RIS322469 Bijlage 2 Nota van Beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie en advies Commissie mer Omgevingseffectrapport def
Tekst van het document
Conclusie Ter kennisneming
Schone lucht Ingediend door OV023, OV065, OV062,OV023
Conclusie Wijziging in de visie op pagina 68 In hoofdstuk 5.3 Beweging 1 onder ‘Schonere en stillere stad’ is de tekst aangepast en meer aandacht besteed aan het verbeteren van de luchtkwaliteit en brongerichte maatregelen tegen lokale bronnen van luchtvervuiling, waaronder houtstook.
49
OV044
De rookvrije generatie en de daar bijhorende rookvrije omgeving is onvoldoende opgenomen in de ontwerp Omgevingsvisie. GGD Haaglanden benadrukt het belang van de omgeving bij het realiseren van een rookvrije generatie. Rookvrij betekent niet alleen vrij van tabaksrook, maar ook vrij van houtrook. Uit onderzoek van GGD Haaglanden (2023) blijkt dat in Den Haag houtrook de grootste lokale bron is van fijnstof. In de strategische keuze voor een schonere en stillere stad is een brongerichte aanpak op houtrook essentieel voor een structurele verbetering van de luchtkwaliteit. De GGD Haaglanden adviseert de gemeente om de rookvrije generatie en de aanpak van houtstook duidelijker te beschrijven, zodat er meer impact wordt gemaakt op de gezondheid van de inwoners.
In de ontwerp omgevingsvisie wordt de noodzaak van het terugdringen van de blootstelling aan luchtverontreiniging erkend. De gemeente werkt daartoe aan de structurele verbetering van de luchtkwaliteit door brongerichte maatregelen, samen met inwoners en (regionale) partners, en houdt daarbij de WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit aan (Strategische keuze ‘Schonere en stillere stad’). Onderdeel van die brongerichte maatregelen is ook het terugdringen van houtstook, één van de belangrijkste lokale bronnen van luchtverontreiniging. We zullen dit in de definitieve omgevingsvisie expliciet benoemen. Daarnaast stellen we in hoofdstuk 7.5 voor een nieuw Integraal Haags Milieuprogramma uit te werken. Hierin zullen we het onderwerp houtstook ook betrekken. Naar verwachting zal dit programma gebiedsgericht worden uitgewerkt, zodat specifieke knelpunten in de stad op het gebied van lucht (waaronder houtstook) kunnen worden aangepakt. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 68 In hoofdstuk 5.3 Beweging 1 onder ‘Schonere en stillere stad’ is de tekst aangepast en meer aandacht besteed aan het verbeteren van de luchtkwaliteit en brongerichte maatregelen tegen lokale bronnen van luchtvervuiling, waaronder houtstook.
Stillere stad Ingediend door OV044
Zienswijze GGD Haaglanden geeft aan dat geluidshinder één van de belangrijkste milieufactoren is die gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Blootstelling aan geluid kan leiden tot hinder, verstoring van de slaap, verstoring van de dagelijkse activiteiten en stressreacties. Langdurige blootstelling aan te veel geluid kan het risico op hart- en vaatziekten en psychische aandoeningen verhogen. Het realiseren van een gezonde leefomgeving staat of valt mede met het realiseren van een acceptabel “geluidslandschap”. Dat geldt in de huidige situatie, maar bovendien is geluidshinder één van de
Antwoord In de ontwerp omgevingsvisie is (ernstige) geluidhinder nadrukkelijk genoemd onder schonere en stillere stad. Ook in relatie tot slaapverstoring. We onderschrijven het aandachtspunt van de GGD dat lokaal beleid nodig is om geluidshinder echt terug te dringen. In de ontwerp visie is al opgenomen dat nieuwe woningen een aangename, geluidluwe zijde krijgen. We voegen toe dat aanpak aan de bron, het verminderen van geluidsbelasting, ook van belang is. Daarnaast krijgt geluidshinder een plek binnen het op te stellen integraal (omgevings-) programma Milieu.
50
belangrijkste problemen bij nieuwbouwplannen. Ook uit de effectbeoordeling in het OER blijkt dat geluidshinder een aandachtspunt is. Het is van belang dat het aantal (ernstig) geluidgehinderden en (ernstig) slaapgestoorden wordt teruggedrongen. Lokaal beleid is nodig om geluidshinder écht terug te dringen: enerzijds door aanpak aan de bron (verminderen geluidsbelasting) anderzijds door ervoor zorg te dragen (regelen) dat iedere woning tenminste één aangename, geluidsluwe gevel heeft.
Conclusie Wijziging in de visie op pagina 68 In hoofdstuk 5.3 Beweging 1 onder ‘Schonere en stillere stad’ is aan de tekst toegevoegd dat geluidshinder niet alleen een aandachtspunt is, maar dat lokaal beleid nodig is om geluidshinder echt terug te dringen.
Bescherming cultureel erfgoed, versterken stedenbouwkundige samenhang De Haagse Karakteristieken Ingediend door OV053
OV061
Zienswijze De indiener geeft in de zienswijze aan dat deze stad, met prachtige plekken en grote contrasten, er voor elke burger iets te vinden is: verbindende groene lanen, straten en pleinen, parken en waterlopen, oude en nieuwe wijken en stadsdelen, elk met hun eigen karakteristieke opbouw, samenstelling en cultuur, de zee, voldoende openbaar water en groen met een goede balans tussen natuur- en recreatiekwaliteit (KijkduinScheveningen). De indiener vraagt zich af of al deze mooie Haagse karakteristieken zullen blijven, omdat in de praktijk de natuur vaak opgeofferd wordt voor verdichting en mobiliteit waardoor de kwaliteit van gezond leven afneemt.
Het Haags Monumentenplatform stelt dat ook bij grootschalige ingrepen en gebiedsontwikkeling een afwegingskader hoort met de kwaliteiten van de Haagse identiteit als richtsnoer voor het ontwerp van de nieuwe leefomgeving. De leefomgeving van de bestaande stad met het groen van duinen en parken, de openheid en de lange zichtlijnen in de openbare ruimte, de karakteristieke stadsbeelden en de hoogwaardige architectuur
Antwoord In algemene zin stuurt de omgevingsvisie op samenhang tussen de vijf bewegingen richting 2050. Samenhang betekent onder andere balans. Balans tussen ontwikkeling en beheer, groen en verstedelijking, aandacht voor de boven- en ondergrond etc. In beweging 1 geven we specifieker aan hoe we sturen op het beschermen van het cultureel erfgoed en het versterken van de stedenbouwkundige samenhang binnen de stad. Voorop staat dat verdichting plaatsvindt met behoud van de meest waardevolle karakteristieken. In de uitwerking van de omgevingsvisie in gebiedsvisies zullen we dieper ingaan op kwaliteiten die we willen en moeten beschermen en hoe het toekomstig ruimtelijk programma er precies uit komt te zien. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking Wij onderschrijven het belang om de kwaliteiten van de Haagse identiteit als richtsnoer te gebruiken voor het ontwerp van de nieuwe leefomgeving. In hoofdstuk 3, de schoonheid van Den Haag, beschrijven we de identiteit en omgevingskwaliteiten als fundament voor de verdere ontwikkeling van onze stad en regio. In beweging 1, Thuis in een divers Den Haag, geven we op hoofdlijnen aan hoe we cultureel erfgoed willen beschermen en de stedenbouwkundige samenhang versterken.
51
zijn daarin waardevolle elementen. Dit kan vertaald worden in minimum eisen aan woningdichtheid, de aanwezigheid van voorzieningen en groen, en hoogwaardige architectuur.
Tenslotte, in hoofdstuk 7, de Realisatiestrategie, geven we aan dat we de omgevingsvisie uitwerken in gebiedsvisies per stadsdeel, gebiedsprogramma’s en thematische omgevingsprogramma’s. Deze uitwerking geeft meer duidelijkheid over een (gewenste) balans tussen de vijf bewegingen. Ook kunnen we preciezer aangeven hoe we de ruimteclaims en ambities met elkaar verenigen, welke gebiedsgerichte prioriteiten er zijn en op welke manier we de aanwezige omgevingskwaliteiten beschermen en benutten. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 100 In hoofdstuk 5.8 ‘Samenhang tussen de vijf bewegingen’ is een aangescherpte tekst opgenomen dat specifieker benoemd dat we met de omgevingsvisie willen sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen.
