CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS322469 Bijlage 2 Nota van Beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie en advies Commissie mer Omgevingseffectrapport def

Gemeenteraad 18 september 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469)38.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

De indiener vraagt zich af of Den Haag zich wil meten met Amsterdam, Rotterdam, buitenlandse steden en een ‘bruisende’ metropool zijn (met bijbehorende massale evenementen) of juist het eigen wat kalme karakter koesteren. Kenmerkende trekken van Den Haag zijn: regeringscentrum en dus veel ambtenaren, een aantal internationale organisaties en dus relatief veel expats, veel diensten en weinig maakindustrie, een naastgelegen strand en uniek duingebied, redelijk wat groengebieden. Dat wijst meer in de richting van een kalme aangename, aantrekkelijke, kwalitatief hoogstaande stad dan een ‘city that never sleeps’. Waardeer en respecteer de ‘ziel’ van de stad, ook al is die ziel misschien niet zo spannend.

In de inleiding van hoofdstuk 5.1 Thuis in een groene metropool aan zee – verbinding van twee werelden scherpen we het overkoepelende concept verder aan door meer aan te geven op welke punten de Haagse metropool zich onderscheidt van andere (binnenlandse en buitenlandse) metropolen.

Conclusie Wijziging in de visie op pagina 57 In hoofdstuk 5.1 ‘Thuis in een groene metropool aan zee – verbinding van twee werelden’ is het overkoepelende concept van de visie verder toegelicht in de tekst.

Conclusie Wijziging in de visie op pagina 57 In hoofdstuk 5.1 ‘Thuis in een groene metropool aan zee – verbinding van twee werelden’ is het overkoepelende concept van de visie verder toegelicht in de tekst.

28

OV016

OV016

De indiener vraagt om nadere uitleg van de titel van de ontwerp omgevingsvisie. Gaat het om etikettering, om politiekeconomische vermarkting of zijn die woorden ook een ander keurmerk waarmee de stad zich onderscheidt en wil blijven onderscheiden van de andere steden?

De indiener stelt in haar zienswijze vier voorwaarden voor, waaraan een overkoepelende Haagse invalshoek voor meer regie op de ontwikkeling tussen nu en 2050 moet voldoen: • Het moet verwoorden waarmee de ‘Groene Metropool aan Zee’ zich onderscheid van alle andere grote steden in Nederland; • Het moet brede sturing bieden voor de drie grote opgaven: sociaal en economisch perspectief bieden, groeien in balans en werken aan transities in een tempo dat de stad aankan en nodig is; • Het moet helpen om goede keuzes te maken voor de lange termijn in de spanningsvelden binnen en tussen de vijf bewegingen. • Het moet erkennen dat er grenzen zijn aan de groei en die grenzen benoemen. Daarbij geeft de indiener de suggestie mee om de typisch Haagse kracht van verbindende groene lanen en fijnmazige groenblauwe structuren tussen oude en nieuwe wijken en stadsdelen te nemen, elk met hun eigen karakteristieke opbouw, samenstelling

De groene metropool aan zee is geen politiek-economische vermarkting. Het is wél een profiel dat we willen uitdragen en benadrukken. Naast een profiel is het ook een positionering, maar deze komt niet in de plaats voor de stad van vrede en recht. Met de omgevingsvisie geven we onder andere de boodschap mee dat de regio meer in samenhang moet gaan opereren. We hebben namelijk als regio ook een sterke (inter-) nationale betekenis door bij te dragen aan het Stedelijk Netwerk Nederland uit de Nota Ruimte vanuit onze kwaliteiten. Het overkoepelende concept wordt aangescherpt in de visie. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 57 In hoofdstuk 5.1 ‘Thuis in een groene metropool aan zee – verbinding van twee werelden’ is het overkoepelende concept van de visie verder toegelicht in de tekst. Thuis in een groene metropool aan zee – verbinding van twee werelden is het overkoepelende concept van de omgevingsvisie. Met dit concept brengt de omgevingsvisie twee werelden bij elkaar. In onze visie richting 2050 versterkt Den Haag haar bijzondere positie als groene metropool aan zee. De titel kan inderdaad meer duiding krijgen. We danken daarbij de indiener voor de aangereikte suggesties. In de inleiding van hoofdstuk 5.1 Thuis in een groene metropool aan zee – verbinding van twee werelden wordt het overkoepelende concept verder aangescherpt.

Daarnaast zetten we in hoofdstuk 5.8 ‘Samenhang tussen de vijf bewegingen’ scherper neer dat we met de omgevingsvisie sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 57 In hoofdstuk 5.1 ‘Thuis in een groene metropool aan zee – verbinding van twee werelden’ is het overkoepelende concept van de visie verder toegelicht in de tekst. Wijziging in de visie op pagina 100

29

en cultuur, als integrale invalshoek voor de Haagse Omgevingsvisie 2050. Tenslotte stelt de indiener dat door de vrijblijvendheid van de vijf bewegingen in de ontwerpvisie het risico bestaat dat de politieke kortetermijnbelangen in de plan- en besluitvorming de bovenhand krijgen. Daardoor zal het steeds moeilijker worden om te komen tot ingrijpende, effectieve en betaalbare maatregelen die de toekomstbestendigheid van de stad vraagt. De indiener denkt dat een overkoepelende, typisch Haagse invalshoek de Haagse Omgevingsvisie 2050 echt Haags maakt en haar samenhang bevordert. Dit kan moeilijke keuzes vergemakkelijken én is beter uit te leggen aan de Haagse bevolking voor een stevig en breed draagvlak.

OV039

De indiener pleit voor een integrale visie die andere oplossingen mogelijk maakt, zoals een meer compacte 5-8 lagenbouw in de stad, maar ook in de regio, met verkeersluwe en klimaatvriendelijke groene paden en wateropvangstroken, met een regionaal ov dat hierop aansluit en met het verbinden van alle wijken en stadsdelen door brede groene lanen en groene wandel- en fietsroutes. De indiener geeft aan dat de titel 'Thuis in een Groene Metropool aan Zee' eerder verschenen visies als ‘Wereldstad aan Zee' en 'Groene Stad aan Zee' in herinnering brengt. Het lijkt erop of met de term "metropool' een nog grotere stedelijke ambitie wordt aangeduid. De indiener is hier niet gelukkig mee en vindt het ook verwarrend. Het woord metropool is namelijk al ingezet voor de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag, dat met een omvang van 21 gemeenten en 2,4 miljoen inwoners terecht aanspraak maakt op dit begrip. Den Haag en direct omliggende gemeenten zijn onderdeel van die Metropoolregio maar zijn samen - in internationaal perspectief - niet groot genoeg om een eigen metropoolambitie te hebben. Wanneer stadsdeel Scheveningen vanuit een (wereld)stads- of zelfs metropoolvisie wordt beschouwd dreigen typerende kernwaarden van het bijzondere omgevingsbeeld als kustlocatie in verbondenheid met de zee

In hoofdstuk 5.8 ‘Samenhang tussen de vijf bewegingen’ is een aangescherpte tekst opgenomen dat specifieker benoemd dat we met de omgevingsvisie gaan sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen.

Het toepassen van de term ‘metropool’ in de titel van de Haagse Omgevingsvisie is niet bedoeld om een nog grotere stedelijke ambitie dan de eerder verschenen visies aan te duiden. Het is bedoeld om de samenhang tussen Den Haag met haar buurgemeenten te beschouwen als een samenhangende stedelijke regio, die ertoe doet in de wereld. Vanwege de internationale instellingen, de positie als regeringscentrum, de spraakmakende onderwijs- en onderzoeksinstituten en het sterke economische profiel. Maar bovenal door het uitgesproken groene karakter en de ligging aan de Noordzee. In hoofdstuk 2.3 is het grootstedelijke gebied van de Haagse metropool al even geïntroduceerd als een samenhangend, functionerend gebied van 1.1 miljoen inwoners. Deze samenhang willen we met de omgevingsvisie verder versterken en uitwerken. Conclusie

30

OV053

miskend en weggedrukt te worden. Wij pleiten daarom voor een minder ambitieuze maar wel eerlijker titel: 'Thuis in een Duurzame Groene Wereldstad aan Zee'. De indiener geeft in haar zienswijze aan dat de omschrijvingen van de vijf bewegingen mooi zijn maar tamelijk vaag. Hoe voorkomt men namelijk dat het een het ander niet overvleugeld of verdringt? Wat goed is voor het een is namelijk niet altijd goed voor het ander. De indiener vraagt of er een overkoepelende visie is.

