CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322469 Bijlage 3 Omgevingseffectrapport en Passende Beoordeling van globale aard

Gemeenteraad 18 september 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469)36.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

OER Omgevingsvisie Den Haag Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Den Haag en Passende Beoordeling van globale aard

Gemeente Den Haag 3 juni 2025

Project Opdrachtgever

Document

Status Datum Referentie

Projectcode Projectleider Projectdirecteur

Auteur(s)

Gecontroleerd door Goedgekeurd door

OER Omgevingsvisie Den Haag Gemeente Den Haag

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Den Haag en Passende Beoordeling van globale aard Definitief 4 3 juni 2025 145842/25-008.692

145842 F.D. Kesmer MSc Ir. J.L. Dierx

V. Meulenberg MSc, W.W. Gaastra MSc, ir. B. Stam, A.L. Hootsmans MSc, ir. W.K. Smits, J. Oosterwijk MSc P.A. Feij MSc, F.D. Kesmer MSc, P.F.M. Fouraschen MSc F.D. Kesmer MSc

Paraaf

Adres

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Daalsesingel 51c Postbus 24087 3502 MB Utrecht +31 (0)30 765 19 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751

Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos, noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Tekst- en datamining van (delen van) dit document, evenals enige verwerking of reproductie ervan door middel van kunstmatige intelligentie technologieën is uitdrukkelijk niet toegestaan, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Dit document (of delen ervan) mag niet worden verveelvoudigd en/of anderszins worden gebruikt op enigerlei wijze voor het trainen van kunstmatige intelligentie technologieën, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.

INHOUDSOPGAVE

0

SAMENVATTING

7

0.1

Aanleiding en doel

7

0.2

Onderzoeksmethode

8

0.3

Huidige situatie

10

0.4

Alternatieven

11

0.5

Totstandkoming voorgenomen beleid

12

0.6

Effectanalyse

13

0.7

Passende beoordeling van globale aard

33

0.8

Hoofdboodschap

33

0.9

Onzekerheden, aanbevelingen en monitoring

38

1

INLEIDING | WAAROM EEN NIEUWE OMGEVINGSVISIE GEMEENTE DEN HAAG EN EEN OER?

42

1.1

Aanleiding

42

1.2

Toelichting omgevingseffectrapportage (oer)

42

1.3

Leeswijzer

43

2

STAAT VAN DE LEEFOMGEVING | WAAR STAAT DEN HAAG NU EN WAT KOMT ER OP DE GEMEENTE DEN HAAG AF?

44

2.1

Samenvatting staat van de leefomgeving

44

2.2

Externe ontwikkelingen

51

3

ALTERNATIEVEN | WAAR WIL DE GEMEENTE DEN HAAG NAARTOE?

52

3.1

Alternatieven

52

3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7

52 55 57 67 76 85 95

3.2

Totstandkoming alternatieven Uitgangspunten voor alle situaties Alternatief 1 - Compacte woonstad Alternatief 2 – Meerkernige 15-minutenstad Alternatief 3 – Klimaatbestendige Parkenstad Alternatief 4 – Gevarieerde werkstad Toepassing alternatieven

Verschillen tussen de alternatieven

95

4

ONDERZOEKSAANPAK | HOE WORDEN DE ALTERNATIEVEN ONDERZOCHT?

98

4.1

Aanpak

98

4.2

Plan- en studiegebied

98

4.3

Huidige situatie, referentiesituatie en zichtjaar

98

4.4

Beoordelingskader

99

4.5

Wijze van beoordelen

105

4.6

Detailniveau van het onderzoek

107

5

BESCHRIJVING REFERENTIESITUATIE

108

5.1

Algemene ontwikkelingen

108

5.2

Ambitie Rechtvaardig en Inclusief

111

5.2.1 5.2.2

111 114

5.3

5.4

5.5

5.6

5.7

Autonome ontwikkelingen ambitie rechtvaardig en inclusief Beoordeling referentiesituatie ambitie rechtvaardig en inclusief

Ambitie Betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad

116

5.3.1 5.3.2

116

Autonome ontwikkelingen Beoordeling referentiesituatie betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad

123

Ambitie Klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief

124

5.4.1 5.4.2

124 146

Autonome ontwikkelingen Beoordeling Ambitie klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief

Ambitie Economisch vitaal

149

5.5.1 5.5.2

150 156

Autonome ontwikkelingen Beoordeling Ambitie economisch vitaal

Ambitie gezond en Veilig

158

5.6.1 5.6.2

158 173

Autonome ontwikkelingen Beoordeling Ambitie gezond en veilig

Ambitie Duurzaam bereikbaar

175

5.7.1 5.7.2

Autonome ontwikkelingen Beoordeling Ambitie duurzaam bereikbaar

175 178

6

OMGEVINGSEFFECTEN VAN DE ALTERNATIEVEN

180

6.1

Rechtvaardig en Inclusief

180

6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4

180 184 189 192

Voorzieningenaanbod Afstand tot voorzieningen Welzijn, sociale cohesie en participatie Openbare ruimte

6.2

6.3

6.4

6.5

6.6

Betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad

195

6.2.1 6.2.2 6.2.3

Woningmarkt: woningaanbod Betaalbaarheid Duurzaamheid woningvoorraad

195 197 198

Klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief

200

6.3.1 6.3.2 6.3.3 6.3.4 6.3.5 6.3.6 6.3.7 6.3.8 6.3.9

200 201 204 206 208 209 214 217 218

Droogte Wateroverlast Waterkwaliteit Bodem CO2-uitstoot Energietransitie Natuur Biodiversiteit Landschap, cultuurhistorie en archeologie

Economisch vitaal

221

6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.4.4 6.4.5

221 223 225 226 228

Bedrijfs- en kantoorruimte Winkels, horeca en vrije tijd Economische structuur en vestigingsmilieu Circulaire en duurzame economie Welvaart

Gezond en veilig

231

6.5.1 6.5.2 6.5.3 6.5.4 6.5.5 6.5.6

231 236 239 241 243 243

Gezondheidsbescherming Gezondheidsbevordering Microklimaat Welbevinden Omgevingsveili gheid

Duurzaam bereikbaar

246

6.6.1 6.6.2 6.6.3

246 250 252

Toegang tot mobiliteitsdiensten en -voorzieningen Mobiliteit en bereikbaarheid Verkeersveiligheid

6.7

Samenvatting effectbeoordeling alternatieven

253

7

HET VOORGENOMEN BELEID

259

7.1

Totstandkoming van het voorgenomen beleid

259

7.1.1 7.1.2 7.1.3 7.1.4

259 259 260 262

7.2

Proces Rol van participatie Rol van de Visie op het verkeersnet in 2040 Rol omgevingseffecten bij totstandkoming van het voorgenomen beleid

Voorgenomen beleid

265

7.3

Beoordeling van het voorgenomen beleid

270

7.3.1 7.3.2 7.3.3 7.3.4 7.3.5 7.3.6

270 274 277 286 290 296

Rechtvaardig en Inclusief Betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad Klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Economisch vitaal Gezond en veilig Duurzaam bereikbaar

8

AANBEVELINGEN, LEEMTEN IN KENNIS EN MONITORING

301

8.1

Onzekerheden

301

8.1.1 8.1.2

301 301

8.2

8.3

Onzekerheden door planvorming Onzekerheden leemten in kennis

Aanbeveling verdere uitwerking en uitvoering van het voorgenomen beleid

302

8.2.1 8.2.2 8.2.3 8.2.4 8.2.5 8.2.6 8.2.7 8.2.8

302 303 304 305 305 307 308 309

Realisatiestrategie Algemene aanbevelingen Rechtvaardig en Inclusief Betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad Klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Economisch Vitaal Gezond en veilig Duurzaam bereikbaar

Aanzet monitoringsprogramma

310

Laatste pagina

313

Bijlage(n)

Aantal pagina's

I

Woordenlijst

1

II

Aanpassingen beoordelingskader

1

III

Omgang advies Commissie mer

2

IV

Ingreep-effectrelaties

37

V

Doelstellingen van ambities

3

VI

Participatie

1

VII

Passende beoordeling van globale aard

18

0 SAMENVATTING Dit is de samenvatting van de omgevingseffectrapportage voor de omgevingsvisie Den Haag. De omgevingseffectrapportage geeft weer wat de (omgevings)effecten zijn van de omgevingsvisie tot 2050 en van de alternatieven die hierbij zijn beschouwd. Met deze informatie kan gemeente Den Haag het milieubelang volwaardig meewegen in de besluitvorming over de omgevingsvisie. In deze samenvatting zijn de effecten beknopt weergegeven.

