RIS322469 Bijlage 2 Nota van Beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie en advies Commissie mer Omgevingseffectrapport def
Tekst van het document
Zienswijze Bij de bouw van extra woningen (ook in Zuidwest) zal er steeds ook voldoende (openbare) ruimte, speelgelegenheid en groen toegevoegd moeten worden en eveneens ruimte voor parkeren, verkeer en openbaar vervoer. Ook bij hoogbouw is veel omliggende leefruimte nodig. In de zienswijze wordt de vraag gesteld of het aantal van 60.000 dan haalbaar is. Meer woningen toevoegen betekent niet dat het aantal inwoners in gelijke mate stijgt. Veel woningzoekenden wonen nu nog in gedeelde onderverhuur of bij ouders en tellen al mee in de huidige bevolkingsomvang. In wijken als Laak, Transvaal en Rustenburg-Oostbroek woont nu nog een belangrijk deel van de ongeveer 50.000 arbeidsmigranten. Als Rijk en gemeente succesvol zijn met het
Antwoord De woningbouwopgave is groot en de bouw van woningen gaat gepaard met aandacht voor voldoende openbare ruimte, speelgelegenheid, groen, parkeer- en vervoersmogelijkheden. Met de bewegingen sturen we op meer balans en samenhang tussen de verschillende opgaven en de bijbehorende ruimteclaims. In de gebiedsvisies per stadsdeel werken we dit verder uit. Vervolgens monitoren we de samenhang ook waardoor we kunnen sturen op de gewenste balans. Met betrekking tot de opmerking over het aantal inwoners in relatie tot het toevoegen van woningen, is het inderdaad het geval dat bevolkingsontwikkelingen afhankelijk zijn van diverse andere factoren.
94
aanpakken van (illegale) overbewoning, onderverhuur, illegaal werk en uitbuiting - en dat is cruciaal met het oog op een leefbare stad - zal de bevolkingsdruk en -dichtheid in die wijken afnemen en de bevolking dus minder groeien.
OV039
De indiener treft in de ontwerp omgevingsvisie te veel een op groei gerichte stapeling van plannen en ambities aan en te weinig een afweging tussen verschillende situaties, beperkingen en belangen. De gemeente wil tegelijkertijd groen en natuur toevoegen, de ondergrond nog voller leggen met leidingen en infrastructuur, 60.000 nieuwe woningen toevoegen en bijna 50.000 extra arbeidsplaatsen realiseren. In 2050 zou Den Haag 87 tot 108 duizend meer inwoners moeten hebben dan in 2024. Dat is een sterkere groei (15 tot 19%) dan de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 voor heel Nederland adviseert (6 tot 12%). We vinden in de ontwerp visie onvoldoende terug waarom Den Haag deze ambitie heeft. We lezen ook niet of deze sterke groei in de nu al dichtstbevolkte stad eigenlijk wel realistisch en wenselijk is. Het verantwoord uitbreiden van onze woningvoorraad steunen wij, gezien ook de grote woningnood en de binnenstedelijke bouwmogelijkheden in Binckhorst en CID. Maar is een groei met 60.000 woningen wel verstandig en mogelijk? Volgens de Netwerkstrategie 2040, verschenen kort na de ontwerpOmgevings-visie, zou Den Haag zelfs al in 2040 100.000 extra inwoners hebben t.o.v. 2024! De indiener vraagt zich daarom af of de Omgevingsvisie en Netwerkstrategie wel op elkaar zijn afgestemd.
