CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322469 Bijlage 3 Omgevingseffectrapport en Passende Beoordeling van globale aard

Gemeenteraad 18 september 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469)36.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Ondanks de impact van klimaatverandering en de toenemende kans op droogte blijft het risico van bodemzetting, inklinking en ondergrondverdichting gering in 2050. In een groot deel van de stad wordt en is rekening gehouden met de leidraad ‘Water en Bodem Sturend’. De oudere en sociaal minderontwikkelde stadskernen zijn hierin achtergebleven. Er is een redelijke potentie om de doelen in 2050 te behalen. Voor de bodem geldt dat de potentie van het doelbereik als laag met grote onzekerheid wordt beoordeeld voor alternatief 1 Compacte woonstad, alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad. In alternatief 1 en in alternatief 2 zal door verdichting en groei op de veen/kleibodems een verhoogde kans op zetting kunnen ontstaan, waardoor er een lage potentie is om het doel te behalen. De omgevingseffecten blijven voor elk van deze drie alternatieven gelijk aan de referentiesituatie. In alternatief 4 Gevarieerde Werkstad wordt geen uitspraak gedaan over beleid of ingrepen die relatie houden tot de bodem of de fysische bodemgesteldheid en mist dus beleidsinzet en gemeentelijke middelen. Voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als redelijk met te overziene onzekerheid wordt beoordeeld. Er is sprake van een verbetering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie.

Door actief beleid en sturing vanuit ‘Water en Bodem Sturend’ is er veel ruimte voor infiltratie en is er rekening gehouden met het bodemtype en waterbergend vermogen van de bodem tijdens gebiedsontwikkelingen. Dit heeft ertoe geleidt dat er geen verslechtering is van de fysische bodemkwaliteit en dat het risico op bodemzetting minimaal is in alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad. Omdat er een ‘Water en Bodem Sturend’ en ‘Bodem en Ondergrond Sturend’ beleid is en er bij gebiedsontwikkeling rekening wordt gehouden met bodemherstel is er een laag risico op verslechtering van de fysische bodemgesteldheid. Het doel is echter een goede fysische bodemgesteldheid, waar op het moment geen sprake van is: de situatie zal niet verslechteren maar slechts lokaal verbeteren. Omdat er naast verwijzing naar deze sturingsprincipes geen keuzes gemaakt worden in het voorgenomen beleid is er een lage potentie met beperkte onzekerheid om de doelen voor het aspect bodem te halen. De omgevingseffecten worden gelijk beoordeeld als de referentie situatie. CO2-uitstoot Het doel is klimaatneutraal in 2050. Voor de referentiesituatie geldt dat het doelbereik voor CO2-uitstoot wordt beoordeeld met een lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid.

Hoewel er flinke ambities voor het realiseren van klimaatneutraal in 2050 liggen door de uitvoering van de Transitievisie Warmte en Nationaal Plan Energiesysteem, is er ook een onzekerheid door het ontbreken van voldoende gemeentelijke middelen. Een grote onzekerheid is de beschikbaarheid van voldoende middelen voor de uitvoering, zowel op Rijks- en provinciaal als op gemeentelijk niveau. De doelstelling klimaatneutraal in 2050 zal door de uitvoering van de Transitievisie Warmte en Nationaal Plan Energiesysteem prioriteit krijgen, zoals ook conform de nationale en Europese doelstellingen, en wordt beschouwd als autonome ontwikkeling. Echter, de beperkte beschikbaarheid van middelen op zowel Rijks- en provinciaal als op gemeentelijk niveau zorgt voor een grote onzekerheid voor de uitvoering.

21 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Voor de referentiesituatie en alle alternatieven geldt daarom een lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid. Voor het voorgenomen beleid geldt dat deze wordt beoordeeld met een lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid. Het voorgenomen beleid beschrijft voor dit doel een richting om deze doelen te halen en wat de prioriteiten en ambities zijn om CO2-neutraliteit te realiseren. De beschikbaarheid van rijks-, provinciale en gemeentelijke middelen voor de uitvoering van deze maatregelen zijn echter onzeker. De omgevingseffecten blijven gelijk aan de referentiesituatie. Energietransitie Het doel is klimaatneutraal in 2050. Voor de referentiesituatie geldt dat het doelbereik voor energietransitie wordt beoordeeld met een lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid. Er liggen stevige Europese, landelijke en gemeentelijke afspraken om ervoor te zorgen dat bedrijven, bedrijfsvastgoed, woningen en verkeer CO2 neutraal worden en duurzame energiebronnen optimaal benutten. Hierbij is het uitgangspunt dat de gemeente Den Haag onder andere de nieuwe bevoegdheden inzet via de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en de Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw). Een grote onzekerheid is de beschikbaarheid van voldoende middelen voor de uitvoering, zowel op Rijks- en provinciaal als op gemeentelijk niveau.

De doelstelling klimaatneutraal in 2050 zal door de uitvoering van de Transitievisie Warmte en Nationaal Plan Energiesysteem prioriteit krijgen, zoals ook conform de nationale en Europese doelstellingen, en wordt beschouwd als autonome ontwikkeling. Echter, de beperkte beschikbaarheid van middelen op zowel Rijks-, provinciaal als gemeentelijk niveau zorgt voor een grote onzekerheid voor de uitvoering. Voor de referentiesituatie en alle alternatieven geldt daarom een lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid. Voor het voorgenomen beleid geldt dat deze wordt beoordeeld met een lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid. Het voorgenomen beleid beschrijft voor alle doelen een richting om deze doelen te halen en wat de prioriteiten en ambities om de energietransitie te realiseren. De beschikbaarheid van rijks-, provinciale en gemeentelijke middelen voor de uitvoering van deze maatregelen zijn echter onzeker. De omgevingseffecten blijven gelijk aan de referentiesituatie. Natuur Het doel is het behouden en herstellen van natuurwaarden. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld. De staat van instandhouding van zowel Natura 2000- en NNN-gebieden als soorten kan niet meer gegarandeerd worden.

Voor natuur geldt dat de potentie van het doelbereik voor alternatief 1 Compacte woonstad, alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld. In deze alternatieven zijn geen maatregelen voorgesteld die zich richten op behoud of uitbreiding/verbetering van habitattypen en populaties van habitatrichtlijnsoorten. De omgevingseffecten verslechteren ten opzichte van de referentiesituatie door een toename van stikstofdepositie. Voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog met te overziene onzekerheid wordt beoordeeld door een investering in de natuur. De omgevingseffecten verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie door een combinatie van uitbreiding van duinen en natuurontwikkeling. Voor het voorgenomen beleid geldt dat de potentie van het doelbereik als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld omdat de instandhoudingsdoelstellingen niet worden gehaald. De verkenning naar mogelijkheden om een aaneengesloten strand- en duingebied kan de verbinding tussen beschermde natuurgebieden mogelijk versterken. Het is echter onzeker of het nieuwe duinenrijk wordt gerealiseerd aangezien het voorgenomen beleid slechts de mogelijkheden onderzoekt.

De toename van het inwonersaantal leidt tot een toename van stikstofdepositie (door verkeer) en een toename van verstoring in (beschermde) natuurgebieden.