0.1

Aanleiding en doel

Aanleiding van het OER De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Gemeenten zijn daardoor verplicht om een omgevingsvisie op te stellen. Een omgevingsvisie is een langetermijnvisie op de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. In de omgevingsvisie zijn de ambities en beleidsdoelen vastgelegd die richting geven aan de beslissingen die in de fysieke leefomgeving genomen zullen moeten worden ten aanzien van de ontwikkelingen, trends en opgaven die op Den Haag afkomen. De omgevingsvisie vormt een kader voor mer-(beoordelings-)plichtige vervolgbesluiten. Voor kaderstellende plannen met effect op de leefomgeving is het verplicht om deze effecten te onderzoeken. Daarom is parallel aan het opstellen van de omgevingsvisie een breed omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. Dit rapport brengt effecten op de leefomgeving in beeld als gevolg van keuzes die in de omgevingsvisie worden gemaakt. Het gaat daarbij om effecten op gebied van de fysieke leefomgeving en milieu (bijvoorbeeld natuur, bodem, water), maar ook sociale en economische aspecten (zoals gezondheid, welzijn en bereikbaarheid). Doel van het OER Het OER bevat een beschrijving en beoordeling van de omgevingseffecten voor de referentiesituatie, de alternatieven en het voorgenomen beleid (de omgevingsvisie).

Het doel van het OER is om deze effecten inzichtelijk te maken zodat in de omgevingsvisie onderbouwde keuzes gemaakt kunnen worden. Het OER gaat in op de volgende hoofdvragen: - wat is de huidige staat en kwaliteit van de leefomgeving? - hoe ontwikkelt de leefomgeving zich autonoom (zonder nieuwe omgevingsvisie)? - welke alternatieven (beleidsopties) volgen uit de concretisering van de ambities? - wat zijn de effecten van deze alternatieven op milieu en leefomgeving? - wat zijn de effecten van het gekozen toekomstbeeld (het voorgenomen beleid) die in de nieuwe omgevingsvisie wordt opgenomen? - wat zijn aandachtspunten, randvoorwaarden en onzekerheden voor monitoring en evaluatie? Samenhang met de omgevingsvisie Dit OER betreft een ontwerpend OER, aangezien het OER tegelijkertijd met de omgevingsvisie is opgesteld. Hierdoor kunnen bevindingen uit het OER met betrekking tot omgevingseffecten leiden tot bijstellen van de koers in de omgevingsvisie.

7 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

0.2

Onderzoeksmethode

Te onderzoeken situaties In het OER worden de effecten op allerlei aspecten van de leefomgeving (zie beoordelingskader) gegeven. Bij de beoordelingen worden de volgende situaties onderscheiden: huidige situatie, referentiesituatie, alternatieven en het voorgenomen beleid: - huidige situatie: de huidige situatie is de feitelijke staat van de leefomgeving in het jaar 2023 of het meeste recente jaar waarover informatie beschikbaar is. In de praktijk is dit vaak het jaar 2021 of 2022; - referentiesituatie: de situatie die tot en met 2050 zou ontstaan als gevolg van de zogeheten autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die zich ook zouden voordoen als de omgevingsvisie niet wordt gerealiseerd.

Hierbij valt onderscheid te maken tussen: · generieke (exogene) autonome ontwikkelingen: dit zijn algemene trends en ontwikkelingen zoals klimaatverandering of vergrijzing die Den Haag als het ware overkomen en waarop de gemeente niet of nauwelijks invloed heeft; · autonoom omgevingsbeleid: dit is de voortzetting van het huidige (sectorale) beleid en autonome projecten (bouw- en infraprojecten waarover al definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden, maar die nog niet uitgevoerd zijn); - alternatieven: de alternatieven schetsen vier mogelijke ontwikkelrichtingen voor Den Haag tot 2050; - voorgenomen beleid: het voorgenomen beleid bevat de hoofdlijnen van de Omgevingsvisie Den Haag 2050. Beoordelingskader De effecten van de referentiesituatie, alternatieven en het voorgenomen beleid worden beoordeeld aan de hand van een beoordelingskader. Met het beoordelingskader wordt de kwalitatieve en (semi-) kwantitatieve effectbeoordeling van de (ontwerp) Omgevingsvisie uitgevoerd. In een beoordelingskader staan aspecten die meetbaar worden gemaakt met indicatoren. Het beoordelingskader is toegespitst op de Haagse situatie. Het beoordelingskader is opgesteld op basis van de Staat van de Leefomgeving en de gemeentelijke ambities voor Den Haag. Tabel 4.1 bevat het beoordelingskader voor het OER.

Wijze van beoordeling De effecten op de aspecten uit het beoordelingskader worden bepaald en beoordeeld voor vier alternatieven en het voorgenomen beleid op basis van een inschatting van meerdere deskundigen uit verschillende disciplines (ook wel expert judgement). De beoordeling van de omgevingseffecten wordt gedaan per aspect ten opzichte van de referentiesituatie, met behulp van de beoordelingsschaal die is weergeven in tabel 0.1. De omgevingseffecten worden beschreven per indicator, wat gezamenlijk leidt tot een beoordeling van een aspect. Een aspect kan zowel positieve effecten (kansen) als negatieve effecten (risico’s) hebben. Indien van toepassing bestaat een beoordeling van een aspect uit een bandbreedte van effectbeoordelingen.

Tabel 0.1 Beoordelingsschaal Score

Toelichting

++

zeer positief effect; sterke verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

+

positief effect; verbetering ten opzichte van de referentiesituatie

0

neutraal; geen of nauwelijks verandering ten opzichte van de referentiesituatie

-

negatief effect; verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie

--

zeer negatief effect; sterke verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie

Naast de beoordeling van effecten toetst dit omgevingseffectrapport ook de potentie van de referentiesituatie, de alternatieven en het voorgenomen beleid op het behalen van de doelen die gemeente Den Haag heeft opgesteld (zie hoofdstuk 3). Dit gebeurt aan de hand van de maatlat hieronder in tabel 0.2. De beoordeling van doelbereik bestaat uit een vijfpuntschaal. De potentie van het behalen van de doelen is afhankelijk van de staat van de leefomgeving van de te onderzoeken situaties in het OER.

8 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Eerst worden de kenmerken beschreven van de staat van de leefomgeving voor een situatie (referentiesituatie, alternatieven of het voorgenomen beleid). Vervolgens wordt die situatie vergeleken met de hoofddoelen beschreven onder tabel 0.2. Indien de hoofddoelen niets bevatten over een aspect, wordt bijlage V beschouwd. Bijlage V bevat een nadere uitwerking van de hoofddoelen per aspect.