OV061
De indiener geeft aan in oktober 2022 te hebben ingesproken in de raadscommissie met betrekking tot het ‘Ambitiedocument Omgevingsvisie 2050’ (RIS310283). Er is toen gewezen op de onderschikte plaats die het cultureel erfgoed in het Ambitiedocument was toebedeeld. Het was slechts gekwalificeerd als een uit te werken thema. Het voorliggende ontwerp Omgevingsvisie Den Haag 2050 verschilt volgens de indiener slechts weinig van toen voor wat de betreft de plaats die het cultureel erfgoed hierin krijgt toebedeeld. Het krijgt beslist niet de plek die het verdient. Het cultureel erfgoed is namelijk een van de bouwstenen van een omgevingsvisie. Erfgoed geeft dagelijks haar karakter en schoonheid, maar is afhankelijk van de zorg en liefde voor de dagelijkse omgeving. Daarbij biedt erfgoed een enorme spin-off voor de kwaliteit van de fysieke stad, de inwoners en haar gasten. Omdat de toekomst voortvloeit uit het verleden, is de toekomst niet te duiden zonder kennis uit het verleden. Die kennis van het verleden vormt het fundament waarop het heden zich naar de toekomst toe ontwikkelt. Dat bouwen op onbekende fundamenten beslist af te raden is zal niemand tegenspreken. Daarom is het zo belangrijk dat cultureel erfgoed serieus genomen wordt als bouwsteen voor een niet wankele
Wij onderschrijven de zienswijze. In hoofdstuk 3 wordt daarom uitgebreid ingegaan op de geschiedenis, de identiteit en het karakter van de stad Den Haag. Deze kenmerken vormen de basis van de omgevingsvisie. De vastgestelde Erfgoedvisie (RIS 308176) is in de omgevingsvisie verwerkt. Daarnaast zal het onderwerp Cultureel Erfgoed in detail worden uitgewerkt in de nog nader uit te werken nota Monumenten en cultureel erfgoed Den Haag. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 69 In hoofdstuk 5.3 Beweging 1 onder ‘Bescherming cultureel erfgoed, versterken stedenbouwkundig samenhang’ is de tekst aangescherpt op het gebied van bescherming van cultureel erfgoed: ‘We inventariseren en beschermen het cultureel erfgoed dat daarvoor in aanmerking komt door de hele stad’. Hiermee nemen we de wettelijke instructieplicht uit het Bkl 5.130 letterlijk over in de omgevingsvisie. Dit betreft geen nieuw beleid maar een verduidelijking van wat we gaan doen.
52
toekomst. Voor het gemeentebestuur van Den Haag ligt er nu de opdracht om dat fundament niet alleen te koesteren maar ook om ervoor te zorgen dat er met respect op voortgebouwd kan worden. De Haagse identiteit, ons cultureel erfgoed, dat is een fundament waarop voortgebouwd kan worden. Daarom hoort een Erfgoed Visie ook thuis bij de bouwstenen van de omgevingsvisie en niet slechts bij uit te werken thema’s.
Bescherming monumenten en cultureel erfgoed Ingediend door OV061
OV061
OV061
Zienswijze De bescherming van monumenten via bestemmingsplannen heeft in het verleden minder effect gehad dan gehoopt. Om deze reden moet in het uitvoeringsprogramma worden opgenomen: • Het verboden is om monumenten te verkopen aan partijen die bij eventuele verminking of verwaarlozing niet te sanctioneren zijn via het Nederlands recht. • Monumenten moeten niet als opzichzelfstaande elementen worden beschreven maar in samenhang met omliggende gebouwen en omgeving. • In het geval van het opstellen en wijzigen van omgevingsplannen dient standaard rekening te worden gehouden met cultuurhistorische waarden. In de omgevingsvisie moet duidelijk zijn wat de gemeentelijke visie is op vergunningverlening en beheer van kenmerkende onderdelen van erfgoed, monumenten en beschermde stadsgezichten. Het handhaven van de bescherming van het reeds vastgelegde erfgoed moet worden aangevuld met richtlijnen om de huidige problemen in de toekomst te voorkomen. Wij zien graag aangegeven waar en hoe dit op een voor burgers begrijpelijke wijze in de voorliggende visie is verankerd. Een kwaliteitstoets per beschermd stadsgezicht met daarin de kenmerkende karakteristieken moet vast onderdeel zijn van de op te stellen omgevingsplannen en bouwplannen
Antwoord Met betrekking tot het eerste punt mag de gemeente geen regels stellen aan de verkoop van panden. Waar verwaarlozing aan de orde is treedt de gemeente op. Met betrekking tot het tweede punt is de bescherming van monumenten vastgelegd bij de aanwijzing. In het omgevingsplan wordt rekening gehouden met de ligging van de monumenten in de omgeving. Met betrekking tot het derde punt; dat is juist. In het omgevingsplan zullen regels worden opgenomen om de vastgelegde cultuurhistorische waarden met betrekking tot onder andere beschermde stadsgezichten, monumenten en beeldbepalende bouwwerken juridisch planologisch te borgen. Een aanvraag omgevingsvergunning zal vervolgens getoetst worden aan die betreffende regels. Conclusie Niet overnemen De regels voor bescherming van erfgoed worden vastgelegd in het omgevingsplan. Dit is te gedetailleerd voor de omgevingsvisie. Op grond van de regels in het omgevingsplan vindt vergunningverlening en handhaving plaats. In de toekomstige evaluatiecyclus van de visie wordt het resultaat van de uitvoering gebruikt voor het bijstellen van beleid. Dan kan gekeken worden of aanvullende richtlijnen nodig zijn. Conclusie Niet overnemen De bescherming van de stadsgezichten en de kenmerkende karakteristieken worden onderdeel van de regels van het omgevingsplan. De regels in het omgevingsplan zijn ook gekoppeld aan de Nota Omgevingskwaliteit.
Initiatieven worden hieraan getoetst.
53
OV039
OV039
Het is begrijpelijk dat de mogelijkheid opengehouden wordt voor toevoeging van dakkapellen, of optoppen, mits dit goed ingepast kan worden in bestaande structuren. Aandacht wordt gevraagd voor de extra waarde van ensembles en de unieke badplaatsstijl. Wij hopen dat we dit kunnen gaan beoordelen aan de hand van de aan de hand van karakteristieken en waarden in de nog uit te brengen Nota Omgevingskwaliteit. Deze nota beoogt een kader te bieden voor het voortaan bewaken en borgen van de kwaliteiten van de (Rijks)beschermde stadsgezichten en monumenten. In deze zienswijze gaan we daarvan uit, maar wij zien risico’s wanneer de koppeling aan bestemmingsplannen, zoals hieronder beschouwd, wordt losgelaten. In dit kader bepleiten wij – in tegenstelling tot de Omgevingswet – het uitgangspunt van 'nee tenzij ' in beschermde stadsgezichten te behouden. Op pag. 69 wordt geopperd om bij vergunningen tijdelijk meer aanpassingen in beschermde stadsgezichten toe te staan als dit in het belang is van o.a.de verduurzaming van gebouwen. Volgens de indiener brengt dit de nodige risico’s met zich mee, want hoe lang is tijdelijk en door wie en op basis waarvan worden de uitzonderingen bepaald? Gepleit wordt om hanteerbare criteria te gebruiken.
Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking De bescherming van de stadsgezichten wordt een onderdeel van de regels van het omgevingsplan. De regels in het omgevingsplan zijn ook gekoppeld aan de Nota Omgevingskwaliteit. Het omgevingsplan vervangt het bestemmingsplan. Dat betekent dus dat de bescherming vanuit het bestemmingsplan en omgevingsplan niet wordt losgelaten. Het uitgangpunt is om de regels om te zetten in overeenstemming met de juridische systematiek van de Omgevingswet en de bescherming biedt die nodig is om de cultuurhistorische waarde van het beschermde stadsgezichten te borgen. Verdere uitwerking vindt plaats in de gebiedsvisies waar een proportionele afweging tussen het verdichten en beschermen van stadsgezichten zal plaatsvinden. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking Ten aanzien van het (tijdelijk) meer toestaan van verduurzamingsactiviteiten, vooruitlopend op mooiere en goedkopere oplossingen in de toekomst, zijn wij het met de indiener eens dat het niet mogelijk is om daar toetsbaar beleid op te maken. Een ‘toekomstige betere oplossing’ is te onduidelijk en niet aan te tonen. Het is ook niet te toetsen of te handhaven. Ter informatie: voor zonnepanelen en installaties is al beleid vastgesteld. Dit is mogelijk, mits goed architectonisch ingepast. Uitgangspunt blijft dat duurzaamheidsmaatregelen altijd mogelijk zijn.
