RIS322469 Bijlage 2 Nota van Beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie en advies Commissie mer Omgevingseffectrapport def
Tekst van het document
Strekt ter vervanging
1
2
Inhoudsopgave
Beweging 1: Thuis in een divers Den Haag ................................. 38 Bouwen aan vitale wijken ............................................................38
Leeswijzer .................................................................................... 7
Tegengaan segregatie ................................................................. 43
Samenvatting ...............................................................................8
Maatschappelijke voorzieningen groeien mee met de bevolking....44
Lijst met binnengekomen zienswijzen op de ontwerp Omgevingsvisie .......................................................................... 12
Schonere en stillere stad .............................................................48
Zienswijzen op het ontwerp Omgevingseffectrapport ................... 13
Bescherming cultureel erfgoed, versterken stedenbouwkundige samenhang.................................................................................51
Algemeen................................................................................ 16
Gezond en veilig ..........................................................................59
Proces opstellen Omgevingsvisie ................................................ 16
Specifieke thema’s .....................................................................62
Algemene opmerkingen .............................................................. 17
Beweging 2: Ruimte voor groen en water ................................... 63
Toelichting legenda Omgevingsvisiekaart .................................... 23
Complimenten............................................................................63
Schaalniveau Omgevingsvisie ..................................................... 24
Algemeen ................................................................................... 64
Ideeën niet Fysieke leefomgeving ................................................ 25
Beschermen, versterken en uitbreiden van de SGH ......................68
Introductie Omgevingsvisie ...................................................... 25
Vergroenen tot op straat en pleinniveau .......................................78
Leidende principes ..................................................................... 25
Duinen groeien mee met de zee ...................................................83
Analyse ................................................................................... 26
Focus op strategische groenprojecten .........................................85
Analyse over Den Haag ............................................................... 26
Specifieke thema’s .....................................................................86
Den Haag in de wereld ................................................................ 27
Beweging 3: Verstedelijking en bereikbaarheid in samenhang .... 93
De Visie .................................................................................. 28
Complimenten............................................................................93
Thuis in een groene Metropool aan Zee ........................................ 28
Een bouwtempo dat past bij de Haagse metropool ....................... 94
Samenhang ................................................................................ 33
Bouwen en verbouwen in de hele stad .........................................97
Groeien in Balans ....................................................................... 35
Knooppuntontwikkeling – zorgen voor nabijheid ......................... 100
Niet alles kan .............................................................................. 36
Mobiliteitstransitie op stedelijk en regionaal niveau ................... 101 3
Stedelijke distributie ................................................................. 112
Stadsdeel Centrum ................................................................... 155
Vlietzone .................................................................................. 112
Stadsdeel Escamp .................................................................... 157
Afvalcluster .............................................................................. 115
Stadsdeel Haagse Hout............................................................. 159
Specifieke thema’s ................................................................... 118
Stadsdeel Laak ......................................................................... 162
Beweging 4: Ruimte voor Kennis en Kunde ............................... 128
Stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg .......................................... 164
Complimenten ......................................................................... 128
Stadsdeel Loosduinen .............................................................. 170
Algemeen ................................................................................. 128
Stadsdeel Scheveningen ........................................................... 173
Bestuur recht en vrede: economische pijlers onder de Haagse metropool ................................................................................ 129
Stadsdeel Segbroek .................................................................. 182 Realisatiestrategie ................................................................. 182
Investeren in Onderwijs............................................................. 131
Regie voeren ............................................................................. 182
Meer en bereikbare werklocaties ............................................... 132
Sturing door de gemeente ......................................................... 184
Regionale context ..................................................................... 134
Samenwerking .......................................................................... 188
Circulaire Economie ................................................................. 135
Sturing in het omgevingsplan ..................................................... 192
Detailhandel ............................................................................. 138
Bekostigingsstrategie ................................................................ 195
Specifieke thema’s ................................................................... 139
Faseringsbeeld ......................................................................... 196
Beweging 5: Basissystemen op orde ....................................... 144
Levende omgevingsvisie ............................................................ 197
Energietransitie: warmte en elektriciteit ..................................... 144
Aandachtspunten tijdens uitvoering .......................................... 199
Warmte .................................................................................... 145
Uitwerking gebiedsvisies per stadsdeel...................................... 199
Elektriciteit ............................................................................... 147
Uitwerking thematische programma’s ....................................... 200
Een robuust watersysteem ........................................................ 151
Uitwerking gebiedsprogramma’s ............................................... 202
Ruimte voor toekomstige drinkwaterbehoefte ............................ 152
Betrokkenheid verdere uitwerking .............................................. 203
Regie op de ondergrond ............................................................ 154
Realisatie overig........................................................................ 204
Stadsdelen ........................................................................... 155
Omgevingseffectrapport......................................................... 206 4
Complimenten ...................................................................... 216 Inleiding en leeswijzer ............................................................... 249 Advies Commissie MER............................................................. 249
5
Deel A Introductie en samenvatting
6
Voor u ligt de ‘Nota van Beantwoording zienswijzen Omgevingsvisie Den Haag 2050 en advies Commissie mer Omgevingseffectrapport’. Het ontwerp is op 27 januari 2025 vrijgegeven voor zienswijzen door het college van burgemeester en wethouders. Tot en met 9 maart dit jaar was er gelegenheid voor iedereen om te reageren op het ontwerp. Tijdens deze periode was de ontwerp Omgevingsvisie en het bijbehorende Omgevingseffectrapport (OER) voor iedereen op internet te raadplegen. Ook lagen er gedrukte exemplaren op het stadhuis. In deze Nota van Beantwoording leest u welke zienswijzen zijn binnengekomen, met daarbij de beantwoording van het college. Ook is in deze nota aangegeven welke wijzigingen we hebben overgenomen en zijn verwerkt in een definitieve versie van de omgevingsvisie. De Nota van Beantwoording maakt onderdeel uit van de stukken ter definitieve vaststelling van de Omgevingsvisie Den Haag 2050. De zienswijzen zijn aan de hand van thema's geclusterd en in verkorte vorm in deze nota opgenomen. Omdat de Haagse Omgevingsvisie een zeker abstractieniveau heeft, zijn gedetailleerde opmerkingen niet altijd op hetzelfde detailniveau beantwoord. Reacties over hetzelfde thema zijn vaak in één keer behandeld. Alle volledige zienswijzen zijn op aanvraag beschikbaar. Elke zienswijze heeft een unieke code meegekregen, waarmee anonimiteit is gewaarborgd.
