CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322469 Bijlage 2 Nota van Beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie en advies Commissie mer Omgevingseffectrapport def

Gemeenteraad 18 september 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469)38.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Conclusie Niet overnemen Wijziging in de visie op pagina 103 We passen de beschrijving van de Haagse leefmilieus onder het 'Natuurlijk leefmilieu' aan naar de juiste benamingen, zonder uitputtend te zijn.

70

OV059

OV059

OV062

De indiener stelt voor de kaart van zowel de Natura 2000 gebieden als het NNN over te nemen in de visie. En de juiste namen te hanteren.

De indiener geeft aan dat het cruciaal is ook een duidelijke, grote, digitale kaart van de SGH op te nemen in de visie. Zo is dat bepaald bij het bestendigen van het besluit over de SGH in 2016. De kaart is in 2018 door het College vastgesteld (RIS300506) en sindsdien geactualiseerd.

Binnen de gemeentegrenzen ligt een drietal Natura 2000 gebieden, naast Natuur Netwerk Nederland gebieden, waaronder veel parken en het Haagse Bos. Voor N2000 gebieden geldt een verslechteringsverbod. Dit betekent dat - voor zover belangrijke ecologische schade

In de omgevingsvisie is gekozen voor een abstractieniveau waarbij de gebiedsdefinities als één worden behandelt onder 'Landelijke natuurontwikkeling'. Dat er sprake is van verschillende gebieden, komt uit de tekst naar voren. In de uitwerking van de omgevingsvisie in gebiedsvisies per stadsdeel en gebiedsprogramma’s houden we rekening met verschillende categorieën van bescherming. Ook hebben we in hoofdstuk 7, de Realisatiestrategie, de Nota Stadsnatuur 2020 (RIS305824) met deze visie bevestigt, waardoor dit beleid ook zal worden betrokken bij de verdere uitwerking van de groengebieden. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking In de omgevingsvisie is gekozen voor een abstractieniveau waarbij de gebiedsdefinities als één worden behandeld onder 'Landelijke natuurontwikkeling'. Dat er sprake is van verschillende gebieden, komt uit de tekst naar voren. In de uitwerking van de omgevingsvisie in gebiedsvisies per stadsdeel en gebiedsprogramma’s houden we rekening met verschillende categorieën van bescherming. De omgevingsvisie bevestigt veel huidig beleid, waaronder de Nota Stadsnatuur 2020 (RIS305824). Dit beleid zal ook worden betrokken bij de uitwerking van de omgevingsvisie in gebiedsvisies per stadsdeel. Op dit schaalniveau kan ook meer detail worden opgenomen op kaarten en in de teksten.

De omgevingsvisie wordt uiteindelijk geplaatst in het Digitale Stelsel Omgevingswet (D.S.O), waardoor er geometrieën zoals de SGH worden opgenomen. Die zijn ook al als datalagen beschikbaar en worden onder andere gebruikt in de visiekaart (https://denhaag.dataplatform.nl) Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking De indiener stelt dat er onvoldoende aandacht is voor de drukfactoren op de Natura 2000 gebieden. De bescherming van de Natura 2000 vinden wij belangrijk en hebben wij daarom ook opgenomen in de omgevingsvisie. Wij zijn het eens met de indiener dat we niet hebben opgenomen op welke wijze we omgaan met de drukfactoren op de Natura 2000. Dat hoort wat ons betreft ook bij de nadere uitwerking van deze visie. Wij zijn het wel met

71

OV059

optreedt door drukfactoren zoals stikstof, verstoring door recreatie en gebrekkige hydrologie - die schade niet enkel niet ernstiger mag worden, maar de verslechtering dient te worden gekeerd. Met andere woorden: de betrokken drukfactoren dienen te worden verminderd. Voor zover dit Haags stedelijke drukfactoren zijn, draagt het Haagse gemeentebestuur hiervoor de verantwoordelijkheid. De taakstelling van het stadsbestuur beperkt zich daarmee tot de gevolgen als gevolg van de stad Den Haag. Dit omvat in ieder geval recreatie door bewoners van Den Haag en stikstofemissies als gevolg van wonen, werken en mobiliteit en de waterkwaliteit. In de ontwerp omgevingsvisie worden deze drukfactoren volgens de indiener zijdelings benoemd, zonder duidelijk te maken in welke ernst deze drukfactoren optreden en met welke concrete maatregelen de drukfactoren zullen worden verminderd. Met een groeiend aantal bewoners zal de recreatiedruk toenemen. Concrete denkrichtingen voor het realiseren van een tijdige afname van stadsstikstofdeposities ontbreekt. De hydrologische voorwaarden voor de bestaande ecologische waarden blijven onbenoemd. Voor NNN-gebieden geldt juridisch een zwakker geborgde beheer- en behoudplicht dan Natura 2000 gebieden. Evengoed dienen ook de ecologische NNN waarden gerespecteerd te worden.

In de ontwerp omgevingsvisie ontbreken concrete, realistisch uitvoerbare denkrichtingen om dit te waarborgen. Benoem daarom de omvang van de ecologische taakstelling. De indiener geeft aan dat het beheer van de SGH gericht moet zijn op het verhogen van biodiversiteit, bijvoorbeeld door inheemse planten en struiken een kans te geven en ecologisch maaibeheer toe te passen. Een goede zonering, met zones van rust en ruimte, is een voorwaarde voor een goed leefmilieu voor flora en fauna. Regels moeten worden gestoeld op de Nota Stadsnatuur.

de indiener eens dat het goed is om te benoemen dat er drukfactoren zijn en dat we daar in de nadere uitwerking mee aan de slag gaan. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 73 In hoofdstuk 5.4 Beweging 2 onder ‘Beschermen, versterken en uitbreiden va de SGH’ is benoemd dat er drukfactoren op Natura 2000-gebieden zijn en dat we daar in de verdere uitwerking mee aan de slag gaan.

In deze Omgevingsvisie bevestigen we de Nota Stadsnatuur. Daarmee zijn de uitgangspunten rond flora en fauna ook gestoeld op deze nota. Meer concrete uitgangspunten en richtlijnen met betrekking tot het duurzaam in stand houden van de SGH worden uitgewerkt in de verkenning ‘Ruimte voor Groen en Water’. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking

72

OV059

Een combinatie van functies bij groen is volgens de indiener niet nodig. Groen heeft meestal al meerdere functies; voor biodiversiteit, klimaatadaptatie, gezondheid, bewegen, ontmoeten enz. Met name habitatverlies door de aanleg van verharding in groen vermindert kansen voor natuur. Gemixt gebruik gaat ten koste van de kwaliteit. Zoals bepaald in de Kadernota Openbare Ruimte moet het oppervlak groen (t.b.v. de vele functies van groen) worden vergroot, en zeker niet verminderd. Daartoe moeten heldere regels komen in het omgevingsplan.

Wij zijn het met de indiener eens dat groen meerdere functies bedient. Maar deze functies kunnen ook botsen. In dat geval ligt er een opgave om hier een juiste balans in te vinden. In deze Omgevingsvisie bevestigen we de uitgangspunten in de Kadernota Openbare Ruimte en de Nota Stadsnatuur. Dit betekent dat we bij ruimtelijke ontwikkelingen steeds een gedegen afweging zullen maken tussen de baten en de kosten voor natuur en groen. Conclusie Opgenomen in staand beleid

Als de gemeente toch keuzes maakt ten koste van groen en natuur, blijft een grondige kosten baten analyse, een OER of een MER van belang. Daarin kan worden aangegeven of de baten opwegen tegen de kosten voor natuur en groen. Voor projecten op kleinere schaal moeten natuurkansenscans worden gemaakt (zie Nota Stadsnatuur).

OV061

De bijzondere Haagse landgoederen, parken, bossen, duinen en de ecologische verbindingszones zijn vastgelegd in de Stedelijke Groene Hoofdstructuur en de Nota Stadsnatuur Den Haag. Dit moet worden geïmplementeerd.