Niet overnemen

Wij herkennen het ingebrachte punt. Thuis in een groene metropool aan zee – verbinding van twee werelden is het overkoepelende concept van de omgevingsvisie. Met dit concept brengt de omgevingsvisie twee werelden bij elkaar. In onze visie richting 2050 versterkt Den Haag haar bijzondere positie als groene metropool aan zee. Met de omgevingsvisie sturen we op samenhang tussen de vijf bewegingen. We zoeken daarbij zoveel mogelijk naar koppelkansen. In de uitwerking van de omgevingsvisie in gebiedsvisies, gebiedsprogramma’s en (thematische) omgevingsprogramma’s zullen we ook te maken krijgen met spanningen tussen ambities, botsende ruimteclaims en afhankelijkheden tussen de bewegingen. Die samenhang moet dan ook goed worden gemonitord. Voorop staat dat de ruimtelijke ingrepen die we willen uitvoeren, bijdragen aan de kernkwaliteiten en identiteit van onze stad én metropool. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 100 In hoofdstuk 5.8 ‘Samenhang tussen de vijf bewegingen’ is een aangescherpte tekst opgenomen dat specifieker benoemd dat we met de omgevingsvisie willen sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen.

Titel visie Ingediend door OV053

OV020

Zienswijze De indiener geeft aan dat bij het uitdragen van Den Haag als groene metropool aan zee, men niet moet gaan tornen aan de huidige indelingen van de stad. Zo blijft er voor iedereen, jong en oud, wat wils.

De indiener geeft aan ontzettend blij te zijn met deze naam, omdat deze uiting geeft aan de plek die Den Haag heeft binnen

Antwoord Thuis in een groene metropool aan zee betekent dat we willen dat Den Haag een stad blijft waar eenieder zich kan ontplooien en thuis kan voelen. Een belangrijke voorwaarde voor dat thuisgevoel is het koesteren en versterken van de al bestaande rijke verzameling aan buurten en stadsdelen. Conclusie Opgenomen in de visie Wij zijn blij met de steun voor de titel van de omgevingsvisie. Een belangrijke voorwaarde voor het thuisgevoel in de groene metropool aan

31

de Randstad metropool. Deze metropool, waar wij een onlosmakelijk onderdeel van zijn, raakt ter plaatse van onze klassieke groene stad inderdaad de kust en de Zee. Daarbij geeft de indiener aan dat Den Haag ook een mooie klassieke en statige stad is en dat karakter mag een plek krijgen in de naamgeving. Thuis is belangrijk want een thuis dat willen we zeker zijn.

OV061

De indiener geeft aan dat de titel van de ontwerp Omgevingsvisie Den Haag 2050 wat misleidend over komt. Den Haag is een belangrijke stad in Nederland, maar het wordt doorgaans niet als een metropool beschouwd. Een metropool is een zeer grote en invloedrijke stad met een hoge bevolkingsdichtheid, een sterke economie en een internationale uitstraling, zoals Londen, Parijs of New York. Den Haag is wel een van de drie grootste steden van Nederland. Maakt deel uit van de Randstad en van het grotere RijnmondDeltametropoolgebied, samen een van de dichtstbevolkte stedelijke gebieden in Europa. Het heeft internationale uitstraling, vooral als centrum van politiek, diplomatie en internationale rechtspraak (met onder andere het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof). Hoewel Den Haag dus belangrijke metropolitane functies heeft, wordt het in de klassieke zin niet als een wereldmetropool beschouwd. Deze Haagse Omgevingsvisie gaat over een stad aan zee. Maar de titel doet de indiener echter iets anders geloven. Namelijk dat ons stadsbestuur de ambitie heeft om in de komende jaren de omliggende steden in te lijven zodat Den Haag tot een metropool kan groeien. Is dit niet het geval dan is op zijn minst twijfelachtig of het wel aanvaardbaar is om zonder maatschappelijke consequenties bijvoorbeeld een dubbel aantal inwoners als nu binnen onze stadsgrenzen te huisvesten.

zee, is het koesteren en versterken van de al bestaande rijke verzameling aan buurten en stadsdelen. In hoofdstuk 3, De schoonheid van Den Haag, benoemen we onder andere de kwaliteiten van de monumentale residentie als één van de fundamenten onder de koers in de omgevingsvisie. Klassiek en statig zijn weliswaar niet opgenomen in de titel, maar dus wel onderdeel van de schoonheid van Den Haag. Conclusie Opgenomen in de visie Het toepassen van de term ‘metropool’ in de titel van de ontwerp omgevingsvisie is niet bedoeld om een nog grotere stedelijke ambitie dan de eerder verschenen visies aan te duiden. Het is bedoeld om de samenhang tussen Den Haag met haar buurgemeenten te beschouwen als een samenhangende stedelijke regio, die ertoe doet in de wereld. Vanwege de internationale instellingen, de positie als regeringscentrum, de spraakmakende onderwijs- en onderzoeksinstituten en het sterke economische profiel. Maar bovenal door het uitgesproken groene karakter en de ligging aan de Noordzee. In hoofdstuk 2.3 is het grootstedelijke gebied van de Haagse metropool al even geïntroduceerd als een samenhangend, functionerend gebied van 1.1 miljoen inwoners. Deze samenhang willen we met de omgevingsvisie verder versterken en uitwerken. Conclusie Niet overnemen

32

OV061

Wat betreft de titel van dit document stelt de indiener voor om een wedstrijd uit te schrijven voor een passender titel dan die van deze Haagse Omgevingsvisie Den Haag 2050.

Wij hebben hier niet voor gekozen. Natuurlijk is iedereen in de gelegenheid gesteld om zijn/haar reactie te geven op de titel van de omgevingsvisie via de officiële zienswijzeperiode. Conclusie Niet overnemen

Samenhang Samenhang beleid Ingediend door OV048

OV059

Zienswijze De indiener pleit voor een visuele weergave van de samenhang tussen verschillende beleidsdocumenten zoals de Haagse Omgevingsvisie, de Netwerkstrategie, gebiedsvisies en campusontwikkeling. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een paraplumodel zodat inzichtelijk wordt hoe deze documenten gezamenlijk het kader vormen voor vergunningverlening binnen de verschillende transities van Den Haag (zoals duurzaamheid, mobiliteit en energie). Op deze manier kan ook de lokale beleidsvoering beter worden afgestemd op nationaal en Europees beleid.

De ontwerp omgevingsvisie beschrijft vijf bewegingen. Als er een belangentegenstelling is tussen natuur/groen/bomen en andere plannen, is allerminst gewaarborgd dat natuur/groen/bomen het zwaarste wegen. Groen moet volgens de indiener juist het leidend principe zijn bij het afwegen van keuzes tussen de bewegingen.

Antwoord In hoofdstuk 7.3 gaan we uitgebreid in op het Haagse omgevingsbeleid dat we hebben betrokken bij de omgevingsvisie – en dus ook voortzetten. Ook is aangegeven hoe we dit omgevingsbeleid toepassen bij het toetsen van initiatieven. Omdat een visuele weergave vaak tot verschillende interpretaties leidt met betrekking tot hiërarchie van beleid, hebben we ervoor gekozen dit niet te doen. Wel is in hoofdstuk 7.5 een schema opgenomen met de planproducten gebiedsontwikkeling waarin de samenhang tussen de instrumenten uit de Omgevingswet is verbeeld. Wij zien overigens mogelijkheden om, op basis van hoofdstuk 7 (De Realisatiestrategie), de relevante beleidskaders te koppelen aan nationaal en Europees beleid om specifieke lobbydoelen te formuleren of strategische samenwerkingen te smeden. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking In de omgevingsvisie stellen we dat de ambities en opgaven zoveel mogelijk aan elkaar worden gekoppeld. Uiteraard zullen we te maken krijgen met ambities en ruimteclaims die (gaan) botsen of strijdig met elkaar zijn. Deze schuurpunten komen op tafel zodra we aan de slag gaan met gebiedsvisies, gebiedsprogramma’s en (thematische) omgevingsprogramma’s. Met de omgevingsvisie sturen we op samenhang tussen de vijf bewegingen. Die samenhang moet goed worden gemonitord.

