de stad, veranderende sociale dynamiek en klimaat- en toekomstbestendigheid van de stad, vragen om een integrale en samenhangende aanpak in de omgevingsvisie. De gemeente Den Haag heeft daarbij hoge ambities: de verwachte groei van de inwoners vraagt om de bouw van minimaal 50.000 woningen met bijbehorende werkgelegenheid en een duurzaam ingerichte openbare ruimte. De gemeentelijke omgevingsvisie schetst een toekomstbeeld voor Den Haag, waar de gemeente samen met de inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties aan wil werken. In de omgevingsvisie zijn de ambities en beleidsdoelen vastgelegd die richting geven aan de beslissingen die in het fysiek domein genomen zullen moeten worden.

1.2

Toelichting omgevingseffectrapportage (oer)

De geschetste ontwikkelingen zullen effecten hebben op de leefomgeving in Den Haag. De omgevingsvisie vormt een kader voor mer-(beoordelings)plichtige vervolgbesluiten. Voor kaderstellende plannen met mogelijke effecten op de leefomgeving is het verplicht om deze effecten te onderzoeken in een milieueffectrapportage (mer)1. Met het oog op de Omgevingswet wordt het steeds gebruikelijker om niet alleen te kijken naar de traditionele milieuthema’s, maar effecten over de breedte van de fysieke leefomgeving te bekijken. Het gaat dus niet alleen om de traditionele milieuthema’s zoals luchtkwaliteit, natuur of geluid, maar bijvoorbeeld ook op andere thema’s binnen de fysieke leefomgeving zoals gezondheid, welzijn, (brede) welvaart, klimaat en circulariteit. In dat geval is de term ‘milieueffectrapportage (mer)’ niet dekkend en wordt gesproken van een ‘omgevingseffectrapportage (oer)’. Het doel van het OER is om de effecten van de te maken keuzes in de omgevingsvisie in beeld te brengen, zodat omgevingsbelangen volwaardig meewegen in de besluitvorming. Dit draagt bij aan een transparante besluitvorming. Hiermee wordt aangesloten op de bredere kijk van de Omgevingswet op de fysieke leefomgeving. Het OER bevat een beschrijving en beoordeling van de omgevingseffecten.

Het OER gaat hierbij in op reële alternatieven voor de beoogde ontwikkelingen die voor de te onderbouwen keuzes in de omgevingsvisie onderscheidend zijn voor wat betreft de omgevingseffecten.

1

Dit is wettelijk vastgesteld in afdeling 16.4.1 van de Omgevingswet.

42 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Met andere woorden, in het OER worden de effecten van de voornemens uit de omgevingsvisie op de leefomgeving beschreven. Dit OER betreft een ontwerpend OER, aangezien het OER tegelijkertijd met de omgevingsvisie is opgesteld. Hierdoor kunnen bevindingen uit het OER met betrekking tot omgevingseffecten leiden tot bijstellen van de koers in de omgevingsvisie.

1.3

Leeswijzer

Onderstaande tabel 1.1 geeft een overzicht van de opbouw van dit OER.

Tabel 1.1 Leeswijzer OER Den Haag Hoofdstuk

Geeft antwoord op de vraag:

1. Inleiding

waarom een nieuwe omgevingsvisie gemeente Den Haag en een OER?

2. Staat van de leefomgeving

waar staat Den Haag nu en wat komt er op de gemeente af?

3. Doelen en opgaven en alternatieven

waar wil de gemeente naartoe?

4. Onderzoeksaanpak

hoe worden de alternatieven onderzocht?

5. Beschrijving referentiesituatie

met welke situatie worden de alternatieven vergeleken?

6. Omgevingseffecten van de alternatieven

wat zijn de omgevingseffecten van de verschillende alternatieven?

7. Het voorgenomen beleid

voor welk beleid kiest de gemeente en welke omgevingseffecten horen daarbij?

8. Aanbevelingen, leemten in kennis en monitoring

welke inzichten voor verdere besluitvorming kunnen er worden meegegeven?

43 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

2 STAAT VAN DE LEEFOMGEVING | WAAR STAAT DEN HAAG NU EN WAT KOMT ER OP DE GEMEENTE DEN HAAG AF? Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de beoordeling van de staat van de leefomgeving voor Den Haag. Per indicator is de waardering van de huidige situatie voor de bijbehorende ambities met een korte toelichting opgenomen. Als vertrekpunt voor de effectbeoordeling wordt in deze Staat van de Leefomgeving de staat van Den Haag in beeld gebracht aan de hand van de aspecten uit het Rad van de Leefomgeving. Dit vormt als het ware een ‘foto’ van Den Haag in 2022 (de huidige situatie van de leefomgeving) en geeft inzicht in de huidige kwaliteit van de Den Haagse leefomgeving. Hierbij wordt de informatie in kaart gebracht die van belang is voor ruimtelijke keuzes in de Omgevingsvisie. Daar waar geen informatie over 2022 beschikbaar is, wordt de informatie gebaseerd op de meest recente bronnen en data. De beschrijving over de huidige situatie staat in het rapport Staat van de leefomgeving. Een beschrijving van de referentiesituatie is opgenomen in hoofdstuk 5.

2.1

Samenvatting staat van de leefomgeving

De Staat van de Leefomgeving is een bouwsteen voor de Omgevingsvisie Den Haag. De staat is opgebouwd rond de zes ambities die in het ambitiedocument voor de Omgevingsvisie (RIS309993) zijn geformuleerd als toekomstperspectief richting 2050: 1 een rechtvaardig en inclusief Den Haag; 2 een betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad in Den Haag; 3 een klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag; 4 een economisch vitaal Den Haag; 5 een gezond en veilig Den Haag; 6 een duurzaam bereikbaar Den Haag. De operationalisering van deze brede, maatschappelijke ambities naar voor de leefomgeving relevante indicatoren is een lastige opgave waarbij onvermijdelijk is dat niet álle dimensies en aspecten in beeld kunnen worden gebracht. Voor de Staat van de Leefomgeving zijn door de gemeente Den Haag daarvoor keuzes gemaakt om een eerste beeld op hoofdlijnen te schetsen, zonder daarin volledigheid te willen claimen. De selectie van indicatoren volgt uit de beschrijving van de ambities in het ambitiedocument. Deze zijn anders geformuleerd dan op de website van Gemeente Den Haag (link) maar omvatten dezelfde ambities. Ruwweg zijn 2 soorten indicatoren onderscheiden: - sociaaleconomische kenmerken (hoe gaat het met de inwoners van Den Haag?); - fysiek-ruimtelijke kenmerken (hoe staat het met de randvoorwaarden?).