22 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

De toenames worden tegelijkertijd ook beperkt, doordat gebruik van openbaar vervoer wordt gestimuleerd, fietser en voetgangers voorrang krijgen bij nieuw in te richten gebieden en groen wordt toegevoegd in drukbevolkte gebieden. De omgevingseffecten zijn daarmee, ondanks de groei van het inwonersaantal, neutraal of licht positief ten opzichte van de referentiesituatie. Biodiversiteit Het doel is het herstellen en vergroten van de biodiversiteit. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld. De biodiversiteit van de stad, die toch al sterk onder druk staat, neemt autonoom steeds verder af. Voor biodiversiteit geldt dat de potentie van het doelbereik voor alternatief 1 Compacte woonstad, alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld. De biodiversiteit blijft in deze alternatieven onder druk staan en neemt verder af. In deze drie alternatieven is sprake van een verslechtering van de omgevingseffecten door een afname van rust en ruimte voor dieren en planten. In alternatief 4 Gevarieerde werkstad is er zelfs sprake van een sterke verslechtering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie door een gebrek aan oog voor biodiversiteit.

Voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog met te overziene onzekerheid wordt beoordeeld door het toevoegen van groen en creëren van verbindingen. De omgevingseffecten verbeteren sterk ten opzichte van de referentiesituatie door de toename van kansen voor het versterken van de biodiversiteit. Voor het voorgenomen beleid geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog met te overziene onzekerheid wordt beoordeeld, aangezien op verschillende niveaus wordt geïnvesteerd in vergroening. Het betreft vergroening door inwoners, vergroening op het niveau van straten en vergroening in de vorm van nieuwe parken, ofwel de icoonprojecten. De omgevingseffecten zijn positief ten opzichte van de referentiesituatie. Landschap, cultuurhistorie en archeologie Het doel is het behoud en versterken van landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik als redelijk met te overziene onzekerheid wordt beoordeeld. Voor landschap, cultuurhistorie en archeologie geldt dat de potentie van het doelbereik voor alternatief 1 Compacte woonstad, alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde Werkstad als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld.

In deze alternatieven is er een kans op verslechtering van de omgevingseffecten op deze erfgoedwaarden ten opzichte van de referentiesituatie. In alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad kunnen deze effecten echter sterk verbeteren. Alternatief 3 wordt beoordeeld als redelijke potentie voor behalen doelen met te overziene onzekerheid. Gezien de grote groei in populatie, stedelijke dichtheid en de klimaatopgave moeten er tot 2050 keuzes gemaakt worden over de verdeling van de ruimte in Den Haag. Dit heeft ervoor gezorgd dat noodgedwongen de cultuurhistorische waarde van Den Haag autonoom en in alle alternatieven kans heeft om af te nemen. Het voorgenomen beleid heeft een redelijke potentie met te overziene onzekerheid om archeologie, gebouwd erfgoed, cultuurlandschap en werelderfgoed te versterken. Gezien de grote groei in populatie, stedelijke dichtheid en klimaatopgave moeten er tot 2050 keuzes gemaakt worden over de verdeling van de ruimte in Den Haag. Het voorgenomen beleid maakt een duidelijke keuze voor inbreiding en het vergroenen en versterken van de kustlijn. Voor de indicator cultuurlandschap is de potentie hoog om de landschappelijke kernwaarden te versterken. In het voorgenomen beleid treden ook effecten op cultuurhistorie en archeologie op. Met name de aantasting van mogelijke archeologische waarden speelt hierbij een rol.

De gemeente zet wel in op verduurzaming van panden zonder dat erfgoed wordt aangetast, waardoor de beoordeling gelijk is aan de referentiesituatie. Het voorgenomen beleid heeft zowel positieve (landschap) als negatieve effecten (archeologie en cultuurhistorie) ten opzichte van de referentiesituatie. Beoordeling ambitie In tabel 0.5 is een totaaloverzicht van het doelbereik en de omgevingseffecten voor de ambitie klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag opgenomen.

23 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Tabel 0.5 Beoordeling doelbereik en omgevingseffecten voor ambitie een klimaatbestendige, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag Beoordeling doelbereik referentie

Aspect

Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseff ecten alternatieven

Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten voorgenomen beleid

alt. 1

alt. 2

alt. 3

alt. 4

n.v.t.

-

+

++

-

0/+

n.v.t.

-/+

-/0

++

-/+

0/+

n.v.t.

-/0

-/0

+

-/0

-/+

n.v.t.

0

0

+

0

0

n.v.t.

+

-

+

-

0

n.v.t.

-/+

-/0

0/+

-/0

0

n.v.t.

-

-

+/++

-

0/+

n.v.t.

-

-

++

-

+

n.v.t.

-/0

-

-/++

-

-/+

Droogte

Wateroverlast en waterveiligheid

Waterkwaliteit

Bodem

CO2-uitstoot

Energietransitie

Natuur

Biodiversiteit

Landschap, cultuurhistorie en archeologie

Ambitie 4 Een economisch vitaal Den Haag Kantoor- en bedrijfsruimte Het doel is om voldoende werkaanbod te hebben. Voor de referentiesituatie geldt dat het doelbereik voor kantoor- en bedrijfsruimten wordt beoordeeld met een lage potentie voor het behalen van de doelen met beperkte onzekerheid. Dit met name door het grote gebrek aan ruimte. Ook zijn er op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau onvoldoende middelen beschikbaar om de knelpunten op te lossen. Alternatief 1 Compacte woonstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad worden beoordeeld met een hoge potentie voor behalen doelen met te overziene onzekerheid. In beide alternatieven wordt er ingezet op het toevoegen van extra bedrijfs- en kantoorruimtes, waarbij in alternatief 1 Compacte woonstad de focus op kantoorruimte ligt. In alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad neemt het werkaanbod af.

24 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

In alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad kan er door spreiding over de stad mogelijk een mismatch optreden in vraag- en aanbod door het toevoegen van werklocaties op minder bereikbare plekken. Er zijn onvoldoende Rijks-, provinciale en gemeentelijke middelen beschikbaar om deze knelpunten op te lossen. Beide alternatieven zijn daarom beoordeeld met een lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid Het voorgenomen beleid is beoordeeld met een lage potentie tot behalen doelen met beperkte onzekerheid. Voornamelijk in de stationsgebieden en in de stadswijken waar functiemenging plaatsvindt, zorgen voor veel mogelijkheden tot nieuwe werklocaties. De beschikbaarheid van werklocaties van grote ruimtevragers en voldoende Rijks-, provinciale en gemeentelijke middelen om knelpunten op te lossen blijft een groot aandachtspunt. Winkels, horeca en vrije tijd Het doel is om een aanbod van winkels en vermaak van voldoende kwaliteit te hebben. Voor de referentiesituatie wordt doelbereik voor winkels, horeca en vrije tijd beoordeeld als hoge potentie voor het behalen van de doelen met te overziene onzekerheid. Sommige delen van de stad profiteren van de groei van bezoekers en initiatieven, andere delen van de stad zijn minder aantrekkelijk.

Voor het aspect winkels, horeca en vrije tijd geldt dat doelen worden gehaald in alternatief 2 Meerkernige 15minutenstad, alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad wanneer er meer ruimte gecreëerd wordt voor de kenniseconomie (alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad) en werklocaties, waardoor er mogelijkheden zijn voor de vrijetijdseconomie. Deze alternatieven krijgen daarom ook een beoordeling van een hoge potentie met beperkte onzekerheid. De stad is niet voor iedereen aantrekkelijk in alternatief 1 Compacte woonstad, waardoor de potentie voor het doelbereik van dit alternatief iets minder goed wordt beoordeeld: hoog met te overziene onzekerheid. Voor alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad is er sprake van een verbetering van de omgevingseffecten. In alternatief 1 Compacte woonstad en in alternatief 2 Meerkernige 15minutenstad kan deze zowel verbeteren als verslechteren afhankelijk van de omgevingseffecten. Voor het voorgenomen beleid geldt dat er een hoge potentie is tot behalen van doelen met te overziene onzekerheid door een betere verdeling van de voorziening over de verschillende stadsdelen. Economische structuur en vestigingsmilieu Het doel is om de economische structuur te verdiepen en te verbreden met groeisectoren.