Het versterken, beschermen en uitbreiden van de SGH is een van de strategische keuzes bij de beweging Ruimte voor groen en water. We bevestigen met deze keuze de huidige beleidskoers. De nadere uitwerking van deze keuze geven we vorm via verschillende sporen; gebiedsvisies per stadsdeel, gebiedsprogramma’s en de verkenning ‘Ruimte voor Groen en Water’. Conclusie Opgenomen in staand beleid

Areaal groen uitbreiden Ingediend door OV050

Zienswijze De bestaande groengebieden worden druk bezocht door bewoners om er te recreëren. Dat is natuurlijk te prijzen, maar de recreatieve druk is in de loop der jaren zo groot geworden dat de schuwe dieren zijn verdwenen en de bodem is verdicht zodat er minder kan groeien. De druk is mede ontstaan omdat de toename van inwoners geen gelijke tred heeft gehouden met

Antwoord De indiener stelt dat er onvoldoende ambitie in de omgevingsvisie is opgenomen ten aanzien van het vergroenen van Den Haag en het inlopen van achterstanden die in het verleden zijn ontstaan. In de omgevingsvisie zijn 5 bewegingen opgenomen die de koers van Den Haag richting 2050 bepalen. Ruimte voor groen en water is 1 van de 5 bewegingen. Centraal daarin staat dat we het groen in Den Haag beschermen, versterken en

73

een toename van het areaal van groene gebieden. De omgevingsvisie zou ook op dit punt een trendbreuk kunnen zijn door het areaal groen uit te breiden. Daarnaast wil de omgevingsvisie de SGH verbinden met het Nationaal Park Hollandse Duinen. Dit klink heel mooi, maar het ministerie heeft het voorstel voor de status van Nationale Park nog niet goedgekeurd o.a. omdat er sprake is van te veel verstedelijkt gebied. Om de druk op de bestaande groengebieden meer te spreiden en om alsnog in aanmerking te komen voor de status van Nationaal Park moet de omgevingsvisie de achterstand wegwerken door het areaal van grote groengebieden sterk uit te breiden.

uitbreiden. Dat is een stevige ambitie die inhoudt dat we de komende jaren op alle schaalniveaus in de stad willen vergroenen. Daar hoort ook bij dat we het bestaande groen en bestaande bomen beschermen, daar waar dat mogelijk is. Ten aanzien van het beschermen van bomen is in de Bomennota, die met deze omgevingsvisie bevestigd wordt, ook vastgelegd dat we bestaande bomen beschermen. In de verkenning 'Ruimte voor Groen en Water’ werken we verder uit hoe we de komende jaren gaan werken aan het beschermen, versterken en uitbreiden van het groen in Den Haag. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking

Vergroenen langs de Kust Ingediend door OV066

Zienswijze De indiener stelt een aanvullende tekstsuggestie (in cursief) voor op pagina 73: ‘We versterken het netwerk van ‘lange lijnen’ – sinds tijden de historische ruggengraat van de stad – en breiden de hoofdboomstructuur haaks op de kust uit, zodat wijken beter verbonden worden met de kust en omliggende groengebieden. Maar ook langs de kust kan Scheveningen verder vergroenen, in de haven door groene daken en in heel Scheveningen haven, dorp en badplaats met duinvegetatie (grassoorten en naaldbomen). Dit draagt bij aan gezonde mobiliteit (fiets en voetgangers). De komende decennia zullen stedelijke verdichting en vergroening hand in hand blijven gaan. Het is van belang om steeds te monitoren of groei en groen in evenwicht zijn, en om te bepalen welke hoeveelheid en kwaliteit groen nodig is voor toekomstig gebruik.

Antwoord Wij danken de indiener voor de aanvullende tekstsuggestie. Wij stellen voor deze aanvulling onder te brengen naar hoofdstuk 6, de Stadsdelen, onder 6.8 Scheveningen. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 146 In hoofdstuk 6.8 Scheveningen onder ‘Ruimte voor groen en water’ is een alternatieve tekst opgenomen over de vergroeningskansen voor Scheveningen.

Regionaal Groen Ingediend door OV041

Zienswijze De indiener kan zich vinden in de beweging ‘Ruimte voor groen en water’ met de inzet op het kwantitatief én kwalitatief vergroenen op alle schaalniveaus. Behoud en versterking van

Antwoord Wij delen de mening dat het versterken van groen alleen kan als dat ook in samenwerking met de regio gedaan wordt.

74

regionaal groen en water is daarvan een belangrijk onderdeel. Het wordt voor Den Haag genoemd maar het geldt evenzeer voor Zoetermeer en andere gemeenten binnen de Zuidelijke Randstad. Het is goed om dit punt te concretiseren en verder te brengen binnen NOVEX Zuidelijke Randstad, de Haagse Regio, het Landschapspark Zuidvleugel en in het kader van de samenwerkingen rond regionale groengebieden zoals Duin, Horst & Weide, en daarin samen op te trekken.

Conclusie Wijziging in de visie op pagina 73 In hoofdstuk 5.4 Beweging 2 onder ‘Beschermen, versterken en uitbreiden van de SGH’ is in de tekst benoemt het belang van investeren in het regionale landschap.

Den Haag en Zoetermeer delen regionale buitenruimte. Specifiek gaat het om de groengebieden van Duin, Horst & Weide. De parken ten westen van Zoetermeer hebben daarin onder andere de rol om een deel van de (groeiende) regionale recreatiedruk op te vangen en zij vormen een schakel in het regionale natuurnet. Het is van belang binnen het verband van Duin, Horst & Weide en de NOVEX Zuidelijke Randstad aan beide aspecten nadere invulling te geven vanuit het perspectief van Den Haag (en Leidschenveen daarbinnen), Zoetermeer, en Leidschendam-Voorburg. U noemt concreet het op orde houden en uitbreiden van recreatieve fiets- en wandelnetwerk naar onder meer Zoetermeer en de groengebieden in de regio (blz.134). De indiener geeft aan graag samen te werken om dit uit te werken in verbindingen naar en tussen de parken ten westen van Zoetermeer en met Leidschenveen, met tegelijkertijd aandacht voor het versterken van het natuurnet. Onderschreven wordt dat in de Haagse regio de ‘waterdruk’ toeneemt (blz. 50). In de ontwerp omgevingsvisie worden oplossingsrichtingen genoemd, zoals het benutten van weidegebieden voor piek- en seizoenberging van regenwater (blz.74) en de mogelijkheden om de waterbergingscapaciteit in de Nieuwe Driemanspolder te vergroten (blz.97). Van belang is deze mogelijkheden te verkennen in samenhang met de verdere waarden en functies van deze gebieden.

Voor de Nieuwe Driemanspolder is daarbij bepalend het handhaven van

75

het evenwicht met het behoud en de verdere ontwikkeling van de waarde voor natuur en voor recreatie. U geeft aan dat de gemeente, provincie en veiligheidsregio met verschillende partners gezamenlijk nadenken over een duurzame en veilige ruimtelijke ordening ten behoeve van de klimaatadaptatie (blz.50). Voorgesteld wordt om voor de waterbergingsmogelijkheden van de Driemanspolder en de weidegebieden in dat bredere verband en met inachtneming van de genoemde waarden af te wegen en te concretiseren.

Bescherming SGH Ingediend door OV050

OV059

Zienswijze De indiener geeft aan dat er een (H)OV is ingetekend over de Thorbeckelaan (Opgavenkaart Segbroek, pagina 155). Aan de Thorbeckelaan staan bomen die behoren tot de Hoofdboomstructuur. Dit geldt ook voor de geplande Koningscorridor langs de Raamweg / Koninginnegracht (Opgavekaart Centrum CID, pagina 113). De bomen daar behoren ook tot de Hoofdboomstructuur. Een deel ervan hebben zelfs de status van monumentale bomen. De Hoofdboomstructuur maakt onderdeel uit van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH). De gemeenteraad heeft de SGH vastgesteld met de doelstellingen om deze te behouden en te versterken in kwalitatieve en kwantitatieve zin. De indiener beveelt aan de Hoofdboomstructuur en de monumentale bomen ongemoeid te laten en geen HOV aan te leggen in de SGH.

Antwoord Met deze omgevingsvisie wordt het beleid over de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) bevestigd. De SGH wordt beschermd, versterkt en daar waar mogelijk uitgebreid. Met deze omgevingsvisie worden geen definitieve inpassingsbesluiten genomen. Wel leggen we vast dat het beschermen van de SGH een belangrijke leidraad is bij het nemen van inpassingsbesluiten.