Tabel 0.2 Toetsing doelbereik op basis van mate van onzekerheid in beleidsinzet en middelen van gemeente en ondersteuning van het Rijk, provincie en de regio Beoordeling

beleidsinzet gemeente

middelen gemeente

Rijk/provinc ie/regio beleid, middelen en uitvoerings kracht

Toelichting

hoge potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid (doelen worden (vrijwel) overal gehaald door voldoende beleidsinzet en voldoende middelen die gemeente inzet samen met ondersteuning van het beleid van het Rijk, provincie en regio.) hoge potentie voor behalen doelen met te overziene onzekerheid (doelen worden grotendeels gehaald door voldoende beleidsinzet en voldoende middelen die gemeente inzet. Onvoldoende ondersteuning van het beleid van het Rijk, provincie en de regio waardoor het onzeker is of de doelen overal gehaald worden.) redelijke potentie voor behalen doelen met te overziene onzekerheid (doelen worden vaak wel, soms niet gehaald door voldoende beleidsinzet en onvoldoende middelen die gemeente inzet. Voldoende ondersteuning van het beleid van het Rijk, provincie en de regio waardoor het onzeker is of de doelen overal gehaald worden.) lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid (doelen worden soms gehaald door voldoende beleidsinzet en onvoldoende middelen die gemeente inzetten. Onvoldoende ondersteuning van het beleid van het Rijk, provincie en de regio waardoor het zeer onzeker is of de doelen gehaald worden.) lage potentie voor behalen doelen met grote onzekerheid (doelen worden (vrijwel) nergens gehaald door onvoldoende beleidsinzet en onvoldoende middelen die gemeente inzet.

Onvoldoende ondersteuning van het beleid van het Rijk, provincie en de regio waardoor het zeer onzeker is of de doelen gehaald worden.)

Ambities met hoofddoelen 1 Rechtvaardig en Inclusief ‘Iedereen doet mee’ - de inwoners van Den Haag hebben gelijke mate toegang tot voorzieningen en een aantrekkelijk openbare ruimte; - iedereen doet mee in Den Haag; - aantrekkelijk openbare ruimte van kwaliteit waar ruimte is voor ontmoeten, bewegen en verblijven voor iedereen; 2 Betaalbare, toegankelijke en Toekomstbestendige Woningvoorraad ‘Iedereen kan wonen in Den Haag’ - woningvoorraad in balans; - voldoende sociale huurwoningen; - verduurzaming woningvoorraad; - bestrijden dakloosheid; 3 Klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief: - wijken, straten en gebouwen zijn klimaatbestendig; - voldoende drinkwater kwalitatief op niveau;

9 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

- bedrijven, bedrijfsvastgoed, woningen en verkeer functioneren CO2 neutraal; - toevoegen en beter benutten van duurzame energiebronnen; - herstellen en vergroten biodiversiteit; 4 Economisch Vitaal: - economische structuur verdiepen en verbreden met groeisectoren; - doorontwikkeling Den Haag als stad van Vrede en Recht; - een levendige stad met voldoende en kwalitatief aanbod winkels en vermaak; - voldoende kans op economische zelfstandigheid voor elke inwoner; - de Haagse economie functioneert duurzaam voor mens en milieu; 5 Gezond en Veilig: - iedereen in Den Haag heeft alle kans heeft op gezonde en gelukkige levensjaren; - Den Haag biedt elke inwoner een gezonde en veilige leefomgeving; - Haagse inwoners ervaren een goede gezondheid; 6 Duurzaam Bereikbaar: - elke inwoner heeft in voldoende mate toegang tot mobiliteitsopties, zoals (deel-)auto, (deel-)fiets, OV, en vervoer op maat; - modal shift naar lopen, fietsen, en openbaar vervoer, waardoor de capaciteit van het wegen- en railnet beter wordt benut en de doorstroming verbetert; - verkeersveiligheid wordt voor iedereen beter, met als uiteindelijk doel: nul verkeersdoden per jaar. Detailniveau van het onderzoek De omgevingsvisie van Den Haag richt zich op het jaar 2050. Het OER is aangepast aan het abstractieniveau dat past bij een visie en sluit zich daarom zoveel mogelijk aan bij het zichtjaar 2050.

Wel is voor het jaar 2050 vaak beperkt informatie beschikbaar en is er de nodige onzekerheid over autonome ontwikkelingen.

0.3

Huidige situatie

De Staat van de Leefomgeving biedt een nulmeting van de huidige situatie in Den Haag. Op basis van de Staat van de Leefomgeving kan in de komende jaren gevolgd worden hoe de stad en de bevolking zich ontwikkelen op de onderscheiden onderwerpen. Wanneer door de oogharen wordt gekeken naar de Staat van de Leefomgeving, vallen de volgende zaken op: - de meeste stedelijke opgaven zijn niet uniek voor Den Haag; ook de andere grote steden in Nederland hebben te maken met deze opgaven en hebben vaak ook vergelijkbare ambities geformuleerd. De uitgangssituatie is voor Den Haag met name op de sociaaleconomische thema’s vaak minder gunstig dan die voor Utrecht, Amsterdam en Eindhoven. De vraag tekent zich af op welk thema Den Haag zich wil onderscheiden (optimaliseren) en waar Den Haag wil volstaan met een ondergrens; - binnen Den Haag zijn de verschillen tussen wijken soms groot. Daarbij tekent zich een terugkerend ruimtelijk patroon af dat mag worden samengevat als ‘tweedeling’. Dat gaat niet op voor elk onderwerp en daarom blijft maatwerk per wijk aangeraden. Duidelijk is wel dat er sprake is van een stapeling van ‘ongunstige scores’ in de stadsdelen Escamp, Laak, delen van Haagse Hout, Centrum en Scheveningen.

Daarbij gaat het primair om de sociale en economische situatie: relatief laag opgeleid (basisonderwijs, VMBO, of de eerste fase van HAVO/VWO), vaker laaggeletterd, veel lage inkomens, hogere werkloosheid, een slechtere gezondheid, vaker overlast en onveilige situaties. Kinderen lopen hier al vroeg meer risico op achterstand of uitval in het onderwijs. Het aandeel mensen met een migratieachtergrond is er groot. De maatschappelijke participatie blijft achter; - in de fysiek-ruimtelijke randvoorwaarden komen de ongunstige factoren samen. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving is onder gemiddeld. De meest versteende wijken van Den Haag ondervinden ook opgaven op socio-economisch domein. Bestaande risicobronnen in dichtbevolkte gebieden zoals CID brengen omgevingsveiligheidsrisico’s met zich mee. Den Haag is toegankelijk voor de auto waardoor er knelpunten zijn op het gebied van geluid en luchtkwaliteit. De woningvoorraad is eenzijdig. Er zijn relatief goedkope huurwoningen, maar toch is wonen voor huurders in Den Haag relatief duur (hoge woonquote). Stadsdelen in Den Haag met een hoog aandeel corporatiebezit zijn gunstiger voor verduurzaming van het woonaanbod.

10 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

De gebieden kennen weliswaar relatief veel ondernemerschap (ZZP’ers) maar er is weinig ruimte voor (groei van) MKB-bedrijvigheid. Er zijn wel de nodige medische voorzieningen maar voor het aantal inwoners is de eerstelijnszorg (huisartsen) relatief beperkt in omvang.

0.4

Alternatieven

Alternatievenontwikkeling De gemeenteraad heeft in november 2022 de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vastgesteld. In de NRD wordt vastgelegd welke omgevingseffecten in het OER worden onderzocht. De Commissie mer heeft geadviseerd over de NRD (Commissie mer, 2023). In lijn met het advies van de Commissie mer zijn de aan te houden alternatieven onderscheidend gemaakt door de Haagse ambities leidend te maken. De Haagse ambities zijn: - rechtvaardig en inclusief Den Haag; - betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad; - klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag; - economisch vitaal Den Haag; - gezond en veilig Den Haag; - duurzaam bereikbaar Den Haag. Per alternatief zijn steeds twee van de bovenstaande ambities gemaximaliseerd. Met werksessies binnen de gemeente is aan de hand van doelstellingen bij deze zes ambities een beeld ontstaan van wat gemeente Den Haag per ambitie minimaal wil bereiken en wat een streven is. Daarbij zijn de effecten op de andere ambities in beschouwing genomen. Op deze manier ontstaan ‘de hoeken van het speelveld’. Dit heeft geleid tot vier alternatieven: Compacte woonstad, Meerkernige 15-minutenstad, Klimaatbestendige parkenstad en de Gevarieerde werkstad. Binnen de bandbreedte van deze alternatieven wordt uiteindelijk door gemeente Den Haag een voorgenomen beleid gekozen.