Iedere indiener van een zienswijze kan zoeken op zijn of haar eigen nummer. Organisaties die een zienswijze hebben ingediend, zijn wel met naam in deze nota opgenomen. Zienswijzen met meerdere thema’s zijn vaak op verschillende plekken in deze nota terug te vinden. Deel B bevat het totale overzicht van de ingediende zienswijzen, inclusief de beantwoording. We werken met drie kolommen. In de eerste kolom staan de indieners die een zienswijze van gelijke strekking hebben gegeven op het aangegeven thema. In de tweede kolom is de zienswijze zo veel mogelijk in
samengevatte vorm te lezen. In de derde kolom staat het antwoord van het college. Elk antwoord sluit af met de volgende mogelijke conclusies: • • • • • •
•
Opgenomen in de visie Opgenomen in staand beleid Niet overnemen Wijziging in de visie Ter kennisneming Meenemen in de verdere uitwerking (dit betekent dat we de zienswijze meenemen bij het opstellen van de gebiedsvisies per stadsdeel, gebieds- en thematische programma’s en wijzigingen in het omgevingsplan) Wijziging is in het OER verwerkt
Tot slot zijn zienswijzen op het OER ook opgenomen in deze nota. De beantwoording van het advies van de Commissie mer is opgenomen in Deel D van deze nota. Het ordenen en beantwoorden van de ingekomen zienswijzen was precisiewerk. Het kan zijn dat er misschien wat foutjes zijn ingeslopen. Wie zijn of haar zienswijze onverhoopt niet herkent, kan contact opnemen via omgevingsvisie.denhaag.nl
Leeswijzer De Nota van Beantwoording is opgedeeld in vier delen. Deel A: Introductie en samenvatting Hier leest u de introductie van de Nota van Beantwoording en een samenvatting van de zienswijzen en de belangrijkste wijzigingen. Deel B: Beantwoording van alle zienswijzen Hier leest u de beantwoording van alle zienswijzen. De beantwoording is ingedeeld volgens de hoofdstukken van de omgevingsvisie. De zienswijzen worden beantwoord en voorzien van een conclusie. Wanneer de conclusie
7
een wijzigingsvoorstel betreft, dan wordt verwezen naar de pagina waar de wijziging is doorgevoerd. De precieze wijziging is opgenomen in deel C van deze Nota van Beantwoording. Deel C: Overzicht wijzigingen Omgevingsvisie Hier leest u welke wijzigingen zijn doorgevoerd in de omgevingsvisie. Het gaat hierbij zowel om wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen als om ambtshalve wijzigingen. Een ambtshalve wijziging is door de gemeente zelf aangebracht en is bedoeld om fouten te herstellen, omissies aan te vullen, of om een besluit te actualiseren. De wijzigingen betreffen zowel teksten als beelden en zijn ingedeeld per hoofdstuk van de omgevingsvisie. Ook is het betreffende paginanummer aangegeven. Deel D: Beantwoording van het advies commissie MER Hier leest u de hoofdlijnen van het advies van de Commissie mer en de beantwoording van dit advies. Deel E: Toelichting wijzigingen Omgevingseffectrapport Hier leest u een toelichting op de belangrijkste wijzigingen die zijn doorgevoerd in het Omgevingseffectrapport (OER)
Samenvatting Binnen de periode van de terinzagelegging zijn 77 zienswijzen op de ontwerp omgevingsvisie binnengekomen. Drie zienswijzen zijn pro forma ingediend. Eén pro forma ingediende zienswijze is naderhand teruggetrokken. Uiteindelijk zijn 76 zienswijzen meegenomen in deze Nota van Beantwoording. In een aantal zienswijzen zijn ook reacties gemaakt op het OER. Eén (particuliere) zienswijze is ontvangen, puur gericht op het OER. Hieronder is een verdeling te zien van het aantal zienswijzen naar type indiener.
Samenvatting van de hoofdlijnen uit de zienswijzen • We lezen in de reacties veel complimenten. Deze complimenten gaan onder andere over het brede participatieproces dat is uitgerold en de mogelijkheden die zijn geboden om mee te praten over de ontwerp omgevingsvisie, maar ook over de opzet van de ontwerpvisie met vijf bewegingen en de blik naar buiten. De regionale focus dus. • Er is gereageerd in de breedte van verschillende onderwerpen. We zien dus dat er niet een zwaartepunt ligt op één of twee onderwerpen. • Er is over het algemeen steun voor de voorgestelde koers in de ontwerp omgevingsvisie. Tegelijkertijd zijn er zorgen over de uitvoerbaarheid van de visie en zijn er zorgen dat echt spannende keuzes pas aan de orde komen bij de uitwerking in stadsdeelvisies. Ook zijn er vragen over de samenhang tussen de bewegingen en de sturing van de gemeente daarin. • Veel partijen uiten de wens om gezamenlijk uitwerking te geven aan de ambities in de ontwerp omgevingsvisie en daarbij tijdig betrokken te worden.
8
• Veel zienswijzen bevatten een constructieve toonzetting, waarbij er uiteenlopende creatieve ideeën worden aangedragen door inwoners om uitwerking te geven aan de ambities. Belangrijkste aandachtspunten uit de zienswijzen Belangrijke uitgangspunten uit de zienswijzen staan hier op een rij. Het gaat om onderwerpen die in meerdere zienswijzen aan de orde komen en een goed beeld geven van de zorg- en aandachtspunten die leven in de stad en bij onze (regionale) samenwerkingspartners. Voor een totaaloverzicht van alle wijzigingen in de ontwerp omgevingsvisie verwijzen we naar het ‘Overzicht van wijzigingen’, in deel C van deze Nota van Beantwoording.
daaraan gekoppelde strategische keuzes. Dit is gedaan door meer in te gaan op afhankelijkheden, combinatiekansen en spanningen. Ook is aangegeven op welke manier de omgevingsvisie houvast biedt voor het sturen op samenhang tussen de bewegingen. Door keuzes op hoofdlijnen te maken, door te werken met Haagse leefmilieus en de genoemde principes aan te scherpen. Cultureel erfgoed
Hoofdstuk 5.1 introduceert het overkoepelende concept van de omgevingsvisie: Thuis in een groene metropool aan zee, waarmee we een verbinding leggen tussen twee werelden. De wereld van de stad zoals die ervaren wordt door bewoners en de geplande wereld van de stad en regio, oftewel de metropool. Op basis van de zienswijzen is het overkoepelende concept aangescherpt. In deze aanscherping is aangegeven dat de ontstaansgeschiedenis en de ligging aan de Noordzee de Haagse metropool op een bijzondere manier vormgeeft.
Meerdere zienswijzen zijn gericht op de bescherming van het cultureel erfgoed en het versterken van de stedenbouwkundige samenhang. Er zijn zorgen dat cultureel erfgoed, in brede zin, onvoldoende basis biedt om er met respect in de toekomst verder op voort te bouwen. De (terechte) zorgpunten hebben we vertaald naar een paar aanscherpingen die voor het onderwerp cultureel erfgoed in de omgevingsvisie zijn opgenomen. Het gaat aan de ene kant om het aangeven van de breedte van het begrip cultureel erfgoed. Dat gaat namelijk niet alleen om beschermde stadsgezichten maar ook over cultuurhistorische waardevolle groenstructuren, waterlopen, landgoederen, landgoedbiotopen, molenbiotopen en archeologie. Aan de andere kant gaat het om duidelijkheid te geven over hoe we willen omgaan met beschermde stadsgezichten en hoe we willen omgaan met cultureel erfgoed in relatie tot de verduurzamingsopgave.