De indiener geeft aan dat niet alleen het beschermen van de SGH, maar ook het versterken ervan in de praktijk weerbarstig blijkt. Hoe de SGH wordt versterkt, wordt dan ook gemist in de ontwerp omgevingsvisie. Als er gekozen is voor compensatie, zoals bij de uitbreiding van Madurodam ten koste van duinbos, is die vaak van aanmerkelijk mindere kwaliteit. Het versmallen van ecologische verbindingszones is ook volkomen in strijd met hun effectiviteit. Zelfs als de bestaande SGH wel intact blijft, wordt die niet versterkt door:

De indiener stelt dat het belangrijk is dat er kaders moeten komen voor wat er wel en niet gebouwd mag worden naast de SGH. Wij delen de mening dat het belangrijk is om dat te doen. Het stellen van andere, meer gedetailleerde, kaders doen we bij de uitwerking van de omgevingsvisie in gebiedsvisies per stadsdeel, gebiedsprogramma’s en het omgevingsplan.

Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking

Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking

76

• • • •

OV059

De bouw van hoge muren ernaast; dit zijn barrières voor dieren. Schaduw en windhinder van hoogbouw. Padelbanen met transparante wanden waar vogels tegenaan vliegen Vermindering van groen dat erop aansluit, door bouw of verharding.

De indiener adviseert de gemeente heldere kaders aan te geven met betrekking tot wat er naast de SGH mag worden aangelegd zonder dat deze de kwaliteit van de SGH vermindert. De indiener geeft in haar zienswijze aan bij het realiseren van de SGH te zorgen voor een fijnmazig netwerk door middel van een groenblauwe dooradering en deze te verankeren. Deze dooradering gaat ervoor zorgen dat het groen op straat- en pleinniveau verbonden wordt in een netwerk.

De planregels van het toekomstige omgevingsplan zullen naast planregels voor gebiedstypen (zoals het gebiedstype ‘groen leefmilieu’) ook regels voor thema’s, respectievelijk functies bevatten. Voorbeelden zijn o.a. de functies natuur, groen, recreatie. In het verlengde hiervan zal het omgevingsplan in een netwerkachtige bescherming voorzien zoals in de zienswijze wordt voorgesteld. Daarbij zal de bescherming op sommige locaties verder reiken, dan in de stedelijke groene hoofdstructuur is vastgelegd. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking

Behoefte aan Groen Ingediend door Zienswijze OV059 De indiener geeft in de zienswijze aan de analyse te schrappen naar de behoefte aan groengebieden (p73). De duizenden reacties op de plannen voor het Nationaal Internationaal Park Hollandse Duinen in de Scheveningse Bosjes hebben toch duidelijk gemaakt dat er een behoefte is. En ook de recente peiling over de grote groengebieden. Iedereen vraagt om groen, dus gewoon DOEN. Maak geen onderscheid tussen groenprojecten die hoofdzakelijk gericht zijn op het verbeteren van de leefkwaliteit voor de mens, en groenprojecten die gericht zijn op het versterken van de biodiversiteit. Biodiversiteit: groen, bloemen, bomen, bijen, kleurige vlinders, zingende vogels, verhogen immers de leefkwaliteit.

Antwoord Wij delen de mening dat er geen onderzoek nodig is om te bepalen of er behoefte is aan groen in Den Haag. Dat is duidelijk. Wat we beogen met dit onderzoek is niet om te bepalen of er behoefte is aan groengebieden, maar om te onderzoeken waar het beste en meest effectief groen toegevoegd kan worden in de stad. Daarnaast delen wij de mening dat biodivers groen ook de leefkwaliteit verhoogt. Toch kan in de praktijk de inzet op biodivers groen op gespannen voet staan met het gebruik door de mens. Daar waar mogelijk combineren we functies, maar soms is het ook belangrijk om te kiezen tussen functies. Om die reden maken wij een onderscheid tussen groengebieden waar de nadruk ligt op de natuurwaarde en groengebieden waar de nadruk meer ligt op de waarde voor de mens.

77

OV059

De indiener geeft aan dat bewoners bij enquêtes telkens om natuur en groen vragen. Al bij het eerder opgestelde Startnotitie en het Ambitiedocument heeft de indiener gevraagd te streven naar een natuurrijk en groen Den Haag. Zoals ook de wens is bij bewoners, telkens als daar door de gemeente om wordt gevraagd. Als voorbereiding op de omgevingsvisie hield de gemeente een enquête over de toekomst. 87% vond dat er meer ruimte moet komen voor ‘groen en natuur in Den Haag, ook binnen loopafstand van mijn woning’. In eerdere enquêtes in Zuidwest gaven bewoners natuurlijk groen in de enquête de hoogste score. En in de Spoorzone koos 68% voor groen en natuur, als antwoord op de vraag waar extra ruimte voor moest komen. Ook op een informatieavond in de Binckhorst kozen de bewoners meest voor groen. Deze wens van de bewoners vindt de indiener onvoldoende terug in de visie.

Conclusie Niet overnemen De brede wens uit de samenleving om te streven naar een natuurrijk en groen Den Haag heeft nadrukkelijk een plek gekregen in de omgevingsvisie. Onder de beweging Ruimte voor groen en water zijn de hoofdlijnen en strategische keuzes opgenomen die bijdragen aan een gezonde leefomgeving en een toekomstbestendige stad. De andere 4 bewegingen zijn ook belangrijk, zoals voldoende maatschappelijke voorzieningen, ruimte voor mobiliteit en ruimte voor werk in de stad. Alle vijf bewegingen samen zijn randvoorwaardelijk voor een toekomstbestendig Den Haag. In de uitwerking van de omgevingsvisie in gebiedsvisies per stadsdeel, gebiedsprogramma’s en omgevingsprogramma’s zullen concretere doelen worden gesteld voor natuur en groen. Conclusie Niet overnemen

Vergroenen tot op straat en pleinniveau Radicaal vergroenen Ingediend door OV004

Zienswijze De indiener geeft aan dat het mooi is dat vergroening hoog op de agenda staat. Dit is absoluut noodzakelijk voor leefbaarheid en overleving, maar dat moet dan echt radicaal worden aangepakt. De indiener noemt o.a. kleine stadsbossen, groene gevels, groene daken, minder rommelig groen, veel meer bomen en geveltuinen in de straat, en veel minder ruimte voor de auto die nu ten onrechte koning is.

Antwoord Groen en water zijn randvoorwaardelijk voor het functioneren van een stad (en metropool) die zich in 2050 presenteert als groene metropool aan zee. De voorbeelden van vergroening die zijn aangedragen, sluiten goed aan bij de strategische keuze ‘vergroening tot op straat- en pleinniveau’ bij de beweging Ruimte voor groen en water. Conclusie Opgenomen in de visie

Klimaatbestendig Ingediend door OV071

Zienswijze De indiener reikt enkele maatregelen aan voor het concretiseren van een groene en gezonde stad: • Op ieder plèn een fontèn

Antwoord Wij danken de indiener voor het aandragen van concrete maatregelen om te werken aan een groene en gezonde stad. Wij zullen deze suggesties

78

•

OV022

Een groene en gezonde stad is ook een veilige en klimaatbestendige omgeving. De openbare ruimte is altijd groene ruimte, ingericht voor meervoudig ruimtegebruik: verblijven, ontmoeten, spelen. • Het plan Haagse Lanen wordt uitgevoerd en uitgebreid naar de west-oost-as (van Theresiastraat naar Schilderwijk – via Grote Marktstraat en Prinsegracht. • De grachten worden hersteld voor afkoelen en waterberging. Eronder komen parkeergarages voor fiets en auto. • Elke straat moet beboomd zijn (50% in 2030, volledig in 2035). • Aanpak hitte-eiland effect door het verplicht vergroenen of wit maken van platte daken, herstellen van grachten, ont-tegelen van de grootste hitteeilanden, aanleg van plantsoenen en stimulering geveltuinen, fonteinen op elk plein en geen betonbouw of asfaltering in de binnenstad. Aangegeven wordt dat de thema’s hitte en biodiversiteit impliciet zijn meegenomen in de opgave voor een groene dooradering. Het wordt in de ontwerp omgevingsvisie vooral vertaald naar Haagse groenstructuur en ‘veel groen’, zonder daarvoor kwaliteitseisen te noemen. Voorgesteld wordt deze onderwerpen een eigen thema te geven.