Alternatief 1 Compacte woonstad Alternatief 1 Compacte woonstad bestaat uit de maximalisatie van de ambities ‘Betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad’ en ‘Duurzaam bereikbaar’ (vanuit oogpunt van openbaar vervoer). In essentie staat de Compacte woonstad voor een (hoog-) stedelijke intensivering, op die plekken waar goede OV-verbindingen zijn. Dit gaat zowel over de zones langs hoogwaardig openbaarvervoerverbindingen (HOVverbindingen), als over de knooppunten. De spoorlijn Leiden-Dordrecht (Oude Lijn) vormt de backbone van de stedelijke intensivering in Den Haag. Langs deze Oude Lijn ontstaan hoogstedelijke gemengde omgevingen met een divers ruimtelijk programma, goed verbonden met de rest van de stad en de regio. De Compacte woonstad draagt nadrukkelijk bij aan regionale metropoolvorming. Dat gebeurt door te investeren in stedelijk en centrumstedelijk wonen en werken, excellent bereikbaar door de gerealiseerde Schaalsprong OV met groei van voorzieningen binnen de gebieden. Alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad Alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad bestaat uit de maximalisatie van de ambities ‘Duurzaam bereikbaar’ (vanuit oogpunt van de voetganger en fietser) en ‘Gezond en veilig’. In essentie staan binnen de Meerkernige 15-minutenstad de lokale gemeenschappen centraal binnen een stadsbreed vastgesteld kader.

De eigen wijk vormt het centrum van het dagelijkse leven van de inwoners van Den Haag. Door de focus op de eigen buurt ontstaan soms grote verschillen tussen buurten en wijken in Den Haag op allerlei terreinen, zoals de energievoorziening en het vervoerssysteem. Dat komt omdat elke gemeenschap haar eigen keuzes maakt. De wensen lopen uiteen en de gemeente ziet verschillen in wijken in de wijze waarop mensen in staat zijn zich goed te organiseren. In dit alternatief is sprake van wijkgerichte verdichting rondom de kernen. Alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad Alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad bestaat uit de maximalisatie van de ambities ‘Gezond en veilig’ (vanuit ruimtelijk perspectief) en ‘Klimaatbestendig, natuurinclusief en klimaatneutraal’. In essentie staan in de Klimaatbestendige Parkenstad de landschappelijke kwaliteiten van Den Haag centraal. Den Haag vergroot haar populariteit door volop te investeren in een leefbare, groene stad. De groene (en blauwe) stad heeft een positief effect op de gezondheid van de inwoners.

11 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Ook staan het versterken van natuurwaarden en het vergroten van biodiversiteit hoog op de prioriteitenlijst. De groene systeemtransitie (gericht op ecosysteemdiensten van economische, maatschappelijk en ecologische waarden) verloopt top-down. Nabijheid, knooppuntontwikkeling, lopen en fietsen zijn kernwoorden in dit alternatief. De bestaande stedelijke structuur van Den Haag wordt optimaal benut, vanuit het oogpunt van gebruiken wat er al is. Stedelijke ontwikkeling nabij knooppunten van openbaar vervoer is de norm. Door te investeren in groen en plekken voor water stijgt de gemiddelde waarde van het vastgoed. Dit is enerzijds goed voor de stad en haar investeringsklimaat. De betaalbaarheid van de stad komt echter bij verschillende inwonersgroepen onder druk te staan Alternatief 4 Gevarieerde werkstad Alternatief 4 Gevarieerde werkstad bestaat uit de maximalisatie van de ambities ‘Economisch vitaal’ en ‘Rechtvaardig en inclusief’. De essentie van de Gevarieerde werkstad is dat Den Haag wordt versterkt als werkstad voor haar bevolking en als kernstad voor werkgelegenheid in de regio. Den Haag bouwt haar positie als kennisstad voor hoogopgeleid talent verder uit en investeert in een bredere economische basis. Er zijn gelijke arbeids- en opleidingskansen voor iedereen.

De voorwaarde hiervoor is dat werken en wonen in balans is; zowel op verschillende niveaus, als geografisch verspreid door de stad. Dit heeft als positief effect dat het aantal vervoersbewegingen wordt beperkt: het is namelijk mogelijk om in de eigen stad te werken. Den Haag bouwt voort op haar bestaande kracht; de sterke clusters rond bestuur, vrede, recht en veiligheid. Tegelijkertijd wordt de economische basis onder de stad verbreed door ruimte te maken voor technologische, ambachtelijke en circulaire maakbedrijven (milieucategorie 1-3) en bouw-, zorg- en maritieme bedrijven. Er komt een HOV-ring voor duurzame stadslogistiek (grofweg via de Sportlaan naar Scheveningen en via de Van Alkemadelaan naar Laan van NOI).

0.5

Totstandkoming voorgenomen beleid

Het voorgenomen beleid, zoals dat op hoofdlijnen is beschreven in de (ontwerp) Omgevingsvisie Den Haag 2050, is mede gebaseerd op de vier alternatieven uit het OER en de bijbehorende effectbeoordeling. In de onderstaande afbeelding 0.1 is de totstandkoming van de omgevingsvisie schematisch weergegeven.

Afbeelding 0.1 Schematische weergave totstandkoming omgevingsvisie

12 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Hoofdstuk 8 van de omgevingsvisie biedt een uitgebreide samenvatting van het participatieproces, inclusief de benadering van belanghebbenden en de inspanningen om een representatieve groep te betrekken. Er wordt beschreven hoe de gemeente actief heeft gecommuniceerd en de opbrengsten van de participatieactiviteiten heeft gedeeld op de website van de omgevingsvisie. Als onderdeel van het proces om te komen tot het voorgenomen beleid hebben sinds 2021 meer dan 3.000 Hagenaars, inclusief jongeren en ouderen, meegedacht over de toekomst van Den Haag. Uit hun input bleek dat verbondenheid, gezondheid en veiligheid belangrijke thema's zijn. Ook willen ze sociale, fysieke en economische inclusie en groene ontmoetingsplekken. Jongeren maken zich zorgen over woningtekort en willen een beter nachtleven. De omgevingsvisie is een 'groeiend verhaal' gedragen door diverse stadsbewoners en organisaties. ‘Duurzaam bereikbaar’ is een van de zes ambities voor Den Haag in 2050. Als onderdeel van de totstandkoming van het voorgenomen beleid is een verkeersonderzoek uitgevoerd. Hierin worden zowel de huidige als toekomstige verkeerssituaties en beleidsalternatieven in kaart gebracht met aandacht voor verschillende vervoersmodaliteiten en mobiliteitsmaatregelen.

De basis hiervoor ligt in de Strategie Mobiliteitstransitie 2040, die aangeeft dat een versnelling nodig is om de groeiende stad leefbaar en toegankelijk te houden. De Visie op het verkeersnet in 2040 combineert deze strategie met de Omgevingsvisie. Het Ontwerp ‘Ruimte voor mens en mobiliteit - Visie op het verkeersnet in 2040’ zal parallel aan de Ontwerp Omgevingsvisie ter inzage worden gelegd.