Samenhang tussen de vijf bewegingen
Samenhang omgevingsvisie & OER
Meerdere indieners van zienswijzen vragen aandacht voor de samenhang tussen de bewegingen. Er is met name zorg dat de beweging ‘meer ruimte voor groen en water’ in de verdrukking komt door de andere bewegingen. In hoofdstuk 5.8 van de ontwerp omgevingsvisie wordt weliswaar ingegaan op de samenhang tussen de bewegingen, maar uit meerdere zienswijzen komt naar voren dat dit hoofdstuk enige vrijblijvendheid uitstraalt. De drie principes zijn niet voldoende om tot een helder afwegingskader te komen tussen de ruimteclaims die bij de bewegingen horen. In hoofdstuk 5.8 is daarom dieper ingegaan op de samenhang tussen de vijf bewegingen en
Uit meerdere zienswijzen komt naar voren dat in hoofdstuk 7.4 Levende omgevingsvisie, beperkt aandacht wordt geschonken aan het interactieve maakproces tussen de Haagse Omgevingsvisie en het OER. Uit de ontwerpteksten bleek onvoldoende op welke wijze het OER heeft bijgedragen aan de ontwerp omgevingsvisie (het voorgenomen beleid) en de bijbehorende strategische keuzes. Wij vinden dit een terecht aandachtspunt en zien een grote meerwaarde om hier in de omgevingsvisie aandacht aan te geven. Daarom is een extra hoofdstuk (hoofdstuk 9) in de omgevingsvisie
Toelichting op de titel van de visie
9
opgenomen, waarin de samenhang tussen de omgevingsvisie en het OER wordt uitgelegd. Zowel qua inhoud als proces. Grootschalige detailhandel In de ontwerp omgevingsvisie ontbrak een richting voor GDV (grootschalige detailhandelsvestigingen) en PDV (perifere detailhandelsvestigingen) locaties. In meerdere zienswijzen is hier echter aandacht voor gevraagd. Onze visie op dit onderwerp is toegevoegd aan de definitieve omgevingsvisie. Daarbij is aangegeven dat wat betreft (grootschalige) perifere detailhandel, de traditionele woonboulevard, op autobereikbaarheid ingericht, niet langer in Den Haag past. Maar een concentratie van woonwinkels, automotive of tuin- en bouwcentra is voor Den Haag wel gewenst, zeker (of mogelijk) in combinatie met de circulaire opgaven. De grootschalige detailhandel zoals we die nu kennen in Laakhavens, komt in aangepaste vorm terug. Automotive blijft geconcentreerd op Forepark, tuin- en bouwcentra op goed bereikbare plekken aan randen van het stedelijk gebied. Daarnaast zullen we een verkenning uitvoeren naar de behoefte aan m2 voor deze vorm van detailhandel en hoe we daar binnen Den Haag (en regio) op een passende manier verder invulling aan kunnen geven. Bereikbaarheid, aanbod in de regio en nabijheid zullen daarbij een rol spelen.
Aandacht voor water in beweging 2 In beweging 2, Ruimte voor groen en water, is er aandacht voor de kwaliteit van water, maar vooral als het gaat om het inrichten van een robuust watersysteem. Water heeft echter meer functies voor de stad, zoals recreatie en natuurwaarde. Dit punt komt in een aantal zienswijzen aan de orde. In beweging 2 brengen we deze aspecten van water meer in balans met de teksten over groen. Wij zien hiervoor vooral kansen binnen de groene lange lijnen in de stad. Dan zal tegelijkertijd gekeken worden naar (mogelijk) herstel of toevoegen van waterverbindingen. Dit is cruciaal voor het versterken van de Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) en de natuur in de stad.
Effecten op Natura 2000-gebieden In beweging 2, Ruimte voor groen en water, geven we in de ontwerp omgevingsvisie aan dat er niet alleen een opgave voor Natura 2000-gebieden ligt om deze te beschermen, maar ook om de natuur te herstellen. Concrete maatregelen daarvoor zijn niet in het ontwerp opgenomen. In meerdere zienswijzen komt dit onderwerp echter aan de orde. Ook de Commissie mer vraagt specifiek aandacht in haar advies voor Natura 2000-gebieden. Vanwege de directe relatie van Den Haag met Natura 2000-gebieden is het belangrijk bij de uitwerking van de omgevingsvisie hier wel op in te gaan. Daarom is in de definitieve versie van de omgevingsvisie toegevoegd dat we bij de uitwerking in gebiedsvisies en gebiedsprogramma’s in beeld brengen in welke ernst drukfactoren optreden als gevolg van wonen, werken, recreatie en mobiliteit. Vervolgens kunnen dan concrete maatregelen worden genomen om de drukfactoren te verminderen. Bij het OER is een zogenoemde Globale Passende Beoordeling opgesteld. Dat is een rapportage waarin risico’s op significante gevolgen op instandhoudingsdoelstellingen en de natuurlijke kenmerken en waarden van Natura 2000-gebieden als gevolg van de omgevingsvisie in beeld brengt.
In deze rapportage is ook aangegeven dat het bij de uitwerking van onderdelen van de omgevingsvisie nodig is om op plan- of projectniveau de effecten op Natura 2000-gebieden te bepalen en te beoordelen. Gezondheidsverschillen tussen wijken Onder beweging 1, Thuis in een divers Den Haag, hebben we de strategische keuze ‘naar een stillere en schonere stad’ opgenomen. Hiermee willen we de leefomgevingskwaliteit (op meerdere milieuthema’s) verbeteren, met name in gebieden met gezondheidsachterstanden. In een steeds drukkere stad zal er namelijk meer behoefte zijn aan rustige plekken en een groene, schone leefomgeving. In meerdere reacties op de ontwerp omgevingsvisie is de oproep gedaan om meer ambitie te tonen voor het sturen op een gezonde en veilige leefomgeving en niet alleen het onderwerp te adresseren. We vinden
10
het belangrijk gehoor te geven aan deze oproep. In de ontwerp omgevingsvisie is voldoende aandacht voor de gezonde en veilige leefomgeving, maar we hebben toegevoegd dat we actief gaan sturen om de (bestaande) gezondheidsverschillen tussen de wijken in Den Haag significant te verkleinen. Concrete maatregelen hiervoor zullen onder andere worden opgenomen in de verkenning ‘Ruimte voor Groen en Water’ (als opmaat naar een thematisch omgevingsprogramma), de gebiedsvisies per stadsdeel, gebiedsprogramma’s en het nog op te stellen Integraal programma Milieu. Realisme & uitvoeringskracht In veel zienswijzen is letterlijk de vraag gesteld hoe de gemeente alle ambities en opgaven in de omgevingsvisie denkt te realiseren. En het gaat over uitvoeringskracht. Welke middelen heeft de gemeente nu concreet om de voorgestelde bewegingen en strategische keuzes uit te voeren? De uitgangspunten achter regie voeren, zoals deze nu zijn verwoord in hoofdstuk 7, worden herkend maar er wordt ook aangegeven dat de opgaven voor Den Haag te groot zijn om zelf op te pakken. Er wordt een groot beroep gedaan op een samenwerkende overheid. Daarbij moeten niet alleen de bekende spelers in beeld zijn, maar ook een sterkere koppeling worden gelegd met bewonersinitiatieven, gefocust op professionalisering. Deze nuance is verwerkt in het hoofdstuk regie voeren.
Daarnaast is meer stilgestaan bij de onzekerheden rondom de uitvoeringskracht. De gemeente ziet het als een inspanningsverplichting om de omgevingsvisie te realiseren. Maar we zijn ons er ook van bewust dat het gezien de lange periode tot 2050 onvermijdelijk is dat niet alle onderliggende projecten (volledig) gedekt zijn. De gemeente is hierbij afhankelijk van Europese, landelijke en marktontwikkelingen. Op het niveau van een gebiedsvisie, gebieds- of omgevingsprogramma is het bijeenbrengen van geldstromen een eerste stap om overzicht te krijgen in de investeringsruimte. Deze kanttekeningen zijn opgenomen in de Realisatiestrategie.
Verschillende gezichtspunten op de groei van de stad Uit meerdere zienswijzen kwam de zorg naar voren of de (sterke) groei, waar de ontwerp omgevingsvisie rekening mee houdt, in een dichtbevolkte stad als Den Haag eigenlijk wel realistisch en wenselijk is. Afgevraagd wordt of het nodig is om grenzen aan de groei te stellen. Tegelijkertijd wordt het verantwoord uitbreiden van de woningvoorraad gesteund, gezien de grote woningnood en de binnenstedelijke bouwmogelijkheden in de Binckhorst, het CID en Zuidwest. Het tempo van de verstedelijkingsopgave is lastig te voorspellen, maar we geven in de definitieve versie van de omgevingsvisie aan dat de verwachte groei van de bevolking tot 2050 in de stad kan worden opgevangen. We geven ook aan dat we vanaf 2035 inzetten op een gematigde groei van ongeveer 2.000 woningen per jaar. Dit is gekoppeld aan de inzet om samen met Rijk en regio te sturen op arbeidsmigratie en op het benutten van verstedelijkingskansen in de hele metropool. Dat laatste staat overigens los van onze visie dat de beschikbare ruimte binnen Den Haag zélf, in feite niet de beperkende factor is. Juist de combinatie van factoren als marktwerking, draagvlak, financiën en juridische aspecten zorgt voor complexiteit.