Conclusie Wijziging in de visie op pagina 69 In hoofdstuk 5.3 Beweging 1 onder ‘Bescherming cultureel erfgoed, versterken stedenbouwkundige samenhang’ is de tekst aangepast. Daarbij geven we een andere uitleg over de proportionaliteit van duurzaamheidsmaatregelen bij monumenten. We sluiten hierbij aan bij de Nota Omgevingskwaliteit.
Immaterieel erfgoed Ingediend door
Zienswijze
Antwoord
54
OV061
Reeds geïnventariseerd roerend en immaterieel erfgoed moet worden vastgelegd en voor datgene wat nog niet is geïnventariseerd, moet er een richtlijn zijn voor het alsnog vastleggen daarvan.
Erfgoed dat een relatie heeft met de fysieke leefomgeving wordt in het omgevingsplan beschermd. Roerend erfgoed zoals bussen en trams blijven beschermd via de erfgoedverordening. Conclusie Opgenomen in staand beleid
Groen Erfgoed Ingediend door OV016
Zienswijze In de zienswijze wordt aangegeven dat groene lanen, straten en pleinen, net als parken en waterlopen, typisch Haags zijn. Zij worden enorm gewaardeerd, versterken het wijkgevoel, en verminderen plaatselijke achterstellingen, inclusief in gezondheid. Niet voor niets klonk tijdens alle stadsdeelbijeenkomsten de roep om meer groen. Daarnaast zijn de zee, en voldoende openbaar water en groen met een goede balans tussen natuur- en recreatiekwaliteit, belangrijke vestigingsargumenten voor bedrijven en instellingen en blijven dat in de toekomst. Voor de binnenstad ziet de indiener toekomst in de specifieke functie 'huiskamer voor iedereen', zowel voor het 'thuisgevoel' als om segregatie te verminderen. Waarom dan geen 'groene huiskamer’? Er liggen immers al twee prima plannen: Binnenstad 2030 en Haagse Lanen. De integrale invalshoek draagt ook bij aan gezondere en aantrekkelijke straten en pleinen, een stillere stad en de bescherming van erfgoed, inclusief het in de conceptvisie ongenoemde 'groene erfgoed'. Karakteristiek voor Den Haag zijn de historische architectuur, de musea en culturele hotspots en de fraaie grachten, pleinen en landgoederen. Nu en in de Europese culturele hoofdstad 2033 zijn dit onze schatten, voor iedereen zichtbaar én bereikbaar vanuit de groene 'huiskamer' via de karakteristieke groenblauwe structuren tot in de haarvaten van de wijken.
Antwoord Het beschermen van groene cultuurhistorisch waardevolle structuren en waterlopen is onderdeel van de vastgestelde Erfgoedvisie en kan worden toegevoegd aan beweging 1, Thuis in een divers Den Haag. Ook onderschrijven we de gewenste en noodzakelijke ontwikkeling van de binnenstad als groene huiskamer richting 2050. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 66 In hoofdstuk 5.3 Beweging 1 onder ‘Tegengaan segregatie’ is de binnenstad als groene huiskamer voor iedereen benoemt. Wijziging in de visie op pagina 69 In hoofdstuk 5.3 Beweging 1 onder ‘Bescherming cultureel erfgoed, versterken stedenbouwkundige samenhang’ is de tekst aangepast. In de tekst wordt een bredere beschrijving gegeven van cultureel erfgoed waar ook groen erfgoed onder valt.
Kroonjuwelen, landgoederen en molenbiotopen Ingediend door
Zienswijze
Antwoord
55
OV022
In de zienswijze wordt aangegeven dat de vermelding van het provinciaal Kroonjuweel Landgoederenzone WassenaarVoorschoten-Leidschendam wordt gemist. Het Malieveld en het Haagse Bos met Huis ten Bosch maken hier als Haags grondgebied onderdeel van uit. Ook zijn de landgoederen Clingendael, Oosterbeek, Marlot en Zorgvliet onderdeel van dit kroonjuweel. Ze zijn weliswaar in eigendom van de gemeente Wassenaar maar worden beheerd door Den Haag. De provinciale kroonjuwelen in de omgeving staan overigens wel ingetekend op de kaart op pag. 74, maar daar wordt in de tekst verder niet op ingegaan. Naast de kroonjuwelen worden ook de beschermde provinciale landgoedbiotopen niet als beleidsinstrument genoemd. De landgoederen zelf worden wel veelvuldig als waardevol benoemd. De molenbiotopen staan wel op kaart, maar hier wordt in de tekst niet op ingegaan.
We passen de kaart met de Kroonjuwelen op pagina 74 aan met de juiste begrenzingen. Daarnaast onderschrijven wij het belang van de beschermde provinciale landgoedbiotopen en molenbiotopen als beleidsinstrument. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 69 In hoofdstuk 5.3 Beweging 1 onder ‘Bescherming cultureel erfgoed, versterken stedenbouwkundige samenhang’ is de tekst aangepast. In de tekst wordt een bredere beschrijving gegeven van cultureel erfgoed waar landgoederen, landgoedbiotopen en molenbiotopen onder vallen. Wijziging in de visie op pagina 73 In hoofdstuk 5.4 Beweging 2 onder ‘Beschermen, versterken en uitbreiden van de SGH’ wordt in de tekst verwezen naar de regionale context. Wijziging in de visie op pagina 74 De begrenzing van de Kroonjuwelen is in de kaart over de regionale context aangepast.
Archeologie Ingediend door OV022
Zienswijze In de zienswijze wordt aangegeven dat archeologie nauwelijks aan bod komt, behalve een opmerking over archeologische vondsten als onderdeel van het culturele erfgoed van de stad. Er wordt verder alleen verwezen naar de Beleidsnota Archeologie 2021-2030. Het zwaartepunt wordt gelegd bij het zichtbare erfgoed, terwijl het onzichtbare erfgoed en daarmee dus de archeologie en archeologische monumenten niet worden benoemd. Archeologie speelt dus ook een rol en moet ingepast worden in ruimtelijke ontwikkelingen. Dit is bijvoorbeeld terug te zien op pag. 64 onder het kopje beschermen, benutten en toekomstbestendig maken van cultureel erfgoed. ‘Door renovatie en herbestemming krijgt (verouderd) erfgoed een tweede leven en voorkomen we de sloop van waardevolle panden. Kleinschalige verdichting moet recht doen aan de erfgoedwaarde van de stedenbouwkundige structuur.’ Gemist wordt de bescherming van archeologische
Antwoord Met de omgevingsvisie bevestigen we de Archeologienota en daarmee is het staande beleid geborgd. Wij delen echter de mening dat er nu in beweging 1 bij de strategische keuze "Bescherming cultureel erfgoed, versterken stedenbouwkundige samenhang" te weinig aandacht is voor het archeologische erfgoed. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 69 In hoofdstuk 5.3 Beweging 1 onder ‘Bescherming cultureel erfgoed, versterken stedenbouwkundig samenhang’ passen we de tekst aan. De term archeologische vondsten is veranderd in archeologische monumenten en er is benadrukt dat we deze beschermen. Wijziging in de visie op pagina 165 We voegen onder de beleidsdocumenten de AWVK en de Gemeentelijke Onderzoeksagenda Archeologie toe aan het overzicht.
56
monumenten en een verwijzing naar de Archeologische Waarden- en Verwachtingenkaart (AWVK). Ook in de uitwerking van bovenstaand thema op pag. 69 wordt archeologie wel benoemd in de vorm van archeologische vondsten (ex situ), maar uit de tekst blijkt niet op welke manier archeologie meegerekend wordt.
Stadsgezichten Ingediend door OV061
OV063
OV063
Zienswijze Volgens de indiener moet er wat betreft de rijks- en gemeentelijke stadsgezichten niet alleen een fundamentele beschrijving voor de stad als geheel zijn, maar vooral specifiek voor afzonderlijke gebieden. Het gaat hierbij niet alleen om gebouwen. Het gaat om het samenspel van stedenbouw en architectuur, om de verhouding tussen bebouwd en onbebouwd, infrastructuur, evenwichtige straatprofielen, rustieke waterlopen, fraai ingerichte bossen, parken en groene zones, monumentale bomen en authentiek straatmeubilair, enz. Samen zijn het de unieke cultuurhistorische kenmerken van deze beschermde gebieden.