44 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Hieronder wordt voor elk van de zes ambities een aantal hoofdlijnen beschreven. Er wordt afgesloten met een kort slotbeschouwing, waarin getracht wordt enkele lijnen uit de zes ambities te verbinden. Aanvullend op de samenvatting van de Staat van de Leefomgeving is in de beschrijving van de referentiesituatie in hoofdstuk 5 een specifieke beschrijving toegevoegd op indicatorniveau van de huidige situatie om de referentiesituatie beter te duiden. Ambitie 1. Een rechtvaardig en inclusief Den Haag (Sociaal Den Haag) Deze ambitie is vooral bezien vanuit het perspectief van kansen(on)gelijkheid: hebben de inwoners van Den Haag in gelijke mate toegang tot voorzieningen en een aantrekkelijke openbare ruimte? ‘Toegang’ heeft een ruimtelijke vertaling gekregen in de vorm van de (verschillen in) nabijheid van voorzieningen als zorg, onderwijs, winkels en cultuur en de kwaliteit van de openbare ruimte in de leefomgeving. Daarnaast is gekeken naar belangrijke randvoorwaarden om mee te kunnen doen in de huidige samenleving, zoals onderwijs en taal. Een aantal aspecten van welzijn, sociale cohesie en participatie zijn in beeld gebracht, waaronder de ervaren sociale cohesie en onderling contact in wijken, het vertrouwen dat men heeft en deelname aan maatschappelijke processen zoals vrijwilligerswerk en verkiezingen.

Een aantal signalen uit de staat van de leefomgeving: - winkels voor levensmiddelen, supermarkten, cultuur en basisscholen zijn verder weg voor de perifere wijken en dichtbij voor centrumbewoners. Openbaar groen is voor de gemiddelde bewoner van Den Haag op een halve kilometer van huis te vinden, wat verder weg dan in andere grote steden; - Zuidwest, Laak en Centrum zijn gebieden waar de meeste knelpunten in kwaliteit en staat van onderhoud van de openbare ruimte worden gemeld; - voortijdig schoolverlating door jongeren komt vooral voor in Den Haag Zuidwest, Laak en Bezuidenhout en Mariahoeve. Voortijdig schoolverlaten is tot 2015 fors afgenomen, recentelijk ligt dat met wat lichte schommelingen tussen 2,5 en 3 %. Den Haag laat op voortijdig schoolverlating een relatief gunstige positie zien ten opzichte van Amsterdam en Rotterdam; - één op de 4 jonge kinderen in Den Haag loopt een risico op onderwijsachterstand. Dit kenmerk is echter heel ongelijk verdeeld over de wijken en is met name in Zuidwest en Laak hoog. Hier gaat het in sommige wijken om meer dan de helft van de kinderen; - bijna een kwart van de inwoners van Den Haag is ‘laaggeletterd’; dit houdt in dat zij moeite hebben met lezen, schrijven en/of het gebruiken van schriftelijke informatie (CINOP, De taal van meedoen, Taalnota gemeente Den Haag, 2017).

Daarmee ‘scoort’ Den Haag ongunstig in vergelijking met andere steden. Laaggeletterdheid is ongelijk verdeeld in de stad en concentreert zich ook in Zuidwest en Laak. Ook is het ongelijk verdeeld over sociale groepen, waarbij de doelgroep ‘migranten ouder dan 30 jaar, met partner en/of kinderen’ in Den Haag 60 % laaggeletterdheid kent. Het aandeel laaggeletterdheid in sommige wijken hangt dan ook samen met het aandeel migranten in de betreffende wijken; - in Den Haag leven tussen 80.000 en 90.000 mensen met een fysieke, verstandelijke en/of zintuiglijke beperking. Dat is ruim 15 % van de inwoners. Deze groep ervaart vrijwel dagelijks exclusie en ongelijkwaardige mogelijkheden om mee te kunnen doen aan de samenleving; - wanneer gekeken wordt naar het aandeel dat ouderen innemen in de populatie van een stadsdeel, dan is Loosduinen (28 %) het meest vergrijsd, gevolgd door Haagse Hout (20 %) en Scheveningen (20 %). In deze stadsdelen is de groep ouderen relatief gezien ook het oudst. Dit laatste geldt ook voor Escamp; - naast taalvaardigheid kan vertrouwen worden gezien als belangrijke factor voor maatschappelijke participatie. Landelijke cijfers hebben laten zien dat vertrouwen in de afgelopen coronapandemie op veel fronten is verminderd.

CBS-cijfers laten echter zien dat het vertrouwen in andere mensen en in instituties in Den Haag ook daarvoor al wat lager was dan in de andere grote steden. Hetzelfde geldt voor het contact met familie, vrienden en buren; - geldt deelname aan verkiezingen als blijk van vertrouwen en participatie, dan vormt het lage opkomstcijfer bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 een belangrijk signaal. Stadsbreed was de opkomst van kiesgerechtigden 43 %. In sommige wijken was dat minder dan 25 %; - Den Haag onderscheidt zich echter in gunstige zin waar het gaat om vrijwilligerswerk. Met ruim 43 % zijn er relatief veel inwoners van Den Haag die in die vorm bijdragen aan de stad;

45 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

-

van alle 65-plussers, die mantelzorger zijn, verleent een overgrote meerderheid intensieve mantelzorg (88 %). Dit wil zeggen dat zij meer dan 3 maanden per jaar en/of meer dan 8 uur per week mantelzorg verlenen. Hoewel de verleende mantelzorg vaak intensief is, geeft de ruime meerderheid aan dat het wel te combineren is met primaire dagelijkse bezigheden (79 %). Zij geven dit vaker aan dan gemiddeld, onder alle inwoners van Den Haag. De helft van de mantelzorgers van 65-plus geeft dan ook aan dat zij zich niet/ nauwelijks tot enigszins belast voelen (ouderen monitor, 2020). 18 % van de 65-plussers die mantelzorg verlenen voelt zich tamelijk zwaar tot overbelast.