Daarbij is het ook randvoorwaardelijk dat de keuze om te bouwen en verbouwen in de hele stad gehandhaafd blijft, de bestaande voorraad veel beter benut wordt dan nu én we met de regio in gesprek blijven over een gebalanceerde verstedelijkingsopgave. In de nog op te stellen gebiedsvisies per stadsdeel zullen we de groeiopgave voor wonen en ruimte voor werk en voor maatschappelijke voorzieningen, mobiliteit en groei verder concreet maken: Wat kan waar onder welke voorwaarden?
11
Lijst met binnengekomen zienswijzen op de ontwerp Omgevingsvisie Hieronder is een lijst opgesteld van alle organisaties die een zienswijze hebben ingediend, met referentienummer. De zienswijzen van inwoners blijven anoniem. Indiener Cumela Vrienden van Den Haag Bewonersplatform Wateringse Veld Wijkberaad Mariahoeve Provincie Zuid-Holland Adviesraad voor Sport ProRail Gemeente Rijswijk Gemeente Leidschendam-Voorburg Gemeente Midden-Delfland HTM Rijkswaterstaat Metropoolregio Rotterdam Den Haag Gemeenschappelijke Scheveningse Bewonersorganisaties Straat Consulaat Gemeente Zoetermeer VCP Megastores TenneT GGD Haaglanden Belangenvereniging Schevenings Havengebied INRetail Economic Board The Hague
Referentienummer OV014 OV016 OV019 OV021 OV022 OV027 OV028 OV031 OV033 OV035 OV036 OV037 OV038 OV039 OV040 OV041 OV042 OV043 OV044 OV046
Stichting Duursaam Benoordenhout De Bomenstichting Den Haag Wijkoverleg Statenkwartier Wijkvereniging Benoordenhout Van Alkemadelaan Samenwerkingsverband Islamitische Organisaties Regio Haaglanden Bewonersorganisatie Zeeheldenkwartier Stichting Derde Plek AVN Haags Monumentenplatform Stichting Wijkbelangen Uilennest Bescherming Architectuur Statenkwartier Vlietzoom Alliantie Bewonersorganisatie Leidschenveen Burgersupport Koningscorridor Buren van de Binckhorst Stichting Binnenstadsmanagement Den Haag Staedion, Hof Wonen en Haag Wonen Stichting Initiatiefgroep Huygenstunnel VNO-NCW Bewonersorganisatie Backing Losers
OV049 OV050 OV051 OV054 OV054A OV055
OV057 OV058 OV059 OV061 OV062 OV063 OV064 OV065 OV068 OV069 OV071 OV074 OV075 OV076 OV077
OV047 OV048
12
Zienswijzen op het ontwerp Omgevingseffectrapport Er is één zienswijze ontvangen, specifiek gericht op het Omgevingseffectrapport (OER). Daarnaast hebben vijf indieners van zienswijzen op de ontwerp omgevingsvisie ook opmerkingen gemaakt over het OER. De beantwoording van deze zienswijzen is ook opgenomen in deze Nota van Beantwoording.
13
14
Deel B Alle zienswijzen en antwoorden In Deel B van deze nota leest u de beantwoording van alle zienswijzen. Alle indieners van een zienswijze hebben een unieke code ontvangen en kunnen op deze manier de beantwoording op hun zienswijze terugvinden. De beantwoording is ingedeeld volgens de structuur van de hoofdstukken in de omgevingsvisie. Zienswijzen met hetzelfde thema staan dan bij elkaar en zijn soms ook gebundeld beantwoord. Bij elke zienswijze is een conclusie toegevoegd. Als dit een wijzigingsvoorstel is, dan kan de precieze wijziging worden gevonden in Deel C, onder het genoemde paginanummer in de definitieve ontwerp omgevingsvisie.
15
Algemeen Proces opstellen Omgevingsvisie Expertise Ingediend door OV003
Zienswijze De indiener geeft aan zorgen te hebben over ambitieuze plannen in de Haagse ontwerp Omgevingsvisie, ingegeven door de betrokken partijen (ontwerp- en architectenbureaus) die samen met de afdeling Stedenbouw en Planologie van de gemeente Den Haag aan de toekomstplannen hebben gewerkt. Om van Den Haag een Rotterdam 2.0 te laten maken, gaat de indiener best wel ver.
Antwoord De ontwerp- en architectenbureaus die hebben geholpen bij het opstellen van de ontwerp omgevingsvisie zijn op basis van de geldende aanbestedingsprocedures geselecteerd. Kennis en expertise in brede zin met betrekking tot het opstellen van omgevingsvisies met bijbehorende participatie is daarbij een belangrijk criterium geweest. Dat een aantal partijen gevestigd zijn in bepaalde steden met een verstedelijkingsopgave, is geen criterium geweest bij de selectieprocedure. Conclusie Ter kennisneming
Participatie Ingediend door OV065
Zienswijze In het opstellen van de Omgevingsvisie 2050 is veel aandacht gegeven aan participatie met bewoners. De indiener is echter van mening dat de gemeente een grote bron van participatie niet heeft meegenomen, namelijk het werk van bewoners die in een recent verleden de moeite en tijd hebben genomen om in uw raad in te spreken, aan uw wethouders brieven te sturen over vele onderwerpen die van belang zijn voor de visie. De gemeente had hier veel en goed doordachte informatie uit kunnen ophalen. Voorbeelden hiervan zullen per onderwerp in de zienswijze worden aangegeven. Het uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat de stad mooier wordt of blijft doordat de verschillende inzichten kunnen worden geven over deze visie.
Antwoord In het lange proces van het opstellen van deze ontwerp omgevingsvisie hebben we veel verschillende activiteiten ondernomen om mensen in en rondom de stad te bereiken en actief te betrekken bij het schrijven. In het uitgebreide participatieverslag zijn alle activiteiten en terugkoppelingen terug te vinden. Een van de doelen achter de participatie is, zoals u aangeeft in uw zienswijze, dat verschillende inzichten bijdragen aan een mooi(er) Den Haag. Conclusie Niet overnemen
16
Algemene opmerkingen Leesbaarheid Ingediend door OV004
Zienswijze De indiener geeft aan dat er grondig werk is verricht maar geeft tegelijkertijd aan dat het document mogelijk voor meer mensen niet erg toegankelijk is.
Antwoord Het is uiteindelijk een document voor en door de stad. Dat betekent dat de koers in de visie zoveel mogelijk uitnodigt tot investeren en het stimuleren van initiatieven, passend bij de gestelde ambities. Er komt nog een publiekversie waarin de hoofdboodschappen uit de omgevingsvisie in toegankelijke taal wordt opgeschreven. Wij vinden het ook belangrijk te vermelden dat de omgevingsvisie een instrument is voor de eerste stap in de gemeentelijke cyclus van beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering, monitoring en handhaving. Dat betekent dat de omgevingsvisie ook een helder kader moet bieden voor juridisch bindende regels in het Omgevingsplan.
OV067
Volgens de indiener zijn de ontwerp omgevingsvisie en het Omgevingseffectrapport niet eenvoudig te lezen. Vooral vanwege de grote hoeveelheid aan indelingen, de samenhang daartussen die niet overal voldoende is uitgelegd, en de relatie met de Netwerkvisie 2040, die deels wel en deels niet de oriëntatie van de lezer versterkt. Ook ontbreekt er een overzicht-gevende tabel die consistent op één plek over de hoofdkwantiteiten informeert zoals het totaal aantal en de (netto) toevoeging aan woningen, m2 utiliteit, bevolking etc. voor de referentievariant, de 4 alternatieven en de beleidsvariant.
