CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322469 Bijlage 3 Omgevingseffectrapport en Passende Beoordeling van globale aard

Gemeenteraad 18 september 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469)36.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

groen (omvang en type - gelijk areaal in groen)

referentienorm

3: er worden groene verbindingen gemaakt (functioneel groen). Er bestaat een risico dat de referentienorm niet gehaald wordt

2: er vindt alleen een toename van functioneel groen (sport)W

1: er wordt ingezet op een groen blauw netwerk, met een mix van ecologisch groen en groen voor sport

4: er is alleen een toename van functioneel groen. Groen wordt gezien als een belangrijke vestigingsfactor voor bedrijven en organisaties

96 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Tabel 3.10 Programma werken per alternatief (bedrijfsruimte, kantoor, detailhandel, horeca, logies, congres, leisure) (ten opzichte van 2020) Compacte woonstad

Meerkernige 15-minutenstad

Klimaatbestendig e parkenstad

Gevarieerde werkstad

totaal (m2)

702.000

1.097.500

373.500

2.283.500

CID (hoofdzakelijk kantoren)

303.000

127.000

120.000

800.000

Binckhorst

61.000

206.000

46.000

505.000

Zuidwest inclusief ZKD

125.000

192.500

91.000

235.000

andere delen (verdeeld over de onderstaande regels)

213.000

572.000

116.500

743.500

Binnenstad

21.000

13.000

-16.500

51.000

Wijkeconomie

50.000

92.500

50.000

90.000

Vlietzone/Ypenburg

150.000

211.500

100.000

250.000

Laakhavens

-40.000

36.500

-37.000

80.000

Scheveningen haven

5.000

97.000

10.000

50.000

Scheveningen rest

17.000

54.000

10.000

42.500

Internationale zone

0

47.500

0

150.000

10.000

20.000

0

30.000

BTs Fruitweg/ Uitenhagestraat

Tabel 3.11 Programma wonen per alternatief (toename woningen ten opzichte van 2020) Compacte woonstad

Meerkernige 15-minutenstad

Klimaatbestendig e parkenstad

Gevarieerde werkstad

80.000 plus

65.000-70.000

50.000-55.000

60.000

CID

30.000

20.000

15.000

20.000

Binckhorst

15.000

7.000-12.000

8.000

5.000

Zuidwest

15.000

15.000

10.000

10.000

15.000 plus

18.000-23.000

17.000 - 22.000

25.000

totaal (aantal woningen)

andere delen (accupunctuur architectuur) - onder andere Scheveningen, Mariahoeve (aantal woningen)

97 | 313 Witteveen+Bos | 145842/25-0008.692 | Definitief 04

4 ONDERZOEKSAANPAK | HOE WORDEN DE ALTERNATIEVEN ONDERZOCHT? 4.1

Aanpak

Hoofdvragen voor het OER Het plan-mer gaat in op de volgende hoofdvragen: - wat is de huidige staat en kwaliteit van de leefomgeving? - hoe ontwikkelt de leefomgeving zich autonoom (zonder nieuwe omgevingsvisie)? - welke alternatieven (beleidsopties) volgen uit de concretisering van de ambities? - wat zijn de effecten van deze alternatieven op milieu en leefomgeving? - wat zijn de effecten van het gekozen toekomstbeeld (het voorgenomen beleid) die in de nieuwe omgevingsvisie wordt opgenomen? - wat zijn aandachtspunten, randvoorwaarden en onzekerheden voor monitoring en evaluatie? Onderzoeksaanpak voor het OER op hoofdlijnen De onderzoeksaanpak bestaat op hoofdlijnen uit 5 stappen: 1 het uitwerken van de staat van de Leefomgeving (al gereed) tot een referentiesituatie voor het OER; 2 het leveren van een bijdrage aan de beleidsopties voor de omgevingsvisie (uitgewerkt in alternatieven) op basis van de concretisering van de ambities en eventuele aanvullende aandachtspunten; 3 het beschrijven en beoordelen van de effecten op milieu en leefomgeving van alternatieven en deze vastleggen in het voorliggende OER; 4 het uitwerken van een toekomstbeeld welke de koers voor de nieuwe omgevingsvisie bevat en het in beeld brengen van de effecten op het milieu en de leefomgeving van dit toekomstbeeld 5 het geven van een aanzet voor monitoring en bijsturing op de beoogde effecten op milieu en

leefomgeving.

4.2

Plan- en studiegebied

Het beleidskader richt zich op de gehele gemeente Den Haag. De effecten van het beleidskader kunnen echter ook buiten de grenzen van de gemeente optreden (studiegebied).