Daarvoor zetten we onder andere (ontwerpend) onderzoek en verkenningen in en voeren we botsproeven uit om de

33

uitvoerbaarheid van ambities op stadsdeel- en wijkniveau in beeld te brengen. Voorop staat dat de ruimtelijke ingrepen die we willen uitvoeren bijdragen aan de kernkwaliteiten en identiteit van onze stad én metropool. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 100 In hoofdstuk 5.8 ‘Samenhang tussen de vijf bewegingen’ is een aangescherpte tekst opgenomen dat specifieker benoemd dat we met de omgevingsvisie willen sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen. OV016

In de zienswijze wordt aangegeven dat de bewegingen niet los van elkaar staan. Bij de drie grote opgaven van de stad – een eerlijkere verdeling, gematigder groei en haalbare transitieskunnen zij elkaar versterken of juist in de weg zitten. Immers, wat goed is voor de ene opgave, is dat vaak niet voor de andere. Maar deze interactiviteit komt nergens aan de orde. Integendeel, de gemeente stelt haar visie hierop uit tot de latere gebiedsvisies en (omgevings-) programma’s. Daarmee wordt elke transparantie voor het geven van richting vermeden, die in een wettelijk basisdocument voor alle latere omgevingsbesluiten thuishoort. Hier wreekt zich het ontbreken van een overkoepelende visie op wat de ‘groene metropool aan zee’ typeert en de vijf bewegingen voor 2050 met elkaar verbindt.

In de omgevingsvisie stellen we dat de ambities en opgaven zoveel mogelijk integraal, aan de voorkant, worden afgewogen. Uiteraard zullen we te maken krijgen met ambities, opgaven en ruimteclaims die (gaan) botsen of strijdig met elkaar zijn. Deze schuurpunten komen op tafel zodra we aan de slag gaan met gebiedsvisies, gebiedsprogramma’s en (thematische) omgevingsprogramma’s. Met de omgevingsvisie sturen we op samenhang tussen de vijf bewegingen. Die samenhang moet goed worden gemonitord. Daarvoor zetten we onder andere (ontwerpend) onderzoek en verkenningen in en voeren we botsproeven uit om de uitvoerbaarheid van ambities op stadsdeel- en wijkniveau in beeld te brengen. Voorop staat dat de ruimtelijke ingrepen die we willen uitvoeren bijdragen aan de kernkwaliteiten en identiteit van onze stad én metropool. Thuis in een groene metropool aan zee is het centrale concept in de Haagse Omgevingsvisie, ondersteunt door vijf bewegingen. Wij zijn het met de indiener eens dat dit concept iets meer toelichting behoeft, zodat de vijf bewegingen meer met elkaar kunnen worden verbonden. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 57 In hoofdstuk 5.1 ‘Thuis in een groene metropool aan zee – verbinding van twee werelden’ is het overkoepelende concept van de visie verder toegelicht in de tekst. Wijziging in de visie op pagina 100

34

In hoofdstuk 5.8 ‘Samenhang tussen de vijf bewegingen’ is een aangescherpte tekst opgenomen dat specifieker benoemd dat we met de omgevingsvisie willen sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen.

Groeien in Balans Ingediend door OV050

OV077

Zienswijze De indiener stelt dat Den Haag zich van oudsher al graag profileerde als groene stad aan zee, groene stad achter de duinen. Nu is gekozen voor een ‘Groene metropool aan zee’. Van stad naar metropool. De bossen, parken, duinen, landgoederen, maar ook de wijk- en buurtparken, plantsoenen en staatbomen dragen allemaal onmiskenbaar bij aan het specifieke karakter van de stad. De indiener geeft aan dit graag te blijven koesteren. Via vijf parallelle bewegingen wil de stad groeien in balans. De vraag wordt gesteld of dat gaat lukken en of er sprake is van groeien in balans?

De indiener doet in de zienswijze de oproep om te stoppen met het ongelimiteerde aantrekken van internationale bedrijven en de aanwezigheid van de expats in Den Haag te limiteren.

Antwoord In de omgevingsvisie stellen we dat de ambities en opgaven zoveel mogelijk aan elkaar worden gekoppeld. Uiteraard zullen we te maken krijgen met ambities en ruimteclaims die (gaan) botsen of strijdig met elkaar zijn. Deze schuurpunten komen op tafel zodra we aan de slag gaan met gebiedsvisies, gebiedsprogramma’s en (thematische) omgevingsprogramma’s. Met de omgevingsvisie sturen we op samenhang tussen de vijf bewegingen. Die samenhang moet goed worden gemonitord. Daarvoor zetten we onder andere (ontwerpend) onderzoek en verkenningen in en voeren we botsproeven uit om de uitvoerbaarheid van ambities op stadsdeel- en wijkniveau in beeld te brengen. Voorop staat dat de ruimtelijke ingrepen die we willen uitvoeren bijdragen aan de kernkwaliteiten en identiteit van onze stad én metropool. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 100 In hoofdstuk 5.8 ‘Samenhang tussen de vijf bewegingen’ is een aangescherpte tekst opgenomen dat specifieker benoemd dat we met de omgevingsvisie willen sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen. We hebben in de omgevingsvisie oog voor de positieve en negatieve gevolgen van kennismigratie. Daarmee delen we de zorg die bij de indiener leeft. In de omgevingsvisie hebben we niet opgenomen dat we inzetten op het ongelimiteerd aantrekken van internationale bedrijven en expats.

Wel geven we aan dat er een nadrukkelijke opgave ligt om de arbeidsmigratie in goede banen te leiden. Deze opgave is concreet benoemd onder ‘Groeien in balans’ (pagina 49). Conclusie Al opgenomen in de visie

35

Niet alles kan Ingediend door OV051

Zienswijze De ambitie van het gemeentebestuur om de bestaande kwaliteiten van die leefomgeving te beschermen, te versterken en toekomstbestendig te maken, wordt door de indiener gedeeld. Toch is er een aantal zorgpunten, met name over de haalbaarheid van alle genoemde ambities in hun samenhang. Er zullen toch afwegingen en keuzes moeten worden gemaakt, want niet alles kan!

Antwoord In de omgevingsvisie stellen we dat de ambities en opgaven zoveel mogelijk integraal worden afgewogen. Uiteraard zullen we te maken krijgen met ambities en ruimteclaims die (gaan) botsen of strijdig met elkaar zijn. Deze schuurpunten komen op tafel zodra we aan de slag gaan met gebiedsvisies, gebiedsprogramma’s en (thematische) omgevingsprogramma’s. Met de omgevingsvisie sturen we op samenhang tussen de vijf bewegingen. Die samenhang moet goed worden gemonitord. Daarvoor zetten we onder andere (ontwerpend) onderzoek en verkenningen in en voeren we botsproeven uit om de uitvoerbaarheid van ambities op stadsdeel- en wijkniveau in beeld te brengen. Voorop staat dat de ruimtelijke ingrepen die we willen uitvoeren bijdragen aan de kernkwaliteiten en identiteit van onze stad én metropool. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 100 In hoofdstuk 5.8 ‘Samenhang tussen de vijf bewegingen’ is een aangescherpte tekst opgenomen dat specifieker benoemd dat we met de omgevingsvisie willen sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen.

OV071

Niet alles hoeft in Den Haag, want dit is namelijk in strijd met het concept van de 15 minuten stad. Voor wat betreft regionale en nationale voorzieningen mag dit niet leiden tot verschraling van het huidige rijke voorzieningenniveau. Inwoners hechten grote waarde aan hoogwaardige kwalitatieve voorzieningen. De ‘voor een dubbeltje op de eerste rang mentaliteit’ en daarmee te grote druk op publieke voorzieningen, weerspiegelt niet de gewenste kwaliteit die veel Hagenaars verwachten van hun leefomgeving. Vertel waar Den Haag de komende jaren wel op wil inzetten, om te inspireren en nieuw perspectief te bieden.