Conclusie Ter kennisneming De ontwerp Omgevingsvisie en het Omgevingseffectrapport zijn in een interactief proces met elkaar opgesteld. Dat betekent dat beide producten elkaar beïnvloeden. Dit is geen makkelijke klus geweest, zeker niet door de lange doorlooptijd die nodig is geweest om van een Startnotitie naar een ontwerp omgevingsvisie te komen. In dit maakproces hebben we vele keuzes moeten maken over structuren, handige indelingen en bijbehorende visualisaties. We zijn ons daarbij van bewust dat bepaalde gemaakte keuzes met betrekking tot samenhang en vorm niet voor iedereen eenvoudig te lezen is. Met betrekking tot het ontbreken van een tabel met aantallen. In de omgevingsvisie hebben wij een dergelijke tabel niet opgenomen, omdat de aantallen dan een realisatiedoel lijken te suggereren. Voor wat betreft de woningbouwopgave zijn er onder beweging 3 wel aantallen genoemd, aansluitend bij gemaakte regionale afspraken. In het Omgevingseffectrapport zijn wel aantallen vermeld, ter verkenning van het globale ruimtelijke programma voor de alternatieven die zijn onderzocht. Conclusie
17
Ter kennisneming
Terminologie Ingediend door OV021, OV067, OV071
Zienswijze Diverse opmerkingen worden gemaakt ten aanzien van toonzetting en taalgebruik. Wat betreft toonzetting wordt aangegeven dat de tekst ronkend en beschouwend overkomt. Hierdoor mist het in de ontwerp omgevingsvisie aan scherpte en mist het aan inspiratie. Grondiger stil staan bij de problematiek en aangeven waar het schuurt, helpt scherpere keuzes te maken. Wat betreft taalgebruik worden opmerkingen gemaakt over het gebruik van termen als versterking, vernieuwing en revitalisering en potentie.
Antwoord De afzonderlijke hoofdstukken in de omgevingsvisie vormen bij elkaar een samenhangend verhaal. Ook worden in de omgevingsvisie soms termen en begrippen gebruikt, die uitleg behoeven. Daarom is achter in de omgevingsvisie een lexicon opgenomen. Ook zal een publieksversie worden gemaakt, zodat de hoofdboodschappen uit de omgevingsvisie voor een breder publiek toegankelijk zijn. Conclusie Ter kennisneming
Ontbreken keuzes Ingediend door OV021
Zienswijze Volgens de indiener worden politieke keuzes niet of nauwelijks geëxpliciteerd. De geraamde/voorziene/nagestreefde groei van het aantal inwoners wordt gepresenteerd als een autonome ontwikkeling, terwijl men zich af kan vragen of het wel zo verstandig is nog zoveel extra inwoners te huisvesten in de nu al dichtstbevolkte gemeente van Nederland. Ook met het oog op de dan noodzakelijke uitbreiding van voorzieningen, de toename van de mobiliteit en het behoud van het groene karakter van de stad. Spanningsvelden worden niet of nauwelijks geadresseerd. In de Omgevingseffectrapportage (OER) worden vier alternatieven voor de ontwikkeling van de stad genoemd en besproken: compacte woonstad; meerkernige 15-minuten stad; klimaatbestendige parkstad; gevarieerde werkstad. Die keuze komt niet expliciet terug in de Omgevingsvisie. De term ‘meerkernige’ valt 232 keer in de OER, 1 keer in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie is naar de mening van de indiener te veel een wensenlijstje met verpakte politieke keuzes.
Antwoord De vijf bewegingen onder de overkoepelende visie Thuis in een groene metropool aan zee geven richting aan lopende ontwikkelingen en bieden handvatten voor het sturen op een gebalanceerde ontwikkeling van de stad (en regio). Dit doen we door eerder gemaakte (beleids-) keuzes stevig neer te zetten, of door op sommige punten bij te sturen en tenslotte door voor de groei van Den Haag met bijbehorende transities (energie, klimaat, mobiliteit, grondstoffen) het juiste tempo te bepalen. Bij elke beweging zijn daarvoor heldere (politieke) keuzes gemaakt. Ten aanzien van de voorziene groei van het aantal inwoners, is het tempo van de bijbehorende verstedelijkingsopgave lastig te voorspellen, maar we houden in de omgevingsvisie rekening dat de verwachte groei van de bevolking tot 2050 in de stad kan worden opgevangen. Daar ligt de strategische keuze onder dat we in de Haagse Omgevingsvisie inzetten op een gematigde groei van de bevolking. En dat doen we door samen met Rijk en regio te sturen op de instroom van arbeidsmigranten en het benutten van verstedelijkingskansen in de hele metropool. De beschikbare ruimte is wat ons betreft in feite niet de beperkende factor. Juist de combinatie van factoren als ruimte, marktwerking, draagvlak, financiën en juridische aspecten zorgt voor complexiteit. Daarbij is het ook randvoorwaardelijk dat de keuze om te bouwen en verbouwen in de hele
18
stad gehandhaafd blijft, de bestaande voorraad veel beter wordt benut dan nu én we met de regio in gesprek blijven over een gebalanceerde verstedelijkingsopgave. In de omgevingsvisie stellen we dat de opgaven van nu en de toekomst zoveel mogelijk aan elkaar worden gekoppeld. Uiteraard zullen we te maken krijgen met ambities en ruimteclaims die botsen of strijdig met elkaar zijn. Deze spanningsvelden komen op tafel zodra we aan de slag gaan met de gebiedsvisies, gebiedsprogramma’s en omgevingsprogramma’s. De onzekerheden die voortkomen uit de planvorming van de omgevingsvisie zullen we daarom na vaststelling goed in de gaten houden. Sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen is daarbij belangrijk. Monitoring gaat ons helpen om deze samenhang in beeld te brengen, maar ook (ontwerpend) onderzoek, verkenningen en botsproeven zetten we in. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 100 In hoofdstuk 5.8 ‘Samenhang tussen de vijf bewegingen’ is een aangescherpte tekst opgenomen dat specifieker benoemd dat we met de omgevingsvisie willen sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen. OV026
De indiener geeft aan dat de visie gelukkig geen eindbeeld probeert te schetsen, maar vanuit 5 bewegingen op de inhoudelijke opgaven aan wil geven welke perspectieven er zijn op de toekomst. Op het laatst wordt kort ingegaan op de samenhang tussen de bewegingen, met daarna een doorvertaling naar de stadsdelen. Het lastige aan deze aanpak is dat er wel bewegingen worden beschreven maar geen ambities. Wat is het wenkend perspectief in deze bewegingen en hun doorvertaling in de stadsdelen? Het geheel leest als iets waar je niet tegen kunt zijn. Maar waar zit de spanning in de ruimtelijke claims of de maatschappelijke waarden, waar gaat of kan het schuren? Daar wordt omheen geschreven. Dat komt onder meer omdat er alleen voor woningbouw een getalsmatige ambitie is
De strategische keuzes, gekoppeld aan de vijf bewegingen, bieden houvast voor het concretiseren van doelen en het maken van ruimtelijke afwegingen in de uitwerking van de visie. In de omgevingsvisie stellen we dat de ambities en opgaven zoveel mogelijk integraal af te wegen. Uiteraard zullen we te maken krijgen met ambities en ruimteclaims die strijdig met elkaar zijn. Deze spanningsvelden komen op tafel zodra we aan de slag gaan met de gebiedsvisies, gebieds- en omgevingsprogramma’s. In deze producten worden concretere doelen gesteld en ruimtelijkprogrammatische afwegingen gemaakt. De doorwerking van de omgevingsvisie in de praktijk zal worden gemonitord. De onzekerheden die voortkomen uit de planvorming van de omgevingsvisie zullen we daarom na vaststelling van de omgevingsvisie goed in de gaten houden. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 100
19
OV062
OV062
benoemd. Minimale kwantitatieve ambities maar ook kwalitatieve ambities ontbreken of zijn beperkt op het gebied van milieu en klimaat, van bedrijvigheid en voorzieningen. Het omgevingsplan moet daarin blijkbaar de antwoorden geven, maar dat kan nu ook al. Oftewel, benoem meer dan de bewegingen ook de ruimtelijk-functionele ambities, en laat zien waar het kan gaan schuren.