Antwoord De specifieke gebiedsbeschrijvingen worden in de gebiedsvisies per stadsdeel en gebiedsprogramma's nader uitgewerkt. Om het cultureel erfgoed in de openbare ruimte beter te benoemen, voegen we een wijziging toe onder beweging 1.
Den Haag heeft ongeveer 20 beschermde rijks- en gemeentelijke stadgezichten en heeft daarmee een grote rijkdom aan cultureel historisch erfgoed, authentieke wijken, en groengebieden. Volgens de indiener worden deze gebieden slechts getoond op een klein kaartje op bladzijde 67 en verder nergens benoemd. Niet in de analyse als hoogwaardige stedelijke kwaliteit en niet als onderdeel van de strategische keuzes. De indiener geeft aan dit teleurstellend te vinden en dit geeft geen vertrouwen voor het vervolg.
De stadsgezichten zijn wel degelijk meegenomen in de afweging en de strategische keuze waar wel en waar niet (intensief) te verdichten. In gebieden met beschermde stadgezichten is veel vaker gekozen voor kleinschalige verdichting. Groengebieden zullen we beter benoemen.
Ook het Geuzen- en Statenkwartier is Rijks beschermd stadsgezicht. Dit zal naar verwachting zo blijven na het in werking treden van de omgevingsvisie, maar het is niet duidelijk wat dat in de praktijk gaat betekenen. Wat blijft en wat
De bescherming van de stadsgezichten wordt een onderdeel van de regels van het omgevingsplan. De regels in het omgevingsplan zijn ook gekoppeld aan de Nota Omgevingskwaliteit. Het omgevingsplan vervangt het bestemmingsplan. Het uitgangpunt is om de regels om te zetten in
Conclusie Wijziging in de visie op pagina 69 In hoofdstuk 5.3 Beweging 1 onder ‘Bescherming cultureel erfgoed, versterken stedenbouwkundige samenhang’ is de tekst aangepast. In de tekst wordt een bredere beschrijving gegeven van cultureel erfgoed zodat duidelijk is dat dit ook gaat om cultureel erfgoed in de openbare ruimte.
Conclusie Wijziging in de visie op pagina 69 In hoofdstuk 5.3 Beweging 1 onder ‘Bescherming cultureel erfgoed, versterken stedenbouwkundige samenhang’ is de tekst aangepast. In de tekst wordt een bredere beschrijving gegeven van cultureel erfgoed zodat duidelijk is dat dit ook gaat om groengebieden.
57
verandert aan de bescherming van de beschermde stadgezichten in het algemeen en in onze wijk? Een van de strategische keuzes is verdichting. Dit is in het Statenkwartier maar beperkt mogelijk vanwege de hoge bebouwingsdichtheid en de te beschermen karakteristieke architectuur. Over de invulling willen wij graag meer duidelijkheid. Uitwerking hiervan in het omgevingsplan en de Nota Omgevingskwaliteit moet dit waarborgen.
overeenstemming met de juridische systematiek van de Omgevingswet en de bescherming te bieden die nodig is om de cultuurhistorische waarde van het beschermde stadsgezichten te borgen. Verdere uitwerking vindt plaats in de gebiedsvisies per stadsdeel waar een proportionele afweging tussen verdichten en beschermde stadsgezichten zal plaatsvinden. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking
Kunst en Cultuur Ingediend door OV063
Zienswijze De indiener valt het op dat de Haagse kunst en cultuur ontbreken als onderwerp in de omgevingsvisie.
Antwoord Kunst en cultuur zijn verankerd in de identiteit van de stad. Deze identiteit staat beschreven in hoofdstuk 3 en in relatie tot kunst en cultuur op p.32 en p.38. De binnenstad vormt het culturele hart en kernwinkelgebied, waar mensen verblijven, elkaar ontmoeten en genieten van het rijke aanbod aan historie, kunst en cultuur (p. 108). Culturele voorzieningen maken deel uit van de verschillende leefmilieus (p.103). Conclusie Opgenomen in de visie
Begrippenkader Ingediend door OV061
Zienswijze Het is belangrijk dat wettelijke begrippen eenduidig worden toegepast waardoor cultureel erfgoed beter beschermd kan worden in het omgevingsplan. Voor eenduidigheid in beleid en regelgeving is het noodzakelijk de juiste begrippen uit de omgevingswet te hanteren, waaronder onderstaande begrippen: • Monumenten • Stads- en dorpsgezichten • Cultuurlandschappen • Roerend en immaterieel erfgoed, voor zover in het omgevingsplan aan een locatie te verbinden is.
Antwoord Het lexicon is bedoeld om onduidelijkheden te verhelpen. Het hoeft niet alle wetsdefinities te herhalen maar moet daar niet te veel van afwijken. Deze zienswijze geeft aanleiding tot een aanpassing. Nu is alleen de term 'historisch erfgoed' in het lexicon opgenomen, maar deze term komt in de visie verder niet voor. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 69 In hoofdstuk 5.3 Beweging 1 onder ‘Bescherming cultureel erfgoed, versterken stedenbouwkundig samenhang’ is het woord pand vervangen door bouwwerk. Wijziging in de visie op pagina 184
58
Het begrippenkader moet op de juiste wijze worden opgenomen in de Lexicon. Daarnaast merken wij op dat het woord ‘pand’ niet juist wordt gebruikt. Het gaat hier namelijk om onroerende zaken zoals gebouwen en bouwwerken.
In het lexicon is de term historische erfgoed vervangen door cultureel erfgoed en is de toelichting in lijn gebracht met artikel 1.1 van de Erfgoedwet. We kiezen er bewust voor om letterlijk bij wettelijke termen aan te sluiten, ondanks dat dit geen B1 niveau is. Dit om verwarring weg te nemen. Voor de overige wettelijke begrippen geldt dat deze worden opgenomen in het omgevingsplan, maar niet noodzakelijk ook in het lexicon opgenomen hoeven te worden.
Gezond en veilig Gezond en veilig leven Ingediend door OV018
Zienswijze De indiener geeft aan dat veiligheid en zorg onderbelicht zijn in de ontwerp omgevingsvisie. Voorgesteld wordt om een zesde beweging toe te voegen: ‘gezond en veilig leven’.
Antwoord De thema’s ‘gezond en veilig’ komen terug in beweging 1, beweging 2 en beweging 3. In hoofdstuk 5.8 geven we aandacht aan het sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen. Hier komen de verschillende ambities bij elkaar. Conclusie Niet overnemen
Beweegvriendelijke omgeving Ingediend door OV044
Zienswijze In de omgevingsvisie is veel aandacht voor de inrichting van de openbare ruimte en de rol die deze speelt voor bewegen en ontmoeten. Geadviseerd wordt om in de visie explicieter de beweegvriendelijke omgeving op te nemen. De beweegvriendelijke omgeving stimuleert, faciliteert en inwoners verleidt om te sporten, bewegen, spelen, verplaatsen en ontmoeten. De openbare ruimte moet hiervoor aantrekkelijk en veilig zijn. Lopen of fietsen is dan de logische keuze. Naast de juiste fysieke inrichting, is ook het organiseren van ‘software’ in een vroeg stadium van belang voor het slagen van een beweegvriendelijke omgeving of speelplek.