Voor de beoordeling van het doelbereik van de referentiesituatie geldt voor de economische structuur en vestigingsmilieu dat deze wordt beoordeeld als lage potentie voor het behalen van de doelen met een beperkte onzekerheid. Ook zijn er op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau onvoldoende middelen beschikbaar om de knelpunten op te lossen. De economie is in alternatief 1 Compacte woonstad en alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad niet divers en toekomstgericht met zowel praktische als theoretische banen passend bij de bevolking van Den Haag. De focus blijft bij kenniseconomie waardoor deze is beoordeeld met een lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid. In alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad neemt het werkaanbod toe en wordt het diverser. Het doelbereik van deze alternatieven is beoordeeld met hoge potentie voor behalen doelen met te overziene onzekerheid. Voor alle alternatieven blijft de beschikbaarheid van voldoende middelen op Rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau een aandachtspunt. In het voorgenomen beleid wordt beoordeeld met een lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid. Enerzijds wordt de economische structuur verdiept en verbreed, anderzijds is het gebrek aan ruimte een aandachtspunt.

Er zijn onvoldoende Rijks-, provinciale en gemeentelijke middelen om de knelpunten weg te nemen. De omgevingseffecten zijn gelijk licht positief ten opzichte van de referentiesituatie.

25 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Circulaire en duurzame economie Het doel is dat de Haagse economie duurzaam voor mens en milieu functioneert. Voor de beoordeling van het doelbereik in de referentiesituatie geldt dat voor circulaire en duurzame economie deze wordt beoordeeld als lage potentie voor het behalen van de doelen met een beperkte onzekerheid. Er worden wel stappen gezet, maar er is nauwelijks (schuif)ruimte. Opschaling vraagt om ruimte. Ook zijn er op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau onvoldoende middelen beschikbaar om de knelpunten op te lossen. In alternatief 4 Gevarieerde werkstad wordt voldoende ruimte geboden aan extensieve circulaire bedrijven waardoor er groei is van circulaire economische functies, sociale ondernemers en impact economy. Dit alternatief is beoordeeld met een hoge potentie voor behalen doelen met te overziene onzekerheid. Ook alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad heeft een hoge potentie voor behalen doelen met te overziene onzekerheid. Dit vanwege meerdere kernen in de stad die ook een circulaire functie kunnen hebben. Alternatief 1 Compacte woonstad en alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad hebben een lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid. Dit door beperkte groei van circulaire economische functies, sociale ondernemers en impact economy. Dit geldt ook voor de referentiesituatie.

Voor alle alternatieven blijft de beschikbaarheid van voldoende middelen voor de uitvoering een aandachtspunt, voornamelijk door de onzekerheden op Rijks- en provinciaal niveau. Ondanks de stevige ambities voor het realiseren van een circulaire en duurzame economie in het voorgenomen beleid, blijft het gebrek aan ruimte voor de circulaire (maak)industrie een groot knelpunt. Het doelbereik van het voorgenomen beleid is beoordeeld met een lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid. De omgevingseffecten zijn gelijk aan de referentiesituatie. Welvaart Het doel is dat er voldoende kans op economische zelfstandigheid (welvaart) voor elke inwoner is. De potentie van het doelbereik in de referentiesituatie is voor welvaart beoordeeld als hoge potentie voor het behalen van de doelen met te overziene onzekerheid. De baankansen worden op peil gehouden, maar staan wel onder druk voor praktisch laag- en middelbaaropgeleiden. Alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad bieden voor iedereen een baan waardoor welvaart toeneemt. Deze alternatieven worden beoordeeld met een hoge potentie voor behalen doelen met te overziene onzekerheid. In alternatief 1 Compacte woonstad en alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad is er beperkte aansluiting tussen economie en onderwijs en arbeidsmarkt door middel van de campussen.

Ook staan de baankansen voor praktisch opgeleiden (laag en middelbaar) nog steeds onder druk in alternatief 1 en alternatief 3 doordat de bevolking fors is toegenomen terwijl de ruimte voor banen beperkt is. Deze alternatieven worden beoordeeld met een lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid. Voor alle alternatieven blijft de beschikbaarheid van voldoende middelen voor de uitvoering een aandachtspunt. Het doelbereik voor welvaart is beoordeeld als hoge potentie voor het behalen van de doelen met te overziene onzekerheid. Er wordt geïnvesteerd in economische zelfstandigheid door het vergroten van baankansen voor verschillende inkomensgroepen met behulp van de regionale arbeidsmarkt. De omgevingseffecten zijn licht positief ten opzichte van de referentiesituatie. Beoordeling ambitie In tabel 0.6 is een totaaloverzicht van het doelbereik en de omgevingseffecten voor de ambitie economisch vitaal Den Haag opgenomen.

26 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Tabel 0.6 Beoordeling doelbereik en omgevingseffecten voor ambitie een economisch vitaal Den Haag Beoordeling doelbereik referentie

Aspect

Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten alternatieven

Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten voorgenomen beleid

alt. 1

alt. 2

alt. 3

alt. 4

n.v.t.

-/+

-/+

-/+

+

0/+

n.v.t.

-/+

+

-/+

+

0/+

n.v.t.

0/+

+

-/+

+

0/+

n.v.t.

-/0

-/+

-/+

+

0

n.v.t.

-/+

+

-/+

+

0/+

Kantoor- en bedrijfsruimte

Winkels, horeca en vrije tijd

Economische structuur en vestigingsmilieu

Circulaire en duurzame economie

Welvaart

Ambitie 5 Een gezond en veilig Den Haag Gezondheidsbescherming Het doel is dat in Den Haag elke inwoner een gezonde en veilige leefomgeving biedt, dat Haagse inwoners een goede gezondheid ervaren, en dat iedereen alle kans heeft op gezonde en gelukkige levensjaren. Voor de potentie van het doelbereik voor gezondheidsbescherming geldt dat deze in de referentiesituatie als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld door toename van inwoners, verdichting rondom OV-knooppunten en functiemenging. Voor gezondheidsbescherming geldt dat het doelbereik in alternatief 4 Gevarieerde werkstad nog verder uit zicht raakt door de inzet op verschillende soorten bedrijvigheid en ruimte voor het wegverkeer, en is dan ook beoordeeld met een lage potentie met grote onzekerheid. Alternatief 1 Compacte woonstad heeft ook een lage potentie met beperkte onzekerheid doordat het nieuwbouwprogramma met name gerealiseerd wordt in de gebieden die voor gezondheidsbescherming al onder druk staan, met verdichting langs OV-verbindingen (railverkeer). In alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad wordt het woonprogramma en de voorzieningen verspreid gerealiseerd wat leidt tot zowel toe- als afnames van de potentie, wat resulteert in een redelijke beoordeling voor potentie doelbereik met te overziene onzekerheid.

Voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie voor het doelbereik als hoog is beoordeeld met te overziene onzekerheid door respectievelijk het verspreid realiseren van woningen en de inzet op groen. Alternatief 1 Compacte woonstad heeft zowel negatieve als positieve effecten op gezondheidsbescherming. Het autoluwe centrum en de overkluisde wegen dragen bij aan een betere luchtkwaliteit en minder geluidshinder. Ook de focus op een kennisintensieve economie speelt hierbij een rol. Aan de andere kant zorgt de versterking van het openbaar vervoer (HOV) en de bouw van woningen nabij deze verbindingen voor een verhoogd risico op geluiden trillinghinder wat leidt tot negatieve beoordelingen.

27 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad scoort negatief tot neutraal. In dit alternatief worden de verschillende kernen autoluw gemaakt en wordt de snelheid op omliggende wegen verlaagd, wat de luchtkwaliteit en geluidsniveaus ten goede komt. De spreiding van het woonprogramma vermindert ook geluid en trillingen. Echter, de gelijkmatige verdeling van bedrijvigheid en voorzieningen leidt tot meer functiemenging, wat lokale hinder zoals geur-, geluid- en lichthinder kan veroorzaken. Dit leidt tot een negatieve beoordeling. Alternatief 3 Klimaatbestendige Parkenstad heeft een neutraal tot positief effect op de omgeving. Overkluizing van wegen verbetert zowel de luchtkwaliteit als de geluidshinder. Door het weren van grootschalige bedrijvigheid neemt het risico op milieuhinder af, en de toename van groen zorgt voor minder lichthinder. Toch blijft de auto een rol spelen in de gemeente en kan de verdichting langs OV-corridors zorgen voor enige geluidshinder en trillingen wat leidt tot een neutrale beoordeling op geluid en overige aspecten. Ten slotte scoort alternatief 4 Gevarieerde werkstad zeer slecht tot neutraal op het gebied van omgevingseffecten. De grote werklocaties zijn vooral toegankelijk per auto en de toename van goederenstromen verslechtert de luchtkwaliteit en verhoogt de geluidshinder aanzienlijk.

De uitbreiding van bedrijventerreinen en de verspreiding van verschillende werkvormen over de stad verhogen het risico op diverse soorten milieuhinder, zoals geluid-, trilling-, geur- en lichthinder en hebben een negatief effect op de luchtkwaliteit. In het voorgenomen beleid is de potentie om de doelen te behalen als laag beoordeeld, met beperkte onzekerheid door gezondheidsrisico’s langs niet overkluisde wegen/sporen en functiemenging. Hiermee ervaart niet iedere inwoner een gezonde leefomgeving. De omgevingseffecten zijn negatief tot positief ten opzichte van de referentiesituatie omdat er zowel kansen als risico’s zijn. Gezondheidsbevordering Voor de potentie van het doelbereik voor gezondheidsbevordering geldt dat deze in de referentiesituatie als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld doordat de hoeveelheid groen per woning afneemt en het aantal rokers en het voedselaanbod aandachtspunten blijven. Voor gezondheidsbevordering geldt dat de potentie van het doelbereik in alternatief 1 Compacte woonstad en in alternatief 4 Gevarieerde werkstad als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld door de druk op groen en de toegankelijkheid van sportvoorzieningen. In beide alternatieven geldt dat de omgevingseffecten ongeveer gelijk zijn aan de referentiesituatie.

Voor alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld door de grote beschikbaarheid van gebruikersgroen in de buitenruimte. De omgevingseffecten ondergaan hierdoor een sterke verbetering ten opzichte van de referentiesituatie. In het voorgenomen beleid wordt de potentie van het doelbereik als redelijk met te overziene onzekerheid beoordeeld door het ontbreken van een gezond voedselaanbod en een rookvrije omgeving. Het voorgenomen beleid zet wel in op fietsen en lopen. De omgevingseffecten zijn licht positief ten opzichte van de referentiesituatie. Microklimaat Voor de potentie van het doelbereik voor microklimaat geldt dat deze in de referentiesituatie als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld, doordat het microklimaat verslechtert door een toename van hoogbouw in de referentiesituatie. Voor het microklimaat geldt dat de potentie van het doelbereik voor alternatief 1 Compacte woonstad, alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld, in alle gevallen wordt een toename van hoogbouw verwacht. In alternatief 1 Compacte woonstad is sprake van een verslechtering van de omgevingseffecten door het grote woonprogramma.

Voor alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad geldt dat de omgevingseffecten gelijk blijven aan de referentiesituatie.

28 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog met te overziene onzekerheid wordt beoordeeld door het kleine woonprogramma en de inzet op groen en water. De omgevingseffecten maken hierdoor een verbetering door ten opzichte van de referentiesituatie. In het voorgenomen beleid wordt de potentie van het doelbereik als laag met beperkte onzekerheid beoordeeld door het voornemen om grootschalig te verdichten nabij (H)OV-knooppunten, wat zal resulteren in een toename van hoogbouw. Wel wordt er ingezet op mitigatie van hittestress. De omgevingseffecten blijven hiermee redelijk gelijk aan de referentiesituatie. Welbevinden Voor de beoordeling van het doelbereik voor welbevinden geldt dat deze in de referentiesituatie wordt beoordeeld als lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid. Bestaande knelpunten zijn niet opgelost in de referentiesituatie. Voor het welbevinden geldt dat de potentie van het doelbereik in alternatief 1 Compacte woonstad en in alternatief 4 Gevarieerde werkstad als laag wordt beoordeeld voor het behalen van de doelen met beperkte onzekerheid. In het eerste geval worden bestaande knelpunten niet opgelost, in het tweede geval is bestaanszekerheid een pluspunt, terwijl de minder aantrekkelijke leefomgeving een minpunt is voor de ervaren gezondheid.

De omgevingseffecten in alternatief 1 Compacte woonstad verslechteren ten opzichte van de referentiesituatie. Voor alternatief 4 Gevarieerde werkstad geldt dat de omgevingseffecten gelijk blijven aan de referentiesituatie. Het ontbreekt in beide alternatieven aan voldoende Rijks-, provinciale en gemeentelijke middelen om de deze knelpunten op te lossen. Alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad en alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad hebben als positieve punten dat respectievelijk een aantrekkelijke fysieke leefomgeving wordt gerealiseerd of de sociale cohesie wordt bevorderd. Er zijn echter te weinig Rijks-, provinciale en gemeentelijke middelen beschikbaar om de blijvende knelpunten weg te nemen. De potentie voor behalen doelen van deze twee alternatieven wordt daarom ook beoordeeld als laag met beperkte onzekerheid. In het voorgenomen beleid is welbevinden beoordeeld met een lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid. Het is niet duidelijk welke initiatieven voldoende ruimte krijgen om de ervaren gezondheid te verbeteren en daarbij is de verwachting dat eenzaamheid met name in het hoogstedelijk gebied een knelpunt zal (blijven) vormen. Omgevingsveiligheid Voor de potentie van het doelbereik voor omgevingsveiligheid geldt dat deze in de referentiesituatie als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld.