Met betrekking tot de opmerkingen over de arbeidsmigranten kunnen we aangeven dat de gemeente al een langere tijd werkt aan de aanpak van illegalen woonomstandigheden. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking De Concept Netwerkstrategie 2040 en de omgevingsvisie sluiten goed op elkaar aan. De woningbouwambities zoals opgenomen in de omgevingsvisie zijn als input gebruikt voor de modelberekeningen in de Concept Netwerkstrategie. Wij lezen in de zienswijze steun voor uitbreiding van de woningvoorraad gezien de woningnood. In de omgevingsvisie hebben we aangegeven dat we vanaf 2035 inzetten op een gematigde groei van ongeveer 2.000 woningen per jaar. Dit is gekoppeld aan de inzet om samen met Rijk en regio te sturen op arbeidsmigratie en op het benutten van verstedelijkingskansen in de hele metropool. Intensieve verdichting van de stad kan niet overal en niet allemaal tegelijk. Er zijn veel delen van de stad die intensiever benut kunnen worden. Door kleinschalige verdichting, optoppen en sloopnieuwbouw. En dit kan ook samen met vergroening. In de nog op te stellen gebiedsvisies per stadsdeel zullen we de groeiopgave voor wonen en ruimte voor werk en voor maatschappelijke voorzieningen, mobiliteit en groei verder concreet maken: Wat kan waar onder welke voorwaarden? Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking
De indiener geeft verder in haar zienswijze aan dat het te vroeg is om deze groeiambitie te volgen, zonder concrete ruimtelijke afweging ten opzichte van andere waarden en ambities. Getwijfeld wordt aan zowel de haalbaarheid als de wenselijkheid van de ambitie.
95
OV059
De visie belooft volgens de indiener een groei in balans, in een tempo dat past bij de stad. Daarbij is het noodzakelijk wel degelijk grenzen aan te geven aan de groei. Verdichting in de stad is nodig om buiten de stad groene open ruimte te sparen, maar de stad zelf moet daardoor niet onleefbaar worden. De indiener stelt dat Den Haag uiteindelijk geen geschikte plek is om te blijven groeien, zo dicht bij een stijgende zeespiegel.
In de omgevingsvisie hebben we aangegeven dat we vanaf 2035 inzetten op een gematigde groei van ongeveer 2.000 woningen per jaar. Dit is gekoppeld aan de inzet om samen met Rijk en regio te sturen op arbeidsmigratie en op het benutten van verstedelijkingskansen in de hele metropool. Intensieve verdichting van de stad kan niet overal en niet allemaal tegelijk. Er zijn veel delen van de stad die intensiever benut kunnen worden. Door kleinschalige verdichting, optoppen en sloopnieuwbouw. En dit kan ook samen met vergroening. In de nog op te stellen gebiedsvisies per stadsdeel zullen we de groeiopgave voor wonen en ruimte voor werk en voor maatschappelijke voorzieningen, mobiliteit en groei nader concretiseren: Wat kan waar onder welke voorwaarden? Tenslotte sturen met de omgevingsvisie op samenhang tussen de bewegingen. Gelet op de opmerking over de stijgende zeespiegel, hebben we juist ook in beweging 5, Basissystemen op orde, strategische keuzes genoemd die cruciaal zijn voor het veerkrachtig en toekomstbestendig houden van Den Haag en de Haagse metropool. Conclusie Niet overnemen
Volkshuisvestingsopgave Ingediend door OV040
Zienswijze De visie voorspelt dat de Haagse bevolking zal groeien naar 595 duizend inwoners in 2030 en tussen de 643 en 674 duizend inwoners in 2050, wat neerkomt op een netto groei van 77 tot 107 duizend inwoners. Maar volgens de indiener geeft de visie geen duidelijkheid over de volkshuisvestingsopgave en straalt vrijblijvendheid uit, zonder urgentie voor het aanpakken van de wooncrisis die al decennia voortduurt.