Ambitie 2. Een betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad in Den Haag Deze ambitie is uitgewerkt naar 3 invalshoeken. De eerste gaat over het woningaanbod: de omvang en kenmerken van de Haagse woningvoorraad. De tweede betreft de woningmarkt, waarbij is gekeken naar woningwaarden en woonlasten in relatie tot inkomens en naar de waardering van het wonen in Den Haag. Tot slot is aan de hand van het energiegebruik een eerste licht geworpen op de toekomstbestendigheid van de woningvoorraad. Een aantal signalen uit deze inventarisatie: - in de afgelopen 10 jaar zijn er in Den Haag 43.000 woningen bij gekomen. Den Haag kent anno 2021 ruim 265.000 woningen. Naast nieuwbouw hebben ook transformatie van kantoren en bedrijven en woningsplitsing daaraan bijgedragen. Driekwart van de woningen is op een of andere manier gestapeld (flat, portiekwoning, bovenwoning, benedenwoning, maisonnette); - in de marktsector (koop en particuliere huur) is de verhuisdynamiek groot, in de corporatiesector (sociale huur) is de doorstroming ondanks grote vraag vrijwel stil komen te liggen. Zo wonen particuliere huurders gemiddeld kort (< 2 jaar) en hebben ze de hoogste woonquote (42 % ten opzichte van 30 % in de koopsector en 37 % voor de corporatiesector); - sociale huur concentreert zich in Zuidwest, delen van Centrum en in de wijk Duindorp.

In totaal gaat het om 31 % van de Haagse woningvoorraad. Het aantal sociale huurwoningen in Den Haag is in de afgelopen twintig jaar vrijwel niet veranderd. Particulier huurwoningen (totaal circa 64.000) komen in Zuidwest minder voor maar zijn overigens redelijk verdeeld over de wijken met enkele uitschieters. Dit segment is fors gegroeid; - de waarde van een gemiddelde woning bedroeg in Den Haag in 2021 bijna EUR 294.000. De ruimtelijke verschillen zijn groot, met soms een factor 3 verschil tussen wijken; - in 2018 bedroeg de ‘woonquote’, dat is het aandeel dat een huishouden kwijt is aan woonlasten, voor huurders in Den Haag gemiddeld 41,2 %. Dat ligt boven de woonquote in de andere grote steden. Eigenaren van koopwoningen waren gemiddeld 30,7 % van hun inkomen aan woonlasten kwijt, minder dan in Amsterdam maar meer dan in de andere steden; - bijna driekwart van de inwoners van Den Haag is (redelijk) tevreden met zijn of haar eigen woning en de woonomgeving. Dat aandeel ligt bij de andere grote steden (wat) hoger; - in 2022 hebben 2.514 (unieke) mensen zich bij het daklozenloket gemeld. Als er gekeken wordt naar de mensen die Den Haag heeft gesproken, betreft het 27 % mensen die leven in de openbare ruimte of verblijven in de nood-of nachtopvang.

73 % van de mensen gaat om mensen die klaar zijn om uit te stromen; verblijven op plekken wat eigenlijk geen woonplekken zijn (bv boot of auto); mensen die tijdelijk bij vrienden of familie verblijven (zogenoemde bankslapers) of mensen bij wie huisuitzetting dreigt; - de verhuismobiliteit in de stad verschilt sterk per wijk. Er tekent zich geen duidelijke samenhang af met fysieke woningkenmerken. Verhuisgedrag wordt niet alleen bepaald door de woning of de woonomgeving; - senioren wonen vaak al langere tijd in hun woning; de helft woont langer dan 20 jaar in de huidige woning. Bijna 80 % wil beslist niet verhuizen in de komende 2 jaar. De verhuisgeneigdheid is onder ouderen ook duidelijk lager dan gemiddeld onder alle inwoners van Den Haag. 65-plussers die eventueel wel willen verhuizen, geven als belangrijkste reden aan dat zij dit zouden doen voor hun gezondheid of de behoefte aan zorg; - Haagse woningen gebruiken gemiddeld 1.000 kuub aardgas per jaar. Dat is meer dan in andere grote steden, maar dat verschil komt mede doordat in sommige andere steden meer woningen zijn aangesloten op stadsverwarming. Binnen Den Haag springen Scheveningse wijken en Vogelwijk eruit met een hoog verbruik; - ook elektriciteitsgebruik verschilt sterk tussen wijken. Zuidwest, Laak, Centrum en Bezuidenhout gebruiken relatief minder stroom dan andere wijken.

Het stroomverbruik per woning in Den Haag is vergelijkbaar met de andere steden, alleen Amsterdam lijkt er gunstiger op te scoren.

46 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Ambitie 3. Een klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag Voor de operationalisering van deze ambitie is een selectie van indicatoren gemaakt naar 3 deelonderwerpen: risico’s, verduurzaming en natuur. Zeewaterstijging vormt een belangrijk risico voor (middel)lange termijn en de bijbehorende opgaven rond kustversterking spelen een belangrijke rol voor de stedelijke ontwikkeling. Dit onderwerp vraagt meer aandacht dan binnen de context en het tijdpad van de staat van de leefomgeving kon worden gegeven en verdient een eigen, nadere uitwerking: - de risico-inventarisatie laat zien dat Den Haag binnen de G5 een gunstige positie heeft waar het gaat om uitstoot van broeikasgassen. Dit komt vooral op het conto van de afwezigheid van grootschalige industrie en landbouw. Haagse emissies komen voornamelijk van verkeer, kantoren en woningen maar kunnen locatiespecifiek wel tot knelpunten leiden; - overlastrisico’s als gevolg van klimaat(verandering) zijn onderverdeeld naar water, hitte en droogte. Wateroverlast bij hevige regenval speelt bij dichtbebouwde, ‘versteende’ gebieden en de risico’s zijn het hoogst op Scheveningen en de stadsdelen Centrum en Segbroek. Hittestress vormt met name een risico in delen van het Centrum, Scheveningen, Binckhorst en Loosduinen. Droogte brengt het risico van bodemdaling en aantasting van houten paalfunderingen.