Antwoord In de omgevingsvisie krijgt de inrichting van de openbare ruimte en de rol die deze speelt voor bewegen en ontmoeten terecht veel aandacht. Zo maken we de strategische keuze om de mobiliteitstransitie te versnellen door in te zetten op een duurzaam mobiliteitssysteem dat veilig, ruimteefficiënt, schoon en betaalbaar is en lopen en fietsen stimuleert (p.78). De inrichting van de openbare ruimte is niet alleen belangrijk om een gezonde manier van verplaatsen te stimuleren, maar ook belangrijk voor het thuisgevoel. Daarom versterken we de Haagse lanen, straten, pleinen en paden. Van verkeersruimtes veranderen ze in aangename en veilige plekken voor ontspanning en interactie. Er ontstaat meer ruimte voor verblijven en ontmoeten, voor sporten en bewegen, voor natuur en andere functies, zoals buurtevenementen en educatie. Op de fiets en te voet
59
Extra aandacht wordt gevraagd voor de beweegvriendelijke omgeving in aandachtswijken, omdat de inwoners vaak een kleinere actieradius hebben. De indiener mist bij spelen de informele speelplekken en speelaanleidingen dichtbij huis. Zoals een veilige stoep, een pleintje of een boomstam in het plantsoen, waar kinderen mogen spelen en zelf bedenken wat ze doen. Voorbeelden zijn verstoppertje, klimmen, chillen en rollenspellen. Zorg bij speelplekken voor voldoende bankjes om te rusten en te ontmoeten. Dit kan explicieter opgenomen worden in de visie.
bieden deze nieuwe openbare ruimtes in 2050 snelle verbindingen met andere wijken, de kust, de binnenstad, stations en waardevolle bestemmingen in de regio. Wij benadrukken de aandacht voor de beweegvriendelijke omgeving in aandachtswijken. In de omgevingsvisie wordt dit gevat onder integrale wijkverbetering, waar extra aandacht uitgaat naar kwaliteit en ontmoeting in de openbare ruimte die klimaatadaptief, groen en natuurinclusief is ingericht (p.84,85). De suggesties voor de verdere inrichting zijn waardevol. Voor zover die niet al zijn meegenomen in de nieuwe richtlijnen om de openbare ruimte sportiever en beweegvriendelijker te maken (opgenomen in het Handboek Openbare Ruimte), nemen we deze graag mee in de uitwerking. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking
Sturing op ambitie Gezond en Veilig Ingediend door OV044
Zienswijze Aandacht wordt gevraagd voor de sturing op de ambitie Gezond en Veilig. Voor de uitvoering van de visie is een vertaling nodig in beleid, programma’s en plannen met inbreng van bewoners en initiatiefnemers in de stad. In het hoofdstuk over de realisatiestrategie is niet duidelijk hoe op de ambitie ‘Gezond en veilig’ wordt gestuurd en hoe prioriteiten worden gesteld bij de uitvoering. Juist vanwege de gewenste integrale benadering is het van belang om deze afwegingen expliciet te maken. Gezondheid is een rode draad en raakt heel veel thema’s (‘health in and for all policies’), vaak zonder dat het expliciet zichtbaar is. Dit brengt als risico met zich mee dat er niet bewust op wordt gestuurd. De indiener adviseert de gemeente om bij elke keuze de consequenties voor de gezondheid zichtbaar te maken, zodat de gezondheidsafweging bewust wordt gemaakt.
Antwoord De onderwerpen gezondheid en veiligheid hebben een nadrukkelijke plek gekregen in de omgevingsvisie. Een gezonde en veilige leefomgeving is namelijk cruciaal voor het verder bouwen aan het thuis kunnen voelen in een groene metropool aan zee. De omgevingsvisie wordt verder uitwerkt in gebiedsvisies per stadsdeel, gebiedsprogramma’s, omgevingsprogramma’s en uiteindelijk het Omgevingsplan. In de gebiedsvisies zullen concretere doelen worden opgenomen om de ambitie gezond en veilig handen en voeten te geven en te kunnen monitoren op de gestelde doelen. Op dit schaalniveau zal er ook meer inzicht zijn in een concreet ruimtelijk programma, zodat ook de effecten op de gezondheid en veiligheid beter in beeld kunnen worden gebracht. In de verkenning ‘Ruimte voor Groen en Water’ werken we de ambitie gezond en veilig ook verder uit. Deze verkenning helpt om concrete maatregelen te benoemen en prioriteiten in de uitvoering te stellen. Conclusie: Meenemen in de verdere uitwerking
60
OV044
De indiener is verheugd over de ruime aandacht voor gezondheid en leefbaarheid in de ontwerp omgevingsvisie. Ook is de indiener blij dat in het ontwerp duidelijk wordt uitgesproken dat Den Haag zich inzet voor een gezonde fysieke leefomgeving, mede om een aantal sociale opgaven aan te pakken (health for all policies). Uit het OER blijkt echter dat de gezondheid komende periode er niet op vooruitgaat. Geadviseerd wordt om meer ambitie te tonen door actief te sturen op de ambitie gezond en veilig en op te nemen om de gezondheidsverschillen tussen de wijken ook significant te gaan verkleinen. Tegelijkertijd schetst de omgevingsvisie een beeld van de dilemma’s en uitdagingen waar Den Haag voor staat, onder andere door de grote woningbouwopgave, de groei van het aantal arbeidsplaatsen, de mobiliteits- en energietransitie. Dit zorgt ervoor dat de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid onder druk staan. Concurrerende ruimteclaims vragen daarbij om duidelijke keuzes. Dat deze keuzes nog onvoldoende worden gemaakt komt duidelijk naar voren in het OER, waarin is gekeken naar de omgevingseffecten en het doelbereik van het voorgenomen beleid. Het is zorgelijk dat met name bij de ambitie ‘Gezond en veilig’ de constatering is dat er weinig tot geen vooruitgang te verwachten is op het merendeel van de onderzochte aspecten.
Er zijn zowel kansen als risico’s, maar door het maken van keuzes vooruit te schuiven (o.a. naar de uitwerking in gebiedsvisies per stadsdeel) en het ontbreken van concrete beleidsvoornemens leidt dit per saldo nog niet tot een gezondere stad. Alle beleidsterreinen hebben gevolgen voor de volksgezondheid en kunnen een bijdrage daaraan leveren (‘health in and for all policies’); de gezondheidswinst die hiermee wordt geboekt zou als baten in de afwegingen een rol moeten spelen en draagt bij aan het betaalbaar houden van de zorg. Het is onduidelijk hoe in de realisatie van de visie daarop wordt gestuurd en de ambitie ‘Gezond en veilig' dichterbij wordt gebracht.
Wij danken GGD Haaglanden voor haar betrokkenheid bij het opstellen van de Haagse Omgevingsvisie. In de omgevingsvisie is ruime aandacht geschonken aan gezondheid en leefbaarheid. Onder beweging 1 Thuis in een divers Den Haag hebben we daarvoor onder andere de strategische keuze opgenomen om bij te sturen naar een stillere en schonere stad. Binnen deze strategische keuze hebben we aangegeven de negatieve effecten van verstedelijking te beperken en de leefomgevingskwaliteiten te verbeteren. Zeker in gebieden met gezondheidsachterstanden. Wij ondersteunen het advies om meer ambitie te tonen en in de definitieve versie van de omgevingsvisie op te nemen om de gezondheidsverschillen tussen de wijken significant te gaan verkleinen. In de uitwerking van de omgevingsvisie in gebiedsvisies per stadsdeel stellen we voor om concrete doelen en maatregelen op te nemen om deze ambitie concreet te maken. Wij maken daarnaast de opmerking dat de strategische keuzes die zijn geformuleerd bij de andere bewegingen zowel direct als indirect bijdragen aan een gezonde en veilige leefomgeving. In het rapport Naar een gezonde leefomgeving in een veranderend klimaat (2024-0048) stelt het RIVM bijvoorbeeld dat energietransitie veel gezondheidswinst oplevert door het stoppen met fossiele energiebronnen.
Door de energietransitie verminderen de gezondheidsrisico’s vanwege slechte luchtkwaliteit en geluidoverlast. Door de maximale inzet op warmtenetten wordt zoveel mogelijk voorkomen dat nieuwe geluidhinder ontstaat door de inzet van warmtepompen. De elektrificatie van het autoverkeer verbetert tenslotte de luchtkwaliteit en verminderd geluidhinder van het verkeer in de stad. Deze uitgangspunten sluiten goed aan bij de strategische keuzes in de omgevingsvisie. Ook is belangrijk te vermelden dat we met de omgevingsvisie actief gaan (bij-) sturen op veilige en gezonde openbare ruimtes die verbinden. We bevorderen hiermee een gezonde leefstijl en gemeenschapszin. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 68 In hoofdstuk 5.3 Beweging 1 onder ‘Schone en stillere stad’ is de tekst aangepast. Er is toegevoegd dat we inzetten op een gezonde en veilige leefomgeving. We verbeteren de leefomgevingskwaliteiten en gaan actief sturen op het verkleinen van gezondheidsverschillen tussen wijken.