Autonoom verdicht de stadspopulatie en is er sprake van meer functiemenging. Het aantal risicobronnen neemt naar verwachting toe. De energietransitie brengt extra risicobronnen met zich mee die van belang zijn voor omgevingsveiligheid. Voorbeelden hiervan zijn energieopslagsystemen zoals buurtbatterijen, en de opslag en het transport van waterstof(dragers). De gemeente moet voldoen aan de wetgeving, maar heeft onder de Omgevingswet beleidsruimte om invulling te geven aan de mogelijkheden in bijvoorbeeld aandachtsgebieden. Het huidige beleid op veiligheid gaat nog niet in op de omgang van risicobronnen afkomstig van de energietransitie. In de referentiesituatie is daarom niet uitgegaan van een harde scheiding tussen risico-ontvangers en risicobronnen in de veilige leefomgeving. Voor veiligheid geldt dat de potentie van het doelbereik in alternatief 1 Compacte woonstad wordt beoordeeld als laag met beperkte onzekerheid door het gebrek aan functiemenging (vermindering sociale veiligheid) en de uitdaging risicobronnen en risico-ontvangers te scheiden (m.b.t. omgevingsveiligheid). De omgevingseffecten verslechteren hiermee ten opzichte van de referentiesituatie.

Voor alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad geldt dat de potentie van het doelbereik als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld door respectievelijk de spreiding van bedrijvigheid en daarmee milieubelastende activiteiten en de toename van de elektriciteitsvraag. In deze alternatieven geldt dat de omgevingseffecten verslechteren ten opzichte van de referentiesituatie. Voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad wordt de potentie van het doelbereik als redelijk met te overziene onzekerheid beoordeeld door het lagere bouwprogramma.

29 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Daarnaast verbetert de toevoeging van groen zowel de externe- als sociale veiligheid. De omgevingseffecten voor externe veiligheid verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie maar blijven gelijk voor de sociale veiligheid. In het voorgenomen beleid wordt de potentie van het doelbereik als redelijk met te overziene onzekerheid beoordeeld. De scheiding tussen risicobronnen en blootgestelde is uitdagender door verdichting en functiemenging, maar de gemeente heeft een strategie om de veiligheidsrisico’s te voorkomen of te beperken. Wanneer het niet mogelijk is om de bron van de risico's direct aan te pakken, wordt de omgeving zodanig ingericht dat de gevolgen van eventuele incidenten worden geminimaliseerd. Ondanks voorzorgsmaatregelen blijft er een kans op calamiteiten, zoals ongevallen met gevaarlijke stoffen. De gemeente Den Haag gebruikt de expertise van de Veiligheidsregio Haaglanden en de Omgevingsdienst Haaglanden om risico's te beheersen, met nadruk op bewustwording, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid, ondersteund door goede voorlichting en communicatie. Daarnaast zorgt de gemeente voor goede bereikbaarheid van hulpdiensten ongeacht de mobiliteitstransitie. In het voorgenomen beleid wordt ingezet op een hoge mate van functiemenging en nabijheid van voorzieningen.

Per wijk wordt de opgave bekeken, maar de focus wordt nadrukkelijk gelegd op wijken en buurten die in de huidige situatie monofunctioneel zijn. Een decentrale spreiding van voorzieningen en een menging van wonen en werken zorgen voor sociale controle op ieder moment van de dag, wat de sociale veiligheid ten goede komt. De omgevingseffecten blijven hiermee redelijk gelijk aan de referentiesituatie. Beoordeling ambitie In tabel 0.7 is een totaaloverzicht van het doelbereik en de omgevingseffecten voor de ambitie gezond en veilig Den Haag opgenomen.

Tabel 0.7 Beoordeling doelbereik en omgevingseffecten voor ambitie een gezond en veilig Den Haag Beoordeling doelbereik referentie

Aspect

Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten alternatieven

Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten voorgenomen beleid

alt. 1

alt. 2

alt. 3

alt. 4

-/+

-/0

0/+

--/0

-/+

Gezondheidsbescherming indicator geluid

-

0

0

--

-/+

Gezondheidsbescherming indicator luchtkwaliteit

0

0

+

-

Gezondheidsbescherming overige indicatoren

-/+

-/0

0/+

-/0

n.v.t.

-/0

+/++

+/++

0

0/+

n.v.t.

-

0

+

-/0

-/+

n.v.t.

-/0

+

0/+

0

-/+

Gezondheidsbescherming - totaal

n.v.t.

-/+ -/+

Gezondheidsbevordering

Microklimaat

Welbevinden

30 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Aspect

Beoordeling doelbereik referentie

Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten alternatieven

n.v.t.

-/0

Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten voorgenomen beleid

Omgevingsveiligheid

-

0/+

-/+

-/+

Ambitie 6 Een duurzaam bereikbaar Den Haag Toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen Het doel is dat elke inwoner in voldoende mate toegang heeft tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik voor de toegang tot mobiliteitsdiensten en voorzieningen als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld. Er wordt ingezet op verdichting en een uitbreiding van het aanbod en kwaliteitsniveau van duurzame vervoerwijzen. In hoogstedelijke gebieden zal dit ten koste gaan van de auto. Voor de toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen geldt dat de potentie van het doelbereik als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld in alternatief 1 Compacte woonstad en alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad. Voor alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad wordt de potentie van het doelbereik als hoog met te overziene onzekerheid beoordeeld: dit is een sterke verbetering van de omgevingseffecten. Voor alternatief 4 Gevarieerde werkstad geldt dat de potentie van het doelbereik redelijk met te overziene onzekerheid is. Voor alle alternatieven zijn, afhankelijk van de indicator, de omgevingseffecten lager of hoger dan de referentiesituatie. In het voorgenomen beleid geldt dat de potentie van het doelbereik als redelijk met te overziene onzekerheid wordt beoordeeld.

Het HOV-netwerk wordt sneller waardoor het reizen met OV van/naar bestemmingen binnen de voedingsgebieden van de HOV-haltes aantrekkelijker wordt (kortere reistijden). De keuzevrijheid in gebieden als Den Haag Zuidwest neemt toe. De keerzijde is dat bestemmingen buiten deze voedingsgebieden meer afhankelijk worden van ontsluitend (langzamer) OV, vraagafhankelijk vervoer of de fiets. Er wordt sterk ingezet op een concentratie van verstedelijking in multifunctionele gebieden rondom OV-knooppunten met een openbare ruimte die is ingericht voor lopen, fietsen en OV. De mogelijkheid om te lopen en fietsen en OV te gebruiken wordt in deze gebieden groter, de autonomie neemt toe. De omgevingseffecten zijn ongeveer gelijk aan de referentiesituatie. De autonomie en keuzevrijheid voor lopen, fietsen en OV nemen over het algemeen toe, maar voor autogebruik nemen deze af. Mobiliteit en bereikbaarheid Het doel is een modal shift naar lopen, fietsen en OV. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog met te overziene onzekerheid wordt beoordeeld. Dit omdat er meer zal worden gestuurd op het gebruik van duurzame vervoerswijzen zoals lopen, fietsen en het OV, opnieuw ten koste van de auto. Voor mobiliteit en bereikbaarheid geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog met te overziene onzekerheid wordt beoordeeld voor alternatief 1 Compacte woonstad.

Hier geldt een verbetering van de omgevingseffecten. Voor alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als redelijk met te overziene onzekerheid wordt beoordeeld. De potentie van het doelbereik van alternatief 4 Gevarieerde werkstad wordt als laag met beperkte onzekerheid beoordeeld. De omgevingseffecten kunnen zowel verslechteren als verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie. In het voorgenomen beleid is de potentie van het doelbereik hoog met te overziene onzekerheid, net als in de referentiesituatie. In het voorgenomen beleid is wel sprake van een lichte verbetering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat de omvang van het hoogstedelijk gebied wordt uitgebreid.