Antwoord Op basis van de zienswijze benadrukken we extra de urgentie van de woningnood én de zorgen over de woningbouwopgave op de korte en lange termijn. Daarbij houden we op hoofdlijnen vast aan de geformuleerde inzet op groeien in balans en een gematigde groei na 2035. We zullen in de tekst meer verwijzen naar de Woonvisie door de daarin gestelde ambities te bevestigen in de omgevingsvisie. Ook zullen we in de gebiedsvisies per stadsdeel concreter aangeven wat de woningbouwopgave in het betreffende stadsdeel is en om welke doelgroepen het gaat. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 80
96
OV040
De nieuwe Wet Versterking Regie Volkshuisvesting regelt dat de gemeentelijke omgevingsvisie de beleidsvoornemens ten aanzien van het volkshuisvestingsbeleid voor de komende jaren beschrijft ook de staat van de volkshuisvesting. Dit aspect heeft de indiener niet kunnen vinden in de ontwerpvisie. Een analyse van de staat van de volkshuisvesting ontbreekt, en ook de afspraak om minimaal 30% sociaal te bouwen, en ook de prestatieafspraken met corporaties worden niet genoemd. Ook is er geen enkele aandacht voor de huisvesting van urgente aandachtsgroepen. Laat staan dat duidelijk wordt in welke gebieden van de stad en op welke manier de volkshuisvesting gestuurd en geborgd wordt.
In Hoofdstuk 5.5 Beweging 3 onder ‘Bouwen en verbouwen in de hele stad’ zijn in de tekst de ambities en speerpunten uit de Woonvisie 2040 benadrukt. Het gaat om betaalbaar (ver) bouwen in alle delen van de stad, passende huisvesting voor aandachtsgroepen, toekomstbestendige duurzame woningen en woonomgeving en vitale en leefbare wijken. In hoofdstuk 7.5, Uitwerking in programma’s, geven wij aandacht aan de Woonvisie en de nieuwe Wet Versterking Regie Volkshuisvesting. Tot 2030 is de recent vastgestelde Woonvisie 2040 vigerend woonbeleid, daarna wordt de Woonvisie een volkshuisvestingsprogramma onder de Omgevingswet. De Woonvisie vormt de basis voor (langjarige) afspraken met huurders en corporaties. In hoofdstuk 4.3 schetsen we de tweede grote opgave voor Den Haag; groeien in balans. We geven daarin de opgaven voor de woningvoorraad aan, uitgaande van het feit dat de woningnood groot is in Den Haag. Urgente aandachtsgroepen hebben we in de ontwerp omgevingsvisie wel degelijk in beeld. We onderkennen dat de woningnood groot is in Den Haag en het belangrijk is meer te gaan sturen vanuit de doelen uit de Woonvisie. Daarom zullen we de in de Woonvisie gestelde ambities bevestigen in de omgevingsvisie. Ook zullen we in de gebiedsvisies per stadsdeel concreter aangeven wat de woningbouwopgave in het betreffende stadsdeel is en om welke doelgroepen het gaat.
Conclusie Wijziging in de visie op pagina 79 In Hoofdstuk 5.5 Beweging 3 onder ‘Bouwen en verbouwen in de hele stad’ zijn in de tekst de ambities en speerpunten uit de Woonvisie 2040 benadrukt. Het gaat om betaalbaar (ver) bouwen in alle delen van de stad, passende huisvesting voor aandachtsgroepen, toekomstbestendige duurzame woningen en woonomgeving en vitale en leefbare wijken'
Bouwen en verbouwen in de hele stad Toekomstbestendig bouwen 97
Ingediend door OV039
Zienswijze De trend is om nieuwbouwwoningen steeds kleiner te dimensioneren, bestemd voor 1-en 2 persoonshuishoudens. De indiener is van mening dat de nieuwe woningen die Den Haag gaat bouwen toekomstbestendig moeten zijn en dus voldoende groot. Gevraagd wordt of een aantal van 60.000 dan wel haalbaar en duurzaam is vanuit dit gezichtspunt.