0.6

Effectanalyse

Het OER bevat de effectanalyse voor de referentiesituatie, de vier alternatieven en het voorgenomen beleid. De effectanalyse geschiedt op basis van het vastgestelde beoordelingskader per ambitie. In deze paragraaf wordt een zeer beknopt overzicht gegeven van de belangrijkste effecten voor elk van de zes ambities. Voor een diepgaandere analyse wordt verwezen naar het hoofdrapport: - uitgebreide beoordeling van de referentiesituatie: paragraaf 5.2 t/m 5.7; - uitgebreide beoordeling van de vier alternatieven: hoofdstuk 6; - uitgebreide beoordeling van het voorgenomen beleid: paragraaf 7.3. Eerst zijn de algemene bevindingen van de effectbeoordelingen van de alternatieven beschreven. Daarna is per ambitie de effectbeoordelingen van de alternatieven en het voorgenomen beleid toegelicht. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen doelbereik en omgevingseffecten. Algemene bevindingen over de effectbeoordelingen van de alternatieven Uit de effectbeoordeling van de alternatieven blijkt in het algemeen dat: - alternatieven onderscheidend zijn in omgevingseffecten en doelbereik door de prioritering van de ambities. Elk alternatief zet maximaal in op twee ambities. Een kanttekening hierbij is dat niet alle combinaties van ambities zijn gemaakt, wat de beoordeling van de alternatieven sterk beïnvloedt.

Zo is er bijvoorbeeld geen alternatief waarbij de ambities ‘Klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief’ en ‘Rechtvaardig en inclusief’ zijn gecombineerd, terwijl dit in de praktijk wel mogelijk zou zijn en een andere beoordeling op zou leveren waarbij een inclusieve klimaatbestendige stad onderzocht had kunnen worden. Toch kunnen met het OER ook conclusies op dit gebied worden getrokken: als bijvoorbeeld de mitigerende maatregelen op sociaal domein worden toegepast in het alternatief Klimaatbestendige stad, scoort ook ‘Rechtvaardig en Inclusief’ hoog op doelbereik.

13 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

De verschillen in effectbeoordeling per alternatief zijn samen te vatten in: - alternatief 1 Compacte woonstad: zorgt voor positieve effecten in het voedingsgebied van HOV, zoals woonaanbod voor starters, studenten en werkenden, creëert werkgelegenheid, stimuleert de kenniseconomie en modal shift en promoot de nabijheid van de regio. Buiten het voedingsgebied van HOV wordt niet geprofiteerd van de voordelen van HOV. Door intensivering nabij stations wordt geluidhinder, trillinghinder, externe veiligheid, gebrek aan sociale cohesie (anonimiteit en eenzaamheid), hittestress, schaarste aan voorzieningen als scholen en buitensport en beperkte ruimte boven- en ondergronds versterkt. Afhankelijkheid van de auto in gebieden buiten het voedingsgebied van HOV wordt groter. De tweedeling blijft bestaan en wordt mogelijk vergroot door nadruk op kennisclusters en de intensivering nabij stations; - alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad: zorgt voor positieve effecten voor mensen die wonen en werken in Den Haag doordat voorzieningen, werken en groen toegankelijker zijn. Voor de verplaatsingen over langere afstand geldt dat de concurrentie van OV ten opzichte van de auto verslechtert aangezien een fijnmaziger OVnetwerk zal zorgen voor langere reistijden per OV. Het risico bestaat dat de leefomgeving tot de eigen bubbel beperkt wordt.

Egale verdeling van voorzieningen en ruimte voor woon-werkgebieden zorgt voor een toename van emissies lucht/geur en geluidhinder waarbij de toename afhankelijk is van autogebruik en afname lange afstand verplaatsingen; - alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad: zorgt voor positieve effecten voor klimaat-gerelateerde aspecten, natuur en verkeersveiligheid. Het woonaanbod en werkaanbod sluiten niet aan op de verwachte groei van Den Haag. Tweedeling blijft behouden en wordt versterkt door beperkte toename van woon- en werkaanbod. In dit alternatief schuilt het risico dat er meer ongelijkheid ontstaat in Den Haag; is de Klimaatbestendige Parkenstad alleen voor de happy few die het zich kunnen veroorloven om in een stad te wonen, te werken en te recreëren waar de kosten voor levensonderhoud steeds zullen stijgen? - alternatief 4 Gevarieerde werkstad: zorgt voor diversiteit op de arbeidsmarkt en baanzekerheid. De rol van de auto is dominant door de uitoefening van beroepen als vakmanschap. De aanleg van een nieuwe haven zorgt voor negatieve effecten op natuur en gezondheid door een toename van emissies, lucht- en geluidhinder (toename is afhankelijk van scheepvaart en vrachtverkeer). Er is een risico dat het woonprogramma niet in verhouding staat tot het werkprogramma. De onderzoeksalternatieven variëren ook in energieconcept.

Vanuit ruimte- en energie-efficiëntie is het van belang om een extra restwarmte link naar de haven van Rotterdam te overwegen. Indien de gemeente kiest voor het niet gebruiken van geothermiebronnen en restwarmte, zal de elektriciteitsvraag toenemen waardoor de ruimteclaim in de regio zal toenemen. Dit besluit is aan de gemeente Den Haag. Ambitie 1 Een rechtvaardig en inclusief Den Haag Voor de ambitie rechtvaardig en inclusief Den Haag geldt dat de potentie voor het doelbereik van het voorzieningenaanbod, de afstand tot voorzieningen, welzijn, sociale cohesie, participatie en de kwaliteit van de openbare ruimte laag is. Voorzieningenaanbod In de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld. Het doel voor het voorzieningenaanbod is dat de inwoners van Den Haag in gelijke mate toegang hebben tot voorzieningen. Inwoners hebben geen gelijke mate van toegang tot voorzieningen, maar met de Richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen wordt daarop wel zoveel mogelijk gestuurd. Belangrijke kanttekeningen zijn dat deze normen niet bindend zijn, en dat ze niet op bestaande bouw van toepassing zijn. De ruimte in Den Haag is en blijft schaars, dus het is niet altijd mogelijk om de norm te halen, ook al moet daar wel gemotiveerd vanaf geweken worden.

Ook heeft de gemeente niet de middelen om op elk type voorziening bij te sturen (bijvoorbeeld onderwijs en zorg) en is er geen actief grondbeleid. Voor het voorzieningenaanbod geldt dat alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad, alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad leidt tot een hogere potentie voor het behalen van het doel met te overziene onzekerheid ten opzichte van de referentiesituatie. Het gaat over het algemeen om een beter verdeling van voorzieningen. Voor alternatief 1 Compacte woonstad geldt dat de potentie voor het doelbereik net als in de referentiesituatie laag is met beperkte onzekerheid.

14 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Het doelbereik heeft in dit alternatief een lage potentie omdat de ruimte in Den Haag schaars is, waardoor het onzeker is of er genoeg ruimte is om het voorzieningenaanbod te laten meegroeien met de uitbreiding van de woningvoorraad en om welke voorzieningen het gaat. In alternatief 1 Compacte woonstad worden voorzieningen niet gelijkmatig over de stad verdeeld en worden er ook niet overal voorzieningen toegevoegd, terwijl het aantal inwoners groeit. De potentie voor het doelbereik van het voorgenomen beleid wordt als hoog beoordeeld met te overziene onzekerheid. Dat is een verbetering ten opzichte van de referentiesituatie. Dat komt omdat het voorgenomen beleid inzet op een gelijke mate van toegang tot voorzieningen, door uitbreiding in verdichtingsgebieden en het spreiden over de stadsdelen. Wel blijft de schaarse ruimte een aandachtspunt. Voor de omgevingseffecten kan er zowel een verbetering als een verslechtering zijn afhankelijk van de indicator. Afstand tot voorzieningen De afstand tot voorzieningen hangt nauw samen met het aspect voorzieningenaanbod. Als er een breed voorzieningenaanbod in een stadsdeel is voorzien, dan heeft dat ook gevolgen voor de afstand tot deze voorzieningen. Het doel is dat deze voor alle inwoners van Den Haag in gelijke mate bereikbaar zijn.