31 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

In dit gebied wonen de meeste mensen en worden dus ook de meeste verplaatsingen gemaakt. Omdat dit gebied wordt ingericht voor duurzame en ruimte-efficiënte vervoermiddelen is de modal shift hier het grootst. Verkeersveiligheid Den Haag gaat actief bezig met het verbeteren van de verkeersveiligheid en het verminderen van het aantal verkeersslachtoffers. De hoogste prioriteit wordt gegeven aan de veiligheid van kwetsbare weggebruikers, zoals fietsers en voetgangers. Niettemin blijkt dat de groei van de bevolking en daarmee de toenemende vraag naar mobiliteit, de schaarste van beschikbare ruimte en de diversificatie van voertuigen in termen van afmetingen, gewicht en snelheid, resulteren in aanhoudende verkeersveiligheidsrisico's die nog niet afdoende zijn opgelost. De potentie voor het doelbereik in de referentiesituatie is daarom redelijk met te overziene onzekerheid. Voor de verkeersveiligheid geldt dat de potentie van het doelbereik hoog met te overziene onzekerheid is voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad. Het gaat om een verbetering van de omgevingseffecten. Voor alternatief 1 Compacte woonstad geldt dat de potentie van het doelbereik als redelijk met te overziene onzekerheid wordt beoordeeld.

Voor alternatief 4 Gevarieerde werkstad en alternatief 2 Meerkernige 15minutenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld. De omgevingseffecten van alternatief 1 Compacte woonstad zijn gelijk aan of verbeteren licht ten opzichte van de referentiesituatie. Voor de omgevingseffecten van alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad is sprake van een verbetering van verkeersveiligheid ten opzichte van de referentiesituatie. Voor alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad geldt een verslechtering van verkeersveiligheid ten opzichte van de referentiesituatie. In het voorgenomen beleid wordt de potentie van het doelbereik voor verkeersveiligheid als redelijk met te overziene onzekerheid beoordeeld, net als in de referentiesituatie. In het voorgenomen beleid is wel sprake van een lichte verbetering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie. Dit wordt veroorzaakt door het uitbreiden van autovrije/-luwe gebieden, terugdringen van maximumsnelheden, vrijliggende infrastructuur voor fietsers en voetgangers, prioriteit geven aan fietsers en voetgangers etc. Beoordeling ambitie In tabel 0.8 is een totaaloverzicht van het doelbereik en de omgevingseffecten voor de ambitie duurzaam bereikbaar Den Haag opgenomen.

Tabel 0.8 Beoordeling doelbereik en omgevingseffecten voor ambitie duurzaam bereikbaar Den Haag Beoordeling doelbereik referentie

Aspect

Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten alternatieven

Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten voorgenomen beleid

alt. 1

alt. 2

alt. 3

alt. 4

n.v.t.

--/++

-/++

-/+

-/+

-/+

n.v.t.

0/++

-/++

0/+

-/+

0/+

n.v.t.

0/+

-/0

+

-

0/+

Toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen

Mobiliteit en bereikbaarheid

Verkeersveiligheid

32 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

0.7

Passende beoordeling van globale aard

In de globale passende beoordeling zijn de effecten van de ontwerp omgevingsvisie van de gemeente Den Haag op hoofdlijnen beoordeeld. In de directe nabijheid van de gemeente Den Haag bevinden zich de Natura 2000gebieden Westduinpark & Wapendal, Solleveld & Kapittelduinen, en Meijendel & Berkeheide. Veelvoorkomende knelpunten voor habitattypen en habitatrichtlijnsoorten binnen deze gebieden zijn stikstofdepositie, recreatiedruk en gebrek aan dynamiek. Uit de beoordeling blijkt dat door de aanleg van nieuwe woningen en bedrijven, en een toename van autoverkeer, een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden optreedt. Wel wordt openbaar vervoer gestimuleerd en worden fietsers en voetgangers vooropgesteld, waardoor de toename van stikstofdepositie beperkt wordt. Daarnaast leidt een toename van de woondruk tot een toename van verstoring in Natura 2000-gebieden. De aanleg van recreatieruimte in de stad, beperkt deze toename. Bovendien hebben het versterken van groen in de stad, en het realiseren van een strand- en duingebied langs de kustlijn mogelijk positieve effecten op Natura 2000-gebieden. Het realiseren van een strand- en duingebied langs de kustlijn kan ook verslechtering van instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden veroorzaken.

Op basis van de globale passende beoordeling kunnen significante gevolgen van het voorgenomen beleid van de gemeente Den Haag niet uitgesloten worden. De omgevingsvisie is daarvoor namelijk te weinig specifiek. Dit betekent echter niet per definitie dat het voorgenomen beleid onuitvoerbaar is. Het voorgenomen beleid van de gemeente Den Haag is op basis van de globale passende beoordeling uitvoerbaar, mits plannen op plan-of projectniveau beoordeeld worden. Hierbij dienen in het geval dat significante gevolgen op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten, mitigerende maatregelen te worden opgesteld. Indien in een passende beoordeling significante gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, dient een ADC-toets te worden doorlopen.

0.8

Hoofdboodschap

Op advies van de Commissie mer zijn de hoofdboodschappen uit het OER samengevat: Opgaven Den Haag heeft grote opgaven om mobiliteit, sociale gelijkheid en gezondheid te verbeteren. De gemeente Den Haag heeft volgens het Omgevingseffectrapport (OER) te maken met verschillende grote opgaven: 7 Mobiliteit: Er zijn uitdagingen op het gebied van bereikbaarheid en het beheren van de verkeersdruk in de stad, met een sterke focus op duurzame mobiliteitsoplossingen. Den Haag moet de balans vinden tussen toegankelijkheid voor auto's en het verminderen van knelpunten op het gebied van geluid en luchtkwaliteit. Hierbij dient bereikbaarheid op een duurzame manier gestimuleerd te worden, waarbij de focus ligt op het faciliteren van duurzame vervoerswijzen en het verminderen van autogebruik. 8 Sociale ongelijkheid: Er zijn grote sociaaleconomische verschillen binnen de stad, met bepaalde stadsdelen zoals Escamp, Laak, delen van Haagse Hout, Centrum, en Scheveningen die slechter scoren op aspecten zoals inkomen, werkloosheid en gezondheid. Kinderen lopen al vroeg meer risico op achterstand of uitval in het onderwijs. De meest versteende wijken van Den Haag ondervinden ook opgaven op het socio-economische domein. Maatschappelijke participatie blijft in deze stadsdelen achter.

9 Gezondheid: De gezondheidssituatie in sommige delen van Den Haag is zorgwekkend, met hoge niveaus van ziekte en overgewicht, en een beperkt aantal zorgvoorzieningen voor het aantal inwoners. 10 Woningvoorraad: Er is een opgave om betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningen te realiseren, vooral gezien de eenzijdige woningvoorraad en de hoge huur- en koopprijzen. 11 Klimaatbestendigheid en -neutraliteit: Den Haag streeft ernaar om klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief te worden, wat vraagt om maatregelen om de CO2-uitstoot te verminderen en de stad aan te passen aan klimaatveranderingen. Daarnaast zijn er specifieke ruimtelijke en milieu-uitdagingen zoals de impact op Natura 2000-gebieden en het realiseren van circulaire activiteiten binnen de beschikbare ruimte. De gemeente moet strategieën ontwikkelen om deze opgaven integraal aan te pakken.