Bodemdaling speelt met name in de veenpolders van Mariahoeve, Wateringseveld en Leidschenveen-Ypenburg. Houten paalfunderingen zijn een risico in met name de wijken Bezuidenhout en de Stationsbuurt. In de kustzone speelt de kwetsbaarheid van de natuur, met name in de Natura2000-gebieden een rol bij het uitzakken van grondwaterpeilen; - verduurzaming vormt een manier om klimaateffecten te verminderen (mitigatie) en de stad op onvermijdelijke verandering aan te passen (adaptatie). Duurzame energie in de vorm van zonnepanelen kan in Den Haag in absolute zin vooral in de nieuwste (Vinex)wijken, Bouwlust/Vrederust en Loosduinen gezien worden en veel minder in de centrumgebieden. Vergeleken met G5 doet Den Haag het met gemiddeld 70 Watt zonne-energie per woning matig; vooral Eindhoven en Utrecht laten hier een voorsprong zien; - groene daken kunnen hittestress tegengaan en energie besparen. Groene daken komen verspreid over de stad voor, met grote verschillen tussen wijken zonder een eenduidig patroon; - een deel van het Haags gasnet moet voor 2028 worden vervangen, waarbij aan kan worden aangesloten bij energietransitie. Te vervangen leidingen liggen vooral in Den Haag Zuidwest; - woningen met energielabel A zijn in Den Haag vooral te vinden in wijken met recente nieuwbouw en in wijken met naoorlogs corporatiebezit waar al verduurzaming plaatsvond.

In deze laatste gebieden bevinden zich ook de meest label C woningen, net als in het Centrum. Scheveningen, Benoordenhout en delen van Escamp kennen veel woningen met label F. Bouwlust/Vrederust en Morgenstond kennen veel woningen in elk van 3 categorieën; - Den Haag heeft vergeleken met de G5 relatief veel natuurgebieden, zowel per inwoner als gemeten in aandeel van het gemeentelijk oppervlak. Groene (natuur)gebieden liggen vooral aan de randen van de stad, tussen centrum en Scheveningen en tussen Centrum en Wassenaar. Biodiversiteit neemt dan ook af naarmate men van gemeentegrens naar centrum beweegt. Ambitie 4. Een economisch vitaal Den Haag Deze ambitie focust op een economisch gezonde stad met een meer diverse economische structuur en passend werk voor alle mensen. De staat van de leefomgeving brengt indicatoren in beeld over de huidige situatie en ontwikkeling van bedrijvigheid en banen en over de arbeidsmarkt met aandacht voor ‘meedoen’ (arbeidsparticipatie en werkloosheid) en de randvoorwaarden daar voor (opleiding). Daarnaast wordt de sociaaleconomisch (inkomens)situatie van de inwoners van Den Haag weergegeven: - Den Haag kent een breed palet aan bedrijvigheid en non-profit werkgevers. Grote werkgevers bevinden zich vooral in Centrum en Bezuidenhout, met een zwaartepunt in het CID.

Dat ook wijken als Laak en Bouwlust/Vredelust donker kleuren op een kaart met bedrijvigheid komt door het grote aantal ZZP’ers in die wijken; - werkgelegenheid concentreert zich dan ook vooral in de genoemde centrumgebieden en daarnaast in Benoordenhout en op werklocaties zoals Forepark en bedrijventerrein Zichtenburg Kerketuinen Dekkershoek (ZKD); - Den Haag is de meest dichtstbevolkte stad van Nederland. De druk op de ruimte is groot. Ruimte voor bedrijven en kantoren is het afgelopen decennium afgenomen, terwijl de bevolking is gegroeid en andere functies zoals wonen en maatschappelijke voorzieningen in omvang zijn toegenomen. 99 % van de bedrijventerreinen zijn uitgegeven en het aanbod aan kwaliteitskantoren is laag;

47 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

-

-

-

-

-

-

centrumgebieden veranderen steeds meer van pure winkelgebieden naar plaatsen waar winkelen, wonen, werken, ontmoeten en recreëren samenkomen. Kunst en cultuur, horeca, (flex)kantoren, maakbedrijven, zorg, onderwijs, wonen en dienstverleners zijn steeds vaker prominent in het straatbeeld vertegenwoordigd. Den Haag is qua werkgelegenheid vooral een stad van dienstverlening en overheid. Er zijn relatief weinig grote, exporterende en daarmee stuwende (bedrijven)clusters. Het verdienvermogen blijft achter bij andere grote steden (arbeidsproductiviteit en BRP per hoofd van de bevolking). Tegelijkertijd zijn sectoren met veel werkenden t/m middelbaar onderwijs in Haaglanden vaak relatief klein, ondervertegenwoordigd en kennen een relatief lagere verwachte groei; groei van werkgelegenheid vond in de afgelopen 10 jaar vooral plaats in Den Haag Zuidwest en Laak. Dit beeld wordt veroorzaakt door de explosieve groei van het aantal ZZP’ers, die als bedrijf meestal staan geregistreerd op hun particuliere woonadres. Uit nadere analyses van deze groei blijkt dat dit niet zonder meer gezien kan worden als een teken van (economisch) succes.

Veel ZZP’ers hebben een laag inkomen en een deel bestaat uit ‘werkende armen’, hetgeen versterkt is tijdens de coronacrisis; sinds eind 2017 is de arbeidsmarkt in de regio Haaglanden volgens de UWV-spanningsindicator ‘krap’: de vraag is veel groter dan het aanbod. In 2021, na een dip als gevolg van corona, nam de spanning snel toe en kwam in 2022 op een recordhoogte uit (‘zeer krap’). Vanaf de tweede helft van 2022 daalt de spanningsindicator licht. Hoewel momenteel bijna alle beroepen last hebben van krapte, is de verwachting dat op de langere termijn vooral de tekorten in techniek, ICT, zorg en onderwijs oplopen mede door, of ondanks, digitalisering, automatiseren en robotisering. Ook klimaatinvesteringen dragen bij een tekort in bepaalde beroepen; Den Haag is tegelijkertijd ook een stad met bijna 500 internationale organisaties (Haagse regio). Samen zijn ze goed voor zo’n 40.000 banen en bijna 3 miljard euro aan bestedingen; in Den Haag doet niet iedereen mee. De arbeidsparticipatie ligt lager dan in de andere grote steden, met uitzondering van Rotterdam: · dat heeft deels te maken met het opleidingsniveau. Den Haag heeft een substantieel lager aandeel hoogopgeleiden (38,3 %) dan de noordelijke Randstad (boven de 50 %).