De indiener stelt hier een terecht aandachtspunt. De inzet van de Haagse Omgevingsvisie op het stimuleren van nabijheid (de 15 minuten-stad), betekent inderdaad niet dat alles in Den Haag hoeft. In beweging 1, ‘Thuis in een divers Den Haag’ geven we aan dat we sturen op het zoveel mogelijk clusteren en combineren van voorzieningen. In beweging 3, ‘Verstedelijking en bereikbaarheid in samenhang’ ondersteunen we het principe van de 15 minutenstad door te blijven inzetten op knooppuntontwikkeling. Zowel in de stad als op regionaal schaalniveau. Onder beweging 1 kan scherper worden neergezet dat het principe van de 15-minutenstad niet alleen voor Den Haag geldt, maar dat een goede bereikbaarheid van waardevolle plekken en

36

stedelijke voorzieningen ook noodzakelijk is op het schaalniveau van de Haagse metropool. Om op deze manier de (boven-) stedelijke functies zo optimaal mogelijk te benutten. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 67 In hoofdstuk 5.3 Beweging 1 ‘Maatschappelijke voorzieningen groeien mee met de bevolking’ is de tekst aangescherpt dat het principe van de 15-minutenstad niet alleen geldt voor Den Haag, maar dat goede bereikbaarheid van stedelijke voorzieningen ook noodzakelijk is op het schaalniveau van de Haagse metropool. OV061

Volgens artikel 21 van de Grondwet is de zorg van de overheid gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, dat vertaalt zich ook naar de zorg van de stedelijke overheid voor de leefbaarheid in onze wijken. De voorliggende visie gaat over de omgeving, het leefmilieu van de inwoners van onze stad. Hierin ontbreekt het volgens de indiener van de zienswijze echter aan een ondergrens voor wat nog aanvaardbaar is om voor een inwoner van onze stad nog te kunnen spreken van een aanvaardbaar leefmilieu.

Aan de hand van de Staat van de Leefomgeving (Hoe staat Den Haag er voor?) hebben we een zogenoemde foto gemaakt van de leefomgeving. Er is daarbij gekeken naar fysieke aspecten van de leefomgeving en sociale aspecten (hoe gaat het met onze inwoners). In deze staat is een zo neutraal mogelijke weergave te zien, zodat we weten waar we staan. Aan de hand van het opstellen van ambities hebben we uitspraken kunnen doen over gewenste ambities of doelbereik. Daarbij is een ‘ondergrens’ een rekbaar begrip. Voor sommige aspecten geldt een ondergrens in de vorm van een norm, zoals de WHO-norm (advieswaarde) voor luchtkwaliteit. Voor de afstand tot bepaalde maatschappelijke voorzieningen kan het wisselen wat een ondergrens is, of wat aanvaardbaar is. Met de omgevingsvisie willen we in beginsel voldoen aan de wettelijke criteria die zijn gesteld in de Omgevingswet ten aanzien van de zorgplicht voor de leefomgeving. Conclusie Niet overnemen

Meervoudig ruimtegebruik Ingediend door Zienswijze OV071

De indiener geeft aan meervoudig ruimtegebruik als kans te benutten. Er worden in de ontwerp omgevingsvisie belangrijke kansen gemist voor de fysieke omgeving belangrijke kansen, zoals plekken waar meervoudig ruimtegebruik een oplossing kan zijn voor de genoemde bewegingen. Dit gaat verder dan hubs,

Antwoord Het toepassen van meervoudig kijken én handelen wordt als principe nadrukkelijk genoemd bij het leggen van de ruimtelijke puzzel aan claims. Nu en in de toekomst. In hoofdstuk 5.8 Samenhang tussen de vijf bewegingen geven we onder dit principe aan dat ontwikkelingen met slechts één functie op één plek niet wenselijk zijn bij steeds schaarser

37

denk aan woningen boven trein/tramsporen, centrale parkeerplekken weggewerkt onder groen etc.

wordende ruimte in een stad die verder verdicht. Juist het toepassen van innovatieve oplossingen binnen meerdimensionaal ruimtegebruik is noodzakelijk in Den Haag. In de omgevingsvisie hebben we meerdere concrete plekken aangewezen waar we kansen zien voor het slechten van (infrastructuur-) barrières, gekoppeld aan mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling. Conclusie: Opgenomen in staand beleid

Beweging 1: Thuis in een divers Den Haag Bouwen aan vitale wijken Nabijheid van voorzieningen Ingediend door OV054

Zienswijze De indiener stelt dat het creëren van zorgwoningen voor ouderen helpt om de zorg door de dubbele vergrijzing, meer alleenwonenden en zorgbehoevende ouderen die een steeds hogere leeftijd bereiken, efficiënter te kunnen aanpakken. Ook voor minder draagkrachtigen. Wanneer deze woningen binnen 100-200 meter van winkels verwijderd zijn kunnen de ouderen langer zelfredzaam blijven. De indiener vraagt of er bij het realiseren van deze woningen rekening wordt gehouden met de nabijheid van voorzieningen zodat zelfredzaamheid zo lang mogelijk in stand kan worden gehouden.

Antwoord Wij onderschrijven het belang van het bevorderen van zelfredzaamheid van ouderen. Nabijheid van voorzieningen is hierin belangrijk. Op deze manier bouwen we namelijk aan vitale wijken voor iedereen. In de gebiedsgerichte uitwerking van de Woonzorgvisie kijken we naar geschikte en aantrekkelijke locaties voor seniorenwoningen. We kijken hierbij naar triple A (Arts, Apotheek, Albert Heijn) en de nabijheid van openbaar vervoer. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking

Toevoegen woningen aan bestaande voorraad Ingediend door OV021, O050, OV051, OV057, OV066, OV073

Zienswijze Om te voorzien in de grote woningbehoefte is het noodzakelijk om te kijken naar het toevoegen van woningen in bestaande wijken. Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door het realiseren van nieuwe woningen, optoppen, aanpakken leegstand of het splitsen van woningen. Over het toevoegen van woningen aan bestaande wijken zijn meerdere zienswijzen binnengekomen.

Antwoord Om te voorzien in de grote vraag naar woningen is het noodzakelijk om te kijken of er woningen kunnen worden toegevoegd aan de bestaande wijken. In de gebieden waar beperkte ruimte is, zoeken we naar (kleinschalige) mogelijkheden om te bouwen daar waar de behoefte ligt. Denk bijvoorbeeld aan wonen in combinatie met andere functies.

38

Er zijn zorgen over het aantasten van de ruimtelijke kwaliteit. In bepaalde wijken is er namelijk geen ruimte beschikbaar voor grootschalige toevoeging van woningen. Bij het optoppen wordt aangegeven dat er rekening moet worden gehouden van het stedenbouwkundig karakter van de wijken. Dit wordt beaamd, maar de vraag is wel op welke manier dit wordt geborgd. Een belangrijke vraag is in hoeverre optoppen bouwtechnisch ook echt realiseerbaar is, bijvoorbeeld omdat veel appartementencomplexen nu niet beschikken over een lift die dan zou moeten worden toegevoegd. Ook is het van belang om, vanwege het aanzicht van de wijk, niet losse appartementen op te toppen, maar hier een bredere stedenbouwkundige visie op te ontwikkelen per straat of wijk. Daarnaast wordt opgemerkt dat optoppen of aanbouwen in wijken ten koste kan gaan van de woonkwaliteit en groen, inclusief gevolgen voor flora en fauna en de bijzondere architectuur van de panden. Een alternatief kan zijn om meer te doen tegen leegstand of het opsplitsen van bestaande woningen. Leegstand ontstaat onder andere ook door speculatie door investeerders of het toenemende tweede woningbezit in bepaalde wijken. Deze woningen worden gebruikt als vakantiewoning, maar kunnen beter benut worden voor de Haagse woningzoekende.

Tenslotte ligt er het verzoek om te kijken naar het ongunstige systeem voor samenwonenden wat betreft uitkeringen en AOW’s. Deze bevorderen op dit moment niet het delen van woningen.