In hoofdstuk 5.8 ‘Samenhang tussen de vijf bewegingen’ is een aangescherpte tekst opgenomen dat specifieker benoemd dat we met de omgevingsvisie willen sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen.
De indiener geeft in haar zienswijze aan dat in de ontwerp omgevingsvisie het politieke karakter domineert ten koste van het bestuurlijk profiel. Er zijn nauwelijks duidelijke keuzes te lezen. Het is voor ieder wat wils, zodat niemand veel wijzer wordt van de ontwerpvisie. Met als gevolg dat het nauwelijks basis biedt voor het noodzakelijk politiek debat over het verenigen van woon- en werkbelangen met het waarborgen van omgevingswaarden, ecologie, klimaatbeleid.
De vijf bewegingen onder de overkoepelende visie Thuis in een groene metropool aan zee geven richting aan lopende ontwikkelingen en bieden handvatten voor het sturen op een gebalanceerde ontwikkeling van de stad (en regio). Door eerder gemaakte (beleids-) keuzes stevig neer te zetten of door op sommige punten bij te sturen. En tenslotte door voor de groei van Den Haag met bijbehorende transities (energie, klimaat, mobiliteit, grondstoffen) het juiste tempo te bepalen. Bij elke beweging zijn daarvoor heldere politieke keuzes gemaakt.
Zorgvuldig bestuur betekent het maken van heldere keuzes zodat de mensen weten waar zij aan toe zijn. Beter tijdig moeilijke keuzes delen dan die keuzes vooruitschuiven, met als gevolg minder tijd om zich daarop voor te bereiden. Naarmate keuzes langer worden uitgesteld zullen die keuzes bovendien een steeds sterker dwingend karakter krijgen, wat zelden ten goede komt aan de zorgvuldigheid.
Uiteraard zullen er in de uitwerking van de omgevingsvisie nog vele keuzes op gebiedsniveau moeten worden gemaakt. Naast koppelkansen, zullen we te maken krijgen met ambities en ruimteclaims die strijdig met elkaar zijn. Deze spanningsvelden komen op tafel zodra we aan de slag gaan met de gebiedsvisies, gebieds- en omgevingsprogramma’s. In deze producten zullen concretere doelen worden gesteld en ruimtelijk-programmatische afwegingen worden gemaakt. De doorwerking van de omgevingsvisie in de praktijk zal worden gemonitord. De onzekerheden die voortkomen uit de planvorming van de omgevingsvisie zullen we daarom na vaststelling van de omgevingsvisie goed in de gaten houden.
De indiener geeft aan dat de ontwerp omgevingsvisie veel te vrijblijvend is, met als gevolg dat het geen zinnige basis biedt voor een politiek debat. Bovendien: op veel bovengenoemde
Conclusie Wijziging in de visie op pagina 100 In hoofdstuk 5.8 ‘Samenhang tussen de vijf bewegingen’ is een aangescherpte tekst opgenomen dat specifieker benoemd dat we met de omgevingsvisie willen sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen. De vijf bewegingen onder de overkoepelende visie Thuis in een groene metropool aan zee geven richting aan lopende ontwikkelingen en biedt handvatten voor het sturen op een gebalanceerde ontwikkeling van de stad
20
punten is helder wat nodig is. Daarmee geldt hoofdzakelijk een communicatieopdracht met de inwoners van Den Haag in plaats een keuze-opdracht. De gemeente wordt gevraagd om bestuurlijke slagkracht en te waken voor bestuurlijke armoede. De gemeente wordt verzocht op genoemde punten herstel te bieden, zodat de indieners dan constructief kunnen bijdragen aan de vervolgstappen.
OV074
In de zienswijze wordt waardering uitgesproken dat de gemeente een integrale afweging tussen verschillende ruimteclaims wil maken. Er wordt belang gehecht aan de wijze waarop deze integrale afweging tot stand komt. Op dit moment vindt er volgens de indiener nog te weinig integrale afweging plaats en worden er geen scherpe keuzes gemaakt (alles is even belangrijk). Per ‘beweging’ wordt een afwegingskader voor de verschillende strategische keuzes benoemd. Echter de afweging tussen de ‘bewegingen’ ontbreekt. Het concreet laten voldoen van een project aan deze afwegingskaders vraagt om een integrale blik en het maken van - soms scherpe - keuzes.
(en regio). Door eerder gemaakte (beleids-) keuzes stevig neer te zetten of door op sommige punten bij te sturen. En tenslotte door voor de groei van Den Haag met bijbehorende transities (energie, klimaat, mobiliteit, grondstoffen) het juiste tempo te bepalen. Bij elke beweging zijn daarvoor heldere politieke keuzes gemaakt. In hoofdstuk 7, de Realisatiestrategie, is vervolgens te lezen op welke wijze de gemeente uitvoering wil geven aan de ambities in de omgevingsvisie. Een randvoorwaarde voor succesvolle regievoering op de uitwerking is inderdaad bestuurlijke slagkracht. Met deze omgevingsvisie ligt er een stevige basis voor het stadsbestuur met heldere kaders om langjarig richting te geven aan de ontwikkeling van Den Haag. Conclusie Niet overnemen De indiener brengt een belangrijk punt onder de aandacht. Met de omgevingsvisie willen we sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen. Daarbij is ons uitgangspunt om ambities en opgaven zoveel mogelijk integraal af te wegen. Uiteraard zullen we te maken krijgen met ambities en ruimteclaims die strijdig met elkaar (zullen) zijn. Daarnaast zijn er onzekerheden met betrekking tot de uitvoering van ambities waar we als gemeente weinig invloed op hebben. Deze schuurpunten komen op tafel zodra we aan de slag gaan met gebiedsvisies, gebieds- en (thematische) omgevingsprogramma’s.
Voorop staat dat de ruimtelijke ingrepen die we willen uitvoeren bijdragen aan de kernkwaliteiten en identiteit van onze stad én metropool. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 100 In hoofdstuk 5.8 ‘Samenhang tussen de vijf bewegingen’ is een aangescherpte tekst opgenomen dat specifieker benoemd dat we met de omgevingsvisie willen sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen.
Eindbeeld Ingediend door
Zienswijze
Antwoord
21
OV071
OV063
De indiener geeft aan een steviger eindbeeld neer te zetten, desnoods een streefbeeld, want hier is behoefte aan.
De indiener waardeert het streven om in de omgevingsvisie richting te geven aan de toekomst van de stad vanuit meerdere invalshoeken en doelstellingen. Wat wringt is dat deze grote greep (nog) geen concreet eindbeeld oplevert. Het beslag op de (openbare) ruimte is op dit moment al problematisch en zal alleen maar groter worden als alle goede intenties moeten worden vertaald in plannen die daarna tot uitvoering moeten worden gebracht. Niet alles kan, hoe gewenst ook. Er worden geen prioriteiten gesteld en het is daardoor ook niet duidelijk wat dit allemaal betekent voor de stad en voor onze wijk.