Ruimtelijk is een sterke scheiding zichtbaar van wijken waar meer dan de helft van beroepsbevolking hbo/wo geschoold is (noordelijke helft van de stad) en wijken vaak minder dan 20 % dat opleidingsniveau heeft (met name Den Haag Zuidwest en Laak). Mensen met een vmbo-opleiding of een onafgemaakte opleiding vormen daar de meerderheid. Onvoldoende startkwalificatie voor de arbeidsmarkt komt hier vaker voor. Middelbaar geschoolden wonen in gelijke mate verspreid over de hele stad; Haagse huishoudens laten binnen de G5 een ongunstige situatie zien waar het gaat om schulden en besteedbaar inkomen; naar mediaan vermogen gemeten neemt Den Haag met EUR 9.000 euro per huishouden een middenpositie in; de ruimtelijke verdeling binnen de stad van hoge, respectievelijk lage inkomens kleurt naar een voorspelbaar patroon van de gekende tweedeling; personen met een uitkering komen dan weer verspreid over de hele stad voor. Dit komt doordat het hierbij gaat om zowel met mensen met bijstand of een werkloosheidsuitkering als om gepensioneerden (AOW). Wordt er onderscheid gemaakt naar het soort uitkering, dan ontstaat naar verwachting een ander ruimtelijk beeld.

Ambitie 5. Een gezond en veilig Den Haag Een gezond en veilig Den Haag houdt in dat iedereen in Den Haag alle kans heeft op gezonde en gelukkige levensjaren. In de operationalisering van deze ambitie is de focus gelegd op randvoorwaardelijke kenmerken van de leefomgeving enerzijds en de manifestatie ervan in termen van (ervaren en gemeten) gezondheid en (on)veiligheid: - luchtkwaliteit is van belang voor de volksgezondheid. Vooral fijnstof, stikstofdioxide en ozon spelen een rol bij het veroorzaken van gezondheidseffecten. Inmiddels wordt in de hele stad aan de wettelijke normen voldaan (Europese grenswaarden), maar de concentraties van fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxiden liggen nog (ver) boven de advieswaarden van de WHO; - de hoogste blootstelling aan fijnstof is in het centrum en de directe omgeving daarvan. De emissie van fijnstof in de stad is vooral afkomstig van inwoners (o.a. houtstook) en het wegverkeer; - de hoogste blootstelling aan stikstofdioxide is in het centrum en de directe omgeving daarvan. De emissie van stikstofdioxide in de stad is vooral afkomstig van wegverkeer en mobiele werktuigen. Een deel van de stikstofuitstoot in de Haagse regio komt van activiteiten die buiten Den Haag plaatsvinden, zoals scheepvaart;

48 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

-

-

-

-

-

-

-

-

het huisartsenaanbod is niet geheel gelijkmatig verspreid over de stad. Gemiddeld is er in Nederland op 1.000 inwoners ongeveer 0,75 fte huisarts. In Den Haag ligt dat gemiddeld iets lager. Tussen wijken zijn de verschillen soms groot. Inwoners van Kijkduin/Ockenburgh, Kraayenstein/Vroondaal, Westbroekpark/Duttendel en de Vinex kennen binnen hun eigen wijk relatief weinig aanbod van eerstelijnszorg. Ze moeten gemiddeld bijna een kilometer of meer reizen naar een huisarts. Dit geldt echter ook voor Groente- en Fruitmarkt en Binckhorst. In elk stadsdeel komen wijken voor met relatief wat minder huisartsen, maar opvallend is dat dit geldt voor geheel de stadsdelen Escamp en Laak; in Den Haag is voor de gemiddelde inwoner de afstand tot een sportterrein 0,7 kilometer. Den Haag onderscheidt zich hiermee gunstig binnen de G5; inwoners van stadsdelen Segbroek en Leidschenveen-Ypenburg geven de hoogste rapportcijfers voor de kwaliteit van hun leefomgeving; die in Laak de laagste; gemeten naar levensverwachting is Den Haag binnen de G5 een middenmoter; maar relatief veel inwoners van Den Haag hebben overgewicht (48,6 %). Een ongunstige score binnen G5-verband is er ook op gezondheid: een relatief hoog aandeel personen kampt met een langdurige ziekte.

Met 38,4 % heeft Den Haag het hoogste percentage binnen de G5; 69 % van de Haagse inwoners ervaart de eigen gezondheid als (zeer) goed; maar net iets meer dan in Rotterdam en duidelijk minder dan in Utrecht (77,4 %). Ervaren gezondheid kent binnen Den Haag weer een duidelijke ruimtelijke uitsortering, met hoge scores voor Benoordenhout en Vogelwijk (>80 %) en lage scores in Den Haag Zuidwest en Laak; een scherper contrast is zichtbaar tussen wijken waar veel mensen voldoen aan de beweegrichtlijn en wijken waar dat aandeel laag is. Dat geldt ook voor het aandeel eenzame volwassenen. Op beide kenmerken laat Den Haag Zuidwest de minst gunstige cijfers zien; het aantal geregistreerde misdrijven in Den Haag is lager dan in de andere grote steden. Dat beeld wordt bevestigd door het aandeel ondervonden delicten. Toch voelt 3,6 % van de mensen in Den Haag zich vaak onveilig, een hoger aandeel dan in de meeste andere steden; aangiftes van verschillende vormen van criminaliteit zijn in absolute zin vooral geregistreerd in Den Haag Zuidwest, Laak, Centrum en Scheveningen. In Benoordenhout en Loosduinen, waar minder mensen wonen, zijn echter ook veel diefstallen en overvallen geregistreerd; geluidsoverlast kan funest zijn voor (ervaren) gezondheid. De belangrijkste gezondheidseffecten van blootstelling aan geluid in de directe woonomgeving zijn hinder en slaapverstoring.

Naast verkeerslawaai gaat het daarbij ook vaak om geluidsoverlast van buren of anderen in de woonomgeving. In 2020 ervaarde 58,5 % van de inwoners matige tot ernstige geluidhinder, uiteenlopend van 46,8 % in Loosduinen tot 66,8 % in Laak. Meldingen van overlast komen door de hele stad voor maar concentreren zich in Den Haag Zuidwest, Laak en Centrum; sport en bewegen heeft een positieve invloed op de vitaliteit van de inwoners in Den Haag, draagt bij aan een veilige en plezierige leefomgeving en maakt van Den Haag een aantrekkelijke stad om te wonen en te bezoeken. Het percentage Hagenaars dat >12 keer per jaar sport (RSO-definitie) is 65 %. In de stadsdelen Escamp en Laak blijft dit echter sterk achter met 52 %.