Optoppen kan ook een manier zijn om in de bestaande stad woningen toe te voegen en op die manier bij te dragen aan het terugdringen van het woningtekort. Zowel in de omgevingsvisie als in de recent vastgestelde Woonvisie Den Haag 2040 (RIS319812) is opgenomen dat we aan de slag gaan met het optoppen van woningen. Momenteel werkt de gemeente aan een ‘aanpak optoppen’ met bijbehorend onderzoek naar de kansen én aandachtspunten rondom onder andere het stedenbouwkundige karakter, bouw- technische (on-) mogelijkheden, flora en fauna en de mogelijkheden om een lift te plaatsen. Daarnaast werkt de gemeente aan een actualisatie van de Nota Voorraadbeleid. Deze actualisatie, de Nota Woningvoorraad, beschrijft regels rondom woningvorming (bouwkundig splitsen), omzettingen (kamerbewoning), hospitaverhuur en andere regels zoals toeristische verhuur, woningonttrekking, kadastraal splitsen, samenvoegen van woningen en de opkoopbescherming. We koppelen voorwaarden aan bijvoorbeeld woningvorming, omzetting en hospitaverhuur. Dit kan bijvoorbeeld leefbaarheid zijn. De Nota Woningvoorraad zal halverwege juli dit jaar ter inzage worden gelegd voor inspraak. Ook werkt de gemeente Den Haag aan een stevige aanpak van woningleegstand. De kernmaatregel is een leegstandsverordening met experimenteerruimte die naar verwachting per 1 januari 2026 ingaat.

Eigenaren worden dan verplicht om leegstand te melden. Vervolgens stimuleren we via leegstandsoverleg hergebruik en kunnen we, als dat nodig is, handhaven. In de uitwerking van de omgevingsvisie in gebiedsvisies per stadsdeel wordt nader gekeken naar de karakteristieken van de wijk en op welke manier het beste woningen kunnen worden toegevoegd. Wat het ongunstige uitkeringssysteem voor samenwonenden betreft, pleiten wij al langere tijd voor het aanpassen van wet- en regelgeving van de nationale overheid. Conclusie Opgenomen in de visie

39

OV073

Het toevoegen van woningen op de bestaande bouw (optoppen) kan de bevolking doen groeien, maar ook de overlast op straten doen toenemen. Zoals meer auto’s en meer fietsen gestald op de trottoirs. Wat voor invloed heeft dit op de bereikbaarheid?

De groei van de stad heeft veel effect op het ruimtegebruik voor mobiliteit. Dit is ook waarom er voor de toekomst op een andere manier over mobiliteit in de stad nagedacht wordt. Door het beter faciliteren van lopen, fietsen en openbaar vervoer en het creëren van nabijheid, door verdichting en functiemenging, zal de noodzaak voor het bezit en gebruik van de auto afnemen. De vrijkomende ruimte kan dan gebruikt worden voor meer schone, actieve en ruimte efficiënte soorten van vervoer. Doordat er dan veel minder korte autoritten in de stad gemaakt worden zal de veiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid verbeteren. In de Concept Netwerkstrategie 2040, waarvan de hoofdlijnen in de omgevingsvisie zijn opgenomen, is meer in detail te lezen hoe de gemeente dit denkt te bereiken. Conclusie Opgenomen in staand beleid

Realiseren van een gemixt woningaanbod Ingediend door OV065

Zienswijze De indiener geeft aan dat wanneer woningen worden toegevoegd aan bestaande wijken, er aandacht moet zijn voor het realiseren van een gemixt woningaanbod. In de omgevingsvisie is het beleid vooral gefocust op het toevoegen van betaalbare sociale en middel dure huurwoningen. In sommige wijken, waaronder Leidschenveen, is het belangrijk om ook te kijken naar het toevoegen van koopappartementen. Op deze manier ontstaat er volgens de indiener een goede mix aan type woningen in de wijk. Dit komt ook ten goede aan een betere doorstroming binnen de wijk. Bij een goed evenwicht wordt daarnaast rekening gehouden met de leefbaarheid voor de bewoners en de directe omgeving, waarbij vooral de resulterende bewonersdichtheid leidend moet zijn.

Antwoord Er is een grote behoefte aan betaalbare woningen, vandaar dat binnen de Woonvisie vooral ook de nadruk ligt op het realiseren van betaalbare woningen (waaronder sociale en middel dure huurwoningen). Wij zijn het met de indiener eens dat het belangrijk is om een goede menging in bestaande wijken te realiseren. Het uitgangspunt is om de doorstroming te verhogen. Er zal dus ook aandacht zijn voor koopappartementen in zowel het betaalbare als duurdere segment, zodat er een goede balans ontstaat per gebied en de doorstroming op gang komt. Per wijk zal hier een goede balans in gevonden moeten worden waarbij het borgen van de leefbaarheid een belangrijk uitgangspunt is. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking

Leefbaar en betaalbaar Ingediend door OV067

Zienswijze De voorwaarde wordt gesteld dat bij meer woningbouw en verdichting in Den Haag, er een sociaal eerlijk resultaat ligt. Dit betekent dat de woningen in de meer verdichte gebieden

Antwoord De Woonvisie heeft 4 belangrijke opgaven. Eén daarvan is het woningtekort wegwerken met nieuwbouw en door bestaande bouw beter te benutten, bijvoorbeeld door een extra verdieping op een flat of woning te zetten.

40

betaalbaar zijn en de stad leefbaar is, ook voor lagere inkomens.

OV074

De groei van het aantal woningen in de stad moet samengaan met het versterken van wijken, door het doelbewust sturen op draagkrachtige bewoners in kwetsbare wijken en minder draagkrachtige of kwetsbare bewoners in de sterkere wijken. De indiener vraagt daarbij aandacht voor het aantrekken van de benodigde arbeidskrachten. Genoemd worden de, voor de economische topmilieus en internationale zone benodigde specifieke arbeidskrachten, alsmede IT-ers, zorgmedewerkers, onderwijzend personeel en wat Den Haag verder echt nodig heeft voor groei in balans. Gesteld wordt dat de woonwensen van en de verdeling van woningen voor deze groepen verdienen nader onderzoek en uitwerking verdienen in een concrete programmering en aanpak.

Hierbij krijgt de bouw van goedkope en middel dure woningen voorrang. Mensen met een laag of gemiddeld inkomen krijgen zo de meeste kans op een passende woning. Betaalbare en kleinere woningen worden overal in de stad gebouwd. Het realiseren van een leefbare stad, ook voor lage inkomens, is hierin een belangrijk uitgangspunt. Conclusie Opgenomen in staand beleid Het aantrekken van de benodigde arbeidskrachten vraagt inderdaad aandacht en nader onderzoek. Zowel in relatie tot de tekorten aan deze werknemers, als om bij te dragen aan de draagkracht van wijken. De indiener belicht daarmee een belangrijk aspect voor het bouwen aan vitale wijken en voor de economische vitaliteit van de stad. In de Woonvisie 2040 komt dit aandachtspunt aan de orde in “Actielijn 6: Vitale beroepsgroepen kunnen wonen in de stad”. Vitale beroepsgroepen zijn beroepsgroepen waar een tekort aan is en die belangrijk zijn voor het functioneren van de stad. Daarbij gaat het om beroepsgroepen zoals leraren, politieagenten, verpleegkundigen, monteurs van zonnepanelen en loodgieters. De gemeente geeft daarbij aan dat ze extra aandacht besteed om deze doelgroep in de stad te kunnen huisvesten. Bijvoorbeeld door afspraken te maken met marktpartijen over de huisvesting van deze doelgroepen in de middel dure huursector. Wij steunen deze oproep van de indiener, die in lijn is met de Woonvisie 2040.

We zullen deze inzet ook kort benoemen in de omgevingsvisie. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 65 In hoofdstuk 5.3 Thuis in een divers Den Haag onder ‘Bouwen aan vitale wijken’ wordt de tekst aangevuld met de inzet van de gemeente wat betreft de huisvesting van vitale beroepsgroepen.