4.3

Huidige situatie, referentiesituatie en zichtjaar

In het OER worden op allerlei aspecten van de leefomgeving (zie beoordelingskader) informatie gegeven. Daarbij worden de volgende situaties onderscheiden: - huidige situatie: dit is de feitelijke staat van de leefomgeving in het jaar 2023 of het meeste recente jaar waarover informatie beschikbaar is. In de praktijk is dit vaak het jaar 2021 of 2022; - referentiesituatie: de situatie die tot en met 2050 zou ontstaan als gevolg van de zogeheten autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich ook zouden voordoen als de omgevingsvisie niet wordt gerealiseerd. Hierbij valt onderscheid te maken tussen: · generieke (exogene)autonome ontwikkelingen (algemene trends en ontwikkelingen als klimaatverandering of vergrijzing die Den Haag als het ware overkomen en waarop de gemeente niet of nauwelijks invloed heeft);

98 | 313 Witteveen+Bos | 145842/25-0008.692 | Definitief 04

·

-

autonoom omgevingsbeleid (voorzetting van het huidige (sectorale) beleid) en autonome projecten (bouw- en infraprojecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden maar die nog niet uitgevoerd zijn); alternatieven: De alternatieven schetsen 4 mogelijk ontwikkelrichtingen voor Den Haag in 2050; het voorgenomen beleid: Het voorgenomen beleid bevat de hoofdlijnen van de Omgevingsvisie Den Haag 2050. Het bestaat uit een verhaal en een visiekaart.

De Omgevingsvisie richt zich op het jaar 2050, het OER sluit zoveel mogelijk aan bij dit zichtjaar. Voor het jaar 2050 is vaak beperkte informatie beschikbaar en bestaat de nodige onzekerheid over autonome ontwikkelingen.

4.4

Beoordelingskader

Het beoordelingskader voor het OER is opgebouwd uit aspecten en indicatoren die toegespitst zijn op de Haagse situatie. Het OER beoordeelt de alternatieven per aspect. De indicatoren worden gebruikt om in het OER effecten te beschrijven van de alternatieven. Op basis van de ambities, de staat van de leefomgeving (paragraaf 2.1) en de ingreep-effectrelaties (bijlage IV) zijn de indicatoren geselecteerd. Samen zeggen de indicatoren iets over een overkoepelend aspect. Met de indicatoren wordt de kwalitatieve en (semi-)kwantitatieve effectbeoordeling van de (ontwerp) Omgevingsvisie uitgevoerd. Ook worden de indicatoren zoveel mogelijk gebruikt in het nog op te stellen (kwantitatieve) monitorings-en evaluatieplan van de Omgevingsvisie. Tabel 4.1 toont het gebruikte beoordelingskader op aspect niveau.

99 | 313 Witteveen+Bos | 145842/25-0008.692 | Definitief 04

Tabel 4.1 Beoordelingskader effecten op milieu en leefomgeving Ambitie

Beoordelingsaspect

Indicator

Rechtvaardig en Inclusief ‘Iedereen doet mee’

voorzieningenaanbod

-

aantal onderwijsvoorzieningen per stadsdeel (PO, VO, vervolgonderwijs);

doelen:

(scholen, horeca, winkels, sport, zorg)

-

aantal culturele voorzieningen per stadsdeel;

de inwoners van Den Haag hebben gelijke mate toegang tot

-

aantal buurthuizen per stadsdeel;

voorzieningen en een aantrekkelijk openbare ruimte;

-

aantal bibliotheken per stadsdeel;

-

iedereen doet mee in Den Haag;

-

aantal sportvoorzieningen per stadsdeel;

-

aantrekkelijk openbare ruimte van kwaliteit waar ruimte is voor

-

aantal huisartsen per stadsdeel;

ontmoeten, bewegen en verblijven voor iedereen

-

aantal ziekenhuizen

-

afstand tot een onderwijsvoorziening (PO, VO, vervolgonderwijs);

-

afstand tot culturele voorzieningen;

-

afstand tot een buurthuis;

-

afstand tot een bibliotheek;

-

afstand tot een sportvoorziening;

-

afstand tot de huisarts

-

mate van tweedeling (kan iedereen meedoen);

-

mate van participatie;

-

afstand tot voorzieningen

welzijn, sociale cohesie, en participatie

Betaalbare, toegankelijke en Toekomstbestendige

-

mate van sociale cohesie

openbare ruimte

-

kwaliteit van openbare ruimte

woningmarkt: woningaanbod

-

omvang woningvoorraad naar prijssegment (koop);

Woningvoorraad ‘Iedereen kan wonen in Den Haag’

-

omvang woningvoorraad naar prijssegment (huur);

doelen:

-

omvang woningvoorraad voor zorgdoelgroepen en levensbestendig;

-

woningvoorraad in balans;

-

aandeel betaalbare woningen per wijk

-

voldoende sociale huurwoningen;

-

verduurzaming woningvoorraad;

-

bestrijden dakloosheid -

woonquote;

-

betaalbaarheid energietransitie

-

energie labels woningen, per stadsdeel;

-

oppervlakte groene daken, per stadsdeel

betaalbaarheid duurzaamheid woningvoorraad

100 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-0008.692 | Definitief 04

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15673420/2