Ambitie 6. Een duurzaam bereikbaar Den Haag Vier onderwerpen spelen hierbij een rol: compacte stad en nabijheid van functies; de menselijke maat; stadsvriendelijke vervoerwijzen en de inzet op sterker regionaal openbaar vervoer. Bezit en gebruik van de auto worden in beeld gebracht, net als het toenemend gebruik van meer duurzaam vervoer: - Den Haag heeft gemiddeld bijna 7.000 inwoners op een vierkante kilometer. Ze kan dan ook de meest compacte stad worden genoemd; al ligt dit óók aan het gebrek aan ‘buitengebied’. De grootste inwonerdichtheid komt voor in Centrum, Laak en delen van Segbroek. De grootste bebouwingsdichtheid toont zich in dezelfde delen van de stad en vormt vrijwel concentrische ringen rond het centrum. De autodichtheid per vierkante kilometer vertoont een vergelijkbaar patroon als de bebouwingsdichtheid, met uitzondering van de wijken Centrum en Stationsbuurt. De autodichtheid per adres laat bijna het omgekeerde beeld zien: hoe verder weg van het centrum, hoe hoger het (gemiddeld) aantal auto’s per adres; - de parkeerdruk is relatief verspreid over de stad, maar wijken met veel auto’s/km2 laten ook een hoge parkeerdruk zien. Deze wijken kennen óók de hoogste aantallen verkeersongevallen.

Driekwart van de slachtoffers valt op 50km-wegen; het gaat vooral om (brom)fietsers; - de meeste trips zijn om boodschappen te doen of te winkelen (21,2 %), naar het werk te gaan (19,2 %) of om recreatieve redenen;

49 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

-

-

-

-

-

-

van alle verplaatsingen in de stad wordt een derde afgelegd met de auto. 69 % van de autoritten in de stad gaat over korte afstand (minder dan 10 kilometer), 43 % zelfs minder dan 5 kilometer. Het aandeel verplaatsingen per openbaar vervoer en per fiets stijgt de laatste jaren echter met kleine stapjes terwijl het autogebruik tot de coronapandemie licht afnam; in bijna elk huishouden (96 %) in Den Haag is een fiets te vinden. Meer dan de helft van de inwoners fietst (bijna) dagelijks. Toch geeft ruim een kwart aan zelden of nooit te fietsen; 52 % van de Haagse huishoudens heeft een of meer auto’s. In Leidschenveen-Ypenburg is dat 80 %. In stadsdeel Centrum ligt het autobezit met 38 % op het laagste niveau; mobiliteitsgedrag verschilt per wijk. In wijken in en rond het centrum wordt veel gebruik gemaakt van OV en kiest men voor minder dan 25 % van de verplaatsingen de auto. Het hoogste aandeel verplaatsingen per auto kennen de wijken Benoordenhout, Loosduinen, Waldeck en Vruchtenbuurt. Maar ook in de rest van stadsdeel Loosduinen, in Leidschenveen-Ypenburg en in Wateringse Veld ligt het autogebruik -net als het autobezithoog; de (particuliere) autovoorraad van Den Haag groeide tussen 2016 en 2021 met bijna 7 % terwijl de woningvoorraad toenam met 5 %.

Het aandeel auto’s met relatief minder uitstoot (emissieklassen 5 en 6) nam vorig jaar wel sterk toe, terwijl het aandeel ‘vuilere’ auto’s (emissieklassen 1-4) afnam. Het aantal schone auto’s (nul emissie) groeide met bijna 90 % maar is met nog geen 1.000 auto’s nog steeds een relatief kleine categorie; de meeste elektrische auto’s zijn nu echter nog leaseauto’s (hiervoor niet meegeteld). Het totaal aantal e-auto’s bedroeg in 2020 13,8 per 1.000 inwoners, niet veel lager dan in Amsterdam. Het aantal laadpalen nam ook fors toe en bedroeg in 2020 ruim 3.500; het aantal deelauto’s is in 2021 echter wat teruggelopen en bedraagt nu een kleine 270 op 100.000 inwoners; in Utrecht en Amsterdam is dat aantal fors hoger; gebruik van (regionaal) Openbaar Vervoer is mede afhankelijk van aantrekkelijk voor- en natransport. Reizigers aankomend op Den Haag CS gebruiken in het voortransport vooral OV (45 %). Het natransport, dus vanaf CS, vindt meestal te voet plaats (58 %) of per OV (32 %). De auto wordt zowel naar het station als van het station vandaan nauwelijks gebruikt; Haagse senioren verplaatsen zich vooral per auto (als bestuurder), te voet of per fiets. De belangrijkste reden voor Haagse senioren om zich te verplaatsen is het doen van boodschappen en/of om te winkelen. Daarnaast hebben verplaatsingen vaak een sociaal doel, zoals een visite.

Ouderen zijn redelijk tevreden over de mobiliteitsvoorzieningen in de buurt; met het openbaar vervoer en met het onderhoud van wegen en fietspaden. Met de parkeervoorzieningen zijn zij minder tevreden (Ouderenmonitor, 2020).

Slotbeschouwing Den Haag heeft zes ambities geformuleerd voor de komende decennia. Omgevingsbeleid vormt een van de instrumenten waarmee de gemeente invulling wil geven aan die ambities. Het is goed om te bedenken dat het daarbij veelal gaat om het creëren van randvoorwaarden. De staat van de leefomgeving biedt een nulmeting van waaruit in de komende jaren gevolgd kan worden hoe de stad en de bevolking zich ontwikkelen op de onderscheiden onderwerpen. Wanneer door de oogharen wordt gekeken naar het beeld over de zes ambities heen, dan vallen een aantal zaken op: - de meeste stedelijke opgaven zijn niet uniek voor Den Haag; ook de andere grote steden hebben te maken met deze opgaven en hebben vaak ook vergelijkbare ambities geformuleerd. De uitgangssituatie is voor Den Haag met name op de sociaaleconomische onderwerpen vaak minder gunstig dan die voor Utrecht, Amsterdam en Eindhoven. De vraag tekent zich af waar Den Haag zich op wil onderscheiden (optimaliseren) en waar Den Haag wil volstaan met een ondergrens; - binnen Den Haag zijn de verschillen tussen wijken soms groot. Daarbij tekent zich een terugkerend ruimtelijk patroon af dat mag worden samengevat als ‘tweedeling’. Dat gaat niet op voor élk onderwerp en daarom blijft maatwerk per wijk geraden.