Dakloosheid Ingediend door OV040

Zienswijze In de zienswijze wordt aangegeven dat het voor (dreigend) dakloze mensen nu en in de toekomst van belang is dat er

Antwoord In december 2024 is de nieuwe Woonvisie “Wonen in een stad in balans” (RIS319812) vastgesteld door de gemeenteraad. Met deze Woonvisie

41

voldoende betaalbare en passende woonruimte beschikbaar is. Dakloosheid is immers een woonprobleem. Voldoende betaalbare woningen werkt preventief want het voorkomt dakloosheid. De indiener stelt dat de aandacht voor het grote tekort aan woningen en de daardoor sterk toegenomen dakloosheid in de ontwerp Omgevingsvisie nogal karig is. In artikel 22, tweede lid, van de Grondwet is de zorg van de overheid voor voldoende woongelegenheid verankerd. Volgens de memorie van toelichting moet het beleid erop gericht zijn, dat slechts in noodgevallen een situatie van onvoldoende wooneenheden mag bestaan. Dit zou dan ook topprioriteit in het beleid moeten te zijn. Daarnaast stelt de indiener voor om de volgende zaken op te nemen in de Omgevingsvisie: De aanpak van dakloosheid heeft prioriteit in het woonbeleid. Er wordt een vast hoog percentage plekken gereserveerd voor mensen die dakloos zijn of anderszins in precaire huisvesting wonen. Leegstand in een tijd van wooncrisis is onacceptabel. Daarom voeren we, in navolging van Utrecht en Amsterdam, een (nieuwe) vergaande leegstandverordening in. Voor mensen die vanwege hun gedrag niet kunnen en willen wonen in een reguliere woning zorgen we voor alternatieve huisvesting, zoals Skaeve Huse. Dit vermindert overlast. We zetten alles op alles om huisuitzettingen te voorkomen. We zorgen voor fatsoenlijke huisvesting van arbeidsmigranten.

neemt de gemeente Den Haag een stevige regierol op volkshuisvesting. Dit betekent een omslag in denken en doen ten opzichte van de vorige Woonvisie (Woonvisie Den Haag 2017-2030, RIS 296833). De nieuwe koers richt zich op meer publieke sturing bij nieuwbouw, de kwaliteit van de woningvoorraad en duurzaamheid. Dit sluit aan bij de oproep om volkshuisvesting als prioriteit te zien. Met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel Versterking Regie Volkshuisvesting zal de juridische verankering van de Woonvisie veranderen. De verantwoordelijkheid gaat over van de Woningwet naar de Omgevingswet, waardoor de Woonvisie een volkshuisvestingsprogramma wordt onder de omgevingsvisie. Bij de totstandkoming van de Woonvisie is al zoveel mogelijk rekening gehouden met de inhoudelijke eisen van deze nieuwe wet, ondanks dat deze nog niet is vastgesteld. De Haagse Omgevingsvisie vormt de gemeentelijke overkoepelende visie op ruimte en de woon- en leefomgeving en beschrijft de ontwikkelrichting voor Den Haag richting 2050. Aangezien de omgevingsvisie een breed scala aan thema’s behandelt, waaronder milieu, infrastructuur, verkeer en erfgoed, is wonen één van de vele onderwerpen.

In de omgevingsvisie worden de kaders op het gebied van wonen die zich richten op de bouw van meer woningen die inspelen op de bevolkingsgroei, betaalbaarheid en een efficiënter gebruik van de beschikbare ruimte in de stad bevestigd. Dit omvat zowel nieuwbouw als het beter benutten van de bestaande woningvoorraad, inclusief het tegengaan van leegstand. De uitwerking hiervan in het Volkshuisvestingsprogramma en de Woonvisie zal uiteindelijk onderdeel gaan vormen van de omgevingsvisie via het Volkshuisvestingsprogramma. Met betrekking tot de aangedragen punten in de zienswijze: • Aanpak van dakloosheid als prioriteit in het woonbeleid: Dit is een belangrijk speerpunt in de Woonvisie en ook de Woonzorgvisie die momenteel wordt opgesteld. De gemeente zet zich in om huisuitzettingen te voorkomen en om structurele oplossingen te vinden voor dak- en thuisloosheid. De Woonzorgvisie gaat hier nader op in, evenals huisvesting van alle aandachtsgroepen met waar nodig goede zorg, begeleiding en ondersteuning.

42

•

•

Leegstand en regulering: De gemeente gaat aan de slag met een leegstandsverordening, in navolging van andere steden zoals Utrecht en Amsterdam. Arbeidsmigranten: Ook bevat de Woonvisie concrete maatregelen om fatsoenlijke huisvesting voor arbeidsmigranten te waarborgen.

Conclusie Wijziging in de visie op pagina 47 In hoofdstuk 4.3 Opgave 2 – Groeien in Balans onder ‘Opgaven woningvoorraad’ is de tekst aangescherpt en is er meer aandacht besteed aan dakloosheid als opgave.

Reguleren grootte van woningen Ingediend door OV077

Zienswijze De indiener verzoekt in haar zienswijze ten aanzien van de grootte van de woningen, deze te monitoren, te reguleren en voorwaarden te stellen.

Antwoord Met de omgevingsvisie bevestigen we de speerpunten uit de Woonvisie 2040. Het gaat om betaalbaar (ver) bouwen in alle delen van de stad, passende huisvesting voor aandachtsgroepen, toekomstbestendige duurzame woningen en woonomgeving en vitale en leefbare wijken. Daarbij wordt gestuurd op het voorkomen van te veel kleine woningen. Ook wordt de mogelijkheid verkend om te sturen op een minimaal aandeel grotere woningen per nieuwbouwproject. Wij zijn het met de indiener eens aandacht te behouden voor monitoring. Conclusie Opgenomen in staand beleid

Tegengaan segregatie Ongelijk investeren voor gelijke kansen Ingediend door OV026

Zienswijze De indiener geeft aan dat het principe “Ongelijk investeren voor gelijke kansen”, een belangrijk onderwerp is. Dit kan zeker worden onderschreven, en is al lang van toepassing. Tot nu toe heeft dit te weinig resultaat opgeleverd. De indiener vraagt zich af wat we richting 2050 anders gaan doen, welke ambities daarbinnen het belangrijkste zijn, op welke wijze deze ambities

Antwoord De gemeente stelt een samenhangende aanpak voor van bestaanszekerheid en kansengelijkheid (inkomen, wonen, gezondheid, maatschappelijke participatie, werk, onderwijs/scholing, dienstverlening, en veiligheid) door middel van gelijk oplopen van economische investeringen met sociale kansen voor groepen die deze nu niet krijgen. Het gaat om het doorbreken van de vicieuze cirkel tussen armoede en

43

hard te maken zijn en welke nieuwe middelen kunnen worden ingezet.

slechte economische positie van specifieke groepen. Gelijke kansen vraagt om ongelijke behandeling: extra en andere inzet op inwoners die dit het hardste nodig hebben. Specifiek beleid in plaats van generiek, zo vroeg mogelijk in het leven investeren in inwoners die dit het hardste nodig hebben, borgen van bestaanszekerheid en terugdringen van gezondheidsverschillen. Conclusie Opgenomen in staand beleid

Maatschappelijke voorzieningen groeien mee met de bevolking Realiseren van voorzieningen Ingediend door OV042

Zienswijze In de zienswijze wordt aangegeven dat ondanks de wooncrisis, Nederland en Europa gelijktijdig bezig zijn met het verbeteren van de economische concurrentiepositie. Daarvoor wordt ruimte gezocht voor bedrijven en economische functies waaronder ook GDV/PDV. Ook de gemeente Den Haag werkt volgens de indiener hard aan de ontwikkeling van nieuwe woonwijken om aan de groeiende vraag naar huisvesting te voldoen. Echter, er zijn zorgen dat deze inspanningen ten koste gaan van essentiële voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het welzijn en de aantrekkelijkheid van de stad. Denk hierbij aan winkels, retail, horecagelegenheden en andere leisure voorzieningen die bijdragen aan de leefbaarheid van een stedelijk gebied.