61
Gezonde voedselomgeving Ingediend door OV044
Zienswijze In de zienswijze wordt aangegeven dat het bekend is dat de voedselomgeving een sterke invloed heeft op voedingskeuzes en daardoor op de gezondheid. Ongeveer de helft van de volwassen inwoners van Den Haag kampt met (ernstig) overgewicht (Gezondheidsgids GGD Haaglanden, 2022). Naast consequenties voor de kwaliteit van leven, leiden overgewicht en obesitas ook tot grote kosten voor de maatschappij. Het bevorderen van het gezonde voedselaanbod in buurten en het beleidsmatig weren van een ongezond voedselaanbod vergemakkelijkt het voor de inwoner om gezonde keuzes te maken. Voor de jeugd kan specifiek worden gedacht aan het (ongezonde) voedselaanbod rond om scholen. Het advies van de GGD is om concrete doelstellingen op te nemen voor het voedselaanbod in de omgeving.
Antwoord Een gezonde leefomgeving beschermt tegen gezondheidsrisico's. Ook nodigt de omgeving uit tot gezond gedrag en is aantrekkelijk om in te verblijven. Met het oog op gezond gedrag is in de omgevingsvisie (p.68) opgenomen dat we het actief en samen verbouwen van voedsel in moestuinen en hoven stimuleren en ongezonde invloeden van bijvoorbeeld (reclames voor) fastfood, gokken en tabak in de openbare ruimte beperken. Daarnaast zijn op de kaarten de bestaande en geplande scholen gemarkeerd als opgaven voor de schoolomgeving: (verkeers-) veilige zone, leef-, fiets- en schoolstraten en kansen voor voedseltransitie en bewustzijn. Het verder concretiseren van doelen voor de gezonde leefomgeving, specifiek voor de gezonde voedselomgeving, werken we uit in de gebiedsvisies per stadsdeel en gebiedsprogramma’s. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 68 In hoofdstuk 5.3 Beweging 1 onder ‘Gezonde, aantrekkelijke en veilige openbare ruimtes die verbinden’ is toegevoegd dat we het gezonde voedselaanbod in buurten bevorderen.
Specifieke thema’s Aandacht voor honden Ingediend door OV006
Zienswijze De indiener geeft aan dat uit onderzoek blijkt dat 17,8% van de mensen in Nederland een hond heeft. Dat is bijna 1 op de 5 huishoudens. In Den Haag zou dat gaan om 100.878 mensen die 1 of meer honden hebben. De indiener is nieuwsgierig waarom er in de ontwerp omgevingsvisie geen rekening is gehouden met ruimte voor honden, terwijl zoveel huishoudens een huisdier verzorgen. Het is wetenschappelijk bewezen welk positief effect het houden van een hond kan hebben. Om
Antwoord Een aantrekkelijke groene en beweegvriendelijke openbare ruimte is voor zowel mens als dier van belang. Wij steunen de zienswijze door, in algemene zin, aandacht voor dieren in de fysieke leefomgeving op te nemen in de omgevingsvisie. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 67
62
huisdieren gezond te houden, is beweging voor de dieren essentieel. Voor zowel de baasjes, de honden als de andere gebruikers van de openbare ruimte is het daarom belangrijk om te weten waar honden hun energie kwijt kunnen, welke regels er gelden en hoe veilig die omgeving is. Het zijn belangrijke elementen om rekening mee te houden in de toekomstige omgevingsvisie.
In hoofdstuk 5.3 Beweging 1 ‘Gezonde, aantrekkelijke en veilige openbare ruimtes die verbinden’ is benoemd dat dat verkeersruimtes ook aangename en veilige plekken voor ontspanning en interactie moeten zijn voor dieren.
Plaveisel en straatmeubilair Ingediend door OV018
Zienswijze De indiener geeft aan om bij de aanleg van plaveisel en straatmeubilair niet te discrimineren tussen wijken. In het Statenkwartier en Fahrenheitstraat ligt bijvoorbeeld prachtig plaveisel, maar niet in Zuid-West. Pas dit beleid aan en leg eens prachtig plaveisel in een deel van Zuidwest.
Antwoord In het handboek openbare ruimte is vastgelegd op welke wijze de openbare ruimte ingericht wordt. Dit geldt voor de hele stad, waarbij er een onderscheid gemaakt wordt tussen Hofstad en Residentiekwaliteit. De in de zienswijze genoemde bieden zijn Residentiegebieden. Ook binnen Residentiegebieden is het soms mogelijk om een net iets afwijkende inrichting te kiezen, zoals bij de Fahrenheitstraat. Ook voor Zuidwest is dit mogelijk. Conclusie Niet overnemen
Beweging 2: Ruimte voor groen en water Complimenten Ingediend door OV033
Zienswijze Het belang van de 'Lange Lijnen' binnen de stedelijke groene structuur en de aandacht voor de verbinding naar de Nieuwe Driemanspolder wordt zeer gewaardeerd.
Antwoord Wij danken de indiener voor deze opmerking. Conclusie Ter kennisneming
63
Algemeen Financiële waardering water en groen Ingediend door OV016
OV026
Zienswijze Deze beweging gaat over 'bijsturen' van het groen tot op straatniveau en 'koers houden' in de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH). Groen is cruciaal voor het woon- en investeringsklimaat, klimaat en ecosysteem en een goed, langer en gezonder leven voor iedereen. In de praktijk wordt het groen vaak opgeofferd voor verdichting en mobiliteit. En vergroot 'gemixt gebruik’ de druk op wat overblijft, zodat de kwaliteit afneemt. Bijsturen en koershouden zijn dan niet genoeg. Het ontbreekt volgens de indiener aan de financiële waardering van water en groen voor de economische en maatschappelijke ontwikkeling van de stad en het berekenen van de economische en maatschappelijke kosten van een alsmaar verder oprukkende bebouwing en asfaltering. Het gaat om duurzame verbindingen tussen groen en water in en tussen alle wijken en natuurgebieden. Door dit als integrale invalshoek te nemen en te monitoren komt er ook ruimte voor het bespreken van de effecten van de verdichting op omvang en kwaliteit van water, groen en natuur en de kosten daarvan voor de economie en de duurzaamheid van de stad.
Antwoord De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen aan welke bewegingen we inzetten richting 2050. Het vergroenen van de stad op alle niveaus, van straat en pleinniveau tot aan de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH), is daarbij één van de strategische keuzes. In de omgevingsvisie erkennen we ook dat groen cruciaal is voor een gezond leefklimaat en een gezond klimaat- en ecosysteem. Dit alles neemt niet weg dat er de komende jaren nog ingewikkelde keuzes gemaakt moeten worden tussen de vele functies die we in de stad een plek willen geven. Een gezonde stad is niet alleen groen, maar biedt ook voldoende (schone) mobiliteit en woningen voor iedereen. De omgevingsvisie stuurt daarom op samenhang tussen de vijf bewegingen met bijbehorende ruimteclaims. In de uitwerking van de omgevingsvisie in gebiedsvisies per stadsdeel en gebiedsprogramma’s maken we doelen voor groen en water concreter en benoemen we prioriteiten. Ook in de verkenning ‘Ruimte voor Groen en Water’ concretiseren we de strategische keuzes voor de beweging Ruimte voor groen en water.
Laat ook zien waar ambities elkaar juist kunnen versterken. Zo kunnen ambities voor het topgroen van Nationaal Park Hollandse Duinen en landschapspark Zuidvleugel ook extra waarde geven aan het plezier van Hagenaars in hun woonomgeving en de groenkwaliteiten in het stedelijk gebied.
Door te vergroenen op alle schaalniveaus proberen we de ambities op wijk, stad- en regionaal niveau zoveel mogelijk aan elkaar te koppelen. Uiteindelijk werken we aan een totaal netwerk van groen en blauw. Dit totale netwerk dient meerdere doelen; het versterken van het vestigingsklimaat, het verhogen van de kwaliteit van de woonomgeving van onze inwoners, het vergroten van de biodiversiteit en het vergroten van de klimaatbestendigheid.
Conclusie Wijziging in de visie op pagina 100 In hoofdstuk 5.8 ‘Samenhang tussen de vijf bewegingen’ is een aangescherpte tekst opgenomen dat specifieker benoemd dat we met de omgevingsvisie willen sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen.