33 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Aandachtspunten Uit de beoordeling van het voorgenomen beleid volgen de volgende aandachtspunten: 1 Ruimtegebruik: Het OER beveelt aan dat de gemeente duidelijke keuzes en prioriteiten moet stellen voor het ruimtegebruik in de stad. Dit houdt in dat er strategieën ontwikkeld moeten worden om ‘Water en Bodem Sturend’ te maken, en dat de aanpak van de tweedeling in de stad gebiedsspecifiek en concreet opgenomen moet worden in het voorgenomen beleid. Deze aanbevelingen zijn niet voldoende terug te vinden in het voorgenomen beleid; 2 Roken: Het OER constateert dat Den Haag geen concreet beleid heeft voor een rookvrije omgeving. Een aanbeveling is om de ambities voor een rookvrije omgeving te onderbouwen, maar dit is niet duidelijk terug te zien in het voorgenomen beleid; 3 Voedsel: Het OER stelt vast dat er geen concreet beleid is voor het realiseren van een gezonde voedselomgeving. Het OER beveelt aan deze ambities te onderbouwen, maar ook dit aspect is niet voldoende geïntegreerd in de uiteindelijke visie 4 Richtinggevende normen en referentienormen: maak richtinggevende normen en referentienormen kaderstellend en bindend en minder vrijblijvend. Dit kan helpen om ervoor te zorgen dat maatschappelijke voorzieningen en groen daadwerkelijk meegroeien met gebiedsontwikkelingen.

Maak duidelijk hoe er ruimte voor groen en blauw wordt gemaakt, juist in de sterk versteende buurten waar de grootste verdichtingsopgave ligt en werk sport- en speelfaciliteiten gebiedsgerichter uit om te focussen op buurten waar extra inzet nodig is; 5 Duurzame woningaanbod in een gezonde leefomgeving: zorg voor voldoende sturing om de verduurzaming van de woningvoorraad te realiseren, met aandacht voor de sociale woningbouw en woningvoorraad voor kwetsbare groepen. Maak een duidelijke strategie om waterberging en vergroening te realiseren, met aandacht voor de versteende wijken en de langetermijneffecten van klimaatverandering. Zorg bij nieuwbouwontwikkelingen voor voldoende geluidluwe zijdes en buitenruimtes, en onderbouw de ambities op het gebied van houtstook, als belangrijke veroorzaker van luchtverontreiniging en geurhinder, met beleid. Positieve effecten Ten opzichte van de referentiesituatie zijn er ook de volgende positieve effecten te benoemen op basis van het voorgenomen beleid: - Naar verwachting hebben de inwoners in 2050 in gelijke mate toegang tot voorzieningen. Er wordt ingezet op het uitbreiden van het voorzieningenniveau in verdichtingsgebieden en het spreiden van voorzieningen over de verschillende stadsdelen. Deze voorzieningen liggen op loop- en fietsafstand.

Wijkoverstijgende voorzieningen zijn goed bereikbaar met openbaar vervoer; - Door meer (sociaal) te mengen en de doorstroming binnen de eigen buurt te vergroten, wordt bijgedragen aan het verminderen van de tweedeling in de stad en het versterken van de sociale cohesie; - In het voorgenomen beleid worden ontmoeting, verblijf, beweging en sport centraal gesteld bij de inrichting van straten en pleinen. Onder andere door meer 30 km/h straten te realiseren; - De biodiversiteit en natuur in en buiten de stad staan onder druk. Door de uitvoering van de voorgestelde icoonprojecten en het vergroenen van versteende gebieden, wordt de bestaande biodiversiteit behouden en wordt deze lokaal versterkt. Ook anticipeert het voorgenomen beleid op de gevolgen van klimaatverandering door te vergroenen en mogelijkheden voor uitbreiding van het strand- en duingebied te verkennen; - Bestaande bedrijventerreinen worden behouden en beter benut en in de wijken wordt meer ruimte geboden voor werken door functiemenging en meervoudig ruimtegebruik; - Er wordt ingezet op de versterking van de regionale arbeidsmarkt met als doel de baankansen te vergroten voor verschillende inkomensgroepen.

In de stad zelf wordt de economische tweedeling zoveel mogelijk verkleint door een sterkere (ruimtelijke) koppeling te leggen tussen economie, onderwijs en arbeidsmarkt (werken, leren en innoveren); - In het voorgenomen beleid wordt ingezet op (een sterke mate van) functiemenging en een goede spreiding van voorzieningen over de stad. Door te mengen en te spreiden zijn er positieve effecten te zien op het gebied van sociale veiligheid; - In de referentiesituatie zorgde een focus op het verdichten van stedelijke gebieden, in combinatie met actief beleid volgens het STOMP-principe, al voor een verschuiving naar meer duurzame vervoerwijzen. In het voorgenomen beleid wordt nog sterker ingezet op verstedelijking en bereikbaarheid in samenhang, onder andere door uitbreiding van de inzet op verstedelijking rond knooppunten en door het versnellen van de mobiliteitstransitie.

34 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Doelbereik voorgenomen beleid ten opzichte van de referentiesituatie Onderstaande tabel 0.9 geeft het effect op de potentie van het doelbereik in het voorgenomen beleid ten opzichte van de referentiesituatie per aspect weer. Tabel 0.9 Overzicht beoordeling doelbereik referentiesituatie en het voorgenomen beleid Aspect

Referentie

Voorgenomen beleid

Toelichting

Ambitie: een rechtvaardig en inclusief Den Haag Voorzieningenaanbod

Het voorgenomen beleid heeft een hoge potentie door gelijke toegang tot voorzieningen te bevorderen, uitbreiding in verdichtingsgebieden en spreiding over de stadsdelen, ondanks de schaarste aan ruimte.

Afstand tot voorzieningen

Het voorgenomen beleid heeft een hoge potentie door focus op goede bereikbaarheid van voorzieningen met het OV en spreiding van buurtgerichte voorzieningen over stadsdelen, wat bijdraagt aan gelijke toegankelijkheid, ondanks onzekerheden in sommige gebieden.

Welzijn, sociale cohesie en participatie

Het voorgenomen beleid laat een hoge potentie zien, met positieve aspecten zoals het Haags Samenspel, sociale menging en doorstroming. De toename van hoogbouw vormt een aandachtspunt vanwege mogelijke gevoelens van eenzaamheid.

Kwaliteit openbare ruimte

De potentie van het voorgenomen beleid wordt als laag beoordeeld door beperkte uitbreidingsmogelijkheden van de openbare ruimte, maar het streven naar verbetering van de aantrekkelijkheid leidt ook tot werkgelegenheid.

Ambitie: een betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad Woningmarkt: woningaanbod

Het voorgenomen beleid heeft ondanks een groter woonprogramma een lage potentie, doordat er veel autonome factoren spelen die het woonprogramma onzeker maken.

Betaalbaarheid

Het voorgenomen beleid heeft een lage potentie omdat het niet voor iedereen financieel haalbaar zal zijn om in Den Haag te wonen.

Duurzaamheid woningvoorraad

Het voorgenomen beleid heeft ondanks een toename van hoge energielabels een lage potentie, doordat er veel autonome factoren spelen die de verduurzaming onzeker maken.

Ambitie: een klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag Droogte

Het voorgenomen beleid heeft een redelijke potentie, door de focus op het behoud van stedelijke groenstructuren en versterking van SGH op 6 icoonlocaties. De bodemberging is beperkt, waarvoor ingrepen voor de wateropslag nodig zijn.