Antwoord In de recent vastgestelde Woonvisie (RIS 319812) stellen we nadere beleidseisen rondom de oppervlaktes van de woning. Bij nieuwbouwontwikkelingen richten we ons op een gedifferentieerd woningaanbod om zo diverse doelgroepen te bedienen. Differentiatie in het woningaanbod zorgt ervoor dat jongeren zich kunnen vestigen in een wijk waar ze zich thuis voelen, gezinnen een plek vinden met iets meer ruimte en ouderen kunnen doorstromen naar een passende woning zonder de binding met hun omgeving te verliezen. Daarom streven we naar een mix van woningtypes, -segmenten en -groottes, ook binnen een nieuwbouwproject. Om te voorkomen dat er te veel kleine woningen worden ontwikkeld, blijven we de norm hanteren dat maximaal 20% van het aantal woningen per nieuwbouwproject mag bestaan uit kleine woningen (met uitzondering van specifieke woonconcepten of woningen aandachtsgroepen). Hierbij houden we een woonoppervlak van <40m2 Gebruiksoppervlakte (gbo) aan in het CID en < 50m2 gbo in de rest van de stad. Conclusie Ter kennisneming
Wijkvernieuwingsgebieden Ingediend door OV026
Zienswijze In beweging 3 komen veel opgaven samen in het zoeken van balans tussen woningbouwproductie, voorzieningen, openbare ruimte en leefbaarheid. Dat betekent onder meer dat, in afwijking van de Agenda Stad, overal in de stad woningen zullen worden toegevoegd. Dat is terecht gezien de opgaven die er liggen, ook voor de bestaande woningmilieus. Volgens de indiener is het dan wel vreemd dat een stadsdeel als Segbroek niet als wijkvernieuwingsgebied wordt aangewezen en Loosduinen wel (de latere toelichting op Stadsdeelniveau geeft geen aanleiding voor dit verschil in perspectief). Zie daarnaast wijkvernieuwing meer als een permanent proces, waarbij je steeds inspeelt op veranderingen die plaatsvinden in de wijk.
Antwoord We kiezen ervoor om overal in de stad woningen toe te voegen. Zowel door nieuwbouw als door het beter benutten van de bestaande voorraad. Zo draagt de hele stad bij aan het terugdringen van het woningtekort en het revitaliseren van bestaande wijken. Dit geldt voor zowel Loosduinen als voor Segbroek. Loosduinen is aangewezen met gebiedsgerichte ontwikkeling en wijkvernieuwing omdat hier diverse integrale opgaven spelen zoals het versterken van het centrum (winkelcentrum Loosduinse Hoofdplein), het verbeteren van interne als externe verbindingen (Zuidwestlandcorridor), het behoud van het voorzieningenniveau en leefbaarheid, het versterken van ecologische structuren en ook gerichte verdichting t.b.v. structuurversterking. Op pagina 140 wordt dit ook verder beschreven. Voor Segbroek is dit anders en spelen deze diverse opgaven niet of in
98
mindere mate een rol. Segbroek kent een andere structuur met bijbehorende opgaven en valt daarmee onder de categorie ‘gemengd stedelijke ontwikkeling’. Hierbij geldt bijvoorbeeld dat er opgaven spelen zoals het verduurzamen van de relatief oude woningvoorraad. Conclusie Niet overnemen Gedifferentieerd woningaanbod Ingediend door Zienswijze OV067 Op pagina 79 staat: ‘in de drie focusgebieden (CID, Binckhorst, Zuidwest) zijn de woningbouwprogramma’s gericht op starters, jongeren, kleine gezinnen en ouderen.’ Dit zal als wenselijke ontwikkelrichting voor de eerstvolgende bouwperiode geanalyseerd zijn. De indiener vraagt zich af of dit ook een toekomst vaste uitspraak is voor 2050. Vermoed wordt dat men de vorming van nieuwe probleemgebieden het beste tegenwerkt door een meer gemengd woningprogramma te realiseren. Bouwen voor de buurt Ingediend door Zienswijze OV077 De indiener geeft in haar zienswijze aan te stoppen met het CID en te gaan bouwen voor de buurt en de Hagenaars.