Conclusie
64
Opgenomen in staand beleid
Normen en concrete doelstellingen Ingediend door OV039
Zienswijze De ontwerp omgevingsvisie onderkent de waarde van groen, water en natuur en wil die behouden en versterken. Er worden volgens de indiener echter geen kaders aangereikt die nader omschrijven wat dit precies inhoudt. Meetbare doelstellingen zijn noodzakelijk. De hoeveelheid en kwaliteit van het groen moet minstens gelijk blijven. Om Den Haag ook in de komende 25 jaar een leefbare stad te laten zijn, is behoud van groen en natuur - van Natura 2000 gebieden tot geveltuintjes - van het grootste belang. Behoud van groen en natuur is niet alleen cruciaal voor een biodiverse en gezonde leefomgeving, maar het levert ook een waardevolle bijdrage aan alle andere bewegingen die in de omgevingsvisie zijn opgenomen, mits hiervoor de juiste voorwaarden geschapen worden en de meerwaarde van groen onderkend wordt. Volgens de indiener kan dit als volgt:
Antwoord In de omgevingsvisie omschrijven we welke ambities we hebben voor Den Haag in 2050. Voor groen is onze ambitie het groen in Den Haag te beschermen, te versterken en uit te breiden. Aandacht voor meetbare doelstellingen en voorwaarden geven we onder andere een plek binnen de verkenning ‘Ruimte voor Groen en Water’. Wij nemen daarom de suggesties die in de zienswijze worden gedaan mee. Daarnaast herbevestigt deze omgevingsvisie een aantal nota's, zoals de Bomennota, de Nota Stadsnatuur, de Kadernota openbare ruimte en de Nota richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen, waarin al een aantal doelstellingen en normen zijn vastgelegd. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking
a. Behoud van de water- en natuurbalans zijn van essentieel belang voor de leefbaarheid en het welzijn van bewoners. b. Groen is een breed begrip waarbij verschillende niveaus kunnen worden onderscheiden, lopend van 'echte' natuur tot aan particulier groen. Al deze groensoorten komen voor in Stadsdeel Scheveningen. 'Groen' omvat ook "blauw' c. Stel het aantal vierkante meters openbaar groen per inwoner vast als uitgangspunt voor woonbuurten en benoem de ideale verhouding en hoeveelheid vegetatie voor de stad als tweede kwalitatief uitgangspunt. d. Alle ontwerpen voor (her) inrichting van de openbare ruimte moeten natuurinclusief zijn, waarbij het bestaande aandeel groen en water wordt gehandhaafd. Zo moet er bijvoorbeeld voldoende ruimte voor bomen zijn, zowel onder als boven de grond.
65
OV050
OV059
“In de Haagse regio zijn tussen 2022 en 2030 ongeveer 75.000 woningen gepland,” staat op pagina 79 van de ontwerp omgevingsvisie. Voor aantallen bomen ontbreken zulke concrete getallen. Er worden geen aantallen extra bomen genoemd die de gemeente wil planten. In de Haagse Bomennota staat dat we 5% meer blad voor de stad willen in het jaar 2030 t.o.v. van 2021. Waarom ontbreekt die doelstelling? De indiener ziet graag aantallen bomen opgenomen in de Haagse Omgevingsvisie die tot 2050 geplant gaan worden. De indiener stelt voor aanvullend groennormen/percentages groen in de verschillende Stedelijke Leefmilieus aan te geven. Een groennorm gebaseerd op het percentage groen zoals die nu aanwezig is, of zou moeten zijn. Die wordt vervolgens gemonitord. Mocht het groen in de wijken afnemen, moet het worden gecompenseerd met groen van eenzelfde kwaliteit. Stedelijk wordt uitgegaan van 16 m2 groen per huishouden, in wijken wordt gedifferentieerd. In het centrum gaat men uit van 8 m2 per huishouden, in het groene Den Haag Zuidwest van 22 m2 per huishouden. Een belangrijke groennorm is de 3-30-300 regel, op pagina 74 opgenomen als “principe”. Het is belangrijk hieraan vast te houden en te monitoren.
De omgevingsvisie herbevestigt de bomennota en de doelstellingen die daarin genoemd staan. Daarvoor is het niet noodzakelijk specifieke doelstellingen nog een keer te noemen in de omgevingsvisie. Conclusie Niet overnemen
De indiener geeft aan het belangrijk te vinden dat er per leefmilieu onderscheid gemaakt wordt in groennormen. Wij denken dat het belangrijk is om bij het vergroenen van de stad goed te kijken wat waar nodig is. Daarom hebben wij ook opgenomen dat we daar onderzoek naar doen. Daarnaast werken we in de gebiedsvisies per stadsdeel ook voor het vergroenen per gebied uit wat er nodig is. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking
Groen en water in samenhang Ingediend door OV050
Zienswijze De indiener vraagt zich af waarom de gemeente de ruimte voor groen en water niet in de samenhang betrekt van verstedelijking en bereikbaarheid. Daaruit wordt opgemaakt dat er bij meer ruimte voor woningen en bereikbaarheid niet evenredig meer ruimte voor groen en water zal zijn. De vrees is reëel dat ruimte voor groen en water wordt ingenomen door verstedelijking en bereikbaarheid. Groen en water komen in de verdrukking. Met alle gevolgen van dien voor leefbaarheid, biodiversiteit en het van oudsher groene karakter van Den Haag. De indiener zou graag zien dat er bij verstedelijking en bereikbaarheid ook de samenhang met ruimte voor groen en
Antwoord Wij begrijpen de zorg van de indiener. Met de vijf bewegingen werken we de komende decennia verder aan een leefbare en aantrekkelijke stad richting 2050. Alle vijf bewegingen zijn daarbij noodzakelijk. Ruimte voor groen en water is één van die bewegingen. De kern van deze beweging is dat de Stedelijke Groene Hoofdstructuur wordt beschermd, versterkt en uitgebreid. Een aantal historisch groene lange lijnen wordt teruggebracht en we vergroenen tot op straat- en pleinniveau. Dat betekent niet dat er geen groen zal verdwijnen, maar wel dat groen gecompenseerd wordt op andere plekken in de stad, waarbij de kwaliteit wordt versterkt. In de omgevingsvisie staat voorop dat, waar dat mogelijk is, groen behouden blijft. In de verkenning ‘Ruimte voor Groen en Water’ wordt
66
water wordt opgenomen opdat het altijd geroemde karakteristieke groen behouden blijft en uitgebreid zal worden. Opdat er werkelijk sprake is van groeien in balans. Zo komt de gemeente tegemoet aan de zorgplicht voor natuur, flora en fauna in de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 21 van de Grondwet dat luidt: “De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu”.
OV059
OV050
We zijn met name bezorgd, dat als er een strijdigheid is tussen natuur/groen/bomen en plannen voor bouw en mobiliteit, deze “zachte” waarden het onderspit zullen delven. En nu komt er een nog groter bouwprogramma, niet alleen in Binckhorst, CID en Zuidwest, maar in de hele stad.
De gemeente wil meer verdichten in buurten en wijken. Ook hierbij moet er een balans blijven tussen het belang van woningbouw en het belang van ruimte voor water en groen. Verdichten gaat ten koste van binnentuinen, die vaak pareltjes zijn voor de natuur, en het verergert hittestress en maakt de stad onleefbaar en ongezond. Als voorbeeld moge dienen de bouwplannen bij Sunnycourt. In plaats van het uitbreiden van het groene pareltje, wil een projectontwikkelaar er woningen bouwen, waar omwonenden stevig tegen gekant zijn. Optoppen van woningen is ook een mogelijkheid van verdichting wat meer schaduwwerking veroorzaakt, wat ongunstig kan zijn voor flora en fauna. De indiener vindt verdichting in de stad ongewenst en pleit voor een uitbreiding
verder uitgewerkt hoe we dit precies de komende jaren gaan doen en welke normen daarbij horen. Daarbij is het goed om te vermelden dat de vijf bewegingen parallel aan elkaar lopen én sterk met elkaar zijn verweven. In de gebiedsgerichte en thematische uitwerking van de omgevingsvisie is het belangrijk om de vijf bewegingen in samenhang te blijven bezien. Want juist door die samenhang hebben we een beter beeld van de onderlinge afhankelijkheden, kansen en spanningen tussen verschillende ontwikkelingen. Vervolgens kunnen er scherpe (re) keuzes worden gemaakt. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking De zorg wordt herkend. In de uitwerking van de omgevingsvisie zullen nog veel (lastige) keuzes gemaakt moeten worden, onder andere over prioriteiten en programmatische opgaven (dus welk ruimtelijk programma waar?). De omgevingsvisie wordt ook uitgewerkt in gebiedsvisies per stadsdeel, gebiedsprogramma’s en (thematische) omgevingsprogramma’s, waarin ook keuzes moeten worden gemaakt vanuit een integrale afweging. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking Verdichting gaat gepaard met aandacht voor bijvoorbeeld voldoende openbare ruimte, speelgelegenheid, en groen. Met de bewegingen sturen we op samenhang tussen de verschillende opgaven en de bijbehorende ruimteclaims. In de gebiedsvisies per stadsdeel werken we dit verder uit.