We weten waar we vandaan komen, aan welke opgaven we moeten werken en welke (omgevings-) kwaliteiten we moeten koesteren en willen versterken. We bouwen daarbij voort op staand beleid. De vijf bewegingen geven sturing aan lopende ontwikkelingen en geven duidelijkheid over de koers die we willen varen. We geven aan welk beleid we voortzetten, waar we de koers moeten aanpassen en welke ontwikkelingen een ander tempo vragen. Met de omgevingsvisie sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen, waarbij we steeds zullen monitoren of we werken aan de juiste samenhang. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 100 In hoofdstuk 5.8 ‘Samenhang tussen de vijf bewegingen’ is een aangescherpte tekst opgenomen dat specifieker benoemd dat we met de omgevingsvisie willen sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen. In de omgevingsvisie stellen we dat de ambities en opgaven zoveel mogelijk aan elkaar worden gekoppeld. Uiteraard zullen we te maken krijgen met ambities en ruimteclaims die (gaan) botsen of strijdig met elkaar zijn. Deze schuurpunten komen op tafel zodra we aan de slag gaan met gebiedsvisies, gebiedsprogramma’s en (thematische) omgevingsprogramma’s. Ons uitgangspunt is dat we met de omgevingsvisie sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen. Die samenhang moet goed worden gemonitord. Daarvoor zetten we o.a.
(ontwerpend) onderzoek en verkenningen in en voeren we botsproeven uit om de uitvoerbaarheid van ambities op stadsdeel- en wijkniveau in beeld te brengen. Voorop staat dat de ruimtelijke ingrepen die we willen uitvoeren bijdragen aan de kernkwaliteiten en identiteit van onze stad én metropool. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 100 In hoofdstuk 5.8 ‘Samenhang tussen de vijf bewegingen’ is een aangescherpte tekst opgenomen dat specifieker benoemd dat we met de omgevingsvisie willen sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen.
Functie omgevingsvisie 22
Ingediend door OV061
Zienswijze In de omgevingsvisie dient het (uitvoerings-)beleid met betrekking tot de fysieke leefomgeving te zijn opgenomen. Dit beleid dient: • Concreet geformuleerd te zijn; • Aan te geven voor wat en wie het beleid bescherming biedt; • Te zijn voorzien van duidelijke en voor de gemiddelde burger begrijpelijke regelgeving; • Aan te geven hoe de uitvoering ervan gaat plaatsvinden; • Aan te geven hoe, wanneer en door wie handhaving zal plaatsvinden; • Ondergebracht te zijn bij een gemandateerde organisatie; • Voorzien te zijn van een toereikende financiële onderbouwing; Wij betwijfelen of aan al deze punten met de voorliggende visie is voldaan. Wij zien graag punt voor punt aangegeven waar en hoe daar op een voor burgers begrijpelijke wijze aan voldaan is in de voorliggende visie.
Antwoord Alhoewel de omgevingsvisie vormvrij is, bevat deze volgens de Omgevingswet (artikel 3.2): • Een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving • De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied • De hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. De Haagse Omgevingsvisie sluit minimaal aan bij deze uitgangspunten. De hoofdlijnen zijn van belang, de uitwerking vindt plaats in andere omgevingsdocumenten. Een van de aanleidingen om de omgevingsvisie op te stellen, is dat we antwoorden willen bieden op de grote maatschappelijke opgaven van nu en straks. Met als vertrekpunt het beschermen en benutten van de omgevingskwaliteiten van Den Haag. Met de omgevingsvisie ligt er een helder kader voor overheidshandelen, beleid en handvatten voor samenwerking met alle mogelijke partijen om de ambities te kunnen realiseren. Conclusie Opgenomen in staand beleid
Toelichting legenda Omgevingsvisiekaart Metro/tramlijn Savornin Lohmanlaan Ingediend door OV024, OV003, OV013, OV053, OV060
Zienswijze De indieners uiten hun zorgen over de plannen in de ontwerp Omgevingsvisie voor een toekomstige metrolijn, geprojecteerd onder de groenstrook van de Savornin Lohmanlaan. De aanleg van deze eventuele lijn zal leiden tot een ernstige en blijvende verstoring van de groene omgeving ter plekke, daarnaast een meer dan ernstige verstoring van het leefklimaat. Tegen de eventuele aanleg wordt dan ook bezwaar gemaakt.
Antwoord Er is vooruitlopend op deze Nota van Beantwoording een apart mailbericht verstuurd naar meerdere indieners die zich zorgen maken over een metrolijn onder de groenstrook van de Savornin Lohmanlaan. Het gaat nadrukkelijk niet om een nieuwe tram-/ railverbinding, maar om een mogelijke busverbinding die Station Moerwijk met Loosduinen verbindt. Op pagina 83 van de visie is een andere kleur gebruikt en in de
23
legenda is het woord 'bustangent' opgenomen. Daarbij is het overigens geen definitieve tracékeuze. Dit wordt een onderzoeksopgave. Op pagina 62 is de uitleg bij de legenda van de Omgevingsvisiekaart te lezen. Daar is zowel een doorlopende rode lijn als een stippellijn opgenomen. Het gaat hier om de ‘Schaalsprong (H)OV’: Snelle verbondenheid, multimodale knopen met mobiliteitshubs in de stad als ontwikkelopgave langs de (H)OV-lijnen voor optimale bereikbaarheid tussen (werk)gebieden binnen de stad en regio. Gepland: Koningscorridor (Vlietlijn), tophaltes ov, tangentverbindingen Te onderzoeken: Koningscorridor richting zee en een aantal tophaltes, Zuidwestlandcorridor (ZWLC). Dit is nadrukkelijk een te onderzoeken lijn. Er is nog geen definitief ontwerp en daarom kan de locatie van een (H) OV lijn nog variëren. Conclusie Niet overnemen
Schaalniveau Omgevingsvisie Schaalniveau Omgevingsvisie Ingediend door OV008, OV009, OV011, OV017, OV001
OV001
Zienswijze De indieners wensen een specifieke voorziening (bijvoorbeeld horeca of speelvoorzieningen) in de buurt of hebben specifieke wensen ten aanzien van verbeteringen in de openbare ruimte. Ook worden opmerkingen gemaakt over het tekort aan handhavers om op te treden tegen vervuiling in de openbare ruimte of het blokkeren van stoepen door auto’s.
Op drukke oversteekplekken ontbreken er soms zebrapaden.
Antwoord De omgevingsvisie doet geen uitspraken over specifieke functies op specifieke plekken. Binnen de op te stellen gebiedsvisie voor het stadsdeel kunnen, meer in algemene zin, uitspraken worden gedaan over gewenste voorzieningen. Klachten over het beheer en onderhoud van de openbare ruimte kunnen via met meldingssysteem van de gemeente worden ingediend. Conclusie Niet overnemen De omgevingsvisie gaat niet over de aanleg van zebrapaden.
24
Conclusie Niet overnemen
Ideeën niet Fysieke leefomgeving Jeugdzorg Ingediend door OV015
Zienswijze De indiener stelt dat jeugdzorg een gigantisch probleem is. Misschien hangt dit aan het onderwerp sociale cohesie. Er zijn maatschappelijke ontwikkelingen die maken dat de vraag naar jeugdzorg toeneemt, en dat ook bepaalde problematiek bij de jeugd toeneemt. Misschien gaat dit wel meer om de nietfysieke omgeving van de stad. De indiener vraagt zich af hoe de jeugd zich kan thuis voelen en op welke manier de jeugd het gevoel kan krijgen dat hun inbreng in de maatschappij van belang is.
Antwoord Wij denken jeugdzorg beter te kunnen bieden door meer gezins- en gebiedsgericht te gaan werken. Omdat dit niet direct consequenties heeft voor de fysieke leefomgeving vormt dit geen onderdeel van de omgevingsvisie. Ruimte voor werken, leren, innoveren, huisvesting en voorzieningen voor jongeren komen wel aan bod in de omgevingsvisie.