meenemen in de verkenning ‘Ruimte voor groen en water’ en in de uitwerking van de omgevingsvisie in de gebiedsvisies per stadsdeel. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking

Het groen in de stad heeft verschillende functies voor de stad. Wij vertalen dat in zogenoemde ecosysteem diensten. Het bestrijden van en zorgen voor een gezonde biodiversiteit zijn ook ecosysteemdiensten van het groen. Voor de ontwikkeling van het groen in Den Haag gaat het om een balans te vinden tussen al die functies die het groen heeft. In de verkenning ‘Ruimte voor Groen en Water’ werken we die balans verder uit. De klimaatadaptieve rol van het groen en de biodiversiteit speelt hierin een belangrijke rol spelen. Deze zienswijze benadrukt dit belang en doet een aantal suggesties voor potentiële belangrijke verbindingen voor het groen. Wij herkennen deze suggesties. In de verkenning ‘Ruimte voor Groen en Water’ werken we verder uit hoe we invulling willen geven aan het beschermen, versterken en uitbreiden van het groen. Wij nemen de suggesties van de indiener hierin mee. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking

Fijnmazige groen-blauwe lijnen Ingediend door

Zienswijze

Antwoord

79

OV026

Er zijn meer kansen in de stad om de stedelijke groenstructuur te versterken, dan onder andere op het bijbehorende kaartmateriaal is weergegeven. Er is in de stad veel potentie om groenplekken met elkaar te verbinden tot lange fijnmazige groenstructuren. Daarbij krijgen bijvoorbeeld buurt- en wijkparken, en sportcomplexen in het groen extra betekenis als onderdeel van lange groenblauwe structuren. Een voorbeeld is het verbinden van de Groene As langs Laan van Wateringse Veld / Dedemsvaartweg met de duinen: via het Florence Nightingale Park -wijkpark Houtwijk – voormalig landgoed Rosenburg/Parnassia - de groenzones door Nieuw Waldeck de singels van Bohemen en Daltonplantsoen. Een ander voorbeeld is de groene lijn die ver de stad ingaat vanaf Ockenburgh/Westduinen: via de singels en groen/wijkpark van (Nieuw-) Waldeck – Albardatraat (sportvelden en Rosenburg/Parnassia)- en Mient (volkstuinen en begraafplaatsen) en kan aansluiten op de blauwe structuur van de Valkenboskade. Kortom, kansen voor de opwaardering van fijnmazige lange groenblauwe lijnen zie je door heel de stad. Neem die op in de visie en geef de extra uitwerking aan de centrale ambitie van de groene lange lijnen.

De lange lijnen spelen een belangrijke rol in de omgevingsvisie. Ook voor de toekomstige ontwikkeling van het groen in de stad. Hierbij gaat het om het vergroenen van de lange lijnen, maar ook om het vergroenen tot op straat en pleinniveau, zodat het groen in de stad van wijk- en buurniveau tot aan de Stedelijke Groene Hoofdstructuur is verbonden. We herkennen de groenblauwe structuren die de indiener aangeeft in de zienswijze.

Zienswijze In de zienswijzen wordt aandacht gevraagd voor het bebouwen van groene achtertuinen. Dit gaat ten koste van groenoppervlak, regenwateropname en kan ook de historische structuur van de wijken aantasten. In één van de zienswijzen wordt een voorstel gedaan voor een aanvullend tekstvoorstel op pagina 74 (in cursief) om groene tuinen beter te beschermen. ‘We gaan de komende jaren aan de slag met de vergroeningsopgave in de (vele) stenige en dichtbebouwde wijken, met name in het centrum en de 19e-eeuwse wijken daaromheen. We moeten daarvoor ruimte maken en de groene ruimte, die er is, ook groen houden, niet alleen in het openbaar

Antwoord De voorgestelde tekstsuggestie gaat over het belang om niet alleen het openbaar gebied groen te houden, maar ook privaat terrein zoals tuinen. Wij delen dit belang. Een deel van de voorgestelde tekst gaat over het verbieden van bouwen in de tuin. Dat gaat te ver voor deze visie. Wel passen wij de tekst bij de strategische keuze "samen aan de slag met groen" aan, omdat het niet nu niet helder is dat het hier ook over (binnen)tuinen gaat.

Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking

Groene tuinen Ingediend door OV066, OV039

Conclusie Wijziging in de visie op pagina 75 In hoofdstuk 5.4 Beweging 2 onder ‘Samen aan de slag’ is toegevoegd dat maatregelen in (binnen)tuinen nodig zijn.

80

gebied maar ook in de (achter-) tuinen. Hier zal men het bebouwd oppervlak van de begane grondverdieping niet mogen uitbouwen ten koste van het tuinoppervlak. En ook het betegeld oppervlak en de schuren moet klein blijven, om bij te dragen aan een groene en gezondere omgeving. Voor vergroening van het openbaar gebied is de mobiliteitstransitie randvoorwaardelijk. Door meer in te zetten op lopen, fietsen en openbaar vervoer kan het aantal (geparkeerde) auto’s in het straatbeeld afnemen’.

Meervoudig ruimtegebruik Ingediend door OV059

Zienswijze Waar nu geen of te weinig groen is, is meervoudig ruimtegebruik, de aanleg van nieuwe parken op overkluizingen of ondergrondse garages vaak de enige oplossing om te voldoen aan de normen voor groen. Daarvoor moeten voorgestelde parken in Laakhavens, in de Binckhorst, over de Utrechtse baan en over het busstation bij CS er ook echt komen, opgenomen worden in de visie en het omgevingsplan. Ook op andere plekken is meervoudig gebruik bij ontwikkelingen ten koste van groen de enige mogelijke vorm van compensatie. Bijv. een overkluizing over de Teldersweg bij de aanleg van HOV dwars door de Scheveningse Bosjes. Meervoudig ruimte gebruik kan ook een oplossing zijn waar de behoefte aan waterberging met klimaatverandering groter wordt. Te denken valt aan: een moerasbos (combinatie van bomen en water), wadi’s (in droge periodes droog ook voor andere doelen te gebruiken), een ondergronds kratten systeem (Cromvlietpark), drijvende tuinen.

Antwoord Wij herkennen het belang van toepassing van meervoudig gebruik in de openbare ruimte. In hoofdstuk 5.8 Samenhang tussen de vijf bewegingen geven we aan dat meervoudig kijken en handelen het uitgangspunt is bij een verder groeiende stad en schaarser wordende (groene) ruimte. Wij zien deze opmerking als bevestiging van de keuze die we met deze omgevingsvisie maken. Conclusie Ter kennisneming

Concreet maken groendoelen Ingediend door OV015

Zienswijze De indiener geeft aan de indruk te hebben dat de gemeente Den Haag op het gebied van vergroening niet echt wil doorpakken. Dat het een lastige kostenpost is. Als inspiratie worden de pleintjes in Barcelona aangehaald. Deze ontwikkeling moet gepaard gaan met het geleidelijk autoluw maken van buurten, en dus met goed OV. Daar hoort ook bij,

Antwoord De omgevingsvisie zet in op een integrale samenhang tussen groen en openbare ruimte om de leefkwaliteit te vergroten. Dat gaat over vergroening op alle schaalniveaus; van de stedelijke hoofdgroenstructuur tot onze pleinen en straten. Wij herkennen de suggesties die de indiener doet ten aanzien van de uitvoering daarvan. Deze worden meegenomen in de verdere uitwerking.

81

dat je je op doorgaande route richt. Maar als er in een woonstraat een boom om gaat, of beschadigd wordt, wordt deze vaak niet vervangen. En als je aan de climate change denkt, dan is het belang van een koel klimaat in woonstraten toch overduidelijk. De indiener stelt voor een doe-gericht werkgroepje in te richten voor deze vraagstukken. Dit werkgroepje kan dan vragen beantwoorden als; welke bomen moet je nemen (die zo min mogelijk met ondergrondse structuren interveniëren), hoe kan je bomen efficiënt verwijderen en planten, hoe combineer je groen in woonstraten en waterafvoer, en hoe krijg je met een concrete doelstelling meer groen in woonstraten?

Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking

Hittestress Ingediend door OV052

Zienswijze Uit het OER blijkt dat delen van de stad gebukt gaan onder hittestress. In de OER, noch in de ontwerp omgevingsvisie komen de ambities om het aantal hitte-eilanden terug te brengen terug. Het blijft bij constateringen en aanbevelingen. Er wordt verwezen naar de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig, maar de vraag is of het gemeentebestuur daarmee voldoende doet om plekken van extreme hitte aan te pakken in combinatie met ruimte creëren voor groen.

Antwoord Op de Omgevingsvisiekaart Den Haag 2050 (pagina 60-61) hebben we de ‘Aanpak hittestress, verdroging en wateroverlast’ genoemd onder de opgave om Den Haag klimaatadaptief, biodivers en klimaatneutraal te maken. Er zijn focusgebieden aangewezen om koelere plekken te maken, onder andere door ontharding en meer groen voor extra schaduwwerking. Dit zijn de meest versteende wijken van Den Haag; Laak, Schilderswijk, Transvaal, Rustenburg-Oostbroek, Valkenbos- en Regentessekwartier en stadsdeel Centrum. We zullen hitte apart benoemen binnen de opgave van de groene dooradering van de stad, zoals genoemd in beweging Ruimte voor groen en water. We voegen dit toe onder ‘vergroenen tot op straat en pleinniveau’ (p.74). Bij de verdere uitwerking van gebiedsvisies per stadsdeel is het tegengaan van hittestress ook één van de opgaven die verder wordt uitgewerkt. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 74 In hoofdstuk 5.4 Beweging 2 onder ‘Vergroenen tot op straat en pleinniveau’ is het verminderen van hittestress toegevoegd aan de tekst. Wijziging in de visie op pagina 184

82

In het lexicon is de term hittestress toegevoegd.

Duinen groeien mee met de zee Verschillende vormen van kustverdediging Ingediend door OV015

Zienswijze De indiener stelt voor om het Plan Waterplan weer eens te bestuderen. Tegelijkertijd willen veel Scheveningers absoluut geen verandering van de kustlijn, maar je moet verschillende vormen van kustverdediging tegen elkaar afwegen. Misschien is landaanwinning dan niet zo’n slechte optie. Wat de indiener aan zo’n plan aantrekkelijk vindt, is dat het echt een toekomstvisie in zich heeft.

Antwoord Er bestaan veel plannen voor de lange termijn waterveiligheid van Nederland. Plan Waterman is er hier één van. De Deltacommissaris en Deltares hebben een inventarisatie gedaan van ongeveer 180 plannen die de afgelopen jaren zijn uitgebracht door uitvinders, ontwerpers en ingenieurs. In het nationale Kennisprogramma Zeespiegelstijging zijn vervolgens veel van deze plannen en plannenmakers betrokken en verder onderzocht in één van de drie consortia (Meebewegen, Beschermen en Zeewaarts). Op basis van belangrijke conclusies uit het Kennisprogramma en in afstemming met het Hoogheemraadschap van Delfland formuleren wij een langetermijnstrategie voor de Haagse kust. Daarnaast geven we in de omgevingsvisie aan dat we inzetten op een robuuste, toekomstbestendige kustverdediging en daarbij de mogelijke uitbreiding van het gehele strand- en duingebied verkennen. Dit zou deels aansluiten op het Plan Waterman, wat in de basis uitgaat van de aanleg van een nieuwe duinstrook tegen de bestaande kustlijn, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van natuurlijke processen. Waterman heeft zijn plan verder uitgewerkt tot een brede nieuwe kuststrook waarin natuur, wonen en werken samengaan. Wij vinden het echter belangrijk dat de duinen onbebouwd blijven en dat we de natuur alle ruimte geven. Zo voorkomen we knelpunten op gebied van waterveiligheid in de toekomst.

Daarnaast is het Rijk op dit moment terughoudend in het toestaan van grootschalige kustuitbreiding (voor o.a. woningbouw) om onnodige druk op onze zandvoorraad te voorkomen. Beschikbaarheid van voldoende zand is cruciaal om de kust op orde te houden met het oog op zeespiegelstijging. We gaan daarom niet uit van grootschalige landaanwinning, maar zetten in op ingrepen die vanuit waterveiligheidsoogpunt noodzakelijk blijken. Conclusie

83

Ter kennisneming

Zandsuppletie Ingediend door OV037

Zienswijze Er wordt in de omgevingsvisie gesproken over het realiseren van een strand- en duingebied langs de gehele kustlijn, om te zorgen voor een robuuste waterkering die ook gesteld staat voor zeespiegelstijging. Hierbij lijkt te worden aangenomen dat onderhoudssuppleties en natuurlijke duin aangroei volstaan om tot een nieuwe duinenrij te komen. De indiener geeft mee dat onderhoudssuppleties door Rijkswaterstaat alleen plaatsvinden als er sprake is van een landwaartse gericht trend van de huidige kustlijn, ten opzichte van de vastgestelde basiskustlijn. In zulke situaties wordt bij het te bepalen suppletievolume rekening gehouden met de invloed van zeespiegelstijging, maar niet in een mate die bijdraagt aan zeewaarts-gerichte uitbreiding zoals in de ontwerp omgevingsvisie lijkt te worden gesteld. Ook is het effect van doorstuiven op lange termijn pas merkbaar en moeilijk te voorspellen waardoor een substantiële zeewaartse duin aangroei niet hieraan opgehangen kan worden.

Antwoord De Omgevingsvisie geeft onze ambitie voor Den Haag in 2050 weer, met in het geval van waterveiligheid ook een doorkijk naar de langere termijn. Hierbij hoort een ambitie voor de kust die rekening houdt met de bovengrenzen van zeespiegelstijging (0,4m stijging in 2050, 1,2m in 2100 en 2m in 2150). We benoemen dat we de mogelijke uitbreiding van het gehele strand- en duingebied verkennen. We willen deze ambitie de komende jaren verder onderzoeken en uitwerken. We zijn ons daarbij van bewust dat het huidige beleid gericht is op suppleren als een landwaarts gerichte trend van de basiskustlijn optreedt, en dat het suppletievolume nu geen rekening houdt met meters zeespiegelstijging. Uitgangspunt is dat we bij een eventuele uitbreiding van het strand- en duingebied uitgaan van de noodzaak voor waterveiligheid. Wij betrekken Rijkswaterstaat de komende jaren graag bij de verdere uitwerking. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking

Uitbreiding Duingebied Ingediend door OV037

Zienswijze De indiener geeft de gemeente mee dat in de kamerbrief Water en Bodem Sturend wordt gesteld dat zeewaartse uitbreiding op dit moment niet zal plaatsvinden, zolang nog niet duidelijk is in hoeverre de zandvoorraad op zee toereikend is om het huidig veiligheidsniveau voorlopig nog te handhaven.

Antwoord Wij zijn ons hiervan bewust. De zeewaartse uitbreiding is zoals hiervoor benoemd in de verkennende fase, dus op dit moment is van deze uitbreiding ook nog geen sprake (buiten mogelijke onderzoeken/pilots). Daarnaast beperkt de geschetste zeewaartse uitbreiding zich feitelijk tot ingrepen die noodzakelijk zijn in het kader van de lange termijn veiligheid van de Scheveningse Kust. Wij bouwen daarmee voort op de landelijke strategie 'zacht waar het kan, hard waar het moet' en werken vanuit een zandige versterking van de bestaande kust als de meest natuurlijke en flexibele oplossing. Inzet van zand voor een relatief kleine zeewaartse uitbreiding van het strand- en duingebied die op termijn mogelijk

84

noodzakelijk is om het waterveiligheidsniveau te handhaven, is wat ons betreft iets anders dan een kustuitbreiding ten behoeve van bijvoorbeeld woningbouw. Daarom houden we aan deze kustambitie vast en onderzoeken we verder of en hoe dit gerealiseerd kan worden, graag in samenwerking met partners als Rijkswaterstaat. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking Kustverdediging Ingediend door Zienswijze OV037 De indiener geeft de gemeente mee dat gezien de (benodigde) focus op kustverdediging, er in de ontwerp omgevingsvisie weinig wordt geschreven over de visie rond (uitbreiding van) bebouwing op het strand. Kustbebouwing en kustverdediging kunnen strijdig zijn. Gevraagd wordt dan ook om de uitbreidingsambities in het kader van toerisme en recreatie verder toe te lichten in de volgende planfase.