In de referentiesituatie geldt dat de potentie voor het doelbereik van de afstand tot voorzieningen laag is met beperkte onzekerheid. Dat komt omdat het voorzieningenaanbod niet gelijkmatig over de stad is verspreid. Centrumwijken hebben een goede toegang tot stedelijke culturele voorzieningen. Wijken buiten het centrum moeten een grotere afstand afleggen hiervoor, maar hebben over het algemeen wel een goede toegang tot sportvoorzieningen. Zo blijkt uit de Staat van de Leefomgeving dat in delen van Escamp, Scheveningen en Leidschenveen-Ypenburg de zorgvoorzieningen in de wijk momenteel niet toereikend zijn voor de behoefte. Escamp, Laak, Loosduinen, Mariahoeve en delen van Scheveningen kennen een grotere afstand tot culturele voorzieningen en culturele voorzieningen zijn momenteel niet aanwezig in Leidschenveen-Ypenburg. In de referentiesituatie wordt het doelbereik als laag beoordeeld, omdat het naar verwachting gelijk blijft aan de huidige situatie. Ook hierbij geldt dat de Referentienormen niet bindend zijn, waardoor de normen niet overal gerealiseerd worden, mede door de schaarse ruimte en het ontbreken van actief grondbeleid. Ook doen de normen geen uitspraken over de bestaande bouw. Alternatief 1 Compacte woonstad gaat uit van een uitbreiding van het voorzieningenaanbod nabij de verdichtingslocaties.

Dat betekent dat het voorzieningenaanbod niet toeneemt in de andere stadsdelen. Voor deze wijken blijft de afstand tot voorzieningen gelijk. Daarom wordt de potentie voor het doelbereik als laag beoordeeld met beperkte onzekerheid en zijn de omgevingseffecten gelijk aan de referentiesituatie. Voor alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad geldt een hoge potentie voor het doelbereik met te overziene onzekerheid. Dat komt omdat het uitgangspunt van dit alternatief is dat alles in Den Haag binnen 15 minuten te bereiken is. De (relatieve) afstand tot voorzieningen neemt daardoor af. Daarom is er sprake van een sterke verbetering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie. Alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad heeft een hoge potentie voor doelbereik met te overziene onzekerheid. Het gaat om een verbetering ten opzichte van de referentiesituatie, omdat het voorzieningenaanbod redelijk gelijkmatig over de stad wordt verspreid. Voor de omgevingseffecten is daarom veelal sprake van een verbetering. In alternatief 4 Gevarieerde werkstad is er sprake van een lage potentie met beperkte onzekerheid, omdat het aan middelen en ondersteuning ontbreekt op dit aspect. De potentie voor het doelbereik in het voorgenomen beleid is als hoog beoordeeld met te overziene onzekerheid. De potentie is daarmee verbeterd ten opzichte van de referentiesituatie.

De focus ligt op goede bereikbaarheid van buurtoverstijgende voorzieningen met het openbaar vervoer en het spreiden van buurtgerichte voorzieningen over de stadsdelen. Dit spreiden draagt bij aan gelijke toegankelijkheid, alhoewel het onwaarschijnlijk is dat dit in alle gebieden wordt behaald. Voor de omgevingseffecten is er sprake van een verbetering. Welzijn, sociale cohesie en participatie Het doel voor welzijn, sociale cohesie en participatie is dat iedereen meedoet in Den Haag, dat bewoners mede richting geven aan de ontwikkeling van de leefomgeving, en sociale cohesie ervaren. De potentie voor het doelbereik van welzijn, sociale cohesie en participatie in de referentiesituatie is als laag met beperkte onzekerheid beoordeeld.

15 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Dat komt omdat de uitgangspositie van Den Haag op veel indicatoren zwakker is dan het Nederlandse gemiddelde (risico op onderwijsachterstand, voortijdige schoolverlaters, laaggeletterdheid). Ook sociale cohesie scoort gemiddeld net aan een voldoende. In de referentiesituatie is er geen vastgesteld beleid om actief bij te dragen aan een verbetering van welzijn en sociale cohesie. Voor participatie is in de referentiesituatie overigens een verbetering ten opzichte van de huidige situatie zichtbaar. Door het Haags Samenspel is er meer ruimte voor initiatieven van bewoners en worden zij betrokken door maatwerk. De potentie voor het doelbereik van welzijn, sociale cohesie en participatie is ook in alternatief 1 Compacte woonstad, alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en in alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad laag met beperkte onzekerheid. In alternatief 1 Compacte woonstad komt dit doordat er wordt ingezet op stedelijke hoogbouwgebieden. In hoogbouw heerst een grotere beleving van anonimiteit en ontstaan spontane ontmoetingen minder gemakkelijk. In alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad hebben lokale gemeenschappen grote bevoegdheden en zeggenschap over ruimtelijke investeringen, mits zij hiertoe de capaciteit, kennis en mogelijkheden hebben. Echter vormen de gemeenschappen hierdoor bubbels binnen de stad, waardoor de verdeeldheid binnen de tweedeling kan toenemen.

In het alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad hangt de lage beoordeling samen met het feit dat dit alternatief leidt tot een exclusieve stad. Dit komt door een kleinere toename van het aantal woningen in vergelijking met de referentiesituatie en de stijgende waarde van vastgoed door meer groen. Hierdoor is Den Haag niet langer voor elke inkomensgroep haalbaar en betaalbaar. Voor de omgevingseffecten is er daarom veelal sprake van een verslechtering ten opzichte van de referentiesituatie. In alternatief 4 Gevarieerde werkstad is de potentie voor het doelbereik hoog met te overziene onzekerheid. Dit alternatief heeft het streven om passend werk te bieden voor iedere doelgroep. Door deze gevarieerde economie ontstaan meer kansen voor iedereen. Voor de omgevingseffecten is daarom over het algemeen sprake van een sterke verbetering. Voor het voorgenomen beleid geldt dat de potentie voor het doelbereik als hoog met te overziene onzekerheid wordt beoordeeld. Dat is een verbetering ten opzichte van het doelbereik in de referentiesituatie. De invoering van het Haags Samenspel, sociale menging en inzet op doorstroming wordt als positief gezien. De toename van hoogbouw kan wel leiden tot gevoelens van eenzaamheid, dat is een aandachtspunt. Voor de omgevingseffecten kan er zowel een verbetering als een verslechtering zijn afhankelijk van de indicator.

Kwaliteit openbare ruimte Het doel voor de kwaliteit van de openbare ruimte is dat het een aantrekkelijke ruimte is voor ontmoeten, bewegen en verblijven voor iedereen. Voor de kwaliteit van de openbare ruimte geldt dat de potentie voor het doelbereik in de referentiesituatie als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld. Dat komt doordat de druk op het gebruik van de Haagse openbare ruimte door de doorzetting van autonome ontwikkelingen sterk is toegenomen. Ook zijn er zorgen over het beheer en handhaving. De potentie voor het doelbereik wordt voor alternatief 1 Compacte woonstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad wordt als laag met beperkte onzekerheid beoordeeld. In alternatief 1 Compacte woonstad neemt het groen niet af ten opzichte van de referentiesituatie. Echter nodigt de openbare ruimte minder uit tot ontmoeting en komt het beheer deels in handen van private partijen te liggen. De omgevingseffecten verslechteren ten opzichte van de referentiesituatie. In alternatief 4 Gevarieerde werkstad nemen groen en blauw niet af in omvang en kwaliteit. Het is onduidelijk hoe dit wordt vormgegeven. De omgevingseffecten zijn daarom gelijk aan de referentiesituatie. De potentie voor het doelbereik van alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad wordt als hoog met te overziene onzekerheid beoordeeld.

In alternatief 2 staan hechte gemeenschappen centraal, zij dragen bij aan een openbare ruimte van goede kwaliteit. Wel groeit de stad ten opzichte van de referentiesituatie, dit vraagt om een grotere ruimteclaim, zowel bovengronds als ondergronds. De omgevingseffecten verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie. In alternatief 3 wordt een zeer aantrekkelijke openbare ruimte gerealiseerd. Voor de omgevingseffecten is sprake van een sterke verbetering ten opzichte van de referentiesituatie. De potentie voor het doelbereik van het voorgenomen beleid wordt als laag met beperkte onzekerheid beoordeeld. Er zijn weinig mogelijkheden om de omvang van de openbare ruimte uit te breiden. Wel voorziet het voorgenomen beleid in een aanpak om de openbare ruimte aantrekkelijk te maken. Het doel is dat dit ook leidt tot de creatie van werkgelegenheid. De omgevingseffecten verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie.