De balans tussen woningbouw en ruimte voor water en groen zullen we daarin in o.a. monitoren, zodat we kunnen sturen op de ‘juiste’ balans. Over die juiste balans is het belangrijk om met elkaar in gesprek te gaan en in gesprek te blijven. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking
67
van de groene pareltjes omwille van de hittestress, biodiversiteit en leefbaarheid.
Beschermen, versterken en uitbreiden van de SGH Groenstructuur en Natura 2000 gebieden Ingediend door OV073
OV039
Zienswijze De indiener geeft aan dat in grote delen van de stad de schoonheid, het evenwicht en de harmonie in de bebouwing ontbreekt. Gelukkig mag stad beschikken over een sterke groenstructuur; deze groenstructuur zou drager moeten en kunnen zijn voor een toekomstvisie op de stad. Het strand en de zee zijn onlosmakelijk verbonden aan deze groenstructuur. De volgende opgaven zouden volgens de indiener in de omgevingsvisie vastgelegd moeten worden: In Natura 2000 gebieden niet tornen aan het beleid door • Het in stand houden en voldoen aan de beheerplannen • Maatregelen te nemen zodat de natuur zich kan herstellen en versterken • De totale oppervlakte onder geen beding te verminderen (bijvoorbeeld als voor veiligheid verbreding van een fiets-wandelpad nodig is dat elders in het gebied compenseren) • Geen fietspad aan te leggen zoals voorgesteld op de Opgavenkaart Scheveningen • Een bufferzone te creëren waar bouw en bedrijvigheid alleen mogelijk zijn als d geen afbreuk doet aan de kwaliteit van het gebied (nee tenzij, en niet ja mits) • Recreatie te beperken en te zoneren. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) behouden en versterken • Per saldo geen toename van bebouwing en verharding • Bij ontwikkelingen pal naast de SGH ook aandacht schenken aan aansluiting op die SGH.
Antwoord De groenstructuur wordt in de omgevingsvisie genoemd. Conclusie Opgenomen in de visie
In de omgevingsvisie wordt omschreven welke ambities we hebben voor Den Haag 2050. Voor groen is onze ambitie het groen in Den Haag te beschermen, versterken en uit te breiden. Aandacht voor meetbare doelstellingen en voorwaarden komt aan de orde bij de verdere uitwerking van deze visie. Onder andere in de verkenning ‘Ruimte voor Groen en Water’. Wij nemen hierin de suggesties die in deze zienswijze worden gedaan mee. Daarnaast herbevestigt deze omgevingsvisie een aantal nota's, zoals de Bomennota, de Nota Stadsnatuur, de Kadernota openbare ruimte en de Nota Richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen, waarin al een aantal doelstellingen en normen zijn vastgelegd. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking
68
•
Groengebieden die aansluiten op de SGH met elkaar verbinden tot een ecologisch netwerk van boomwortels en boomkruinen langs straten en ovtracés, groene lanen, groene bermen. Wijkgroen versterken en de ambities vastleggen • Het ecologisch netwerk, de groenblauwe dooradering, in en om de wijken versterken, verfijnen en onderling alsook met de SGH verbinden. De strekking reikt dus verder dan alleen de SGH en de robuuste hoofdboomstructuur. • De ambitie groen/water uit de Kadernota Openbare Ruimte bij gebiedsontwikkeling naar boven bijstellen (>5%) • Bij alle ontwerpen voor (her)inrichting van de openbare ruimte is 'Groen in plaats van grijs' belangrijk. Denk aan autoarme groene (speel) straten, beperkt aantal parkeerplaatsen, meervoudig gebruik van hetzelfde wegvak door auto, tram en bus • Groenruimte vermeerderen met behulp van groene daken en gevels, geveltuintjes, en grotere boomspiegels. • Bewoners stimuleren om privétuinen te 'ontstenen'.
Waterbeheer versterken • In afstemming met Dunea en Delfland zorgen voor een voldoende grondwaterpeil om verzilting te voorkomen • Zorgen voor voldoende afvoer en opslag om wateroverlast te voorkomen en daarvoor niet alleen vertrouwen op natuurlijke afvoer, waar dat nu al onvoldoende werkt • Bij de aanleg van verdiepte garages en damwanden maatregelen nemen om wateroverlast of verdroging te voorkomen • Geen regenwater verspillen via het riool en verdroging voorkomen door infiltratie (regentonnen en wadi's).
69
OV059
OV059
Meten, monitoren (wijkscan) en maatregelen nemen als de gewenste groene doelstellingen niet behaald worden. Op pagina 103 wordt kort ingegaan op de ‘Natuurlijke leefmilieus’, die de Natura 2000 gebieden en NNN omvatten. De indiener stelt voor, uitgebreider dan nu het geval is, in de visie op te nemen hoe deze worden beschermd. Onder andere door ze in het omgevingsplan de bestemming ‘natuur’ te geven, met daarvoor regels als niet bouwen en ook niet verharden. Ook andere schadelijke activiteiten, kamperen, vuurwerk, evenementen enz. moeten worden verboden. Van belang ook is dat er vlak naast geen ontwikkelingen of activiteiten mogen plaats vinden die de natuur in de beschermde gebieden aantasten. Voor Natura 2000 is dat al zo, voor het NNN nog niet. Ook dit alles moet zijn weerslag vinden in regels van het omgevingsplan. Op p. 103 staan volgens de indiener fouten bij de namen van de Natura 2000 gebieden. Het gaat om: Westduinpark & Wapendal (met daarin ook Bosjes van Poot), Solleveld& Kapittelduinen (met daarin ook Ockenburgh), Meijendel & Berkheide (het Haagse deel van Meijendel wordt ook wel Oostduinen genoemd). Sorghvliet, Haagse Bos, Marlot, Reigersbergen en Clingendael worden in de visie genoemd als NNN.
Ook Meer en Bos, landgoederen langs de Vliet, het Uilenbos, de ecologische verbindingszone Wenzone en het strand (ter hoogte van de Natura 2000 gebieden) behoren tot het NNN. Er ligt een voorstel in vergevorderd stadium ook de Scheveningse Bosjes, de Nieuwe Scheveningse Bosjes en het Hubertusduin toe te voegen aan het NNN, vanwege hun rol voor de ecologische verbindingen tussen Oost- en Westduinen.
In de omgevingsvisie wordt omschreven welke ambities we hebben voor Den Haag 2050. Voor groen is onze ambitie het groen in Den Haag te beschermen, versterken en uit te breiden. Aandacht voor meetbare doelstellingen en voorwaarden komen aan de orde in de verdere uitwerking van de omgevingsvisie. Onder andere in de verkenning ‘Ruimte voor Groen en Water’. Wij nemen hierin de suggesties die in deze zienswijze worden gedaan mee. Daarnaast herbevestigt deze omgevingsvisie een aantal nota's, zoals de Bomennota, de Nota Stadsnatuur, de Kadernota openbare ruimte en de Nota Richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen, waarin al een aantal doelstellingen en normen zijn vastgelegd. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking De toelichting bij de Natuurlijke leefmilieus zijn niet gericht op de formeel exacte benaming van Natura 2000-gebieden. Het gaat om een opsomming of beschrijving van landschapseenheden en hun globale geografische ligging. De tekst is niet bedoeld ter duiding van alle Natura 2000-gebieden, bouwstenen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of de procedurele status ervan. We zullen de tekst onder het kopje ‘Natuurlijk leefmilieu’ aanpassen op basis van de zienswijze. We zullen daarbij niet alle formeel exacte benamingen van de Natura 2000-gebieden opnemen, dat is namelijk niet het doel van de toelichtende tekst bij de Natuurlijke leefmilieus.