Antwoord Wij gaan in de omgevingsvisie niet in op bebouwingsambities langs de kust, omdat wij niet van plan zijn een (beperkte) zeewaartse beweging in te zetten voor het toevoegen van woningen en voorzieningen. Wij kijken naar vormen van verdichting binnen de bebouwde kom en houden ons aan de richtlijnen zoals deze door Rijkswaterstaat en Hoogheemraadschap voor het bouwen aan de kust zijn gesteld. Hoe bestaande functies ten behoeve van horeca/toerisme/recreatie ingepast kunnen worden in toekomstige waterveiligheidsoplossingen, nemen wij mee in de verdere uitwerking van onze langetermijnstrategie op zeespiegelstijging. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking

Focus op strategische groenprojecten Van Zee tot Zweth Ingediend door Zienswijze OV035

Aangegeven wordt dat de gemeente in de ontwerp omgevingsvisie een onderscheid maakt tussen groenprojecten die gericht zijn op het verbeteren van de leefkwaliteit voor de mens en groenprojecten die gericht zijn op het versterken van de biodiversiteit. Het genoemde project "Van Zee tot Zweth" zou alleen gericht zijn op het versterken van de biodiversiteit. Dat is naar de mening van de indiener niet juist. Dit project is

Antwoord De indiener heeft gelijk dat Van Zee tot Zweth in de basis gestart is als recreatieve verbinding. In de loop van de tijd is de ambitie toegevoegd om daarnaast ook de biodiversiteit te versterken. Deze nuance ontbreekt nu en dat passen wij aan. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 74

85

ook gericht op het verbeteren van de leefkwaliteit van de mens. Verzocht wordt om de tekst over dit project te nuanceren.

In hoofdstuk 5.4 Beweging 2 onder ‘Focus op strategische groenprojecten’ is de nuance over het project van Van Zee tot Zweth toegevoegd.

Specifieke thema’s Aandacht voor infectieziekten Ingediend door OV044

Zienswijze Bij de opgaven die de gemeente heeft op het gebied van gezondheid wordt de aandacht voor preventie van infectieziekten gemist. De coronapandemie heeft geleerd dat maatregelen om de verspreiding van een virusziekte af te remmen van groot belang zijn, waarbij de leefomgeving een cruciale rol speelt. De indiener adviseert om in de omgevingsvisie op te nemen dat inspanningen worden geleverd om de kans op het ontstaan en overbrengen van infectieziekten en de kans op verspreiding te verkleinen.

Antwoord Wij onderkennen het belang om aandacht te hebben voor de verspreiding van infectieziekten, ook bij het aanleggen van groen en water. Wij nemen dit mee in de verdere uitwerking van de omgevingsvisie in gebiedsvisies per stadsdeel en gebiedsprogramma’s. Ook zullen we aandacht besteden voor dit onderwerp in de verkenning ‘Ruimte voor Groen en Water’.

De inrichting van de buitenruimte met blauw en groen is essentieel voor een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving. Echter, een bepaalde inrichting kan ook ongewenste neveneffecten met zich meebrengen zoals de kans op introductie en verspreiding van infectieziekten. Bij de planning en aanleg van blauw en groen (zoals een wadi) kan al rekening gehouden worden met het vóórkomen en de toename van een aantal dieren die infectieziekten kunnen verspreiden (zoals teken, ratten en muggen). Door bijvoorbeeld te voorzien in voldoende kranen en een handenwasgelegenheid in de buitenruimte kan besmetting met en verspreiding van infectieziekten op een eenvoudige en effectieve wijze voorkomen worden. De GGD adviseert de gemeente daarom om in de planvorming van de fysieke ruimte vroegtijdig infectierisico’s te herkennen, zodat preventieve, risico reducerende maatregelen en oplossingen toegepast kunnen worden. De GGD kan hierbij ondersteunen als expert op het gebied van infectiepreventie en inrichting van de fysieke leefomgeving.

Conclusie Wijziging in de visie op pagina 74 In hoofdstuk 5.4 Beweging 2 onder ‘Meer aandacht voor water- en bodemkwaliteit’ is aan de tekst toegevoegd dat we aandacht hebben voor infectieziekten bij de aanleg en beheer van de openbare ruimte.

In de omgevingsvisie voegen we de volgende tekst toe: bij inrichting en beheer van de openbare ruimte is aandacht voor het verkleinen van de kans op het ontstaan, overbrengen en verspreiden van infectieziekten.

86

Achterstand op groen wegwerken Ingediend door OV050

Zienswijze De indiener heeft een paar keer uitgerekend dat er in het verleden jaarlijks 3.000 tot 4.000 bomen zijn gekapt vanwege o.a. woningbouw, uitbreidingsplannen, openbaar vervoer, herinrichting, recreatie. Bij de afweging van belangen legde het belang van de bomen het af tegen de andere belangen. Verwacht wordt dat ook in de toekomst grote aantallen bomen moeten verdwijnen. Alleen al in Zuid-West (Dreven-1 en Zichten 2, 3 en 7) verwacht de gemeente 735 te bomen te moeten kappen. De meeste bomen zijn rond de 70 jaar oud. Ook al worden nieuwe bomen herplant, dan nog duurt het minstens 40 jaar voordat ze ecosysteemdiensten gaan leveren. Daarom benadrukt de indiener het belang van volwassen bomen voor de stad. Met het kappen van oude bomen, stoppen de ecosysteemdiensten. Op deze manier is een grote achterstand ontstaan. Juist vanwege de achterstand, die gedurende de laatste tientallen jaren is ontstaan, moet de omgevingsvisie deze achterstand inlopen. Het tempo dient ook voor ‘groen en water’ versneld te worden (zie Hoofdpunten, pagina 13). Net als bij verstedelijking en bereikbaarheid. De ambities moeten op dit vlak echt hoger.

Antwoord Indiener stelt dat er onvoldoende ambitie in de omgevingsvisie is opgenomen ten aanzien van het vergroenen van Den Haag en het inlopen van achterstanden die in het verleden zijn ontstaan. In de omgevingsvisie zijn 5 bewegingen opgenomen die de koers richting 2050 gaan bepalen. Ruimte voor groen en water is 1 van de 5 bewegingen. Centraal daarin staat dat we het groen in Den Haag beschermen, versterken en uitbreiden. Dat is een stevige ambitie die inhoudt dat we de komende jaren op alle schaalniveaus in de stad gaan vergroenen. Daar hoort ook bij dat we het bestaande groen en bestaande bomen beschermen, daar waar dat mogelijk is. Ten aanzien van het beschermen van bomen is in de Bomennota, die met deze omgevingsvisie bevestigd wordt, ook vastgelegd dat we bestaande bomen beschermen. In de verkenning 'Ruimte voor Groen en Water’ werken we daarnaast verder uit hoe we de komende jaren gaan werken aan het beschermen, versterken en uitbreiden van het groen in Den Haag. Conclusie Opgenomen in de visie

Natuurscans en bestaande natuur Ingediend door OV059

Zienswijze Bij plannen moet van het begin af aan duidelijk zijn wat er aan natuur en bomen is: maak nuttige natuurscans en een inventarisatie van bomen vooraf. Voordat plannen worden gemaakt voor een gebied, moet een inventarisatie worden gemaakt van aanwezige bomen en natuur. Stel daar eisen aan. Alternatieven om bomen te behouden moeten worden onderzocht. Bij natuurscans die voor plannen worden gemaakt moet niet alleen worden ingegaan op het effect op nationaal beschermde gebieden en nationaal beschermde soorten, maar ook het effect op de SGH en op de icoonsoorten van de provincie. Voorgesteld wordt dit punt op te nemen in de visie

Antwoord De indiener stelt dat het belangrijk is dat er bij projecten natuurscans worden gedaan. In de Nota Stadsnatuur is dat ook vastgelegd en wordt in de praktijk ook uitgevoerd. Conclusie Opgenomen in de visie

87

OV059

als voorschrift voor natuurscans, als basis voor een betere besluitvorming. Ga bij de inrichting van de fijnmazige groenstructuur uit van het bestaande landschap en de aanwezige bomen. Ga hier ook vanuit wanneer het wateroppervlak vergroot moet worden. Spaar de bomen en zorg voor natuurvriendelijke oevers.