16 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Beoordeling ambitie In tabel 0.3 is een totaaloverzicht van het doelbereik en de omgevingseffecten voor de ambitie rechtvaardig en inclusief Den Haag opgenomen.

Tabel 0.3 Beoordeling doelbereik en omgevingseffecten voor ambitie een rechtvaardig en inclusief Den Haag Beoordeling doelbereik referentie

Aspect

Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseff ecten alternatieven

Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten voorgenomen beleid

alt. 1

alt. 2

alt. 3

alt. 4

n.v.t.

-/+

-/+

0/+

0/+

-/+

n.v.t.

0

0/+

0/+

0/+

+

n.v.t.

-/0

-/+

-/+

/++

-/+

n.v.t.

-

+

++

0

+

Voorzieningenaanbod

Afstand tot voorzieningen

Welzijn, sociale cohesie en participatie

Kwaliteit openbare ruimte

Ambitie 2 Een betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad in Den Haag Woningmarkt: woningaanbod Het doel voor het woningaanbod is dat deze in balans is en dat er voldoende sociale huurwoningen zijn. In de referentiesituatie wordt het doelbereik voor het woningaanbod beoordeeld met een lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid. Dit omdat de vraag naar woningen groter is dan het aanbod. Het tekort is het grootst in het betaalbare segment. Ook zijn op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau onvoldoende middelen beschikbaar om de onrendabele top op woningbouwprojecten te dekken. Den Haag streeft naar een woningvoorraad die betaalbaar, toegankelijk en toekomstbestendig is, met voldoende sociale woningen en minder dakloosheid. Geen van de alternatieven bereikt volledig deze doelen door het ontbreken van voldoende middelen op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Alternatief 1 Compacte woonstad, komt het dichtstbij door een hoog woonprogramma voor specifieke doelgroepen en alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad, heeft een verspreider woonprogramma. Beide alternatieven zijn beoordeeld met een lage potentie voor het behalen doelen met beperkte onzekerheid. Alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad hebben lage potentie voor behalen doelen met grote onzekerheid.

Dit komt door een lager woningbouwprogramma. In het voorgenomen beleid wordt er gebouwd en verbouwd in de stad: door nieuwbouw (bouwen voor de buurt) en door het beter benutten van de bestaande voorraad. Zo draagt de hele stad bij aan het terugdringen van het woningtekort en het revitaliseren van buurten. Het voorgenomen beleid leidt tot twee trendbreuken:

17 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

1

beter benutten van de bestaande voorraad via het versoepelen van regels voor bouwkundig splitsen en een ambitieus programma voor optoppen; 2 meer (met name kleinschalig) bouwen in de Haagse wijken buiten de drie grote ontwikkelgebieden CID, Binckhorst en Zuidwest. Daarnaast zet het voorgenomen beleid in op structurele oplossingen samen met het Rijk en de regio om een te grote toestroom van arbeidsmigranten te voorkomen en op het benutten van verstedelijkingskansen in de hele regio na 2040. In het voorgenomen beleid is het woonprogramma gelijk aan de referentiesituatie. Ondanks de trensbreuken blijven echter ook veel autonome factoren die het woningaanbod onzeker maken, met name de beschikbaarheid van voldoende middelen op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Er zijn daarnaast specifieke onzekerheden zoals de stikstofcrisis, hoge bouwkosten, de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk, onzekerheid over (rijks)beleid en een groot personeelstekort in de bouwsector. Deze factoren dragen bij aan de onzekerheid of de ambitieuze bouwdoelen daadwerkelijk gehaald kunnen worden. Het voorgenomen beleid wordt daarom beoordeeld met een lage potentie voor het behalen van de doelen met beperkte onzekerheid. Voor de omgevingseffecten kan er zowel een verbetering als een verslechtering zijn, afhankelijk van de indicator.

Betaalbaarheid Het doel voor betaalbaarheid is dat wonen betaalbaar blijft voor alle inwoners van Den Haag. Voor de referentiesituatie geldt het doelbereik van betaalbaarheid wordt beoordeeld met een lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid. Dit omdat het voor alle inkomensgroepen steeds duurder wordt om in Den Haag te wonen. Ook zijn er Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau onvoldoende middelen beschikbaar om de onrendabele top op woningbouwprojecten te dekken Alternatief 1 Compacte woonstad heeft een lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid om de ambitie betaalbaar voor iedereen te halen. Er is beleidsinzet voor een hoger woonprogramma dan de referentiesituatie en een focus op warmtevoorzieningen. De middelen vanuit de gemeente en de wet- en regelgeving van het Rijk zorgen voor onzekerheden rondom de uitvoering van het woonprogramma en warmtetransitie en daarmee de betaalbaarheid van wonen en energie in Den Haag. Het blijft de vraag of iedereen in dit alternatief betaalbaar kan wonen door de landelijke ontwikkelingen in stijgende rentes, grondprijzen, tekort aan personeel in de bouwsector en stikstofcrisis. Alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad, alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad hebben een lage potentie voor behalen doelen met grote onzekerheid.

Alternatief 3 en 4 hebben een lager woonprogramma dan de referentiesituatie waardoor betaalbaarheid van wonen onder druk staat. Voor energietransitie geldt dat de betaalbaarheid van energietransitie voor elke individuele bewoner onder druk staat door de focus op elektrische individuele warmteoplossingen. Voor het voorgenomen beleid geldt dat de potentie voor het doelbereik wordt beoordeeld met een lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid, omdat het niet voor iedereen financieel haalbaar zal zijn om in Den Haag te wonen. Vooral de inzet van Rijks-, provinciale en gemeentelijke middelen zijn onvoldoende om de onrendabele top op het realiseren van betaalbare en woningen weg te nemen. Voor de omgevingseffecten kan er zowel een verbetering als een verslechtering zijn, afhankelijk van de indicator. Duurzaamheid: woningvoorraad Het doel is dat de woningvoorraad wordt verduurzaamd. Voor de referentiesituatie geldt dat het doelbereik voor de duurzaamheid van de woningmarkt wordt beoordeeld met een lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid. Veel woningen hebben slechte energielabels en de verduurzaming van de woningvoorraad komt slecht op gang. Ook zijn er Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau onvoldoende middelen beschikbaar om de investeringen in de verduurzaming van woningen te dekken.

Voor de duurzaamheid van de woningvoorraad geldt dat de potentie van het doelbereik voor elk alternatief wordt beoordeeld met een lage potentie voor behalen doelen met te overziene onzekerheid. Er is op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau een tekort aan middelen om de knelpunten weg te nemen. Het gaat in alle gevallen over het algemeen om een verbetering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie. Voor het voorgenomen beleid geldt dat de potentie van het doelbereik voor de duurzaamheid van de woningvoorraad wordt beoordeeld met een lage potentie voor behalen doelen met beperkte onzekerheid.

18 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Het voorgenomen beleid zorgt voor een toename van hoge energielabels. Er blijven echter ook veel autonome factoren die dit onzeker maken. Vooral de inzet van Rijks-, provinciale en gemeentelijke middelen zijn onvoldoende om de onrendabele top op het realiseren van betaalbare woningen weg te nemen. Voor de omgevingseffecten kan er zowel een verbetering als een verslechtering zijn afhankelijk van de indicator. Beoordeling ambitie In tabel 0.4 is een totaaloverzicht van het doelbereik en de omgevingseffecten voor de ambitie betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad opgenomen.

Tabel 0.4 Beoordeling doelbereik en omgevingseffecten voor ambitie een betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad Den Haag Beoordeling doelbereik referentie

Aspect

Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten alternatieven

Beoordeling doelbereik en spreiding omgevingseffecten voorgenomen beleid

alt. 1

alt. 2

alt. 3

alt. 4

n.v.t.