Maar duidelijk is dat er sprake is van een stapeling van ‘ongunstige scores’ in de stadsdelen Escamp, Laak en delen van Haagse Hout, Centrum en Scheveningen; - daarbij gaat het primair om de sociale en economische situatie van bevolking: relatief laag opgeleid (basisonderwijs, VMBO, of de eerste fase van HAVO/VWO), vaker laaggeletterd; veel lage inkomens, hogere werkloosheid, een slechtere gezondheid, vaker overlast en onveilige situaties. Kinderen lopen er al vroeg meer risico op achterstand of uitval in het onderwijs. Het aandeel mensen met een migratieachtergrond is er groot. De maatschappelijke participatie blijft achter;

50 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

-

in de fysiek-ruimtelijke randvoorwaarden komen de ongunstige factoren samen. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving is onder gemiddeld. De meest versteende wijken van Den Haag ondervinden ook opgaven op socio-economische domein. Bestaande risicobronnen in dichtbevolkte gebieden zoals CID brengen omgevingsveiligheidsrisico’s met zich mee. Den Haag is toegankelijk voor de auto waardoor er knelpunten zijn op het gebied van geluid en luchtkwaliteit. De woningvoorraad is eenzijdig. Er zijn relatief goedkope huurwoningen, maar toch is wonen voor huurders in Den Haag relatief duur (hoge woonquote). De verduurzaming van het woningaanbod steekt echter niet ongunstig af bij andere delen van de stad, mede door het grote aandeel corporatiebezit. De gebieden kennen weliswaar relatief veel ondernemerschap (ZZP’ers) maar er is weinig ruimte voor (groei van) MKB-bedrijvigheid. Er zijn wel de nodige medische voorzieningen maar voor het aantal inwoners is de eerstelijnszorg (huisartsen) relatief beperkt in omvang.

2.2

Externe ontwikkelingen

Generiek plan overstijgende ontwikkelingen Daarnaast zijn er generieke ontwikkelingen die het gebiedsniveau overstijgen. Op het gebied van milieu is dit bijvoorbeeld de trendmatige verbetering van de luchtkwaliteit door (inter-)nationale afspraken of de klimaatverandering die op basis van verschillende scenario´s te verwachten is. Ook zijn er technologische, demografische, politieke, economische en sociale ontwikkelingen op nationaal en regionaal niveau die in meer of mindere mate invloed hebben op de autonome ontwikkeling van het plangebied. Zo bepaalt het migratieoverschot en de ontwikkeling van de werkgelegenheid in sterke mate de aard en de hoogte van de woningbouwopgave. Ook technologische innovaties, zoals zelfgestuurd of emissieloos rijden, zijn zeker vanaf 2030 van grote invloed op de verplaatsingspatronen en milieucondities in en rondom het plangebied. Deze generieke plan overstijgende ontwikkelingen worden in het oer betrokken.

51 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

3 ALTERNATIEVEN | WAAR WIL DE GEMEENTE DEN HAAG NAARTOE? 3.1

Alternatieven

De opstellers van het voorgenomen beleid hebben de totstandkoming van de alternatieven nader toegelicht.

3.1.1

Totstandkoming alternatieven

In november 2022 is de NRD vastgesteld door de Haagse gemeenteraad. Van 4 november tot en met 16 december 2022 heeft de NRD ter inzage gelegen. Tijdens deze periode kon iedereen een zienswijze indienen. De Commissie mer heeft ook geadviseerd over reikwijdte en detailniveau van het onderzoek. De Commissie heeft op 25 januari 2023 haar advies (a3626rd (commissiemer.nl)) gepubliceerd. In de oorspronkelijke opzet van de NRD zijn drie verhaallijnen gebruikt voor het opstellen van drie alternatieven: Lokale Stad, Transitiestad en Regiostad. Deze alternatieven bleken niet voldoende onderscheidend omdat niet duidelijk werd in welke mate de alternatieven bijdragen aan de ambities en onduidelijk bleef wat de keuzes opleveren. De drie alternatieven lieten bovendien onvoldoende scherpe dilemma’s zien die nodig zijn om de hoeken van het speelveld te kunnen verkennen. In lijn met het advies van de Commissie mer zijn de alternatieven aangepast en meer onderscheidend van elkaar gemaakt door de vastgestelde zes Haagse ambities leidend te maken. Dit heeft geleid tot vier, integrale alternatieven, die door ontwerpend onderzoek zijn ontwikkeld. Ze zijn enerzijds tot stand gekomen in co-creatie met ambtenaren, ketenpartners en (semi-) overheden.

Anderzijds heeft de gemeente gekozen voor een breed participatietraject met de stad om de alternatieven verder te verrijken en richtingen op te halen voor het voorgenomen beleid. Er is besloten geen nieuwe NRD te maken, maar alle reacties en adviezen te betrekken bij het opstellen van het OER. 1. Ontwerpend onderzoek Alternatieven De Staat van de Leefomgeving, de zes ambities uit het Ambitiedocument en de beleidsinventarisatie (met daarin o.a. de opgaven voor Den Haag genoemd) vormen een belangrijke basis voor de ontwikkeling van de 4 integrale alternatieven. Door deze koppeling te leggen, heeft de gemeente de perspectieven op de mogelijke toekomst zo Haags mogelijk gemaakt. De gemeente wil namelijk uiteindelijk goede onderbouwde keuzes gaan maken voor het voorgenomen beleid dat oplossingen biedt voor Haagse, specifieke knelpunten, (maatschappelijke) dilemma’s en kansen. Tijdens werksessies is, aan de hand van doelstellingen bij de zes ambities, een beeld ontstaan van wat de gemeente minimaal wil bereiken en waar zij naar streeft. Vervolgens is gekeken naar de gevolgen hiervan voor de andere ambities, Op deze manier zijn de hoeken van het speelveld bepaald.

Dus, waar ziet de gemeente onderscheidende elementen en waar zijn scherpe dilemma’s te verwachten? Elk van de vier alternatieven gaat in op een van de belangrijkste (ruimtelijke én sociale) uitdagingen waarmee Den Haag te maken heeft. Deze uitdagingen staan aan de basis van de zes ambities. Voor elk alternatief zijn vervolgens de 2 Haagse ambities die het meest bij deze uitdaging passen op maximaal ingesteld.