Wij delen de mening dat het belangrijk is om uit te gaan van het bestaande landschap. Het is daarom ook onderdeel van deze omgevingsvisie. Kern daarvan is voort te bouwen op de bestaande landschappelijke kwaliteit en het terugbrengen van landschappelijke kwaliteit die verloren is gegaan door te investeren in de lange lijnen. De verdere uitwerking daarvan wordt onder andere gedaan in de verkenning ‘Ruimte voor Groen en Water’. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking

Natuurinclusief bouwen Ingediend door OV059

Zienswijze De indiener brengen in hun zienswijzen het belang van natuurinclusief bouwen in, dat bij de gemeente hoog in het vaandel staat. In de ontwerp omgevingsvisie wordt het onderwerp zelf niet genoemd, anders dan onder het kopje beleidsdocumenten. Er worden concrete maatregelen aangedragen om natuurinclusief bouwen een duidelijke plek te geven in de ontwerp omgevingsvisie en daarbij ook normen te stellen. Bijvoorbeeld door natuurinclusief bouwen niet alleen verplicht te stellen bij hoogbouw, wat nu het geval is, maar ook naast het natuurlijke en het groene leefmilieu. Als groen/ gekapte bomen op maaiveld worden vervangen door groene daken (wat minder goede kwaliteit groen en bomen betekent), boven op een gebouw of boven een ondergrondse garage, kies dan voor regels dat daken bij de constructie al ontworpen moeten worden met voldoende draagkracht en substraatdiepte om bomen en struiken te kunnen dragen (zie de Nota Stadsbomen p57). De gemeente moet daartoe normen stellen. In de regels moet ook staan dat groene daken toegankelijk zijn voor vogels, vleermuizen, insecten en egels. Vogels en insecten komen tot max. 15 meter hoog, hoger zijn groene daken voor fauna zinloos.

Antwoord De indiener stelt dat het natuurinclusief bouwen niet genoemd wordt in de visie en dat dit een omissie is. Wij erkennen het belang voor natuurinclusief bouwen. Dit is in verschillende beleidsdocumenten ook vastgelegd en die worden met deze visie bevestigd. Niettemin vinden we natuurinclusief bouwen een dermate belangrijke ambitie dat wij dit toevoegen aan de tekst. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 73 In hoofdstuk 5.4 Beweging 2 onder ‘Beschermen, versterken en uitbreiden van de SGH’ is een passage over natuurinclusief bouwen toegevoegd omdat stedelijke verdichting en vergroening hand in hand moeten gaan.

Aandacht voor water Ingediend door

Zienswijze

Antwoord

88

OV012

De indiener geeft in de zienswijze aan dat op veel plaatsen wordt gesproken over groen en water. Maar waar over het groen als structurerend element van Den Haag geen enkele twijfel bestaat, komt het water er bekaaid af. Het water wordt hoofdzakelijk benaderd in termen van watermanagement. Niet in de kwaliteit van structuurbepalend element. Het zou volgens de indiener een gemiste kans zijn om bij de lange lijnen van Den Haag niet de vele waterwegen te noemen (ook al is het kanalennetwerk de laatste honderd jaar sterk aangetast). Het is enkele jaren geleden weer gebleken dat er in de stad draagvlak is voor het herstel van gedempte waterwegen (zoals de Loosduinsevaart) en van gedempte grachten waarmee wat verkommerde gebieden aan de rand van de binnenstad een opleving zouden kunnen krijgen (zoals de Veerkades en de Brouwersgracht). Ook in de plaatselijke politiek bleek er veel belangstelling te bestaan voor deze ideeën. De indiener vraagt welke ambitie de gemeente hier concreet heeft en met welke middelen.

De indiener is van mening dat er in beweging 2 te weinig aandacht is voor water. Er is wel aandacht voor de kwaliteit van water, maar vooral als het gaat om het inrichten van een robuust watersysteem. Water heeft echter meer functies voor de stad, zoals recreatie en natuurwaarde. Wij delen de mening dat hier in beweging 2 (te) weinig aandacht voor is.

Zienswijze Zowel Natuurnetwerk Nederland (NNN) als belangrijke weidevogelgebieden staan op de kaarten niet duidelijk aangegeven (zoals ook een deel strand aan de noordkant van de boulevard). Daarnaast zou het goed zijn om onderscheid te maken tussen de stedelijke groene hoofdstructuur, NNN en Natura 2000-gebieden, want hiervoor gelden verschillende beschermingsregimes. Op pag. 61 zouden ook de belangrijke weidevogelgebieden nog kunnen worden toegevoegd. Op pag. 63 staat in de legenda het volgende: “De stad in delen in de toekomst onderdeel van Natuurnetwerk Nederland.” Deze zin onduidelijk. Dit staat in meerdere legenda’s.

Antwoord Voor de kaarten zijn aparte datalagen gebruikt met o.a. de gebiedsaanduidingen van NNN- en N2000-gebieden. De volgende datalagen zijn gebruikt: Natura2000: Dataplatform Den Haag. Deze gebieden kennen ook deels overlap. In de omgevingsvisie is ervoor gekozen een bepaald abstractieniveau te gebruiken, waarbij in dit geval de genoemde gebieden zijn gebundeld onder de laag 'Landelijke natuurontwikkeling'. Dat er sprake is van verschillende gebieden, wordt in de tekst helder aangegeven. In de uitwerking van de omgevingsvisie, onder andere in de gebiedsvisies per stadsdeel en omgevingsprogramma’s, zullen we ook rekening houden met de verschillende beschermingscategorieën. Weidevogelgebieden horen onder natuurbeheerplan en natuurbeheer hoort onder de legenda item 'Landelijke natuurontwikkeling'. Daarbij gaan weidevogelgebieden mee in de visie en naar de uitwerking van de visie. De tekst in de legenda mag inderdaad duidelijker

Conclusie Wijziging in de visie op pagina 74 In hoofdstuk 5.4 Beweging 2 onder ‘Meer aandacht voor water- en bodemkwaliteit’ is aan de tekst het belang van water voor de natuur en SGH toegevoegd.

Kaartmateriaal Ingediend door OV022

89

OV022

OV059

Onduidelijk is of Nieuw Vredeoord (langs de Vliet) als geel op de kaart staat, terwijl dit NNN is of dat het toch Drievliet is dat als geel staat aangegeven.

Er is volgens de indiener in de ontwerp omgevingsvisie op verschillende plekken verwarring over waar het Nationaal Park Hollandse Duinen ligt. Op pagina 96 is een kaart, die ook op de website van het Nationaal Park staat. Wellicht is het beter te actualiseren door de kaart uit de Aangepaste Statusaanvraag over te nemen.

Conclusie Wijziging in de visie op pagina 62 In de legenda is de beschrijving van de legenda item Het Nationaal Park Hollandse duinen aangepast. Nieuw Vredenoord valt onder groen op de kaart. Binnen het gele deel valt o.a. Familiepark Drievliet. Conclusie Niet overnemen Wij nemen de voorgestelde suggestie van de indiener over. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 96 De kaart met daarop de begrenzing Nationaal Park Hollands Duinen is aangepast op basis van de actuele statusaanvraag.

Groene Leefmilieu Ingediend door OV059

OV059

Zienswijze De Stedelijke Groene Hoofdstructuur bestaat uit grote groengebieden en ecologische verbindingszones daartussen. In de Nota Stadsnatuur staat hoe deze moeten worden ingericht. Als Groen leefmilieu worden daar een aantal van genoemd op pagina 103. De boomstructuren staan daar niet bij, hoewel ze ook onderdeel zijn van de SGH.