+

+

--/-

-

-/+

n.v.t.

0/+

-

-/0

-

-/+

n.v.t.

0/+

0/+

+

-/+

-/+

Woningmarkt: woningaanbod

Betaalbaarheid

Duurzaamheid woningvoorraad

Ambitie 3 Een klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag Droogte Het doel is om de impact van droogte te beperken. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik voor droogte als redelijk met te overziene onzekerheid wordt beoordeeld. De impact van droogte op Den Haag zal gering blijven. De zomers zullen droger worden met een verhoogde kans op extreme droogte. De impact hiervan op de stad zal laag blijven. In droge jaren zal het grondwater het meeste wegzakken in de zandgebieden, er zijn geen aanwijzingen dat dit problemen oplevert voor de vochtvoorziening van planten. Ook het risico voor bodemdaling zal gering blijven. Voor droogte geldt dat de potentie van het doelbereik als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld voor het alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad. In alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad verbeteren de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie. Voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog met te overziene onzekerheid wordt beoordeeld. Er is sprake van een sterke verbetering van de omgevingseffecten ten opzichte van de referentiesituatie. Voor alternatief 4 Gevarieerde werkstad en alternatief 1 Compacte woonstad geldt dat de potentie van het doelbereik als laag met grote onzekerheid wordt beoordeeld.

De omgevingseffecten verslechteren ten opzichte van de referentiesituatie. In alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad wordt expliciet aandacht gegeven aan het programma ‘Water en Bodem Sturend’. Daarnaast is er in dit alternatief veel ruimte voor extra groen in de stad. Alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad heeft een redelijke potentie om dit doel te halen. Deze heeft een bevolkingstoename, toename van verdichting en de hoeveelheid groen blijft minimaal hetzelfde of neemt toe. De verdichting is hierbij in meerdere afzonderlijke kernen. ‘Water sturend’ is hierin niet leidend. Dit alles leidt tot een redelijke potentie.

19 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

Alternatief 4 Gevarieerde werkstad heeft een lage potentie door de toename van industrie en bedrijven, en de bijbehorende verharding. De toename van functioneel groen is waarschijnlijk niet voldoende om de doelen te behalen. Door de sterke verdichting in de stad geldt dit ook voor alternatief 1 de Compacte woonstad. In het voorgenomen beleid wordt aangegeven dat de Watervisie uit 2021 van het hoogheemraadschap van Delfland wordt gedeeld en meegenomen in het voorgenomen beleid. Voor het voorgenomen beleid geldt dat de potentie van het doelbereik voor droogte als redelijk met te overziene onzekerheid wordt beoordeeld. De omgevingseffecten zijn als licht positief beoordeeld. Het voorgenomen beleid richt zich op het behouden van stedelijke groenstructuren en het versterken van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) op zes icoonlocaties. Hoewel dit lokaal positieve effecten heeft, is de bodemberging beperkt. Om bodemberging te verruimen zijn ingrepen nodig in wateropslag, zoals ondergrondse opslag en daktuinen, om droogte effectief tegen te gaan, zeker in de meest versteende wijken. De ingrepen in het voorgenomen beleid tonen positieve effecten op korte termijn maar zijn onvoldoende voor de zeer lange termijn (na 2050 - 2100). Wateroverlast Het doel is om de impact van wateroverlast te beperken.

Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld. De indicatoren risico wateroverlast, opvang en berging regenwater scoren beiden laag voor het doelbereik door de toename in verharding in combinatie met extremer weer door klimaatverandering. De indicator overstromingsrisico is redelijk beoordeeld omdat het risico laag blijft tot 2050. Voor wateroverlast geldt dat de potentie van het doelbereik laag met beperkte onzekerheid is voor alternatief 1 Compacte woonstad, alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad. Deze alternatieven gaan onvoldoende tot niet in op de stedelijke opgave rond klimaatadaptatie, daarom worden deze voor de verschillende indicatoren als negatief beoordeeld. De omgevingseffecten verslechteren ten opzichte van de referentiesituatie. Voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog met te overziene onzekerheid wordt beoordeeld. De omgevingseffecten worden sterk verbeterd ten opzichte van de referentiesituatie. Alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad heeft een actieve visie om ‘Water en Bodem Sturend’ te laten zijn, en om voldoende berging en infiltratie in de verschillende stadsdelen te realiseren om zo de overlast te minimaliseren.

Voor het voorgenomen beleid geldt dat de potentie van het doelbereik als redelijk met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld. De omgevingseffecten zijn licht positief vergeleken met de referentiesituatie. Lokaal wordt wijken en straten klimaatbestendiger door vergroenen. Het voorgenomen beleid voor wateroverlast in Den Haag is moeilijk uitvoerbaar door stedelijke groei en verdichting. Hoogstedelijke, versteende gebieden op veen/klei bodems maken infiltratie lastig. Icoonprojecten bieden lokaal oplossingen. Het voorgenomen beleid biedt voldoende perspectief voor 2050, maar een realistische aanpak voor waterbeheer in versteende wijken ontbreekt voor de zeer lange termijn (2050 - 2100). Integratie van Delfland's Watervisie kan de doelstellingen haalbaar maken. De doelstellingen voor de indicator waterveiligheid (overstromingsgevaar) hebben een redelijke potentie om gehaald te worden. Er liggen mogelijk goede initiatieven om de kustlijn bij Scheveningen beter te beschermen, deze behoeven wel een integrale uitwerking met andere belangen zoals woningen. Doordat het een mogelijkheid betreft in het voorgenomen beleid is de nieuwe duinenrij niet als uitgangspunt gebruikt voor de beoordeling van het voorgenomen beleid. Waterkwaliteit Het doel is om voldoende drinkwater van kwalitatief niveau te hebben.

Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld. De kleinere wateren in de stad zoals grachten en sloten vormen nog een knelpunt voor de waterkwaliteit. De voorziening van voldoende kwalitatief drinkwater kan ook een knelpunt vormen in 2050. Voor waterkwaliteit geldt dat de potentie van het doelbereik laag met beperkte onzekerheid is voor alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad en alternatief 4 Gevarieerde werkstad. Voor alternatief 1 Compacte woonstad is de potentie van het doelbereik laag met grote onzekerheid, en verslechteren de omgevingseffecten. De omgevingseffecten verbeteren voor alternatief 2 Meerkernige 15-minutenstad.

20 | 313

Witteveen+Bos | 145842/25-008.692 | Definitief 04

De omgevingseffecten maken een sterke achteruitgang door voor alternatief 4 Gevarieerde werkstad. In deze drie alternatieven wordt onvoldoende aandacht besteedt aan een visie voor waterkwaliteit. Voor alternatief 3 Klimaatbestendige parkenstad geldt dat de potentie van het doelbereik als hoog met te overziene onzekerheid wordt beoordeeld. De omgevingseffecten worden sterk verbeterd ten opzichte van de referentiesituatie. Er worden een duidelijke visie en maatregelen beschreven die samen gaan met de verdichtingsopgave om de waterkwaliteit te waarborgen in 2050. Voor het voorgenomen beleid geldt dat de potentie van het doelbereik als laag met beperkte onzekerheid wordt beoordeeld. De omgevingseffecten zijn positief en negatief ten opzichte van de referentiesituatie. De oplossingsrichting voor voldoende en kwalitatief drinkwater zijn goed en worden voldoende meegenomen in het voorgenomen beleid. Echter, wordt er geen duidelijk plan gepresenteerd met concrete maatregelen om de wateren grondwaterkwaliteit te verbeteren in de gemeente Den Haag. Bodem Het doel is om de vitaliteit van de bodem te vergroten en het natuurlijk waterbergend vermogen te benutten. Voor de referentiesituatie geldt dat de potentie van het doelbereik als redelijk met te overziene onzekerheid wordt beoordeeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15673420/2