Zienswijze De helft van de gemeente- en rijksambtenaren woont niet in Den Haag. Voorgesteld wordt dat ambtenaren verplicht met het ov naar de stad te komen. Daarnaast wordt voorgesteld meer werknemers uit Den Haag aan te nemen want die hebben ook meer binding met de stad. En minder ambtenaren in te huren die van buiten de stad komen.
Antwoord De omgevingsvisie doet geen uitspraken over het personeelsbeleid van de gemeente Den Haag.
Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking
Ambtenaren Ingediend door OV018
Conclusie Niet overnemen
Introductie Omgevingsvisie Leidende principes Leidende principes Ingediend door
Zienswijze
Antwoord
25
OV002
De indiener geeft in haar zienswijze aan dat de leidende principes in 1.3 geen leidende principes zijn, maar vol staan van wensdenken. Echte leidende principes helpen keuzes maken en zijn klip en klaar. Het is de indiener onduidelijk: • Hoe wordt beoordeeld wat "toekomstgericht" is? Op basis van welke factoren? • Hoe wordt beoordeeld wat "realistisch" is? • Op basis waarvan worden risico's gewogen? • Wat is leidend in het maken van een keuze?
De drie principes zijn geformuleerd in het Ambitiedocument en hebben geholpen om een aantal kenmerken van de ontwerp omgevingsvisie te kunnen benoemen bij het opstellen. Omdat een omgevingsvisie volgens de Omgevingswet vormvrij is, bleek het behulpzaam om principes te noemen die de visie karakteriseren. Niet om keuzes te maken. Deze principes zijn ook met de stad gedeeld. En wat ons betreft blijven deze principes bij de verdere uitwerking en actualisatie van de omgevingsvisie van kracht. Conclusie Niet overnemen
Analyse Analyse over Den Haag Opgaven Den Haag Ingediend door OV004
Zienswijze Indiener geeft aan dat Den Haag in het eerste deel nogal ronkend wordt neergezet, daarna volgt een opsomming van grote, structurele problemen. Aangegeven wordt dat enige bescheidenheid in het eerste deel dan op zijn plaats is.
Antwoord De boodschap van het eerste deel is om het fundament voor de omgevingsvisie stevig neer te zetten. De karakteristieken en kwaliteiten die Den Haag haar identiteit geven vormen de basis voor de maatschappelijke opgaven waarvoor we staan. Het uitgangspunt is om deze karakteristieken en kwaliteiten goed te onderhouden en te beschermen. Conclusie Niet overnemen
Schoonheid van Den Haag Ingediend door OV039
Zienswijze Waardering wordt uitgesproken over de aandacht die is geschonken aan de schoonheid van Den Haag met haar bijzondere kwaliteiten die de identiteit van onze stad bepalen. Het is belangrijk die kwaliteiten te kennen, te erkennen en te koesteren binnen de stadsontwikkeling van de komende jaren. Ook wordt gewaardeerd dat de gemeente de omgevingsvisie
Antwoord In de omgevingsvisie geven we aan dat de ambities en opgaven zoveel mogelijk integraal worden afgewogen. Uiteraard zullen we te maken krijgen met ambities en ruimteclaims die (gaan) botsen of strijdig met elkaar zijn. Deze schuurpunten komen op tafel zodra we aan de slag gaan met gebiedsvisies, gebiedsprogramma’s en (thematische) omgevingsprogramma’s. Met de omgevingsvisie sturen we op
26
aangrijpt om samenhang in beleid voor de komende 25 jaar op uiteenlopende (beleids-) terreinen uiteen te zetten. De richting van veel van die voornemens worden gesteund, tegelijkertijd zijn er grote zorgen of alle ambities tegelijkertijd kunnen worden waargemaakt, en of die tot een leefbare en duurzame stad zullen leiden.
samenhang tussen de vijf bewegingen. Die samenhang moet goed worden gemonitord. Daarvoor zetten we onder andere (ontwerpend) onderzoek en verkenningen in en voeren we botsproeven uit om de uitvoerbaarheid van ambities op stadsdeel- en wijkniveau in beeld te brengen. Voorop staat dat de ruimtelijke ingrepen die we willen uitvoeren bijdragen aan de kernkwaliteiten en identiteit van onze stad én metropool. Conclusie Wijziging in de visie op pagina 100 In hoofdstuk 5.8 ‘Samenhang tussen de vijf bewegingen’ is een aangescherpte tekst opgenomen dat specifieker benoemd dat we met de omgevingsvisie willen sturen op samenhang tussen de vijf bewegingen.
Den Haag in de wereld Den Haag en de regio Ingediend door OV071
Zienswijze Samenwerken met de buurgemeenten leidt tot versterken van onze metropool. Het helpt bij een goede spreiding van wonen, voorzieningen, recreëren en werken. Uit de analyse komt volgens de indiener helaas te weinig richting naar voren. Samenwerking op afstand van burgers en bestuur leidt niet tot gewenste verbeteringen. In de visie staat nog geen verzamelkaart van de verschillende visies in onze regio. Pas na de samenhang kun je uitspraken doen over keuzes voor fysieke domein en passende samenwerking. De vraag wordt gesteld hoe Den Haag een optimale samenwerking borgt die leidt tot resultaat.
Antwoord Onze visie op de samenhang in de regio, zowel wat betreft opgaven als samenwerking, is op verschillende plekken in de omgevingsvisie aangegeven. De inhoudelijke samenhang komt met name naar voren bij de vijf bewegingen. Aandacht voor samenwerking komt met name aan de orde in hoofdstuk 7, de Realisatiestrategie. In het deel Analyse hebben we ervoor gekozen geen richting te schetsen, maar eerst te laten zien dat de Haagse regio een hecht en samenhangend stedelijk systeem (metropool) vormt. Dat is de basis van waaruit strategische samenwerking tot stand komt om regionale vraagstukken op te pakken. Op verschillende regionale tafels worden overigens stappen gezet, bijvoorbeeld via de Samenwerking Haagse regio en NOVEX Zuidelijke Randstad. Conclusie Meenemen in de verdere uitwerking
27
De Visie Thuis in een groene Metropool aan Zee Overkoepelende visie Ingediend door OV071
OV004
Zienswijze De visie geeft volgens de indiener goed weer dat Den Haag een centrumstad is in deze regio van 1.1 miljoen mensen. In het ontwerp kan echter steviger worden opgeschreven wat Den Haag is in de (inter-) nationale context van Nederland. Den Haag is al een groene metropool aan zee, welke keuzes wil Den Haag maken binnen de ruimtelijke ambitie van de Randstad/Nederland en Europa? Den Haag ligt als enige grote stad geheel ingeklemd tussen de andere metropolen; Amsterdam, Utrecht, Rotterdam. Deze steden hebben nog wel uitwijkgebieden naar buiten. Den Haag is al de tweede toeristische bestemming van Nederland, een van de belangrijkste steden voor dagjes uit, en kent veel bezoekers uit dichtbijgelegen metropolen als het Ruhrgebied en Vlaanderen. Bovendien is Den Haag een EU en derde VN-locatie.
Antwoord De internationale en nationale context waarbinnen de omgevingsvisie is opgesteld, is te lezen in hoofdstuk 2.1 Mondiale ontwikkelingen en hoofdstuk 2.2 Nationaal en provinciaal beleid. Vervolgens introduceren we in hoofdstuk 5.1 het overkoepelende concept van de Omgevingsvisie; thuis in een groene metropool aan zee. We zijn het eens met de opmerkingen van de indiener. In hoofdstuk 5.1 wordt daarom meer duiding gegeven aan de titel van de omgevingsvisie door meer aan te geven op welke punten de Haagse metropool afwijkt van andere (binnenlandse en buitenlandse) metropolen.