Behalve de SGH wordt op pagina 103 bij het Groene leefmilieu ook ander groen genoemd: wijk- en buurtgroen, sportterreinen, speelvoorzieningen, volkstuinen (amateurtuinen), begraafplaatsen en oppervlaktewateren. Dat laatste lijkt

Antwoord De toelichting op functies onder de Groene leefmilieus pretendeert geen volledigheid. De genoemde groenvoorzieningen zijn bedoeld als voorbeelden die voor dit gebiedstype als specifiek of kenmerkend beschouwd kunnen worden ten opzichte van andere leefmilieus. De Haagse hoofdbomenstructuur bevat een vegetatietype, dat voor een groot deel ook in diverse stedelijke gebiedstypen voorkomt. De bijbehorende bomen zullen bij de uitwerking van het omgevingsplan grafisch van een eigen geometrie worden voorzien, die vergelijkbaar is met functieaanduidingen in bestemmingsplannen in het verleden. Deze weergave zal zowel in groene als stedelijke gebiedstypen worden toegepast. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking De opsomming is exemplarisch en kan naast genoemde functies ook polderwater, secundair oppervlaktewater en solitaire waterelementen bevatten. De termen leefmilieu water en oppervlaktewater zijn geen synoniemen van

90

volgens de indiener een vergissing, want er is ook een leefmilieu Water.

OV059

OV059

OV059

Inderdaad vormen de groene randen van sportterreinen, volks/amateurtuinen, begraafplaatsen en speelvoorzieningen een belangrijke aanvulling op natuur- en groengebieden. Als zij zich bevinden in bufferzones eromheen/ er op aansluiten worden deze gebieden als het ware vergroot, wat goed is voor de natuur. Op kleine eilanden sterven soorten sneller uit. Zeker goed dat deze zijn opgenomen in het Groene leefmilieu. In de visie staat dat het wijk- en buurtgroen ook deel uitmaakt van het groene leefmilieu. Daarbij denken we aan openbaar groen, groenstroken, plantsoenen, bomenrijen, tuinen. Maar ook als dit groen onderdeel uitmaakt van de stedelijke milieus, moet het worden beschermd.

Behoud van fijnmazig groen is wel in de visie opgenomen: “We vinden het belangrijk om waardevolle groenstructuren die in een fijnmazig patroon door de stad lopen te behouden en te versterken. Maar het wordt niet voldoende geborgd. In de visie staat dat in plaats van gedetailleerde bestemmingen leefmilieus worden gebruikt, en dat het omgevingsplan hierop wordt gebaseerd. De indiener beveelt aan de bestemmingen ‘groen’ en ‘tuin’ zoals die nu in de bestemmingsplannen staan juist wel te handhaven. Neem de bepalingen uit de Kadernota Openbare Ruimte over, dat minimaal het bestaande aandeel groen in de openbare ruimte moet worden gehandhaafd. Dus geen extra verharding/bebouwing. Gebruik daartoe de Haagse groen monitor.

elkaar. Het leefmilieu Water kan in voorkomende gevallen ook betrekking hebben op oeverzones, verlandingszones, kades, steigers etc. Daarnaast kan de functie oppervlaktewater in tal van stedelijke gebiedstypen voorkomen. Conclusie Niet overnemen Van deze instemming met de gemeentelijke ambities wordt met belangstelling kennisgenomen. Conclusie Ter kennisneming

De planregels van het toekomstige omgevingsplan zullen naast planregels voor gebiedstypen (zoals het gebiedstype ‘groen leefmilieu’) ook regels voor thema’s respectievelijk functies bevatten zoals de functies natuur, groen, begraafplaats of volkstuin. Grafisch wordt dit vastgelegd in aparte geometrieën. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking De zienswijze veronderstelt dat van een omgevingsvisie een beschermende werking op objectniveau uitgaat. Dat is niet het geval. De feitelijke bescherming zoals deze in het verleden in bestemming is opgenomen en geborgd, zal in het nieuwe omgevingsplan gaan plaatsvinden, met de daarbij horende methodiek. De omgevingsvisie zal worden gebruikt om de daarin verankerde rechtsbescherming te motiveren. Uitgangspunt voor de toekomstige regelgeving is de bestendiging van bestaand vergund gebruik, tenzij kadernota’s zoals een sectorale beleidsnota of bijvoorbeeld een gebiedsvisie etc. aanleiding geven tot een aanpassing van de bestaande, vergunde situatie. Conclusie

91

Niet overnemen

Bomeneffect analyse Ingediend door OV050

Zienswijze De indiener beveelt aan om altijd een Bomen Effect Analyse (BEA) uit te voeren in overeenstemming met de Haagse Bomennota, waarbij bouwsteen 12 (alternatieve mogelijkheden -planaanpassingen) vanaf het eerste stadium meegenomen wordt. Dit verzoek wordt gedaan omdat Bouwsteen 12 stelselmatig wordt vergeten. Bouwsteen 12 sluit naadloos aan bij het coalitieakkoord: er gaat geen boom om tenzij het aantoonbaar niet anders kan.

Antwoord Met de omgevingsvisie wordt de Haagse Bomennota bevestigd. Dat betekent dat er in overeenstemming met de Haagse Bomennota een Bomen Effect Analyse wordt gedaan. Conclusie Niet overnemen

Vervanging groen Ingediend door OV001

Zienswijze Groen dat is weggehaald wordt niet altijd vervangen, waardoor er kale plekken ontstaan.

Antwoord Het komt inderdaad in het dagelijks beheer van het groen voor dat er tijdelijk kale plekken ontstaan. Dit kan gemeld worden via het meldingen systeem van de gemeente. Conclusie Ter kennisneming

92

Beweging 3: Verstedelijking en bereikbaarheid in samenhang Complimenten Ingediend door OV038

OV033

OV036

Zienswijze De indiener deelt de Haagse bouwstenen en de aanpak op hoofdlijnen in de ontwerp omgevingsvisie. Bijvoorbeeld dat de gemeente wil inzetten op het STOMP-principe, wil bouwen nabij OV-knooppunten en de corridor aanpak. Dit is in lijn met de hoofdlijnen van onze concept Mobiliteitsvisie MRDH.

Antwoord Wij danken de indiener voor de reactie.

De indiener benadrukt het belang van duurzame mobiliteitsoplossingen en pleit voor extra investeringen in fietsen OV-infrastructuur in de Haagse agglomeratie.

In beweging 3 beschrijven wij het belang van een sterkere samenhang tussen verstedelijking en mobiliteit. Zowel binnen Den Haag als de Haagse agglomeratie. Om deze samenhang te versterken zijn er inderdaad extra investeringen nodig in fiets- en OV-infrastructuur.

Voor de indiener is het een belangrijk gegeven dat de gemeente bij de ontwikkeling van de stad een toenemende rol voor actieve modaliteiten (lopen, fietsen) en openbaar vervoer voor zich ziet in het mobiliteitssysteem van de stad. Die rol wordt graag met de gemeente verder ingevuld en de indiener werkt graag met de gemeente hiervoor de plannen uit. Als voorbeelden van deze plannen worden genoemd: • Het expliciet benoemen van bijvoorbeeld de plannen voor de Schaalsprong Openbaar Vervoer, uitgewerkt naar de Koningscorridor en de Zuidwestlandcorridor. Uitwerken van de plannen voor De Vlietlijn zijn daarin een eerste stap.

Conclusie Ter kennisneming

Conclusie Opgenomen in staand beleid Wij werken graag samen met de HTM de plannen hiervoor uit. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking

93

•

•

•

Voor de middellange termijn wordt de wens en noodzaak gezien om op een of meer lijnen met gekoppelde trams te gaan rijden. Ook onderschrijft de indiener de wens om met de groei van het aantal woningen in te zetten op het versterken van de OV-verbindingen van en naar Den Haag Zuidwest. Dat wordt met name gezien in de versterking van de bestaande verbinding via lijn 9 en het versterken van de tangentiële buslijnen, zoals dat ook schematisch op kaart 3 op blz. 83 in de Omgevingsvisie is weergegeven. Investeren in OV in Zuidwest past bij de voorziene groei. Het nut van regionale mobiliteitshubs wordt gezien en het is belangrijk dat hierin geïnvesteerd wordt. Over vorm en locatie gaat de indiener graag met de gemeente in gesprek.

Een bouwtempo dat past bij de Haagse metropool Haalbaarheid beoogde aantal woningen Ingediend door OV039

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15787083/1