Wateroverlast

Het voorgenomen beleid heeft een redelijke potentie voor het doelbereik, doordat het voorgenomen beleid moeilijk uitvoerbaar is door stedelijke groei en verdichting.

35 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Aspect

Referentie

Voorgenomen beleid

Toelichting

Waterkwaliteit

Het voorgenomen beleid heeft een lage potentie ondanks dat er een oplossingsrichting is voor voldoende en kwalitatief drinkwater, doordat er geen concrete maatregelen zijn voor de verbetering van de water- en grondwaterkwaliteit.

Bodem

Het voorgenomen beleid heeft een redelijke potentie doordat er beleid is op water, bodem en ondergrond sturend is, maar tegelijkertijd geen keuzes worden gemaakt voor verbetering van de fysische bodemgesteldheid.

CO2-uitstoot

Het voorgenomen beleid heeft een lage potentie. Het voorgenomen beleid beschrijft richtingen voor het prioriteren en behalen van CO2-neutraliteit, maar er is onzekerheid over beschikbaarheid van middelen.

Energietransitie

Het voorgenomen beleid heeft een lage potentie. Het voorgenomen beleid beschrijft richtingen voor het prioriteren en behalen van de ambities voor de energietransitie, maar er is onzekerheid over beschikbaarheid van middelen.

Natuur

Het voorgenomen beleid heeft een lage potentie, omdat de instandhoudingsdoelstellingen niet worden gehaald en alleen de mogelijkheden van een nieuw duinenrijk wordt onderzocht, terwijl de bestaande natuurgebieden verder onder druk komen te staan door toename van stikstofdepositie en verstoring.

Biodiversiteit

Het voorgenomen beleid heeft een redelijke potentie, door investeringen in groen op verschillende schaalniveaus, waaronder inwonersinitiatieven, straatvergroening en nieuwe parken (icoonprojecten).

Landschap, cultuurhistorie en archeologie

Het voorgenomen beleid heeft een redelijke potentie, doordat er duidelijk keuze is gemaakt voor inbreiding, vergroenen en versterken van de kustlijn, en verduurzaming van erfgoed zonder aantasting. Wel is er mogelijke aantasting op archeologische waarden.

Ambitie: een economisch vitaal Den Haag Kantoor- en bedrijfsruimte

Het voorgenomen beleid heeft een lage potentie: ondanks dat de stationsgebieden en functiemening zorgen voor veel mogelijke nieuwe werklocaties, blijft de beschikbaarheid voor grote ruimtevragers en voldoende middelen een groot aandachtspunt.

Winkels, horeca en vrije tijd

Het voorgenomen beleid heeft een hoge potentie door een betere verdeling van de voorzieningen over de verschillende stadsdelen.

Economische structuur en vestigingsmilieu

Het voorgenomen beleid heeft een lage potentie, doordat weliswaar de economische structuur wordt verdiept en verbreedt, maar gebrek aan ruimte en middelen aandachtspunten zijn.

Circulaire en duurzame economie

Het voorgenomen beleid heeft een lage potentie, door gebrek aan ruimte voor de circulaire (maak)industrie voor het realiseren van een circulaire en duurzame economie.

Welvaart

Het voorgenomen beleid heeft een hoge potentie, door het vergroten van baankansen met behulp van de regionale arbeidsmarkt.

36 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Aspect

Referentie

Voorgenomen beleid

Toelichting

Ambitie: een gezond en veilig Den Haag Gezondheidsbescherming geluid

Het voorgenomen beleid heeft een lage potentie doordat het nieuwbouwprogramma hoofdzakelijk langs (H)OV-knooppunten, het hoofdwegennetwerk en in gemengde gebieden wordt gerealiseerd, waardoor hinder door geluid toeneemt.

Gezondheidsbescherming luchtkwaliteit

Het voorgenomen beleid heeft een lage potentie, zowel doordat het nieuwbouwprogramma hoofdzakelijk langs het hoofdwegennetwerk en in gemengde gebieden wordt gerealiseerd, als door het ontbreken van gericht beleid op houtstook.

Gezondheidsbescherming overige aspecten

Het voorgenomen beleid heeft een lage potentie, doordat geurhinder door houtstook door het ontbreken van gericht beleid ontbreekt en door functiemenging toename van lichthinder kan ontstaan.

Gezondheidsbevordering

Het voorgenomen beleid heeft een redelijke potentie doordat ingezet wordt op fietsen en lopen, maar gericht beleid op een gezond voedselaanbod en een rookvrije omgeving ontbreekt.

Microklimaat

Het voorgenomen beleid heeft een lage potentie door het grootschalig verdichten nabij (H)OV-knooppunten waardoor een toename in hoogbouw ontstaat.

Welbevinden

Het voorgenomen beleid heeft een lage potentie, omdat niet duidelijk is welke initiatieven voldoende ruimte krijgen om de ervaren gezondheid te verbeteren, terwijl tegelijkertijd eenzaamheid in het hoogstedelijk gebied een knelpunt zal (blijven) vormen.

Omgevingsveiligheid

Het voorgenomen beleid heeft een redelijke potentie doordat de gemeente een strategie heeft om de veiligheidsrisico’s te beperken en de inzet op functiemenging bijdraagt aan sociale veiligheid.

Ambitie: duurzaam bereikbaar toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen

Het voorgenomen beleid heeft een redelijke potentie doordat ingezet wordt op een concentratie van verstedelijking rondom OV-knooppunten waardoor de autonomie en keuzevrijheid voor lopen, fietsen en OV toenemen en voor autogebruik afnemen.

mobiliteit en bereikbaarheid

Het voorgenomen beleid heeft een hoge potentie voor de modal shift doordat de omvang van het hoogstedelijk gebied, ingericht voor duurzame en ruimte efficiënte vervoermiddelen, toeneemt.

verkeersveiligheid

Het voorgenomen beleid heeft een redelijke potentie door de uitbreiding van autovrije/-luwe gebieden, verlagen van de maximumsnelheid en vrijliggende infrastructuur voor fietsers en voetgangers.

37 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Haalbaarheid ambities - onzekerheden De haalbaarheid van ambities zijn onzeker ondanks dat de omgevingsvisie strategische keuzes bevat. 1 Rechtvaardig en Inclusief Den Haag: onzekerheid over de daadwerkelijke mogelijkheid om sociale menging te realiseren, vooral in gebieden waar de sociaaleconomische problematiek zich opstapelt. 2 Betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad: onzekerheid over de haalbaarheid van de bouwproductie en de mate waarin verduurzaming kan worden gerealiseerd, gezien de hoge bouwkosten en het tekort aan arbeidskrachten. 3 Klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag: onzekerheid over de ruimte die beschikbaar is voor vergroening en de mogelijkheid om duurzaamheidsdoelen te behalen, gezien de concurrentie om ruimte in stedelijke gebieden. 4 Economisch vitaal: onzekerheid over de beschikbaarheid van ruimte voor bedrijvigheid, vooral voor ruimteextensieve bedrijven. 5 Gezond en veilig Den Haag: onzekerheid over de mate waarin gezondheidsbescherming kan worden gerealiseerd, gezien de verdichtingsopgave, de (rijks)verkeersbarrières en de druk op ruimte. 6 Duurzaam bereikbaar Den Haag: onzekerheid over de haalbaarheid van de mobiliteitstransitie en de mate waarin de modal shift kan worden gerealiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15673420/2