Antwoord Een goede balans tussen het wonen en de noodzakelijke, bijbehorende voorzieningen staat ook bij ons hoog op de agenda. Dit belang hebben we daarom ook bevestigd met de strategische keuze om maatschappelijke voorzieningen mee te laten groeien met het aantal inwoners. Dit vertalen we in de zorg voor een goede verdeling van scholen, sportmogelijkheden, ruimte voor cultuur, zorg- en welzijnsinstellingen, winkels en ontmoetingsplekken over de stad. Wanneer het specifiek GDV/PDV betreft, past de traditionele woonboulevard, op autobereikbaarheid ingericht, niet langer in Den Haag (dus ook niet in Laakhavens waar een aangepast concept wordt gerealiseerd). Maar een concentratie van woonwinkels is voor Den Haag wel gewenst, zeker (of mogelijk) in combinatie met de circulaire opgaven. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 65 In hoofdstuk 5.3 Beweging 1 onder ‘Meerkernige ontwikkeling’ is de tekst aangepast en is aandacht besteed aan (grootschalige) perifere detailhandel.

OV054

De indiener vraagt of de gemeente een actief vestigingsbeleid gaat voeren dat ervoor zorgt dat de basisvoorzieningen wat betreft winkels, horeca, brede bibliotheek en overige cultuur en maatschappelijke en andere zorg, etc. op meerdere plaatsen in

In algemene zin willen we met de omgevingsvisie sturen op meer samenhang tussen verstedelijking en bereikbaarheid. Onder andere door knooppuntontwikkeling combineren we woningen en andere (basis-) voorzieningen met een betere bereikbaarheid. Zo houden we de afstanden

44

de wijken aanwezig zijn om de noodzaak voor mobiliteit sterk te verminderen. Als de voorzieningen tekortschieten, zal het aantal verkeersbewegingen namelijk toenemen. Het aantal inwoners zal in de komende decennia aanzienlijk groeien. Als deze inwoners voor de genoemde voorzieningen heen en weer naar andere delen van de stad moeten reizen, zal het aantal verkeersbewegingen sterk toenemen.

tot de belangrijkste bestemmingen zo klein mogelijk en wordt het meer vanzelfsprekend om te voet, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen. Om specifiek in te gaan op (actief) vestigingsbeleid, is het stimuleringsbeleid erop gericht Den Haag als winkelstad voor consument en ondernemer zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Binnen de huidige marktomstandigheden kunnen niet alle winkels en winkelgebieden overeind blijven. Den Haag zet daarom in op concentratie van de winkels met als doel het behoud en/of versterking van vitale en levendige winkelgebieden met voldoende toekomstperspectief. In Benoordenhout zijn dit de Theresiastraat, Van Hoytemastraat en Weissenbruchstraat. Gemeenten zijn daarnaast vanaf 2027 wettelijk verplicht om ervoor te zorgen dat iedere inwoner binnen een redelijke afstand toegang heeft tot een volwaardige openbare bibliotheek. De komende jaren wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een permanente locatie voor de bibliotheek in Benoordenhout. Ook voor de overige maatschappelijke voorzieningen geldt het uitgangspunt dat maatschappelijke voorzieningen moeten meegroeien met de bevolking. Deze strategische keuze hebben we geformuleerd onder beweging 1.

OV077

De indiener geeft aan dat er eerst gezorgd moet worden voor de voorzieningen en het groen, voordat er ergens gebouwd wordt.

Conclusie Opgenomen in staand beleid De zienswijze is contrair met de uitgangspunten in de omgevingsvisie. Met de omgevingsvisie sturen we namelijk op het beter benutten van de bestaande stad met de bijbehorende (stedelijke) voorzieningen. Onder beweging 1 ‘Thuis in divers Den Haag’ hebben we de strategische keuze gemaakt dat maatschappelijke voorzieningen moeten meegroeien met het aantal inwoners. Dat betekent dat we gaan zorgen voor een goede verdeling van scholen, sportmogelijkheden, ruimte voor cultuur, zorg- en welzijnsinstellingen, winkels en ontmoetingsplekken over de stad. Ook hebben we in de omgevingsvisie opgenomen dat we het aanbod van maatschappelijke voorzieningen zullen monitoren en er actief op gaan sturen dat dit aanbod meegroeit met de bevolking. Conclusie Niet overnemen

45

Religieuze voorzieningen Ingediend door OV055

Zienswijze De indiener verzoekt de gemeente om in de definitieve omgevingsvisie expliciet rekening te houden met de behoeften van religieuze gemeenschappen. Dit kan door structurele ruimtelijke planning; bij nieuwe stadsontwikkelingen en herstructureringen zal er ruimte gereserveerd moeten worden voor religieuze en gemeenschapsvoorzieningen. Verder wordt aangegeven dat de ontwerp omgevingsvisie de diversiteit van Den Haag erkent, maar weinig concrete handvatten geeft om hiermee planmatig om te gaan. De visie benoemt segregatie als probleem en wijst op verschillen in inkomen, opleiding en afkomst die ruimtelijke scheiding veroorzaken. Ook wordt de verwachte bevolkingsgroei (643.000 tot 674.000 inwoners in 2050) genoemd, mede voor natuurlijke aanwas en buitenlandse migratie. Echter, hoe deze groei zich vertaalt naar beleid rondom religieuze en sociale voorzieningen blijft voor de indiener onduidelijk.

Antwoord Naast zorg- en welzijnspartners, vervullen levensbeschouwelijke en religieuze instellingen een grote maatschappelijke functie. Hoe de groei van de bevolking zich vertaalt naar de groei van religieuze en levensbeschouwelijke organisaties en de daaraan gekoppelde ruimtevraag is niet te voorspellen. De wens waar religieuze en levensbeschouwelijke organisaties willen vestigen en het volume dat wordt gevraagd hangt namelijk sterk af van de initiatiefnemers en hun financiële mogelijkheden. We gebruiken richtinggevende normen om ruimte te reserveren voor voorzieningen waarvan de behoefte goed te relateren is aan het aantal inwoners in een wijk. Voor de maatschappelijke functies, waar deze relatie niet is vast te leggen, zoals gebedshuizen, gelden geen richtinggevende normen, maar een “nadenkplicht” om deze in de voorzieningenprogramma’s mee te nemen. De voorzieningenprogramma’s worden bij gebiedsontwikkelingen opgesteld. Inwoners, bedrijven en maatschappelijke (religieuze) organisaties hebben verschillende ervaringen en inzichten die waardevol zijn bij gebiedsontwikkeling. Met het oog op een completer beeld van de behoeften en belangen in de leefomgeving betrekt de gemeente hen bij het opstellen van de gebiedsvisies en gebiedsprogramma’s. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking

Sportvoorzieningen Ingediend door OV027

Zienswijze In de zienswijze wordt aangegeven dat Den Haag een groeiende stad is waarbij de voorzieningen mee moeten groeien om de stad leefbaar te houden. Uit bewonersparticipatie, waaronder enquêtes en raadplegingen ten behoeve van wijkagenda’s en ontwikkelingsprojecten, blijkt dat bewoners voldoende beweegaanbod in de buurt willen hebben. De ontwerp omgevingsvisie geeft als uitgangspunt dat de ‘Richtinggevende Normen Maatschappelijke Voorzieningen en Groen’ worden gebruikt om te bepalen welk voorzieningenniveau voldoende is.

Antwoord Gelijke kansen vragen om ongelijke behandeling: extra en andere inzet op inwoners die meer ondersteuning nodig hebben. Specifiek beleid in plaats van generiek, zo vroeg mogelijk in het leven investeren in inwoners die dit het hardste nodig hebben, borgen van bestaanszekerheid en terugdringen van gezondheidsverschillen. In het ruimtelijk domein betekent dit onder andere aandacht voor een sportieve, beweegvriendelijke inrichting van de openbare ruimte en voldoende ruimte voor werk. Wij passen de richtinggevende normen toe en concretiseren deze vanaf de start van

46

OV027

OV027

De indiener is positief over het gebruik van deze normering als uitgangspunt bij stedelijke ontwikkelingen en vraagt aandacht voor de toepassing en concretisering hiervan vanaf de start van (gebieds-) ontwikkelprojecten. Bij voorkeur is dit een bindende norm, passend bij de wens van bewoners om sport- en beweegvoorzieningen in de buurt te realiseren om de leefbaarheid te vergroten. Aandacht wordt in de zienswijze gevraagd voor de toegankelijkheid en bereikbaarheid van sportvoorzieningen voor alle inwoners en bezoekers. Waaronder mensen met een beperking en bezoekers van buiten de stad. Onder goede bereikbaarheid wordt verstaan dat de sportvoorzieningen op een veilige, toegankelijke en betaalbare wijze te bereiken zijn, inclusief parkeren. Voldoende en goed bereikbare sportaccommodaties zijn essentieel voor de toekomstbestendigheid van sportverenigingen en de inzet van vrijwilligers. Daarnaast wordt in de zienswijze aandacht gevraagd voor het efficiënt gebruiken van de sportvoorzieningen, waaronder de openstelling van sportvoorzieningen op andere tijden en voor andere doelgroepen naast het gebruik door sportverenigingen. Inherent hieraan vraagt dit een andere wijze van beheer van sportaccommodaties waarbij de gemeente een belangrijke rol speelt.