52 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Door deze ambities op maximaal te zetten, is ruimte voor innovatieve oplossingsrichtingen verkend en zo de hoeken van het speelveld in beeld gebracht. Via ontwerpend onderzoek zijn de ruimtelijke gevolgen ingetekend op de stadsplattegrond van Den Haag. De gemeente vond het belangrijk om bij de alternatieven ook enig realisme toe te passen. De hoeken van het speelveld gaan dus niet zozeer over utopische vergezichten, maar over ontwikkelrichtingen die enigszins dicht bij de Haagse basis (de staat van de leefomgeving) staan. De grootste uitdagingen (zonder compleet te zijn) die aan de basis hebben gelegen voor de ontwikkeling van de vier integrale alternatieven zijn: - Bestaansonzekerheid en kansen (on) gelijkheid; de inwoners van Den Haag hebben niet allemaal in gelijke mate toegang tot brede welvaart, voorzieningen en een aantrekkelijke openbare ruimte (kern ambitie 1); - Toekomstbestendigheid en betaalbaarheid van de woningvoorraad; kwantitatief en kwalitatief (kern ambitie 2); - Behoud en versterking van een groene, toekomstbestendige en leefbare stad voor bewoners, bezoekers en bedrijven.

In relatie tot een toenemende verstedelijkingsdruk op de stad en regio (kern ambitie 3); - Ruimte bieden en houden voor een economisch vitale stad met passende werkgelegenheid voor huidige en toekomstige inwoners (kern ambitie 4); - Streven naar een gezonde en veilige leefomgeving waarin iedere inwoner gelijke kansen heeft op gezonde en gelukkige levensjaren (kern ambitie 5); - Bereikbaarheid, leefbaar en verkeersveilig houden van de stad en de Haagse regio (kern ambitie 6). De alternatieven variëren op de volgende variabelen: - type verstedelijking: concentratie versus spreiding; - omvang bouwprogramma: maximaal woonprogramma versus maximaal economische programma; - mobiliteitsconcepten: duurzame mobiliteit versus toegankelijke mobiliteit; - omvang groen: versnipperd versus structuren; - sturingsfilosofie: hard of zacht sturen. Deze basis heeft geleid tot de samenstelling van de volgende vier te onderzoeken alternatieven. Compacte woonstad: dit alternatief is samengesteld door maximalisatie van de ambities ‘Betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad’ (2) en ‘Duurzaam bereikbaar’ (6). In dit alternatief onderzoeken we de effecten van verdere knooppuntontwikkeling, in relatie tot verstedelijking en (regionale) bereikbaarheid. In dit alternatief komt duurzame mobiliteit, vanuit oogpunt van hoogwaardig openbaar vervoer, maximaal tot uiting.

Meerkernige 15-minutenstad: dit alternatief is samengesteld door maximalisatie van de ambities ‘Duurzaam bereikbaar’ (6) en ‘Gezond en veilig’ (5). In dit alternatief staat nabijheid van stedelijke- en wijkvoorzieningen voor onze inwoners, bezoekers en bedrijven voorop, vanuit het oogpunt van gezonde mobiliteit. Het perspectief van de voetganger en de fietser staat hierbij voorop. Klimaatbestendige Parkenstad: dit alternatief is samengesteld door maximalisatie van de ambities ‘Gezond en veilig’ (5) (vanuit ruimtelijk perspectief) en ‘Klimaatbestendig, natuurinclusief en klimaatneutraal’ (3). In dit alternatief komt groen, in relatie tot gezondheid en veiligheid maximaal tot uiting. Gevarieerde Werkstad: dit alternatief is samengesteld door maximalisatie van de ambities ‘Economisch vitaal’ (4) en ‘Rechtvaardig en inclusief’ (1). In dit alternatief worden de effecten verkend van het uitbouwen van de positie van Den Haag als kennisstad en het uitbouwen van een bredere economische basis.

53 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Afbeelding 3.1 Mengpaneel

Het ontwerponderzoek van de alternatieven betrof een participatieve aanpak, waarbij alle afdelingen/diensten van de gemeente Den Haag input hebben geleverd. Dit zorgde niet alleen voor een breder perspectief, waarin sociaal maatschappelijke en ruimtelijke uitdagingen met elkaar werden verbonden. Samen met de Haagse ketenpartners (Provincie, Rijkswaterstaat, Dunea, Hoogheemraadschap Delfland, Stedin, et cetera) zijn de alternatieven besproken en aangescherpt, wat resulteerde in oplossingsrichtingen die rekening houden met diverse belangen en inzichten vanuit de stad. Zoals aangegeven, heeft de gemeente in de nieuwe opzet met vier alternatieven aansluiting gemaakt bij de bevindingen uit de Staat van de Leefomgeving zodat verschillende, onderscheidende milieu- en sociale effecten in beeld kunnen worden gebracht. Het oorspronkelijk gekozen beoordelingskader is gebaseerd op de ambities van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Op basis van de adviezen en zienswijzen is geconstateerd dat de clustering van de NOVI ambities weinig toegevoegde waarde heeft. In lijn met het advies van de Commissie mer is een duidelijkere koppeling gelegd tussen de Staat van de Leefomgeving en het beoordelingskader. Dit heeft geleid tot een aangescherpte opzet van het beoordelingskader waarin de zes Haagse ambities centraal staan.

Daarnaast is het beoordelingskader meer ‘Haags’ gemaakt door deze te richten op het selecteren van indicatoren die informatie geven over specifieke Haagse knelpunten. In de beoordeling van de alternatieven in het OER is dan ook scherper te zien in hoeverre de alternatieven deze knelpunten oplossen of verergeren. 2. Breed participatietraject Op advies van de Commissie mer is extra aandacht besteed aan het participatietraject. Door brede participatie te organiseren (diversiteit, aantallen deelnemers) kunnen namelijk ideeën, kennis, behoeften en oplossingen van belanghebbenden worden opgehaald. Aandachtspunten bij de participatie zijn representativiteit en inclusiviteit. Het is belangrijk dat de deelnemers zoveel mogelijk belangen die spelen vertegenwoordigen. Daarom heeft de gemeente zich zoveel mogelijk ingespannen om groepen inwoners, ondernemers en/of organisaties die door maken van de Omgevingsvisie worden geraakt, aan het participatietraject te laten deelnemen. De gemeente heeft ook groepen bereikt die zich niet vanzelfsprekend laten horen. Zo is een completer inzicht ontstaan in de fysieke én sociale gevolgen van bepaalde ruimtelijke keuzes. In juni en juli 2023 zijn verschillende bijeenkomsten in de stad georganiseerd waarbij de werkgroep omgevingsvisie aanwezig was om met bewoners en ondernemers in gesprek te gaan met de Haagse Mixer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15673420/2