Antwoord We richten ons op een gedifferentieerd woningaanbod om zo diverse doelgroepen te bedienen, waardoor gemengde stedelijke woonwerkgebieden ontstaan. Hierbij houden we rekening met de veranderende bevolkingssamenstelling door o.a. een toename van kleine huishoudens, mede veroorzaakt door vergrijzing en het uitstellen van gezinsvorming. Deze veranderingen beïnvloeden de inrichting van de ruimte. Conclusie Ter kennisneming Antwoord We stoppen niet met de gebiedsontwikkeling CID. Deze ontwikkeling is juist van groot belang voor de stad. Daarnaast hebben we onder beweging 1 ‘Thuis in een divers Den Haag’, de strategische keuze opgenomen dat we gaan bouwen voor de buurt. Daardoor kunnen woningzoekenden in hun eigen wijk blijven wonen. Hiermee kunnen we sociale netwerken behouden en buurtgevoel stimuleren. Conclusie Niet overnemen
Benutten bestaande woningvoorraad Ingediend door Zienswijze OV077 De indiener geeft in haar zienswijze aan kamerbewoning, splitsen van woningen en het verhuren van hotelkamers aan studenten, als oplossing voor de woningnood, te ontmoedigen.
Antwoord Alle oplossingen zijn nodig om de bestaande woningnood aan te pakken. We hebben in de omgevingsvisie de keuze gemaakt om de komende jaren overal in de stad nieuwe woningen toe te voegen én potenties van bestaande bebouwing te benutten. We kijken overigens wel op een
99
zorgvuldige manier. Woningtekort wegnemen is één kant van het verhaal, ook willen we wijken vitaler maken en van een kwaliteitsimpuls voorzien. Met de omgevingsvisie bevestigen we de uitgangspunten in de Woonvisie 2040, waarbij we meer regie gaan voeren over zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve aspecten van de woningmarkt. Conclusie Niet overnemen
Knooppuntontwikkeling – zorgen voor nabijheid Nabijheid voorzieningen Ingediend door OV054, OV056
Zienswijze De indiener verzoekt de gemeente te bevestigen dat de interpretatie juist is, dat om de mobiliteit in de stad terug te dringen, de wijken in Den Haag in hoge mate zelf de voorzieningen, winkels, scholen, horeca, etc. moeten hebben, die de noodzaak en/of de behoefte aan mobiliteit richting elders in de stad beperken.
Antwoord Met de Haagse Omgevingsvisie sturen we op nabijheid. Dat betekent aan de ene kant het stimuleren van meerkernige ontwikkeling waarbij voorzieningen zoveel mogelijk worden geclusterd en gecombineerd. Aan de andere kant gaat nabijheid over knooppuntontwikkeling waarbij we voorzieningenclusters bouwen op goed bereikbare plekken. Vooral voor ov. Door deze inzet proberen we inderdaad het aantal verplaatsingen terug te dringen en wandelen, fietsen en ov te stimuleren. Maar nabijheid betekent niet dat alles in Den Haag hoeft. We willen waardevolle plekken en stedelijke voorzieningen op het schaalniveau van de Haagse metropool zo optimaal mogelijk benutten. Onder beweging 1 kan scherper worden neergezet dat het principe van de 15-minutenstad niet alleen voor Den Haag geldt, maar dat een goede bereikbaarheid van waardevolle plekken en stedelijke voorzieningen ook noodzakelijk is op het schaalniveau van de Haagse metropool. Om op deze manier de (boven-) stedelijke functies zo optimaal mogelijk te benutten. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 67 In hoofdstuk 5.3 Beweging 1 ‘Maatschappelijke voorzieningen groeien mee met de bevolking’ is de tekst aangescherpt dat het principe van de 15-minutenstad niet alleen geldt voor Den Haag, maar dat goede
100