De gemeente heeft met de omgevingsvisie het doel om regie te nemen op de schaarse ruimte door middel van strategische keuzes waarbij een integrale afweging plaatsvindt. Met name de strategische keuzes om ‘beweging en sport centraal te stellen bij de inrichting van straten en pleinen’ en ‘te zorgen voor een goede verdeling van sportmogelijkheden over de stad’ zijn belangrijke ankers in de omgevingsvisie voor een vitale stad. De indiener hecht veel waarde aan een integrale benadering vanaf de start van stedelijke ontwikkelingsprojecten. Daarom wordt al jaren gepleit voor ontschotting van de verschillende domeinen (o.a. sport, welzijn, jeugd, onderwijs, zorg, stedelijke

(gebieds-) ontwikkelprojecten. Maar wij zullen de richtinggevende normen niet als bindende norm toepassen. Conclusie Opgenomen in staand beleid

Wij benadrukken de extra aandacht voor de toegankelijkheid en bereikbaarheid van sportvoorzieningen voor alle inwoners en bewoners. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 68 In hoofdstuk 5.3 Beweging 1 ‘Gezonde, aantrekkelijke en veilige openbare ruimtes die verbinden’ is aanvullend benoemd dat we ons inzetten om sport aantrekkelijk, toegankelijk en bereikbaar te maken voor zoveel mogelijk Hagenaars.

Het aanbod voor sport en bewegen maakt deel uit van het voorzieningenaanbod. Het uitgangspunt is dat het voorzieningenaanbod gelijke tred houdt met de demografische ontwikkeling van de Haagse regio. Dit is voorwaardelijk voor nieuwe ontwikkelingen in Den Haag (p.67 ontwerp omgevingsvisie). Een integrale benadering is gezien de toenemende druk op de ruimte een voorwaarde om de ambities van de omgevingsvisie waar te maken. We kiezen ervoor om de komende jaren gebiedsvisies per stadsdeel te maken met een integrale, gebiedsgerichte benadering. Met betrekking tot het punt van ontschotting. In de ontwerp omgevingsvisie geven we aan (p. 171 naar een ander investeringsmodel) dat het noodzakelijk is verkokering en versnippering van (sectorale) geldstromen

47

ontwikkeling en buitenruimte) binnen de gemeente. In de praktijk blijkt echter dat het thema sport en bewegen vaak niet meteen integraal wordt meegenomen bij nieuwe ontwikkelingen. Dit moet dan achteraf worden hersteld, wat leidt tot suboptimale oplossingen voor zowel sportvoorzieningen waar sportverenigingen gebruik van maken, als voor sport en bewegen in de openbare ruimte. Voorzieningen in de regio Ingediend door Zienswijze OV033 De indiener geeft in de zienswijze aan dat de grote (regionale) bouwopgave ertoe leidt dat er dringende behoefte is aan extra voorzieningen en infrastructuur. Deze zijn essentieel voor het waarborgen van de leefbaarheid. Verzocht wordt om gezamenlijk de impact van transformatie- en verdichtingsopgaven op de voorzieningen aan beide zijden van de gemeentegrens te onderzoeken, met bijzondere aandacht voor de ontwikkelingen in de Binckhorst en bij station Laan van NOI en station Mariahoeve. Dit onderzoek is volgens de indiener essentieel om niet alleen een evenwichtige groei en een hoogwaardige leefomgeving te waarborgen, maar ook om de regio in staat te stellen de kansen van nieuwe stedelijke ontwikkelingen optimaal te benutten.

tegen te gaan, als we onze ambities willen realiseren. Op het niveau van de gebiedsvisie of omgevingsprogramma is het als eerste stap dan belangrijk om de investeringsruimte in beeld te brengen. De indiener geeft de relevante domeinen aan waarvoor dit in ieder geval geldt. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking Antwoord Wij steunen het verzoek van de gemeente Leidschendam-Voorburg om gezamenlijk de impact van transformatie- en verdichtingsopgaven op de voorzieningen aan beide zijden van de gemeentegrens te onderzoeken. Een goede afstemming over het huidige én toekomstige ruimtelijk programma van gewenste en noodzakelijke voorzieningen is noodzakelijk om nieuwe stedelijke ontwikkelingen optimaal te benutten. Zo voorkomen we onnodige maatschappelijke kosten. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 161 In hoofdstuk 7.2 Sturing door de gemeente onder ‘We investeren in de volgende strategische samenwerkingen, beweging Thuis is een divers Den Haag’ is de samenwerking met Leidschendam-Voorburg toegevoegd op het gebied van programmering van voorzieningen langs de gemeentegrenzen.

Schonere en stillere stad Relaxte stad Ingediend door

Zienswijze

Antwoord

48

OV018

De indiener steunt de ambitie om een stillere en schonere stad na te streven. Daarbij wordt het idee van de relaxte stad geopperd. Een groene stad, met vooral wandelende, fietsende en OV-ende mensen. Met grote parkeerplaatsen aan de rand van de stad à la Venetië (of futuristische San Gimignanoachtige parkeertorens) waar bewoners/werknemers hun auto's parkeren en dan met OV doorreizen naar hun huizen en kantoren. Met een groot verkoelend boombladerendek à la Berlijn en grachten en plantsoenen die het water absorberen bij regen.

De strategische keuze om in te zetten op een schonere en stillere stad is een voorwaarde om tot een stad te komen waar iedereen zich thuis voelt. Ook is een schonere en stillere stad belangrijk om invulling te kunnen geven aan de groene metropool aan zee. Er ligt hier overigens een serieuze uitdaging om dit uitgangspunt te verenigen met de groei van de Haagse metropool. Daarom zal de groei hand in hand moeten gaan met het stapsgewijs verbeteren van de leefomgevingskwaliteit.

Zienswijze De indieners verzoeken de gemeente om een visie op het stoken van biomassa toe te voegen, een schets toe te voegen van het beleid ten aanzien van het gebruik van hout en biomassa en een voorstel toe te voegen voor maatregelen en de handhaving daarvan om de schadelijke effecten te beperken. Houtstook heeft zich namelijk in de afgelopen 20 jaar ontwikkeld tot een van de belangrijkste stedelijke bronnen van stikstof. Houtstook in een drukke stedelijke omgeving is bovendien dikwijls oorzaak van sociale conflicten. Het stadsbestuur is daarbij de eerstverantwoordelijke in het reguleren van houtstookoverlast. In het Omgevingseffectrapport wordt aanbevolen gericht beleid op houtstook op te stellen in gebieden waar dit een knelpunt vormt, zoals wijken van Leidschenveen-Ypenburg, wegens luchtkwaliteit en geurhinder.

Antwoord In de ontwerp omgevingsvisie wordt de noodzaak van het terugdringen van de blootstelling aan luchtverontreiniging erkend. De gemeente werkt daartoe aan de structurele verbetering van de luchtkwaliteit door brongerichte maatregelen, samen met inwoners en (regionale) partners, en houdt daarbij de WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit aan (Strategische keuze ‘Schonere en stillere stad’). Onderdeel van die brongerichte maatregelen is ook het terugdringen van houtstook, één van de belangrijkste lokale bronnen van luchtverontreiniging. We zullen dit in de definitieve omgevingsvisie expliciet benoemen. Daarnaast stellen we in hoofdstuk 7.5 voor een nieuw Integraal Haags Milieuprogramma uit te werken. Hierin zullen we het onderwerp houtstook ook betrekken. In dit programma wordt ook gekeken hoe specifieke knelpunten in de stad op het gebied van lucht (waaronder houtstook) kunnen worden aangepakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15787083/1